Regeling van werkzaamheden
De voorzitter:
Op verzoek van de PvdA-fractie benoem ik in:
- de vaste commissie
voor Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties het lid Wagner tot lid in de
bestaande vacature;
- de vaste commissie voor Justitie het lid Wagner
tot lid in de bestaande vacature;
- de vaste commissie voor Nederlands-Antilliaanse
en Arubaanse Zaken het lid Wagner tot lid in de bestaande vacature.
Op verzoek van de CDA-fractie benoem ik in:
- de vaste commissie
voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid het lid Willemse-van der Ploeg tot lid
in de bestaande vacature;
- de vaste commissie voor Financiën
het lid Willemse-van der Ploeg tot lid in de bestaande vacature;
- de vaste commissie voor Volkgezondheid, Welzijn en Sport het lid Willemse-van
der Ploeg tot lid in de bestaande vacature;
- de vaste commissie voor
Landbouw, Natuurbeheer en Voedselkwaliteit het lid Willemse-van der Ploeg
tot lid in de bestaande vacature.
Het woord is aan mevrouw Van Velzen.
Mevrouw Van Velzen (SP):
Voorzitter. Ik heb ongeveer zeven weken geleden aan de minister van Buitenlandse
Zaken en de minister van Justitie opheldering gevraagd over de zakelijke contacten
tussen de Nederlandse regering, met name van de voormalige staatssecretaris
Bolkestein, en het regime van Saddam Hoessein indertijd in Irak. Die vragen
zijn zeven weken oud. Ik zit ernstig verlegen om de antwoorden en dat is ook
mijn goed recht. Ik wil die antwoorden nog graag vandaag binnen krijgen.
De voorzitter:
Ik stel voor, het stenogram van dit gedeelte van de vergadering door te
geleiden naar het kabinet, in het bijzonder naar de staatssecretaris van Economische
Zaken.
De voorzitter:
Het woord is aan mevrouw Verburg.
Mevrouw Verburg (CDA):
Voorzitter. Mijn fractievoorzitter, de heer Verhagen, heeft in goede samenwerking
met de heer Marijnissen een debat aangevraagd over nationaal historisch museum.
De vraag is wanneer dat debat zal plaatsvinden. Wij geven er de voorkeur aan
dat dit nog voor het zomerreces zal plaatsvinden.
De voorzitter:
Ik heb mijn lesje geleerd, als ik garanties geef, maar wij doen onze uiterste
best om het debat te plannen voor het zomerreces.
Het woord is aan mevrouw Arib.
Mevrouw Arib (PvdA):
Voorzitter. Ik wil graag het verslag van het algemeen overleg over pakketmaatregelen
op de plenaire agenda zetten. Het hoeft van mij niet deze Voorzitterweek;
het mag ook volgende week.
De voorzitter:
Ik stel voor om dit punt toe te voegen aan de agenda van volgende week.
De voorzitter:
Het woord is aan de heer Krähe.
De heer Krähe (PvdA):
Ik verzoek u om het verslag van het algemeen overleg over
handhaving van 8 juni op de plenaire agenda te zetten.
De voorzitter:
Ik stel voor, aan dit verzoek te voldoen en ook dit punt toe te voegen
aan de agenda van volgende week.
De voorzitter:
Op verzoek van de VVD-fractie stel ik voor, de stemmingen over het wetsvoorstel
Goedkeuring van het op 24 april 1986 te Straatsburg totstandgekomen Europees
Verdrag inzake de erkenning van de rechtspersoonlijkheid van internationale
niet-gouvernementele organisaties, alsmede invoering van enige regels met
betrekking tot in een terrorismelijst vermelde organisaties en andere organisaties
waarvan het doel of de werkzaamheid in strijd is met de openbare orde (28764),
en de bijbehorende moties van de agenda af te voeren.
De voorzitter:
Het woord is aan de heer Van de Camp.
De heer Van de Camp (CDA):
Voorzitter. Wij willen graag dat de stemmingen in verband met de wijziging
van de Telecommunicatiewet (29834) worden uitgesteld. Er is bij ons nog wat
intern beraad nodig. Vandaar dit verzoek van de CDA-fractie.
De voorzitter:
Ik stel voor, aan dit verzoek te voldoen en ook deze stemmingen uit te
stellen.
De voorzitter:
Het woord is aan de heer Crone.
De heer Crone (PvdA):
Voorzitter. Ik verzoek om uitstel van de stemmingen over de Wet handhaving
consumentenbescherming (30411) en de bijbehorende moties.
De voorzitter:
Ik stel voor, aan dit verzoek te voldoen.
De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.
De voorzitter:
Voordat wij gaan stemmen, eerst het volgende.
Geachte heer Van der Vlies, beste Bas, afgelopen zaterdag was het precies
25 jaar geleden dat u op 10 juni 1981 werd beëdigd als lid van de
Tweede Kamer der Staten-Generaal. Ik mocht afgelopen zaterdag de Kamer vertegenwoordigen
bij de zeer bijzondere bijeenkomst die uw partij, de SGP, ter gelegenheid
van dit heuglijke jubileum heeft gehouden, maar ik wil u ook thans en hier,
in onze plenaire vergaderzaal en in onze officiële Kamervergadering,
heel hartelijk feliciteren met uw zilveren jubileum als Kamerlid. Later op
de middag mag ik u, samen met de SGP-fractie, een receptie aanbieden. Dan
zal ik u graag iets langer toespreken, maar voor dit moment en in het bijzijn
van uw vrouw, kinderen en kleinkinderen – dus ongeveer het hele tribunevak
daarboven – feliciteer ik u heel hartelijk namens ons allen, leden en
medewerkers van de Kamer en van de fracties.
De voorzitter:
Geheel in de stijl van de heer Van der Vlies gaan wij over tot de orde
van de dag en tot de stemmingen.