Aan de orde zijn de (her)stemmingen in verband met
het wetsvoorstel Wijziging van de begroting van de uitgaven en de ontvangsten
van het Ministerie van Defensie (X) voor het jaar 2002 (wijziging samenhangende
met de Voorjaarsnota) (28302).
(Zie vergadering van 25 april 2002.)
Herstemming over het amendement-Bakker/Van 't Riet (stuk nr. 5).
De voorzitter:
Gezien de bijzondere omstandigheden, een Kamer in nieuwe samenstelling
en nieuwe fracties in de nieuw samengestelde Kamer, sta ik toe dat twee stemverklaringen
vooraf worden afgelegd.
De heer Teeven (LN):
Voorzitter. Vooropgesteld zij dat Leefbaar Nederland geen geharnaste pacifistische
partij is. Wij vinden dat de Koninklijke Luchtmacht met goed materieel moet
vliegen en dat mag van ons een Amerikaans vliegtuig zijn. Wij zien op dit
moment echter niet in waarom Nederland mee zou moeten doen met de ontwikkeling
van een vliegtuig dat over een paar jaar, om het zo maar te zeggen, van de
plank af kan worden gekocht.
Tijdens de verkiezingscampagne hebben wij de toelichting van de regering
gezien. Uiteraard hebben wij die in de pers moeten lezen en niet gevolgd in
deze vergaderzaal. Die toelichting heeft ons niet overtuigd, ook niet van
de economische noodzaak met betrekking tot compensatieorders. In de verkiezingscampagne
hebben wij ons uitgelaten over het standpunt van Leefbaar Nederland, zoals
ook een andere nieuwe partij, LPF, dat heeft gedaan. Ik kan mij herinneren
dat wij beide tegen de JSF waren. Welnu, wij blijven daarbij. Wij steunen
het amendement-Bakker/Van 't Riet.
De heer Herben (LPF):
Voorzitter. Ik zou het heel kort kunnen houden, maar dat doe ik maar niet,
om de spanning er een beetje in te houden.
Wij hebben vooral gekeken naar de militaire noodzaak. Is het nodig dat
wij een luchtmacht hebben? Is het nodig dat die beschikt over straaljagers
van dit type? Voortbordurend op de Defensienota, die breed in de Kamer is
aanvaard en gehoord hebbende de militaire deskundigen, zeggen wij dat de JSF
de beste keus is voor de beste prijs. Maar dan zijn wij er nog niet.
Zijn er tussen nu en 2006, wanneer de beslissing kan worden genomen om
van de plank te kopen, nieuwe kandidaten te verwachten? Zijn er andere omstandigheden,
die ons kunnen verleiden tot een andere keuze? Die zien wij niet. De keus
is nu dus tussen van de plank kopen en meedoen in de ontwikkelingsfase, de
SDD-fase. Voor ons is, ook gedurende de verkiezingscampagne, altijd maatgevend
geweest dat de Joint Strike Fighter nooit ten koste mag gaan van de beleidsterreinen
die voor ons essentieel zijn: onderwijs zorg en veiligheid. Wij overtuigen
ons er graag van dat eventuele overschrijdingen of tegenvallers nooit ten
laste zullen komen van andere beleidsterreinen dan dat van Defensie.
Als wij ons nu vastleggen door deelneming aan de ontwikkelingsfase, waarvoor
tot 2008 fondsen zijn uitgetrokken, moet omstreeks 2006 de beslissing worden
genomen of wij de JSF ook kopen. Nu meedoen aan de ontwikkelingsfase is de
facto een beslissing om een toestel voor de eigen luchtmacht te kopen. Wij
kunnen niet vooruitzien hoe de begroting er dan voor staat
en hoeveel vliegtuigen precies nodig zijn, onbemand of bemand.
Wat ons eigenlijk over de streep trok, is het feit dat of wij nu in 2006/2007
beslissen om 60, 80, 85 of 90 vliegtuigen te kopen, afhankelijk van ontwikkelingen,
dit nauwelijks afbreuk doet aan de industriële meeropbrengst, aan het
belang voor de Nederlandse industrie. Gezien voorts het unanieme beroep dat
op ons is gedaan door werkgevers en werknemers, FNV en VNO-NCW, en het feit
dat er van de vorige regering een redelijk doortimmerd advies ligt, besluiten
wij om vóór deelname aan de SDD-fase te stemmen.
De voorzitter:
Ik constateer dat de aanwezige leden van de fracties van de SP, GroenLinks,
de PvdA, LN en D66 voor dit amendement hebben gestemd en die van de overige
fracties ertegen, zodat het is verworpen.
In stemming komt artikel 03.
De voorzitter:
Ik constateer dat de aanwezige leden van de fracties van de VVD, het CDA,
de LPF, de ChristenUnie en de SGP voor dit artikel hebben gestemd en die van
de overige fracties ertegen, zodat het is aangenomen.
De artikelen 04 t/m 90, de begrotingsstaat en de beweegreden worden zonder
stemming aangenomen.
In stemming komt het wetsvoorstel.
De voorzitter:
Ik constateer dat de aanwezige leden van de fractie van de SP tegen het
wetsvoorstel hebben gestemd en die van de overige fracties ervoor, zodat het
is aangenomen.