13de vergadering

Dinsdag 26 oktober 2004

14.00 uur

Voorzitter: Weisglas

Tegenwoordig zijn 136 leden, te weten:

Van Aartsen, Adelmund, Albayrak, Algra, Aptroot, Arib, Atsma, Azough, Van Baalen, Bakker, Balemans, Van Beek, Blok, Blom, Van Bochove, Boelhouwer, Van Bommel, Bos, Van den Brink, Brinkel, Bruls, Buijs, Bussemaker, Van de Camp, Cornielje, Crone, Van Dam, Depla, Dezentjé Hamming, Van Dijken, Dijksma, Dijsselbloem, Dittrich, Douma, Dubbelboer, Duivesteijn, Duyvendak, Eerdmans, Van Egerschot, Eijsink, Eski, Ferrier, Van Fessem, Fierens, Geluk, Van Gent, Gerkens, Griffith, De Haan, Van Haersma Buma, Halsema, Van der Ham, Hamer, Heemskerk, Van Heemst, Herben, Hessels, Van Heteren, Van Hijum, Hirsi Ali, Hofstra, Ten Hoopen, Huizinga-Heringa, Jager, Joldersma, Jonker, Kalsbeek, Kant, Karimi, Koenders, Koomen, Koopmans, Kortenhorst, Koser Kaya, Kraneveldt, De Krom, Kruijsen, Van der Laan, Lambrechts, Leerdam, Van Lith, Marijnissen, Mastwijk, Van Miltenburg, Mosterd, Nawijn, De Nerée tot Babberich, Van Nieuwenhoven, Noorman-den Uyl, Van Oerle-van der Horst, Omtzigt, Oplaat, Örgü, Ormel, De Pater-van der Meer, Rambocus, Rijpstra, Rouvoet, Samsom, Schippers, Schreijer-Pierik, Slob, Smeets, Smilde, Smits, Snijder-Hazelhoff, Spies, Van der Staaij, Sterk, Straub, Stuurman, Szabó, Tichelaar, Timmer, Timmermans, Tjon-A-Ten, Tonkens, Varela, Veenendaal, Vendrik, Verbeet, Verburg, Verdaas, Vergeer, Vietsch, Visser, Van der Vlies, Vos, Bibi de Vries, Jan de Vries, Klaas de Vries, Van Vroonhoven-Kok, Weekers, Weisglas, Wilders, Van Winsen, De Wit en Wolfsen,

en de heer Bot, minister van Buitenlandse Zaken, mevrouw Van der Hoeven, minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, de heren Zalm, vice-minister-president, minister van Financiën, Brinkhorst, minister van Economische Zaken, De Geus, minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, Hoogervorst, minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, mevrouw Van Gennip, staatssecretaris van Economische Zaken, en mevrouw Ross-van Dorp, staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.

De voorzitter:

Ik deel aan de Kamer mede dat zijn ingekomen berichten van verhindering van de leden:

Van Velzen, Luchtenveld en Hermans, wegens bezigheden elders;

Verhagen, Van Dijk en Çörüz, wegens verblijf buitenslands, ook morgen;

Waalkens, Van As en Haverkamp, wegens verblijf buitenslands, de gehele week;

Aasted Madsen-van Stiphout, wegens ziekte.

Deze berichten worden voor kennisgeving aangenomen.

De voorzitter:

De ingekomen stukken staan op een lijst die op de tafel van de griffier ter inzage ligt. Op die lijst heb ik voorstellen gedaan over de wijze van behandeling. Als aan het einde van de vergadering daartegen geen bezwaren zijn ingekomen, neem ik aan dat de Kamer zich met de voorstellen heeft verenigd.

Bij mij is ingekomen de volgende brief van ons, vandaag nog, medelid mevrouw Van Nieuwenhoven. Ik lees u graag haar brief voor.

"Mijnheer de voorzitter, beste Frans,Voorzitter

Bij dezen deel ik je mee dat ik de Tweede Kamer der Staten-Generaal ga verlaten per 27 oktober aanstaande. Op diezelfde dag zal ik met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid beëdigd worden als Gedeputeerde van de Provinciale Staten van Zuid-Holland.

In alle eerlijkheid, deze beslissing kost me wel behoorlijk veel moeite, niet in de laatste plaats vanwege de prettige werksfeer die ik in de afgelopen jaren heb mogen ondervinden. Vanuit soms een regeringsfractie, soms een oppositiefractie, als "gewoon" Kamerlid of als Kamervoorzitter of fractievoorzitter, de door mensen ingevulde omgeving veranderde daar niet echt van.

Daarom in de eerste plaats dank aan al diegenen die daarvoor op hun eigen plek gezorgd hebben. De Kamerbodes, de griffiemedewerkers, de schoonmakers, de medewerkers van de beveiliging, de griffiers, de restaurantmedewerkers, de DIV-medewerkers, de medewerkers van de afdeling voorlichting en van communicatie, de technische dienst, de secretaresses en de stafmedewerkers, de (laat het mij nog één keer zeggen) stenografische dienst, alle medewerkers die vanuit het constitutionele proces of de bedrijfsvoering de dagelijkse gang van zaken in dit huis mee bepalen.

Zonder de hulp van "mijn" persoonlijke medewerkers en de fractiemedewerkers van de PvdA zou ik het allemaal niet voor elkaar hebben gekregen. En natuurlijk alle collega's die in de loop der jaren mee- en soms ook tegengewerkt hebben. Jullie zullen mij wel willen geloven als ik denk dat ik nog vaak aan jullie allemaal zal denken en de goede herinneringen zullen daarbij overheersen.

Nu zou ik eigenlijk een verhandeling willen schrijven over de kracht van bestuurlijk Nederland, waarin in het bijzonder het middenbestuur zo'n belangrijke plaats inneemt, maar dat past mij vandaag "nog" niet. De afgelopen tijd heb ik kunnen ervaren dat de door sommigen, vooral in de media, genoemde "luwte" in geen enkele bestuurslaag aan de orde is. Je inzetten voor goed, degelijk, doorzichtig en effectief bestuur verlangt en verdient iedere dag een grote inzet van gekozen en benoemde bestuurders.

De Tweede Kamer heeft in de jaren dat ik hier was grote verbeteringen aan kunnen brengen, zowel in haar wetgevende als in haar controlerende taak. Het bureau wetgeving en het onderzoeksbureau zouden in mijn ogen meer versterking rechtvaardigen, vooral omdat wij allemaal wel weten dat dat de enige manier is om serieus tegenwicht te kunnen bieden aan welk kabinet er ook zit.

De roep om minder regelgeving is op dit moment erg in de mode. Ik zal het maar eerlijk bekennen: dat vind ik vaak te oppervlakkig. Veel regels zijn nodig om een goede uitvoering van besluiten te garanderen en vaak ook beschermen regels de burgers tegen de overheid of anderen. Daarom doe ik een beroep op jullie allemaal om na te gaan waarom bepaalde regels er zijn gekomen, voordat ze zomaar afgeschaft worden.

De positie van de Nationale Ombudsman en de Algemene Rekenkamer draagt in mijn ogen bij aan de verbetering van het werk van de Kamer, maar over en weer meer waardering voor ieders werk behoort zeker nog tot de mogelijkheden.

De adviesorganen van de regering – het zijn er nog steeds te veel – voorzien ook de Kamer van deskundige raad. Het kan waarschijnlijk onafhankelijker en minder politiek ingevuld worden, maar met de rapporten zou meer kunnen gebeuren.

Mijnheer de voorzitter. Aan de werkwijze van de Kamer is al veel verbeterd, toch durf ik hier nog wel een paar ongevraagde adviezen te geven. Probeer in het vragenuur eens alleen de eerste vragensteller wat meer vragen te laten stellen. De aanvullende vragen van de verschillende fracties leiden meestal meer tot herhalingen en politieke stellingnames, dan tot nadere verheldering. Meer onderwerpen zouden daardoor aan de orde kunnen komen en de minister-president zou er in ieder geval iedere week bij moeten zijn. Denk er maar eens over na, collega's, dat geeft zowel voor regeringspartijen als oppositie, en dus voor de Kamer als geheel meer macht. Dan vindt een bewindspersoon het in de toekomst waarschijnlijk lastiger om in het vragenuur te moeten verschijnen. Antwoord moet namelijk, volgens de Grondwet, altijd gegeven worden!

Bijna ieder debat in dit huis zou aan sterkte kunnen winnen door minder tijd te besteden aan interrupties. De oplossing is niet om het aantal interrupties te tellen, maar om ze korter en duidelijker te maken. Van het Jeugdparlement – daar mag echt niet op bezuinigd worden – valt te leren dat een vraag waarop alleen een eenvoudig ja of nee te geven is, het vaak lastiger maakt voor de bewindspersoon of de collega die moet antwoorden.

En, gebruik je eigen woorden in het debat en bij de schriftelijke behandeling. Tradities volgen in het taalgebruik kan misschien wel mooi zijn, maar het kan alleen mooi blijven als het functioneel iets toevoegt aan de inhoud.

De gehele Tweede Kamer en de meeste politieke fracties erin kunnen trots zijn op het groeiend aantal vrouwelijke Kamerleden. Daarom zou het in mijn ogen van een achteruitgang getuigen als het toekomstige kiesstelsel zo ingericht wordt, dat het moeilijker wordt voor vrouwen hier mee te kunnen doen. Datzelfde geldt volgens mij voor Kamerleden van allochtone herkomst. De kleine partijen hebben in het Nederlandse stelsel hun waarde altijd met verve laten zien. Daarom geen kiesdrempel en geen ver doorgevoerd districtenstelsel. U ziet, sommige tradities vind ik wel van grote waarde. Maar op een andere plaats is vernieuwing aan de orde. Net als de grote liberale bestuurder Thorbecke ben ik zeer voor de door de bevolking gekozen burgemeester.

Mijnheer de voorzitter, beste collega's en anderen die meeluisteren. Dit is geen afscheid van de politiek, zo zie ik het niet. Op mijn eigen wijze, op een andere plek zal ik verder werken aan de sociaal-democratische idealen van mijn partij. Eerlijk delen en Solidariteit kunnen immers op iedere plek in de politiek en daarbuiten ingevuld worden. Daar was ik altijd aanspreekbaar op en dat zal ik in de provinciale staten van Zuid-Holland ook blijven.

Het ga jullie goed!

Met hartelijke groet,

Jeltje van Nieuwenhoven"

(Applaus)

De voorzitter:

Geachte mevrouw Van Nieuwenhoven, beste Jeltje.

"Hou je verstand erbij, maar laat het nooit je emotie overwoekeren". Dat is, vind ik, het belangrijkste advies dat u ooit in een interview aan Kamerleden gaf. Het was, zo heb ik zelf ook vele jaren mogen ervaren, ook vaak het kenmerk van uw eigen optreden in ons midden. Als lid van de Kamer en als voorzitter van de Kamer. Uw emoties zijn nooit gespeeld, maar altijd authentiek. Als u boos bent, bent u ook echt boos. En hoed je dan maar, zo heb ik zelf ook wel eens ervaren. Maar als u tevreden bent – en dat is gelukkig veel en veel vaker het geval – is dat net zo min gespeeld. Het is een cliché, maar bij u heel toepasselijk: niets menselijks is u vreemd. Daarvan hebt u ook nooit een geheim gemaakt. Ook niet als het om nogal persoonlijke dingen ging. Dat is, denk ik, ook de belangrijkste reden voor uw grote populariteit in het land. Mensen ervaren u als heel dichtbij. Aanraakbaar heet dat tegenwoordig. Een belangrijke politica, die toch ook je buurvrouw zou kunnen zijn. Een Kamervoorzitter die openlijk erkent graag een zak patat op straat te eten, en het ook bijna dagelijks doet. In die combinatie van een sterk ontwikkeld politiek gevoel, grote kennis van zaken en de houding van "doe maar gewoon dan doe je al gek genoeg" ligt uw grote kracht. Iedereen kent Jeltje van Nieuwenhoven en bijna iedereen houdt van haar. Niet voor niets haalde u bij de laatste verkiezingen ruim 233.000 voorkeurstemmen.

En nu dan toch de Kamer uit? Kan dat eigenlijk wel? Ja, dat kan en dat mag, zeg ik volmondig. Want iemand met uw langjarige staat van dienst heeft in mijn ogen het volste recht om ook na de verkiezingen een wending aan haar carrière te geven, zeker als het om een andere politiek-publieke functie gaat. U hebt al langer geleden aangegeven dat er voor u ook nog een leven na de Tweede Kamer zou moeten zijn. U zei niet in de Kamerbankjes te willen sterven. U wilde nog wel eens elders wat voor de maatschappij betekenen.

Vandaag bent u 8170 dagen lid van de Tweede Kamer, 8170 keer die handtekening op de presentielijst. Ruim 22 jaar! Alleen collega Van der Vlies komt in anciënniteit nog voor u. Uw eerste optreden in de plenaire zaal was bij de behandeling van de begroting van het ministerie van CRM. Het was op 2 februari 1982. Zo'n drie maanden voor de val van het kabinet-Van Agt/Den Uyl. U sprak toen uw waardering uit voor de overgang van het emancipatiebeleid naar het ministerie van Sociale Zaken. Hoe blij u daarmee was, had u al eerder getoond door samen met de collega's Herfkens en Ter Veld – voor de ouderen onder ons: het trio "Jelskeline" – als pas gekozen leden tot buitenparlementaire actie over te gaan. Met een rode blusher en niet met lipstick zoals alle kranten toen wél schreven, voegde u aan het naambord bij het ministerie "én Emancipatiezaken" toe.

Die lange staat van dienst en die enorme brede ervaring zijn uniek. Zeker tegenwoordig. Ook heel bijzonder is dat u als oud-Kamervoorzitter en als oud-fractievoorzitter weer één van onze leden bent geworden en zelfs uw oude portefeuille, of een van uw oude portefeuilles, van mediawoordvoerder weer oppakte. Daarmee heeft u een goed voorbeeld gegeven. Zo'n stap is goed voor de ervaring én voor het gezag van de Kamer. U heeft dat toen zonder aarzeling gedaan. U heeft de afgelopen jaren úw gezag en úw ervaring opnieuw voor uw fractie en voor de Kamer als geheel willen inzetten. Daar zijn we u heel erkentelijk voor.

Persoonlijk ben ik je erg dankbaar voor de steun en goede raad die ik, gevraagd en ongevraagd, altijd van je heb gekregen. Tot op de dag van vandaag in je brief!

Omdat u vanaf het rostrum, vanaf deze plaats, weer in de blauwe stoelen terugkeerde, hebben wij van u als voorzitter nooit echt afscheid genomen. Dat doen wij vandaag dus eigenlijk ook. Wij leerden u kennen als een doortastende voorzitter. Gemakkelijk hadden wij het niet altijd onder uw leiding, maar dat hoort ook zo. Vaak met humor, soms – als dat nodig was – streng, leidde u de debatten in goede banen.

U was erg aan het voorzitterschap gehecht. Niet vanwege de status, want dat sprak u in de functie misschien nog wel het minst aan. Het gezag en het aanzien van het parlement. Deugdelijk werk afleveren. Ministers en staatssecretarissen op de huid zitten, ongeacht hun politieke kleur. Het parlementaire werk dichter bij de mensen brengen. Dat was wat u boeide en belangrijk vond. Daaraan wilde u graag uw bijdrage leveren. En dat heeft u gedaan.

Dat u die functie, die u zo na aan het hart lag, vervolgens toch opgaf toen uw partij u nodig had als fractievoorzitter, hebben wij bewonderd. Het gaf ook nog eens aan dat uw sociaal-democratische hart altijd is blijven kloppen. Nog maar enkele dagen daarvoor, in mei 2002, kreeg u, tijdens de meest dramatische verkiezingscampagne ooit, door de moord op Pim Fortuyn, met dingen te maken die daarvoor nooit speelden. Toen toonde u echt leiderschap.

Ook de ambtelijke ondersteuning van de Tweede Kamer leerde u kennen als iemand die geen blad voor de mond neemt. Als er een moeilijke beslissing moest worden genomen of een lastig gesprek moest worden gevoerd, ging u dat niet uit de weg. En na afloop wist iedereen hoe de zaken ervoor stonden en waren er duidelijke beslissingen genomen.

Beste Jeltje. Je belezenheid. Je liefde voor beeldende kunst en poëzie. Je betrokkenheid bij mensen. Je emoties. Je veelzijdigheid. Je humor. Je ervaring. We zullen het erg missen. Maar je laat ook veel na op het Binnenhof. Jij gaf de impuls voor het Onderzoeks- en Verificatiebureau van de Kamer. Jij was het die de traditie vestigde om op de dag van de poëzie de vergadering van de Kamer met een gedicht te beginnen. Ik heb die traditie graag voortgezet. Jij hebt ervoor gezorgd dat de Kamer in samenwerking met het Instituut collectie Nederland een veel kunstzinniger uitstraling heeft gekregen en daarmee een voorbeeldfunctie vervult. Daarmee gaf je de Kamer ook letterlijk een beter aanzien. Bovendien heb je straks als oud-bibliothecaris en als leesverslaafde er ook nog voor gezorgd dat de vaste boekenprijs blijft bestaan. Dankzij jou weet inmiddels iedere Nederlander dat er in Friesland niet alleen Fries, maar ook Saksisch wordt gesproken. Helaas zal men dat straks, althans hier, niet meer zo vaak kunnen horen.

Gelukkig verdwijn je niet in vergetelheid. Integendeel. Men verwacht in de provincie Zuid Holland juist van jou dat je als Nederlands bekendste gedeputeerde voortaan het provinciaal bestuur dichter bij de mensen brengt. Heel, heel veel dank voor alles wat je in al die jaren, in vele functies voor de Kamer hebt gedaan! Je kantoor is straks bijna letterlijk om de hoek. Ik zeg dan ook met zekerheid en overtuiging, ook heel persoonlijk: graag, heel graag tot ziens.

(De Kamer geeft mevrouw Van Nieuwenhoven een staande ovatie.)

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

Naar boven