Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Eerste Kamer der Staten-Generaal2012-2013nr. 33, item 10

10 Verkiezing Voorzitter der Kamer

Aan de orde is de verkiezing van de Voorzitter der Kamer.

De voorzitter:

Er hebben zich vier leden kandidaat gesteld voor de functie van Voorzitter, hetgeen uniek is in de geschiedenis van de Eerste Kamer, te weten: mevrouw Broekers-Knol, de heer Franken, mevrouw Ter Horst en mevrouw Linthorst.

Zoals vorige week is besloten in het College van Senioren, krijgen de kandidaten in alfabetische volgorde het woord om een korte toelichting te geven op hun kandidatuur. Ik geef het woord allereerst aan mevrouw Broekers-Knol.

Mevrouw Broekers-Knol (VVD):

Voorzitter. Ik dank u en de leden dat ik de gelegenheid krijg mij ook mondeling als kandidaat voor het voorzitterschap van uw Kamer te presenteren.

Ik heb u op 27 juni jongstleden een brief geschreven waarin ik aangeef graag in aanmerking te komen voor het voorzitterschap van uw Kamer. In mijn brief en het daarbij gevoegde curriculum vitae hoop ik te hebben aangetoond dat ik voldoe aan het door u opgestelde profiel. Ik ben jurist, bijna twaalf jaar Kamerlid, fractiewoordvoerder op de gebieden van Veiligheid en Justitie en Europa, voorzitter van de vaste Kamercommissie voor Veiligheid en Justitie en voormalig voorzitter van enkele andere Kamercommissies. Daarnaast ben ik al vele jaren afgevaardigde naar de COSAC en lid van de Parlementaire Assemblee van de Raad van Europa. Bovendien heb ik in mijn professionele carrière aan de Universiteit van Leiden en door mijn nevenactiviteiten als gemeenteraadslid de nodige relevante ervaring opgedaan.

Wat kunt u van mij verwachten? U kunt van mij verwachten – ik heb dat ook in mijn brief geschreven – dat ik mij vanuit een volstrekt onafhankelijke positie ervoor zal inzetten dat tijdens plenaire debatten het wetgevingsproces vlekkeloos en effectief verloopt, terwijl ik tegelijkertijd aan de leden voldoende ruimte bied voor de inhoudelijke kant van het debat. Het gaat er per slot van rekening om dat de leden bewindspersonen en elkaar kunnen uitdagen tot scherpe argumentaties met als doel tot een deugdelijke afweging te komen over de aanvaardbaarheid van wetsvoorstellen.

U kunt respect van mij verwachten voor de Kamer als instituut en als belangrijk onderdeel van onze parlementaire democratie.

U kunt respect van mij verwachten voor u, de leden van de Kamer.

U kunt respect van mij verwachten voor de ambtelijke organisatie, die ervoor zorgt dat wij met zijn allen ons werk zo goed mogelijk kunnen doen.

U kunt respect van mij verwachten voor personen en organisaties buiten de Kamer.

U kunt van mij verwachten dat ik mijn best zal doen om zo veel mogelijk het werk en de werkwijze van de Kamer meer bekendheid te geven.

U kunt van mij verwachten dat ik de Kamer zo goed mogelijk in binnen- en buitenland zal vertegenwoordigen.

Tot slot kunt u van mij verwachten dat ik alles in het werk zal stellen om weerstand te bieden aan de positie waarin deze Kamer op dit moment door de buitenwacht wordt gemanoeuvreerd. De Kamer doet wat zij altijd heeft gedaan en wat haar opdracht is: het beoordelen van wetsvoorstellen op rechtmatigheid, uitvoerbaarheid en handhaafbaarheid. Vooraf speculeren of een wetsvoorstel al dan niet door de Kamer komt, is inderdaad speculatie. Bij de beoordeling van recente wetsvoorstellen zoals het wetsvoorstel Nationale Politie, het wetsvoorstel voor de Herziening gerechtelijke kaart of dat voor de regulering van de prostitutie, laat de Kamer keer op keer zien dat zij haar eigen afwegingen maakt met als resultaat dat over een wetsvoorstel anders gestemd kan worden dan in de Tweede Kamer.

Voorzitter, leden, collega's, ik heb het u geschreven en ik herhaal het: ik zou het een eer vinden uw Voorzitter te zijn.

De heer Franken (CDA):

Voorzitter. Waarom heb ik mij eigenlijk kandidaat gesteld voor het voorzitterschap? Ik heb dit in mijn brief uitvoerig beschreven en ik vind het prettig dat de Kamer mij de gelegenheid geeft daarop nog een korte toelichting te geven.

Ik vind de Eerste Kamer een belangrijk instituut dat werkelijk waarde toevoegt aan de Nederlandse democratie, door in het wetgevingsproces en de beleidsbeoordeling een moment in te bouwen voor nadere beschouwing en verdieping zonder extreme tijdsdruk, de bekende waan van de dag. Deze verdieping kan vanuit diverse invalshoeken worden bereikt, omdat de Kamer over leden beschikt met heel diverse expertise. Ik vind het zo bijzonder aan de Eerste Kamer dat de burger ons indirect heeft gekozen, maar dat wij de burgers direct representeren.

Een organisatie wordt herkend aan haar producten. Ik heb het voorrecht gehad gedurende negen jaar mee te helpen aan de vormgeving van wetsvoorstellen door het geven van commentaren. Ik prijs mij gelukkig dat dit niet helemaal zonder succes is geweest. Ik heb dit met heel veel plezier gedaan. Ik zou graag voor de laatste twee jaar van deze periode, uit een verknochtheid aan deze Kamer, mijn aandacht willen richten op het instituut Eerste Kamer als zodanig. Ik zou graag meebouwen aan een passende en herkenbare plek van de senaat in ons staatsbestel. De Voorzitter speelt daarin een belangrijke rol. Ik heb het voorrecht gehad dit de laatste weken ook bevestigd te zien toen ik de voorzittersrol als vervanger mocht vervullen.

Wij weten dat de Kamervoorzitter drie functies heeft te vervullen. Ten eerste is dat een dienstverlenende of faciliterende taak om de leden in staat te stellen hun werk goed te doen. Ten tweede is dat een regiefunctie door leiding te geven aan de vergaderingen en ervoor te zorgen dat de debatten goed verlopen. Ten derde is dat een vertegenwoordigende functie door de Eerste Kamer op en buiten het Binnenhof te representeren. Ik wil mij er graag voor inzetten die drie functies zo goed mogelijk in te vullen. Bij de faciliterende taak is het van belang dat wij de laatste periode een grote informatiseringslag hebben gemaakt. Wij zijn van dikke stapels papier overgegaan naar de iPad. Ik heb het idee dat wij die lijn voorzichtig zouden kunnen doortrekken door de informatievoorziening, de documentatie en de archivering voor de leden persoonlijk veel gemakkelijker te laten verlopen. Dat is een volgende automatiseringstap waardoor wij goed zouden kunnen werken. Verder moeten wij ons realiseren dat de sociale media zich nog steeds verder ontwikkelen. Wij moeten daar niet omheen willen gaan. Wij zouden eens moeten discussiëren over een mogelijke gedragscode van de leden, van parlementariërs, met betrekking tot het gebruik van de sociale media. Hoe ga je daarmee fatsoenlijk om ten opzichte van je collega's terwijl je veel informatie geeft en transparant blijft?

Bij de regievoerende taak gaat het om het leiding geven aan de vergaderingen. Ik zal een neutrale Voorzitter zijn, die soepel van geest en strikt ten aanzien van de regels zal opereren, zonder aanziens des persoons.

Ik moet u eerlijk zeggen: daar heb ik veel ervaring mee vanwege de rechterlijke functies die ik in het verleden heb uitgeoefend.

Ook de representatieve taak zal ik met veel animo verrichten. Het nut daarvan is dat je gemakkelijk veel informatie beschikbaar krijgt. Je kunt ook barrières voor overleg wegnemen. De Voorzitter kan ook aan "parlementaire diplomatie" doen, zoals wij dat noemen. Ik heb daarmee, zij het als gewoon lid, ervaring opgedaan bij de OVSE, de Raad van Europa en zelfs enige tijd bij de NAVO.

Gelukkig worden wij in alle taken bijgestaan door een uitstekende staf, van bescheiden omvang, maar van hoge kwaliteit. Daar zal ik graag mee samenwerken.

Ik heb mij hier als persoon gekandideerd. Mijn achtergrond kent u uit mijn cv. Ik heb mij gekandideerd met instemming van mijn fractie, inclusief René van der Linden, die helaas niet tijdig een vliegtuig uit Moskou kon krijgen om hier te zijn. Ik sta hier niet met een veilig blok aan steun achter mij. U kent mij als persoon in deze Kamer. Ik zal niet anders functioneren als ik in de Voorzittersstoel mag zitten. Ik heb altijd getracht open, eerlijk en met respect voor de ander te werken. Dat zal ik ook als Voorzitter doen. Ik zal mij dus enthousiast inzetten om samen met u, de leden, een Eerste Kamer te laten functioneren die een weliswaar bescheiden, maar wezenlijk onderdeel vormt van ons politieke systeem, een instituut met een eigen oordeel dat op een zorgvuldige manier tot stand is gekomen. Ik vraag u, collega's, om mij het vertrouwen te geven, de Voorzittersrol de komende twee jaar te mogen vervullen.

Mevrouw Ter Horst (PvdA):

Voorzitter, waarde collega's. Deze Kamer heeft gekozen voor een open kandidaatstelling voor het vacante voorzitterschap. Ik heb van die mogelijkheid gebruikgemaakt om mij kandidaat te stellen omdat ik denk dat ik het voorzitterschap naar tevredenheid van de leden kan uitoefenen. Mijn ervaring in het openbaar bestuur, als gemeenteraadslid, als wethouder, als burgemeester en als minister, heeft mij een brede kijk gegeven op de manier waarop het bestuur in Nederland functioneert. De vijf jaar dat ik burgemeester van Nijmegen was, ben ik voorzitter geweest van de gemeenteraad. Ik meen dat die ervaring relevant is voor het voorzitterschap van de Kamer. Als minister heb ik destijds kennis kunnen maken met de Eerste Kamer. Een aantal van u kan zich dat vast nog wel herinneren. Die kennismaking is mij toen zo goed bevallen dat ik, toen de mogelijkheid zich voordeed om mij te kandideren als lid van deze Kamer, die mogelijkheid met beide handen heb gegrepen. Sinds twee jaar – ik realiseer mij dat twee jaar in dit eerbiedwaardige gezelschap buitengewoon kort is – ben ik lid van deze Kamer. Ik voel mij hier thuis en ik doe het werk met plezier. Het niveau is hoog – dat heb ik als minister al gemerkt – en de samenwerking met andere fracties is buitengewoon prettig. Ik heb al in een aantal commissies gezeten en ik heb een goed beeld gekregen van wat daar aan de orde is. Ik mag voorzitter zijn van de commissie Immigratie & Asiel/JBZ-Raad.

Ik heb dezelfde tekst als mijn voorvoorganger, namelijk de vraag wat u van mij kunt verwachten. In één zin kan ik zeggen: what you see, is what you get. Als u wat meer woorden wilt, kan ik het volgende zeggen. Ik denk dat ik de vergadering van deze Kamer, van de huishoudelijke commissie en van de Verenigde Vergadering zal voorzitten als een boven de partijen staand Voorzitter, ruimte gevend voor een betekenisvolle gedachtewisseling en komend tot een zorgvuldige besluitvorming. U kunt van mij zorg voor ons ambtelijk apparaat verwachten. De heer Franken zei het ook al: het is van kleine omvang, maar van hoge kwaliteit.

Als ik Voorzitter zou zijn, kunt u van mij ook verwachten dat ik kwesties die boven de partijpolitieke dimensie uitstijgen, met het kabinet zal bespreken. Het is mij de afgelopen twee jaar opgevallen dat er breed in deze Kamer grote ergernis is over voldongen feiten, als het kabinet al begint met de uitvoering van een wetsvoorstel terwijl de Eerste Kamer nog niet eens de tijd en de ruimte heeft gehad om dat wetsvoorstel rustig te behandelen. Het is mij opgevallen dat breed in deze Kamer irritatie ontstaat als het kabinet voorstelt om onderdelen van een wetsvoorstel niet in werking te laten treden omdat er tegenstand is in deze Kamer, in plaats van de koninklijke weg te bewandelen in de vorm van een novelle.

Als Voorzitter zou ik ook het echte debat met het kabinet willen terugbrengen. Ik weet niet hoe het zo gegroeid is – daarover zou ik graag willen spreken met leden van de Kamer – maar het valt mij op dat het debat in de Tweede Kamer heel anders verloopt dan in de Eerste Kamer. In de Tweede Kamer krijgt de minister na de eerste termijn van de Kamer nauwelijks tijd om zich voor te bereiden op de beantwoording. Hij krijgt vaak een kwartier om met zijn ambtenaren te overleggen om na te gaan wat een goed antwoord zou zijn op de inbreng van de Kamer. Hier in de Eerste Kamer is het, los van het niveau van het debat, buitengewoon makkelijk voor de minister. Hij krijgt namelijk uren de tijd om iets anders te doen. Zijn ambtenaren gaan intussen heel braaf en goed antwoorden formuleren. Je ziet ministers die antwoorden vaak oplezen. Ik ben erin geïnteresseerd om te kijken of wij het debat – ik doel niet op het debat hier intern, want dat gaat goed; ik doel op het debat met het kabinet – iets spannender kunnen maken door de minister wat minder tijd te geven om na te denken over de beantwoording.

Ik zou de Kamer zo willen vertegenwoordigen dat de kennis over de Kamer en het respect voor de Kamer toenemen. De Eerste Kamer verdient het immers om gerespecteerd te worden, maar dat respect dient steeds weer verdiend te worden. Ik hoop dat u mij in de gelegenheid stelt om dat waar te maken.

Mevrouw Linthorst (PvdA):

Voorzitter, collega's. Het is nooit eenvoudig om de laatste spreker te zijn, want dan is alles voor een groot deel al gezegd.

Ik begin met te zeggen dat ik het buitengewoon plezierig vind dat er een verkiezing is met vier kandidaten. Er valt iets te kiezen. Degene die gekozen wordt, zal dus zeker weten dat hij of zij de steun van de meerderheid van de Kamer heeft. Dat lijkt mij, zeker in deze tijd waarin er van alles op ons afkomt, een heel plezierig gevoel.

Voor mij staat de komende jaren het woord "samenwerken" centraal. Ik denk dat samenwerking tussen de Voorzitter en de Kamerleden, tussen de fracties en tussen de leden en de ondersteunende diensten cruciaal is. Wij zijn een instituut dat de wetgeving moet toetsen. Die functie kunnen wij alleen overeind houden als wij er samen in slagen om de partijpolitieke druk, die ongetwijfeld opgevoerd zal worden, te weerstaan.

Voor u is het van belang welk soort Voorzitter u kiest. Ik heb in mijn brief geschreven dat ik het Voorzitterschap vooral een dienende functie vind. Het gaat niet om de Voorzitter, het gaat om de Kamer. In mijn werk buiten deze Kamer heb ik een aantal platforms voorgezeten die niet zo veel publicitaire belangstelling trokken, maar inhoudelijk wel van belang waren. Heel vaak ging het er daarbij om dat allerlei verschillende meningen ter wille van een hoger doel op één lijn moesten worden gebracht. Ik durf van mijzelf te zeggen: daar ben ik goed in.

Als Voorzitter zou ik veel ruimte geven, maar er zijn grenzen. Als het nodig is, trek ik die grenzen dus ook. Een van de grenzen die wat mij betreft vastliggen, is de betamelijkheid. Wij moeten in dit huis met respect met elkaar omgaan. Gelukkig gebeurt dat ook. Ik vind dat wij daarvoor moeten waken. Eerlijkheid is voor mij als Voorzitter doorslaggevend. Daarnaast vind ik een gedegen voorbereiding en relativeringsvermogen belangrijk. Als u mij als uw Voorzitter kiest, mag u mij daarop afrekenen.

De voorzitter:

De andere leden hebben nu de mogelijkheid om een of meer kandidaten een vraag te stellen. Ik zie dat de leden Vliegenthart, Thissen, Kuiper en Duthler van die gelegenheid gebruik willen maken. Ik stel voor dat zij in deze volgorde achter het katheder plaatsnemen en hun vragen stellen. Nadat deze vier leden hun vragen hebben gesteld, zullen de vier kandidaten in de gelegenheid worden gesteld om te antwoorden, in dezelfde volgorde als waarin zij hun presentatie hebben gehouden.

De heer Vliegenthart (SP):

Voorzitter. Dank voor de mogelijkheid om een aantal vragen te stellen. Wij zijn min of meer geïnspireerd door wat wij vanochtend binnen onze fractie met elkaar hebben gedeeld. Voor alle duidelijkheid: alle kandidaten zijn ons even lief. Wij waarderen het dat zij zich hebben gemeld. Wij vinden het ook fijn dat er iets te kiezen valt. Wij zullen ons zonder morren onder eenieder van de kandidaten te werk laten stellen, maar omdat er slechts één enkele Voorzitter kan worden gekozen, hebben wij wel een paar vragen aan die kandidaten.

Allereerst: buiten dit huis wordt steeds vaker gezegd dat wij een politieke Kamer aan het worden zijn. Vindt u dat ook? Zo ja, is dat een probleem, een zegen of business as usual?

Ten tweede: de Kamers zijn medewetgever en controleur van de regering. Wat vindt u ervan dat de minister-president ons de begrotingsstukken, in strijd met eerdere afspraken, pas op Prinsjesdag wil geven? Belemmert dat ons werk? Zo ja, wat gaat u daaraan doen?

Ten derde: wordt het, gezien de toegenomen interesse van media en publiek in ons werk, geen tijd dat onze commissievergaderingen niet alleen formeel, maar ook feitelijk openbaar worden? Zo ja, wat gaat u daaraan doen?

Ten vierde: als Voorzitter houdt u de leden aan de spreektijd. Dat is heel goed, maar wat doet u met breedsprakige ministers? Wij denken aan niemand, maar er zijn er een paar. Hebt u een trukendoos?

Tot slot: goed werk kost tijd. Hebt u die of maakt u die door andere banen stop te zetten en kan Bruin dat trekken?

Wij ontvangen van alle kandidaten hierop graag een reactie.

De heer Thissen (GroenLinks):

Ook de fractie van GroenLinks is er trots op dat deze Kamer gewoon vrije verkiezingen houdt, uiteraard zonder waarnemers van Europa, en dat wij allemaal vrij zijn om, niet gehinderd door fractiediscipline, de beste Voorzitter uit ons midden te kiezen. Toch hebben wij per kandidaat wat vragen.

Mevrouw Broekers, goede collega, hoe kijkt u aan tegen de machtsconcentratie die toch gaat ontstaan, hoewel wij afgaan op de kwaliteit, de competentie van mensen? We hebben een VVD'er als premier, een VVD'er als Voorzitter van de Tweede Kamer en een VVD'er als Voorzitter van de Eerste Kamer, terwijl wij ook nog allemaal een beetje de smaak in onze mond hebben door het aftreden van een heel goede VVD-voorzitter, die waarschijnlijk door allerlei administratieve handelingen binnen de VVD het veld heeft moeten ruimen. Dat op de eerste plaats. Hoe gaat u daarmee om? Hoe kunt u echt de onafhankelijkheid en het boven de partijen staan waarmaken?

Uit uw partij en zelfs uit de fractie waarvan u deel uitmaakt, is regelmatig kritiek te horen dat deze Kamer politiek zou worden, alsof ze overigens nooit een politiek orgaan van de Staten-Generaal is geweest. Wij kijken niet alleen naar uitvoerbaarheid, handhaafbaarheid en consistentie van wetten. Wij maken ook ieder op onze manier politieke afwegingen. Daarvoor zijn wij politici. Hoe gaat u met die eigen VVD-kritiek om als het gaat over de spannende rol die de Eerste Kamer op dit moment heeft, gezien het feit dat wij een kabinet hebben dat geen meerderheid heeft in deze Kamer?

Goede collega Franken, wij hebben goed naar u geluisterd. U zegt dat u de Eerste Kamer een passende plek wilt geven in dit parlementaire stelsel. Wat verstaat u daaronder? Wij meenden u ook te horen zeggen dat u mee zou willen werken aan een goede gedragscode voor het omgaan met de sociale media. Bedoelt u daarmee dat wij met ons 74'en via u, de voorzitter, met elkaar moeten afspreken hoe wij met de sociale media omgaan? Hoe verhoudt zich dat met de vrijheid van meningsuiting, die ook voor senatoren geldt?

Mevrouw Ter Horst, onze fractie vindt het altijd heel belangrijk dat wij goede antwoorden krijgen van ministers. Wij vinden het ook heel plezierig dat een minister zich in deze Kamer adequaat en terdege kan voorbereiden voordat hij of zij een antwoord geeft op de vaak zeer wijze kwesties die wij de minister of de bewindspersoon voorhouden tijdens de behandeling van een wetsvoorstel. Wij onderscheiden ons in de réflexion en dat willen wij ook de bewindspersonen gunnen. Wij willen dus geen antwoorden van ministers binnen een kwartier, wij willen dat ministers goede antwoorden geven. Wij zijn niet op aarde om het ministers moeilijk te maken, maar wij zijn hier om wetsvoorstellen beter te maken omdat ons land dat verdient. Hoe moeten wij uw opmerkingen verstaan dat u eigenlijk vindt dat ministers hier sneller moeten antwoorden?

Tot slot, mevrouw Linthorst, ook goede collega, met ruime ervaring in deze Kamer, u zei dat u eraan wilt meewerken om de Eerste Kamer te laten uitstijgen boven de partijpolitiek. Wat bedoelt u daar precies mee? U bent ook lid van een fractie die deel uitmaakt van de coalitie. Wij kennen de druk. Sommigen die de documentaire over de Eerste Kamer hebben gezien, weten dat dit sommige mensen soms niet bevalt. Wij kennen de druk die op je gelegd kan worden om voor bepaalde data per se dingen door deze Kamer te jagen. Kunt u de druk van de coalitie weerstaan? Kunt u de druk van een partijgenoot weerstaan die zegt: deze wet moet er per se voor het kerstreces nog doorheen, met stoom en kokend water? Hoe ziet u dat? Wij hebben u niets horen zeggen over de vraag of u het leuk vindt om deze Kamer te representeren op tal van recepties en Haagse binnenwereldbijeenkomsten. Vindt u dat leuk? Doet u dat graag? Verwachten wij ook van u dat u dat doet?

De heer Kuiper (ChristenUnie):

Voorzitter. Ook mijn fractie, een van de kleinste fracties in deze Kamer, waardeert het dat wij vandaag iets te kiezen hebben, dat wij een kwartet aan kandidaat-Voorzitters hebben die zich hier zo voortreffelijk hebben gepresenteerd. Dat waarderen wij in eenieder van hen. Ook onze fractie heeft enkele vragen aan het hele kwartet, aan alle vier. Een rode draad in alle presentaties betrof het instituut Eerste Kamer en het belang om dit instituut in zijn echte betekenis binnen een bicameraal stelsel duidelijk voor het voetlicht te laten komen, om niet afhankelijk te zijn van wat anderen daarover zeggen, maar om te laten zien wat het instituut is. Ik vraag alle vier de kandidaten nog eens in te gaan op de vraag wat dat betekent.

Onze fractie heeft ook het idee dat deze Kamer zich ontwikkelt. Ik denk dat leden die al wat langer in deze Kamer huizen dat ook wel weten. Misschien moet de Kamer zich in de omstandigheden waarin wij verkeren, wel verder ontwikkelen. Misschien moet zij nieuwe taken oppakken. Er is meer te doen in verband met Europese aangelegenheden. Hebt u een visie op de verdere ontwikkeling van de Eerste Kamer? Wij hebben levend staatsrecht. Wij hebben ook levende Kamers.

Tot slot heb ik nog dit punt. Bij die toenemende activiteit en wellicht de toenemende betekenis van deze Kamer, is er ook een toenemende werkdruk. Die wordt met name ook gevoeld door kleine fracties. Hebt u daarvoor oog? Wij kunnen ons gelukkig prijzen met Voorzitters die altijd veel oog hebben gehad voor de rol en de functie van de kleine fracties in de Eerste Kamer, maar ik vraag u met nadruk of u aandacht hebt voor het aspect werkdruk. Wij proppen altijd heel veel in één dag. Je kunt allang niet meer zeggen dat je in de Eerste Kamer wel met twee dagen toekunt. Dat kunnen wij in ieder geval niet zeggen. Wij vragen daarom ook uw visie op dat aspect van ons werk.

Mevrouw Duthler (VVD):

Voorzitter. Het gras is al voor onze voeten weggemaaid en de vragen zijn al gesteld. Wij wachten graag de antwoorden af.

De voorzitter:

De kandidaten krijgen nu gelegenheid om de tot hen gerichte vragen te beantwoorden.

Mevrouw Broekers-Knol (VVD):

Voorzitter. Ik dank de leden dat ik een nadere toelichting kan geven over mijn kandidatuur.

Ik begin met de vragen van de heer Vliegenthart. Zijn eerste vraag valt een beetje samen met de vraag van de heer Thissen: hoezeer is de Kamer politiek en hoe kijk ik daartegen aan? De Kamer is een politiek lichaam. Dat zal ik nooit ontkennen. Het zou ook heel raar zijn als ik dat zou ontkennen. In mijn "eerste termijn", om het zo maar even te noemen, heb ik ook gezegd hoe ik het mij voorstel weerstand te bieden aan de druk die nu van allerlei kanten op ons afkomt. Er wordt beweerd dat wij opeens zo politiek zouden zijn. Maar nee, wij doen ons werk, namelijk het beoordelen van wetsvoorstellen op rechtmatigheid, handhaafbaarheid en uitvoerbaarheid. Wij doen dat vanuit onze politieke achtergrond. Daarbij proberen wij zo goed mogelijk de regering uit te dagen om een goede motivering te geven. Maar we zijn een politiek lichaam.

De heer Vliegenthart heeft aan iedere kandidaat gevraagd wat hij of zij vindt van het verhaal dat de begrotingsstukken pas op Prinsjesdag komen. Die vraag zal ik dan ook beantwoorden. Dat vind ik gewoon een slecht verhaal. Mocht u mij als uw Voorzitter kiezen, dan zal ik ook echt mijn best doen om daar verandering in te brengen. Ik vind het gewoon een slecht plan.

De heer Vliegenthart vraagt ook of wij als kandidaten vinden dat de commissievergaderingen feitelijk openbaar moeten zijn en niet alleen maar formeel. Op zichzelf is dat een goede suggestie, ware het niet dat de commissiekamers nogal klein zijn. Het zou dus een bouwkundige ingreep vereisen, maar dat is niet het belangrijkste punt. Ik denk dat velen die onze commissievergaderingen zouden bijwonen, ernstig teleurgesteld zouden zijn als zij zien dat het hoofdzakelijk procedurevergaderingen zijn. Er zijn wetsvoorstellen uit de Tweede Kamer gekomen en vervolgens moeten wij dan even vaststellen wat de datum is voor de schriftelijke inbreng. Ik wil dat best feitelijk in het openbaar doen, maar het is natuurlijk niet heel erg spannend. Als je commissievergaderingen feitelijk openbaar zou houden, zou je een heel andere invulling aan de commissievergaderingen moeten geven. Ik vraag mij af of dat zou passen in het schema van de Eerste Kamer, waar dinsdag zowel plenair wordt vergaderd als commissievergaderingen worden gehouden. Maar goed, het is wel iets om over na te denken. Wij hebben toch de restrictie dat het hoofdzakelijk procedurevergaderingen zijn.

Er is ook gevraagd wat ik doe met breedsprakige ministers. Nu moet ik ervoor zorgen dat ik zelf niet te breedsprakig ben. De heer Vliegenthart heeft hier ook een voorbeeld van gegeven. Dezelfde breedsprakige minister gaf mij gisteren het volgende advies. Ankie, als je klaar bent, zeg je: dit is het, er is niets meer, er is niets minder, maar er is ook niets minder, er is niets meer, maar er is ook niets minder. Ik zal proberen om die breedsprakige ministers op dezelfde wijze aan te pakken als degenen die mij vanuit Veiligheid en Justitie kennen. Ik zal namelijk proberen op een vriendelijke doch besliste wijze erop aan te sturen dat ze wat korter van stof zijn en wel antwoord geven op de gestelde vragen.

Er is gevraagd: hebt u tijd? Het antwoord daarop is ja.

Ik heb de vraag van de heer Thissen of de Kamer politiek is, al beantwoord. De heer Thissen wijst erop dat de kritiek van de VVD is dat deze Kamer ook politiek zou worden. Hij vroeg hoe ik aankijk tegen deze kritiek van mijn eigen partij, de VVD. Daarbij gaat het mij om de vraag of die kritiek afkomstig is van leden van de Eerste Kamer of leden van de Tweede Kamer. Ik vraag mij af of men wel een goed beeld heeft van wat wij doen in deze Kamer. Ik heb reeds gezegd dat ik weerstand bied aan de druk van de buitenwacht en de positie waarin wij worden gemanoeuvreerd. Als een en ander toevallig wordt gedaan door leden van mijn eigen partij, dan probeer ik daar ook weerstand aan te bieden.

Hoe kijk ik aan tegen de machtsconcentraties? De Voorzitter van de Tweede Kamer is immers een VVD'er. De Voorzitter van de Eerste Kamer zou wederom een VVD'er zijn. Dan zou gezegd kunnen worden: Ankie Broekers is onze vrouw. Ook de minister-president is een VVD'er. Toen het CDA een grote, machtige partij was, heb ik die vraag eerlijk gezegd nooit gehoord. In 1989 was de Voorzitter van de Eerste Kamer een CDA'er, was de Voorzitter van de Tweede Kamer een CDA'er, was de vicevoorzitter van de Raad van State een CDA'er en was de minister-president een CDA'er. Ik probeer alleen maar even te laten zien dat datgene wat de heer Thissen stelt, niet zo'n probleem hoeft te zijn.

De voorzitter:

Ik vraag u om het zeer kort te houden, mijnheer Thissen.

De heer Thissen (GroenLinks):

Ik zat toen niet in de Eerste Kamer, maar ik zou het CDA diezelfde vraag hebben gesteld. Alle andere partijen, behalve het CDA, hadden er grote moeite mee dat voortdurend door het CDA werd gezegd: we rule this country. Ik ben voor countervailing power. In die zin is deze vraag heel terecht. Hoe gaat u als VVD'er, als u dadelijk onpartijdig Voorzitter van de Eerste Kamer bent, om met de machtsconcentratie van de VVD op die belangrijke posten?

Mevrouw Broekers-Knol (VVD):

Ik heb al gezegd dat ik een volstrekt onafhankelijke Voorzitter zal zijn. Degenen die mij kennen als voorzitter van de commissie voor Veiligheid en Justitie, weten ook dat ik een onafhankelijke voorzitter ben en dat ik "mijn eigen" bewindspersonen – om ze zo maar even te noemen – net zo behandel als anderen. Ik ben liberaal; dat ben ik in hart en nieren. Maar als ik Voorzitter van deze Kamer zou zijn, denk ik dat u het niet eens merkt dat ik dat doe als VVD'er.

De heer Kuiper vroeg of ik een visie heb op de verdere ontwikkeling van de Kamer. Ik denk dat ik dat al voldoende duidelijk heb gemaakt in mijn brief en in mijn mondelinge toelichting. We hebben wel een grondwettelijke positie. We kunnen best nadenken over ideeën over het feitelijk openbaar maken van commissievergaderingen en dergelijke, maar laten we wel wezen: we zitten in de positie die we volgens de Grondwet hebben. We moeten ons dus ook realiseren dat we te maken hebben met die beperking. Er is aangegeven dat we meer naar buiten moeten treden. Ik heb ook gezegd dat u van mij kunt verwachten dat ik meer bekendheid zal geven aan het werk en de werkwijze van de Kamer. Er is misschien nog wel wat winst te behalen als het gaat om dat soort zaken. Maar stel dat we een heel andere positie van de Eerste Kamer willen. De positie van de Eerste Kamer staat in de Grondwet. Ik denk dat we te maken hebben met een goede positie in de Grondwet.

Heb ik ook oog voor kleine fracties? Nogmaals, gelet op mijn werk als voorzitter van de commissie voor Veiligheid en Justitie en in het verleden als voorzitter van andere commissies, en ook gelet op mijn werk in het kader van buitenlandse contacten, kunnen de leden mij er niet op aanspreken dat ik geen aandacht zou geven aan kleine fracties. Dat weet de heer Kuiper ook.

Er is een vraag gesteld over de werkdruk. Dat is natuurlijk iets wat heel lastig is. Als Voorzitter kan ik de werkdruk voor kleine fracties niet verminderen. Die werkdruk is er. Het is inderdaad heel zwaar om alleen of met zijn tweeën al het werk te doen dat hier gedaan moet worden. Ik zou de kleine fracties er graag bij helpen, daar niet van, maar dat lukt niet.

De heer Kuiper (ChristenUnie):

Het ging mij niet alleen om de werkdruk voor kleine fracties, maar om de werkdruk in het algemeen, die natuurlijk ook wordt gevoeld door kleine fracties. Ik denk dat dit veel breder geldt.

Mevrouw Broekers-Knol (VVD):

Ik ben nu twaalf jaar lid van deze Kamer en ik moet u zeggen dat de werkdruk er niet minder op geworden is. Laat ik het voorzichtig zeggen: misschien is die werkdruk er wel groter op geworden. Maar tegelijkertijd moeten we goed in de gaten houden dat wij hier één dag per week vergaderen. Als we meer tijd zouden nemen, dus ook op maandag of op woensdag zouden vergaderen, is de functie niet te combineren met een baan, en dat zou toch wel lastig zijn.

De voorzitter:

Het woord is aan de heer Franken.

De heer Franken (CDA):

Voorzitter. Dank voor de vragen. Ik stel het op prijs om op verschillende punten nog even nader te kunnen ingaan.

De heer Vliegenthart sprak over een politieke Kamer. De Eerste Kamer is zeker een politieke Kamer. We zijn in de Grondwet genoemd, net zoals de Tweede Kamer. Wij hebben een rol in ons politieke bestel. Dat we een politieke Kamer zijn of een politieke functie vervullen, hoeft helemaal niet vies te klinken. Ik vind het juist een eer om dit te doen, omdat het betekent dat je verantwoordelijkheid – en de stam van dat woord is "antwoord" – moet afleggen aan de burgers. Je zit er ook om de uitoefening van de macht over de burgers te controleren. Dat is politiek werk. Er kan een bepaald soort taakverdeling zijn ontstaan, om niet alles te doubleren, in die zin dat men in de Eerste Kamer meer de nadruk legt op eisen van rechtsstatelijkheid, effectiviteit, uitvoerbaarheid en handhaafbaarheid van wetten, maar dat is niet alles. Trouwens, die keuzemomenten worden toch politiek bepaald. Met woorden kun je veel doen, maar ieder woord kan meerdere betekenissen hebben. Een politieke Kamer vind ik prachtig, want daar zijn wij voor. Wij hebben een eed afgelegd om daar te mogen werken.

Dan het feit dat de begrotingsstukken onze programmatuur in de problemen brengen. Zoals mevrouw Broekers al zei: dat is een groot probleem. Het is ons zo maar geworden, maar wij hoeven het daar niet bij te laten. Zoiets heeft onlangs in het College van Senioren gespeeld. Het college heeft daar een brief over geschreven. Ik heb als waarnemer, zoals ik aan het college heb uitgelegd, al een bescheiden demarche gezet met de stelling dat wij dit een belangrijk punt vinden dat wij niet zomaar laten lopen.

Commissievergaderingen openbaar. Ja, formeel is dat zo, maar daarbij spelen inderdaad de twee problemen die mevrouw Broekers ook noemde. Bouwkundig zul je voorzieningen moeten treffen. Ik denk dat wij daar niet voor moeten wijken. Daar moeten wij de mogelijkheden voor zoeken, maar de meeste commissievergaderingen zijn vooral procedurevergaderingen. Je kunt het vergelijken met een soort rolzitting. Er komt een nieuw voorstel en dan wordt de naam genoemd van degene die de kwestie zal behandelen en er wordt een datum bepaald voor de inbreng. Dat is verder niet zo heel interessant. Misschien is er in de programmering iets te schuiven. Als er meer inhoudelijke gesprekken of debatten komen, kunnen die echt openbaar zijn. Als uitvloeisel van datgene wat in de commissies aan de orde is geweest, zijn wij sinds een paar jaar begonnen met expertmeetings. Die zijn openbaar. Daar kan eenieder horen hoe wij ons laten voorlichten en welke vragen wij stellen aan de mensen die zijn uitgenodigd om ons voor te lichten.

De breedsprakige minister. Dat is geestig, want ik heb een paar weken op die stoel mogen zitten. Misschien heeft men mij op een bepaald moment op een avond een beetje zien schuiven, omdat ik dacht: deze minister herhaalt toch wel allerlei dingen; daar schieten we niet zo heel veel mee op. Dan is meer sprake van een dilemma. Je kunt enige zachte drang uitoefenen. Dat heb ik ook gedaan. Ik heb er een paar handige zinnetjes voor gebruikt die de heer De Graaf ook wel hanteerde, maar de minister moet wel alle vragen van de Kamerleden beantwoorden. Je kunt niet zeggen: beantwoord de vragen 1 tot en met 6 maar en laat de rest staan. Ook hier gaat het om betrokkenheid en distantie. Het is een groot dilemma dat ook voor het leven geldt, maar zelfs voor zo'n debat. Ik zal proberen ook dat deel van het debat zo efficiënt mogelijk te laten verlopen.

Heb ik de tijd om het werk voor de Eerste Kamer te verzetten? Ik ben volledig beschikbaar. Ik heb gelukkig vrij veel energie, dus ik zal de beschikbare tijd goed gebruiken. Ik wil die in eerste instantie inzetten voor het werk in deze Kamer.

De heer Thissen stelde dat de Eerste Kamer een passende plek in het politieke bestel moet hebben. Dat heeft hij opgepakt uit mijn korte toelichting van zojuist. Dat verwijst eigenlijk naar mijn brief, waarin ik heb gesproken over een zelfbewuste en zichtbare Kamer. Met zelfbewustheid bedoel ik een zelfstandig politiek instituut met een eigen oordeel. Wij moeten niet alleen mogen kiezen tussen ja en ja. Nee moet ook mogelijk zijn. Dat betekent dat deze Kamer naar mijn mening ook niet is gebonden aan akkoorden die andere partijen sluiten. Het is heel goed mogelijk dat individuele leden van de Kamer, of zelfs fracties, dezelfde standpunten innemen, maar dat past bij de vrijheid die wij hebben in de Kamer om te debatteren over wat er aan de gang is. Die zelfbewustheid komt ook tot uiting in het feit dat we zelfstandig onderzoek zijn gaan doen. Die expertmeetings zijn iets nieuws. Voordat wij ermee zijn gaan experimenteren, is dat niet eerder vertoond. Wat dat betreft kan er ook nog een vervolgstap worden gezet. Wanneer wetten zijn aangenomen hier, is het mogelijk om wanneer er signalen uit de samenleving komen – wij representeren de burgers direct zelf – om een bepaalde monitoring te vragen, of een onderzoek uit te lokken. Dat zijn mogelijkheden die wij goed kunnen uitproberen. Daarmee hangt onze zichtbaarheid samen, in die zin dat sprake moet zijn van goede communicatie en een heldere voorlichting. Het gaat steeds om, wat ik zojuist al stelde, het uitoefenen van toezicht op het gebruik van macht namens de burger.

De heer Kuiper sprak over het instituut Eerste Kamer in het bikamerstelsel. Dat staat in de Grondwet en daar werken wij mee. Wanneer het overal stokt, zijn de leden wel zo verstandig om zich af te vragen of daar niet iets aan moet worden gedaan. De Grondwet is ons statuut. Daarmee moeten wij werken.

De heer Thissen (GroenLinks):

Ik heb nog een vraag gesteld over de gedragscode van senatoren als het gaat om social media.

De heer Franken (CDA):

Daar bedoel ik het volgende mee. Social media worden steeds meer gehanteerd, maar dat gebeurt nogal wild. Dingen lopen nog wel eens een beetje uit de hand. Als wij door de informatie die wij in de Kamer krijgen en de debatten die wij voeren, iets meedelen op een ongeclausuleerde manier, zou dat ten opzichte van de collega's wel eens hinderlijk kunnen zijn. Dat is mijn punt. Een gedragscode gaat eigenlijk altijd om fatsoensregels. Het is een nieuwe manier van omgaan met elkaar en met social media. Daarvoor moeten wij bepaalde fatsoensregels ontwikkelen. Ik hoop dat ik deze kwestie op die manier voldoende heb beantwoord.

De heer Kuiper sprak nog over nieuwe taken en de ontwikkelingen wat dat betreft. Ik denk dat dit goed is. Een samenleving ontwikkelt zich. Er komen nieuwe vormen en instituties op. Daar moeten wij ons mee bezighouden. Levend staatsrecht betekent ook een levende Kamer. De werkdruk is een punt. Die wordt zwaarder. Vooral kleine fracties zie ik selectief te werk gaan. Dat is een manier van aanpak. De informatisering kan daar wel iets bij helpen, ook door de efficiency te vergroten, maar het blijft een punt. Wanneer er meer werk komt, moet het wel worden gedaan met de beschikbare menskracht. Dank u.

Mevrouw Ter Horst (PvdA):

Voorzitter. Ik dank degenen die vragen hebben gesteld. Ik begin met de vragen van de heer Vliegenthart. Zijn eerste vraag is of een politieke Kamer een probleem, een zegen of business as usual is. Je moet altijd oppassen met multiplechoicevragen. De politieke dimensie in de Eerste Kamer was er altijd en is er nu nog steeds. Het gaat erom hoe dominant die politieke dimensie is. De afgelopen tijd is de politieke dimensie, althans in de ogen van een aantal beschouwers, dominanter geworden. Mijn opvatting daarover is dat, als er in de Eerste Kamer een minderheid is voor het kabinet, meerderheden in de Tweede Kamer moeten worden verkregen, zodat de Eerste Kamer het werk kan doen waarvoor zij op aarde is.

Er is gevraagd naar de toezending van de stukken voor de begroting op Prinsjesdag. Die is natuurlijk onbegrijpelijk. Als ergens stukken niet uitlekken, is het bij ons. Er is dus alle reden om die stukken eerst aan ons te geven. Het allerbelangrijkste is dat wij de stukken op tijd krijgen. Welke dag dat precies is, laat ik even in het midden.

Er is volgens mij niets tegen openbare commissievergaderingen, maar het is de Kamer zelf die haar orde bepaalt. Als een meerderheid van de Kamer dat vindt, zou ik, zowel als lid als Voorzitter, daartegen geen bezwaren hebben.

Er is een vraag gesteld over breedsprakige ministers. Het gaat om de relevantie van wat iemand zegt en niet zozeer om de tijd die iemand gebruikt. Als iemand, een minister of een lid, zich herhaalt en geen informatie toevoegt aan wat hij heeft gezegd, zijn er allerlei methoden die je kunt gebruiken om te zorgen dat iemand wat minder breedsprakig wordt. Ik denk overigens dat de vele tijd die de minister neemt, te maken heeft met het feit dat hij eerst alle vragen beantwoordt. Ik kom daarop straks terug in antwoord op de vraag van de heer Thissen.

De laatste vraag van de heer Vliegenthart is of ik er tijd voor heb. Ja, ik heb er tijd voor, want anders had ik mij niet gekandideerd.

De heer Thissen zegt dat het een leuk idee is van de kandidaat-Voorzitter, maar dat het niet de bedoeling is om het ministers moeilijk te maken. Het gaat om het krijgen van goede antwoorden op vragen. In de fase waarin de Kamer in twee schriftelijke rondes vragen stelt aan de minister, is het van groot belang dat wij antwoorden krijgen op de vragen. Als de minister of staatssecretaris hier is, zou het eigenlijk moeten gaan om het debat en minder om een feitelijke beantwoording van vragen. Ik ben van mening dat wij ministers wat meer zouden moeten uitdagen om aan het debat mee te doen. Mijn ervaring is dat niet alle ministers zich even goed voorbereiden op het debat in de Eerste Kamer, in ieder geval minder goed dan in de Tweede Kamer, omdat zij weten dat zij veel tijd krijgen tussen de eerste en tweede termijn en omdat zij de beantwoording krijgen van hun ambtenaren. Ook hier geldt dat de meerderheid van de Kamer ervoor moet zijn, maar je zou op die manier meer een level playing field krijgen met de Kamer zelf. Wij bereiden ons goed voor. Wij hebben er geen moeite mee om meteen te antwoorden als de minister of de staatssecretaris heeft gesproken. Wij kunnen dat. Ik zie niet in waarom een minister of staatssecretaris dat niet zou kunnen. Bovendien zou dat volgens mij tot een verkorting van de inbreng leiden, omdat al die keurige antwoorden op vragen, die vaak hele pagina's beslaan, niet meer hoeven te worden voorgelezen.

De vraag van de ChristenUnie betreft de ontwikkeling van de Eerste Kamer. Dat is een heel interessante vraag. Alle kandidaten hebben er iets over gezegd en twee van ons gaan er nog iets over zeggen. Misschien is dat een debat waard in de Kamer zelf. Het rapport van de parlementaire onderzoekscommissie bevat een aantal elementen die tot een vernieuwing en een ontwikkeling van de Kamer kunnen leiden. Ik merk echter als ex-lid van die commissie dat je daarvoor aandacht moet vragen, want het gaat niet vanzelf.

De voorstellen die van het kabinet komen, geven altijd maar één alternatief. Ik zou het interessant vinden om een kabinet te vragen om niet met één alternatief te komen, maar met meerdere mogelijkheden die hetzelfde doel bereiken. De Kamer kan dan meerdere alternatieven beoordelen. Dat debat zouden wij met elkaar moeten voeren.

Er is gevraagd of er enig begrip bij de kandidaat-Voorzitter is voor de werkdruk in het algemeen en van de kleine fracties in het bijzonder. Dat is er absoluut, maar dat is gemakkelijk gezegd. Ik zou niet precies weten wat je daaraan kunt doen. Hoewel ik behoor tot een grote fractie, kunnen de kleine fracties in deze Kamer zich gelukkig prijzen dat er altijd woordvoerders zijn van andere fracties die ook willen spreken voor de kleine fracties. Dat lost het probleem een klein beetje op, maar niet helemaal. Ik vind dat wij daarvoor oog moeten hebben, maar zou moeten nadenken over de wijze waarop dat moet worden aangepakt.

Mevrouw Linthorst (PvdA):

Voorzitter. Met uw goedvinden voeg ik een aantal vragen samen. Er is een aantal praktische vragen gesteld over de openbaarheid van commissievergaderingen, het toesturen van stukken voor Prinsjesdag, breedsprakige ministers en de werkdruk. Ik kan mij aansluiten bij wat de andere kandidaten daarover hebben gezegd. Commissievergaderingen horen openbaar te zijn, maar ik ben het met mevrouw Broekers eens dat het de vraag is voor wie die interessant zijn als wij binnen vijf minuten weer buiten staan omdat wij alleen de procedure hebben besproken.

Ik wil vooral ingaan op het aspect van de politieke Kamer, dat door verschillende leden met verschillende accenten naar voren is gebracht. Natuurlijk is de Kamer een politiek orgaan. Het mag echter niet gebeuren dat deze Kamer beheerst gaat worden door partijpolitieke machtsoverwegingen. Ik heb in mijn betoog en in mijn brief gesteld dat je dat alleen maar gezamenlijk kunt. Het is niet de coalitie, het zijn wisselende meerderheden die gezocht worden en die druk uitoefenen op ons allemaal. Dat kan de voorzitter nooit in zijn eentje keren. Eerlijk gezegd vind ik het staatsrechtelijk met vuur spelen als je van de Eerste Kamer een verlengstuk maakt van de Tweede Kamer. Dan kunnen wij ons net zo goed opheffen. Dat je verschillende politieke invalshoeken hebt, is akkoord, maar wij mogen nooit de uiteindelijke afweging laten bepalen door deals die ergens anders en hier zijn gesloten. Ik zou het de ondergang, en misschien wel de terechte ondergang van deze Kamer vinden als wij ons daartoe verlagen. Dat is overigens wel gedurfd om te zeggen, maar goed.

De heer Thissen vraagt hoe ik de druk van de coalitie weersta. Volgens mij moet dat in eerste instantie door te overtuigen. Het kan een coalitie op een bepaald moment goed uitkomen om de Kamer te gebruiken voor haar eigen doeleinden. Maar vergis je niet: een volgende keer zit er een andere coalitie. Het moet ieder kabinet erom gaan, de staatsrechtelijke functie van deze Kamer te bewaken en niet alleen als het goed uitkomt.

Er is een vraag gesteld over de party tiger. Dat ben ik niet, dat klopt. Ik ben niet iemand die dol is op feestjes en partijen, maar een Voorzitter is ook een functioneel vertegenwoordiger. Als de Kamer vertegenwoordigd moet worden, kan ik dat. Ik ben op de Antillen geweest. Daar eet je 's middags geen broodje kaas, daar eet je echt uitgebreid en beweeg je je ook in de wandelgangen. Ik kan dat heel goed als het functioneel is, niet als het gaat om een praatje en een plaatje, tenzij dat praatje en plaatje bevorderlijk zijn voor het ontwikkelen van samenwerkingsverbanden. Ik zal het hierbij laten.

De voorzitter:

Dan kunnen wij nu overgaan tot de verkiezing. Ik zet kort de regels uiteen. Conform ...

De heer Kox (SP):

Voorzitter. In de commissie van fractievoorzitters heb ik voorgesteld dat we tien minuten zouden schorsen na de beantwoording, om de antwoorden van de kandidaten te wegen. Daar waren we het unaniem over eens.

De vergadering wordt van 19.00 uur tot 19.10 uur geschorst.

De voorzitter:

Ik hervat de vergadering. Ik verwacht dat de dinerpauze pas om 20.00 uur begint, maar we zullen proberen de procedure zo snel mogelijk te laten verlopen.

Ik zal kort de regels uiteenzetten. Conform het gestelde in artikel 113 van het Reglement van Orde zal de verkiezing schriftelijk plaatsvinden. Dat is geen nieuws. Om tot Voorzitter te worden gekozen, heeft een kandidaat de volstrekte meerderheid van de geldig uitgebrachte stemmen nodig. Ik wijs erop dat niet, niet behoorlijk of niet duidelijk ingevulde stembriefjes op grond van artikel 114 van het Reglement van Orde ongeldig zijn. Een geldig uitgebrachte stem is een stembriefje waarop duidelijk niet meer en anders dan de naam van een der vier kandidaten staat.

Indien geen van de kandidaten in de eerste ronde een volstrekte meerderheid behaalt, zal een tweede, eveneens geheel vrije stemronde plaatsvinden. Indien daarbij wederom niemand de volstrekte meerderheid heeft gekregen, wordt een derde stemming gehouden over de twee personen die bij de tweede stemming de meeste stemmen op zich hebben verenigd.

Ik benoem tot stemopnemers de leden Slagter-Roukema, als voorzitter, Ester, Van Strien en Strik.

Ik verzoek de Kamerbewaarder de stembriefjes rond te delen. Ik verzoek de leden, de stembriefjes in te vullen.

Mag ik de cameraman die achter de bankjes staat, vragen om daar weg te gaan, want hij heeft zicht op wat de leden invullen, en dat is niet de bedoeling.

Hierna wordt tot schriftelijke stemming overgegaan.

De voorzitter:

Ik geef het woord aan mevrouw Slagter-Roukema, voorzitter van het stembureau.

Mevrouw Slagter-Roukema, voorzitter van het stembureau: Voorzitter. Er zijn 72 stemmen uitgebracht. Dat klopt ook met het aantal aanwezige leden dat mag stemmen. 0 stemmen zijn ongeldig en 72 stemmen zijn geldig. Er zijn 30 stemmen uitgebracht op mevrouw Broekers-Knol, 26 stemmen op de heer Franken, 9 stemmen op mevrouw Ter Horst en 7 stemmen op mevrouw Linthorst.

De voorzitter:

Ik dank u wel.

Aangezien geen der kandidaten de volstrekte meerderheid heeft verkregen, is er op grond van artikel 116, eerste lid, van het Reglement van Orde een tweede stemming nodig.

In deze tweede ronde doen alle vier de kandidaten opnieuw mee.

Mevrouw Barth (PvdA):

Voorzitter. Onze fractie zou graag even willen schorsen voor fractieberaad.

De voorzitter:

Hoeveel minuten zou u willen schorsen?

Mevrouw Barth (PvdA):

Tien minuten.

De vergadering wordt van 19.28 uur tot 19.38 uur geschorst.

De voorzitter:

Ik verzoek de leden om hun plaatsen in te nemen. Ik verzoek de media nogmaals om tijdens de stemming geen foto's en geen tv-opnamen te maken. Dat is niet de bedoeling en dat is ook niet de afspraak. U móét zich daar dus van onthouden. Tijdens de stemming dus geen opnamen, welke dan ook.

We wachten nog op de terugkomst van de PvdA-fractie. Mag ik de Kamerbewaarder verzoeken om hun komst te bespoedigen?

We kunnen nu overgaan tot de tweede ronde. Mag ik de kandidaten vragen of zij alle vier hun kandidatuur handhaven? Er is geen reactie. Dan is dat het geval.

U kunt nu stemmen op de vier kandidaten die ook in de eerste ronde voor stemming opkwamen: mevrouw Broekers-Knol, de heer Franken, mevrouw Ter Horst en mevrouw Linthorst. Er zijn ook nu dus weer vier kandidaten.

Ik verzoek de Kamerbewaarder wederom om de stembriefjes rond te delen en ik verzoek de leden opnieuw om hun stem uit te brengen.

Hierna wordt tot schriftelijke stemming overgegaan.

De voorzitter:

Ik geef het woord aan mevrouw Slagter-Roukema, voorzitter van het stembureau.

Mevrouw Slagter-Roukema, voorzitter van het stembureau: Voorzitter. Helaas tellen we nu 71 blaadjes. We moeten dus even hertellen.

Heeft iedereen zijn stembriefje wel ingeleverd?

Het ontbrekende briefje is teruggevonden! Zucht!

De voorzitter van het stembureau leest de namen op de stembriefjes voor.

Mevrouw Slagter-Roukema, voorzitter van het stembureau: Tot mijn spijt, voorzitter, komen wij op ongelijke aantallen uit. Ik begin dus opnieuw met de exercitie. Excuses.

De voorzitter:

U komt uit op 71.

Mevrouw Slagter-Roukema, voorzitter van het stembureau: Het stembureau is niet zorgvuldig, of er is een briefje weg. Wij zullen eerst de briefjes weer tellen en zullen vervolgens de namen voorlezen.

De voorzitter:

Dat is goed.

De stembriefjes worden opnieuw geteld.

Mevrouw Slagter-Roukema, voorzitter van het stembureau: Er zijn 72 briefjes. Ik zal de namen weer oplezen. Als iedereen mee turft, moet het goed komen.

De voorzitter van het stembureau leest de namen op de stembriefjes voor.

De voorzitter:

Ik geef het woord aan mevrouw Slagter-Roukema, voorzitter van het stembureau.

Mevrouw Slagter-Roukema, voorzitter van het stembureau: Voorzitter. Er zijn 72 stemmen uitgebracht. Daarvan zijn 72 stemmen ook geldig. Er zijn dus geen ongeldige stemmen. Er zijn 30 stemmen uitgebracht op mevrouw Broekers-Knol, 30 stemmen op de heer Franken, 6 stemmen op mevrouw Ter Horst en eveneens 6 stemmen op mevrouw Linthorst.

De voorzitter:

Dank u wel. Aangezien opnieuw geen der kandidaten de volstrekte meerderheid heeft verkregen, wordt ingevolge artikel 116, tweede lid, van het Reglement van Orde een derde stemming gehouden over de twee personen die bij de tweede stemming de meeste stemmen op zich hebben verenigd. Dat zijn mevrouw Ankie Broekers-Knol en de heer Hans Franken. U kunt in deze ronde dus uitsluitend stemmen op Ankie Broekers-Knol of Hans Franken.

Ik verzoek de Kamerbewaarder wederom om de stembriefjes rond te delen en ik verzoek de leden opnieuw om hun stem uit te brengen.

Hierna wordt tot schriftelijke stemming overgegaan.

Mevrouw Slagter-Roukema, voorzitter van het stembureau: Voorzitter. Er zijn weer 72 stemmen uitgebracht. Ik zal ze voorlezen.

De voorzitter van het stembureau leest de namen op de stembriefjes voor.

Mevrouw Slagter-Roukema, voorzitter van het stembureau: We beginnen even opnieuw, want mijn collega's die de namen turven, zijn de draad kwijt. Helaas. Een aantal van u weet het nog, maar mijn collega's niet en zij zijn de beëdigde leden van de stemcommissie. We beginnen rustig opnieuw.

De voorzitter van het stembureau leest opnieuw de namen op de stembriefjes voor.

(applaus)

De voorzitter:

Ik stel voor dat iedereen nog even op zijn plaats blijft en wacht met feliciteren. Er is wat verwarring bij het stembureau. Te uwer informatie meld ik dat er een overweldigende meerderheid is, maar dat het aantal getelde briefjes niet klopt. In totaal zijn er 71 stembriefjes geteld, terwijl het er 72 moeten zijn. Hoewel de uitslag wel duidelijk is, wil het stembureau weten wat er met het ene briefje is gebeurd.

Mevrouw Slagter-Roukema, voorzitter van het stembureau: De uitslag is nog niet officieel bekend. Het stembureau telt alle briefjes nog een keer na. Ik noem niet alle namen opnieuw op.

De voorzitter:

Ik vraag nog even uw geduld. We gaan het oplossen. We hebben het reglement erbij gepakt, en daaruit blijkt dat het belangrijk is dat er niet méér briefjes zijn. Minder briefjes zijn volgens het reglement geen bezwaar. We kunnen op deze manier tot een geldige uitslag komen.

De stembriefjes worden opnieuw geteld.

De voorzitter:

Het woord is aan mevrouw Slagter-Roukema.

Mevrouw Slagter-Roukema, voorzitter van het stembureau: Voorzitter. Met excuses voor de verwarring! Tellen tot 72 is kennelijk ingewikkelder dan wij dachten. Wij zijn nu tot de volgende conclusie gekomen. Er zijn 72 stemmen uitgebracht, waarvan 1 stem ongeldig was. Er zijn dus 71 geldige stemmen uitgebracht op de twee kandidaten. 41 stemmen zijn uitgebracht op mevrouw Broekers-Knol en 30 stemmen zijn uitgebracht op de heer Franken.

(applaus)

De voorzitter:

Ik constateer op grond van de uitslag van deze stemming dat mevrouw Ankie Broekers-Knol overeenkomstig het vereiste in artikel 115 van het Reglement van Orde een volstrekte meerderheid heeft gekregen. Daarmee is zij gekozen tot Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal.

Ik dank de kandidaten die zijn afgevallen voor hun inzet. Ik dank de leden van de commissie van stemopnemers heel hartelijk voor het volbrengen van hun zware taak. Ik geef nu de voorzittershamer terug aan de aftredende Voorzitter, Fred de Graaf.

Voorzitter: Fred de Graaf

De voorzitter:

Geachte collega's. Ik dank mevrouw Dupuis voor het tijdelijk voorzitten van deze vergadering. Ik dank de heer Franken voor het feit dat hij het voorzitterschap de laatste twee weken voor mij heeft willen waarnemen. Ik heb zeer veel respect daarvoor. Het is mij een genoegen om als eerste de nieuwe Voorzitter van harte geluk te wensen. Ik laat deze gelukwensen graag vergezeld gaan van bloemen. Ik draag de hamer en het voorzitterschap thans over aan de nieuwe Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal, mevrouw Ankie Broekers-Knol.

(De heer Fred de Graaf overhandigt de voorzittershamer onder applaus aan mevrouw Broekers-Knol.)

Voorzitter: Broekers-Knol

De voorzitter:

Ik dank mijn voorganger, Fred de Graaf, aan wie wij allemaal enorm veel verschuldigd zijn. Dank Fred!

(applaus)

De voorzitter:

Ik dank alle leden voor het in mij gestelde vertrouwen. Het is ongemeen spannend geweest. Ik zit hier nu, maar het liefste zou ik een borrel nemen; dat moet ik eerlijk zeggen. Ik vind het fantastisch dat u uw vertrouwen in mij hebt gesteld. Ik zal mijn uiterste best doen om dat vertrouwen waar te maken. U kunt daarvan op aan!

Ik ben er ook blij om dat hier een fantastische, deskundige, kwalitatief hoogstaande staf is, heel compact en klein. De staf bestaat maar uit 48 mensen. Zij moeten het werk voor mij makkelijker maken en zorgen voor u allemaal. Ik hoop dat ik ook hun vertrouwen kan krijgen voor het werk dat ik hier voor u allen zal doen. Hartelijk dank.

Ik meen dat ik nu moet schorsen voor de dinerpauze. Daarna ga ik mijn best doen.

(applaus)

De vergadering wordt van 20.20 uur tot 21.15 uur geschorst.