Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2008-2009nr. 49, pagina 4123-4125

Vragen van het lid Tang aan de staatssecretaris van Financiën over het bericht dat voor prinses Christina een belastingontwijkende constructie via Guernsey is opgezet.

De heer Tang (PvdA):

Voorzitter. Afgelopen zaterdag onthulde de Volkskrant op de voorpagina dat er voor prinses Christina een brievenbusfirma in het belastingparadijs Guernsey bestaat. De firma is opgericht, zo luidt het bericht, om de erfenis van de prinses te beheren. De stichting die de firma bestuurt heeft nota bene een postadres op Paleis Noordeinde. De staatssecretaris zal begrijpen dat dit enige vragen oproept.

Welke belastingen worden met deze constructie precies ontweken? Ik vraag bijzondere aandacht voor al dan niet betaalde successierechten, omdat het kabinet juist het voornemen heeft om trusts en andere constructies aan te pakken. Er is een brievenbusfirma in een belastingparadijs. De Rijksvoorlichtingsdienst beweert dat de prinses vanwege haar visuele handicap behoefte heeft aan zorgvuldig vermogensbeheer. Kan dat alleen op Guernsey of kan dat ook in Nederland?

Is de staatssecretaris het met mij eens dat de fiscaal adviseurs de prinses geen dienst hebben bewezen, aangezien hierdoor de indruk ontstaat dat belasting betalen voor iedereen is, behalve voor de rijken onder ons, die er een weg eruit weten te construeren? Is de staatssecretaris het met mij eens dat vooraanstaande publieke personen een voorbeeldfunctie hebben en dat die in dit geval niet vervuld wordt?

Staatssecretaris De Jager:

Voorzitter. Laat ik beginnen met te zeggen dat ik gebonden ben aan de geheimhou­dingsplicht ex artikel 67 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen; dat weet de heer Tang ook. Desalniettemin zal ik een poging doen om in algemene zin iets te zeggen over trusts en Guernsey, op basis van de informatie die in het betreffende krantenartikel stond en op basis van wat door de Rijksvoorlichtingsdienst gezegd is. Ik kan alleen geabstraheerd van dit ene geval antwoorden, want gelet op mijn uit de wet voortvloeiende fiscale geheimhoudingsplicht, kan ik daar absoluut niet op ingaan.

Als ik het krantenartikel goed lees, betreft het een transparante trust en zijn daar afspraken over gemaakt met de Nederlandse Belastingdienst. Voor zover ik het bericht goed begrijp, gaat het niet over iemand die op dit moment in Nederland belastingplichtig is, noch in Nederland woonachtig is. Het gaat dus over iemand die geen ingezetene is voor de belastingen in Nederland. Voor inkomensbelasting, vermogensbestanddelen anders dan onroerende zaken die in Nederland zijn gelegen, of aanmerkelijke belangen heeft deze persoon op dit moment geen belastingplicht in Nederland.

Hoe zou er dan toch belastingplicht kunnen gelden voor bijvoorbeeld de successiebelasting en de tienjaarsfictie? Als de Belastingdienst afspraken maakt over transparantie blijft de normale tienjaarsfictie gelden. Als iemand binnen een periode van tien jaar nadat hij is vertrokken uit Nederland overerft, komt te overlijden, of een schenking doet en daarmee een belastbaar gegeven middels de Nederlandse successiebelasting heeft, blijft die belastingplicht staan, ook al zit dat in een transparante trust. De Nederlandse fiscus kijkt als het ware door zo'n transparante trust heen naar de insteller van de trust. Hetzelfde geldt bij terugkeer in Nederland voor box 3-vermogensbestanddelen, anders dan onroerende zaken, die normaal gesproken buiten de belastingplicht vallen als iemand niet in Nederland woont. Deze worden bij de belastingheffing betrokken als iemand in Nederland woonachtig is. Door een transparante trust wordt nog steeds heen gekeken en dit zal toch tot belastingheffing leiden.

Ik meen dat de heer Tang ook een beetje doelt op mijn plannen dat het goed zou zijn om trusts transparanter te maken en daar beter doorheen te kunnen kijken. In de lijn met mijn plannen om dat, indien mogelijk, per 1 januari 2010 te realiseren, zou dit dus – als ik de woordvoering goed begrijp – eigenlijk al overeen zijn gekomen met de Belastingdienst. Dat is vanuit de Nederlandse fiscus bezien een standpunt dat heel erg in lijn is met wat de wetgever op dit moment beoogt om transparantie bij trusts te bereiken.

De heer Tang (PvdA):

Ik begrijp dat de staatssecretaris niet op het individuele geval kan ingaan, maar toch ... Denkt hij dat er met deze constructie belasting wordt ontweken? Misschien gaat het niet om successierechten, maar wel om andere belastingen. Hoe kijkt hij aan tegen de rol van de fiscale adviseurs? Dit is misschien wel binnen de wet, maar is het ook binnen het redelijke? De staatssecretaris van Financiën moet toch bezorgd zijn dat het beeld ontstaat dat je alleen belasting betaalt als je dom bent of hard werkt en dat je eraan kunt ontsnappen als je rijk bent.

Staatssecretaris De Jager:

Voor zover ik de informatie die publiek beschikbaar is via de kranten en via de woordvoering van de RVD kan beoordelen, heeft Nederland op dit moment geen heffingsbelang – en heeft het dat ook niet gehad – dat door een dergelijke constructie is aangetast, met name omdat kennelijk transparantie is afgesproken en omdat het niet om een in Nederland wonende belastingbetaler gaat. Daarmee is de tweede vraag eigenlijk ook beantwoord. Er wordt dus in dit soort constructies in algemene zin geen heffingsbelang aangetast. Als een fiscaal adviseur van tevoren contact zoekt met de Nederlandse Belastingdienst om afspraken over die transparantie te maken, ligt dat eerder in de lijn met wat wij voor alle trusts in de toekomst willen bereiken. Dat is beter dan zoiets afwijzen. Dit lijkt mij in de redelijke lijn liggen, eerlijk gezegd.

De heer Van Raak (SP):

Ik heb twee vragen. Mijn eerste vraag is: vindt de staatssecretaris het niet weinig koninklijk dat ons staatshoofd op Paleis Noordeinde familie helpt om minder belasting te betalen in een ander land? Dat is toch niet erg koninklijk? Heeft de staatssecretaris daar een politiek oordeel over?

De tweede vraag is de volgende. De afgelopen jaren hebben wij voortdurend gedoe gezien over geld en het Koninklijk Huis. Er bleken allerlei potjes op ministeries te zijn waarvan de Kamer niks wist. Het kabinet heeft daarover openheid toegezegd. Is dat ook volledige openheid? Is de staatssecretaris bereid om de Kamer een overzicht, een lijstje te sturen van alle belastingconstructies waarbij leden van het Koninklijk Huis zijn betrokken? Dat kan voorkomen dat wij in de komende jaren steeds weer gedoe krijgen over geld en het Koninklijk Huis.

De voorzitter:

Mijnheer Van Raak, ook voor u geldt dat u één minuut heeft voor het stellen van een vraag.

Staatssecretaris De Jager:

Er is mij gevraagd naar een politiek oordeel. Dat oordeel beperkt zich in mijn geval uiteraard tot de fiscale positie. Ik heb daarover zo-even, en zo veel mogelijk binnen de grenzen van de wet, de heer Tang een duidelijk antwoord gegeven. Daartoe beperkt mijn politiek oordeel zich dus.

Openheid geven over individuele belastingplichtigen stuit onmiddellijk op de fiscale geheimhoudingsplicht van artikel 67 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen. Daar kan ik de Kamer niet bij helpen. Ik heb de Kamer al geholpen met mijn uitvoerige antwoord op de vraag van de heer Tang.

De heer Weekers (VVD):

Voorzitter. Belastingparadijzen en belastingsconstructies kunnen misschien wettelijk zijn, maar toch niet wenselijk. Ik wil van de staatssecretaris weten op welke wijze die, ook in Europees verband, worden aangepakt.

Het werkpaleis van ons staatshoofd wordt kennelijk gebruikt als uitvalsbasis voor een of andere stichting die bepaalde gelden moet beschermen. Daarmee lijkt de ministeriële verantwoordelijkheid in het geding te zijn. Ik wil graag dat de staatssecretaris daarop reflecteert of anders de Kamer daarover een brief stuurt.

Staatssecretaris De Jager:

Er wordt weer te snel de conclusie getrokken dat het over belastingconstructies en belastingparadijzen gaat. Ik kan daar wel iets over zeggen. Met Guernsey hebben wij een TIEA, een Tax Information Exchange Agreement, afgesloten. Die is ter stilzwijgende goedkeuring naar de Kamer gestuurd. Ik hoop dat de Kamer ermee kan instemmen. De TIEA is bedoeld om tussen de twee landen optimale en transparante informatie uit te wisselen, ook over individuele gevallen. Guernsey is dus bezig om volledig toe te treden tot het OESO-modelverdrag over transparantie en informatie-uitwisseling. Ik juich dat toe. Daarom heeft Nederland dit verdrag ook ondertekend.

Er kunnen heel veel andere redenen zijn dan fiscale om vermogen in een trust onder te brengen. Ik heb al eerder gezegd dat het feit dat vermogen in een trust is ondergebracht geen extra aandacht van de fiscale wetgever verdient. Dat is alleen het geval indien dat vermogen onttrokken wordt aan het heffingsrecht van een nationale belastingdienst, bijvoorbeeld die van Nederland. In dat geval is er iets aan de hand. Voor zover ik daarover commentaar kan geven, maak ik uit de woordvoering van de Rijksvoorlichtingsdienst op dat hier juist transparantie van de fiscale situatie is betracht. Op dat punt is er dus niks aan de hand.

De heer Weekers (VVD):

De vraag over ministeriële verantwoordelijkheid is blijven liggen.

De voorzitter:

Dat klopt.

Staatssecretaris De Jager:

Daarover heb ik net al iets gezegd tegen de heer Van Raak. Ik heb mijn politiek oordeel al gegeven, voor zover ik dat kan. Ik ben immers beperkt in mijn oordeel tot mijn portefeuille, namelijk de fiscaliteit.

Mevrouw Halsema (GroenLinks):

Voorzitter. Volgens de wet mag er niets aan de hand zijn. Ook heeft de staatssecretaris gelijk dat hij niet kan treden in een individuele belastingzaak. Dat respecteer ik. Ik verkeer echter in de overtuiging dat het kabinet gebruik van belastingroutes zoals die via Guernsey wil beperken. Daarvoor strijdt het kabinet bij de Europese Commissie. In dat licht is de reactie van de Rijksvoorlichtingsdienst niet adequaat. Het gedrag van het Koninklijk Huis is bovendien niet in overeenstemming met de huidige politieke moraal. Mijn vraag is om dit signaal af te geven aan de Rijksvoorlichtingsdienst en het Koninklijk Huis. Gezien de huidige politieke moraal is immers ander belastinggedrag op zijn plaats.

Staatssecretaris De Jager:

Ook deze vraag gaat er weer van uit dat er hier fiscaal iets onoorbaars gebeurt. Ik heb juist in mijn algemene commentaar op dit soort constructies gezegd dat die niet per se het fiscale belang van Nederland hoeven aan te tasten. Ik ga niet op het individuele geval in. Ik oordeel bovendien op basis van de informatie die daarover in de pers te vinden is. Nederland zet zich er inderdaad voor in om met Guernsey volledige transparantie en informatie-uitwisseling te bereiken. Wij willen door de instelling van een trust heen kijken, een trust transparant maken en bij de insteller heffingsrecht realiseren door wetgeving die per 1 januari van kracht zal worden, zoals ik al eerder heb gemeld. Gelet op de berichten van de Rijksvoorlichtingsdienst is dit kennelijk in dit geval al gedaan. Eigenlijk is er uit de optiek van Nederland niets aan de hand. Ik heb daar dan ook geen oordeel over of veroordeling van te geven.

De heer Omtzigt (CDA):

Ik ben blij dat de staatssecretaris samen met de minister van Financiën stappen neemt om de Guernseyroute af te snijden. Hij geeft daarmee impliciet een oordeel over dit soort constructies. Ik was wel verbaasd dat er rechtspersonen staan ingeschreven op het Paleis Noordeinde. Wil de staatssecretaris die geen openheid van zaken kan geven over individuele belastingcasussen – dat is terecht – wel de openbare informatie aan de Kamer verstrekken, namelijk een lijst van alle rechtspersonen die staat ingeschreven op de officiële adressen en de officiële postbussen die in het bezit zijn van het Koninklijk Huis, inclusief de doelstellingen van die rechtspersonen? De Kamer kan zich daar dan een oordeel over vormen. Dit is openbare informatie en de staatssecretaris kan die dus aan de Kamer verstrekken.

Staatssecretaris De Jager:

Ik zie niet dat hier enig fiscaal belang bij is gediend en daarom ligt deze vraag niet op mijn beleidsterrein. Ik kan daarom niet de gevraagde toezegging doen.

De heer Omtzigt (CDA):

Ik vraag om openbare informatie. Die hoeft niet op het beleidsterrein van de staatssecretaris van Financiën te liggen, maar kan wel door het kabinet worden verschaft. Volgens de Grondwet heeft ieder Kamerlid het recht om informatie te vragen. Die informatie vraag ik nu aan het kabinet. Ik zie die informatie graag schriftelijk binnen twee weken tegemoet.

Staatssecretaris De Jager:

Ik zal dit verzoek doorgeleiden aan de minister-president.

Mevrouw Timmer (PvdA):

Ik ben blij met deze toezegging, want deze vraag stond ook op mijn lijstje. Ik neem aan dat de leden van het kabinet ook nu met een mond spreken.

Ik wil nog een opmerking maken en een vraag stellen. Betreurt de staatssecretaris het met mijn fractie dat dit een smet werpt op het blazoen van de Koninklijke familie ondanks het feit dat er niet buiten de wet is gehandeld? Hij heeft het steeds over een Nederlands fiscaal belang, maar is er ook nog een Engels fiscaal belang? Gaat er in Engeland iets mis door deze constructie?

Staatssecretaris De Jager:

Ik heb begrepen dat er over dit laatste contact is geweest met de Engelse belastingdienst. Dit staat in de krant. Kennelijk is er ook daar een oordeel gegeven. Het is al lastig om een oordeel te geven over de Nederlandse belastingsituatie van belastingplichtigen, laat staan over de Engelse fiscale positie. Voor zover ik uit de krant heb kunnen opmaken, is de Engelse belastingdienst op de hoogte van de situatie. Deze mogelijkheid past binnen de ruimte die de Engelse wetgever bewust heeft gecreëerd. Ik ben van mening dat er geen sprake is van een smet op een blazoen als er volstrekt binnen de bewust mogelijke wettelijke ruimte een trust is opgericht, Ik weet niet welke doelstellingen deze trust heeft, want ik ga niet over individuele gevallen en ik heb dit ook niet nagevraagd. De instelling van een trust kan door heel veel doelstellingen zijn ingegeven, maar de vraag was of er een fiscaal belang is geschonden in Nederland. Zonder op dit individuele geval in te gaan, zeg ik dat dit niet het geval is, voor zover ik dat uit de pers heb kunnen vernemen. Daarmee is er dus ook geen sprake van een smet op een blazoen.

De heer Pechtold (D66):

Ik sluit aan bij het verzoek van de heer Omtzigt om informatie over de postadressen. Ik wil daarnaast terugkomen op de vraag van de heer Weekers naar de ministeriële verantwoordelijk voor het postadres van het staatshoofd. De staatssecretaris liep hiervan weg en zei dat hij alleen over fiscaliteiten gaat, maar nu wij toch een brief van het kabinet krijgen, zou ik graag zien dat ook dit aspect, dat door de heer Weekers naar voren is gebracht, wordt betrokken bij het antwoord van de minister-president. Verder krijg ik graag antwoord op de vraag of er, omdat de trust is gevestigd op het postadres van het staatshoofd, werkzaamheden zijn verricht door medewerkers van het Kabinet der Koningin of anderen om deze trust in stand te houden of werkzaamheden daarvoor te verrichten.

Staatssecretaris De Jager:

Ik heb niet toegezegd dat ik de Kamer een brief zou sturen, maar wel dat ik het verzoek om informatie zou doorgeleiden naar de minister-president. Ik zal de opmerking van de heer Pechtold daaraan toevoegen.

De heer Pechtold (D66):

Moeten wij dit aanmelden via de regeling van werkzaamheden of mag ik gewoon namens de Kamer vragen of dat in een brief kan worden gezet? De staatssecretaris aarzelt nog wat, maar ik denk dat dat toch wel kan?

De voorzitter:

Wij zullen het stenogram doorgeleiden naar het kabinet. Dat is wat gemakkelijker voor de staatssecretaris.

De heer Van Raak (SP):

Voorzitter. Ik ondersteun dat van harte. Misschien willen ook andere fracties dit ondersteunen.

De voorzitter:

Dat is echt niet nodig.

Ik dank de staatssecretaris voor zijn antwoorden.

Ik deel aan de Kamer mee dat de volgende leden zich hebben afgemeld:

Kalma, Thieme en Tichelaar;

Voordewind, ook morgen.

Deze mededeling wordt voor kennisgeving aangenomen.

De voorzitter:

Op de tafel van de griffier ligt een lijst van ingekomen stukken. Op die lijst staan voorstellen voor de behandeling van deze stukken. Als voor het einde van de vergadering daartegen geen bezwaar is gemaakt, neem ik aan dat daarmee wordt ingestemd.