Regeling van werkzaamheden

De voorzitter:

Ik stel voor, te behandelen morgen, woensdag 19 mei, bij het begin van de vergadering:

- de brief van het Presidium inzake een commissie Vernieuwing Wet op de Parlementaire Enquête (29547);

  • - de brief van de themacommissie Ouderenbeleid inzake adviesaanvragen (29549);

  • - verslagen van de commissie voor de Verzoekschriften (29235, nrs. 28 t/m 31).

Ik stel op verzoek van de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit voor, de eindstemming over de Natuurbeschermingswet één week uit te stellen.

Ik stel voor, toestemming te verlenen voor het houden van wetgevings- c.q. notaoverleg met stenografisch verslag:

op woensdag 19 mei van 13.30 uur tot 23.00 uur van de vaste commissie voor Economische Zaken over de wetsvoorstellen:

  • - Wijziging van de Elektriciteitswet 1998 en de Gaswet (verlenging termijn waarbinnen een afnemer wordt beschouwd als beschermde afnemer in de zin van de Gaswet en de Elektriciteitswet 1998) (29303) en Wijziging van de Elektriciteitswet 1998 en de Gaswet ter uitvoering van richtlijn nr. 2003/54/EG, (PbEG L 176), verordening nr. 1228/2003 (PbEG L 176) en richtlijn nr. 2003/55/EG (PbEG L 176), alsmede in verband met de aanscherping van het toezicht op het netbeheer (Wijziging Elektriciteitswet 1998 en Gaswet in verband met implementatie en aanscherping toezicht netbeheer) (29372);

Voorzitter

op maandag 24 mei van 10.00 uur tot 18.00 uur van de vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap over de wetsvoorstellen:

  • - Wijziging van onder meer de Wet studiefinanciering 2000 in verband met wijziging omzetmoment eerste 12 maanden prestatiebeurs en afschaffing 1 februariregel (29412) en Wijziging van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek in verband met aanpassing van de regelgeving inzake de vestigingsplaats van een opleiding (29244);

op dinsdag 1 juni van 10.15 uur tot 18.00 uur van de vaste commissie voor Justitie over het wetsvoorstel:

  • - Wijziging van het Wetboek van Strafrecht en de Wegenverkeerswet 1994, in verband met de herijking van een aantal wettelijke strafmaxima (28484);

op dinsdag 1 juni van 15.15 uur tot 23.00 uur van de vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap over het wetsvoorstel:

  • - Wijziging van de Wet educatie en beroepsonderwijs en de Wet op de ondernemingsraden in verband met de modernisering van de medezeggenschapsstructuur in de educatie en het beroepsonderwijs en de versterking van de positie van deelnemers (modernisering medezeggenschap educatie en beroepsonderwijs) (29371);

op maandag 7 juni van 10.15 uur tot 16.00 uur van de vaste commissie voor Justitie over de wetsvoorstellen:

  • - Wijziging van het Wetboek van Strafvordering in verband met inbeslagneming en doorzoeking door de rechter-commissaris (29252), Wijziging van het Wetboek van Strafvordering houdende enkele wijzigingen in de regeling van de voorlopige hechtenis (29253), Wijziging van het Wetboek van Strafvordering, het Wetboek van Strafrecht en de Wet op de rechterlijke organisatie in verband met het horen van getuigen en enkele verwante onderwerpen (29254) en Wijziging van het Wetboek van Strafvordering strekkende tot aanpassing van de eisen te stellen aan de motivering van de bewezenverklaring bij een bekennende verdachte (29255);

op maandag 7 juni van 16.00 uur tot 23.00 uur van de vaste commissie voor Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit over:

  • - Toekomst van de intensieve veehouderij (28973);

op donderdag 10 juni van 10.00 uur tot 15.30 uur van de vaste commissie voor Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties over de wetsvoorstellen:

  • - Aanpassing van bijzondere wetten aan de Wet dualisering gemeentebestuur (Wet dualisering gemeentelijke medebewindsbevoegdheden) (28995), Aanpassing van de Gemeentewet, de Provinciewet en enkele andere wetten in verband met de dualisering van het gemeente- en het provinciebestuur (29310) en Aanpassing van bijzondere wetten aan de Wet dualisering provinciebestuur (Wet dualisering provinciale medebewindsbevoegdheden) (29316);

op maandag 14 juni van 11.15 uur tot 17.00 uur van de vaste commissie voor Financiën over:

  • - de aanpak van de administratieve lasten;

op maandag 14 juni van 10.00 uur tot 23.00 uur van de vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap over de wetsvoorstellen:

  • - Wijziging van de Wet op het primair onderwijs en de Wet op de expertisecentra in verband met het invoeren van het jaarverslag en een nieuwe regeling van informatievoorziening voor het primair en (voortgezet) speciaal onderwijs (29470) en Wijziging van de Wet op het voortgezet onderwijs in verband met onder meer vereenvoudiging van de bekostigingsbepalingen (29473);

op maandag 14 juni van 10.15 uur tot 16.00 uur van de vaste commissie voor Justitie over de wetsvoorstellen:

  • - Regeling van het conflictenrecht met betrekking tot het geregistreerd partnerschap (Wet conflictenrecht geregistreerd partnerschap) (28924) en Aanpassing van de Rijkswet op het Nederlanderschap en de Rijkswet van 21 december 2000 tot wijziging van de Rijkswet op het Nederlanderschap met betrekking tot de verkrijging, de verlening en het verlies van het Nederlanderschap (Stb. 618), mede in verband met de totstandkoming van de Wet conflictenrecht geregistreerd partnerschap (28836);

op maandag 28 juni van 15.00 uur tot 21.00 uur van de vaste commissie voor Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer over:

  • - de hoofdlijnen van de nota Ruimte (29435);

op maandag 28 juni van 10.15 uur tot 16.00 uur van de vaste commissie voor Economische Zaken over:

  • - de toekomstige ontwikkeling van de Nederlandse postsector (29502).

Overeenkomstig de voorstellen van de voorzitter wordt besloten.

De voorzitter:

Het woord is aan mevrouw Bussemaker.

Mevrouw Bussemaker (PvdA):

Voorzitter. De minister en de staatssecretaris zitten hier nu nog rustig, maar wij weten dat vandaag het voorjaarsoverleg begint. Het belooft spannend te worden en mijn fractie zou graag zien dat het verslag van het overleg dat vanavond gevoerd zal worden, morgen vóór 12 uur aan de Kamer toegestuurd wordt, opdat wij er tijdig kennis van kunnen nemen.

De voorzitter:

Ik stel voor, het stenogram van dit gedeelte van de vergadering door te geleiden naar het kabinet.

Daartoe wordt besloten.

De voorzitter:

Het woord is aan mevrouw Bussemaker.

Mevrouw Bussemaker (PvdA):

Voorzitter. De plenaire behandeling van het wetsvoorstel SPAK ( specifieke afdrachtkorting lage lonen) is geagendeerd voor vanavond. Mijn fractie heeft twee verzoeken bij deze behandeling.

Het eerste verzoek is om behalve de staatssecretaris van Financiën ook de staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid uit te nodigen voor dit debat. In de nota naar aanleiding van het verslag wordt namelijk veelvuldig verwezen naar een notitie van de staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid over arbeidsmarktbeleid.

Het tweede verzoek is om de plenaire behandeling uit te stellen totdat het voorjaarsoverleg heeft plaatsgevonden. Ik heb begrepen dat de werkgevers dit onderwerp ook willen agenderen. Het zou buitengewoon vreemd zijn als wij hier het wetsvoorstel behandelen, terwijl op een andere plek in deze stad nog wordt gesproken over mogelijke varianten voor het behoud ervan. Mijn verzoek is in elk geval om de behandeling uit te stellen tot morgen.

De heer De Wit (SP):

Voorzitter. Op zichzelf steun ik het verzoek van mevrouw Bussemaker. Het lijkt mij ook voor de hand liggend. Ik heb echter een verdergaand verzoek.

Op 2 juni zal de Kamer op verzoek van de heer Bos debatteren over de werkloosheid. Daarbij zal de Kamer onder andere de brief van het kabinet bespreken. Het lijkt mij voor de hand liggend dat wij geen besluiten nemen over het wetsvoorstel over de afdrachtkorting voordat het debat over de werkloosheid heeft plaatsgevonden. Mijn voorstel is om de behandeling van het wetsvoorstel te verschuiven tot na 2 juni, omdat dan het debat over de werkloosheid plaatsvindt.

De heer Varela (LPF):

De LPF-fractie steunt het verzoek van mevrouw Bussemaker.

De heer Vendrik (GroenLinks):

Voorzitter. Namens de GroenLinksfractie kan ik zeggen dat wij dezelfde gedachten hebben als de heer De Wit. Iets meer uitstel zou goed zijn, zodat wij precies weten wat het voorjaarsoverleg precies heeft gebracht. Wij moeten nog maar afwachten of het vanavond wordt afgerond. Misschien worden er nog een paar dagen bijgenomen. Je weet het maar nooit. De lijn van een eventuele combinatie in dezelfde week als het grote werkloosheidsdebat, wat het naar ik vrees wel zal worden, steunen wij.

Mevrouw Van Vroonhoven-Kok (CDA):

Voorzitter. De CDA-fractie heeft geen behoefte aan uitstel van het debat. Wat mijn fractie betreft kunnen wij volstaan met alleen de staatssecretaris van Financiën erbij. Voor ons is het een wetsvoorstel waarbij echt haast is geboden.

De heer Weekers (VVD):

Ook de VVD-fractie is van mening dat het wetsvoorstel met spoed behandeld moet worden. Wij zullen ons er niet tegen verzetten als de staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid erbij wordt uitgenodigd.

De heer Rouvoet (ChristenUnie):

Voorzitter. Ik ben niet gewend om steun te betuigen aan verzoeken tot uitstel, maar ik kan mij vinden in de argumentatie voor uitstel zoals verwoord door mevrouw Bussemaker.

Mevrouw Bussemaker (PvdA):

Ik deel de argumenten die de heren De Wit en Vendrik hebben genoemd om het debat uit te stellen tot 2 juni. Ik weet echter ook dat wij hierover eerder hebben gesproken, ook in de vaste commissie voor Financiën. Ik vind het belangrijk om in elk geval hier te constateren dat wij proberen de behandeling tot na het voorjaarsoverleg uit te stellen, omdat ik weet dat de optie van 2 juni bij veel fracties in deze Kamer geen steun krijgt.

Op degenen die vinden dat het met spoed behandeld moet worden, doe ik een dringend beroep om het wetsvoorstel in deze Kamer zorgvuldig te behandelen. Wij kunnen niet in de politieke argumenten en de politieke afweging van anderen treden, maar ik kan wel een beroep doen op die fracties een zorgvuldige behandeling mogelijk te maken. Als het spoedeisend is, kan het ook morgen behandeld worden. Dan is het namelijk nog steeds spoedeisend, maar zo kunnen wij het wel op een zorgvuldige manier doen en weten wij iets meer over de afloop van het voorjaarsoverleg. Dat lijkt mij uit democratisch oogpunt niet meer dan logisch.

De voorzitter:

Ik kan niet anders concluderen dan dat ik het voorstel van mevrouw Bussemaker moet overnemen. Er is geen meerderheid om het wetsvoorstel vandaag te behandelen.

Ik stel voor om het debat vanavond niet te houden. Gezien de agenda is het mogelijk dat wij het morgen niet halen, maar dat het eventueel begin volgende week zal zijn.

Voorts stel ik voor, te voldoen aan het verzoek om de staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid uit te nodigen.

Mevrouw Van Vroonhoven-Kok (CDA):

Ik maak hierbij de volgende kanttekening. Het gaat over een maatregel die al per 1 juli a.s. moet worden ingevoerd en het moet ook nog naar de Eerste Kamer toe. Om het over Hemelvaartsdag heen te tillen naar de volgende week, vind ik daarom een beetje te veel van het goede. Ik zou erop willen aandringen het morgen op de agenda te zetten.

De heer Weekers (VVD):

Ik wil dit onderstrepen, in verband met de behandeling in de Eerste Kamer.

De voorzitter:

Er is overleg over geweest met de Eerste Kamer en daaruit is gebleken dat het nog zou lukken, als wij ernaar streven het aanstaande dinsdag op de agenda te zetten. Ik stel dan ook voor om te handelen zoals ik eerder heb voorgesteld.

Daartoe wordt besloten.

De voorzitter:

Het woord is aan mevrouw Kant.

Mevrouw Kant (SP):

Voorzitter. Ik verzoek u het verslag van het algemeen overleg over het rapport van de Algemene Rekenkamer inzake de RWT's op de plenaire agenda te zetten. Deze behandeling heeft geen haast.

De voorzitter:

Ik stel voor, aan dit verzoek te voldoen.

Daartoe wordt besloten.

De voorzitter:

Het woord is aan de heer Vendrik.

De heer Vendrik (GroenLinks):

Voorzitter. Enkele weken geleden werden voorstellen gepubliceerd door de commissie-Dijkstal, onder andere aangaande de salariëring van leden van het kabinet. In een eerste reactie zei de minister van Financiën over deze voorstellen die een substantiële verhoging zouden betreffen van salarissen van leden van het kabinet: dat gaan wij maar niet doen! Tot gisteren, toen hij aanwezig was bij het financieel ontbijt – gisterenochtend, ergens in Amsterdam – en liet doorschemeren dat het misschien wel verstandig zou zijn om ministers te honoreren op basis van een 40-urige werkweek, daar waar zij nu gesalarieerd zijn op basis van een 36-urige werkweek. Dat zou de facto een salarisverhoging betekenen van ruim 11%. De minister zei erbij dat hij zich kon voorstellen dat dit nog deze kabinetsperiode zou worden geregeld.

Deze opmerkingen hebben mijn fractie verontrust en het lijkt ons goed de minister van Financiën hier te ontbieden. Ik neem aan dat dit volgende week zou kunnen. Daarom doe ik u het verzoek, voorzitter, een interpellatie toe te staan, teneinde de minister van Financiën te kunnen bevragen op zijn opvattingen zoals hij die gisteren heeft geventileerd.

Mevrouw Verburg (CDA):

Mijn fractie verzet zich niet tegen dit verzoek, maar stelt voor om er een spoeddebat van te maken in plaats van een interpellatie.

De heer Vendrik (GroenLinks):

Ik ben altijd gevoelig voor verzoeken van mevrouw Verburg en stem hier dan ook graag mee in.

De voorzitter:

Ik stel dan voor een spoeddebat te houden en wel in de loop van de volgende week, gelet op de agenda. Voorts stel ik voor om daarbij de spreektijden te beperken tot vijf minuten per fractie.

Overeenkomstig het voorstel van de voorzitter wordt besloten.

De voorzitter:

Het woord is aan mevrouw Karimi.

Mevrouw Karimi (GroenLinks):

Voorzitter. De afgelopen tweeënhalve week hebben wij allen de afschuwelijke foto's van de martelingen en vernederingen van Iraakse gevangenen door Amerikaanse militairen gezien. De Amerikaanse politici waren er als de kippen bij om te zeggen dat de verantwoordelijkheid ervoor ligt bij een aantal misdadige individuen. Het lijkt echter steeds meer op een gerichte beleidslijn die gepropageerd is door leden van de Bushadministratie. Ook ten aanzien van het gedrag van de Britten ten opzichte van die gevangenen rijzen er steeds meer vragen.

De Nederlandse troepen mogen zelf geen gevangenen in detentie houden en zij moeten gevangenen overdragen aan vertegenwoordigers van de bezettende mogendheden, de Britten en de Amerikanen. Ik heb op 3 mei schriftelijke vragen gesteld aan de minister van Defensie en de minister van Buitenlandse Zaken over de situatie van de Iraakse gevangenen, over hun lot en over de behandeling door de Britse en Amerikaanse vertegenwoordigers in Irak. Ik heb tot nu toe geen antwoord op die vragen gekregen, maar desalniettemin hebben deze ministers in de media, zowel de minister van Buitenlandse Zaken als de minister van Defensie, uitspraken daarover gedaan.

Dat kan volgens mij niet. Daarom vraag ik via u, voorzitter, om een schriftelijke beantwoording van mijn vragen morgen vóór 12.00 uur.

De heer Koenders (PvdA):

Ik kan het daarmee eens zijn, want het is een belangrijke zaak. Ik wil dan echter ook graag dat de desbetreffende vragen van de PvdA die eind april zijn gesteld, ook beantwoord worden. Die vragen betreffen de martelingen, de foto's, de verantwoordelijkheid van Rumsfeld etc.

De heer Ormel (CDA):

Ik ben enigszins verbaasd over dit verzoek, omdat wij over enkele minuten een extra procedurevergadering hebben. Daarin kan dit punt aan de orde komen.

Mevrouw Karimi (GroenLinks):

Ik heb deze vragen reeds op 3 mei schriftelijk gesteld. De ministers hebben daarover publiekelijk uitspraken gedaan. Ik wil dat mijn vragen morgen vóór 12.00 beantwoord worden. Ik heb daarvoor geen extra procedurevergadering nodig.

De voorzitter:

Ik stel voor, het stenogram van dit gedeelte van de vergadering door te geleiden naar het kabinet, in het bijzonder naar de ministers van Buitenlandse zaken en van Defensie.

Daartoe wordt besloten.

De voorzitter:

Het woord is aan mevrouw Van Dijken.

Mevrouw Van Dijken (PvdA):

Voorzitter. Ik zou u willen vragen om een heel kort spoeddebat naar aanleiding van het zojuist gehouden vragenuurtje. Voor dat debatje is erg weinig tijd nodig, want ik kan namens zes partijen het woord voeren. Het betreft Valys.

De voorzitter:

Kan het ook volgende week nog?

Mevrouw Van Dijken (PvdA):

Dat kan maar dat lijkt mij niet nodig, want het kan binnen een kwartier worden afgehandeld. Vanavond komt er een hoop ruimte vrij. Wij zijn bereid om het vanavond af te handelen.

De voorzitter:

Ik stel voor, dit aan de agenda van morgen toe te voegen.

Mevrouw Verburg (CDA):

Voorzitter. Het is een korte vraag, maar daardoor ook onhelder. Kan mevrouw Van Dijken aangeven waarover precies zij een spoeddebat wil hebben en welke vragen onbeantwoord zijn? Dan kunnen wij beoordelen of wij haar verzoek al dan niet zullen ondersteunen.

Mevrouw Van Dijken (PvdA):

Verschillende partijen hebben gevraagd hoe de staatssecretaris en de minister denken om te gaan met het in gebreke blijven van de Nederlandse Spoorwegen. Wij hebben ook gevraagd hoe de valyskilometers gecompenseerd worden die mensen hebben moeten inzetten. Op beide vragen is geen bevredigend antwoord gekomen.

De voorzitter:

Ik stel voor, dit onderwerp morgen op de plenaire agenda te plaatsen, met een spreektijd van twee minuten per fractie.

Daartoe wordt besloten

De voorzitter:

Het woord is aan mevrouw Örgü.

Mevrouw Örgü (VVD):

Voorzitter. Ik verzoek u, het verslag van het AO over loverboys op de plenaire agenda te plaatsen. Als dit deze week niet meer kan, is begin volgende week ook goed.

De voorzitter:

Ik stel voor, dit VAO op de plenaire agenda van morgen te plaatsen.

Daartoe wordt besloten.

Naar boven