Op grond van de Wet normering topinkomens (hierna: de WNT) is een bezoldigingsmaximum
van toepassing voor topfunctionarissen van in of bij deze wet aangewezen publieke
en semipublieke rechtspersonen en instellingen. De toepasselijkheid van de WNT voor
het beleidsterrein van het Ministerie van Buitenlandse Zaken wordt bepaald door artikel
1.3, eerste lid, onderdelen a, b en c, en de bijlage bij artikel 1.3, eerste lid,
onderdeel d, van de WNT. Volgens artikel 2.6 van de WNT kan de betrokken Minister
voor nader omschreven rechtspersonen en instellingen een lager bezoldigingsmaximum
vaststellen dan het bezoldigingsmaximum dat is vastgelegd in artikel 2.3 van de WNT.
De toenmalige Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking heeft
sinds 2015 van deze bevoegdheid gebruik gemaakt door vaststelling van de Regeling
bezoldiging topfunctionarissen OS-sector (sinds 2025 genaamd Regeling bezoldiging
topfunctionarissen Ontwikkelingshulp-sector).1 Een op grond van artikel 2.6 van de WNT verlaagd bezoldigingsmaximum dient op grond
van het eerste lid van dit artikel jaarlijks te worden vastgesteld. Voor de jaren
volgend op 2015 is voor de betreffende sector steeds een verlaagd bezoldigingsmaximum
vastgesteld gebaseerd op de bezoldiging van de Directeur-Generaal Internationale Samenwerking
voor het betreffende jaar. Voor de omvang van de bedragen werd aangesloten bij de
uitkomsten van de cao-onderhandelingen voor Rijksambtenaren.
Ten einde geheel aan te sluiten bij de rijksbrede ontwikkeling van het WNT-bezoldigingsmaximum
is in 2022 besloten om voor 2023 en verder het verlaagde WNT-bezoldigingsmaximum voor
de Nederlandse (toenmalige) OS-sector te bepalen volgens de in artikel 2.3, tweede
lid, van de WNT vastgelegde methode voor het algemene bezoldigingsmaximum, inclusief
de afronding naar boven op duizend euro. Deze methode wordt zowel voor het jaarlijks
te bepalen algemene WNT-bezoldigingsmaximum gebruikt, als ook door andere Ministers
die een verlaagd maximum hanteren. Het betreft een jaarlijkse aanpassing aan de ontwikkeling
van de contractuele loonkosten voor de overheid, zoals deze in het jaar van vaststellen
van de ministeriële regeling voor het daaraan voorafgaande jaar door het Centraal
Bureau voor de Statistiek (CBS) is bepaald, tenzij deze ontwikkeling niet tot een
verhoging leidt.
Voor 2026 geldt op basis van artikel 2.3, tweede lid, van de WNT een indexering van
6,3% ten opzichte van de maximaal toegestane bezoldiging in 2025.2 Gelet daarop is in de onderhavige regeling het bezoldigingsmaximum voor topfunctionarissen
in de Nederlandse Ontwikkelingshulp-sector voor 2026 vastgesteld op € 241.000, zijnde
106,3% van het maximum voor 2025, € 226.000, naar boven afgerond op een duizendvoud.