De Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking;
Handelende in overeenstemming met de Minister van Binnenlandse
Zaken en Koninkrijksrelaties;
Gelet op artikel 2.6, eerste lid, van de Wet
normering topinkomens;
Besluit:
ARTIKEL I
In artikel 1 van de Regeling bezoldiging
topfunctionarissen OS-sector wordt ‘2022’ vervangen door ‘2023’ en wordt
‘€ 199.000’ vervangen door ‘€ 205.000’.
ARTIKEL II
Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2023.
De Minister voor
Buitenlandse Handel en
Ontwikkelingssamenwerking,
E.N.A.J. Schreinemacher
TOELICHTING
Op grond van de Wet normering topinkomens (hierna: de WNT) is een
bezoldigingsmaximum van toepassing voor topfunctionarissen van in of bij deze
wet aangewezen publieke en semipublieke rechtspersonen en instellingen. De
toepasselijkheid van de WNT voor het beleidsterrein van het Ministerie van
Buitenlandse Zaken wordt bepaald door artikel 1.3, eerste lid, onderdelen a, b
en c, en de bijlage bij artikel 1.3, eerste lid, onderdeel d, van de WNT.
Volgens artikel 2.6 van de WNT kan de betrokken minister voor nader omschreven
rechtspersonen en instellingen een lager bezoldigingsmaximum vaststellen dan
het bezoldigingsmaximum dat is vastgelegd in artikel 2.3 van de WNT.
De Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking heeft van
deze bevoegdheid in 2015 gebruik gemaakt door vaststelling van de Regeling
bezoldiging topfunctionarissen OS-sector.1 Het op het moment van vaststelling van die regeling algemeen geldende
bezoldigingsmaximum van de WNT (€ 178.000) is door die regeling voor
topfunctionarissen in de OS-sector voor het jaar 2015 verlaagd naar het
bezoldigingsniveau van een Directeur-Generaal Internationale Samenwerking
(destijds € 163.000). Een op grond van artikel 2.6 van de WNT verlaagd
bezoldigingsmaximum dient op grond van het eerste lid van dit artikel jaarlijks
te worden vastgesteld. Voor de jaren volgend op 2015 is voor de betreffende
sector steeds een verlaagd een bezoldigingsmaximum vastgesteld gebaseerd op de
bezoldiging van de Directeur-Generaal Internationale Samenwerking voor het
betreffende jaar. Voor de omvang van de bedragen werd aangesloten bij de
uitkomsten van de cao-onderhandelingen voor Rijksambtenaren.
In de praktijk bleek evenwel dat het niet steeds tijdig duidelijk is wat de
bezoldiging voor een Directeur-Generaal Internationale Samenwerking voor een
volgend jaar precies zal bedragen. Bovendien kent de ontwikkeling van het
verlaagde WNT-bezoldigingsmaximum aan de hand van de (onderhandelingen voor de)
cao voor Rijksambtenaren een wat grillig verloop. Om meer voorspelbaarheid te
bieden aan de sector en meer aansluiting te vinden bij de rijksbrede
ontwikkeling van het WNT-bezoldigingsmaximum is er in 2021 voor gekozen om het
jaarlijkse verlaagde WNT-bezoldigingsmaximum voor topfunctionarissen in de
Nederlandse OS-sector te bepalen aan de hand van een vast ijkpunt. Dit ijkpunt
is voor 2022 gevonden door een vergelijking van de verhouding tussen het
algemene WNT-bezoldigingsmaximum en het verlaagde WNT-bezoldigingsmaximum voor
de Nederlandse OS-sector in de jaren 2015 tot en met 2021. Deze verhouding
bleek vrij stabiel rond de 92% te liggen. Aan de hand van dit percentage is
voor 2022 het verlaagde WNT-bezoldigingsmaximum voor de Nederlandse OS-sector
bepaald op € 199.000.
Ten einde geheel aan te sluiten bij de rijksbrede ontwikkeling van het
WNT-bezoldigingsmaximum is besloten om voor 2023 en verder het verlaagde
WNT-bezoldigingsmaximum voor de Nederlandse OS-sector te bepalen volgens de in
artikel 2.3, tweede lid van de WNT vastgelegde methode. Deze methode wordt
zowel voor het algemene WNT-bezoldigingsmaximum gebruikt als ook door andere
ministers die een verlaagd maximum hanteren. Voor 2023 geldt op basis van
artikel 2.3, tweede lid, van de WNT een index van 2,9% ten opzichte van de
maximaal toegestane bezoldiging in 2022. Gelet daarop is in de onderhavige
regeling het bezoldigingsmaximum voor topfunctionarissen in de Nederlandse
OS-sector voor 2023 vastgesteld op € 205.000, zijnde 102,9% van het maximum
voor 2022, € 199.000.
De Minister voor
Buitenlandse Handel en
Ontwikkelingssamenwerking,
E.N.A.J. Schreinemacher