Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2006-2007nr. 3, pagina 69-73

Aan de orde is het debat naar aanleiding van een algemeen overleg op 7 september over het klimaatbeleid/CO2-allocatiebeleid.

De heer De Krom (VVD):

Voorzitter. Wij hebben in het algemeen overleg over het nationaal allocatieplan geconstateerd dat het nog wel even duurt voordat er internationale afspraken worden gemaakt over de periode na 2012, wanneer het huidige Kyotoprotocol zal zijn afgelopen. Ik heb in dat overleg aangegeven dat het nu al de investeringen op lange termijn schaadt, doordat onduidelijk is wat er precies gaat gebeuren na 2012. Ik heb ook aangegeven dat het vooral voor de kapitaalintensieve industrie geldt.

Mijn fractie is daar toch bezorgd over. Wij constateren dat de internationale afspraken er nog niet zijn en dat het ook nog wel even duurt voordat ze er zijn. Wij roepen het kabinet op om op lange termijn zo veel mogelijk investeringszekerheid, waar het gaat om de emissierechten of emissiehandel, te bieden. Ik heb tijdens het algemeen overleg ook verwezen naar de constructie die Duitsland heeft bedacht. Het kabinet heeft uitvoerig betoogd dat het geen goed idee is om dat soort afspraken in een nationaal allocatieplan in te brengen. Daar zal ik ook niet langer in persisteren, maar ik houd wel vol dat er langetermijnafspraken moeten worden gemaakt. Om dat tot uitdrukking te brengen, dien ik de volgende motie in.

De De KromKamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat een EU-besluit over al of geen voortzetting van het Kyotoprotocol en het daarop gebaseerde systeem van handel in emissierechten nog niet aanstaande is;

overwegende dat deze onduidelijkheid leidt tot langetermijninvesteringsonzekerheid en dat als gevolg daarvan, naarmate die onzekerheid langer voortduurt, het risico dat investeringen worden uitgesteld of elders worden gedaan hoger wordt;

overwegende dat dit vooral geldt voor de kapitaalintensieve industrieën die investeringsbeslissingen baseren op langetermijnterugverdiencapaciteit;

constaterende dat Duitsland in zijn nationaal allocatieplan (NAP) daarover afspraken met de industrie heeft gemaakt;

verzoekt de regering, te bevorderen dat een EU-besluit over het post-Kyotobeleid niet later wordt genomen dan eind 2008;

verzoekt de regering voorts, in volgorde van prioriteit:

  • - met de Nederlandse industrie tot afspraken te komen die langetermijninvesteringszekerheid bieden en daarvoor steun te zoeken bij de Europese Commissie;

  • - er in ieder geval zorg voor te dragen dat het "gelijke speelveld" binnen de Europese Unie wordt gehandhaafd,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden De Krom en Spies. Naar mij blijkt, wordt zij voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 53(28240).

Mevrouw Van Velzen (SP):

Voorzitter. De totstandkoming van het allocatieplan en de daaruit volgende discussie over de energie-intensieve industrie in het noorden hebben aangetoond dat dit kabinet liever voor banen kiest dan voor het milieu. Natuurlijk wil ik ook meer banen, maar ik denk dat dit niet ten koste van het milieu hoeft te gaan. Wij hebben gisteravond een brief gekregen, waaruit blijkt dat het niet duidelijk is of het kan. De Europese Commissaris voor milieu, Dimas, geeft aan dat de discussie over het oprekken van het allocatieplan zeker nog wel een jaar kan duren. Daar is dus voorlopig nog geen duidelijkheid over. Wij kiezen er dan ook liever voor om de industrie in het noorden uit de FES-gelden te steunen en het emissieplafond daar niet voor te misbruiken.

Maar goed, daar hebben wij al uitvoerig over gediscussieerd. Ik zal mij nu beperken tot de moties die ik zal indienen. Ik begin met de handel in emissierechten. Mijn fractie is blij met de handel in emissierechten, maar niet met de wijze waarop deze uiteindelijk is ingevuld. Marktsturing is een essentieel onderdeel van klimaatbeleid, maar de markt werkt enkel als het product ook daadwerkelijk geld waard is. Daarom dien ik de volgende motie in.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het principe "de vervuiler betaalt" leidend is in het milieubeleid;

constaterende dat door het grotendeels gratis weggeven van emissierechten geen uitvoering wordt gegeven aan dit principe;

constaterende dat sommige landen van de Europese Unie reeds tot (gedeeltelijke) veiling van emissierechten zijn overgegaan;

verzoekt de regering, te onderzoeken hoe invulling kan worden gegeven aan het veilen van emissierechten teneinde zo snel mogelijk over te kunnen stappen op een systeem van volledige veiling,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Van Velzen en Samsom. Naar mij blijkt, wordt zij voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 54(28240).

Mevrouw Spies (CDA):

In dit allocatieplan wordt het voorstel gedaan om het deel van de emissierechten dat via de windfallkorting wordt gekort, al te gaan veilen. U vraagt nu om een onderzoek naar het systeem van veilen met het oog op veilen. Dit terwijl het allocatieplan in mijn beleving een stap in uw richting is, omdat er al geveild gaat worden. Ik heb eerder al aangegeven dat ik daar moeite mee heb.

Mevrouw Van Velzen (SP):

Daarin hebt u gelijk. In het allocatieplan is een veiling van 15% op basis van de windfall profits opgenomen. Dat is een stap vooruit. Mijn fractie is echter van mening dat deze vervuiling door middel van CO2-uitstoot op kosten moet gaan van degene die hiervoor verantwoordelijk is. De belastingbetaler – u, ik en alle mensen – betaalt al een groot gedeelte omdat deze regering ervoor heeft gekozen om 50% van de CO2-reductie in te kopen in andere landen via het CDM. Wij betalen dus al. Als je uitgaat – en ik dacht dat u daarvan ook uitging – van het principe dat de vervuiler betaalt, dan is totale bekostiging nodig in plaats van het gratis uitdelen van deze vervuilingsrechten. Ik weet dat u daar anders in staat. Ik vraag om te onderzoeken hoe het kan, zodat wij straks een gefundeerde discussie kunnen voeren over de invoering. Er wordt geëvalueerd hoe andere landen dit aanpakken. Met deze motie wil ik een richting aangeven. Op deze manier wordt dan niet alleen gekeken hoe het in die landen gebeurt, maar ook hoe het systeem hier in kan worden gevoerd zodat wij er straks klaar voor zijn en geen ellenlange discussie hoeven te voeren.

De heer De Krom (VVD):

De belangrijkste reden waarom in de eerste periode niet voor veilen is gekozen, is natuurlijk dat dit een enorm concurrentienadeel zou betekenen voor onze bedrijven die op de wereldmarkt concurreren. U zegt dat u wilt onderzoeken of het systeem van veilen in een latere periode kan worden ingevoerd. Ik neem aan dat u daarin ook meeneemt hoe dat probleem zou moeten worden opgelost. Anders worden de industrieën die op de wereldmarkt concurreren om zeep gebracht. Als u dit daaronder ook verstaat, dan heb ik in ieder geval sympathie voor de motie.

Mevrouw Van Velzen (SP):

Uiteraard. Ik ben ervoor, om in het onderzoek alle haken en ogen te bekijken. Het is echter wel de bedoeling om een richting aan te geven, want wij vinden het wenselijk om meer te gaan veilen. Wij vinden 15% te weinig. In de motie vragen wij echter puur om een onderzoek waarin wordt gekeken naar de landen die er gedeeltelijk of helemaal mee bezig zijn. Laten wij daarna proberen om het systeem in te voeren. Een motie waarin om een onderzoek wordt gevraagd, kunt u altijd steunen. Wij willen ook weten wat de haken en ogen zijn.

De heer De Krom (VVD):

U hebt het dan over de periode na 2012?

Mevrouw Van Velzen (SP):

Ja.

Mijn tweede motie betreft het uitstootplafond.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat een handelssysteem in emissierechten enkel effectief is voor het milieu wanneer er schaarste is op de markt;

constaterende dat de zes ton emissierechten die Nederland in 2005 overhield, bewijzen dat er te veel rechten zijn uitgedeeld;

constaterende dat bedrijven tot 2012 niet minder CO2 uit hoeven te stoten en niet hoeven te betalen voor de aan hen toegewezen rechten;

verzoekt de regering, het totale uitstootplafond voor emissierechten jaarlijks te verlagen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Van Velzen en Samsom. Naar mij blijkt, wordt zij voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 55(28240).

Mevrouw Van Velzen (SP):

Ten slotte kom ik te spreken over de afschrijftermijn van investeringen. In het debat ben ik daarop al drie keer teruggekomen. Minister Brinkhorst vond het een goed idee om energie-efficiënte investeringen die een langere afschrijftermijn hebben dan vijf jaar, te betrekken bij het systeem van emissiehandel. Minster Wijn stelde echter dat de afschrijftermijn in het benchmarkconvenant een periode van vijf jaar bedraagt en dat daar niet van kan worden afgeweken. Die rigiditeit onderschrijf ik niet. Ik denk dat het openbreken van de afspraken uit het benchmarkconvenant geen probleem hoeft te zijn, want deze afspraken hoeven die uit het allocatieplan helemaal niet te bijten. Daarom heb ik een motie opgesteld.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de toewijzing van emissierechten momenteel gekoppeld is aan energie-efficiencymaatregelen met een terugverdientijd van vijf jaar;

overwegende dat bepaalde energie-efficiencymaatregelen met een langere terugverdientijd ook rendabel zijn en milieuwinst opleveren;

verzoekt de regering, de koppeling van emissierechten mogelijk te maken voor alle energie-efficiencyinvesteringen met een terugverdientijd korter dan de economische levensduur,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Van Velzen. Naar mij blijkt, wordt zij voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 56(28240).

Mevrouw Spies (CDA):

Voorzitter. Het goede nieuws voor de CDA-fractie was, is en blijft dat Nederland zoals het er nu naar uitziet de doelstellingen met betrekking tot het oplossen van het klimaatprobleem zal halen. Het allocatieplan is daar een belangrijk instrument bij. Tegen de achtergrond van het halen van de Kyotodoelstellingen, zijn wij van mening dat het totale plafond dat is opgenomen in het allocatieplan gehandhaafd kan blijven.

Gedurende de drie termijnen van het algemeen overleg hebben wij echter wel nogal wat kritiek gehad. Deels is daaraan tegemoet gekomen en deels houden wij vragen, bijvoorbeeld over de knip die wordt gemaakt in de omvang van de WKK-installaties in verband het met toedelen van allocatierechten. Wij houden ook problemen met het veilen.

De vraag over procesemissies is in het algemeen overleg niet goed beantwoord. In het voorliggende allocatieplan wordt de mogelijkheid geschrapt om gemotiveerd af te wijken van de norm van 50% voor niet-reduceerbare procesemissies. De ruimte om daarvan gemotiveerd af te kunnen wijken, is helemaal verdwenen uit het allocatieplan. Het betreft relatief weinig bedrijven die vrij makkelijk zijn aan te wijzen. Mijn dringende verzoek aan de regering is om toch nog een keer met die bedrijven om tafel te gaan zitten om te bezien of met betrekking tot procesemissies in het allocatieplan de beste weg is gevonden.

Ik herinner de staatssecretaris aan zijn toezegging om met de glastuinbouwsector om tafel te gaan zitten. Ik ga ervan uit dat dit een bestuurlijk overleg zal zijn.

Cruciaal in het debat was het willen bieden van investeringszekerheid voor de langere termijn aan grote bedrijven die nu in dubio staan omdat zij wel willen investeren, maar de onzekerheden op dit gebied nog te groot vinden. Ik wil de regering oproepen tot een optimale inspanning om in elk geval de investeringszekerheid voor de langere termijn te bieden. Het is overigens niet de bedoeling van de CDA-fractie dat Nederland gaat doen wat Duitsland heeft gedaan. In het algemeen overleg is al gezegd dat wij die handelwijze afkeuren. Wij willen echter wel dat er op zo kort mogelijke termijn investeringszekerheid voor de langere termijn wordt geboden. Daarom heb ik samen met de heer De Krom een motie ingediend.

Minister Wijn:

Voorzitter. Ik wil direct reageren op de moties, want in het algemeen overleg van drie termijnen is al heel veel besproken. Een aantal overwegingen uit de motie van de heer De Krom spreekt mij zeer aan. De hoofdlijn van de motie is dat er investeringszekerheid voor de lange termijn moet worden gecreëerd. Dat lijkt mij van groot belang. Zoals ik heb aangekondigd, heb ik na het algemeen overleg een brief naar eurocommissaris Kroes van mededinging gestuurd. Mijn invalshoek was daarin anders dan in eerdere brieven. Ik heb erop gewezen dat wij weten dat er in Duitsland voorschotten worden genomen op de periode na 2012, zoals wij in het algemeen overleg hebben besproken, en gesteld dat dit niet strookt met de Europese regelgeving. Daardoor ontstaan er drie smaken: hetzij Duitsland trekt dit in, hetzij er komt na 2012 nieuwe regelgeving waar alle Europese lidstaten zich dan aan houden om een level playing field te creëren, hetzij wij zorgen zelf voor een level playing field. Dat is de enige manier om te voorkomen dat er binnen de Europese Unie oneerlijke concurrentie ontstaat. Wij houden de industrie ook graag in Nederland en zien die niet graag naar een ander land vertrekken. Morgen wordt er in Brussel een ambtelijk overleg gehouden, zodat dit met de Europese Commissie wordt besproken. Ik ga aanstaande maandag naar Brussel om dit met eurocommissaris Kroes te bespreken. Wij zullen de Europese Commissie proberen te bewegen tot het tegengaan van de verstrekking van CO2-rechten voor veertien jaar.

In de motie staat ook het verzoek om afspraken met de Nederlandse industrie te maken met het oog op het ontstaan van langetermijninvesteringszekerheid. Wij zullen doen wat binnen ons vermogen ligt om die inderdaad te bieden. Wij kennen allemaal de RSV-affaire, het Fokkerdrama enzovoorts en weten dat wij gebonden zijn aan zeer strikte regels voor staatssteun. Wij zullen ons altijd aan die regels houden, maar wij proberen er alles aan te doen om goede afspraken met de Nederlandse industrie te maken. De heer De Krom heeft eerder al eens gezegd dat die moeten stroken met de principes van de vrije markt, maar dat de overheid niet moet nalaten, waar mogelijk een handje te helpen. Dat is precies onze bedoeling. Ik hoop dat de industrie met goede plannen komt en dat zowel de elektriciteitsbedrijven als de industrie zelf van alle kanten hun best doen om langetermijninvesteringszekerheid te genereren. Ik kan mij zo voorstellen dat energiebedrijven op dit moment hoge winsten maken en dat die alles op alles zetten om ervoor te zorgen dat wij de komende periode goed doorkomen. Het politieke appel op de energiebedrijven is goed gehoord. Daarom lijkt mij het goed als deze motie wordt aangenomen. Langetermijninvesteringszekerheid is van groot belang. De eventuele aanneming van deze motie betekent dat er een heel breed politiek draagvlak is voor een gelijk speelveld in de Europese Unie. Daardoor is deze motie op zichzelf al een bijdrage aan de creatie van de langetermijninvesteringszekerheid. Zij is meer dan een ondersteuning van het beleid. Deze motie maakt duidelijk wat de intentie van de volksvertegenwoordiging is.

De heer De Krom (VVD):

Voorzitter. Ik ben ontroerd door de woorden van de minister van Economische Zaken, maar er moet natuurlijk wel wat gebeuren. Hij moet echt proberen om afspraken te maken teneinde die langetermijninvesteringszekerheid daadwerkelijk te bieden.

Minister Wijn:

Dat gaan wij proberen. Wij doen daar ons uiterste best voor. Ik was door de tekst van de motie overigens op dezelfde wijze geroerd als de heer De Krom door mijn woorden. Tot zover echter de "afdeling warmte". Wij zullen binnen de strikte kaders van staatssteun alles doen wat in ons vermogen ligt om goede afspraken te maken. De heer Van Duinen doet daar ook zijn best voor. Wij zullen moeten afwachten hoe dat gaat. Ik sta open voor alle creatieve suggesties om die langetermijninvesteringszekerheid een impuls te geven.

Ik kom op de motie-Van Velzen/Samsom over het veilen van emissierechten. In het algemeen overleg heb ik aangegeven dat wij ook de richting van het veilen op willen, maar dat moet wel op een level playing field gebeuren. Als wij in Nederland zouden veilen, terwijl dat elders in Europa niet gebeurt, zouden wij onze bedrijven wellicht in een nadeliger positie plaatsen, vergeleken met bedrijven elders. Dat willen wij niet. Wij willen wel veilen, maar op een gelijk speelveld in de EU. Dat is een zwaardere toets dan wat in de motie op dit punt staat. Daarin wordt gesteld dat sommige landen er al toe over zijn gegaan, maar wij willen dat het in de gehele EU gebeurt. Wat ons betreft wordt daar voor het systeem na 2012 op zo kort mogelijke termijn over besloten. Er wordt nu gekeken naar de voor- en nadelen, maar het moet ook binnen de Europese regelgeving passen. Ik wijs ook op wat wij doen met het CO2-systeem. Uiteraard kan dat worden geperfectioneerd. Veilen heeft daarbij een hoge prioriteit, maar ik hoop dat mevrouw Van Velzen haar zegeningen wat dit betreft ook telt. Ik kan net niet meegaan met de motie.

Mevrouw Van Velzen (SP):

Ik heb de indruk dat de minister de motie verkeerd interpreteert. Ik vraag om de mogelijkheden te onderzoeken. Er vinden ook evaluaties plaats. Ik zou graag zien dat wordt bekeken hoe deze kwestie kan worden ingevoerd. Dat betekent dat ook rekening moet worden gehouden met alle haken en ogen van een level playing field en van concurrerende markten buiten Europa. Ik zou graag zien dat de minister met zijn huiswerk begint. Wij hebben samen de wens om te veilen, maar de minister kan alvast bekijken hoe dat kan worden ingevoerd. Als straks een Europees level playing field is gecreëerd, kan de minister direct de boer op met een goed voorstel. Ik kan mij dus niet voorstellen dat de minister de motie te mager vindt. De motie is een steun in zijn rug.

Minister Wijn:

In het verzoek staat: "...teneinde zo snel mogelijk over te kunnen stappen op een systeem van volledige veiling." Daar gaat het mij om, want daarmee wordt een conclusie getrokken waar de regering nog niet aan toe is. Wij doen ons huiswerk, maar het gaat mij iets te ver om nu al te stellen dat wij dus overstappen op een systeem van volledige veiling. Het woordje "volledig" heeft mevrouw Van Velzen er nog met de pen bij gezet. Zij legde het mondeling zojuist echter net iets anders uit dan in de motie staat. Precies daar zit het punt. Als ik de motie zo mag uitleggen dat ik word verzocht de kwestie uit te zoeken en ervoor te zorgen dat, als er na 2012 een systeem van volledige of gedeeltelijke veiling kan komen, een en ander kan worden ingevoerd, dan heb ik daar geen problemen mee. De motie luidt nu echter anders dan de manier waarop mevrouw Van Velzen het uitlegt.

Mevrouw Van Velzen (SP):

Dat is niet de intentie van mijn motie, maar als dit betekent dat de minister met een lichte draai een gedegen onderzoek uitvoert, waarmee het veilen uiteindelijk volledig of gedeeltelijk kan worden ingevoerd, dan ga ik akkoord met zijn uitleg. Ik wacht het onderzoek graag af.

Minister Wijn:

Dan heb ik er geen enkele moeite mee als de Kamer de motie aanneemt, met inachtneming van wat wij zojuist hebben besproken. Ik constateer dat de motie het kabinet aanspoort het huiswerk goed te doen.

Dan kom ik op de motie van mevrouw Van Velzen over de afschrijvingstermijn. In het algemeen overleg hebben wij dit punt uitgediscussieerd. Ik wil echt wachten totdat het convenant is afgelopen voordat wij het op een nieuwe manier gaan doen. Waar het even kan, moet je je aan convenanten houden. Dat betekent dat ik aanvaarding van de motie thans moet ontraden. Misschien moeten wij in de toekomst bij nieuwe benchmarkconvenanten kijken of wij wat flexibeler kunnen omgaan met afschrijvingstermijnen. Ik wil daarop nu echter niet vooruitlopen.

Mevrouw Van Velzen (SP):

Volgens mij is het een voordeel voor zowel bedrijven als het milieu. Ik wil ook van de staatssecretaris een reactie op de deze motie. Als ik van de minister een toezegging krijg dat het bij het volgende convenant serieus wordt meegenomen, denk ik dat wij op langere termijn een milieuwinst boeken. Mijn voorstel is om het nu al toe te passen. Uiteraard moet de overheid betrouwbaar zijn, maar het convenant openbreken als het goed is voor de bedrijven en goed is voor het milieu, moet gewoon kunnen. Ik begrijp niet waarom de minister zo negatief over deze motie is.

Minister Wijn:

Dat is omdat deze in een totaalplaatje past bij de vraag wat de beste manier is om energie-efficiency te stimuleren. Je hebt maatregelen met een kortere terugverdientijd en een langere terugverdientijd. Je moet enerzijds kijken naar energie-efficiencymaatregelen die op korte termijn resultaten opleveren. Anderzijds sluit ik niet uit dat er ook maatregelen zijn die pas op langere termijn winst opleveren. Ik ben het ermee eens dat je het altijd in balans moet bekijken. De balans ligt vast voor dit moment. Deze motie gaat mij net iets te ver, maar dat zal mevrouw Van Velzen niet verbazen. Waar ik niet ontken dat er inhoudelijk een goede discussie over te voeren valt, wil ik nu op geen enkele wijze de schijn wekken dat wij het benchmarkconvenant willen openbreken, aanpassen of ter discussie stellen. Bij een volgend benchmarkconvenant kon ik er graag bij de Kamer op terug.

Staatssecretaris Van Geel:

Mijnheer de voorzitter. Ik zal het overleg met de glastuinbouw op bestuurlijk niveau, zoals mevrouw Spies vraagt, voeren. Ik wil dat het overleg in de breedte wordt gevoerd over een aantal thema's die te maken hebben met de positie van de glastuinbouw in relatie tot energiegebruik en tot een aantal regelingen die in ontwikkeling zijn. Zij heeft dat vorige keer ook geformuleerd. Ik heb sterk de behoefte om het in samenhang te bezien. Het is goed om helderheid te bieden, zodat onze ideeën en de ideeën van de glastuinbouw over de verdere toekomst helder zijn.

Over de motie van mevrouw Van Velzen en de heer Samsom, volgens welke het uitstootplafond jaarlijks verlaagd moet worden, heb ik twee opmerkingen. In het algemeen overleg heb ik al gezegd dat ik de constatering dat te veel rechten zijn uitgegeven, niet deel. Als in een systeem van emissiehandel rechten overblijven, betekent dat niet per definitie dat er te veel zijn uitgedeeld. Het is inherent aan de systematiek. Ik vind vervolgens dat wij ten opzichte van onze verplichtingen in het Kyotoverdrag, de doelstellingen voor 2012, een goede verdeling over de verschillende sectoren tot stand hebben gebracht. Die verdeling leidt ertoe dat onze doelstellingen worden gerealiseerd. Wat de industrie levert, is een goed evenwicht tussen de bijdragen van de verschillende sectoren. Daarmee kunnen de Kyotodoelstellingen gehaald worden, met bescherming van onze concurrentiepositie. Ik vind het een evenwichtig pakket en ik heb geen behoefte om dat evenwichtige pakket ter discussie te stellen of daarover in de komende jaren onduidelijkheid te laten bestaan. Er zijn momenten waarop je emissieplafonds vaststelt. Dat moet duidelijk zijn. Daarom ontraad ik aanvaarding van de motie. U ziet het, ik ben vandaag wat minder meegaand dan minister Wijn.

Voorzitter. Het kabinet wil op basis van dit overleg, dat in drie termijnen is gevoerd, het allocatieplan richting Brussel verzenden. Anders komen wij in de knel met de procedures en de tijdslimieten.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:

Ik stel voor, aanstaande dinsdag over de ingediende moties te stemmen.

Daartoe wordt besloten.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.