Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2008-2009nr. 32, pagina 2740-2744

Regeling van werkzaamheden

De voorzitter:

Ik stel voor, toe te voegen aan de agenda van een van de volgende weken:

  • - het wetsvoorstel Wijziging van de Ziektewet om uitkering van ziekengeld mogelijk te maken aan personen die op zaterdagen en zondagen werken (31713);

  • - het wetsvoorstel Wijziging van de Wegenverkeerswet 1994 in verband met een herziening en vereenvoudiging van de voertuigregelgeving, ter implementatie van richtlijn nr. 2007/46/EG betreffende de goedkeuring van voertuigen en enkele andere technische wijzigingen (31562).

Daartoe wordt besloten.

De voorzitter:

Het woord is aan mevrouw Langkamp.

Mevrouw Langkamp (SP):

Voorzitter. Mijn eerste verzoek is een rappel. Ruim twee maanden geleden heb ik schriftelijke vragen gesteld over de problemen bij de tegemoetkoming in de kosten voor kinderen die in een gezinshuis verblijven. Daar heb ik nog steeds geen antwoord op. Ik wil die antwoorden toch graag deze week ontvangen, anders zie ik mij genoodzaakt om deze aan te melden voor het mondelinge vragenuur van volgende week.

De voorzitter:

Ik zie geen woordmeldingen hierover. Ik stel voor om het stenogram van dit gedeelte van de vergadering door te geleiden naar het kabinet, met daarin ook de genoemde datum.

Daartoe wordt besloten.

Mevrouw Langkamp (SP):

Voorzitter. Mijn tweede verzoek is om een spoeddebat te houden naar aanleiding van de brieven die wij gisteren en vandaag hebben ontvangen van staatssecretaris Bussemaker over de financiële problemen op dit moment bij verpleegkundige kinderdagverblijven. Dit verzoek doe ik mede namens de VVD-fractie.

De voorzitter:

Dat betekent dat wij al meer dan 30 leden hebben.

De heer Jan de Vries (CDA):

Voorzitter. Gezien de inhoud van de brieven is er in onze ogen niet direct sprake van spoedeisendheid. Dus de commissie kan ook morgen in de procedurevergadering afspreken hoe zij hiermee verder gaat. Wij kunnen bijvoorbeeld een algemeen overleg voeren over die materie.

Mevrouw Wolbert (PvdA):

Ik heb hetzelfde verzoek. Er is een brief. Die is helder. Laten wij morgen verdere procedureafspraken maken.

Mevrouw Langkamp (SP):

Dat is heel jammer, want wij verschillen echt van mening over de inhoud van deze brief. Ik zie wel degelijk aanleiding om hierover in de Kamer zeer spoedig van gedachten te wisselen, dus ik blijf bij mijn verzoek.

De voorzitter:

Gezien de agenda, moeten wij wel bekijken of daar ruimte voor is. Ik kan mevrouw Langkamp in overweging geven om er een spoed-AO van te maken.

Mevrouw Langkamp (SP):

Ik heb daar op zichzelf geen bezwaren tegen, als dan maar niet morgen in de procedurevergadering van VWS opnieuw moet worden overlegd over de vraag of dat spoed-AO er wel of niet komt. Dan wil ik bij dezen ook de toezegging dat het er komt.

De voorzitter:

Kunnen wij met elkaar afspreken dat er een spoed-AO wordt georganiseerd door de commissie?

Mevrouw Wolbert (PvdA):

Ik hoor net van de commissievoorzitter dat de commissie daarover gaat en dat het overleg morgen nog wel even moet worden gevoerd.

Mevrouw Langkamp (SP):

Dan houd ik mijn verzoek om een spoeddebat aan.

De heer Jan de Vries (CDA):

Natuurlijk is het formeel zo dat de vaste Kamercommissie zelfstandig daarover besluit, maar zij moet daarbij wel deze dialoog meewegen. De CDA-fractie zal dat in ieder geval doen.

Mevrouw Van Miltenburg (VVD):

Ik wil mevrouw Langkamp meegeven dat zij alsnog morgen bij de regeling van werkzaamheden een spoeddebat kan aanvragen als het morgen niet lukt in de procedurevergadering.

Mevrouw Van Gent (GroenLinks):

Voorzitter. Wij dreigen nu in de bureaucratische blubber weg te zakken. Laten wij gewoon met elkaar afspreken, een spoed-AO te voeren. Dan hoeven wij geen spelletjes in de procedurevergadering te doen en hoeft de plenaire agenda daar niet mee te worden belast. Het CDA heeft al een spoed-AO toegezegd. GroenLinks en de VVD doen dat ook. Samen met de SP is het dan rond, dus laten wij het dan gewoon zo doen.

Mevrouw Langkamp (SP):

Ik weet zeker dat wij daarbij ook de steun krijgen van de PVV-fractie.

De voorzitter:

Dan trek ik de conclusie dat vooralsnog wordt gekozen voor een spoed-AO. Dat wordt morgen verder besproken in de procedurevergadering. Als dat niet doorgaat, heeft mevrouw Langkamp de vrijheid om morgen alsnog een spoeddebat aan te vragen.

Het woord is aan de heer Van der Ham.

De heer Van der Ham (D66):

Voorzitter. Ik heb een rappel op vragen. In de eerste plaats betreft dat de vragen aan de minister van Justitie en de minister van BZK over het breken van enkele gemeenten met het gedoogbeleid voor coffeeshops. Die vragen zijn ingezonden op 27 oktober 2008. Ik kan begrijpen dat de bewindslieden dit meenemen in de evaluatie, maar ik wil dan wel weten of dit punt inderdaad daarin wordt meegenomen.

De voorzitter:

Ik stel voor, het stenogram van dit gedeelte van de vergadering door te geleiden naar het kabinet.

Daartoe wordt besloten.

De voorzitter:

Het woord is andermaal aan de heer Van der Ham.

De heer Van der Ham (D66):

Voorzitter. Het tweede punt is wat problematischer. De beantwoording door de minister van BZK en de minister van OCW van vragen over de zogenaamde enkelefeitconstructie in de Algemene wet gelijke behandeling is al heel lang over tijd. Die vragen zijn op 30 september gesteld. Diverse keren, ook bij de begrotingsbehandelingen, is gevraagd hoe het nu precies zit met die beantwoording. Die laat maar steeds op zich wachten, dus ik hoop dat u dit rappel met een flinke streep eronder doorstuurt naar het kabinet. Het duurt nu al heel erg lang. Als het kabinet hiermee intern een probleem heeft, willen wij dat ook graag weten.

De voorzitter:

Ik stel voor, het stenogram van dit gedeelte van de vergadering door te geleiden naar het kabinet.

Daartoe wordt besloten.

De voorzitter:

Het woord is aan de heer Brinkman.

De heer Brinkman (PVV):

Voorzitter. Ik wil graag dat het verslag van het algemeen overleg van 2 december 2008 over het Nationaal Instituut Rechten van de Mens op de agenda van de plenaire vergadering wordt gezet. Het heeft geen haast.

De voorzitter:

Dan zullen wij bezien wanneer wij het VAO in de komende twee weken voor de plenaire vergadering kunnen agenderen.

Het woord is aan mevrouw Van Gent.

Mevrouw Van Gent (GroenLinks):

Voorzitter. Ik val in voor de heer Vendrik. Ik wil graag het verslag van het algemeen overleg van 2 december 2008 over de Transportraad nog deze week op de agenda van de plenaire vergadering zetten, inclusief de stemmingen.

De voorzitter:

Ik stel voor om dat VAO nog voor vanmiddag te plannen, zodat wij de stemmingen mogelijkerwijs snel kunnen houden, samen met de stemmingen over de moties ingediend bij het aangevraagde VAO over de Razeb. Wij kunnen die stemmingen dan waarschijnlijk morgen combineren.

Mevrouw Van Gent (GroenLinks):

Dat lijkt mij een goed plan, voorzitter.

Overeenkomstig het voorstel van de voorzitter wordt besloten.

De voorzitter:

Het woord is aan de heer Polderman.

De heer Polderman (SP):

Voorzitter. Ik moet helaas rappelleren. Samen met mijn collega Roemer heb ik op 7 oktober 2008 vragen gesteld over een jachthaven bij Perkpolder, maar daarop hebben wij nog steeds geen antwoord gekregen. Wij willen dat wel graag hebben.

De voorzitter:

Ik stel voor, het stenogram van dit gedeelte van de vergadering door te geleiden naar het kabinet.

Daartoe wordt besloten.

De voorzitter:

Het woord is aan de heer Van Dam.

De heer Van Dam (PvdA):

Voorzitter. Ik wil een VAO aanvragen over vergunningverlening voor mobiele communicatie en de verdeling van de 2,6 GHz-frequenties. Het algemeen overleg vond plaats op 2 december 2008.

De voorzitter:

Ik neem aan dat dit geen haast heeft. Wij zullen proberen, het VAO in de komende twee weken te agenderen.

Het woord is aan mevrouw Koşer Kaya.

Mevrouw Koşer Kaya (D66):

Voorzitter. Ik vraag een debat aan met minister Donner, staatssecretaris Van Bijsterveld en de minister-president over het feit dat de Sociale Verzekeringsbank namens het kabinet-Balkenende IV aan ouders met schoolgaande kinderen € 316 geeft. Dit lijkt mij een vorm van campagne voeren. Voorafgaand aan dat debat ontvang ik graag een brief van het kabinet over hoe dit heeft kunnen gebeuren.

Mevrouw Van Gent (GroenLinks):

Het lijkt mij een storm in een glas water, maar als mevrouw Koşer Kaya een brief wil, dan mag dat van mij. Wij zijn nog niet zo ver dat wij nu al voor een debat zijn.

De heer Jan de Vries (CDA):

De CDA-fractie is blij met het uitbetalen van € 316 aan alle ouders, maar wij hoeven daarover geen debat te voeren om een dankwoord aan het kabinet te kunnen uitspreken.

Mevrouw Langkamp (SP):

Het riekt naar overheidspropaganda, daarom steunen wij het verzoek.

De voorzitter:

Ik neem aan dat u het verzoek om een brief steunt.

Mevrouw Langkamp (SP):

Wij steunen het verzoek om een brief en eventueel daarna een debat.

De heer Van Dam (PvdA):

Brieven vragen mag altijd. Ik denk dat het kabinet die met plezier stuurt, zoals de heer De Vries dit zojuist aangaf. Ik denk dat het kabinet het met hetzelfde enthousiasme aan ons uitlegt, maar een debat vind ik een tikkeltje te veel eer.

Mevrouw Ortega-Martijn (ChristenUnie):

Dit geldt ook voor de fractie van de ChristenUnie. Wij vinden een brief prima, maar wij hebben geen behoefte aan een debat.

De voorzitter:

Als ik het zo bezie, is er voldoende steun om een brief aan het kabinet te vragen. Ik stel mevrouw Koşer Kaya voor, die brief af te wachten en op basis daarvan eventueel een verzoek te doen voor een debat.

Mevrouw Koşer Kaya (D66):

Voorzitter. Ik heb speciaal om een brief gevraagd om eerst te horen waarom dit zo heeft kunnen gebeuren. Het kabinet hoort namelijk neutraal te zijn in het verstrekken van informatie. Het hoort geen campagne te voeren.

De voorzitter:

Ik stel voor, het stenogram van dit gedeelte van de vergadering door te geleiden naar het kabinet.

Daartoe wordt besloten.

De voorzitter:

Het woord is aan de heer Aptroot.

De heer Aptroot (VVD):

Voorzitter. Ik vraag u om in de agenda plaats in te ruimen voor een spoeddebat met de staatssecretaris van Economische Zaken en zo mogelijk ook met de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid over de Postwet, het niet openen van de markt per 1 januari aanstaande. Dit verzoek heeft een korte toelichting nodig.

Voor vanmiddag stond er een AO op de agenda, dat wij een maand geleden al op de agenda van de commissie hebben laten plaatsen. Wij wisten dat het kabinet eind november een besluit zou nemen. Gistermiddag heb ik in de procedurevergadering uitdrukkelijk gezegd dat wij het AO van vanmiddag belangrijk vonden en dat wij graag de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid daarbij wilden uitnodigen. Wat schetst mijn verbazing dat de drie regeringspartijen, het CDA, de PvdA en de ChristenUnie, een halfuur na afloop van de procedurevergadering melden dat zij niet in het openbaar over dit onderwerp willen praten en dat het dus niet doorgaat. Dit is machtsmisbruik. Er rest mij geen andere mogelijkheid om in het openbaar te praten over het niet openen van de postmarkt, dan het aanvragen van een spoeddebat.

De voorzitter:

Daar hebt u de gelegenheid voor gehad.

De heer Graus (PVV):

Het komt mij slecht uit, want er is geen gelijk speelveld. Wij zitten helemaal niet te wachten op een debat: laat troebel water staan totdat het helder is. Nu heeft de heer Aptroot echter wel een punt en steun ik zijn verzoek.

Mevrouw Gesthuizen (SP):

De SP-fractie steunt het verzoek om een spoeddebat. De fractie is helemaal niet gelukkig met de gang van zaken en met het feit dat op deze wijze besluiten die in een procedurevergadering zijn genomen, via een achterdeur worden omzeild.

Mevrouw Van Vroonhoven-Kok (CDA):

Wij hebben geen behoefte aan een AO, juist omdat het kabinet nog met de sociale partners gaat praten over de arbeidsvoorwaarden. Wij vinden dat wij daarin als Kamer geen rol hebben. Laat het kabinet eerst maar komen. Wij hebben dus geen behoefte aan een AO en al helemaal niet aan een spoeddebat.

Mevrouw Vos (PvdA):

Ook mijn fractie heeft op dit moment geen behoefte aan een spoeddebat. Een AO houden is inderdaad een beetje vreemd als nog over een aantal zaken moet worden besloten. Wij voeren liever een algemeen overleg in de week nadat het overleg heeft plaatsgevonden, het liefst nog voor het kerstreces.

Mevrouw Ortega-Martijn (ChristenUnie):

Ik sluit mij aan bij het voorstel van mevrouw Vos.

Mevrouw Van Gent (GroenLinks):

Voorzitter. Het lijkt er toch een beetje op dat hier politieke spelletjes worden gespeeld. Wat dat betreft, heeft de heer Aptroot een punt. Zou het niet mogelijk zijn dat wij voor het kerstreces nog een algemeen overleg hierover hebben en dat dit plaatsvindt voordat er een definitief besluit is gevallen? Dat is, denk ik, ook wat de heer Aptroot bedoelt. Wij zijn het inhoudelijk helemaal niet eens over dit punt; dat weet de heer Aptroot ook, want ik ben voor goede arbeidsvoorwaarden en hij iets minder, maar ik vind wel dat ik hem moet steunen in dit verzoek.

De voorzitter:

Mijnheer Aptroot, ik heb geconstateerd dat u een meerderheid hebt voor een spoeddebat. Daarbij moet ik wel aantekenen dat daar op de plenaire agenda geen of nauwelijks meer ruimte voor is. Die ruimte kan ik ook niet inruimen. Ik stel u voor om een spoed-AO te houden en dus in te gaan op de suggestie van mevrouw Van Gent.

De heer Aptroot (VVD):

Voorzitter. Het valt mij op dat de drie regeringspartijen niet ingaan op mijn inhoudelijke argument dat zij binnen een halfuur na de procedurevergadering gewoon een overleg de nek omdraaien, terwijl zij weten dat anderen daaraan hechten. Ik hecht aan dat spoeddebat. Ik ben dit achterkamertjesgedonder van de regeringspartijen en het ontlopen van debatten echt zat. Ik wil een spoeddebat; daar hebben wij recht op. Er is een ruime meerderheid voor, ver boven de 30 zetels. Vier partijen zeggen ja, dus zorgt u maar dat er ruimte wordt gemaakt op de agenda, zou ik zeggen.

De voorzitter:

Als die ruimte er niet is, mag ik u dan nog eens in overweging geven of het ook een spoed-AO zou kunnen zijn? Gehoord de argumenten die u hebt genoemd, zou het belang van overleg zwaarder moeten wegen dan het feit dat het plenair plaatsvindt.

De heer Aptroot (VVD):

Voorzitter. Ik vind dat de drie regeringspartijen nu maar op een harde manier te weten moeten komen dat zij op een fatsoenlijke manier met hun collega's moeten omgaan. Er komt gewoon een spoeddebat. De vereiste meerderheid is er.

De voorzitter:

Die meerderheid is er.

Mevrouw Van Gent (GroenLinks):

Voorzitter. Het probleem is hier een beetje dat wij er niet op kunnen rekenen dat de coalitiepartijen, als er een procedurevergadering moet plaatsvinden om te besluiten tot een spoed-AO, dat verzoek ook steunen. Daarom is deze deal niet te sluiten, helaas, zou ik bijna willen zeggen, tenzij de coalitiepartijen nu aangeven dat zij bereid zijn om het verzoek om een spoed-AO te steunen, zonder spelletjes. Dan hebben wij een ander verhaal.

De voorzitter:

Dat is helder.

Mevrouw Van Vroonhoven-Kok (CDA):

Nog één ding voor de helderheid: dit heeft niets te maken met achterkamertjes of wat dan ook. Er moet overleg plaatsvinden met de bonden. Wij hebben op dit moment niets om over te praten. Ik vind het prima om een algemeen overleg te houden, maar laten wij dat dan alstublieft doen op een moment dat het kabinet gesproken heeft met de bonden. Dat is volgende week. Dan kunnen wij voor het reces nog prima een groot overleg houden.

De voorzitter:

Het is helder. De heer Aptroot blijft bij zijn verzoek. Hij heeft daar steun voor. Wij zullen kijken op de agenda of daar ruimte voor is en ik kan mij voorstellen dat er eventueel ook nog in overleg bekeken wordt wanneer dat gehouden kan worden.

Het woord is aan mevrouw Blanksma-van den Heuvel.

Mevrouw Blanksma-van den Heuvel (CDA):

Voorzitter. Ik wil graag mede namens de PvdA-fractie een verzoek indienen om de afronding van het debat inzake de Experimentenwet BGV-zones morgen op de plenaire agenda te plaatsen. Wij willen de Experimentenwet graag per 1 januari laten ingaan, en dat is mogelijk als wij het wetsvoorstel nu met spoed op de agenda zouden kunnen zetten.

Mevrouw Smeets (PvdA):

Voorzitter. Het verzoek was ook namens de PvdA-fractie, maar ik wil daar nog een overweging aan toevoegen. Sinds half september – om exact te zijn: sinds 24 september – staat dit wetsvoorstel op uw agenda en ik kan alleen maar onderstrepen wat mevrouw Blanksma heeft gezegd. Het wetsvoorstel moet morgen op de agenda komen te staan.

De heer Aptroot (VVD):

Voorzitter. Er is een spoeddebat aangevraagd met een veel spoedeisender karakter. Dat gaat over een zaak waar de werkgelegenheid van heel veel mensen van afhangt. Laten wij dat maar eerst doen.

De voorzitter:

Wij zullen kijken of wij aan de verzoeken kunnen voldoen en of wij de debatten morgen op de agenda kunnen krijgen.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.