25 Pakket Belastingplan 2023

Aan de orde is de behandeling van:

  • - het wetsvoorstel Wijziging van enkele belastingwetten en enige andere wetten (Belastingplan 2023) ( 36202 );

  • - het wetsvoorstel Wijziging van het voordeel uit sparen en beleggen als bedoeld in artikel 5.2 van de Wet inkomstenbelasting 2001 over de kalenderjaren 2017 tot met 2022 door het lager vaststellen van het voordeel in gevallen waarin dat nodig is om het voordeel in overeenstemming te brengen met de uitspraak van de Hoge Raad van 24 december 2021 (Wet rechtsherstel box 3) ( 36203 );

  • - het wetsvoorstel Wijziging van de Wet inkomstenbelasting 2001 om de berekening van het voordeel uit sparen en beleggen in overeenstemming te brengen met het arrest van de Hoge Raad van 24 december 2021 (Overbruggingswet box 3) ( 36204 );

  • - het wetsvoorstel Wijziging van de Wet milieubeheer in verband met de overgangsperiode bij de invoering van een mechanisme voor koolstofcorrectie aan de grens ( 36205 );

  • - het wetsvoorstel Wijziging van de Wet belastingen op milieugrondslag voor de invoering van een minimum CO2-prijs voor de industrie (Wet minimum CO2-prijs industrie) ( 36206 );

  • - het wetsvoorstel Wijziging van de Invorderingswet 1990 en enkele andere wetten tot invoering van een grondslag voor het niet in rekening brengen van invorderingsrente in specifieke gevallen (Wet delegatiebepaling geen invorderingsrente in specifieke gevallen) ( 36207 );

  • - het wetsvoorstel Wijziging van de Wet op het kindgebonden budget tot intensivering van het kindgebonden budget in verband met koopkrachtondersteuning en tot wijziging van de Algemene Ouderdomswet en enkele andere wetten in verband met het afschaffen van de inkomensondersteuning voor AOW'ers ( 36208 );

  • - het wetsvoorstel Wijziging van enkele belastingwetten en enige andere wetten (Fiscale verzamelwet 2023) ( 36107 );

  • - het wetsvoorstel Wijziging van de Wet op de internationale bijstandsverlening bij de heffing van belastingen in verband met de implementatie van Richtlijn (EU) 2021/514 van de Raad van 22 maart 2021 tot wijziging van Richtlijn 2011/16/EU betreffende de administratieve samenwerking op het gebied van de belastingen (PbEU 2021, L 104) (Wet implementatie EU-richtlijn gegevensuitwisseling digitale platformeconomie) ( 36063 ).

De voorzitter:

Aan de orde is de behandeling van het Pakket Belastingplan 2023 bestaande uit zeven afzonderlijke wetsvoorstellen. Daarnaast behandelen we vandaag de Fiscale verzamelwet 2023 en de Wet implementatie EU-richtlijn gegevensuitwisseling digitale platformeconomie (36063). Zeven daarvan maken onderdeel uit van het Pakket Belastingplan 2023. Twee andere wetten zijn eerder ingediend, maar hebben eveneens 2023 als beoogd jaar van inwerkingtreding en worden daarom ook vandaag behandeld.

Ik heet de bewindslieden welkom. Vandaag zijn de twee staatssecretarissen van het ministerie van Financiën, de minister voor Klimaat en Energie en de minister voor Armoedebeleid, Participatie en Pensioenen aanwezig. De minister voor Armoedebeleid, Participatie en Pensioenen zal de beantwoording voor het gehele SZW-deel voor haar rekening nemen, daar de minister van SZW vanwege verplichtingen gerelateerd aan het koningshuis verhinderd is. Morgen zijn dezelfde bewindslieden aanwezig, maar zal de minister voor APP als eerste haar deel van de beantwoording doen en daarna zal zij de zaal verlaten. U bent hier voor het weekend over geïnformeerd.

Afgesproken is dat er in de eerste termijn zes vragen aan elkaar mogen worden gesteld. Vandaag hebben we de eerste termijn van de zijde van de Kamer.

Dat gezegd hebbende, zag ik de heer Romke de Jong voor een punt van orde.

De heer Romke de Jong (D66):

Absoluut, voorzitter. Vanmorgen hebben we een brief ontvangen over het wetsvoorstel CBAM, dat naar aanleiding van de Europese onderhandelingen nog wijzigt, maar het lijkt me wel heel goed om dit voorstel alsnog te betrekken bij de behandeling van het Belastingplan. Ik vraag daarom of dit mogelijk is.

De voorzitter:

Ik kijk rond en ik zie daar vooralsnog geen bezwaar tegen.

De heer Alkaya (SP):

Voorzitter, om eerlijk te zijn, kan ik het helemaal niet beoordelen. Ik heb die brief nog niet eens gelezen. Die is blijkbaar vanochtend binnengekomen en dan moeten we het nu behandelen? Ik kan me best voorstellen dat dat prima kan, maar ik durf dat niet geheel toe te zeggen. Voor de zekerheid zeg ik dan maar nee.

De voorzitter:

Geen steun voor het ordevoorstel.

De heer Nijboer (PvdA):

Voorzitter, volgens mij staat het wetsvoorstel CBAM gewoon op de agenda en of daarover gestemd kan worden of niet, kan later besloten worden. Het kabinet verzoekt om later te stemmen. Dat kunnen wij voor donderdag beslissen.

De voorzitter:

U steunt dat.

De heer Edgar Mulder (PVV):

Alleen de naam van het wetsvoorstel is al fout, dus gewoon niet doen.

De voorzitter:

Geen steun van de PVV. Ik kijk nog even rond.

De heer Idsinga (VVD):

Voorzitter. Ik kan het niet helemaal beoordelen. Ik stel wel voor dat we 'm gewoon behandelen. Dat was het plan. Ik sluit me aan bij meneer Nijboer: of we erover gaan stemmen, is vervolgens vraag twee.

De voorzitter:

Ik zie dat een meerderheid het ordevoorstel steunt. Stemmen kan nog later. Ik stel voor om dat wetsvoorstel er wel bij te kunnen betrekken, mochten leden daarop een deel van hun bijdrage hebben afgestemd.

Dat gezegd hebbende, gaan we nu echt starten. Zoals ik al zei: zes vragen aan elkaar, in de eerste termijn die we vandaag doen. We hebben vandaag een veertiental inschrijvingen. De eerste is de heer Mulder namens de fractie van de PVV.

De algemene beraadslaging wordt geopend.

De voorzitter:

Het woord is aan de heer Mulder.

De heer Edgar Mulder (PVV):

Voorzitter. Het gaat slecht met Nederland. En de komende maanden wordt het nog slechter. Dan heb ik het natuurlijk over de koopkracht van de Nederlander. De Nederlander die niet meer kan rondkomen, die geen geld genoeg heeft voor hele basale zaken als eten en verwarming. Wat is er toch met ons land gebeurd? Hoe is het mogelijk dat we in een paar jaar tijd zo diep zijn gezakt dat deze winter miljoenen mensen de verwarming niet kunnen of durven aan te zetten en dat ze te weinig geld hebben om iedere dag drie keer te eten?

Voorzitter. Als je dat vijftien jaar geleden zou hebben beweerd, als je dat zou hebben voorspeld, zou je zijn weggehoond en uitgelachen, maar het is nu de werkelijkheid. Het erge is dat het niet een soort natuurramp is die ons overkomt; het is een gevolg van bewust beleid. Het is het resultaat van heel slecht beleid, van foute keuzes en van politiek extremisme.

Voorzitter. Al vele jaren waarschuwt de PVV voor de afnemende koopkracht. Ondanks een goed draaiende economie en winsten bij grote bedrijven was er geen verbetering voor de gewone burger. De overheid deed ook weinig aan de verlaging van de lasten. Ieder jaar weer, ook ieder jaar weer bij het Belastingplan, heeft de PVV daarop gewezen. Ieder jaar weer koos de elite voor windmolens, biomassacentrales, warmtepompen en Tesla's. Natuurlijk werd er altijd wel geld vrijgemaakt voor immigratie, Brussel en Afrika. Voor de Nederlanders waren er slechts kruimels. Doordat de prijzen wel omhooggingen, kwam de Nederlander steeds verder in het nauw. Dit jaar wordt de Nederlander wel heel veel armer. Het Belastingplan dat we vandaag behandelen, zou kunnen helpen om die pijn te verzachten, maar ook dit jaar gebeurt dat weer niet. Ook in dit Belastingplan gaat het geld namelijk niet naar meer koopkracht voor de burger, maar kiest men voor klimaat en stikstof. Die keuze van de elite voor de groene waanzin zorgt voor een bloedrode koopkrachtontwikkeling. Dit Belastingplan is een gemiste kans. Ga maar na: negen wetten, 30 voorstellen en nog steeds koopkrachtverlies in 2023. Punt.

De voorzitter:

Fijn dat u even stopt. Ik zie inderdaad een interruptie van de heer, even kijken, Idsinga, namens de VVD.

De heer Idsinga (VVD):

Is de voorzitter mijn naam vergeten? U moest even kijken.

De voorzitter:

Nee.

De heer Idsinga (VVD):

Oké. Ik hoor het verhaal van meneer Mulder en ik maak me toch wel een beetje zorgen over wat hij allemaal zegt. Hij zegt namelijk dat de regering helemaal niets heeft gedaan aan de koopkracht, maar ik heb hier toevallig een lijstje. Ik zie een verhoging van het minimumloon van 10%. Ik zie een prijsplafond energie van ruim 20 miljard. Ik zie een verlaging van de brandstofaccijns. Ik zie een energietoeslag van €1.300 voor huishoudens met een inkomen tot 120% van het sociaal minimum. Ik zie een verlaging van de eerste schijf van de inkomstenbelasting. Ik zie een verhoging van de arbeidskosten. Ik zie een verhoging van de toeslagen. Ik zie ook nog extra geld voor de bijzondere bijstand en tegen kinderarmoede. Meneer Mulder kan toch niet volhouden dat er niks gebeurt?

De heer Edgar Mulder (PVV):

Nou, het enige wat in dit Belastingplan staat, is een structurele verbetering van 4,6 miljard. Het prijsplafond zit hier niet in. En trouwens, voor dat prijsplafond sloopt u uit dit Belastingplan 4,7 miljard als dekking, terwijl dat prijsplafond er niet is. Met dit Belastingplan gaat de Nederlander er dus op achteruit. Er is namelijk wel een enorme stijging van de prijzen voor energie, brandstof en boodschappen. Daarbovenop is er inflatie. Als je die meeneemt, gaat de Nederlander er dit jaar 7% op achteruit. Dat zeg ik niet; dat zeggen de mensen die ervoor doorgeleerd hebben. Als de inflatie blijft zoals die nu is, gaan we er in 2023 ook op achteruit. En dat is nu juist ons punt: men doet in dit Belastingplan niet genoeg om die klappen op te vangen. Men maakt wel 100 miljard vrij voor klimaatextremisme en stikstofonzin, maar er gaat via dit Belastingplan niet voldoende naar de koopkracht van de burgers om die klap op te vangen. Het is dus helemaal omgekeerd: u doet helemaal niets voor de burger. Dit Belastingplan doet wel iets anders. Het zorgt de komende jaren voor een structurele verbetering van 3 miljard euro voor de inkomsten van de overheid. Dat wel! Er gaat wel structureel meer dan 3 miljard naar mevrouw Kaag. Dat regelt deze coalitie wel met dit Belastingplan, maar de burger gaat zowel dit jaar als volgend jaar dik in de min.

De voorzitter:

Gaat u verder met uw bijdrage.

De heer Edgar Mulder (PVV):

Voorzitter. Zoals ik al zei, zorgt de keuze van de elite voor groene waanzin voor een bloedrode koopkrachtontwikkeling. Dit Belastingplan is dus een gemiste kans. Want zoals ik net al duidelijk bewees in het interruptiedebatje, levert dit Belastingplan helemaal niets op voor de portemonnee. Nop. Nada. De belastingplannen worden weggevaagd door de inflatie en de hoge prijzen.

Voorzitter. Echt iedereen zag vorig jaar al aankomen dat het helemaal de verkeerde kant op ging met de inflatie en dat de koopkracht nog verder onder druk zou komen te staan. Ik zeg heel duidelijk "nog verder onder druk", want laten we niet vergeten dat veel Nederlanders ook vorig jaar al niet rondkwamen. Ook vorig jaar was er al massaal sprake van energiearmoede. Dus ook in 2021 was er een probleem. Ook toen stribbelde dit kabinet tegen bij het nemen van koopkrachtmaatregelen. Signalen van niet alleen de PVV maar van de hele oppositie, van links tot rechts, werden in de wind geslagen. Alle smoezen kwamen voorbij. De inflatie zou maar tijdelijk zijn, en dat met de huidige getallen. Maar dat werd gezegd. De inflatie zou maar tijdelijk zijn, want de economie ging opstarten na corona. Het zou allemaal goed komen. Het zou allemaal wel meevallen. We moesten niet zo jammeren. Er zou bij de Voorjaarsnota nog een keer naar worden gekeken. Daarna kwam de augustusbesluitvorming. Daar zouden ze beslissen. Maar uiteindelijk werd alles doorverwezen naar de APB. Toen zouden ze met een omvangrijk pakket komen. Allemaal slechte smoezen dus. Steeds was er sprake van tegenwerken en vooruitschuiven, maar ondertussen worden de problemen in dit land steeds groter.

We zijn nu op een heel on-Nederlands punt gekomen, het punt waarop sommige mensen geen geld meer hebben om hun kinderen met een volle buik naar school te laten gaan. We zijn zo on-Nederlands geworden dat er ouderen zijn die moeten kiezen tussen of de verwarming aan of drie keer per dag eten. Het is zo on-Nederlands: energie die onbetaalbaar is, boodschappen die door het dak gaan en lonen die achterblijven. En wat doet deze coalitie dan, nu de nood echt aan de man is, nu de hardwerkende Nederlander echt niet meer rond kan komen, nu de middeninkomens echt een steuntje in de rug nodig hebben? Zoals ik net al zei: helemaal niets. Het minimumloon gaat een beetje omhoog, er komt een beetje arbeidskorting en de belasting wordt nog geen procent — 0,14% — verlaagd. Als je dat afzet tegen de inflatie en de prijzen, dan worden we inderdaad armer. Dat is ongekend, ongehoord en onacceptabel.

Voorzitter. Kijk naar de prioriteiten van deze coalitie. Voor klimaatextremisme en stikstofonzin trekt dit kabinet 100 miljard uit, maar er zijn geen verbeteringen mogelijk voor de koopkracht van onze eigen burgers. Prioriteiten. Onze ouderen moeten meer dan 400 miljoen aan IO-AOW inleveren, maar we gaan wel 515 miljoen overmaken voor de arbeidsmarkt in ontwikkelingslanden. Prioriteiten. De belastingbetaler moet meer dan 354 miljoen euro aftikken aan vliegbelasting om nog op vakantie te kunnen, terwijl we wel 400 miljoen schenken aan voedselzekerheid in het buitenland. Prioriteiten. Een sjekkie opsteken kost volgend jaar 148 miljoen extra, maar we gaan volgens de berichten wel 200 miljoen uitgeven aan historisch bewustzijn rond slavernij. Dat noemden we vroeger gewoon "naar school gaan en les krijgen". Prioriteiten. Het is ongekend, ongehoord en onacceptabel.

Voorzitter. Het is om gek van te worden. Dit kabinet zou moeten opkomen voor Nederland en voor de Nederlanders, maar het tegendeel blijkt iedere keer weer, ook met dit Belastingplan. Ze schijnen ook niet te willen leren, want dit kabinet steekt opnieuw de kop in het zand. Op de vraag van de PVV wat er zou gebeuren met de koopkracht indien de inflatie in 2023 hoger blijft dan het percentage waarmee het CPB rekent, kregen we geen antwoord. Let wel, het CPB rekent met 2,8%, terwijl we nu op 14% zitten. Na vragen van de PVV blijkt opnieuw dat er geen plan B is. Terwijl de wereld in brand staat en de inflatie in Nederland historisch hoog is en blijft, weigert dit kabinet na te denken over de mogelijke gevolgen. Ze doen het dus gewoon weer. Daarom stel ik de staatssecretaris opnieuw de vraag: wat gebeurt er in Nederland met de koopkrachtplaatjes indien de inflatie boven de 6% blijft? En wat gebeurt er als de inflatie 10% of 14% wordt? Dat is niet ondenkbaar, dus het is wel handig om daarvoor een plan te hebben. Geen plan B: hoe is dat mogelijk? Het is ongekend, ongehoord en onacceptabel.

Het is ook ongehoord hoe dit kabinet, van VVD, D66, CDA en ChristenUnie, omgaat met en aankijkt tegen grondrechten. Jarenlang was deze overheid tegen beter weten in te veel belasting aan het heffen over spaargeld van belastingplichtigen. Net als bij zo veel zaken werd de oplossing steeds vooruitgeschoven: "het valt wel mee", "we gaan nog procederen" en "het is onuitvoerbaar en ingewikkeld met de ICT". Die smoesjes zijn allemaal voorbijgekomen, totdat de wal het schip keerde. Dan ontstaat er weer paniek in het kabinet en moet er met spoed iets geregeld worden. Dan is er opnieuw niemand voorbereid en heeft niemand een oplossing. De wal was ditmaal het kerstarrest van de Hoge Raad. Iedereen wist dat het eigendomsrecht van belastingplichtigen al jaren werd geschonden, maar nu blijkt dat het kabinet helemaal niet aan iedereen rechtsherstel wil bieden. Alleen belastingplichtigen die bezwaar hebben gemaakt, krijgen geld. De rest heeft het nakijken. Volgens het kabinet en de staatssecretaris is dit een politieke keuze. Ik zou zeggen: het is een kwestie van fatsoen. Geen rechtsherstel bieden omdat het te veel geld kost: het is ongekend, ongehoord en onacceptabel.

Wat ook onacceptabel is, is ons vetorecht te grabbel gooien in Brussel. Ook in dit Belastingplan is de invloed van Brussel op Nederland weer eens veel te groot. De EU bepaalt veel te veel. In Nederland kunnen we uitstekend zelf bepalen wat we wel of juist niet belasten. Als we hier in Nederland in dit parlement beslissen om een belasting op bepaalde goederen en diensten, bijvoorbeeld energie, op 0% te zetten, dan is dat gewoon aan ons. Daar heeft Brussel zich niet mee te bemoeien. Daarom vind ik het ook bloedlink dat deze staatssecretaris ons vetorecht ook maar enigszins ter discussie stelt. Alleen al het opperen dat eraan getornd kan worden, is funest voor onze fiscale soevereiniteit. Tijdens het WGO hadden we daarover een debatje, maar de staatssecretaris praatte er een beetje omheen; het veto was wel belangrijk en we moeten er voorzichtig mee omgaan, maar de deur bleef op een kier.

Toen kwamen de schriftelijke vragen. Ook in zijn antwoord op de schriftelijke vragen bleef het schuren, want waarom liet de staatssecretaris het niet heel eenvoudig bij de bevestiging dat het kabinetsstandpunt op dit punt ongewijzigd is en niet gewijzigd gaat worden? Waarom moest hij in die brief ook benoemen dat er andere mogelijkheden waren? Waarom moest genoemd worden dat er ook iets mogelijk was met de gekwalificeerde meerderheid? Waarom aandacht vragen voor Bundeskanzler Scholz, die wel van de unanimiteitsvereiste af wil? Daarom blijft het dus een beetje onduidelijk of deze staatssecretaris degene is die onze fiscale soevereiniteit weggeeft. Daarom de volgende vraag aan de staatssecretaris: kan hij hier nu nogmaals onomwonden bevestigen dat het opgeven van besluitvorming bij unanimiteit voor Nederland onbespreekbaar is? Graag een helder ja of nee. Ruimte laten voor het afschaffen van ons vetorecht is ongekend, ongehoord en onacceptabel.

Voorzitter. Dit Belastingplan verhoogt dus een heel aantal belastingen, en dat midden in de ergste crisis sinds de Tweede Wereldoorlog. Dat is volgens de PVV sowieso al fout, maar veel van die belastingen zijn ook nog eens ontzettend hypocriet. De verhoging van de vliegbelasting is met afstand de meest hypocriete. Het kabinet wil het door middel van een belastingverhoging voor gewone Nederlanders onmogelijk maken om één keer per jaar op vakantie te gaan, maar hetzelfde kabinet maakt dit jaar meer gebruik van het vliegtuig dan de afgelopen twee jaar bij elkaar. Het adagium blijft dus: doe wat ik zeg, niet wat ik doe. We zien de afgelopen dagen allemaal dat vliegen sowieso een beetje een dingetje is. Klimaatactivisten, de links-liberale elite, al die "red de planeet"-mensjes, vinden schijnbaar echt dat er voor hen andere regels gelden. Op Twitter prediken ze hun klimaatgeloof en op Instagram zien we ze in hun natuurlijke habitat, de luxe vakantieoorden. Het doet me een beetje denken aan de directeur van Greenpeace, ook al zo'n lekkere club, die een paar jaar geleden iedere week op en neer vloog van zijn huis in Luxemburg naar het Greenpeacekantoor in Amsterdam. Op dinsdag vloog hij erheen en op donderdag ging hij weer naar huis. Het is gewoon klimaatsocialisme: alle mensen zijn gelijk, maar sommige mensen zijn iets meer gelijk dan anderen. Ik ben benieuwd wat minister Jetten hiervan vindt en of hij dit jaar nog vliegtuigkilometers wil toevoegen aan zijn huidige totaal van ruim 40.000 kilometer.

Voorzitter, afsluitend. Het moet anders. Het huidige beleid is onacceptabel. Nederland moet weer op één komen. De PVV wil een land waar we minder van ons inkomen aan belasting hoeven te betalen, omdat we stoppen met de miljardenuitgaven aan het buitenland, de kostbare massa-immigratie en de klimaatsubsidies. Bij de PVV komt de Nederlander eerst.

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank alvast voor uw bijdrage, meneer Mulder. U heeft het mooi afgetrapt. Ik geef voor een interruptie graag het woord aan mevrouw Van Dijk.

Mevrouw Inge van Dijk (CDA):

Ik heb de heer Mulder horen praten over het belang van de gewone burger en het opkomen voor de Nederlandse grondrechten. Vindt de heer Mulder het ook ongekend, ongehoord en onacceptabel dat de fiscale rechtshulp in Nederland nog niet goed is ingeregeld en steunt hij het feit dat dit wel heel hard nodig zou zijn?

De heer Edgar Mulder (PVV):

Dan moet ik naar het voorstel kijken.

Mevrouw Inge van Dijk (CDA):

Dan hoop ik dat hij na mijn betoog alweer een stukje enthousiaster is.

De voorzitter:

We gaan het zien. Nogmaals dank voor uw bijdrage, meneer Mulder. We zijn aangekomen bij de heer Idsinga namens de fractie van de VVD.

De heer Idsinga (VVD):

Dank u wel, voorzitter. Er wordt weleens gezegd dat belastingwetten maar saai zijn. Of dat zo is, mag iedereen zelf beoordelen. Ik vind in ieder geval van niet. Hoe dan ook, de fiscaliteit heeft de afgelopen maanden in ieder geval vaak het nieuws gehaald. Vooral op het gebied van de spaartaks oftewel box 3 was veel te doen. Laat ik daar maar mee beginnen, ook omdat nieuwe box 3-wetgeving een hele grote stempel drukt op het pakket van het Belastingplan 2023. Maar liefst twee van de negen wetten zijn aan dit onderwerp gewijd. Dat rechtvaardigt dus ook om er wat langer bij stil te staan. In de box 3-behandeling moeten we verleden, heden en toekomst even uit elkaar trekken. Laat ik beginnen met de stip aan de horizon. Onze afspraak in het coalitieakkoord is het komen tot een nieuw box 3-stelsel op basis van werkelijk rendement. Simpel gezegd: als je echt rendement maakt, betaal je over dat echte rendement belasting — dat is logisch — maar als je geen of weinig rendement maakt, betaal je niets of weinig en als je veel rendement maakt, betaal je meer. Dat is inderdaad simpel gezegd, maar om dat uit te voeren, is het nodig om wat meer werk te verzetten. Daarover straks meer.

De discussie rondom box 3 is de afgelopen maanden in een stroomversnelling gekomen. Onze hoogste rechter, de Hoge Raad, torpedeerde het bestaande box 3-systeem, dat uitging van het principe dat als je veel vermogen hebt, je dan ook meer bereid bent om risico's te nemen, en meer risico levert op lange termijn meer rendement op. Toch bleek dat in de praktijk niet zo te zijn. Veel mensen die iedere maand wat spaargeld opzij hadden gezet voor later of als buffer voor zware tijden — vaak zijn dat ondernemers zonder pensioen — bleken helemaal niet bereid om hun zuurverdiende spaarcenten risicovol te beleggen, en lieten hun spaarcenten op een spaarrekening met een lage rente staan. De Hoge Raad torpedeerde dat box 3-stelsel. Mensen die op tijd bezwaar hadden gemaakt, moesten om die reden terugbetaald worden. Maar mensen die niet op tijd formeel bezwaar hadden gemaakt, krijgen vooralsnog niets terug. Ik snap heel goed dat zij zich gekrenkt voelen in hun rechtsgevoel. Het is overigens volkomen begrijpelijk dat veel spaarders zich daar niet bij neerleggen en deze kwestie nogmaals aan de rechter willen voorleggen. Hoewel de staatssecretaris aangeeft dat dit waarschijnlijk niet tot een andere uitspraak zal leiden, is dit natuurlijk hun goed recht. Om dit proces in goede banen te leiden, zowel voor spaarders als voor de al zwaar overbelaste Belastingdienst, die mogelijk te kampen zou krijgen met honderdduizenden bezwaren, is het dan ook verstandig dat het kabinet afgelopen vrijdag heeft aangekondigd dat hiervoor een versimpelde procedure is bedacht, waarbij die niet-bezwaarmakers nu niets hoeven te doen. Dit is namelijk toch wel het minste wat de politiek op dit moment nog voor ze kan betekenen.

Dan de Overbruggingswet box 3. Die zit in het pakket. Dat is de nieuwe regeling die de periode tussen nu en het uiteindelijke systeem op basis van werkelijk rendement moet overbruggen. In tegenstelling tot het door de Hoge Raad getorpedeerde oude systeem van box 3 gaat de Overbruggingswet wat meer uit van de werkelijke samenstelling van het vermogen van een belastingplichtige. Op zich is dat al een stap in de goede richting. Het vermogen wordt dan opgeknipt in drie groepen: banktegoeden, overige bezittingen en schulden. Ten aanzien van deze groepen wordt vervolgens per groep gewerkt met een eigen forfaitair rendementspercentage, waarbij zo veel mogelijk aansluiting wordt gezocht bij het werkelijk behaalde rendement. Dat is op zich mooi, maar toch maakt mijn fractie zich nog steeds zorgen over een stroom van nieuw juridisch getouwtrek. Hopelijk kan de staatssecretaris die zorgen wegnemen.

Bij de categorie overige bezittingen — dat is zo'n beetje alles behalve spaargeld — wordt namelijk uitgegaan van een rendement van ruim 6%. Kan de staatssecretaris in simpele woorden eens uitleggen hoe dit is vastgesteld, op basis van welke analyse de mix is samengesteld en op basis van welke argumenten deze werkwijze wél juridisch haalbaar zal zijn? We moeten immers koste wat kost voorkomen dat ook de overbruggingsregeling naar een nieuw stelsel in strijd blijkt te zijn met het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. Want de categorie overig zal misschien bij de een bestaan uit een mix van verschillende vermogensbestanddelen, zoals een aandelenportefeuille en onroerend goed, maar mogelijk zullen er ook mensen zijn die alleen in het bezit zijn van relatief risicoloze en laagrenderende staatsobligaties tegen een langetermijnrente van bijvoorbeeld slechts 2% of — de heer Stoffer merkte het laatst terecht op — verpachte landbouwgronden met een maximumrendement. Naar het oordeel van de VVD pleit dit voor een verdere verfijning of zelfs uitsplitsing van de categorie overig. Niet voor niets heeft de Hoge Raad in zijn uitspraak gesteld dat het zaak is dat met de gekozen forfaitaire grenzen "getracht wordt de werkelijkheid te benaderen". Ik heb dit eerder aan de orde gesteld. Ik begrijp best dat dit op korte termijn lastig uitvoerbaar is, maar ik zou de staatssecretaris willen uitnodigen om zo snel mogelijk te evalueren of deze Overbruggingswet op dit punt in een volgende belastingplanronde alsnog zou moeten worden verfijnd. Graag een reactie.

De voorzitter:

Dit voelt als een natuurlijk einde van een deel van uw betoog. Dat leidt tot een vraag van de heer Alkaya.

De heer Alkaya (SP):

Bij het vorige deel zei de woordvoerder van de VVD, de heer Idsinga, dat hij het begrijpt dat nu honderdduizenden mensen bezwaar aantekenen en zelfs naar de rechter gaan stappen omdat zij hun recht willen halen. Ik vraag me oprecht af of de heer Idsinga zich niet schaamt. Het is toch juist het besluit van zijn kabinet dat ertoe leidt dat mensen naar de rechter moeten? En dan krijgen ze ook nog eens zo'n judaskus dat ze kunnen rekenen op de sympathie van de heer Idsinga als zij naar de rechter stappen. Meneer Idsinga had kunnen voorkomen dat mensen naar de rechter moeten. Juist door zijn stemgedrag en door zijn steun aan het kabinet heeft hij eraan bijgedragen dat mensen het vertrouwen in de overheid aan het verliezen zijn en met honderdduizenden tegelijk bezwaar aantekenen. Voelt hij zich daar niet verantwoordelijk voor?

De heer Idsinga (VVD):

Ik ben heel blij met deze vraag van de heer Alkaya, want die stelt mij in de gelegenheid mijn gevoelens iets te verduidelijken. Misschien heb ik die zonet niet voldoende voor het voetlicht gebracht. Ja, ik vind het ongelofelijk zuur, wil ik tegen de heer Alkaya zeggen en tegen al die mensen om wie het gaat. Ik vind het ongelofelijk zuur. Tegelijkertijd is door de regering de keuze gemaakt, zeker in deze zware tijden van hoge inflatie en energieprijzen die door het dak schieten, om het geld dat beschikbaar is — dat kun je maar één keer uitgeven; dat zal de heer Alkaya met mij eens zijn — nu in te zetten om prioriteit te geven aan die keuzes, dus om dat te geven aan mensen die misschien moeite hebben om deze winter door te komen. Dat is een keuze die ik kan rechtvaardigen, maar ik ben het nog steeds met de heer Alkaya eens dat het buitengewoon zuur en ongemakkelijk blijft.

De heer Alkaya (SP):

Natuurlijk kun je geld maar één keer uitgeven, maar dit was niet het geld van de regering. Dit was het geld van mensen dat onterecht is geïnd. Ze hadden het prima terug kunnen geven aan de mensen als de VVD de SP-motie had gesteund. Als daar een meerderheid voor was geweest, hadden we dat prima kunnen doen. Vervolgens kunnen we op structurele basis vermogens eerlijker belasten, zodat je ook tegelijkertijd die andere koopkrachtmaatregelen kunt nemen. Het is niet of-of, maar dan moet je er wel voor kiezen om een eerlijke overheid te zijn en het geld dat je überhaupt niet had moeten innen, terug te geven aan de mensen. Mijn vraag aan de heer Idsinga is vandaag heel duidelijk: is er ruimte om daar iets aan te doen of is die ruimte nul en zijn die sympathieke woorden verder helemaal niets waard?

De heer Idsinga (VVD):

Politiek is soms hele lastige, pijnlijke keuzes maken. Ik zal eerlijk tegen de heer Alkaya en de mensen die het betreft zeggen dat dit een hele lastige is. We staan er niet mooi op met z'n allen, moet ik eerlijk zeggen. Aan de andere kant, en dan herhaal ik mijn woorden van zonet, vind ik de grote problemen waar heel veel mensen nu mee zitten en de keuzes die het kabinet gemaakt heeft ten aanzien van het ondersteunen van mensen die het moeilijk hebben, zwaarder wegen. Dat is wel mijn eerlijke antwoord, hoe moeilijk ook.

De heer Stoffer (SGP):

De heer Idsinga legt terecht de vinger bij de overbruggingsregeling ten aanzien van box 3. Hij geeft ook terecht aan dat in het grote cluster van overige bezittingen heel veel zaken zitten die de 6,17% bij lange na niet gaan halen. Denk aan landbouwgronden en obligaties. Het is ook terecht dat de heer Idsinga de vraag bij het kabinet neerlegt of het daar wat aan gaat doen, weliswaar over een jaar. Maar stel nu eens dat het antwoord nee is? Wat dan?

De heer Idsinga (VVD):

Laten we eerst het antwoord even afwachten, wil ik tegen de heer Stoffer van de SGP zeggen. Het is een vraag die ik ook heb en die ik nu dus ook heel expliciet neerleg bij de staatssecretaris. Ik wil dat antwoord ook hebben. Ik heb hier nog meer tekst over, dus daar wil ik mee verdergaan, want dat gaat over exact hetzelfde punt. Ik heb het ook weleens gehad over een tegenbewijsregeling. Daar ga ik zo wat over zeggen. Met een tegenbewijsregeling kun je als lapmiddel, maar misschien ook wel iets meer structureel, er bij benadering voor zorgen dat het overbruggingssysteem zo dicht mogelijk aanzit tegen een systeem van werkelijk rendement. Ik snap best wel dat we nu met zo'n noodmaatregel een overbruggingswet moeten instellen. Ik snap dat best, want we zijn met z'n allen toch ook wel een beetje opgejaagd door de uitspraak van de Hoge Raad. Want er moet wel iets komen. Er moet wel iets liggen. Er ligt nu een overbruggingsregeling. Ik denk dat het doel van ons als parlement in samenwerking met de staatssecretaris is om ervoor te zorgen dat die overbruggingsregeling zo snel mogelijk zo goed mogelijk is. Dat zit hem op een aantal aspecten. Dat zit hem wat mij betreft in een verdere verfijning. Wat mij betreft zit hem dat ook bij de tegenbewijsregeling. Dat is een vraag waar ik nu op verder zou willen gaan, want ik vind dat een heel belangrijk punt. U weet dat van de VVD, want dit roep ik al een tijdje.

De voorzitter:

Ik stel voor dat u verdergaat met uw bijdrage.

De heer Idsinga (VVD):

Dank u wel, voorzitter. Ik heb het eigenlijk al een beetje gezegd. In aanvulling op de verdere verfijning van de overbruggingsregeling hebben wij gepleit voor een tegenbewijsregeling, waardoor er bij de wat meer extremere afwijkingen tussen het veronderstelde rendement en het daadwerkelijke rendement een correctie mogelijk is. Stel dat het rendement 25% of meer afwijkt van hetgeen forfaitair zou zijn genoten, dan zou het toestaan van het leveren van tegenbewijs de belastinginspecteur de ruimte kunnen geven om dit te beoordelen. De 25% afwijking is eerder door de rechter toegestaan, naar ik begrijp. De staatssecretaris heeft tijdens het laatste wetgevingsoverleg aangegeven hier best nog eens over na te willen denken, maar heeft inmiddels schriftelijk laten weten dat een dergelijke oplossing te veel zou vergen van de uitvoering van de Belastingdienst en ook van het doenvermogen van burgers. De vraag is echter of het in deze gevallen juist niet meer inspanningen zal vergen van de Belastingdienst, als men de gang naar de rechter zal gaan bewandelen. Kan de staatssecretaris hierop reageren, want ik ben op dit punt nog niet overtuigd?

Verder maakt mijn fractie zich ten aanzien van de Overbruggingswet nog steeds zorgen over de mogelijkheden van peildatumarbitrage. We hebben dit al eerder genoemd. Voor de mensen thuis: wat is dat voor woord? "Peildatumarbitrage" is het verschuiven van liquide vermogen, bijvoorbeeld beursgenoteerde aandelen, van de hoog belaste categorie "overige bezittingen" naar spaargeld rondom de enige peildatum van 1 januari en vervolgens een paar dagen later weer terug. Op die manier kan in het overbruggingssysteem een forse belastingbesparing worden gehaald. De voorgestelde regeling om deze gevolgen te beperken, zal naar het oordeel van de VVD-fractie te veel tijd slurpende discussies tussen belastingplichtigen en de Belastingdienst opleveren en dat willen we nou juist voorkomen. Ik had eerder al een aantal suggesties gedaan om dit lek te dichten, maar ik begrijp dat die op korte termijn niet kunnen worden uitgevoerd. Vandaar dat ik nu samen met de heer Grinwis — hij zal daar ongetwijfeld straks iets meer overzeggen — een amendement zal indienen om de anti-arbitrageregeling snel te evalueren, zodat deze zo nodig later alsnog snel kan worden aangepast.

U ziet het, voorzitter, er is de VVD veel aan gelegen om het overbruggingssysteem van box 3 zo solide mogelijk te maken. Ook willen we dat het houdbaar blijft, zolang we het nodig hebben. De planning was immers om per 2025 met een nieuw systeem te komen, maar onlangs vernamen wij van de staatssecretaris in een brief dat deze planning te ambitieus bleek en dat we rekening moesten houden met uitstel. Op zich was ik in eerste instantie overigens blij met die brief, want die gaf uitvoering aan mijn eerdere verzoek om een systeem van vermogenswinstbelasting verder uit te werken en te zetten naast het systeem van vermogensaanwasbelasting. Voor zover u bekend uit het debat van afgelopen zomer, heeft de VVD-fractie een voorkeur voor het systeem van vermogenswinstbelasting, omdat daarin pas belasting wordt geheven op het moment van echte realisatie van winst en dus niet over de jaarlijkse ongerealiseerde papieren winst. Mensen zonder liquide middelen om over hun papieren winst belasting te betalen komen dan niet in de problemen. Uitstel van dit definitieve systeem, hoe onwenselijk ook, pleit in ieder geval voor een dichtgetimmerde en juridisch houdbare overbruggingsregeling — daar is ze weer. In dat geval zou de VVD dus graag zien dat de drie hoofdpunten die ik heb genoemd, worden doorgevoerd. De drie hoofdpunten zijn ten eerste, verdere verfijning van de vermogenscategorieën, ten tweede, een tegenbewijsregeling, en ten derde, betere antiarbitrageregels. Daardoor zou dit in eerste instantie tijdelijke systeem zo dicht mogelijk tegen een systeem op basis van daadwerkelijk rendement aanzitten, waar we naartoe willen. Graag een reactie van de staatssecretaris.

Voorzitter. Dan wil ik stilstaan bij de ondernemers. Ik zie ...

De voorzitter:

Een ogenblikje. Ik denk dat het voorgaande vragen oproept bij de heer Nijboer.

De heer Nijboer (PvdA):

Ja, voorzitter. U zult het geloven of niet, maar hoe langer ik de heer Idsinga over box 3 hoor spreken, hoe meer ik een pleidooi hoor voor het eenvoudige voorstel van mevrouw Maatoug en mijzelf om een progressieve vermogensbelasting in te voeren.

De voorzitter:

Wat een toeval.

De heer Nijboer (PvdA):

Voorzitter, het is wel serieus, hè. De heer Idsinga zegt ook: we staan hier als politiek een beetje in ons hemd met die box 3. Over het huidige voorstel van het kabinet zegt hij: "Nou, ik geloof eigenlijk niet in die arbitrage. Ik wil het goed hebben geëvalueerd. Ik wil graag een tegenbewijsregeling, maar die krijg ik niet; die gaat er niet van komen. Dan zijn er nog de vermogenscategorieën van de vve's en dergelijke. Die worden belast, maar dat is eigenlijk onverdedigbaar. Dus ik vind het eigenlijk niks." Mijn vraag aan de heer Idsinga is dus: waarom geeft hij niet gewoon het eerlijke antwoord? Dat is dat de Belastingdienst het niet op een goede manier voor elkaar krijgt en dat het reële rendement er gewoon nooit gaat komen. Dat reële rendement wordt al bepleit sinds Lodders en mevrouw De Vries, en daarvoor nog door Neppérus, Weekers, Wiebes en al die andere VVD'ers, en trouwens ook door de andere zijdes van de Kamer. Waarom kiezen zij niet gewoon voor een simpel uitvoerbaar alternatief?

De heer Idsinga (VVD):

Ten eerste ben ik er niet van overtuigd dat dat systeem er nooit gaat komen. Het beginsel van belasting heffen op basis van het inkomen dat je genoten hebt, vind ik een fundamenteel beginsel van belastingheffing. De heer Nijboer stelt voor om belasting te heffen op basis van vermogen, dat al dan niet rendeert. Kijk eens terug naar wat de Hoge Raad daarover heeft gezegd in dat arrest. In feite ben je dan, als overheid, mensen aan het onteigenen. Daar heb ik problemen mee. Ik zal niet kiezen voor dat systeem. We hadden vroeger zo'n systeem. Dat was jaren geleden, toen ik nog studeerde in Groningen. Een van mijn vakken was vermogensbelasting. Meneer Nijboer zegt dat dat eenvoudig is. Eerlijk gezegd, want u wilt een eerlijk antwoord, dus dat krijgt u van mij, zoals altijd ...

De voorzitter:

Graag via de voorzitter.

De heer Idsinga (VVD):

Voorzitter. Een systeem van vermogensbelasting is buitengewoon ingewikkeld. Ik denk dat we daar zeker niet naar terug moeten. Ik denk dat dat een teruggang zou zijn.

De heer Nijboer (PvdA):

Ik heb helemaal geen principiële bezwaren tegen het belasten van reële rendementen. Daar ben ik eigenlijk altijd voor geweest, ook de afgelopen acht jaar, of eigenlijk al tien jaar. Maar ik ben er gewoon achter gekomen dat het er nooit van gaat komen. Dan moet je wat anders als je vermogens wilt belasten. Het is echt veel te eenvoudig om te zeggen dat het moeilijk is en dat er ook nadelen aan zitten. Natuurlijk zitten er nadelen aan, maar we hebben in Nederland ook de ozb. Dat is ook een belasting op huizen, op vermogen. Gemeentes en waterschappen heffen die, maar dat is ook een vermogensbron die wordt belast. Het is dus best in de wet te regelen. In Frankrijk en in andere Europese landen hebben ze dat ook. Je moet het misschien deels aanvullen. Misschien moet je er met een tegenbewijsregeling ook wat opties in maken. Allemaal tot uw dienst. Maar het gaat om het principe dat iets uitvoerbaar is, in plaats van nu weer al die kiezers, al die Telegraaflezers en AD-lezers te beloven dat we iets gaan doen met reëel rendement, maar eerst nog even tijdelijk wat anders gaan doen. Ik denk dat u mensen dingen belooft die er nooit van gaan komen.

De heer Idsinga (VVD):

Daarom doe ik voorstellen om het te verbeteren. Ik heb drie punten genoemd. We hebben afgesproken, ook binnen de coalitie, dat we het op deze manier gaan doen. Dus ik vind ook dat we er dan met z'n allen voor moeten gaan. Ik heb eerder gehoord van de staatssecretaris dat er hobbels op het pad zijn. Die zijn er ongetwijfeld. Maar goed, dan moeten we met z'n allen kijken hoe we die hobbels zo veel mogelijk kunnen gladstrijken. Want het gaat mij te ver om nu fundamenteel af te stappen van het idee dat we mensen belasten op wat ze echt krijgen, om in plaats daarvan te gaan belasten op basis van wat ze als vermogen hebben, waarmee je hen dus in feite onteigent. Zover ben ik niet.

De voorzitter:

Helder. Meneer Ephraim heeft ook een vraag, maar ik kan me voorstellen dat mevrouw Maatoug door wil gaan op dit punt. Gaat uw gang, namens GroenLinks.

Mevrouw Maatoug (GroenLinks):

We worden de hele tijd ingehaald door de werkelijkheid. Ik wil heel graag het volgende horen van de VVD. Als datgene wat de heer Nijboer zegt, klopt, en het uiteindelijk niet uitvoerbaar blijkt, en als je dan moet kiezen tussen niks meer heffen op vermogen of een nieuwe grondslag, waarover je in de wet gewoon eerlijk bent — dat kan ook en is in lijn met de Hoge Raad — namelijk dat de grondslag het vermogen is, welke van de twee kiest de VVD dan?

De heer Idsinga (VVD):

Volgens mij heb ik dat net gezegd. Ik kies voor het plan dat we met z'n allen gemaakt hebben. Ik vind dat we ervoor moeten zorgen dat het uitvoerbaar is. Dat is mijn antwoord.

Mevrouw Maatoug (GroenLinks):

We hebben dit debat niet voor de eerste keer. We hebben het nu al meerdere malen gehad. We zien dat de werkelijkheid ingewikkeld is. We hebben ook bij de Algemene Financiële Beschouwingen tegen elkaar gezegd: laten we nou vooruitkijken. Ik denk dat het heel goed is dat de Kamer hierover van gedachten wisselt om de richting aan te geven. De heer Nijboer zegt net ook: als dat lukt en het is uitvoerbaar, dan gaan we dat doen. Maar mijn vraag was: wat als het niet uitvoerbaar blijkt te zijn? Dan staan we voor een keuze. Volgens mij is het goed om dan ook duidelijk te zijn over de politieke preferentie. Dus wat kiest de VVD dan?

De heer Idsinga (VVD):

Er is in feite al gekozen. Er ligt nu een wet voor de overbruggingsregeling. Die regeling is uitvoerbaar; anders had die wet niet voorgelegen. Er zitten links en rechts nog wat losse eindjes aan. Ik ga ervan uit dat we de komende maanden leren wat die losse eindjes zijn en dat we die verbeteren. Dan gaan we for the time being met dat voorstel aan de slag. Maar laten we onze ogen op de bal houden, met de bedoeling om uiteindelijk te komen tot de vermogensinkomstenbelasting, die we met zijn allen hebben beoogd.

Mevrouw Maatoug (GroenLinks):

Tot slot …

De voorzitter:

Tot slot, mevrouw Maatoug. Ja, u zei het zelf al.

Mevrouw Maatoug (GroenLinks):

Uw blik was voldoende om mij tot een einde te manen. Ik heb de angst dat we dezelfde fouten maken als onze voorgangers. De heer Nijboer noemde deze fouten net goed op. We zeiden dit namelijk elke keer. En wat bleek? Die tijdelijke oplossing werd een permanente oplossing, of je bleek ergens tegenaan te lopen. Als we dit nog een keer gaan doen, wordt de tijdelijke regeling misschien wel permanent, terwijl ik net allemaal goede redenen heb gehoord waarom die tijdelijke regeling niet goed is. Mijn oproep is eigenlijk: laten we niet dezelfde fout maken als de voorgangers van de collega van de VVD. Laten we eerlijk bekijken wat de uitvoering echt kan dragen. Durf daarbij dan ook verder te kijken dan alleen hetgeen je vindt. Soms betekent dat dat je kiest voor simpel. Dan kies je soms tegen de verwachting in, en misschien wel met buikpijn, voor hele mooie linkse plannen.

De voorzitter:

Meneer Idsinga, een aansporing. U mag daarop reageren.

De heer Idsinga (VVD):

Ik denk dat ik alles hierover wel gezegd heb. Ik zou dus in herhaling vervallen, maar ik blijf vooralsnog vasthouden. Ik wil gewoon dat het slaagt. Laten we daarop inzetten. De alternatieven die hier geschetst worden, zie ik echt niet zitten.

De voorzitter:

Meneer Ephraim, u was zo aan het nadenken dat ik hoge verwachtingen heb van uw bijdrage. Gaat uw gang.

De heer Ephraim (Groep Van Haga):

Nu ga ik bijna blozen, voorzitter, maar dank u wel. Ik had eigenlijk twee vragen voor de heer Idsinga. De eerste …

De voorzitter:

Mijn lijn is altijd dat ik interrupties per vraag laat plegen. U kunt uw vragen rustig stellen, maar laten we ze per vraag en per antwoord behandelen.

De heer Ephraim (Groep Van Haga):

Ja, dat zullen we doen.

De voorzitter:

Gaat uw gang.

De heer Ephraim (Groep Van Haga):

Mijn eerste vraag was: hoezeer vreest de heer Idsinga werkelijk voor fiscale arbitrage op de peildatum? Je zal een verkoop- en aankooptransactie moeten doen. Je kent de prijs niet. Tenzij je gaat werken met repo's, derivaten of andere heel ingewikkelde instrumenten is het voor de meeste mensen niet haalbaar. Als ik de transactiekosten en moeite afweeg tegen de te verwachten belastingbesparing, denk ik niet dat het zo'n vreselijk groot risico is. Hoe denkt hij daarover?

De voorzitter:

Dat is vraag één. Meneer Idsinga, het is aan u.

De heer Idsinga (VVD):

Nou, kijk, laten we het in perspectief plaatsen, wil ik tegen de heer Ephraim zeggen. Als jouw vermogen bestaat uit een spaarrekening en daarnaast een verhuurpand, dan maak ik me daar niet zo druk over. Om de peildatum optimaal te benutten, zal je dat pand niet verkopen en dat geld op je spaarrekening zetten. Dat zie ik niet zo snel gebeuren. Ik ben er wel iets terughoudender in — "licht bezorgd", zou ik bijna willen zeggen — op het moment dat vermogen heel liquide is en heel snel verkocht kan worden met relatief weinig kosten. Ik heb in eerdere instantie een tegenvoorstel gedaan met aantal peildata. Bij één peildatum kan het nog net lonen, maar als je meerdere peildata in een jaar hebt, wordt het alweer wat ingewikkelder en duurder. Ik denk dat het in extreme, of misschien niet eens extreme maar gemiddelde, situaties nog altijd kan lonen om rondom de peildatum het geld even op een rekening te zetten waarop de belastingheffing 0% of 0,1% is.

De heer Ephraim (Groep Van Haga):

Dat gaan we zeker nog een keertje bespreken bij een kopje koffie. Het is intellectueel heel interessant.

De voorzitter:

Gaat uw gang, meneer Ephraim. Ik had u nog niet het woord gegeven.

De heer Ephraim (Groep Van Haga):

Neemt u mij niet kwalijk.

De voorzitter:

Ik vond het ook een lastig antwoord, met die mix van aanschaf in combinatie met de transactiekosten. De theorie van Williamson werd er door u ook nog even in gegooid. Gaat uw gang.

De heer Ephraim (Groep Van Haga):

Bij vraag twee kom ik toch weer even terug op het stokpaardje. De heer Idsinga zegt dat het uiteindelijk akkoord gaan met het niet volledig compenseren van de niet-bezwaarmakers omdat het te duur was, een meloen was om door te slikken. Daar geloof ik hem zonder meer in. Hij heeft uitgelegd dat het een politieke keuze was waar hij achter staat. Maar er waren natuurlijk ook andere opties geweest. Je had kunnen zeggen: gegeven het noemereffect valt de staatsschuldquote mee, dus we gaan de staatsschuld tijdelijk vergroten met dat bedrag. Of je had wat kunnen doen met het potje voor klimaatbeleid en stikstofbeleid; daar zit nog zo'n 58 miljard in, geloof ik. Als het werkelijk gaat om rechtvaardigheid en het compenseren van mensen die onteigend zijn, zou dat voor de VVD toch ook een alternatief kunnen zijn geweest? Maar daar heb ik de heer Idsinga niet over gehoord.

De voorzitter:

Wat is uw vraag?

De heer Ephraim (Groep Van Haga):

Kan de heer Idsinga uitleggen waarom die alternatieven niet door de VVD zijn besproken of wat daarop tegen is?

De heer Idsinga (VVD):

Ten aanzien van klimaat en stikstof hebben we ook grote problemen in dit land. Die zullen we ook moeten adresseren. Daar zullen we ook geld voor moeten reserveren. We hebben het over een fundamenteel groot bedrag, hè. Ik realiseer me dat ik in herhaling val, maar de keuze die door het kabinet gemaakt is — de heer Ephraim noemde het mooi: de meloen doorslikken — vind ik zuur, maar kan ik wel billijken. Dat is het enige wat ik er nog over wil zeggen.

De voorzitter:

Gaat u verder met uw bijdrage.

De heer Idsinga (VVD):

De heer Ephraim is daar tevreden mee; dat doet mij deugd.

Voorzitter. Ik wil graag even stilstaan bij ondernemers. Onze economische groei, onze welvaart en ons welzijn hebben we te danken aan hardwerkende ondernemers, innovatieve start-ups, solide familiebedrijven, het ijzersterke mkb en wereldwijd opererende bedrijven. Allemaal dragen ze bij aan herstel en groei, scheppen ze banen en maken ze innovatieve producten of bieden ze innovatieve diensten aan. Zonder ondernemers is de overheid nergens. Het geld dat de overheid uitgeeft, moet namelijk eerst verdiend worden. We moeten ondernemerschap dus blijven aanmoedigen.

Eerst ga ik even naar het mkb. Vervolgens zeg ik nog iets over grote bedrijven. Het Pakket Belastingplan bevat verschillende maatregelen die het mkb raken. Aan de ene kant worden een aantal lastenverzwarende maatregelen genomen. Aan de andere kant wordt er geld uitgetrokken ter ondersteuning van het mkb. Zo is eind vorige week in overleg met vertegenwoordigers van het mkb een pakket tot stand gekomen dat een aantal belangrijke maatregelen bevat die gericht zijn op behoud van liquiditeit in deze zware tijden en dat ondersteuning biedt bij investeringen. Binnenkort spreken we hier als Kamer verder over met elkaar.

Even terug naar de basis. In dit huis zijn we het denk ik wel eens over het basisprincipe dat werken moet lonen en dat meer werken meer moet lonen. Maar dan nog een stap verder: een fiscaal systeem moet naar het oordeel van de VVD ook prikkels bieden om ondernemerschap te stimuleren. Daarbij is het van belang om vast te stellen dat "winst" nog niet meteen "inkomen" betekent. Winst is nog niet meteen inkomen. Het resultaat uit een onderneming is noodzakelijk voor het doen van investeringen en voor innovaties, die het voortbestaan van de onderneming borgen. Verder is de winst nodig om reserveringen te maken voor slechtere tijden of voor het doen van overnames en tot slot natuurlijk ook voor het inkomen van de ondernemer zelf. Het systeem moet altijd prikkels blijven bevatten die ondernemerschap stimuleren. Is de staatssecretaris dit met mij eens? Zo ja, hoe blijft hij dit dan borgen? Hoe krijgt dit uitgangspunt verder vorm in de stelselherziening waarover hij aan het nadenken is?

De discussies over box 2 gaan vaak in de richting van: daar zit 400 miljard in, dus daar valt veel te halen. Het ibo-rapport over vermogensverdeling heeft zelfs als uitgangspunt dat de hele inhoud van box 2 vrij beschikbaar vermogen is. Wat mij betreft is dit om meerdere redenen niet het juiste vertrekpunt. De vraag blijft dus: wat zit er in die box? Wat mij betreft zijn dat drie categorieën: ten eerste ondernemingsvermogen, ten tweede oudedagsvoorzieningen en ten derde — ja, die ook — beleggingsvermogen. Het is van belang dat we deze knip maken, want alles op één hoop gooien geeft een vertekend beeld. De staatssecretaris heeft tijdens het wetgevingsoverleg van vorige week al aangegeven dat het niet eenvoudig is om deze drie categorieën afzonderlijk exact in kaart te brengen, maar ik daag hem toch uit om met iets te komen, al dan niet bij benadering, zodat we deze discussie over box 2 op basis van meer feiten met elkaar kunnen voeren, zodat we oog blijven houden voor het principe dat ondernemerschap loont. Graag een reactie van de staatssecretaris.

Dan heb ik een heel ander punt ten aanzien van het mkb. Dat punt gaat over de bpm op bestelauto's. Ten opzichte van personenauto's stoten bestelauto's relatief veel uit. Door de huidige bpm-vrijstelling is de prikkel om bij de aanschaf van een bestelauto een milieuvriendelijker alternatief te kiezen beperkt. Daarnaast levert de huidige bpm-vrijstelling ook een aanzienlijke belastingderving op. In het coalitieakkoord is besloten om de vrijstelling voor bestelauto's af te schaffen. Overigens geldt straks nog wel een vrijstelling voor zero-emissiebestelauto's, maar die zijn, op dit moment althans, nog fors duurder dan een dieselbestelauto. Zelfs als we de bpm-vrijstelling vandaag even wegdenken, is een diesel goedkoper dan een zero-emissie-uitvoering.

Voorzitter. Ondernemers kopen een bestelbus niet uit luxe maar uit noodzaak. Tegelijkertijd nemen veel ondernemers uiteraard ook graag hun verantwoordelijkheid ten aanzien van het verminderen van uitstoot. Dan moet alleen de markt voor zero-emissiebusjes in de nabije toekomst wel volwassen zijn: qua aanbod, qua laadvermogen, qua trekkracht, qua bereik et cetera, et cetera. Wat we willen voorkomen, is dat bij een onvolwassen markt ondernemers straks blijven doordieselen in hun oude, vervuilende busjes. Dan zouden we het omgekeerde bereiken van wat we willen. Om die reden vraag ik het kabinet om mij toe te zeggen om bij de behandeling van het Belastingplan 2025 en ruim voor de invoeringsdatum van de afschaffing van de bpm-vrijstelling per 2025, het liefst ergens voor de zomer van 2024, een uitgebreide en geactualiseerde marktverkenning te doen op basis van beschikbaarheid, prijsstelling et cetera. Kortom, op basis van alles wat ik net noemde en dan met name gericht op zero-emissiebestelauto's, zodat wij er zeker van zijn dat de voorgestelde vrijstelling ook tot verduurzaming gaat leiden.

Voorzitter. Dan kom ik te spreken over grote bedrijven. Terwijl ik deze in een apart blokje benoem, realiseer ik me tegelijkertijd dat ik hiermee die ogenschijnlijke, maar valse tegenstelling tussen het mkb en grote bedrijven benadruk. Het is inderdaad een valse tegenstelling. Er is geen tegenstelling. Het omgekeerde is waar. Bedrijven, groot en klein, zijn van elkaar afhankelijk. Denk eens aan die banketbakker die dagelijkse meerdere taarten aflevert op het hoofdkantoor van die grote multinational. Er is daar immers iedere dag wel iemand jarig, iemand die zijn jubileum viert of iemand die promotie maakt. Denk eens aan schilders, loodgieters, bloemisten, koffietentjes en zo kan ik nog wel even doorgaan. Grote bedrijven zijn verder ook essentieel voor ons innovatievermogen, voor verduurzaming, voor digitalisering en noem het maar op. Ze zijn goed voor 70% van de private R&D-uitgaven. Ze zijn hard nodig voor de grote transities waar het land voor staat. Grote bedrijven scheppen ongeveer 1,5 miljoen directe voltijdbanen en ze zijn indirect te relateren aan zo'n 900.000 voltijdbanen binnen het mkb. Het mkb en grote bedrijven zijn van elkaar afhankelijk. Er is dus geen tegenstelling, dat zei ik al. We moeten dus zorgvuldig omgaan met ons vestigingsklimaat. Overigens ziet een goed vestigingsklimaat natuurlijk niet alleen op de grote spelers van nu maar ook op de nu nog kleine start-ups en scale-ups, die nu al keuzes maken ten aanzien van het land waar zij tot verder groei en bloei willen komen, om daarmee de grote spelers van morgen te worden.

De toon richting de grote bedrijven is de afgelopen jaren verhard. Zeer recent onderzoek — vorige week nog — laat zien dat een op de vijf bedrijven overweegt om Nederland te verlaten. En eens vertrokken, is voor altijd foetsie. Dat mogen we niet laten gebeuren. Er zijn de afgelopen jaren forse fiscale lastenverzwaringen geweest ten aanzien van grote bedrijven. Een voorspelbare overheid en dus ook voorspelbare fiscale regels zijn van zeer groot belang voor ons vestigingsklimaat. Het is in die zin goed dat het Belastingplan 2023 behalve dan een versobering van de expatregeling niet opnieuw met forse lastenverzwarende maatregelen komt.

En ja — ik zie mevrouw Maatoug al staan — het vestigingsklimaat betreft meer dan alleen fiscale regels. Ik weet dat de Kamer hier binnenkort uitgebreider over spreekt met de minister van Economische Zaken, maar ik wil toch ook graag van de staatssecretaris horen hoe hij vanuit zijn verantwoordelijkheid hierin zit en wat zijn inzet de komende tijd zal zijn ten aanzien van ons vestigingsklimaat. Deelt hij de analyse dat het vestigingsklimaat gebaat is bij voorspelbare fiscale regelgeving en, zo ja, hoe gaat hij hiervoor zorgen?

De voorzitter:

Dat was het einde van het blokje. Mevrouw Maatoug, aan u om een interruptie te plegen.

Mevrouw Maatoug (GroenLinks):

Ik wil nog even terugspoelen. Ik was goed aan het opletten. Het gaat mij om dat stukje over de valse tegenstelling tussen het mkb en het grootbedrijf, aldus de heer Idsinga. Ik dacht: ik ga zaterdag weer boodschappen doen. Dan ga ik bij mijn groenteboer langs, en die zegt altijd: "Het is niet meer vol te houden, Senna. Ik word weggeconcurreerd. De supermarkten zijn tot 22.00 uur open en hun medewerkers krijgen lage lonen. Ik heb hier mensen die ik een fatsoenlijke baan wil geven en ik red het gewoon niet meer. Ik moet misschien dicht, want ik kan die concurrentie niet aan." Wat zegt de heer Idsinga tegen die groenteboer?

De heer Idsinga (VVD):

Ik heb het net al gezegd. Laat ik het even bij het Belastingplan houden, want dan hebben we het concreet ergens over. Met betrekking tot het belastingplanpakket hebben we vrij recent tegen het mkb gezegd dat we willen dat dat enorme bedrag van 600 miljoen — ik zeg het even uit mijn hoofd — ten goede komt aan het mkb. We hebben ook gevraagd: wat zijn jullie plannen en hoe zouden jullie dat nou zelf willen invullen? Daar gaan we binnenkort verder over praten met elkaar, want volgens mij zit dit onderdeeltje dan uiteindelijk niet in het Belastingplan, maar …

Mevrouw Maatoug (GroenLinks):

Het zit er wel in.

De heer Idsinga (VVD):

Ja, sorry.

De voorzitter:

U wordt terecht gecorrigeerd; het zit er wel in.

De heer Idsinga (VVD):

Ja, excuus. U corrigeert mij terecht; ik haal twee dingen door elkaar. Dit onderdeel zit er inderdaad wel in. Een terechte tik op de vingers van mevrouw Maatoug. Zie haar eens genieten daarvan! Alle gekheid op een stokje. Ik denk dat dat een goede ontwikkeling is en ik denk dat we moeten doen wat we kunnen om het mkb zo veel mogelijk te blijven ondersteunen. Maar ik wil weg van die tegenstelling van grote bedrijven tegenover mkb, want het mkb en de grote bedrijven hebben elkaar hartstikke hard nodig. Diezelfde groenteboer levert ongetwijfeld ook zijn groente en zijn broodjes en noem het maar op aan een aantal van die grote bedrijven.

De voorzitter:

Ik had de indruk dat mevrouw Maatoug zei dat ze met elkaar concurreerden. Mevrouw Maatoug.

Mevrouw Maatoug (GroenLinks):

Met dit verhaal kan ik niet bij mijn groenteboer aankomen. Die zegt: wat doet het kabinet dan voor mij? Het gaat mij juist niet om die tegenstelling, maar het gaat mij erom wat je concreet doet voor het kleinbedrijf. Dat is iemand die twee mensen in dienst heeft en ze een fatsoenlijke baan wil geven. Lage-inkomensvoordeel krijgen ze niet; ze maken niet echt gebruik van de werkkostenregeling, ook niet van de investeringsaftrek. Dus die groenteboer van mij heeft helemaal niks aan dat hele pakket waar de VVD nu naar verwijst en die vraagt mij: "Senna, wat moet ik daar nou mee? Ik word weggeconcurreerd. Bij ons hier op het plein gaan mensen om acht uur naar de Appie. Dus of ik ga me doodwerken of ik besta zo meteen niet meer, dus ik moet misschien wel sluiten." Ik wil dan gewoon een goed antwoord terug kunnen geven en met het verhaal dat ik net had, word ik met een gratis appel weggestuurd uit de winkel. Ik wil dus van de VVD weten: wat moet ik tegen de groenteboer zeggen?

De voorzitter:

Meneer Idsinga, wat moet Senna aankomende zaterdag tegen haar groenteboer zeggen?

De heer Idsinga (VVD):

We spreken hier over het Belastingplan. Ik denk dat mevrouw Senna Maatoug tegen die groenteboer moet zeggen wat de maatregelen zijn die we nemen in het Belastingplan ten aanzien van het mkb. Even los van alleen die groenteboer, ik trek het even breder naar het mkb als zodanig. Wat doen wij voor het mkb? We hebben een pakket van 600 miljoen; dat heb ik net al genoemd. We helpen het mkb met uitstel van coronaschulden. We helpen het mkb ook met de energierekening. Ik kan nog wel even doorgaan; we doen wat we kunnen voor het mkb. Overigens, als je het puur hebt over de fiscale maatregelen — ik pak nog even dat lijstje erbij — dan gaat het ook over verhoging van allerlei fiscale kortingen en dergelijke en over verlaging van de eerste schijf voor de ib, waar het mkb ook voordeel bij heeft, en de arbeidskostenaftrek; noem het maar op. Het is een heel pakket aan maatregelen. Laten we ons vandaag even beperken tot de fiscale maatregelen, als u het niet erg vindt; anders gaan we alle kanten op. Daar heeft ook het mkb voordeel bij.

De voorzitter:

Mevrouw Maatoug, tot slot. En ik wil u erop wijzen dat u hard door uw vragen heen gaat, hoor.

Mevrouw Maatoug (GroenLinks):

Ja. Hoeveel hadden we er eigenlijk?

De voorzitter:

Zes. En dit is uw laatste.

Mevrouw Maatoug (GroenLinks):

Is dit mijn laatste? Dan laat ik het de heer Nijboer doen, voorzitter.

De voorzitter:

Voor iemand in de commissie voor Financiën: iets beter tellen! Meneer Nijboer.

De heer Nijboer (PvdA):

Mevrouw Maatoug wil appels en ik graag een plakje worst. Want niet alleen de groenteboeren, maar ook de slagers en de bakkers klagen steen en been. Ik ben meestal alleen in het weekend in Groningen, maar ik denk eerlijk gezegd dat als ik met dit verhaal van de VVD daar bij mij om de hoek aankom, ze tegen me zeggen: Henk — of Nijboer, zeggen ze dan — kom eens even voor ons op in de Kamer, want er gebeurt niks voor ons. Wat zegt de heer Idsinga nou tegen die detailhandel? Iedereen vraagt zich af of de bakker of de slager in het dorp openblijft met dit pakket. Dan kan hij er toch niet mee aankomen om te zeggen: ze krijgen wel AWf en we hebben 600 miljoen in een envelop, maar dat is heel technisch?

De heer Idsinga (VVD):

Ik kan hetzelfde lijstje natuurlijk nog een keer opdreunen, maar dat is wat we doen. We ondersteunen mensen als het gaat om de energierekening. We ondersteunen vanuit een aantal fiscale regelingen. We hebben het pakket samengesteld dat ik net noemde. Overigens is het mkb daar hartstikke blij mee. Ik zag op social media allemaal heel positieve berichten, in ieder geval vanuit MKB-Nederland, dat denk ik toch wel een vrij representatieve samenvatting geeft van hoe men ernaar kijkt. Een heel pakket aan maatregelen dus. Ik heb ze eigenlijk allemaal al genoemd. Ik denk dat ik in herhaling verval als ik dat allemaal nog een keer ga doen.

De voorzitter:

Ik stel voor dat u uw betoog vervolgt.

De heer Idsinga (VVD):

Ja, ik ben er bijna.

Voorzitter. Tot slot wil ik het hebben over de toekomst van belastingen. Ons huidige belastingstelsel op het gebied van het belasten van arbeidsinkomen, box 1, winst, box 1, box 2 en de vennootschapsbelasting, en vermogen, box 3, dateert uit 2001. Inmiddels staat het huidige systeem door verschillende factoren onder druk. Het is te ingewikkeld en de uitvoeringscapaciteit is relatief beperkt door IT-beperkingen en personeelstekorten bij de Belastingdienst.

In het coalitieakkoord is opgenomen dat we de ambitie hebben om het belastingstelsel te vereenvoudigen en te hervormen en daartoe de eerste stappen te zetten. Dat is geen eenvoudige opdracht. Het zal naar verwachting een flink aantal jaren duren voordat deze operatie is afgerond, maar de vraag aan de staatssecretaris is of dit Belastingplan al wordt gezien als een van die eerste stappen richting hervorming. Zo ja, wat is dan precies die richting, oftewel die stip aan de horizon? Waar wil hij uiteindelijk uitkomen? Wat zijn daarbij richtinggevende basisprincipes? Principes, soms wellicht open deuren. Ik heb er al een aantal genoemd. Werken moet lonen, meer werken moet meer lonen. Prikkels en faciliteiten voor ondernemerschap. Ik heb het realisatieprincipe genoemd. Ik heb ook het draagkrachtbeginsel genoemd ... Nee, dat heb ik nog niet genoemd, maar dat doe ik bij dezen. Kan de staatssecretaris nou ook op principeniveau eens aangeven welke principes ten grondslag zullen liggen aan het nieuwe stelsel? Daar begint de discussie; die begint vanuit de principes. Dan gaan we dat vervolgens invullen. Wanneer kunnen wij die eerste gedachten hierover van de staatssecretaris zien? Vervolgens: wanneer verwacht hij zijn eerste contouren van een nieuw stelsel met de Kamer te kunnen delen? Als het aan de VVD ligt, maken we hier vaart mee.

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank voor uw bijdrage. Meneer Grinwis namens de ChristenUnie voor een interruptie.

De heer Grinwis (ChristenUnie):

Het is mooi dat de heer Idsinga aan het eind van zijn betoog nog even ingaat op de principes die onder een goed belastingstelsel moeten liggen. Hij stelt de vraag wel heel makkelijk aan de staatssecretaris, maar wat zijn nou de principes van de VVD zelf, toegepast op de huidige beleidspraktijk? Ik heb namelijk best wel vaak een beetje gefrustreerd moeten onderhandelen met een VVD die de arbeidskorting nóg verder wilde oppompen en de IACK liever nog wat wilde verlengen et cetera. Ik vind het wel mooi dat de heer Idsinga dit vraagt, maar betekent het ook dat hij komend jaar zijn VVD-fractie zal manen om niet meer voor hogere arbeidskortingen te pleiten, om maar een dwarsstraat te noemen?

De heer Idsinga (VVD):

Wat zijn die basisprincipes? Ik stel het in vragende zin. Dat lijstje dat ik net noemde, heeft een aantal basisprincipes waar wij als VVD heel goed mee uit de voeten kunnen. Denk aan "werken moet lonen". Ik zoom even specifiek in op uw vraag. Ik denk dat een toekomstig stelsel daar voldoende waarborgen voor zal moeten bieden. Laten we redeneren vanuit het heden en de toekomst. In het heden zijn we continu bezig met lapmiddelen, met pleisters plakken. Ik weet dat de heer Grinwis dat ook vindt. Ik denk dat we het daarover eens zijn. We zijn veel bezig met pleisters plakken. Maar waar ik eigenlijk naartoe wil — dat is, denk ik, de opdracht die wij samen aan deze staatssecretaris hebben meegegeven; daar heeft de ChristenUnie ook voor getekend — is het systeem vereenvoudigen, wat nog maar het begin is, en hervormen. Dat staat in het coalitieakkoord. Ik vind dat je als vertrekpunt moet nemen welke gedeelde basisprincipes je hebt. We zullen het niet altijd eens zijn over alle basisprincipes, maar ik vind het wel een belangrijk vertrekpunt. Anders weet je niet waar je naartoe gaat.

De heer Grinwis (ChristenUnie):

Nee, dat klopt. Ik denk dat we over een paar basisprincipes nog wel een robbertje zouden kunnen worstelen. Denk bijvoorbeeld aan het individu versus het collectief, of aan het huishouden. Ik vind het mooi dat de heer Idsinga focust op de bestemming, namelijk een eerlijk en eenvoudig belastingstelsel, waarin werken loont et cetera. Maar we zijn ieder jaar, bijvoorbeeld door heffingskortingen op te pompen en afbouwpaden steiler te maken in de inkomstenbelasting, de weg naar de bestemming ingewikkelder aan het maken. Onderkent de heer Idsinga dat we het ieder jaar moeilijker maken, ondanks de mooie gezamenlijke afspraak om naar een eenvoudiger en beter belastingstelsel toe te gaan? Dat doen we met coalitieakkoorden, maar dat doen we zeker in augustus, als we besluitvorming baseren op koopkrachtverbeteringen en dat soort nobele zaken. Het belastingstelsel is vaak het slachtoffer van die augustusbesluitvorming.

De heer Idsinga (VVD):

De heer Grinwis stelt een terechte vraag. We maken het niet moeilijker om het moeilijker te maken. Dat is nooit het doel. We gaan uiteindelijk rekenen met elkaar. Dan komen we tot de conclusie dat sommige groepen extra ondersteuning nodig hebben. Dan knutselen we wat aan een vrijstelling of aan een afbouwpad. Maar dat doen we wel met een goede reden. Ik loop er ook niet voor weg dat we dat gedaan hebben in het verleden. Maar als je nu het kabinet de opdracht meegeeft om opnieuw te kijken naar zo'n systeem, fundamenteel, dan is dat een ongelofelijke kans om met nieuwe plannen te komen die daar misschien iets minder van afhankelijk zijn. Maar dat vereist ook van u en mij de discipline dat we niet ieder jaar dat systeem gebruiken om onze politieke hobby's in kwijt te raken. Dat wordt dus best interessant.

De heer Stoffer (SGP):

Een prima bijdrage van de heer Idsinga. In grote delen kan ik mij goed herkennen. Ik heb één ding gemist. Ik ben de beroerdste niet, dus ik dacht: dan breng ik dat nog wel even op.

De voorzitter:

Dat siert u.

De heer Stoffer (SGP):

Ik doel op de inkomensafhankelijke combinatiekorting. We hebben er in het WGO over gesproken. De heer Omtzigt heeft daar toen een paar opmerkingen over gemaakt. Wat zegt de heer Idsinga tegen de ouders die dadelijk, op 1 januari 2025 — dat duurt natuurlijk nog een tijdje — een kind krijgen?

De voorzitter:

Meneer Idsinga, wat zegt u tegen die ouders? Gefeliciteerd?

De heer Idsinga (VVD):

Nou, in eerste instantie zeg ik inderdaad "gefeliciteerd". De voorzitter haalt me de woorden uit de mond, maar dat is niet het antwoord waar de heer Stoffer op zit te wachten. Het is namelijk inderdaad de overgangsregeling. Het wordt nu een beetje technisch, maar de overgangsregeling zoals die er nu ligt, heeft een vrij scherpe afbouw. Is het afbouw? Die heeft vrij scherpe consequenties, laat ik het zo maar even noemen.

We hebben met elkaar besloten dat we uiteindelijk af willen van die IACK-regeling. Dat is het vertrekpunt. Vervolgens is de vraag: hoe? Er ligt een aantal alternatieven op tafel. Dan kan je zeggen dat we dat op de manier doen waarop het er nu ligt. Daarvan zegt de heer Stoffer dat hij dat geen fraaie uitkomst vindt. Het geldt namelijk wel voor of na een bepaalde datum, of je nou wel of niet een kind hebt gekregen. Dat heeft nogal fiscale impact. Dat is niet fraai. Dat snap ik. We kunnen het ook doen op de manier die de heer Stoffer voorstelt. Ik weet namelijk al wat hij gaat voorstellen, want ik heb zijn conceptamendement al gezien. Zijn voorstel is om geen nieuwe kortingen te verlenen en bestaande rechten langzaam af te bouwen. Dat komt de facto neer op een lastenverzwaring voor werkende ouders en dat zie ik niet zitten. De plannen van de heer Stoffer komen neer op een lastenverzwaring voor werkende ouders van 8 miljard. Dat is een optie.

Een andere optie is om het langzaam af te bouwen, bestaande kortingen na te komen en nieuwe kortingen tot een aflopende hoogte mee te nemen. Dat zou heel sympathiek zijn, denk ik. Maar we moeten dan ook eerlijk zijn; dat kost ongelooflijk veel geld ten opzichte van de huidige situatie. In combinatie met bijna gratis kinderopvang in de toekomst is dat niet waar wij voor gekozen hebben. Wij hebben er wel voor gekozen — daar ben ik gewoon eerlijk in — om in ieder geval voor de bestaande gevallen nog zo lang mogelijk deze aftrekpost, die voor heel veel middeninkomens vaak de enige en best een hele grote aftrekpost is, op deze manier in stand te houden. Ik ben het met u eens dat het eindresultaat … Het is vrij ingewikkeld.

De voorzitter:

Het is ook een lang antwoord. Meneer Idsinga, ik wil u vragen om iets compacter te antwoorden. Is het voor u voldoende, meneer Stoffer?

De heer Stoffer (SGP):

Nee, maar dan ben ik door mijn interrupties heen.

De voorzitter:

Dat is aan u.

Nogmaals dank voor uw plenaire bijdrage, meneer Idsinga. Dan zijn we aangekomen bij onze derde spreker, de heer Alkaya namens de fractie van de Socialistische Partij.

De heer Alkaya (SP):

Voorzitter, dank u wel. Wij staan helaas aan de vooravond van een economische recessie. Daar lijken de meeste mensen het ondertussen wel over eens. Wij weten allemaal wie daar helaas weer de dupe van zullen worden, namelijk de mensen die al moeite hadden met rondkomen. Mensen wiens koopkracht al jaren achterblijft bij de economie of zelfs achteruitgaat, zoals de ouderen. De regering weet het natuurlijk ook. De regering ziet dit ook en erkent dat de koopkrachtstijging die zij aan ouderen belooft voor volgend jaar uiterst onzeker is. De regering weet namelijk donders goed dat de 2,6% inflatie waar zij mee rekent onrealistisch is. Desondanks zegt de regering nu al te weten dat de inkomensondersteuning voor ouderen niet meer nodig zal zijn en dat daarom de zogenaamde IO-AOW afgeschaft kan worden.

Omdat die afschaffing tijd kost, wordt de inkomensondersteuning de komende jaren alvast met 80% verlaagd. Na lang doorvragen in het wetgevingsoverleg werd dan ook duidelijk waarom de regering dit doet. Het geld dat deze bezuiniging oplevert, wordt namelijk gebruikt om de AOW gekoppeld te houden aan het minimumloon. Het behoud van een fundamenteel verworven recht van ouderen wordt door de regering dus bekostigd met een sigaar uit eigen doos. Dat is asociaal en onnodig. Daarom zal de SP voorstellen om de Inkomensondersteuning AOW volgend jaar niet te verlagen en dit te betalen door de winstbelasting voor grote ondernemingen te verhogen. Als de regering nog enigszins een sociaal hart heeft, zal die ons voorstel omarmen. Is de regering bereid om dat te doen? De SP zal vanzelfsprekend ook tegen de afschaffing van de IO-AOW stemmen. Maar dit gaat dus over de verlaging van komend jaar en het jaar daarop.

Voorzitter. Wij stellen voor om dit te betalen met een verhoging van de winstbelasting voor grote multinationals, omdat het met die bedrijven nog steeds wél goed gaat. Wij zien de winstcijfers van grote bedrijven stijgen, niet alleen in de olie- en gassector, die de regering terecht extra wil belasten. Ook het vermogen van miljonairs en miljardairs stijgt. De groep miljardairs in Nederland blijft groeien, zo kopte Het Financieele Dagblad vorige week. Daarom heeft de SP twee amendementen ingediend om de allerrijkste Nederlanders en grote ondernemingen eerlijker te belasten. Dit levert bij elkaar structureel bijna 12 miljard op, per jaar dus, waarmee de lasten van mensen kunnen worden verlaagd of publieke voorzieningen kunnen worden gefinancierd. Wat vindt de regering daarvan? Want hoewel de regering maatregelen neemt om ondernemers, beleggers en werknemers iets minder ongelijk te belasten, blijft er een verschil bestaan tussen de zogeheten "marginale toptarieven". De regering zegt het onderscheid verantwoord te vinden, omdat ondernemers en beleggers meer risico zouden nemen. Dit laat voor mij zien dat de emancipatiestrijd van arbeid nog lang niet gestreden is. De praktijk is namelijk dat arbeid uiteindelijk de bron van alle welvaart is. Natuurlijk zijn ondernemers en beleggers ook belangrijk, die zijn ook nodig, maar waar zouden zij met hun grote zakken geld en prachtige ideeën zijn zonder hardwerkende Nederlanders die ze in de praktijk brengen? De regering faalt erin om deze waarheid onder ogen te zien. Daarom zal de SP voorstellen om de overgebleven verschillen tussen belastingtarieven weg te werken door de grote ondernemingen en beleggers eerlijker te belasten. Ik heb het dan dus over die marginale toptarieven.

De regering faalt ook bij het onder ogen zien van een andere waarheid, namelijk dat haar eigen keuzes de uitvoering door het staatsapparaat onder druk zetten. Zo is er bij de compensatie van de te veel betaalde box 3-belasting voor de weg gekozen die overmatig veel werk oplevert voor belastingplichtigen enerzijds, maar ook voor de Belastingdienst aan de andere kant. Honderdduizenden mensen tekenen daarom nu bezwaar aan. Als de huidige instroom doorzet, geeft de regering zelf aan dat de Belastingdienst te weinig capaciteit zal hebben om alles te behandelen. Daarom wordt er nu met stoom en kokend water alweer aan een nieuwe spoedwet gewerkt, een zogeheten "massaal bezwaar plus". De SP is voor een eerlijke overheid, die de eigen bevolking in beginsel gewoon vertrouwt, zodat mensen ook hun eigen overheid weer kunnen vertrouwen, maar helaas gaan wij met deze regering regelrecht de verkeerde kant op en dalen wij af naar een samenleving waarin de overheid en de bevolking elkaar steeds minder vertrouwen. Waarom zet de regering deze foute plannen door, ondanks voorstellen uit de oppositie om het anders doen, bijvoorbeeld bij de huidige, chaotische situatie rondom die vermogensrendementsheffing? Is het dan toch "zo plat als geld", zoals de VVD-fractie aangaf? Voelen de regering en de coalitie zich dan niet verantwoordelijk voor deze teloorgang, voor een samenleving waarin we elkaar allemaal wantrouwen, waarin de regering en de overheid de mensen wantrouwen en waarin de mensen de overheid wantrouwen? Dat is gewoon niet goed.

Voorzitter. Deze regering staat er ook om bekend dat ze wegduikt voor moeilijke keuzes en zich verschuilt achter onderzoeken, externen en commissies om zelf maar geen politieke besluiten en politieke verantwoordelijkheid te nemen. Bij gebrek aan een gedeelde maatschappijvisie in de coalitie wordt de verantwoordelijkheid zo veel te vaak weggeorganiseerd en worden noodzakelijke besluiten onnodig vertraagd. Dat is niet alleen zo bij de meest opvallende onderwerpen, zoals bij stikstof, maar ook bij belastingen. Zo blijft btw op openbaar vervoer bestaan — als het aan de regering ligt, althans — omdat er nog een onderzoek loopt naar zogenaamde "prijsprikkels" in het openbaar vervoer. We moeten dus eerst uit een onderzoek vernemen dat als dingen goedkoper worden, ze aantrekkelijker worden, voordat we zo'n belastingmaatregel kunnen schrappen. Wij stemmen deze week over dit Belastingplan en toevallig komen de onderzoeksresultaten van dat onderzoek naar de prijsprikkels in het openbaar vervoer een of twee weken later. De regering zegt dus dat het niet anders kan dan dat trein- en buskaartjes volgend jaar nog duurder worden, omdat de prijzen verhoogd zullen worden, terwijl de regering dat zou kunnen tegenhouden door de btw op openbaar vervoer te schrappen, zoals veel andere landen al hebben gedaan. Dat is onnodig en asociaal. Daarom stelt de SP voor om de btw op openbaar vervoer nu op nul te zetten en dit te betalen door de belastingvoordelen voor expats af te schaffen. Want het is oneerlijk dat buitenlanders op dit moment minder belasting hoeven te betalen dan Nederlanders terwijl zij precies hetzelfde werk doen. Daar profiteren expats en multinationals van, maar de rekening is voor de samenleving, niet alleen in de vorm van minder belastinginkomsten, maar ook in de vorm van onrecht en veryupping van hele volkswijken in onze steden. De regering zou de kant van die volkswijken moeten kiezen, net als de regering de kant zou moeten kiezen van de hardwerkende Nederlander die slechts één keer per jaar op vakantie gaat. Maar ook in dat geval kiest de regering juist voor de andere kant. De regering kiest voor de buitenlandse transferpassagiers. Ook al zorgen transferpassagiers uit het buitenland voor dezelfde uitstoot als zij een vlucht nemen, ook al zorgen ze voor dezelfde geluidshinder, zij betalen geen vliegbelasting, terwijl de vliegbelasting voor de Nederlander verdrievoudigt. De regering wil dat oneerlijke onderscheid in stand houden, maar de SP stelt voor om iedereen gelijkwaardig te behandelen. Gelijke monniken, gelijke kappen.

Zo wil de SP ook dat mensen die vluchten voor oorlog en geweld, gelijk behandeld worden door de regering. De regering behandelt vluchtelingen uit landen als Syrië en Irak anders dan vluchtelingen uit Oekraïne. Wij zijn tegen deze vorm van discriminatie. In het wetgevingsoverleg heeft de regering geen enkel goed argument gegeven waarom de toeslagen van een familie die vluchtelingen uit Syrië opvangt, wel worden gekort en die van een familie die vluchtelingen uit Oekraïne opvangt niet. Het enige argument was: Oekraïners worden op allerlei andere manieren al anders behandeld, dus dan kunnen we ze op deze manier ook wel anders behandelen. Als de regering volhardt in deze vorm van discriminatie, dan zal de SP samen met GroenLinks een voorstel indienen om de toeslagen van geen enkel huishouden te korten als dat een erkende vluchteling opvangt waarvan is bewezen dat die daadwerkelijk vlucht voor oorlog of geweld en niet om een andere reden in ons land is.

Voorzitter, tot slot. We gaan naar alle waarschijnlijkheid dus een moeilijk jaar tegemoet, op economisch vlak maar ook op allerlei andere terreinen. Daar hoort beleid bij dat solidariteit bevordert en dat de samenleving bij elkaar houdt, bij elkaar brengt en niet verder uit elkaar drijft.

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Alkaya. Ik wil voorstellen om kort te schorsen in verband met de wisseling van het voorzitterschap. Dan kunt u even de beentjes strekken en de handjes wassen.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

Voorzitter: Bergkamp

De voorzitter:

Ik geef het woord aan de heer Romke de Jong van D66.

De heer Romke de Jong (D66):

Voorzitter, ik kon niet wachten, dus ik dacht: ik ga alvast staan.

We hebben in het wetgevingsoverleg al veel gesproken over de vele, vele details van dit Belastingplan, dus ik zal proberen om me in deze plenaire behandeling tot de hoofdzaken te beperken. Als ondernemer in de Kamer kende ik vooral het deel over belasting betalen, maar nu gaat het over belasting innen en is er een wereld voor mij opengegaan. Maar de wereld verandert snel. Piepend en krakend rijdt de belastingtrein langzamer. Nieuwsuur zei het afgelopen jaar al: computer says no. We hebben het belastingstelsel complex gemaakt en nu vernieuwing gewenst is, gaat dat niet zonder slag of stoot. Dat zien we terug als het gaat over het nieuwe stelsel voor reëel rendement. Hoe gaan we om met het afschaffen van toeslagen of iets simpels als 0% op onbewerkte groente en onbewerkt fruit? Ik geef hier nogmaals een compliment aan de staatssecretaris, omdat hij zich inspant voor een versimpeling van ons belastingstelsel.

Voorzitter. Het kabinet voert een historische koopkrachtreparatie uit. Het minimumloon stijgt met 10%. Ik noem ook de huurtoeslag, de zorgtoeslag, de uitwonende beurs, het prijsplafond, het pakket voor het mkb, de AOW, het kindgebonden budget en de energietoelage. Overal in Nederland worden mensen geholpen met de inflatie, waar we allemaal van geschrokken zijn. Het is belangrijk dat we een armoedeval van miljoenen Nederlanders voorkomen, maar we kunnen niet alles opvangen. We moeten ervoor zorgen dat degenen die de steun het hardst nodig hebben, die ook ontvangen. Maar we moeten ook erkennen dat we de crisis allemaal zullen voelen. Er kleven ook nadelen aan het noodverband dat is aangelegd. De marginale druk in ons toch al ingewikkelde stelsel kan nog verder oplopen. Het is altijd ingewikkeld om ervoor te zorgen dat de mensen het beleid weten te vinden en dat het beleid de mensen weet te vinden. Daarom is het na dit noodverband wat D66 betreft echt tijd om naar de operatiekamer te gaan voor een structurele ingreep.

De manier waarop we de inkomensverdeling in Nederland georganiseerd hebben, is te ingewikkeld. Ik ken vrijwel niemand zonder een diploma fiscale economie die echt begrijpt wat precies zijn marginale of gemiddelde lastendruk is. We moeten simpelere manieren vinden om aan inkomensondersteuning te doen. We moeten toe naar een manier die iedereen begrijpt. De eerste stap wordt gezet door de kinderopvangtoeslag om te vormen naar een generieke financiering van 96%. Ik sta te trappelen om verder te gaan: gratis kinderopvang voor iedereen en een belastingstelsel zonder toeslagen, een stelsel waarbij duidelijk is hoeveel extra uur werken nu precies betekent in belastingdruk en wat het daadwerkelijk oplevert.

Voorzitter. Het klimaat mag hier niet onbenoemd blijven. De KEV heeft laten zien dat we ons keihard moeten inzetten om de CO2-doelstellingen te halen. Dat moeten we niet alleen doen voor de leefbaarheid van onze planeet, maar ook voor de soevereiniteit en de stabiliteit van ons continent. We moeten energieonafhankelijk worden van buitenlandse mogendheden, zoals Rusland, die onze democratie en vrijheid bedreigen. Dit Belastingplan bevat ook veel groene plannen, zoals het eerlijk en voorspelbaar beprijzen van de uitstoot van de industrie. Ik ben ook blij met de aanscherping van de CO2-heffing en de introductie van een CO2-minimumprijs. Verduurzaming loont al voor Nederland, maar nog niet voor veel bedrijven. We moeten de negatieve externe effecten van uitstoot eerlijk beprijzen, zodat bedrijven de juiste afweging kunnen maken. Een goede ondernemer rekent op de lange termijn. Het is dus goed dat de CO2-minimumprijs garanties stelt aan de minimumopbrengst van verduurzaming. Ik kijk uit naar de evaluatie van de minimumprijs, die volgend jaar komt, want ik verwacht dat dit grote impact zal hebben.

Voorzitter. Ik wil het nog even hebben over de laatste nota van wijziging, over de steun en lastenverlichting die we geven aan het mkb. Ik ben blij dat de staatssecretaris hierin een balans heeft kunnen vinden tussen verduurzamingsmaatregelen en fiscale voordelen, zodat ondernemers juist in deze tijd geld in hun bedrijf kunnen houden. Dat is hard nodig met de snel stijgende kosten, die niet altijd even snel opgevangen kunnen worden door bedrijven. De willekeurige afschrijvingen en de WKR kunnen hierin helpen. Daarnaast is mijn partij verheugd met de extra 150 miljoen voor de EIA en de MIA. Zo kunnen ondernemers makkelijker en voordeliger investeringen doen om te verduurzamen en om daarmee ook te besparen op de energiekosten.

Voorzitter. Ik wil nog één keer terugkomen op de verdragen: het Verdrag van Chicago uit 1944 over de luchtvaart en de Akte van Mannheim uit 1868 over de binnenvaart. Beide verdragen beperken significant de mogelijkheden voor landen om de uitstoot van die sectoren te beprijzen. Het blijft in een tijd waarin er in minder dan een decennium een compleet andere wereld is ontstaan toch bizar dat verdragen van tientallen jaren of meer dan 100 jaar oud ons zo beperken om de grootste crisis van onze tijd aan te pakken. Hierbij heb ik twee vragen aan de staatssecretaris. Welke verdragen hebben nog meer een dergelijke werking? Zijn er pogingen ondernomen om de verdragen te hervormen, en hoe zijn die pogingen gestrand?

Voorzitter. Dan heb ik een aantal kleinere punten. Ik begin met de bpm op bestelauto's. Ik hoorde de heer Idsinga van de VVD daar ook over. De bpm op bestelauto's is een ingewikkelde operatie geworden. Ik baal er nog steeds van dat de gefaseerde invoering in drie stappen, zoals afgesproken in het coalitieakkoord, niet mogelijk bleek en dat we daardoor later beginnen met de afbouw van de vrijstelling. Toch ben ik blij dat we nu een tussenoplossing hebben gevonden, want het is belangrijk om snel aan de slag te gaan met verduurzaming van het wagenpark. De markt ontwikkelt zich in een razendsnel tempo. Alleen al dit jaar zijn er zo veel elektrische bestelbussen op de markt gekomen, en dan is er nog alles wat de komende twee jaar op de markt komt. We hebben natuurlijk kunnen zien hoe snel het momenteel gaat met het personenvervoer. We hebben er vertrouwen in dat ondernemers ook buiten hun bedrijf verdergaan met verduurzaming.

Niet alleen het wagenpark van ondernemers moet verduurzamen, maar ook personenauto's moeten dat. Daar mogen we mensen heus een handje bij helpen door elektrisch rijden aantrekkelijk te maken. Vooral nu we de accijnzen op benzine een extra jaar hebben verlaagd, moet het ook aantrekkelijk blijven om elektrisch te rijden. Elektrificatie van het wagenpark is immers het uiteindelijke doel. Daarom heb ik ook een amendement ingediend om het verlaagde tarief voor laadpalen nog iets langer door te trekken, om meer mensen te verleiden een elektrische keuze te maken.

Voorzitter. Dan de ov-abonnementen. Ook hier blijf ik pleiten om, kortgezegd, niet zo moeilijk te doen over het verstrekken van ov-abonnementen aan werknemers. Het zou een werkgever vrij moeten staan om zijn werknemer een ov-abonnement te geven om op het werk te komen. Als er dan een maand is waarin een werknemer veel thuiswerkt, dan maakt niemand daar meer kosten door, behalve misschien de werkgever, maar die bespaart zich het hele administratieve circus van het declareren van de ov-kosten van die reizen.

De heer Idsinga (VVD):

Ik ondersteun D66 samen met de coalitie van harte als het gaat om laadpalen. Het is natuurlijk heel belangrijk dat de elektrische auto overal in het land op een betaalbare manier kan worden opgeladen. Mijn vraag gaat eigenlijk even over die bestelbusjes, want ik heb daar net inderdaad ook het een en ander over gezegd. Ik maak me wel een beetje zorgen over de beschikbaarheid en de actieradius van die busjes. Deelt de heer De Jong die zorgen? Als die beschikbaarheid en dergelijke niet voldoende op tijd geregeld zijn, is hij dan, net als ik, niet bezorgd dat dat voor heel veel ondernemers misschien wel een prikkel zou kunnen zijn om in hun oude, vieze dieselbusjes rond te blijven rijden?

De heer Romke de Jong (D66):

Die laatste zorg deel ik absoluut met de VVD. We moeten voorkomen dat ondernemers lang door blijven rijden in vervuilende diesels, want we willen er net als de VVD voor zorgen dat het wagenpark zo veel mogelijk geëlektrificeerd wordt. Maar de zorgen die de heer Idsinga heeft over de snelheid van de transitie deel ik minder. Twee jaar geleden was er voor personenvervoer slechts één model auto echt op de weg, maar ik heb kunnen zien dat bijna elke fabrikant zijn complete gamma nu al heeft geëlektrificeerd. Ik begrijp dat de heer Idsinga zorgen heeft over andere zaken die voor personenauto's niet spelen, bijvoorbeeld hoelang zo'n busje achter elkaar kan rijden, want die ondernemer moet gewoon ondernemen. En wat kan het bijvoorbeeld aan aanhanggewicht trekken? Veel ondernemers hebben namelijk een kar achter de bus. Die zorgen deel ik, maar als ik zie wat er nu op stapel staat, waar fabrikanten nu mee bezig zijn en wat het tijdpad is waarmee wij hier in de Kamer werken, dan denk ik dat het allemaal reuze meevalt.

De heer Idsinga (VVD):

Ik ben blij om te horen dat de heer De Jong daar zo optimistisch over is. Ik hoop overigens dat dat terecht is, want ik heb er wat CBS-gegevens op nageslagen. De gemiddelde bestelbus rijdt ongeveer 163 kilometer per dag. Als dat in de stad is, met veel oplaadpunten, moet het op zich lukken om dat te regelen, maar de wat grotere elektrische bestelbussen hebben nu een bereik van ongeveer 120 à 115 kilometer en soms — dan zitten ze dus net aan de goede kant — van 200 kilometer. Er moet de komende jaren dus nog wel wat gebeuren. Is de heer De Jong het met mij eens dat we vlak voordat deze nieuwe regeling ingaat, toch nog even goed moeten kijken wat er wel of niet beschikbaar is op die markt?

De heer Romke de Jong (D66):

Ik denk dat het grootste verschil tussen de VVD en mijn partij is dat de VVD nu achteromkijkt met de cijfers van het CBS en dat wij graag vooruit willen. Nu doe ik even flauw, maar kijkend naar waar fabrikanten nu mee komen, staat er ongelofelijk veel op stapel. Dat gaf ik ook in mijn eerste ronde aan. De zorgen van de heer Idsinga — kan die bus ver genoeg? — deel ik, maar kijkend naar waar fabrikanten nu mee komen, denk ik dat we dat probleem kunnen ondervangen. Uw tweede vraag was of ik bereid ben om te kijken of het genoeg is. Uiteraard! Ik ben het met u eens dat we die vinger aan de pols moeten houden en ervoor moeten zorgen dat die ondernemer echt wat te kiezen heeft, maar uiteindelijk gaat het er hier in deze Kamer ook om dat we de keuze maken om niet alleen het personenvervoer te elektrificeren maar om ook voor de ondernemers die stap te willen maken. Hopelijk kunnen we die stap samen zetten.

De voorzitter:

Ik kijk even naar de heer Alkaya van de SP.

De heer Alkaya (SP):

Ik moest even het amendement erbij zoeken, want het is allemaal last minute. Ik zag dat het amendement een paar dagen geleden is ingediend. Het gaat ook om de vraag hoeveel geld dit kost. De Rekenkamer heeft allang becijferd dat het subsidiëren van elektrisch rijden een van de duurste manieren is om de CO2-uitstoot te verminderen. Ik snap het dus eigenlijk niet zo. Zouden we dat geld — ik zag dat het een vrij bescheiden bedrag is, komend jaar om en nabij 20 miljoen en in 2024 nog iets meer — niet op een veel betere manier kunnen besteden aan het openbaar vervoer? Waarom juist nu dit amendement, terwijl er zo veel opgaven in het openbaar vervoer zijn?

De heer Romke de Jong (D66):

Daar verbaas ik me nou weer over, want ik dacht dat de heer Alkaya en ik elkaar konden vinden op het punt van het verduurzamen en het groener maken van ons wagenpark. Ik vind het dan best lastig uit te leggen dat we er wel voor zorgen dat accijnzen verlaagd worden, dus dat benzinerijders daar voordeel van hebben, maar dat we vervolgens het elektrisch laden duurder gaan maken. Dat vind ik niet eerlijk. Daarom hebben we een amendement ingediend om ervoor te zorgen dat elektrisch rijden aantrekkelijk blijft en dat mensen die keuze ook kunnen maken. Ik hoop dat ik u daarbij aan mijn zijde vind.

De heer Alkaya (SP):

Het is het een of het ander. De accijnzen op benzine zijn niet structureel verlaagd. Daar zou ik ook tegen zijn. Die zijn incidenteel verlaagd, omdat mensen problemen hebben met het betalen daarvan en er nu koopkrachtmaatregelen nodig zijn. Ik hoef de maatregelen van de regering niet aan de heer De Jong uit te leggen. Alleen, de heer De Jong presenteert zijn amendement over het verlagen van de belastingen op elektrische auto's — dat is de zoveelste subsidiëring en oversubsidiëring van elektrisch rijden — als een milieumaatregel. Ik geef aan hem aan dat de Algemene Rekenkamer daar allang onderzoek naar heeft gedaan. Die heeft becijferd dat als je de CO2-uitstoot wil verminderen, het duurste wat je kunt doen het nog meer subsidiëren van de elektrische auto's is. Ik kan dus alleen maar constateren dat de D66-fractie dit dan niet doet voor het klimaat, zoals hij aangeeft. Dat levert namelijk bijna niks op. Dan zou hij veel beter andere dingen kunnen doen, bijvoorbeeld openbaar vervoer stimuleren. Maar dit is bedoeld om die elektrische rijder ook een cadeautje te geven, omdat mensen die moeite hebben met het betalen van de rekening, binnen de koopkrachtmaatregelen vallen. De elektrische rijder zou erbuiten vallen, dus dat moest dan ook even geregeld worden. Het is een cadeautje voor de achterban. Geef dat nou gewoon toe.

De heer Romke de Jong (D66):

Ik ben toch wel enigszins teleurgesteld over deze reactie, want hier gaat het juist helemaal niet om. U heeft ook kunnen zien dat de keuze om elektrisch of op benzine te rijden momenteel heel erg veel kleiner is geworden. Als die mensen nu de keuze hebben om hun diesel in te ruilen, wil ik heel graag elektrisch vervoer aantrekkelijk houden. Dat doen we nu al. Dat geeft de heer Alkaya ook toe. Het kabinet heeft daar subsidies voor beschikbaar, zodat elektrisch rijden aantrekkelijk gemaakt wordt. Maar ik wil ervoor zorgen dat, nu de accijnzen zijn verlaagd voor benzineauto's, het tijdelijk ook aantrekkelijk wordt om te laden. Daarmee hoop ik ook de stimulans te geven dat mensen de keuze maken om elektrisch te rijden en dat ze niet kiezen voor een auto op fossiele brandstoffen. Dat is de keuze.

Voorzitter, met uw goedvinden kom ik nog even terug op het ov. De heer Alkaya zei eigenlijk: kies ook voor dat ov. Volgens mij was ik net bij dat onderwerp. Ik vertelde ook dat ik heel graag wil dat het voor werknemers makkelijker wordt om met het ov te gaan. Ik heb nog steeds best weleens moeite met de voordelen van de leaseauto en de enorme administratieve rompslomp rond de door de werkgever vergoede ov-kaart. Ik hoop dan ook op steun van de heer Alkaya voor het versterken van het ov voor de werknemer.

De voorzitter:

Dank u wel. U vervolgt uw betoog.

De heer Romke de Jong (D66):

Ik zou graag door willen gaan naar btw op zonnepanelen. We zijn natuurlijk verheugd dat de btw op zonnepanelen naar 0% gaat. Dat maakt de rompslomp veel minder groot voor particulieren die willen verduurzamen. Dat is in deze tijd van hoge energieprijzen enorm wenselijk. Daarom schrokken wij van het bericht in het verenigingsblad Eigen Huis. Hierin wordt verwezen naar een enquête van het vakblad Solar waarin 53% van de ondervraagde installateurs consumenten meer wil laten betalen voor installatie. De Vereniging Eigen Huis heeft de minister van Financiën reeds opgeroepen om huishoudens te beschermen en om meteen vanaf volgend jaar toezicht te houden. Deze oproep wil ik graag aan de staatssecretaris doen. Ik wil ook vragen naar zijn reflectie op dit bericht.

Voorzitter. Vergroening zit ook in kleine dingetjes. We willen allemaal stimuleren dat we goed nadenken over onze consumptie. Daarom is tweedehands ook zo mooi. Twee mensen kunnen op die manier genieten van één product. Daarbij zorgt de wet over de digitale platformeconomie toch nog voor wat onduidelijkheid. Platformen moeten transacties doorgeven aan de Belastingdienst als zij redelijkerwijs weten dat de transactie heeft plaatsgevonden en wat de tegenprestatie was. Daarover de volgende vraag aan de staatssecretaris. Hoe wordt van een platform verwacht dat zij de vraagprijs kennen als de betaling bijvoorbeeld cash afgedaan wordt en niet via het platform? De vraagprijs lijkt me niet zo'n goede maatstaf op een website met tweedehandsspullen. Daarop wordt toch vaak afgedongen.

Voorzitter. Dan box 3. Ik heb het in deze Kamer al vaak aangekaart, en ik blijf het doen, al is het tot 2026. Ik maak mij namelijk zorgen over het pad naar 2026. Ik heb vorige week de staatssecretaris hier ook al op bevraagd. De antwoorden stellen mij niet gerust. De staatssecretaris wijst op het wetgevingsproces. Het kost tijd om wetgeving te maken. Het kost tijd om die te toetsen. Het kost tijd om die te behandelen. Dat is allemaal waar. Maar de uitvoering is ook een hele belangrijke variabele in het tijdspad. De uitvoering is immers de reden dat we heel lang een nee te horen hebben gekregen op de vraag of we niet over konden naar een stelsel van daadwerkelijk rendement. Uiteindelijk is er toch een manier gevonden om dat uitvoerbaar te maken. Dan vind ik het wel belangrijk om de vinger aan de pols te houden, want het kan zo gebeuren dat het nieuwe stelsel weer op uitvoeringsbezwaren stuit. Daarom moeten we bestuurlijk de vinger aan de pols houden om ervoor te zorgen dat we sturing kunnen geven aan dit proces. Ik vraag nogmaals aan de staatssecretaris hoe hij dit gaat doen en ik overweeg op dit punt een motie.

Dan heb ik nog één specifieke vraag over de overbruggingswet van box 3. We willen met deze wet de juridische bezwaren van de rechter wegnemen door bijvoorbeeld te werken met een meerjarig gemiddelde. Wat ik me afvraag: worden die juridische bezwaren ook weggenomen als het gaat om beleggingen waarvan vooraf bekend is dat het onder een bepaald rendement blijft? Dat is bijvoorbeeld het geval bij spaarbeleggingen met garanties. Ik zou namelijk niet willen dat we straks toch weer een tijdelijk stelsel hebben dat juridisch niet houdbaar is. Graag een reactie van de staatssecretaris. Hoe kijkt hij daartegen aan?

Voorzitter. Dan de miljonairstaks. Zoals u weet, zetten we vandaag wat D66 betreft een eerste stap als het gaat over de aanpak van vermogensongelijkheid. Dat doen we bijvoorbeeld door het lage Vpb-tarief te verhogen, het tarief in box 3 te verhogen en de leegwaarderatio aan te pakken. Over die laatste wil ik overigens van de staatssecretaris graag een harde toezegging dat die over vijf jaar echt opnieuw bekeken wordt. Wat betreft de vermogensongelijkheid nemen we dus die eerste stap. De volgende stap die we serieus willen bekijken, is een miljonairsbelasting. Met een miljonairsbelasting vragen we wat extra van degenen die het kunnen missen. We hebben zelfs in ons verkiezingsprogramma een variant opgenomen waarbij we 1% belasting heffen over het eerste miljoen aan vermogen en 2% belasting over alles boven de 2 miljoen. Maar we zien ook dat de heffing over vermogen juridisch goed moet worden onderbouwd. Daar hebben we natuurlijk de knappe koppen van Financiën voor nodig. Ook hier is de uitvoering van groot belang. Mijn vraag is: welke verschillende opties zijn er mogelijk in de uitwerking en uitvoering? Wil de staatssecretaris die uitwerken? Ook op dit punt overweeg ik een motie.

Over moties gesproken: ik wil even stilstaan bij de motie-Hammelburg. Ik ben de staatssecretaris erkentelijk dat we nu elk jaar een rapportage gaan krijgen van de vermogensongelijkheid in Nederland. Ik denk dat dit nuttig is om te zien hoe dit zich ontwikkelt, zodat we ons beleid er beter op kunnen afstemmen. In het ibo heb ik gelezen dat we in de data nog een extra stap kunnen zetten. Met de optie "meten is weten" kun je meer doen met aangiftedata. Volgens mij sluit dat heel goed aan op het doel van de motie. Ik vraag de staatssecretaris dus of hij uitvoering gaat geven aan dit advies van het ibo-vermogensongelijkheid.

Voorzitter. Dan in de categorie vermogensongelijkheid — je voelt 'm wellicht aankomen — de baby-bv, waarvan minderjarigen en zelfs baby's grootaandeelhouder kunnen zijn. Ik zal het nog een keer herhalen: bv's zijn voor bedrijven en ondernemers, niet voor baby's en ouders om belasting te ontwijken. Ik heb vorige keer in mijn inbreng al een suggestie gedaan voor hoe we dit kunnen aanpakken, met een fictie. Ook mevrouw Maatoug heeft suggesties gedaan om het ontwijken van belasting met je baby aan te pakken. Als mevrouw Maatoug en ik samen gaan zitten, zullen we ongetwijfeld nog wel meer ideeën kunnen bedenken, maar ik kijk ook naar de staatssecretaris en de ambtenaren van Financiën. Ik wil graag een paar concrete opties op tafel leggen om dit aan te pakken. Misschien is één optie ook al voldoende, als we de route maar dichtschroeien.

Voorzitter. Belasting ontwijken via de schenk- en erfbelasting draagt ook bij aan vermogensongelijkheid. Voor de mensen die geen baby's kunnen krijgen of geen partner of die juist meerdere partners in hun leven hebben, is de schenk- en erfbelasting volledig achterhaald. We hebben het systeem bedacht in de jaren zestig, waarbij je één keer met iemand trouwt, kinderen krijgt en daar je geld aan nalaat. Ik weet inmiddels dat het niet zo werkt. Daar zouden we ons fiscale stelsel op aan moeten passen. Ook hierover hebben we als D66 ideeën, bijvoorbeeld een soort belastingvrije som die je kunt vererven aan een persoon naar keuze. Dat kan een stiefkind zijn of een pleegkind, je buurvrouw of ex-man. Of maak alle vrijstellingen gelijk. Er ligt een scala aan opties die ik graag een keer uitgewerkt zou zien, met uitvoeringsgevolgen en beleidsgevolgen erbij. Dit alles met als doel de schenk- en erfbelasting aan te laten sluiten op het moderne gezinsleven.

Voorzitter. Tot slot de tabaksaccijns. Ik ben blij dat we met de verhoging van de accijns invulling geven aan het Preventieakkoord. Ik ben ook blij met de toezeggingen van de staatssecretaris om in de EU te lobbyen voor een mogelijkheid op accijns op vapors. Mijn vraag daarbij is: betrekt de staatssecretaris dan ook — nu moet ik het goed zeggen — de snus bij deze lobby? Is hij bereid de Kamer hierover op de hoogte te houden?

Als ik kijk naar de tabak zelf, dan zie ik dat het voor ondernemers fiscaal aftrekbaar is om in hun relatiegeschenken sigaren of sigaretten te geven. Het wordt zelfs aangeraden op de website van de Belastingdienst. Wat mij betreft is dat echt een beetje de wereld op zijn kop. Al het andere beleid is gericht op het verminderen van tabaksconsumptie. Daarom zal ik een amendement indienen om het schenken van tabaksproducten niet langer fiscaal aftrekbaar te maken voor ondernemers.

De heer Edgar Mulder (PVV):

Het tegengaan van de tabaksconsumptie begrijp ik. Hoe combineert u die gedachte, dat uitgangspunt, met de experimenten met het verstrekken van ecstasy en andere troep die D66 voorstaat?

De heer Romke de Jong (D66):

Het is een beetje buiten de orde van dit debat, maar goed, ik vind het leuk genoeg om hierop in te gaan. Onze partij heeft altijd voorgestaan dat je vrij moet zijn om daar zelf keuzes in te maken. Daar sta ik ook achter. Wat dit amendement gaat zeggen, is dat we het niet nog een keer fiscaal aantrekkelijker moeten maken, want dat vind ik echt onbegrijpelijk. Mensen mogen zelf hun keuze maken. U kunt ook helemaal zelf bepalen wat u wel of niet doet. Maar ik heb er moeite mee om dat fiscaal te stimuleren en daarom kom ik met een amendement.

De heer Edgar Mulder (PVV):

Oké, dat begrijp ik. Maar dan mogen mensen dus ook zelf besluiten of ze een glas bier drinken of een sigaret roken en dan is het dus ook uit den boze om, als je dan al binnen Europa aan eenheid gelooft, de tabak in Nederland heel veel duurder te maken dan in andere landen. Ik vind u dus aan mijn zijde als ik zeg dat we het misschien niet fiscaal gaan stimuleren, maar ook niet fiscaal afstraffen en dat we de prijs ook niet verhogen ten opzichte van Duitsland en België. Klopt dat?

De heer Romke de Jong (D66):

Ik ben eigenlijk wel heel verheugd dat ik met de heer Mulder nu kan spreken over Europa. Ik vind het al een enorme winst van dit debat dat we het samen hebben over de interne markt in Europa, dus u maakt wel mijn dag. Ik zit hier net wat anders in. Ik denk dat we tabak wel wat extra kunnen belasten, vandaar ook mijn voorstel.

De heer Edgar Mulder (PVV):

Voor alle duidelijkheid: wij zijn hartstikke voor een interne markt. We handelen met iedereen in Europa. Maar ik ga terug naar de vraagstelling. U begint met te zeggen dat tabaksgebruik ontmoedigd moet worden. Dat snap ik. Dat begrijp ik. Aan de andere kant is het wel heel hypocriet dat u stimuleert dat we wel naar nieuwe drugs toegaan, naar ecstasy en dergelijke. U zegt: iedereen moet vrij zijn. Dan zeg ik: dat klopt en dat betekent dus dat we niet fiscaal gaan bevoordelen. Maar dan is het logisch om ook niet te gaan straffen. Dat betekent dat u en uw partij er dus ook niet voor zijn dat de tabaksaccijnzen enorm veel hoger zijn en omhooggaan ten opzichte van buurlanden. Dat zou logisch zijn.

De heer Romke de Jong (D66):

Nee, die logica begrijp ik helemaal niet. Ik heb heel duidelijk gezegd dat ik iedereen vrij wil laten, maar dat ik het fiscale voordeel ervan ter discussie stel vandaag.

De voorzitter:

Het is belangrijk dat iedereen via de voorzitter praat. Dat betekent: geen ge-jij en ge-u. Dat is de regel die we met elkaar hebben afgesproken.

De heer Stoffer (SGP):

Ik doe het via u, voorzitter. Ik zat nog even te kauwen op wat D66 aangaf over hoe we erven en schenken gaan doen. Dat moest aangepast worden aan het moderne gezinsleven. Er werd gezegd: het kan naar de buurvrouw, naar een pleegkind en ga zo maar door. Op zich is dat prachtig. Ik ben eigenlijk wel benieuwd waar het moderne gezinsleven ongeveer ophoudt. Waar zit de beperking? Dat zou ik heel graag willen weten van D66.

De heer Romke de Jong (D66):

Ik ben ongelofelijk blij en verheugd dat de heer Stoffer net zo enthousiast is over dit gespreksonderwerp als ik. Ik denk dat dat al winst is. Ik zeg dat ik deze wet achterhaald vind. We moeten kijken naar wat reëel is. Ik vind dit niet de plek om te praten over wat u en ik vinden van een modern gezinsleven. Ik constateer echter wel dat de tijd van één stel met kinderen voor heel veel mensen achterhaald is. Mensen trouwen opnieuw en kunnen ook kinderen met andere mensen krijgen. Dan zullen we deze wet toch wellicht even bij de tijd moeten brengen. Ik vraag de staatssecretaris om die opties in beeld te brengen. Dat heeft u heel duidelijk gehoord.

De heer Stoffer (SGP):

We komen dus niet uit de definitie van het moderne gezinsleven. Maar als het waarnemingsvermogen van D66 over wat gewenst is in de maatschappij net zo is als zijn waarneming over mijn enthousiasme over dit voorstel, dan is er toch wel iets mis, denk ik. Dan zou ik er nog een keer over nadenken, maar dat terzijde.

De heer Ephraim (Groep Van Haga):

De heer De Jong refereerde al aan het ibo-rapport over vermogensongelijkheid: Licht uit, spot aan. Hij stelt ook allerlei maatregelen voor die daarop voortborduren. Maar het is nu toch veel vroeg conclusies trekken, als we daar op 8 februari nou juist over gaan debatteren. Tegen die tijd zijn de pensioenen misschien wel individueel meetbaar. Die zullen we dan zeker kunnen meenemen in de hele afweging. Dus waarom worden er al maatregelen voorbereid door het kabinet, terwijl we de discussie en het debat over het ibo-rapport pas op 8 februari gaan voeren in de Kamer?

De heer Romke de Jong (D66):

Ik wil graag twee dingen uit elkaar trekken. Aan de ene kant heeft het kabinet ervoor gekozen om een aantal maatregelen uit te voeren die voortkomen uit het ibo-rapport over vermogensongelijkheid. Ik geef hier in de Kamer aan dat D66 daar nog wel meer voorstellen voor heeft. Dit is een moment om een vergezicht te schetsen over het Belastingplan 2023. Dat wil ik hier ook doen. Ik wil in ieder geval nu al meegeven waar wij over nadenken en als we elkaar daarin kunnen vinden op een later moment, ben ik daar alleen maar blij om.

De voorzitter:

U vervolgt uw betoog.

De heer Romke de Jong (D66):

Voorzitter. Omdat ik, afhankelijk van de antwoorden van de staatssecretaris, verwacht de tweede termijn hard nodig te hebben voor moties, wil ik de staatssecretaris en het kabinet alvast bedanken voor de twee WGO's die we reeds hebben gehad. Ik vind het fijn dat we hier, in een tijd waarin soms gesuggereerd wordt dat het te vaak over onszelf gaat, een ongelofelijk inhoudelijk debat aan het voeren zijn over zoiets ongelofelijk belangrijks als het Belastingplan. D66 wil dat belastingen bijdragen aan de rechtvaardige economie, de economie waarin werken loont en de vervuiler betaalt, waarin mensen met een diepe beurs en veel vermogen meer bijdragen aan de samenleving en waarin bedrijven ook hun eerlijke deel van de belasting betalen. Dat doen we samen, voor ons allemaal. Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer De Jong. Dan geef ik het woord aan de heer Nijboer, van de PvdA. Ik stel voor dat we daarna schorsen voor het diner. Het woord is aan de heer Nijboer, voor de PvdA.

De heer Nijboer (PvdA):

Dank u wel, voorzitter. Dit Belastingplan is minder omstreden dan in voorgaande jaren. Wij hebben weleens met gestrekt been het debat met het kabinet gevoerd. Dat lag niet aan ons gestrekte been, maar bijvoorbeeld aan het waanzinnige plan om de dividendbelasting af te schaffen. Toen hebben we dus ook tegen het Belastingplan gestemd.

In dit Belastingplan zitten best goede elementen, maar als je het aan de PvdA en GroenLinks zou vragen, zouden we fundamenteel andere keuzes maken. Die zouden ook veel fundamenteler zijn. We hebben een tegenbegroting ingediend. Ik heb de amendementen niet helemaal geteld, maar ik geloof dat het er zo'n zestien à zeventien zijn, om daar inhoud aan te geven. In de kern komen die amendementen en voorstellen erop neer dat de PvdA en GroenLinks vinden dat inkomen te veel wordt belast in Nederland. Kijk bijvoorbeeld naar de enorm hoge marginale druk voor sommige groepen. Voor sommigen is die druk zelfs 87%. Dan zegt het kabinet "dat is een kleine groep", maar dat zijn tienduizenden mensen. Dat kun je een kleine groep noemen, maar het zijn toch heel veel mensen met een modaal inkomen of een middeninkomen die er heel weinig aan overhouden als ze wat extra gaan werken. Daar kun je wel wat aan doen als je een andere keuze maakt, als je vermogens meer belast, als je de hoogste inkomens meer belast, als je vervuilers meer belast en als je winsten meer belast. In de kern doen wij die voorstellen in onze tegenbegroting. In de kern doen we ook voorstellen daarvoor in de amendementen die we hebben ingediend.

Ik heb nog twee andere fundamentele zorgen bij het kabinet neergelegd. Die wil ik ook in dit plenaire debat nog naar voren brengen. Er is een massief pakket aan koopkrachtondersteuning gekomen. Dat steunt de PvdA ook in grote lijnen. Maar dat betekent voor 2025 een koopkrachtravijn. Dat kun je zien aankomen. Daar lopen we met z'n allen naartoe. Ik heb nog geen antwoord van het kabinet gekregen op de vraag wat daaraan gaat gebeuren. Omdat het Belastingplan vaak maatregelen heeft, ook dit Belastingplan, die pas na het volgende jaar in kunnen gaan, vraag ik het kabinet er toch meer over te zeggen. Dit jaar ondersteun je mensen en houd je ze op niveau, maar wat betekent het als je volgend jaar het kindgebonden budget, dat toch bij gezinnen met de lage inkomens terechtkomt, fors vermindert? Of wat betekent het als je de verhoging van de toeslagen van dit jaar volgend jaar weer moet terugdraaien? Kan dat eigenlijk wel?

Voorzitter. We hebben aan aantal andere keuzes daarin gemaakt. Wij draaien bijvoorbeeld de accijnsverlaging terug, niet omdat we daar populair van worden, maar omdat we denken dat je het geld daar beter niet aan kunt besteden. Daar heb ik in de debatten ook aandacht voor gevraagd.

Voorzitter. Het tweede probleem is het volgende. Ik geloof dat de CPB-directeur het compensatie-economie noemt. Ik vind zelf de term "zonnebloembedrijven" wel mooi, dat de overheid een soort zon is waar iedereen omheen draait en naar kijkt. Daar moeten we wel voor waken. Aan de ene kant is de PvdA-fractie een groot voorstander van het steunen van bedrijven. Sterker nog, de groenteboer — mevrouw Maatoug zit er nu even niet — de slager en de bakker komen er nu te bekaaid vanaf. Ik denk niet dat ze het goed redden. Aan de andere kant heb ik wel zorgen over de fiscale uitstelmogelijkheden die tijdens corona zijn geboden, waar de PvdA-fractie overigens ook voor heeft gestemd. De staatssecretaris zegt nu zelf al: ik moet maar zien of er 6 miljard terugkomt van die 20 miljard. Dan ben je nog jaren bezig om het terug te halen, ook bij bedrijven die het nu alweer moeilijk hebben. De vraag is echt of we dat weer zouden moeten doen.

De voorzitter:

Er is een interruptie van de heer Idsinga, VVD.

De heer Idsinga (VVD):

De heer Nijboer stelde mij net een aantal vragen over wat wij voor het mkb hadden gedaan. Ik heb toen een hele lijst opgenoemd. Dat was volgens de heer Nijboer allemaal niet voldoende; tenminste, zo interpreteer ik dat. Nu zegt hij hier: wij staan ook voor het mkb, de bakker en de slager. Nu zat ik even door de amendementen heen te bladeren en dit is wat ik zie: het afschaffen van de startersaftrek en van de meewerkaftrek, en het verhogen van de gebruikelijkloonregeling en van de box 2-tarieven. Het staat allemaal in die amendementen. Daar is het mkb toch niet bij gebaat?

De heer Nijboer (PvdA):

Dat zijn stuk voor stuk amendementen die winsten meer belasten, behalve de startersaftrek; daar wil ik aan tegemoet komen. Wij vinden box 2 onderbelast. Wij vinden dat de winstbelasting omhoog kan naar 30%, in plaats van wat er de afgelopen jaren gebeurde, namelijk dat die steeds verder werd verlaagd. Waarom vinden we dat? Het is niet zo dat wij ondernemers hun winst niet gunnen. Maar het rendement op kapitaal is in onze economie toegenomen, terwijl de lonen zijn achtergebleven. Via de fiscaliteit kan je dan rechtvaardigheid bereiken. Daar dienen die amendementen voor en daar sta ik ook voor. Dat ik vind dat in het energiecompensatiepakket de bakkers, de slagers en de groenteboeren er te bekaaid vanaf komen, is wat anders.

De heer Idsinga (VVD):

Ja, maar dat winstaandeel is nou precies waar het om gaat in het mkb. Die ondernemers maken hopelijk winst. Door de voorstellen die de heer Nijboer hier doet, worden daar extra lasten op geheven. Hij maakt wel onderscheid tussen ondernemers die inkomstenbelasting betalen en ondernemers die in een bv zitten, maar per saldo wordt er gewoon een hele platte lastenverzwaring doorgevoerd als het aan de PvdA ligt. Hoe reflecteert hij daarop in relatie tot wat hij eerder tegen mij zei, namelijk dat er meer moet gebeuren voor het mkb? Want met dat punt ben ik het eens.

De heer Nijboer (PvdA):

Ik vind het een groot probleem dat in ons land de belasting op inkomen uit werk, maar ook op het inkomen van gepensioneerden, veel te hoog is. We hebben hier enorme discussies over de marginale druk. De VVD hoor ik daar ook over. Maar ik zie dat die volgend jaar slechter wordt, ook door dit Belastingplan. Als je dat niet wil, moet je een andere keuze maken. Wij maken de keuze om vervuilers meer te laten betalen. We kiezen ervoor om de hoogste inkomens meer te laten betalen. Wij zijn voorstander van een tarief van 60% boven anderhalve ton. We zijn er ook voor om de winstbelasting — je betaalt alleen maar winstbelasting als je winsten maakt — te verhogen naar bijvoorbeeld 30%. We zouden ook wat regelingen in box 2 willen aftuigen. Dat is een politieke keuze. Die is anders dan de keuze van de VVD. De VVD roept heel hard "o, de belastingen zijn veel te hoog voor de mensen", maar doet er niets voor. Wij doen er wel wat aan.

De voorzitter:

De laatste vraag van de heer Idsinga.

De heer Idsinga (VVD):

Dan even over die startersaftrek en die meewerkaftrek. Zeggen is één ding, maar het doen is het tweede. Deze twee aftrekposten raken het mkb heel hard. Graag een reflectie van de heer Nijboer op dat punt.

De heer Nijboer (PvdA):

Van de startersaftrek zijn wij nooit zo'n voorstander geweest. Als je een onderneming begint, moet je daarvan kunnen leven. Ik ben er niet zo'n voorstander van om dat met subsidies, die ook nog tijdelijk zijn, overeind te houden.

Voorzitter. Ik kom op drie andere punten, te beginnen met het nieuwe wetsvoorstel. Ik was daar wel een beetje verbaasd over. Ik had geen interrupties meer, maar ik geloof dat de staatssecretaris in het tweede wetgevingsoverleg zei: dat is eigenlijk een cadeau voor het mkb. Of voor VNO of het bedrijfsleven; hij nam in ieder geval het woord "cadeau" in de mond. Toen dacht ik: dan krijgen ze een cadeau, kijken ze dat gegeven paard in de bek en zeggen ze dat ze het zo eigenlijk niet willen. Goed, dan was er nog de motie-Hermans en de coalitie wilde wel wat met de werkkostenregeling. Maar ze wilden het anders: ze hadden liever het lage-inkomensvoordeel. Ik vraag het kabinet hoe dat nou kan. Heeft het dan zelf niet nagedacht over wat het beste macro-economische beleid is voor het midden- en kleinbedrijf? Heeft VNO het dan gewoon voor het zeggen? Mag VNO gewoon naar Financiën en Sociale Zaken om de 500 of 600 miljoen die er ligt, afhankelijk van welk jaar je neemt, te verdelen en stuurt het kabinet daarna te elfder ure een wet naar de Kamer omdat VNO dat wil? Hoe gaat dat eigenlijk? Heeft het kabinet wel iets geleerd van dat dividendbelastingdebacle? Je kunt best wat zeggen over de inhoudelijke keuze voor het lage-inkomensvoordeel. Dat heeft voor- en nadelen. Maar hoe is het nou gegaan? Hoe is het zover gekomen?

Voorzitter. Dan kom ik op box 3, de steen in ieders schoen. Wij hebben daar een alternatief voor gemaakt, niet per se omdat de PvdA en GroenLinks niet willen dat rendementen niet worden belast — wij zouden dan het liefst zien dat dit progressief gebeurt — maar gewoon omdat wij geloven dat het er nooit van komt. Het is de afgelopen tien jaar elke keer beloofd. We hebben nu alweer een jaar uitstel te pakken. Dat gaat nog veel meer worden. De heer Idsinga heeft over de tussenvariant van de VVD gezegd dat drie dingen eigenlijk anders moeten, maar de staatssecretaris heeft al gezegd dat dit ook niet gaat lukken. Dus hou er nou gewoon mee op. Neem vermogen; die optie hebben we. Hef een progressief tarief. Je kunt vechten over dat tarief. Ik wil een hoog tarief voor hogere vermogens; de VVD wil ongetwijfeld een lager tarief. Maar maak het simpel en duidelijk voor iedereen. Regel het goed in de wet. Doe dat.

Voorzitter. Ik ben niet gerust op bijvoorbeeld de arbitrage die nu in de tussenvariant zit. Ik zie dat het amendement een evaluatiebepaling heeft. Ik ben altijd voor evaluaties, maar dan is het meestal al misgegaan; ik heb liever dat dat voorkomen wordt. Dat geldt ook voor vve's. Je mag nooit uitgaan van jezelf, maar ik zit zelf ook in een vve. Daar zit geld in voor goed onderhoud. Dat is zelfs verplicht. Maar daar moet je wel 6% belasting over betalen als het in box 3 zit. Dat is toch eigenlijk niet uit te leggen? Ik zie de kranten alweer voor me. Dan zitten we met zo'n stelsel. Ik vraag de staatssecretaris dus of dit echt niet anders kan.

Voorzitter. Ik kom op een volgend punt. Dat is de AOW-koppeling, die wij natuurlijk steunen, maar er moet hier wel weer een keer opgemerkt worden dat het afschaffen van de IO-AOW weinig fraai is. Dat heeft onze steun ook niet. Eerst zeg je tegen de ouderen: het is volledig gekoppeld, want u bent op achterstand gezet. Je geeft het via de ene hand en vervolgens neem je er via de andere hand weer een deel af. Dat is ongeveer 30%. Ik weet niet wat het percentage precies is, maar het is ongeveer €350 in totaal als je de Zvw meeneemt. Dan denk ik: had dat nou niet gedaan; die deelsigaar uit eigen doos is nergens voor nodig.

Voorzitter. Ik heb drie regelingen die ik nog even wil benoemen. Ik zal eindigen met het allerlelijkste eendje van dit Belastingplan. Het eerste wat ik nog even wil benoemen, is de verbruiksbelasting. Ik heb daar aandacht voor gevraagd en ik ben blij dat de staatssecretaris heeft laten zien dat je, als je het wat anders inricht — ik zal niet al te ver in de techniek gaan — niet het ene jaar een hele gekke sector, de drinkwatersector, hoeft te belasten en het andere jaar de andere sectoren. Ik vind dat goed. Ik heb wel vragen bij de som die is gemaakt. Ik heb nog nooit gezien dat het kabinet een belastingmaatregel die structureel wordt ingevoerd, maar voor vier jaar inboekt. Dat heb ik nog nooit gezien. Ik heb zelf moties ingediend voor de differentiatie van de overdrachtsbelasting. De dekking die toen nodig was, is geloof ik over wel 20 of 30 jaar verspreid. Maar dat je in vier jaar tijd je lastenderving moet inhalen met een hogere belasting later, heb ik nog nooit eerder gezien. Is dat nieuw beleid, is dat omdat de Kamer dat vraagt of zegt Financiën "laat ze maar pijn lijden, zodat ze wat beters verzinnen"? Tien jaar is wel het minimum, maar over twintig jaar kun je het ook nog wel spreiden. Dan zou het een veel kleinere verhoging zijn. Ik heb ook wel andere ideeën voor wat je ermee kunt doen. Kunnen we dat geld niet wél voor tien jaar inboeken? Dat heeft mijn voorkeur. Dan hebben we nog 450 miljoen over en dan kan dat geld naar zinnige dingen, zoals het verlagen van de marginale druk. Ik vraag de regering dus om daar consistent in te zijn. Ik heb echt nog nooit gezien dat je binnen een kabinetsperiode een structurele fiscale maatregel moet dekken. Dat wordt nu wel gevraagd van de Kamer.

Voorzitter. Dan een ander punt, waar ik ook aandacht voor heb gevraagd. Dat is nu niet opportuun meer. Waarom wordt de korting die je krijgt op de winstbelasting als je vooraf betaalt, afgeschaft en waarom wordt die voor de inkomstenbelasting niet afgeschaft? Ik had gevraagd om een inhoudelijke onderbouwing daarvoor. Vooral zzp'ers die heel veel geld hebben, kunnen makkelijk vooruitbetalen en krijgen dan een belastingkorting. Waarom zou je dat eigenlijk toestaan? Eerst kreeg ik het antwoord: dat is niet afgesproken en het staat niet in het coalitieakkoord, dus we doen het niet. Toen heb ik om een inhoudelijke reactie gevraagd. Die is gekomen, op schrift, in de vorm van de zin: het kabinet vindt het niet opportuun. Dat vind ik ook geen inhoudelijke reactie. Ik vraag dus echt waarom we dat niet doen. Dat is een maatregel die de Belastingdienst weer capaciteit scheelt. Het levert ook nog eens 50 à 60 à 70 miljoen op. Waarom houden we er niet mee op om die kortingen te geven aan mensen die eerder betalen? Dat zeg ik ook richting de VVD. Juist de zzp'ers die het moeilijk hebben, kunnen niet vooruitbetalen; die hebben dat geld niet. Ik vraag daar dus echt een inhoudelijke reactie op.

Dan, nog ruim binnen de tijd, het lelijkste eendje, zoals aangekondigd: de afschaffing van de IACK, op 1 januari 2025. Ze hebben het vaak over een pechgeneratie; nou, dat wordt een pechgeneratie! €30.000 per kind. Dat is onverdedigbaar en dat vindt de staatssecretaris eigenlijk ook. Sterker nog, hij heeft al in de eerste brieven geschreven: dat moeten we eigenlijk anders doen. Er liggen ook gewoon varianten voor hoe het anders kan. De heer Stoffer heeft een variant, maar er zijn ook ambtelijke varianten, met verschillende afbouwpaden. Het is gewoon onverdedigbaar om het zo in te voeren. De enige reden dat het zo wordt ingevoerd, is omdat de VVD zonder argumentatie heeft gezegd: ik wil het niet. Wij zagen het net ook nog. De heer Idsinga kijkt wat verstoord op zijn telefoon. Maar er zit geen enkele inhoudelijke argumentatie bij, en dat kan gewoon eigenlijk niet. We zijn een fatsoenlijke medewetgever. Je kunt niet zeggen dat als een kind wordt geboren op 31 december 2024 — en in de maanden daarvoor ook — de ouders €30.000 krijgen. Dat is over het leven, hè. Het is twaalf jaar lang bijna €3.000, dus een dikke €30.000. En dat ze niets krijgen als het op 1 januari of 10 januari geboren wordt. Dat slaat helemaal nergens op. Je kunt dat gewoon afbouwen in vijf jaar, je kunt het in twaalf jaar afbouwen of in parten. Je kunt van alles en nog wat doen. Alles ligt klaar. En de enige reden dat het niet gebeurt, is omdat de VVD het niet wil. Ik vraag het kabinet toch dat lelijke eendje tot een mooie zwaan te maken, want dat is wel die betaalbare kinderopvang voor iedereen, waar het tegenover staat.

Dank u wel, voorzitter.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Nijboer. Dan schors ik de vergadering tot 19.55 uur. Daarna starten we met mevrouw Inge van Dijk.

De vergadering wordt van 19.06 uur tot 19.55 uur geschorst.

De voorzitter:

Ik geef het woord aan mevrouw Inge van Dijk van het CDA.

Mevrouw Inge van Dijk (CDA):

Dank je wel, voorzitter. Een belastingplan heeft meerdere functies. Ten eerste is het in dit geval een uitwerking van de afspraken in het coalitieakkoord. Daar hebben we ja tegen gezegd, dus het zou wel heel vreemd zijn als ik ineens grote wijzigingen zou voorstellen. Maar dat wil niet zeggen dat we blind zijn voor de veranderde situatie van nu versus die van toen. Ten tweede biedt een belastingplan ook jaarlijks de mogelijkheid om in te spelen op actuele ontwikkelingen en om koopkrachteffecten te mitigeren als de economische omstandigheden daarom vragen. Ten derde geeft een belastingplan aanleiding om fundamenteler na te denken over welke richting we opgaan, want elk belastingplan legt ook weer tekortkomingen in ons fiscale systeem bloot. In onze inbreng van vandaag zit van al deze functies een stukje.

Voorzitter. Eigenlijk wil ik beginnen met het stukje actualiteit en koopkracht. We nemen op grote schaal maatregelen, en daar ben ik ook voor. Maar dat neemt niet alle zorgen weg, allereerst over onze ondernemers en ondernemingen. In mijn inbreng in de eerste termijn van het WGO heb ik aangegeven de beweging goed te kunnen volgen dat we in dit Belastingplan verschillende maatregelen nemen om vermogen en bedrijven zwaarder te belasten, enerzijds om het koopkrachtpakket mee te betalen en anderzijds in het licht van het recente ibo-onderzoek. Maar als we zien hoe de huidige inflatie en hoge energieprijzen ook onze bedrijven keihard raken, begin ik me er zorgen over te maken of we niet te snel gaan. Ik maak me er zorgen over of door deze maatregelen in combinatie met de inflatie bedrijven niet zodanig onder financiële druk komen te staan dat ze niet kúnnen investeren in de maatregelen die nodig zijn om belangrijke transities naar duurzaamheid te kunnen maken. Daardoor kunnen ze zich ook niet voorbereiden op een reëel scenario dat hogere prijzen voor energie een nieuwe realiteit worden.

Voorzitter. Het doet mij echt veel pijn om de verhalen te horen van ondernemers die er financieel aan onderdoor dreigen te gaan. Ze hebben een energierekening die zo fors stijgt dat er niet tegenop te ondernemen valt. Ze zeggen dat hun levenswerk door deze externe omstandigheden door hun vingers glipt. Daarom is het zo belangrijk dat de maatregelen die we nemen, aansluiten bij de werkelijkheid van de praktijk in plaats van bij de werkelijkheid van modellen, waar de discussie over de TEK nu een beetje in lijkt te belanden. Hier hoort, wat ons betreft, ook de samenloop met de maatregelen in het mkb-pakket bij. Er zijn nu verschillende maatregelen om het mkb te compenseren voor de verhoging van het Vpb-tarief, maar geven die de bedrijven die het financieel zwaar hebben voldoende bewegingsruimte? Want aan de ene kant kunnen aftrekposten voor verduurzamingsmaatregelen gunstig zijn voor bedrijven, doordat zij minder energie gebruiken. Maar als zij geen liquide middelen hebben om überhaupt investeringen te doen, wat hebben die maatregelen dan voor zin? Biedt het deel van het pakket dat bij het mkb voor meer liquiditeit moet zorgen volgens de staatssecretaris genoeg ademruimte bij het mkb? Regelingen moeten voldoende complementair aan elkaar zijn, willen ze zo effectief mogelijk zijn. Mijn vraag is wie binnen het kabinet de verantwoordelijkheid heeft om dit te bewaken.

Voorzitter. Om bij ons bedrijfsleven te blijven: tijdens het WGO hebben we ook benoemd dat er veel onrust is over het fiscale stelsel bij ondernemers en het bedrijfsleven, en daarmee ook over ons vestigingsklimaat. Er is de afgelopen jaren veel gebeurd in de strijd tegen belastingontwijking. Wij nemen nu maatregelen binnen de Vpb om het globale evenwicht te versterken en we maken de 30%-regeling effectiever. Dat zijn maatregelen waar we achter kunnen staan. Maar we hebben de afgelopen jaren wel veel aan de knoppen gedraaid in het fiscale stelsel, waarbij vooral het Vpb-tarief opvalt. Mijn punt is dat we relatief veel en regelmatig aanpassen. Dat heeft invloed op investeringsbeslissingen en Nederland als vestigingsland. Ik zou dan ook, net als tijdens het WGO, wederom willen pleiten voor een voornemen tot meer rust, reinheid en regelmaat in het stelsel om ons vestigingsklimaat interessant genoeg te houden. Die rust, reinheid en regelmaat passen we wat mij betreft ook toe op de 30%-regeling. Ik moet zeggen dat ik het nog steeds niet helemaal eens ben met de onderbouwing van de beperking van de regeling tot de balkenendenorm. Ik had liever gezien dat we de regeling iets verder naar een bedrag van €100.000 hadden gebracht, wat volgens de evaluatie effectief is, en dat we dan bijvoorbeeld de looptijd budgetneutraal weer wat hadden verlengd. Want ik stimuleer liever de beroepen waarin we zelf te weinig mensen hebben, zoals ICT'ers, om de ontwikkelingen in Nederland in het belang van onze inwoners bij te kunnen benen, dan de managementfuncties. Want dat zijn ook weer aanpassingen en voor nu lijkt het me vooral goed om dit voor de komende jaren echt de laatste aanpassing te laten zijn.

Voorzitter. Dan wil ik wat zeggen met betrekking tot de punten in het Belastingplan die leiden tot meer fundamentele vragen. Zoals ik in de inleiding zei: een derde punt van het Belastingplan. De tijdelijke aanpassing van het kindgebonden budget verhoogt de marginale druk, zoals al zo vaak genoemd in de afgelopen weken. En toch willen we die in deze omstandigheden wel doorgevoerd zien, juist om gerichter gezinnen met lage inkomens en lage middeninkomens te ondersteunen en om te voorkomen dat er nog meer kinderen in armoede opgroeien, want dat zijn er zonder deze crisis al veel te veel. Tegelijkertijd zie je dat deze goedbedoelde maatregel in de praktijk ook terecht tot verontwaardiging kan leiden. We hebben in de WGO's gesproken over de effecten van het veel hogere kindgebonden budget van een alleenstaande ouder ten opzichte van een gezin met één kostwinner, terwijl beiden van één inkomen moeten rondkomen, en de alleenverdienende gezinnen met bovenmodale inkomens, die onderaan de streep ongeveer evenveel overhouden als een alleenstaande ouder in de bijstand. De minister van SZW gaf aan dat deze situaties van extreme marginale druk niet veel voorkomen. Maar ze komen voor, en dat wil niemand hier. Ik merk ook dat we het in elk debat, ook bij alle belastingplannen, altijd hebben over die uitzonderingen: de mensen die buiten de boot vallen. Nu we over een nieuw systeem gaan nadenken om deze situaties op te lossen, zullen veel specifieke groepen weer ter sprake komen. Nu heb ik niet de illusie dat er een ideaal systeem bestaat dat alle situaties ondervangt, maar misschien hoeven we dat ook niet te hebben, als we het via een andere kant regelen. Dan bedoel ik: de stap zetten om aan de andere kant de discussie te voeren over een stelsel zonder toeslagen en een lagere marginale druk, waarbij wat mij betreft eenvoud vooropstaat en regelingen op zo groot mogelijke groepen van toepassing zijn. Maar aan de andere kant moeten we ook het gesprek voeren over de uitzonderingscategorieën en hoe daarmee om te gaan, bijvoorbeeld door de Belastingdienst zelf meer bevoegdheid te geven om anders met de regels om te gaan voor kleine groepen mensen die buiten de boot dreigen te vallen, wat onwenselijk is. "Comply or explain" is verstandiger dan een systeem blind accepteren dat op onderdelen faalt. Ik ben benieuwd hoe de staatssecretaris hiernaar kijkt en of hij bereid is zo'n optie ook op te nemen in de verdere gedachtevorming over een nieuw stelsel.

Dan wat inhoudelijke punten over enkele maatregelen uit het belastingpakket, omdat ik daarover uit het WGO nog steeds wat vragen heb. Allereerst over de frisdranktaks, iets waar we vanuit gezondheidsperspectief voor zijn. We vinden het alleen onlogisch nu eerst een jaar gezond mineraalwater te gaan belasten, om dat vervolgens weer uit te zonderen. Dat leidt tot administratieve rompslomp voor bedrijven qua aanpassing van tarieven, maar ook tot administratieve lasten voor de Belastingdienst en de Douane. Daarom hebben we een amendement in overweging dat voorstelt om de maatregel een jaar later te laten ingaan en mineraalwater direct uit te zonderen. Dat leidt ook niet tot een budgettaire derving, omdat we het verwerken in het tarief vanaf 2024. Graag horen we van de staatssecretaris hoe hij naar deze wijziging kijkt.

En dan toch weer over box 3: de niet-bezwaarmakers. Op onze vraag om niet-bezwaarmakers toch weer in massaalbezwaarprocedures mee te nemen, kregen wij van de staatssecretaris een antwoord over de route van deformalisering van processen, die volgens mij vooral ziet op een oplossing voor belastingplichtigen om zonder formele procedure fouten in hun aangifte te kunnen herstellen. Maar wij nemen graag toch even een stapje terug. Hoe voorkom je met deformalisering het onrechtvaardige effect dat niet-bezwaarmakers worden uitgezonderd van massaalbezwaarprocedures? We zijn blij te lezen dat de staatssecretaris afgelopen vrijdag een soort procedure invoert voor het verzoek tot ambtshalve vermindering wat in massa zal gaan en waar iedere niet-bezwaarmaker onder valt, ongeacht of zij een verzoek tot ambtshalve vermindering hebben ingediend. Als de rechter uiteindelijk in het voordeel van de niet-bezwaarmakers beslist, dan geldt dat dus voor alle niet-bezwaarmakers. Het lijkt ons een goede en vooral praktische oplossing. We hebben al meerdere keren aangegeven een chaos bij de Belastingdienst te voorzien, omdat mensen zich oprecht benadeeld voelen. Het lijkt ons rechtvaardig, omdat zo iedereen gelijk behandeld wordt. Ziet de staatssecretaris vanuit deze praktische benadering niet een opening om niet-bezwaarmakers onder massaalbezwaarprocedures te laten vallen wanneer de rechter zich in het voordeel van bezwaarmakers uitspreekt?

Wat mij betreft gaat het erom dat mensen moeten kunnen vertrouwen op de juistheid van de wet en dat het voor iedereen wordt hersteld als die niet juist blijkt. Ik wil de staatssecretaris daarom nogmaals vragen of hij wil overwegen om de situatie weer te herstellen, zodat ook niet-bezwaarmakers onder de uitkomst van massaalbezwaarprocedures vallen. Hoe beziet hij de gevolgen van het wegnemen van deze optie uit de wet? Heeft het niet veel meer impact dan hoe het in 2016 werd gepresenteerd? Neemt hij deze optie ook mee in de brief die hij voor eind november naar de Kamer stuurt? Of ziet hij een andere optie die deze onrechtvaardige situatie herstelt, waarmee kan worden voorkomen dat box 3-belastingplichtigen jaarlijks voor de zekerheid bezwaar indienen?

De heer Stoffer (SGP):

Het CDA is zo snel, je komt er bijna niet tussen. Ik wil het hebben over een onderwerp dat mevrouw Van Dijk zojuist aanpakte, namelijk de sappen — het moet een beetje sappig worden vanavond — en een frisdrank en dat soort dingen. Het is mooi dat u een amendement indient om dat naar 2024 te brengen, maar er is nog een ander lastig ding. Zowel mevrouw Van Dijk als ik, en misschien meerdere collega's, zijn benaderd door de heer Schulp. Die heeft een soort bedrijf of fabriek die pure vruchtensappen maakt, zonder suiker. Die vallen toch onder de suikertaks. Is het een optie dat het, als dat amendement wordt gemaakt, op de een of andere manier wordt aangepakt, misschien in een bijkomend amendement of per motie?

Mevrouw Inge van Dijk (CDA):

Ik vind dit best ingewikkeld. Ik denk dat meerdere mensen hierover benaderd zijn. Ik worstel een beetje met "zonder suiker". Vanuit het gezondheidsperspectief hebben we afgesproken dat we stappen gaan zetten. Ik denk dat het goed is om zoiets verder te onderzoeken. Maar ik vind het wel een stap te snel gaan om het nu te regelen, zonder dat ik precies weet hoe het zit. Wellicht kan er een overleg plaatsvinden met het ministerie over hoe het precies zit en of we dingen over het hoofd zien. Maar in principe zit in vruchtensappen ook suiker. Als die fabrikant zegt "in onze vruchtensappen zitten echt nul suikers", dan zien wij wellicht iets over het hoofd, maar ik zie het nu nog niet.

De heer Edgar Mulder (PVV):

Begreep ik het CDA nou goed — ik zie mevrouw Van Dijk al nee schudden, maar ik heb nog geen vraag gesteld — dat het nog steeds wil dat iedereen herstel krijgt en dat iedereen die gedupeerd was in box 3, recht heeft op herstel?

Mevrouw Inge van Dijk (CDA):

Bij een vorige interruptie ging het om een meloen. Volgens mij was dat letterlijk mijn tekst die ik in het WGO heb gebruikt. Ik had het over een grote meloen om door te slikken. We hebben die keuze met elkaar gemaakt binnen de coalitie, met name vanuit financieel oogpunt. Ik hoor mensen zeggen: we hebben genoeg potjes. Maar we weten helemaal niet hoe het er volgend jaar of het jaar erna uitziet. Ik voorzie zomaar dat we de komende tijd nog echt wel de portemonnee moeten gaan trekken. Vanuit financieel aspect sta ik dus echt achter die keuze. Qua gelijkheid heb ik er wel serieus moeite mee. Vandaar dat ik ieder debat heb gevraagd: "Hoe moeten we het nu aanvliegen? Is het wel verstandig? Gaat er niet een enorme druk op de Belastingdienst komen, waardoor we ook een hoop kosten maken en uitvoeringsproblemen? Is het nu wel de meest verstandige keuze?" Daarom ben ik dus toch wel blij met dit geitenpaadje. Ik weet niet of de mensen heel veel kansen hebben, maar ik ben wel heel blij dat die geboden worden. Laten we gewoon kijken hoe het afloopt.

De heer Edgar Mulder (PVV):

Maar moet ik hieruit concluderen dat voor het CDA geld voor rechtvaardigheid gaat?

Mevrouw Inge van Dijk (CDA):

Nee, geld gaat niet voor rechtvaardigheid. Maar ik vind het ook niet rechtvaardig om mensen in de kou te laten staan als ze hun boodschappen niet kunnen doen. Rechtvaardigheid kun je op heel veel manieren wegen. Ik heb moeite met het gevoel van onrechtvaardigheid dat de mensen in box 3 ervaren. Maar ik zou het ook wel heel oneerlijk vinden als we zeggen: we geven aan de andere kant minder miljarden uit omdat we mensen die het geld wel hebben — laten we eerlijk zijn — daarvoor financieel compenseren.

De voorzitter:

U vervolgt uw betoog.

Mevrouw Inge van Dijk (CDA):

Hier wil ik toch graag van de gelegenheid gebruikmaken om aandacht te vragen voor de taxpayer advocate service. Die is wat ons betreft een belangrijke toevoeging aan de fiscale rechtshulp in Nederland. Als je namelijk als inwoner of bedrijf het gevoel hebt dat je er met de Belastingdienst niet uitkomt, moet er, wat ons betreft, een mechanisme zijn dat vanuit jouw positie met je meekijkt, doorzettingsmacht heeft en waar nodig actie kan ondernemen, zonder dat je direct in allerlei ingewikkelde juridische procedures belandt. De staatssecretaris heeft pas een brief gestuurd over het opzetten van deze fiscale rechtshulp, waarvoor in het coalitieakkoord al budget is opgenomen. Maar van die brief krijgen wij het gevoel dat de taxpayer advocate dreigt te verdwijnen in een grote vijver van alles wat er al aan instrumenten is. We gaan daar ongetwijfeld ook nog verder over in discussie met de staatssecretaris, maar toch wil ik hier alvast een paar aanknopingspunten meegeven die duidelijk maken waar, wat ons betreft, de taxpayer advocate echt een verschil kan maken en hoe we dat voor ons zien.

Stel dat een belastingplichtige een probleem heeft met een beslissing van de Belastingdienst en hij of zij de BelastingTelefoon belt voor een toelichting. Als de belastingplichtige het na het contact met de Belastingdienst nog steeds niet eens is met de beslissing van de Belastingdienst, kan een bezwaar tegen deze beslissing worden ingediend. Dat is een relatief eenvoudige procedure, waarbij ook de hulp kan worden ingeschakeld van een instantie zoals de Rechtswinkel of het Juridisch Loket. Daarna wordt het, volgens mij, complexer. Als de Belastingdienst dan namelijk nog steeds van mening is dat de belastingplichtige geen gelijk heeft en de belastingplichtige de beslissing nog steeds onrechtvaardig vindt, vraagt dat om juridische stappen. Je zou dan liever willen dat iemand met de belastingplichtige meekijkt naar de inhoud van de casus en dat die direct, en in eerste instantie vanuit het perspectief van de belastingplichtige, in het systeem kan kijken. Daar zie ik de meerwaarde, want juridische procedures zijn voor veel burgers echt een stap te ver. Is de staatssecretaris het met me eens dat er op dit punt een complexiteit ligt voor inwoners, die met een benaderbare taxpayer advocate binnen de Belastingdienst zou kunnen worden opgelost?

De taxpayer advocate staat, wat ons betreft, in direct contact met de burger en heeft van daaruit een belangrijke signalerende rol die bijvoorbeeld een inspecteur niet heeft. Er is dus intensief contact tussen de taxpayer advocate en de inspecteur, die vanuit het perspectief van de burger alle signalen die hij krijgt, meeneemt in de rapportages aan de Kamer. Dat zou wat ons betreft een mooie samenwerking zijn. Graag hoor ik hoe de staatssecretaris daarnaar kijkt.

Voorzitter. Dan kom ik bij een heel ander punt: de elektrische bestelauto's. Want ja, we willen de omschakeling naar elektrische bestelbussen stimuleren. Daarom gaan we de bpm afbouwen. We hebben de vraag gesteld of de markt voor elektrische bestelauto's al wel voldoende aansluit op de benodigde capaciteit voor ondernemers. Collega's van D66 sloegen daar erg op aan, want het CDA zou leiden aan koudwatervrees. Maar laten we eerlijk zijn, mensen: in de beantwoording klinkt geen overtuiging door. De ontwikkelingen gaan snel en er komen wel betere bussen met een grotere actieradius op de markt, maar die zijn er nog niet. Ik krijg signalen dat het te verwachten is dat ondernemers eerder langer in de oude, fossiele voertuigen rond zullen blijven rijden en dat door lange afstanden en zware belading de actieradius van een voertuig toch beperkingen kent. Ook heeft niet elke ondernemer de middelen om zo'n dure nieuwe bestelauto aan te schaffen, zeker nu soms niet. D66 noemt het koudwatervrees. Wij noemen het: nuchter kijken naar de realiteit. Begrijp me niet verkeerd; wij zijn vóór deze maatregel, maar we zijn ook wel heel blij met de door de VVD voorgestelde marktverkenning, omdat we denken dat dit verstandig is.

Dan de vliegbelasting. We komen nog een keer terug op de uitzondering voor transfertickets in de vliegbelasting, waar een transfer van trein naar vliegtuig niet in is meegenomen. De staatssecretaris heeft aangegeven daar begin 2023 naar te gaan kijken, maar wij begrijpen de aarzeling nog steeds niet helemaal. We gaan nu bij transfertickets dus één ticket met een transfer via Schiphol uitsluiten van de vliegbelasting, omdat we Schiphol anders uit de markt prijzen ten opzichte van andere luchthavens. Ik kan het nog steeds moeilijk rijmen dat we daar wel vlucht-vluchttransfertickets uitzonderen, maar niet trein-vluchttickets. De circa €26 die het scheelt, kan volgens mij wel het verschil maken tussen of mensen een trein pakken vanuit Brussel, Parijs of Frankfurt naar Amsterdam of bijvoorbeeld kiezen voor een korte vlucht. Hoe past dit volgens de staatssecretaris bij de ambitie van het kabinet op het gebied van IenW om treinverkeer te stimuleren boven vliegverkeer en een pilot die nu wordt uitgevoerd? Natuurlijk willen we korte vluchten niet stimuleren, maar het klinkt nu voor mij een beetje tegenstrijdig dat een transfer van twee vluchten meer wordt gestimuleerd dan een transfer van een treinreis en een vlucht. Kan de staatssecretaris er nog eens op ingaan waarom we dit niet gewoon per 1 januari gaan doen? Zou het volgens de staatssecretaris per 1 januari uitvoerbaar zijn? Kan dit volgens de staatssecretaris niet juist een negatief effect op de effectiviteit van de pilot hebben, omdat het €26 verschilt?

De voorzitter:

Er is een interruptie van de heer Romke de Jong van D66.

De heer Romke de Jong (D66):

De heer Stoffer zei het al: je komt er moeilijk tussen bij het CDA. Het gaat inderdaad in een sneltreinvaart. Maar ik sloeg toch even aan op die bestelbus. Het is fijn dat mevrouw Van Dijk terugkomt op het WGO en dat ze het herhaalt. Ik heb inderdaad gezegd: lijdt het CDA aan koudwatervrees? Ik maak me daar wel zorgen over als ik u hoor. Maar om het even helemaal duidelijk te krijgen. Klopt het dat u zegt: ja, ik sta achter deze beslissing en deze kabinetskeuze om ervoor te zorgen dat we die ondernemers kunnen helpen, met die volgende prikkel, zodat ze elektrisch kunnen rijden in 2025?

Mevrouw Inge van Dijk (CDA):

Volgens mij heb ik dat letterlijk gezegd.

De heer Romke de Jong (D66):

Ik ben heel blij om dat te horen, want ik hoorde u namelijk ook zeggen dat u zich heel erg zorgen maakt over de actieradius van bussen en dat u het ook opnieuw wilt bekijken. Ik ben in ieder geval heel erg blij dat mevrouw Van Dijk heel duidelijk zegt dat ze ervoor is om die ondernemers ook aan dat zetje te helpen, dat ze voor vergroening is en dat ze achter deze maatregelen staat. Ik ben daar heel tevreden mee.

De heer Alkaya (SP):

Even kijken of ik het voorstel van het CDA goed begrijp. Ik woon in de buurt van Schiphol. Ik heb dus te maken met alle geluidshinder en alle zaken die met het vliegverkeer te maken hebben. Als ik dan een vlucht zou boeken naar weet ik veel waar, moet ik die vliegbelasting wel betalen, maar als iemand met de trein uit Brussel komt en op diezelfde vlucht naast mij zit, hoeft hij die volgens het CDA niet te betalen?

Mevrouw Inge van Dijk (CDA):

Ik heb het zo begrepen dat als je voor vlucht-vlucht kiest, met transfertickets, je in principe minder hoeft te betalen dan wanneer je met de trein naar het vliegveld gaat en dan vliegt, en dus maar voor één transfer met het vliegtuig kiest. In plaats van vlucht-vlucht, kies je voor trein-vlucht, en dat wordt dus zwaarder belast. Volgens mij is het onze ambitie om mensen juist in die trein te krijgen.

De heer Alkaya (SP):

Ik vind het een wereldvreemd voorstel. Ik vind het inderdaad belachelijk dat transferpassagiers die vliegbelasting niet betalen. Dat vind ik al erg genoeg. Maar als mensen straks met de trein uit Brussel komen, hoeven ze die van mevrouw Van Dijk óók niet te betalen. Ik word dan ook benadeeld. Dat is toch oneerlijk tegenover de Nederlanders? We zouden toch ook kunnen zeggen dat alle transferpassagiers gewoon die belasting betalen? Dan zijn we ook gewoon van het probleem af. Waarom zorgt zij er nou voor dat nog meer mensen uit het buitenland een belastingvoordeel zouden moeten krijgen, terwijl Nederlanders die op vakantie gaan die vliegbelasting van het kabinet drie keer moeten betalen? En dat steunt het CDA wel?

Mevrouw Inge van Dijk (CDA):

Volgens mij stel ik juist voor om het stukje trein gunstiger te maken, om mensen te stimuleren om niet voor dat vliegtuig te kiezen, maar de trein in te gaan. Ik dacht juist dat de heer Alkaya dat punt zou kunnen onderschrijven.

De voorzitter:

U vervolgt uw betoog weer.

Mevrouw Inge van Dijk (CDA):

Dan de anbi's. Met betrekking tot de anbi's vinden we het nog steeds een gemiste kans dat er niet vanuit het perspectief van de filantropie is gekeken naar het beperken van de giftenaftrek. De giftenaftrek is sec bedoeld om het geefgedrag van mensen aan goede doelen te ondersteunen, zodat maatschappelijke belangen worden nagestreefd. Het gaat dus echt om het geven vanuit het belang dat mensen hechten aan anbi's, maar wat ons betreft is dat belang net zo sterk voor bijvoorbeeld verenigingen. Daarom willen we toch nog een keer de discussie voeren over de beperkte giftenaftrek voor verenigingen. Eenmalige giften aan verenigingen kunnen namelijk niet worden afgetrokken. Ik ben ervan overtuigd dat veel mensen juist ook willen geven aan wat hun lokale gemeenschap bindt, en dat is nou juist die voetbalvereniging of de lokale harmonie. Voor vijf jaar een periodieke gift laten vastleggen door een notaris is voor de meeste mensen echt een brug te ver. Ik snap de complexiteit, de risico's op misbruik en de budgettaire gevolgen van het openzetten van de eenmalige giftenaftrek voor verenigingen, maar wat mij betreft is er ook een belang voor de samenleving dat echt veel zwaarder weegt. Ik voorzie namelijk een enorme stijging in giften, wat ook weer positieve effecten kan hebben op de financiële zelfredzaamheid van verenigingen, waardoor hun maatschappelijke positie wordt versterkt. Ik zou de staatssecretaris daarom graag vragen om in overleg met de verenigingen een brief op te stellen over de effecten van het openstellen van de regeling voor verenigingen, waarin ook de knelpunten worden opgenomen, zodat we de balans verder op kunnen maken en in oplossingsrichtingen kunnen denken. Is de staatssecretaris bereid om zo'n brief naar de Kamer te sturen?

De heer Ephraim (Groep Van Haga):

Volgens mij kunnen verenigingen gewoon de anbistatus krijgen en zijn giften dan op dezelfde manier aftrekbaar. Politieke partijen kunnen dat ook. Dat zijn ook verenigingen. Dus mocht iemand nog wat over hebben: vereniging BVNL kan ik van harte aanbevelen.

Mevrouw Inge van Dijk (CDA):

Er zijn inderdaad mogelijkheden om een anbistatus te krijgen, maar dat gaat niet vanzelf. Dat vraagt echt wel iets van verenigingen. Ik weet niet of u weet hoe de staat van heel veel verenigingen is, hoeveel bestuurders al moeten doen om überhaupt overeind te blijven. Nogmaals, ik weet echt wel dat ik als antwoord ga krijgen dat het complex is, maar ik wil toch de poging wagen om te bekijken of we iets kunnen bedenken om ons maatschappelijk middenveld een extra steuntje in de rug te geven.

Voorzitter. Last but not least willen wij toch nog een keer terugkomen op het fiscale perspectief voor stoppende agrariërs. Dit staat niet in het Belastingplan, terwijl dat wel een heel actueel thema is. We snappen heel goed dat stakingswinst van ondernemers altijd wordt belast, zoals de staatssecretaris in de schriftelijke beantwoording benadrukt. Wij zeggen ook helemaal niet dat die winst niet belast mag worden. Ons punt is dat hier geen sprake is van een doorsneestakingsituatie, want als het aan deze agrariërs lag, waren ze misschien helemaal niet eens gestopt. Er is een groep agrariërs die richting pensioenleeftijd gaan en bereid zijn om te overwegen om te stoppen. Een stoppersvergoeding vormt dan hun pensioeninkomen. Als dat onaantrekkelijk is door een hoge belastingdruk — in sommige gevallen 44% — dan lijkt het ons een belangrijke stap hun daarin iets tegemoet te komen om de transitie te vergemakkelijken. Het zou kunnen helpen als boeren de belastingdruk iets meer zouden kunnen spreiden, bijvoorbeeld door de vergoeding om te zetten in hun oudedagsvoorziening. Graag hoor ik van de staatssecretaris of hij hier opties voor meeneemt in de brief die hij van plan is te schrijven met zijn collega-minister voor Natuur en Stikstof over stoppende agrariërs.

De voorzitter:

Er is een vraag van mevrouw Maatoug, GroenLinks, haar laatste vraag.

Mevrouw Maatoug (GroenLinks):

Ik wil eerst zeggen dat ik het tempo van de collega eigenlijk heel fijn vond. Dat dat ook even gezegd is.

Mijn vraag gaat over iets waar we het in de WGO's veel over gehad hebben en waar we vanuit de reinheid een passie voor hebben. Misschien is het goed om dat ook in dit plenaire debat te bevestigen. Dat gaat over hoe moeilijk het is om bij ondoelmatige, ondoeltreffende regelingen met elkaar de discipline te hebben om te zeggen: we hadden gezegd dat het tijdelijk was, maar nu maken we het structureel. Een van mijn voorstellen is om bij die regelingen een horizonbepaling in te voeren om de politiek te dwingen om een en ander te herbezien en te zeggen: het was tijdelijk; gaan we ermee door of stoppen we ermee? Mijn vraag is: deelt het CDA dat het goed is om dat in heel veel wetten te hebben, zeker als ze tijdelijk van aard zijn?

Mevrouw Inge van Dijk (CDA):

Als wij met elkaar die discipline willen vasthouden — en dat willen wij volgens mij, zeker als we het belastingplan willen hervormen — dan is dat verstandig. Dan moet je per regeling afwegen: willen we dit of willen we dit niet? Maar in principe zijn wij niet tegen een horizonbepaling.

De voorzitter:

U vervolgt uw betoog.

Mevrouw Inge van Dijk (CDA):

Ik was klaar.

De voorzitter:

Meneer Nijboer heeft daar nog een vraag over, mevrouw Van Dijk.

De heer Nijboer (PvdA):

Ik wil toch even terugkomen op de afbouw van de inkomensafhankelijke combinatiekorting. Ik wil niet zo ver gaan dat mensen helemaal ... Ik geloof nog in echte liefde, dus ik wil niet zover gaan als geboortepolitiek, planning enzovoorts. Maar ik vind het wel onverdedigbaar dat het €30.000 scheelt als je kind een, twee of drie dagen eerder of later wordt geboren. Daar zijn praktische oplossingen voor. Het is niet zo dat het niet kan qua uitvoering. Ik vraag het CDA of het daar wat aan wil doen.

Mevrouw Inge van Dijk (CDA):

We hebben hier afspraken over gemaakt, dus mijn antwoord is in dit geval nee.

De heer Nijboer (PvdA):

Is die afspraak op inhoudelijke gronden gemaakt of omdat de VVD zegt: nee is nee, argumenten doen er niet toe?

Mevrouw Inge van Dijk (CDA):

De argumenten om het te verdedigen kan ik niet massaal uit mijn mouw schudden. Daarmee heeft u het antwoord.

De heer Omtzigt (Lid Omtzigt):

Mag ik een lijstje van de afspraken die er gemaakt zijn in de coalitie? Wat betreft de IACK: iedereen vindt het onverdedigbaar om het op deze manier te doen. Je hoeft het er niet mee eens te zijn. Er zijn verschillende afbouwpaden die redelijk zijn. Weet u, kies er een, zou ik zeggen. Kamerleden hebben een eed afgelegd en die zegt dat je dit soort dingen zonder last doet. Mevrouw Van Dijk zegt hier dat er een afspraak is gemaakt, maar dat ze die inhoudelijk niet kan verdedigen. Wil de woordvoerder van het CDA zich aan de eed houden of aan de coalitieafspraak?

Mevrouw Inge van Dijk (CDA):

Dit raakt mij een beetje, merk ik, want ik word nu afgedaan als iemand die haar werk en haar eed niet serieus neemt. We hebben in dit geval een afspraak gemaakt en daar houd ik mij aan. Ik ben van mening dat we in de afgelopen paar dagen een goed inhoudelijk debat hebben gevoerd over heel veel punten. Daarmee bewijs ik dat ik heel goed weet wat mij te doen staat met betrekking tot mijn eed.

De heer Omtzigt (Lid Omtzigt):

Op een aantal inhoudelijke punten snap ik het prima. Met het meeste ben ik het eens, maar met bepaalde punten niet. Dat vind ik helemaal niet spannend. Maar ik vind het nogal wat dat er in de coalitie afspraken gemaakt worden die drie van de vier partijen niet uitlegbaar vinden. Zij vinden het niet uitlegbaar dat er een belastingvoordeel van €30.000 geldt voor een kind dat op 31 december wordt geboren, terwijl dat nul is voor een kind dat een dag later wordt geboren. Ik zeg het maar heel eerlijk: ik denk dat dit in strijd is met artikel 1 uit de Grondwet, het gelijkheidsbeginsel. Dat geldt ook voor de belastingen. Je kunt een overgangsrecht invoeren. Je kunt iemand die een jaar later geboren is minder geven, maar dit soort grote gevallen kunnen niet. Ik zie iedereen hiermee worstelen.

Mevrouw Inge van Dijk (CDA):

Ik ben heel benieuwd naar het antwoord van de staatssecretaris als het gaat om de overgang en om de vraag of we echt onoverkomelijke dingen doen die niet mogen. Als dat zo is, dan moeten we daarover opnieuw met elkaar in gesprek.

De voorzitter:

Dank u wel, mevrouw Van Dijk. Ik geef het woord aan mevrouw Maatoug van GroenLinks, die altijd een fijn tempo heeft. Gaat uw gang.

Mevrouw Maatoug (GroenLinks):

Voorzitter. Nederland verdient beter. Het zal u niet verbazen dat ik van mening ben dat arbeid de strijd van het kapitaal aan het verliezen is. Dat is al een paar decennia gaande. "Arbeid" klinkt heel abstract, maar dat gaat over mensen, mensen die hun huur of hypotheek moeten betalen en die voor hun kinderen en naasten willen zorgen. Die mensen maken zich zorgen, want het lukt ze steeds minder om dat te doen. Want de lonen in Nederland blijven achter voor de hardwerkende mensen in de schoonmaak, bij de politie, in de zorg, in de bouw, in het onderwijs, oftewel voor de mensen die onmisbaar zijn voor ons welzijn en onze welvaart. Het afgelopen decennium en de afgelopen decennia zijn we rijker geworden, maar steeds meer mensen zijn minder zeker van hun bestaan. Mijn vraag is: wat vindt de staatssecretaris van de verhouding tussen arbeid en kapitaal? Is de staatssecretaris het ermee eens dat het onwenselijk is dat die verhouding zo scheef is?

Voorzitter. Mijn analyse is dat arbeid steeds opnieuw verliest. We zien een trend naar beneden, allereerst in de primaire inkomensverdeling. De AIQ is lager dan een aantal decennia geleden. Als er al een productiviteitsstijging is, dan leidt die niet tot hogere lonen. Mijn vraag aan de staatssecretaris is of hij het ermee eens is dat de overheid ook een rol heeft in de primaire inkomensverdeling. Is hij het ermee eens dat hier sprake is van een onwenselijke ontwikkeling? Welke maatregelen gaat hij, de minister van SZW of het kabinet nemen? Is men het ermee eens dat de minimumloonverhoging van het kabinet simpelweg niet voldoende is?

Voorzitter. Wat ik net zei, kun je dus niet los zien van de flexibilisering op de arbeidsmarkt. Die draagt hieraan bij, want daardoor staan werknemers en andere werkenden minder stevig bij onderhandelingen. Cao's worden helemaal ontweken door gebruik te maken van zzp'ers en digitale platforms. De rode lijn daarbij is dat het bedrijfsleven marktmacht heeft en werkenden die niet hebben, zelfs niet in deze tijd van krapte op de arbeidsmarkt. Daar hebben werkenden last van. Daar heeft de samenleving last van. De goede werkgevers die hun mensen zekere banen en lonen willen geven, hebben daar ook last van. Het kabinet komt maar niet met een arbeidsmarktagenda om dit op te lossen. Voorzitter, u denkt: is mevrouw Maatoug bij een SZW-debat beland? Maar ik zeg dit omdat dit onderdeel de kern van de discussie is, ook als we het hebben over de rol van arbeid in ons belastingstelsel. De Raad van State tikt het kabinet niet zomaar op de vingers over die arbeidsmarktplannen, want er zijn al zo veel rapporten, maar de acties blijven uit. In plaats van die agenda met haast uit te voeren, krijgen we nu opeens een verruiming van de primarkpremie, dus u snapt mijn verbazing. Die subsidie om de lonen laag te houden, komt ook wel een beetje uit de lucht vallen.

Voorzitter. Naast het feit dat het hier mis is, zit er structureel ook wat mis. Daar hebben we het veel over gehad: de marginale druk is het hoogst voor middeninkomens. Dat is ook een prikkel van de overheid om de lonen laag te houden. Wie zet zich immers in voor een hoger loon als je er toch niks van overhoudt? Daarmee komen we bij de secondaire inkomensverdeling, want daarmee gaat het ook niet goed. Het belastingstelsel zou de problemen met de primaire verdeling recht moeten zetten, maar ons stelsel maakt het soms erger. Het stelsel zit steeds voller met cadeautjes voor de rijken. Ook in tijden van bezuinigingen lijken we hier niet naar te kijken. Tijdens het WGO heb ik hier veel vragen over gesteld.

Voorzitter. De belastingdruk van grote bedrijven is een paar decennia steeds verder gedaald, maar dit geldt niet voor de lasten op arbeid. Ook hierbij lijkt het alsof bedrijven meer macht hebben dan gewone mensen. Tot voor kort was inflatie iets dat ten minste de vermogenden raakte. Dat geld minder waard wordt, is vooral erg als je er veel van hebt, was de logica. Maar de monetaire ontwikkelingen van de afgelopen tien jaar hebben de rijken rijker gemaakt en de armen armer. Kwantitatieve verruiming stuwde de aandelenprijzen op. Vermogenden profiteerden. Nu de rente wordt verhoogd, maken de centrale banken verlies op alle opgekochte stukken, en ook betaalt de gemeenschap weer. En nu is er dan inflatie. De lonen stijgen niet mee, waardoor mensen last hebben van duurdere boodschappen en hogere huren. Kapitaal trekt ook hier weer aan het langste eind. Ook voor degenen die alleen het feit dat werkende mensen aan het kortste eind trekken, niet voldoende reden vinden om in te grijpen is dit alles problematisch. Want de lage lonen en de flexibilisering in Nederland leiden tot een lage productiviteitsstijging. Als we een sterke en innovatieve economie willen, moeten we juist investeren in werkenden en dus in innovatie. Als arbeid goedkoop blijft, ontbreekt de prikkel om dat te doen. Binnenkort is het 50 jaar geleden dat het kabinet-Den Uyl aantrad. Daarom deze vraag aan het kabinet, specifiek aan de staatssecretaris: hoe gaat het de macht van het kapitaal indammen en de macht van arbeid versterken?

Voorzitter. Dit was mijn inleiding. Ik vind het belangrijk dat we de fundamentele discussies met elkaar hebben, ook over de visie op de economie en de productiefactoren; daarmee sluit ik me eigenlijk aan bij de oproep van de heer Idsinga. Dat is waarom ik deze inleiding heb gehouden.

Ik heb nog een paar punten. Ik probeer een dubbeling met de wetgevingsoverleggen die we gehad hebben te voorkomen, maar ik wil in deze plenaire behandeling een paar punten aan de orde stellen, evenals vragen die nog openstaan. Daarmee wil ik heel expliciet gezegd hebben dat dit niet betekent dat de andere onderwerpen niet van belang zijn, maar daar hebben we al uitgebreid met elkaar over gewisseld. Ik dank de staatssecretaris en de ministers voor de beantwoording tot nu toe, zowel in de debatten als schriftelijk.

Voorzitter. Eerst ga ik nog aanvullend in op vermogen. De observatie van GroenLinks is dat dit kabinet de rit begon met beperkte keuzes rond vermogen. Bij het regeerakkoord was er in totaal een negatief saldo op de lasten van vermogen. Mijn vraag aan de staatssecretaris is hoe we nu eigenlijk staan ten opzichte van het regeerakkoord. Er is in de tussentijd veel veranderd. Er is een lek gekomen in box 3 en er is een maatregel genomen om dat te dekken, maar eigenlijk is onduidelijk wat in de optelsom van alle wijzigingen het saldo is op vermogen, als we dat vergelijken met het regeerakkoord. Het gaat me niet om winst; het gaat me echt om de lasten op vermogen.

Voorzitter. Ik ben ook heel benieuwd of we met het nieuwe pakket inmiddels weten wat de belastingdruk is van de rijkste 1% in het land. Kan het kabinet daar iets over zeggen?

Voorzitter. Dat brengt me op de vragen over het klimaat. Ook hier hebben we een uitgebreide discussie over gehad, specifiek over de minimum-CO2-prijs. Ik moet zeggen dat ik de argumentatie van het kabinet niet overtuigend vind. Er wordt nu namelijk eerst een tarief ingevoerd en daarna weer een ander tarief. Wat GroenLinks betreft is het echt effectiever, beter voor de uitvoering en duidelijker om in één keer een goede prijs te doen. Maar daar hebben we al over gesproken, dus ik heb daar geen aanvullende vragen over.

Het valt me wel op dat de CO2-prijs voor de elektriciteit geen inflatiecorrectie heeft. Mijn vraag is of de staatssecretaris het met me eens is dat het raar is om nominale euro's in belastingwetten te zetten, dus zonder inflatiecorrectie. Vooral in tijden van hoge inflatie is dat van belang, want het lijkt ons dat we waardevaste parameters willen. De minimum-CO2-prijs voor elektriciteitsopwekking is nu een nominale reeks in de wet. Die wordt niet geïndexeerd, terwijl andere onderdelen van de Wet belastingen op milieugrondslag wel worden geïndexeerd, zoals de CO2-heffing voor de industrie. Mijn vraag aan de staatssecretaris is daarom: zou u artikel 90 van de Wet belastingen op milieugrondslag aan willen vullen met een referentie naar de in artikel 71f vermelde bedragen? Dat lijkt ons logisch, tenzij er een hele belangrijke reden is om dat heel verschillend te doen. Dan horen we dat.

Voorzitter. Aanvullend daarop hebben we een wet gekregen over de solidariteitsheffing op basis van Europese afspraken. Ik heb daarover een vraag. Eén. Waarom komt die nu pas in deze vorm? En waarom gaat het kabinet voor het absolute minimum marginale tarief van 33%? Het punt is toch dat die overwinsten onverdiend zijn? Het kabinet zegt dat, maar zegt dan ook: we doen het minimale. Het kabinet vindt dit een proportioneel tarief. Mijn vraag is: waarom? Daarnaast vraag ik: waarom laten we de solidariteitsbijdrage met de bredere grondslag, die nu alleen voor 2022 geldt, niet ook in 2023 doorlopen? Daarover zegt de staatssecretaris: reken u niet rijk bij olie. Maar het gaat ook om het principe dat als die overwinst er is, we die belasten. Dat is toch de logica van die afspraken? In hoeverre verwacht de staatssecretaris dat de berekening van overwinsten tot arbitrage leidt? Hoe gaan we dat ondervangen?

Dan ben ik bij het punt over de ondoelmatigheid in het fiscale stelsel. Ook daar hebben we uitgebreid over gesproken. Eigenlijk is de samenvatting daarvan de vraag die ik net aan mevrouw Van Dijk stelde. Ik vond haar antwoord heel helder en duidelijk. Laten we onszelf helpen, want in de praktijk zien we dat het heel moeilijk is om die discipline te hebben, ook al spreken we met elkaar af dat bijvoorbeeld die horizonbepalingen in de wet staan. Ik zou mevrouw Van Dijk na willen zeggen: laten we door die lijst gaan en laten we toepassen dat we onszelf dwingen te heroverwegen, en dus om die horizonbepalingen toe te voegen. Ik zal met een motie komen op dat punt.

Voorzitter. Dan een vraag over toeslagen. Er komt een grote wijziging. De staatssecretaris Toeslagen heeft dit op haar bord. We krijgen op verzoek van collega Van Dijk en mij een brief. Ik maak me er wel zorgen over, want we moeten de link blijven leggen tussen de doelstellingen van die instrumenten. Het gaat over goed wonen en goede zorg. Ik ben heel erg bang dat er een harde knip zit tussen de toeslagen en de debatten bij Financiën en alle inhoudelijke beleidsdiscussies. Ik zou de staatssecretaris willen vragen: hoe gaan we dat in het proces vormgeven?

Voorzitter. Dat brengt me bij de specifieke vragen over de nota van wijziging. Naar aanleiding van de regeling zal het u niet verbazen dat ik hier wat uitgebreider op inga. Ik vind het namelijk een gekke figuur. We hebben een goed en duidelijk proces met die wetgevingsoverleggen. Meerdere collega's hebben ernaar verwezen. Dat doen we omdat we de inhoud willen wegen, maar ook de techniek. Daar zijn die debatten voor. Afgelopen vrijdag kregen we dan ineens een nota van wijziging waar wijzigingen in zitten op instrumenten die ook al in de plannen zaten, maar waar ook opeens een heel nieuw instrument in zit waar we tot dan toe nog niet over gesproken hadden, los van een lichte verwijzing van de staatssecretaris. Daarom de volgende vragen. In het coalitieakkoord zou het kabinet het LIV afschaffen, maar nu wordt het LIV verhoogd. Mijn vraag is: hoe is die besluitvorming gegaan? We lezen in de stukken dat dit na overleg met werkgevers ging. Op andere plekken lezen we dan weer dat het gaat om sociale partners. Mijn vraag is: met wie is dit besproken, en waarom is het op deze manier gedaan? Wat vindt de staatssecretaris van dit proces? Deelt hij met GroenLinks dat we dit stuk uit de nota van wijziging zouden moeten halen en apart moeten behandelen, zodat we daar goed naar kunnen kijken? Mijn vraag is ook: wat zeggen we tegen de medewerkers bij bijvoorbeeld de Bijenkorf of de Etos die nu actievoeren voor een hoger loon, en die gaan zien dat dit moeilijker wordt en dat niet zij een steuntje in de rug krijgen, maar hun werkgever? Waarom weer een maatregel die precies de lonen verhoogt op de plekken waar ze al flexibel zijn? Dan denk ik aan distributiecentra en de mensen die al overlast veroorzaken door niet goed voor hun werknemers te zorgen, bijvoorbeeld daar waar veel gebruik wordt gemaakt van arbeidsmigranten. Waarom deze maatregel? Wat was er eigenlijk mis met de verlaging van de Aof-premie? Waarom kiezen we voor het LIV? Dan is toch echt mijn vraag: helpt u liever het grootbedrijf dan het mkb? Daar gaat het LIV terechtkomen namelijk. Ik snap die invulling dus echt niet, ook niet vanuit de doelstelling van het kabinet.

Waarom het LIV in leven houden? Alle rapporten over dit onderwerp zeggen dat het inefficiënt en ondoelmatig is. Het CPB concludeert dat een lage-inkomenssubsidie in algemene zin niet kosteneffectief en inefficiënt is als maatregel om werkgelegenheid te stimuleren. SEO laat zien dat een LIV van 500 miljoen een werkgelegenheidseffect van 0,0% tot 0,2% kent. Dat zijn 3.000 tot 23.000 banen en in het beste geval kost dat €22.000 per baan. In het ergste geval kost het €167.000 per baan. Dat is meer dan het minimumloon zelf! De Algemene Rekenkamer concludeert: we vinden het niet plausibel dat de uitgaven aan het LIV doelmatig zijn, omdat de jaarlijkse uitgaven aan het LIV niet tot een groter aantal extra voltijdsbanen leiden dan wanneer de minister zelf extra banen zou financieren met deze 500 miljoen. De Raad van State heeft het over een "cadeaueffect", want iedereen die al mensen in dienst had rond het minimumloon krijgt het LIV. Dat is in het licht van hoe dit cadeautje aan de werkgevers gegaan is een toepasselijke term. U hoort het: u hoeft niet mij te geloven.

Er is een reden waarom het kabinet dit heeft afgeschaft. Ik geef u een compliment: dat was een goed besluit. Mijn vraag is: is de afschaffing van het LIV nog wel voorzien? Een hoger bedrag maakt afschaffen ook pijnlijker, want je gaat nu iets geven wat je daarna weer weghaalt. Kunt u toezeggen dat u het echt gaat afschaffen? Klopt het dat de tijdelijke verhoging in 2025 afloopt? Wat doet u als werkgevers zeggen dat ze het cadeautje nog langer willen? Geeft u het dan ook? Hoeveel ontvangers zouden er zijn als de bovengrens van het LIV niet naar beneden wordt bijgesteld? Hoeveel verschilt dat met de voorgestelde situatie waarin de bovengrens wel wordt bijgesteld? Waarom is er gekozen voor het afwijken van het SER-MLT? Uit dat advies blijkt namelijk ook dat je dat niet moet doen.

Voorzitter. Dit is het einde van mijn betoog. Ik wilde nog één ding zeggen. Naast dat ik aan de staatssecretaris wil vragen hoe hij die grote belastingherziening voor zich ziet — die brief krijgen we en daarover gaan we debatteren met de commissie — zou ik ook mijn collega's willen vragen om na te denken over fundamentele vragen. Ik denk namelijk dat het heel belangrijk is dat wij als Kamer ook een proces gaan inrichten. Ik verwijs daarvoor ook naar mijn collega van de VVD. Dit gaat ergens over. Dit is niet iets wat je in één jaar doet of in één WGO. Dit zijn herzieningen die jaren duren. Volgens mij is het goed dat we naar het kabinet kijken, maar daar ook als Kamer een rol in pakken.

De voorzitter:

Dank u wel, mevrouw Maatoug. Dan geef ik het woord aan de heer Grinwis van de ChristenUnie.

De heer Grinwis (ChristenUnie):

Voorzitter. Voorafgaand aan dit plenaire debat hebben we in allerlei schriftelijke rondes en twee mooie wetgevingsoverleggen van gedachten gewisseld over het Belastingplan 2023. Soms ging dat er ietwat technisch aan toe. Dat hoort ook zo en is belangrijk, zeker bij een onderwerp als belastingen. Maar te midden van al dat jargon, techniek en dla's, drieletterige afkortingen, zou je haast vergeten dat belastingen bovenal politieke instrumenten zijn, die nauw samenhangen met ideologie en mensbeeld. Achter belastingheffing gaan immers fundamentele keuzes schuil over de inrichting van de samenleving. Collega Idsinga had het er al over, net als collega Maatoug. Hartstikke goed. We moeten daar inderdaad een proces voor in de benen gaan zetten als Kamer. Daar ben ik het dus mee eens. Met wie of wat je wilt belasten laat je als politicus zien wat je echt van waarde vindt. Een individualistische visie op de mens als autonoom individu leidt tot een compleet ander stelsel dan een visie op de mens als een relationeel wezen dat samenleeft in sociale verbanden.

Als u het mij vraagt, is ons belastingstelsel de afgelopen decennia te veel gaan overhellen naar de individualistische kant. Door alle instrumentalistische tweaks van de inkomstenbelasting met de bedoeling om zowel de koopkracht te stutten als tegelijkertijd de arbeidsparticipatie te verhogen, zijn de juiste verhoudingen zoekgeraakt. Denk aan de ronduit beroerde fiscale positie van gezinnen waarin een van de partners niet kan werken, bijvoorbeeld omdat een familielid mantelzorg nodig heeft of omdat de kinderen extra zorg behoeven. Vergelijk zo'n eenverdienersgezin met kinderen nou eens met een alleenstaande bijstandsgerechtigde ouder met hetzelfde aantal kinderen. Je schrikt als je ziet dat de alleenverdiener met een modaal inkomen onder de streep minder overhoudt dan de genoemde bijstandsgerechtigde. Meneer Bluemink heeft het ons allemaal weer treffend voorgerekend.

Ik denk hierbij ook aan de marginale druk, die louter binnen box 1 rond modaal zelfs iets hoger komt te liggen dan het toptarief. De boosdoeners zijn de opgepompte heffingskortingen en de steeds steilere inkomensafhankelijke afbouwpaden. Concreet: de arbeidskorting is de afgelopen decennia enorm opgepompt van nog geen €1.000 in 2002, €920, naar meer dan €5.000 komend jaar, om precies te zijn €5.052. Tijdens het wetgevingsoverleg merkte de staatssecretaris op dat we tegen de grens van de arbeidskorting zijn aangelopen. Dat ben ik helemaal met hem eens. Ik hoop dan ook dat we de komende jaren de verleiding om de arbeidskorting nog verder op te pompen, kunnen weerstaan. Dat ding is immers inmiddels een deeltijdbonus van jewelste, zeker voor mensen met een bovenmodaal uurloon. Waarom zou je meer werken als het je netto nauwelijks extra geld in het laatje brengt? Dat moeten we aanpakken. We moeten dus niet het paard achter de wagen spannen, met een voltijdbonus of zo, zoals sommigen hier de afgelopen weken hebben gepropageerd, mijn coalitiegenoten incluis. Ik begrijp dat niet helemaal. Jaar in, jaar uit pompen wij de deeltijdbonus voor bovenmodale uurlonen op en vervolgens komen we tot de ontdekking dat steeds meer dag met het handje tegen voltijdbanen zeggen. Dan beginnen politici om een voltijdbonus te roepen.

Voorzitter. Ik ben overigens bang dat de reden niet alleen technisch van aard is, maar ook ideologisch, om niet te zeggen dogmatisch. Zoals ik al zei, vertellen de belastingen die wij voorstaan, iets over onze diepste overtuiging en ons ideaalbeeld van de samenleving. De voltijdbonus past precies in het hyperindividualistische beeld van de mens als een autonoom individu dat door de Staat bevrijd moet worden van de sociale verbanden die het beknotten. In dit mensbeeld is de mens niet meer dan menselijk kapitaal, waarvan de waarde wordt gedefinieerd door de output, het betaalde werk dat hij of zij verricht. Dat is een wereldbeeld waarin op zichzelf belangrijke zaken zoals emancipatie en financiële zelfstandigheid tot de hoogste deugden verheven zijn, terwijl er toch ook zo veel meer van waarde is in onze samenleving. We moeten weer gaan beseffen dat een samenleving meer is dan economie, dat werk zinvol en goed is, maar dat een samenleving pas echt kan floreren als niet alleen het menselijke kapitaal, maar ook het sociale kapitaal gewaardeerd wordt, van een gezin met opgroeiende kinderen via een mantelzorger tot de vrijwilliger bij de voetbalvereniging. Dat sociale kapitaal moet dus ook fiscaal gewaardeerd worden.

Wat betekent dat nou voor ons belastingstelsel? Ik denk dat het goed zou zijn als in de inkomstenbelasting niet alleen recht wordt gedaan aan het individuele perspectief, zoals nu het geval is, maar ook aan het huishoudenperspectief. Dat kan in het huidige stelsel met een verzilverbare heffingskorting die leefvormneutraal wordt vormgegeven, samenhangend met de grootte van het huishouden. In het oude stelsel zouden we het hebben over een belastingvrije som. Dat maakt mensen vrijer in de afweging om zorg en betaald werk te combineren. Als we de uitkomsten uit vermogen evenwichtiger belasten en belastingconstructies grondig aanpakken, kan de belasting op werk echt nog wel lager, zodat werk gewoon weer lonend wordt. Ook dat is een belangrijk principe voor een goed belastingstelsel.

Een ander belangrijk principe is natuurlijk eenvoud en daaraan gekoppeld transparantie. In dat licht is het mij toch wel steeds meer een doorn in het oog dat nominale belastingtarieven eigenlijk niets meer zeggen over het effectieve belastingtarief. Als je €100 meer gaat verdienen, ben je als belastingbetaler geneigd om even in de tabel met belastingtarieven te kijken om te zien hoeveel je daarvan overhoudt. Voor de meeste mensen is dat in 2023 €63, want het belastingtarief wordt 36,93 voor de meeste mensen. Maar zo simpel werkt het helaas niet. Je moet ongeveer fiscalist zijn om nog binnen het uur uit te kunnen rekenen wat je overhoudt aan een loonsverhoginkje. Mijn vraag aan de staatssecretaris is daarom of hij bereid is om het stelsel de komende jaren wat begrijpelijker te maken door de effectieve marginale druk weer te laten corresponderen met de nominale belastingtarieven. Met andere woorden: is hij bereid om ervoor te zorgen dat het marginale effect van de afbouw van de arbeidskorting en de algemene heffingskorting niet langer verstopt is, maar gewoon zichtbaar in schijftarieven?

De voorzitter:

De laatste vraag van de heer Mulder van de PVV.

De heer Edgar Mulder (PVV):

Ik twijfelde even, maar ik krijg een beetje jeuk van dit soort oproepen, vooral de laatste maanden, van verschillende kanten. Men zegt dat het allemaal wel wat minder kan en dat er meer is in het leven dan economie en geld. Ik zat in het WGO in een absurde discussie tussen volgens mij het CDA en GroenLinks. Die ging over de vraag of we heel Europa moesten de-industrialiseren. Dat soort gestoorde praat! Dat is het, voorzitter! Ze willen minder, maar er zijn mensen die niet met minder kunnen. Wat we in Nederland hebben opgebouwd, de verzorgingsstaat, is ontstaan, omdat we hier altijd hard hebben gewerkt en ook dingen overhielden. Daardoor konden we mensen die niet alles cadeau kregen in het leven, dingen geven. We konden zelfs problemen in het buitenland oplossen. Maar dat rare idee dat we maar moeten minderen en weer in een berenvel moeten gaan rondlopen, vind ik doodeng. Ik zou willen dat u daarmee stopt, want sommige mensen kunnen het niet met nog minder doen.

De heer Grinwis (ChristenUnie):

Ik vind het best een mooie interruptie, maar ik zie het verband met het verhaal dat ik net heb gehouden nog niet. Zelfs bij de PVV zijn er mensen die waarde hechten aan andere dingen dan geld. Volgens mij zijn er collega's in de fractie die ervan houden om naar de Efteling te gaan. Dat is niet iets waar je geld mee verdient, maar waar je van geniet. Althans, dat is iets waar sommige mensen van genieten. Ik vind het dus een opmerkelijke interruptie.

Laat me het uitleggen, zodat de heer Mulder mij goed begrijpt. Het is echt heel belangrijk. Met belastingen sturen we misschien nog wel meer dan met geboden en verboden in wetten, omdat een arbeidskorting je prikkelt om op een bepaalde manier arbeid te verrichten en omdat een bepaalde heffing of accijns je stuurt in het meer of minder gebruiken van een product. Kortom, hoe wij sturen, heeft wel degelijk effect op hoe wij ons gedragen. De een is daar vatbaarder voor dan de ander. Uiteindelijk rekenen we dat uit in een prijselasticiteit. Het is goed om ons daar bewust van te zijn en elkaar te vragen wat we echt belangrijk vinden. Het kan weleens zo zijn dat als wij de samenleving inrichten op volledige arbeidsparticipatie, we daarbij dan zo veel collateral damage hebben, zo veel schade aanrichten, dat de sociale verbanden stukgaan. Daardoor kunnen er bijvoorbeeld meer kinderen bij jeugdzorg belanden. Ik zeg niet dat het per se overal zo gaat, maar dat kan een consequentie zijn.

Kortom, dit is geen soft verhaaltje. Het is buitengewoon relevant om je dit te realiseren, zeker op een moment dat de marginale druk voor middengroepen hoger is dan het toptarief van onze inkomstenbelasting. Dus meneer Mulder ...

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Grinwis.

De heer Grinwis (ChristenUnie):

Ik kan hier uren over doorgaan, maar dat zal ik niet doen.

De voorzitter:

Ja, dat gaan we niet doen. Ik kijk even naar de heer Stoffer of hij nu een interruptie wil of later. De interruptie komt later. Gaat u verder.

De heer Grinwis (ChristenUnie):

Voorzitter. Ik had dit verhaal wel ongeveer afgerond en ga nu door met de toeslagen. Het kabinet heeft namelijk de goede ambitie om het toeslagenstelsel af te schaffen. Dat is bepaald geen sinecure. Tot die tijd daar is, moeten we het doen met het huidige stelsel. Een van de problemen van de huidige toeslagensystematiek is dat er niet altijd gebruik van wordt gemaakt. Ik ben er al vaker over begonnen. Honderdduizenden huishoudens hebben wel recht op een toeslag, maar hebben deze tragisch genoeg nooit aangevraagd. Vooral bij het kindgebonden budget is dat problematisch, zeker vanaf 2020, toen het afbouwpunt voor paren werd verschoven van het minimuminkomen naar een modaal inkomen, waardoor er fors meer huishoudens recht kregen op deze toeslag. Ook komend jaar stijgt de groep die recht heeft op deze toeslag met nog eens 90.000 huishoudens. Dat komt door de forse verhoging, wat overigens goed nieuws is voor de aanpak van kinderarmoede. Nu heeft de Belastingdienst zeker stappen gezet om mensen te wijzen op hun recht op toeslagen. In de schriftelijke beantwoording werd gewezen op brede publiekscampagnes en voorlichting, als er contact is met de burger. Ook is er ambtshalve toekenning, waarbij de toeslag automatisch wordt toegekend als iemand al een andere toeslag ontvangt. Maar bij het kindgebonden budget helpt dat vaak helemaal niet, want voor veel gezinnen is het kindgebonden budget de enige toeslag waar ze recht op hebben. Dan zet zo'n ambtshalve toekenning geen zoden aan de dijk. Nu is het wel zo dat iemand die recht heeft op het kindgebonden budget ook kinderbijslag ontvangt. Is daarmee geen koppeling te maken, is mijn vraag. Het lijkt me sowieso een extra informatiekanaal voor ouders. Die krijgen immers allemaal post en geld van de Sociale Verzekeringsbank. Ik overweeg een motie op dit punt, na hetgeen we gewisseld hebben in de WGO's.

Voorzitter. Dan kom ik op de 30%-regeling. Een rechtvaardig belastingstelsel houdt ook in dat iedereen netjes zijn belasting moet betalen. In dat opzicht is de 30%-regeling een curiosum. Expats die in Nederland komen wonen, krijgen vijf jaar lang een belastingkorting van 30% van hun inkomen. Gelukkig maximeert het kabinet die nu, maar dan nog. Ik vind het oprecht lastig om uit te leggen dat twee mensen die precies hetzelfde werk doen en hetzelfde loon verdienen door de Belastingdienst verschillend worden aangeslagen. Natuurlijk, ik snap het concurrentieargument en de strijd om internationaal talent, wat overigens in mindere mate in Europees verband geldt, of beter gezegd, zou moeten gelden.

Tijdens het wetgevingsoverleg heb ik dan ook het punt gemaakt dat de 30%-regeling eigenlijk een vorm is van belastingconcurrentie tussen EU-lidstaten. Veel lidstaten geven nu belastingkortingen om elkaars werknemers weg te kapen. Het gevolg is dat geen enkele economie er echt van profiteert, maar dat er wel sprake is van een forse derving van belastinginkomsten. De enige die hier wel bij vaart, is de Europese expat, want die hoeft minder belasting te betalen. Volgens mij is het dus heel verstandig om op Europees niveau hierover afspraken te maken, net zoals dat bijvoorbeeld wenselijk is ten aanzien van een minimumwinstbelasting. Ik ben blij dat de staatssecretaris in het wetgevingsoverleg aangaf dat hij dit aan de orde gaat stellen in de gedragscodegroep. Wel wil ik graag weten wat zijn precieze inzet daarbij wordt. Een inspanningsverplichting is makkelijk om te geven, maar is ook snel voldaan. Hoe wil het kabinet dit precies aanpakken? Wanneer krijgt de Kamer een rapportage over de voortgang?

Voorzitter. Dan nog een paar zaken die ik kort wil aanstippen. Vorige week kondigde de staatssecretaris een "massaal bezwaar plus" aan voor de ambtshalve vermindering, het rechtsmiddel dat nog openstaat voor niet-bezwaarmakers in box 3. Belastingplichtigen hoeven nu niet zelf te verzoeken om ambtshalve vermindering, maar kunnen meeliften met een brede procedure. Volgens mij is dit een goede zet van de staatssecretaris. Het is een mooie eerste invulling van mijn eerder ingediende motie in dezen. Ik heb wel een vraag aan hem: betekent dit dat de massaalbezwaarprocedure oude stijl weer terugkomt? Want dat is toch wat "massaal bezwaar plus" betekent?

Verder zie ik uit naar het onderzoek naar het functioneren van de massaalbezwaarprocedure. Ik denk dat van belang is dat we daarbij niet alleen vooruitkijken maar ook terug. Kan de staatssecretaris toelichten op welke manier de gevolgen van de wetswijziging van 2016 worden meegenomen in dat onderzoek? Is het bijvoorbeeld een idee om een aantal hoogleraren fiscaal recht om advies te vragen? Dat kan binnen een onafhankelijke commissie die het functioneren van de huidige massaalbezwaarprocedure en de totstandkoming daarvan onderzoekt.

De voorzitter:

Er is een interruptie van de heer Nijboer. Laatste vraag.

De heer Nijboer (PvdA):

Mijn laatste vraag gaat over de 30%-regeling. Expats betalen over 30% van hun inkomen geen belasting. Ik vraag dat aan de knutselaar van de coalitie; dat bedoel ik in positieve zin. Uit de evaluatie komt dat je er tot een ton nog wat voor kunt zeggen, hoewel ik er helemaal vanaf wil, maar dat je het daarboven echt niet meer moet doen. Dit kabinet legt die grens nog veel hoger, namelijk boven de twee ton. Is de ChristenUnie niet van mening dat er helemaal geen grond meer is om dat boven een ton te doen, ook gezien de inhoudelijke evaluatie? Is de ChristenUnie ook bereid om het amendement dat wij hebben gemaakt te steunen, zodat het geld nuttiger besteed kan worden?

De heer Grinwis (ChristenUnie):

Ik was eigenlijk net een beetje mijn zegeningen aan het tellen. Het kabinet heeft nu namelijk een maatregel doorgevoerd, die ook te vinden was in onze doorrekening, om de 30%-regeling te beperken tot de WNT-norm, de balkenendenorm. De heer Omtzigt heeft ons daartoe eerder aangemoedigd. Die motie heeft hij, misschien wel meermaals maar in ieder geval één keer, duidelijk ingediend. Hij concludeerde namelijk terecht dat ieder verkiezingsprogramma er wat mee wilde, waarvan drie programma's in de vorm van het beperken tot de WNT-norm. Dat is nu naar ons toe gekomen. Dat vind ik eigenlijk wel iets om dankbaar voor te zijn. Het neemt niet weg dat ik de inzet van collega Nijboer helemaal snap, net als de vragen van collega Inge van Dijk. Ik kijk dus uit naar de reactie. Maar ik zie ook nog wel een paar andere mogelijkheden om die 30%-regeling aan te pakken, dan wel daaraan gelieerde belastingconstructies. Daar kom ik in de tweede termijn nog wel even op terug.

De voorzitter:

U vervolgt uw betoog.

De heer Grinwis (ChristenUnie):

Dat was nog een cliffhanger.

Ik kijk even waar ik was gebleven. Ik heb nog een punt over het vergroenen van ons belastingstelsel. Daar draagt dit pakket ook aan bij, met name via de implementatie van het CBAM en de aanscherping van de CO2-heffing aan de marge. Ik sluit me overigens aan bij de indexatievraag van collega Maatoug over de minimumprijs. Dat is een terechte vraag; alhoewel ik denk dat indexatie alleen niet genoeg is om de minimumprijs serieus omhoog te krijgen. Maar toch, alle beetjes helpen.

Hierbij dan gelijk maar een vraag over de blokaansluitingen. Gisteren kregen we een uitgebreide brief van ik meen 29 kantjes van minister Jetten over het prijsplafond. Naast de mooie en nuttige dingen die daarin stonden, maakte zich toch een lichte teleurstelling van mij meester toen ik de brief uit had. Over het prijsplafond blijkt nog heel veel uit te zoeken te zijn en uit te onderhandelen te zijn met de energiebedrijven. De ACM levert niet. Daarover gaan we donderdag uitgebreid het debat aan, dus dat ga ik hier niet doen. Maar de staatssecretaris Fiscaliteit zit hier. Daarom stel ik hem een vraag over de blokafsluitingen. Daar zijn we nu ook al maanden mee aan de slag, ik geloof Kamerbreed aangevuurd. Het lijkt maar niet te lukken om een concrete, heldere regeling in de benen te helpen, die ook eenvoudig is, waarin staat hoe we het gaan doen en waarop de mensen kunnen rekenen. Kan de staatssecretaris de Belastingdienst maximaal pressen om dit concreet handen en voeten te geven? In de brief stond dat de Belastingdienst hierbij coördinerend is, maar het duurt allemaal zo lang. Juist de mensen achter een blokaansluiting, niet zelden in een flat uit de jaren zestig, hebben het gemiddeld genomen minder breed dan veel mensen die straks wel kunnen rekenen op het prijsplafond. Ik leg dit dus met nadruk en klem aan hem voor.

Voorzitter. Ik houd nog wat spreektijd over voor mijn tweede termijn. Dan zal ik doorgaan op een aantal punten die we al hebben uitgediscussieerd tijdens de WGO's, zoals het bevorderen van de elektrische binnenvaart. Over mijn ingediende amendementen inzake de energiebelasting en het voorkómen van beleid waarin we van ijsschots naar ijsschots blijven springen, heb ik tijdens de Algemene Financiële Beschouwingen en het eerste WGO genoeg gezegd. Dat geldt eigenlijk ook voor de evaluatiebepaling inzake de antiarbitragebepaling voor de peildatum, waarover collega Idsinga ook het een en ander zei.

Ik laat het hier dus maar bij in eerste termijn, voorzitter, maar niet dan nadat ik een vraag van collega Stoffer heb beantwoord.

De voorzitter:

Dat klopt helemaal, maar de tijd die u heeft opgegeven, kunt u volledig besteden in de eerste termijn.

De heer Grinwis (ChristenUnie):

O, dan heb ik die niet nodig.

De voorzitter:

Dat zei ik even voor de zekerheid.

De heer Stoffer (SGP):

Ik mag de heer Grinwis eigenlijk altijd wel. We zijn toch ergens een beetje broeders van hetzelfde huis. Ik zou dan wel nare vragen kunnen gaan stellen, maar ik heb eigenlijk een cadeau voor hem: een heel mooi amendement. Hij heeft het al een beetje gezien. Het gaat over de IACK. Ik snap dat hij, voordat hij het gaat uitpakken, zegt: ik heb misschien een probleem met de VVD. Maar dat heb ik ook opgelost, want het brengt 8 miljard op. Dat kunnen we gebruiken voor het verlichten van de lasten op arbeid. Dan is de VVD volgens mij om. Lastenverlaging is toch hun corebusiness. Eigenlijk is mijn vraag of de heer Grinwis het cadeau wil uitpakken en het samen met mij wil indienen. De staatssecretaris zie ik al lachen; die wil het ook hebben.

De heer Grinwis (ChristenUnie):

Ik moet gelijk toegeven: het is een prachtig cadeau. Wie zou zo'n cadeau nou weigeren? Daarom bouw ik nog enige ruimte in. Ik ga nu niet helder ja of nee zeggen, maar ik heb nog één punt. Hoe is deze afspraak nou tot stand gekomen? Dat is misschien ook wel aardig. Een enkele partij, misschien wel D66 voorop, wilde goedkoop of bijna gratis kinderopvang. Er was een andere partij die zei: goed plan, maar dan leveren we de IACK wel in, want het plannetje moet ook betaald worden, en we pompen de IACK al jarenlang eindeloos op, en dat is een ongelofelijke verdeler in ons belastingstelsel. Die partij was natuurlijk de ChristenUnie. Toen zei de VVD: het moet betaald worden, dus vooruit, maar dan gaan we het wel langzaam infaseren en er heel lang over doen om dat allemaal betaald en gedekt te krijgen, want structureel hebben we de dekking dan toch rond. Dit is in huis-tuin-en-keukentaal hoe het ongeveer gegaan is. Dat is een afspraak die gemaakt is en waar ik me aan ga houden.

Maar ik heb nog iets geleerd in de politiek, dus niet alleen hoe je goede afspraken maakt en zo'n deal sluit, maar ook dat er, als het bij de eerste kans niet lukt, altijd wel een nieuwe kans komt om een maatregel aan te passen en een afspraak opnieuw te bespreken. Ik houd dus hoop dat de VVD, die weliswaar nu haar rug recht houdt, haar poot stijf houdt en niet wil inleveren op de gemaakte afspraak, hiervan terugkomt. Er komt altijd weer voorjaarsbesluitvorming en er komt altijd weer augustusbesluitvorming, dus wie weet. Om een lang verhaal kort te maken: ik ga dit amendement nu niet steunen, maar wie weet wordt het cadeau ooit nog uitgepakt.

De voorzitter:

Tot slot de heer Stoffer.

De heer Stoffer (SGP):

Dan heb ik wel een tip: lees De Telegraaf. De VVD gaat altijd door de pomp, heb ik zojuist gelezen, dus het moet goedkomen volgens mij.

De heer Grinwis (ChristenUnie):

Maar laat ik nou in deze voor een enkele fractie pijnlijke dagen de druk niet nodeloos opvoeren.

Voorzitter, dank.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Grinwis. Er is nog een interruptie van de heer Omtzigt.

De heer Omtzigt (Lid Omtzigt):

Fijn dat de coalitie toch gezien heeft dat de 30%-regeling in alle vier de verkiezingsprogramma's stond — daar ben ik blij om — nadat ze met z'n vieren mijn motie om hun eigen verkiezingsprogramma te lezen verworpen hadden.

De heer Grinwis (ChristenUnie):

Ik gaf u de credits, hè?

De heer Omtzigt (Lid Omtzigt):

Dank u wel. Ik zat nog op een ander pakketje te wachten: de belasting op het bezorgen van pakketjes. Die is groots aangekondigd in oktober door de ChristenUnie. Ik was dus eigenlijk benieuwd of die definitief weggegooid is of dat die nog een keer terugkomt. Ja, als je zo'n voorstel in de krant aankondigt, dan denk ik: dan komt het hier. Maar ik heb er al zes weken niets over gehoord.

De heer Grinwis (ChristenUnie):

Dat was een prachtig debat tijdens de Algemene Financiële Beschouwingen. Toen stond de heer Omtzigt hier ook. Hij heeft daar zulke goede vragen over gesteld — de staatssecretaris heeft het voorstel dat ik toen heb gedaan, ook gewogen — dat ik het voorstel mee teruggenomen heb. Wij zullen als fractie zeker nog met nieuwe voorstellen komen om iets te doen aan de uitwassen van de bestel- en bezorgeconomie, maar ik zie ook wel in dat een bestel- en bezorgbelasting misschien niet de beste methode is. Maar ik heb nog wel wat oplossingen in mijn mouw zitten, zoals het aanpakken van gratis retourbezorgingen. Daar moeten we denk ik echt iets aan doen. Misschien moeten we in dit land ook eens iets gaan doen aan het zomaar alles kunnen kopen op afbetaling. Want als je die mogelijkheid laat bestaan, werk je het in de hand om drie, vier of vijf paar schoenen tegelijk te bestellen en vier daarvan dan terug te sturen. Kortom, het denken staat niet stil. Ik luister naar interrupties, ook van collega's uit de oppositie, en zeker naar die van de heer Omtzigt.

De heer Omtzigt (Lid Omtzigt):

Dat stel ik op prijs. Mag ik dan één suggestie doen? Kijkt u dan niet alleen naar belastingen, maar ook naar de arbeidsomstandigheden van de bezorgers. Want als er ergens een knelpunt zit, is dat bij het te weinig betalen en het onder bijna daglooncontracten brengen van de bezorgers, vaak jongeren, zonder enige mate van sociale zekerheid. Als er ergens iets extra's betaald zou moeten worden, zou dat dus niet aan de Belastingdienst, maar wellicht aan de bezorger moeten zijn.

De heer Grinwis (ChristenUnie):

Om alle misverstand te voorkomen: ik ben het helemaal met de heer Omtzigt eens. Een van mijn punten toen was juist dat de rafelranden van onze economie, van de platformeconomie, inderdaad vaak worden afgewenteld op jongeren zonder contract. Soms is dat gedwongen in een zzp-bestaan, soms in een flexibel contract dat je niemand gunt. Ik ben het dus helemaal met de heer Omtzigt eens. Dat geldt ook voor andere uitwassen van deze bestel- en bezorgeconomie. Mijn punt, mijn diagnose was dus heel serieus. Misschien was het middel om gelijk naar de fiscaliteit te grijpen niet de beste oplossing, maar het is een probleem dat we aan moeten pakken. Als het gaat om arbeidsomstandigheden, als het gaat om verkeersveiligheid, als gaat om het wellicht beteugelen van het altijd maar die bestelknop indrukken en als het gaat om het voorkomen van vernietiging van teruggestuurd textiel — dat wordt soms zomaar verbrand in plaats van opnieuw aangeboden — dan is er nog een wereld te winnen.

De voorzitter:

Dank u wel. Dan geef ik het woord aan de heer Van Raan van de Partij voor de Dieren.

De heer Van Raan (PvdD):

Voorzitter, dank u wel. Laat ik beginnen met te zeggen dat ik mij zeer aangesproken voelde door de betogen van de heer Idsinga en mevrouw Maatoug. Zij riepen op om de fundamentele discussie te voeren over onder andere de verhouding tussen kapitaal en arbeid en wat dat doet met de fiscaliteit. Mijn bijdrage zal voornamelijk gaan over de vergroening van het belastingstelsel. Wat ons betreft staat dat in het teken van de klimaat- en biodiversiteitscrises.

Voorzitter. Wat ons betreft, is het redden wat er te redden valt. En gelukkig is dat heel wat. Er valt heel wat te redden. Dat is onze samenleving en dat is onze toekomst. Maar het is wel code rood voor alles wat leeft. Miljoenen ontheemden in Pakistan door overstromingen, verwoesting door orkaan Ian in de VS, de heetste zomer in Europa en pijnlijke weerrecords in de herfst: de schadelijke gevolgen van de wereldwijde temperatuurstijging zijn dagelijks voelbaar voor iedereen. Het in stand houden van het stervende fossiele systeem is echt het allerlaatste wat we nu zouden moeten willen. En toch is dat, onbedoeld waarschijnlijk, wel wat dit kabinet doet via het belastingstelsel, door het gedrag van burgers en bedrijven precies de verkeerde kant op te sturen met financiële prikkels. Al jaren wordt er fiscale vergoeding beloofd. Er gebeurt wel iets — laten we daar eerlijk in zijn: er gebeurt zeker iets — maar we zien dat het te weinig is. Ik hoop dat we nu niet een discussie krijgen over "het zal wel weer te weinig zijn voor de Partij voor de Dieren". Dat is helemaal niet relevant. De vraag is: is het genoeg? En het antwoord is overtuigend "nee". Neem bijvoorbeeld de Wet minimum CO2-prijs industrie. De minimumprijs van CO2 is zo laag dat dit bij geen enkel bedrijf wordt meegenomen in de investeringsbeslissingen. Dit gaat dus op geen enkele manier bijdragen aan een meer positieve duurzame businesscase. Het levert dus ook de schatkist en de belastingbetaler niks op. Het enige effect dat beschreven is, betreft een toegenomen regeldruk en complexiteit in de uitvoering bij de Nederlandse Emissieautoriteit. Kortom, een holle maatregel en eigenlijk erger dan niks doen. Het belooft namelijk wel iets maar het doet niks.

Voorzitter. Dan de CO2-heffing voor de industrie. Het kabinet scherpt de CO2-reductiefactor aan, maar past niet het tarief aan, omdat het huidige tarief volgens een studie van het PBL — let op! — waarschijnlijk voldoende is om de doelen uit het Klimaatakkoord te halen. Die doelen waren al niet toereikend en nu neemt het kabinet ook nog genoegen met waarschijnlijkheden. Zeer zeker halen we de klimaatdoelstellingen dit jaar niet. En zeer zeker wordt de klimaatcrisis niet beperkt tot 1,5 graad bij dit beleid. En zeker zitten we "op de snelweg naar een klimaathel met onze voet op het gaspedaal", zoals VN-baas Guterres zegt op de klimaattop die nu bezig is. Het kabinet maakt eigenlijk alles alleen maar erger.

Voorzitter. Zijn de bewindspersonen die hier zitten bekend met het begrip "klimaatrouw"? Climate anxiety, in goed Nederlands. Het besef van afscheid moeten nemen van een manier van leven die voorbij is omdat die niet langer houdbaar is. Het besef dat de bestaanszekerheid van de toekomst onzeker is geworden. Vooral jongeren worstelen hier ontzettend mee. Hebben zij enig idee van dat type gevoelens bij henzelf, zo vraag ik de bewindspersonen. Ik zou eigenlijk de minister voor Klimaat willen vragen om hier namens de aanwezige bewindspersonen te proberen om op dat gevoel een antwoord te geven. Wat doet dat?

Ziet het kabinet dat tegenover de tekortschietende klimaatbeleidsmaatregelen nog steeds minimaal 17,5 miljard aan fossiele subsidies wordt verstrekt? Zelfs de meest achterhaalde fossiele subsidies, die je eerlijk gezegd eerder aan de vooravond van de industriële revolutie zou verwachten, zitten nog steeds in het Nederlandse belastingstelsel. Neem de vrijstelling voor de kolenbelasting. De staatssecretaris is zijn belofte tijdens de Algemene Financiële Beschouwingen nagekomen en heeft mij inderdaad geïnformeerd over de gederfde inkomsten van deze fossiele subsidie. Ze kunnen hoger uitvallen en het is ook nog niet zeker, maar de minister voor Klimaat en Energie zet de kolencentrales ineens op volle toeren. Het is dus winstgevend om in de kolenindustrie te zitten. Ik heb een amendement voorbereid dat dit overbodige fossiele douceurtje afschaft.

Voorzitter. De trend is wereldwijd gaande, waardoor de totale omvang van alle fossiele subsidies wereldwijd, na de afspraken in de G20 uit 2009, anno 2022 is opgelopen tot een duizelingwekkende 6.000 miljard. En — dat is het goede nieuws — om in 2030 onder de anderhalve graad te blijven, is er maar 5.000 miljard nodig, zegt het Internationaal Energieagentschap.

Voorzitter. Misschien is het geen toeval, maar ik heb het ook over het kabinet-Den Uyl, het kabinet dat deed aan spreiding van kennis, inkomen en macht. Na het kabinet-Den Uyl hebben de opeenvolgende kabinetten, gretig geholpen door de fossiele industrie, de samenleving eigenlijk weer in slaap gesust doordat fossiele energie goedkoop was. Door al die fossiele subsidies hadden we, tot de Russische inval, niet door dat het fossiele-energiesysteem ontzettend duur is. Vervuilen wordt nu nog altijd beloond in plaats van belast. Neem bijvoorbeeld — weer een ander voorbeeld — de niet-geheven heffingen die de verkeerde transities in gang zetten en versnellen, zoals het verbranden van bomen. Vanmiddag bij het vragenuurtje heb ik de minister voor Klimaat en Energie bevraagd over de nieuwe studie die aantoont dat hierdoor de CO2-opslagcapaciteit van Europese bossen in rap tempo krimpt. Hij zei toen dat hij stopt met biomassasubsidies — dat klopt — maar volgens mij vergat hij toch erbij te vermelden dat dat pas over tien jaar het geval is en dat er eerst nog eens ruim 9 miljard kan worden verstrekt aan subsidies. Het kabinet investeert op deze manier ons belastinggeld in een nieuwe verslaving, namelijk een biomassaverslaving.

Voorzitter. Op de huidige klimaattop heeft premier Rutte gezegd: de wereldwijde klimaatacties van landen — let op — zijn tot nu toe veel te weinig en veel te laat. Nederland behoort tot deze landen. Er was namelijk altijd wel iets belangrijker dan de leefbaarheid van onze planeet en anders waren het wel weer koolstoflekkages of het gelijke speelveld. Klopt het dat door de koolstofregeling die Nederland van de EU moet implementeren, koolstoflekkages worden tegengegaan en op die manier het gelijke speelveld wordt gecreëerd? En welke mogelijkheden ziet de staatssecretaris hierdoor ontstaan voor fiscale vergroening? Volgens premier Rutte kan de wereld en in het bijzonder Afrika erop rekenen dat Nederland zijn verantwoordelijkheid neemt. Nou, dat is schitterend om te horen. In 2015 hebben we dat ook beloofd. We komen het al zeven jaar niet na. Maar misschien gaat het nu wel gebeuren. Welke rol ziet de staatssecretaris voor zichzelf weggelegd om de premier aan die belofte te houden? En welk deel van de belastingopbrengsten zou hiervoor bestemd moeten worden?

Voorzitter, tot slot. Een beschaafd belastingplan zou ook vriendelijk gedrag jegens dieren moeten stimuleren en niet dierenmishandeling. Bij de Algemene Financiële Beschouwingen heb ik een motie aangehouden om onderzoek te doen naar fiscale mogelijkheden om gesleep met levende dieren tot een minimum te beperken. De fiscaliteit zou hier niet de oplossing gaan bieden, aldus de staatssecretaris, maar hij wilde er wel een brief over schrijven. Hartstikke goed. Dit schrijft hij: "De borging van het dierenwelzijn tijdens het transport van dieren is Europees geregeld via de Transportverordening 1/2005. Deze verordening is rechtstreeks toepasselijk in Nederland en geeft lidstaten niet de ruimte om generieke restricties door te voeren ten aanzien van maximale transportduur." Einde oefening. Op welke manier is de fiscaliteit nu niet de oplossing? Fiscaliteit is namelijk de enige oplossing om hiermee aan de slag te gaan.

De minister voor Klimaat en Energie heeft na scherpe mondelinge vragen van collega Teunissen van de Partij voor de Dieren toegegeven dat hij vindt dat er minder vlees moet worden gegeten voor het klimaat. Dank daarvoor. Is de staatssecretaris bereid om zijn collega, de minister voor Klimaat en Energie, te ondersteunen in zijn besparingscampagne en in de energietransitie, door eindelijk de fiscale fossiele subsidies af te schaffen die het systeem in stand houden? Is hij bereid om groente en fruit goedkoper te maken dan vlees, zodat het weer aantrekkelijk wordt om gezond te eten?

Voorzitter, ik ga afronden. We hebben een aantal amendementen voorbereid, ongeveer voor een bedrag van 3,6 miljard euro. Dat zijn amendementen die allemaal het predicaat "uitvoerbaar" hebben gekregen, althans in eerste instantie. Dat is heel goed nieuws. Dan komt het erop aan, de klimaatcrisis echt recht in het gezicht te kijken. Durft de staatssecretaris de klimaatcrisis recht in het gezicht te kijken en een einde te maken aan de palliatieve zorg aan fossiele multinationals?

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Van Raan. Dan geef ik het woord aan de heer Eppink van JA21.

De heer Eppink (JA21):

Dank u wel, voorzitter. Ik heb vandaag een korte bijdrage en wil drie pregnante zaken aankaarten. In de eerste plaats box 3. Ten tweede de marginale lastendruk, die werken bestraft. Tot slot de hoge lasten voor het bedrijfsleven. Een bedrijf is een onderneming die meerwaarde en welvaart produceert, geen pinautomaat met een onbeperkt krediet. Ik begin met box 3. JA21 is altijd duidelijk geweest, conform de motie-Eppink, wat betreft het compenseren van de kleine spaarders wegens de onrechtmatige belasting die zij hebben betaald in box 3. Dit geldt ook voor middenstanders en ondernemers die hun pensioen bij elkaar hebben gespaard in box 3. Het kan zijn dat er voor de regering geen wettelijke plicht is om hen te compenseren, omdat ze geen bezwaar hebben aangetekend. Maar voor JA21 ontslaat dat de regering niet van de morele plicht om deze onterechte belasting terug te betalen. De advocaat-generaal bij de Hoge Raad sprak zelfs van een vorm van diefstal. Het is een inbreuk in het eigendomsrecht, mede in het licht van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. Het is en blijft onrechtmatig.

Nu is het denkspoor geopend voor een proefproces dat uiteindelijk een herkansing lijkt te zijn. We moeten dat zeker proberen. Ik ben de staatssecretaris dankbaar dat hij open blijft staan voor nieuwe gedachten. Hij is altijd bereidwillig geweest om mee te denken en de dialoog voort te zetten. Dat moeten we dan ook doen. Maar dit proefproces kan ook werken als een fopspeen die de spaarders zoet moet houden. Daarom heb ik enkele vragen aan de staatssecretaris. Hoelang kan zo'n procedure duren? Welke ruimte heeft een rechter in Nederland om te spreken over een kwestie waarover de Hoge Raad reeds heeft geoordeeld? En hoe kan de rechter het kabinet ertoe aanzetten om alsnog te compenseren? Het moet dus meer zijn dan een zoethouder, of in dit geval een zuurhouder.

Ten tweede de marginale druk. We hebben het wetgevingsoverleg teruggekeken. Daar ontstond een interessante discussie over de marginale druk en de belastingdruk. De hoge marginale druk is een boete op werken. Voor JA21 is het klip-en-klaar: wij willen over de gehele linie lasten op arbeid omlaag door verdere verlaging van het tarief, bijvoorbeeld in de eerste schijf. Dat verlaagt de gemiddelde belastingdruk en zorgt voor meer geld voor de gewone werkende Nederlander.

Ook wil JA21 kijken naar het radicaal versimpelen van het toeslagenstelsel. Daarom heb ik vorige maand een motie ingediend voor het verlagen van de marginale lastendruk en het vereenvoudigen van het belasting- en toeslagenstelsel. Het toeslagenstelsel bemoeilijkt de goede werking van de arbeidsmarkt, omdat het een bonus is op niet werken. Deze motie is door 149 van de 150 Kamerleden gesteund. Alleen BIJ1 was tegen. Ik zie dat zij er niet is. Dat is heel goed: een simpeler belastingstelsel en minder belastingdruk. Wij zijn blij met de eerste stap naar het vereenvoudigen van het oerwoud van regeltjes en regelgeving.

Voorzitter. Ten slotte spreken wij ons uit tegen de verhoging van de lasten op het bedrijfsleven. Ondernemers krijgen te maken met steeds hogere lasten. Dat is niet goed. We hebben gezien dat de fruitteelt straks last krijgt van een hogere belasting op vruchtensap. Heeft de staatssecretaris scherp voor ogen hoeveel van de 1.200 ondernemers in de fruitteelt hier de dupe van kunnen worden? Wil hij hierover met deze sector in overleg gaan en uitleggen wat er aan de hand is?

Voorzitter. De verhoging van de vennootschapsbelasting steekt in het bijzonder. Het kabinet haalt hiermee miljarden op bij het bedrijfsleven. Dat is niet vrijblijvend. Zeker kleine ondernemers maken onzekere tijden door. Het ene na het andere bedrijf staat op omvallen. Er is fiscaliteit, maar er is ook een economische realiteit.

Dank u zeer.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Eppink. Dan geef ik het woord aan de heer Stoffer, SGP.

De heer Stoffer (SGP):

Voorzitter. Het is deze week een memorabele week. Aanstaande donderdag spreken we met de minister voor Pensioenen — ik wist niet eens dat zij erbij zou zijn vandaag — over de verdeling van 1.500 miljard aan pensioengeld. Vandaag en morgen hebben we het over ruim 366 miljard aan belastinginkomsten. Ik denk dat het goed is om eens stil te staan bij die immense belastingopbrengsten waar we hier vaak zo gemakkelijk over spreken. Ik zie dat er in vak-K een beetje zo wordt gedaan van "wie zit er nu het hoogste in rang?", maar die belastinginkomsten zijn er ieder jaar. Over die rang discussiëren ze maar in het kabinet; daar bemoei ik me niet mee. Ik denk dat het wel goed is om hier in ieder geval te memoreren dat dat geld wordt afgedragen door gezinnen en ondernemers. En laat ik daar gelijk maar mee beginnen: ik denk dat we dit keer wel heel gemakkelijk draaien aan de knoppen van die ondernemers. Dat moeten we, volgens mij, niet blijven doen. Mijn eerste vraag is dan ook: kunnen ondernemers in de toekomst rekenen op een meer voorspelbaar belastingplan?

Ook voor gezinnen wordt het niet altijd makkelijker. Maar laat ik daarbij gelijk iets positiefs noemen. Met de stijging van het kindgebonden budget zijn we namelijk echt blij. Dat helpt gezinnen gewoon enorm vooruit. Maar laten we daar gelijk bij zeggen dat door belastingkortingen, die jarenlang enorm zijn opgevoerd, het belastingstelsel wel veel te ingewikkeld geworden is. De stijgende marginale druk moet, wat dat betreft, dringend een halt toegeroepen worden. Dat kan, want het zijn uiteindelijk politieke keuzes die ons stelsel ingewikkeld maken en het zijn dan ook politieke keuzes om het stelsel uiteindelijk wel weer te vereenvoudigen, hoewel dat niet gemakkelijk is. Gelukkig heeft deze staatssecretaris die intentie. Maar ja, het zit niet altijd mee, want ondanks goede bedoelingen van de staatssecretaris werkt een deel van de politiek dat op in ieder geval één punt tegen. De heer Nijboer noemde het al het "lelijke eendje". Ik denk dat dat wel een goede benaming is, want ik doel op de inkomensafhankelijke combinatiekorting.

Dit Belastingplan stelt voor om die korting uit te faseren in maar liefst twaalf jaar en alleen voor nieuwe gevallen. Wat krijg je dan? Dan krijg je wat we in het WGO hebben benoemd, namelijk dat een kind dat is geboren op 31 december 2024 nog twaalf jaar die IACK krijgt. Als we uitgaan van het bedrag van volgend jaar, scheelt dat €32.328, maar we kunnen ervan uitgaan dat dat bedrag ieder jaar wordt geïndexeerd. Laten we eens uitgaan van 2% inflatie. We mochten willen dat dat nu het geval was. Als dat het geval is, krijgt het ene gezin €46.588 en het andere precies €0. Dat scheelt toch een stevig jaarsalaris, alleen omdat er een paar uur tussen de geboorten zit. We hebben daarover, net als alle coalitiefracties, in de schriftelijke ronde vragen gesteld en gelukkig zou de staatssecretaris met een gewijzigd plan komen. Maar tijdens het WGO bleek opeens dat het kabinet het toch bij het oude, en in mijn ogen slechte, plan blijft. Mijn vraag aan de staatssecretaris is waarom hij dat doet. Hoe kan hij dit, zeker gezien zijn wens het belastingstelsel te vereenvoudigen, voorstellen? Uit de schriftelijke ronde blijkt dat er een brede wens in de Kamer leeft om die korting gewoon voor iedereen stapsgewijs af te bouwen. Mijn vraag is dus waarom daar uiteindelijk toch niet voor gekozen is. Waarom wordt zonder inhoudelijk argument een veel beter voorstel aan de kant geschoven?

Voorzitter. Ik heb al laten merken dat ik de beroerdste niet ben, dus nu de regering niet met die wijziging komt, heeft de SGP zelf een voorstel ingediend om die korting stapsgewijs af te bouwen. Ik ben natuurlijk best bereid om dat afbouwpad te wijzigen, want over een langere termijn is wat mij betreft prima te praten. Maar het voorstel van de regering moeten we gewoon echt niet doen. Volgens mij is de staatssecretaris dat diep in zijn hart ook met mij eens. Ik ontvang dus heel graag een reactie op dat amendement. En liever nog heb ik steun van alle collega's uit de Kamer.

Voorzitter. De giftenaftrek wordt stevig ingeperkt. De regering wijst daarbij op het onderzoek naar de vermogensverdeling. Maar daarin wordt aangegeven dat er met name problemen lijken op te treden bij giften aan zelf opgerichte anbi's. Waarom kiest de staatssecretaris er niet voor om een oplossing voor dat specifieke probleem te zoeken? Met het kabinetsvoorstel worden álle anbi's geraakt en juist periodieke giften zijn voor hen belangrijk. Wat is de impact van deze maatregel op die anbi-instellingen? Klopt het dat daar nog geen inschatting van gemaakt is?

Voorzitter. De SGP is van mening dat de giftenaftrek in de huidige vorm zou moeten blijven bestaan, maar nu het kabinet die giftenaftrek wil versoberen, moet de schade voor maatschappelijke organisaties in ieder geval kleiner gemaakt worden. Daarom heeft de SGP een amendement ingediend om de grens voor de aftrekbaarheid van periodieke giften niet al bij €250.000 te leggen, maar bij 1 miljoen euro. Om dat te dekken, stellen wij voor om de overdrachtsbelasting een heel klein beetje te verhogen, met 0,03%, want dan blijven we in ieder geval in hetzelfde vermogensdomein.

Maar waarom die 1 miljoen euro? Dat doen we om aan te sluiten bij de wens van dit kabinet om excessieve giften of extreem hoge giften te beperken. Dat zijn volgens het kabinet giften van meer dan 1 miljoen euro. Daarom heb ik nog de volgende vragen. Waarom heeft het kabinet niet zelf voor deze grens van 1 miljoen euro gekozen, maar voor een grens van €250.000, terwijl het juist de giften van boven de 1 miljoen euro wil aanpakken? En waarom heeft de staatssecretaris er niet voor gekozen om die grens per anbi of per periodieke gift te stellen? Tot slot hoor ik natuurlijk graag een reactie op mijn amendement.

Voorzitter. Dan de prijs van frisdrank; dat punt is door meerdere collega's benoemd. Die gaat volgend jaar flink omhoog. Daar kan ik best achter staan, zeker als dit het ontmoedigen van ongezonde frisdrank betreft. Maar ik heb op twee punten wel zorgen. Dat betreft ten eerste het mineraalwater. Ik ga er verder niet te veel over zeggen. Ik heb gezien dat het CDA een amendement wil indienen, of misschien wel ingediend heeft; dat weet ik niet. Ik denk dat het goed is om dat ook volgens die lijn te doen. Ik ontvang daar ook graag een reactie op van het kabinet. Doordat het kabinet een generieke maatregel voorstelt, krijgen alle sappen te maken met die verhoging, ook de gezonde sappen waaraan geen suikers worden toegevoegd. Daar zitten natuurlijk wel natuurlijke suikers in — die zitten in iedere appel, peer en ga zo maar door — maar aan die sappen wordt niks toegevoegd. Die makers van puur sap zijn inmiddels een petitie gestart om aandacht te vragen voor hun situatie. Mijn vraag aan de staatssecretaris is of hij bereid is om een goede oplossing te zoeken en met deze sector in gesprek te gaan om te kijken of er een oplossing voor hun problemen gevonden kan worden.

Voorzitter, dan box 3. Daarbij zit ik toevallig ook met drie problemen. Ten eerste is het rendement dat op beleggingen verwacht wordt ruim 6%, en dat gaan velen gewoon niet halen. Maar ik begrijp dat een precieze uitsplitsing niet uitvoerbaar is. Met datgene wat er nu ligt, ben ik bang dat we hetzelfde krijgen als de afgelopen jaren, namelijk dat mensen worden geacht een hoog rendement halen, wat ze uiteindelijk gewoon niet halen en wat ook niet haalbaar is. De gevolgen zijn juridische bezwaren en een hoop ongenoegen. De AFM wijst hier ook op en geeft aan substantiële nadelen te zien. Mijn vraag is dus welke verbeteropties de staatssecretaris hier ziet. Is het bijvoorbeeld een idee om eenzelfde systematiek te hanteren als in het oude stelsel door binnen de categorie overige bezittingen te werken met een forfaitaire vermogenstelling en over de eerste €100.000 bijvoorbeeld met een laag rendement te rekenen en daarboven een hoger rendement te hanteren? Is de staatssecretaris bereid om te onderzoeken of dit vanaf 2024 ingevoerd kan worden?

Voorzitter. Mijn tweede probleem met box 3 is dat het rendement voor sommige categorieën wettelijk niet eens haalbaar is. We hebben het er zojuist al over gehad tijdens interrupties en ook vanuit de VVD is daaraan gerefereerd, maar ik heb in het WGO het voorbeeld van de verpachte grond aangehaald en er zijn veel meer voorbeelden genoemd. Daarin is het rendement van die 6,17% niet eens toegestaan, terwijl het wel verwacht wordt. In een reactie op mijn vraag daarover stelt de staatssecretaris dat er ook op andere manieren rekening wordt gehouden met die lagere rendementen in de landbouw, bijvoorbeeld door een lagere waardering van de grond. Dat is mooi, maar het rendement, ook over die lage waarden, is nog steeds gemaximeerd op 2%. Dat gat tussen 2% en 6,17% blijft gewoon fors. Mijn vraag is of de staatssecretaris hier nog eens goed onderzoek naar wil doen. Ik begrijp dat het voor volgend jaar heel lastig wordt, maar als we een jaar verder zijn, dan moet hier toch een goede oplossing voor te bedenken zijn. Ik overweeg daar ook een motie over in te dienen.

Voorzitter, ten slotte. Het derde probleem is de peildatumarbitrage. Het kan in het nieuwe stelsel voordelig zijn om aan het eind van het jaar beleggingen om te zetten in spaargeld, om zo een heffing te ontlopen. Maar de huidige vorm van peildatumarbitrage leidt ook tot problemen, allereerst met betrekking tot de termijn. We zijn daar als SGP in het WGO ook op ingegaan. Maar ook het feit dat handelingen die vandaag plaatsvinden al onder de arbitrageregeling kunnen vallen, ondanks dat de wet pas op 1 januari aanstaande ingaat, leidt tot problemen. Er is dan volgens mij helemaal geen rechtsgrond om te handhaven voor dit jaar. Iemand die nu zijn aandelen verkoopt en op 2 januari nieuwe aandelen koopt, kan zomaar onder die arbitrageregeling vallen. Ga als belastingplichtige volgend jaar dan maar bewijzen dat je op 8 november zakelijk hebt gehandeld. Mijn concrete vraag is dus of de staatssecretaris bereid is om pas vanaf 2023-2024 te gaan handhaven.

Voorzitter. Dan nog twee punten onder het kopje verduurzaming. Of de minister die gaat beantwoorden of de staatssecretaris is mij om het even. Ik denk dat de minister voor Klimaat daar in ieder geval vast wel een warm hart voor heeft, dus op z'n minst een beetje aandringt bij de staatssecretaris. Het gaat mij in eerste instantie namelijk om de afschaffing van de bpm-vrijstelling voor ondernemers. Die maatregel heeft een enorme impact en die gaat veel kleine ondernemers duizenden euro's kosten. Maar gelukkig gaat die maatregel pas in 2025 in, dus er is nog tijd om de schade voor ondernemers te beperken. Gisteren zijn na bijna vijf maanden mijn schriftelijke vragen over dit thema beantwoord. Ik snap niet waarom het zo lang moet duren, maar de antwoorden zijn er in ieder geval. Bedankt daarvoor en de volgende keer graag een beetje sneller. Ik ben blij dat de maatregel inmiddels iets beter is geworden. De CO2-uitstoot wordt bepalend voor de bpm en niet de cataloguswaarde. Ook de extra verhoging van de motorrijtuigenbelasting is van de baan. Maar blijft de staatssecretaris, wellicht een beetje aangeroerd door de minister, ervoor openstaan om met de sector te kijken naar een beter voorstel met uiteindelijk ook een beter, duurzamer resultaat?

Ik maak me, onder andere met de VVD, ook zorgen over de beschikbaarheid en kosten van elektrische bestelbussen. Welke ruimte ziet de staatssecretaris om ondernemers financieel te helpen bij het elektrificeren van het wagenpark? Want daar gaan we uiteindelijk toch voor.

Voorzitter. Het tweede punt gaat over de btw-vrijstelling voor zonnepanelen. Heel goed, maar er zijn natuurlijk meer technieken die hiervoor in aanmerking zouden moeten komen. Neem PVT-panelen. Dat zijn eigenlijk gewoon zonnepanelen die naast stroom ook warmte produceren. Volgens de staatssecretaris kan hierop geen vrijstelling toegepast worden omdat de btw-richtlijnen dat niet toestaan, maar uit de sector hoor ik andere geluiden. Ik heb daar twee vragen over. Kan de staatssecretaris nog eens nagaan of het mogelijk is om PVT-panelen vrij te stellen van btw? Als dat zo is, kan hij dat dan zo snel mogelijk doen? En als het niet kan, gaat de staatssecretaris dan in Brussel pleiten voor een vrijstelling, niet alleen voor PVT-panelen maar ook voor andere zinnige verduurzamingsmaatregelen? Want die mogen best een fiscale stimulans krijgen, in ieder geval als het aan de SGP ligt. Ook op dit gebied overweeg ik een motie.

Helemaal tot slot. Ik heb een amendement dat ik eigenlijk helemaal niet in wil dienen. Het gaat om een voorstel om belasting te verhogen. Ik ben daar eigenlijk niet van. Ik ben normaal van belasting verlagen, maar soms is het nodig. Dat snapt het kabinet natuurlijk ook. Die moeten dat af en toe ook doen. Het kabinet stelt voor om een hoger cijnstarief te gaan hanteren als de gasprijs boven de €0,50 per kubieke meter komt. Ik heb een amendement ingediend om dit tarief al vanaf €0,40 te laten gelden, want daarmee halen we 678 miljoen euro op, wat we kunnen gebruiken voor het steunpakket voor de energie-intensieve mkb, het liefst voor een verruiming van dat hele pakket. Daar gaan we het van de week ook nog over hebben. Een prijs van €0,40 per kubieke meter is namelijk nog steeds uitzonderlijk hoog en ook vele malen hoger dan de prijs in de afgelopen jaren. In deze uitzonderlijke tijden mogen we best een extra bijdrage vragen van de bedrijven die gas winnen en profiteren van die hoge prijzen, zodat we ons mkb, de ruggengraat van onze samenleving, extra kunnen steunen. Heel graag een reactie op dat amendement.

Mijn tijd is op maar mijn bijdrage is ook klaar, dus ik stop ermee. Dank u wel.

De voorzitter:

Goede timing! Dank u wel, meneer Stoffer. Ik geef het woord aan de heer Dassen van Volt.

De heer Dassen (Volt):

Dank, voorzitter. Vandaag bespreken we het Belastingplan, dat ook gaat over rechtvaardigheid. Maar de sterkste schouders dragen niet de zwaarste lasten. Een kleine groep wordt rijker, maar de rijen voor de voedselbank worden langer. 1% van de huishoudens bezit 26% van het vermogen. Bovendien is de belastingdruk voor deze 1% meest vermogende huishoudens lager dan voor andere huishoudens. De huidige bestaanszekerheidscrisis is een fenomeen dat voor een groot deel samenhangt met de manier waarop we arbeid ten opzichte van vermogen belasten, mede omdat inkomen uit vermogen nauwelijks wordt belast.

Ik wil vandaag inzoomen op de vermogensopbouw via schenkingen en erfenissen, die we het vaakst zien bij de rijkste huishoudens. We houden door ons schenk- en erfbelastingsysteem de vermogensongelijkheid in stand. Daar komt bij dat we aan de vooravond van een van de grootste vermogensoverdrachten staan, van de babyboomgeneratie naar de millennials. De schenkingen en erfenissen zorgen voor een steeds groter wordende kloof. Wie ouders heeft met geld, heeft meer mogelijkheden voor het kopen van een huis, voor het starten van een bedrijf of om een studie te betalen. We zagen vandaag weer wie daar de winnaars van zijn. Er is nu een run op notarissen om nog snel gebruik te kunnen maken van de jubelton. Dat is volgens Volt niet uit te leggen.

De staatssecretaris gaf aan dat hij het gesprek hierover volgend jaar wil voeren. Wederom een gesprek. Dat zal ongetwijfeld leiden tot een onderzoek, waar weer een evaluatie uit volgt, die ongetwijfeld weer tot een onderzoek leidt. Maar er zijn al talloze beleidsopties door de jaren gegeven, zoals een bouwstenenrapport en CPB-onderzoeken. We zijn klaar met het uitzetten van opties. Het gaat nu om de politieke wil om de scheefgroei echt aan te pakken. De ICT-systemen zijn daarbij vaak een probleem, maar ik begrijp dat dit niet het geval is bij de erfbelasting. Het is daarom logisch om de tarieven van de schenk- en erfbelasting deels te verhogen, waarbij de opbrengsten gebruikt kunnen worden om de belasting op arbeid te verlagen. Mijn vraag aan de staatssecretaris is: is het mogelijk om de tarieven voor de schenk- en erfbelasting progressiever in te stellen en om dat nog voor 2023 in te voeren? Is daarbij ruimte in de systemen voor een derde schijf? Of zegt hij toe dat hij komend jaar, in de aanloop naar dat gesprek, met een eigen voorstel zal komen?

Voorzitter. In eerdere debatten heb ik aangehaald dat ons belastingstelsel vele fiscale regelingen kent. Hierdoor is ons belastingstelsel een nodeloos complex labyrint geworden, waarvan de een wel een routekaart heeft maar de ander niet. Wie geen fiscaal adviseur kan betalen, heeft het nakijken. De vele fiscale regelingen komen voort uit politieke keuzes die het gevolg waren van het willen behagen van achterbannen en belangenclubs. Hoe waarborgt de staatssecretaris dat er regelingen zullen verdwijnen in plaats van dat er regelingen bij zullen komen? Ik kan me goed vinden in het voorstel dat mevrouw Maatoug zojuist deed, over een horizonbepaling.

Voorzitter. Er zijn 100 regelingen die jaarlijks meer dan 100 miljard kosten. Het afschaffen dan wel verscherpen van deze regelingen zal vele jaren in beslag nemen voordat we het labyrint hebben veranderd in een overzichtelijk wegennetwerk. Maar laten we daar nu mee beginnen door regelingen zoals de landbouwvrijstelling of de oldtimersregeling af te schaffen. Zoals eerder aangekondigd, zullen wij over dat laatste een amendement indienen.

Ik heb nog een vraag: wat gaat de staatssecretaris doen met de evaluaties, zodat de uitkomsten ook daadwerkelijk gaan leiden tot afschaffing? Ik wil voorkomen dat het bij rapporten blijft.

Voorzitter. In mei voerde Italië een meevallersheffing in zodat de grote fossiele bedrijven die buitensporig profiteren van de huidige energiecrisis een eerlijke bijdrage gaan leveren aan het tegengaan van deze crisis. In antwoord op de vraag of we dat in Nederland ook kunnen doen, kregen we terug: het is niet te meten wat de overwinst is, het duurt minimaal twee jaar om het in te voeren en het is in strijd met de Europese staatssteunregels. Uiteraard werd ook het investeringsklimaat genoemd. Ondertussen waren andere Europese lidstaten al veel verder. Zes maanden later hebben we niet één maar twee soorten meevallersheffing: eentje uit de EU, die zich richt op het belasten van bedrijven in de aardolie-, gas-, kolen- en raffinagesector, en een nationale meevallersheffing, die zich richt op de mijnbouwheffing. Maar beide doen niet waar onze motie toe opriep: de creatie van een wettelijke grondslag voor een meevallersheffing. De voorgaande argumenten tegen een permanente meevallersheffing zijn naar onze mening in ieder geval vervallen.

Zoals de Raad van State ook stelt: "Het valt immers niet uit te sluiten dat in de toekomst hetzij in Europees, hetzij in nationaal verband een vergelijkbare solidariteitsheffing (...) wordt overwogen." We hebben geen idee hoelang deze crisis nog duurt of hoe en wanneer de volgende op ons af komt. Daarom willen wij een wettelijke grondslag voor een meevallersheffing die in tijden van crisis kan worden opgelegd aan bedrijven die onevenredig profiteren, ten behoeve van de mensen die gedurende deze crisis ondersteund dienen te worden. Graag een reactie.

Voorzitter. Een rechtvaardig belastingstelsel belast vervuilers en beloont hen die verduurzamen. We zien dat iedereen naar elkaar wijst, maar niemand de eerste grote stappen wil zetten, onder het mom van een gelijk speelveld. Maar dat gelijke speelveld is er niet, omdat de vervuiler vaak niet of te weinig betaalt. We hebben het in het WGO over de binnenvaart gehad. Daarbij hebben we ook al gesproken over de vraag hoe het kan dat zero-emissiebinnenvaartschepen wel belasting betalen, terwijl vervuilende dieselschepen dat niet doen. Daarom zullen wij samen met de heer Grinwis daarop een motie indienen. Of eigenlijk zal de heer Grinwis die indienen en wij zullen die medeondertekenen.

Voorzitter. Tijdens het WGO Belastingplan vroeg de staatssecretaris om een Europese minimum-CO2-prijs die zich goed verhoudt tot het ETS-systeem. Hij antwoordde daarop dat Nederland zijn CO2-prijs aanpast aan de Europese klimaatambitie. Wat bedoelt de staatssecretaris daar precies mee? Duitsland, België en Italië hebben bijvoorbeeld naast het ETS geen belasting op een megaton CO2-uitstoot. Die zouden we in de hele EU wel moeten beogen. Is de minister bereid met zijn collega's in Brussel te spreken om ervoor te zorgen dat we dit ook in Europees verband vormgeven? Kan hij in zijn antwoord dan ook de woorden van de minister-president meenemen, die de heer Van Raan net ook al aanhaalde, namelijk dat de actie die is ondernomen tot nu toe veel te weinig en te laat is en dat we onze inspanningen moeten opvoeren?

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Dassen. Ik geef het woord aan de heer Ephraim, Groep Van Haga.

De heer Ephraim (Groep Van Haga):

Voorzitter. Vroeger deed men aangifte bij de Belastingdienst; tegenwoordig doet men aangifte tegen de Belastingdienst. Heden ten dage moet de overheid zich bij grote maatregelen en hervormingen, zoals bij box 3 en de Wtp, afvragen of er niet te veel rechtszaken van burgers zullen volgen die het rechtssysteem een infarct zouden bezorgen. Dit trieste feit zegt genoeg over het vertrouwen in en draagvlak van het kabinet. De overheid moet klein zijn en dienstbaar aan de burger in plaats van een dwingende en controlerende vijand. Een kleinere overheid impliceert lagere belastingen. Dat gaat hand in hand. De overheid kost namelijk geld en genereert geen geld. Hoe groter de overheid, hoe groter de verspilling. Als de overheid nou waar leverde voor haar geld ... De toeslagenaffaire, de IND, het CBR, de zorg, het onderwijs en bijvoorbeeld een staatsdeelneming als Schiphol: er wordt niet geleverd waar de burger recht op heeft, namelijk een fatsoenlijk product.

In het kader van het vliegverkeer: de argeloze vakantieganger mag na vier uur in de rij te hebben gestaan en zijn koffer te zijn kwijtgeraakt nog eens een extra, verdrievoudigde vliegbelasting aftikken. Ons land zit in de grootste crisis sinds de Tweede Wereldoorlog. Sterker nog, het woord "crisis" is bijkans net zo aan inflatie onderhevig als de laatste euro's in uw portemonnee: asielcrisis, huizencrisis, energiecrisis, koopkrachtcrisis, een op papier gecreëerde stikstofcrisis en ga zo maar door. Al deze crises laten zich samenvatten als "vertrouwenscrisis". Het vertrouwen in de regering is nog nooit zo laag geweest: een 3,8 uit 10. We kennen het grapje: met zo'n rapportcijfer blijf je zitten. Dat doet het kabinet ook. Het zit zoals Extinction Rebellion vastgelijmd aan zijn kunstje.

Voorzitter. Een sterke economie vraagt om solide overheidsfinanciën, lage lasten en een eerlijk en overzichtelijk belastingstelsel. BVNL pleit voor het afschaffen van het fiscale toeslagenstelsel. Het zinloze rondpompen van belastinggeld is een uitvoeringstechnisch gedrocht en heeft niet alleen geresulteerd in menselijke drama's. Ik noem alleen maar de toeslagenaffaire. Belastingheffing moet eerlijk en eenvoudiger worden en werken moet weer lonend zijn.

Voorzitter. Het kabinet lijkt met het Belastingplan volledig vergeten te zijn wie in het land verantwoordelijk zijn voor de economische groei, banen, bedrijvigheid en welvaart. Juist ja, de ondernemers, het mkb. Deze bedrijven zijn goed voor maar liefst 70% van de werkgelegenheid en zijn de belangrijkste speler op het gebied van innovatie. Het midden- en kleinbedrijf heeft zware jaren achter de rug na twee jaar verstikkende coronamaatregelen. Tijd voor wat lucht en ademruimte, zou je denken, maar niet als het aan het kabinet ligt. De 17 miljard aan lastenverlichting voor de Nederlanders wordt namelijk grotendeels bij de ondernemers opgehaald. Men kan overigens zijn sokken, zijn neus of het afval ophalen, maar belastingen worden niet opgehaald maar opgehoest door hardwerkende burgers. Tarieven in onder meer de Vpb, box 2 en de overdrachtsbelasting worden verhoogd, de zelfstandigenaftrek wordt in rap tempo versoberd, de doelmatigheidsmarge van de gebruikelijkloonregeling wordt afgeschaft en ook de middelingsregeling gaat in rook op. De timing van het afschaffen van deze laatste maatregel is "uiterst ongelukkig, met een recessie voor de deur"; dat schrijven MKB-Nederland en VNO-NCW terecht in hun commentaar op het Belastingplan. Ook de belasting over de winst, de vennootschapsbelasting, gaat fors omhoog. Een bedrijf dat €395.000 winst maakt, gaat in 2023 €29.000 meer belasting betalen en in totaal een bedrag van ruim €88.000. Dat is een midscheepse aanval op het ondernemerschap en innovatievermogen van ondernemend Nederland.

Ook de directeur-grootaandeelhouder kan zijn borst natmaken: geld lenen uit de eigen bv om bijvoorbeeld een huis te kopen voor studerende kinderen of om na een scheiding eventueel de partner uit te kopen, wordt verder uitgekleed. De Wet excessief lenen zorgt ervoor dat alles boven de €700.000, met uitzondering van de eigen woning, wordt gezien als een belaste dividenduitkering. Maar vergeet nooit dat deze leningen ooit zijn afgesloten volgens de toen geldende regelgeving en tegen zakelijke voorwaarden. Het gaat hier om een financiële planning voor de lange termijn. Halverwege het spel de spelregels veranderen is een betrouwbare overheid onwaardig.

Het Register Belastingadviseurs voorziet dat de afschaffing van de doelmatigheidsmarge van 25% bij de vaststelling van de gebruikelijkloonregeling voor dga's zal leiden tot een forse toename van het aantal geschillen met de Belastingdienst; daar zijn we weer. Bovenop het box 3-debacle, waarover later meer, en de verwachting dat ook de nieuwe pensioenwet zal leiden tot een stortvloed aan geschillen, kan de Belastingdienst dit er niet bij hebben. Is het kabinet bereid om conform het advies deze doelmatigheidsmarge niet af te schaffen dan wel te beperken tot 15%? Overigens kan een van de weinige positieve aspecten van de Wtp zijn dat pensioenen individueel kunnen worden toegekend na de beruchte invaring, waarna dit vermogensbestanddeel dus meegenomen kan worden in het ibo-rapport Licht uit, spot aan, dat over de vermeende vermogensongelijkheid gaat.

Ook de zzp'ers hoeven niet op sympathie van het kabinet te rekenen. De zelfstandigenaftrek wordt versneld versoberd en gaat vanaf 2023 in vier jaar tijd van €5.030 naar nog maar €900. Dat is dan de dank van het kabinet-Rutte/Kaag voor het feit dat u als ondernemer risico durft te nemen en uw nek durft uit te steken, beste zzp'ers van Nederland. Wat BVNL betreft worden zzp'ers het eerste jaar vrijgesteld van de vermogenstoets als ze noodgedwongen een beroep moeten doen op de bijstand.

Voorzitter. Het is natuurlijk niet alleen maar kommer en kwel. Het kabinet wil werk lonender maken door de loonbelasting te verlagen en de arbeidskorting te verhogen. Dat zijn goede maatregelen om de koopkracht van werkenden direct te steunen. Dit zorgt tegelijk voor een extra prikkel om meer uren te gaan werken. Hier mag wat BVNL betreft best nog een schepje bovenop. Schaf bijvoorbeeld de belasting op overuren af om die lonender te maken en zodat het huidige arbeidspotentieel beter wordt benut. Breng de lasten op arbeid voor werkgevers verder omlaag, zodat de lonen omhoog kunnen. Om de inflatie niet verder aan te jagen, pleit BVNL voor een loonkostencompensatie voor werkgevers. Dit is ook aanbevolen door werkgevers en vakbonden uit de SER. Is het kabinet bereid hierover na te denken?

Nivelleren is een feest, zei een oud-PvdA-partijvoorzitter ooit. Wat BVNL betreft is dat niet zo. Sterker nog, nivelleren is zelfs gevaarlijk. Door de forse koopkrachtcompensatie voor de laagste inkomens worden de inkomensverschillen zo klein dat werken niet lonend genoeg is. Dat zegt ook de oud-directeur van het Centraal Planbureau en PvdA-econoom Coen Teulings. Ik citeer: "Er is een grens aan de mate waarin je kunt nivelleren. Die grens is in Nederland bereikt." Terwijl de uitkeringen met 10% omhooggaan, neemt de belastingdruk voor middeninkomens juist toe. Meer werken levert dus netto amper iets op, alle goede bedoelingen ten spijt. Is het kabinet het met Belang van Nederland eens dat van het adagium "werken moet lonen" in de praktijk weinig terechtkomt en dat het verhogen van de uitkeringen en het zwaarder belasten van middeninkomens juist contraproductief werkt, omdat werken minder aantrekkelijk wordt? Gaarne een reactie.

Voorzitter. Het Register Belastingadviseurs is klip-en-klaar over de inkomensafhankelijke afbouw van de algemene heffingskorting en arbeidskorting. Het maakt het belastingstelsel complex en ondoorzichtig, schrijven ze. Afbouw op basis van het verzamelinkomen verergert dat. Hierdoor is onduidelijk dat de belastingdruk op arbeidsinkomen, box 1, tussen ongeveer €37.000 en het einde van de eerste belastingschijf ongeveer 49,5% bedraagt, dat de belastingdruk in de tweede belastingschijf van box 1 uitkomt op ongeveer 56% en dat bij een inkomen in box 1 van ongeveer €115.000 en meer de belastingdruk 49,5% is. De middeninkomens dragen in dit land de zwaarste lasten. Maak dus werk van een nieuw en eenvoudiger belastingstelsel. Graag een reactie van het kabinet.

Voorzitter. De term is al gevallen: box 3. Ik zal tot vervelens toe blijven herhalen dat indien de Staat onrechtmatig heeft gehandeld, het rechtsherstel snel, compleet en ruimhartig dient te zijn. Ook degenen die geen bezwaar hebben gemaakt, moeten dus gecompenseerd worden. Dat schijnt wellicht via een geitenpaadje toch weer mogelijk te zijn. Eerst was dat niet zo, toen weer wel, daarna misschien niet, toen weer niet, en nu mogelijk wel. De legendarische Drs. P. had het machteloze gezwabber van de staatssecretaris niet beter kunnen verwoorden dan in zijn beroemde lied Heen en weer.

Dan de toekomstige situatie. BVNL wijst een vermogensaanwas- of vermogenswinstbelasting af. Over geld in box 3 hebben we al talloze malen belasting betaald. Daar moet de overheid afblijven. Maar als er al belasting geheven moet worden in box 3, dan moet dat alleen tegen forfaitaire rendementen gebeuren die aansluiten bij de werkelijke marktcondities. Dat is eerlijk en uitvoerbaar.

Wat niet eerlijk is, is de erf- en schenkbelasting in dit land. Dat mensen iets erven en daarover nog een keer belasting moeten betalen, is niet uit te leggen. Over dat geld is namelijk al een leven lang belasting betaald. Afschaffen dus.

Het vestigingsklimaat in Nederland wordt guurder. Een onderdeel daarvan is het aanpakken van de expat-30%-regeling. Deze zou onverkort gehandhaafd moeten blijven voor buitenlandse werknemers die gezien hun unieke talenten werkelijk iets toevoegen. Dat kan een briljante medicus, ICT-expert of andere wetenschapper zijn, maar ook een musicus van het Concertgebouw. Ook kan men denken aan voetballers, want de voetballerij — zo heet dat — is ook een bedrijfstak waarin veel geld omgaat en die derhalve economische betekenis heeft.

Het leven wordt duurder en voor sommigen zelfs onbetaalbaar. We merken het allemaal in het dagelijks leven als we boodschappen doen. De rokers, hoe gezond roken ook is, zijn ook stevig de sigaar. Een pakje sigaretten gaat €10 kosten. Ik weet dat roken ongezond is, maar een dergelijke prijsverhoging zal gepaard gaan met illegale productie, illegale import, smokkel en ander vormen van georganiseerde misdaad. Je kunt erop wachten. Ik zou ook niet verbaasd zijn als het kabinet hoge vlees-, suiker-, vet- en zonnebelasting aankondigt. Wat betreft het laatste: het gezegde luidt "voor niets gaat de zon op", maar dit kabinet vindt wel een manier om ook dit te fiscaliseren, liefst inkomensafhankelijk.

Het voltanken van de auto is een dure zaak geworden. In dat kader vraag ik nu bijzondere aandacht voor de dieselrijders in ons land, want diesel is op dit moment duurder dan benzine. Vele ondernemers rijden nou eenmaal diesel. Vroeger was diesel juist altijd dubbeltjes goedkoper. Mensen die voor hun werk veel kilometers maken, zoals zzp'ers, kochten daarom een dieselauto. De motorrijtuigenbelasting is weliswaar hoger, maar diesel was dus altijd een stuk goedkoper dan benzine, onder andere door lage accijns. Bovendien reed een dieselauto ooit een stuk zuiniger dan een benzinevariant. Boven een bepaald kilometrage was men een stuk goedkoper uit, met de nadruk op "was". BVNL vindt dit een ongewenste situatie en doet daarom het voorstel om de motorrijtuigenbelasting voor dieselauto's te verlagen en op gelijk niveau te brengen met die van benzineauto's. Hiertoe dien ik een amendement in.

Tot slot. Ik begon mijn betoog met te zeggen dat de overheid klein en dienstbaar moet zijn in plaats van bepalend en controlerend. Dat resulteert in lagere belastingen en een groter besteedbaar inkomen voor de hardwerkende Nederlander. Belang van Nederland hekelt de aanval van het kabinet op bezit en vermogen. Onder het mom van eerlijke verdeling zijn een eigen huis, spaargeld en opgebouwd vermogen vogelvrij verklaard. Dat moet stoppen. Wij staan voor een Nederland waar ondernemingszin beloond moet worden, waar het niet vies is om geld te verdienen en waar het primaire besef is dat ondernemers zorgen voor de banen en het geld. Niet de overheid doet dat. Die kost geld. Stop het plukken van de Nederlanders als waren het kippen bij de poelier. Versterk het verdienvermogen en beloon hard werken in plaats van het af te straffen, in het belang van Nederland.

Dank u wel, voorzitter.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Ephraim. Dan geef ik tot slot het woord aan de heer Omtzigt.

De heer Omtzigt (Lid Omtzigt):

Dank u wel, voorzitter. Vandaag behandelen we het Belastingplan. Essentieel aan het Belastingplan is dat de overheid belastingen heft om de uitgaven te dekken en om de publieke voorzieningen te bekostigen. Dat moet gebeuren op een begrijpelijke wijze. Burgers moeten erop kunnen vertrouwen dat zij na het betalen van een redelijke hoeveelheid belastingen nog voldoende geld hebben voor hun eigen bestaanszekerheid. Dat hebben we ook in de Grondwet staan. Vandaag wil ik het Belastingplan toetsen aan twee artikelen uit de Grondwet, namelijk artikel 1 en artikel 20, dat gaat over bestaanszekerheid.

Artikel 1 kennen we allemaal. Als voorzitter heeft u daar volgens mij zelfs een keer een wijziging op ingediend. Die wijziging was ergens zelfs overbodig omdat er een catch all in zit: "Allen die zich in Nederland bevinden, worden in gelijke gevallen gelijk behandeld. Discriminatie op grond van (…)" — daar volgt een hele lijst van gronden, en dan volgt — "op welke grond dan ook is niet toegestaan". Dus niet alleen op ras of seksuele geaardheid, maar "op welke grond dan ook" is discriminatie niet toegestaan. Daar kom ik bij de belastingen zo nog op terug.

Artikel 20 gaat over de bestaanszekerheid. "De bestaanszekerheid der bevolking en spreiding van welvaart zijn voorwerp van zorg der overheid. De wet stelt regels omtrent de aanspraken op sociale zekerheid." Juist dit kunnen wij op dit moment niet goed controleren. De regering en ook deze Kamer hebben op dit moment duidelijk geen idee meer wat bestaanszekerheid is. We hebben natuurlijk een commissie opgericht. Die moet straks minimumnormen gaan vaststellen voor bestaanszekerheid. Maar of met dit Belastingplan, inclusief de plannen over het energieplafond, de bestaanszekerheid gegarandeerd is, daar heb ik twijfels over. Ik kom zo terug op het punt dat die cruciaal zijn voor bestaanszekerheid. Voorzitter, ik ga in deze bijdrage op drieënhalve punt in.

Eén. Omdat het energieplafond en een aantal andere wetten niet duidelijk zijn, hebben we eigenlijk geen idee of de belasting mensen niet zodanig in de problemen brengt dat ze onder andere door de belastingen rechtstreeks en hard in hun bestaanszekerheid geraakt worden. Voldoet dit aan artikel 20 van de Grondwet?

Twee. De regering zegt dat werken altijd moet lonen. De continue stijging van het marginale tarief en de marginale druk leidt echter tot bizarre effecten en voorstellen van een voltijdbonus. Ik zal hier straks uitleggen waarom ik dat een van de meest verschrikkelijke voorstellen ooit vind.

Drie. Voor de groep mensen voor wie bestaanszekerheid werkelijk waar geen enkel probleem is — en die is er ook echt wel in Nederland, hoor — hebben we allerlei leuke dingen. Zij kunnen belastingvoordelen gebruiken, waar geen gewone sterveling van gebruik kan maken. Vanuit het oogpunt van rechtvaardigheid zijn die ongewenst. Ik zal voorstellen doen om drie van die belastingvoordelen een stukje in te perken. Ik ga hier niet de illusie wekken dat ik daarmee hele grote groepen kan helpen of miljarden extra kan binnenhalen, maar belasting heeft ook een normatief effect.

Mijn laatste punt is dat ik nog een paar dingen zal zeggen over een paar losse punten en dat zijn er dan toch weer veel. We behandelen vandaag tien wetten, geloof ik; althans als ik het goed begrepen heb. Negen! Dat zijn er eigenlijk best veel. Als alleenstaand Kamerlid kan ik niet beweren dat ik elke nota van wijziging, elke memorie van toelichting en elk antwoord uit mijn hoofd ken. Dat lukt mij niet, dus gaat u mij daar niet op uitproberen.

Voorzitter. In een normaal begrotingsjaar zouden we allerlei doorrekeningen in de krant zien staan en zouden we kunnen zien welke groepen erop vooruit- en achteruitgaan, tot en met een tiende nauwkeurig. Die schijnzekerheid beviel mij niet, maar deze koopkrachtplaatjes zijn op dit moment afwezig in de discussie. Daar zijn goede redenen voor. We hebben in Den Haag werkelijk waar geen idee hoe huishoudens er precies voorstaan. Het belangrijkste verschil tussen huishoudens is de energierekening. Het maakt nogal wat uit of je aan de ene kant in een energieneutrale of bijna energieneutrale woning woont of toevallig een vast energiecontract hebt of dat je aan de andere kant een dure, zeer onzuinige, niet geïsoleerde woning hebt. Dat kan zo €500 per maand schelen op de energierekening. Dat valt in het niet bij een aantal andere zaken.

De tweede reden is nog ernstiger. We weten nog steeds niet hoe het inkomensbeleid voor het komend jaar er uitziet. Het belangrijkste deel is het prijsplafond. Daarvoor is een kolossaal bedrag van misschien wel 24 miljard euro nodig. Even voor de duidelijkheid: voor een gezin met twee kinderen gaat het om €6.000. Dat is een subsidie die betaald wordt of kan worden aan de energiemaatschappijen om energie betaalbaar te houden. We weten alleen nog niet precies hoe die gaat uitwerken, omdat elke deadline tot nu toe niet gehaald wordt. Ik snap dat het dit jaar lastiger is om tijdig dit soort plannen in te dienen. De volatiliteit, de grote stijging tijdens deze zomer, maakt dat de plannen er wat later zijn. Andere landen, zoals Frankrijk, hebben in de zomer wel voorbereidingen getroffen, maar Nederland niet. Dat breekt het kabinet lelijk op. Want als je in een weekend zo'n energieprijsplafond gaat doorvoeren, dan mis je groepen. Daar kom ik zo meteen op. We kunnen dus op geen enkele manier toetsen of vooral werkende mensen kunnen rondkomen in het komende jaar. Ik herhaal de vraag. Wij weten niet of normale, werkende mensen allemaal kunnen rondkomen volgend jaar. Ik had niet gedacht dat ik die zin hier zou gaan uitspreken. Maar toch spreek ik die uit, omdat het mijn grondwettelijke taak is om te toetsen op bestaanszekerheid.

De regering heeft er op begrijpelijke gronden voor gekozen om het oorspronkelijke plan, namelijk de belasting op energie rechtstreeks verlagen, te laten varen en een prijsplafond in te voeren. Dat snap ik, maar het heeft wel het volgende gevolg. De btw op energie, op gas en elektriciteit, stijgt op 1 januari van 9% naar 21%. Op elke kuub gas zit vanaf 1 januari €0,59 energiebelasting en ODE, inclusief de btw. Die ben je dus altijd al kwijt bovenop de dure prijs op de markt. Op 1 kilowattuur elektriciteit zit dan 15,2 cent energiebelasting en ODE, inclusief btw. Dat was in 2022 7,7 cent, minder dan de helft, en onder de oorspronkelijke plannen zou dat dalen naar 6,6 cent. De heffingskorting op energie — dat is een belastingkorting, dus hoe hoger die is, hoe leuker dat voor de burger is — daalt van €784 naar €597. Oftewel, de belasting op energie stijgt met vele miljarden euro's. Die worden natuurlijk aangewend om het energieplafond te betalen.

Dat heeft een aantal logische gevolgen. Mensen met een vast energiecontract hadden dit jaar bijvoorbeeld ook de lol van de verlaagde btw, dus voor hen ging de energierekening zelfs omlaag. Dat was enigszins ongewenst, dus ik snap waarom dat besluit genomen is. Maar het energieplafond is niet af. Laat ik u twee voorbeelden geven. De tijdelijke €190-regeling, namelijk dat je in november en december €190 korting krijgt op je rekening, is niet van toepassing op mensen die samen één energieaansluiting delen. Dat zijn er een paar honderdduizend in Nederland. Dat gaat om huishoudens die in een appartementencomplex wonen waar de elektriciteit centraal binnenkomt en via submeters verdeeld wordt. Deze mensen hebben wel de verhoging van de energiebelasting, maar krijgen niet de regeling.

Zoals het er nu uitziet, weten we niet of mensen die blokverwarming hebben volgend jaar gebruik kunnen maken van het prijsplafond. Voor deze mensen gaat hun rekening, zoals we gisteren in Radar gezien hebben, van €120 naar €900. Overigens moet ik zeggen dat de energiemaatschappijen soms ook dingen doen met de voorschotten die niet kloppen, laten we daar heel eerlijk in zijn, maar zelfs zonder die grappen zou het naar €400 à €500 gaan. Die mensen hebben dus wel de verhoging van de energiebelasting, maar als zij geen gebruik kunnen maken van het prijsplafond, kunnen zij in acute bestaansproblemen komen. Dan komt artikel 1 om de hoek kijken. Want in gelijke gevallen gelijk behandeld worden, betekent toch echt dat je voor compensatie niet afhankelijk moet zijn van of je blokverwarming, eigen verwarming of stadsverwarming hebt. Dat is geen gerechtvaardigd onderscheid. Ik wil ook echt van de regering horen hoe ze ervoor willen zorgen dat ze artikel 1 van de Grondwet zullen nakomen. Dat is niet vrijblijvend. Energiemaatschappijen hebben gezegd: wij moeten voor 1 oktober duidelijkheid hebben. 1 oktober is voorbij. Mijn vraag is dus: hoe heeft het kabinet zelf getoetst dat mensen en bedrijven niet door het bestaansminimum zakken met de belastingen en het pakket dat voorligt? Dat is een zeer fundamentele vraag. Dat is mijn kernvraag.

Het prijsplafond legt ook een acute tekortkoming in ons zeer ingewikkelde stelsel bloot. Wij slagen er niet in, met meer dan 100 regelingen in de belastingen en de sociale zekerheid, om huishoudens fatsoenlijk te compenseren. Laat dat op u inwerken. Dat betekent dat ervoor gekozen moet worden om inkomenspolitiek niet langer via de Belastingdienst of de Belastingdienst/Toeslagen te laten lopen, niet via het UWV of de SVB, maar via de geprivatiseerde energiebedrijven. De subsidie wordt dan niet langer als een beschikking afgegeven, waar je bezwaar tegen kunt maken en waarover je in discussie kunt met de Belastingdienst. Ik gun het niet nog een nieuwe box 3; dat moet ik wel toegeven. Maar je hebt dan wel een rechtspositie als burger. Die rechtspositie heb je niet ten opzichte van je energiemaatschappij als je die tegemoetkomingen niet krijgt. Volgens mij wordt hier even volledig onderschat wat dat doet. Hoe zorgen we er toch voor dat burgers rechtsbescherming krijgen?

Weet de regering zeker dat er geen vangnet in de belastingen moet zijn voor mensen die onvoldoende gebruikmaken van dat prijsplafond? Denk aan chronisch zieken en gehandicapten voor wie het plafond gewoon apert te laag is. Die kunnen de belasting niet dragen. Dat had hier in moeten zitten. Graag had ik die discussie eerder gevoerd, maar de regering komt helaas niet met de plannen. Het lijkt erop dat we op donderdag gaan stemmen over dit Belastingplan, voordat ik weet of er een goede tegemoetkoming voor deze groep is. De belasting was toch echt de ultieme fallback, zou ik zeggen.

Voorzitter. Dan kom ik op het tweede punt, het idioot ingewikkelde belastingstelsel. Het is helemaal bepaald door de verdraaid econometrische modellen van het CPB. Zelfs het CPB was in 2019 al duidelijk: we zitten met de marginale druk en de prikkels aan de grens. Ik zou hier natuurlijk een betoog kunnen houden over modellen en me voor 90 minuten kunnen gaan uitleven. U weet dat ik daartoe in staat ben, voorzitter. Maar niet vanavond. Laat ik gewoon een paar voorbeelden noemen. De vorige collega noemde de arbeidskorting. Die is gestegen van ongeveer €900 in 2002, zeg ik tegen de heer Ephraim, naar bijna €6.000. Het was ooit een compensatie voor de kosten voor het verrichten van arbeid, maar echt waar, niemand maakt normaal gesproken voor €500 aan kosten, of voor €25 per dag, om arbeid te verrichten. Weet u wat het gevolg is? Als u arbeidsongeschikt raakt, raakt u die hele korting kwijt. Stel dat u het geluk heeft dat u volledig afgekeurd wordt en dus een volledige WIA-uitkering krijgt. In de berekeningen zie je dat je van, zeg, €1.900 bruto per maand, als werkende straks ongeveer €1.850 overhoudt. Als arbeidsongeschikte houd je er €1.400 van over. Je hebt dan wel hetzelfde recht op toeslagen, want die zijn gebaseerd op het verzamelinkomen. Vergeet niet dat je de WIA-uitkering alleen krijgt als je daarvoor ongeveer €2.800 à €2.900 per maand verdiende. De percentages die je netto krijgt als je volledig arbeidsongeschikt bent, zijn dus helemaal geen 70% meer. Die zijn gedaald richting de 60%. Dit zijn de mensen die nog het "geluk" hebben dat ze volledig afgekeurd zijn. Zie hier het inkomensravijn voor een arbeidsongeschikte, veroorzaakt door modellen. Dit gebeurt er met het belastingstelsel: wat bedoeld is als een prikkel voor de een, werkt als fiscaal martelwerktuig voor de ander. Is er een oplossing? Jazeker. Ga langzaam deze prikkels stapsgewijs afbouwen. Het zou ook voor de toekomst helpen. Is de regering bereid om deze prikkels elk jaar stapsgewijs een klein stukje terug te brengen, zoals ze doen met de zelfstandigenaftrek en zoals gedaan is met de hypotheekrenteaftrek? Daarmee zou er wat meer evenwicht bestaan.

Voorzitter. De marginale druk is nu, jawel, hoger voor mensen met een modaal inkomen. Zij betalen 49,53% vanaf €37.000 tot ongeveer €73.000. Daarboven is hij 56%. Voor de absolute topverdieners is hij 49,5%. Het gekke is dus dat ons belastingstelsel helemaal niet meer progressief is. De sterkste schouders dragen niet meer de zwaarste lasten. De marginale druk voor alleenverdieners die tussen €30.000 en €40.000 verdienen, is zelfs opgelopen tot bijna 80%. Als zo iemand €100 euro extra verdient — daar moet de baas €130 euro voor betalen vanwege allerlei kosten — dan houdt die persoon daar nog maar €20 van over. De andere €80 gaat naar belasting en de €30 gaat ook nog naar andere mensen. Je houdt er zelf niks meer van over voor je gezin. Voor de minstverdienende partner is de belastingdruk bij de eerste €22.000 0%. Met toeslagen erbij is dat, door het kindgebonden budget, ongeveer 10%. Maar wat stelt de Kamer dan voor? Niet dat we de marginale druk naar beneden doen, nee, nee, nee, want we willen met z'n allen graag die honderd verschillende regelingen houden. We gaan dan een voltijdsbonus voorstellen. Maar dat is krankzinnig. Het hele idee van werken is dat je daarmee in je inkomen kunt voorzien. Het hele idee van een voltijdbaan zou toch moeten zijn dat je daarmee echt in je inkomen voorziet? Maar elke vorm van inkomensondersteuning wordt op dit moment voorgesteld als bonus, of als toeslag via de gemeenten of het energiebedrijf buiten de belastingen om, omdat je geen idee hebt wat je overhoudt als je het door de belastingen heen haalt. Hebben we door dat we als samenleving knetterklem zijn komen te zitten door deze hoge marginale druk? Wil de regering dat gaan aanpakken?

Voorzitter. Dan het derde punt. Hoe zal ik het netjes zeggen? Ons belastingstelsel zit vol met achterdeurtjes, waar alleen de wat meer welgestelden gebruik van maken. Ik heb drie amendementen ingediend om er drie een beetje dicht te zetten.

Over het eerste heeft de regering zelf ook een voorstel gedaan. Als je een eigen anbi, een goed doel, opzet en je zorgt dat je zelf de controle houdt, kun je je eigen schilderijen, je eigen auto's of je eigen landgoed daarin onderbrengen en kun je er nog steeds gebruik van maken, want anbi's controleren lukt niet zo goed. De Belastingdienst vindt dat niet zo'n goed idee, en terecht. Daarom stel ik voor om het af te kappen als je meer dan €50.000 aan zo'n stichting voor jezelf wil geven. Boven €50.000 zou er geen fiscaal voordeel meer mogen zijn. Wil je een wat hoger bedrag geven aan het Koningin Wilhelmina Fonds tegen kanker, dan is dat helemaal top. Dat blijft aftrekbaar onder de periodieke gift. Maar je eigen stichting om je eigen theaters te betalen, om maar eens een willekeurig voorbeeld te noemen, zou dat niet mogen zijn.

Het tweede is de vliegbelasting. Die is er alleen voor vliegtuigen zwaarder dan 8.616 kilo. Er zijn best mooie vliegtuigen met ongeveer zes stoelen erin, zakenjets, waarvoor geen belasting hoeft te worden betaald, maar waarmee je wel naar Davos kunt vliegen om de rest van de wereld te vertellen dat ze wel belasting moet betalen, zeg ik maar als voorbeeldje. Ik stel dus voor om die grens naar 4.000 kilo te trekken, zodat bijna alle zakenjets er gewoon onder vallen. Wat mij betreft volgen we het Engelse voorbeeld, waar mensen met een zakenjet voor een vlucht ook nog vijf tot tien keer meer betalen dan mensen die op een gewone vlucht zitten. Maar laten we de belastingvrijstelling eraf halen.

Voorzitter. De toeslagenouders moesten hun eigen advocaat en dergelijke betalen, maar de advieskosten voor de bedrijfsoverdrachtfaciliteit probeert men massaal af te trekken. Dat probeert de Belastingdienst wel te stoppen, waarvoor dank, maar dat moeten we maar gewoon in de wet zetten, zo stel ik voor.

Voorzitter. Wat ik hier eigenlijk voorstel, is: regering, ik heb er nu drie, maar we zouden er ook twintig kunnen doen. Maak eens een inventarisatie van de belastingregels die echt alleen gebruikt kunnen worden door mensen die het niet nodig hebben. Dan kunnen we er volgend jaar rustig over praten welke we nog zinnig vinden en welke niet. Dat is ook goed voor het draagvlak voor het systeem.

Voorzitter. Dan gewoon een paar losse punten, want ik heb die wetten toch wel een beetje gelezen en de collega's een beetje gehoord. Ten eerste het overgangsrecht voor box 3. Dat is lastig, om het zo maar te zeggen, want die 6,9% moet je bijvoorbeeld bij defensieve beleggingsfondsen gaan betalen, waar je 1% op krijgt, omdat het meeste geïnvesteerd is in obligaties. Dan gaan we weer nat bij de Hoge Raad over vijf jaar. Heeft de regering adviezen gehad over de vraag of het overgangsstelsel houdbaar is?

Ik was verbaasd om in de antwoorden op vragen van D66 te lezen dat het gemiddelde werkelijke rendement uit vermogen niet bekend is. De Hoge Raad vraagt toch echt dat je daar niet meer dan 25% van afwijkt, dus hoe zit dat?

Ik dank de staatssecretaris voor het toezenden van de adviezen over de box 3-herziening, die vermaledijde herziening van staatssecretaris Wiebes, maar daar heb ik wel zes à zeven jaar lang om gevraagd. De ambtenaren bleken wel degelijk gewaarschuwd te hebben dat hieraan juridische risico's zaten, zoals wij altijd beweerd hadden. Eerste Kamerlid Van Rij heeft dat ook haarfijn gefileerd in die tijd.

Waarom wordt er gekozen voor de spaarvariant? Waarom zijn de nadelen die uw voorganger, Vijlbrief, noemde — namelijk grote problemen, juridisch kapot te krijgen, oneerlijk en kleine beleggers gaan risicovol beleggen — niet meer van toepassing? Hoe gaan we ervoor zorgen dat het massaal bezwaar maken, oftewel het massaal vragen om een nieuwe beschikking, in die vijfjaarsperiode netjes gebeurt? Kunnen we daar een onafhankelijke commissie voor vragen?

Voor de taxpayer advocate sluit ik kortheidshalve aan bij de vragen van het CDA. Die waren heel helder.

Voor de IACK sluit ik me aan bij zo ongeveer de hele oppositie: doe iets met overgangsrecht. Hier komt echt de vraag: is het nog conform artikel 1 van de Grondwet dat één dag verschil bij geboorte €30.000 verschil kan maken? Dat is geen fatsoenlijk overgangsrecht.

Bij de LIV-verhoging was collega Maatoug nog een beetje lief voor de regering, want een LIV-verhoging met terugwerkende kracht heeft nul werkgelegenheidseffecten. Het LIV wordt over 2022 verhoogd, dus voor mensen van wie wij nu vinden dat ze een te laag inkomen hadden — we vinden het minimumloon namelijk te laag; daarom wordt dat verhoogd door de regering — gaan we de werkgevers nog extra compenseren. It beats me. Ik snap werkelijk niet wat hiervan de bedoeling is. Draai het terug, zou ik zeggen, en verzin iets beters.

Ten aanzien van de 30%-regeling: ik ben blij dat dit op deze wijze gebeurt.

Dan de platformeconomie. Nu dat allemaal uitgewisseld wordt, kunnen we net als de Italianen eindelijk dingen gaan belasten als Airbnb.

Er ligt nog een oud amendement van mij over dorpshuizen en sportverenigingen, dat ook aansluit bij het CDA en de ChristenUnie. Zij konden een verlaagde ozb krijgen. Daar zouden aanvullende regels voor gemaakt worden, maar die aanvullende regels heb ik nog steeds niet gezien.

Voorzitter. De slotvraag gaat over de verhoging van de cijns. Dat is een speciale belasting op gas uit de bodem halen in de Noordzee en de Waddenzee. Dat betekent dat we ook weten hoeveel we verdienen aan het winnen van gas. Ik heb dat hier laten zien. Ik ben heel benieuwd wat we nou eigenlijk verdienen en wat we betalen aan energiecompensatie. Kan ik daar vóór de eerste termijn van de regering een vergelijkend staatje van krijgen?

Dank u wel, voorzitter.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Omtzigt. Daarmee zijn we gekomen aan het einde van … O, er is nog een vraag van de heer Nijboer. We zijn dus bíjna aan het einde van de beraadslaging gekomen. Eerst de heer Nijboer nog.

De heer Nijboer (PvdA):

Voorzitter. Ik wil graag het amendement op stuk nr. 45 intrekken, omdat ik twee vergelijkbare amendementen heb ingediend.

De voorzitter:

Het amendement-Nijboer/Maatoug (stuk nr. 45 (36202)) is ingetrokken.

De algemene beraadslaging wordt geschorst.

De voorzitter:

Voor de leden, en trouwens ook voor de bewindspersonen: morgen beginnen wij circa 16.30 uur met de eerste termijn van het kabinet. De minister voor Armoedebeleid, Participatie en Pensioenen zal starten met de beantwoording van het SZW-deel. Zij zal vervolgens de zaal verlaten. De minister voor Klimaat en Energie heeft tot 17.30 uur een commissiedebat Verduurzaming energie met de commissie voor Economische Zaken en Klimaat. Hij kan mogelijkerwijs iets later zijn. Beide staatssecretarissen zitten er vanaf het begin tot het einde.

Daarmee zijn wij echt aan het einde van het debat gekomen. Ik dank de bewindspersonen, de woordvoerders, de mensen die het debat gevolgd hebben en de ondersteuning.

Naar boven