Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2008-2009nr. 88, pagina 6843-6885

Aan de orde is de behandeling van:

het wetsvoorstel Fiscaal stimuleringspakket en overige fiscale maatregelen (31301).

De algemene beraadslaging wordt geopend.

De voorzitter:

Het woord is aan de heer Bashir, die zijn maidenspeech zal houden.

De heer Bashir (SP):

Voorzitter. Ter bespreking ligt een wetsvoorstel voor dat een vergaarbak is geworden van fiscale wetswijzigingen. Ik begin maar meteen met de verhoging van de boete voor het niet aangeven van inkomsten uit vermogen in box 3. Ik vraag mij af waar ineens de haast vandaan komt. Jarenlang heeft de straf voor het ontlopen van belasting op inkomsten uit vermogen in feite niets voorgesteld. Nu wordt dit punt halsoverkop door middel van een nota van wijziging in een bestaand wetsvoorstel gestopt dat, ik zei het al, een vergaarbak is geworden van fiscale wetswijzigingen.

De verhoging van de boete naar 300% is zeker gerechtvaardigd. De huidige boete van 100% staat immers niet in verhouding tot de ernst van het vergrijp. Daarnaast is de pakkans ook nog eens heel erg klein. Nog liever heeft mijn fractie dat de kans dat belastingontduikers gepakt worden, wordt vergroot. Wat dat betreft moet er nog veel gebeuren.

Bij het grote publiek leeft nu nog ten onrechte het idee dat het gedaan is met het bankgeheim en met belastingparadijzen. Dat levert zeker spijtoptanten op die hun vermogen nu eerlijk bij de Belastingdienst aangeven. Het is echter de vraag of de doorgewinterde belastingontduiker in overleg met een belastingadviseur tot dezelfde conclusie komt. Neem nu bijvoorbeeld Zwitserland, dat de laatste tijd vooral vanwege Duitsland en de Verenigde Staten onder druk zou hebben gestaan. Houdt dit kabinet zichzelf en ons niet voor de gek als het blijft spreken over een succesvolle eerste stap naar de opheffing van het bankgeheim? Ik wil toch weten wat dan concreet bereikt is en welke vervolgstappen genomen worden.

Volgens een eigen persbericht van de Zwitserse overheid blijft het bankgeheim gewoon intact. Het enige dat gaat gebeuren is dat Zwitserland mogelijk bankgegevens zal overleggen van gevallen waarin al moet zijn aangetoond dat sprake is van criminaliteit. Ik wil graag van de staatssecretaris weten wat criminaliteit in dit geval concreet betekent. Het probleem is volgens mij juist dat je niet weet of iemand belasting ontduikt als je de gegevens van de Zwitserse banken niet hebt. Bovendien is het zo dat er geen multilaterale overeenkomst is gesloten met Zwitserland. Ieder land moet hierover afzonderlijk onderhandelen. Als Zwitserland met bijvoorbeeld twaalf landen een overeenkomst heeft gesloten, vind de OESO het wel best. Volgens de OESO-criteria werkt het land dan voldoende mee om niet langer gezien te worden als een belastingparadijs met een bankgeheim. Het mag daarbij gaan om heel slappe overeenkomsten die Zwitserland bijna nergens toe verplichten. Wat vindt het kabinet hiervan? Is het rechtvaardig dat landen met weinig onderhandelingskracht, zoals ontwikkelingslanden, hierdoor misschien niet aan bod kunnen komen? Ze zullen zelfs over criminelen geen informatie los kunnen krijgen. Ik hoor graag wat de staatssecretaris hieraan gaat doen.

De staatssecretaris heeft aangegeven dat hij bereid is om op termijn te kijken naar een meer fundamentele wijziging van het fiscale boeterecht om zo de verhouding tussen deze verhoogde boete en andere fiscale vergrijpen niet in het geding te laten komen. Ik zou graag willen weten wanneer wij de brief van de staatssecretaris kunnen verwachten.

Voor mensen die tot inkeer komen en alsnog besluiten hun vermogen bij de fiscus aan te geven, bestaat er de inkeerregeling. Ik las vanochtend het voorstel van de heer Tang van de Partij van de Arbeid om ook deze inkeerders vanaf volgend jaar te beboeten met 15%, zodat ze alleen nog dit jaar gratis kunnen inkeren. Dit is een goed voorstel. Ik wil echter van de staatssecretaris horen waarom voor de inkeerregeling niet een einddatum gekozen wordt. Iedereen weet nu dat er een inkeerregeling bestaat waarmee je zeer gunstig weer op het rechte pad kunt komen. Ondertussen heb je als ontduiker die toch wil inkeren genoeg tijd gehad, zou je zeggen, vooral als je kijkt naar het verschil tussen 300% boete en 15% om in te keren. Ik heb dan ook een amendement ingediend om de inkeerregeling vanaf 1 februari 2011 af te schaffen. Dan hebben mensen dit jaar de tijd en de mogelijkheid om gratis tot inkeer te komen. Volgend jaar krijgen zij een magere boete van 15% en als zij daarna nog steeds niet van de gelegenheid gebruikmaken en alsnog betrapt worden, moeten zij de volle 300% betalen.

In een recente persconferentie zei de staatssecretaris tegen journalisten dat in belastingverdragen als standaard volledige informatie-uitwisseling wordt opgenomen en in zogenaamde Tax Information Exchange Agreements (TIEA's) alleen op verzoek. Kan de staatssecretaris nog eens precies uitleggen wat hij daarmee bedoelde? Bedoelt hij met volledige informatie-uitwisseling ook volledige automatische informatie-uitwisseling? Is dat een harde eis? Hoe vaak wordt daarvan afgeweken en hoeveel verdragen hebben wij nu met echt volledige automatische informatie-uitwisseling? De staatssecretaris heeft ons meegedeeld dat in de tot nu toe door Nederland gesloten TIEA's geen gevolgen zijn verbonden aan het niet voldoen aan een informatieverzoek. Dat komt op mij bepaald niet slagvaardig over. Graag een reactie.

Wanneer de staatssecretaris alleen de aanpak van het bankgeheim presenteert als de manier om belastingontduiking via belastingparadijzen aan te pakken, schiet hij echt tekort. De staatssecretaris heeft blijkbaar een zeer beperkte definitie van belastingparadijzen. Landen waar niet of nauwelijks belasting wordt betaald, horen daar volgens hem niet bij. Ik vroeg hem daar eerder naar en hij deed toen alsof sprake zou zijn van een misverstand. Er is helemaal geen misverstand. Een land waar vrijwel geen belasting wordt betaald, een land dat belastingconstructies ten nadele van andere landen op papier mogelijk maakt, maar ook een land dat het vestigingsklimaat van andere landen verslechtert door middel van vrije belastingzones, is in de ogen van ieder normaal denkend mens een belastingparadijs. Alleen dit kabinet denkt daar blijkbaar anders over. Ook de OESO noemt lage belastingen wel degelijk als een van de vier criteria om belastingparadijzen te identificeren.

De VS hebben het over low-tax jurisdictions en noemden in een rijtje landen ook Nederland. Volgens de SP-fractie is dit geen misverstand als het gaat om Nederland als belastingparadijs voor multinationals. Het feit dat het zinnetje is geschrapt, waarin ook Ierland en Bermuda stonden, wil nog niet zeggen dat de VS geen problemen hebben met de manier waarop Nederland bedrijfswinsten doorsluist naar andere landen waar nauwelijks belasting wordt betaald. Als de staatssecretaris werkelijk pleit voor meer transparantie, kan hij daarin dan meer inzicht ingeven? Het zou juist transparant zijn als wij weten of en hoeveel de multinationals in Nederland aan belasting afdragen. Daarom wil ik weten of hij bereid is om daaraan iets te doen, zoals een verplichting voor bedrijven om dat in het jaarverslag op te nemen. Dit kan door bijvoorbeeld internationaal boekhoudkundige standaarden te veranderen. Graag een reactie hierop van de staatssecretaris.

Ik kom nu bij het fiscale stimuleringspakket. Deze crisis zorgt er ook voor dat mensen en bedrijven hun facturen steeds later betalen. In de nota naar aanleiding van het verslag is het kabinet ingegaan op een vraag van mijn fractie over de mogelijkheid en de uitvoerbaarheid van het idee om het voor kleine bedrijven mogelijk te maken, de btw op gefactureerde diensten pas af te dragen als de betaling van de facturen binnen is. Zo kan de liquiditeitspositie van bedrijven versterkt worden. Nu moeten bedrijven de btw al afdragen, en dus eigenlijk voorschieten, als de facturen nog niet betaald zijn. De praktijk van vandaag is dus dat velen hun facturen te laat betalen. Ik wil hierop graag een nadere reactie van het kabinet.

Nog een laatste opmerking over de procedure van dit wetsvoorstel. De staatssecretaris heeft uiteindelijk alles en nog wat in dit wetsvoorstel geveegd. Dat is op zichzelf niet erg, zolang maar de advisering door de Raad van State ordelijk kan plaatsvinden. Delen van het wetsvoorstel, waaronder het fiscale stimuleringspakket dat door middel van een nota van wijziging eraan is toegevoegd, zijn pas aan de Raad van State voor advisering voorgelegd, nadat de Tweede Kamer daarom had verzocht. Ik vind het op deze manier wel erg onzorgvuldig. Terecht merkte de Raad van State dan ook op dat de raad voor de indiening van een ingrijpende nota van wijziging, zoals voor het fiscale stimuleringspakket, gehoord dient te worden. Ik denk niet dat het met haast heeft te maken, want de raad kan ook op verzoek een spoedadvies geven. Je ziet ook dat het advies het wetsvoorstel wel degelijk beter maakt, al zijn het alleen maar tekstuele suggesties. Daarom verzoek ik de staatssecretaris uit te leggen waarom de Raad van State overgeslagen is.

De voorzitter:

Mijnheer Bashir, ik heb de eer om u als eerste te mogen feliciteren met uw maidenspeech. Dat is altijd heel leuk, zeker als je iemand zelf hebt mogen beëdigen en het zo'n jonge collega is. Ik verzoek u, voor mij plaats te nemen. Dan kan iedereen u feliciteren met het feit dat u zo'n prachtige bijdrage hebt geleverd aan dit debat.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

De heer Omtzigt (CDA):

Voorzitter. Allereerst mijn welgemeende felicitaties aan de heer Bashir. Hij hield een helder betoog, met een helder SP-geluid over wat wij met belastingparadijzen moeten doen. Mijn fractie zou het best leuk vinden als Nederland voor een aantal Nederlanders een belastingparadijs zou worden: voor de heer Bashir en voor de gemiddelde Nederlander. Ik zie er ook naar uit om de komende tijd het debat met de heer Bashir aan te gaan. Het is altijd jammer dat wij tijdens een maidenspeech niet kunnen interrumperen.

Voor ons ligt een zeer uitgebreid wetsvoorstel. Ik wil de staatssecretaris en zijn ambtenaren hartelijk danken voor de snelle reactie op de inbreng die wij op 23 april jongstleden hebben ingediend. Mijn fractie is zeer te spreken over de meeste onderdelen van dit wetsvoorstel en de nota's van wijziging, hoewel ik op de zesde nota van wijziging nog terugkom. De meeste vragen zijn afgedaan. Ja, de staatssecretaris veegt gewoon een stuk van zijn eigen wetsvoorstel van tafel.

Het belangrijkste deel betreft natuurlijk het fiscale crisispakket en niet meer de g-rekeningen. De Nederlandse regering heeft in Europa de juiste balans weten te vinden tussen zorgvuldigheid en snelheid bij het ingrijpen bij deze crisis. Bewust kiezen wij niet voor een versnelde belastingverlaging zoals in Engeland. Het tekort loopt daar zo hard op dat Engeland erover nadenkt hoe het de triple-A rating kan behouden. Het is belangrijk om heel zorgvuldig met de staatsfinanciën om te gaan, niet alleen vandaag maar ook morgen en overmorgen. In Engeland zullen waarschijnlijk voor de recessie forse correctieve acties nodig zijn om het tekort weer enigszins binnen grenzen te houden. Aan de andere kant zijn landen als België helemaal nergens toe in staat op dit moment en die kijken jaloers naar hoe de Nederlandse regering een pakket maatregelen presenteert. Naar mijn mening is er een juiste balans, want het ingrijpen van de Nederlandse regering is gericht op de sectoren die het zwaarst te lijden hebben onder de economische malaise. Belangrijk daarbij is dat het is begrensd in de tijd. Een verstandige keuze. Het valt ons dan ook op dat in het buitenland nog veel positiever gesproken wordt over dit pakket dan in Nederland.

In mijn inbreng zal ik de wet op chronologische volgorde – per nota van wijziging – afgaan. Eerst het wetsvoorstel. Het wetsvoorstel gaat over de g-rekening. Daar is het allemaal mee begonnen. Het g-rekeningstelsel vervangt het depotstelsel. Hierover heb ik een aantal vragen.

In de memorie van toelichting wordt ingegaan op de situatie waarin een overmaking op een andere rekening dan de vrijwaringsrekening plaatsvindt. In dat geval vindt geen vrijwaring plaats en wordt het overgemaakte bedrag niet in bewaring genomen door de belastingontvanger maar wordt het rechtstreeks afgeboekt van openstaande aanslagen van degene ten behoeve van wie het is gestort. Hoe kan de uitlener/onderaannemer zien in hoeverre de derde de totale factuur betaald heeft? Hoe kan de uitlener/onderaannemer zien welke aanslagen nog open staan? Een hiermee samenhangende vraag is in hoeverre de uitlener/onderaannemer zich kan verzetten tegen afboeking van openstaande bedragen, bijvoorbeeld indien een bedrag naar diens mening ten onrechte als openstaand wordt beschouwd of indien er een conflict is over de hoogte van een factuur. In de nota naar aanleiding van het nader verslag wordt aangegeven dat er geen evaluatiemoment komt om bij signalen vanuit het bedrijfsleven meteen maatregelen te nemen, indien nodig. Toch wil ik de staatssecretaris vragen de wijziging over drie jaar te evalueren. Wil hij de Kamer een brief sturen om problemen en verbetersuggesties, die wellicht niet op één loket op een ministerie binnenkomen, te bespreken? Wij denken namelijk dat zo'n evaluatie het wetgevingsproces ten goede komt. Graag een toezegging op dit punt. Graag ook de toezegging dat de staatssecretaris daarbij de uitzendbureaus zeer nauw zal betrekken.

De tweede nota van wijziging gaat over de buitengewone uitgaven en een aantal andere zaken. Wij hebben daar een aantal vragen over gesteld, die zouden worden beantwoord door de staatssecretaris van VWS. Wanneer kunnen wij die antwoorden tegemoet zien? Over de buitengewone uitgaven hebben wij nog een andere vraag, die op het fiscale terrein ligt. Bij de behandeling van de Wet tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten is aangegeven dat er een nieuwe tegemoetkoming buitengewone uitgaven zou komen en dat die in het eerste kwartaal van 2009 naar de Kamer gestuurd zou worden. Wanneer kunnen wij die regeling tegemoet zien? Het gaat over kosten die chronisch zieken al gemaakt hebben. Zij moeten wel weten of zij daar recht op hebben en hoe zij dat kunnen verzilveren.

Over de derde nota van wijziging heb ik geen vragen, maar wel over de vierde nota van wijziging. Ik heb al eerder mijn waardering uitgesproken voor de krachtdadigheid daarvan. Burgers en bedrijven zullen blij zijn met de maatregelen, zoals het afschaffen van de vliegbelasting, het verruimen van de mogelijkheid tot de verrekening van verliezen en het mogelijk maken van het doen van btw-aangifte per kwartaal. Daardoor krijgen bedrijven in deze moeilijke tijden meer ruimte voor hun eigen cashflow. Bovendien krijgen zij minder administratieve lasten, maar daar kom ik straks nog even op terug. Heel belangrijk is voor ons de verruiming van de WBSO. Ook zit in dit wetsvoorstel, hoewel niet in deze nota van wijziging, een zeer forse belastingverlaging. Het zullen toch de ondernemers zijn, die er met hun ondernemingszin en door de lage belastingen voor moeten zorgen dat er nieuwe banen bijkomen. De werkloosheid is waarschijnlijk de grootste plaag van de kredietcrisis. Alle lof dat dit juist nu is mogelijk gemaakt.

Desalniettemin zal ik nog ingaan op een paar kleine rafelrandjes. Mijn fractie was zeer blij met de nieuwe btw-richtlijn, waardoor het mogelijk is om onderhoud aan woningen en isolatie van woningen tegen het lagere btw-tarief te belasten. Wij dachten dit ook terug te vinden in dit pakket. Helaas hebben wij dat niet teruggevonden. Daarom heb ik samen met de collega's van de ChristenUnie en de PvdA een amendement ingediend dat erin voorziet dat de komende anderhalf jaar het lage btw-tarief voor energiebesparende maatregelen van toepassing is. Dat is goed voor de bouw, want die sector heeft het op dit moment ontzettend moeilijk. Dat is goed voor de huishoudens, die minder hoeven te betalen als zij hun woning van isolatie voorzien. Dat is ook goed om de doelstellingen voor energiebesparing te behalen die het kabinet zichzelf gesteld heeft. Het is alleen niet mogelijk om het dubbelglas onder het lage btw-tarief te brengen. Dat zouden wij wel graag zien, of iets equivalents. Aangezien wij dat snel geregeld willen hebben, zal ik bij hoge uitzondering een motie indienen in de eerste termijn.

De voorzitter:

Ik constateer dat de woordvoerders er geen bezwaar tegen hebben dat u in eerste termijn een motie indient. Ga uw gang.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

van mening dat energiebesparing door dubbelglas goedkoper dient te worden, als ware het lage btw-tarief van toepassing op dubbelglas en het plaatsen ervan;

verzoekt de regering, tijdens de wetsbehandeling in de Tweede Kamer een voorstel te doen, waarbij:

  • - de btw op dubbelglas verlaagd wordt, dan wel een subsidieregeling in het leven geroepen wordt, die economisch hetzelfde effect heeft en van kracht is tussen 1 juli 2009 en 31 december 2010;

  • - de financiering van de regeling plaatsvindt uit de middelen voor energiebesparing woningen en de regeling Meer Met Minder,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Omtzigt, Cramer en Tang. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 22(31301).

De heer Omtzigt (CDA):

Voorzitter. Wij hebben gisteren de antwoorden gekregen op de vragen van collega Blanksma en mij over het knelpunt administratieve lasten. Daaruit blijkt dat er extra enquêtes gehouden worden, omdat er nu in plaats van een maandaangifte een kwartaalaangifte plaatsvindt. Dat levert volgens de antwoorden miljoenen extra aan administratieve lasten op. Dat roept bij mij een aantal vragen op. Hoe hebt u uitvoering gegeven aan de zeer breed gesteunde motie-Pechtold/Rutte in deze Kamer bij het aanvullend beleidsakkoord? Waar is het Actaladvies? Waarom doet Nederland dit? Overal in Europa wordt de btw-afdracht verruimd. Alleen Nederland en Zweden organiseren extra enquêtes. Zijn wij het braafste jongetje van de klas? Kan het kabinet ervoor zorgen dat wij geen aanvullende enquêtes organiseren?

Dit gaat mij als statisticus aan het hart. Ik vind het belangrijk om goede gegevens te hebben, maar één extra gegeven voor het CBS hoeft niet te leiden tot een forse administratieve lastenverhoging van deze omvang. Ik verzoek de staatssecretaris met klem, nog voor de tweede termijn met een voorstel te komen dat erin voorziet dat er geen extra uitvraag van informatie plaatsvindt.

In mijn inbreng heb ik staan: tonnageregeling verruimd, waarvoor dank. Dat is in de zesde nota van wijziging teruggedraaid. Daar staat wel in dat wij het probleem in het belastingplan zullen regelen, maar dit verdient niet de schoonheidsprijs. Waarom gebeurt dit? Waarom is ook het management in de nota van wijziging ondergebracht? Daar hebben wij helemaal geen probleem met Nederlandse en Europese regels, naar het oordeel van de CDA-fractie. Ware het niet logisch geweest om in ieder geval de pijpfitters en werkvoorbereiders alvast onder het regime van de afdrachtskorting te brengen bij de scheepvaart? Ik hoor graag een helder verhaal waarom dit is gebeurd.

Ik vervolg met de stand van zaken bij de vliegbelasting. Is er nu wel een goed akkoord met Schiphol, of worden er bij Schiphol nog steeds veel heffingen in rekening gebracht? Wat gebeurt er met de afschaffing?

Wij zijn zeer erkentelijk voor manier waarop de WW wordt verruimd en wij vernemen graag hoe de stand van zaken is bij de vereenvoudiging van de loonbelasting. Per slot van rekening zou er voor 1 mei een plan in de Kamer liggen.Omtzigt

Het belangrijkste onderdeel van de vijfde nota van wijziging is de verhoging van de vergrijpboete naar 300% van het bedrag van de verschuldigde belastingaanslagen die worden opgelegd over verzwegen vermogen. Ik dank de staatssecretaris voor dit wetsvoorstel, mede naar aanleiding van mijn vraag tijdens het vragenuur van 7 april en omdat dit zo snel naar de Kamer is gestuurd. De Raad van State heeft er een advies over kunnen uitbrengen. Kan de staatssecretaris nog een iets betere onderbouwing geven waarom hij kiest voor 300%? Ik kan mij voorstellen dat dit te maken heeft met een aantal vermogenstoetsen dat in allerlei inkomensafhankelijke regelingen zit. Dus als men spaargeld verzwijgt, dan heeft men ook de mogelijkheid om van een aantal andere inkomensafhankelijke regelingen gebruik te maken waar een vermogenstoets in zit. Er zijn dus allerlei redenen: het zwartsparen ontmoedigen, het feit dat het geld naar buiten gaat. Ik vraag de staatssecretaris om de argumenten te geven voordat dit in rechtszaken moet worden gedaan. Die horen wij namelijk hier in de Tweede Kamer te bespreken. Bovendien horen wij graag de toezegging dat er 300% wordt opgelegd in de zwaarste gevallen, maar dat de Belastingdienst rekening blijft houden met individuele gevallen. Dus daar waar er conflicten zijn over bijvoorbeeld de waarde van een incourant goed, moet niet direct met 300% vergrijpboetes worden gewerkt.

Samen met de heer Tang en de heer Cramer, op initiatief van de heer Tang, heb ik een amendement ingediend dat erop toeziet dat de inkeerregeling wordt versoberd nu voor dit vergrijp een zeer hoge boete wordt gegeven en dat mensen die langer dan twee jaar spaargeld verzwijgen een boete van 15% krijgen op het moment dat zij zich vrijwillig melden. Dan hebben zij nog altijd een fors voordeel ten opzichte van die 300%.

De zesde nota van wijziging hebben wij besproken. Het is natuurlijk normaal dat ik wat meer aandacht schenk aan die zaken die nog enige uitleg behoeven. Ik denk dat deze Nederlandse regering een pluim verdient voor de manier waarop zij omgaat met de aanpak van de kredietcrisis, als Nederland op deze manier doorgaat met de aanpak van specifieke problemen in deze economische crisis: door de bouw te helpen met de EIA-verruiming en de btw-verlaging, door de kennisintensieve bedrijven te helpen met de WBSO en door specifiek de btw-afdracht uit te stellen waardoor er miljarden extra liquiditeit bij het bedrijfsleven terechtkomt.

Mevrouw Koşer Kaya (D66):

Ik heb vragen over de laatste nota van wijziging. Wat heeft zwartsparen te maken met de crisismaatregelen die wij op dit moment nemen? Wat heeft de snelheid die daarmee gemoeid is met dit crisispakket te maken? Waarom bespreken wij dat niet apart, los van deze maatregelen?

Waarom zou je eigenlijk een inkomen op het niveau van box 3 veel zwaarder moeten bestraffen dan wanneer het om box 1 gaat? Wat is daar de achterliggende gedachte? Is de ene zwartspaarder erger dan de andere zwartspaarder?

Het kan verder voorkomen dat wordt ontdekt dat iemand een bepaald bedrag ergens zwart heeft ondergebracht en dat betrokkene vervolgens misschien zelfs meer moet betalen dan hij heeft gespaard. Is dat niet disproportioneel?

De heer Omtzigt (CDA):

Het is interessant om te horen dat de fractie van D66 het van harte opneemt voor de zwartspaarders. Daar neem ik nota van. Het mag disproportioneel lijken, maar als er een bedrag van € 100 zwart is gespaard, wordt daar in Nederland in box 3 € 1,20 belasting over betaald. Bij een fictief rendement van 4% en een maximale boete wordt er € 4,80 betaald op € 100 spaargeld. Daar verdwijnt het spaargeld niet helemaal mee, mevrouw Koşer Kaya. Er kan niet meer boete worden opgelegd dan er beschikbaar is.

In de internationale arena en de G20 – waarvoor overigens de staatssecretaris en de minister-president waren uitgenodigd – zijn afspraken gemaakt over de aanpak van de economische crisis. Een van de elementen daarvan is dat de crisis nu juist het moment is om een aantal belastingparadijzen en zwart sparen aan te pakken. In de conclusies van de G20 staat letterlijk: het einde van het tijdperk van het bankgeheim is nabij. Daaraan wil mijn fractie van harte meewerken nu die gelegenheid zich voordoet. Andere landen hebben dit ook in termen van het crisispakket getrokken. Dan kan dit ook in Nederland worden gedaan.

In alle eerlijkheid, dit is niet het ingewikkeldste stukje wetgeving dat ik hier ooit heb gezien. Het bestaat uit twee regels en daarover kan ook mevrouw Koşer Kaya zich binnen een aantal weken een mening vormen.

Mevrouw Koşer Kaya (D66):

Mijn vraag is nog steeds niet beantwoord. Ik ben het met de heer Omtzigt eens dat zwartspaarders moeten worden aangepakt en hard. De fractie van D66 heeft het debat in de Kamer over geheime bankrekeningen en het geld dat daarop staat net zo hard gevoerd als de fractie van het CDA. Mijn fractie acht dat ook niet acceptabel. De heer Omtzigt moet daarom niet zeggen dat wij dit niet belangrijk vinden of dat hij het belangrijker vindt.

De vraag is waarom wij het nu behandelen, tegelijk met het pakket crisismaatregelen. Hoort het daarin thuis? Een andere vraag is waarom zwart sparen in box 3 erger is dan zwart sparen in box 1. Verder heb ik gevraagd of de heer Omtzigt de opmerking hierover van de Raad van State heeft gelezen.

De heer Omtzigt (CDA):

De eerste vraag heb ik beantwoord. Wij hebben in internationaal verband afgesproken dat dit bij het crisispakket hoort, dus de Nederlandse regering implementeert dit in het kader van het crisispakket. Daar kan mevrouw Koşer Kaya het mee eens zijn of niet. Dit is een eenvoudig stukje wetgeving waar de Raad van State enige kritiek op heeft. Dat is mij zeker niet ontgaan. Mevrouw Koşer Kaya heeft gehoord dat wij in de procedurevergadering ook om het advies van de Raad van State hebben gevraagd. Laat daar ook geen misverstand over bestaan. Ik heb nu gevraagd aan de minister om dit te onderbouwen. Ik vind het echter belangrijk dat nu de mogelijkheid zich voordoet en landen de internationale druk voelen toenemen, Nederland daar ook aan meedoet. Ik herinner eraan dat de zwarte lijst binnen 24 uur weg was, omdat landen toezeggingen deden. Nederland mag daar niet anderhalf jaar achteraan hobbelen met de aanpak van het zwart sparen.

Ik heb net een rekenvoorbeeld gegeven waaruit blijkt dat het bij box 3 past om tot ongeveer 300% te kunnen heffen in extreme gevallen. Ik heb aan de staatssecretaris gevraagd om rekening te houden met specifieke omstandigheden. Bijvoorbeeld als er sprake is van een meningsverschil over de waarde van een goed dat te goeder trouw is aangeschaft, dient er geen 300% boete opgelegd te worden. De inkeerregeling blijft in stand. Als iemand tot inkeer komt, is de boete 15%. Dat is een buitengewoon redelijke en lage boete. Het verschil met box 1 is dat in box 1 sprake is van een progressieve belasting tot 52%. Bij een belasting van 52% en een boete van 300% wordt het bedrag twee keer weg belast en dat gebeurt niet bij zwart sparen.

Mevrouw Koşer Kaya (D66):

Ik begrijp dat de fractie van het CDA rechtsongelijkheid niet belangrijk vindt. Natuurlijk willen wij zwartspaarders aanpakken, maar dan is het van belang dat wij alles bekijken, alle vormen onder de loep nemen en daar maatregelen voor nemen. Het ergste is dat de heer Omtzigt zegt dat wat de Raad van State schrijft, weinig voorstelt. Hij vindt die kritiek niet zo problematisch. Daarmee zegt hij eigenlijk dat de positie van de Kamer ook niet zo belangrijk is, want dit kabinet kan allerlei maatregelen nemen zonder de geijkte procedures.

De heer Omtzigt (CDA):

Van een D66-Kamerlid valt dit me tegen. Het is een advies van de Raad van State aan de regering en de Tweede Kamer. De Tweede Kamer laat juist zien dat zij het laatste woord hierin heeft door eigenstandig een beslissing te nemen. Wij kunnen het advies overnemen, wij kunnen het advies ook gedeeltelijk overnemen. Het CDA maakt een andere afweging dan D66. Wij zien met buitengewoon veel belangstelling de plannen van D66 tegemoet om het zwart sparen aan te pakken. Ik ben namelijk benieuwd of het met een alternatief boetestelsel op de proppen komt.

Wij wachten nog op de brief van de regering over het boetestelsel. Ik vraag de staatssecretaris wanneer wij die tegemoet kunnen zien. Tegen die tijd kunnen we een degelijke discussie voeren over het voorkomen van zaken als de btw-carrouselfraude.

De heer Bashir (SP):

Voorzitter. Vroeger was geen sprake van een heel grote druk op landen om het bankgeheim prijs te geven. Daarom is ook de inkeerregeling bedacht: mensen die, deels per ongeluk, deels doelbewust, hun vermogen niet hadden opgegeven, konden afrekenen met hun verleden en op het rechte pad terugkeren. Maar nu er juist druk komt op belastingparadijzen om hun bankgeheim op te geven, is het van belang om de inkeerregeling af te schaffen. Dat is iets uit het verleden, mensen hebben geruime tijd gehad om hun fout te herstellen. Waarom kiest het CDA ervoor om de inkeerregeling te verhogen met 15% boete en die verder intact te houden?

De heer Omtzigt (CDA):

De inkeerregeling wordt daarmee minder aantrekkelijk en dat lijkt mij de juiste weg. Misschien kunnen we er in de toekomst over praten om die 15% nog wat te verhogen. Ik vind het logisch dat mensen die vrijwillig tot inkeer komen een lagere vergrijpboete betalen dan mensen die gloeiend heet worden gepakt. Ik heb overigens zelf het initiatief genomen tot die internationale druk, samen met bijvoorbeeld de voorzitter van de Zwitserse sociaaldemocraten, om de landen te inventariseren die zich niet houden aan het OECD-modelverdrag. We gaan eens goed kijken hoe dat bankgeheim van binnenuit kan worden opgeblazen via de Raad van Europa.

De heer Bashir (SP):

Als het net zich sluit om de mensen die bezig zijn om hun vermogen uit het zicht van de fiscus te houden, lijkt het mij logisch om geen regeling te hebben die hen ongestraft laat, zonder al te veel problemen of een al te grote boete. Als er jarenlang een inkeerregeling heeft bestaan, zijn mensen die doelbewust doorgaan met het niet opgeven van hun vermogen, gewoon strafbaar bezig geweest: ze hebben al die tijd de risico's afgewogen, tegen de achtergrond dat ze tot inkeer kunnen komen tegen een gunstige prijs.

De heer Omtzigt (CDA):

Omdat inkeer vanaf 1 januari 2010 ineens veel minder aantrekkelijk wordt, hebben ze juist een goede prikkel om in te keren. Ik denk dat ze juist een extra prikkel hebben om zo snel mogelijk hun spaargeld bij de Nederlandse fiscus aan te geven.

De heer Tony van Dijck (PVV):

Voorzitter. Ik ben blij met het voorstel voor de lage btw ten behoeve van de innovatie en renovatie van huizen. Maar is het niet een beetje raar om de dekking daarvoor te zoeken in het verhogen van de energiebelasting? Men isoleert zijn huis om minder kwijt te zijn aan verwarmingskosten, maar de energiebelasting wordt verhoogd, zodat men aan verwarming evenveel kwijt is. De winst van de isolatie voelt men dan niet in de portemonnee.

De heer Omtzigt (CDA):

De dekking van het amendement vindt op twee posten plaats. Ten eerste in de EIA, de energie-investeringsaftrek, omdat woningcorporaties er ook voordeel van hebben; daaruit wordt een groot deel van de dekking gehaald. Een ander deel van de dekking komt uit de regulerende energiebelasting. Dat gaat om 0,2 cent per kubieke meter aardgas. Bij een gebruik van 1000 kubieke meter betaalt men dus € 2 extra per jaar. Als men zijn huis goed isoleert, heeft men een winst van honderden euro's per jaar in een lagere energierekening. Deze regeling levert dus een enorm nettovoordeel. En helaas, wij geven een dekking voor onze amendementen, in tegenstelling tot anderen in deze Kamer.

De heer Tony van Dijck (PVV):

De door u gekozen dekking impliceert een belastingverhoging. En wij weten allemaal wat de laatste jaren de gevolgen zijn van die energiebelasting. Die belasting drukt heel hard op de huishoudens: mensen betalen zich scheel aan elektriciteit en gas. En u gaat de prijs daarvan nog eens een keer verhogen, omwille van een stukje isolatie. U laat alle Nederlandse belastingplichtigen meebetalen aan een subsidie voor enkele duizenden mensen die hun huis willen isoleren. Bent u het niet met mij eens dat het beter is om de EIA overboord te gooien? Het geld dat daardoor vrijkomt, kunnen wij gebruiken voor die belastingverlaging met 6%. Is dat niet een veel plausibeler dekking?

Woningcorporaties hebben miljarden op de bank staan, maar wij proberen ze met subsidies te verleiden om toch alsjeblieft hun huurwoningen te isoleren. Wij moeten hen gewoon aanspreken op hun verantwoordelijkheid! Ze zouden alleen maar woningen mogen verhuren die geïsoleerd zijn. Als ze dat uit met hun eigen miljarden betalen, houden wij geld over om die 6%-regel van de EU in Nederland te implementeren.

De heer Omtzigt (CDA):

Het is juist positief dat er nu eindelijk een einde gemaakt wordt aan de situatie dat er in Nederland nog een paar honderdduizend huurwoningen zijn met enkel glas zijn. Daar is op korte termijn een slag te maken. Mensen met een laag inkomen die te veel kwijt zijn aan hun energierekening, kunnen wij zo helpen. Ik ben blij dat minister Van der Laan hier samen met de woningbouwcorporaties hard aan werkt.

Daarnaast zijn er de particuliere huizenbezitters. Op deze groep is mijn amendement ingediend dat een lager btw-tarief regelt voor het isoleren van koopwoningen. Daarmee regel ik dat wij in Nederland allemaal iets minder voor onze energie gaan betalen.

Uw verwijt over de energiebelasting is onterecht. Het amendement van CDA-Kamerlid Verhagen heeft er namelijk voor gezorgd dat de voet waarover geen energiebelasting wordt betaald, omhoog is gegaan. Mensen met een heel lage energierekening betalen daardoor helemaal geen energiebelasting.

De heer Tony van Dijck (PVV):

Ik ben het met u eens dat de huurhuizen van mensen met een klein inkomen geïsoleerd moeten worden. Bent u het echter met mij eens dat wij de woningcorporaties met een hun miljarden op de bank hierop moeten aanspreken? Wij moeten tegen ze zeggen: jullie verhuren huizen, jullie zijn een commercieel bedrijf, jullie zitten in de sociale huursector: isoleer nu eindelijk eens je woningen met het geld dat je al hebt. Daar hoeven wij belastingbetalers toch zeker geen 300 mln. aan subsidiegeld voor neer te leggen? Die 300 mln. zouden wij moeten gebruiken voor een btw-tarief van 6% voor de isolatie en renovatie van koopwoningen.

De heer Omtzigt (CDA):

Woningbouwcorporaties en woningbouwverenigingen zijn geen commerciële instellingen. Het zijn namelijk instellingen die een maatschappelijk nut beogen. Veel van hen vervullen hun taak ook buitengewoon goed. Zij hebben echter een kleine prikkel nodig om hun grote voorraad in het verleden slecht geïsoleerde huizen alsnog goed te gaan isoleren. De CDA-fractie vindt dat er niet alleen iets voor de huurwoningen moet worden gedaan, maar ook voor de koopwoningen. Dat hebben wij gedaan met ons voorstel voor een btw-verlaging, een voorstel dat ook een forse impuls voor de bouwsector is.

De heer Remkes (VVD):

Het valt mij op dat de heer Omtzigt praat over het einde van de belastingparadijzen of alles al gerealiseerd is. Ook al is het in de Unie goed geregeld, dan resteert er nog een tamelijk fors probleem. Bent u het daarmee eens? Kunt u verder ook zeggen wat u verwachtingen zijn bij de implementatie in de EU-landen?

De heer Omtzigt (CDA):

De heer Remkes nuanceert terecht het beeld dat door de heer Bashir is opgeroepen, het beeld dat er morgen een einde komt aan alle belastingparadijzen. Ik hoop van harte dat hij gelijk krijgt.

De heer Remkes (VVD):

Dat is een rare voorstelling van zaken, want u deed daar van harte aan mee!

De heer Omtzigt (CDA):

Nee, nee. Ik deed daar van harte aan mee? Ik ben niet over de Unie begonnen, maar over de Raad van Europa. Dat was niet toevallig, want wij hoeven elkaar niets wijs te maken: er zijn nog steeds grote problemen met landen als Zwitserland, Liechtenstein en Andorra. Die problemen zijn groter dan de problemen in België. Ik ben dan ook blij dat deze landen het initiatief hebben genomen om te gaan werken aan het opheffen van het bankgeheim. Daarmee zou namelijk een deel van de problemen met de belastingparadijzen worden opgelost. Als u mij vraagt of dat binnen een jaar helemaal is geregeld, dan hoop ik dat van harte, maar weet ik dat het een heel lange, taaie en moeilijke weg is. Ik ben echter ontzettend blij dat wij de afgelopen maanden, na tientallen jaren stilstand, eindelijk forse vooruitgang boeken.

De heer Bashir (SP):

Ik heb nooit gezegd dat het tijdperk van belastingparadijzen ten einde is. Dat was de strekking van uw woorden, want u zei: wij gaan de belastingparadijzen aanpakken. Ik ben er hard mee bezig in de Raad van Europa en tegelijkertijd wil ik ervoor zorgen dat de inkeerregeling in stand blijft.

De heer Omtzigt (CDA):

U beweerde dat wij de inkeerregeling konden afschaffen, nu wij op het punt staan om alle zwartspaarders te vinden. Dat was uw betoog in verkorte vorm. Ik geef toe dat ik hoop dat de staatssecretaris erin slaagt een fors aantal van die zwartspaarders op te sporen, maar het is echt mogelijk dat dit niet onmiddellijk gebeurt. Overigens heb ik gezegd dat het einde van het bankgeheim nabij is. Dat is een quote uit de conclusies van de G20.

De voorzitter:

Dat zei u er ook bij net.

De heer Cramer (ChristenUnie):

Voorzitter. Toen ik een kleine jongen was, werd mij eens het sprookje verteld van het lelijke eendje dat uiteindelijk een wonderschone zwaan werd. De staatssecretaris moet dit verhaal vast ook kennen, niet omdat het op hem zou slaan, maar omdat dit verhaal mij te binnenschoot toen ik dit wetsvoorstel doornam. Wat eerst een betrekkelijk klein en overzichtelijk wetsvoorstel was, is verworden tot een van de belangrijkste troeven om de economie uit het slop te trekken. Dat is een behoorlijke promotie.

Tegelijkertijd maakt dit het wetsvoorstel niet helderder. Het hangt aan elkaar van diverse maatregelen die even snel "geregeld" moesten worden. Ik heb begrip voor de snelheid die moet worden betracht bij het crisismaatregelenpakket, maar om de wijzigingen in de Wtcg en de uitbreidingen van de faciliteiten voor de zeescheepvaart ook in een dergelijk spoedwetsvoorstel te betrekken, ging mij toch wat te ver. Kennelijk ging het de staatssecretaris ook te ver, want met de zesde nota van wijziging sneuvelt dat onderdeel. Ten overvloede benadruk ik dat mijn fractie hecht aan een zorgvuldige behandeling van het wetsvoorstel en niet aan een wetsvoorstel waar alles maar wordt ingefietst. Bij de commissie voor Verkeer en Waterstaat hebben wij een naam voor een overleg waarin van alles aan de orde komt: kliko-overleg. Dit is enigszins een klikowet geworden.

Het zal geen verrassing zijn dat mijn fractie terecht teleurgesteld is dat de vliegbelasting op nul wordt gesteld. Deze belasting doet recht aan het principe dat de vervuiler betaalt en maakt de onrechtvaardigheid goed dat vliegen een tamelijk onbelaste activiteit is, in tegenstelling tot bijvoorbeeld autorijden. Ik hoor de staatssecretaris nog zeggen: u betaalt meer belasting op een pakje boter dan op een vliegticket. Hiermee benadrukte hij de redelijkheid van de maatregel. Helaas heeft deze redelijkheid niet lang standgehouden. Dat is helemaal het geval als je bedenkt dat Schiphol vooral door het eigen beleid in de problemen is geraakt en niet zozeer door de vliegbelasting. Immers, als je naar de cijfers kijkt, dan zie je dat de grootste terugval bij de cargo plaatsvindt en laat daar nou net geen vliegbelasting voor gelden.

Het op nul stellen van de vliegbelasting heeft het kabinet afhankelijk gemaakt van de inzet van Schiphol om kosten terug te dringen. Zo moet er in 2009 een bedrag van 44 mln. worden bespaard, uiteraard met als doel om de tarieven te verlagen. Wie schetst echter mijn verbazing? Schiphol heeft nu al aangegeven dit niet te gaan doen. Toch wordt de vliegbelasting wel per 1 juli op nul gezet. Wat is dan nog de waarde van zo'n afspraak? Het kabinet rekent erop dat het wel goed komt, maar welke stok heeft het straks nog achter de deur? Ik zou zeggen: houd die vliegbelasting op nul en schrap niets, maar dan ook niets, totdat Schiphol daadwerkelijk heeft bewezen de tarieven verder te verlagen. Bovendien wil ik van het kabinet nog voor de algemene politieke beschouwingen een overzicht van maatregelen die het gaat nemen om Schiphol wel aan de afspraken te houden, inclusief een tijdpad. Is de staatssecretaris hiertoe bereid?

Mevrouw Sap (GroenLinks):

U begon uw zin net met: ik zou voorstellen om de vliegbelasting op nul te houden en niets in de voorwaarden te schrappen. U bedoelt denk ik: hou de vliegbelasting op de huidige hoogte totdat afspraken gemaakt zijn.

De heer Cramer (ChristenUnie):

Nee. De afspraak is nu dat de vliegbelasting op nul wordt gesteld en in het belastingplan van 2010 wordt geschrapt. Mijn voorstel is om de belasting op 0% te houden. Dan blijft het systeem in stand maar wordt het percentage op nul gezet. Als een partij zich niet aan de afspraken houdt, kan het percentage verhoogd worden. Daaraan geeft mijn fractie de voorkeur.

Mevrouw Sap (GroenLinks):

Dat is een begin, maar daarmee accepteert u dat het kabinet enerzijds zegt dat het harde afspraken maakt over de kostenstructurering voordat die naar nul gaat en anderzijds de belasting naar nul terugbrengt zonder dat die afspraken gemaakt zijn. U gaat erin mee dat niet geldt: afspraak is afspraak.

De heer Cramer (ChristenUnie):

Ik wil mijn tekst nog wel een keer voorlezen, maar dat stuit misschien op bezwaren van de voorzitter. Ik heb nadrukkelijk gezegd dat ik vind dat die afspraak wel nagekomen moet worden en dat die 44 mln. er wel moet komen. Ik kan mij voorstellen dat Schiphol moet nadenken over de invulling daarvan. Ik wil dat daar nog in 2009 werk van gemaakt wordt. Ik wil een harde toezegging van het kabinet dat dat gebeurt. Als dat niet gebeurt, wil ik horen hoe het kabinet Schiphol daarop gaat aanspreken. Verhoging van de vliegbelasting kan daarbij een stok achter de deur zijn.

Mevrouw Sap (GroenLinks):

Ik constateer dat u een belangrijke concessie doet. Het kabinet heeft de Kamer eerder voorgespiegeld dat de vliegbelasting pas naar nul gaat als Schiphol zich aan die voorwaarden houdt. U constateert nu zelf dat Schiphol zich daar niet aan houdt maar u vindt toch dat het percentage vanaf 1 juli naar nul mag gaan. Waarom gaat u door de knieën?

De heer Cramer (ChristenUnie):

Ik ga helemaal niet door de knieën. Mijn eerste vraag aan de staatssecretaris was waarom Schiphol de afspraken niet nakomt en of het kabinet bereid is om dat alsnog te doen. Ik ga dus helemaal niet door de knieën. Met de oproep en het niet accepteren dat Schiphol niets hoeft te doen, ben ik glashelder geweest over de positie van de ChristenUnie-fractie.

Ik kom te spreken over de WWSO. Het kabinet wil het speur- en ontwikkelingswerk in deze crisistijd stimuleren door de WWSO te verruimen. Mijn fractie vindt dat een prima plan en snapt dat het ministerie van EZ de procedures hiertoe al in gang gezet heeft. Dat is dus geen probleem. Ik zie wel een ongelijkheid ontstaan doordat ondernemers in de inkomstenbelasting die geen of nauwelijks personeel in dienst hebben niet zullen profiteren van die intensivering. Dat hangt samen met het gekozen systeem, namelijk via de WVA. Onderkent de staatssecretaris dat innovatie door kleine ondernemers een belangrijke stimulans voor de economie is en ziet hij andere mogelijkheden om aan deze kleine ondernemers tegemoet te komen?

De fractie van de ChristenUnie staat voluit achter het voornemen om de EIA, energie-investeringsaftrek, te verhogen met 320 mln. Het mes snijdt zo aan twee kanten. Aan de ene kant bespaart het geld en aan de andere kant is het goed voor het milieu. Wel heb ik vragen over de uitwerking. De EIA geldt alleen voor woningbouwcorporaties en grote, particuliere verhuurders, niet voor eigenwoningbezitters. Er waren al afspraken gemaakt met bijvoorbeeld woningbouwcorporaties over het energiezuinig maken van woningen. Zij zouden dit zelf realiseren. Nu gaat de hele zak met geld echter naar de corporaties. Mijn fractie heeft daar haar twijfels over. Ook de eigenwoningbezitters moeten meeprofiteren van de extra middelen die aan de EIA zijn toegevoegd. In de commissie voor WWI zijn al voorstellen gedaan om de eigen woningen energiezuiniger te maken en mijn fractie hoopt ook in de vergoedingsbrief van de staatssecretaris enkele voorstellen daarvoor terug te vinden. Daarbij kan gedacht worden aan de isolatie van woningen, maar ook aan de enorm populaire regeling voor zonnepanelen. Aan dat soort zaken kan een budget gekoppeld worden. Is de staatssecretaris bereid om een deel van die middelen van de EIA beschikbaar te stellen voor het energiezuiniger maken van de eigen woning? Ik hoor hierop graag een reactie. Ook om deze reden heb ik het amendement van collega Omtzigt meeondertekend.

Ik stel nog een vraag over het oorspronkelijke wetsvoorstel en de g-rekening of het depotstelsel. De periode voordat in het oude stelsel het tegoed gedeblokkeerd werd, bedroeg zes tot acht weken. De bedoeling van het nieuwe stelsel is dat het korter wordt. Ik heb gezocht naar de lengte van die nieuwe termijn, maar heb dat niet kunnen vinden. Wat wordt de maximale termijn voor het vrijvallen van tegoeden in het depotstelsel? Hoe korter die termijn is, des te beter voor de ondernemers. Als iemand niet bij zijn geblokkeerde tegoed kan en naar de bank moet voor krediet, dan is hij tegenwoordig nog niet jarig. Welke termijn gaat bij invoering van deze wet gelden voor het vrijvallen van de tegoeden?

Tot slot een aantal opmerkingen over de vergrijpboete. De 300% is op zich eerder aan de orde geweest. Onze fractie kan de gedachtegang volgen die de regering op tafel gelegd heeft. Ik vond de reactie van de staatssecretaris op de kritiek van de Raad van State echter wel erg mager. Die reactie lag in de trant van – dit zijn mijn woorden – de Kamer wil het nu eenmaal of de maatschappij wil het nu eenmaal. De gelijkheid met andere overtredingen op de Belastingwet is echter wel degelijk een discussie waard. Daarom hoor ik graag een nadere toelichting van de staatssecretaris op dit punt.

De heer Tony van Dijck (PVV):

Voorzitter. Wij bespreken vandaag een lappendeken. Enerzijds wordt het depotstelsel geïntroduceerd, anderzijds worden er enkele technische onvolkomenheden in gefietst. Daarnaast wordt de wetgeving uitgebreid met enkele fiscale en ad-hocmaatregelen. Uiteindelijk is het een ratjetoe geworden van onsamenhangende maatregelen en correcties. Dit soort wetgeving verdient geen schoonheidsprijs. Ik ben het dan ook helemaal met de Raad van State eens dat dit soort broddelwerk eigenlijk in de shredder thuishoort. Na drie naamswijzigingen en zes nota's van wijziging zullen wij het vandaag, met het oog op de voortgang en urgentie, toch maar bespreken, zij het met tegenzin.

De heer Tang (PvdA):

Kan de heer Van Dijck mij de passage aanwijzen waarin de Raad van State spreekt van broddelwerk en shredder? Ik ben zeer nieuwsgierig.

De heer Tony van Dijck (PVV):

Ik heb het natuurlijk in mijn eigen woorden samengevat! Het was geen quote van de Raad van State. De Raad van State zegt echter wel degelijk tot twee keer toe dat het huiswerk eigenlijk opnieuw moet worden gedaan en elk element van deze wetgeving eigenlijk een eigen wetgevingsproces verdient. Ik zal het de heer Tang straks laten zien. De Raad van State begint er uitvoerig mee in de inleiding naar aanleiding van zijn laatste twee adviezen. Eigenlijk zegt de Raad van State daar dat het geen pas geeft om het op deze manier te presenteren.

Voorzitter. Ik kom bij de vliegtaks. Ik hoor het de staatssecretaris nog zeggen: de vliegtaks is goed voor de schatkist en wellicht ook goed voor het milieu. Daarmee veegde hij alle kritiek en waarschuwingen van tafel. Niets bleek minder waar, sterker nog, de fiscale maatregelen hebben bijna onze hele luchtvaartsector om zeep geholpen. De PVV-fractie is daarom blij met het voortslepend inzicht van het kabinet om deze abjecte belastingmaatregel terug te draaien. Het is daarom ook geen stimuleringsmaatregel, zoals ze het nu aan ons proberen te verkopen, maar gewoon het ordinair terugdraaien van een fout besluit. Kom daar gewoon voor uit. "Foutje bedankt" is dus meer op zijn plaats. Wanneer ziet de staatssecretaris met de verpakkingsbelasting het licht? Wellicht is dit ook een "foutje bedankt"-maatregel. Wat mij wel bevreemdt, is dat er opeens voorwaarden worden gesteld aan het herstellen van deze fout. Schiphol moet 44 mln. bezuinigen en 10 tot 25% van het personeel laten afvloeien; dat in deze tijd van massawerkloosheid. Moest de voorwaarde niet zijn dat juist werkgelegenheid zou worden behouden voor Schiphol?

In het kader van de economische crisis zet het kabinet in op het stimuleren van het speur- en ontwikkelingswerk. Dit betekent in de praktijk een lastenverlichting en liquiditeitsverruiming voor ondernemers. Van deze maatregel profiteren echter alleen bedrijven met reeds S&O-medewerkers in dienst. Waarom is gekozen voor deze intensivering? Zijn er soms signalen dat de WBSO in zijn huidige vorm niet ruimhartig genoeg was? Zijn bedrijven met speur- en ontwikkelingspersoneel soms extra in de problemen als gevolg van de economische crisis? Als het doel liquiditeitsverruiming is, waarom is dat dan niet gegund aan alle bedrijven in plaats van alleen aan die bedrijven die reeds S&O-personeel in dienst hebben? Kan de staatssecretaris concreet aangeven welk economisch effect hij denkt te bereiken met deze maatregel, die de belastingbetaler nota bene 300 mln. kost? Hoe veel kost de WBSO de schatkist jaarlijks in totaal? Wat is het effect van deze regeling? Wordt een project of een functie beoordeeld als S&O? Hoe worden misbruik van en fraude met deze regeling voorkomen?

Waarom worden zzp'ers en IB-ondernemers uitgesloten? Nu worden alleen grote winstgevende bedrijven gefaciliteerd, terwijl het vaak de eenpitters zijn die zitten te innoveren op hun zolderkamer. De PVV-fractie gelooft niet in het stimuleren van innovatie met een grote zak geld. Subsidies werken eerder averechts. Innovatie ontstaat vanuit een bepaalde noodzaak, een urgentie om te veranderen. Subsidies ondermijnen deze noodzaak eerder dan dat zij deze versterken. Kan de staatssecretaris mij van het tegendeel overtuigen, het liefst met harde cijfers?

Met deze maatregel en ook de volgende maatregel speelt het kabinet juist de grote bedrijven in de kaart. De Energie-investeringsaftrek is bedoeld voor corporaties en grote zakelijke verhuurders. De regeling is enerzijds bedoeld om het woningbestand energiezuiniger te maken en anderzijds om extra werkgelegenheid te creëren. Hiervoor wordt maar liefst 320 mln. belastinggeld uitgetrokken. De PVV-fractie vraagt zich af waarom de regeling alleen geldt voor bedrijfsmatige verhuurders. Waarom worden de woningcorporaties met al die miljarden niet gewoon aangesproken op hun verantwoordelijkheid om woningen in voldoende mate te isoleren? Is het nu echt nodig om juist deze groep te subsidiëren? De PVV-fractie had liever gezien dat eigenwoningbezitters zouden worden betrokken bij deze maatregel. Ook is onduidelijk wat het effect is van deze maatregel. Hoeveel banen worden hiermee veiliggesteld? Hoeveel bedrijven worden hiermee gered? Waarom is niet gekozen voor een tijdelijke verlaging van de btw op onderhoud en isolatie naar 6%? Is die maatregel niet veel effectiever ten aanzien van werkgelegenheid?

De PVV-fractie vindt het een gemiste kans dat dit kabinet heeft gekozen voor deze symbolische maatregelen die eigenlijk geen zoden aan de dijk zetten. De grootste problemen die wij thans ondervinden zijn de stagnerende kredietverlening, de grote vraaguitval bij bedrijven en de het op slot zitten van de woningverkoop. Het kabinet laat deze problemen geheel links liggen en focust op innovatie en duurzaamheid. Daar zit het probleem echter niet. Ook probeert het kabinet investeringen aan te wakkeren, maar het vergeet dat investeren het laatste is waar bedrijven nu aan denken. Bedrijven proberen hun hoofd boven water te houden en smeken om een beetje omzet en om een beetje krediet, hoe aantrekkelijk je investeren ook maakt. Ik heb het zo vaak gezegd: dit kabinet wedt op het verkeerde paard. Wat wij nu nodig hebben is koopkracht. Door te snijden in de linkse hobby's van dit kabinet kunnen wij de belastingen rigoureus verlagen. Dit geeft koopkracht, vertrouwen, economische groei en werkgelegenheid. Ook moet het kabinet ervoor zorgen dat de kredietverlening en de woningmarkt weer worden vlotgetrokken.

De heer Tang (PvdA):

Je moet er toch niet aan denken dat de PVV in de regering zit.

De heer Tony van Dijck (PVV):

Wen er maar aan.

De heer Tang (PvdA):

Het beste plan waar de PVV tot op dit moment mee is gekomen, is iedereen € 400 per jaar geven. Daarmee zouden wij uit de problemen komen. Dat is echt het enige plan van de PVV dat ik mij kan herinneren. Om eerlijk te zijn, vind ik dat u nu doorslaat, mijnheer Van Dijck. U gaat nog verder door te zeggen: nou ja, subsidies op innovatie ... Ik noem twee feiten. Het eerste is dat de ervaring leert dat juist in een recessie bedrijven gaan beknibbelen op innovatie omdat zij vaak liquide middelen nodig hebben. Juist de innovatie staat onder druk, terwijl die ons juist sterker uit de crisis kan laten komen. Het tweede feit is dat de WBSO bij uitstek door het CPB als een effectieve en efficiënte maatregel wordt beschouwd. U wilt besparen op iets waardoor Nederland uit de crisis kan komen. U wilt besparen op een maatregel waarvan op tafel ligt – als u de feiten had gekend, had u dat geweten – dat deze effectief en efficiënt is. Eigenlijk helpt de PVV ons dus alleen maar achteruit. U hebt geen flauw benul wat u hier voor de rest moet doen en dat stoort mij.

De heer Tony van Dijck (PVV):

Ik heb geloof ik geen vraag gehoord, maar ik zal er wel even op reageren. Wij geloven niet in innovatie door subsidies. Als de crisis ergens goed voor is, ben ik blij met deze crisis als het gaat om innovatie, want juist nu het slecht gaat met bedrijven, gaan zij nadenken. Er moet iets veranderen, wij moeten innoveren. Juist de uit nood geboren innovatie is de echte innovatie. Wat u doet met uw innovatiesubsidie, is dat bedrijven een idee hebben dat zij helemaal uitwerken in een marktverkenning. Helemaal achter in de lijn zit er iemand die denkt: hé, kunnen wij daar geen subsidie voor krijgen? Dan gaan bedrijven subsidie aanvragen. Zo gooit u zakken met belastinggeld weg. Wij geven geen geld weg aan subsidies. Wij geven geen geld weg aan ontwikkelingshulp. Wij geven geen geld weg aan Europa. Wij geven dat geld terug aan de burgers. De burgers krijgen daardoor meer geld in hun portemonnee en gaan meer besteden. Bedrijven komen uit de problemen en zien hun omzet weer groeien, en de werkgelegenheid trekt weer aan. Wat u doet, is inzetten op duurzaamheid en innovatie, en liefst ook nog de AOW-leeftijd verhogen. Dat zijn allemaal zaken die totaal niets met deze crisis te maken hebben en die op dit moment totaal niets oplossen. U bent geld aan het verkwanselen dat wij nu hard nodig hebben.

De heer Tang (PvdA):

Ik vind niet dat u binnen een bestek van vijf minuten enige consistentie betracht. Eerst vraagt u de staatssecretaris om feiten over de WBSO en vervolgens geeft u al een oordeel over diezelfde WBSO. Het is van tweeën een: of u vraagt naar feiten, of u weet het al. U weet het niet, u gelooft het. Dat is wat u letterlijk zegt. U gelooft het, maar u kijkt niet naar de feiten. Elke econoom zal u uitleggen dat lastenverlichting een instrument is om de economie op gang te helpen, maar juist niet op het moment dat er grote onzekerheid is, omdat de burgers dan het geld niet zullen besteden maar het op de bank zullen zetten. Dat is precies wat wij op dit moment zien. Kijkt u naar de feiten. De particuliere bestedingen gaan achteruit. Dat heeft niets te maken met het feit dat de koopkracht niet op orde is. Die is dit jaar uitstekend op orde, want wij hebben dit jaar al lastenverlichting en de energieprijzen zijn laag. Maar de consumptieve bestedingen gaan achteruit, en waarom? Omdat de burgers onzeker zijn over de economische crisis. Dus elk voorstel dat u doet, brengt dit land achteruit. U verergert de crisis en u zorgt ervoor dat Nederland daar slechter uit komt. Dat is op dit moment de leeghoofdigheid van de PVV.

De heer Tony van Dijck (PVV):

Dat is grote onzin, want wat dit kabinet doet, is met symboolmaatregelen komen. Ik heb al gezegd dat de problemen zitten in de kredietverlening. Wat doet dit kabinet aan kredietverlening? Alle bedrijven roepen om krediet, de banken zeggen: ik doe niet mee, en het kabinet staat erbij en kijkt ernaar. Er is grote vraaguitval voor bedrijven. Alle bedrijven willen omzet, willen verkopen. Het kabinet doet niets. De woningmarkt zit hartstikke op slot, er wordt geen huis meer verkocht. U weet zelf dat elk huis dat verkocht wordt werk oplevert voor de meubelboulevard, de schilder en voor de tuincentra. Er wordt geen huis meer verkocht. Wij zien de meubelboulevards hun deuren sluiten, net als de keukencentra, straks nog de tuincentra. Dit kabinet zorgt ervoor dat heel Nederland straks met gesloten deuren zit en met hout voor de ramen. Daarvoor bent u medeverantwoordelijk. U kunt wel zeggen dat innovatie en het milieu zo belangrijk zijn, maar op dit moment zijn zij niet belangrijk. Wij moeten de tering naar de nering zetten; niet alleen de burgers, maar ook het kabinet, dat ook eens moet kijken naar zijn huishoudboekje en naar de bakken met geld die verspild worden aan subsidies en aan de publieke omroep. Ik hoef het lijstje niet te noemen. Wij hebben op een achternamiddag 20 mld. vrijgespeeld, dat wij kunnen teruggeven aan de burgers. U staat erbij en kijkt ernaar hoe Nederland naar de verdoemenis gaat, maar één subsidieslurper zal er niet onder lijden. De tonnen aan salarissen van presentatoren van de publieke omroep zult u niet aanpakken, wij wel.

De voorzitter:

Zullen wij gewoon naar het onderwerp van de dag gaan?

De heer Tony van Dijck (PVV):

Ik heb nog één zin. Dit kabinet negeert dus de echte problemen. Ik ben bang dat de economische crisis wel eens heel lang zou kunnen duren.

Mevrouw Sap (GroenLinks):

Voorzitter. Ook ik begin mijn termijn met een algemene opmerking over de kwaliteit van deze wetgeving, die wij toch enigszins moeten kenschetsen als een rommelig geheel. GroenLinks deelt ook de kritiek van de Raad van State op de manier waarop dit tot stand is gekomen. Wij vinden het ook een slechte zaak dat de Raad van State bij de laatste nota van wijziging alleen advies heeft kunnen geven door interventie van de Tweede Kamer. Het kabinet heeft daar niet om gevraagd.

Wij hebben alle begrip voor de tijdsdruk en wij hebben het kabinet ook steeds opgeroepen om voortvarend deze crisis aan te pakken. Maar tijdsdruk betekent niet dat het dan niet zorgvuldig hoeft. Ik roep het kabinet dan ook op om in de toekomst ook zorgvuldigheid te betrachten als er onder druk moet worden gewerkt.

Het rommelige geheel dat voorligt, kent een aantal goede punten. Deze punten steunt de fractie van GroenLinks van harte. Ik noem de extra stimulans voor innovatie, de aftrek voor groene investeringen en de forsere boetes voor zwartsparen. Ook een aantal voorstellen dat vandaag nog voorligt, zoals de plannen voor de btw-verlaging om isolatie van woningen echt te stimuleren, steunt mijn fractie van harte. Wij stellen overigens vandaag in een debat met de minister voor WWI voor om "groene woonbonnen" te introduceren. Dat is een alternatief dat gerichter werkt dan de btw-verlaging, omdat wij de maatregelen daarmee kunnen toespitsen op oudere huizen en op mensen met een matig inkomen. De problematiek speelt vooral bij wat oudere huizen. Mensen met een matig inkomen hebben zelf vaak de middelen niet om deze voorzieningen te treffen. Ik vraag daarom de staatssecretaris om dit plan te betrekken bij zijn reactie.

De heer Omtzigt (CDA):

Ik dank de fractie van GroenLinks voor haar steun aan de btw-maatregel. Er is op Texel geëxperimenteerd met woonbonnen. Bij die proef bleek dat de bonnen gewoon niet werden gebruikt. Wat is er in het voorstel van GroenLinks anders vergeleken met de proef op Texel van ongeveer twee jaar geleden?

Mevrouw Sap (GroenLinks):

Ik moet zeggen dat ik de details van de proef op Texel niet ken. Wij menen echter dat dit wél zal werken als wij gebruikmaken van bonnen van een redelijk substantiële omvang, bijvoorbeeld van € 500, die alleen vóór een bepaalde termijn kunnen worden geïncasseerd. Mensen moeten de bon dus gebruiken vóór eind 2010. Daarna vervalt de waarde. Er valt dus met zo'n bon echt een aardig voordeel te halen. Bovendien geldt er een eindtermijn. De combinatie van deze twee aspecten zal er volgens mijn fractie toe leiden dat deze bonnen wel degelijk zullen worden gebruikt.

De heer Omtzigt (CDA):

Ik hoop dat u uw plan nog even doorleest en daarbij betrekt dat de proef op Texel aan beide voorwaarden voldeed. Uit de evaluatie van de regeling blijkt dat bijna niemand van de bonnen gebruik heeft gemaakt. Ik hoop dat de fractie van GroenLinks komt met een plan waarin lering wordt getrokken uit experimenten die de Kamer doet.

Mevrouw Sap (GroenLinks):

De heer Omtzigt kan ervan verzekerd zijn dat wij lering trekken uit conclusies van experimenten. De tegenvraag waarom btw-verlaging wél zal werken, kan echter worden gesteld. Wij willen allebei mensen stimuleren om hierin te investeren door de voorzieningen meer betaalbaar te maken en mensen een reëel voordeel te geven. Daarvoor is meer nodig dan alleen de woonbonnen; daarvoor is een totaalpakket nodig. Mensen moeten gemakkelijker bij de bank kunnen lenen voor deze investeringen. Aan onderdelen daarvan wordt gewerkt. Met dit totaalpakket zullen wij volgens mijn fractie zeker kunnen bewerkstelligen dat mensen meer kunnen investeren in het energiezuiniger maken van hun huizen.

De heer Omtzigt (CDA):

Per huishouden stelt mevrouw Sap € 500 beschikbaar. Laten wij zeggen dat er 3 miljoen huizen voor dit bedrag in aanmerking komen. Het gaat dus om een zeer substantieel bedrag. Dat gaat mevrouw Sap op een bepaalde manier dekken. Heeft zij een amendement ingediend om de dekking hiervoor te regelen bij dit wetsvoorstel of een ander voorstel, of doet zij alleen een voorstel?

Mevrouw Sap (GroenLinks):

Mijn fractie heeft tijdens het debat dit voorstel gedaan. Wij hebben er daarbij op gewezen dat dit volgens ons zo'n 350 mln. zal kosten. Wij stellen voor om dit te dekken met het geld dat wij van Europa terugkrijgen.

De goede punten in dit wetsvoorstel worden volgens mijn fractie zwaar overschaduwd door een erg groot pijnpunt dat ook in dit wetsvoorstel voorkomt. Ik doel op de afschaffing van de vliegbelasting. In november 2008, bij de behandeling van het belastingplan, is door de rechtse oppositie al een poging gedaan om de vliegbelasting af te schaffen, onder verwijzing naar de economische crisis. Toen hield staatssecretaris De Jager nog ferm stand. De vliegbelasting zorgt ervoor dat de vervuiler gaat betalen, past in de gewenste vergroening van de belastingen, zorgt ervoor dat wij de belasting op milieuvervuiling verhogen en in ruil daarvoor de belasting op arbeid kunnen verlagen, en haalt het onterechte concurrentievoordeel weg van Schiphol ten opzichte van andere vervoerssectoren. Deze andere sectoren moeten immers allemaal wél belasting betalen, onder andere over de brandstof. Kortom, de vliegbelasting is goed voor het milieu, is goed voor de schatkist en leidt bovendien nauwelijks tot verlies van banen.

In februari 2009 hebben wij staatssecretaris De Jager en minister Eurlings van Verkeer en Waterstaat naar de Kamer geroepen om aan hen vragen te stellen over geruchten over afschaffing van de vliegbelasting. Minister Eurlings had het toen vooral over mainport Schiphol en de zorgelijke concurrentiepositie ervan. Dat verontrustte ons. Maar staatssecretaris De Jager stond nog steeds achter zijn vliegbelasting. Hij vertelde dat afschaffing niet aan de orde was, maar zei wel dat het kabinet de kosten goed op een rij ging zetten. Pas als daaruit mocht blijken dat Schiphol door de vliegbelasting echt niet concurrerend kon zijn, zou de vliegbelasting worden aangepast, zo zei de staatssecretaris.

GroenLinks was daar niet helemaal gerust op, maar wij dachten nog steeds een bondgenoot in het kabinet te hebben. Toen kwam eind maart de ontknoping in het crisispakket van het kabinet. Er werd geen woord aan besteed, maar uit een tabelletje bleek dat de vliegbelasting toch werd afgeschaft. Wat is er in die paar weken toch gebeurd, zo vraag ik aan deze staatssecretaris. Waar is die overtuigende kosten- en concurrentieanalyse die eerst gemaakt zou worden voordat er iets besloten zou worden? Waarom weigert de staatssecretaris een onderbouwing te geven voor de afschaffing en verschuilt hij zich erachter dat deze belasting formeel pas in het Belastingplan 2010 wordt afgeschaft? Is het misschien zo dat de staatssecretaris gewoon geen argumenten heeft en dat hij gezwicht is, gezwicht voor de druk van zijn collega Eurlings en gezwicht voor de druk van de Schiphollobby? Ik daag de staatssecretaris uit om vandaag, in dit debat, alsnog met argumenten te komen. Als die uitblijven moeten wij inderdaad vrezen dat de lobby zijn werk heeft gedaan.

In dit wetsvoorstel wordt, vooruitlopend op de afschaffing van de vliegbelasting, de belasting al op nul gezet als tijdelijke stimuleringsmaatregel voor de economie. Ook als tijdelijke stimuleringsmaatregel vindt GroenLinks dit geen goede maatregel, want het leidt niet tot groene maar tot grauwe werkgelegenheid. Het kabinet heeft de mond vol van het gelijktijdig aanpakken van de economische crisis en de klimaatcrisis maar maakt voor Schiphol een onbegrijpelijke uitzondering. Onbegrijpelijk, want de luchtvaart is juist een van de meest vervuilende sectoren en Schiphol heeft het probleem voor een heel groot deel aan zichzelf te wijten, omdat de kosten onder andere door de inefficiënte bedrijfsvoering torenhoog zijn. Daar heeft de vliegbelasting maar voor een heel klein deel mee te maken.

Het kabinet heeft voorwaarden gesteld aan de kosten voor herstructurering van Schiphol voordat zou worden overgegaan tot het op nul zetten van de vliegbelasting. Welke voorwaarden dat precies zijn, maakt het kabinet tot nu niet duidelijk. Hierover heb ik drie vragen. Ten eerste: geldt nog steeds dat de vliegbelasting pas naar nul gaat als aan die voorwaarden is voldaan? Ten tweede: weet het kabinet intussen welke voorwaarden het wil stellen en zijn daarover al afspraken gemaakt met Schiphol? Ten derde: waarom zijn er geen voorwaarden gesteld aan duurzaamheid? Om dat laatste ging het bij de vliegbelasting tenslotte vooral.

Mevrouw Koşer Kaya (D66):

Voorzitter. Het crisispakket van het kabinet heeft lang op zich laten wachten: weken van onderhandelen achter de deuren van het Catshuis. De crisis vraagt om daadkrachtig en snel optreden. Nadat wij lang hebben gewacht op een crisispakket, is er haast geboden bij de wetgeving. Daar heb ik op zich begrip voor, maar ik vind dat wij ervoor moeten waken dat snelheid ten koste gaat van herkenbaarheid en zorgvuldigheid. Hoeveel tijd zou een normaal wetgevingstraject extra hebben gekost? Ik kom straks op het proces. Eerst wil ik ingaan op de verschillende voorstellen.

Wij hebben de voorstellen beoordeeld op de drie t's: tijdelijk, tijdig en trefzeker. Daaraan hebben wij er een toegevoegd: toekomstbestendig. Want het is belangrijk om maatregelen te nemen waardoor wij sterker uit de crisis komen.

Ik ga over tot een inhoudelijke bespreking van de voorstellen. Het eerste is: intensiever speur- en ontwikkelingswerk. Wij zijn blij dat de faciliteiten voor het speur- en ontwikkelingswerk worden uitgebreid. Hierop hebben wij al eerder aangedrongen. Zeker in tijden van crisis is het van groot belang dat er wordt geïnvesteerd in innovatie. Daardoor blijven wij ontwikkelen en innoveren. Dat is zeer van belang voor onze economie en voor het bedrijfsleven. Uiteindelijk komt dat terecht bij alle mensen in het land, zeg ik in de richting van de heer Van Dijck. Dit levert immers ook geld op.

Het volgende punt waarover ik kom te spreken is de investeringsaftrek voor energiebesparing bij huurwoningen. Wij steunen de maatregelen die het fiscaal aantrekkelijker te maken om te investeren in huurwoningen. Kan de staatssecretaris al meer inzicht geven in de winst voor energie en klimaat die hiermee wordt behaald? Kan de staatssecretaris ook ingaan op de winst voor energie en klimaat die zal worden behaald als alle huizenbezitters zouden kunnen profiteren van deze fiscale maatregelen? Wat zou dit kosten?

De heer Omtzigt heeft een motie ingediend over het isoleren van woningen. Mevrouw Sap heeft er een amendement over ingediend. Ik zal ze beide eerst goed bestuderen. Ook zal ik de antwoorden van de minister afwachten voordat ik mijn keuze tegenover mijn fractie verdedig.

De vliegtaks wordt op nul gezet. Door de vliegtaks terug te draaien verlaat het kabinet ook het principe van "de vervuiler betaalt". Dit principe is voor mijn partij zeer van belang. Mijn collega Van der Ham heeft daarom een motie ingediend. In het dictum van deze motie wordt gevraagd om alle kosten te onderzoeken en een vergelijking te maken tussen de grote luchthavens. Indien de uitkomst van het onderzoek daartoe aanleiding geeft, zou de regering met Schiphol in overleg moeten treden over de wijze waarop de kosten van Schiphol kunnen worden aangepast en over de wijze waarop invulling kan worden gegeven aan het principe van "de vervuiler betaalt". Op die manier kan per saldo een level playing field worden bereikt. Deze motie is niet uitgewerkt. Hoe gaat dit kabinet deze motie uitwerken? Het is van belang dat het principe van "de vervuiler betaalt" terugkomt in de oplossingen.

Ik ben ook benieuwd naar het standpunt van de staatssecretaris ten aanzien van een aantal andere punten. Er is nogal wat onduidelijkheid over de voorwaarden die worden gesteld aan de tariefverlaging. Met Schiphol zullen in de toekomst afspraken worden gemaakt over de kostenreductie. Wat zijn de consequenties als dit niet gebeurt? Dit lijkt mij een relevante vraag, die eerst beantwoord dient te woorden. Ik vraag de staatssecretaris om een reactie.

Ik ga verder met een aantal eigen voorstellen. Ik heb een amendement in voorbereiding over scholingsaftrek. In het crisisakkoord wordt de nadruk gelegd op het belang van scholing en de inzetbaarheid van werknemers. Zeker in tijden van crises is het van belang dat werknemers maximaal inzetbaar blijven. Dit is het uitgangspunt van het amendement dat ik in voorbereiding heb. Bureau Wetgeving heeft het op dit moment echter erg druk. Het amendement laat dus nog heel even op zich wachten. Ik hoop het vandaag nog naar de Kamer te kunnen sturen.

Om te stimuleren dat ook werkgevers investeren in scholing, stellen wij voor om een scholingsaftrek in te voeren. Met deze fiscale aftrek kunnen bedrijven hun scholingskosten aftrekken van hun winst. D66 acht het van groot belang dat werkgevers en werknemers een leven lang blijven investeren in scholing. Op deze manier blijven werknemers zich ontwikkelen, kunnen zij zich flexibel bewegen op de arbeidsmarkt en blijven zij inzetbaar. Zeker in tijden van crisis is het van groot belang dat werknemers zich blijven scholen. Werknemers moeten werken aan hun inzetbaarheid, bedrijven aan hun concurrentiepositie.

De heer Cramer (ChristenUnie):

Ik begrijp wat mevrouw Koşer Kaya aan het begin van haar betoog zei over wat ik het klikowetje heb genoemd. Mevrouw Koşer Kaya stelt nu zelfs nadere maatregelen voor. Nu komt zij echter met een nieuw voorstel, dat volgens mij geen onderdeel vormt van de voorstellen van de regering of van het oorspronkelijke wetsvoorstel. Dat verbaast mij een beetje. Ik vraag mij ook af wat zij met de inhoud van haar voorstel beoogt. Ondernemers mogen kosten voor scholing toch allang aftrekken, onder de noemer bedrijfskosten? Wat wil mevrouw Koşer Kaya precies bereiken?

Mevrouw Koşer Kaya (D66):

Wij willen een aftrekbaarheid van 100%. De maatregel is tijdelijk. Wij willen dus niet dat deze jaren lang doorgaat. Het is van belang dat werknemers zich blijven ontwikkelen en kansen hebben op de arbeidsmarkt, mocht er onverhoopt iets fout gaan.

De heer Cramer (ChristenUnie):

Ik mis nog het antwoord op mijn eerste vraag.

Mevrouw Koşer Kaya (D66):

Het is van belang dat wijzelf ook tijdig met toekomstbestendige voorstellen komen waaraan een limiet wordt verbonden. Dat zit naar mijn mening in dit voorstel.

De heer Cramer (ChristenUnie):

Het is misschien niet echt van groot belang voor de totale behandeling van dit wetsvoorstel, maar als u in het ene betoog terecht kritiek hebt op het feit dat alles er maar wordt ingezet – u doet een splitsingsvoorstel – en in het andere betoog er toch wat "infietst", wordt het wel ingewikkeld.

Mevrouw Koşer Kaya (D66):

Scholing van werknemers is nu juist van belang in het kader van de crisismaatregelen. Fraude heeft daar totaal niets mee te maken, het heeft te maken met een veel breder verhaal. Daarbij moet breed naar alle vormen van fraude worden gekeken, en niet naar een onderdeel. De Raad van State heeft daar terecht kritiek op geuit.

De heer Cramer (ChristenUnie):

Ik denk dat wij nu bij de kern van het probleem zijn. Uw fractievoorzitter heeft aangegeven dat in het crisispakket te weinig aandacht aan scholing werd gegeven. Wij bespreken vandaag naar mijn stellige overtuiging niet het hoe en waarom, of de omvang van het crisispakket, maar de implementatie van de maatregelen. U komt dan toch met een nieuw onderdeel, de scholingsaftrek, waarover ik mijn verbazing heb uitgesproken. Dit staat los van de discussies die wij hebben gehad. U kunt het met de uitkomst daarvan niet eens zijn, maar wij hebben het nu gewoon over de implementatie.

Mevrouw Koşer Kaya (D66):

Ik dacht dat u en collega Omtzigt vonden dat wij met eigen voorstellen moesten komen. Nu komen wij met een voorstel dat heel belangrijk is tijdens een crisis. Wij zien dat heel veel werknemers, omdat ze niet voldoende om- en bijgeschoold zijn, in grote problemen komen. Mijn voorstel kan ertoe leiden dat werknemers in dienst blijven en kunnen worden geschoold. Ik neem aan dat mijn actieve houding in dit debat wordt gewaardeerd, in ieder geval door de staatssecretaris.

Een volgend voorstel gaat over de loonheffing op bijbaantjes. Het kabinet heeft daar een begin mee gemaakt, maar ik wil iets verder gaan. Ik stel voor om de loonheffing voor bijbaantjes af te schaffen. Geen loonheffing meer voor jongeren tot 23 jaar met een kleine bijbaan tot twee dagen, met een tijdelijk contract. Hierdoor wordt de administratieve rompslomp voor bedrijven drastisch beperkt wanneer zij jongeren willen aannemen of een stage willen aanbieden. Veel jongeren worden de dupe van de financiële crisis. Het kabinet heeft aangekondigd, hard te gaan werken aan het terugdringen van de jeugdwerkloosheid. Met dit voorstel wordt het voor werkgevers aantrekkelijk om jongeren in dienst te nemen. De administratieve lasten worden zeer sterk verlaagd. Ook voor kleinere mkb-bedrijven wordt het zo mogelijk om jongeren in dienst te nemen. De staatssecretaris is voornemens om dit voorstel vanaf 2011 door te voeren, maar het kan een belangrijke impuls zijn voor de jongeren in tijden van crisis. Ik vraag de staatssecretaris dit traject te versnellen. Kan deze maatregel zo snel mogelijk en in ieder geval vóór januari 2010 worden ingevoerd?

De heer Omtzigt (CDA):

Ik heb een korte, feitelijke vraag. U praat over een vrijstelling van loonheffing voor bijbaantjes en u zegt dat het dan makkelijker wordt om jongeren in dienst te nemen. Dan bedoelt u waarschijnlijk fulltime baantjes. Geeft u een vrijstelling voor bijbaantjes, of voor fulltime banen?

Mevrouw Koşer Kaya (D66):

Als u had geluisterd, had u gehoord dat het om kleine bijbaantjes tot twee dagen gaat.

De heer Omtzigt (CDA):

Het wordt dus niet makkelijker om jongeren die werkloos zijn in dienst te nemen, het wordt alleen makkelijker voor hen om een bijbaantje te hebben. Het lost de jeugdwerkloosheid dus niet op.

Dan mijn tweede vraag. Het is mogelijk dat er op de werkplaats waar de jongere met een bijbaantje werkt iets gebeurt. Ook een jongere van 21 met een bijbaantje kan van de steiger vallen en arbeidsongeschikt raken. Zijn deze jongeren in het voorstel van mevrouw Koşer Kaya dan gedekt voor arbeidsongeschiktheid en voor andere sociale verzekeringen of niet, zodat zij hun leven lang in de bijstand zitten?

Mevrouw Koşer Kaya (D66):

De heer Omtzigt verwart twee punten met elkaar. Ik heb het over loonheffing en over bijvoorbeeld sociale premies, in die zin dat ik niet verwacht dat jongeren als zij werkloos worden massaal van de WW gebruik gaan maken. Dat zij verzekerd blijven en dat de werkgever aansprakelijk is voor zijn werknemers blijft natuurlijk staan. Dat heeft hier volgens mij niets mee te maken.

De heer Omtzigt (CDA):

De WIA – de oude WAO – is een publieke voorziening. Dus als iemand arbeidsongeschikt wordt, is dat een werknemersverzekering en als wordt voorgesteld om geen premie te betalen, zal er ook geen dekking uit volgen. Nu begrijp ik dat mevrouw Koşer Kaya de dekking wel handhaaft. Handhaaft zij de dekking voor arbeidsongeschiktheid nu wel of niet?

Mevrouw Koşer Kaya (D66):

Ik denk dat daar best een verzekering voor kan worden afgesloten. Mijn punt is dat er heel veel premies worden betaald en dat jongeren vervolgens of om een teruggaaf moeten vragen of daar nooit gebruik van maken. Tegelijkertijd is het van belang dat jongeren die buiten de boot vallen of heel moeilijk aan een baan kunnen komen vrij goedkoop door hun werkgever ingeschakeld kunnen worden. Als je dan begint met twee dagen en het ziet er goed uit, zo'n jongere werkt gewoon hard en de werkgever vindt dat hij geweldig werk verricht, dan zou het mij niet verbazen als dit vervolgens leidt tot een fulltime job en dan gelden de regels natuurlijk wel weer. Bovendien is dit een tijdelijke maatregel omdat wij zien dat jongeren als eerste eruit gaan en er heel moeilijk in komen. Ik hoop dat de heer Omtzigt die jongeren ook van belang vindt en dat hij mijn motie daarover, mocht de staatssecretaris niet positief antwoorden, wil steunen.

Ik heb een voorstel voor de wijziging van de Invorderingswet. Belastingplichtigen kunnen een schuld hebben bij de Belastingdienst terwijl zij ook nog recht hebben op een teruggave. Het zou logisch zijn om het verschuldigde bedrag te verrekenen met het bedrag dat de belastingplichtige nog te goed heeft. In de praktijk blijkt dat moeilijker te zijn dan verwacht. Om dit goed te regelen stel ik een wijziging van de Invorderingswet voor die dit gemakkelijker maakt. Ik heb hiervoor een amendement in voorbereiding. Het amendement zorgt ervoor dat de liquiditeitspositie van bedrijven in crisis niet onnodig verder wordt verslechterd.

Dan het wetgevingsproces. Waar het gaat om de crisismaatregelen vind ik het wetgevingstraject niet chic. Verschillende woordvoerders voor mij hebben daar ook opmerkingen over gemaakt. Ik heb er echter begrip voor, omdat wij in een uitzonderlijke situatie zitten en dus ook uitzonderlijke maatregelen moeten nemen. Dit begrip heb ik echter niet voor de vijfde nota van wijziging waarin de vergrijpboete voor het niet aangeven van inkomen volgens box 3 wordt verhoogd naar 300%. Laat ik heel duidelijk zeggen dat de fractie van D66 welke vorm van fraude dan ook onacceptabel vindt en dat daar zeker maatregelen tegen genomen moeten worden. Dat moeten echter wel brede maatregelen zijn. Het verhogen van de boete heeft geen relatie tot het fiscaal stimuleringspakket. Ook is er geen dusdanig spoedeisend belang dat dit niet via een normaal wetgevingsproces zou kunnen. Ik heb daarom een amendement in voorbereiding om het hele voorstel uit het fiscaal stimuleringspakket te halen, zodat wij hier op een ander moment zorgvuldiger naar kunnen kijken. Wij vinden het bestraffen van belastingontduiking een belangrijk onderwerp. Nogmaals, elke vorm van ontduiking is onacceptabel, maar het heeft niets te maken met maatregelen in het kader van de kredietcrisis. Ook delen wij de mening van de Raad van State dat het verhogen van de boete in box 3 in samenhang moet worden bezien met andere fiscale boetes. De staatssecretaris geeft in het nader verslag aan, bereid te zijn tot een meer fundamentele bezinning. Deze wil ik graag afwachten voordat besloten wordt tot de verhoging van de vergrijpboete. Waarom moet de belastingontduiking in box 3 drie keer zo zwaar worden belast als ontduiking van de loonbelasting of van de omzetbelasting? Is zwartsparen volgens de staatssecretaris een ernstiger misdrijf dan zwartwerken? Ik neem aan dat de heer Omtzigt het met mij eens is dat het ene echt niet slechter of beter is dan het andere en dat fraude gelijk moet worden aangepakt.

De samenvoeging van de verschillende onderwerpen doet geen recht aan het afzonderlijk belang daarvan. De staatssecretaris heeft in de Eerste Kamer bij de behandeling van het wetsvoorstel versterking fiscale rechtshandhaving opgemerkt dat wij kritisch moeten bezien wat wij wel en niet moeten samenvoegen. Niet alles kan ongebreideld bij elkaar worden geveegd. Er moet een afweging worden gemaakt tussen de doelmatigheid en de mogelijkheid om ieder voorstel op zijn merites te beoordelen, aldus de staatssecretaris. Graag wil ik van de staatssecretaris weten hoe hij in dit geval op deze uitspraken terugkijkt. Wat is de reden van het invoegen van deze maatregel? Is het profileringsdrang? Gaat het om de extra belastinginkomsten, of is er een andere reden?

Ik heb op dit punt een krantenbericht voor mij liggen waarin een berekening wordt gegeven van het gevolg van deze boete, die disproportioneel kan zijn. Ik draag dit voorbeeld voor. Een verzwegen inkomen van € 4000 tegen een tarief van 30% is € 1200 aan normale belasting. Daarop komt straks maximaal 300% boete, dus € 3600. Samen zou dat € 4800 zijn, meer dan de inkomsten zelf. Ik weet niet of dit juist is.

Staatssecretaris De Jager:

Voor de Handelingen is het handig om degene die dit in zijn functie heeft gezegd te melden.

Mevrouw Koşer Kaya (D66):

Het gaat gewoon om een journalist.

De voorzitter:

Wij laten het artikel rondgaan en het wordt toegevoegd aan de Handelingen.

Mevrouw Koşer Kaya (D66):

Ik wil hier graag een antwoord op.

Ten slotte heb ik nog een opmerking over de motie-Pechtold/Rutte. Daarin wordt gevraagd naar de uitwerking van het aanvullende beleidsakkoord op "Samen werken samen leven" en om dat ter advisering voor te leggen aan het onafhankelijke adviescollege Actal. Volgens mij is deze motie tot op heden niet uitgevoerd. Ook ik ben van mening dat dit wel dient te gebeuren en ik wil weten wat hiermee is gebeurd.

De heer Tang (PvdA):

Mevrouw Koşer Kaya heeft twee argumenten genoemd waarom zij met een amendement wil komen om de boete voor zwartspaarders eruit te halen. De eerste is procedureel, maar de tweede lijkt inhoudelijk. Zij roept een aantal vragen op dat mij lijkt te suggereren dat zij er niet zo voor is om zwartspaarders op deze manier aan te pakken. Wij praten hier echt niet over € 4000, maar over mensen met miljoenen op hun rekeningen in Zwitserland, Luxemburg of waar dan ook, die een fiscaal adviseur in dienst hebben, dezelfde die zij hier feitelijk citeert. Is zij ook om inhoudelijke redenen tegen het voorstel? Komt zij niet alleen op voor de topinkomens, maar ook voor de topvermogens?

Mevrouw Koşer Kaya (D66):

Ik heb in mijn bijdrage herhaalde malen gezegd dat fraude, zwartsparen, illegaal werken en wat voor fraude dan ook wat mijn fractie betreft onacceptabel is, hoe hoog het inkomen of hoe hoog het spaartegoed dan ook is. Daar is geen discussie over en ik geloof niet dat daarover in de Kamer onenigheid is. Sterker nog, de Kamer heeft steeds aangegeven dat dit keihard moet worden aangepakt. Mijn punt is meer of het hierin hoort en waarom wij niet breder kijken. Daarom heb ik het ook als allereerste punt genoemd. Wij halen er namelijk een stukje uit en de rest laten wij zitten. Als wij het dan toch inhoudelijk met elkaar bespreken, dan wil ik daar ook op- en aanmerkingen over maken.

De heer Tang (PvdA):

Dat wij fraude moeten aanpakken, is een open deur, daar zijn wij het zo over eens. Mijn vraag is of D66 ook genegen is om het voorstel van de staatssecretaris te volgen of niet. U stelt namelijk ook inhoudelijke vragen. Is D66 nu genegen om het voorstel van de staatssecretaris te steunen, of niet? Wat is uw inhoudelijke afweging?

Mevrouw Koşer Kaya (D66):

Bij de stemmingen zullen wij onderdeelsgewijs gaan stemmen. Natuurlijk wil ik dat mijn vragen eerst worden beantwoord, want pas dan is een afgewogen beslissing mogelijk. Vooralsnog zie ik niet in waarom we zouden moeten instemmen met zo'n totaal nog niet uitgewerkt voorstel. Overigens vind ik uw amendement veel sympathieker; daarin zit een kern waarmee je iets kunt doen, iets wat je direct kunt aanpakken. Dit staat los van het feit dat het hier niet thuishoort.

De heer Tang (PvdA):

Voorzitter. Vandaag bespreken we de uitwerking van een pakket van maatregelen, het fiscale deel. Dat pakket van maatregelen heeft als doel om in ieder geval de economie enige stimulans te geven en Nederland sterker uit de crisis te laten komen. De inzet hierbij is dat de publieke uitgaven doorgroeien, in het bijzonder die aan werkloosheid en bijstand. In zekere zin leeft de overheid op de oude voet door in 2009 en 2010, hoewel de economie een forse tik krijgt en we het inkomen en de productie achteruit zien gaan. Het is voor dit kabinet een belangrijke manier om de economie een zet te geven.

Als econoom zeg ik dat dit volgens het boekje is, als politicus zeg ik dat dit getuigt van lef en daadkracht. Ik herinner me namelijk dat in 2003, de vorige keer dat we een recessie hadden, niet volgens het boekje werd gehandeld en er werd geknepen in de uitgaven: remmen terwijl het licht op groen staat om gas te geven. Dat doet dit kabinet gelukkig niet, maar tegelijk wordt de rekening niet helemaal doorgeschoven naar onze kinderen en kindskinderen: er wordt wel degelijk nagedacht over de mogelijkheid om de overheidsuitgaven weer in overeenstemming te brengen met het inkomen. Dat is belangrijk, want dat biedt vertrouwen in de houdbaarheid van de overheidsfinanciën. Dat vertrouwen van de financiële markten zullen we terugzien in de rente die we betalen. Het kabinet voert dus een verstandig en daadkrachtig beleid, door op korte termijn de economie te stimuleren, met houdbare overheidsfinanciën op de lange termijn.

Het spijt me, meneer Van Dijck, maar op dit moment is de publieke sector echt het anker voor de private economie; de cijfers laten dat gewoon zien en dat is precies wat het kabinet ondersteunt. Dat is een onaangename waarheid, dat begrijp ik. En, meneer Remkes, ik heb de heer Zalm altijd buitengewoon hoog zitten, maar dit onderdeel heeft hij fout gedaan. Hij heeft altijd gas gegeven toen het rood was en geremd toen het groen was. Dat procyclische beleid is niet verstandig. Dit kabinet doet het anders en ik ben daar blij om.

De heer Remkes (VVD):

Voorzitter. Ik wilde deze interventie plegen om collega Tang te zeggen dat wij dit najaar stilstaan bij de degelijkheid van de financiën.

De heer Tang (PvdA):

De degelijkheid van de financiën kunt u niet beoordelen aan de hand van de situatie in 2009-2010; die is juist gericht op stabilisatie op korte termijn. De degelijkheid van de overheidsfinanciën moet komen uit maatregelen in 2011 en verder. Inderdaad zullen wij die discussie later voeren, maar u kunt ook niet ontkennen dat er voor 2011 maatregelen zullen worden genomen, en wel degelijk met ombuigingen.

De heer Remkes (VVD):

Waarbij de SER nog even moet spreken.

De heer Tang (PvdA):

Het gaat niet alleen over de periode na 2011; we zetten al in op 2011.

Het kabinet completeert deze algemene benadering met een specifieke ondersteuning voor sectoren. Vandaag bespreken we de fiscale maatregelen. Het gaat daarbij bijvoorbeeld om liquiditeit voor bedrijven. Eerder is al een maatregel genomen voor willekeurige afschrijvingen die bedrijven liquiditeit bieden, nu is een verruiming van de verliesrekening mogelijk gemaakt voor bedrijven. Verder stimuleert het kabinet investeringen en bevordert het de innovatie via de WBSO. Dat is een uitstekende maatregel, omdat bedrijven juist in een recessie beknibbelen op innovatie. Ze hebben dan immers geen geld meer te makken. Overigens is innovatie sowieso een zwak punt van de Europese economie. Er komt via de EIA ook een stimulans voor woningbouwcorporaties en via het stimuleringsbudget een stimulans voor woningbouw. Over dat laatste hebben wij overigens onlangs al in de Kamer gesproken.

Resteert nog een aantal vragen. Ik memoreer de mogelijkheid van kwartaalaangifte voor de btw en in het bijzonder de bijdrage van de heer Omtzigt op dit punt. Hij heeft hierover vragen gesteld, maar hij niet alleen want ook mevrouw Blanksma en mevrouw Smeets van de PvdA-fractie hebben dat gedaan. Zij maken zich allen zorgen over de administratieve lasten die het tot gevolg kan hebben. Ik ben dan ook op zoek naar de geruststelling van de staatssecretaris dat deze goedbedoelde maatregel, de mogelijkheid om per kwartaal aangifte te doen, uiteindelijk niet zal leiden tot meer administratieve lasten. Dat zou ik juist van deze staatssecretaris ook niet verwachten!

Liquiditeit. Door de crisis is krediet schaars. De Europese Investeringsbank stelt extra middelen ter beschikking voor investeringen, maar de regionale investeringsmaatschappijen mogen van dit geld geen gebruikmaken. In andere landen mag dat wel. Mede namens de heer Omtzigt vraag ik de staatssecretaris of hij bereid is om de regionale ontwikkelingsmaatschappijen ten minste drie jaar gebruik te laten maken van de EIB-kredieten. Dat zou een forse extra impuls aan de economie zijn.

De woningbouw. In deze zware tijden willen mensen de verkoop van hun huis soms tijdelijk uitstellen door hun huis te verhuren. Als het te ingewikkeld is, mag het ook schriftelijk, maar ik wil dat de staatssecretaris uitgebreid ingaat op mogelijke belemmeringen. Ik denk zelf dat er in ieder geval twee belemmeringen zijn. De eerste belemmering is de integratieheffing van de btw, een vrij technisch probleem. Het komt erop neer dat de integratieheffing moet worden afgerekend wanneer een woning tijdelijk in de verhuur wordt gebracht. Gezien de krapte aan liquide middelen is dat het verkeerde moment. Is het niet mogelijk om deze afbetaling van de integratieheffing uit te stellen?

De tweede belemmering is de strafheffing op de overdrachtsbelasting. Die heffing wordt opgelegd als een woning onder de economische waarde lijkt te worden verkocht. Door de economische omstandigheden zou deze heffing wel eens vaker van stal gehaald kunnen worden. Ik hoop dat dit niet nodig zal blijken, juist omdat de overgang van verkoop naar tijdelijke verhuur onder de huidige omstandigheden gewenst kan zijn. Gedwongen verkopen, "fire sales", doen de woningmarkt namelijk geen goed.

Er ligt een amendement voor dat een aanvulling is op het kabinetsbeleid, inhoudende dat de btw op onderhoud omlaag gaat, in combinatie met een subsidieregeling voor dubbelglas. De heer Omtzigt sprak er al over en ik denk met hem dat dit een prima impuls is voor de woningbouw en voor de verduurzaming van woningen.

De MIA en de Vamil. Anderhalf jaar geleden heb ik bij de behandeling van de najaarsnota gevraagd of de plafonds in deze regelingen investeringen belemmeren. Regelingen worden op een gegeven moment gesloten omdat het plafond is bereikt. Indertijd is gezegd dat hierover een brief naar de Kamer zou worden gestuurd. Ik heb niet kunnen ontdekken of die brief nu wel of niet is verstuurd. Ik zou in ieder geval graag zien dat de staatssecretaris dit onderwerp weer oppakt en gaat onderzoeken of hij iets kan doen aan de onzekerheid die verbonden is aan regelingen met een plafond zoals de Vamil, de MIA en de EIA.

In het crisispakket zit een sloopregeling. Bij het belastingplan is een amendement aangenomen van de heer Cramer, mevrouw Sap en mijzelf waarmee geld wordt vrijgemaakt voor die sloopregeling. Dat was een amendement gericht op de youngtimers. Is het geld vanuit dat amendement nu aangewend voor die sloopregeling of valt het geld voor het amendement vrij? Ik krijg graag hierop antwoord van de staatssecretaris.

De heer Bashir (SP):

Kunt u ingaan op de gevolgen voor de huursector van het amendement over de btw-verlaging? Als het goed is, wordt met uw amendement de vervroegde afschaffing geregeld van de EIA vanaf 1 januari 2010. Volgens mij gaat dat ten koste van de huursector.

De heer Tang (PvdA):

Het kabinet stelt een flink bedrag ter beschikking via een tijdelijke ophoging van de energie-investeringsaftrek. Dan praten wij over 320 mln. Daar wordt nu 12,5 mln. van benut op een andere manier. Er blijft dus nog een substantieel bedrag ter beschikking voor woningbouwcorporaties om het voortouw te nemen bij isolatie van woningen. Met dit amendement wordt ook de isolatie van woningen bevorderd, maar wordt ook particulieren de mogelijkheid geboden om, juist in deze tijden, te profiteren van isolatie. Daar profiteren echter niet alleen particulieren van maar ook de woningbouwcorporaties, want de btw op onderhoud gaat omlaag. Ik denk niet dat het zo is als u beweert. Het is de bedoeling dat ook particulieren worden gestimuleerd om hun woning te isoleren. Daar hebben wij naar gezocht. U weet dat dit nog wel eens blijft liggen. Die stimulans is dus niet overbodig.

De heer Bashir (SP):

Wordt met dit amendement niet een dubbele regeling gecreëerd voor de huiseigenaren? Op dit moment hebben zij immers al een aftrekmogelijkheid voor de kredieten. De rente van de lening voor verbetering en onderhoud van het eigen huis kunnen zij aftrekken. Als er zo meteen ook nog een btw-verlaging komt, dan hebben zij dus dubbel voordeel.

De heer Tang (PvdA):

Ik weet niet of uw redenering klopt. Ik kan haar niet helemaal doorgronden. Dit is echter ook een stimulans voor de bouw. Juist door de btw op dit moment te verlagen, wordt onderhoud aantrekkelijk, in het bijzonder isolatie. Dat is op het goede moment omdat er nu relatief veel ruimte op de bouwmarkt is. Ik kwam laatst een hoteleigenaar tegen. Ik vroeg nog: hoe gaan de zaken? Hij zei: slecht, ik ga over een halfjaar verbouwen, maar ik wacht nog heel even met het aanvragen van de offerte. In die situatie zitten wij. Deze impuls is dus ook om die reden wel welkom.

De heer Bashir (SP):

Ik doel op het volgende. Als een huiseigenaar zijn woning wil verbeteren of onderhouden, dan kan hij daarvoor een lening afsluiten. Hij kan de rente van die lening aftrekken van zijn inkomsten. Als ik dit amendement goed begrijp, dan heeft hij, dankzij de verlaagde btw-tarieven, een dubbel voordeel.

De heer Tang (PvdA):

Ik zie niet in dat het dubbel zou zijn. Huiseigenaren hebben een lening en moeten verbeteringen zelf doen, maar bij huurders subsidiëren wij de woningbouwcorporaties om het te laten doen. U gaat toch ook niet erover klagen dat wij nu de huurders een dubbel voordeel geven? Enerzijds geven wij immers geld aan woningbouwcorporaties en anderzijds verlagen wij de btw. Dan is er ook sprake van dubbel voordeel. Met deze redenering kan ik niet zo goed uit de voeten. Wij willen bereiken dat er een extra impuls wordt gegeven aan duurzaamheid op het goede moment. Dat beogen wij. Die impuls is er inderdaad niet alleen voor de verhuurders – dat hebt u goed gezien – maar daar kunnen ook huiseigenaren van profiteren. Dat is waar.

Mevrouw Sap (GroenLinks):

Wij delen het gevoel van urgentie dat er juist voor de eigenaren een impuls moet komen om te investeren in het isoleren van hun woningen. Wij hebben daar een alternatief voorstel voor gedaan. Dat voorstel zal mijn collega Van Gent ook vandaag in een debat met minister Van der Laan doen. Ik heb het over woningvouchers ter waarde van € 500 die voor een beperkte tijd geldig zijn en die mensen kunnen gebruiken om dit soort zaken te financieren. Het voordeel daarvan is dat je het gerichter kunt doen: alleen voor huizen ouder dan 20 jaar en alleen voor lagere inkomens. Wat vindt de heer Tang van de gedachte van een woonvoucher of een groene woonbon?

De heer Tang (PvdA):

Het lijkt mij verstandig om dat bij het debat te betrekken waarin dat aan de orde is. Ik geloof dat de specialisten vandaag om vijf uur in debat gaan en anders in een algemeen overleg op 3 juni. Mij lijkt dat het daarin gevraagd moet worden. Dan is er ook enige tijd om het voorstel te bekijken. Verwacht van mij dus niet een heel specifiek antwoord. In het algemeen zeg ik dat het feit dat de maatregel gericht is, aantrekkelijk is. Als ik mij het nieuwsbericht goed herinner, topt u het af bij een ton.

Mevrouw Sap (GroenLinks):

Ik denk toch dat het ook in dit debat thuishoort. U hebt met collega Omtzigt zowel een motie als een amendement voorgelegd die daar ook over gaan. Dit is mogelijk een sterker alternatief.

De heer Tang (PvdA):

Er ligt een motie waarin het kabinet gevraagd wordt om te komen tot uitvoering. Het lijkt mij prima dat het kabinet kijkt naar de mogelijkheid van een voucher. Ik kan niet zo snel beoordelen wat de beste, meest effectieve manier is om te komen tot een stimulans voor isolatie.

Mevrouw Sap (GroenLinks):

Fijn dat u steunt dat het kabinet ook naar de mogelijkheden van een voucher gaat kijken. Ik heb mijn huiswerk gedaan tijdens het debat en gekeken naar het Texelse experiment. Voor mij ligt een persberichtje met een zeer trotse Van Geel, destijds staatssecretaris van VROM, die op Texel was omdat het experiment zo'n doorslaand succes was. 82% van de mensen daar heeft die bonnen gebruikt in de korte tijd dat dat mogelijk was. Dat was een enorme impuls voor de duurzaamheid. Waar de heer Omtzigt vandaan haalt dat dit geen succes wordt, weet ik niet. Het is juist een heel succesvolle manier; dat blijkt ook uit ervaringen in het buitenland. Fijn dat de PvdA-fractie steunt dat het kabinet hiernaar gaat kijken.

De heer Tang (PvdA):

Ik vind het prima dat ernaar wordt gekeken. Ik begrijp nu pas dat de voucherregeling van tijdelijke aard zou zijn. Dat is een interessant element dat het kabinet kan meenemen. Ik heb geen enkele moeite met regelingen die werken volgens het principe van wie het eerst komt, die het eerst maalt, of die door de tijdelijkheid een extra impuls krijgen. Dat zijn manieren waarop mensen bewogen worden om nu in actie te komen. Nu is het goede moment, niet later. Dat past uitstekend bij dit pakket maatregelen.

Ik kom tot slot bij het punt van de zwartspaarders. Wij praten dan over de allergrootste inkomens, de topvermogens, waar u en ik eigenlijk alleen van kunnen dromen. Dit zijn de mensen die in de regel een fiscaal adviseur hebben. Ik heb die niet en u ook niet. De meeste van ons hebben die niet. Dit gaat echter om mensen die prima in staat zijn om heel rationeel beslissingen te nemen. Gelukkig ligt het bankgeheim onder vuur. Bij de G20 is het onder vuur gekomen. Ik had eerlijk gezegd niet verwacht dat het bankgeheim zo gemakkelijk onder druk zou komen te staan, dat daar nog zoveel gaten in te schieten zouden zijn. Het leek te staan als een rots, maar door omstandigheden verandert dat. Dat is ook duidelijk af te lezen aan de cijfers over de inkeer. Het aantal inkeerders stijgt snel. Eerst waren het nog maar 20 per maand en nu al 160 per maand, dus het gaat echt de goede kant op. Dat betekent nog niet dat wij er zijn. De schatting van de heer De Boer en Voorling was dat het vermogen van de inkeerders tot dusver ongeveer 0,5 mld. bedraagt maar dat er altijd nog iets van 7 mld. op rekeningen zwerft. Nederlandse ingezetenen hebben dat geld op rekeningen in het buitenland staan. D66 aarzelt om daarop in te grijpen. De partij bepleit altijd daadkracht, maar wil er op dit punt nog even over nadenken. Dat is jammer.

Mevrouw Koşer Kaya (D66):

Ik weet niet waar dit toe leidt, maar mijn punt is dat zwartsparen op gelijke wijze bestraft moet worden. U haalt er nu een stukje uit waar de Raad van State ook flink kritiek op heeft en gaat daar vervolgens over debatteren. Het is beter om alle vormen van fraude hier te bespreken en daaraan de mogelijke boetes te hangen.

De heer Tang (PvdA):

U moet het niet doen voorkomen alsof iedereen hier onder gelijke omstandigheden opereert. De mensen waarover wij hier spreken, hebben topvermogens en hebben een fiscaal adviseur in dienst. Er is niets mis met een topvermogen of met een fiscaal adviseur, maar die mensen hebben wel meer mogelijkheden. Daar houdt u geen rekening mee en de Raad van State tot mijn verbazing eigenlijk ook niet. Het zijn verschillende mensen in verschillende omstandigheden. Ik vind dat je ze dan ook wel verschillend kunt behandelen. Die overweging mis ik totaal bij de Raad van State.

Mevrouw Koşer Kaya (D66):

Ik geloof dat u geen grote vrienden bent met de Raad van State, alhoewel daar wel een heleboel PvdA'ers rondlopen. U moet dan heel duidelijk aangeven dat u sommige vormen van fraude veel meer wilt bestraffen dan andere vormen zonder dat in verhouding te willen zien. Ik wil eerst het brede beeld zien, in verhouding, en pas dan kan ik beoordelen welke boete daarbij hoort. U neemt er een stukje bij en zegt vervolgens: dit vind ik veel erger dan welke andere vorm van fraude ook. Mensen kunnen ook ergens een eigen bedrijf starten en daar het geld onderbrengen. Dat vind ik ook heel erg, maar die mensen beboet u niet.

De heer Tang (PvdA):

Ik probeer juist te zeggen dat het mensen onder verschillende omstandigheden zijn. Er zijn mensen die het vermogen zo weten te conserveren dat het naar het buitenland gaat. Met die verschillende omstandigheden kun je gewoon rekening houden. Dat is wel degelijk een verschil tussen box 3 en box 1. Het enige wat ik u vraag, is om dat in overweging te nemen. U zegt ja, maar ik heb tot dusverre nog niet uit uw woorden kunnen afleiden dat u daar verschillen tussen ziet. Het zou toch wel fijn zijn als u dat deed.

Mevrouw Koşer Kaya (D66):

Ik zie dat verschil wel degelijk. Mijn punt is waarom je dan box 3 met 300% zou doen en box 1 niet. Is het niet net zo erg als je ergens je geld onderbrengt?

De voorzitter:

Wij vallen nu echt in herhaling. De heer Tang zet zijn betoog voort.

De heer Tang (PvdA):

Voorzitter. Ik kom bij de inkeerregeling. Doordat het bankgeheim onder vuur ligt, er gaten in komen en het aantal inkeerders aan het toenemen is, kun je je afvragen of de inkeerregeling aan herziening toe is. De inkeerregeling is toch een compromis. Aan de ene kant is zij praktisch, omdat er op die manier geld binnenkomt dat wij anders niet zouden kunnen belasten, aan de andere kant is zij principieel onprettig, omdat er een ongelijkheid wordt gecreëerd tussen de gezagsgetrouwe belastingbetaler en de calculerende spijtoptant. Die worden eigenlijk hetzelfde behandeld. Iemand die jarenlang vermogen verzwijgt en er zonder boete vanaf komt, betaalt hetzelfde als iemand die jaar in, jaar uit trouw de belasting betaalt. Dat is een rechtsongelijkheid. Nogmaals, de inkeerregeling is een compromis. Voor de PvdA en andere partijen is dat een reden om toch nog eens naar het compromis te kijken; vandaar het amendement dat is ingediend samen met de heren Omtzigt en Cramer, dus samen met het CDA en de ChristenUnie. Dat amendement ziet erop toe dat er ook een boete komt voor de zwartspaarder. Het blijft een compromis: de boete is meer dan de nul die hij nu is, maar minder dan de 300% die hij maximaal zou kunnen zijn. Wij stellen ons een gemiddelde boete voor van 15% voor. Dit kan in de loop der tijd jaarlijks worden herzien, al naar gelang de omstandigheden en de gaten die in het bankgeheim worden geschoten. Als het aantal inkeerders toeneemt, kan de boete omhoog.

Mevrouw Koşer Kaya (D66):

De strekking van het amendement is inderdaad mooi en ik steun haar dan ook. Wij komen ooit wel ergens samen! Ik heb wel een vraag over het amendement. Er staat dat kan worden gedacht aan matiging van de vergrijpboete tot 15%. Waarom is dat zo geformuleerd? Waarom wordt dat niet in de wet opgenomen? Mensen kunnen ook denken: laat ik maar 10% doen in plaats van 15%.

De heer Tang (PvdA):

Ik ben geen jurist en ik stel juridisch advies in de regel daarom zeer op prijs, ook dat van de Raad van State, zo voeg ik eraan toe. Als ik het goed begrijp, zou het amendement strijdig kunnen zijn met het besluit dat naderhand zou worden genomen. In het besluit moet namelijk ook iets over de boete worden gezegd. Bovendien staat het de inspecteur vrij om af te wijken van wat ik maar even zie als een norm. Het blijft maatwerk. Daarom staat het wat voorzichtig geformuleerd in het amendement. Ik wil nog één punt graag maken wat betreft het amendement. Er staat een termijn van twee jaar. Die biedt mensen de mogelijkheid om fouten te maken en zich te bedenken in die periode van twee jaar. Op die manier wordt een onderscheid gemaakt tussen mensen die calculerend hun vermogen aan het zicht van de Belastingdienst onttrekken en mensen die dat per ongeluk doen, wat ook wel eens gebeurt. Ik zie de heer Remkes nee schudden. Ik denk dat hij niet gelooft dat mensen dat per ongeluk doen.

De heer Bashir (SP):

Ik heb een vraag naar aanleiding van het maatwerk. Dat begrijp ik niet helemaal. Ik heb net gezegd dat ik de strekking van uw amendement steun. Als je kiest voor een variabele boete – daar komt het op neer – denk ik dat je te maken krijgt met het rechtszekerheidsprincipe doordat mensen eigenlijk niet weten wat hun te wachten staat. Ik heb nog een vraag over het standpunt van uw partij. Bent u nu voor afschaffing van de inkeerregeling op termijn of vindt u dat wij gewoon moeten doorgaan met deze regeling?

De heer Tang (PvdA):

Het is heel eenvoudig: als het bankgeheim niet meer bestaat, hoeft er ook geen inkeerregeling meer te zijn. Het feit is dat het nog steeds mogelijk is om vermogen aan het zicht van de Belastingdienst te onttrekken. Zo lang dat kan, moet er een compromis mogelijk zijn en zal er enige vorm van een inkeerregeling bestaan. Ik geloof dat wij eigenlijk hetzelfde beogen, mijnheer Bashir. Wat mij betreft kan de boete elk jaar wat worden opgehoogd naarmate de informatie-uitwisseling beter is of naarmate er meer inkeerders zijn. Daarmee komt de inkeerregeling feitelijk langzaam maar zeker tot een einde. Dat gebeurt niet in één klap, maar in een aantal stappen. Ik geloof niet dat er een groot verschil zit tussen onze opvattingen. Ik denk dat wij allebei wensen dat de situatie waarin zomaar vermogen kan worden onttrokken aan het zicht van de Belastingdienst wordt beëindigd.

Ik stel voor dat wij de vraag over maatwerk ook aan de staatssecretaris voorleggen. Ik heb begrepen dat dit al een goed gebruik is en dat het voorstel niet interfereert met de bestaande praktijk. Zo heb ik die passage opgevat. Blijkbaar kan de inspecteur – dat veronderstel ik dan maar – nu ook de individuele situatie bekijken en aan de hand daarvan bepalen wat een geschikte boete is.

De heer Remkes (VVD):

Voorzitter. Wij hadden een wetsvoorstel inzake het depotstelsel. Ik wil mij overigens aansluiten bij de evaluatieopmerking die de heer Omtzigt daarover heeft gemaakt. Vervolgens kwam de eerste nota van wijziging en daarna de tweede. Die begreep ik allemaal nog wel. Van de derde, de vierde, de vijfde en hedenochtend nog de zesde, snapte ik echter helemaal niets uit het oogpunt van wetstechniek. Ik wil even bij dat laatste stilstaan. De vraag is of dit nu een resultaat is van een departementale slordigheid. Dat kan. Er was een helder voorstel. In het aanvankelijke debat – de staatssecretaris herinnert zich dat – heb ik ook gezeten. Ik vond het een goed voorstel. Vervolgens is het echter weer teruggenomen. De argumentatie daarvoor is mij niet helemaal helder. Het resultaat hiervan is dat aan deze kerstboom wel erg veel ballen zijn komen te hangen.

Ik heb op zich begrip voor snelheid, zeker als het gaat om het stimuleringspakket. Dit verdient echter, zoals van verschillende zijden al is opgemerkt, verre van de schoonheidsprijs. Ik noem een paar citaten. "De overzichtelijkheid, kenbaarheid en uniforme totstandkoming van het wetgevingsproces worden echter op geen enkele wijze geschaad", zo zegt de staatssecretaris. Dat staat haaks op de beoordeling van de Raad van State op dat punt. Een tweede citaat: "Vanzelfsprekend zal het kabinet ook in de toekomst met grote terughoudendheid en zorg omgaan met spoedeisende wetsvoorstellen." Dit werd geschreven naar aanleiding van de vierde nota van wijziging. Uit het oogpunt van begunstigende werking en van gevoel voor urgentie van implementatie van de crisisvoorstellen konden wij daarvoor nog enig begrip opbrengen. Toen kwam echter als klap op de vuurpijl de vijfde nota van wijziging. Volgens mij zijn daarop de twee door het kabinet genoemde argumenten niet van toepassing. Wellicht kan de staatssecretaris daarop straks expliciet ingaan. Bij mij staat op dit ogenblik op het netvlies dat hij er wetgevingstechnisch een rommeltje van maakt. Ik heb het daarbij niet over de inhoud van de voorstellen. Op de vijfde nota van wijziging kom ik straks nog even terug.

Ik begin met wat opmerkingen over de vierde nota van wijziging, het fiscaal stimuleringspakket. Wij kunnen instemmen met verruiming van de WBSO en met de energie-investeringsaftrek voor huurwoningen. Net als de heer Omtzigt stel ik daarbij onmiddellijk de vraag waarom het voorstel van het kabinet zich beperkt tot huurwoningen. De heer Weekers heeft in dit verband een paar weken geleden tegen de staatssecretaris gezegd: de Belgen doen het beter. Waarom wordt er niets gedaan aan particuliere woningverbetering? De coalitie voorziet hierin nu kennelijk. Wellicht kan de staatssecretaris stilstaan bij de financiële aspecten ervan. Voor particuliere woningverbetering gelden in feite dezelfde argumenten als voor huurwoningen. In het amendement van de coalitie is dit effect zich volgens mij inderdaad aan het voordoen, zoals de heer Bashir zei tegen de heer Tang. Daartegen heb ik niet veel bezwaren.

Zou het verder niet redelijk zijn om het huurontwikkelingsbeleid bij deze beschouwing te betrekken? Daarachter ligt voor mij de vraag of deze fiscale methode, los van het huurbeleid, wel voldoende effectief zal blijken te zijn. Als een corporatie investeert in energiebesparende maatregelen in woningen, lijkt het mij redelijk dat ook afspraken worden gemaakt over bijvoorbeeld huurstijgingspercentages. De huurder zal door de maatregelen immers een veel lagere energierekening krijgen. Deze samenhang mis ik in de voorstellen van het kabinet.

Ik kom op de verlaging van het tarief van de vliegbelasting. Waarom kiest het kabinet voor verlaging van het tarief? Volgens mij bestaat er geen enkel argument tegen het van tafel halen van het hele fiscale handeltje per 1 juli. Er worden wat onduidelijke verhalen gehouden over tariefverlaging op Schiphol. Ik tref buitengewoon mistige formuleringen aan. "Alsdan zou naar het oordeel van het kabinet in voldoende mate moeten worden voldaan aan de voorwaarden van verdere kostenstructurering om de vliegbelasting per 1 juli op nul te stellen." Wanneer is "alsdan"? Er wordt geschreven over afhankelijkheid van de resultaten van een overleg met Schiphol. Wat is de stand van zaken van dit overleg op dit moment precies?

Ik doe graag een suggestie: als het gaat om de concurrentiepositie van Schiphol, zou het goed zijn om nog even naar de parkeertarieven te kijken. De aanvankelijke insteek was immers om te kijken naar de tarieven bij een aantal aangrenzende buitenlandse luchthavens. Op dit onderdeel presteert Schiphol bepaald slecht.

Kan de staatssecretaris nu hom of kuit geven? En als hij met de kennis van nu verstandig terugkijkt op de invoering van de vliegbelasting, vindt hij dan nog steeds dat deze lovebaby van het kabinet überhaupt verwekt had moeten worden?

De heer Cramer (ChristenUnie):

Die laatste tekst laat ik geheel voor rekening van de heer Remkes.

De heer Remkes (VVD):

Ik herinner mij de woorden van de heer Cramer toen wij hierover met elkaar een debat voerden. Hij was een fervent verdediger van dit voorstel. Nu zie ik hem – en dat begrijp ik ook wel – helemaal meebuigen met het kabinet. Het kind was dus misschien wat minder gewenst dan men het deed voorkomen bij de behandeling van dit voorstel.

De heer Cramer (ChristenUnie):

Het was zeker niet gewenst bij de heer Remkes.

De heer Remkes (VVD):

Nee, bij mij niet!

De heer Cramer (ChristenUnie):

Dat was duidelijk. Ik begrijp het betoog van de heer Remkes toch anders. Ik begrijp dat ook hij eindelijk toegeeft dat het probleem van de hoge kosten van Schiphol helemaal niet die vliegtaks was, maar duidt op een ander, buitengewoon belangrijk probleem, namelijk de parkeertarieven. Deze bedragen volgens mij een veelvoud van de vliegtaks. Begrijp ik het goed dat de heer Remkes de vliegtaks eigenlijk toch een prima middel vindt, maar dit wil inruilen voor het verlagen van de parkeertarieven?

De heer Remkes (VVD):

Nee. Als de heer Cramer goed zijn geheugen raadpleegt, weet hij precies dat ik bij de behandeling van dit voorstel, tegenover de stelling van de coalitie, heb gezegd dat het voor een kostenvergelijking van Schiphol met andere luchthavens nodig is om veel breder te kijken dan uitsluitend naar het niet belasten van een vliegbeweging. Dan is ook aan de orde de vraag hoe de veiligheidskosten worden behandeld en hoe er op Schiphol en een aantal andere luchthavens met andere kostencomponenten wordt omgesprongen. Daaronder valt inderdaad ook het parkeerbeleid. Je moet dus naar het totale pakket kijken wil je een zinnige vergelijking kunnen trekken. Hiervoor heb ik net een suggestie gedaan. Naar mijn mening moet deze vergelijking breed zijn, maar Europese luchthavens hebben geen vliegbelasting. In Weeze, Brussel en Bremen is geen sprake van een vliegbelasting. Uit eigen waarneming kan ik één ding wel zeggen: in de afgelopen maanden zijn steeds meer Nederlanders vanaf aangrenzende Duitse en Belgische luchthavens gaan vliegen. Dat kon je voorspellen. Daarvoor hoef je geen groot geleerde te zijn. Dat was ook voor de heer Cramer te voorzien geweest.

De heer Cramer (ChristenUnie):

Dit zijn krokodillentranen van een formaat dat bijna alleen de VVD kan produceren. Weet de heer Remkes waarom die burgers naar die buitenlandse vliegvelden zijn gaan reizen? Naar mijn overtuiging is dat omdat zij allang in de gaten hadden dat de kostenstructuur van Schiphol vele malen hoger was dan die in de omliggende landen. Daartoe heeft de vliegbelasting nauwelijks bijgedragen. Ook als de vliegbelasting eraf is, zijn die tarieven nog aanmerkelijk hoger en concurreren deze nog voor geen meter, indachtig de eigen woorden van de heer Remkes in zijn eerste termijn.

De heer Remkes (VVD):

Vandaar dat ik zei dat nog wel een paar suggesties had. Maar wij beginnen met de vliegbelasting, want die trekt de concurrentieverhoudingen in ieder geval scheef. Als ik goed naar de heer Cramer luister, wil hij er kennelijk niet af. Dan moet hij ook straks, bij de stemming, een kerel zijn en zeggen: de ChristenUnie staat voor de vliegbelasting, gelooft nog steeds in de overwegingen van destijds bij de besluitvorming, en stemt daarom tegen het voorstel van het kabinet. Maar dat zal de heer Cramer niet doen.

De heer Cramer (ChristenUnie):

Ik denk dat de VVD dan misschien trots zou roepen dat zij gelijk heeft gekregen over de vliegbelasting. Ten principale lever je als loyale coalitiepartij natuurlijk gewoon je deel aan de afspraken die gemaakt worden in het kader van het crisispakket. De discussie over de vliegbelasting was maar een buitengewoon klein onderdeel van de totale lasten die de luchthavens aan passagiers oplegden.

De heer Remkes (VVD):

De heer Cramer weet ook wat de oorzaak van dit voorstel, als onderdeel van het pakket is, na wat minister Eurlings erover heeft gezegd. Het CDA heeft gewoon een cadeautje gekregen. Dat is de achtergrond. Niets anders. Het beeld wordt versterkt dat het kabinet maar wat doet. Ik vraag de staatssecretaris om daar eens wat fundamenteler bij stil te staan.

Ik ga verder met de bespreking van een aantal overige maatregelen. Collega Koşer Kaya heeft ook een aantal vragen gesteld over het pakket crisismaatregelen waarmee een aantal hoogleraren onlangs kwam. Het kabinet had daarop moeten reageren. De staatssecretaris heeft zich daarvan in een kort briefje met een jantje-van-leiden afgemaakt. In de beantwoording van Kamervragen wordt verwezen naar het aanvullend beleidsakkoord en het Kamerdebat van 26 maart. Het kabinet is niet over een nacht ijs gegaan, wordt gesteld. De aanloop van het debat heeft inderdaad lang genoeg geduurd. IJs was daarna niet meer te bekennen. Toch wil ik dat de staatssecretaris hierbij eens nader stilstaat. Vanuit de losse pols maakt het kabinet hierover wel een enkele opmerking, maar ik vind eerlijk gezegd dat ook in dit debat een nadere weging zou moeten komen van de meest effectieve maatregel voor het bestrijden van de crisis. Hierover hoeft nu niet per se een besluit worden genomen. In het kader van het Belastingplan 2010 kunnen we hierbij nog wel nader stil komen te staan. Ik vraag de staatssecretaris daarom om een iets inhoudelijkere reactie.

Er is gepraat over de woningmarkt. Mij moet in dat kader één opmerking van het hart. Er wordt geprobeerd om bouw en renovatie te stimuleren, maar aan de woningmarkt als zodanig gebeurt eigenlijk helemaal niets. Mij ontgaat tot op de dag van vandaag waarom deze markt zo weinig aandacht krijgt van het kabinet. Deze staatssecretaris gaat daar niet in eerste instantie over.

Ik kom op de vijfde nota van wijziging. De oorsprong van dit voorstel is een "omtzigtig" een-tweetje bij het vragenuur van een week of drie, vier geleden. In feite hebben de staatssecretaris en het Kamerlid misbruik gemaakt van de mogelijkheden die zij hebben. Ik vind dat een zorgvuldig wetgevingsproces niet hoort te werken op die manier. Laat er geen misverstand over bestaan. Fraude is maatschappelijk totaal onaanvaardbaar. Ik ben nog wel bereid om mee te denken met de staatssecretaris over dit voorstel. Hij kondigt een verkennende notitie, een bezinning aan. Is in het kader van die bezinning dit voorstel dan ook weer volledig bespreekbaar? Wordt daar opnieuw bij stilgestaan? Dit wordt toch niet op de lange baan geschoven? Wij zouden het op prijs stellen als deze bezinning dit najaar bij de Kamer ligt.

Mijn tweede opmerking betreft het volgende. Ik heb het amendement van de heer Tang gezien waarvoor, zeg ik tegen mevrouw Koşer Kaya, ten principale hetzelfde geldt: als die 300%-maatregel hier niet thuishoort, hoort het voorstel van collega Tang hier in feite ook niet thuis. In het kabinetsvoorstel is niet geredeneerd vanuit de vraag wat de meest effectieve maatregel is om fraude ook in preventieve zin te bestrijden. Verder is niet gekeken naar wat het meest tegemoet komt aan de rechtvaardigheidsgevoelens van Nederlanders, en naar wat belastingtechnisch het meest oplevert. Dit zijn wat mij betreft de centrale criteria. Die beschouwing mis ik ten enenmale in dit voorstel. Tegen de staatssecretaris zeg ik: pak het bundeltje nog even op, slaap er nog een nacht over en kom op korte termijn terug bij de Kamer met een integraal voorstel, vanuit de door mij genoemde invalshoeken, en betrek daar dan ook het voorstel van collega Tang bij. Raad van State en NOB hebben er gehakt van gemaakt. Nu begrijp ik best dat het moeilijk is enige afstand te nemen van dat "omtzigtig" een-tweetje, maar het nadenken mag ook daarna toch niet helemaal stilstaan. Ik vind eerlijk gezegd dat ook het aanzien van de wetgever hier in het geding is, zonder dat ik ook maar iets af wil doen aan de overwegingen die eraan ten grondslag liggen.

Mevrouw Koşer Kaya (D66):

Prachtig geformuleerd, wij zijn het absoluut eens met elkaar. Ik had nog niet zo nagedacht over het amendement van de heer Tang, maar u hebt ook hierbij een punt. Ik heb een amendement in voorbereiding om dit onderdeel niet nu, maar in een breder perspectief te bespreken en te bepalen welke boetes worden opgelegd. Dat amendement ga ik nog indienen. Wilt u dat steunen?

De heer Remkes (VVD):

Laten wij even het antwoord van de staatssecretaris afwachten, waarna wij even contact hebben. Als het antwoord u en mij niet aanstaat, zou wellicht ook een mogelijkheid zijn dit amendement gezamenlijk in te dienen.

De voorzitter:

De heer Omtzigt wil ook nog wat zeggen. Een persoonlijk feit?

De heer Omtzigt (CDA):

Nee, geen persoonlijk feit.

De heer Remkes (VVD):

Dit mag volgens mij nog net!

De heer Omtzigt (CDA):

De regering heeft dit, naar aanleiding van een vraag die bij ten minste vier partijen in de Kamer leefde, in het wetsvoorstel gezet. Er is een nota van wijziging ingediend en er is met onze steun advies gevraagd aan de Raad van State. Verder is er een schriftelijke vragenronde van de Kamer geweest, en er is antwoord van de staatssecretaris gekomen. Welk onderdeel van de wetsbehandeling mist de geachte afgevaardigde Remkes hier?

De heer Remkes (VVD):

Ik dacht dat ik er volslagen helder over ben geweest dat ik het in de kern eens ben met de opmerking van de Raad van State en de NOB dat de beoordeling moet passen in een integraal boetebeleid. Wat mij betreft zou het resultaat op dit punt 300% moeten zijn. Maar in feite benader ik het probleem nog net wat breder. Niet voor niets heb ik net gezegd dat het voorstel moet zijn gericht op effectiviteit, waarvoor ik een aantal criteria heb genoemd die wat mij betreft centraal zouden moeten staan. Die brede beschouwing mis ik bij de staatssecretaris, bij u en bij de indiener van het amendement. Als je doet wat ik vraag, heb je een evenwichtig, breed gedragen pakket. Dat krijg je niet op tafel via kunstjes die een paar weken geleden zijn vertoond.

De vergadering wordt van 15.35 uur tot 15.50 uur geschorst.

De voorzitter:

Ik heropen de vergadering en ik geef het woord aan de staatssecretaris. Ik heb begrepen dat de staatssecretaris de vragen van de Kamer aan de hand van zes blokjes zal beantwoorden. Mij dunkt dat de leden na ieder blokje kunnen interrumperen.

Staatssecretaris De Jager:

Voorzitter. Ik zie dat nog niet iedereen aanwezig is. Mag ik gewoon beginnen?

De voorzitter:

Dat brengt mij erop dat de heer Remkes heeft uitgelegd dat hij ook andere verplichtingen heeft. Er liggen nog stukken, dus hij zal later weer aanschuiven. U kunt gerust beginnen.

Staatssecretaris De Jager:

Voorzitter. Ik heb inderdaad het voornemen om mijn beantwoording aan de hand van zes blokjes te doen. Ten eerste een algemeen blokje waarin onder andere het wetgevingsproces aan de orde komt. Daarover zijn nagenoeg door alle woordvoerders vragen gesteld. Terecht, denk ik, dus daar zal ik ook op ingaan. Ten tweede de eerste en vierde nota van wijziging. Dat betreft met name de crisismaatregelen. Ten derde de vijfde nota van wijziging, de vergrijpboete. Ten vierde het punt waar het allemaal om begonnen was, namelijk de omzetting van de g-rekeningen naar een depotstelsel. Ten vijfde de tweede nota van wijziging. Ten zesde de overige vragen. Ik beantwoord de vragen van de Kamerleden dus aan de hand van die blokjes en niet volgens de volgorde van hun inbreng in eerste termijn.

Ik dank de fracties hartelijk voor hun inbreng. Ik realiseer mij heel goed dat de Kamer kort de tijd heeft gehad om de inbrengen voor te bereiden en dat er een groot aantal nota's van wijzigingen lag, waardoor de Kamer veel werk moest verzetten. Ik dank ook mijn ambtenaren die mij hebben ondersteund en ik dank de Kamerleden en hun medewerkers voor het werk dat zij hebben verzet. Zoals altijd zal ik trachten zo goed mogelijk in te gaan op de vragen, maar tegelijkertijd is mij door de voorzitter uitdrukkelijk verzocht om zo kort mogelijk te antwoorden. Dus ik zal proberen staccato te antwoorden maar daarbij wel zoveel mogelijk recht te doen aan de inhoud van de vragen. Als ik ergens echt heel diep op in moet gaan, kan ik altijd nog een brief toezeggen. Sommige zaken liggen op het terrein van andere bewindspersonen. Dan kan ik daar beter maar meteen naar verwijzen.

De amendementen en moties die nog worden ingediend zal ik in tweede termijn behandelen, met één uitzondering, namelijk de motie-Omtzigt c.s. op stuk nr. 22 die reeds in eerste termijn is ingediend. Het was kennelijk de bedoeling om daar in eerste termijn antwoord op te krijgen. Voor het overige zal ik in tweede termijn, conform de normale procedure, antwoorden.

De voorzitter:

Het is gebruikelijk dat bewindspersonen al in eerste termijn een indicatie geven van hun oordeel over ingediende moties en amendementen. Bij moties kan het ook in tweede termijn, want die worden als regel ook pas in tweede termijn ingediend. Over de ene motie die er wel ligt, wil men graag uw oordeel weten, anders had men die in tweede termijn in kunnen dienen. Over de amendementen wil men wel een indicatie hebben, denk ik.

Staatssecretaris De Jager:

Dan zal ik daar toch inhoudelijk al op ingaan aan het eind van mijn betoog.

Ik begin met de wetgevingsprocedure. Ik bespeur in deze Kamer twee zienswijzen of percepties die naast elkaar kunnen bestaan. Enerzijds is er grote waardering voor de voortvarendheid waarmee het kabinet de fiscale voorstellen heeft omgezet in wetsvoorstellen, waardoor wij vandaag de bespreking kunnen afronden en tot maatregelen kunnen komen die begunstigend zijn voor burgers en bedrijven. Anderzijds zijn er kritische opmerkingen geplaatst – en dat begrijp ik heel goed – door een aantal leden over de gevolgde handelwijze. Ik zal uiteenzetten hoe wij tot de afweging zijn gekomen die in de stukken haar neerslag heeft gekregen.

Het kabinet heeft gekozen voor het benutten van een al in behandeling zijnd wetsvoorstel omwille van de snelheid en de rechtszekerheid. Ik ben daar in de stukken al op ingegaan. Daarin zijn drie punten leidend geweest. Ten eerste de ernst van de huidige financiële en economische crisis. Ten tweede het feit dat de maatregelen over het algemeen een tijdelijk karakter hebben, juridisch eenvoudig van aard zijn en bovendien – dit is heel belangrijk – begunstigend zijn voor belastingplichtigen voor zover de maatregelen het fiscaal stimuleringspakket betreffen. Ten derde heeft het kabinet overwogen dat het wetgevingsproces in de Staten Generaal niet onnodig onder druk komt te staan, doordat er al een uitgebreid debat tussen de fractievoorzitters en de minister-president namens het kabinet heeft plaatsgevonden. Met andere woorden, het is crisis en het kabinet wil voortvarend handelen zonder het belang van een correcte wetgevingsprocedure uit het oog te verliezen. In het schriftelijke verslag heb ik erop gewezen dat er wellicht in de analyse van de Raad van State en in de afweging onvoldoende zicht is geweest op het feit dat die crisis er is en dat het fiscale stimuleringspakket uitsluitend begunstigende maatregelen betreft; dat is een terecht kritiekpunt.

De heer Remkes heeft kritiek geuit op het wetgevingsproces. Dat proces is de reden waarom de afschaffing van de vliegbelasting in het Belastingplan 2010 wordt opgenomen. Het afschaffen van een gehele belasting is wetgevingstechnisch een dermate ingrijpende handeling, dat wij hebben overwogen om een volledige en normale wetgevingsprocedure te volgen waarbij de Raad van State volledig de kans krijgt om daarover te adviseren. Wij hebben het tarief nu met een maatregel op nul gezet. Ik kom straks terug op de situatie van Schiphol en de onderhandelingen daarover. Wij hebben ons natuurlijk in het algemeen sterk ingespannen om alle vragen van de Kamer te beantwoorden.

Ik vervolg met de inhoud van het crisispakket, het eerste blok. Dit bestaat uit een aantal subblokjes: de EIA en de btw voor isoleren, de WBSO, de vliegbelasting, de btw-afdracht en de administratieve lasten. Ook langs die kant zal ik vragen beantwoorden.

Allereerst ga ik in op de vraag van de heer Omtzigt over de EIA voor corporaties en over de btw bij energiebesparingsmaatregelen bij particulieren. In de brief over de woningmarkt die collega Van der Laan aan de Kamer heeft gezonden, heeft hij aangegeven dat ik de optie van de btw bestudeer. Ik vind het verlagen van de btw voor isolatiewerkzaamheden en -diensten een sympathieke maatregel. Daarom hebben wij in goed overleg in het kabinet besloten dat ik goed zal bekijken hoe ik dat kan doen. De maatregel moet uiteraard gedekt worden. De Europese Richtlijn biedt inderdaad de mogelijkheid om btw voor isolatiewerkzaamheden en -diensten te verlagen. Aangezien dit wetsvoorstel alleen tijdelijke crisismaatregelen bevat en de btw-verlaging naar mijn oordeel een structurele verlaging zou zijn, heeft het kabinet overwogen om dit in het Belastingplan 2010 te regelen. Dat is de achtergrond van het feit dat het kabinet het niet hier heeft meegenomen. In de vergroeningsbrief kom ik hier op terug. Die ligt aanstaande vrijdag in het kabinet.

Er is een motie ingediend waarin wordt gevraagd om te bekijken of het btw-tarief voor dubbelglas kan worden verlaagd of om anders een subsidieregeling in het leven te roepen. Volgens de Europese Richtlijn is het verlagen van de btw ondenkbaar. Dit heeft ermee te maken dat het leveren van glas niet het verrichten van een dienst is volgens de Europese jurisprudentie en regelgeving. Als het al een dienst zou zijn, zou het waarschijnlijk niet door de tweede toets heen komen, omdat de waarde van de producten die worden geleverd slechts een klein onderdeel mag zijn van de totale factuur. Glas is relatief duur en het glaszetten is relatief voordelig, terwijl bij de andere isolatiewerkzaamheden de werkzaamheden een groot onderdeel vormen. Minister Van der Laan zal een voorstel doen voor de subsidieregeling. Die kan aan de orde komen tijdens het AO over energie. Ik heb begrepen uit de geluiden van de Kamer dat minister Van der Laan en WWI concreet bezig zijn om daar met een positieve grondhouding naar te kijken.

Ik kom bij de energiebesparing voor huurwoningen. De heren Cramer, Van Dijck en Remkes vroegen waarom de regeling alleen openstaat voor bedrijfsmatige huurders. De EIA, de energie-investeringsaftrek, is een fiscale faciliteit voor ondernemers die in bepaalde energiebesparende bedrijfsmiddelen investeren. Voor eigenaar-bewoners zijn er andere regelingen waarmee hun bijdrage aan een energiezuiniger milieu wordt gestimuleerd: zij kunnen bijvoorbeeld gebruikmaken van de subsidieregelingen Stimulering Duurzame Energieproductie en Duurzame Warmte voor bestaande woningen. Daarnaast zijn in de brief van het kabinet Crisismaatregelen woningbouwmarkt van 15 mei maatregelen aangekondigd die specifiek gelden voor eigenaar-bewoners, zoals de subsidieregeling rond maatwerkadvies, het energiebesparingskrediet en de aanpassing van de Groenregeling. Zoals ik net zei, ik heb een positieve grondhouding ten aanzien van de verlaging van btw op isolatiewerkzaamheden.

Mevrouw Koşer Kaya vroeg of de energie- en klimaatwinst van de maatregel bekend is. De aangepaste Energielijst is inmiddels in concept gereed. Daarin zijn de twee labelstappen en minimaal voldoen aan label B opgenomen, inclusief de daaraan verbonden technische eisen. Op basis daarvan is de verwachte energiebesparing ongeveer 5,74 petajoule, te realiseren in 2009 en 2010; dat komt ongeveer overeen met een vermindering van CO2-uitstoot van 136 kiloton. Voor het overige verwijs ik naar staatssecretaris Van der Laan; ik ben al technisch genoeg geweest. In het AO komen deze vragen aan de orde.

Waarom bevat het fiscale pakket geen enkele maatregel om de stagnerende woningmarkt weer op gang te brengen? Wij zijn dit uiteraard niet met de heer Remkes eens, wij denken dat het pakket wel degelijk veel van dergelijke maatregelen bevat. In ieder geval zijn er negen maatregelen voor de stimulering van wonen en bouwen. Het is absoluut niet de bedoeling om alleen te kijken naar de fiscale maatregelen. We moeten het totaal bezien, ook aan de uitgavenkant, bijvoorbeeld de duidelijk voor de woningmarkt bestemde maatregelen die door WWI worden genomen. Mijn positieve grondhouding ten aanzien van de verlaging van de btw voor woningisolatie door particulieren is inmiddels bekend. En de woningbouwcorporaties zullen daar waarschijnlijk ook van profiteren.

De heren Cramer en Van Dijck vroegen naar de WBSO. Met de voorgestelde maatregelen wordt gekozen voor een gerichte lastenverlichting bij bedrijven die S&O-personeel in dienst hebben. Misschien is het goed om even stil te staan bij de historische totstandkoming in het kabinet en binnen de coalitiefracties van het aanvullend beleidskader. Het kabinet was bezorgd over de analyse dat veel S&O-personeel verloren dreigde te gaan, met name in het midden- en kleinbedrijf, maar ook in het grote bedrijfsleven. Juist in tijden van crisis dreigt personeel dat niet direct inkomsten genereert, het eerst te worden uitgestoten. Voor de IB-ondernemer is de situatie heel anders: zo zien wij zzp'ers vaak aan innovatie doen in tijden waarin zij het minder druk hebben, bijvoorbeeld in leegloopuren als mensen zich verhuren. De grote dreiging was echter het verloren gaan van kennis en S&O-personeel in het Nederlandse bedrijfsleven. Met nadruk zeg ik aan het adres van de heer Van Dijck dat dit niet gold voor het grote bedrijfsleven. Juist door de opzet van de WBSO en door de intensiveringen van het kabinet door zowel de eerste schijf, de tweede schijf als het plafond te verhogen en te verlengen, worden zowel het midden- en kleinbedrijf als het grootbedrijf begunstigd. Sterker nog, Economische Zaken heeft berekend waar de intensiveringen ongeveer terechtkomen: grosso modo komt de helft van de intensiveringen terecht bij het midden- en kleinbedrijf, de helft bij het grootbedrijf. Juist het midden- en kleinbedrijf is vaak goed bezig met innovatie, maar juist ook daar komen die paar S&O-personeelsleden in problemen. Wij wilden die gericht met deze maatregel bedienen. Het kabinet stonden daarbij gerichte maatregelen voor ogen, omdat algemene maatregelen, zoals die in andere landen zijn genomen, en een generieke lastenverlichting verschrikkelijk veel geld kosten en de staatsschuld nog verder laten oplopen. Algemene maatregelen betekenen ook dat je de rekening naar toekomstige generaties doorschuift. Dat is niet goed en daarom hebben wij gezocht naar een manier om met het beschikbare budget een optimaal rendement te behalen. Dus geen miljarden zomaar wegsmijten, maar heel gericht maatregelen nemen. Er dreigde een specifiek probleem met de kennissector te ontstaan, een sector die voor Nederland heel belangrijk is, en daarom hebben wij als onderdeel van ons maatregelenpakket hiertoe besloten.

De vliegbelasting. Ik kan diegenen die hierover vragen hebben gesteld, melden dat het kabinet met Schiphol afspraken heeft gemaakt over kostenherstructurering. Daardoor is het zeker dat de tarieven van de vliegbelasting per 1 juli aanstaande naar nul kunnen. Niet om de onderhandelingen met Schiphol te vergemakkelijken, maar om formele redenen wordt het definitief geregeld in het Belastingplan 2010.

Over de met Schiphol afgesproken maatregelen krijgt de Kamer ongetwijfeld meer duidelijkheid in het debat naar aanleiding van de brief van de minister van Verkeer en Waterstaat over het hele pakket. Ik noem nu kort de hoofdlijnen van de afspraken. Per 1 april 2009 verlaagt Schiphol de luchthaventarieven met 10,3%. Die verlaging staat in schril contrast met de concurrerende luchthavens, want daar worden die tarieven juist verhoogd. Die worden verhoogd, omdat het gebruikelijk is om in de luchthavensector met een omslagstelsel te werken: men past de tarieven aan aan het aantal passagiers dat de luchthaven aandoet. Minder passagiers betekent dan dat een luchthaven zijn tarieven moet verhogen om zijn vaste kosten te dekken. Dat is natuurlijk eigenlijk een perverse prikkel.

Schiphol heeft ondanks een lager aantal passagiers de luchthaventarieven toch per 1 april met 10% weten te verlagen. Daarnaast is de organisatie ingrijpend aangepast. Het uitgangspunt daarbij is dat de kosten aanzienlijk moeten worden gereduceerd. Gecombineerd met de andere maatregelen komt de verwachte kostenreductie op jaarbasis uit op 44 mln. Schiphol heeft ons deze verwachting overigens inmiddels bevestigd. Verder heeft Schiphol toegezegd om de tarieven per 1 november 2009 niet te verhogen, terwijl dat anders waarschijnlijk wel zou zijn gebeurd om het teruglopende verkeer en vervoer op te kunnen vangen. Ten slotte zal Schiphol zich ervoor inspannen om nogmaals een tariefverlaging door te voeren als de volumes van 2007 weer worden bereikt.

De heer Van Dijck vraagt of het niet een voorwaarde voor Schiphol zou moeten zijn dat de werkgelegenheid behouden blijft. Passagiers, de burgers voor wie de heer Van Dijck altijd is opgekomen, betalen tot nu toe vliegbelasting en "airport taxes". Voor de passagiers maakt het niet uit of ze door de hond of de kat worden gebeten: passagiers ervaren die "airport taxes" even negatief als de luchthavenbelasting. Dat is ook de reden dat het kabinet zo hard heeft ingezet op de verlaging van de "airport taxes". Dat kan echter alleen als Schiphol de kosten verlaagt.

De PVV wil de kosten van de overheid verlagen, eventueel door ambtenaren te ontslaan. De kostenreductie bij Schiphol kan inderdaad eveneens met zich mee brengen dat er werkgelegenheid verloren gaat. Het voordeel gaat echter wel een-op-een naar de passagiers, aangezien Schiphol zijn tarieven gaat verlagen. En juist om lagere tarieven was het het kabinet te doen, want die kunnen ertoe leiden dat de concurrentiepositie van Schiphol wordt versterkt. Vervolgens komt die stevigere concurrentiepositie natuurlijk op de langere termijn de werkgelegenheid bij Schiphol weer ten goede. Een ontslagverbod zou er daarentegen alleen maar toe leiden dat de werkgelegenheid op de lange termijn verslechtert, aangezien de concurrentiepositie van Schiphol door een dergelijk verbod wordt uitgehold.

Dan heb ik hier nog vragen van GroenLinks en D66 over de motie-Van der Ham inzake duurzaamheid. Natuurlijk is het principe dat de vervuiler betaalt voor dit kabinet ontzettend belangrijk. In tijden van crisis is het echter niet mogelijk om altijd alleen maar naar dat principe te kijken. Dan moet je naast het principe dat de vervuiler betaalt ook andere elementen bezien. Waar wij hier mee te maken hadden, was heel simpel. Wij hadden een vliegbelasting waarmee wij dachten ongeveer 9% reductie van vliegbewegingen te realiseren over een aantal jaren gemeten. Dat betekent eigenlijk alleen maar dat de groei minder zou zijn en niet dat er een absolute daling zou zijn. Dat is anders uitgepakt omdat er een heel zware crisis overheen is gekomen. Dat is een crisis in vliegland en ook een crisis in de wereld. Die crisis heeft echter een veel zwaardere reductie tot gevolg gehad dan een reductie van 9% als gevolg van de vliegbelasting. Wij kunnen die economische crisis niet zomaar oplossen. Wij doen er alles aan om die te bestrijden. Het gaat echter om een wereldcrisis. Om te helpen, konden wij de vliegbelasting afschaffen. Dat hebben wij dan ook gedaan.

De heer Remkes had het over de "lovebaby van de coalitie". Wij hebben met veranderde omstandigheden te maken, zoals ik net heb gezegd. Daarom hebben wij dit nu voorgesteld.

De heer Bashir vraagt of kleine bedrijven de btw pas hoeven af te dragen wanneer de factuur is betaald. Dat is op zich heel sympathiek, maar zowel voor de ondernemer als voor de Belastingdienst is dit nagenoeg niet te controleren. Dan zou je immers op een-op-eenniveau een sluitende administratie moeten voeren in het grootboek, waarbij je alles per factuur moet gaan meten. Dat is heel erg lastig. Daarom hebben wij een generieke maatregel genomen, die ondernemers ook heel erg helpt, door alles bij de kwartaalaangifte onder te brengen. Met andere woorden: de btw over een factuur die in juli, augustus of september wordt gestuurd, hoef je pas eind oktober af te dragen aan de Belastingdienst. In dat verloop zal normaal gesproken het overgrote deel van de btw zijn geïnd.

Ik zit vaak in zaaltjes met ondernemers. Zij zeggen dan tegen mij: dat is een prachtige maatregel, maar zou je die grote bedrijven, die multinationals, die ons op 60 dagen zetten – zij dreigen zelfs met 90 dagen – niet moeten uitzonderen van die maatregel, als een soort straf? Ik vond dat op zich een sympathieke gedachte, maar dat stuit niet alleen op uitvoeringstechnische bezwaren, maar ook juridische. Ik ben wel bereid om daar in overleg met VNO-NCW naar te kijken. Niet alleen de overheid moet immers iets doen met sneller betalen, wat zij ook heeft ingezet, maar ook het grote bedrijfsleven moet iets doen. Wij hebben in ieder geval op het gebied van de btw een en ander fors uitgesteld.

Onder anderen de heren Omtzigt en Tang vroegen naar het Centraal Bureau voor de Statistiek en de administratieve lasten. Het CBS maakt maandstatistieken op basis van EU-verordeningen. Daarbij worden gegevens uit de btw-aangiften gebruikt. Het CBS beziet op dit moment in overleg met het ministerie van Economische Zaken welke maatregelen nodig zijn om op een minimale wijze aan de eisen van Europese verordeningen te voldoen. Het kabinet heeft in een brief aan de Kamer kenbaar gemaakt dat daarbij allereerst moet worden uitgegaan van de gegevens bij de Belastingdienst uit de kwartaalaangiften en de maandaangiften van btw, die toch al binnenkomen. Er zijn straks immers nog altijd ondernemers die maandaangiften invoeren. De ruim 200.000 ondernemers kunnen daar namelijk een keuze in maken. Uitsluitend indien deze gegevens niet voldoende zijn om redelijke statistiekinschattingen te maken op het minimaal vereiste niveau, zal een steekproefenquête per maand worden gedaan om de reeds beschikbare maand- en kwartaalaangiften te valideren. Dat zal dan echter een uiterst kleine steekproefenquête moeten zijn. Ik ben het ook met de Kamerleden eens dat wij niet het beste jongetje van de klas moeten willen zijn als blijkt dat bijvoorbeeld Denemarken dat helemaal niet doet. Als andere landen van de Europese Unie kennelijk een andere invulling geven aan die verplichting, dan moeten wij dat voorbeeld volgen. De administratieve lasten moeten sowieso op de meest minimale manier worden vormgegeven.

Het is natuurlijk wel belangrijk dat de maatregel een stevige positieve impuls blijft geven aan de liquiditeitspositie van ondernemers. Wij hebben het over het doorschuiven van 4 mld. aan btw. Over deze jaargrens schuift 8 mld. aan btw-aangiften. Verder worden de administratieve lasten verlicht. Dat moet ook. Ik ben dat met de Kamer eens en ik heb dat in het rekenvoorbeeld ook aangegeven. Op het punt van het Actaladvies merk ik op dat conform de Actalsystematiek is berekend hoe de administratieve lasten in kaart worden gebracht. Ook dan is het nog een administratievelastenverlichting. Overigens is in de vierde nota van wijziging, het crisispakket, informeel getoetst aan Actal omdat er geen significante invloed op de administratieve lasten uit voortvloeit. Dat is mede reden geweest voor het niet expliciet neerleggen. De Actalsystematiek is er echter binnen het ministerie helemaal op toegepast.

De heer Tang vraagt of de strafheffing in de overdrachtsbelasting buiten werking kan worden gesteld nu in de huidige tijd de marktwaarde van nieuwe onroerende zaken onder de kostprijs gedaald kan zijn. Ik zeg daar het volgende over. De zogenoemde strafheffing in de overdrachtsbelasting heeft het doel om belastingbesparende constructies tegen te gaan. Wij hebben daar in het verleden veel last van gehad. Het gaat om fiscale constructies om minder belasting te hoeven betalen. Tijdens de parlementaire behandeling is al aangegeven dat er een redelijke toepassing van de strafheffing moet plaatsvinden. Dat is logisch. Mocht er in deze tijd sprake zijn van verkoop onder de kostprijs inclusief btw en daarbij aannemelijk gemaakt kan worden dat dit in geen geval te maken heeft met een btw-constructie maar het veroorzaakt wordt door de huidige marktomstandigheden, zoals kennelijk besloten ligt in de vraag van de heer Tang, dan zal op grond van een redelijke wetstoepassing de strafheffing buiten toepassing kunnen blijven. Aangezien er sprake is van een redelijke toepassing van dat artikel is een aanpassing van de wet of het uitvoeringsbesluit niet noodzakelijk. Deze toezegging helpt wel om daar duidelijkheid in te scheppen.

De heer Tang heeft een heel technische vraag gesteld over de integratieheffing. Gegeven de ins en outs die hieraan vast zitten, met name in de uitvoeringssfeer, het budgettaire beslag en de achterliggende reden ligt een aanpassing daarvan niet in de rede. Er wordt al heel veel over gesproken. Ook in de jaren tachtig is een dergelijke voorziening getroffen. Door een aantal veranderende situaties is het niet wenselijk om een dergelijke voorziening nog eens te treffen. Zo is de meest voor de hand liggende constructie voor de verhuur van woningen er een waarbij woningen verkocht worden aan een fonds. Dat fonds gaat de woning vervolgens verhuren. In dat geval doet de integratieheffing zich niet voor, omdat de projectontwikkelaar de woning met btw verkoopt aan het fonds. Het fonds is geen vervaardiger maar koper van de woning. Hierop is de integratieheffing niet van toepassing. De faciliteit is verder heel ingewikkeld. Als die breed zou worden getrokken, zou deze enorm kostbaar zijn. Als de integratieheffing voor een periode van vijf jaar geheel zou worden uitgesteld, dan zou dat al gauw 165 mln. kosten.

Mevrouw Sap heeft een vraag gesteld over vouchers. Ik verwijs haar op dit punt naar de minister voor WWI. Er vindt een algemeen overleg hierover plaats. Het onderwerp ligt niet op fiscaal terrein.

Mevrouw Sap heeft ook gevraagd naar mijn toezegging om te kijken naar de mogelijkheden van een preciezer afgestelde regeling waarbij de zekerheid maximaal is dat sluiting van de MIA/Vamil/EIA aan het eind van het jaar niet aan de orde is. Sinds 1 januari 2009 wordt een nieuwe budgetsystematiek gehanteerd. Het principe is nu dat onderschrijdingen worden ingezet voor overschrijdingen zodat er meerjarig op een gemiddeld budget gemeten en uitgekomen wordt. Dat betekent dat de regeling in beginsel niet gesloten hoeft te worden, tenzij gedurende het jaar een overschrijding van 50% van het budget wordt voorzien. Dan is het natuurlijk veel te veel. De nieuwe budgetsystematiek is veel uitgebreider beschreven in de memorie van toelichting op het OFM 2009. Daarin hebben wij hem eind vorig jaar gewijzigd. In de praktijk heb je niet meer iedere keer te maken met het knipperlichteffect.

Waarom zijn er geen andere maatregelen, zo vroeg de heer Remkes, bijvoorbeeld in relatie tot de drie hoogleraren Brandsma, Van der Geld en De Vries? In het rapport van de commissie-Gerritsen staan al die maatregelen beschreven. Uiteindelijk ben ik er wel schriftelijk op ingegaan in de nota naar aanleiding van het nader verslag. In het laatste stuk ben ik per onderwerp alsnog ingegaan op de vraag waarom het kabinet dat niet heeft gedaan.

De heer Omtzigt (CDA):

Ik heb een aantal vragen. Ten eerste ben ik blij om te horen dat u samen met uw collega voor Wonen, Wijken en Integratie bezig bent om een plan voor dubbelglas te ontwikkelen. Kunnen wij dat voor maandag in de Kamer hebben liggen, inclusief eventuele dekking uit de EIA en Meer voor Minder? Wij willen dit namelijk zien en geregeld hebben voor de stemmingen. Ten tweede de CBS-maandstatistieken. Kunt u een harde toezegging doen dat er niet een paar miljoen extra aan administratieve lasten komen? Dat kan op twee manieren: ofwel u zegt nu toe dat u deze extra gegevensuitvraag niet doorvoert, tenzij u weer terugkomt bij de Kamer, ofwel u zegt dat u helemaal geen extra enquêtes gaat houden. Dat laatste hebben wij het liefste. Het is toch van de zotte dat wij voor dat ene gegeven een paar miljoen aan extra administratieve lasten op het bedrijfsleven moeten zeggen. Ten derde begrijp ik dat u de motie-Pechtold/Rutte helemaal niet wilt uitvoeren. Kunt u de achtergronden daarvan geven?

Staatssecretaris De Jager:

Ik begin met de eerste vraag. Ik heb gezegd dat het een subsidieregeling moet zijn. Zoals bekend ga ik daar niet over. De heer Van der Laan is daar nu heel serieus naar aan het kijken. Ik heb begrepen dat dit onderwerp ook aan bod komt in het AO dat straks begint. Ik verwijs toch echt naar dat AO. Het is aan de heer Van der Laan in welk tempo hij de Kamer daarover kan berichten. Met u hoop ik dat het zo snel mogelijk kan, maar dat zal de heer Van der Laan zelf ook hopen.

De tweede vraag ging over het CBS. Ik ben het ermee eens dat voorkomen moet worden, indien en voor zover maar enigszins mogelijk, om tot een extra uitvraag te komen of tot extra administratieve lasten. Sowieso gaan de administratieve lasten door de btw-maatregel dalen. De vraag is inderdaad of ze gaan dalen tot het maximum dat mogelijk is door geen enkele uitvraag of dat er nog een heel kleine uitvraag plaatsvindt. De heer Heemskerk is verantwoordelijk voor het CBS. Ik zal deze boodschap duidelijk aan hem overbrengen. De heer Heemskerk en ik staan er samen voor om de administratieve lasten voor het bedrijfsleven zo laag mogelijk te laten zijn. Wij zijn het eens met de inzet, maar ik kan hier niets toezeggen wat eventueel juridisch niet kan. Dat is het enige voorbehoud dat ik moet maken op mijn toezegging. Mocht blijken dat het echt niet kan, dan moet daar iets voor verzonnen worden, maar met zo weinig mogelijk administratieve lasten.

Ten derde de vraag over de motie-Pechtold/Rutte. Ik heb aangegeven dat er informeel contact is geweest. Niet alles wordt altijd berekend door Actal. Je kijkt altijd – en dat doet Actal overigens ook – of iets significant invloed heeft op de administratieve lasten. Dit stimuleringspakket heeft dat niet. Een belangrijke extra reden daarvoor is dat het niet structureel is, maar incidenteel. Dat is altijd een reden om er anders mee om te gaan. Daarnaast heeft het sowieso niet structureel, maar evenmin incidenteel grote impact op de administratieve lasten. Bij de btw-maatregel is dat in ieder geval positief. Dat is de reden dat wij wel de Actal-systematiek hebben gevolgd. Dat is iets anders dan overal een advies voor vragen. Wij volgen echter wel de Actal-systematiek.

De heer Omtzigt (CDA):

Dank dat u de urgentie overbrengt aan minister Van der Laan. Die urgentie is voor de CDA-fractie zodanig dat zij niet zal stemmen over dit wetsvoorstel voordat er een goede subsidieregeling ligt. Over de maandstatistieken van het CBS kunnen wij vrij kort zijn. Ik vraag echt de toezegging om ze niet in te voeren. Als het onverhoopt toch nodig is, stuurt u dan maar een brief aan de Kamer zodat wij erover kunnen praten. U zegt dat het om een kleine administratieve last gaat. In de antwoorden van gisteren schrijft u dat het om miljoenen gaat. Die lasten moeten vermeden worden. Wij zijn echt het enige land in Europa, samen met Zweden, dat het zo doet. De heer Bashir verwees al naar Italië, waar je wel kunt betalen op het moment dat de factuur er is. Dat kan ook nog. Alle andere landen zijn buitengewoon creatief gebleken. Belt u een keer niet naar Zweden, maar belt u een keer voor de grap naar Italië om te vragen hoe ze het daar doen. Wedden dat zij daar geen extra uitvraag doen? Dan zijn wij daarmee klaar. Kunt u dat toezeggen, staatssecretaris?

Staatssecretaris De Jager:

Ik heb begrepen dat slechts enkele landen in Europa ons goede voorbeeld hebben gevolgd om de aangifte voor btw per kwartaal te doen of uit te stellen. De meeste landen hebben, naar ik heb begrepen, nog steeds een maandsystematiek. Zweden gaat dus uitvragen, zegt men wel degelijk. Als de Kamer daar echt op staat, kan ik een brief toezeggen van staatssecretaris Heemskerk waarin staat dat als het CBS toch tot uitvraag overgaat hij daar eerst een brief over zal sturen naar de Kamer. Ik merk daarbij wel op dat – daar heeft wetgever kennelijk in het verleden voor gekozen – het CBS daar een zelfstandige bevoegdheid in heeft. Het kabinet heeft kennelijk geen aanwijzingsbevoegdheid om iets anders te laten doen. Dat is een politieke keuze geweest in het verleden en die kan je niet met één pennenstreek afschaffen. Ik kan in elk geval een informatieve brief toezeggen waarin staat dat als er toch extra uitvraag nodig is, die in elk geval zo minimaal mogelijk moet zijn.

De heer Cramer (ChristenUnie):

Ik heb twee vragen naar aanleiding van de beantwoording van de staatssecretaris in dit blokje. De eerste betreft de vliegbelasting. Ik begrijp uw antwoord gewoon niet, staatssecretaris. U motiveert het besluit met het argument dat er een crisis is en dat het allemaal slecht gaat. Dat heeft het kabinet er echter niet van weerhouden om bij de gemaakte afspraken over Schiphol een kostenreductie van 44 mln. op te leggen. U wist toen ook dat het crisis was, want dat was dit voorjaar. Ik vind het antwoord gewoon niet sluitend. U zegt vervolgens: "Schiphol zegt ..." en "Schiphol geeft aan dat ...". Ik dacht – daar ga ik ook van uit – dat het kabinet eisen stelt aan die voorwaarden. Het antwoord is wat mij betreft dus onvoldoende. Ik kom er in de tweede termijn nog op terug, maar ik wil nu graag een antwoord hebben op deze vraag.

Mijn tweede opmerking betreft de WBSO. De staatssecretaris zegt dat die gericht is op ondernemers die werknemers hebben in onderzoek en research. Dat kost geld als er geen inkomsten zijn. Dat geldt ook voor zzp'ers. U kunt wel zeggen dat zij dat zelf wel doen. Zij zullen wel moeten, want zij hebben niets anders te doen. Ook zij hebben dan geen inkomen. Ik vraag u om voor die kleine ondernemers ruimte te creëren. Hebt u daar een creatieve oplossing voor?

Voorzitter: Gerkens

Staatssecretaris De Jager:

Ik ga eerst in op de kostenreductie. Misschien moet ik iets duidelijker zijn. Wat ik net heb gezegd, is overeengekomen met Schiphol. Er is een soort convenant gesloten die door de minister van Verkeer en Waterstaat, de bestuursvoorzitter van Schiphol en mij is ondertekend. Daarin wordt dit soort afspraken gememoreerd. Ik heb toegezegd dat de minister van Verkeer en Waterstaat wat uitgebreider zal uitleggen, om dat goed formeel vast te leggen, dat Schiphol zich heeft gecommitteerd aan de kostenreductie en dat verlaging van de tarieven, van ik meen 11,3%, is gerealiseerd door Schiphol.

De heer Cramer (ChristenUnie):

U zei net dat het 10,3% is.

Staatssecretaris De Jager:

De reductie van 10,3% is dus gerealiseerd. Dat is waar het kabinet op heeft ingezet. Wij hebben op dat gebied onze zin gekregen. Schiphol heeft bevestigd dat men dat gaat doen. Daarmee is dus eigenlijk de kous af, zou je kunnen zeggen. Ik herhaal dat het goed is om uitgebreider in een brief te laten zetten wat er precies is afgesproken. Ik zal een verzoek daartoe naar de minister van Verkeer en Waterstaat doorgeleiden.

De heer Cramer (ChristenUnie):

Ik had nog een tweede vraag over de WBSO gesteld.

Staatssecretaris De Jager:

Eén ding had betrekking op de zzp'er, herinner ik mij. Het ging niet zozeer om het uittrekken van extra geld of het creëren van een soort faciliteit, uitkering of vangnet, als wel om het tegenhouden van de uitstoot van kennispersoneel. Om die reden hebben wij deze maatregel eigenlijk genomen. Gelet op het budget, was dit de meest gerichte, omdat de zzp'er, of het nu tegen wil en dank is, in ieder geval niet tot minder kennisoverdracht over zal gaan zodra hij minder te doen heeft, maar eerder tot meer. U vraagt of ik nog eens naar de positie van de zzp'er wil kijken in verband met generieke intensiveringen. Daar wil ik best eens naar kijken, maar in dit stimuleringspakket hebben wij gekozen voor het tegenhouden van uitstoot van S&O-personeel. Dat moest snel worden gerealiseerd en daar is deze maatregel het best voor. Zij helpt de zzp'er niet, al heeft die het natuurlijk ook moeilijk op dit punt – daarvoor hebben wij natuurlijk een heleboel andere maatregelen genomen – maar over het algemeen zal de zzp'er niet tot meer S&O-werk overgaan als wij nu een dergelijke faciliteit creëren. Hij heeft juist tijd over, dus die zal toch nog wel kennis overdragen.

De heer Cramer (ChristenUnie):

Ik deel de mening van de staatssecretaris niet: Het gaat niet alleen om zzp'ers, maar ook gewoon om kleine bedrijfjes. Die kampen wel degelijk met dat probleem en juist daar zit vaak heel veel innovatie- en denkkracht. Het lijkt mij beter voor de economie dat er wel in research en development, in S&O, wordt geïnvesteerd, nu de opdrachten teruglopen. Ik herhaal mijn dringende verzoek aan u dus om er niet ooit nog eens naar te kijken, maar op korte termijn en om er een creatieve oplossing voor te bedenken.

Staatssecretaris De Jager:

Voor alle duidelijkheid: kleine bedrijfjes doen wel mee in deze regeling. Juist de verhoging tot 50% voor de eerste € 150.000 is heel positief voor de kleinere bedrijven. Hier gaat het niet alleen om kleine bedrijven met medewerkers; ook een IB-ondernemer met personeel kan hiervoor in aanmerking komen. Het gaat er alleen om dat het een loonbelastingsfaciliteit is, dus voor werknemers. De vraag is dus eigenlijk of de regeling ook voor de zzp'er of de ondernemer zelf moet gelden. De maatregel zou voor S&O niet erg stimulerend zijn, maar ik begrijp wel dat de vraag is of ik er nog eens naar wil kijken. Ik ben bereid om dat te doen en daar bij het komende belastingplan op terug te komen. Ik herhaal wel dat het een iets andere aanvliegroute heeft, namelijk hoe je S&O in het algemeen meer kunt stimuleren. Ik moet hier goed over nadenken, want we moeten ook naar de effectiviteit kijken. Ik ben bereid om dit op korte termijn te doen.

Mevrouw Sap (GroenLinks):

Voorzitter. Mijn vragen gaan allemaal over de afschaffing van de vliegbelasting. Het is crisis en daarom moeten wij Schiphol helpen. Dat is eigenlijk de enige reden die ik de staatssecretaris heb horen noemen. Bij mij is een aantal vragen gerezen. Allereerst: crisis is tijdelijk, maar de afschaffing van de vliegbelasting is structureel. Waarom is dit de enige structurele maatregel uit het crisispakket? Mijn volgende vraag is waarom er geen andere maatregelen zijn overwogen om Schiphol te helpen, die echt tijdelijk zijn? Tot slot: waar is de analyse van de kosten en de concurrentiepositie, die u zou neerleggen alvorens de vliegbelasting aan te passen?

Staatssecretaris De Jager:

Dat laatste is volgens mij in de Luchtvaartnota gedaan. Ik zal de minister van Verkeer en Waterstaat vragen om daar aandacht aan te besteden. Er is in ieder geval een kostenuitsplitsing en een analyse in opgenomen. Ik zal vragen of hij er in de brief op ingaat en waar de analyse van de kosten te vinden is. Volgens mij is die al naar de Kamer gestuurd.

U zegt dat dit de enige structurele maatregel is en vraagt waarom. Dat is eigenlijk vrij eenvoudig. Ik heb het nog niet gezegd, maar de ETS komt er natuurlijk aan. Die gaat voor de luchtvaartsector gelden. Zij wordt naar alle waarschijnlijkheid vanaf 2012 in het ETS-verband opgenomen. Het goede daarvan is dat het voor heel Europa geldt. Je zou kunnen zeggen dat de vliegbelasting twee manco's vertoonde, allereerst dat die net op het verkeerde moment kwam, namelijk een halfjaar voordat er een grote crisis uitbrak. Een tweede, ook heel belangrijk manco is dit: terwijl België eerst ook de vliegtaks wilde invoeren en Duitsland er eveneens goed naar zou kijken, hebben de omringende landen dit niet gedaan. Daardoor bleven wij uiteindelijk toch met grenseffecten zitten. Mensen gingen over de grens om te vliegen. Dat is niet goed voor het milieu en het is niet goed voor onze concurrentiepositie. Het ETS wordt in Europees verband ingevoerd en zal voor alle EU-landen gelden. Daarvan zijn wij een groot voorstander. Dit is een structurele maatregel.

Mevrouw Sap (GroenLinks):

Het punt van de emissiehandelsrechten was al bekend toen besloten werd tot invoering van de vliegbelasting. Dit is zelfs een van de alternatieven geweest die Schiphol zelf in het debat heeft gebracht. Daarvan heeft het kabinet toen gezegd: dit duurt allemaal te lang en het is niet concreet genoeg. Nu hebben wij het erover dat dit systeem er vanaf 2012 komt. Als het kabinet in 2007 nog vond dat beide nodig waren, zowel het emissiehandelssysteem als de vliegbelasting, en nu ineens niet meer, vind ik dat daarvoor echt een onderbouwing nodig is. Die onderbouwing mis ik bij de staatssecretaris.

Staatssecretaris De Jager:

Er is intussen wel iets belangrijks gebeurd. De besluitvorming over het ETS was niet concreet. Het was nog niet met alle zekerheid duidelijk of de luchtvaartsector eronder zou vallen, en ook niet wanneer het systeem ongeveer zou worden ingevoerd. Die duidelijkheid is er gekomen nadat onze besluitvorming over de vliegbelasting had plaatsgevonden en deze in de Kamer was besproken. Op Europees niveau zijn de laatste tijd knopen doorgehakt. Er bestonden twee bezwaren tegen het ETS. Het eerste was dat het nog niet duidelijk was. Dat is nu opgelost. Het tweede was dat het nog een paar jaar ging duren. Dat het een paar jaar gaat duren, is nu mooi meegenomen. Wij hebben nu als het ware een semitijdelijke maatregel om de vliegbelasting af te schaffen; daarna komt er iets. De economische crisis was toen nog niet aan de orde. Daarnaast is de besluitvorming concreet gemaakt.

Mevrouw Sap (GroenLinks):

Er komt nu in ieder geval een stukje onderbouwing. Laat ik zeggen dat ik daar blij mee ben. Het roept echter veel vragen op, die echt nog om nadere uitwerking vragen. Het kabinet zette zich, ook in Europees verband, wel nog altijd in voor een vliegbelasting, naast de emissiehandelssystemen. Is die inzet nu ineens ook van de baan? Dat soort vragen. Ik vraag deze staatssecretaris in ieder geval graag om ons toe te zeggen dat wij de brief die minister Eurlings nog zou sturen over Schiphol, vóór de stemmingen krijgen. In deze brief zou ook de analyse van de kosten worden meegenomen, waaruit moet blijken dat het voor de concurrentiepositie echt noodzakelijk is om de vliegbelasting af te schaffen. Dit is voor ons immers een heel wezenlijk punt om te bepalen hoe wij hierover moeten stemmen. Daarnaast vraag ik de staatssecretaris om de bredere analyse waarom het kabinet toch vindt dat de vliegbelasting ook afgeschaft moet worden – niet alleen nu op nul gezet, maar afgeschaft – eveneens zo spoedig mogelijk naar de Kamer te laten komen en om daarmee niet te wachten tot het Belastingplan.

Staatssecretaris De Jager:

Ik zeg allereerst iets over het Europese niveau. Ook het kabinet heeft de analyse gemaakt dat er een distorsie, een economische ongelijkstelling, van verschillende vervoersmodaliteiten is. Op vliegen drukt geen enkele belasting maar op reizen met de elektrische trein wel. Als je bijvoorbeeld met de TGV naar Parijs gaat, drukt daar belasting op. Dat heeft een aantal ongelijke aspecten, waarnaar goed gekeken moet worden. Wel is heel duidelijk geworden dat je dit in een iets breder verband dan alleen Nederland zou moeten doen; in Europees verband dus. Dit doet dus absoluut niets af aan de ambities van dit kabinet om in Europees verband maatschappelijke kosten, milieukosten, wat meer tot uitdrukking te brengen in de prijs van een vliegticket. Dat kan door het ETS, maar het is wellicht ook denkbaar dat gezamenlijk een accijns op kerosine wordt afgesproken. Er is nu immers geen accijns op kerosine. Nogmaals, dit moet in breed verband gebeuren. Voor accijns is alleen Europa misschien zelfs lastig. Daarbij moet je immers ook goed kijken naar de transfers en moet je goede afspraken maken met andere verdragslanden. Het ETS komt in ieder geval al tegemoet aan het feit dat je kosten wat meer tot uitdrukking wilt laten komen in het vliegticket.

Het verzoek om de brief van de heer Eurlings voor de stemming toe te sturen, zal ik doorgeleiden.

De heer Bashir (SP):

Bij de argumentatie om de vliegbelasting af te schaffen, mis ik de verkeerde keuzes uit het verleden. De vliegbelasting is er alleen voor passagiers die vanaf Schiphol vliegen. Daarbij zijn het vrachtvervoer en de overstappende passagiers bijvoorbeeld niet meegenomen. Was dit wel gedaan, dan was de vliegbelasting € 7 geweest in plaats van de € 45 die ze nu kost. Het is goed dat de vliegbelasting tijdelijk wordt afgeschaft, maar je kunt dit niet structureel doen. Iedereen betaalt op dit moment belasting als hij ergens heen moet. Als je vliegt, betaal je die niet. Gebruik de crisis om in Europees verband iets te regelen om het vliegen toch nog te belasten.

Dan heb ik nog een vraag over btw-afdracht op facturen. Wij hebben een idee gelanceerd waarbij ondernemers keuzevrijheid hebben. Zij kunnen dan btw pas afdragen op het moment dat facturen betaald zijn. Zo is het in Italië bijvoorbeeld ook geregeld. Daarmee versterk je de liquiditeitspositie van bedrijven. Ik snap niet waarom de staatssecretaris zegt dat dit niet uitvoerbaar is. Als ondernemers er zelf voor kiezen om het op deze manier te regelen, is het volgens mij best uitvoerbaar. Ik vraag de staatssecretaris om er nog eens naar te kijken. Misschien kan hij er nog een brief aan wijden.

Staatssecretaris De Jager:

Door de komst van ETS wordt al tegemoetgekomen aan de wensen van de heer Bashir om kosten wat meer te spreiden over de hele vliegsector. Maar als Nederland alleen vracht en transferpassagiers had belast, zoals de SP destijds voorstelde, dan had Schiphol zich nog veel dramatischer ontwikkeld. De onderzoeksrapporten lieten nu juist zien dat de prijselasticiteit op transfer en vracht veel groter was dan op opstappende passagiers in Schiphol. Als we hadden gedaan wat de SP wilde, dan was het echt een zware klap geweest voor Schiphol. Daarom hebben wij dit destijds niet gedaan. Deze maatregel had dus geen uitkomst geboden, tenzij er een afspraak was gemaakt op Europees niveau. Dat gaat gebeuren via het Emissions Trading Scheme.

De heer Bashir heeft ook gevraagd naar de btw-afdracht op facturen. Ik heb niet gezegd dat zoiets tot in de eeuwigheid onuitvoerbaar is. Ik heb gezegd dat er heel veel haken en ogen aan zitten, zowel voor de ondernemers als voor de Belastingdienst. Als de afdracht facultatief is, moet de Belastingdienst, om zijn controlewerkzaamheden goed te kunnen verrichten, wel inzicht in de administratie hebben. Het is dus mogelijk dat hierom extra administratieve verplichtingen moeten worden opgelegd aan de btw-ondernemer die btw afdraagt. Het is juist de SP die vele malen heeft opgeroepen om te letten op fraude en fraudecarrousels. De SP wilde daarvoor meer regels ontwerpen. Ik kan niet zomaar toegeven. Ik zou best eens kunnen kijken naar de voor- en nadelen van zoiets op langere termijn. Dat kan ik niet in een brief doen. Ik zal het meenemen in de analyse die bij het Belastingplan verschijnt.

De voorzitter:

Ik verzoek de staatssecretaris, ook omdat hij onder enige tijdsdruk staat, om wat beknopter te antwoorden.

De heer Remkes (VVD):

Ik heb twee punten. Ik begrijp dat er inmiddels sluitende afspraken met Schiphol liggen over tariefreductie. Ik begrijp dat iedere belemmering om nu de knoop door te hakken en deze belasting per 1 juli af te schaffen weg is. Waarom stelt de staatssecretaris dat nu niet voor? We kunnen er nog wel een nota van wijziging bij gebruiken. De stapel is al zo groot.

Mijn tweede vraag heeft betrekking op de motie-Pechtold/Rutte. Deze wordt een beetje wel en een beetje niet uitgevoerd. Ik begrijp eerlijk gezegd het antwoord van de staatssecretaris niet. Ik vind de argumentatie ook niet overtuigend. De motie past volstrekt bij een belangrijke prioriteit van dit kabinet. Waarom wordt daarmee niet ruimhartiger omgesprongen in de richting van de Kamer? Ik heb geen enkel argument gehoord waarom dit niet zal moeten.

Staatssecretaris De Jager:

Ten aanzien van het laatste zou je kunnen zeggen dat het niet nodig is en dat je het dus niet altijd moet doen. Het past in de Actal-systematiek om niet ieder detail voor te leggen. We hebben wel de Actal-systematiek helemaal gevolgd. Als het echter de wens is van de Kamer om nog wat vaker aan Actal dit soort nota's van wijziging voor te leggen, wil ik dat best doen. Ik zeg er wel uitdrukkelijk bij dat wij hebben gewerkt in de geest van hoe wij altijd als kabinet met Actal omgaan. Wij doen dat ten eerste om de regels gewoon te toe passen en ten tweede omdat het leidt tot de geambieerde lastenvermindering en in ieder geval niet tot een significante verandering die in het nadeel zou kunnen werken. Deze elementen zijn meegewogen en dat heeft ertoe geleid dat we het niet apart voorleggen. We hebben het dus wel informeel besproken met Actal.

Dan kom ik op de vraag over de vliegbelasting. Ik heb hier eigenlijk al antwoord op gegeven. Inhoudelijk is er inderdaad geen bezwaar meer deze belasting op te heffen. Er geldt echter ook het eerder door de heer Remkes aangehaalde juridische aspect. We hebben een klein beetje gezondigd door allerlei tijdelijke maatregelen te nemen, maar het afschaffen van de hele belasting, die belasting helemaal slopen uit het wetboek op de manier die wordt voorgesteld, vonden wij echt een beetje te gortig. We hebben wel gezegd dat we het gaan doen. Dat gebeurt dan netjes bij het Belastingplan 2010, zodat het hele proces gevolgd kan worden. Materieel echter hebben we de vliegbelasting per 1 juli op nul gezet. Voor de gevoelstemperatuur van de burgers gaat het tenslotte om wat je betaalt en je betaalt dus niets.

De heer Remkes (VVD):

Over het laatste zijn de staatssecretaris en ik het in ieder geval eens. Ik kom er in tweede termijn nog even op terug. Ik heb nog een vraag over het eerste punt van de staatssecretaris. Er is kennelijk informeel overleg met Actal geweest. Waarom rapporteert de staatssecretaris niet gewoon aan de Kamer op welke wijze hij uitvoering heeft gegeven aan in ieder geval de geest van de motie Pechtold/Rutte? Dan is hij van de discussie af. De wereld is namelijk niet zwart-wit.

Staatssecretaris De Jager:

Dat ben ik met de heer Remkes eens. Dat heb ik ook geprobeerd om in deze termijn duidelijk te maken. Ik zal voortaan daar nog meer op ingaan. Op pagina 8 en 9 van de vierde nota van wijziging staat wel een weergave van de administratievelastentoets, maar ik ben van harte bereid om het voortaan explicieter te doen en de motie-Pechtold/Rutte wat ruimhartiger toe te passen als de Kamer dat wenst.

Mevrouw Koşer Kaya (D66):

Allereerst heb ik een vraag over de motie-Pechtold/Rutte. Alle "mitsen"en "maren" zijn nergens voor nodig, lijkt mij. Het is heel simpel: de Kamer heeft uitgesproken dat het aanvullend beleidsakkoord aan Actal wordt voorgelegd. Als de staatssecretaris zegt dat de systematiek van Actal is gevolgd, dan heeft hij dus ook niets te verbergen en kan het gewoon aan Actal worden voorgelegd. Ik ben van mening dat moties waar de Kamer in meerderheid voor heeft gestemd, gewoon uitgevoerd dienen te worden. Ik zal dan ook in tweede termijn een motie indienen, samen met de heer Remkes, om dit alsnog voor elkaar te krijgen.

Mijn tweede vraag gaat over de motie-Van der Ham betreffende de vliegbelasting. In die motie vraagt de heer Van der Ham juist om het level playing field mogelijk te maken door een vergelijking, door goed uit te zoeken wat er nu precies aan de hand is, wat de kosten precies zijn en om ook te kijken naar de landen om ons heen. Tegelijkertijd vraagt hij rekening te houden dat het principe dat de vervuiler betaalt. Ook aan deze motie heeft de Kamer haar steun verleend. Ik kan mij voorstellen dat dit onderwerp door de collega van de staatssecretaris wordt beheerd en dat de staatssecretaris op dit moment geen antwoord kan geven. Voor de stemmingen echter wil ik in de al aangekondigde brief duidelijk uiteengezet zien hoe de motie-Van der Ham zal worden uitgewerkt door het kabinet.

Staatssecretaris De Jager:

Dit laatste punt zal ik ook doorgeleiden naar de minister van Verkeer en Waterstaat, met het verzoek een en ander in de brief mee te nemen. Ten aanzien van het eerste punt van mevrouw Koer Kaya het volgende. Wij zijn ervan uitgegaan invulling te geven aan de geest van de motie Pechtold/Rutte door ook in de vierde nota van wijziging in te gaan op de administratieve lasten die met dit pakket worden gerealiseerd. Ik vind het echt niet conform de manier waarop wij gewoonlijk met administratieve lasten omgaan om alles technocratisch aan Actal te overleggen. Het gaat erom dat je de Actalmethodiek toepast. Dat is gebeurd en daarvan is verslag gedaan in de vierde nota van wijziging op de pagina's 8 en 9. Ik heb aangegeven dat het de volgende keer wel wat ruimhartiger kan, maar dat er geen reden is om nu nog een motie in te dienen. Ik heb namelijk een toezegging op dat punt gedaan en aangegeven op welke manier ik invulling heb gegeven aan die motie.

Mevrouw Koşer Kaya (D66):

Als het volgens de Actalmethodiek is gegaan, staat er toch niets in de weg om het aanvullend beleidsakkoord aan Actal voor te leggen? Dat staat in de motie en dat is wat collega's, waaronder de heer Omtzigt, aangeven.

Staatssecretaris De Jager:

Ik wil dit corrigeren want het is niet helemaal juist. Het kabinet heeft gezegd dat je het aanvullend beleidskader niet als zodanig kunt voorleggen. Het gaat erom hoe het per departement wordt ingevuld. Ik spreek hier alleen maar over een klein stukje van het aanvullend beleidskader, namelijk over de fiscaliteit. Het kabinet heeft gezegd dat de administratieve lasten daarvan aan bod moeten komen en dat daarover verantwoording moet worden afgelegd. Wij hebben voor het fiscale deel invulling gegeven aan de motie. Je gaat niet voor alles een Actaladvies aanvragen. Wij kunnen het best vaker gaan doen, maar het is niet nodig. Het is juist de bedoeling, zoals ik eerder in het debat over administratieve lasten heb gezegd, dat departementen dat internaliseren. Departementen moeten het zelf doen! Actal is een tijdelijk adviescollege. De Kamer kan daar verantwoording over vragen. Dat is ook gebeurd, maar misschien was de verantwoording niet uitgebreid genoeg. Dan moeten wij het volgende keer nog uitgebreider doen. Ik vind regeldruk ook ontzettend belangrijk. Ik weet donders goed dat ondernemers dolblij zijn met dit pakket. Het verlaagt namelijk de administratieve lasten en het bespaart hen op veel andere gebieden lasten.

De heer Tony van Dijck (PVV):

Dat de loonbelasting in Nederland te hoog is, weten wij allemaal. Wij zijn het er ook allemaal over eens dat wij ontslagen moeten voorkomen. Ik begrijp echter niet dat de staatssecretaris enerzijds toelaat dat op Schiphol 1000 mensen hun baan verliezen en anderzijds met een intensivering voor de WBSO komt om een aantal kenniswerkers te beschermen. Dat klopt niet. Ik vraag me af wat die intensivering van de WBSO – met een bedrag van 300 mln. bijna gelijk aan de hele ticket tax – extra doet aan het voorkomen van ontslagen en aan innovatie.

Waarom is de energie-investeringsaftrek prioritair voor woningcorporaties? Volgens ons hebben zij geld genoeg om woningen te isoleren. Waarom worden zij geholpen met 320 mln. en schuift de staatssecretaris de btw-verlaging richting Belastingplan, dus op de lange baan? Waarom ruilt de staatssecretaris dat niet gewoon in? Waarom gaat hij niet over tot een btw-verlaging voor woningbezitters voor 320 mln. en draagt hij de corporaties op hun huurhuizen fatsoenlijk te isoleren?

Staatssecretaris De Jager:

Ik sta best positief tegenover die btw-verlaging, maar ik heb aangegeven dat ik aan het eind van mijn termijn de amendementen behandel. Daar kom ik dus nog op terug.

De EIA geldt niet alleen voor woningcorporaties, maar ook voor alle commerciële verhuurders. Het is een extra stimulans voor hen om huizen te isoleren. Dat zouden ze ook zelf kunnen doen, maar in sommige gevallen gebeurt dat niet. Dit helpt hen net over de investeringsbeslissing heen. Dat is goed voor de bouwondernemingen en voor de energiebesparing.

Voor de WBSO verwijs ik naar een algemeen overleg dat wij eerder gevoerd hebben over een evaluatie uitgevoerd door het Centraal Planbureau. De minister van EZ en ik hebben daarover toen met de Kamer van gedachten gewisseld. De WBSO blijkt echt een heel positief economisch rendement te hebben. Je kunt er donder op zeggen dat dit meer positief rendement heeft dan het in dienst houden van mensen die eigenlijk niet meer nodig zijn voor een bepaalde bedrijfsvoering. Het tegen iedere economische wet in vasthouden van werknemers is op langere termijn niet de oplossing voor het bevorderen van werkgelegenheid. Het kabinet kan beter zorgen voor vruchtbare grond voor ondernemerschap en voor innovatie middels de WBSO. De WBSO is positief geëvalueerd door het CPB. Het CPB is niet zo snel positief over subsidies, maar in dit geval wel. Je zou kunnen zeggen dat de WBSO het stempel "OK" heeft gekregen.

De heer Tony van Dijck (PVV):

Heeft het CPB ook doorgerekend wat deze investering van 300 mln. extra betekent voor innovatie en hoeveel ontslagen van kenniswerkers daarmee worden voorkomen? Trekt u niet gewoon de portemonnee onder het motto "het zal wel ergens goed voor zijn"? Dat is mijn vraag. Het is crisis en wij moeten goed nagaan dat elke euro die geïnvesteerd wordt ook ten goede komt aan het weer op gang brengen van de economie. Wij vragen ons af of de WBSO en de extra intensivering daartoe bijdragen. Hoeveel mensen worden er met deze 300 mln. uit de WW gehouden en hoeveel extra innovatie levert het op? Dat weet u niet!

Staatssecretaris De Jager:

Het is niet mogelijk om voor iedere losse maatregel exact door te rekenen wat de werkgelegenheidseffecten en andere opbrengsten zijn. In tegenstelling tot veel andere maatregelen – ik kan zo tientallen andere belastinguitgaven noemen waarvan ik dit niet kan zeggen – heeft het CPB gezegd dat deze maatregel een positief economisch effect zal hebben. Die evaluatie is vrij recent uitgevoerd. Daar houden wij ons aan vast.

De heer Tang (PvdA):

Ik kan bevestigen dat het CPB niet vaak zo positief is, maar dit terzijde.

Ik dank de staatssecretaris voor zijn duidelijke antwoorden over de overgang van koop naar tijdelijke verhuur en over de strafheffing bij de overdrachtsbelasting. Het blijft voor mij echter nog een beetje onduidelijk hoe het zit met de integratieheffing. Wil de staatssecretaris in een brief aan de Kamer hier nader op ingaan? In de jaren tachtig is dit namelijk wel gebeurd en dat lijkt mij reden om er iets uitgebreider op in te gaan.

Bij het Belastingplan 2009 een amendement aangenomen waarvan de opbrengst bestemd is voor de sloopregeling. Ik kan dat echter niet terugvinden in het stimuleringspakket. Begrijp ik goed dat dit toch het geval is?

Staatssecretaris De Jager:

Ja. De opbrengst was niet alleen bestemd voor de sloopregeling, maar ook voor andere vergroeningsmaatregelen. In het kader van de vergroeningsbrief wordt die opbrengst ingezet. De opbrengst van het amendement neemt toe. Doordat er iets wordt bevroren, loopt de opbrengst langzaam op. In het kader van de vergroeningsbrief en van het Belastingplan 2010 kom ik hierop terug.

Ik zeg toe dat ik in een brief aan de Kamer wat uitgebreider in zal gaan op de overwegingen die ten grondslag liggen aan de integratieheffing.

De heer Remkes (VVD):

Volgens mij is er geen financieel bezwaar om bij het Belastingplan 2010 de youngtimer-maatregel terug te draaien.

Staatssecretaris De Jager:

U doelt op de maatregel waardoor een auto ouder dan 15 jaar met een cataloguswaarde van € 70.000 maar voor € 1500 doorwerkt in de bijtelling. Over een heel jaar heeft iemand maar € 300 bijtelling voor een auto met een cataloguswaarde van € 70.000.

De heer Remkes (VVD):

Ik doel op het amendement-Cramer.

Staatssecretaris De Jager:

De Kamer had destijds duidelijke gronden voor dat amendement. Ik heb al gezegd dat in de vergroeningsbrief voorstellen zullen worden gedaan die positief uitwerken voor het milieu. Conform de wens van de Kamer zal ik de opbrengst van dat amendement daarvoor inzetten. Maar het staat de heer Remkes natuurlijk altijd vrij om een amendement in te dienen met een dekking. Dan kan hij zeggen: ik doe dit in plaats van die maatregelen.

De heer Remkes (VVD):

Wij zien elkaar terug bij de behandeling van het Belastingplan 2010.

Staatssecretaris De Jager:

Voorzitter. Ik ben toe aan het blokje vijfde nota van wijziging en ga in op de vergrijpboete, de inkeerregeling, de tax information exchange agreements ofwel de TIEA's, de belastingparadijzen, de jaarverslagen van multinationals en de zeescheepvaart.

Ik begin met de vergrijpboete: moet er een meer fundamentele herziening komen? Ik heb naar aanleiding van het advies van de Raad van State aangegeven dat het op zichzelf wenselijk is om er eens goed naar te kijken. Wij zijn bezig met een herziening van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, de AWR. De Kamer weet dat, want ik heb haar er destijds over ingelicht. Dat zou ook een goed moment zijn om nog eens fundamenteel tegen het boetebeleid aan te kijken, maar dat hoeft de hier voorgestelde maatregel niet in de weg te staan. De verhoging van de vergrijpboete op box 3-vermogens heeft natuurlijk een bepaalde achtergrond. Dat is niet alleen omdat de Kamer dat zou willen. Het is overigens voor het eerst dat de heer Remkes er kritiek op heeft dat de regering iets uitvoert omdat de Kamer het wil.

De heer Remkes (VVD):

Dat is een misverstand. Ik heb er destijds in het vragenuur al commentaar op geleverd.

Staatssecretaris De Jager:

Dat klopt. In ieder geval heeft de Kamermeerderheid zich toen uitgesproken en het kabinet heeft dit nu voorgesteld. Maar dat is niet de enige reden. Wij doen niet zomaar iets als de Kamer zegt "doe dat maar", maar wij hebben natuurlijk ook een inhoudelijke reden. Er is veel maatschappelijke onrust over het langdurig verzwijgen van dit soort vermogens die in het verleden zijn verdiend, vaak zwart verdiend, in Nederland, maar overgebracht naar belastingparadijzen. Dat is een element.

Een ander element is dat de huidige maximale boete heel laag is in verhouding tot het vermogen dat in het buitenland is geparkeerd. Natuurlijk kun je er op verschillende manieren tegen aankijken, zoals ook in het artikel dat mevrouw Koşer Kaya heeft aangehaald. Ik heb het even gelezen. Ik dacht dat zij op een ander artikel doelde, maar nu weet ik in ieder geval wat zij bedoelde. Het gaat daarin om de vraag: moet je het tegen het vermogen aanhouden of tegen het rendement? In de praktijk komen wij op dit moment vaak het volgende tegen. Fiscalisten of fiscale adviseurs buitenlandse vermogens zoals zij officieel heten en soms ook in de krant worden aangehaald – ik dacht dat mevrouw Koşer Kaya dat artikel aanhaalde – zeggen tegen hun klanten: ik zou nog niet inkeren, want de maximale boete is maar 1,2% van je vermogen per jaar. Dit zeggen belastingplichtigen tegen ons. In ieder geval in de perceptie van belastingplichtigen en ook van een aantal adviseurs is die boete heel laag. Ook al zou je het relateren aan het effectieve rendement, dus aan de inkomsten, dan nog is een boete van 100% in box 1, 52%, meer dan 100%, net zozeer als een boete van 300% op 30% ook net iets meer kan zijn dan 100%.

Zelfs als je die redenering zou volgen, wat ik overigens niet doe, dan nog komt dat redelijk in verhouding tot elkaar. Maar ik denk niet dat je het zo moet zien, want dan moet je precies kijken hoe die boetes uitpakken. Je moet ook kijken naar het afschrikwekkend effect. Natuurlijk doet een boete pijn, maar de doelstelling van een boete is ook om een beetje, financieel, leed toe te brengen. Wij kunnen meestal niet meer een boete in box 1 opleggen. Mevrouw Koşer Kaya had het erover dat niet alle zwartspaarders werden belast in box 1, maar zwartspaarders vallen in box 3. Alle zwartspaarders, of het nu in Nederland of in het buitenland gebeurt, worden onder dit voorstel gebracht. Wij discrimineren in de termijn waarin men terug kan, omdat opsporing in het buitenland heel moeilijk is.

Een volgend element dat heeft meegewogen, is de moeite voor het opsporingsapparaat. Het is heel moeilijk om vermogens die ergens anders zijn gestald, te achterhalen. De Belastingdienst doet een redelijk zware inspanning.

Als het vermogen zwart is opgebouwd, is de binnenlandse verjaringstermijn meestal al verlopen. Dan kun je dus geen boete meer leggen op de normale inkomsten in de huidige box 1. Je hebt dan alleen nog maar de box 3-boete. In veel situaties werkt de boete daarop niet afschrikwekkend. Er heeft wel degelijk een zware afweging plaatsgevonden om het te doen zoals wij het doen.

Als de Kamer het hele boetebeleid wil bezien, ben ik uiteraard bereid om daaraan mee te werken, maar over deze stap hebben wij wel degelijk goed nagedacht. Zo hebben wij bijvoorbeeld besloten om de boete pas te laten ingaan voor de aangiftes die worden gedaan nadat de wet is ingetreden. Er is geen terugwerkende kracht. Er is maatschappelijke ophef geweest. Er is veel media-aandacht geweest voor zwartspaarders. Er zijn inspanningen geleverd. De G-20 heeft aangegeven dat hij een einde wil maken aan de belastingparadijzen. Als iemand dan na 1 juli nog steeds zijn vermogen wegdrukt uit box 3, is er echt iets anders aan de hand dan bij sommige andere belastingovertreders.

De boete van 300% is een maximum. De inspecteur verricht maatwerk. Hij bekijkt in welke situaties welke boete geëigend is. De ruimte om wat verder te gaan, is nu wel wat groter. Gelet op de situatie is er voldoende reden om dit te doen.

Ik kom op de inkeerregeling. De heer Bashir wil er met een amendement een einddatum aan vastplakken. Ik sta inhoudelijk sympathiek tegenover de voorstellen van de heer Tang, maar het is de vraag of wij het in dit wetsvoorstel moeten regelen. Het lijkt mij minder dringend dan de eerder aangekondigde boete. De inkeerregeling is niet alleen bedoeld voor box 3-vermogens. In heel veel situaties is een vrijwillige inkeer niet meer interessant als altijd een boete wordt gegeven tot maximaal 300%. De heer Tang wil dat die boete gelet op de omstandigheden gematigd kan zijn. Als de inkeer kort op het indienen van de aangifte volgt, moet het kunnen. Er zijn veel frauduleuze aangiftes gedaan voor de buitengewone-uitgavenaftrek. Daarop gaan wij zwaar controleren. Als mensen die meekijken, nu nog van gedachte veranderen, dan kunnen zij van de inkeerregeling gebruikmaken. Dat is goed: je moet belastingplichtigen een redelijke termijn bieden om vrijwillig tot inkeer te komen. Afschaffen gaat mij net iets te ver, maar de tussenoplossing van de heer Tang spreekt mij aan.

De heer Omtzigt heeft gevraagd naar de relatie met de huurtoeslag. Voor het kabinet heeft de forse verhoging van de vergrijpboete op het verzwijgen van box 3 voorop gestaan, conform de argumenten die ik net heb genoemd. Maar er is geen relatie tussen verhoging van de vergrijpboete en de huurtoeslag. Is de inspecteur er ook vóór om de boete in individuele situaties daadwerkelijk af te stemmen op de omstandigheden van het voorliggende geval? Ja. Ik heb aan de medewerkers van de Belastingdienst in het Besluit bestuurlijke boeten Belastingdienst richtlijnen voor de boeteoplegging gegeven, welk besluit ik zal aanpassen aan de nieuwe situatie. De inspecteur heeft daarin eigen toepassingsruimte.

Ik kom toe aan de vragen over de belastingverdragen en de TIEA's. Ik heb de Kamer al toegezegd dat ik voor het reces een brief zal schrijven waarin ik uitgebreid inga op de ontwikkelingen op deze gebieden. Gelet op de tijd is het wellicht beter om daarop te wachten. Daarin geef ik een mooi overzicht van de heronderhandelingen van bestaande verdragen die momenteel plaatsvinden, de TIEA's, en wat ons beleid is. Er werd een criterium genoemd, namelijk geen of alleen op papier directe belasting van de OESO. Dat mag echter niet los worden gezien van de andere vier criteria, omdat het cumulatieve criteria zijn. Geen misverstand: ik ben het helemaal eens met de OESO. Ik volg de OESO in de definitie van belastingparadijzen: geen of alleen op papier directe belasting, een beperkte plaats voor economische activiteiten, geen transparante belastingregels en geen uitwisseling van inlichtingen met de fiscus van andere landen. Terecht wordt aangegeven dat er uitholling plaats kan vinden door een ander land, maar dat kan niet door louter en alleen een laag tarief. Als het alleen gaat om een laag tarief kan een land zich beschermen door informatie uit te wisselen en de eigen grondslag te beschermen. Maar als een land ook nog eens niet meewerkt, bijvoorbeeld door een bankgeheim, aan informatieverstrekking, kun je je daartegen als land niet wapenen. Wij hebben heel veel mogelijkheden om ons als land te beschermen. De president van de VS is daarmee bezig, waartoe hij medewerking vraagt van andere landen, wat mij heel logisch lijkt. Maar als er in een ander land alleen maar een laag tarief is, hoeft dat op zich niet daarbij in de weg te staan. Dat kan wel in combinatie met andere dingen, en dan krijg je een belastingparadijs.

Waarom vervalt het tonnageregime grote schepen? Dat is een wat ingewikkeld verhaal. De vormgeving in de vijfde nota van wijziging van de tariefverlaging voor grote schepen bevat een onbedoeld onderscheid tussen schepen varend onder Nederlandse vlag en die, varend onder de vlag van een andere lidstaat van de EU, dan wel de EER. Dat is niet conform de beschikking van de Europese Commissie die zij naar alle waarschijnlijkheid heeft gegeven. Wij zijn op dit moment in gesprek met de Commissie om duidelijkheid te krijgen over haar bedoelingen. Het wegnemen van het onderscheid zonder dat dit een aantal onwenselijke effecten bevat, is heel lastig. Als ik het nu had geweten, had ik het gewoon aangepast. Maar de Commissie heeft ons nog onvoldoende duidelijk kunnen maken wat wij precies wetstechnisch moeten doen. Wij zijn daarover nog in gesprek. Ik ben het ermee eens dat het er eigenlijk eerst niet in had moeten staan, maar dat is later gebleken. Daarom hebben wij afgesproken om het er nu even uit te halen. In het komende Belastingplan doen wij het er weer in. Maar in beide gevallen zou het sowieso terugwerken tot 1 januari 2009, zo is mij verzekerd. Dus dat betekent dat er materieel geen schade behoeft te zijn voor de betrokkenen.

De heer Omtzigt heeft gevraagd naar de pijpfitters. Wij zijn ermee bekend dat de Europese Commissie iets heeft goedgekeurd in Denemarken wat lijkt op een verbreding, bijvoorbeeld door baggerschepen en kabelleggers onder het tonnageregime te brengen. Wij gaan er heel goed naar kijken. Bij het Belastingplan kom ik daarop terug. Als het mag, is er vervolgens altijd nog de afweging of je bereid bent om de kosten te betalen.

Mevrouw Koşer Kaya (D66):

Als het gaat om de inhoudelijke kant van de vergrijpregeling liggen de meningen van de staatssecretaris en mij overigens niet eens zo heel erg ver van elkaar en hetzelfde geldt denk ik voor de overige partijen. Het punt is evenwel dat wij nu in het kader van een pakket crisismaatregelen een onderdeel van de boetesystematiek behandelen en dus niet het totaalplaatje van de boetesystematiek. Waarom is dat hierbij betrokken? Verder vraag ik de staatssecretaris om aan te geven waarop nu precies de rechtvaardiging is gebaseerd. De Raad van State maakt er namelijk echt korte metten mee.

Ervan uitgaande dat de coalitiegenoten de staatssecretaris erin zullen steunen om die vergrijpregeling door de Kamer heen te jassen en de regeling alsdan van kracht wordt, wil ik graag van de staatssecretaris weten welke verschillen er dan zullen ontstaan tussen boetes op basis van box 3 en boetes op basis van box 1.

Staatssecretaris De Jager:

Ik maak wel bezwaar tegen de term "doorheen jassen". Ik dacht dat de heer Omtzigt al had aangegeven dat wij geprobeerd hebben de Kamer in alle opzichten te informeren. Er is ook nog een advies van de Raad van State gekomen, waarop ik vervolgens heb gereageerd.

Verder wijs ik erop dat hetgeen hier voorligt niet alleen een crisispakket is. Wat voorligt is het fiscale stimuleringspakket en overige fiscale maatregelen. In de fiscaliteit zijn verzamelwetten aan de orde van de dag. Wij hebben sowieso altijd al het Belastingplan en het OFM. Natuurlijk begrijp ik de vraag van mevrouw Koşer Kaya op dit punt. In de beantwoording ben ik er daarom al uitgebreid op ingegaan. De rechtvaardiging is mede gelegen in het feit dat er nu sprake is van urgentie, van maatschappelijke onrust. Er wordt heel veel gezegd dat die 1,2% een wassen neus is. Bovendien is zowel op G20-niveau als op EOSO- en Ecofin-niveau de relatie gelegd tussen de crisis en het bestaan van belastingparadijzen en het ontduiken van belastingen. Ik heb nog nooit zo veel internationale bijeenkomsten gehad juist naar aanleiding van de uitspraken van de G20 en de Ecofin. Er wordt heel direct een bepaalde relatie gelegd.

Verder heeft mevrouw Koşer Kaya gevraagd waarom een en ander niet wordt bezien in het totaal van de boetesystematiek. Welnu, dat is zo breed en zo uitgebreid, dat je er echt ruim de tijd voor moet nemen. Wellicht past dat heel goed binnen een AWR-herziening. Misschien dat het eerder kan en dat wij het in het Belastingplan kunnen meenemen. In ieder geval hebben wij daarvoor nog wel de tijd nodig. Wat nu voorligt, is een heel specifieke wijziging gericht op datgene wat nu echt even nodig is. Wat betreft de relatie met box 1 het volgende. Als je al een relatie wilt leggen, is duidelijk dat de box 1-boete maximaal 100% van 52%. De box 3-boete is maximaal 100% van of 1,2% als je kijkt naar het vermogen, of 300% van 30% als je kijkt naar het fictieve rendement. Zelfs als je daarnaar kijkt, is de relatie niet zo heel erg uit het lood geslagen, zeker niet gelet op alle overige argumenten en de context die ik heb gegeven van bijvoorbeeld de opsporingsinspanningen die worden verricht.

Mevrouw Koşer Kaya (D66):

Over de procedure zullen wij van mening verschillen met de staatssecretaris. Ik zal daar dan ook niet meer over in discussie gaan. Ik vind echter nog steeds dat het niet netjes gaat en dat het anders moet.

Als de vergrijpregeling nu ingaat en u later komt met de totale boetesystematiek en de wijze waarop wij daar tegenaan moeten kijken, neemt u de vergrijpregeling dan ook weer mee, zodat die weer in de Kamer bediscussieerd kan worden?

Staatssecretaris De Jager:

Als ik de Kamer te zijner tijd een totale visie voorleg ten aanzien van het boetebeleid, neem ik deze regeling ook mee. Daar heb ik niet op willen wachten, maar natuurlijk zullen wij die op dat moment ook weer meenemen.

Mevrouw Koşer Kaya (D66):

Dat betekent dat wij dan weer inhoudelijk naar de vergrijpregeling kunnen kijken en dus ook wijzigingen kunnen aanbrengen. Wanneer komt die brede boetesystematiek dan ongeveer naar de Kamer?

Staatssecretaris De Jager:

Zelfs voor dit antwoord wil ik even de tijd nemen. Als het aan de AWR, de Algemene wet inzake rijksbelastingen, is gekoppeld, waar op zich wel wat voor te zeggen is, dan duurt het nog een paar jaar. Als de Kamer dat te lang vindt duren, kan ik toezeggen dat ik in het najaar met een brief kom, waarin schetsmatig een soort eerste verkenning wordt gegeven. Daarin kan ik dan ook aangeven wat een mogelijk tijdpad zou kunnen zijn. Als de Kamer het wenselijk vindt dat eerder te doen dan bij de AWR – ik zie mevrouw Koşer Kaya knikken – dan zeg ik bij dezen toe dat ik in het najaar een brief daarover naar de Kamer zal sturen.

De heer Tony van Dijck (PVV):

Ik wil wel van de staatssecretaris de garantie dat het 300% is en blijft. Het mag niet zo gaan als met de vliegtaks en de tonnageregeling. De mensen worden namelijk hoorndol van dat gepingpong. Het gaat om de betrouwbaarheid van de overheid. U zegt nu dat het weer veranderd kan worden. Ik wil echter dat deze overheid een beetje betrouwbaar overkomt en dat de percentages niet elk jaar weer worden gewijzigd.

Staatssecretaris De Jager:

Uiteraard wil ik ook dat de overheid betrouwbaar overkomt. Overigens staat dat, gelet op de democratie, de Kamer en het kabinet nooit in de weg om veranderingen voor te stellen. Uit de onderbouwing die ik net heb gegeven, blijkt echter wel dat ik niet voornemens ben om het percentage te veranderen. Als de Kamer echter vraagt om dit punt in den brede mee te nemen, dan denk ik dat het goed is om dat ook in den brede mee te nemen. Niet met de bedoeling om iets te veranderen, maar om er nog eens goed naar te kijken. Ik blijf erbij zeggen dat het altijd een maximum is en dat vervolgens in het boetebeleid dat gevoerd wordt – daar gaat de staatssecretaris ook over en op dat punt is hij ook verantwoording schuldig in de Tweede Kamer – wordt gekeken hoe in de uitvoering daarmee wordt omgegaan. Dat zal nader in beleidsregels worden vormgegeven. Dit is het absolute maximum. Daaronder kunnen dan weer allerlei gradaties bestaan.

De heer Bashir (SP):

Ik heb een tijdje geleden schriftelijke vragen gesteld, samen met collega De Wit, over de industrie van zwarte nalatenschappen. Op een van de vragen werd geantwoord dat, indien advocaten of notarissen het vermoeden hebben dat er sprake is van zwart geld, zij dat verplicht zijn dat te melden. Wilt u dat ook niet verplichten voor belastingadviseurs? Als u zegt dat belastingadviseurs juist adviseren om geen gebruik te maken van de inkeerregeling, omdat de boete nu nog 1,2% is, denk ik dat zij daar ook een bepaalde rol in spelen.

Ik heb nog een andere vraag over de inkeerregeling. U zegt dat u op dit moment geen voorstander bent van het afschaffen daarvan. Ik heb hier echter diverse krantenartikelen, waarin u aangeeft dat u na een aantal jaren de inkeerregeling wilt afschaffen. Ik begrijp niet waarom u er nu ineens voor kiest om dat niet te doen. Je wilt er toch een druk op leggen. Als men zich realiseert dat er op dit moment een ruime inkeerregeling is en men met een boete van 15% weg kan komen, lijkt mij dat men lang genoeg de tijd heeft gehad om op het rechte pad terug te komen en het vermogen op te geven. Daar kan men nu nog gebruik van maken en straks moet men dan de volle boete betalen.

Staatssecretaris De Jager:

Wat dat laatste punt betreft: ik heb het amendement van de heer Tang zojuist gezien. Daar staat geen harde 15%-grens in. Dat is door beleid nader in te vullen. Toen ik in de krantenartikelen aangaf dat de inkeerregeling moet verdwijnen, had ik het over de regeling zoals wij die nu kennen. De Kamer loopt nu eigenlijk een halfjaar op dat tempo vooruit. Ik had het bij het Belastingplan 2010 per 1 juli 2010 willen doen om ook een halfjaar te geven. De heer Tang stelt voor om het nu per 1 juli te regelen, om dan een halfjaar te geven en om dit dan te laten ingaan op 1 januari 2010. Dat verschil is niet enorm. Ik had dit liever bij het Belastingplan zelf gedaan, zodat ik daarover advies van de Raad van State kon krijgen, maar het verschil is niet groot. In die zin wordt de huidige inkeerregeling dus afgeschaft. Zij wordt namelijk vervangen door een nieuwe vorm van inkering. Daarbij blijft bij mij altijd voorop staan dat als iemand vrijwillig meedoet en dus inkeert, er een verschil moet zijn met de boete. Iemand die wordt opgespoord door de Belastingdienst, moet een zwaardere boete krijgen dan iemand die zich vrijwillig meldt en dus inkeert. Dat verschil moet er altijd zijn, maar het hebben van helemaal niets moet op een gegeven moment echt verdwijnen. Het is dus denkbaar dat wij in de loop van de tijd die 15% verhogen. Als het amendement van de heer Tang wordt aangenomen, is het denkbaar dat je dat gaat ophogen, maar een verschil is altijd doelmatig.

De heer Bashir (SP):

Ik had ook een vraag gesteld over de meldingsplicht van belastingadviseurs.

Staatssecretaris De Jager:

Dat is een complex vraagstuk. Mij is verteld dat belastingadviseurs dit onder de huidige wetgeving kunnen adviseren en dat het dan voor de Belastingdienst heel moeilijk is om dit aan te pakken. Er verandert wel iets in de vierde tranche van de AWB, maar ik ben bereid om dit in het najaar mee te nemen bij de analyse in de brief over het boetebeleid. Het is echter een complex vraagstuk in hoeverre je adviseurs naar binnen kunt trekken. Ik denk overigens dat de melding van ongebruikelijke transacties ook voor fiscalisten geldt. Dat weet ik niet zeker. Ik zie mensen nadenken en ik zie iemand knikken. Het is denkbaar dat ook dit element daarvoor geldt, maar u gaat een stapje verder dan die ongebruikelijke transacties. Dat is een complex vraagstuk. Daar wil ik in het najaar op ingaan in die brief.

De voorzitter:

De laatste maal, mijnheer Bashir.

De heer Bashir (SP):

Dit is eigenlijk de tweede maal, want ik vroeg de vorige keer of de staatssecretaris mijn eerste vraag nog wilde beantwoorden.

De voorzitter:

De laatste maal, mijnheer Bashir.

De heer Bashir (SP):

Dan zal ik het samenvatten. Op dit moment wordt de inkeerregeling niet afgeschaft, zoals de staatssecretaris eerder wel had aangekondigd. Dat moet hij gewoon toegeven. De inkeerregeling wordt een beetje veranderd, maar blijft in feite intact. Dat wil niet zeggen dat de inkeerregeling verandert. Althans, zij verandert wel, maar wordt niet afgeschaft. Het is helemaal niet aan de orde dat er een nieuwe inkeerregeling voor in de plaats zou komen. Ik had ook een aantal vragen gesteld over de transparantie. Betalen multinationals in Nederland belasting en zo ja, hoeveel? Misschien komt de staatssecretaris daar straks op terug.

Staatssecretaris De Jager:

Ik kan daar nu gelijk op ingaan. We hebben daarover uitgebreid gedebatteerd in de Kamer. Allereerst is het natuurlijk belangrijk om een onderscheid te maken tussen de binnenlandse grondslag en de buitenlandse grondslag. Dat wordt wel eens vergeten. In een jaarverslag van een multinational staat bijvoorbeeld dat er 10 mld. winst is, maar daarvan wordt misschien heel weinig in Nederland behaald en heel veel in het buitenland, waar belasting over wordt betaald. Je moet dus geen appels met peren vergelijken. In de vennootschapsbelasting belasten wij, samengevat in één zin en heel grofweg gezegd, de economische activiteiten die in Nederland plaatsvinden. Bovendien is het in boekhoudregels opnemen van het rapporteren van betaalde belastingen niet aan mij. Die boekhoudregels worden internationaal in verschillende gremia opgesteld. Ik ben daar niet in vertegenwoordigd, in die gremia, dus ik kan daar ook geen invloed op uitoefenen. Ik kan dus op dit gebied echt geen toezegging doen. Het wordt aan ieder bedrijf zelf overgelaten in hoeverre het rapporteert welke belasting in welk land betaalt. Vaak rapporteren bedrijven wel de belastingen die zij betalen, maar dan meer algemeen en over de hele wereld gezien. Als je goed naar een jaarverslag kijkt, kun je er echt wel wat uithalen. Er zitten inderdaad gradaties in. De internationale boekhoudregels worden echter in internationale gremia vastgesteld. De overheid is daar slechts heel licht bij betrokken.

De heer Bashir (SP):

Ik ben het niet eens met de staatssecretaris. Er zijn al landen die verplichten om aan te geven hoe de belasting daar wordt betaald, zoals Nigeria.

De voorzitter:

Mijnheer Bashir, dit is echt voor de tweede termijn. U kunt een vraag aan de staatssecretaris stellen. U maakt nu een heel verhaal van uw interruptie. Als u verder wilt debatteren, doet u dat dan in uw tweede termijn.

De heer Bashir (SP):

Ik wil alleen nog zeggen dat het mogelijk is om als land de regels aan te geven.

Staatssecretaris De Jager:

Ik meet mij niet af aan Nigeria op fiscaal gebied. Vooralsnog ben ik er niet van overtuigd dat een aanpassing nodig is. Ik ben benieuwd naar de tweede termijn van de heer Bashir.

Ik kom nu op een volgend onderwerp, namelijk de g-rekeningen en de tweede nota van wijziging.

De voorzitter:

Ik schors de vergadering enkele minuten voordat de staatssecretaris zijn betoog vervolgt.

De vergadering wordt enige ogenblikken geschorst.

Staatssecretaris De Jager:

Voorzitter. De heer Omtzigt vroeg naar de uitlener, de onderaannemer bij overmaking op een andere factuur. Van de wijze waarop de betaling door de Belastingdienst is verwerkt, krijgt de uitlener/onderaannemer bericht. Aan de hand daarvan kan hij zien welk deel van de factuur aan de Belastingdienst is gestort. Een overzicht van openstaande aanslagen van de uitlener/onderaannemer wordt dus op verzoek van de Belastingdienst aan de uitlener/onder- aannemer verstrekt, zodat zij daar volledig informatie over geeft.

De volgende vraag van de heer Omtzigt was of de uitlener/onderaannemer zich ertegen kon verzetten. De situatie is hetzelfde als bij andere afboekingen of verwerkingen van betalingen, dus de uitlener/onder- aannemer kan dit melden bij de Belastingdienst en dan zal het worden onderzocht. Dit is dus vergelijkbaar met andere situaties.

De heer Omtzigt (CDA):

Voorzitter. Ik dank de staatssecretaris ervoor dat die inzage bestaat. Wordt die ook online geboden? De Belastingdienst is toch niet in staat om te onderzoeken of een factuur al dan niet terecht is? Kan de ondernemer het op dat moment nog terugdraaien?

Staatssecretaris De Jager:

Ik heb al gezegd dat het depotsysteem als zodanig uiteindelijk in een soort online systeem terechtkomt, al kunnen daarin nog niet alle belastingmiddelen worden bekeken. Dat gaat nog een aantal jaar duren. De tweede vraag begrijp ik niet.

De heer Omtzigt (CDA):

U zegt dat de Belastingdienst zal onderzoeken of een claim terecht is, maar mijn vraag was of een betwiste rekening van de onderaannemer afgeboekt kan worden. De Belastingdienst kan daar toch helemaal geen onderzoek naar doen? Kan iemand het bedrag van die rekening terug laten storten?

Staatssecretaris De Jager:

Ja, de ondernemer kan zich tot de Belastingdienst wenden en zeggen dat de factuur betwist is.

De heer Omtzigt (CDA):

Wat gebeurt er dan?

Staatssecretaris De Jager:

Dan zal de Belastingdienst dat samen met de ondernemer uitzoeken. Als ik toch nog een brief stuur, kan ik dit nog wel even technisch uitschrijven.

Naar aanleiding van verzoeken om een evaluatiemoment merk ik op dat signalen van het bedrijfsleven al voor het verstrijken van drie jaar in aanmerking worden genomen bij te nemen adequate maatregelen. Ik heb er echter geen bezwaar tegen om na drie jaar een evaluatiemoment in te bouwen.

De heer Cramer heeft naar de termijn gevraagd. Als er geen nader onderzoek nodig is, zal de vrijgave van een overschot op een depot in beginsel binnen vijf werkdagen mogelijk moeten zijn.

Ik kan melden dat het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport de laatste hand aan het leggen is aan de eerste voortgangsrapportage over de Wet tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten (Wtcg), waarnaar de heer Omtzigt heeft gevraagd. Het streeft ernaar, deze rapportage in de loop van volgende week of van de week erop naar de Kamer te sturen.

In beginsel heb ik tijdens de behandeling in de Kamer gezegd dat wij het concept van de nieuwe Tegemoetkomingsregeling buitengewone uitgaven in 2009 zo snel mogelijk naar de Kamer zouden laten gaan. Er wordt hard aan die nieuwe regeling gewerkt, maar het proces kost meer tijd dan verwacht. De uitgangspunten van de regeling blijven gelijk, maar er wordt ook aan een betere uitvoeringsmogelijkheid van de regeling gewerkt. Aangezien deze AMvB het traject tot en met de ministerraad zal moeten doorlopen voordat ik die naar de Kamer kan sturen, zal de nieuwe regeling naar verwachting na het zomerreces aan de Kamer kunnen worden voorgelegd. Dan krijgt zij de gelegenheid om daarop te reageren.

De heer Omtzigt (CDA):

Is het mogelijk om het concept eerder te zien? Het gaat met terugwerkende kracht tot 1 januari over kosten die mensen maken.

Staatssecretaris De Jager:

Vanwege de gang door de ministerraad heen, kan ik het niet eerder dan vlak na het zomerreces toezeggen.

De heer Omtzigt is zeer benieuwd naar de reactie van het kabinet op zijn motie om de loonbegrippen te harmoniseren. Het kabinet is heel druk bezig om daarop een reactie te formuleren. Ik vraag de heer Omtzigt dan ook nog om enig geduld. Het is echt een historische stap om alle loonbegrippen te harmoniseren, mochten wij daartoe in staat zijn. Wij zijn druk bezig om de voor- en nadelen op een rijtje te zetten. Ik ben het helemaal eens met de heer Omtzigt dat dit voor de burger een veel simpeler loonstrookje oplevert en voor de bedrijven en de Belastingdienst een veel makkelijker uitvoering. Het gaat echter om een zeer grote operatie. Wij moeten goed naar alle effecten daarvan kijken. Naar verwachting zal het kabinet in juni met een brief komen.

Mevrouw Koşer Kaya heeft gevraagd naar de kleine baantjes. Recent hebben de minister van Sociale Zaken en ik de Kamer een tussentijdse rapportage gestuurd over arbeidsrelaties. Wij hebben toegezegd om de mogelijkheden te bezien om de kleine baantjes vrij te stellen van inhoudings- en verzekeringsplicht. Ik streef er inderdaad naar om dit wat betreft de wetgeving op korte termijn rond te krijgen. Dat zal reeds in het Belastingplan 2010 zijn beslag krijgen. De uitvoeringseffecten vormen echter een reden om de daadwerkelijke uitvoering ervan later te laten ingaan. De wetgeving zou dus per 1 januari 2010 van kracht kunnen worden, maar gelet op de uitvoeringsaspecten is het denkbaar dat het pas op 1 januari 2011 zal zijn. Wij moeten dit er immers niet doorheen willen jassen, om de woorden van mevrouw Koşer Kaya te gebruiken. Als het eerder kan, moeten wij het echter eerder doen, vind ik. Wij zijn daarnaar dus nog aan het kijken.

Mevrouw Koşer Kaya (D66):

Ik stel een vraag over de regeling om jeugdwerkloosheid tegen te gaan door ervoor te zorgen dat geen premies meer hoeven te worden afgedragen als mensen werk hebben. Het wetgevingsproces hiervoor moet zo snel mogelijk worden ingezet. Wij zouden het eigenlijk best voor 1 januari 2010 kunnen afronden. Ik begrijp eigenlijk niet waarom dit dan pas per 2011 zou moeten ingaan. Ik denk dat dit vrij snel, zelfs binnen een paar maanden, geregeld zou moeten zijn.

Staatssecretaris De Jager:

Zoals ik heb aangegeven, zullen wij inderdaad proberen om dit in het Belastingplan 2010 mee te nemen. Dat is de snelste manier om het voor 1 januari 2010 in de wetgeving te hebben. Er zitten echter veel uitvoeringsaspecten aan vast, bijvoorbeeld de fraudegevoeligheid en de controle. Die kleine baantjes zijn dan wel vrijgesteld voor de premies, maar daarvoor moet natuurlijk wel inkomstenbelasting worden betaald, indien het veel kleine baantjes zijn met toch heel veel inkomen boven de heffingskorting uit. Dat moet dus wel op een ordentelijke wijze tussen werkgevers en de Belastingdienst zijn geregeld. Ik weet niet of het mogelijk is om dit met stoom en kokend water gelijk per 1 januari te doen. Als het kan, en als wij die barrières kunnen overwinnen, ben ik graag bereid om dat te doen, maar voor mij is het belangrijkst dat dit eindelijk structureel is geregeld. Hierover wordt immers al twintig jaar gesproken in de Kamer en het is nog nooit gebeurd. Laten wij dus in ieder geval blij zijn dat wij het eindelijk eens wat makkelijker willen maken voor de kleine baantjes.

Mevrouw Koşer Kaya (D66):

Ik wil de staatssecretaris best tegemoetkomen. Zou hij die barrières zo snel mogelijk in kaart willen brengen en dit overzicht aan de Kamer willen toesturen, waarbij hij aangeeft waarom het niet binnen een veel kortere tijd zou kunnen dan hij nu denkt?

Staatssecretaris De Jager:

In de analyse in het uitgebreidere stuk dat wij aan het voorbereiden zijn, zullen collega Donner en ik deze uitvoeringsaspecten meenemen.

Mevrouw Koşer Kaya (D66):

Kan dit dan voor het reces, voor juli, naar de Kamer komen?

Staatssecretaris De Jager:

Ik kan nog geen toezegging doen wanneer dit zal zijn, maar wij proberen het.

De voorzitter:

Het zal dus rond die periode zijn, begrijp ik.

De heer Bashir (SP):

Voorzitter. Verschillende sprekers hebben zich afgevraagd of de besproken boete niet te hoog is in vergelijking met andere fiscale boetes die wij op dit moment hebben. Ik vraag daarom de staatssecretaris om de garantie dat de Hoge Raad de boete niet te zijner tijd als onevenredig bestempelt. Dan zou de boete niet meer kunnen worden opgelegd, ondanks de wens van de Kamer. Als de staatssecretaris deze garantie niet kan geven, verzoek ik hem om een spoedadvies te vragen aan de Hoge Raad. Dan kan worden bekeken of deze verhoging van de boete juridisch mogelijk is en of er later niet iets voor kan worden gestoken.

Ik ga verder met de inkeerregeling. Toen Albert Einstein werd gevraagd of hij een achtste wereldwonder kon noemen, antwoordde hij: "ja, de samengestelde interest". Dit verschijnsel, beter bekend als "rente op rente" houdt in dat over behaalde rendementen, meestal rente op spaargeld, ook weer rendementen worden behaald. Ik zal dit met een eenvoudig rekensommetje proberen duidelijk te maken. Iemand die € 100.000 wegzet met 4% rente per jaar en dat netjes aan de fiscus zou melden, kan dat geld in tien jaar zien groeien tot € 132.000. Het kapitaal groeit dus in feite exponentieel. Stel dat dezelfde persoon de fiscus niet op de hoogte zou brengen van het spaargeld. Dan kan het geld groeien tot € 150.000. Stel dat de fiscus erachter komt dat deze persoon geen belasting baalt over zijn kapitaal, dan houdt deze persoon alsnog € 117.000 van het kapitaal over, ondanks dat hij al die tijd geprobeerd heeft om de samenleving af te zetten. Als wij doorgaan met de voorgestelde inkeerregeling, zou deze constructie gewoon door kunnen gaan. Mensen berekenen dan wat hun risico is om betrapt te worden. Dit risico wegen zij af tegen het rendement dat zij kunnen behalen. Als de inkeerregeling niet wordt afgeschaft, gaat men dus risico's afwegen. Als het een spaarder te heet wordt onder zijn voeten, kan hij toch nog wegkomen met de inkeerregeling die nu geïntroduceerd wordt.

Mijn laatste opmerking gaat over de transparantie over het betalen van belasting door multinationals. In de samenleving en in de Kamer is hierover vaak gesproken. Fiscale constructies en belastingparadijzen worden door multinationals gebruikt om zo min mogelijk belasting te betalen. Om te weten of dit al dan niet terecht is, is transparantie nodig. Daarom dien ik de volgende motie in.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het kabinet heeft aangegeven meer transparantie te willen op het gebied van belastingen;

constaterende dat er onvoldoende transparantie is over het bedrag dat multinationals in Nederland aan belasting betalen;

overwegende dat het kabinet de Tweede Kamer al ruim een jaar geleden heeft beloofd, daar meer inzicht in te verschaffen;

verzoekt de regering, zich in te spannen voor een vernieuwing van de internationale boekhoudkundige standaard die ervoor zorgt dat bedrijven per land moeten aangeven hoeveel belasting ze er betalen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Bashir. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 28(31301).

De heer Omtzigt (CDA):

Voorzitter. Dank voor de uitgebreide beantwoording in eerste termijn door de staatssecretaris. Daarmee is echt 99% van de vragen opgelost die bij de CDA-fractie nog leefden. Ik heb nog enkele punten die ik wil markeren.

Ten eerste ben ik blij met de toezegging dat de staatssecretaris als chef administratieve lasten er samen met de andere chef administratieve lasten, staatssecretaris Heemskerk, strak op blijft letten dat er geen onnodige gegevensuitvraag plaatsvindt. Ook wij zullen daarop blijven toezien.

Ik ben blij dat de btw-EIA nu gaat lopen. Wij verwachten wat betreft het dubbelglas voor maandag een brief. We hopen dat de collega van WWI het goed geregeld heeft, zodat mensen hun huizen kunnen isoleren, zodat de bouw weer op gang komt, zodat gezinnen voordeel hebben en zodat er energiebesparing plaatsvindt.

Wat de TBU-regeling betreft, zijn we enigszins teleurgesteld. Dit is een regeling voor kosten die vanaf 1 januari dit jaar zijn gemaakt. De mensen weten echter niet waar ze recht op hebben. Ik wil de staatssecretaris met klem verzoeken om de hoofdlijnen van deze regeling binnen twee weken in een brief aan de Kamer te doe toekomen, zodat wij kunnen zien hoe de TBU-regeling er in het huidige stelsel op hoofdlijnen uitziet. Daarna zien we dan die concept-AMvB wel. Mensen hebben er namelijk gewoon recht op om het te weten.

Op de tonnageregeling zal ik niet verder ingaan. Wij komen hier nog op terug. De terugwerkende kracht is een beetje slordig.

Op het punt van de g-rekeningen wachten we de brief af. Een brief is prima, want de vragen waren ook wat technisch.

Tot slot dien ik een motie in over de Europese Investeringsbank. Dit onderwerp ligt wellicht meer op het terrein van de minister en de staatssecretaris van Economische Zaken, maar het past in het pakket waarmee deze staatssecretaris ervoor gezorgd heeft dat ondernemers ruimte krijgen. Dit gebeurt door het uitstel van de btw-afdracht, doordat belastingen omlaag gaan op de DGA en doordat woningbouwcorporaties kunnen investeren in energiebesparing. Daarin past ook dat de Regionale Ontwikkelingsmaatschappijen meer armslag krijgen om het mkb te helpen door het verstrekken van leningen en garantstellingen, zodat ook zij de crisis door komen. Per slot van rekening krijgen bepaalde leasemaatschappijen ook erg veel van die garanties.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de Europese Investeringsbank (EIB) middelen ter beschikking gesteld heeft ter bestrijding van de economische crisis;

constaterende dat vele landen hier graag gebruik van maken;

constaterende dat de Regionale Ontwikkelingsmaatschappijen in Nederland geen vreemd vermogen mogen aantrekken;Omtzigt

verzoekt de regering, het mogelijk te maken dat deze maatschappijen op korte termijn voor ten minste drie jaren gebruik kunnen maken van de EIB-fondsen en zo extra regionale investeringsmogelijkheden kunnen creëren;

en verzoekt de regering, de Kamer binnen twee weken te berichten hoe zij dit vorm gaat geven,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Omtzigt en Tang. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 29(31301).

De heer Cramer (ChristenUnie):

Voorzitter. Ik dank de staatssecretaris hartelijk voor zijn vrij uitvoerige beantwoording. Ik had het gevoel dat ik af en toe een college kreeg over hoe het nu allemaal werkelijk zit. Soms is dat goed, maar als er tijdsdruk is, is het misschien wat lastiger. Omwille van de tijd, wil ik naast mijn dank voor de uitvoerige beantwoording nog slechts twee opmerkingen maken.

Mijn eerste opmerking betreft de g-rekening. Dank voor de uitleg van de staatssecretaris dat het vijf werkdagen betreft als het er niet is. Wij hebben dat in de tekst niet kunnen terugvinden, vandaar ook mijn vraag in eerste termijn. Waar staat dit precies dat het om vijf werkdagen gaat? De staatssecretaris mag deze vraag ook schriftelijk beantwoorden.

Mijn tweede opmerking heeft betrekking op de vliegbelasting. De staatssecretaris heeft goede woorden gesproken over hoe hij daar inzit. Enkele elementen in zijn betoog over de eisen die aan Schiphol gesteld worden, doen echter onrecht aan de afspraken die we gemaakt hebben in het crisisakkoord, geven te veel ruimte aan Schiphol en leggen de bal niet bij de regering. Daarom dien ik de volgende motie in.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat het kabinet de intentie heeft de vliegbelasting met ingang van 1 juli 2009 op nul te stellen en deze bij het Belastingplan 2010 af te schaffen;

overwegende dat het op nul stellen – en uiteindelijk afschaffen – van de vliegbelasting mede afhankelijk is gesteld van de inzet van Schiphol om kosten te structureren, met als doel om de tarieven verder te verlagen;

constaterende dat Schiphol heeft aangegeven, geen kans te zien, de volledige – met het kabinet afgesproken – kostenreductie al in 2009 door te vertalen in verdere tariefverlagingen, waarmee niet aan de gestelde voorwaarde wordt voldaan;

van mening dat het kabinet een "stok achter de deur" moet houden om Schiphol te bewegen de tarieven verder te verlagen en dat deze verdwijnt zodra de vliegbelasting definitief wordt afgeschaft;

verzoekt de regering, de vliegbelasting wel op nul te stellen, maar niet af te schaffen zolang Schiphol de kostenreductie niet heeft doorvertaald in een verdere tariefverlaging;

verzoekt de regering voorts, voor de algemene politieke beschouwingen aan te geven hoe het Schiphol gaat bewegen de tarieven verder te verlagen en binnen welk tijdsbestek dit gerealiseerd wordt,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Cramer, Omtzigt en Tang. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 30(31301).

De heer Tony van Dijck (PVV):

Voorzitter. De staatssecretaris stelt dat Schiphol zijn luchthaventarief verlaagd met 10,3%. Dit is ook een eis van de staatssecretaris. Hij heeft mij echter geen antwoord gegeven op de vraag hoeveel mensen hierdoor hun baan verliezen en hoe veel dat de gemeenschap kost.

Ik ben blij dat de staatssecretaris de verlaging van de btw voor onderhoud en isolatie gaat bestuderen. Ik vraag me wel af of wij daarmee moeten wachten tot het Belastingplan 2010, waardoor de invoeringsdatum 2011 wordt. Kan dat een meer spoedeisend karakter krijgen?

De staatssecretaris stelt negen maatregelen voor om de woningmarkt te stimuleren. Hij doet echter niets aan het stimuleren van woningverkopen. Zelfs de Nationale Hypotheek Garantie kan hij niet omarmen. Wat kunnen wij nog van de staatssecretaris verwachten ter stimulering van de woningverkoop, en niet alleen van de woningbouw?

Is de minister het met mij eens dat ook de verpakkingsbelasting kritisch moet worden bekeken? Ook hiervoor geldt dat het milieueffect nul is, bedrijven enkel op kosten jaagt en administratieve lasten met zich meebrengt.

De PVV-fractie gelooft niet in de WBSO. Als mensen hun baan verliezen doordat de loonbelasting te hoog is, moeten wij de loonbelasting verlagen; voor iedereen en niet alleen voor een selecte groep kenniswerkers. De staatssecretaris pompt 300 mln. extra subsidie in deze groep, maar heeft geen idee wat het effect is van deze maatregel.

De PVV-fractie vindt woningisolatie prima, maar dan wel omdat het lastenverlichting oplevert voor huishoudens. Als het betekent dat de energiebelasting wordt verhoogd, kunnen wij dit niet tolereren. Wij vragen ons af of woningcorporaties met 320 mln. moeten worden gestimuleerd en gesubsidieerd om woningen te isoleren. Dit kunnen zij volgens ons gemakkelijk zelf betalen.

Mevrouw Sap (GroenLinks):

Voorzitter. Het afschaffen van de vliegbelasting is voor de GroenLinks-fractie zeer ongewenst. De luchtvaartsector had lange tijd een onterecht voordeel waardoor milieukosten op de samenleving werden afgewenteld. Wij hebben het kabinet geprezen dat het de sector durfde te trotseren. Maar na krap een jaar is het kabinet helaas door de knieën gegaan. Er is geen nieuwe informatie en er zijn geen nieuwe argumenten om de vliegbelasting af te schaffen. De kostenanalyse laat juist zien – als het plaatje dat wij gekregen hebben een analyse mag heten – dat de vliegbelasting maar een heel klein deel van het concurrentienadeel veroorzaakt en dat het leeuwendeel van het concurrentienadeel van Schiphol ten opzichte van vliegvelden in het buitenland door Schiphol zelf is veroorzaakt. De staatssecretaris heeft dat zelf ook in dit debat erkend. Desalniettemin vindt het kabinet het kennelijk noodzakelijk om de vliegbelasting af te schaffen.

Ook het argument dat de staatssecretaris vanmiddag als nieuw argument inbracht – dat wij het vooral in Europees verband moeten doen – is versleten. Dat wisten wij al bij invoering. Toen wisten wij al dat het des te effectiever zou zijn als alle landen meedoen. Daardoor verdwijnt het probleem dat mensen uitwijken naar buitenlandse luchthavens. Wij wisten toen al dat er ondanks het feit dat mensen uitwijken milieuwinst te boeken is als Nederland hierin een voortrekkersrol vervult. Het kabinet was bereid om toen die rol op zich te nemen. Ook hierin is eigenlijk niets veranderd.

De GroenLinks-fractie vond en vindt de vliegbelasting een goede maatregel. Wij moeten helaas constateren dat het kabinet dat destijds met ons vond, maar nu niet meer. De enige reden om dat nu niet meer te vinden is dat Schiphol door de crisis moet worden geholpen. De vraag uit mijn eerste termijn die de staatssecretaris nog niet beantwoord heeft, blijft actueel: als Schiphol door de crisis moet worden geholpen, waarbij ook de GroenLinks-fractie zich wel iets kan voorstellen, waarom moet dat dan juist met deze maatregel? Waarom heeft het kabinet geen alternatieven overwogen waarmee zowel Schiphol als de milieudoelen geholpen zouden zijn?

Mevrouw Koşer Kaya (D66):

Voorzitter. Wij krijgen nog een reactie op de amendementen. Daar ga ik dus niet op in. Ik heb er overigens drie ingediend, over de scholingsaftrek, over de invordering en over de vergrijzing.

De staatssecretaris heeft toegezegd dat hij ernaar zal streven om de loonheffing op bijbaantjes voor 1 januari 2010 af te schaffen. Er kunnen echter nog wat haken en ogen aan zitten in die zin dat er ongewenste effecten kunnen optreden. Als dat het geval is, zal hij die per brief aan de Kamer melden. Dan kunnen wij nagaan of wij die kunnen verhelpen. Wellicht wordt daardoor de termijn van 1 januari 2010 niet gehaald. Om druk op de ketel te houden, dien ik de volgende motie in. Ik zal haar echter gelijk aanhouden. Afhankelijk van de inhoud van de brief van de staatssecretaris zal ik de motie eventueel toch in stemming brengen.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de jeugdwerkloosheid sterk oploopt door de economische crisis;

constaterende dat dit een belangrijk punt van zorg is van het kabinet, gezien de maatregelen die worden genomen in het aanvullende beleidsakkoord;

overwegende dat het afschaffen van de loonheffing voor kleine baantjes een sterke impuls kan geven aan de werkgelegenheid voor jongeren doordat de administratieve lasten voor bedrijven sterk afnemen en het makkelijk wordt, deze jongeren in dienst te nemen;

constaterende dat het kabinet in de tussenrapportage arbeidsverhoudingen overweegt, een dergelijke maatregel in te voeren;

verzoekt de regering om zo snel mogelijk, maar in ieder geval per 1 januari 2010, de loonheffing voor kleine baantjes af te schaffen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Koşer Kaya. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 31(31301).

Begrijp ik het goed dat mevrouw Koşer Kaya de motie meteen wil aanhouden?

Mevrouw Koşer Kaya (D66):

Ik houd de motie aan. Afhankelijk van de brief over de eventuele niet voorziene gevolgen, zal ik haar intrekken of in stemming brengen.

De voorzitter:

Op verzoek van mevrouw Koşer Kaya stel ik voor, haar motie (31301, nr. 31) van de agenda af te voeren.

Daartoe wordt besloten.

Mevrouw Koşer Kaya (D66):

Voorzitter. Ik dank de staatssecretaris voor zijn ruimhartige toezegging dat hij ontzettend zijn best zal doen om deze maatregel per 1 januari 2010 in te voeren.

Ik kom nog even terug op de motie-Pechtold/Rutte. De heer Omtzigt heeft er ook over gesproken. De heer Remkes had kritiek op de uitwerking. Omdat er nog wat onduidelijkheden zijn, dien ik de volgende motie in.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

gelet op de door de Kamer aangenomen motie-Pechtold/Rutte;

verzoekt de regering, de uitwerking van het volledige aanvullende beleidsakkoord voor te leggen aan het Adviescollege toetsing administratieve lasten (Actal) en te vragen of er onnodige administratieve lasten zijn ontstaan en de Kamer hierover binnen drie weken te informeren,Koşer Kaya

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Koşer Kaya, Remkes, Omtzigt en Tang. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 32(31301).

Mevrouw Koşer Kaya (D66):

Voorzitter. Ik dank de staatssecretaris voor de toezegging dat in de brief die wij voor de stemmingen krijgen ook zal worden aangegeven hoe de motie-Van der Ham wordt uitgewerkt. Ik zal daarop wachten en de heer Van der Ham zal indien nodig nadere stappen zetten.

Ik ben en blijf van mening dat de rechtvaardiging van de vergrijpboete niet juist is en dat deze boete niet in het fiscaal stimuleringspakket hoort. Ik ben wel van mening dat de staatssecretaris gelijk heeft dat wij dit heel snel en adequaat moeten aanpakken, omdat mensen niet weg mogen komen met allerlei frauduleuze handelingen om hun geld ergens op een rekening te zetten en er geen belasting over te betalen. Dat moeten wij heel snel en heel hard aanpakken. De Raad van State heeft duidelijk aangegeven dat het in samenhang moet worden bezien met andere fiscale boetes. Ik heb een amendement op dit punt ingediend. Aangezien de staatssecretaris nu duidelijk heeft aangegeven dat hij in het najaar met een visie komt over een brede boetesystematiek, zal ik met mijn fractie overleggen of wij dit amendement toch in stemming laten brengen dan wel het intrekken. Maar het blijft toch een rare wijze van handelen in de Kamer, als het gaat om de vergrijpboete en de procedure die hierin wordt gevolgd.

De heer Tang (PvdA):

Voorzitter. Ik wil de staatssecretaris bedanken voor de antwoorden en voor de toezegging dat er een brief komt over knelpunten bij het omzetten van koop naar tijdelijke huur, in het bijzonder de integratieheffing voor de btw.

Ik ben gelukkig met de voortvarende aanpak. De uitwerking van het aanvullend beleidsakkoord is op dit onderdeel snel ter hand genomen. Dat is ook nodig, want naast de algemene ondersteuning die het kabinet biedt door met enig lef de publieke uitgaven door te laten groeien is ook de specifieke ondersteuning door liquiditeitsmaatregelen, het stimuleren van investeringen en het wegnemen van beperkingen hard nodig om de economie op peil te houden. Ik ben blij dat er een voortvarende uitwerking is. Wij verwachten van het kabinet ook op andere onderdelen een voortvarende uitwerking. De PvdA-fractie zal daarop toezien. Ik hoop dat wij door het amendement over de btw op onderhoud in combinatie met de subsidie op dubbelglas daaraan een steentje kunnen bijdragen.

Wij zijn ook tevreden met de scherpe en duidelijke aanpak van zwartspaarders door de staatssecretaris. Wij zien graag dat nog duidelijker wordt dat het onttrekken van vermogens aan het zicht van de Belastingdienst geen gewenste praktijk is. De staatssecretaris heeft dat duidelijk gemaakt. Het amendement over een boete bij de inkeerregeling na twee jaar onderstreept dat. Ik hoop dat wij op die manier ook een bijdrage hebben geleverd.

Ik deel met de heer Omtzigt de teleurstelling dat de TBU-regeling nog niet is uitgewerkt. Ik ondersteun zijn verzoek om op korte termijn een brief op hoofdlijnen daarover te ontvangen, want het is een wezenlijk onderdeel van de fiscale regeling voor de ziektekostenuitgaven.

De heer Remkes (VVD):

Voorzitter. Ik dank de staatssecretaris voor zijn beantwoording, maar hij is er niet in geslaagd om mijn beeld van hem als medewetgever weg te nemen. Dat beeld is niet goed. Ik herinner aan de discussie over de verpakkingenbelasting. De Kamer heeft indertijd ruimschoots gewaarschuwd voor de administratieve belasting. Dat noodzaakte de staatssecretaris om vrij snel met reparatievoorstellen te komen. Wij hebben de discussie gehad over de vliegbelasting. Er is toen voor een aantal effecten gewaarschuwd, die in de praktijk ook bleken te ontstaan. Dat noopte de staatssecretaris om ook daarbij vrij snel met aanpassingsvoorstellen te komen. Nu hebben wij een voorstel voor een tonnageregeling. De staatssecretaris zal mij niet horen zeggen dat er nooit eens een fout gemaakt kan worden, maar het is een slordig beeld, met name in de richting van de samenleving.

Vandaag ligt onder meer voor het voorstel om het tarief voor de vliegbelasting op nul te zetten. De staatssecretaris wil, selectief argumenterend, in het Belastingplan tot totale afschaffing komen. Vanuit de coalitiefracties, die Schiphol nog wat verder onder druk willen zetten, komt er een motie. Het effect van dit verhaal is dat de regionale luchthavens – de heer Omtzigt mag dat in Maastricht en Eindhoven gaan uitleggen – volstrekt afhankelijk worden van wat er wel of niet door Schiphol wordt gedaan. Dat is natuurlijk de wereld op zijn kop. De discussie hoort te gaan over de economische wetenschap van nu en de ontwikkeling van het ETS. Je mag belangrijke partijen toch niet afhankelijk maken van een lijn zoals die door kabinet en Schiphol wordt aangegeven? Ik vind dat echt de wereld op zijn kop.

Mijn tweede opmerking heeft te maken met de drie hoogleraren. Ik onderken dat daar elementen in zitten die niet in dit belastingpakket thuishoren. Bij de behandeling van het Belastingplan zal ik erop terugkomen, want ik vind de argumentatie niet in alle opzichten duidelijk.

De heer Tang (PvdA):

De heer Remkes ziet iets over het hoofd. Schiphol heeft een belang in Eindhoven, Lelystad en Rotterdam. De regionale luchthavens waar de heer Remkes over spreekt, betreffen ook het belang van Schiphol. Dat conflict wat de heer Remkes probeert op te werpen, bestaat dus niet. De enige luchthaven die wij dan nog overhouden, is Maastricht.

De heer Remkes (VVD):

U kent Noord-Nederland niet zo goed, maar daar is ook nog een luchthaven.

De heer Tang (PvdA):

Vliegveld Twente is nog niet open ...

De heer Remkes (VVD):

Daar zit Schiphol niet in. Schiphol zit ook niet in Maastricht. Het gaat mij om het punt dat het bestuurlijk niet kan. Bij de coalitiepartners bestaat daar volstrekt onvoldoende oog voor.

De heer Tang (PvdA):

Plotseling wordt het nu een principekwestie. Ik breng een praktisch punt naar voren en plotseling maakt u het principieel. U maakt een probleem dat er niet is. U maakt van een mug een olifant.

De heer Remkes (VVD):

Nu de heer Tang mij uitdaagt, herinner ik mij allerlei opvattingen van hem. De vliegbelasting zou onvoldoende milieuspecifiek zijn. Hij heeft er indertijd nog een motie over ingediend. Een nader onderzoek van het kabinet naar meer differentiatie werd gebruikt als schaamlap om toe te dekken dat het beter voor het milieu zou moeten worden. Ik heb recent die onderzoeken gezien. Het blijkt dat het helemaal niet de goede weg is. Het instrument van de vliegbelasting blijkt niet zodanig te differentiëren dat het ook maar enig uit milieuoogpunt zinvolle zode aan de dijk zet. Dan begrijp ik niet dat dit achterhoedegevecht nog door de coalitiefracties wordt gevoerd. Met name het CDA zou zich daarvoor moeten schamen.

De heer Tang (PvdA):

Ik weet niet wie achterhoedegevechten aan het voeren is. Ik probeer u niet uit te dagen, maar wijs u op een feit, waarna u mij uitdaagt terug te komen van een motie die nu inderdaad gedateerd is. U moet dan niet met mooie, principiële woorden komen over principiële bezwaren, dat is principiële flauwekul, mijnheer Remkes.

De heer Remkes (VVD):

Ik kan de motie die net is ingediend door de coalitiefracties inderdaad niet anders bestempelen dan als een achterhoedegevecht. Dat is het toch? Neem je verlies en schaf het af met ingang van 1 juli.

Van de staatssecretaris heb ik eerlijk gezegd geen enkele sluitende bewering gehoord waarom de boeteverzwaring in het wetsvoorstel moet worden opgenomen. Hij had wat mij betreft spoorslags een eigenstandig wetsvoorstel in kunnen dienen, graag voorzien van een bredere motivering, maar ik heb van hem niet gehoord welke ramp er optreedt als dit door deze Kamer niet wordt besloten. Het ad-hockarakter van de hele discussie wordt in feite versterkt door het amendement van de heer Tang. De staatssecretaris heeft dat zelf een beetje geïndiceerd, door te zeggen niet te weten of dat nu wel besloten moet worden en of het niet kan wachten tot de wat bredere discussie. Kortom, het beeld dat bij mij op het netvlies is blijven hangen, is rommelig. Het is verstandig als mevrouw mevrouw Koşer Kaya en ondergetekende nog even over dat amendement van gedachten wisselen. De kern van de voorstellen die de staatssecretaris in het kader van de kredietcrisis ter implementatie op tafel heeft gelegd, kan onze steun krijgen. Ik heb nog een reactie gemist, namelijk op mijn vraag over de effectiviteit van de investeringsaftrek bij huurwoningen. Was het niet beter geweest daarvoor een iets bredere benadering te kiezen? Er kan namelijk een relatie liggen met enige aanpassing van het huurbeleid. Ik weet dat de staatssecretaris daar niet over gaat, maar het is wel onderdeel van het kabinetsbeleid.

Staatssecretaris De Jager:

Voorzitter. Het amendement op stuk nr. 19 gaat over het structureel toepassen van het verlaagde btw-tarief op isolatiewerkzaamheden. Zoals gezegd sta ik sympathiek tegenover dit amendement, zodat wij het daarom overlaten aan het oordeel van de Kamer. Zeker voor de btw-maatregelen geldt dat geen terugwerkende kracht wordt verleend. Met dit amendement wordt het extra urgent dat deze wet voor 1 juli in het Staatsblad staat. Wij kunnen geen terugwerkende kracht verlenen, omdat dan op nota's btw komt te staan, waar ook allerlei Europese regels aan vastzitten. Het kabinet heeft overwogen dit per 1 januari te doen, zodat wij iets meer tijd hebben om dit in het Belastingplan mee te nemen. Dan sta je voor een monsterlijk dilemma, omdat uitstel van investeringen het gevolg kan zijn. Als kabinet hebben wij overwogen om dit per 1 januari te doen zodat wij iets meer tijd hebben en wij het in het Belastingplan mee kunnen nemen. Dan heb je echter te maken met een soort monsterlijk dilemma omdat je dan eigenlijk een uitsteleffect van investeringen zou realiseren, dit terwijl je als kabinet naast het bevorderen van isolatie, ook de bouwsector een beetje wilt helpen. Dus gelet op die belangenafweging laat ik het oordeel over dit amendement aan de Kamer.

Dan het amendement op stuk nr. 20 van de heer Remkes over het afschaffen van de vliegbelasting. Ik heb al aangegeven dat wij als kabinet hebben voorgesteld om de vliegbelasting af te schaffen. Dat doen wij middels de tweetrapsraket: nu op nul zetten en afschaffing in het Belastingplan 2010. De heer Remkes noemt het een gelegenheidsargument, maar ik vind het tarief op nul zetten of begunstigende maatregelen in de WBSO en dergelijke toch wel van enige andere orde dan het afschaffen van een hele belasting. Het is volgens mij zonder precedent om dat nu eventjes met een amendement of een nota van wijziging te doen. De heer Remkes houdt een verhaal dat hij mij vindt zondigen maar hij vindt dat hij dit zelf wel kan ...

De heer Remkes (VVD):

Ik wilde het CDA gewoon graag even helpen in deze Kamer.

Staatssecretaris De Jager:

Dat zij de heer Remkes uiteraard gegund. Desalniettemin, om de reden voornoemd, ontraad ik het amendement.

Vervolgens ga ik in op het amendement op stuk nr. 21 van de heer Tang. Dit is een sympathiek amendement, maar ik zit nog wat met de timing ervan. Ten aanzien van het vorige amendement over de btw is er een heel zware reden om het per 1 juli te doen. Dat past ook helemaal in dit wetsvoorstel. Ik kan het amendement op stuk nr. 21 eigenlijk niet ontraden omdat het sympathiek is. Dus ik zit een beetje met een dilemma. Ik spreek ook weer niet officieel "oordeel Kamer" uit, maar ik kan het niet ontraden. Dat komt overigens ongeveer op hetzelfde neer, zo heb ik begrepen.

Het amendement op stuk nr. 23 van de heer Bashir strekt tot afschaffing van inkeerregeling. Ik heb al aangegeven dat op dit punt het amendement van de heer Tang mij veel sympathieker oogt. Dat amendement biedt ook ruimte om gaandeweg het inkeren toch nog een beetje te beboeten. Er moet een verschil zijn tussen inkeer en het feit dat de Belastingdienst je opspoort. De heer Bashir gaf aan dat belastingplichtigen nu de afweging maken om toch nog maar even te wachten. Maar dat bevorder je niet met het afschaffen van de inkeerregeling. Sterker nog, dat werk je er juist mee tegen. De inkeerregeling geldt alleen als iemand vrijwillig inkeert. Als een belastingplichtige gaat inkeren op basis van het feit dat hij heeft vernomen dat de Belastingdienst informatie heeft uitgewisseld met bepaalde landen, geldt dat volgens de huidige wettekst niet als inkeren. De feiten en omstandigheden moeten natuurlijk gewogen worden door de rechter en de inspecteur, maar als een belastingplichtige weet of kan weten dat de Belastingdienst over die informatie beschikt op basis van informatie-uitwisseling, dan kan hij niet meer inkeren. Dus de inkeerregeling bevordert nu wel degelijk het échte vrijwillige inkeren. Daarom is het goed dat er altijd een klein verschil blijft bestaan, maar ik ben het met de heer Tang eens dat er wel een vorm van boete moet zijn. Dat houdt tevens een mooie bonus in voor degenen die nog dit kalenderjaar inkeren, want voor hen geldt nog de volledige "oude" inkeerregeling, nog even afgezien van het feit dat ik het liever via het Belastingplan 2010 had geregeld. De inhoud van het amendement van de heer Tang is in ieder geval zeer goed verdedigbaar.

Mevrouw Koşer Kaya heeft een amendement ingediend over scholingsaftrek. Scholingskosten voor werknemers zijn in de huidige situatie reeds als bedrijfskosten aftrekbaar van de winst. In het verleden was er ook een extra scholingsaftrek. Die is geschrapt omdat uit een evaluatie is gebleken dat de maatregel niet effectief zou zijn. Dus hoewel het bevorderen van scholing een sympathiek doel is, was het gekozen middel kennelijk niet effectief. Daarom ontraad ik dit amendement. Ik vind dat daar, zeker als er een negatieve evaluatie is, een fundamentele overweging aan ten grondslag moet leggen.

Het amendement van mevrouw Koşer Kaya op stuk nr. 25 gaat over het intrekken van het voorstel om de vergrijpboete te verhogen. Ik begrijp dat mevrouw Koşer Kaya nog zal overwegen of zij dat amendement in zal trekken. Ik heb in ieder geval aangegeven waarom wij als regering vinden dat dit voorstel hier wel in past, zowel qua momentum, als qua context, dit in relatie met de G20 en de OESO-bijeenkomsten. Er is ook een relatie met het niveau van de boetes. Ik heb al toegezegd dat in een bredere context te willen zien, maar dat niet te willen afwachten voor dit specifieke punt.

Dan de moties.

De voorzitter:

Er is ook nog een amendement op stuk nr. 27 van de leden Koşer Kaya en Remkes. Dat amendement vervangt het amendement op stuk nr. 24. Ik zal zorgen dat u dat amendement krijgt.

Staatssecretaris De Jager:

Graag. Ik denk echter dat als het amendement niet fundamenteel is veranderd, mijn beantwoording van het amendement op stuk nr. 27 hetzelfde zal zijn als dat van het amendement op stuk nr. 24. Ik weet echter niet wat de verandering is.

De voorzitter:

Ik zie dat de verandering alleen de ondertekening betreft.

Staatssecretaris De Jager:

Dan is mijn oordeel hetzelfde.

De voorzitter:

U hebt het amendement op stuk nr. 24 echter niet behandeld.

Staatssecretaris De Jager:

Ik zal eerst ingaan op de moties. De motie op stuk nr. 22 van de heer Omtzigt handelt over btw op dubbelglas. Ik heb sympathie voor hetgeen wordt gevraagd, maar omdat het niet fiscaal is te regelen, ligt het niet op mijn terrein. Ik zal deze motie dan ook doorgeleiden naar de heer Van der Laan.

De voorzitter:

Dat doet u nadat de motie in stemming is gebracht, mag ik aannemen.

Staatssecretaris De Jager:

De heer Van der Laan moet nog de gelegenheid hebben om per brief zijn oordeel over deze motie kenbaar te maken. Als hij dat wenst te doen, zal hij dat voor de stemmingen moeten doen.

De motie van het lid Bashir op stuk nr. 28 ontraad ik. De motie gaat over de multinationals. Ik ben daar al op ingegaan.

De motie van de leden Omtzigt en Tang op stuk nr. 29 gaat over de Europese Investeringsbank. Ik weet niet of wij wel kunnen zeggen wat die bank moet doen. Ik ga daar ook niet over. De heer Omtzigt had dat zelf ook al aangegeven. Ik zal deze motie dan ook doorspelen naar de minister van Financiën en/of de minister van Economische Zaken, met het verzoek om hier snel per brief een oordeel over bekend te maken.

De motie-Cramer c.s. op stuk nr. 30 handelt over de vliegbelasting. In het aanvullend beleidskader is door de coalitiepartijen afgesproken dat de vliegbelasting wordt afgeschaft. Schiphol heeft daar vervolgens invulling aan gegeven en probeert tot een kostenreductie te komen. Dat is echt een significante stap, een belangrijke stap en ook grote stap van Schiphol om tot lagere kosten te komen. Naast de minister van Verkeer en Waterstaat ben ik daar zelf ook bij betrokken geweest. Schiphol doet serieus zijn best om de kosten te reduceren. Daarmee heeft men invulling gegeven aan hetgeen de coalitiepartijen hebben geuit in het aanvullend beleidskader, dat door het kabinet is overgenomen. Daarmee heeft het kabinet het standpunt ingenomen dat de vliegbelasting kan worden afgeschaft. Deze motie laat ineens licht bestaan en lijkt ineens twijfel te zaaien, alsof wij de vliegbelasting in stand laten. Wij hebben aangegeven dat wij die twijfel laten bestaan totdat Schiphol duidelijkheid geeft. Die duidelijkheid heeft Schiphol nu gegeven. Daarmee zeg ik ook dat ik het in dit wetsvoorstel geregelde KB zal slaan om de vliegbelasting op nul te zetten. Materieel schaffen we de vliegbelasting dus af. Formeel doen we dat in het Belastingplan 2010, maar je zet de vliegbelasting nu toch niet op nul om haar bij het Belastingplan 2010 weer omhoog te gooien? Ik zie dat eerlijk gezegd niet als een reëel perspectief. Daarom hebben wij druk op Schiphol gelegd om duidelijkheid te krijgen binnen de paar weken die wij hadden. Ik heb de Kamer al toegezegd dat de minister van Verkeer en Waterstaat per brief helder zal uitleggen waarom de vliegbelasting volgens het kabinet op nul kan worden gezet en vervolgens afgeschaft kan worden. Ik ontraad de motie dus.

De heer Cramer (ChristenUnie):

Volgens mij is in het crisispakket afgesproken dat het tarief naar nul zou gaan. Het kabinet heeft daar zelf invulling aan gegeven door de afspraak te maken met Schiphol over de 44 mln., nog in 2009. Dat stond niet in het crisisakkoord. Ik houd u dus aan uw eigen afspraken met Schiphol, waarvan de Raad van State zegt dat Schiphol dat niet gaat doen. Dat heeft men al laten weten. Ik houd u aan uw eigen afspraak met Schiphol dat die kostenreductie al in 2009 wordt gerealiseerd.

Staatssecretaris De Jager:

Nogmaals: de minister van Verkeer en Waterstaat zal duidelijk maken dat de afspraken die Schiphol met het kabinet heeft gemaakt, worden nageleefd. Als Schiphol afspraken met ons maakt, ga ik daar ook van uit. De minister van Verkeer en Waterstaat is echter de eerstverantwoordelijke om die afspraken te maken. Ik zal hem dus verzoeken om dit duidelijk te maken in die brief. Ik meen overigens dat in het aanvullend beleidskader wel degelijk het woord "afschaffen" staat met betrekking tot de vliegbelasting, maar dat zoeken wij nog op. U kunt dat zelf ook doen, maar ik zal dat ook nog even doen.

Het amendement op stuk nr. 27 over de Invorderingswet was ik zojuist vergeten. In mijn eerste termijn heb ik echter al aangegeven wat ik hiervan vind. Ik vind het amendement onnodig en ontraad het dus. Ik heb al aangegeven dat ik voor de uitvoering richtlijnen heb gegeven aan de Belastingdienst – ik heb daarover zelfs een beleidsbesluit genomen en gepubliceerd – om tot maatwerk te komen met betrekking tot het invorderen van belastingschulden van ondernemers die door deze economische crisis in problemen zijn gekomen. Ik wijs er met nadruk op dat je dit niet in een wet kunt regelen, want dit vereist maatwerk om misbruik van de regeling tegen te gaan. In de uitvoering geven wij hier dus aandacht aan. Wij hebben, zolang deze crisis zich voordoet, een versoepeling van het invorderingsbesluit afgesproken.

Ik moet even bekijken of ik alle moties heb behandeld.

De voorzitter:

Het gaat nog om de moties op stuk nrs. 31 en 32, waarvan er een is aangehouden in afwachting van uw brief.

Staatssecretaris De Jager:

De aangehouden motie op stuk nr. 31 ontraad ik. Daar ben ik inhoudelijk al op ingegaan.

De motie op stuk nr. 32 gaat over Actal. Ik heb inmiddels de brief erbij gepakt die door het kabinet is verstuurd naar aanleiding van de vragen over het openbare gesprek met Actal. Het kabinet is daarbij ingegaan op het uitvoeren van de motie. Ik ontraad de motie over Actal, want het kabinet heeft het volgende gesteld als reactie op de motie: "Maatregelen uit het aanvullend beleidsakkoord die gebruikelijk niet aan Actal ter toetsing worden voorgelegd (zoals nota's van wijzigingen), zullen, ter invulling van de betreffende motie en voor zover de maatregelen een significante invloed op de administratieve lasten hebben, aan Actal worden voorgelegd. Daarnaast is aan Actal gevraagd vroegtijdig te signaleren voor welke maatregelen uit het aanvullend beleidsakkoord het college risico ziet op toename van regeldruk." Conform deze tekst hebben wij de motie uitgevoerd. Er is informeel contact geweest met Actal. Wij hebben gekeken naar de toetsingssystematiek. Een nota van wijziging die geen significante invloed heeft op de administratieve lasten, hoeft niet officieel te worden voorgelegd conform de kabinetsreactie. Daarom acht ik de motie die nu is ingediend, die eigenlijk ongeveer hetzelfde is als de eerdere motie, onnodig.

Mevrouw Koşer Kaya (D66):

Ik adviseer u om het even formeel te doen, staatssecretaris. Dan krijgen wij ook een brief van Actal. Wat betreft mijn aangehouden motie het volgende. Ik begrijp niet waarom u nu zegt dat u deze ontraadt, gezien het feit dat er een brief aan de Kamer wordt gestuurd waarin u, zo hoop ik, ingaat op wat de voor- en nadelen van eventuele gevolgen hiervan zouden kunnen zijn en hoe snel wij die zouden kunnen oplossen.

Staatssecretaris De Jager:

Ik neem aan dat u doelt op de motie over kleine baantjes. Inhoudelijk ben ik het er grosso modo mee eens. Wat ik al heb gezegd, gaan wij zo snel mogelijk doen. Ik heb u al een toezegging gedaan. Ik kan de motie onnodig noemen, als u dat een sympathiekere kwalificatie vindt. Zij hoeft in elk geval niet te worden aangenomen door de Kamer, was de strekking van mijn verhaal.

Mevrouw Koşer Kaya (D66):

Ik houd mijn motie aan omdat het kabinet kennelijk op die weg aan het werken is. Zij zou dan ondersteuning van het beleid zijn. Ik kan dat pas checken als ik straks die brief heb.

Staatssecretaris De Jager:

Als u die brief hebt en u zet de motie toch door, zal het kabinet het er waarschijnlijk niet mee eens zijn. Laten wij het ook niet opblazen: inhoudelijk zitten wij grosso modo op één lijn. Laat ik het gewoon even opschrijven en wacht dat even af. Als de Kamer de brief heeft, heeft zij een nieuw moment om te kijken wat zij doet.

Mevrouw Koşer Kaya (D66):

Ik dank u. Ik zal deze motie aanhouden. Ik heb nog een vraag op de reactie op mijn amendement op stuk nr. 27. Wij kunnen veel efficiënter en effectiever omgaan met situaties waarin een bedrijf zowel iets moet betalen als iets terugkrijgt. Dan kunnen wij verrekenen. Dat is waar het in feite op neerkomt. Ik vind het vreemd dat wij dan dubbele handelingen verrichten. Wij zouden bedrijven wat meer ruimte geven en efficiënter werken als verrekenen mogelijk was. Waarom ontraadt u dit amendement?

Staatssecretaris De Jager:

Ik ben hier al op ingegaan. Ik acht het amendement als zodanig onnodig omdat in de Leidraad Invordering 2008 al een algemene faciliteit is opgenomen om uitstel van betaling te kunnen verlenen in verband met een te verwachten uit te betalen bedrag. Dat kan voor de loonbelasting en de omzetbelasting al worden aangevraagd ten tijde van de aangifte. Het voorgestelde artikel 25 is daarmee niet een schoonheid van wetgevingskwaliteit geworden doordat het een overbodig artikel lijkt, tenzij meer gezocht wordt achter het artikel dan het artikel dat er al is. Dat is een beetje vreemd. Voor zover je er meer achter zoekt, lijkt het gedane voorstel te royaal. Er worden namelijk geen eisen gesteld omtrent de levensvatbaarheid van de onderneming. Het tijdelijke beleidsbesluit dat ik nu heb genomen, met een deskundigenverklaring, is evenwichtiger.

Wij willen geen concurrentievervalsing creëren van bedrijven die het toch al jaar in, jaar uit slecht deden en nu ineens tegen de Belastingdienst kunnen zeggen dat zij het heel slecht doen, dus dat zij uitstel van betaling willen. Er zijn ondernemers die mij daar in zaaltjes voor waarschuwen. Zelfs wat betreft de maatregel die ik nu heb genomen, zeggen zij dat ik ervoor moet oppassen dat hun concurrent die het slecht doet nu niet ineens heel goedkoop mag lenen bij de Belastingdienst terwijl zij een veel te hoge rente van 9% of 8% moeten betalen bij de bank. Die onnodige concurrentievervalsing wil ik voorkomen door te eisen, middels een deskundigenverklaring, dat er in elk geval ongeveer een verband is tussen de economische crisis en het niet kunnen betalen. Hierdoor kunnen bedrijven die het toch al slecht deden, jaar in, jaar uit, of die een slecht management hebben geen concurrent worden.

Mevrouw Koşer Kaya (D66):

Dat laatste begrijp ik op zich. Het gaat er echter om dat er juist bij bedrijven waarvan vaststaat dat zij iets terugkrijgen en ook iets terug moeten betalen, wordt verrekend. Zij moeten niet allerlei extra stappen moeten zetten. Dit moet efficiënter en effectiever worden geregeld.

Staatssecretaris De Jager:

Voorzitter. Dan nog vind ik dat je het niet via een amendement moet vragen. Je zou moeten aangeven dat het een wens is. Die kan ik dan met de Belastingdienst bespreken. Aan de vraag of verrekening kan, kleven namelijk niet alleen juridische, maar ook uitvoeringsaspecten. Ik heb al gewezen op bepaalde risico's op economisch gebied, zoals concurrentievervalsing. Het lijkt wel alsof wij iets heel snel doen, maar normaal gesproken gaan er maanden van afstemming met het bedrijfsleven, de Belastingdienst en andere uitvoeringsorganisaties aan dit soort zaken vooraf. Ook in die situatie ontraad ik de aanneming van het amendement. Ik kan hooguit toezeggen dat ik er nog eens naar kijk.

Ik zeg de heren Tang en Omtzigt binnen twee weken een brief toe, waarin ik de hoofdlijnen van de nieuwe Tbu bespreek. Ik mag niets anders doen, want die regeling moet nog door de ministerraad worden besproken. Ik kan mijn voornemens wel op hoofdlijnen kenbaar maken.

De heer Cramer heeft nog een vraag over de vijf werkdagen gesteld. In de wettekst staan die niet opgenomen. Ik heb gezegd dat het over het algemeen vijf werkdagen is, maar dat is geen maximum. Normaal gesproken en op bepaalde voorwaarden zal het vijf werkdagen zijn. Nu is dat zes tot acht weken. Het gaat dus in ieder geval veel sneller. Ik kan geen harde data noemen, maar ik kan wel toezeggen dat het veel sneller gaat. Er zullen echter altijd situaties zijn dat het iets langer dan vijf werkdagen gaat duren. Daarom is er in de wet geen termijn opgenomen. Wij streven in normale situaties naar vijf werkdagen.

De heer Van Dijck heeft gevraagd naar de woningbouw. Ik heb in eerste termijn al gezegd wat wij op dat vlak allemaal doen. Ik verwijs ook naar het algemeen overleg met de heer Van der Laan over dat onderwerp.

De SP heeft naar de Hoge Raad gevraagd. Wij kennen niet zoiets als een spoedadvies van de Hoge Raad. Er is in Nederland een scheiding tussen de machten. Dat is natuurlijk erg belangrijk. Dit betekent dat de Hoge Raad pas oordeelt naar de feiten en omstandigheden. Ik herhaal dat een boete van 300% maximaal is. De Hoge Raad zal dus jurisprudentie ontwikkelen over in hoeverre in het boetebeleid van de staatssecretaris, dat wordt geïmplementeerd door de inspecteur, in redelijkheid wordt toegepast, gelet op de wet en overige omstandigheden. Ik verwacht dus niet dat de Hoge Raad in algemene zin uitspraak zal doen. Die zal dat wel doen in individuele gevallen. Dat is goed, want dat is jurisprudentie. Ik verwacht dus wel dat er jurisprudentie komt, maar niet dat de Hoge Raad zal zeggen dat er geen gevallen zijn waarin dit niet is toegestaan. Hoe het ook zij, ik wil de plaats van de Hoge Raad niet innemen, want die instantie beoordeelt zelfstandig, gelet op de feiten en omstandigheden van het geval, of de inspecteur een "houdbare" boete heeft opgelegd.

Bij het amendement ben ik al ingegaan op de afschaffing van de inkeerregeling.

GroenLinks heeft vragen gesteld over het afschaffen van de vliegbelasting. Ik begrijp dat dit voor GroenLinks een bittere pil is. Zij was daar heel erg blij mee. Het kabinet heeft heel veel vergroeningsmaatregelen genomen. Dat weet mevrouw Sap, dat weet GroenLinks. Maar deze specifieke maatregel in combinatie met de onverwachte omstandigheden is niet goed uitgepakt. De prijselasticiteit bleek ook van invloed op het vertrekverkeer vanaf Amsterdam. Daarbij kwam de economische crisis. Ook de reclame die is gemaakt tegen de vliegbelasting zal een beetje een rol hebben gespeeld. Iedereen heeft daardoor gedacht: o, dan moet ik maar naar Düsseldorf om aan die belasting te ontkomen. De eigen vliegsector is niet behulpzaam geweest, denk ik. Die zal, naar ik vrees, nog jaren last hebben van het feit dat men zoveel reclame heeft gemaakt voor buitenlandse luchthavens. Deze combinatie was toen niet te voorzien. Dan moet het kabinet op grond van voortschrijdend inzicht, gelet op deze omstandigheden en gelet op het ETS dat er zal komen, durven te zeggen: dit doen wij dus even niet meer.

Mevrouw Sap (GroenLinks):

Fijn dat de staatssecretaris nog even op ons pijnpunt is ingegaan. Op twee vragen die ik in de loop van dit debat heb gesteld, is nog geen antwoord gekomen. Als de staatssecretaris deze vragen nu niet kan beantwoorden, vraag ik hem om er in ieder geval voor te zorgen dat zijn collega Eurlings deze punten meeneemt in de brief die wij nog zullen krijgen. De eerste vraag is waarom er geen andere maatregelen zijn overwogen om Schiphol door de crisis heen te helpen. De tweede vraag is: als het dan toch de vliegbelasting moet zijn, waarom heeft het kabinet dan geen eisen aan Schiphol gesteld op het gebied van duurzaamheid? Waarom gaat het alleen over de kosten?

Staatssecretaris De Jager:

Er worden uiteraard ook eisen op het gebied van duurzaamheid aan Schiphol gesteld. Dat lijkt me iets waarop de minister van Verkeer en Waterstaat nog kan ingaan. Waarom geen andere maatregelen? Wij hebben verschillende mogelijkheden naast elkaar gelegd en overwogen. Uiteindelijk bleek de vliegbelasting ten opzichte van de opbrengst een zware verstoring te zijn. Wij hebben geen andere maatregelen gezien die even behulpzaam zouden zijn als deze. Wij hebben ons wel afgevraagd wat wij allemaal zouden kunnen doen. Zo hebben wij gekeken naar de kostenbesparing om Schiphol op dat punt concurrerend te houden – de heer Cramer heeft daarop gewezen – maar daar is Schiphol zelf al mee bezig. De vliegbelasting was een maatregel van buitenaf die de kosten voor Schiphol omhoogbracht. Dat is de reden geweest om dit zo te doen. De vraag over de duurzaamheidseisen zal ik doorgeleiden naar de minister van Verkeer en Waterstaat, zodat hij er in zijn brief op kan ingaan.

De algemene beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:

Over de amendementen en de moties wordt aanstaande dinsdag gestemd.

De vergadering wordt van 18.52 uur tot 20.00 uur geschorst.