Tractatenblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum totstandkoming
Ministerie van Buitenlandse ZakenTractatenblad 2012, 141Verdrag

50 (1974) Nr. 27

A. TITEL

Internationaal Verdrag voor de beveiliging van mensenlevens op zee, 1974;

(met Bijlage)

Londen, 1 november 1974

B. TEKST

De Engelse en de Franse tekst van Verdrag en Bijlage zijn geplaatst in Trb. 1976, 157.

Voor correcties van de Bijlage zie Trb. 1983, 32.

Voor wijzigingen van de Bijlage zie Trb. 1983, 32, rubriek J van Trb. 1983, 173, Trb. 1985, 155, Trb. 1989, 42, Trb. 1989, 98, Trb. 1992, 24, Trb. 1994, 19, Trb. 1996, 18, Trb. 1996, 128, Trb. 1996, 257, Trb. 1997, 226, Trb. 1998, 155 en Trb. 2005, 55 en rubriek B van Trb. 2008, 87, Trb. 2009, 84, Trb. 2009, 147 en Trb. 2011, 65.

Voor correcties van de wijzigingen van de Bijlage zie Trb. 1985, 155, rubriek J van Trb. 1995, 236, rubriek B van Trb. 1996, 128, rubriek J van Trb. 2005, 55 en rubriek B van Trb. 2006, 72.

In Trb. 2008, 87 dient in de Engelse tekst van resolutie MSC.216(82) de volgende correctie te worden aangebracht.

Op blz. 138, in het Aanhangsel, dient de tekst van paragraaf 49 te worden vervangen door de volgende tekst:

  • „49. In the Passenger Ship Safety Certificate and Cargo Ship Safety Construction Certificate, the phrase “Date on which keel was laid or ship was at a similar stage of construction or, where applicable, date on which work for a conversion or an alteration or modification of a major character was commenced ......” is replaced by the following:

“Date of build:

  • Date of building contract ......

  • Date on which keel was laid or ship was at similar stage of construction ......

  • Date of delivery ......

  • Date on which work for a conversion or an alteration or modification of a major character was commenced (where applicable)

All applicable dates shall be completed.” .”

Op blz. 138 en 139, in het Aanhangsel, dient paragraaf 52 te worden geschrapt, samen met de daaraan voorafgaande subtitel „Record of Equipment for the Cargo Ship Safety Certificate (Form C)” en dient paragraaf 53 te worden vernummerd tot paragraaf 52.


Resolutie MSC.317(89) van 20 mei 2011

Bij Resolutie MSC.317(89) heeft de Maritieme Veiligheidscommissie van de Internationale Maritieme Organisatie op 20 mei 2011 in overeenstemming met artikel VIII(b)(iv) van het Verdrag wijzigingen aangenomen. De Engelse tekst1) van de Resolutie en de wijzigingen luidt als volgt:


Resolution MSC.317(89) (adopted on 20 May 2011)

Adoption of amendments to the International Convention for the Safety of Life at Sea, 1974, as amended

The Maritime Safety Committee,

Recalling Article 28(b) of the Convention on the International Maritime Organization concerning the functions of the Committee,

Recalling further article VIII(b) of the International Convention for the Safety of Life at Sea (SOLAS), 1974 (hereinafter referred to as “the Convention”), concerning the amendment procedure applicable to the Annex to the Convention, other than to the provisions of chapter I thereof,

Having considered, at its eighty-ninth session, amendments to the Convention, proposed and circulated in accordance with article VIII(b)(i) thereof,

  • 1. Adopts, in accordance with article VIII(b)(iv) of the Convention, amendments to the Convention, the text of which is set out in the Annex to the present resolution;

  • 2. Determines, in accordance with article VIII(b)(vi)(2)(bb) of the Convention, that the said amendments shall be deemed to have been accepted on 1 July 2012, unless, prior to that date, more than one third of the Contracting Governments to the Convention or Contracting Governments the combined merchant fleets of which constitute not less than 50% of the gross tonnage of the world’s merchant fleet, have notified their objections to the amendments;

  • 3. Invites SOLAS Contracting Governments to note that, in accordance with article VIII(b)(vii)(2) of the Convention, the amendments shall enter into force on 1 January 2013 upon their acceptance in accordance with paragraph 2 above;

  • 4. Requests the Secretary-General, in conformity with article VIII(b)(v) of the Convention, to transmit certified copies of the present resolution and the text of the amendments contained in the Annex to all Contracting Governments to the Convention;

  • 5. Further requests the Secretary-General to transmit copies of this resolution and its Annex to Members of the Organization which are not Contracting Governments to the Convention.


Annex
Amendments to the International Convention for the Safety of Life at Sea, 1974, as amended

CHAPTER III LIFE-SAVING APPLIANCES AND ARRANGEMENTS

Regulation 1 Application

The following new paragraph 5 is added after the existing paragraph 4:

  • “5 Notwithstanding paragraph 4.2, for all ships, not later than the first scheduled dry-docking after 1 July 2014, but not later than 1 July 2019, lifeboat on-load release mechanisms not complying with paragraphs 4.4.7.6.4 to 4.4.7.6.6 of the Code shall be replaced with equipment that complies with the Code.1)



Codes1)

Zie Trb. 2009, 84 en Trb. 2011, 65.

IMSBC-Code

Deze Code is gewijzigd bij Resolutie MSC.318(89) van 20 mei 2011.

IS-Code 2008

Deze Code is gewijzigd bij Resolutie MSC.319(89) van 20 mei 2011.

LSA-Code

Deze Code is gewijzigd bij Resolutie MSC.320(89) van 20 mei 2011.

ESP-Code 2011

Bij Resolutie A.1049(27) heeft de Algemene Vergadering van de Internationale Maritieme Organisatie op 30 november 2011 de International Code on the Enhanced Programme of Inspections during Surveys of Bulk Carriers and Oil Tankers, 2011 aangenomen.



Verplichte meldingssystemen voor schepen

Zie Trb. 2009, 84 en Trb. 2011, 65.



Verplichte standaarden voor schepen

Zie Trb. 2011, 65.


C. VERTALING

Zie Trb. 1977, 77, Trb. 1983, 32 en rubriek J van Trb. 1983, 173, de rubrieken C en J van Trb. 1985, 155, rubriek J van Trb. 1986, 51, Trb. 1989, 42, Trb. 1989, 98, Trb. 1992, 24, Trb. 1992, 173, Trb. 1994, 19, Trb. 1994, 134, Trb. 1995, 236, Trb. 1996, 18, Trb. 1996, 128, Trb. 1996, 340, Trb. 1998, 155, Trb. 2005, 55 en rubriek C van Trb. 2006, 72, Trb. 2009, 84, Trb. 2009, 147 en Trb. 2011, 65.

In Trb. 2009, 84 dient in de vertaling van resolutie MSC.216(82) de volgende correctie te worden aangebracht.

Op blz. 173, in het Aanhangsel, dient de tekst van paragraaf 49 te worden vervangen door de volgende tekst:

  • „49. Op het veiligheidscertificaat voor passagiersschepen en het veiligheidsconstructiecertificaat voor vrachtschepen, wordt de zin „Datum waarop de kiel werd gelegd of de bouw van het schip zich in een soortgelijk stadium bevond, of, indien van toepassing, de aanvangsdatum van werkzaamheden ten behoeve van een verandering of wijziging van ingrijpende aard: …” vervangen door de volgende tekst:

“Datum van de bouw:

  • Datum van bouwcontract ......

  • Datum waarop de kiel werd gelegd of de bouw van het schip zich in een soortgelijk stadium bevond ......

  • Datum van oplevering ......

  • Aanvangsdatum van werkzaamheden ten behoeve van een verandering of wijziging van ingrijpende aard (indien van toepassing)

Alle daarvoor in aanmerking komende data moeten worden ingevuld.” .”

Op blz. 174, in het Aanhangsel, dient paragraaf 52 te worden geschrapt, samen met de daaraan voorafgaande subtitel „Uitrustingsrapport voor het veiligheidscertificaat voor vrachtschepen (Formulier C)” en dient paragraaf 53 te worden vernummerd tot paragraaf 52.


De vertaling van de in Trb. 2011, 65 geplaatste wijzigingen luidt als volgt:

Resolutie MSC.290(87) van 21 mei 2010


Resolutie MSC.290(87) (aangenomen op 21 mei 2010)

Aanneming van wijzigingen van het Internationaal Verdrag voor de beveiliging van mensenlevens op zee, 1974, als gewijzigd

De Maritieme Veiligheidscommissie,

Herinnerend aan artikel 28(b) van het Verdrag nopens de Internationale Maritieme Organisatie betreffende de taken van de Commissie,

Voorts herinnerend aan artikel VIII(b) van het Internationaal Verdrag voor de beveiliging van mensenlevens op zee (SOLAS), 1974, hierna te noemen „het Verdrag”, betreffende de wijzigingsprocedure die van toepassing is op de Bijlage bij het Verdrag, met uitzondering van de bepalingen van Hoofdstuk I daarvan,

Voorts eraan herinnerend dat de strategische aanwijzingen van de Organisatie met betrekking tot het ontwikkelen en onderhouden van een allesomvattend kader voor een betrouwbare, veilige, efficiënte en milieuvriendelijke scheepvaart ook voorzien in het vaststellen van doelgerichte normen voor het ontwerp en de bouw van nieuwe schepen,

Overwegend dat schepen voor een omschreven levensduur dienen te worden ontworpen en gebouwd teneinde veilig en milieuvriendelijk te zijn opdat zij, indien zij onder omschreven bedrijfs- en milieuomstandigheden naar behoren worden geëxploiteerd en onderhouden, hun gehele levensduur veilig kunnen blijven,

Na bestudering, tijdens haar zevenentachtigste zitting, van wijzigingen van het Verdrag, voorgesteld en rondgezonden overeenkomstig artikel VIII(b)(i) van het Verdrag,

  • 1. Neemt, overeenkomstig artikel VIII(b)(iv) van het Verdrag, wijzigingen van het Verdrag aan, waarvan de tekst is vervat in de Bijlage bij deze resolutie;

  • 2. Bepaalt, in overeenstemming met artikel VIII(b)(vi)(2)(bb) van het Verdrag, dat genoemde wijzigingen worden geacht te zijn aanvaard op 1 juli 2011, tenzij vóór die datum meer dan een derde van de Verdragsluitende Regeringen die Partij zijn bij het Verdrag, of de Verdragsluitende Regeringen waarvan de gezamenlijke koopvaardijvloten ten minste vijftig procent van de brutotonnage van de wereldkoopvaardijvloot vormen, hun bezwaren tegen de wijzigingen kenbaar hebben gemaakt;

  • 3. Nodigt de SOLAS-Verdragsluitende Regeringen uit er nota van te nemen dat, in overeenstemming met artikel VIII(b)(vii)(2) van het Verdrag, de wijzigingen na hun aanvaarding in overeenstemming met punt 2 hierboven, in werking treden op 1 januari 2012;

  • 4. Verzoekt de Secretaris-Generaal, in overeenstemming met artikel VIII(b)(v) van het Verdrag, voor eensluidend gewaarmerkte afschriften van deze resolutie en van de tekst van de in de Bijlage vervatte wijzigingen te doen toekomen aan alle Verdragsluitende Regeringen bij het Verdrag;

  • 5. Verzoekt de Secretaris-Generaal voorts afschriften van deze resolutie en de Bijlage daarbij te doen toekomen aan Leden van de Organisatie waarvan de Regeringen geen Partij zijn bij het Verdrag.

  • 6. Besluit de voortgang van de implementatie van SOLAS-voorschrift II-1/3-10 in 2014 te toetsen en indien zulks nodig blijkt, de in het eerste lid van het voorschrift vervatte termijnen aan te passen.


Bijlage
Wijzigingen van het Internationaal Verdrag voor de beveiliging van mensenlevens op zee, 1974, als gewijzigd

HOOFDSTUK II-1 CONSTRUCTIE – STRUCTUUR, WATERDICHTE INDELING EN STABILITEIT, MACHINES EN ELEKTRISCHE INSTALLATIES

DEEL A ALGEMEEN
Voorschrift 2 Begripsomschrijvingen
  • 1. De volgende nieuwe paragraaf 28 wordt toegevoegd na de bestaande paragraaf 27:

    • „28 Onder Doelgerichte normen voor de bouw van bulkcarriers en olietankschepen worden verstaan de Internationale doelgerichte normen voor de bouw van bulkcarriers en olietankschepen, aangenomen door de Maritieme Veiligheidscommissie bij resolutie MSC.287(87), eventueel als gewijzigd door de Organisatie, mits deze wijzigingen worden aangenomen, in werking worden gesteld en van kracht worden in overeenstemming met de bepalingen van artikel VIII van dit Verdrag inzake wijzigingsprocedures die van toepassing zijn op de Bijlage niet zijnde Hoofdstuk I daarvan.”

DEEL A-1 STRUCTUUR VAN SCHEPEN
  • 2. Het volgende nieuwe voorschrift 3-10 wordt toegevoegd na het bestaande voorschrift 3-9:

„Voorschrift 3-10 Doelgerichte normen voor de bouw van bulkcarriers en olietankschepen
  • 1. Dit voorschrift is van toepassing op olietankschepen met een lengte van 150 m of meer en op bulkcarriers met een lengte van 150 m of meer, gebouwd met enkel dek, top-zijtanks en hopper-zijtanks in de laadruimen, met uitzondering van ertsschepen en combinatiecarriers:

    • .1 waarvoor het bouwcontract is afgesloten op of na 1 juli 2016;

    • .2 waarvan, bij het ontbreken van een bouwcontract, de kiel is gelegd of waarvan de bouw zich in een soortgelijk stadium bevindt op of na 1 juli 2017; of

    • .3 waarvan de oplevering plaatsvindt op of na 1 juli 2020.

  • 2. Schepen dienen zodanig voor een omschreven levensduur te worden ontworpen en gebouwd dat zij, wanneer zij onder de omschreven bedrijfs-, en milieuomstandigheden naar behoren worden geëxploiteerd en onderhouden, hun gehele levensduur, in onbeschadigde en beschadigde toestand als omschreven, veilig en milieuvriendelijk zijn.

  • 2.1. Onder veilig en milieuvriendelijk wordt verstaan dat het schip over voldoende sterkte, dichtheid en stabiliteit dient te beschikken om het gevaar van vergaan van het schip of vervuiling van het mariene milieu ten gevolge van falen van de bouw, met inbegrip van het bezwijken, hetgeen kan leiden tot vervuld raken of verlies van de waterdichtheid, te beperken.

  • 2.2. Onder milieuvriendelijk wordt voorts verstaan dat het schip wordt gebouwd van materialen die geschikt zijn voor milieuvriendelijk hergebruik.

  • 2.3. Onder veilig worden voorts begrepen de bouw van het schip, scheepsonderdelen en -middelen voor veilige toegang, ontsnapping, inspectie en deugdelijk onderhoud, en die een veilige bedrijfsvoering mogelijk maken.

  • 2.4. Omschreven bedrijfs-, en milieuomstandigheden worden bepaald aan de hand van het beoogde vaargebied voor het schip gedurende zijn levensduur en hebben betrekking op de omstandigheden, met inbegrip van bijkomende omstandigheden, voortvloeiend uit lading- en ballasthandelingen in havens, op waterwegen en op zee.

  • 2.5. Onder omschreven levensduur wordt verstaan de nominale tijd die het schip geacht wordt bloot te staan aan bedrijfs-, en/of milieuomstandigheden en/of het corrosieve milieu en wordt gebruikt voor het selecteren van geschikte parameters voor het ontwerp van het schip.

    De werkelijke levensduur van het schip kan echter langer of korter zijn, afhankelijk van de feitelijke bedrijfsomstandigheden en het onderhoud van het schip gedurende zijn levenscyclus.

  • 3. De vereisten van de paragrafen 2 tot en met 2.5 worden verwezenlijkt door te voldoen aan de toepasselijke eisen voor de bouw van een overeenkomstig de bepalingen van voorschrift XI-1/1 erkende organisatie of aan de nationale normen van de Administratie die beantwoorden aan de functionele vereisten van de Doelgerichte normen voor de bouw van bulkcarriers en olietankschepen.

  • 4. Bij de oplevering van een nieuw schip wordt een Scheepsbouwdossier met specifieke informatie over de manier waarop de functionele vereisten van de Doelgerichte normen voor de bouw van bulkcarriers en olietankschepen zijn toegepast bij het ontwerp en de bouw van het schip overhandigd en aan boord van het schip en/of aan de wal bewaard.1) Het wordt indien nodig geactualiseerd gedurende de levensduur van het schip. De inhoud van het Scheepsbouwdossier voldoet ten minste aan de door de Organisatie opgestelde richtlijnen.1)


Resolutie MSC.291(87) van 21 mei 2010


Resolutie MSC.291(87) (aangenomen op 21 mei 2010)

Aanneming van wijzigingen van het Internationaal Verdrag voor de beveiliging van mensenlevens op zee, 1974, als gewijzigd

De Maritieme Veiligheidscommissie,

Herinnerend aan artikel 28(b) van het Verdrag nopens de Internationale Maritieme Organisatie betreffende de taken van de Commissie,

Voorts herinnerend aan artikel VIII(b) van het Internationaal Verdrag voor de beveiliging van mensenlevens op zee (SOLAS), 1974, (hierna te noemen „het Verdrag”), betreffende de wijzigingsprocedure die van toepassing is op de Bijlage bij het Verdrag, met uitzondering van de bepalingen van Hoofdstuk I daarvan,

Na bestudering, tijdens haar zevenentachtigste zitting, van wijzigingen van het Verdrag, voorgesteld en rondgezonden overeenkomstig artikel VIII(b)(i) van het Verdrag,

  • 1. Neemt, overeenkomstig artikel VIII(b)(iv) van het Verdrag, wijzigingen van het Verdrag aan, waarvan de tekst is vervat in de Bijlage bij deze resolutie;

  • 2. Bepaalt, in overeenstemming met artikel VIII(b)(vi)(2)(bb) van het Verdrag, dat genoemde wijzigingen worden geacht te zijn aanvaard op 1 juli 2011, tenzij vóór die datum meer dan een derde van de Verdragsluitende Regeringen die Partij zijn bij het Verdrag, of de Verdragsluitende Regeringen waarvan de gezamenlijke koopvaardijvloten ten minste vijftig procent van de brutotonnage van de wereldkoopvaardijvloot vormen, hun bezwaren tegen de wijzigingen kenbaar hebben gemaakt;

  • 3. Nodigt de SOLAS-Verdragsluitende Regeringen uit er nota van te nemen dat, in overeenstemming met artikel VIII(b)(vii)(2) van het Verdrag, de wijzigingen na hun aanvaarding in overeenstemming met punt 2 hierboven, in werking treden op 1 januari 2012;

  • 4. Verzoekt de Secretaris-Generaal, in overeenstemming met artikel VIII(b)(v) van het Verdrag, voor eensluidend gewaarmerkte afschriften van deze resolutie en van de tekst van de in de Bijlage vervatte wijzigingen te doen toekomen aan alle Verdragsluitende Regeringen bij het Verdrag;

  • 5. Verzoekt de Secretaris-Generaal voorts afschriften van deze resolutie en de Bijlage daarbij te doen toekomen aan Leden van de Organisatie waarvan de Regeringen geen Partij zijn bij het Verdrag.


Bijlage
Wijzigingen van het Internationaal Verdrag voor de beveiliging van mensenlevens op zee, 1974, als gewijzigd

HOOFDSTUK II-1 CONSTRUCTIE – STRUCTUUR, WATERDICHTE INDELING EN STABILITEIT, MACHINES EN ELEKTRISCHE INSTALLATIES

DEEL A-1 STRUCTUUR VAN SCHEPEN
  • 1. Het volgende nieuwe voorschrift 3-11 wordt ingevoegd na voorschrift 3-10:

„Voorschrift 3-11 Corrosiebescherming van ladingolietanks in ruwe-olietankschepen
  • 1. Paragraaf 3 is van toepassing op ruwe-olietankschepen1), zoals omschreven in voorschrift 1 van Bijlage I bij het Internationaal Verdrag ter voorkoming van verontreiniging door schepen, 1973, zoals gewijzigd door het daarbij behorende Protocol van 1978, met een draagvermogen van 5000 ton en meer;

    • .1 waarvoor het bouwcontract is afgesloten op of na 1 januari 2013; of

    • .2 waarvan, bij het ontbreken van een bouwcontract, de kiel is gelegd of waarvan de bouw zich in een soortgelijk stadium bevindt op of na 1 juli 2013; of

    • .3 waarvan de oplevering plaatsvindt op of na 1 januari 2016.

  • 2. Paragraaf 3 is niet van toepassing op combinatiecarriers of chemicaliëntankschepen zoals omschreven in voorschrift 1 van respectievelijk Bijlage I en II bij het Internationaal Verdrag ter voorkoming van verontreiniging door schepen, 1973, zoals gewijzigd door het daarbij behorende Protocol van 1978. Ten behoeve van dit voorschrift worden onder chemicaliëntankschepen mede verstaan chemicaliëntankschepen die olie mogen vervoeren.

  • 3. Alle ladingolietanks van ruwe-olietankschepen moeten:

    • .1 tijdens de bouw van het schip worden gecoat in overeenstemming met de Prestatienorm voor beschermende coatings voor ladingolietanks van ruwe-olietankschepen, aangenomen door de Maritieme Veiligheidscommissie bij resolutie MSC.288(87), eventueel als gewijzigd door de Organisatie, mits deze wijzigingen worden aangenomen, in werking worden gesteld en van kracht worden in overeenstemming met de bepalingen van artikel VIII van dit Verdrag inzake wijzigingsprocedures die van toepassing zijn op de bijlage niet zijnde Hoofdstuk I daarvan; of

    • .2 worden beschermd door alternatieve middelen van corrosiebescherming of het gebruik van corrosiebestendig materiaal teneinde de vereiste dichtheid van de bouw gedurende 25 jaar te behouden in overeenstemming met de Prestatienorm voor alternatieve middelen van corrosiebescherming van ladingolietanks van ruwe-olietankschepen, aangenomen door de Maritieme Veiligheidscommissie bij resolutie MSC.289(87), eventueel als gewijzigd door de Organisatie,

      mits deze wijzigingen worden aangenomen, in werking worden gesteld en van kracht worden in overeenstemming met de bepalingen van artikel VIII van dit Verdrag inzake wijzigingsprocedures die van toepassing zijn op de Bijlage niet zijnde Hoofdstuk I daarvan.

  • 4. De Administratie kan een ruwe-olietankschip vrijstellen van de vereisten van paragraaf 3 om het gebruik van een nieuw prototype toe te staan van alternatieven voor het in paragraaf 3.1 genoemde coatingsysteem, ten behoeve van het testen daarvan, op voorwaarde dat deze prototypen op passende wijze worden gecontroleerd en regelmatig beoordeeld en dat onderkend wordt dat er onmiddellijk herstelmaatregelen moeten worden genomen indien het systeem faalt of aangetoond wordt dat het systeem faalt. Een dergelijke vrijstelling wordt vermeld op een certificaat van vrijstelling.

  • 5. De Administratie kan een ruwe-olietankschip vrijstellen van de vereisten van paragraaf 3 indien het schip gebouwd is om uitsluitend te worden ingezet voor het vervoeren en behandelen van lading die geen corrosie veroorzaakt2). Een dergelijke vrijstelling en de voorwaarden waaronder deze wordt verleend, worden vermeld op een certificaat van vrijstelling.”

HOOFDSTUK II-2 CONSTRUCTIE – BESCHERMING TEGEN, OPSPORING EN BESTRIJDING VAN BRAND

DEEL A ALGEMEEN
Voorschrift 1 Toepassing
  • 2. In paragraaf 2.2, onderdeel .4, wordt het woord „en” geschrapt en in onderdeel .5 wordt het woord „en” aan het einde toegevoegd. Het volgende nieuwe onderdeel .6 wordt toegevoegd na het bestaande onderdeel .5:

    • „.6 voorschrift 4.5.7.1.”

DEEL B VOORKOMING VAN BRAND EN EXPLOSIE
Voorschrift 4 Kans op ontsteking
  • 3. De huidige paragraaf 5.7 wordt vervangen door:

    • „5.7 Gasmeting en -detectie

    • 5.7.1 Draagbaar instrument

      Tankschepen moeten zijn voorzien van ten minste één draagbaar instrument voor het meten van zuurstof en één voor het meten van brandbare dampconcentraties, alsmede van voldoende reservedelen. Geschikte middelen moeten aanwezig zijn voor het kalibreren van deze instrumenten.

    • 5.7.2 Voorzieningen voor gasmeting in ruimten van dubbele zijwanden en ruimten van dubbele bodems

      • 5.7.2.1 Er moeten geschikte draagbare instrumenten aanwezig zijn voor het meten van zuurstof en van brandbare dampconcentraties in ruimten van dubbele zijwanden en in ruimten van dubbele bodems. Bij de keuze van deze instrumenten moet voldoende aandacht worden geschonken aan het gebruik daarvan in combinatie met de vast aangebrachte leidingsystemen voor het nemen van gasmonsters bedoeld in paragraaf 5.7.2.2.

      • 5.7.2.2 Indien de atmosfeer in ruimten van dubbele zijwanden niet op betrouwbare wijze kan worden gemeten met gebruikmaking van flexibele slangen voor het nemen van gasmonsters, moeten deze ruimten zijn voorzien van permanente leidingen voor het nemen van gasmonsters. De opstelling van de leidingen voor het nemen van gasmonsters moet worden aangepast aan het ontwerp van deze ruimten.

      • 5.7.2.3 De constructiematerialen en afmetingen van de leidingen voor het nemen van gasmonsters moeten zodanig zijn dat vernauwing wordt voorkomen. Indien plastic materialen worden gebruikt, moeten deze elektrisch geleidend zijn.

    • 5.7.3 Voorzieningen voor vast aangebrachte koolwaterstofgasdetectiesystemen in ruimten van dubbele zijwanden en van dubbele bodems van olietankschepen

      • 5.7.3.1 Naast de vereisten van de paragrafen 5.7.1 en 5.7.2 moeten olietankschepen met een draagvermogen van 20.000 ton en meer, gebouwd op of na 1 januari 2012, worden voorzien van een vast aangebracht koolwaterstofgasdetectiesysteem dat voldoet aan de Code inzake brandveiligheidssystemen voor het meten van koolwaterstofgasconcentraties in alle ballasttanks en loze ruimten in ruimten van dubbele zijwanden en van dubbele bodems die grenzen aan de ladingtanks, met inbegrip van de voorpiektank en alle andere tanks en ruimten onder het schottendek die grenzen aan ladingtanks.

      • 5.7.3.2 Olietankschepen die zijn uitgerust met permanent werkende inertsystemen voor dergelijke ruimten hoeven niet te worden voorzien van vast aangebrachte koolwaterstofgasdetectieapparatuur.

      • 5.7.3.3 Niettegenstaande het bovenstaande hoeven ladingpompkamers waarop de bepalingen van paragraaf 5.10 van toepassing zijn, niet te voldoen aan de vereisten van deze paragraaf.”


Resolutie MSC.308(88) van 3 december 2010


Resolutie MSC.308(88) (aangenomen op 3 december 2010)

Aanneming van wijzigingen van het Internationaal Verdrag voor de beveiliging van mensenlevens op zee, 1974, als gewijzigd

De Maritieme Veiligheidscommissie,

Herinnerend aan artikel 28(b) van het Verdrag nopens de Internationale Maritieme Organisatie betreffende de taken van de Commissie,

Voorts herinnerend aan artikel VIII(b) van het Internationaal Verdrag voor de beveiliging van mensenlevens op zee (SOLAS), 1974, (hierna te noemen „het Verdrag”), betreffende de wijzigingsprocedure die van toepassing is op de Bijlage bij het Verdrag, met uitzondering van de bepalingen van Hoofdstuk I daarvan,

Na bestudering, tijdens haar achtentachtigste zitting, van wijzigingen van het Verdrag, voorgesteld en rondgezonden overeenkomstig artikel VIII(b)(i) van het Verdrag,

  • 1. Neemt, overeenkomstig artikel VIII(b)(iv) van het Verdrag, wijzigingen van het Verdrag aan, waarvan de tekst is vervat in de Bijlage bij deze resolutie;

  • 2. Bepaalt, in overeenstemming met artikel VIII(b)(vi)(2)(bb) van het Verdrag, dat genoemde wijzigingen worden geacht te zijn aanvaard op 1 januari 2012, tenzij vóór die datum meer dan een derde van de Verdragsluitende Regeringen die Partij zijn bij het Verdrag, of de Verdragsluitende Regeringen waarvan de gezamenlijke koopvaardijvloten ten minste vijftig procent van de brutotonnage van de wereldkoopvaardijvloot vormen, hun bezwaren tegen de wijzigingen kenbaar hebben gemaakt;

  • 3. Nodigt de SOLAS-Verdragsluitende Regeringen uit er nota van te nemen dat, in overeenstemming met artikel VIII(b)(vii)(2) van het Verdrag, de wijzigingen na hun aanvaarding in overeenstemming met punt 2 hierboven, in werking treden op 1 juli 2012;

  • 4. Verzoekt de Secretaris-Generaal, in overeenstemming met artikel VIII(b)(v) van het Verdrag, voor eensluidend gewaarmerkte afschriften van deze resolutie en van de tekst van de in de Bijlage vervatte wijzigingen te doen toekomen aan alle Verdragsluitende Regeringen bij het Verdrag;

  • 5. Verzoekt de Secretaris-Generaal voorts afschriften van deze resolutie en de Bijlage daarbij te doen toekomen aan Leden van de Organisatie waarvan de Regeringen geen Partij zijn bij het Verdrag.


Bijlage
Wijzigingen van het Internationaal Verdrag voor de beveiliging van mensenlevens op zee, 1974, als gewijzigd

HOOFDSTUK II-1 CONSTRUCTIE – STRUCTUUR, WATERDICHTE INDELING EN STABILITEIT, MACHINES EN ELEKTRISCHE INSTALLATIES

DEEL D ELEKTRISCHE INSTALLATIES
Voorschrift 41 Elektrische hoofdkrachtbron en verlichtingsinstallaties
  • 1. In paragraaf 6 worden de woorden „gebouwd op of na 1 juli 2010” ingevoegd na de woorden „Op passagiersschepen”.

HOOFDSTUK II-2 CONSTRUCTIE – BESCHERMING TEGEN, OPSPORING EN BESTRIJDING VAN BRAND

DEEL A ALGEMEEN
Voorschrift 1 Toepassing
  • 2. In paragraaf 1.1 wordt de datum „1 juli 2002” vervangen door de datum „1 juli 2012”.

  • 3. In paragraaf 1.2.2 wordt de datum „1 juli 2002” vervangen door de datum „1 juli 2012”.

  • 4. De huidige paragraaf 2.1 wordt vervangen door:

    • „2.1 Tenzij uitdrukkelijk anders bepaald, draagt de Administratie er zorg voor dat schepen gebouwd vóór 1 juli 2012 voldoen aan de voorschriften die van toepassing zijn krachtens Hoofdstuk II-2 van het Internationaal Verdrag voor de beveiliging van mensenlevens op zee, 1974, als gewijzigd bij resoluties MSC.1(XLV), MSC.6(48), MSC.13(57), MSC.22(59), MSC.24(60), MSC.27(61), MSC.31(63), MSC.57(67), MSC.99(73), MSC.134(76), MSC.194(80), MSC.201(81), MSC.216(82), MSC.256(84), MSC.269(85) en MSC.291(87).”

  • 5. In paragraaf 3.1 wordt de datum „1 juli 2002” vervangen door de datum „1 juli 2012”.

  • 6. In paragraaf 3.2 wordt de datum „1 juli 2002” vervangen door de datum „1 juli 2012”.

Voorschrift 3 Begripsomschrijvingen
  • 7. De huidige paragraaf 23 wordt vervangen door:

    • „23. Code inzake beproevingsprocedures voor brandwerendheid, de Internationale Code voor de toepassing van beproevingsprocedures voor brandwerendheid, 2010 (FTP- Code 2010), als aangenomen door de Maritieme Veiligheidscommissie van de Organisatie bij resolutie MSC.307(88), eventueel als gewijzigd door de Organisatie, op voorwaarde dat deze wijzigingen worden aangenomen, in werking worden gesteld en van kracht worden overeenkomstig de bepalingen van artikel VIII van dit Verdrag betreffende de wijzigingsprocedure die van toepassing is op de Bijlage, met uitzondering van Hoofdstuk I daarvan.”

DEEL C BRANDBESTRIJDING
Voorschrift 7 Detectie en alarmering
  • 8. In paragraaf 4.1 wordt aan het einde van subparagraaf .1 het woord „en” geschrapt; aan het einde van subparagraaf .2.2 wordt de punt „.” vervangen door het woord „; en”; en de volgende nieuwe subparagraaf .3 wordt toegevoegd na de bestaande subparagraaf 2.2:

    • „.3 omsloten ruimten waarin zich vuilverbrandingsovens bevinden”.

HOOFDSTUK V VEILIGHEID VAN DE NAVIGATIE

Voorschrift 18 Goedkeuring, onderzoek en uitvoeringsnormen van navigatiesystemen en -apparatuur en van de reisgegevensrecorder
  • 9. De volgende nieuwe paragraaf 9 wordt toegevoegd na de bestaande paragraaf 8:

    • „9. Het automatisch identificatiesysteem (AIS) moet aan een jaarlijkse beproeving worden onderworpen. De beproeving moet worden uitgevoerd door een erkende inspecteur of door een erkende test- of onderhoudsfaciliteit. Bij de beproeving wordt gecontroleerd of de statische informatie van het schip correct geprogrammeerd is en of er een correcte gegevensuitwisseling met de aangesloten sensoren is. Daarnaast worden de radiofuncties gecontroleerd door middel van radiofrequentiemetingen en een „live” test, bijvoorbeeld door een verkeersbegeleidingssysteem (VBS) te gebruiken. Aan boord moet een afschrift van het beproevingsrapport aanwezig zijn.”

Voorschrift 23 Voorzieningen voor het overnemen van de loods
  • 10. De huidige tekst van voorschrift 23 wordt vervangen door:

    • „1. Toepassing

      • 1.1 Op schepen die reizen maken waarbij gebruik kan worden gemaakt van loodsen, moeten voorzieningen voor het overnemen van de loods zijn aangebracht.

      • 1.2 Uitrusting en voorzieningen voor het overnemen van de loods die worden aangebracht1) op of na 1 juli 2012 moeten voldoen aan de vereisten van dit voorschrift, en er moet naar behoren rekening worden gehouden met de door de Organisatie2) aangenomen normen.

      • 1.3 Behoudens waar anders wordt bepaald moeten uitrusting en voorzieningen voor het overnemen van de loods die op schepen worden aangebracht vóór 1 juli 2012 ten minste voldoen aan de vereisten van voorschrift 173) of 23, al naargelang van toepassing, van het Internationaal Verdrag voor de beveiliging van mensenlevens op zee, 1974, zoals van kracht tot die datum, en er moet naar behoren rekening worden gehouden met de voorafgaand aan die datum door de Organisatie aangenomen normen.

      • 1.4 Uitrusting en voorzieningen die op of na 1 juli 2012 worden aangebracht en een vervanging zijn van uitrusting en voorzieningen die vóór 1 juli 2012 op schepen zijn aangebracht, moeten, voor zover redelijk en uitvoerbaar, voldoen aan de vereisten van dit voorschrift.

      • 1.5 Paragraaf 5 is uiterlijk bij het eerste onderzoek4) op of na 1 juli 2012 van toepassing op schepen gebouwd vóór 1 januari 1994.

      • 1.6 Paragraaf 6 is op alle schepen van toepassing.

    • 2. Algemeen

      • 2.1 Alle voorzieningen voor het overnemen van de loods moeten loodsen op doelmatige wijze in staat stellen veilig aan en van boord te gaan. De voorzieningen moeten worden schoongehouden, op de juiste wijze worden onderhouden en geborgen, en geregeld worden geïnspecteerd om te verzekeren dat ze veilig zijn in het gebruik. Ze mogen uitsluitend worden gebruikt voor het aan en van boord gaan van personeel.

      • 2.2 Het optuigen van de voorzieningen voor het overnemen van de loods en het aan boord gaan van de loods moeten geschieden onder toezicht van een verantwoordelijk officier die beschikt over middelen voor communicatie met de navigatiebrug, en die ook regelingen treft voor de begeleiding van de loods langs een veilige route naar en van de navigatiebrug. Personeel dat zich bezighoudt met het optuigen en de bediening van mechanische uitrusting moet worden geïnstrueerd in de te hanteren veilige procedures, en de uitrusting moet voor gebruik worden getest.

      • 2.3 Een loodsladder moet door de producent worden gecertificeerd als zijnde in overeenstemming met dit voorschrift of met een internationale norm die voor de Organisatie5) aanvaardbaar is. Ladders moeten worden geïnspecteerd in overeenstemming met de voorschriften I/6, 7 en 8.

      • 2.4 Alle loodsladders die worden gebruikt voor het overnemen van loodsen moeten duidelijk worden gemarkeerd met labels of een andere permanente markering zodat elke loodsladder herkenbaar is ten behoeve van onderzoek, inspectie en registratie. Op het schip moet een journaal aanwezig zijn waarin melding wordt gemaakt van de datum waarop de desbetreffende ladder in gebruik is genomen alsmede eventuele uitgevoerde reparaties.

      • 2.5 Wanneer in dit voorschrift naar een valreep wordt verwezen wordt hierbij tevens een hellende ladder bedoeld die gebruikt wordt als onderdeel van de voorzieningen voor het overnemen van de loods.

    • 3. Voorzieningen voor het overnemen

      • 3.1 Er moeten voorzieningen zijn opdat de loods op veilige wijze aan en van boord kan gaan aan beide zijden van het schip.

      • 3.2 Op alle schepen waar de afstand van het wateroppervlak tot de plaats voor het aan of van boord gaan meer dan 9 m bedraagt, en waar loodsen worden geacht aan en van boord te gaan met behulp van de valreep6) of andere, even veilige en gemakkelijke middelen in combinatie met een loodsladder, moet het schip aan beide zijden van die uitrusting zijn voorzien, tenzij de uitrusting verplaatsbaar is voor gebruik aan beide zijden.

      • 3.3 Voor het veilig en gemakkelijk aan en van boord gaan moet het schip zijn uitgerust met:

        • .1 een loodsladder die een klim vereist van ten minste 1,5 m en ten hoogste 9 m boven het wateroppervlak, die zodanig is geplaatst en vastgezet dat:

          • .1 deze vrijhangt van mogelijke spuipijpen van het schip;

          • .2 deze evenwijdig aan het vlak van kiel en stevens en, voor zover uitvoerbaar, binnen een kwart scheepslengte vanuit de midscheeps hangt;

          • .3 iedere trede stevig tegen de scheepshuid rust; indien speciale constructies, zoals bijvoorbeeld berghouten, de toepassing van deze bepaling verhinderen, moeten speciale regelingen worden getroffen ten genoegen van de Administratie teneinde te waarborgen dat personen veilig aan en van boord kunnen gaan;

          • .4 met de enkele ladderlengte het water kan worden bereikt vanaf de plaats voor het aan of van boord gaan, en hierbij rekening wordt gehouden met alle beladingstoestanden van het schip, met kop- of stuurlast en met een slagzij naar de andere zijde van 15°; de bevestigingspunten, sluitingen en sjordraden moeten ten minste even sterk zijn als de zijgeleiders; of

        • .2 een valreep in combinatie met de loodsladder (d.w.z. een gecombineerde voorziening), of een andere even veilige en gemakkelijke voorziening, wanneer de afstand van het wateroppervlak tot de plaats voor het aan boord gaan meer dan 9 m bedraagt. De valreep moet zodanig zijn geplaatst dat deze naar de achtersteven leidt. Wanneer de valreep gebruikt wordt, moeten er middelen worden aangebracht om het onderste platform van de valreep tegen de scheepshuid vast te zetten, teneinde te waarborgen dat het onderste gedeelte van de valreep en het onderste platform stevig tegen de scheepshuid worden gehouden, evenwijdig aan het vlak van kiel en stevens en, voor zover uitvoerbaar, binnen een kwart scheepslengte vanuit de midscheeps en vrij van alle spuipijpen.

          • .1 wanneer gebruik wordt gemaakt van een gecombineerde voorziening om de loods toegang te geven, moeten er middelen worden aangebracht om de loodsladder en de handgeleidende touwen tegen de scheepshuid vast te zetten op een hoogte van in principe 1,5 m boven het onderste platform van de valreep. In geval van een gecombineerde voorziening waarbij gebruik wordt gemaakt van een valreep met een luik in het onderste platform (d.w.z. een inschepingsplatform) worden de loodsladder en de handgeleidende touwen door het luik opgetuigd naar de hoogte van de leuning boven het platform.

    • 4. Toegang tot het scheepsdek

      Er moeten voorzieningen aanwezig zijn om personen die aan of van boord gaan in staat te stellen veilig, gemakkelijk en ongehinderd over te stappen van het boveneinde van de loodsladder of van een valreep of ander middel naar het scheepsdek. Indien dit overstappen geschiedt door middel van:

      • .1 een opening in het hekwerk of verschansing, moeten toereikende handgrepen zijn aangebracht;

      • .2 een verschansingstrap, moeten twee rechtopstaande houvasten, die aan of nabij hun onderzijden alsmede op hoger gelegen punten stevig zijn bevestigd aan het schip. De verschansingstrap moet stevig aan het schip zijn bevestigd om omslaan te voorkomen.

    • 5. Deuren in de scheepszijde

      Deuren in de scheepszijde die worden gebruikt voor het overnemen van de loods mogen niet naar buiten openen.

    • 6. Mechanische loodsladders

      Er mag geen gebruik worden gemaakt van mechanische loodsladders.

    • 7. Bijbehorende uitrusting

      • 7.1 De volgende bijbehorende uitrusting moet bij de hand worden gehouden, klaar voor onmiddellijk gebruik bij het overstappen van personen:

        • .1 twee handgeleidende touwen met een diameter van ten minste 28 mm en ten hoogste 32 mm, goed bevestigd aan het schip, indien de loods deze verlangt; handgeleidende touwen moeten aan het uiteinde bevestigd worden aan de ringplaat die op het dek bevestigd is en moeten gereed zijn voor gebruik wanneer de loods van boord gaat of op verzoek van de loods die aan boord wil gaan (de handgeleidende touwen moeten op de plaats voor het aan dek gaan tot de hoogte van de houvasten of de verschansingen reiken en vervolgens eindigen bij de ringplaat op het dek);

        • .2 een reddingboei voorzien van een zelfontbrandend licht;

        • .3 een hieuwlijn.

      • 7.2 Indien vereist ingevolge paragraaf 4 moeten houvasten en verschansingstrappen aanwezig zijn.

    • 8. Verlichting

      Er moet toereikende verlichting zijn om de overneemvoorzieningen buitenboord en de plaats aan dek waar een persoon aan of van boord gaat te verlichten.”


Aanhangsel
Certificaten

Model van een Veiligheidscertificaat voor passagiersschepen

  • 11. De volgende nieuwe paragrafen 2.10 en 2.11 worden toegevoegd na de bestaande paragraaf 2.9:

    • „2.10 op het schip wel/geen/1) vervangende ontwerpen en voorzieningen van toepassing zijn ingevolge voorschrift(en) II-1/55 / II-2/17 / III/381) van het Verdrag;

    • 2.11 aan dit certificaat een/geen1) document van goedkeuring voor vervangende ontwerpen en voorzieningen voor machines en elektrische installaties/brandbestrijdingsapparatuur/reddingsmiddelen en -voorzieningen1) is gehecht.”

Model van een Constructieveiligheidscertificaat voor vrachtschepen

  • 12. De volgende nieuwe paragrafen 4 en 5 worden toegevoegd na de bestaande paragraaf 3:

    • „4. op het schip wel/geen1) vervangende ontwerpen en voorzieningen van toepassing zijn ingevolge voorschrift(en) II-1/55 / II-2/171) van het Verdrag;

    • 5. aan dit certificaat een/geen1) Document van goedkeuring voor vervangende ontwerpen en voorzieningen voor machines en elektrische installaties/brandbestrijdingsapparatuur1) is gehecht.”

Model van een Uitrustingsveiligheidscertificaat voor vrachtschepen

De volgende nieuwe paragrafen 2.7 en 2.8 worden toegevoegd na de bestaande paragraaf 2.6:

  • „2.7 op het schip wel/geen1) vervangende ontwerpen en voorzieningen van toepassing zijn ingevolge voorschrift(en) II-2/17 / III/381) van het Verdrag;

  • 2.8 aan dit certificaat een/geen1) Document van goedkeuring voor vervangende ontwerpen en voorzieningen voor brandbestrijdingsapparatuur/reddingsmiddelen en -voorzieningen1) is gehecht.”

Model van een Veiligheidscertificaat voor nucleaire passagiersschepen

  • 14. De bestaande paragrafen 2.11 en 2.12 worden vervangen door:

    • „2.11 op het schip wel/geen1) vervangende ontwerpen en voorzieningen van toepassing zijn ingevolge voorschrift(en) II-1/55 / II-2/17 / III/381) van het Verdrag;

    • 2.12 aan dit certificaat een/geen1) Document van goedkeuring voor vervangende ontwerpen en voorzieningen voor machines en elektrische installaties/brandbestrijdingsapparatuur/reddingsmiddelen en -voorzieningen1) is gehecht.”

Model van een Veiligheidscertificaat voor nucleaire vrachtschepen

  • 15. De bestaande paragrafen 2.11 en 2.12 worden vervangen door:

    • „2.10 op het schip wel/geen1) vervangende ontwerpen en voorzieningen van toepassing zijn ingevolge voorschrift(en) II-1/55 / II-2/17 / III/381) van het Verdrag;

    • 2.11 aan dit certificaat een/geen1) Document van goedkeuring voor vervangende ontwerpen en voorzieningen voor machines en elektrische installaties/brandbestrijdingsapparatuur/reddingsmiddelen en -voorzieningen1) is gehecht.”


D. PARLEMENT

Zie rubriek D van Trb. 1979, 128, rubriek J van Trb. 1983, 173, Trb. 1985, 155, Trb. 1989, 42, Trb. 1989, 98, Trb. 1992, 24, Trb. 1992, 173, rubriek D van Trb. 1994, 19, Trb. 1995, 236, rubriek J van Trb. 1996, 18, Trb. 1996, 128, Trb. 1996, 257, rubriek D van Trb. 1996, 340, rubriek J van Trb. 1997, 226, de rubrieken D en J van Trb. 1998, 155, rubriek J van Trb. 2005, 55 en rubriek D van Trb. 2008, 87, Trb. 2009, 84, Trb. 2009, 147 en Trb. 2011, 65.


Resolutie MSC.317(89) van 20 mei 2011

De wijzigingen behoeven in overeenstemming met artikel 7, onderdeel f, van de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen niet de goedkeuring van de Staten-Generaal.


Codes, verplichte meldingssystemen en standaarden

Zie Trb. 2009, 84 en Trb. 2011, 65.

De in rubriek B genoemde Codes en wijzigingen daarvan behoeven in overeenstemming met artikel 7, onderdeel f, van de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen niet de goedkeuring van de Staten-Generaal.

E. PARTIJGEGEVENS

Zie de rubrieken E en F van Trb. 1976, 157.

Partij

Ondertekening

Ratificatie

Type*

In werking

Opzegging

Buiten werking

Albanië

 

07-06-04

T

07-09-04

   

Algerije

 

03-11-83

T

03-02-84

   

Angola

 

03-10-91

T

03-01-92

   

Antigua en Barbuda

 

09-02-87

T

09-05-87

   

Argentinië

12-12-74

05-12-79

R

25-05-80

   

Australië

 

17-08-83

T

17-11-83

   

Azerbeidzjan

 

01-07-97

T

01-10-97

   

Bahama’s

 

16-02-79

T

25-05-80

   

Bahrein

 

21-10-85

T

21-01-86

   

Bangladesh

 

06-11-81

T

06-02-82

   

Barbados

 

01-09-82

T

01-12-82

   

Belarus

01-11-74

07-01-94

R

07-04-94

   

België

17-12-74

24-09-79

R

25-05-80

   

Belize

 

02-04-91

T

02-07-91

   

Benin

 

01-11-85

T

01-02-86

   

Bolivia

 

04-06-99

T

04-09-99

   

Brazilië

 

22-05-80

T

25-05-80

   

Brunei

 

23-10-86

T

23-01-87

   

Bulgarije

08-11-74

02-11-83

R

02-02-84

   

Cambodja

 

28-11-94

T

28-02-95

   

Canada

 

08-05-78

T

25-05-80

   

Chili

01-11-74

28-03-80

R

25-05-80

   

China

20-06-75

07-01-80

R

25-05-80

   

Colombia

 

31-10-80

T

31-01-81

   

Comoren

 

22-11-00

T

22-02-01

   

Congo, Democratische Republiek

 

17-12-04

T

17-03-05

   

Congo, Republiek

01-11-74

10-09-85

R

10-12-85

   

Cookeilanden

 

30-06-03

T

30-09-03

   

Costa Rica

 

06-06-11

T

06-09-11

   

Cuba

 

19-06-92

T

19-09-92

   

Cyprus

 

11-10-85

T

11-01-86

   

Denemarken

01-11-74

08-03-78

R

25-05-80

   

Djibouti

 

01-03-84

T

01-06-84

   

Dominica

 

21-06-00

T

21-09-00

   

Dominicaanse Republiek

 

10-04-80

T

25-05-80

   

Duitsland

18-02-75

26-03-79

R

25-05-80

   

Ecuador

 

28-05-82

T

28-08-82

   

Egypte

01-11-74

04-09-81

R

04-12-81

   

Equatoriaal-Guinea

 

24-04-96

T

24-07-96

   

Eritrea

 

22-04-96

T

22-07-96

   

Estland

 

16-12-91

T

16-03-92

   

Ethiopië

 

18-07-85

T

18-10-85

   

Fiji

 

04-03-83

T

04-06-83

   

Filipijnen

 

15-12-81

T

15-03-82

   

Finland

 

21-11-80

T

21-02-81

   

Frankrijk

01-11-74

25-05-77

R

25-05-80

   

Gabon

 

21-01-82

T

21-04-82

   

Gambia

 

01-11-91

T

01-02-92

   

Georgië

 

19-04-94

T

19-07-94

   

Ghana

01-11-74

19-05-83

R

19-08-83

   

Grenada

 

28-06-04

T

28-09-04

   

Griekenland

01-11-74

12-05-80

R

25-05-80

   

Guatemala

 

20-10-82

T

20-01-83

   

Guinee

 

19-01-81

T

19-04-81

   

Guyana

 

10-12-97

T

10-03-98

   

Haïti

 

06-04-89

T

06-07-89

   

Honduras

 

24-09-85

T

24-12-85

   

Hongarije

01-11-74

09-01-80

R

25-05-80

   

Ierland

 

29-11-83

T

29-02-84

   

IJsland

01-11-74

06-07-83

R

06-10-83

   

India

 

16-06-76

T

25-05-80

   

Indonesië

01-11-74

17-02-81

R

17-05-81

   

Irak

 

14-12-90

T

14-03-91

   

Iran

01-11-74

17-10-94

R

17-01-95

   

Israël

01-11-74

15-05-79

R

25-05-80

   

Italië

 

11-06-80

T

11-09-80

   

Ivoorkust

 

05-10-87

T

05-01-88

   

Jamaica

 

14-10-83

T

14-01-84

   

Japan

 

15-05-80

T

25-05-80

   

Jemen

 

06-03-79

T

25-05-80

   

Joegoslavië (< 25-06-1991)

01-11-74

11-06-79

R

25-05-80

   

Jordanië

 

07-08-85

T

07-11-85

   

Kaapverdië

 

28-04-77

T

25-05-80

   

Kameroen

 

14-05-84

T

14-08-84

   

Kazachstan

 

07-03-94

T

07-06-94

   

Kenia

 

21-07-99

T

21-10-99

   

Kiribati

 

05-02-07

T

05-05-07

   

Koeweit

 

29-06-79

T

25-05-80

   

Kroatië

 

08-10-91

VG

08-10-91

   

Letland

 

20-05-92

T

20-08-92

   

Libanon

 

29-11-83

T

29-02-84

   

Liberia

01-11-74

14-11-77

R

25-05-80

   

Libië

 

02-07-81

T

02-10-81

   

Litouwen

 

04-12-91

T

04-03-92

   

Luxemburg

 

14-02-91

T

14-05-91

   

Madagaskar

 

07-03-96

T

07-06-96

   

Malawi

 

09-03-93

T

09-06-93

   

Malediven

 

14-01-81

T

14-04-81

   

Maleisië

 

19-10-83

T

19-01-84

   

Malta

 

08-08-86

T

08-11-86

   

Marokko

 

28-06-90

T

28-09-90

   

Marshalleilanden

 

26-04-88

T

26-07-88

   

Mauritanië

 

24-11-97

T

24-02-98

   

Mauritius

 

01-02-88

T

01-05-88

   

Mexico

01-11-74

28-03-77

R

25-05-80

   

Moldavië

 

11-10-05

T

11-01-06

   

Monaco

 

01-11-74

O

25-05-80

   

Mongolië

 

26-06-02

T

26-09-02

   

Montenegro

 

03-06-06

VG

03-06-06

   

Mozambique

 

23-12-96

T

23-03-97

   

Myanmar

 

11-11-87

T

11-02-88

   

Namibië

 

27-11-00

T

27-02-01

   

Nederlanden, het Koninkrijk der

           

– Nederland:

           

 – in Europa

 

10-07-78

T

25-05-80

   

 – Bonaire

 

 

10-10-10

   

 – Sint Eustatius

 

 

10-10-10

   

 – Saba

 

 

10-10-10

   

– Aruba

 

 

01-01-86

   

– Curaçao

 

 

10-10-10

   

– Sint Maarten

 

 

10-10-10

   

Nicaragua

 

17-12-04

T

17-03-05

   

Nieuw-Zeeland

 

23-02-90

T

23-05-90

   

Nigeria

 

07-05-81

T

07-08-81

   

Niue

 

27-06-12

T

27-09-12

   

Noord-Korea

 

01-05-85

T

01-08-85

   

Noorwegen

24-06-75

15-02-77

R

25-05-80

   

Oekraïne

 

01-11-74

O

25-05-80

   

Oman

 

25-04-85

T

25-07-85

   

Oostenrijk

 

27-05-88

T

27-08-88

   

Pakistan

 

10-04-85

T

10-07-85

   

Palau

 

29-09-11

T

29-12-11

   

Panama

 

09-03-78

T

25-05-80

   

Papua-Nieuw-Guinea

 

12-11-80

T

12-02-81

   

Paraguay

 

15-06-04

T

15-09-04

   

Peru

 

04-12-79

T

25-05-80

   

Polen

10-01-75

15-03-84

R

15-06-84

   

Portugal

01-11-74

07-11-83

R

07-02-84

   

Qatar

 

22-12-80

T

22-03-81

   

Roemenië

 

24-05-79

T

25-05-80

   

Russische Federatie

01-11-74

09-01-80

R

25-05-80

   

Saint Kitts en Nevis

 

11-06-04

T

11-09-04

   

Saint Lucia

 

20-05-04

T

20-08-04

   

Saint Vincent en de Grenadines

 

28-10-83

T

28-01-84

   

Salomonseilanden

 

30-06-04

T

30-09-04

   

Samoa

 

14-03-97

T

14-06-97

   

Sao Tomé en Principe

 

29-10-98

T

29-01-99

   

Saudi-Arabië

 

24-04-85

T

24-07-85

   

Senegal

 

16-01-97

T

16-04-97

   

Servië

 

12-03-01

VG

27-04-92

   

Seychellen

 

10-05-88

T

10-08-88

   

Sierra Leone

 

13-08-93

T

13-11-93

   

Singapore

 

16-03-81

T

16-06-81

   

Slovenië

 

25-06-91

VG

25-06-91

   

Slowakije

 

01-01-93

VG

01-01-93

   

Spanje

04-03-75

05-09-78

R

25-05-80

   

Sri Lanka

 

30-08-83

T

30-11-83

   

Sudan

 

15-05-90

T

15-08-90

   

Suriname

 

04-11-88

T

04-02-89

   

Syrië

 

20-07-01

T

20-10-01

   

Tanzania

 

28-03-01

T

28-06-01

   

Thailand

 

18-12-84

T

18-03-85

   

Togo

 

19-07-89

T

19-10-89

   

Tonga

 

12-04-77

T

25-05-80

   

Trinidad en Tobago

 

15-02-79

T

25-05-80

   

Tsjechië

 

19-10-93

VG

01-01-93

   

Tsjechoslowakije (<01-01-1993)

01-11-74

18-08-80

R

18-11-80

   

Tunesië

 

06-08-80

T

06-11-80

   

Turkije

 

31-07-80

T

31-10-80

   

Turkmenistan

 

04-02-09

T

04-05-09

   

Tuvalu

 

22-08-85

T

22-11-85

   

Uruguay

 

30-04-79

T

25-05-80

   

Vanuatu

 

28-07-82

T

28-10-82

   

Venezuela

01-11-74

29-03-83

R

29-06-83

   

Verenigd Koninkrijk

01-11-74

07-10-77

R

25-05-80

   

Verenigde Arabische Emiraten

 

15-12-83

T

15-03-84

   

Verenigde Staten van Amerika

01-11-74

07-09-78

R

25-05-80

   

Vietnam

 

18-12-90

T

18-03-91

   

Zuid-Afrika

 

23-05-80

T

25-05-80

   

Zuid-Korea

01-11-74

31-12-80

R

31-03-81

   

Zweden

01-11-74

07-07-78

R

25-05-80

   

Zwitserland

01-11-74

01-10-81

R

01-01-82

   

* O=Ondertekening zonder voorbehoud of vereiste van ratificatie, R=Bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of kennisgeving, T=Toetreding, VG=Voortgezette gebondenheid, NB=Niet bekend

Uitbreidingen

China

Uitgebreid tot

In werking

Buiten werking

Hongkong SAR

01-07-1997

 

Macau SAR

20-12-1999

 

Denemarken

Uitgebreid tot

In werking

Buiten werking

Faeröer

25-05-1980

 

Groenland

25-05-1980

 

Portugal

Uitgebreid tot

In werking

Buiten werking

Macau (<20-12-1999)

24-08-1999

20-12-1999

Verenigd Koninkrijk

Uitgebreid tot

In werking

Buiten werking

Alderney

19-05-2004

 

Anguilla

19-05-2004

 

Bermuda

23-06-1988

 

Britse Maagdeneilanden

10-06-2004

 

Caymaneilanden

23-06-1988

 

Falklandeilanden

30-01-2004

 

Gibraltar

01-12-1988

 

Guernsey

30-01-2004

 

Hongkong (< 01-07-1997)

25-05-1980

01-07-1997

Jersey

30-01-2004

 

Man

01-07-1985

 

Montserrat

19-05-2004

 

Sint-Helena, Ascension en Tristan da Cunha

10-06-2004

 

Turks- en Caicoseilanden

07-07-2004

 

Verklaringen, voorbehouden en bezwaren

Argentinië, 30 september 2009

The Argentine Government recalls that the Falkland Islands (Malvinas), South Georgia and the South Sandwich Islands and the surrounding maritime areas are an integral part of the Argentine Republic’s territory and that, being illegitimately occupied by the United Kingdom of Great Britain and Northern Ireland, they are subject to a sovereignty dispute between both countries, which is recognized by the United Nations and by other international organizations.

In that respect, it recalls that the General Assembly of the United Nations has adopted resolutions 2065 (XX), 3160 (XXVIII), 31/49, 37/9, 38/12, 39/6, 40/21, 41/40, 42/19 and 43/25, in which it recognizes the existence of the sovereignty dispute to which the “Question of the Malvinas Islands” refers and urges the Government of the Argentine Republic and the Government of the United Kingdom of Great Britain and Northern Ireland to resume negotiations in order to find a peaceful and lasting solution to the dispute as soon as possible. In turn, the United Nations Special Committee on Decolonization has repeatedly urged them to do likewise, most recently through its resolution of 18 June 2009. Furthermore, on 4 June 2009, the General Assembly of the Organization of American States issued a similar decision on the Question.

Accordingly, the Argentine Government rejects and objects to the attempts by the United Kingdom of Great Britain and Northern Ireland to apply the International Convention for the Safety of Life at Sea, 1974, to the Falkland Islands (Malvinas).

The Argentine Government reaffirms its legitimate sovereign rights over the Falkland Islands (Malvinas), South Georgia and the South Sandwich Islands and the surrounding maritime areas.

China, 20 juni 1975

  • 1. The People’s Republic of China reserves the right to rationally implement, in conformity with the conditions of China, the regulations concerning fire detection and fire protection for tankers and passenger ships stipulated in the International Convention for the Safety of Life at Sea, 1974.

  • 2. The so-called “signing” on the Convention by the perished Saigon puppet regime is illegal and null and void, and the sole legitimate representative of the South Vietnamese people is the Provisional Revolutionary Government of the Republic of South Viet Nam.

Costa Rica, 6 juni 2011

Article 3 of the act approving accession to this Convention establishes that “It is the interpretation of the Government of the Republic of Costa Rica, in relation to article VIII of the International Convention for the Safety of Life at Sea, 1974, that the amendments mentioned shall enter into force for the country once they have been approved by the Legislative Assembly and ratified by the executive authority.”

Frankrijk, 25 mei 1977

Article VIII, paragraph (d)(i): the Government of the French Republic enters a reservation concerning article VIII, paragraph (d)(i), to the effect that it will not recognize any invocation of that provision against it in respect of its own ships as the provision is contrary to international law.

Jordanië, 7 augustus 1985

The accession by the Hashemite Kingdom of Jordan to the International Convention on the Safety of Life at Sea in no way means recognition of or entry into treaty regulations with Israel under the Said Convention.

Bezwaar door Israël, 6 november 1985

The Government of the State of Israel has noted that the instrument of accession deposited by the Government of Jordan contains a declaration of a political character in respect of Israel. In the view of the Government of the State of Israel, this Convention is not the proper place for making such political pronouncements, which are in flagrant contradiction to the principles and purposes of the Convention. Moreover, the statement by the Government of the Hashemite Kingdom of Jordan cannot in any way affect whatever obligations are binding upon it under general international law or under particular conventions. Insofar as the substance of the matter is concerned, the Government of the State of Israel will adopt towards the Government of the Hashemite Kingdom of Jordan an attitude of complete reciprocity.

Koeweit, 29 juni 1979

It is understood that the accession of the State of Kuwait to the International Convention for the Safety of Life at Sea, 1974, done at London on the 1st of November 1974 … does not in any way mean recognition of Israel by the State of Kuwait. Furthermore, no treaty relations will arise between the State of Kuwait and Israel.

Bezwaar door Israël, 3 december 1979

The instrument of accession deposited by the Government of the State of Kuwait was accompanied by a statement of a political character in respect of Israel. In the view of the Government of Israel, this Convention is not the proper place for making such political pronouncements. Moreover, the said declaration cannot in any way affect whatever obligations are binding upon Kuwait under general international law or under particular conventions. The Government of Israel will, so far as concerns the substance of the matter, adopt towards the Government of the State of Kuwait an attitude of complete reciprocity.

G. INWERKINGTREDING

Zie Trb. 1979, 128 en rubriek J van Trb. 1985, 155, Trb. 1986, 51, Trb. 1989, 98, Trb. 1992, 24, Trb. 1992, 173, Trb. 1994, 19, Trb. 1995, 236, Trb. 1996, 18, Trb. 1996, 128, Trb. 1996, 257, Trb. 1997, 226, Trb. 1998, 155 en Trb. 2005, 55 en rubriek G van Trb. 2008, 87, Trb. 2009, 84, Trb. 2009, 147 en Trb. 2011, 65.


Resolutie MSC.290(87) van 21 mei 2010

De wijzigingen zijn in overeenstemming met artikel VIII(b)(vii)(2)(bb) van het Verdrag op 1 januari 2012 in werking getreden.

Wat betreft het Koninkrijk der Nederlanden, gelden de wijzigingen voor het gehele Koninkrijk.


Resolutie MSC.291(87) van 21 mei 2010

De wijzigingen zijn in overeenstemming met artikel VIII(b)(vii)(2)(bb) van het Verdrag op 1 januari 2012 in werking getreden.

Wat betreft het Koninkrijk der Nederlanden, gelden de wijzigingen voor het gehele Koninkrijk.


Resolutie MSC.308(88) van 3 december 2010

De wijzigingen zijn in overeenstemming met artikel VIII(b)(vii)(2)(bb) van het Verdrag op 1 juli 2012 in werking getreden.

Wat betreft het Koninkrijk der Nederlanden, gelden de wijzigingen voor het gehele Koninkrijk.


Resolutie MSC.317(89) van 20 mei 2011

De wijzigingen zullen in overeenstemming met artikel VIII(b)(vii)(2)(bb) van het Verdrag op 1 januari 2013 in werking treden.

Wat betreft het Koninkrijk der Nederlanden, zullen de wijzigingen voor het gehele Koninkrijk gelden.


Codes

Zie Trb. 2009, 84, Trb. 2009, 147 en Trb. 2011, 65.

FSS-Code

Resoluties MSC.292(87) en MSC.311(88) waarbij de FSS-Code is gewijzigd zijn op 1 januari 2012 respectievelijk 1 juli 2012 in werking getreden.

IMDG-Code

Resolutie MSC.294(87) waarbij de IMDG-Code is gewijzigd is op 1 januari 2012 in werking getreden.

FTP-Code 2010

Resolutie MSC.307(88) waarbij de FTP-Code 2010 is aangenomen is op 1 juli 2012 in werking getreden.

IMSBC-Code

Resolutie MSC.318(89) waarbij de IMSBC-Code is gewijzigd zal op 1 januari 2013 in werking treden voor de partijen, met uitzondering van Finland dat op 26 juni 2012 bezwaar heeft gemaakt.

IS-Code 2008

Resolutie MSC.319(89) waarbij de IS-Code 2008 is gewijzigd is op 20 mei 2011 in werking getreden.

LSA-Code

Resolutie MSC.293(87) waarbij de LSA-Code is gewijzigd is op 1 januari 2012 in werking getreden. Resolutie MSC.320(89) waarbij de LSA-Code opnieuw is gewijzigd zal op 1 januari 2013 in werking treden.

ESP-Code 2011

Resolutie A.1049(27) waarbij de ESP-Code 2011 is aangenomen zal in werking treden bij inwerkingtreding van de bijbehorende wijzigingen van Hoofdstuk XI-1 van het Verdrag.

Wat betreft het Koninkrijk der Nederlanden, gelden de Codes en wijzigingen daarvan, evenals het Verdrag, voor het gehele Koninkrijk.


Verplichte meldingssystemen voor schepen

Zie Trb. 2009, 84 en Trb. 2011, 65.


Verplichte standaarden voor schepen

Zie Trb. 2011, 65.


J. VERWIJZINGEN

Zie voor verwijzingen en overige verdragsgegevens Trb. 1976, 157, Trb. 1977, 77, Trb. 1979, 128, Trb. 1983, 32, Trb. 1983, 173, Trb. 1985, 155, Trb. 1986, 51, Trb. 1989, 42, Trb. 1989, 98, Trb. 1992, 24, Trb. 1992, 173, Trb. 1994, 19, Trb. 1994, 134, Trb. 1995, 236, Trb. 1996, 18, Trb. 1996, 128, Trb. 1996, 257, Trb. 1996, 340, Trb. 1997, 226, Trb. 1998, 155, Trb. 2005, 55, Trb. 2006, 72, Trb. 2008, 87, Trb. 2009, 84, Trb. 2009, 147 en Trb. 2011, 65.

Verbanden

Het Verdrag wordt aangevuld door:

     

Titel

:

Protocol van 1988 bij het Internationaal Verdrag voor de beveiliging van mensenlevens op zee, 1974;

Londen, 11 november 1988

Laatste Trb.

:

Trb. 2012, 142

Overige verwijzingen

Titel

:

Handvest van de Verenigde Naties;

San Francisco, 26 juni 1945

Laatste Trb.

:

Trb. 2011, 176

     

Titel

:

Internationale overeenkomst voor veilige containers (CSC);

Genève, 2 december 1972

Laatste Trb.

:

Trb. 2011, 164

     

Titel

:

Internationaal Verdrag ter voorkoming van verontreiniging door schepen, 1973, zoals gewijzigd door het Protocol van 1978;

Londen, 2 november 1973

Laatste Trb.

:

Trb. 2012, 19

Uitgegeven de tiende augustus 2012.

De Minister van Buitenlandse Zaken, U. ROSENTHAL


X Noot
1)

De Chinese, de Franse, de Russische en de Spaanse tekst zijn niet opgenomen.

Het voor eensluidend gewaarmerkt afschrift is nog niet ontvangen. In de tekst kunnen derhalve onjuistheden voorkomen, die in een volgend Tractatenblad zullen worden gecorrigeerd.

X Noot
1)

Refer to the Guidelines for evaluation and replacement of lifeboat release and retrieval systems (MSC.1/Circ.1392).”

X Noot
1)

De teksten van de Resoluties waarbij deze codes en de wijzigingen daarvan zijn aangenomen, zijn niet opgenomen. Zij liggen ter inzage bij de bibliotheek van de Hoofddirectie Bestuurlijke en Juridische Zaken (HBJZ) van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu en zijn eveneens te vinden op:

http://www.imo.org/KnowledgeCentre/HowAndWhereToFindIMOInformation/IndexofIMOResolutions/Pages/Maritime-Safety-Committee-(MSC).aspx

X Noot
1)

Zie de Richtlijnen voor de in het Scheepsbouwdossier op te nemen informatie (MSC.1/Circ.1343).”

X Noot
1)

Zie onderdelen 1.11.1 of 1.11.4 van het Supplement bij het Internationaal Certificaat van voorkoming van verontreiniging door olie (formulier B).

X Noot
2)

Zie de door de Organisatie op te stellen richtlijnen.

X Noot
1)

Zie de Eenduidige Interpretatie van SOLAS-voorschrift V/23 (MSC.1/Circ.1375).

X Noot
2)

Zie de resolutie van de Algemene Vergadering over voorzieningen voor het overnemen van de loods, aan te nemen door de Organisatie.

X Noot
3)

Zie resolutie MSC.99(73) waarin het voorgaande voorschrift 17 werd omgenummerd tot voorschrift 23, dat op 1 juli 2002 in werking trad.

X Noot
4)

Zie de Eenduidige Interpretatie van de term „eerste onderzoek” waarnaar verwezen wordt in SOLAS-voorschriften (MSC.1/Circ.1290).

X Noot
5)

Zie de aanbevelingen van de Internationale Organisatie voor Normalisatie, in het bijzonder de publicatie ISO 799: 2004 – Schepen en mariene technologie - loodsladders.

X Noot
6)

Zie voorschrift II-1/3-9 inzake Middelen voor inscheping en ontscheping, aangenomen bij resolutie MSC.256(84), samen met de bijbehorende Richtlijnen (MSC.1/Circ.1331).

X Noot
1)

Doorhalen wat niet van toepassing is.