- de motie-Van Dijk c.s. over structurele reservering voor financiering van
de IPR-regeling (27813, nr. 16);
- de motie-Snijder-Hazelhoff/Douma
over verhoging van de bijdrage aan de noordelijke regio (27813,
nr. 17).
De voorzitter:
De motie-Van Dijk c.s. (27813, nr. 16) is in die zin gewijzigd dat zij
thans luidt:
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de EU besloten heeft om de lidstaten toe te staan een
IPR-regeling voor de periode 2007-2013 in het leven te roepen;
overwegende:
- dat Duitsland en België al te kennen hebben
gegeven gebruik te zullen maken van deze regeling;
- dat deze IPR-regeling
een nuttig instrument is gebleken om investeringen naar de Nederlandse grensstreken
te lokken, waardoor de structuur van de regionale economie versterkt wordt,
de werkgelegenheid groeit en het level playing field gegarandeerd wordt;
- dat de IPR als een instrument ter versterking van de structuur van de
economie kan worden gezien;
verzoekt de regering, in de begroting voor het jaar 2007 10 mln. als financiering
voor de IPR-regeling te reserveren, te financieren direct of indirect uit
het Fonds Economische Structuurversterking;
verzoekt de regering tevens, met voorstellen te komen voor een structurele
financiering voor de jaren na 2007,
en gaat over tot de orde van de dag.
Deze gewijzigde motie wordt voorgesteld door de leden Van Dijk, Snijder-Hazelhoff,
Douma en Bakker. Naar mij blijkt, wordt deze gewijzigde motie voldoende ondersteund.
Zij krijgt nr. 20 (27813).
De motie-Snijder-Hazelhoff/Douma (27813, nr. 17) is in die zin gewijzigd
dat zij thans luidt:
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat de bijdragen die door de noordelijke regio worden ontvangen
onmisbaar zijn voor een ontwikkeling en het benutten van de kansen van de
noordelijke regio;
overwegende dat de noordelijke regio in potentie een belangrijke bijdrage
kan leveren aan de realisering van de Lissabondoelstellingen;
overwegende dat voor het benutten van de kansen en het stimuleren van
de ontwikkeling van de noordelijke regio de nodige middelen ter beschikking
moeten komen;
overwegende dat op aanwijzing van de Europese Commissie de noordelijke
regio een bedrag van 237 mln. zou dienen te worden toebedeeld;
constaterende dat het voorstel van de regering onvoldoende rekening houdt
met voorgaande overwegingen voor de verdeling van de middelen uit het Europees
Fonds voor de Regionale Ontwikkelingen (EFRO);
verzoekt de regering, de bijdrage aan de noordelijke regio te verhogen,
conform het voorstel van de Europese Commissie, middels een verhoging van
de cofinanciering met 55 mln., tot een bedrag van 237 mln. voor de jaren 2007
tot en met 2013;
verzoekt de regering, deze verhoging te financieren uit het Fonds Economische
Structuurversterking,
en gaat over tot de orde van de dag.
Deze gewijzigde motie wordt voorgesteld door de leden Snijder-Hazelhoff
en Douma. Naar mij blijkt, wordt deze gewijzigde motie voldoende ondersteund.
Zij krijgt nr. 21 (27813).
Ik constateer dat wij direct over beide gewijzigde moties kunnen stemmen.
De voorzitter:
Ik constateer dat de aanwezige leden van de fractie van D66 tegen deze
gewijzigde motie hebben gestemd en die van de overige fracties ervoor, zodat
zij is aangenomen.
Ik deel mee dat bij de stemmingen over de moties inzake de Wet financiering
hoger onderwijs (30387) de aanwezige leden van de fractie van de LPF geacht
wensen te worden tegen de gewijzigde motie op stuk nr. 71 te hebben gestemd,
maar dat maakt uiteraard geen verschil uit voor de stemuitslag.
Het woord is aan mevrouw Halsema.
Mevrouw Halsema (GroenLinks):
Voorzitter. Er was enige verwarring in onze fractie. Wij weten niet zeker
of het is genoteerd, maar de aanwezige leden van mijn fractie wensen geacht
te worden tegen wetsvoorstel 30358 te hebben gestemd.