Regeling van werkzaamheden
De voorzitter:
Ik stel voor, de overige leden van het Presidium morgen te benoemen.
Ik stel voor, morgen om 13.00 uur te vergaderen.
Ik stel voor, naast de reglementair vaststaande commissies ook in te stellen
de algemene commissie voor Europese Zaken.
Ik stel mij voor, de benoeming van de leden en plaatsvervangend leden
van alle commissies te doen op 29 mei aanstaande.
Ik stel voor, als commissies zoals bedoeld in artikel 32, tweede lid,
van het Reglement van orde aan te wijzen:
- de commissie voor de
Inlichtingen- en veiligheidsdiensten;
- de commissie voor de Werkwijze
der Kamer;
- de commissie voor de Verzoekschriften;
- de commissie
voor het Onderzoek van de geloofsbrieven.
Ik stel aan de Kamer voor, onder het voorbehoud dat de Eerste Kamer eenzelfde
besluit neemt, mij te machtigen, tezamen met de voorzitter van die Kamer de
Nederlandse leden aan te wijzen voor de parlementaire vergaderingen van de
Raad van Europa en de West-Europese Unie, de Noord-Atlantische Assemblee en
de raadgevende Interparlementaire commissie inzake de Nederlandse Taalunie.
Voorts stel ik voor, onder hetzelfde voorbehoud, deze aanwijzingen te
doen gelden tot het bijeenkomen na gehouden verkiezingen van een der Kamers
of van beide Kamers in nieuwe samenstelling, met dien verstande dat de aangewezenen
in hun functie blijven totdat in hun opvolging is voorzien.
Overeenkomstig de voorstellen van de voorzitter wordt besloten.
De voorzitter:
Ik stel vast dat de diverse fracties als volgt hun voorzitter hebben gekozen:
CDA: de heer Balkenende;
LPF: de heer Herben;
VVD: de
heer Zalm;
PvdA: mevrouw Van Nieuwenhoven;
GroenLinks: de
heer Rosenmöller;
SP: de heer Marijnissen;
D66: de heer
De Graaf;
ChristenUnie: de heer Veling;
SGP: de heer Van der
Vlies;
Leefbaar Nederland: de heer Teeven.
Het woord is aan mevrouw Arib.
Mevrouw Arib (PvdA):
Voorzitter. Vorige week lekte een rapport uit naar de media over de wachtlijsten
in de zorg. Uit de berichtgeving daarover bleek dat de wachtlijsten niet zozeer
een gevolg zijn van geldtekort, maar vooral van slechte planning van ziekenhuizen
en het slecht functioneren van ziekenhuizen. Ik heb begrepen dat de minister
van plan is, dat rapport deze week naar de Kamer te sturen. Ik zou dat rapport
vergezeld willen zien van een standpunt van de minister. Tegelijkertijd wil
ik het standpunt van de minister vernemen over een eerder verschenen rapport
van Nyfer in opdracht van de Nederlandse vereniging voor ziekenhuizen, waarin
juist gesteld werd dat de komende periode 7,5 mld extra naar de zorg moet.
Als deze stukken naar de Kamer komen, kunnen wij daarover een gedegen debat
voeren.
De voorzitter:
Ik stel voor, dit gedeelte van het stenogram door te geleiden naar het
kabinet.
De voorzitter:
Het woord is aan de heer Bakker.
De heer Bakker (D66):
Ik richt mijn verzoek tot u, voorzitter. Over enkele onderwerpen heeft
de Kamer, voorafgaand aan de verkiezingen, niet kunnen stemmen. Ik neem aan
dat die stemmingen terugkomen en dat er in de eerstvolgende reguliere vergadering
over die onderwerpen moet worden gestemd. Dat is nog niet gebeurd. De vraag
is natuurlijk wat een reguliere vergadering is. Wanneer mogen wij een voorstel
voor die stemmingen tegemoet zien?
De voorzitter:
Ik stel mij voor, u dat voorstel morgen te doen. Ik zeg daarmee indirect,
dat wij niet morgen meteen zullen stemmen.
De heer Bakker (D66):
Oké, maar juist omdat er een verband is met de besluitvorming in
het demissionaire kabinet over de JSF, is het van belang dat op niet al te
lange termijn te doen.
De voorzitter:
Uiteraard. Het voorstel zal erop gericht zijn, te stemmen binnen termijnen
die wij kennen, niet alleen uit de media, maar ook uit brieven aan de Kamer.
Het woord is aan mevrouw Kant.
Mevrouw Kant (SP):
Voorzitter. Eind april is hier het debat gevoerd over het NIOD-rapport.
In dat debat heeft de minister-president toegezegd dat het kabinet zich zou
beraden op de mogelijkheid van extra hulp voor de nabestaanden van Srebrenica.
Ik doe hierbij het verzoek aan het kabinet om de Kamer te informeren over
hoe het staat met die beraadslagingen in het kabinet.
De heer Verhagen (CDA):
Voorzitter. Gelet op de uitlatingen van de heer Pronk in een van de kranten
over de conclusies van het NIOD-rapport heb ik schriftelijke vragen ingediend.
Die zijn geweigerd door de voorzitter, met als argument dat er een parlementaire
enquêtecommissie komt. Indien de Kamer de vraag stelt die is neergelegd
in het verzoek van mevrouw Kant, dan wil ik mijn schriftelijke vragen daaraan
toegevoegd zien.
De voorzitter:
Ik stel voor, dit gedeelte van het stenogram door te geleiden naar het
kabinet. Dat geldt met name het verzoek van mevrouw Kant. De schriftelijke
vragen die de heer Verhagen heeft gesteld en die ik niet uit het hoofd ken,
zullen nader worden bekeken. Zonder toezegging!
De heer Verhagen (CDA):
Zonder toezegging? Dan dien ik de vragen bij dezen in. Wat mij betreft,
worden ze dan toegevoegd aan de Handelingen.
De voorzitter:
Nee, dan worden ze onderwerp van de goedkeuringsprocedure die geldt voor
schriftelijke vragen. Dat bedoelde ik uiteraard met de opmerking dat ze nader
zullen worden bekeken.
Overeenkomstig het voorstel van de voorzitter wordt besloten.