Regeling van werkzaamheden

De voorzitter:

Op verzoek van de minister voor Wonen, Wijken en Integratie stel ik voor, de stemmingen over de wijziging van de Wet op de huurtoeslag van de agenda af te voeren.

Daartoe wordt besloten.

De voorzitter:

Het woord is aan de heer Atsma.

De heer Atsma (CDA):

Voorzitter. Als voorzitter van de vaste commissie voor LNV vraag ik u om het verslag van het algemeen overleg over de Nota Agenda Landschap op de agenda te plaatsen.

De voorzitter:

Het VAO zal worden toegevoegd aan de agenda van de komende week.

Het woord is aan de heer Van Gerven.

De heer Van Gerven (SP):

Voorzitter. De SP-fractie heeft vorige week een spoeddebat aangevraagd over de IJsselmeerziekenhuizen. Dat is uitgesteld omdat nog niet alles bekend was over de uitkomst van de onderhandelingen. Inmiddels is dat wel het geval en daarom wil ik graag een spoeddebat met de minister van VWS over de IJsselmeerziekenhuizen.

Mevrouw Agema (PVV):

Voorzitter. Mijn fractie wil graag eerst een brief van de minister. Hij moet daarin ingaan op de staatssteun die verleend is aan deze twee ziekenhuizen en de gevolgen daarvan voor de situatie in Emmeloord.

Mevrouw Schippers (VVD):

Voorzitter. Ik sluit mij daarbij aan. Ik zou ook graag een brief ontvangen. Ik heb verder wel behoefte aan een debat, maar het is de vraag of dat een spoeddebat moet zijn. Wij zijn dan zo gelimiteerd in de tijd. Ik zou dat echt zonde vinden voor dit onderwerp. Ik heb wel behoefte aan een debat op basis van een brief.

De heer Van der Veen (PvdA):

Voorzitter. Ik heb ook behoefte aan een debat. Het heeft mijn voorkeur om hierover een algemeen overleg te voeren, omdat er dan meer tijd is om over deze ingewikkelde materie te praten dan in een spoeddebat.

Mevrouw Smilde (CDA):

Voorzitter. Ik sluit mij aan bij de woorden van de heer Van der Veen. Ik zou ook graag eerst een brief van het kabinet ontvangen.

Mevrouw Wiegman-van Meppelen Scheppink (ChristenUnie):

Voorzitter. Ook ik ontvang graag eerst een brief. Verder geef ik de voorkeur aan een gewoon debat.

Mevrouw Van Gent (GroenLinks):

Voorzitter. Eerst een brief en dan wellicht een debat.

De voorzitter:

Mijnheer Van Gerven, wij vragen om een brief en dan kunt u altijd nog terugkomen.

De heer Van Gerven (SP):

Voorzitter. Die brief van de minister kan heel snel komen want alle gegevens zijn er.

De voorzitter:

Wij wachten die brief af en daarna praten wij verder.

De heer Van Gerven (SP):

Er is een meerderheid voor een spoeddebat.

De voorzitter:

Nee hoor, dat hebt u niet goed.

De heer Van Gerven (SP):

Ja, na ommekomst van een brief.

De voorzitter:

Mijnheer Van Gerven, ik ben degene die u helpt om tot een goed besluit te komen. Men is bereid om naar een brief te kijken. Daarna beslist men of er een spoeddebat komt, een algemeen overleg of een gewoon debat. Er zijn drie mogelijkheden. Wij wachten dus eerst de brief af.

De heer Van Gerven (SP):

Mag ik dan nog opmerken dat er nog onbeantwoorde vragen liggen van mijn fractie? Die kunnen beantwoord worden in die brief.

De voorzitter:

Wij zullen het stenogram doorgeleiden naar het kabinet.

Het woord is aan de heer Pechtold.

De heer Pechtold (D66):

Voorzitter. Vandaag zouden wij antwoorden krijgen op de vragen over de Nederlandse steun aan de oorlog in Irak. Nederland werd gisteren echter verrast met een afleidingsmanoeuvre. Ik verzoek u daarom om deze week een debat te plannen over de verklaring en de brief van de minister-president inzake het beantwoorden van Kamervragen over Irak. Ik wil daar voldoende voorbereidingstijd voor hebben. Ook wil ik graag ter voorbereiding van het debat dat de regering op een aantal zaken wat dieper ingaat. Ik denk dan aan de volgende vragen. Wat is de precieze opdracht van de nu in te stellen commissie? Hoe definieert het kabinet het begrip "onafhankelijk"? Krijgt de commissie ambtelijke steun? Dat lijkt mij in ieder geval onwenselijk. Waarom is niet gekozen voor een andere commissie, bijvoorbeeld de wettelijk verankerde Onderzoeksraad Voor Veiligheid, de Commissie van advies inzake volkenrechtelijke vraagstukken of de Adviesraad Internationale Vraagstukken, of worden deze bij het onderzoek betrokken? Ik krijg hiervoor graag een onderbouwing. Verder neem ik aan dat alle vragen die er nog liggen, worden doorgezonden en in het rapport terechtkomen. Hiervoor moet dan wel de ministeriële verantwoordelijkheid gelden. Het rapport moet niet alleen naar de Kamer gaan, de regering moet er ook haar verantwoordelijkheid voor nemen. Ik hoor ook dat graag voor het debat.

De heer De Roon (PVV):

De PVV-fractie steunt dit verzoek. Wij hopen dat het debat op korte termijn kan plaatsvinden, bij voorkeur volgende week.

Mevrouw Halsema (GroenLinks):

Alle steun voor het debat. Ik wil er nog twee vragen aan toevoegen. Ten eerste gaat het over een commissie, maar tot nu toe kennen wij alleen de voorzitter. Het lijkt mij best handig om te weten wie er in die commissie zitten. Misschien dat er bij ons dan enig begrip ontstaat voor het overmatige enthousiasme bij de coalitiepartijen. Ten tweede wordt er gesproken over de onafhankelijkheid van de commissie. Betekent dit ook dat de Kamer inzage krijgt in de transcripten van alle door de commissie gevoerde gesprekken? Krijgt de commissie de bevoegdheid om rechtstreeks in debat te treden met de Kamer, hier in het parlement?

De heer Van Haersma Buma (CDA):

Gisteren heeft de CDA-fractie samen met de fracties van de PvdA en van de ChristenUnie een debat willen aanvragen. Reeds voor de persconferentie lag er al een verzoek om een debat. Onze wens is om deze week een debat te hebben, bij voorkeur vandaag of morgen.

De heer Rutte (VVD):

Voorzitter. Ik steun het verzoek van de heer Pechtold en sluit mij aan bij de aanvullende vragen van mevrouw Halsema. Een vraag die ik aan u wil stellen, is hoe wij als parlement het feit wegen dat het kabinet nu alle termijnen schoffeert voor de beantwoording van Kamervragen door die in handen te stellen van de onafhankelijke commissie. Kan dat zomaar? Wat vindt u daarvan als voorzitter?

Mevrouw Verdonk (Verdonk):

Ik sluit mij aan bij de vragen van de heer Pechtold en de vraag van mevrouw Halsema over samenstelling van de commissie. Verder pleit ik ervoor dat wij ons goed kunnen voorbereiden. Wat mij betreft, wordt het debat dus niet vandaag of morgen gehouden maar donderdag.

De heer Van der Staaij (SGP):

Ook de SGP-fractie is het er van harte mee eens dat een debat moet worden gevoerd over deze brief. Het lijkt mij goed om dat op vrij korte termijn te doen, zodat ook de vraag naar hoe het zit met de al door de Kamer gestelde vragen, aan de orde kan komen.

Mevrouw Kant (SP):

Het lijkt mij nogal wiedes dat wij deze week een debat voeren over de verklaring en het verzoek tot een onderzoek gisteren van de minister-president. De Tweede Kamer heeft hierin volgens mij het laatste woord.

De voorzitter:

Mijnheer Pechtold, u hebt ruime steun voor een debat. Mijn voorstel is – ik kijk even rond – om dat morgen te houden. Dan kunnen wij ons goed voorbereiden. De aanvullende vragen kunnen per stenogram aan het kabinet worden doorgeleid. Ik ga ervan uit dat die vragen zijn beantwoord voordat wij aan het debat beginnen.

De heer Pechtold (D66):

Snelheid maar ook zorgvuldigheid, zo ken ik u.

De voorzitter:

Zeker.

De heer Pechtold (D66):

Ik heb wel de behoefte om, voordat wij met de premier debatteren, helderheid te krijgen over de brief. Verder hebben wij gemerkt dat hij zich druk in de economische crisis aan het storten is. Het debat moeten wij dus niet plannen op een moment dat hij weer net weg moet of net weer binnenkomt, maar daar moeten wij de ruimte voor hebben. Dat wil ik verbinden met een spreektijd – maar daar gaat u over – van zeven of acht minuten per fractie. Ik zou het debat het liefste donderdag houden. Dat is nog deze week. Er is dan voldoende voorbereidingstijd, ook om de brief van de regering met een reactie op nogal wat aanvullende vragen goed te kunnen bestuderen.

De voorzitter:

Volgens mij kan ik het nu overzien. Ik had een bod van vijf minuten willen doen, maar ik snap best dat u meer spreektijd wilt hebben. Wij doen dus ietsje meer: zes, zeven.

Mevrouw Halsema (GroenLinks):

Zeven.

De voorzitter:

Kijk eens, zo gaat dat. Natuurlijk maken wij het debat in één keer af. U doet het allemaal zo verstandig als u het altijd doet.

De heer Pechtold (D66):

En mijn verzoek om het debat donderdag te houden?

De voorzitter:

Nee, nee, er is een meerderheid om het morgen te doen.

Mevrouw Halsema (GroenLinks):

Die zou ik dan nog graag vastgesteld zien, want ik wil er nog één argument aan toevoegen. Ik neem aan dat de vragen die zouden worden doorgeleid naar de commissie, al wel beantwoord zijn. Er zijn echter fors wat aanvullende vragen gesteld. Als de antwoorden pas morgen om 9.50 uur binnenkomen, verzoek ik dringend om het debat toch op donderdag te houden. Ik wacht al zes jaar op duidelijkheid; ik geloof niet dat wij het nu in één dag zullen redden.

De heer Van Haersma Buma (CDA):

Wij moeten er wel voor zorgen dat wij de normale voortgang van de agenda aanhouden. De vragen van de heer Pechtold – ik ken hem – zijn naar hun aard natuurlijk onmogelijk te beantwoorden. Dit leidt tot eindeloos uitstel.

De heer Pechtold (D66):

Hoezo? Wie vertraagt hier nu?

De voorzitter:

Bij de regeling van werkzaamheden gaat het om de inhoud!

De heer Van Haersma Buma (CDA):

Dat bedoel ik. Wie vertraagt er nu? De stelling van de CDA-fractie is dat wij bij voorkeur snel een debat hebben, want iedereen praat erover. Ik hecht er dan ook aan om het debat vandaag of anders in elk geval morgenochtend te houden en af te ronden.

Mevrouw Kraneveldt-van der Veen (PvdA):

De heer Pechtold dacht: de meerderheid is nog niet duidelijk. De PvdA-fractie schaart zich achter het voorstel van het CDA. Dat wil zeggen: morgen een debat.

De heer Rutte (VVD):

Wij geven de voorkeur aan donderdag vanwege de beantwoording van de vragen. Ik denk dat de heer Van Haersma Buma deze nu al zou kunnen beantwoorden.

De voorzitter:

Wij gaan toch niet over woensdag of donderdag lopen touwtrekken?

Mevrouw Verdonk (Verdonk):

Ik denk dat wij dat toch wel moeten doen. Donderdag is een heel goede dag. Dan heeft de minister-president in elk geval de kans om een goede brief aan de Kamer te sturen en hebben wij de tijd om de brief te lezen. Anders krijg je precies de situatie die mevrouw Halsema zojuist heeft aangehaald. Graag donderdag!

De heer Van der Staaij (SGP):

Ik had nooit gedacht dat ik nog eens naar de microfoon zou komen om te zeggen: kunnen wij niet een dagje eerder spreken over het Irakonderzoek? Woensdag heeft dus onze voorkeur.

De heer Cramer (ChristenUnie):

De voorkeur van de ChristenUnie is ook woensdag.

De voorzitter:

Een meerderheid bepaalt de agenda.

De heer Pechtold (D66):

Ja, maar dan kunnen wij nog wel vragen wanneer de brief binnen moet zijn. Wij hebben nogal wat vragen gesteld. Ik stel voor dat de brief dan vanmiddag voor 18.00 uur binnen is. Ik heb een aantal gesprekken met staatsrechtdeskundigen gepland. Ik wil de antwoorden op de zojuist gestelde vragen ook kunnen bespreken. Dit wil ik op normale tijden doen, en niet 's nachts. Als u het debat plant voor morgenochtend, dan moet de brief voor vanmiddag 18.00 uur binnen zijn.

De voorzitter:

Wij zullen het stenogram van dit gedeelte van de vergadering doorgeleiden naar het kabinet. En zoals altijd doe ik wat ik heb toegezegd: de spreektijden zijn dus zeven minuten per fractie.

Het woord is aan mevrouw Ortega-Martijn.

Mevrouw Ortega-Martijn (ChristenUnie):

Voorzitter. Ik verzoek u mede namens de fractie van de PvdA om uitstel van de stemmingen over de Wet gemeentelijke antidiscriminatievoorzieningen (31439).

De voorzitter:

Wat is de aanleiding hiervoor?

Mevrouw Ortega-Martijn (ChristenUnie):

Ik heb twee amendementen ingediend. Naar aanleiding van het debat wil ik daar nog even goed naar kijken.

De voorzitter:

Wij zullen de stemmingen over de Wet gemeentelijke antidiscriminatievoorzieningen (31439) afvoeren van de agenda.

Het woord is aan mevrouw Ouwehand.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Voorzitter. Verleden week heeft mijn collega mevrouw Thieme een spoeddebat aangevraagd over de verdovingspraktijken bij varkens. Nadat wij dat debat hadden aangevraagd, heeft de minister van LNV de vragen alsnog beantwoord. Het moge duidelijk zijn dat wij een aantal dingen nog nader willen bespreken met de minister, maar wij doen dit bij nader inzien toch liever in een breder debat wanneer het onderzoek klaar is. Wij willen dus het spoeddebat van de agenda laten afvoeren.

De voorzitter:

Wij zullen het spoeddebat over falende CO2-bedwelming bij varkens voorafgaand aan de slacht van de agenda afvoeren.

Het woord is aan mevrouw Van Miltenburg.

Mevrouw Van Miltenburg (VVD):

Voorzitter. Ik vraag een spoeddebat aan over de problemen rond zorgorganisatie Meavita. Wij hebben daar vorige week al een spoed-AO over gevoerd, maar naar mij nu is gebleken, worden vandaag onomkeerbare stappen gezet op weg naar de ontvlechting van Meavita. Het lijkt erop dat gemeentelijk geld daarmee niet naar zorg gaat, maar naar de ontvlechting en saneringskosten. Ik wil daar op voorhand een spoeddebat over voeren. Ik wil ook nu al gezegd hebben dat de regering geen onomkeerbare stappen mag zetten in dit dossier, totdat wij erover hebben gesproken.

Mevrouw Leijten (SP):

De SP-fractie steunt dit verzoek. De staatssecretaris heeft toegezegd dat de zorg niet in gevaar was voor de duur van twee weken. Zij zou ons informeren over verdere stappen. Zij heeft niet gezegd dat zij door zou gaan met het ontvlechten. Wij moeten daar dan ook vandaag nog over spreken.

Mevrouw Van Gent (GroenLinks):

Wij steunen in zoverre het verzoek dat wij eigenlijk liever eerst een brief ontvangen over de laatste stand van zaken. Deze brief wil ik voor woensdag of donderdag ontvangen. Dan kunnen wij bekijken of wij een debat of een spoeddebat houden.

De heer Jan de Vries (CDA):

Ik sluit mij namens de CDA-fractie graag aan bij mevrouw Van Gent. Ook een algemeen overleg is nog een mogelijkheid.

Mevrouw Agema (PVV):

Als er geen toezegging komt dat er geen onontkoombare beslissingen worden genomen, dan kunnen wij ook een verzoek om een debat steunen. Het maakt ons niet uit of dat een spoed-AO is of een spoeddebat is.

Mevrouw Wolbert (PvdA):

Ik wil graag eerst een brief en dan sluiten wij ons daarbij aan.

Mevrouw Koşer Kaya (D66):

Namens D66 steun ik de lijn van GroenLinks.

Mevrouw Van Miltenburg (VVD):

Natuurlijk ben ik het ermee eens dat het heel belangrijk is om ook aan de hand van een brief te debatteren. Als de brief, die ons eigenlijk al was toegezegd, er is voor donderdag 12.00 uur, zodat wij dan nog kunnen beslissen hoe wij ermee omgaan, dan kan ik met enig uitstel leven.

De voorzitter:

U had steun voor een spoeddebat van mevrouw Leijten. Ik kan mij niet herinneren dat zij ook een brief vooraf moest hebben. Anders moeten wij de beslissing in tweeën knippen.

Mevrouw Leijten (SP):

Ik vraag mevrouw Van Miltenburg dan wel of zij eraan wil vasthouden dat er geen onomkeerbare stappen worden gezet.

Mevrouw Van Miltenburg (VVD):

Uiteraard.

Mevrouw Leijten (SP):

Tja, donderdag een brief ontvangen is leuk, als er vandaag wordt besloten voor opsplitsing!

De voorzitter:

Wij zullen het stenogram van dit gedeelte van de vergadering doorgeleiden naar het kabinet. Wij gaan verder vragen of de brief er voor donderdag kan zijn. Dan wordt er donderdag een spoeddebat gepland.

Mevrouw Van Miltenburg (VVD):

Komen wij dan vandaag nog te weten of die onomkeerbare stappen niet worden gezet of is dat hiermee dan ook definitief?

De voorzitter:

Wij zullen proberen om dat de Kamer te laten horen, maar in ieder geval wordt het stenogram vandaag meteen doorgeleid. Ik kan die brief zelf immers niet schrijven.

De heer Brinkman wil nog een rappel doen. Dat sta ik toe, omdat er een tijdslimiet aan is verbonden.

De heer Brinkman (PVV):

Voorzitter. Ik verzoek de regering, voor morgenochtend 10.00 uur antwoord te geven op de Kamervragen die ik samen met collega Graus heb gesteld op 29 januari, alsmede op de Kamervraag van collega Ormel van 22 januari, aangaande het "circus" in Alphen aan den Rijn.

De voorzitter:

Wij zullen het stenogram doorgeleiden naar het kabinet.

Wij gaan nu stemmen. Drie punten van de stemmingslijst zijn vervallen. Het is echter nog steeds een lange lijst, aangezien wij artikelsgewijs gaan stemmen.

Naar boven