Vragen van het lid Kant aan de staatssecretaris van Welzijn, Volksgezondheid
en Sport over onnodige sterfgevallen door tekorten op de intensive care.
De voorzitter:
Ik geef alleen de gelegenheid aan mevrouw Kant om in twee minuten haar
vragen te stellen en voor een kort antwoord van de staatssecretaris, maar
niet voor aanvullende vragen van mevrouw Kant of van de Kamer, want ik wil
binnen het uur blijven.
Mevrouw Kant (SP):
Voorzitter. Vrijdag werd opnieuw de noodklok geluid over de problemen
op de intensive care van ziekenhuizen. Volgens de Nederlandse vereniging van intensive care sterven er 140 mensen per jaar onnodig. Dit probleem
is al heel vaak in de Tweede Kamer aangekaart. De SP heeft dit voor het eerst
in 1969 aan de orde gesteld en sindsdien is er vele malen op aangedrongen
om nu eindelijk eens maatregelen te nemen, maar er werd veel te traag op dit
ernstige probleem gereageerd.
In 2001 werd er gelukkig eindelijk een stuurgroep ingesteld die met een
plan zou komen om de problemen op de intensive care aan te pakken. In oktober
van 2002 was dit plan klaar, maar ik schrok, omdat in november bleek dat dit
plan er wel lag, maar dat er vervolgens helemaal niets mee gebeurde en de
voortgang op zijn gat lag, om het zo maar te zeggen. Ik sprak de minister
hierop aan. Hij leek ook verrast en zegde mij in november toe dat het plan
dat tijdelijk in zittende staat verkeerde, weer op zou staan. Die belofte
is hij niet nagekomen. Wie er ook is opgestaan en hiervoor is gaan lopen,
het was niet de minister van VWS. Er is dus nog steeds niets gebeurd.
Hoe kan het dat iets wat zo belangrijk is en wat wij allemaal snel willen
oplossen, zo verzandt in bureaucratie en laksheid? Waarom is de minister deze
belofte niet nagekomen en ligt het plan nog steeds op de plank? Ik hoop niet
dat dit iets met de demissionaire staat van het kabinet heeft te maken, want
daarvoor is het echt te belangrijk. Ik wil dat de staatssecretaris, namens
de minister, toezegt dat het per direct wordt opgepakt en dat de extra middelen
die ervoor nodig zijn, er komen.
Staatssecretaris Ross-van Dorp:
Voorzitter. Ik dank mevrouw Kant voor deze vraag. Het is inderdaad buitengewoon
zorgelijk als wij nog steeds moeten constateren dat mensen dreigen te overlijden
door gebrek aan IC-capaciteit. Afgezien van de aantallen die worden genoemd,
is elk sterfgeval genoeg om bezorgd over te worden.
Mevrouw Kant verwijst naar de stuurgroep die is ingesteld door minister
Borst. Deze stuurgroep heeft een zeer doorwrocht rapport geschreven waarin
een aantal zeer concrete actiepunten staat. Het kabinet heeft overigens niet
gewacht op het rapport met het zoeken naar mogelijkheden om de IC-capaciteit
uit te breiden. Per 1 januari 2003 is bijvoorbeeld een beleidsregel ingegaan
die het mogelijk maakt dat het geld de patiënt volgt als deze bijvoorbeeld
zware beademing in de IC nodig heeft. Er is ook gekeken naar de mogelijkheid
om IC-verpleegkundigen op te leiden en ook daar zijn vorderingen in geboekt.
In 2002 zijn namelijk 120 extra opleidingsplaatsen gerealiseerd. Het is dus
niet juist dat er niets gebeurd is. Wellicht is dat een geruststelling voor
mevrouw Kant.
De stuurgroep heeft een rapport gemaakt waarin een aantal standpunten
wordt ingenomen. In deze stuurgroep zitten de Nederlandse Vereniging van Ziekenhuizen,
de Vereniging Academische Ziekenhuizen, de Orde van Medisch Specialisten,
de verpleegkundigen, kortom iedereen die er maar iets mee te maken heeft.
De actiepunten in het rapport worden dus breed gedragen. Het veld moest echter
nog wel de gelegenheid krijgen om te reageren op het rapport van de stuurgroep.
Die reacties zijn bijna binnen. De Kamer krijgt het rapport en de reacties
erop in de eerste week van maart.
Er zijn overigens al concrete acties ondernomen. Er wordt bijvoorbeeld
bekeken hoe intensivisten simpeler en sneller kunnen worden opgeleid. Ik zal
alle informatie opnemen in de brief die ik de Kamer per 1 maart doe toekomen.
Het lijkt mij verstandig dat er naar aanleiding daarvan een debat op inhoud
wordt gevoerd waarbij het rapport en de reacties erop kunnen worden betrokken.
De voorzitter:
Wij zijn gekomen aan het eind van het vragenuur. Ik wil een afspraak maken.
Mevrouw Kant is ontevreden en een aantal leden is ontevreden omdat er geen
vragen meer konden worden gesteld omdat ik me aan het uur wil en moet houden.
Wij spreken af dat een uur een uur is. Een vraag als deze valt de volgende
keer over de rand.
De voorzitter:
Wij zijn gekomen aan het eind van het vragenuur. Ik wil een afspraak maken.
Mevrouw Kant is ontevreden en een aantal leden is ontevreden omdat er geen
vragen meer konden worden gesteld, omdat ik me aan het uur wil en moet houden.
Wij spreken af dat een uur een uur is. Een vraag als deze valt de volgende
keer over de rand.