7 Luchtvaart

Aan de orde is het debat naar aanleiding van een algemeen overleg op 19 december 2012 over luchtvaart.

De voorzitter:

De spreektijd bedraagt twee minuten, inclusief het voorlezen van de moties.

De heer Graus (PVV):

Voorzitter. Ik wil beginnen met te zeggen dat de PVV voorstander is van een forse uitbreiding van het aantal vliegbewegingen in Nederland. De PVV is ook voorstander van een uitbreiding van de luchthavens waar dat mogelijk is. Daarover gaat mijn eerste motie.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat er onder meer door het ontbreken van de benodigde infrastructuur geen draagvlak voor de ontwikkeling van "Lelystad Airport" bestaat onder luchtvaartmaatschappijen;

overwegende dat de ontwikkeling van de luchthaven in Lelystad door het ontbrekende draagvlak tot een financieel fiasco kan leiden waarmee publiek geld is gemoeid en de Kamer als controlerend orgaan mede verantwoordelijk is;

verzoekt de regering, te voorkomen dat de ontwikkeling van "Lelystad Airport" zal leiden tot zware verliezen voor de Nederlandse Staat en de gemeenten Amsterdam en Rotterdam welke tezamen voor 92% aandeelhouder zijn van grootinvesteerder Schiphol Group,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Graus. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 122 (31936).

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

verzoekt de regering, een einde te maken aan het discriminatoire selectiviteitsbeleid van Schiphol ten behoeve van onze zogenoemde "Home Based Leisurecarriers",

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Graus. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 123 (31936).

De heer Bashir (SP):

Voorzitter. De geplande woonwijk Bloemendalerpolder zal pal onder de aanvliegroute van de Buitenveldertbaan van Schiphol komen te liggen. Door de bouw van deze wijk zal het aantal mensen toenemen dat ernstige overlast van vliegverkeer ervaart. Dit is slecht voor de toekomstige bewoners en slecht voor de luchtvaart. Immers, vroeg of laat komt dan de roep om de Buitenveldertbaan minder te gebruiken, waardoor de andere banen weer meer belast zullen worden. Het is dus absurd om de Bloemendalerpolder te ontwikkelen. Maar als men toch wil ontwikkelen, moet dat volgens de SP alleen kunnen als de omwonenden en de luchtvaartsector daarmee instemmen. Daarom dien ik de volgende motie in.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het Rijk in samenwerking met de provincie Noord-Holland plannen ontwikkelt voor de bebouwing van de Bloemendalerpolder, die in het verlengde ligt van de Buitenveldertbaan van Schiphol;

overwegende dat de minister van I en M op 15 november jongstleden heeft geschreven dat bebouwing van de Bloemendalerpolder niet mag leiden tot minder ruimte binnen de gelijkwaardigheidscriteria voor de luchtvaartsector;

overwegende dat dit op gespannen voet lijkt te staan met het feit dat de toekomstige bewoners van de Bloemendalerpolder forse geluidshinder zullen ondervinden van vliegverkeer;

overwegende dat de luchtvaartsector met zorg kijkt naar de bouwplannen;

verzoekt de regering om de bebouwing van de Bloemendalerpolder alleen door te zetten als hiervoor een positief advies ligt vanuit de Alderstafel,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Bashir. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 124 (31936).

Mevrouw Van Tongeren (GroenLinks):

Voorzitter. Ik wil de volgende twee moties indienen.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat tijdens de proef met het nieuwe normen- en handhavingsstelsel Schiphol glijvluchten niet zijn gerealiseerd;

constaterende dat glijvluchten een belangrijk onderdeel vormen van de hinderbeperking voor omwonenden binnen het nieuwe normen- en handhavingsstelsel Schiphol;

constaterende dat de regering in plaats van glijvluchten het maximum aantal nachtvluchten op Schiphol in drie jaar wil verlagen van 32.000 naar 29.000;

overwegende dat het daadwerkelijk aantal nachtvluchten op Schiphol lager is dan 32.000 per jaar;

verzoekt de regering om in plaats van het maximum het werkelijk aantal nachtvluchten in drie jaar met 3.000 te verlagen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Van Tongeren. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 125 (31936).

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de Vereniging Bescherming Leefomgeving Schiphol (BLRS) niet heeft kunnen toetreden tot de Alderstafel;

constaterende dat dit het gevolg is van de eis dat vertegenwoordigers van omwonenden om te kunnen toetreden tot de Alderstafel instemmen met het Aldersadvies van oktober 2008;

overwegende dat het doel van de Alderstafel is om alle vertegenwoordigers van omwonenden te betrekken bij de besluitvorming omtrent Schiphol;

verzoekt de regering om ervoor te zorgen dat de BLRS alsnog kan toetreden tot de Alderstafel,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Van Tongeren Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 126 (31936).

Mevrouw Van Tongeren (GroenLinks):

Voorzitter. Nog twee zinnen. Ik vind het heel raar, als je als regering aangeeft dat je wilt overleggen met omwonenden, dat je dat vervolgens alleen doet met omwonenden die het convenant ondertekenen. Dan is het geen open en breed overleg meer. Ik vind dat echt een gemiste kans.

De heer Elias (VVD):

Voorzitter. Zoals bekend, probeert mijn fractie het aantal in te dienen moties altijd zo klein mogelijk te houden. Daarom heb ik de staatssecretaris om een toezegging gevraagd over een niet ongelooflijk belangrijk, maar toch wel interessant punt. Die toezegging kwam niet en dus dwingt de staatssecretaris mij om alsnog een motie in te dienen. Ik vind dat jammer. Ik hoop dat dit de volgende keer anders kan.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat Nederland nog steeds een verbod kent op het uitvoeren van reclamesleepvluchten op zondag;

constaterende dat een zondagsverbod op reclamesleepvluchten niet van deze tijd is;

verzoekt de regering, de Kamer voor 1 april 2013 een voorstel te doen om dit verbod op te heffen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Elias. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 127 (31936).

De heer Elias (VVD):

Dat was het. Ik hoop dat mijn opmerking serieus wordt genomen.

De voorzitter:

De opmerking is in ieder geval met enthousiasme hier in de zaal begroet. Het woord is aan mevrouw Kuiken van de PvdA.

Mevrouw Kuiken (PvdA):

Voorzitter. Het AO luchtvaart was kennismaken en deels een herhaling van zetten. Het wachten is nu op het vervolgrapport Shared Vision van de commissie-Alders. Ik denk dat het in het belang van alle betrokkenen is dat er zo snel mogelijk duidelijkheid komt over de vervolgstappen. Ik wil nog wel een punt maken in een motie. Dat gaat over jonge werkloze piloten. Het betreft hier een private markt, met jongeren die uit eigen keus hun droom om piloot te worden najagen. Tegelijkertijd vindt de PvdA-fractie het niet acceptabel dat zij nu zonder enig perspectief met extreem financiële risico's en schulden worden geconfronteerd. Daarom dien ik de volgende motie in.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat veel jonge piloten nu werkloos thuiszitten en geen baanperspectief hebben;

constaterende dat het op hen van toepassing zijnde garantiefonds in werkelijkheid ongunstiger uitpakt dan eerder is voorgespiegeld;

overwegende dat dit jonge piloten confronteert met extreme financiële risico's en schulden;

verzoekt de regering om met de betrokkenen in overleg te gaan en te onderzoeken of het mogelijk is om:

  • - maatregelen te nemen om de arbeidsmarkt voor piloten te verbeteren;

  • - de informatievoorziening door de banken aan deze starters over de voorwaarden die zijn verbonden aan de leningen te verbeteren;

  • - een situatie te creëren waarin jonge piloten niet langer met onredelijke financiële risico's worden geconfronteerd;

  • - inzichtelijk te maken waarom de kosten van een pilotenopleiding in Nederland hoger is dan in de voor ons omringende landen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Kuiken.

Mevrouw Hachchi wil, voordat ik constateer dat de indiening van de motie voldoende is ondersteund, een vraag stellen.

Mevrouw Hachchi (D66):

Voorzitter. Ik begrijp dat mevrouw Kuiken aandacht vraagt voor dit onderwerp. Ik wijs haar er wel op dat dit onderwerp niet aan de orde is geweest tijdens het AO. Ik kijk u ook aan, voorzitter. Ik wil dit niet blokkeren – daarover wil ik helder zijn – maar het mag niet de gang van zaken worden. Op basis van de actualiteit kan ik ook moties indienen. Dit doet dus geen recht aan het VAO zoals dat nu staat gepland.

De voorzitter:

Ik kan niet zien waar het allemaal precies over gaat. Ik zie dat er een VAO luchtvaart aan komt. Ik heb er ook een kleine notitie over gehad. Voor mij is het op dit moment moeilijk inschatten, dus u kunt dit het best met elkaar bepalen.

Mevrouw Kuiken (PvdA):

Het was niet mijn bedoeling om het debat onnodig heel ver op te rekken. Wij hebben het natuurlijk wel over rust- en werktijden van piloten gehad, en daarmee ook over hun arbeidsomstandigheden. In dat licht vond ik het passen bij dit VAO, temeer omdat wij over het algemeen maar één of twee keer per jaar over luchtvaart spreken.

Mevrouw Hachchi (D66):

Ik kan mevrouw Kuiken enigszins volgen in haar redenering, maar ik blijf erbij dat wij dit punt niet tijdens het AO met de staatssecretaris hebben besproken. Het VAO volgt op die discussie, die een aanleiding kan vormen om een motie in te dienen. Nogmaals, ik blokkeer de motie niet, maar dit lijkt me in het vervolg wel een punt van aandacht.

Mevrouw Kuiken (PvdA):

Ik heb het ruim geïnterpreteerd, dat geef ik toe. Ik zal ervoor zorgen dat wij dit een volgende keer strakker behandelen, of dat ik eerst om een brief vraag, zodat wij een aanleiding hebben om het onderwerp mee te nemen.

De heer De Rouwe (CDA):

Ik was vanochtend in de veronderstelling dat mijn radio kapot was toen ik het pleidooi van mevrouw Kuiken hoorde, omdat zij aankondigde met een financieel plan te komen om iets te doen aan de grote studieschuld van piloten. Toen vroeg ik me even af met welke PvdA wij te maken hebben. Vanaf 1 januari 2014 schaft de PvdA voor tienduizenden studenten de studiebeurs af, maar uitgerekend voor deze club wil mevrouw Kuiken met een financiële regeling komen. Hoe verhoudt zich dat tot het voornemen van de PvdA om de studiebeurs af te schaffen voor gewone studenten? Voor deze studenten aan een private opleiding wil zij blijkbaar wel met een financiële regeling te komen, hoe goed bedoeld dat ook mag zijn.

Mevrouw Kuiken (PvdA):

Ik denk dat de heer De Rouwe vanochtend nog niet helemaal wakker was, want ik heb het niet gehad over de vraag of een studieschuld al dan niet zou mogen. Wel is mij opgevallen dat nu heel veel jongeren nog een opleiding tot piloot volgen, terwijl zij geen enkel perspectief hebben. Vervolgens staat daar voor hen wel een heel grote studieschuld tegenover. Het gaat daarbij om bedragen tussen de € 150.000 en € 200.000, die bovendien tegen rare leenvoorwaarden zijn verstrekt. Daar heb ik mijn vraagtekens bij geplaatst. Bovendien zouden er garantiefondsen moeten zijn, maar die werken niet. Het gaat dus om een heel andere systematiek dan de studiefinancieringssystematiek. Ik vraag de staatssecretaris om in overleg te treden met de sector om te bekijken of wij hierop enigszins vat kunnen krijgen, zodat dit niet ongebreideld doorgaat. Het gaat dus om iets anders. Dit betreft een private markt, en het heeft niets te maken met studiebeurzen en dergelijke.

De heer De Rouwe (CDA):

Voorzitter.

De voorzitter:

Dit is natuurlijk precies de reden waarom mevrouw Hachchi haar opmerking maakte. U hebt uw punt kunnen maken, mijnheer De Rouwe. Als het over de studiefinanciering gaat, hoort het debat echt thuis bij een andere commissie. Mevrouw Kuiken heeft zojuist ook aangegeven dat het in dit geval gaat om een private sector waarmee de staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu contacten heeft en niet de minister van Onderwijs.

De heer De Rouwe (CDA):

Ik stel graag een vervolgvraag op basis van dit betoog. Ook deze staatssecretaris gaat volstrekt niet over de private opleiding of over constructies met banken om in de opleiding van piloten te voorzien. Mevrouw Kuiken heeft vandaag voor de radio wel degelijk ook gesproken over de hoogte van de studieschuld, waarover zij zich zorgen maakt en waarover zij nu een motie heeft ingediend. Ik laat nu maar even achterwege dat de PvdA de studiebeurs wil afschaffen voor de rest van studerend Nederland. De woordvoerder van de PvdA heeft wel degelijk voor de radio gezegd dat zij wil kijken naar de financiële positie van deze studenten en met een regeling wil komen. Ik stel daarover simpelweg de volgende vraag. Mevrouw Kuiken wil deze private groep dus wel tegemoet komen, wat, nogmaals, opvallend is. Wat betekent haar uitspraak van vanmiddag op de radio dat zij wel degelijk kijkt naar de financiële positie en daaraan ook iets wil doen? Is dat plan gedekt? Is dit een blindganger, of legt zij gewoon maar een bommetje neer?

Mevrouw Kuiken (PvdA):

Het heeft er een beetje mee te maken dat de heer De Rouwe niet helemaal weet hoe de private sector voor opleidingen precies werkt.

De heer De Rouwe (CDA):

Voorzitter.

De voorzitter:

Nee, mijnheer De Rouwe, mevrouw Kuiken is aan het woord.

Mevrouw Kuiken (PvdA):

In principe zou hiervoor een soort garantieregeling moeten zijn. Mensen gaat een lening voor een fors bedrag aan. De bestaande constructie voor die leningen is raar. Dat geldt ook voor de wijze waarop daarover wordt gecommuniceerd en voor het feit dat er geen garantiefondsen achter zitten. Daarbij heb ik vragen en opmerkingen. Ik vraag aan de staatssecretaris om daarnaar te kijken en om dat vangnet beter vorm te geven. Het gaat hierbij om iets compleet anders dan bij de studiefinanciering; anders had ik mijn vraag wel aan de minister van Onderwijs gesteld. Het gaat om de wijze waarop deze opleidingen nu worden vormgegeven en om de financiering door banken die vervolgens plaatsvindt. Dit heeft dus niets met de minister van Onderwijs te maken.

De heer Bashir (SP):

Ook ik wil het indienen van de motie niet blokkeren, hoewel ik me wel aansluit bij de opmerkingen van mevrouw Hachchi. Wij hebben het hierover immers eigenlijk niet gehad. Ik wijs er wel op dat mevrouw Kuiken zich zorgen maakt over leningen van studenten die een pilotenopleiding hebben gevolgd, maar dat haar eigen fractie dezelfde problemen veroorzaakt voor alle andere studenten door de studiefinanciering af te schaffen.

Mevrouw Kuiken (PvdA):

Ik zou het op prijs stellen als er in de Kamer wat sympathie zou zijn voor jongeren die een heel dure opleiding volgen zonder enig perspectief. Ik sta hier als woordvoerder luchtvaart en ik vind het mijn taak om dit naar voren te brengen. Het enige wat ik de staatssecretaris vraag, is om in overleg te treden met de sector om te kijken naar de problemen rond vraag en aanbod, de financieringsconstructies die erachter liggen en het verschil met landen om ons heen in de grootte van het bedrag. Piloten kunnen daar voor een veel lagere prijs een opleiding volgen. Volgens mij zijn dat heel terechte vragen. Ik wacht graag het antwoord van de staatssecretaris af.

Mevrouw Van Tongeren (GroenLinks):

Ook onze fractie heeft een groot hart voor jongeren die een dure opleiding aangaan, maar dat betreft meerdere sectoren. Ik doe dus een beroep op mevrouw Kuiken om dit belangrijke onderwerp in breder verband te bespreken in een debat waarin we ook met haar de discussie kunnen aangaan. Dit onderwerp komt nu zijdelings dit VAO binnen. Het onderwerp is belangrijk genoeg, niet alleen voor deze groep jongeren maar ook voor jongeren in andere sectoren. Ik zal de motie niet blokkeren, maar ik doe een beroep op mevrouw Kuiken om dit onderwerp een keer goed te behandelen met de ministers die erover gaan, in een debat over dit onderwerp. Ik doe dus een beroep op de PvdA-fractie om deze motie aan te houden.

Mevrouw Kuiken (PvdA):

Ik snap niet helemaal wat de vraag is, maar laten we één ding helder stellen. Mijn fractie heeft er geen moeite mee dat studenten investeren in hun eigen opleiding. Punt. Dat geldt ook voor piloten. Ik pleit dus niet voor een overheidspotje om dit nu te financieren. Ik wil wel dat voorkomen wordt dat jongeren zich blind storten in torenhoge schulden en rare leningsconstructies waar ze van zijn levensdagen niet meer uit komen omdat de markt niet goed werkt en zij niet goed geïnformeerd zijn. De sector zegt ook zelf dat het niet deugt. Het enige wat ik de staatssecretaris vraag, is om daarnaar te kijken en gekke constructies daarin te vermijden.

De heer Elias (VVD):

Ik maak alleen een procedurele opmerking. Ik vind het niet goed dat we nu een inhoudelijk debat gaan voeren aan de hand van iets wat bij het AO aan de orde had kunnen zijn. Ik sluit me aan bij de collega van D66. Ik zal me deze keer niet verzetten tegen het indienen van de motie. Ik hield even mijn hand niet omhoog omdat ik wilde afwachten hoe dit verder zou lopen. Laten we enige terughoudendheid betrachten of dit onderwerp anderszins agenderen. Hier zijn VAO's niet voor bedoeld.

De heer Graus (PVV):

Die woorden deel ik allemaal niet. Een geachte afgevaardigde mag indienen wat hij wil zolang het maar met luchtvaart te maken heeft. Het zal verder worst zijn waar het over gaat. Ik wil echter één opmerking maken. Achter in de zaal zit een ex-student van de KLM Flight Academy, die zegt dat daar een heel goede regeling geldt. Mogelijk moeten luchtvaartmaatschappijen en studenten dus maar eens bij de KLM Flight Academy te rade gaan, want het wiel is al uitgevonden.

Mevrouw Kuiken (PvdA):

Er zijn verschillende garantiefondsen, die niet allemaal even goed werken. Er is nogal een verschil. Ik heb ook andere verhalen gehoord van oud-studenten en studenten die nu op de opleiding zitten. Het gaat mij erom dat we te maken hebben met jongeren die een droom najagen. Die droom wil ik hun niet misgunnen. Het is hun eigen verantwoordelijkheid, maar ik wil voorkomen dat zij onnodig onaanvaardbare, extreme financiële risico's lopen. Ik roep de staatssecretaris op om te bekijken welke rol zij daarin kan vervullen.

De voorzitter:

Er is nog één vraag blijven liggen. Wordt de indiening van de motie van mevrouw Kuiken in voldoende mate ondersteund? Dat is het geval. Dan maakt zij deel uit van de beraadslaging. De motie krijgt nr. 128 (31936).

Ik dank de leden voor hun bijdragen en ik denk dat er in de procedurevergadering nog wel iets te bespreken is.

De heer De Rouwe (CDA):

Voorzitter. Ook mijn fractie wil even terugkomen op het AO in december. Daarin zijn een aantal zaken besproken, onder andere de motie van de heer Graus die hier aangekondigd is, en de reactie van de staatssecretaris, die zegt dat er binnenkort wordt gekeken naar de verplichte financiële bijdrage vanuit de opbrengsten op Schiphol aan het verlagen van de luchtvaartactiviteiten in de sector. De staatssecretaris heeft toegezegd dat daar een onderzoek naar komt. Wanneer kunnen wij dat verwachten? Ook mijn fractie wil daar namelijk kritisch naar kijken, maar zij wil dat doen op basis van de feiten. Daarom verzoek ik de staatssecretaris om daarmee zo spoedig mogelijk naar de Kamer te komen. We hebben gesproken over de Bloemendalerpolder. Ik wil de staatssecretaris eraan herinneren dat er een convenant ligt tussen de centrale overheid en private partijen, en de lokale overheden. Daarin staat dat mensen die daar komen te wonen, onder de rook van Schiphol en van de vliegroutes, geen recht hebben om te klagen. Als mensen daar willens en wetens een woning kopen, zo dicht bij een luchthaven, kan het niet zo zijn dat zij vervolgens zeggen dat er minder moet worden gevlogen omdat zij er last van hebben. Ik vraag de staatssecretaris om de vinger aan de pols te houden wat betreft dit convenant, dat door de diverse partijen ondertekend is. Wij vinden het niet kunnen dat mensen vlak bij een luchthaven een woning kopen en vervolgens klagen dat de luchtvaart zo veel overlast geeft.

Mijn fractie heeft recent schriftelijke vragen gesteld over Ryanair. Daar is veel over te doen. Ik denk dat het goed is om het antwoord op die vragen af te wachten, dan kunnen we er wellicht later verder over spreken.

Ten slotte. In het AO hebben we het gehad over de voortgang rond Lelystad. Ik had daar een vraag over. De staatssecretaris heeft toegezegd dat zij met een stappenplan zal komen, volgens mij naar aanleiding van de bijdrage van mevrouw Kuiken. Ik zie in het verslag niet terug wanneer dat stappenplan naar de Kamer komt. Ik dring erop aan dat dit binnenkort gebeurt, want als hier al vertraging zou optreden, maken wij ons echt heel vee zorgen over hoe het straks moet gaan met Lelystad.

De voorzitter:

Dank u wel. Daarmee is er een einde gekomen aan de termijn van de Kamer. De staatssecretaris heeft verzocht om een schorsing van drie minuten.

De vergadering wordt van 16.34 uur tot 16.37 uur geschorst.

Staatssecretaris Mansveld:

Voorzitter. Ik kom als eerste te spreken over de motie-Graus op stuk nr. 122. Bij de besluitvorming is een positieve businesscase een randvoorwaarde. Deze onderbouwing is aan Schiphol gevraagd. Ik zie het gevraagde in deze motie daarom als ondersteuning van ons beleid.

Dan de motie-Graus op stuk nr. 123. Het selectiviteitsbeleid is belangrijk om de groei van de luchtvaart in Nederland te accommoderen. Wel wordt het selectiviteitsbeleid zo uitgewerkt dat het niet discriminatoir is. Ik ontraad dan ook deze motie.

De heer Graus (PVV):

Ik begrijp dat de staatssecretaris dit vindt, maar de "home based leisure carriers" denken daar anders over. Ik laat de motie natuurlijk gewoon ingediend, maar ik vind dat de staatssecretaris wel moet weten hoe deze luchtvaartmaatschappijen erover denken. Zij zijn het hier volstrekt niet mee eens en ze zijn er doodongelukkig mee. Ze vallen nu wel degelijk buiten de boot.

Staatssecretaris Mansveld:

Onder andere over de ontwikkeling van Lelystad gaan wij het gesprek aan met de "home based leisure carriers". Zulke gesprekken vinden sowieso in de breedte plaats. Ik blijf bij mijn standpunt en ontraad de motie.

De motie van de heer Bashir op stuk nr. 124 gaat over bebouwing van de Bloemendalerpolder. De regering heeft toestemming gegeven om de gebiedsontwikkeling van de Bloemendalerpolder en de daarin opgenomen woningbouwplannen door te zetten. Dat heeft te maken met de lange voorgeschiedenis van jaren en de betrokkenheid van het Rijk. Het aspect geluidshinder is meegenomen in de afweging. In dat kader zijn er afspraken over informatievoorziening en de wijze waarop wordt omgegaan met klachten. Die liggen vast in een samenwerkingsovereenkomst. Ik kijk gelijk naar de heer De Rouwe, die hierover in zijn betoog een heel duidelijk statement maakte. Een en ander is dus vastgelegd in een samenwerkingsovereenkomst. De informatievoorziening moet wel zo duidelijk zijn dat de mensen weten waaraan zij beginnen. Ik ontraad de motie.

De motie van mevrouw Van Tongeren op stuk nr. 125 gaat over het aantal nachtvluchten. Er is een voorstel met compenserende maatregelen voor de oorspronkelijk geplande glijvluchten in de avond. De reductie van 3.000 nachtbewegingen ten opzichte van het eerder afgesproken aantal van 32.000 nachtbewegingen vormt samen met een aantal andere maatregelen een afgewogen alternatief met een vergelijkbaar hinderbeperkend effect als de afspraak over glijvluchten in de avond. Het plafond van het aantal nachtbewegingen zal in drie jaar worden verlaagd van 32.000 naar 29.000. Ik heb gezegd dat de verlaging een feitelijke verlaging is van de huidige gerealiseerde aantallen nachtbewegingen en een verlaging van het groeipotentieel. Het aantal werkelijke nachtbewegingen is 30.796, zoals ik in het AO heb gemeld. De resterende 1.204 nachtbewegingen vormden de groeipotentie. Bij elkaar opgeteld zijn dit 32.000 vluchten en dat aantal brengen wij met 3.000 omlaag. Wij tellen dus niet alleen het aantal werkelijke nachtvluchten mee, maar ook de groeipotentie, die in deze periode duidelijk was. Ik ontraad dan ook de motie.

Mevrouw Van Tongeren (GroenLinks):

Ik begrijp dat de staatssecretaris zegt dat zij het aantal vluchten die er deels nog niet zijn, met 3.000 vermindert. In de media is echter de indruk gewekt dat er echt 3.000 nachtvluchten minder komen. Met deze motie vraag ik de staatssecretaris om dat ook uit te voeren. Ik begrijp de uitleg wel. Het maximum, waarbij wij nog niet in de buurt zijn, stellen wij naar beneden bij. Dat is een papieren maatregel. Wij verminderen ook een gedeelte. Ik vraag de staatssecretaris om te doen wat de regering gezegd heeft. Zorg voor deze bewoners! De glijvluchten uit de oorspronkelijke afspraak kunnen niet worden gerealiseerd; daarom vraag ik om het aantal nachtvluchten echt met 3.000 naar beneden te brengen.

Staatssecretaris Mansveld:

De onderbouwing van de 29.000 laat zien dat bij dit aantal eenzelfde hinderbeperking ontstaat als bij het voorstel van de glijvluchten, waarvoor dit voorstel een compensatie is. De 29.000 is dus een onderbouwd aantal. Over dit aantal bestaat overeenstemming tussen bewoners, bestuurders en de sector. Ik blijf bij mijn advies en ontraad de motie.

Over het onderwerp van de motie op stuk nr. 126 hebben wij uitgebreid gesproken in het algemeen overleg dat eerder heeft plaatsgevonden. Zoals de Kamer weet, is de heer Alders op mijn verzoek in contact getreden met de BLRS. Hij heeft de bewonersvereniging gesproken over deelname aan de tafel. Het gaat om uitwerking en uitvoering van het Aldersadvies van 2008. De Kamer heeft dit advies destijds met een ruime tweederdemeerderheid onderschreven en de minister opdracht gegeven om de tafel te verzoeken om een voortvarende uitvoering van dat advies. Aangezien het gaat om uitvoering van een plan dat er ligt, is het niet meer dan logisch dat dit plan de basis is van wat men aan die tafel aan het doen is. Dat is de BLRS heel duidelijk. De mensen van de BLRS hebben ervoor gekozen om niet deel te nemen aan die tafel. De heer Alders heeft separaat contact met die groep bewoners. Dat is de situatie op dit moment. Blijkbaar zijn alle partijen daar tevreden mee, omdat het op dit moment op deze manier wordt uitgevoerd. Ik heb dit nog uitgebreider gemotiveerd in het AO. Ik ontraad deze motie daarom.

Mevrouw Van Tongeren (GroenLinks):

In het regeerakkoord staan duidelijke opmerkingen over het belang van draagvlak bij de bevolking. Daar staat niet: het belang van draagvlak bij de mensen die toch al voor een bepaalde overheidsmaatregel zijn. Door dit soort stapjes – door alleen de mensen die toch al ervoor zijn, te betrekken bij een verder overleg – holt de regering het draagvlak bij de bevolking voor welke regeringsmaatregel dan ook verder uit. Is er nu echt geen mogelijkheid om die mensen mee aan tafel te krijgen? De besluitvorming vindt elders plaats. De Alderstafel is geen besluitvormend maar een adviserend orgaan. Ik doe dus een beroep op de staatssecretaris om de bewoners in de een of andere vorm mee te laten praten aan die tafel.

Staatssecretaris Mansveld:

Ik herhaal wat ik net al heb gezegd. De bewoners praten mee, al is het op een zelfgekozen wijze. Het Aldersadvies op zich staat niet ter discussie. Wat aan die tafel besproken wordt, is de uitvoering en de uitwerking van het advies. In de Tweede Kamer is het advies omarmd. Als die mensen aan tafel zitten, maar het advies niet omarmen, is het voor hen ingewikkeld om mee te praten over de uitwerking ervan. Zij moeten niet "ja" of "nee" zeggen tegen het advies. Nee, het uitgangspunt van de Alderstafel is het advies. BLRS heeft daarin een eigen keuze gemaakt en kan vrijwillig een andere keuze maken. De mensen van BLRS hebben contact met de heer Alders. Dat is op dit moment de status quo. Ik ontraad de motie dus.

Nu kom ik bij de motie van de heer Elias op stuk nr. 127. De heer Elias zet zijn bril al op. Mijnheer Elias, wat heb ik u aangedaan dat u een motie hebt moeten indienen? Ik heb nog eens nagedacht over uw verzoek en mijn antwoord. Ik zal dit antwoord nu voor u nuanceren, want ik begrijp uw wens. Ik wil daarom toezeggen dat ik op onderzoek zal uitgaan. Het betreft zondagen en onder andere bewegingen waar geluid aan te pas komt. Mijnheer Elias, u weet dat daar regels voor zijn. Zoals ik al zei, wil ik onderzoeken welke mogelijkheden er zijn. Ik zal daarop terugkomen. Daarom verzoek ik u de motie aan te houden.

De heer Elias (VVD):

Wanneer zou u daarop terugkomen?

Staatssecretaris Mansveld:

Ik denk dat wij in april hierop terug kunnen komen.

De heer Elias (VVD):

Dan houd ik de motie tot 15 april aan.

Staatssecretaris Mansveld:

Ik hoop dan dat het niet 28 april wordt. Wij zullen het zien.

De voorzitter:

Op verzoek van de heer Elias stel ik voor, zijn motie (31936, nr. 127) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

De heer De Rouwe (CDA):

Ik ben benieuwd naar de reikwijdte van het onderzoek. Is het alleen maar bedoeld om te bekijken hoe je dit mogelijk kunt maken of is de staatssecretaris ook voornemens om te bekijken naar de overlast voor mensen die op zondag misschien andere dingen willen doen? Het is bovendien de vraag wat voor economisch belang dit precies heeft in relatie tot bepaalde sociale belangen.

Staatssecretaris Mansveld:

Ik zal in ieder geval bekijken wat de grenzen zijn van wat mogelijk is, wat er nu aan geluidshinder is et cetera. Ik kan bekijken of er wellicht een behoefte is. Ik kan mij voorstellen dat er ook een groei zou kunnen plaatsvinden van general aviation op zondagen. Het is de vraag of dat de bedoeling is. Er zal een aantal afwegingen gemaakt moeten worden. In eerste instantie bekijk ik wat er mogelijk is, met name in verband met geluidshinder door bijvoorbeeld sleepvluchten. Bovendien zal ik kijken naar een zorgvuldige belangenafweging daarin. Mijns inziens doelt de heer De Rouwe hierop. Dat is volgens mij ook belangrijk.

Ik kom nu op de motie-Kuiken op stuk nr. 128. Daarover is zojuist het nodige gezegd. Laat ik ermee beginnen dat ik de problematiek ken. Dit is heel vervelend voor de mensen die het aangaat. Ik las vandaag dat er ook geen werk is voor urologen. Je ziet dat er op de arbeidsmarkt soms voor heel kleine, specifieke groepen omstandigheden ontstaan, waar niemand op zit te wachten. Ik sta hier niet voor het arbeidsmarktbeleid. De sector zelf en de opleidingen hebben ermee te maken. Ze zijn zelf ook de experts om de eventuele mogelijkheden te bekijken. Ik ben bereid om bij de betrokken partijen, namelijk de onderwijsinstellingen en de branche, te informeren welke oplossingen zij zien voor deze arbeidsmarktfrictie. Daarover zal ik de Kamer informeren. Die toezegging doe ik aan de Kamer. Ik laat het oordeel over deze motie over aan de Kamer.

Mevrouw Kuiken (PvdA):

Ik dank de staatssecretaris voor de toezegging dat ze in elk geval het gesprek wil aangaan. Dat maakt helder waar de problemen precies zitten en wat je kunt doen. Wil de staatssecretaris ook toezeggen dat ze daarbij tevens de vraag meeneemt of er nu echt zo'n verschil is tussen het prijsniveau van de opleidingen in Nederland en dat in de landen om ons heen?

Staatssecretaris Mansveld:

Dat lijkt me geen ingewikkelde vraag voor de branche. Die vraag wil ik meenemen.

Mevrouw Kuiken (PvdA):

Wil ze dan ten slotte ook kijken naar de financieringsconstructie? Ik vraag dat zo expliciet, omdat ik de motie dan kan aanhouden en nu niet in stemming hoef te brengen.

Staatssecretaris Mansveld:

Ik wil die dingen meenemen en die neerleggen bij de branche en bij de opleidingen. Zij zijn de experts. Ik ben dat niet. Ik wil die inzet wel plegen voor mevrouw Kuiken.

De voorzitter:

Mevrouw Kuiken, begrijp ik goed dat u uw motie aanhoudt?

Mevrouw Kuiken (PvdA):

Ik heb de staatssecretaris zo gehoord dat ze in overleg gaat met de branche om te bekijken waar de problemen zitten, waarbij ze de door mij aangegeven punten meeneemt, en dat ze ons daarover zal informeren. Daarom houd ik de motie nu aan. Voor mij is dat namelijk de kapstok om te bekijken welke verdere stappen wij uit hoofde van onze verantwoordelijkheid kunnen of moeten nemen.

Staatssecretaris Mansveld:

Dan moeten we even bekijken op welke verantwoordelijkheid mevrouw Kuiken het kabinet wil aanspreken en bij welk ministerie zij dat kan doen.

De voorzitter:

Op verzoek van mevrouw Kuiken stel ik voor, haar motie (31936, nr. 128) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

De voorzitter:

Zowel tegen mevrouw Kuiken als tegen de heer Elias zeg ik het volgende. Uw moties worden nu aangehouden. Dat staat nu geregistreerd. U moet zelf in de gaten houden wanneer ze verlengd moeten worden. Meneer Elias, dat is voor 15 april. Anders verdwijnt de motie.

Mevrouw Kuiken (PvdA):

Ik ben me daarvan bewust, maar ik ga er ook van uit dat we op niet al te lange termijn een terugkoppeling zullen krijgen.

Staatssecretaris Mansveld:

Ik verwacht dat de branche en de opleidingsinstituten, die als experts het overzicht over deze problematiek hebben, snel een helder antwoord kunnen geven.

Er liggen nog enkele vragen van de heer De Rouwe. De vraag over de Bloemendalerpolder heb ik reeds beantwoord. Een andere vraag betrof de verplichte financiële bijdrage. Deze is gekoppeld aan de tweede fase van het advies van de Commissie Shared Vision, dat gaat over de investeringen van Schiphol. De commissie heeft aangegeven hierover in februari te zullen rapporteren. Ik heb aangegeven dat ik zo snel mogelijk daarna de Kamer zal informeren. Het antwoord op de vraag over Ryanair kunnen de woordvoerders deze week tegemoetzien in de mail of bij de post.

Over de voortgang ter zake van Lelystad is lang gesproken. Mevrouw Kuiken heeft de zeer breed gedeelde behoefte verwoord om een stappenplan, een totaaloverzicht te krijgen teneinde te kunnen bekijken welk besluit wanneer wordt genomen, met welk effect op een volgend besluit. Over dat proces gaat het. We hebben gezegd dat dat zo spoedig mogelijk komt in het voorjaar van 2013. Ik wil mijn best doen om te bekijken of dat voor het krokusreces lukt. En anders komt het in de twee tot drie weken daarna.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:

Stemmingen over de moties zullen komende dinsdag plaatsvinden. Ik dank de staatssecretaris voor haar komst naar de Kamer.

Naar boven