Bekendmaking wijzigingsbesluit Habitatrichtlijngebieden vanwege aanwezige waarden, Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit

De Minister voor Natuur en Stikstof heeft ter uitvoering van richtlijn 92/43/EEG (Habitatrichtlijn) de aanwijzingsbesluiten van een groot aantal Natura 2000-gebieden gewijzigd. De bedoeling van het wijzigingsbesluit is corrigeren van wat ten aanzien van de te beschermen habitattypen van Bijlage 1 en soorten van Bijlage 2 van de Habitatrichtlijn niet goed is gegaan bij het publiceren van de oorspronkelijke aanwijzingsbesluiten. Het betreft vooral het alsnog beschermen van habitattypen en soorten die op het moment van aanwijzen (in voldoende mate en duurzaam) aanwezig bleken te zijn. Deze waarden en de daarvoor gestelde instandhoudingsdoelstellingen worden met dit wijzigingsbesluit aan de betreffende aanwijzingsbesluiten toegevoegd. In een beperkt aantal gevallen bleken typen en soorten op het moment van aanwijzen niet (in voldoende mate en duurzaam) aanwezig te zijn. Deze worden met dit wijzigingsbesluit verwijderd.

Aan dit besluit is de uniforme openbare voorbereidingsprocedure voorafgegaan waarin het ontwerpbesluit ter inzage heeft gelegen en de mogelijkheid is geboden om een zienswijze in te dienen.

Het besluit wijkt af van het ontwerp voor de gebieden Dwingelderveld (030), Dinkelland (049), Kennemerland-Zuid (088), Oosterschelde (118), Sint Jansberg (142) en Meinweg (149).

Waar en hoe kunt u het wijzigingsbesluit inzien?

Tijdens de periode van terinzagelegging van 1 december 2022 tot en met 11 januari 2023 kunt u het wijzigingsbesluit ook digitaal raadplegen via de website www.natura2000.nl. Daarnaast kunt u de papieren versie inzien op de vestiging van het Ministerie van LNV en bij de provincies. Houdt u daarbij rekening met de reguliere openingstijden.

Bezoekadressen:

Ministerie van LNV, Bezuidenhoutseweg 73, 2594 AC te Den Haag

Provincie Drenthe, Westerbrink 1, 9405 BJ te Assen

Provincie Flevoland, Visarenddreef 1, 8232 PH Lelystad

Provincie Friesland, Tweebaksmarkt 52, 8911 KZ Leeuwarden

Provincie Gelderland, Markt 11, 6811 CG Arnhem

Provincie Groningen, Sint Jansstraat 4, 9712 JN Groningen

Provincie Limburg, Limburglaan 10, 6229 GA Randwyck-Maastricht

Provincie Noord-Brabant, Brabantlaan 1, 5216 TV ’s-Hertogenbosch

Provincie Noord-Holland, Houtplein 33, 2012 DE Haarlem

Provincie Overijssel, Luttenbergstraat 2, 8012 EE Zwolle

Provincie Utrecht, Archimedeslaan 6, 3584 BA Utrecht

Provincie Zeeland, Abdij 6, 4331 BK Middelburg

Provincie Zuid-Holland, Zuid-Hollandplein 1, 2596 AW Den Haag

Hoe kunt u beroep instellen?

De beroepstermijn start op 1 december 2022 en duurt tot en met 11 januari 2023. Degenen die een zienswijze, als bedoeld in artikel 3:15 van de Algemene wet bestuursrecht, binnen de gestelde termijn naar voren hebben gebracht, kunnen gedurende deze periode beroep instellen bij de rechtbank van het arrondissement waar de woonplaats van degene die beroep instelt onder valt (voor degene die niet in Nederland woont, is dat de rechtbank in Den Haag); zie hiervoor de webpagina www.rechtspraak.nl/organisatie-en-contact/organisatie/rechtbanken.

Degenen die geen zienswijzen naar voren hebben gebracht, kunnen ten aanzien van alle punten van het besluit beroep instellen als ze belanghebbende zijn; als ze geen belanghebbende zijn, kunnen ze alleen beroep instellen ten aanzien van punten die inhoudelijk verschillen van het ontwerpbesluit.

U dient uw naam en adres te vermelden, de datum, de omschrijving van het besluit waarmee u het niet eens bent én waarom u het niet eens bent met het besluit, en uw handtekening te plaatsen. Het instellen van beroep schorst de werking van het besluit niet. De behandeling van het beroep verloopt verder via de rechtbank.

Nadere informatie

Meer informatie over Natura 2000 en gerelateerde onderwerpen vindt u op de website https://www.rijksoverheid.nl/natura2000. Voor vragen over Natura 2000 of het opvragen van (achtergrond)documenten kunt u op werkdagen van 8.30 uur tot 16.30 uur contact opnemen met het klantcontactcentrum van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland, telefoon 088 – 042 42 42 (lokaal tarief).

WIJZIGINGSBESLUIT HABITATRICHTLIJNGEBIEDEN VANWEGE AANWEZIGE WAARDEN

De Minister voor Natuur en Stikstof

Gelet op artikel 2.1, zevende lid, van de Wet natuurbescherming;

BESLUIT:

ARTIKEL 1

1. In het besluit van 30 januari 20091 (DRZO/2008-001; Stcrt. 2009, 38) tot aanwijzing van Waddenzee als Natura 2000-gebied is in artikel 1, tweede lid, het volgende habitattype toegevoegd:

H2170

Duinen met Salix repens ssp. argentea (Salicion arenariae)

2. In het in het eerste lid bedoelde besluit zijn in artikel 1, derde lid, de volgende soorten toegevoegd:

H1340

*Noordse woelmuis (Microtus oeconomus arenicola)

H1351

Bruinvis (Phocoena phocoena)

H1903

Groenknolorchis (Liparis loeselii)

3. De nota van toelichting die onderdeel uitmaakt van het in het eerste lid van dit artikel bedoelde besluit wordt gewijzigd op de in de nota van toelichting behorende bij dit besluit aangegeven wijze.

ARTIKEL 2

1. In het besluit van 13 februari 20091 (DRZO/2008-002; Stcrt. 2009, 38) tot aanwijzing van Duinen en Lage Land Texel als Natura 2000-gebied zijn in artikel 1, tweede lid, de volgende habitattypen toegevoegd:

H1320

Schorren met slijkgrasvegetatie (Spartinion maritimae)

H6230

*Soortenrijke heischrale graslanden op arme bodems van berggebieden (en van submontane gebieden in het binnenland van Europa)

H6430

Voedselrijke zoomvormende ruigten van het laagland, en van de montane en alpiene zones

2. In het in het eerste lid bedoelde besluit is in artikel 1, derde lid, de volgende soort toegevoegd:

H1364

Grijze zeehond (Halichoerus grypus)

3. De nota van toelichting die onderdeel uitmaakt van het in het eerste lid van dit artikel bedoelde besluit wordt gewijzigd op de in de nota van toelichting behorende bij dit besluit aangegeven wijze.

ARTIKEL 3

1. In het besluit van 30 januari 20091 (DRZO/2008-003; Stcrt. 2009, 38) tot aanwijzing van Duinen Vlieland als Natura 2000-gebied is in artikel 1, tweede lid, het volgende habitattype toegevoegd:

H2110

Embryonale wandelende duinen

2. In het in het eerste lid bedoelde besluit is in artikel 1, derde lid, de volgende soort toegevoegd:

H1364

Grijze zeehond (Halichoerus grypus)

3. De nota van toelichting die onderdeel uitmaakt van het in het eerste lid van dit artikel bedoelde besluit wordt gewijzigd op de in de nota van toelichting behorende bij dit besluit aangegeven wijze.

ARTIKEL 4

1. In het besluit van 30 januari 2009 (DRZO/2008-004; Stcrt. 2009, 38) tot aanwijzing van Duinen Terschelling als Natura 2000-gebied is in artikel 1, derde lid, de volgende soort toegevoegd:

H1364

Grijze zeehond (Halichoerus grypus)

2. De nota van toelichting die onderdeel uitmaakt van het in het eerste lid van dit artikel bedoelde besluit wordt gewijzigd op de in de nota van toelichting behorende bij dit besluit aangegeven wijze.

ARTIKEL 5

1. In het besluit van 30 januari 2009 (DRZO/2008-005; Stcrt. 2009, 38) tot aanwijzing van Duinen Ameland als Natura 2000-gebied is in artikel 1, tweede lid, het volgende habitattype toegevoegd:

H1330

Atlantische schorren (Glauco-Puccinellietalia maritimae)

2. In het in het eerste lid bedoelde besluit is in artikel 1, derde lid, de volgende soort toegevoegd:

H1364

Grijze zeehond (Halichoerus grypus)

3. De nota van toelichting die onderdeel uitmaakt van het in het eerste lid van dit artikel bedoelde besluit wordt gewijzigd op de in de nota van toelichting behorende bij dit besluit aangegeven wijze.

ARTIKEL 6

1. In het besluit van 30 januari 20092 (DRZO/2008-007; Stcrt. 2009, 38) tot aanwijzing van Noordzeekustzone als Natura 2000-gebied is in artikel 1, derde lid, de volgende soort toegevoegd:

H1903

Groenknolorchis (Liparis loeselii)

2. De nota van toelichting die onderdeel uitmaakt van het in het eerste lid van dit artikel bedoelde besluit wordt gewijzigd op de in de nota van toelichting behorende bij dit besluit aangegeven wijze.

ARTIKEL 7

1. In het besluit van 27 december 2010 (PDN/2010-009; Stcrt. 2011, 4458) tot aanwijzing van Groote Wielen als Natura 2000-gebied zijn in artikel 1, tweede lid, de volgende soorten toegevoegd:

H1149

Kleine modderkruiper (Cobitis taenia)

H1163

Rivierdonderpad (Cottus gobio)1

X Noot
1

Deze soort is inmiddels gesplitst in meerdere soorten, die alle geacht worden op Bijlage II van de Habitatrichtlijn te staan. In Nederland betreft het twee soorten: de beekdonderpad (Cottus rhenanus) en de rivierdonderpad in strikte zin (Cottus perifretum). In dit besluit wordt steeds rivierdonderpad (Cottus perifretum) bedoeld.

2. De nota van toelichting die onderdeel uitmaakt van het in het eerste lid van dit artikel bedoelde besluit wordt gewijzigd op de in de nota van toelichting behorende bij dit besluit aangegeven wijze.

ARTIKEL 8

1. In het besluit van 27 december 2010 (PDN/2010-010; Stcrt. 2011, 4458) tot aanwijzing van Oudegaasterbrekken, Fluessen en omgeving als Natura 2000-gebied zijn in artikel 1, tweede lid, de volgende habitattypen toegevoegd:

H7140

Overgangs- en trilveen

H91D0

*Veenbossen

2. In het in het eerste lid bedoelde besluit is in artikel 1, derde lid, de volgende soort toegevoegd:

H1149

Kleine modderkruiper (Cobitis taenia)

H1163

Rivierdonderpad (Cottus gobio)

3. De nota van toelichting die onderdeel uitmaakt van het in het eerste lid van dit artikel bedoelde besluit wordt gewijzigd op de in de nota van toelichting behorende bij dit besluit aangegeven wijze.

ARTIKEL 9

1. In het besluit van 23 mei 2013 (PDN/2013-013; Stcrt. 2013, 14643) tot aanwijzing van Alde Feanen als Natura 2000-gebied is in artikel 1, tweede lid, het volgende habitattype toegevoegd:

H6430

Voedselrijke zoomvormende ruigten van het laagland, en van de montane en alpiene zones

2. In het in het eerste lid bedoelde besluit is in artikel 1, derde lid, de volgende soort toegevoegd:

H1042

Gevlekte witsnuitlibel (Leucorrhinia pectoralis)

3. In het in het eerste lid bedoelde besluit is de instandhoudingsdoelstelling van het volgende habitattype gewijzigd:

H7140

Overgangs- en trilveen

4. De nota van toelichting die onderdeel uitmaakt van het in het eerste lid van dit artikel bedoelde besluit wordt gewijzigd op de in de nota van toelichting behorende bij dit besluit aangegeven wijze.

ARTIKEL 10

1. In het besluit van 4 juli 2013 (PDN/2013-015; Stcrt. 2013, 19978) tot aanwijzing van Van Oordt’s Mersken als Natura 2000-gebied zijn in artikel 1, tweede lid, de volgende habitattypen toegevoegd:

H3130

Oligotrofe tot mesotrofe stilstaande wateren met vegetatie behorend tot het Littorelletalia uniflorae en/of Isoëto-Nanojuncetea

H9190

Oude zuurminnende eikenbossen op zandvlakten met Quercus robur

2. De nota van toelichting die onderdeel uitmaakt van het in het eerste lid van dit artikel bedoelde besluit wordt gewijzigd op de in de nota van toelichting behorende bij dit besluit aangegeven wijze.

ARTIKEL 11

1. In het besluit van 18 december 2009 (PDN/2009-016; Stcrt. 2009, 19769) tot aanwijzing van Wijnjeterper Schar als Natura 2000-gebied zijn in artikel 1, tweede lid, de volgende habitattypen toegevoegd:

H2320

Psammofiele heide met Calluna en Empetrum nigrum

H3130

Oligotrofe tot mesotrofe stilstaande wateren met vegetatie behorend tot het Littorelletalia uniflorae en/of Isoëto-Nanojuncetea

H3160

Dystrofe natuurlijke poelen en meren

2. De nota van toelichting die onderdeel uitmaakt van het in het eerste lid van dit artikel bedoelde besluit wordt gewijzigd op de in de nota van toelichting behorende bij dit besluit aangegeven wijze.

ARTIKEL 12

1. In het besluit van 23 mei 2013 (PDN/2013-017; Stcrt. 2013, 14643) tot aanwijzing van Bakkeveense Duinen als Natura 2000-gebied zijn in artikel 1, tweede lid, de volgende habitattypen toegevoegd:

H3130

Oligotrofe tot mesotrofe stilstaande wateren met vegetatie behorend tot het Littorelletalia uniflorae en/of Isoëto-Nanojuncetea

H4030

Droge Europese heide

H6230

*Soortenrijke heischrale graslanden op arme bodems van berggebieden (en van submontane gebieden in het binnenland van Europa)

H7110

*Actief hoogveen

H7150

Slenken in veengronden met vegetatie behorend tot het Rhynchosporion

2. De nota van toelichting die onderdeel uitmaakt van het in het eerste lid van dit artikel bedoelde besluit wordt gewijzigd op de in de nota van toelichting behorende bij dit besluit aangegeven wijze.

ARTIKEL 13

1. In het besluit van 25 april 2013 (PDN/2013-018; Stcrt. 2013, 12211) tot aanwijzing van Rottige Meenthe & Brandemeer als Natura 2000-gebied zijn in artikel 1, tweede lid, de volgende habitattypen toegevoegd:

H6230

*Soortenrijke heischrale graslanden op arme bodems van berggebieden (en van submontane gebieden in het binnenland van Europa)

H6430

Voedselrijke zoomvormende ruigten van het laagland, en van de montane en alpiene zones

2. De nota van toelichting die onderdeel uitmaakt van het in het eerste lid van dit artikel bedoelde besluit wordt gewijzigd op de in de nota van toelichting behorende bij dit besluit aangegeven wijze.

ARTIKEL 14

1. In het besluit van 23 mei 2013 (PDN/2013-021; Stcrt. 2013, 14643) tot aanwijzing van Lieftinghsbroek als Natura 2000-gebied is uit artikel 1, tweede lid, het volgende habitattype verwijderd:

H91D0

*Veenbossen

2. De nota van toelichting die onderdeel uitmaakt van het in het eerste lid van dit artikel bedoelde besluit wordt gewijzigd op de in de nota van toelichting behorende bij dit besluit aangegeven wijze.

ARTIKEL 15

1. In het besluit van 27 december 2010 (PDN/2010-022; Stcrt. 2011, 4458) tot aanwijzing van Norgerholt als Natura 2000-gebied is in artikel 1, tweede lid, het volgende habitattype toegevoegd:

H91D0

*Veenbossen

2. De nota van toelichting die onderdeel uitmaakt van het in het eerste lid van dit artikel bedoelde besluit wordt gewijzigd op de in de nota van toelichting behorende bij dit besluit aangegeven wijze.

ARTIKEL 16

1. In het besluit van 23 mei 2013 (PDN/2013-023; Stcrt. 2013, 14643) tot aanwijzing van Fochteloërveen als Natura 2000-gebied is in artikel 1 een derde lid toegevoegd:

De in het eerste lid bedoelde speciale beschermingszone is aangewezen voor de volgende soort opgenomen in bijlage II van Richtlijn 92/43/EEG:

H1042

Gevlekte witsnuitlibel (Leucorrhinia pectoralis)

2. De nota van toelichting die onderdeel uitmaakt van het in het eerste lid van dit artikel bedoelde besluit wordt gewijzigd op de in de nota van toelichting behorende bij dit besluit aangegeven wijze.

ARTIKEL 17

1. In het besluit van 10 september 2009 (PDN/2009-024; Stcrt. 2009, 13516) tot aanwijzing van Witterveld als Natura 2000-gebied zijn in artikel 1, tweede lid, de volgende habitattypen toegevoegd:

H2320

Psammofiele heide met Calluna en Empetrum nigrum

H3160

Dystrofe natuurlijke poelen en meren

H6230

*Soortenrijke heischrale graslanden op arme bodems van berggebieden (en van submontane gebieden in het binnenland van Europa)

2. In het in het eerste lid bedoelde besluit is de instandhoudingsdoelstelling van het volgende habitattype gewijzigd:

H7110

*Actief hoogveen

3. De nota van toelichting die onderdeel uitmaakt van het in het eerste lid van dit artikel bedoelde besluit wordt gewijzigd op de in de nota van toelichting behorende bij dit besluit aangegeven wijze.

ARTIKEL 18

1. In het besluit van 4 juli 2013 (PDN/2013-025; Stcrt. 2013, 19978) tot aanwijzing van Drentsche Aa-gebied als Natura 2000-gebied zijn in artikel 1, derde lid, de volgende soorten toegevoegd:

H1042

Gevlekte witsnuitlibel (Leucorrhinia pectoralis)

H1337

Bever (Castor fiber)

2. De nota van toelichting die onderdeel uitmaakt van het in het eerste lid van dit artikel bedoelde besluit wordt gewijzigd op de in de nota van toelichting behorende bij dit besluit aangegeven wijze.

ARTIKEL 19

1. In het besluit van 18 december 2009 (PDN/2009-028; Stcrt. 2009, 19769) tot aanwijzing van Elperstroomgebied als Natura 2000-gebied zijn in artikel 1, tweede lid, de volgende habitattypen toegevoegd:

H3160

Dystrofe natuurlijke poelen en meren

H7110

*Actief hoogveen

H91E0

*Bossen op alluviale grond met Alnus glutinosa en Fraxinus excelsior (Alno-Padion, Alnion incanae, Salicion albae)

2. De nota van toelichting die onderdeel uitmaakt van het in het eerste lid van dit artikel bedoelde besluit wordt gewijzigd op de in de nota van toelichting behorende bij dit besluit aangegeven wijze.

ARTIKEL 20

1. In het besluit van 25 april 2013 (PDN/2013-029; Stcrt. 2013, 12211) tot aanwijzing van Holtingerveld als Natura 2000-gebied zijn in artikel 1, tweede lid, de volgende habitattypen toegevoegd:

H3130

Oligotrofe tot mesotrofe stilstaande wateren met vegetatie behorend tot het Littorelletalia uniflorae en/of Isoëto-Nanojuncetea

H5130

Juniperus communis-formaties in heide of kalkgrasland

H9120

Atlantische zuurminnende beukenbossen met Ilex en soms ook Taxus in de ondergroei (Quercion robori-petraeae of Ilici-Fagenion)

2. De nota van toelichting die onderdeel uitmaakt van het in het eerste lid van dit artikel bedoelde besluit wordt gewijzigd op de in de nota van toelichting behorende bij dit besluit aangegeven wijze.

ARTIKEL 21

1. In het besluit van 4 juli 2013 (PDN/2013-030; Stcrt. 2013, 19978) tot aanwijzing van Dwingelderveld als Natura 2000-gebied zijn in artikel 1, tweede lid, de volgende habitattypen toegevoegd:

H3110

Mineraalarme oligotrofe wateren van de Atlantische zandvlakten (Littorelletalia uniflorae)

H91D0

*Veenbossen

2. De nota van toelichting die onderdeel uitmaakt van het in het eerste lid van dit artikel bedoelde besluit wordt gewijzigd op de in de nota van toelichting behorende bij dit besluit aangegeven wijze.

ARTIKEL 22

1. In het besluit van 25 april 2013 (PDN/2013-032; Stcrt. 2013, 12211) tot aanwijzing van Mantingerzand als Natura 2000-gebied zijn in artikel 1, tweede lid, de volgende habitattypen toegevoegd:

H3130

Oligotrofe tot mesotrofe stilstaande wateren met vegetatie behorend tot het Littorelletalia uniflorae en/of Isoëto-Nanojuncetea

H91D0

*Veenbossen

2. De nota van toelichting die onderdeel uitmaakt van het in het eerste lid van dit artikel bedoelde besluit wordt gewijzigd op de in de nota van toelichting behorende bij dit besluit aangegeven wijze.

ARTIKEL 23

1. In het besluit van 25 november 2013 (PDN/2013-034; Stcrt. 2014, 122) tot aanwijzing van Weerribben als Natura 2000-gebied is de instandhoudingsdoelstelling van het volgende habitattype gewijzigd:

H6430

Voedselrijke zoomvormende ruigten van het laagland, en van de montane en alpiene zones

2. De nota van toelichting die onderdeel uitmaakt van het in het eerste lid van dit artikel bedoelde besluit wordt gewijzigd op de in de nota van toelichting behorende bij dit besluit aangegeven wijze.

ARTIKEL 24

1. In het besluit van 25 november 2013 (PDN/2013-035; Stcrt. 2014, 122) tot aanwijzing van De Wieden als Natura 2000-gebied is de instandhoudingsdoelstelling van het volgende habitattype gewijzigd:

H6430

Voedselrijke zoomvormende ruigten van het laagland, en van de montane en alpiene zones

2. De nota van toelichting die onderdeel uitmaakt van het in het eerste lid van dit artikel bedoelde besluit wordt gewijzigd op de in de nota van toelichting behorende bij dit besluit aangegeven wijze.

ARTIKEL 25

1. In het besluit van 4 juli 2013 (PDN/2013-036; Stcrt. 2013, 19978) tot aanwijzing van Uiterwaarden Zwarte Water en Vecht als Natura 2000-gebied is in artikel 1, tweede lid, het volgende habitattype toegevoegd:

H91E0

*Bossen op alluviale grond met Alnus glutinosa en Fraxinus excelsior (Alno-Padion, Alnion incanae, Salicion albae)

2. In het in het eerste lid bedoelde besluit zijn in artikel 1, derde lid, de volgende soorten toegevoegd:

H1145

Grote modderkruiper (Misgurnus fossilis)

H1163

Rivierdonderpad (Cottus gobio)

3. In het in het eerste lid bedoelde besluit is de instandhoudingsdoelstelling van het volgende habitattype gewijzigd:

H6430

Voedselrijke zoomvormende ruigten van het laagland, en van de montane en alpiene zones

4. De nota van toelichting die onderdeel uitmaakt van het in het eerste lid van dit artikel bedoelde besluit wordt gewijzigd op de in de nota van toelichting behorende bij dit besluit aangegeven wijze.

ARTIKEL 26

1. In het besluit van 4 juli 2013 (PDN/2013-037; Stcrt. 2013, 19978) tot aanwijzing van Olde Maten & Veerslootslanden als Natura 2000-gebied zijn in artikel 1, tweede lid, de volgende habitattypen toegevoegd:

H6230

*Soortenrijke heischrale graslanden op arme bodems van berggebieden (en van submontane gebieden in het binnenland van Europa)

H6430

Voedselrijke zoomvormende ruigten van het laagland, en van de montane en alpiene zones

2. In het in het eerste lid bedoelde besluit is uit artikel 1, tweede lid, het volgende habitattype verwijderd:

H3150

Van nature eutrofe meren met vegetatie van het type Magnopotamion of Hydrocharition

3. De nota van toelichting die onderdeel uitmaakt van het in het eerste lid van dit artikel bedoelde besluit wordt gewijzigd op de in de nota van toelichting behorende bij dit besluit aangegeven wijze.

ARTIKEL 27

1. In het besluit van 23 april 2014 (PDN/2014-038; Stcrt. 2014, 12056) tot aanwijzing van Rijntakken als Natura 2000-gebied is in artikel 1, tweede lid, het volgende habitattype toegevoegd:

H9120

Atlantische zuurminnende beukenbossen met Ilex en soms ook Taxus in de ondergroei (Quercion robori-petraeae of Ilici-Fagenion)

2. In het in het eerste lid bedoelde besluit is de instandhoudingsdoelstelling van de volgende habitattypen gewijzigd:

H6430

Voedselrijke zoomvormende ruigten van het laagland, en van de montane en alpiene zones

H91E0

*Bossen op alluviale grond met Alnus glutinosa en Fraxinus excelsior (Alno-Padion, Alnion incanae, Salicion albae)

3. De nota van toelichting die onderdeel uitmaakt van het in het eerste lid van dit artikel bedoelde besluit wordt gewijzigd op de in de nota van toelichting behorende bij dit besluit aangegeven wijze.

ARTIKEL 28

1. In het besluit van 4 juli 2013 (PDN/2013-039; Stcrt. 2013, 19978) tot aanwijzing van Vecht- en Beneden-Reggegebied als Natura 2000-gebied zijn in artikel 1, tweede lid, de volgende habitattypen toegevoegd:

H2320

Psammofiele heide met Calluna en Empetrum nigrum

H3130

Oligotrofe tot mesotrofe stilstaande wateren met vegetatie behorend tot het Littorelletalia uniflorae en/of Isoëto-Nanojuncetea

H3150

Van nature eutrofe meren met vegetatie van het type Magnopotamion of Hydrocharition

H3260

Submontane en laagland rivieren met vegetaties behorend tot het Ranunculion fluitantis en het Callitricho-Batrachion

H91F0

Gemengde oeverformaties met Quercus robur, Ulmus laevis en Ulmus minor, Fraxinus excelsior of Fraxinus angustifolia langs de grote rivieren (Ulmenion minoris)

2. De nota van toelichting die onderdeel uitmaakt van het in het eerste lid van dit artikel bedoelde besluit wordt gewijzigd op de in de nota van toelichting behorende bij dit besluit aangegeven wijze.

ARTIKEL 29

1. In het besluit van 25 april 2013 (PDN/2013-042; Stcrt. 2013, 12211) tot aanwijzing van Sallandse Heuvelrug als Natura 2000-gebied is in artikel 1, tweede lid, het volgende habitattype toegevoegd:

H7150

Slenken in veengronden met vegetatie behorend tot het Rhynchosporion

2. De nota van toelichting die onderdeel uitmaakt van het in het eerste lid van dit artikel bedoelde besluit wordt gewijzigd op de in de nota van toelichting behorende bij dit besluit aangegeven wijze.

ARTIKEL 30

1. In het besluit van 25 april 2013 (PDN/2013-044; Stcrt. 2013, 12211) tot aanwijzing van Borkeld als Natura 2000-gebied zijn in artikel 1, tweede lid, de volgende habitattypen toegevoegd:

H2330

Open grasland met Corynephorus- en Agrostis-soorten op landduinen

H9190

Oude zuurminnende eikenbossen op zandvlakten met Quercus robur

2. De nota van toelichting die onderdeel uitmaakt van het in het eerste lid van dit artikel bedoelde besluit wordt gewijzigd op de in de nota van toelichting behorende bij dit besluit aangegeven wijze.

ARTIKEL 31

1. In het besluit van 4 juli 2013 (PDN/2013-045; Stcrt. 2013, 19978) tot aanwijzing van Springendal & Dal van de Mosbeek als Natura 2000-gebied zijn in artikel 1, tweede lid, de volgende habitattypen toegevoegd:

H9160

Sub-Atlantische en midden-Europese wintereikenbossen of eiken-haagbeukbossen behorend tot het Carpinion betuli

H9190

Oude zuurminnende eikenbossen op zandvlakten met Quercus robur

H91D0

*Veenbossen

2. De nota van toelichting die onderdeel uitmaakt van het in het eerste lid van dit artikel bedoelde besluit wordt gewijzigd op de in de nota van toelichting behorende bij dit besluit aangegeven wijze.

ARTIKEL 32

1. In het besluit van 25 april 2013 (PDN/2013-047; Stcrt. 2013, 12211) tot aanwijzing van Achter de Voort, Agelerbroek & Voltherbroek als Natura 2000-gebied zijn in artikel 1, tweede lid, de volgende habitattypen toegevoegd:

H4010

Noord-Atlantische vochtige heide met Erica tetralix

H4030

Droge Europese heide

H7150

Slenken in veengronden met vegetatie behorend tot het Rhynchosporion

H9120

Atlantische zuurminnende beukenbossen met Ilex en soms ook Taxus in de ondergroei (Quercion robori-petraeae of Ilici-Fagenion)

2. De nota van toelichting die onderdeel uitmaakt van het in het eerste lid van dit artikel bedoelde besluit wordt gewijzigd op de in de nota van toelichting behorende bij dit besluit aangegeven wijze.

ARTIKEL 33

1. In het besluit van 23 mei 2013 (PDN/2013-048; Stcrt. 2013, 14643) tot aanwijzing van Lemselermaten als Natura 2000-gebied is in artikel 1, tweede lid, het volgende habitattype toegevoegd:

H4030

Droge Europese heide

2. De nota van toelichting die onderdeel uitmaakt van het in het eerste lid van dit artikel bedoelde besluit wordt gewijzigd op de in de nota van toelichting behorende bij dit besluit aangegeven wijze.

ARTIKEL 34

1. In het besluit van 4 juli 2013 (PDN/2013-049; Stcrt. 2013, 19978) tot aanwijzing van Dinkelland als Natura 2000-gebied zijn in artikel 1, tweede lid, de volgende habitattypen toegevoegd:

H2310

Psammofiele heide met Calluna en Genista

H2330

Open grasland met Corynephorus- en Agrostis-soorten op landduinen

H3160

Dystrofe natuurlijke poelen en meren

H5130

Juniperus communis-formaties in heide of kalkgrasland

H7140

Overgangs- en trilveen

H7230

Alkalisch laagveen

H9120

Atlantische zuurminnende beukenbossen met Ilex en soms ook Taxus in de ondergroei (Quercion robori-petraeae of Ilici-Fagenion)

H9160

Sub-Atlantische en midden-Europese wintereikenbossen of eiken-haagbeukbossen behorend tot het Carpinion betuli

H9190

Oude zuurminnende eikenbossen op zandvlakten met Quercus robur

H91D0

*Veenbossen

2. In het in het eerste lid bedoelde besluit is in artikel 1, derde lid, de volgende soort toegevoegd:

H1096

Beekprik (Lampetra planeri)

H1134

Bittervoorn (Rhodeus amarus)

3. In het in het eerste lid bedoelde besluit is de instandhoudingsdoelstelling van het volgende habitattype gewijzigd:

H91E0

*Bossen op alluviale grond met Alnus glutinosa en Fraxinus excelsior (Alno-Padion, Alnion incanae, Salicion albae)

4. De nota van toelichting die onderdeel uitmaakt van het in het eerste lid van dit artikel bedoelde besluit wordt gewijzigd op de in de nota van toelichting behorende bij dit besluit aangegeven wijze.

ARTIKEL 35

1. In het besluit van 4 juli 2013 (PDN/2013-050; Stcrt. 2013, 19978) tot aanwijzing van Landgoederen Oldenzaal als Natura 2000-gebied zijn in artikel 1, tweede lid, de volgende habitattypen toegevoegd:

H4010

Noord-Atlantische vochtige heide met Erica tetralix

H4030

Droge Europese heide

2. De nota van toelichting die onderdeel uitmaakt van het in het eerste lid van dit artikel bedoelde besluit wordt gewijzigd op de in de nota van toelichting behorende bij dit besluit aangegeven wijze.

ARTIKEL 36

1. In het besluit van 23 mei 2013 (PDN/2013-051; Stcrt. 2013, 14643) tot aanwijzing van Lonnekermeer als Natura 2000-gebied is in artikel 1, tweede lid, het volgende habitattype toegevoegd:

H9190

Oude zuurminnende eikenbossen op zandvlakten met Quercus robur

2. De nota van toelichting die onderdeel uitmaakt van het in het eerste lid van dit artikel bedoelde besluit wordt gewijzigd op de in de nota van toelichting behorende bij dit besluit aangegeven wijze.

ARTIKEL 37

1. In het besluit van 28 mei 2013 (PDN/2013-053; Stcrt. 2013, 14643) tot aanwijzing van Buurserzand & Haaksbergerveen als Natura 2000-gebied zijn in artikel 1, tweede lid, de volgende habitattypen toegevoegd:

H2330

Open grasland met Corynephorus- en Agrostis-soorten op landduinen

H3160

Dystrofe natuurlijke poelen en meren

H6230

*Soortenrijke heischrale graslanden op arme bodems van berggebieden (en van submontane gebieden in het binnenland van Europa)

H6410

Grasland met Molinia op kalkhoudende, venige, of lemige kleibodem (Molinion caeruleae)

H7150

Slenken in veengronden met vegetatie behorend tot het Rhynchosporion

H9190

Oude zuurminnende eikenbossen op zandvlakten met Quercus robur

2. In het in het eerste lid bedoelde besluit zijn in artikel 1, derde lid, de volgende soorten toegevoegd:

H1042

Gevlekte witsnuitlibel (Leucorrhinia pectoralis)

3. De nota van toelichting die onderdeel uitmaakt van het in het eerste lid van dit artikel bedoelde besluit wordt gewijzigd op de in de nota van toelichting behorende bij dit besluit aangegeven wijze.

ARTIKEL 38

1. In het besluit van 23 mei 2013 (PDN/2013-054; Stcrt. 2013, 14643) tot aanwijzing van Witte Veen als Natura 2000-gebied zijn in artikel 1, tweede lid, de volgende habitattypen toegevoegd:

H5130

Juniperus communis-formaties in heide of kalkgrasland

H6410

Grasland met Molinia op kalkhoudende, venige, of lemige kleibodem (Molinion caeruleae)

H7120

Aangetast hoogveen waar natuurlijke regeneratie nog mogelijk is

H7150

Slenken in veengronden met vegetatie behorend tot het Rhynchosporion

H91E0

*Bossen op alluviale grond met Alnus glutinosa en Fraxinus excelsior (Alno-Padion, Alnion incanae, Salicion albae)

2. De nota van toelichting die onderdeel uitmaakt van het in het eerste lid van dit artikel bedoelde besluit wordt gewijzigd op de in de nota van toelichting behorende bij dit besluit aangegeven wijze.

ARTIKEL 39

1. In het besluit van 11 juni 2014 (PDN/2014-057; Stcrt. 2014, 17732) tot aanwijzing van Veluwe als Natura 2000-gebied is in artikel 1, tweede lid, het volgende habitattype toegevoegd:

H91D0

*Veenbossen

2. De nota van toelichting die onderdeel uitmaakt van het in het eerste lid van dit artikel bedoelde besluit wordt gewijzigd op de in de nota van toelichting behorende bij dit besluit aangegeven wijze.

ARTIKEL 40

1. In het besluit van 23 mei 2013 (PDN/2013-058; Stcrt. 2013, 14643) tot aanwijzing van Landgoederen Brummen als Natura 2000-gebied zijn in artikel 1, tweede lid, de volgende habitattypen toegevoegd:

H3160

Dystrofe natuurlijke poelen en meren

H3260

Submontane en laagland rivieren met vegetaties behorend tot het Ranunculion fluitantis en het Callitricho-Batrachion

2. In het in het eerste lid bedoelde besluit is uit artikel 1, derde lid, de volgende soort verwijderd:

H1831

Drijvende waterweegbree (Luronium natans)

3. De nota van toelichting die onderdeel uitmaakt van het in het eerste lid van dit artikel bedoelde besluit wordt gewijzigd op de in de nota van toelichting behorende bij dit besluit aangegeven wijze.

ARTIKEL 41

1. In het besluit van 25 april 2013 (PDN/2013-060; Stcrt. 2013, 12211) tot aanwijzing van Stelkampsveld als Natura 2000-gebied is in artikel 1, tweede lid, het volgende habitattype toegevoegd:

H9120

Atlantische zuurminnende beukenbossen met Ilex en soms ook Taxus in de ondergroei (Quercion robori-petraeae of Ilici-Fagenion)

2. In het in het eerste lid bedoelde besluit is in artikel 1, derde lid, de volgende soort toegevoegd:

H1166

Kamsalamander (Triturus cristatus)

3. De nota van toelichting die onderdeel uitmaakt van het in het eerste lid van dit artikel bedoelde besluit wordt gewijzigd op de in de nota van toelichting behorende bij dit besluit aangegeven wijze.

ARTIKEL 42

1. In het besluit van 12 december 2014 (PDN/2014-061; Stcrt. 2015, 4119) tot aanwijzing van Korenburgerveen als Natura 2000-gebied is in artikel 1, derde lid, de volgende soort toegevoegd:

H1042

Gevlekte witsnuitlibel (Leucorrhinia pectoralis)

2. De nota van toelichting die onderdeel uitmaakt van het in het eerste lid van dit artikel bedoelde besluit wordt gewijzigd op de in de nota van toelichting behorende bij dit besluit aangegeven wijze.

ARTIKEL 43

1. In het besluit van 25 april 2013 (PDN/2013-062; Stcrt. 2013, 12211) tot aanwijzing van Willinks Weust als Natura 2000-gebied zijn in artikel 1, tweede lid, de volgende habitattypen toegevoegd:

H4030

Droge Europese heide

H91E0

*Bossen op alluviale grond met Alnus glutinosa en Fraxinus excelsior (Alno-Padion, Alnion incanae, Salicion albae)

2. De nota van toelichting die onderdeel uitmaakt van het in het eerste lid van dit artikel bedoelde besluit wordt gewijzigd op de in de nota van toelichting behorende bij dit besluit aangegeven wijze.

ARTIKEL 44

1. In het besluit van 23 april 2014 (PDN/2014-065; Stcrt. 2014, 12056) tot aanwijzing van Binnenveld als Natura 2000-gebied is in artikel 1, derde lid, de volgende soort toegevoegd:

H1145

Grote modderkruiper (Misgurnus fossilis)

2. De nota van toelichting die onderdeel uitmaakt van het in het eerste lid van dit artikel bedoelde besluit wordt gewijzigd op de in de nota van toelichting behorende bij dit besluit aangegeven wijze.

ARTIKEL 45

1. In het besluit van 25 april 2013 (PDN/2013-069; Stcrt. 2013, 12211) tot aanwijzing van De Bruuk als Natura 2000-gebied zijn in artikel 1, tweede lid, de volgende habitattypen toegevoegd:

H6230

*Soortenrijke heischrale graslanden op arme bodems van berggebieden (en van submontane gebieden in het binnenland van Europa)

H6430

Voedselrijke zoomvormende ruigten van het laagland, en van de montane en alpiene zones

H7140

Overgangs- en trilveen

H7230

Alkalisch laagveen

H91E0

*Bossen op alluviale grond met Alnus glutinosa en Fraxinus excelsior (Alno-Padion, Alnion incanae, Salicion albae)

2. De nota van toelichting die onderdeel uitmaakt van het in het eerste lid van dit artikel bedoelde besluit wordt gewijzigd op de in de nota van toelichting behorende bij dit besluit aangegeven wijze.

ARTIKEL 46

1. In het besluit van 23 mei 2013 (PDN/2013-070; Stcrt. 2013, 14643) tot aanwijzing van Lingegebied & Diefdijk-Zuid als Natura 2000-gebied zijn in artikel 1, tweede lid, de volgende habitattypen toegevoegd:

H3150

Van nature eutrofe meren met vegetatie van het type Magnopotamion of Hydrocharition

H6510

Laaggelegen schraal hooiland (Alopecurus pratensis, Sanguisorba officinalis)

2. In het in het eerste lid bedoelde besluit is in artikel 1, derde lid, de volgende soort toegevoegd

H1337

Bever (Castor fiber)

3. De nota van toelichting die onderdeel uitmaakt van het in het eerste lid van dit artikel bedoelde besluit wordt gewijzigd op de in de nota van toelichting behorende bij dit besluit aangegeven wijze.

ARTIKEL 47

1. In het besluit van 23 mei 2013 (PDN/2013-071; Stcrt. 2013, 14643) tot aanwijzing van Loevestein, Pompveld & Kornsche Boezem als Natura 2000-gebied is in artikel 1, tweede lid, het volgende habitattype toegevoegd:

H6430

Voedselrijke zoomvormende ruigten van het laagland, en van de montane en alpiene zones

2. In het in het eerste lid bedoelde besluit is in artikel 1, derde lid, de volgende soort toegevoegd:

H1337

Bever (Castor fiber)

3. In het in het eerste lid bedoelde besluit is de instandhoudingsdoelstelling van het volgende habitattype gewijzigd:

H91E0

*Bossen op alluviale grond met Alnus glutinosa en Fraxinus excelsior (Alno-Padion, Alnion incanae, Salicion albae)

4. De nota van toelichting die onderdeel uitmaakt van het in het eerste lid van dit artikel bedoelde besluit wordt gewijzigd op de in de nota van toelichting behorende bij dit besluit aangegeven wijze.

ARTIKEL 48

1. In het besluit van 18 december 20093 (PDN/2009-072; Stcrt. 2009, 19769) tot aanwijzing van IJsselmeer als Natura 2000-gebied zijn in artikel 1, tweede lid, de volgende habitattypen toegevoegd:

H1330

Atlantische schorren (Glauco-Puccinellietalia maritimae)

H3140

Kalkhoudende oligo-mesotrofe wateren met benthische Chara spp. vegetaties

2. De nota van toelichting die onderdeel uitmaakt van het in het eerste lid van dit artikel bedoelde besluit wordt gewijzigd op de in de nota van toelichting behorende bij dit besluit aangegeven wijze.

ARTIKEL 49

1. In het besluit van 18 december 20094 (PDN/2009-073; Stcrt. 2009, 19769) tot aanwijzing van Markermeer & IJmeer als Natura 2000-gebied is in artikel 1, tweede lid, het volgende habitattype toegevoegd:

H3150

Van nature eutrofe meren met vegetatie van het type Magnopotamion of Hydrocharition

2. In het in het eerste lid bedoelde besluit is in artikel 1, derde lid, de volgende soort toegevoegd:

H1149

Kleine modderkruiper (Cobitis taenia)

3. De nota van toelichting die onderdeel uitmaakt van het in het eerste lid van dit artikel bedoelde besluit wordt gewijzigd op de in de nota van toelichting behorende bij dit besluit aangegeven wijze.

ARTIKEL 50

1. In het besluit van 18 december 2009 (PDN/2009-074; Stcrt. 2009, 19769) tot aanwijzing van Zwarte Meer als Natura 2000-gebied is in artikel 1, tweede lid, het volgende habitattype toegevoegd:

H3140

Kalkhoudende oligo-mesotrofe wateren met benthische Chara spp. vegetaties

2. In het in het eerste lid bedoelde besluit zijn in artikel 1, derde lid, de volgende soorten toegevoegd:

H1134

Bittervoorn (Rhodeus amarus)

3. In het in het eerste lid bedoelde besluit is de instandhoudingsdoelstelling van het volgende habitattype gewijzigd:

H6430

Voedselrijke zoomvormende ruigten van het laagland, en van de montane en alpiene zones

4. De nota van toelichting die onderdeel uitmaakt van het in het eerste lid van dit artikel bedoelde besluit wordt gewijzigd op de in de nota van toelichting behorende bij dit besluit aangegeven wijze.

ARTIKEL 51

1. In het besluit van 18 december 20095 (PDN/2009-076; Stcrt. 2009, 19769) tot aanwijzing van Veluwerandmeren als Natura 2000-gebied is in artikel 1, tweede lid, het volgende habitattype toegevoegd:

H6430

Voedselrijke zoomvormende ruigten van het laagland, en van de montane en alpiene zones

2. De nota van toelichting die onderdeel uitmaakt van het in het eerste lid van dit artikel bedoelde besluit wordt gewijzigd op de in de nota van toelichting behorende bij dit besluit aangegeven wijze.

ARTIKEL 52

1. In het besluit van 4 juli 2013 (PDN/2013-082; Stcrt. 2013, 19978) tot aanwijzing van Uiterwaarden Lek als Natura 2000-gebied is in artikel 1, tweede lid, het volgende habitattype toegevoegd:

H91E0

*Bossen op alluviale grond met Alnus glutinosa en Fraxinus excelsior (Alno-Padion, Alnion incanae, Salicion albae)

2. In het in het eerste lid bedoelde besluit is uit artikel 1, tweede lid, het volgende habitattype verwijderd:

H6430

Voedselrijke zoomvormende ruigten van het laagland, en van de montane en alpiene zones

3. De nota van toelichting die onderdeel uitmaakt van het in het eerste lid van dit artikel bedoelde besluit wordt gewijzigd op de in de nota van toelichting behorende bij dit besluit aangegeven wijze.

ARTIKEL 53

1. In het besluit van 4 juli 2013 (PDN/2013-083; Stcrt. 2013, 19978) tot aanwijzing van Botshol als Natura 2000-gebied is in artikel 1, tweede lid, het volgende habitattype toegevoegd:

H6510

Laaggelegen schraal hooiland (Alopecurus pratensis, Sanguisorba officinalis)

2. De nota van toelichting die onderdeel uitmaakt van het in het eerste lid van dit artikel bedoelde besluit wordt gewijzigd op de in de nota van toelichting behorende bij dit besluit aangegeven wijze.

ARTIKEL 54

1. In het besluit van 25 april 2013 (PDN/2013-084; Stcrt. 2013, 12211) tot aanwijzing van Duinen Den Helder – Callantsoog als Natura 2000-gebied zijn in artikel 1, tweede lid, de volgende habitattypen toegevoegd:

H2110

Embryonale wandelende duinen

H2150

*Atlantische vastgelegde ontkalkte duinen (Calluno-Ulicetea)

H6230

*Soortenrijke heischrale graslanden op arme bodems van berggebieden (en van submontane gebieden in het binnenland van Europa)

H7210

*Kalkhoudende moerassen met Cladium mariscus en soorten van het Caricion davallianae

2. In het in het eerste lid bedoelde besluit is de instandhoudingsdoelstelling van de volgende habitattypen gewijzigd:

H2130

*Vastgelegde kustduinen met kruidvegetatie (“grijze duinen”)

H2140

*Vastgelegde ontkalkte duinen met Empetrum nigrum

H2180

Beboste duinen van het Atlantische, continentale en boreale gebied

H2190

Vochtige duinvalleien

3. De nota van toelichting die onderdeel uitmaakt van het in het eerste lid van dit artikel bedoelde besluit wordt gewijzigd op de in de nota van toelichting behorende bij dit besluit aangegeven wijze.

ARTIKEL 55

1. In het besluit van 25 april 2013 (PDN/2013-085; Stcrt. 2013, 12211) tot aanwijzing van Zwanenwater & Pettemerduinen als Natura 2000-gebied is in artikel 1, tweede lid, het volgende habitattype toegevoegd:

H2160

Duinen met Hippophaë rhamnoides

2. In het in het eerste lid bedoelde besluit is in artikel 1 een derde lid toegevoegd:

De in het eerste lid bedoelde speciale beschermingszone is aangewezen voor de volgende soort opgenomen in bijlage II van Richtlijn 92/43/EEG:

H1903

Groenknolorchis (Liparis loeselii)

3. In het in het eerste lid bedoelde besluit is de instandhoudingsdoelstelling van het volgende habitattype gewijzigd:

H2180

Beboste duinen van het Atlantische, continentale en boreale gebied

4. De nota van toelichting die onderdeel uitmaakt van het in het eerste lid van dit artikel bedoelde besluit wordt gewijzigd op de in de nota van toelichting behorende bij dit besluit aangegeven wijze.

ARTIKEL 56

1. In het besluit van 30 juni 2017 (N&B/2017-087; Stcrt. 2017, 49933) tot aanwijzing van Noordhollands Duinreservaat als Natura 2000-gebied zijn in artikel 1, tweede lid, de volgende habitattypen toegevoegd:

H2110

Embryonale wandelende duinen

H6430

Voedselrijke zoomvormende ruigten van het laagland, en van de montane en alpiene zones

2. De nota van toelichting die onderdeel uitmaakt van het in het eerste lid van dit artikel bedoelde besluit wordt gewijzigd op de in de nota van toelichting behorende bij dit besluit aangegeven wijze.

ARTIKEL 57

1. In het besluit van 25 april 2013 (PDN/2013-088; Stcrt. 2013, 12211) tot aanwijzing van Kennemerland-Zuid als Natura 2000-gebied is in artikel 1, tweede lid, het volgende habitattype toegevoegd:

H7210

*Kalkhoudende moerassen met Cladium mariscus en soorten van het Caricion davallianae

2. In het in het eerste lid bedoelde besluit is in artikel 1, derde lid, de volgende soort toegevoegd:

H1149

Kleine modderkruiper (Cobitis taenia)

3. De nota van toelichting die onderdeel uitmaakt van het in het eerste lid van dit artikel bedoelde besluit wordt gewijzigd op de in de nota van toelichting behorende bij dit besluit aangegeven wijze.

ARTIKEL 58

1. In het besluit van 23 mei 2013 (PDN/2013-094; Stcrt. 2013, 14643) tot aanwijzing van Naardermeer als Natura 2000-gebied zijn in artikel 1, tweede lid, de volgende habitattypen toegevoegd:

H3130

Oligotrofe tot mesotrofe stilstaande wateren met vegetatie behorend tot het Littorelletalia uniflorae en/of Isoëto-Nanojuncetea

H6430

Voedselrijke zoomvormende ruigten van het laagland, en van de montane en alpiene zones

2. De nota van toelichting die onderdeel uitmaakt van het in het eerste lid van dit artikel bedoelde besluit wordt gewijzigd op de in de nota van toelichting behorende bij dit besluit aangegeven wijze.

ARTIKEL 59

1. In het besluit van 18 december 2009 (PDN/2009-096; Stcrt. 2009, 19769) tot aanwijzing van Coepelduynen als Natura 2000-gebied zijn in artikel 1, tweede lid, de volgende habitattypen toegevoegd:

H2110

Embryonale wandelende duinen

H2180

Beboste duinen van het Atlantische, continentale en boreale gebied

2. In het in het eerste lid bedoelde besluit is de instandhoudingsdoelstelling van het volgende habitattype gewijzigd:

H2190

Vochtige duinvalleien

3. De nota van toelichting die onderdeel uitmaakt van het in het eerste lid van dit artikel bedoelde besluit wordt gewijzigd op de in de nota van toelichting behorende bij dit besluit aangegeven wijze.

ARTIKEL 60

1. In het besluit van 25 april 2013 (PDN/2013-097; Stcrt. 2013, 12211) tot aanwijzing van Meijendel & Berkheide als Natura 2000-gebied zijn in artikel 1, tweede lid, de volgende habitattypen toegevoegd:

H2110

Embryonale wandelende duinen

H3140

Kalkhoudende oligo-mesotrofe wateren met benthische Chara spp. vegetaties

H6430

Voedselrijke zoomvormende ruigten van het laagland, en van de montane en alpiene zones

2. In het in het eerste lid bedoelde besluit zijn in artikel 1, derde lid, de volgende soorten toegevoegd:

H1149

Kleine modderkruiper (Cobitis taenia)

H1166

Kamsalamander (Triturus cristatus)

3. In het in het eerste lid bedoelde besluit is de instandhoudingsdoelstelling van het volgende habitattype gewijzigd:

H2190

Vochtige duinvalleien

4. De nota van toelichting die onderdeel uitmaakt van het in het eerste lid van dit artikel bedoelde besluit wordt gewijzigd op de in de nota van toelichting behorende bij dit besluit aangegeven wijze.

ARTIKEL 61

1. In het besluit van 19 februari 2008 (DRZO/2008-100; Stcrt. 2008, 41) tot aanwijzing van Voornes Duin als Natura 2000-gebied zijn in artikel 1, tweede lid, de volgende habitattypen toegevoegd:

H6430

Voedselrijke zoomvormende ruigten van het laagland, en van de montane en alpiene zones

H7210

*Kalkhoudende moerassen met Cladium mariscus en soorten van het Caricion davallianae

2. In het in het eerste lid bedoelde besluit is de instandhoudingsdoelstelling van de volgende habitattypen gewijzigd:

H2130

*Vastgelegde kustduinen met kruidvegetatie (“grijze duinen”)

H2190

Vochtige duinvalleien

3. De nota van toelichting die onderdeel uitmaakt van het in het eerste lid van dit artikel bedoelde besluit wordt gewijzigd op de in de nota van toelichting behorende bij dit besluit aangegeven wijze.

ARTIKEL 62

1. In het besluit van 19 februari 2008 (DRZO/2008-101; Stcrt. 2008, 41) tot aanwijzing van Duinen Goeree & Kwade Hoek als Natura 2000-gebied zijn in artikel 1, tweede lid, de volgende habitattypen toegevoegd:

H1110

Permanent met zeewater van geringe diepte overstroomde zandbanken

H2170

Duinen met Salix repens ssp. argentea (Salicion arenariae)

H2180

Beboste duinen van het Atlantische, continentale en boreale gebied

2. In het in het eerste lid bedoelde besluit is uit artikel 1, tweede lid, het volgende habitattype verwijderd:

H1320

Schorren met slijkgrasvegetatie (Spartinion maritimae)

3. In het in het eerste lid bedoelde besluit zijn in artikel 1, derde lid, de volgende soorten toegevoegd:

H1364

Grijze zeehond (Halichoerus grypus)

H1365

Gewone zeehond (Phoca vitulina)

4. In het in het eerste lid bedoelde besluit zijn de instandhoudingsdoelstellingen van de volgende habitattypen gewijzigd:

H1140

Bij eb droogvallende slikwadden en zandplaten

H6430

Voedselrijke zoomvormende ruigten van het laagland, en van de montane en alpiene zones

5. De nota van toelichting die onderdeel uitmaakt van het in het eerste lid van dit artikel bedoelde besluit wordt gewijzigd op de in de nota van toelichting behorende bij dit besluit aangegeven wijze.

ARTIKEL 63

1. In het besluit van 25 november 2013 (PDN/2013-103; Stcrt. 2014, 122) tot aanwijzing van Nieuwkoopse Plassen & De Haeck als Natura 2000-gebied is in artikel 1, derde lid, de volgende soort toegevoegd:

H1163

Rivierdonderpad (Cottus gobio)

2. In het in het eerste lid bedoelde besluit is de instandhoudingsdoelstelling van het volgende habitattype gewijzigd:

H6430

Voedselrijke zoomvormende ruigten van het laagland, en van de montane en alpiene zones

3. De nota van toelichting die onderdeel uitmaakt van het in het eerste lid van dit artikel bedoelde besluit wordt gewijzigd op de in de nota van toelichting behorende bij dit besluit aangegeven wijze.

ARTIKEL 64

1. In het besluit van 4 juli 2013 (PDN/2013-105; Stcrt. 2013, 19978) tot aanwijzing van Zouweboezem als Natura 2000-gebied is in artikel 1, tweede lid, het volgende habitattype toegevoegd:

H91E0

*Bossen op alluviale grond met Alnus glutinosa en Fraxinus excelsior (Alno-Padion, Alnion incanae, Salicion albae)

2. De nota van toelichting die onderdeel uitmaakt van het in het eerste lid van dit artikel bedoelde besluit wordt gewijzigd op de in de nota van toelichting behorende bij dit besluit aangegeven wijze.

ARTIKEL 65

1. In het besluit van 4 juli 2013 (PDN/2013-109; Stcrt. 2013, 19978) tot aanwijzing van Haringvliet als Natura 2000-gebied is in artikel 1, derde lid, de volgende soort toegevoegd:

H1337

Bever (Castor fiber)

2. In het in het eerste lid bedoelde besluit is uit artikel 1, derde lid, de volgende soort verwijderd:

H1134

Bittervoorn (Rhodeus amarus)

3. De nota van toelichting die onderdeel uitmaakt van het in het eerste lid van dit artikel bedoelde besluit wordt gewijzigd op de in de nota van toelichting behorende bij dit besluit aangegeven wijze.

ARTIKEL 66

1. In het besluit van 4 juli 2013 (PDN/2013-111; Stcrt. 2013, 19978) tot aanwijzing van Hollands Diep als Natura 2000-gebied zijn in artikel 1, derde lid, de volgende soorten toegevoegd:

H1134

Bittervoorn (Rhodeus amarus)

H1145

Grote modderkruiper (Misgurnus fossilis)

H1149

Kleine modderkruiper (Cobitis taenia)

2. De nota van toelichting die onderdeel uitmaakt van het in het eerste lid van dit artikel bedoelde besluit wordt gewijzigd op de in de nota van toelichting behorende bij dit besluit aangegeven wijze.

ARTIKEL 67

1. In het besluit van 4 juli 2013 (PDN/2013-112; Stcrt. 2013, 19978) tot aanwijzing van Biesbosch als Natura 2000-gebied is in artikel 1, derde lid, de volgende soort toegevoegd:

H4056

Platte schijfhoren (Anisus vorticulus)

2. De nota van toelichting die onderdeel uitmaakt van het in het eerste lid van dit artikel bedoelde besluit wordt gewijzigd op de in de nota van toelichting behorende bij dit besluit aangegeven wijze.

ARTIKEL 68

1. In het besluit van 19 februari 2008 (DRZO/2008-113; Stcrt. 2008, 41) tot aanwijzing van Voordelta als Natura 2000-gebied is in artikel 1, tweede lid, het volgende habitattype toegevoegd:

H2120

Wandelende duinen op de strandwal met Ammophila arenaria (“witte duinen”)

2. In het in het eerste lid bedoelde besluit is in artikel 1, derde lid, de volgende soort toegevoegd:

H1351

Bruinvis (Phocoena phocoena)

3. De nota van toelichting die onderdeel uitmaakt van het in het eerste lid van dit artikel bedoelde besluit wordt gewijzigd op de in de nota van toelichting behorende bij dit besluit aangegeven wijze.

ARTIKEL 69

1. In het besluit van 4 juli 2013 (PDN/2013-115; Stcrt. 2013, 19978) tot aanwijzing van Grevelingen als Natura 2000-gebied zijn in artikel 1, derde lid, de volgende soorten toegevoegd:

H1364

Grijze zeehond (Halichoerus grypus)

H1365

Gewone zeehond (Phoca vitulina)

2. In het in het eerste lid bedoelde besluit is de instandhoudingsdoelstelling van het volgende habitattype gewijzigd:

H2130

*Vastgelegde kustduinen met kruidvegetatie (“grijze duinen”)

3. De nota van toelichting die onderdeel uitmaakt van het in het eerste lid van dit artikel bedoelde besluit wordt gewijzigd op de in de nota van toelichting behorende bij dit besluit aangegeven wijze.

ARTIKEL 70

1. In het besluit van 4 juli 2013 (PDN/2013-116; Stcrt. 2013, 19978) tot aanwijzing van Kop van Schouwen als Natura 2000-gebied is in artikel 1, tweede lid, het volgende habitattype toegevoegd:

H1330

Atlantische schorren (Glauco-Puccinellietalia maritimae)

2. De nota van toelichting die onderdeel uitmaakt van het in het eerste lid van dit artikel bedoelde besluit wordt gewijzigd op de in de nota van toelichting behorende bij dit besluit aangegeven wijze.

ARTIKEL 71

1. In het besluit van 4 juli 2013 (PDN/2013-117; Stcrt. 2013, 19978) tot aanwijzing van Manteling van Walcheren als Natura 2000-gebied zijn in artikel 1, tweede lid, de volgende habitattypen toegevoegd:

H1330

Atlantische schorren (Glauco-Puccinellietalia maritimae)

H2110

Embryonale wandelende duinen

H2170

Duinen met Salix repens ssp. argentea (Salicion arenariae)

2. In het in het eerste lid bedoelde besluit is de instandhoudingsdoelstelling van het volgende habitattype gewijzigd:

H2130

*Vastgelegde kustduinen met kruidvegetatie (“grijze duinen”)

3. De nota van toelichting die onderdeel uitmaakt van het in het eerste lid van dit artikel bedoelde besluit wordt gewijzigd op de in de nota van toelichting behorende bij dit besluit aangegeven wijze.

ARTIKEL 72

1. In het besluit van 18 december 2009 (PDN/2009-118; Stcrt. 2009, 19769) tot aanwijzing van Oosterschelde als Natura 2000-gebied zijn in artikel 1, tweede lid, de volgende habitattypen toegevoegd:

H2130

*Vastgelegde kustduinen met kruidvegetatie (“grijze duinen”)

H2160

Duinen met Hippophaë rhamnoides

H7210

*Kalkhoudende moerassen met Cladium mariscus en soorten van het Caricion davallianae

2. In het in het eerste lid bedoelde besluit zijn in artikel 1, derde lid, de volgende soorten toegevoegd:

H1103

Fint (Alosa fallax)

H1351

Bruinvis (Phocoena phocoena)

H1364

Grijze zeehond (Halichoerus grypus)

3. De nota van toelichting die onderdeel uitmaakt van het in het eerste lid van dit artikel bedoelde besluit wordt gewijzigd op de in de nota van toelichting behorende bij dit besluit aangegeven wijze.

ARTIKEL 73

1. In het besluit van 18 december 20096 (PDN/2009-122; Stcrt. 2009, 19769) tot aanwijzing van Westerschelde & Saeftinghe als Natura 2000-gebied zijn in artikel 1, tweede lid, de volgende habitattypen toegevoegd:

H1140

Bij eb droogvallende slikwadden en zandplaten

H2130

*Vastgelegde kustduinen met kruidvegetatie (“grijze duinen”)

2. In het in het eerste lid bedoelde besluit zijn in artikel 1, derde lid, de volgende soorten toegevoegd:

H1351

Bruinvis (Phocoena phocoena)

H1364

Grijze zeehond (Halichoerus grypus)

3. De nota van toelichting die onderdeel uitmaakt van het in het eerste lid van dit artikel bedoelde besluit wordt gewijzigd op de in de nota van toelichting behorende bij dit besluit aangegeven wijze.

ARTIKEL 74

1. In het besluit van 25 april 2013 (PDN/2013-123; Stcrt. 2013, 12211) tot aanwijzing van Zwin & Kievittepolder als Natura 2000-gebied zijn in artikel 1, tweede lid, de volgende habitattypen toegevoegd:

H2180

Beboste duinen van het Atlantische, continentale en boreale gebied

H2190

Vochtige duinvalleien

2. In het in het eerste lid bedoelde besluit is de instandhoudingsdoelstelling van het volgende habitattype gewijzigd:

H1140

Bij eb droogvallende slikwadden en zandplaten

3. De nota van toelichting die onderdeel uitmaakt van het in het eerste lid van dit artikel bedoelde besluit wordt gewijzigd op de in de nota van toelichting behorende bij dit besluit aangegeven wijze.

ARTIKEL 75

1. In het besluit van 25 april 2013 (PDN/2013-128; Stcrt. 2013, 12211) tot aanwijzing van Brabantse Wal als Natura 2000-gebied zijn in artikel 1, tweede lid, de volgende habitattypen toegevoegd:

H7150

Slenken in veengronden met vegetatie behorend tot het Rhynchosporion

H9120

Atlantische zuurminnende beukenbossen met Ilex en soms ook Taxus in de ondergroei (Quercion robori-petraeae of Ilici-Fagenion)

2. De nota van toelichting die onderdeel uitmaakt van het in het eerste lid van dit artikel bedoelde besluit wordt gewijzigd op de in de nota van toelichting behorende bij dit besluit aangegeven wijze.

ARTIKEL 76

1. In het besluit van 23 mei 2013 (PDN/2013-130; Stcrt. 2013, 14643) tot aanwijzing van Langstraat als Natura 2000-gebied zijn in artikel 1, tweede lid, de volgende habitattypen toegevoegd:

H3130

Oligotrofe tot mesotrofe stilstaande wateren met vegetatie behorend tot het Littorelletalia uniflorae en/of Isoëto-Nanojuncetea

H3150

Van nature eutrofe meren met vegetatie van het type Magnopotamion of Hydrocharition

H4010

Noord-Atlantische vochtige heide met Erica tetralix

H6430

Voedselrijke zoomvormende ruigten van het laagland, en van de montane en alpiene zones

H7150

Slenken in veengronden met vegetatie behorend tot het Rhynchosporion

2. De nota van toelichting die onderdeel uitmaakt van het in het eerste lid van dit artikel bedoelde besluit wordt gewijzigd op de in de nota van toelichting behorende bij dit besluit aangegeven wijze.

ARTIKEL 77

1. In het besluit van 25 april 2013 (PDN/2013-131; Stcrt. 2013, 12211) tot aanwijzing van Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen als Natura 2000-gebied is in artikel 1, tweede lid, de volgende habitattypen toegevoegd:

H4030

Droge Europese heide

H9120

Atlantische zuurminnende beukenbossen met Ilex en soms ook Taxus in de ondergroei (Quercion robori-petraeae of Ilici-Fagenion)

2. De nota van toelichting die onderdeel uitmaakt van het in het eerste lid van dit artikel bedoelde besluit wordt gewijzigd op de in de nota van toelichting behorende bij dit besluit aangegeven wijze.

ARTIKEL 78

1. In het besluit van 23 mei 2013 (PDN/2013-132; Stcrt. 2013, 14643) tot aanwijzing van Vlijmens Ven, Moerputten & Bossche Broek als Natura 2000-gebied zijn in artikel 1, tweede lid, de volgende habitattypen toegevoegd:

H3150

Van nature eutrofe meren met vegetatie van het type Magnopotamion of Hydrocharition

H6230

*Soortenrijke heischrale graslanden op arme bodems van berggebieden (en van submontane gebieden in het binnenland van Europa)

2. In het in het eerste lid bedoelde besluit zijn in artikel 1, derde lid, de volgende soorten toegevoegd:

H1134

Bittervoorn (Rhodeus amarus)

H1166

Kamsalamander (Triturus cristatus)

3. De nota van toelichting die onderdeel uitmaakt van het in het eerste lid van dit artikel bedoelde besluit wordt gewijzigd op de in de nota van toelichting behorende bij dit besluit aangegeven wijze.

ARTIKEL 79

1. In het besluit van 25 april 2013 (PDN/2013-133; Stcrt. 2013, 12211) tot aanwijzing van Kampina & Oisterwijkse Vennen als Natura 2000-gebied zijn in artikel 1, tweede lid, de volgende habitattypen toegevoegd:

H9120

Atlantische zuurminnende beukenbossen met Ilex en soms ook Taxus in de ondergroei (Quercion robori-petraeae of Ilici-Fagenion)

H91D0

*Veenbossen

2. In het in het eerste lid bedoelde besluit zijn in artikel 1, derde lid, de volgende soorten toegevoegd:

H1042

Gevlekte witsnuitlibel (Leucorrhinia pectoralis)

H1163

Rivierdonderpad (Cottus gobio)

3. De nota van toelichting die onderdeel uitmaakt van het in het eerste lid van dit artikel bedoelde besluit wordt gewijzigd op de in de nota van toelichting behorende bij dit besluit aangegeven wijze.

ARTIKEL 80

1. In het besluit van 25 april 2013 (PDN/2013-134; Stcrt. 2013, 12211) tot aanwijzing van Regte Heide & Riels Laag als Natura 2000-gebied zijn in artikel 1, tweede lid, de volgende habitattypen toegevoegd:

H6410

Grasland met Molinia op kalkhoudende, venige, of lemige kleibodem (Molinion caeruleae)

H7140

Overgangs- en trilveen

2. In het in het eerste lid bedoelde besluit is uit artikel 1, tweede lid, het volgende habitattype verwijderd:

H2310

Psammofiele heide met Calluna en Genista

3. De nota van toelichting die onderdeel uitmaakt van het in het eerste lid van dit artikel bedoelde besluit wordt gewijzigd op de in de nota van toelichting behorende bij dit besluit aangegeven wijze.

ARTIKEL 81

1. In het besluit van 25 april 2013 (PDN/2013-135; Stcrt. 2013, 12211) tot aanwijzing van Kempenland-West als Natura 2000-gebied zijn in artikel 1, tweede lid, de volgende habitattypen toegevoegd:

H9120

Atlantische zuurminnende beukenbossen met Ilex en soms ook Taxus in de ondergroei (Quercion robori-petraeae of Ilici-Fagenion)

H9160

Sub-Atlantische en midden-Europese wintereikenbossen of eiken-haagbeukbossen behorend tot het Carpinion betuli

H9190

Oude zuurminnende eikenbossen op zandvlakten met Quercus robur

H91D0

*Veenbossen

2. De nota van toelichting die onderdeel uitmaakt van het in het eerste lid van dit artikel bedoelde besluit wordt gewijzigd op de in de nota van toelichting behorende bij dit besluit aangegeven wijze.

ARTIKEL 82

1. In het besluit van 4 juli 2013 (PDN/2013-136; Stcrt. 2013, 19978) tot aanwijzing van Leenderbos, Groote Heide & De Plateaux als Natura 2000-gebied is in artikel 1, derde lid, de volgende soort toegevoegd:

H1149

Kleine modderkruiper (Cobitis taenia)

2. De nota van toelichting die onderdeel uitmaakt van het in het eerste lid van dit artikel bedoelde besluit wordt gewijzigd op de in de nota van toelichting behorende bij dit besluit aangegeven wijze.

ARTIKEL 83

1. In het besluit van 25 april 2013 (PDN/2013-137; Stcrt. 2013, 12211) tot aanwijzing van Strabrechtse Heide & Beuven als Natura 2000-gebied zijn in artikel 1, tweede lid, de volgende habitattypen toegevoegd:

H7150

Slenken in veengronden met vegetatie behorend tot het Rhynchosporion

H91D0

*Veenbossen

2. In het in het eerste lid bedoelde besluit is in artikel 1, derde lid, de volgende soort toegevoegd:

H1149

Kleine modderkruiper (Cobitis taenia)

3. De nota van toelichting die onderdeel uitmaakt van het in het eerste lid van dit artikel bedoelde besluit wordt gewijzigd op de in de nota van toelichting behorende bij dit besluit aangegeven wijze.

ARTIKEL 84

1. In het besluit van 23 mei 2013 (PDN/2013-138; Stcrt. 2013, 14643) tot aanwijzing van Weerter- en Budelerbergen & Ringselven als Natura 2000-gebied zijn in artikel 1, tweede lid, de volgende habitattypen toegevoegd:

H4010

Noord-Atlantische vochtige heide met Erica tetralix

H4030

Droge Europese heide

H6410

Grasland met Molinia op kalkhoudende, venige, of lemige kleibodem (Molinion caeruleae)

H7150

Slenken in veengronden met vegetatie behorend tot het Rhynchosporion

H9120

Atlantische zuurminnende beukenbossen met Ilex en soms ook Taxus in de ondergroei (Quercion robori-petraeae of Ilici-Fagenion)

2. In het in het eerste lid bedoelde besluit zijn in artikel 1, derde lid, de volgende soorten toegevoegd:

H1134

Bittervoorn (Rhodeus amarus)

H1337

Bever (Castor fiber)

3. In het in het eerste lid bedoelde besluit is uit artikel 1, derde lid, de volgende soort verwijderd:

H1166

Kamsalamander (Triturus cristatus)

4. De nota van toelichting die onderdeel uitmaakt van het in het eerste lid van dit artikel bedoelde besluit wordt gewijzigd op de in de nota van toelichting behorende bij dit besluit aangegeven wijze.

ARTIKEL 85

1. In het besluit van 15 juli 2009 (PDN/2009-024; Stcrt. 2009, 13516) tot aanwijzing van Deurnsche Peel & Mariapeel als Natura 2000-gebied is in artikel 1 een derde lid toegevoegd:

De in het eerste lid bedoelde speciale beschermingszone is aangewezen voor de volgende soorten opgenomen in bijlage II van Richtlijn 92/43/EEG:

H1134

Bittervoorn (Rhodeus amarus)

H1149

Kleine modderkruiper (Cobitis taenia)

2. De nota van toelichting die onderdeel uitmaakt van het in het eerste lid van dit artikel bedoelde besluit wordt gewijzigd op de in de nota van toelichting behorende bij dit besluit aangegeven wijze.

ARTIKEL 86

1. In het besluit van 25 april 2013 (PDN/2013-141; Stcrt. 2013, 12211) tot aanwijzing van Oeffelter Meent als Natura 2000-gebied is in artikel 1, derde lid, de volgende soort toegevoegd:

H1337

Bever (Castor fiber)

2. De nota van toelichting die onderdeel uitmaakt van het in het eerste lid van dit artikel bedoelde besluit wordt gewijzigd op de in de nota van toelichting behorende bij dit besluit aangegeven wijze.

ARTIKEL 87

1. In het besluit van 23 mei 2013 (PDN/2013-142; Stcrt. 2013, 14643) tot aanwijzing van Sint Jansberg als Natura 2000-gebied zijn in artikel 1, tweede lid, de volgende habitattypen toegevoegd:

H9160

Sub-Atlantische en midden-Europese wintereikenbossen of eiken-haagbeukbossen behorend tot het Carpinion betuli

H91D0

*Veenbossen

2. De nota van toelichting die onderdeel uitmaakt van het in het eerste lid van dit artikel bedoelde besluit wordt gewijzigd op de in de nota van toelichting behorende bij dit besluit aangegeven wijze.

ARTIKEL 88

1. In het besluit van 23 mei 2013 (PDN/2013-144; Stcrt. 2013, 14643) tot aanwijzing van Boschhuizerbergen als Natura 2000-gebied is in artikel 1, tweede lid, het volgende habitattype toegevoegd:

H91D0

*Veenbossen

2. De nota van toelichting die onderdeel uitmaakt van het in het eerste lid van dit artikel bedoelde besluit wordt gewijzigd op de in de nota van toelichting behorende bij dit besluit aangegeven wijze.

ARTIKEL 89

1. In het besluit van 23 mei 2013 (PDN/2013-145; Stcrt. 2013, 14643) tot aanwijzing van Maasduinen als Natura 2000-gebied zijn in artikel 1, tweede lid, de volgende habitattypen toegevoegd:

H6430

Voedselrijke zoomvormende ruigten van het laagland, en van de montane en alpiene zones

H9120

Atlantische zuurminnende beukenbossen met Ilex en soms ook Taxus in de ondergroei (Quercion robori-petraeae of Ilici-Fagenion)

H9190

Oude zuurminnende eikenbossen op zandvlakten met Quercus robur

H91F0

Gemengde oeverformaties met Quercus robur, Ulmus laevis en Ulmus minor, Fraxinus excelsior of Fraxinus angustifolia langs de grote rivieren (Ulmenion minoris)

2. In het in het eerste lid bedoelde besluit zijn in artikel 1, derde lid, de volgende soorten toegevoegd:

H1042

Gevlekte witsnuitlibel (Leucorrhinia pectoralis)

H1149

Kleine modderkruiper (Cobitis taenia)

H1163

Rivierdonderpad (Cottus gobio)

H1166

Kamsalamander (Triturus cristatus)

3. De nota van toelichting die onderdeel uitmaakt van het in het eerste lid van dit artikel bedoelde besluit wordt gewijzigd op de in de nota van toelichting behorende bij dit besluit aangegeven wijze.

ARTIKEL 90

1. In het besluit van 25 april 2013 (PDN/2013-147; Stcrt. 2013, 12211) tot aanwijzing van Leudal als Natura 2000-gebied zijn in artikel 1, tweede lid, de volgende habitattypen toegevoegd:

H6410

Grasland met Molinia op kalkhoudende, venige, of lemige kleibodem (Molinion caeruleae)

H9120

Atlantische zuurminnende beukenbossen met Ilex en soms ook Taxus in de ondergroei (Quercion robori-petraeae of Ilici-Fagenion)

H9190

Oude zuurminnende eikenbossen op zandvlakten met Quercus robur

2. In het in het eerste lid bedoelde besluit zijn in artikel 1, derde lid, de volgende soorten toegevoegd:

H1134

Bittervoorn (Rhodeus amarus)

H1149

Kleine modderkruiper (Cobitis taenia)

H1163

Rivierdonderpad (Cottus gobio)

3. De nota van toelichting die onderdeel uitmaakt van het in het eerste lid van dit artikel bedoelde besluit wordt gewijzigd op de in de nota van toelichting behorende bij dit besluit aangegeven wijze.

ARTIKEL 91

1. In het besluit van 23 mei 2013 (PDN/2013-148; Stcrt. 2013, 14643) tot aanwijzing van Swalmdal als Natura 2000-gebied zijn in artikel 1, tweede lid, de volgende habitattypen toegevoegd:

H6430

Voedselrijke zoomvormende ruigten van het laagland, en van de montane en alpiene zones

H9120

Atlantische zuurminnende beukenbossen met Ilex en soms ook Taxus in de ondergroei (Quercion robori-petraeae of Ilici-Fagenion)

2. In het in het eerste lid bedoelde besluit is in artikel 1, derde lid, de volgende soort toegevoegd:

H1037

Gaffellibel (Ophiogomphus cecilia)

3. De nota van toelichting die onderdeel uitmaakt van het in het eerste lid van dit artikel bedoelde besluit wordt gewijzigd op de in de nota van toelichting behorende bij dit besluit aangegeven wijze.

ARTIKEL 92

1. In het besluit van 23 mei 2013 (PDN/2013-149; Stcrt. 2013, 14643) tot aanwijzing van Meinweg als Natura 2000-gebied zijn in artikel 1, tweede lid, de volgende habitattypen toegevoegd:

H3130

Oligotrofe tot mesotrofe stilstaande wateren met vegetatie behorend tot het Littorelletalia uniflorae en/of Isoëto-Nanojuncetea

H6410

Grasland met Molinia op kalkhoudende, venige, of lemige kleibodem (Molinion caeruleae)

2. In het in het eerste lid bedoelde besluit is in artikel 1, derde lid, de volgende soort toegevoegd:

H1037

Gaffellibel (Ophiogomphus cecilia)

3. De nota van toelichting die onderdeel uitmaakt van het in het eerste lid van dit artikel bedoelde besluit wordt gewijzigd op de in de nota van toelichting behorende bij dit besluit aangegeven wijze.

ARTIKEL 93

1. In het besluit van 23 mei 2013 (PDN/2013-150; Stcrt. 2013, 14643) tot aanwijzing van Roerdal als Natura 2000-gebied is in artikel 1, tweede lid, het volgende habitattype toegevoegd:

H9120

Atlantische zuurminnende beukenbossen met Ilex en soms ook Taxus in de ondergroei (Quercion robori-petraeae of Ilici-Fagenion)

2. In het in het eerste lid bedoelde besluit is in artikel 1, derde lid, de volgende soort toegevoegd:

H1145

Grote modderkruiper (Misgurnus fossilis)

3. In het in het eerste lid bedoelde besluit is de instandhoudingsdoelstelling van het volgende habitattype gewijzigd:

H91E0

*Bossen op alluviale grond met Alnus glutinosa en Fraxinus excelsior (Alno-Padion, Alnion incanae, Salicion albae)

4. De nota van toelichting die onderdeel uitmaakt van het in het eerste lid van dit artikel bedoelde besluit wordt gewijzigd op de in de nota van toelichting behorende bij dit besluit aangegeven wijze.

ARTIKEL 94

1. In het besluit van 4 juli 2013 (PDN/2013-152; Stcrt. 2013, 19978) tot aanwijzing van Grensmaas als Natura 2000-gebied is de instandhoudingsdoelstelling van de volgende habitattypen gewijzigd:

H6430

Voedselrijke zoomvormende ruigten van het laagland, en van de montane en alpiene zones

H91E0

*Bossen op alluviale grond met Alnus glutinosa en Fraxinus excelsior (Alno-Padion, Alnion incanae, Salicion albae)

2. De nota van toelichting die onderdeel uitmaakt van het in het eerste lid van dit artikel bedoelde besluit wordt gewijzigd op de in de nota van toelichting behorende bij dit besluit aangegeven wijze.

ARTIKEL 95

1. In het besluit van 23 mei 2013 (PDN/2013-153; Stcrt. 2013, 14643) tot aanwijzing van Bunder- en Elslooërbos als Natura 2000-gebied zijn in artikel 1, tweede lid, de volgende habitattypen toegevoegd:

H6510

Laaggelegen schraal hooiland (Alopecurus pratensis, Sanguisorba officinalis)

H9120

Atlantische zuurminnende beukenbossen met Ilex en soms ook Taxus in de ondergroei (Quercion robori-petraeae of Ilici-Fagenion)

2. In het in het eerste lid bedoelde besluit is in artikel 1, derde lid, de volgende soort toegevoegd:

H1337

Bever (Castor fiber)

3. De nota van toelichting die onderdeel uitmaakt van het in het eerste lid van dit artikel bedoelde besluit wordt gewijzigd op de in de nota van toelichting behorende bij dit besluit aangegeven wijze.

ARTIKEL 96

1. In het besluit van 4 juli 2013 (PDN/2013-154; Stcrt. 2013, 19978) tot aanwijzing van Geleenbeekdal als Natura 2000-gebied is in artikel 1, tweede lid, het volgende habitattype toegevoegd:

H6430

Voedselrijke zoomvormende ruigten van het laagland, en van de montane en alpiene zones

2. De nota van toelichting die onderdeel uitmaakt van het in het eerste lid van dit artikel bedoelde besluit wordt gewijzigd op de in de nota van toelichting behorende bij dit besluit aangegeven wijze.

ARTIKEL 97

1. In het besluit van 4 juli 2013 (PDN/2013-155; Stcrt. 2013, 19978) tot aanwijzing van Brunssummerheide als Natura 2000-gebied is in artikel 1, tweede lid, het volgende habitattype toegevoegd:

H9120

Atlantische zuurminnende beukenbossen met Ilex en soms ook Taxus in de ondergroei (Quercion robori-petraeae of Ilici-Fagenion)

2. In het in het eerste lid bedoelde besluit is uit artikel 1, tweede lid, het volgende habitattype verwijderd:

H2330

Open grasland met Corynephorus- en Agrostis-soorten op landduinen

3. De nota van toelichting die onderdeel uitmaakt van het in het eerste lid van dit artikel bedoelde besluit wordt gewijzigd op de in de nota van toelichting behorende bij dit besluit aangegeven wijze.

ARTIKEL 98

1. In het besluit van 4 juli 2013 (PDN/2013-156; Stcrt. 2013, 19978) tot aanwijzing van Bemelerberg & Schiepersberg als Natura 2000-gebied is uit artikel 1, tweede lid, het volgende habitattype verwijderd:

H6510

Laaggelegen schraal hooiland (Alopecurus pratensis, Sanguisorba officinalis)

2. In het in het eerste lid bedoelde besluit is in artikel 1, derde lid, de volgende soort toegevoegd:

H1078

*Spaanse vlag (Euplagia quadripunctaria)

3. De nota van toelichting die onderdeel uitmaakt van het in het eerste lid van dit artikel bedoelde besluit wordt gewijzigd op de in de nota van toelichting behorende bij dit besluit aangegeven wijze.

ARTIKEL 99

1. In het besluit van 22 juni 2015 (PDN/2015-157; Stcrt. 2015, 0714) tot aanwijzing van Geuldal als Natura 2000-gebied is in artikel 1, tweede lid, het volgende habitattype toegevoegd:

H4030

Droge Europese heide

2. In het in het eerste lid bedoelde besluit is in artikel 1, derde lid, de volgende soort toegevoegd:

H1337

Bever (Castor fiber)

3. De nota van toelichting die onderdeel uitmaakt van het in het eerste lid van dit artikel bedoelde besluit wordt gewijzigd op de in de nota van toelichting behorende bij dit besluit aangegeven wijze.

ARTIKEL 100

1. In het besluit van 25 april 2013 (PDN/2013-158; Stcrt. 2013, 12211) tot aanwijzing van Kunderberg als Natura 2000-gebied zijn in artikel 1, tweede lid, de volgende habitattypen toegevoegd:

H6430

Voedselrijke zoomvormende ruigten van het laagland, en van de montane en alpiene zones

H7220

* Kalktufbronnen met tufsteenformatie (Cratoneurion)

2. De nota van toelichting die onderdeel uitmaakt van het in het eerste lid van dit artikel bedoelde besluit wordt gewijzigd op de in de nota van toelichting behorende bij dit besluit aangegeven wijze.

ARTIKEL 101

1. In het besluit van 4 juli 2013 (PDN/2013-159; Stcrt. 2013, 19978) tot aanwijzing van Sint Pietersberg & Jekerdal als Natura 2000-gebied is in artikel 1, derde lid, de volgende soort toegevoegd:

H1337

Bever (Castor fiber)

2. De nota van toelichting die onderdeel uitmaakt van het in het eerste lid van dit artikel bedoelde besluit wordt gewijzigd op de in de nota van toelichting behorende bij dit besluit aangegeven wijze.

ARTIKEL 102

  • 1. De bekendmaking van dit besluit geschiedt in de Staatscourant.

  • 2. Dit wijzigingsbesluit treedt in werking op de dag na de bekendmaking in de Staatscourant.

’s-Gravenhage, 22 november 2022

De Minister voor Natuur en Stikstof, Ch. van der Wal-Zeggelink

Dit wijzigingsbesluit en de daarbij behorende Nota van toelichting worden gedurende zes weken ter inzage gelegd. De exacte periode en locatie worden vermeld in de bekendmaking die wordt gepubliceerd in de Staatscourant en in de advertentie die wordt gepubliceerd in gedrukte media en op internet.

Het wijzigingsbesluit kan digitaal worden ingezien via de website www.natura2000.nl.

Degenen die een zienswijze, als bedoeld in artikel 3:15 van de Algemene wet bestuursrecht, binnen de gestelde termijn naar voren hebben gebracht, kunnen gedurende zes weken ná de bekendmaking beroep instellen bij de rechtbank van het arrondissement waar de woonplaats van degene die beroep instelt onder valt (voor degene die niet in Nederland woont, is dat de rechtbank in Den Haag); zie hiervoor de webpagina www.rechtspraak.nl/organisatie-en-contact/organisatie/rechtbanken.

Degenen die geen zienswijzen naar voren hebben gebracht, kunnen ten aanzien van alle punten van het besluit beroep instellen als ze belanghebbende zijn; als ze geen belanghebbende zijn, kunnen ze alleen beroep instellen ten aanzien van punten die inhoudelijk verschillen van het ontwerpbesluit.

NOTA VAN TOELICHTING BEHORENDE BIJ HET WIJZIGINGSBESLUIT HABITATRICHTLIJNGEBIEDEN VANWEGE AANWEZIGE WAARDEN (DGNV-N2000 /2022-000 | AANWEZIGE WAARDEN (WIJZIGING))

INLEIDING

Aanleiding voor en doel van het wijzigingsbesluit

Vanaf 2008 zijn in Nederland aanwijzingsbesluiten gepubliceerd voor Habitatrichtlijngebieden. Nu dat proces nagenoeg is afgerond, is het belangrijk om na te gaan of er in de gebieden habitattypen en soorten voorkomen die niet zijn opgenomen in de aanwijzingsbesluiten. Uit de bepalingen van de Habitatrichtlijn volgt namelijk dat die waarden (in beginsel) in aanmerking komen om te worden beschermd.

Uit de uitleg die de Europese Commissie heeft gegeven7 en uit vaste jurisprudentie van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State8 blijkt dat álle habitattypen en soorten die in meer dan verwaarloosbare mate voorkomen, moeten worden aangewezen. Dit ongeacht wat in het Standaardgegevensformulier is vermeld, ongeacht of de waarde er al was bij plaatsing op de Lijst van gebieden van communautair belang9, ongeacht of het een prioritaire waarde is en ongeacht de bijdrage van een gebied aan de landelijke doelen.

In 2015 is, naar aanleiding van een analyse ten aanzien van habitattypen die niet in de Habitatrichtlijngebieden aanwezig bleken te zijn, reeds een wijzigingsbesluit voor meerdere gebieden gepubliceerd10, waarbij niet alleen de afwezige waarden werden verwijderd, maar waarbij tegelijk alle (meer dan verwaarloosbaar) aanwezige, maar nog niet aangewezen habitattypen werden toegevoegd. Dit wijzigingsbesluit 'Aanwezige waarden' is hierop een vervolg, waarbij de aanleiding dit keer dus juist de aanwezigheid is, maar waarbij ook waarden verwijderd worden die afwezig blijken te zijn.

Voor dit wijzigingsbesluit zijn alle (definitief gepubliceerde11) aanwijzingsbesluiten in ogenschouw genomen. Bij 100 gebieden bleek sprake te zijn van ten onrechte nog niet aangewezen habitattypen en/of soorten. Die habitattypen en soorten zijn in beginsel integraal door middel van dit wijzigingsbesluit aan de aanwijzingsbesluiten toegevoegd. Er zijn enkele uitzonderingen:

  • habitattypen of soorten die pas ná publicatie van het aanwijzingsbesluit in het gebied zijn ontstaan, c.q. gevestigd;

  • habitattypen of soorten die alleen voorkomen in grensgebieden met andere Habitatrichtlijngebieden waar er reeds een instandhoudingsdoelstelling voor bestaat en waar een onderlinge grenswijziging in de rede ligt.

De eerste uitzondering vindt zijn oorzaak in de bedoeling van dit wijzigingsbesluit, namelijk in het corrigeren van wat kennelijk niet goed is gegaan bij het publiceren van het aanwijzingsbesluit. De bedoeling van dit wijzigingsbesluit is niet het actualiseren van het aanwijzingsbesluit. In het kader van de voorgenomen evaluatie van Natura 2000 zal worden bezien in hoeverre het noodzakelijk is om de aanwijzingsbesluiten op dit punt te actualiseren. Voor het beoordelen van de noodzaak tot corrigeren is dus de peildatum van groot belang (zie ook hierna de paragraaf Peildatum).

De tweede uitzondering heeft te maken met een voorgenomen wijzigingsbesluit ten aanzien van grenswijzigingen bij Natura 2000-gebieden in de kustregio. Daarbij zal onder andere worden bezien of er een beter werkbare begrenzing kan worden ontworpen bij aangrenzende gebieden, zodat bijvoorbeeld duinhabitats bij gebieden getrokken worden die door duinen worden gekenmerkt. Daar waar dat voorzien wordt, is ervan afgezien om habitattypen of soorten toe te voegen aan gebieden waarvan nu al duidelijk is dat ze de betreffende waarden ná de grenswijziging niet meer zullen bevatten12. Ook in het geval van H91F0 in het gebied Veluwe (057), op de grens met het gebied Rijntakken (038), wordt een dergelijke oplossing voorzien.13

Het verwijderen van afwezige waarden is aan strikte randvoorwaarden gebonden, namelijk dat het habitattype of de soort niet alleen ten tijde van het publiceren van het besluit afwezig was, maar ook reeds bij het plaatsen op de Lijst van gebieden van communautair belang. Vanaf die plaatsing is namelijk het verslechteringsverbod (artikel 6, lid 2, HR) ingegaan. Het verdwijnen tussen (meestal) 2003 en de peildatum van de besluiten (2008-2017) kan vanwege dit verbod in beginsel geen reden zijn om een waarde te verwijderen uit een aanwijzingsbesluit.

Voor zowel de toevoegingen als de verwijderingen is de best beschikbare kennis gebruikt. Dit is verantwoord in de laatste paragraaf van dit inleidende hoofdstuk.

De reikwijdte van dit wijzigingsbesluit is, ten slotte, nog als volgt beperkt:

  • Het wijzigingsbesluit heeft geen betrekking op vogels. De systematiek ten aanzien van het beschermen van vogelsoorten (conform de Vogelrichtlijn) is wezenlijk anders dan die van habitattypen en habitatsoorten. Het eventueel aanpassen van aanwijzingsbesluiten voor Vogelrichtlijngebieden komt aan de orde in het kader van de lopende Actualisatie Natura 2000.

  • Het wijzigen van grenzen maakt evenmin deel uit van dit wijzigingsbesluit.

Leeswijzer

De artikelen 1 tot en met 101 van dit wijzigingsbesluit regelen de wijzigingen ten opzichte van de besluiten tot aanwijzing van de erin vermelde Natura 2000-gebieden. Verwezen wordt naar deze nota van toelichting voor een nadere uitwerking.

Artikel 102 regelt de bekendmaking en de inwerkingtreding van dit besluit.

Na deze inleidende paragrafen van de Nota van toelichting wordt verder per gewijzigd aanwijzingsbesluit vermeld welke teksten uit de Nota van toelichting van die aanwijzingsbesluiten worden gewijzigd. Dit betreft achtereenvolgens: wijziging van de in het gebied aanwezige waarden (paragraaf 4.3), wijziging van de waarden waarvoor het gebied aan de selectiecriteria voldoet (paragraaf 4.4, indien relevant), wijziging van de beschrijving van de verspreiding van habitattypen en soorten in het Habitatrichtlijngebied (paragraaf 4.4), verwijdering en toevoeging van instandhoudingsdoelstellingen voor de verwijderde en toegevoegde waarden (paragraaf 5.3 en 5.4), onderbouwing voor de verwijderde en toegevoegde waarden (bijlage B.1), toepassing van de selectiecriteria voor Habitatrichtlijngebieden en toelichting op de toewijzing van de instandhoudingsdoelstellingen (bijlage B) en wijziging in de beantwoording van eerdere zienswijzen (Bijlage C, indien relevant).

In een afsluitende (afzonderlijke) bijlage wordt naar aanleiding van de ontvangen zienswijzen een nadere onderbouwing van dit wijzigingsbesluit gegeven.

Samenvatting

In onderstaande tabel worden alle wijzigingen samengevat, zowel de wijzigingen op het niveau van habitattypen en soorten als op het niveau van subtypen die via wijziging van een instandhoudingsdoelstelling zijn opgenomen.

Overzicht van de aangebrachte wijzigingen in instandhoudingsdoelstellingen (aangeduid als “doelen”).

Natura 2000-gebied

Aard van de wijziging(en)

001

Waddenzee

Toevoeging van doelen voor het habitattype H2170 en voor de soorten H1340, H1351 en H1903

002

Duinen en Lage Land Texel

Toevoeging van doelen voor de habitattypen H1320, H6230 en H6430 (subtypen A, B en C) en voor de soort H1364

003

Duinen Vlieland

Toevoeging van doelen voor het habitattype H2110 en voor de soort H1364

004

Duinen Terschelling

Toevoeging van een doel voor de soort H1364

005

Duinen Ameland

Toevoeging van doelen voor het habitattype H1330 (subtype A) en voor de soort H1364

007

Noordzeekustzone

Toevoeging van een doel voor de soort H1903

009

Groote Wielen

Toevoeging van doelen voor de soorten H1149 en H1163

010

Oudegaasterbrekken, Fluessen en omgeving

Toevoeging van doelen voor de habitattypen H7140 (subtype B) en H91D0, en voor de soorten H1149 en H1163

013

Alde Feanen

Toevoeging van doelen voor het habitattype H6430 (subtypen A en B), voor het habitatsubtype H7140A (door wijziging van het doel voor habitattype H7140) en voor de soort H1042

015

Van Oordt’s Mersken

Toevoeging van doelen voor de habitattypen H3130 en H9190

016

Wijnjeterper Schar

Toevoeging van doelen voor de habitattypen H2320, H3130 en H3160

017

Bakkeveense Duinen

Toevoeging van doelen voor de habitattypen H3130, H4030, H6230, H7110 (subtype B) en H7150

018

Rottige Meenthe & Brandemeer

Toevoeging van doelen voor de habitattypen H6230 en H6430 (subtype A)

021

Lieftinghsbroek

Verwijdering van het doel voor habitattype H91D0

022

Norgerholt

Toevoeging van een doel voor het habitattype H91D0

023

Fochteloërveen

Toevoeging van een doel voor de soort H1042

024

Witterveld

Toevoeging van doelen voor de habitattypen H2320, H3160 en H6230

Verwijdering van het habitatsubtype H7110B (door wijziging van het doel voor habitattype H7110)

025

Drentsche Aa-gebied

Toevoeging van doelen voor de soorten H1042 en H1337

028

Elperstroomgebied

Toevoeging van doelen voor de habitattypen H3160, H7110 (subtype B) en H91E0 (subtype C)

029

Holtingerveld

Toevoeging van doelen voor de habitattypen H3130, H5130 en H9120

030

Dwingelderveld

Toevoeging van doelen voor de habitattypen H3110 en H91D0

032

Mantingerzand

Toevoeging van doelen voor de habitattypen H3130 en H91D0

034

Weerribben

Toevoeging van een doel voor het habitatsubtype H6430B (door wijziging van het doel voor habitattype H6430)

035

De Wieden

Toevoeging van een doel voor het habitatsubtype H6430B (door wijziging van het doel voor habitattype H6430)

036

Uiterwaarden Zwarte water en Vecht

Toevoeging van doelen voor het habitatsubtype H6430B (door wijziging van het doel voor habitattype H6430), voor het habitattype H91E0 (subtypen A, B en C) en voor de soorten H1145 en H1163

037

Olde Maten & Veerslootslanden

Toevoeging van doelen voor de habitattypen H6230 en H6430 (subtype A)

Verwijdering van het doel voor habitattype H3150

038/

066-068

Rijntakken

Toevoeging van doelen voor het habitatsubtype H6430B (door wijziging van het doel voor habitattype H6430), voor het habitattype H9120 en voor het habitatsubtype H91E0C (door wijziging van het doel voor habitattype H91E0)

039

Vecht- en Beneden-Reggegebied

Toevoeging van doelen voor de habitattypen H2320, H3130, H3150, H3260 (subtype B) en H91F0

042

Sallandse Heuvelrug

Toevoeging van een doel voor het habitattype H7150

044

Borkeld

Toevoeging van doelen voor de habitattypen H2330 en H9190

045

Springendal & Dal van de Mosbeek

Toevoeging van doelen voor de habitattypen H9160 (subtype A), H9190 en H91D0

047

Achter de Voort, Agelerbroek & Voltherbroek

Toevoeging van doelen voor de habitattypen H4010 (subtype A), H4030, H7150 en H9120

048

Lemselermaten

Toevoeging van een doel voor het habitattype H4030

049

Dinkelland

Toevoeging van doelen voor de habitattypen H2310, H2330, H3160, H5130, H7140 (subtype A), H7230, H9120, H9160 (subtype A), H9190 en H91D0, voor de habitatsubtypen H91E0A en -B (door wijziging van het doel voor habitattype H91E0) en voor de soorten H1096 en H1134

050

Landgoederen Oldenzaal

Toevoeging van doelen voor de habitattypen H4010 (subtype A) en H4030

051

Lonnekermeer

Toevoeging van een doel voor het habitattype H9190

053

Buurserzand & Haaksbergerveen

Toevoeging van doelen voor de habitattypen H2330, H3160, H6230, H6410, H7150 en H9190, en voor de soort H1042

054

Witte Veen

Toevoeging van doelen voor de habitattypen H5130, H6410, H7120, H7150 en H91E0 (subtype C)

057

Veluwe

Toevoeging van een doel voor het habitattype H91D0

058

Landgoederen Brummen

Toevoeging van doelen voor de habitattypen H3160 en H3260 (subtype A)

Verwijdering van het doel voor de soort H1831

060

Stelkampsveld

Toevoeging van doelen voor het habitattype H9120 en voor de soort H1166

061

Korenburgerveen

Toevoeging van een doel voor de soort H1042

062

Willinks Weust

Toevoeging van doelen voor de habitattypen H4030 en H91E0 (subtype C)

065

Binnenveld

Toevoeging van een doel voor de soort H1145

069

De Bruuk

Toevoeging van doelen voor de habitattypen H6230, H6430 (subtype A), H7140 (subtype A), H7230 en H91E0 (subtype C)

070

Lingegebied & Diefdijk-Zuid

Toevoeging van doelen voor de habitattypen H3150 en H6510 (subtypen A en B) en voor de soort H1337

071

Loevestein, Pompveld & Kornsche boezem

Toevoeging van doelen voor het habitattype H6430 (subtype A), voor het habitatsubtype H91E0C (door wijziging van het doel voor habitattype H91E0) en voor de soort H1337

072

IJsselmeer

Toevoeging van doelen voor de habitattypen H1330 (subtype B) en H3140

073

Markermeer & IJmeer

Toevoeging van doelen voor het habitattype H3150 en voor de soort H1149

074

Zwarte Meer

Toevoeging van doelen voor het habitattype H3140, voor het habitatsubtype H6430B (door wijziging van het doel voor habitattype H6430) en voor de soort H1134

Verwijdering van het habitatsubtype H6430A (door wijziging van het doel voor habitattype H6430)

076

Veluwerandmeren

Toevoeging van een doel voor het habitattype H6430 (subtypen A en B)

082

Uiterwaarden Lek

Toevoeging van een doel voor het habitattype H91E0 (subtype A)

Verwijdering van het doel voor habitattype H6430 (subtype B)

083

Botshol

Toevoeging van een doel voor het habitattype H6510 (subtype A)

084

Duinen Den Helder-Callantsoog

Toevoeging van doelen voor het habitattype H2110, voor de habitatsubtypen H2130A en H2140A (door wijziging van de doelen voor habitattype H2130 respectievelijk H2140), voor het habitattype H2150, voor de habitatsubtypen H2180B en H2190B (door wijziging van de doelen voor habitattype H2180 respectievelijk H2190) en voor de habitattypen H6230 en H7210

085

Zwanenwater & Pettemerduinen

Toevoeging van doelen voor het habitattype H2160, voor het habitatsubtype H2180C (door wijziging van het doel voor habitattype H2180) en voor de soort H1903

087

Noordhollands Duinreservaat

Toevoeging van doelen voor de habitattypen H2110 en H6430 (subtype C)

088

Kennemerland-Zuid

Toevoeging van doelen voor het habitattype H7210 en voor de soort H1149

094

Naardermeer

Toevoeging van doelen voor de habitattypen H3130 en H6430 (subtypen A en B)

096

Coepelduynen

Toevoeging van doelen voor de habitattypen H2110 en H2180 (subtype C) en voor habitatsubtype H2190D (door wijziging van het doel voor habitattype H2190)

097

Meijendel & Berkheide

Toevoeging van doelen voor het habitattype H2110, voor het habitatsubtype H2190C (door wijziging van het doel voor habitattype H2190), voor de habitattypen H3140 en H6430A (subtype A) en voor de soorten H1149 en H1166

100

Voornes Duin

Toevoeging van doelen voor de habitatsubtypen H2130B en H2190C (door wijziging van de doelen voor habitattype H2130 respectievelijk H2190) en voor de habitattypen H6430 (subtype B) en H7210

101

Duinen Goeree & Kwade Hoek

Toevoeging van doelen voor habitattype H1110 (subtype B), voor habitatsubtype H1140B (door wijziging van het doel voor habitattype H1140), voor de habitattypen H2170 en H2180 (subtype C) en voor de soorten H1364 en H1365

Verwijdering van de doelen voor het habitattype H1320 en het habitatsubtype H6430C (door wijziging van het doel voor habitattype H6430)

103

Nieuwkoopse Plassen & De Haeck

Toevoeging van doelen voor het habitatsubtype H6430B (door wijziging van het doel voor habitattype H6430) en voor de soort H1163

105

Zouweboezem

Toevoeging van een doel voor het habitattype H91E0 (subtypen A en C)

109

Haringvliet

Toevoeging van een doel voor de soort H1337

Verwijdering van het doel voor de soort H1134

111

Hollands Diep

Toevoeging van doelen voor de soorten H1134, H1145 en H1149

112

Biesbosch

Toevoeging van een doel voor de soort H4056

113

Voordelta

Toevoeging van doelen voor het habitattype H2120 en voor de soort H1351

115

Grevelingen

Toevoeging van doelen voor het habitatsubtype H2130A (door wijziging van het doel voor habitattype H2130) en voor de soorten H1364 en H1365

Verwijdering van het habitatsubtype H2130B (door wijziging van het doel voor habitattype H2130)

116

Kop van Schouwen

Toevoeging van een doel voor het habitattype H1330 (subtype A)

117

Manteling van Walcheren

Toevoeging van doelen voor de habitattypen H1330 (subtype B) en H2110, voor het habitatsubtype H2130C (door wijziging van het doel voor habitattype H2130) en voor het habitattype H2170

118

Oosterschelde

Toevoeging van doelen voor de habitattypen H2130 (subtype A), H2160 en H7210, en voor de soorten H1103, H1351 en H1364

122

Westerschelde & Saeftinghe

Toevoeging van doelen voor de habitattypen H1140 (subtype B) en H2130 (subtype A) en voor de soorten H1351 en H1364

123

Zwin & Kievittepolder

Toevoeging van doelen voor het habitatsubtype H1140B (door wijziging van het doel voor habitattype H1140) en voor de habitattypen H2180 (subtypen B en C) en H2190 (subtypen A, B en D)

128

Brabantse Wal

Toevoeging van doelen voor de habitattypen H7150 en H9120

130

Langstraat

Toevoeging van doelen voor de habitattypen H3130, H3150, H4010 (subtype A), H6430 (subtype A) en H7150

131

Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen

Toevoeging van een doel voor de habitattypen H4030 en H9120

132

Vlijmens ven, Moerputten & Bossche Broek

Toevoeging van doelen voor de habitattypen H3150 en H6230, en voor de soorten H1134 en H1166

133

Kampina & Oisterwijkse Vennen

Toevoeging van doelen voor de habitattypen H9120 en H91D0, en voor de soorten H1042 en H1163

134

Regte Heide & Riels Laag

Toevoeging van doelen voor de habitattypen H6410 en H7140 (subtype A)

Verwijdering van het doel voor habitattype H2310

135

Kempenland-West

Toevoeging van doelen voor de habitattypen H9120, H9160 (subtype A), H9190 en H91D0

136

Leenderbos, Groote Heide & De Plateaux

Toevoeging van een doel voor de soort H1149

137

Strabrechtse Heide & Beuven

Toevoeging van doelen voor de habitattypen H7150 en H91D0, en voor de soort H1149

138

Weerter- en Budelerbergen & Ringselven

Toevoeging van doelen voor de habitattypen H4010 (subtype A), H4030, H6410, H7150 en H9120 en voor de soorten H1134 en H1337

Verwijdering van het doel voor de soort H1166

139

Deurnsche Peel & Mariapeel

Toevoeging van doelen voor de soorten H1134 en H1149

141

Oeffelter Meent

Toevoeging van een doel voor de soort H1337

142

Sint Jansberg

Toevoeging van doelen voor de habitattypen H9160 (subtype A) en H91D0

144

Boschhuizerbergen

Toevoeging van een doel voor het habitattype H91D0

145

Maasduinen

Toevoeging van doelen voor de habitattypen H6430 (subtypen A en C), H9120, H9190 en H91F0, en voor de soorten H1042, H1149, H1163 en H1166

147

Leudal

Toevoeging van doelen voor de habitattypen H6410, H9120 en H9190, en voor de soorten H1134, H1149 en H1163

148

Swalmdal

Toevoeging van doelen voor de habitattypen H6430 (subtype A) en H9120, en voor de soort H1037

149

Meinweg

Toevoeging van een doel voor de habitattypen H3130 en H6410, en voor de soort H1037

150

Roerdal

Toevoeging van doelen voor het habitattype H9120, het habitatsubtype H91E0A (door wijziging van het doel voor habitattype H91E0) en voor de soort H1145

152

Grensmaas

Toevoeging van doelen voor de habitatsubtypen H6430C en H91E0C (door wijziging van de doelen voor habitattype H6430 respectievelijk H91E0)

153

Bunder- en Elslooërbos

Toevoeging van doelen voor de habitattypen H6510 (subtype A) en H9120, en voor de soort H1337

154

Geleenbeekdal

Toevoeging van een doel voor het habitattype H6430 (subtype A)

155

Brunssummerheide

Toevoeging van een doel voor het habitattype H9120

Verwijdering van het doel voor habitattype H2330

156

Bemelerberg & Schiepersberg

Toevoeging van een doel voor de soort H1078

Verwijdering van het doel voor habitattype H6510 (subtype A)

157

Geuldal

Toevoeging van doelen voor het habitattype H4030 en voor de soort H1337

158

Kunderberg

Toevoeging van doelen voor de habitattypen H6430 (subtype C) en H7220

159

Sint Pietersberg & Jekerdal

Toevoeging van een doel voor de soort H1337

Peildatum

Ten aanzien van de peildatum dient het volgende als toelichting voor alle wijzigingen. De instandhoudingsdoelstellingen zijn in de aanwijzingsbesluiten zelf niet gekwantificeerd (daarvoor moet een habitatkaart of beheerplan worden geraadpleegd). Voor het bepalen van wat in de instandhoudingsdoelstellingen onder 'behoud' dan wel 'uitbreiding' of 'verbetering' moet worden verstaan, is het dus belangrijk te weten wat de uitgangssituatie (of 'nulsituatie') is waarmee deze termen moeten worden vergeleken. Dat is eveneens van belang voor het handhaven van het verslechteringsverbod.

De situatie ten tijde van het publiceren van een aanwijzingsbesluit is bepalend voor wat onder 'behoud' moet worden verstaan en vanaf welk niveau 'uitbreiding' en 'verbetering' nagestreefd moet worden. De instandhoudingsdoelstellingen moeten in de onderscheiden gebieden dus zó begrepen worden, dat het behoudsniveau van de habitattypen en Habitatrichtlijnsoorten betrekking heeft op oppervlakte en kwaliteit, respectievelijk omvang en kwaliteit leefgebied en omvang populatie, zoals aanwezig op de datum van aanwijzen. Dit is tevens het niveau van waaraf 'uitbreiding' en 'verbetering' nagestreefd moet worden.

Ten aanzien van de met dit wijzigingsbesluit toegevoegde habitattypen en soorten is dat anders. Aangezien het gaat om een correctie op de oorspronkelijke aanwijzingsbesluiten (en niet om het toevoegen van waarden die zich pas ná die besluiten hebben gevestigd) geldt voor de toegevoegde waarden dezelfde peildatum als voor de reeds eerder beschermde waarden. Die peildatum is dus de datum die in de afzonderlijke artikelen van dit wijzigingsbesluit wordt genoemd.

Onderbouwing van de wijzigingen

De met dit wijzigingsbesluit aangebrachte wijzigingen in de aanwijzingsbesluiten zijn in principe gebaseerd op de volgende bronnen:

  • voor habitattypen: de habitattypenkaarten zoals opgesteld door de provincies, het Ministerie van Infrastructuur & Waterstaat en het Ministerie van Defensie. Voor de redenen om habitattypen op de kaarten op te nemen, dan wel (vanwege afwezigheid) niet op de kaarten op te nemen, wordt verwezen naar het voor deze habitattypenkaarten vervaardigde documentatiemateriaal. De habitattypenkaarten geven de situatie weer ten tijde van het publiceren van het aanwijzingsbesluit (en daarmee dus de situatie op de peildata voor dit wijzigingsbesluit).

  • voor soorten: het, ten behoeve van dit wijzigingsbesluit, in opdracht van het Ministerie van Economische Zaken opgestelde rapport 'Het voorkomen van Habitatrichtlijnsoorten in Habitatrichtlijngebieden. Advies ten aanzien van wijzigingen in de Natura 2000-aanwijzingsbesluiten' van G.I. Bos-Groenendijk, C.A.M. van Swaay, A.W. Gmelig Meyling, T. Termaat, J. van Deijk, B. Koese, J.T. Smit, R.C.M. Creemers, J. Kranenbarg, O. Bos, M. La Haye, V. Dijkstra, L. Sparrius & B. Odé (De Vlinderstichting, 2017).

Uitzonderingen hierop (en nadere toelichtingen14) betreffen de volgende gevallen:

  • Afwezigheid van H2190A in Waddenzee (001): dit type is op de habitattypenkaart opgenomen, maar zonder een overtuigende onderbouwing. Door Rijkswaterstaat is vastgesteld dat de betreffende wateren niet tot dit type behoren. Een toevoeging in dit wijzigingsbesluit is dus niet nodig.

  • Afwezigheid van H3120 in Noordzeekustzone (007): dit type is op de habitattypenkaart opgenomen, maar door middel van luchtfoto-analyse is vastgesteld dat de betreffende locatie reeds voor de aanmelding van het gebied onbegroeid was. Een toevoeging in dit wijzigingsbesluit is dus niet nodig.

  • Afwezigheid van H2130A in Noordzeekustzone (007): dit type is op de habitattypenkaart opgenomen, maar zonder een overtuigende onderbouwing. Door Rijkswaterstaat is vastgesteld dat de betreffende begroeiingen niet tot dit type behoren. Een toevoeging in dit wijzigingsbesluit is dus niet nodig.

  • Afwezigheid van H1330B in Duinen Vlieland (003): door een doorbraak van de dijk is het op de habitattypenkaart opgenomen, maar niet aangewezen, subtype binnendijks (H1330B) inmiddels het subtype buitendijks (H1330A) geworden. Omdat de subtypen als zodanig (Europeesrechtelijk gezien) geen afzonderlijk te beschermen eenheden zijn, maar alleen zijn onderscheiden om specifieke kwaliteiten te kunnen beschermen, doet zich de vraag voor of hier sprake is van verslechtering in de zin van artikel 6, lid 2, van de Habitatrichtlijn. Dat is in dit specifieke geval niet zo. De waarde voor de biodiversiteit is in de vorm van subtype A zelfs hoger dan in de vorm van subtype B. Het is dus niet noodzakelijk om de situatie ten tijde van aanwijzen te corrigeren in dit wijzigingsbesluit: het subtype is niet toegevoegd.

  • Aanwezigheid van H9190 in Van Oordt’s Mersken (015): op de habitattypenkaart is voor dit type een zoekgebied opgenomen; middels veldonderzoek door de provincie is komen vast te staan dat het type inderdaad aanwezig is.

  • Aanwezigheid van H6230 in Bakkeveense Duinen (017): uit de vegetatiekartering-Mandefjild (2015) blijkt dat dit type ten onrechte op de habitatkaart ontbreekt.

  • Aanwezigheid van H6430A in Rottige Meenthe & Brandemeer (018): uit de vegetatie- en plantensoortenkartering Rottige Meente 2013 blijkt dat dit type ten onrechte op de habitatkaart ontbreekt.

  • Afwezigheid van H91D0 in Lieftinghsbroek (021): de 0,12 ha die met een eerder wijzigingsbesluit was aangeduid als Zompzegge-Berkenbroek blijkt, volgens deskundigen van de provincie Groningen, Natuurmonumenten en Alterra, een vorm van elzenbroekbos te zijn (waarbinnen op circa 2 are berken voorkomen) en daarmee dus niet te kwalificeren voor H91D0. Het habitattype wordt dus verwijderd.

  • Aanwezigheid van H2320 in Witterveld (023): in Bijlage B.1 van het aanwijzingsbesluit werd vermeld dat kraaiheibegroeiingen alleen als kruidlaag van bossen voorkomen. Uit de habitatkaart (2013) blijkt dat dit een onjuiste veronderstelling is. Met dit wijzigingsbesluit is de tekst van het aanwijzingsbesluit weer conform de aanmelding als Habitatrichtlijngebied (2003) en het ontwerpbesluit (2007).

  • Aanwezigheid van H3110 in Dwingelderveld (030): bij de afronding van de habitattypenkaart is gebleken dat een deel van wat tot H3130 was gerekend, vanwege de afwijkende vegetatie tot H3110 behoort. (0)

  • Aanwezigheid van H91D0 in Dwingelderveld (030): bij de afronding van de habitattypenkaart is gebleken dat de vegetatie van dit habitattype op de habitattypenkaart ten onrechte niet was herkend als behorend tot H91D0. (0)

  • Afwezigheid van H6510A in Vecht- en Beneden-Reggegebied (039): dit type is op de habitattypenkaart opgenomen, maar middels veldonderzoek door de provincie is komen vast te staan dat de begroeiingen deels niet kwalificeren voor H6510A of (in één geval) door uitzaaiing buiten het natuurlijke verspreidingsgebied (introductie) zijn ontstaan. Een toevoeging in dit wijzigingsbesluit is dus niet nodig.

  • Aanwezigheid van H91F0 in Vecht- en Beneden-Reggegebied (039): op de habitattypenkaart is voor dit type een zoekgebied opgenomen; middels veldonderzoek door de provincie is komen vast te staan dat het type inderdaad aanwezig is.

  • Afwezigheid van H4030 in Boetelerveld (041): dit type is op de habitattypenkaart opgenomen, maar middels veldonderzoek door de provincie is komen vast te staan dat de begroeiingen niet kwalificeren voor H4030. Een toevoeging in dit wijzigingsbesluit is dus niet nodig.

  • Afwezigheid van H2330 in Sallandse Heuvelrug (042): dit type is op de habitattypenkaart opgenomen, maar het blijkt dat de (vegetatiekundig kwalificerende) begroeiingen niet voorkomen in een zandverstuivingslandschap en om die reden niet kwalificeren voor H2330. Een toevoeging in dit wijzigingsbesluit is dus niet nodig.

  • Afwezigheid van H6510A in Springendal & Dal van de Mosbeek (045): dit type is op de habitattypenkaart opgenomen, maar middels veldonderzoek door de provincie is komen vast te staan dat de begroeiingen niet kwalificeren voor H6510A. Een toevoeging in dit wijzigingsbesluit is dus niet nodig.

  • Afwezigheid van H3130 in Lemselermaten (048): dit type is op de habitattypenkaart opgenomen, maar middels veldonderzoek door de provincie is komen vast te staan dat de begroeiingen niet kwalificeren voor H3130. Een toevoeging in dit wijzigingsbesluit is dus niet nodig.

  • Afwezigheid van H3260A in Dinkelland (049): dit type is op de habitattypenkaart opgenomen, maar middels veldonderzoek (zoals aangekondigd in het ontwerpbesluit) is komen vast te staan dat het type afwezig is. Een toevoeging in dit wijzigingsbesluit is dus niet nodig. (0)

  • Afwezigheid van H6510A en H7140A in Buurserzand & Haaksbergerveen (053): deze typen zijn op de habitattypenkaart opgenomen, maar middels veldonderzoek door de provincie is komen vast te staan dat de begroeiingen niet kwalificeren voor deze typen. Toevoegingen in dit wijzigingsbesluit zijn dus niet nodig.

  • Afwezigheid van H6510A in Witte Veen (054): dit type is op de habitattypenkaart opgenomen, maar middels veldonderzoek door de provincie is komen vast te staan dat de begroeiingen niet kwalificeren voor H6510A. Een toevoeging in dit wijzigingsbesluit is dus niet nodig.

  • Aanwezigheid van H6430B in Zwarte Meer (074): de bij de habitatkaart vermelde vermoedelijke aanwezigheid is bevestigd door vegetatieopnamen.

  • Aanwezigheid van H6430A en H6430B in Naardermeer (094): de bij de habitatkaart vermelde mogelijke aanwezigheid van H6430A is bevestigd door veldwaarnemingen; daarbij bleek ook H6430B aanwezig te zijn.

  • Aanwezigheid van H6430A en H6430B in Veluwerandmeren (076): de bij de habitatkaart vermelde vermoedelijke aanwezigheid is bevestigd door vegetatieopnamen.

  • Afwezigheid van H2140B in Kennemerland-Zuid (088): dit type is op de habitattypenkaart opgenomen, maar middels veldonderzoek door de beheerder is komen vast te staan dat de begroeiing tot H2130A behoort. Een toevoeging in dit wijzigingsbesluit is dus niet nodig. (0)

  • Aanwezigheid van H3140 in Meijendel & Berkheide (097): de begroeiingen blijken niet alleen in vochtige duinvalleien voor te komen, maar ook in infiltratiekanalen en om die reden moeten ze afzonderlijk worden aangewezen als H3140.

  • Aanwezigheid van H1110B in Duinen Goeree & Kwade Hoek (101): op de habitatkaart is subtype A van H1110 opgenomen, maar gezien de ligging is duidelijk geworden dat het om subtype B gaat.

  • Aanwezigheid van H1140B in Duinen Goeree & Kwade Hoek (101): op de habitatkaart is alleen het reeds aangewezen subtype A van H1140 opgenomen, maar gezien de ligging is duidelijk geworden dat het grootste deel van H1140 uit subtype B bestaat.

  • Afwezigheid van H6510A in Oude Maas (108): dit type is op de habitattypenkaart opgenomen, maar zonder een overtuigende onderbouwing. Door Rijkswaterstaat is vastgesteld dat de betreffende begroeiingen niet tot dit type behoren. Een toevoeging in dit wijzigingsbesluit is dus niet nodig.

  • Afwezigheid van H2130A in Haringvliet (109): dit type is op de habitattypenkaart opgenomen, maar het blijkt dat de (vegetatiekundig kwalificerende) begroeiingen alleen voorkomen op een aangelegd zandlichaam en om die reden niet kwalificeren voor H2130A. Een toevoeging in dit wijzigingsbesluit is dus niet nodig.

  • Afwezigheid van H2170 in Haringvliet (109): dit type is op de habitattypenkaart opgenomen, maar zonder een overtuigende onderbouwing. Door Rijkswaterstaat is vastgesteld dat de betreffende begroeiingen niet tot dit type behoren. Een toevoeging in dit wijzigingsbesluit is dus niet nodig.

  • Afwezigheid van H91E0C in Biesbosch (112): dit subtype is op de habitattypenkaart opgenomen, maar de begroeiingen kwalificeren voor het reeds aangewezen subtype H91E0A, omdat het (in afwijking van wat de vegetatiecode suggereerde) om wilgenbos blijkt te gaan. Een toevoeging in dit wijzigingsbesluit is dus niet nodig.

  • Afwezigheid van H2170 en H6430B in Voordelta (113): deze typen zijn op de habitattypenkaart opgenomen, maar zonder een overtuigende onderbouwing. Door Rijkswaterstaat is vastgesteld dat de betreffende begroeiingen niet tot deze typen behoren. Toevoegingen in dit wijzigingsbesluit zijn dus niet nodig.

  • Afwezigheid van H2130C in Grevelingen (115): dit type is (naast subtype A) op de habitattypenkaart opgenomen, maar uit de vegetatiekundige onderbouwing blijkt dat alle grijze duinen (H2130) tot subtype A behoren. Een toevoeging van subtype C in dit wijzigingsbesluit is dus niet nodig.

  • Aanwezigheid van H1310B in Oosterschelde (118): dit type is op de habitattypenkaart opgenomen, maar het blijkt dat hiermee H1310A werd bedoeld. Een toevoeging in dit wijzigingsbesluit is dus niet nodig. (0)

  • Afwezigheid van H2120 in Oosterschelde (118): dit type is op de habitattypenkaart opgenomen, maar het blijkt dat de (vegetatiekundig kwalificerende) begroeiingen alleen voorkomen op aangelegde locaties en om die reden niet kwalificeren voor H2120. Een toevoeging in dit wijzigingsbesluit is dus niet nodig.

  • Afwezigheid van H2170 en H2190B in Oosterschelde (118): deze typen zijn op de habitattypenkaart opgenomen, maar zonder een overtuigende onderbouwing. Door Rijkswaterstaat is vastgesteld dat de betreffende begroeiingen niet tot deze typen behoren, dan wel (in één geval bij H2190B) op een aangelegde locatie voorkomen. Toevoegingen in dit wijzigingsbesluit zijn dus niet nodig.

  • Afwezigheid van H1140A in Westerschelde & Saeftinghe (122): dit type is door een vertaalfout op de habitattypenkaart opgenomen; de locaties blijken alle tot andere habitattypen behoren, vooral H1130. Een toevoeging in dit wijzigingsbesluit is dus niet nodig.

  • Aanwezigheid van H2130A in Westerschelde & Saeftinghe (122): uit veldonderzoek n.a.v. een vegetatieopname blijkt dat dit type ten onrechte op de habitatkaart ontbreekt.

  • Aanwezigheid van H9120 in Weerter- en Budelerbergen & Ringselven (138): op de habitattypenkaart is voor dit type een zoekgebied opgenomen; middels veldonderzoek door de provincie is komen vast te staan dat het type inderdaad aanwezig is.

  • Afwezigheid van H91E0C in Weerter- en Budelerbergen & Ringselven (138): dit type is op de habitattypenkaart opgenomen, maar het blijkt dat de (vegetatiekundig kwalificerende) begroeiingen alleen voorkomen op veenbodems buiten een beekdal en om die reden niet kwalificeren voor H91E0C. Een toevoeging in dit wijzigingsbesluit is dus niet nodig.

  • Afwezigheid van H91D0 in Groote Peel (140): dit type is op de habitattypenkaart opgenomen, maar de begroeiingen blijken niet te kwalificeren voor H91D0. Een toevoeging in dit wijzigingsbesluit is dus niet nodig.

  • Aanwezigheid van H9160A in Sint Jansberg (142): bij de afronding van de habitattypenkaart is gebleken dat een deel van wat tot H9120 was gerekend, vanwege de afwijkende vegetatie tot H9160A blijkt te behoren. (0)

  • Afwezigheid van H3260B, H6230, H6510A en H91E0A in Maasduinen (145): deze typen zijn op de habitattypenkaart opgenomen, maar de begroeiingen blijken niet te kwalificeren voor deze typen. Toevoegingen in dit wijzigingsbesluit zijn dus niet nodig.

  • Aanwezigheid van H6430A, H6430C en H91F0 in Maasduinen (145): uit veldonderzoek door de provincie blijkt dat deze typen ten onrechte op de habitatkaart ontbreken.

  • Afwezigheid van H91D0 in Sarsven en De Banen (146): dit type is op de habitattypenkaart opgenomen, maar de begroeiingen blijken niet te kwalificeren voor H91D0. Een toevoeging in dit wijzigingsbesluit is dus niet nodig.

  • Afwezigheid van H91E0C in Sarsven en De Banen (146): dit type is op de habitattypenkaart opgenomen, maar het blijkt dat de (vegetatiekundig kwalificerende) begroeiingen alleen voorkomen op locaties die niet onder invloed van een beek staan en om die reden niet kwalificeren voor H91E0C. Een toevoeging in dit wijzigingsbesluit is dus niet nodig.

  • Afwezigheid van H4030 en H91E0A in Swalmdal (148): deze typen zijn op de habitattypenkaart opgenomen, maar de begroeiingen blijken niet te kwalificeren voor deze typen. Toevoegingen in dit wijzigingsbesluit zijn dus niet nodig.

  • Aanwezigheid van H3130 in Meinweg (149): bij de verbetering van de habitattypenkaart is gebleken dat een deel van wat tot H3160 was gerekend, vanwege de afwijkende vegetatie tot H3130 blijkt te behoren. (0)

  • Aanwezigheid van H6410 in Meinweg (149): bij de verbetering van de habitattypenkaart is gebleken dat de vegetatie van dit habitattype op de habitattypenkaart ten onrechte niet was herkend als behorend tot H6410. (0)

  • Afwezigheid van H91F0 in Bunder- en Elslooërbos (153): dit type is op de habitattypenkaart opgenomen, maar de begroeiingen blijken te behoren tot een naastgelegen, reeds aangewezen habitattype. Toevoeging in dit wijzigingsbesluit is dus niet nodig.

  • Afwezigheid van H2330 in Brunssummerheide (155): dit type is op de habitattypenkaart opgenomen, maar het blijkt dat de (vegetatiekundig kwalificerende) begroeiingen alleen voorkomen op locaties op dekzand dat is gestort op het van nature aanwezige Miocene zeezand. Een toevoeging in dit wijzigingsbesluit is dus niet nodig. Het habitattype wordt dus verwijderd.

  • Afwezigheid van H6410 in Brunssummerheide (155): dit type is op de habitattypenkaart opgenomen, maar de begroeiingen blijken te behoren tot een reeds aangewezen habitattype. Toevoeging in dit wijzigingsbesluit is dus niet nodig.

  • Aanwezigheid van H9120 in Brunssummerheide (155): op de habitattypenkaart is voor dit type een zoekgebied opgenomen; middels veldonderzoek door de provincie is komen vast te staan dat het type inderdaad aanwezig is.

  • Aanwezigheid van H4030 in Geuldal (157): uit veldonderzoek door de provincie blijkt dat dit type ten onrechte op de habitatkaart ontbreekt.

Wijzigingen in de nota van toelichting behorende bij de aanwijzing van Waddenzee (001) als Natura 2000-gebied (besluit van 30 januari 2009, DRZO/2008-001; gewijzigd op 25 november 2013, PDN/2013-001, en op 30 maart 2017, N&B/2017-001)

In de 1e subparagraaf van paragraaf 4.2 (Natura 2000-waarden waarvoor het gebied is aangewezen) wordt de volgende wijziging aangebracht:

  • De volgende tekst wordt ingevoegd tussen H2160 en H2190:

    H2170

    Duinen met Salix repens ssp. argentea (Salicion arenariae)

     

    Verkorte naam Kruipwilgstruwelen

In de 2e subparagraaf van paragraaf 4.2 (Natura 2000-waarden waarvoor het gebied is aangewezen) worden de volgende wijzigingen aangebracht:

  • De volgende tekst wordt ingevoegd tussen H1103 en H1364:

    H1340

    *Noordse woelmuis (Microtus oeconomus arenicola)

    H1351

    Bruinvis (Phocoena phocoena)

  • De volgende tekst wordt ingevoegd na H1365:

    H1903

    Groenknolorchis (Liparis loeselii)

In paragraaf 5.3 van hoofdstuk 5 (Instandhoudingsdoelstellingen) worden de volgende wijzigingen aangebracht:

  • De volgende tekst wordt ingevoegd tussen de instandhoudingsdoelstellingen voor H2160 en H2190:

    H2170

    Kruipwilgstruwelen

    Doel

    Behoud oppervlakte en kwaliteit.

    Toelichting

    Het habitattype komt op meerdere plaatsen voor in het gebied, met name in de kwelgevoede overgang van duinen naar kwelders.

In paragraaf 5.4 van hoofdstuk 5 (Instandhoudingsdoelstellingen) worden de volgende wijzigingen aangebracht:

  • De volgende tekst wordt ingevoegd tussen de instandhoudingsdoelstellingen voor H1103 en H1364:

    H1340

    *Noordse woelmuis

    Doel

    Behoud omvang en kwaliteit leefgebied voor behoud populatie.

    Toelichting

    De noordse woelmuis komt binnen het gebied alleen voor op het eiland Texel (op De Schorren en langs de Mokbaai), waarbij de deelpopulatie in het gebied Waddenzee samen met die in het gebied Duinen en Lage Land Texel één samenhangende populatie vormt. Uitbreiding van leefgebied en populatie is in de genoemde deelgebieden niet mogelijk; de kwaliteit is reeds voldoende.

    H1351

    Bruinvis

    Doel

    Behoud omvang en kwaliteit leefgebied voor behoud populatie.

    Toelichting

    De bruinvis wordt in de gehele Waddenzee regelmatig waargenomen. De populatie maakt deel uit van die in de gehele Noordzee. Het behoud van de omvang van het leefgebied en de populatie in de Waddenzee maakt dan ook deel uit van een generieke bescherming op internationaal niveau. Er is in dit gebied gekozen voor behoud van de kwaliteit van het leefgebied omdat de kwaliteit daarvan al voldoende is.

  • De volgende tekst wordt ingevoegd na de instandhoudingsdoelstelling voor H1365:

    H1903

    Groenknolorchis

    Doel

    Behoud omvang en kwaliteit leefgebied voor behoud populatie.

    Toelichting

    De groenknolorchis komt alleen aan de randen van de Waddenzee voor. Meestal betreft het populaties waarvan het grootste deel in vijf aangrenzende Natura 2000-gebieden voorkomt. Gezien de vrij beperkte omvang, maar goede kwaliteit van de leefgebieden is behoud in dit gebied voldoende.

In bijlage B.1 worden de volgende wijzigingen aangebracht:

  • Tussen de derde en de vierde alinea wordt de volgende tekst ingevoegd:

    • In aanvulling op de aanmelding als Habitatrichtlijngebied (2003) en het ontwerpbesluit (2007) is het gebied ook aangewezen voor het habitattype kruipwilgstruwelen (H2170), omdat uit onderzoek blijkt dat dit type in het gebied voorkomt.

  • Een zevende, achtste en negende alinea worden toegevoegd:

    • In aanvulling op de aanmelding als Habitatrichtlijngebied (2003) en het ontwerpbesluit (2007) is het gebied ook aangewezen voor de habitatsoort noordse woelmuis (H1340), omdat uit onderzoek blijkt dat een populatie van deze soort met voldoende omvang in het gebied voorkomt.

    • In aanvulling op de aanmelding als Habitatrichtlijngebied (2003) en het ontwerpbesluit (2007) is het gebied ook aangewezen voor de habitatsoort bruinvis (H1351), omdat uit onderzoek blijkt dat een populatie van deze soort met voldoende omvang in het gebied voorkomt.

    • In aanvulling op de aanmelding als Habitatrichtlijngebied (2003) en het ontwerpbesluit (2007) is het gebied ook aangewezen voor de habitatsoort groenknolorchis (H1903), omdat uit onderzoek blijkt dat een populatie van deze soort met voldoende omvang in het gebied voorkomt.

In bijlage B.4.1 wordt de volgende wijziging aangebracht:

  • De volgende alinea wordt ingevoegd tussen de alinea's met betrekking tot de doelstellingen voor H2160 en H2190B:

    H2170 – Kruipwilgstruwelen

    Landelijke doelstelling: behoud oppervlakte en behoud kwaliteit 1

    N2k-nr

    Natura 2000-gebied

    Doel oppervlakte

    Doel kwaliteit

    Relatieve bijdrage

    Besluit

    001

    Waddenzee

    behoud

    behoud

    C

    conform ontwerp-wijzigingsbesluit

    002

    Duinen en Lage Land Texel

    behoud

    behoud

    B2

    aanwijzingsbesluit

    003

    Duinen Vlieland

    behoud

    behoud

    C

    aanwijzingsbesluit

    004

    Duinen Terschelling

    behoud 2

    behoud

    A1

    aanwijzingsbesluit

    005

    Duinen Ameland

    behoud2

    behoud

    B2

    aanwijzingsbesluit

    006

    Duinen Schiermonnikoog

    behoud2

    behoud

    B1

    aanwijzingsbesluit

    084

    Duinen Den Helder – Callantsoog

    uitbreiding

    verbetering

    C

    aanwijzingsbesluit

    085

    Zwanenwater & Pettemerduinen

    behoud

    behoud

    C

    aanwijzingsbesluit

    086

    Schoorlse Duinen

    behoud

    behoud

    C

    aanwijzingsbesluit

    087

    Noordhollands Duinreservaat

    behoud2

    behoud

    B1

    aanwijzingsbesluit

    088

    Kennemerland-Zuid

    behoud2

    behoud

    C

    aanwijzingsbesluit

    100

    Voornes Duin

    behoud2

    behoud

    C

    aanwijzingsbesluit

    101

    Duinen Goeree & Kwade Hoek

    behoud

    behoud

    C

    wijzigingsbesluit

    114

    Krammer-Volkerak

    behoud

    behoud

    C

    ontwerpbesluit

    115

    Grevelingen

    behoud

    behoud

    A1

    aanwijzingsbesluit

    116

    Kop van Schouwen

    behoud2

    behoud

    B1

    aanwijzingsbesluit

    117

    Manteling van Walcheren

    behoud

    behoud

    C

    wijzigingsbesluit

    X Noot
    1

    Lokaal uitbreiding oppervlakte van goed ontwikkelde vormen en lokaal verbetering kwaliteit.

    X Noot
    2

    De oppervlakte mag afnemen ten gunste van het habitattype vochtige duinvalleien (H2190). Nadere toelichting over de “ten gunste formulering” wordt gegeven in het Natura 2000 doelendocument (2006), p. 35/37.

    Vrijwel alle duingebieden langs de Nederlandse kust zijn Habitatrichtlijngebied. Dit betekent dat het overgrote deel van dit habitattype zich bevindt binnen het landelijke Natura 2000-netwerk (>95% van de landelijke oppervlakte). De landelijke staat van instandhouding van het habitattype kruipwilgstruwelen is beoordeeld als “gunstig”. De landelijke doelstelling sluit hierop aan. De gebiedsdoelen zijn in overeenstemming met de landelijke doelstelling. De lokale uitbreiding- en verbeteringdoelstelling ligt in het gebied Duinen Den Helder – Callantsoog (084). Het habitattype komt hier in geringe mate voor in matige tot goede kwaliteit en het gebied heeft goede potentie voor herstel.

In bijlage B.4.2 worden de volgende wijzigingen aangebracht:

  • De volgende alinea's worden ingevoegd tussen de alinea's met betrekking tot de doelstellingen voor H1103 en H1364:

    H1340 – *Noordse woelmuis

    Landelijke doelstelling: uitbreiding omvang en verbetering kwaliteit leefgebied ten behoeve van uitbreiding populatie

    N2k-nr

    Natura 2000-gebied

    Doel

    omvang

    Doel kwaliteit

    Doel populatie

    Relatieve bijdrage

    Besluit

    001

    Waddenzee

    behoud

    behoud

    behoud

    C

    conform ontwerp-wijzigingsbesluit x

    002

    Duinen en Lage Land Texel

    behoud

    verbetering

    behoud

    B2

    aanwijzingsbesluit

    009

    Groote Wielen

    uitbreiding

    verbetering

    behoud

    C

    aanwijzingsbesluit

    010

    Oudegaasterbrekken, Fluessen en omgeving

    uitbreiding

    verbetering

    uitbreiding

    C

    aanwijzingsbesluit

    013

    Alde Feanen

    uitbreiding

    verbetering

    uitbreiding

    C

    aanwijzingsbesluit

    072

    IJsselmeer

    uitbreiding

    behoud

    uitbreiding

    C

    aanwijzingsbesluit

    089

    Eilandspolder

    behoud

    behoud

    behoud

    C

    aanwijzingsbesluit

    090

    Wormer- en Jisperveld & Kalverpolder

    behoud

    behoud

    behoud

    C

    aanwijzingsbesluit

    091

    Polder Westzaan

    behoud

    behoud

    behoud

    B1

    aanwijzingsbesluit

    092

    Ilperveld, Varkensland, Oostzanerveld & Twiske

    behoud

    behoud

    behoud

    B1

    aanwijzingsbesluit

    095

    Oostelijke Vechtplassen

    uitbreiding

    verbetering

    uitbreiding

    B1

    aanwijzingsbesluit

    100

    Voornes Duin

    uitbreiding

    verbetering

    uitbreiding

    C

    aanwijzingsbesluit

    101

    Duinen Goeree & Kwade Hoek

    behoud

    verbetering

    uitbreiding

    C

    aanwijzingsbesluit

    103

    Nieuwkoopse Plassen & De Haeck

    behoud

    behoud

    behoud

    C

    aanwijzingsbesluit

    108

    Oude Maas

    uitbreiding

    verbetering

    uitbreiding

    C

    aanwijzingsbesluit

    109

    Haringvliet

    uitbreiding

    verbetering

    uitbreiding

    B1

    aanwijzingsbesluit

    111

    Hollands Diep

    uitbreiding

    verbetering

    uitbreiding

    C

    aanwijzingsbesluit

    112

    Biesbosch

    uitbreiding

    verbetering

    uitbreiding

    B2

    aanwijzingsbesluit

    114

    Krammer-Volkerak

    behoud

    behoud

    behoud

    B1

    ontwerpbesluit

    115

    Grevelingen

    uitbreiding

    verbetering

    uitbreiding

    B2

    aanwijzingsbesluit

    116

    Kop van Schouwen

    behoud

    verbetering

    behoud

    C

    aanwijzingsbesluit

    118

    Oosterschelde

    uitbreiding

    behoud

    uitbreiding

    B1

    aanwijzingsbesluit

    De landelijke staat van instandhouding van de noordse woelmuis is op het aspect leefgebied beoordeeld als “zeer ongunstig”. De landelijke doelstelling sluit hierop aan. Landelijke uitbreiding van de populatie wordt vooral beoogd in de Friese gebieden omdat het leefgebied vooral daar sterk versnipperd is geraakt. De doelstellingen uitbreiding omvang en verbetering kwaliteit leefgebied en uitbreiding populatie zijn verder neergelegd in gebieden die daarvoor mogelijkheden bieden (bijvoorbeeld in het kader van natuurontwikkeling) of waar duidelijke aanwijzing is dat de soort recent is achteruitgegaan. In Duinen en Lage Land Texel (002) staat het doel voor omvang van het leefgebied op “behoud” omdat de soort al over het gehele eiland voorkomt. Verbetering van de kwaliteit van het leefgebied is vooral nodig om de populatie weerstand te kunnen laten bieden tegen concurrentie met andere diersoorten. In de aangrenzende Waddenzee (001) is ook de kwaliteit van het leefgebied al goed. In IJsselmeer (072) en Oosterschelde (118) is op het aspect kwaliteit van de landelijke opgave afgeweken. In de Oosterschelde is de kwaliteit al op orde; derhalve is behoud voldoende. In het IJsselmeer is afgeweken omdat hier de mogelijkheden voor verbetering van de kwaliteit beperkt zijn. In Krammer-Volkerak (114) is afgeweken omdat verwacht wordt dat de oppervlakte geschikt leefgebied (eilanden) nagenoeg gelijk zal blijven.

  • De volgende alinea wordt ingevoegd na de alinea met betrekking tot de doelstellingen voor H1365:

    H1351 – Bruinvis

    Landelijke doelstelling: behoud omvang en verbetering kwaliteit leefgebied ten behoeve van behoud populatie

    N2k-nr

    Natura 2000-gebied

    Doel omvang

    Doel kwaliteit

    Doel populatie

    Relatieve bijdrage

    Besluit

    001

    Waddenzee

    behoud

    behoud

    behoud

    C

    conform ontwerp-wijzigingsbesluit

    007

    Noordzeekustzone

    behoud

    verbetering

    behoud

    B1

    wijzigingsbesluit1

    113

    Voordelta

    behoud

    verbetering

    behoud

    C

    wijzigingsbesluit

    118

    Oosterschelde

    behoud

    behoud

    behoud

    C

    wijzigingsbesluit

    122

    Westerschelde & Saeftinghe

    behoud

    behoud

    behoud

    C

    wijzigingsbesluit

    163

    Vlakte van de Raan

    behoud

    verbetering

    behoud

    C

    wijzigingsbesluit2

    164

    Doggersbank

    behoud

    behoud

    behoud

    B1

    aanwijzingsbesluit

    165

    Klaverbank

    behoud

    behoud

    behoud

    B1

    aanwijzingsbesluit

    X Noot
    1

    Wijzigingsbesluit Noordzeekustzone, Staatscourant 4 oktober 2012, nr.20040.

    X Noot
    2

    Wijzigingsbesluit Vlakte van de Raan, Staatscourant 20 maart 2013, nr.7442.

    De landelijke staat van instandhouding van de bruinvis is beoordeeld als “matig ongunstig”15. De landelijke doelstelling sluit wat het aspect leefgebied betreft daarop aan: “behoud omvang en verbetering kwaliteit leefgebied ten behoeve van behoud populatie” (zie de toelichting in de tweede alinea). Het aspect populatie wordt, ondanks een geschat aantal bruinvissen dat hoger is dan de referentiewaarde, gewaardeerd met een matig ongunstige staat van instandhouding omdat de populatie een onevenwichtige leeftijdsopbouw lijkt te hebben16. De oorzaken van de landelijk matig ongunstige staat van instandhouding kunnen op basis van de beschikbare informatie niet worden gekoppeld aan de afzonderlijke gebieden omdat de populatie in de Nederlandse Noordzee deel uitmaakt van een veel grotere populatie van de zuidelijke Noordzee.

    Op basis van beschikbare informatie met betrekking tot de specifieke ecologische functie voor de bruinvis kan geen onderscheid gemaakt worden ten aanzien van het belang van de afzonderlijke gebieden enerzijds en de rest van de Noordzee anderzijds. Bescherming van de sterk mobiele soort in een specifiek gebied is daarom niet geëigend, maar moet aansluiten bij de relevante ecologische schaal van het voorkomen van de populatie bruinvissen (het zuidelijke deel van de Noordzee). Hiervoor is een generieke, Noordzee-brede aanpak nodig. Het Bruinvisbeschermingsplan17 gaat daarom uit van het beginsel dat generieke bescherming meer geëigend is dan bescherming in een specifiek gebied.

    De doelstelling voor de gebieden Noordzeekustzone (007), Voordelta (113) en Vlakte van de Raan (163) sluiten aan bij de landelijke doelstelling. Voor de gebieden Doggersbank (164) en Klaverbank (165) is behoud tot doel gesteld om verdere achteruitgang te voorkomen. In de gebieden Waddenzee (001), Oosterschelde (118) en Westerschelde & Saeftinghe (122) is gekozen voor een behoudsdoelstelling voor de kwaliteit van het leefgebied omdat de kwaliteit daarvan reeds voldoende goed is. De oorzaken van de matig ongunstige staat van instandhouding (zoals genoemd in het profiel voor deze soort) zijn niet van toepassing in deze gebieden.

    Met deze benadering, waarbij een generieke, Noordzee-brede aanpak voor de bescherming van de bruinvis (ook buiten Natura 2000-gebieden) is aangevuld met een verbeterdoel in een deel van de gebieden, wordt een landelijk gunstige staat van instandhouding van het leefgebied nagestreefd op een haalbare en betaalbare manier.

    H1903 – Groenknolorchis

    Landelijke doelstelling: uitbreiding omvang en verbetering kwaliteit biotoop ten behoeve van uitbreiding populatie

    N2k-nr

    Natura 2000-gebied

    Doel omvang

    Doel kwaliteit

    Doel populatie

    Relatieve bijdrage

    Besluit

    001

    Waddenzee

    behoud

    behoud

    behoud

    C

    conform ontwerp-wijzigingsbesluit

    002

    Duinen en Lage Land Texel

    behoud

    behoud

    behoud

    A1

    aanwijzingsbesluit

    003

    Duinen Vlieland

    behoud

    behoud

    behoud

    C

    aanwijzingsbesluit

    004

    Duinen Terschelling

    behoud

    behoud

    behoud

    A1

    aanwijzingsbesluit

    005

    Duinen Ameland

    uitbreiding

    verbetering

    uitbreiding

    C

    aanwijzingsbesluit

    006

    Duinen Schiermonnikoog

    behoud

    behoud

    behoud

    C

    aanwijzingsbesluit

    007

    Noordzeekustzone

    behoud

    behoud

    behoud

    C

    wijzigingsbesluit

    018

    Rottige Meenthe & Brandemeer

    uitbreiding

    verbetering

    uitbreiding

    C

    aanwijzingsbesluit

    034

    Weerribben

    behoud

    behoud

    behoud

    A1

    aanwijzingsbesluit

    035

    De Wieden

    behoud

    behoud

    behoud

    B2

    aanwijzingsbesluit

    072

    IJsselmeer

    behoud

    behoud

    behoud

    C

    aanwijzingsbesluit

    085

    Zwanenwater & Pettemerduinen

    behoud

    behoud

    behoud

    C

    wijzigingsbesluit

    088

    Kennemerland-Zuid

    uitbreiding

    verbetering

    uitbreiding

    C

    aanwijzingsbesluit

    094

    Naardermeer

    behoud

    behoud

    behoud

    C

    aanwijzingsbesluit

    095

    Oostelijke Vechtplassen

    behoud

    behoud

    behoud

    C

    aanwijzingsbesluit

    100

    Voornes Duin

    uitbreiding

    behoud

    uitbreiding

    C

    aanwijzingsbesluit

    103

    Nieuwkoopse Plassen & De Haeck

    behoud

    behoud

    behoud

    C

    aanwijzingsbesluit

    115

    Grevelingen

    behoud

    behoud

    behoud

    B2

    aanwijzingsbesluit

    116

    Kop van Schouwen

    uitbreiding

    verbetering

    uitbreiding

    C

    aanwijzingsbesluit

    122

    Westerschelde & Saeftinghe

    behoud

    behoud

    behoud

    C

    aanwijzingsbesluit

    De landelijke staat van instandhouding van de habitatsoort groenknolorchis is op de aspecten populatie en leefgebied beoordeeld als “matig ongunstig”18. De landelijke opgave sluit hierop aan. De kansen voor uitbreiding van populaties zijn in de meeste gebieden echter beperkt; er is daarom veelal voor een behoudopgave gekozen. In de gebieden Duinen en Lage Land Texel (002), Duinen Vlieland (003), Duinen Terschelling (004), Duinen Schiermonnikoog (006) en Weerribben (034) is voor een behoudopgave gekozen, omdat de biotoop hier in voldoende mate en kwaliteit voorkomt. De behoudopgave in Waddenzee (001) en Noordzeekustzone (007) sluit hierop aan, omdat het dezelfde populaties betreft als die op de genoemde eilanden. In de Deltagebieden (Grevelingen (115) en Westerschelde & Saeftinghe (122)), hangen de ontwikkelingen van de populatie samen met de fluctuerende waterstanden en natuurlijke successie. In het IJsselmeer (072) worden de mogelijkheden voor herstel of uitbreiding zeer laag ingeschat. In de gebieden Zwanenwater & Pettemerduinen (085), Naardermeer (094), Oostelijke Vechtplassen (095) en Nieuwkoopse Plassen & De Haeck (103) gaat het om kleine populaties, waarvoor momenteel geen tot weinig uitbreidingsmogelijkheden worden gezien.

In paragraaf 4.2 van bijlage C wordt de volgende wijziging aangebracht:

  • Het antwoord op de achttiende zienswijze (betreffende de noordse woelmuis) wordt vervangen door de volgende tekst:

    De zienswijze heeft aanvankelijk niet geleid tot aanpassing van het besluit, omdat de kwelders van Texel slechts een marginale betekenis zouden hebben als leefgebied (vanwege de noodzaak tot herkolonisatie na springtij). Uit nader onderzoek (met verduidelijkte criteria ten aanzien van bestendig gebruik en minimale populatieomvang) is echter gebleken dat er wel degelijk een bestendige populatie van deze soort met voldoende omvang in het gebied voorkomt, wat heeft geleid tot het formuleren van een instandhoudingsdoelstelling in een wijzigingsbesluit.

Wijzigingen in de nota van toelichting behorende bij de aanwijzing van Duinen en Lage Land Texel (002) als Natura 2000-gebied (besluit van 13 februari 2009, DRZO/2008-002; gewijzigd op 30 september 2011, PDN/2011-002)

In de 1e subparagraaf van paragraaf 4.2 (Natura 2000-waarden waarvoor het gebied is aangewezen) worden de volgende wijzigingen aangebracht:

  • De volgende tekst wordt ingevoegd tussen H1310 en H1330:

    H1320

    Schorren met slijkgrasvegetatie (Spartinion maritimae)

     

    Verkorte naam Slijkgrasvelden

  • De volgende tekst wordt ingevoegd tussen H2190 en H7210:

    H6230

    *Soortenrijke heischrale graslanden op arme bodems van berggebieden (en van submontane gebieden in het binnenland van Europa)

     

    Verkorte naam Heischrale graslanden

    H6430

    Voedselrijke zoomvormende ruigten van het laagland, en van de montane en alpiene zones

     

    Verkorte naam Ruigten en zomen

    betreft de subtypen:

    H6430A

    Ruigten en zomen (moerasspirea)

    H6430B

    Ruigten en zomen (harig wilgenroosje)

    H6430C

    Ruigten en zomen (droge bosranden)

In de 2e subparagraaf van paragraaf 4.2 (Natura 2000-waarden waarvoor het gebied is aangewezen) wordt de volgende wijziging aangebracht:

  • De volgende tekst wordt ingevoegd tussen H1340 en H1903:

    H1364

    Grijze zeehond (Halichoerus grypus)

In paragraaf 5.3 van hoofdstuk 5 (Instandhoudingsdoelstellingen) worden de volgende wijzigingen aangebracht:

  • De volgende tekst wordt ingevoegd tussen de instandhoudingsdoelstellingen voor H1310 en H1330:

    H1320

    Slijkgrasvelden

    Doel

    Behoud oppervlakte en kwaliteit.

    Toelichting

    Het habitattype komt met een kleine oppervlakte en een matige kwaliteit voor in De Slufter en langs de Mokbaai.

  • De volgende tekst wordt ingevoegd tussen de instandhoudingsdoelstellingen voor H2190 en H7210:

    H6230

    *Heischrale graslanden

    Doel

    Behoud oppervlakte en kwaliteit.

    Toelichting

    Het habitattype komt verspreid in de duinen voor, met een kleine oppervlakte en een goede kwaliteit. De potenties voor uitbreiding zijn gering.

    H6430

    Ruigten en zomen

    Doel

    Behoud oppervlakte en kwaliteit ruigten en zomen, moerasspirea (subtype A), ruigten en zomen, harig wilgenroosje (subtype B) en ruigten en zomen (droge bosranden).

    Toelichting

    Subtype A komt met een kleine oppervlakte voor in de Buiten Muy en subtype B komt met een vrij beperkte oppervlakte voor in deelgebied Dijkmanshuizen. Beide hebben een matige kwaliteit en weinig potentie voor verbetering. Subtype C komt echter in een bijzondere vorm (als droge ruigte met gifsla) over een vrij grote oppervlakte voor in het zuiden van het gebied; uitbreiding en verbetering is voor dit subtype niet nodig.

In paragraaf 5.4 van hoofdstuk 5 (Instandhoudingsdoelstellingen) wordt de volgende wijziging aangebracht:

  • De volgende tekst wordt ingevoegd tussen de instandhoudingsdoelstellingen voor H1340 en H1903:

    H1364

    Grijze zeehond

    Doel

    Behoud omvang en kwaliteit leefgebied voor behoud populatie.

    Toelichting

    De betrekkelijk klein aantallen grijze zeehonden, die langs de westrand van dit gebied worden waargenomen, zijn onderdeel van de grote Noordzeepopulatie. Moeders met jongen gebruiken de duinen van Texel als hoogwatervluchtplaats in de late winter en het vroege voorjaar.

In bijlage B.1 worden de volgende wijzigingen aangebracht:

  • Tussen de eerste en de tweede alinea wordt de volgende tekst ingevoegd:

    • In aanvulling op de aanmelding als Habitatrichtlijngebied (2003) en het ontwerpbesluit (2007) is het gebied ook aangewezen voor het habitattype slijkgrasvelden (H1320), omdat uit onderzoek blijkt dat dit type in het gebied voorkomt.

  • De vierde alinea wordt vervangen door de volgende tekst:

    • In aanvulling op de aanmelding als Habitatrichtlijngebied (2003), maar conform het ontwerpbesluit (2007) is het gebied ook aangewezen voor het habitattype heischrale graslanden (H6230), omdat uit onderzoek blijkt dat dit type in het gebied voorkomt.

  • Tussen de vijfde en de zesde alinea wordt de volgende tekst ingevoegd:

    • In aanvulling op de aanmelding als Habitatrichtlijngebied (2003) en het ontwerpbesluit (2007) is het gebied ook aangewezen voor het habitattype ruigten en zomen (H6430), moerasspirea (subtype A), harig wilgenroosje (subtype B) en droge bosranden (subtype C), omdat uit onderzoek blijkt dat dit type in het gebied voorkomt.

  • Een negende alinea wordt toegevoegd:

    • In aanvulling op de aanmelding als Habitatrichtlijngebied (2003) en het ontwerpbesluit (2007) is het gebied ook aangewezen voor de habitatsoort grijze zeehond (H1364), omdat uit onderzoek blijkt dat een populatie van deze soort met voldoende omvang in het gebied voorkomt.

In bijlage B.4.1 worden de volgende wijzigingen aangebracht:

  • De volgende alinea wordt ingevoegd tussen de alinea's met betrekking tot de doelstellingen voor H1310B en H1330A:

    H1320 – Slijkgrasvelden

    Landelijke doelstelling: behoud oppervlakte en behoud kwaliteit 1

    N2k-nr

    Natura 2000-gebied

    Doel oppervlakte

    Doel kwaliteit

    Relatieve bijdrage

    Besluit

    001

    Waddenzee

    behoud

    behoud

    A2

    aanwijzingsbesluit

    002

    Duinen en Lage Land Texel

    behoud

    behoud

    C

    conform ontwerp-wijzigingsbesluit

    004

    Duinen Terschelling

    behoud

    behoud

    C

    wijzigingsbesluit

    113

    Voordelta

    behoud

    behoud

    C

    aanwijzingsbesluit

    118

    Oosterschelde

    behoud

    behoud

    A2

    aanwijzingsbesluit

    122

    Westerschelde & Saeftinghe

    behoud

    behoud

    B2

    aanwijzingsbesluit

    123

    Zwin & Kievittepolder

    behoud

    behoud

    C

    aanwijzingsbesluit

    X Noot
    1

    In een deel van de gebieden mag het areaal afnemen ten gunste van het habitattype zilte pionierbegroeiingen, zeekraal (H1310A). Nadere toelichting over de “ten gunste formulering” wordt gegeven in het Natura 2000 doelendocument (2006), p. 35/37.

    Vrijwel alle kweldergebieden langs de Nederlandse kust zijn Habitatrichtlijngebied. Dit betekent dat het overgrote deel van dit habitattype zich bevindt binnen het landelijke Natura 2000-netwerk (>95% van de landelijke oppervlakte). De landelijke staat van instandhouding van het habitattype slijkgrasvelden is op de aspecten oppervlakte en kwaliteit beoordeeld als respectievelijk “gunstig” en “zeer ongunstig”. De landelijke doelstelling met betrekking tot de oppervlakte sluit hierop aan. De zeer ongunstige kwaliteit van het habitattype in Nederland wordt veroorzaakt door het geheel of vrijwel geheel verdwenen zijn van de belangrijkste typische soort klein slijkgras. Daarvan komen geen goed ontwikkelde vormen meer voor. Het habitattype komt wel veel voor in een vorm met engels slijkgras, waarvan de kwaliteit lager wordt beoordeeld, omdat deze soort hier niet van nature voorkomt maar in de negentiende eeuw is aangeplant. Deze matige vorm ontstaat vaak op plekken waar kwelders eroderen. Daarom mag in een deel van de gebieden het areaal afnemen ten gunste van het habitattype zilte pionierbegroeiingen, zeekraal (H1310A). Herstel van de kwaliteit van de door klein slijkgras gedomineerde vormen van het habitattype wordt op dit moment niet als haalbaar gezien, doordat de vegetaties tegenwoordig geheel uit engels slijkgras bestaan. Het landelijk doel is daarom behoud van de kwaliteit. De gebiedsdoelen zijn in overeenstemming met de landelijke doelstelling.

  • De volgende alinea's worden ingevoegd tussen de alinea's met betrekking tot de doelstellingen voor H2190D en H7210:

    H6230 – *Heischrale graslanden

    Landelijke doelstelling: uitbreiding oppervlakte en verbetering kwaliteit

    N2k-nr

    Natura 2000-gebied

    Doel oppervlakte

    Doel kwaliteit

    Relatieve bijdrage

    Besluit

    002

    Duinen en Lage Land Texel

    behoud

    behoud

    C

    conform ontwerp-wijzigingsbesluit

    004

    Duinen Terschelling

    uitbreiding

    verbetering

    B2

    aanwijzingsbesluit

    005

    Duinen Ameland

    uitbreiding

    verbetering

    C

    aanwijzingsbesluit

    015

    Van Oordt’s Mersken

    uitbreiding

    verbetering

    C

    aanwijzingsbesluit

    016

    Wijnjeterper Schar

    uitbreiding

    verbetering

    C

    aanwijzingsbesluit

    017

    Bakkeveense Duinen

    behoud

    behoud

    B1

    wijzigingsbesluit

    018

    Rottige Meenthe & Brandemeer

    behoud

    behoud

    C

    wijzigingsbesluit

    024

    Witterveld

    behoud

    behoud

    C

    wijzigingsbesluit

    025

    Drentsche Aa-gebied

    uitbreiding

    verbetering

    B1

    aanwijzingsbesluit

    026

    Drouwenenzand

    behoud

    verbetering

    C

    aanwijzingsbesluit

    027

    Drents-Friese Wold & Leggelderveld

    uitbreiding

    verbetering

    C

    aanwijzingsbesluit

    028

    Elperstroomgebied

    uitbreiding

    verbetering

    C

    aanwijzingsbesluit

    029

    Holtingerveld

    uitbreiding

    verbetering

    B2

    aanwijzingsbesluit

    030

    Dwingelderveld

    uitbreiding

    behoud

    B2

    aanwijzingsbesluit

    032

    Mantingerzand

    uitbreiding

    verbetering

    C

    aanwijzingsbesluit

    033

    Bargerveen

    behoud

    behoud

    C

    aanwijzingsbesluit

    037

    Olde Maten & Veerslootslanden

    behoud

    behoud

    C

    wijzigingsbesluit

    039

    Vecht- en Beneden-Reggegebied

    behoud

    verbetering

    C

    aanwijzingsbesluit

    041

    Boetelerveld

    behoud

    behoud

    C

    aanwijzingsbesluit

    042

    Sallandse Heuvelrug

    behoud

    behoud

    C

    aanwijzingsbesluit

    043

    Wierdense Veld

    behoud

    behoud

    C

    aanwijzingsbesluit x

    044

    Borkeld

    uitbreiding

    behoud

    C

    aanwijzingsbesluit

    045

    Springendal & Dal van de Mosbeek

    uitbreiding

    verbetering

    C

    aanwijzingsbesluit

    046

    Bergvennen & Brecklenkampse Veld

    uitbreiding

    verbetering

    C

    aanwijzingsbesluit

    048

    Lemselermaten

    behoud

    behoud

    C

    aanwijzingsbesluit

    049

    Dinkelland

    behoud

    behoud

    C

    aanwijzingsbesluit

    051

    Lonnekermeer

    behoud

    behoud

    C

    aanwijzingsbesluit

    053

    Buurserzand & Haaksbergerveen

    behoud

    behoud

    C

    wijzigingsbesluit

    055

    Aamsveen

    behoud

    behoud

    B1

    aanwijzingsbesluit

    057

    Veluwe

    uitbreiding

    verbetering

    A2

    aanwijzingsbesluit

    058

    Landgoederen Brummen

    uitbreiding

    verbetering

    C

    aanwijzingsbesluit

    060

    Stelkampsveld

    uitbreiding

    verbetering

    C

    aanwijzingsbesluit

    061

    Korenburgerveen

    behoud

    behoud

    C

    aanwijzingsbesluit

    062

    Willinks Weust

    uitbreiding

    verbetering

    C

    aanwijzingsbesluit

    064

    Wooldse Veen

    behoud

    behoud

    C

    wijzigingsbesluit x

    069

    De Bruuk

    behoud

    behoud

    C

    wijzigingsbesluit

    084

    Duinen Den Helder-Callantsoog

    behoud

    behoud

    C

    wijzigingsbesluit

    085

    Zwanenwater & Pettemerduinen

    uitbreiding

    behoud

    B1

    aanwijzingsbesluit

    132

    Vlijmens Ven, Moerputten & Bossche Broek

    behoud

    behoud

    C

    wijzigingsbesluit

    155

    Brunssummerheide

    uitbreiding

    verbetering

    C

    aanwijzingsbesluit

    156

    Bemelerberg & Schiepersberg

    uitbreiding

    verbetering

    B1

    aanwijzingsbesluit

    157

    Geuldal

    uitbreiding

    verbetering

    C

    aanwijzingsbesluit

    159

    Sint Pietersberg & Jekerdal

    uitbreiding

    verbetering

    B1

    aanwijzingsbesluit

    Het habitattype heischrale graslanden heeft een sterk versnipperd voorkomen dat doorgaans over kleine oppervlakten voorkomt. Van de circa 100 ha heischrale graslanden in Nederland is ongeveer de helft opgenomen in het Natura 2000-netwerk. De landelijke staat van instandhouding van dit habitattype is op de aspecten oppervlakte en kwaliteit beoordeeld als “zeer ongunstig”. De landelijke doelstelling sluit hierop aan. In enkele gebieden wijkt de doelstelling betreffende de oppervlakte af van het landelijk doel en wordt behoud nagestreefd. De belangrijkste reden hiervoor is dat er buiten het huidig voorkomen in het betreffende gebied niet of nauwelijks uitbreidingsmogelijkheden aanwezig zijn, onder andere in Dinkelland (049). Het landelijke doel ter verbetering van de kwaliteit van dit habitattype kan ook niet in alle gebieden gerealiseerd worden. De meest kansrijke gebieden zijn aangewezen voor kwaliteitsverbetering van het habitattype. In enkele andere gebieden wordt behoud van de kwaliteit nagestreefd, in tegenstelling tot het landelijk doel. Mogelijke redenen hiervoor zijn de aanwezigheid van reeds goede kwaliteit (Bargerveen (033)) en geringe mogelijkheden voor kwaliteitsverbetering (Dinkelland (049)).

    H6430A – Ruigten en zomen, moerasspirea

    Landelijke doelstelling: behoud oppervlakte en behoud kwaliteit

    N2k-nr

    Natura 2000-gebied

    Doel oppervlakte

    Doel kwaliteit

    Relatieve bijdrage 1

    Besluit

    002

    Duinen en Lage Land Texel

    behoud

    behoud

    C

    conform ontwerp-wijzigingsbesluit

    010

    Oudegaasterbrekken, Fluessen en omgeving

    behoud

    behoud

    C

    aanwijzingsbesluit

    013

    Alde Feanen

    behoud

    behoud

    C

    wijzigingsbesluit

    018

    Rottige Meenthe & Brandemeer

    behoud

    behoud

    C

    wijzigingsbesluit

    025

    Drentsche Aa-gebied

    behoud

    behoud

    C

    aanwijzingsbesluit

    034

    Weerribben

    behoud

    behoud

    B1

    aanwijzingsbesluit

    035

    De Wieden

    behoud

    behoud

    A1

    aanwijzingsbesluit

    036

    Uiterwaarden Zwarte Water en Vecht

    behoud

    behoud

    B1

    aanwijzingsbesluit

    037

    Olde Maten & Veerslootslanden

    behoud

    behoud

    C

    wijzigingsbesluit

    038/

    066-068

    Rijntakken

    behoud

    behoud

    C

    aanwijzingsbesluit

    039

    Vecht- en Beneden-Reggegebied

    behoud

    behoud

    C

    aanwijzingsbesluit

    069

    De Bruuk

    behoud

    behoud

    C

    wijzigingsbesluit

    070

    Lingegebied & Diefdijk-Zuid

    behoud

    behoud

    C

    aanwijzingsbesluit

    071

    Loevestein, Pompveld & Kornsche boezem

    behoud

    behoud

    C

    wijzigingsbesluit

    072

    IJsselmeer

    behoud

    behoud

    C

    aanwijzingsbesluit

    076

    Veluwerandmeren

    behoud

    behoud

    C

    wijzigingsbesluit

    083

    Botshol

    behoud

    behoud

    C

    aanwijzingsbesluit

    094

    Naardermeer

    behoud

    behoud

    C

    wijzigingsbesluit

    095

    Oostelijke Vechtplassen

    behoud

    behoud

    C

    aanwijzingsbesluit x

    097

    Meijendel & Berkheide

    behoud

    behoud

    C

    wijzigingsbesluit

    103

    Nieuwkoopse Plassen & De Haeck

    behoud

    behoud

    C

    aanwijzingsbesluit

    105

    Zouweboezem

    behoud

    behoud

    C

    aanwijzingsbesluit x

    112

    Biesbosch

    behoud

    behoud

    A2

    aanwijzingsbesluit

    130

    Langstraat

    behoud

    behoud

    C

    wijzigingsbesluit

    132

    Vlijmens Ven, Moerputten & Bossche Broek

    behoud

    behoud

    C

    wijzigingsbesluit

    145

    Maasduinen

    behoud 2

    behoud

    C

    wijzigingsbesluit

    148

    Swalmdal

    behoud

    behoud

    C

    wijzigingsbesluit

    152

    Grensmaas

    behoud

    behoud

    C

    aanwijzingsbesluit

    154

    Geleenbeekdal

    behoud 3

    behoud

    C

    wijzigingsbesluit

    167

    Maas bij Eijsden

    behoud

    behoud

    C

    ontwerpbesluit

    X Noot
    1

    De relatieve bijdragen betreffen een inschatting, omdat de landelijke oppervlakte van dit subtype slechts globaal bekend is.

    X Noot
    2

    Enige achteruitgang in oppervlakte is toegestaan ten gunste van behoud oppervlakte van habitattype stroomdalgraslanden (H6120). Nadere toelichting over de “ten gunste formulering” wordt gegeven in het Natura 2000 doelendocument (2006), p. 35/37.

    X Noot
    3

    Enige achteruitgang in oppervlakte is toegestaan ten gunste van uitbreiding oppervlakte van habitattype kalkmoerassen (H7230).

    De landelijke staat van instandhouding van het habitattype ruigten en zomen, moerasspirea (subtype A) is op de aspecten oppervlakte en kwaliteit beoordeeld als “gunstig”. De landelijke doelstelling sluit hierop aan. De landelijk opgave is gericht op het behoud van de huidige verspreiding van deze ruigten die meestal lintvormige begroeiingen vormen over het gehele rivierengebied. Bijzondere soorten van dit subtype zijn onder meer te verwachten in ruigten en zomen in extensief beheerde beekdalen die incidenteel overstromen met beekwater en in laagveenmoerassen. Alle gebiedsdoelstellingen sluiten aan op de landelijke doelstelling.

    H6430B – Ruigten en zomen, harig wilgenroosje

    Landelijke doelstelling: uitbreiding oppervlakte en verbetering kwaliteit 1

    N2k-nr

    Natura 2000-gebied

    Doel oppervlakte

    Doel kwaliteit

    Relatieve bijdrage 2

    Besluit

    002

    Duinen en Lage Land Texel

    behoud

    behoud

    C

    conform ontwerp-wijzigingsbesluit

    010

    Oudegaasterbrekken, Fluessen en omgeving

    behoud

    behoud

    C

    aanwijzingsbesluit

    013

    Alde Feanen

    behoud

    behoud

    C

    wijzigingsbesluit

    034

    Weerribben

    behoud

    behoud

    C

    wijzigingsbesluit

    035

    De Wieden

    behoud

    behoud

    C

    wijzigingsbesluit

    036

    Uiterwaarden Zwarte water en Vecht

    behoud

    behoud

    C

    wijzigingsbesluit

    038/

    066-068

    Rijntakken

    behoud

    behoud

    C

    wijzigingsbesluit x

    072

    IJsselmeer

    behoud

    behoud

    C

    aanwijzingsbesluit

    074

    Zwarte Meer

    behoud

    behoud

    C

    wijzigingsbesluit

    076

    Veluwerandmeren

    behoud

    behoud

    C

    wijzigingsbesluit

    089

    Eilandspolder

    behoud

    behoud

    C

    aanwijzingsbesluit

    090

    Wormer- en Jisperveld & Kalverpolder

    behoud

    behoud

    C

    aanwijzingsbesluit

    091

    Polder Westzaan

    uitbreiding

    verbetering

    C

    aanwijzingsbesluit

    092

    Ilperveld, Varkensland, Oostzanerveld & Twiske

    behoud

    behoud

    C

    aanwijzingsbesluit

    094

    Naardermeer

    behoud

    behoud

    C

    wijzigingsbesluit

    095

    Oostelijke Vechtplassen

    behoud

    behoud

    C

    aanwijzingsbesluit x

    100

    Voornes Duin

    behoud

    behoud

    C

    wijzigingsbesluit

    101

    Duinen Goeree & Kwade Hoek

    behoud

    behoud

    C

    aanwijzingsbesluit

    103

    Nieuwkoopse Plassen & De Haeck

    behoud

    behoud

    C

    wijzigingsbesluit

    108

    Oude Maas

    uitbreiding

    behoud

    C

    aanwijzingsbesluit

    109

    Haringvliet

    uitbreiding

    behoud

    B

    aanwijzingsbesluit

    111

    Hollands Diep

    behoud

    behoud

    C

    aanwijzingsbesluit

    112

    Biesbosch

    uitbreiding

    behoud

    A

    aanwijzingsbesluit

    114

    Krammer-Volkerak

    behoud

    behoud

    C

    ontwerpbesluit

    115

    Grevelingen

    behoud

    behoud

    C

    aanwijzingsbesluit

    124

    Groote Gat

    behoud

    behoud

    C

    aanwijzingsbesluit

    X Noot
    1

    Verbetering kwaliteit geldt voor de brakke varianten.

    X Noot
    2

    De weergegeven relatieve bijdragen betreffen een voorlopige inschatting, omdat er nog onduidelijkheid is over de landelijke oppervlakte van dit subtype. Klassen zijn slechts globaal geduid (A > 15%, B = 2-15% en C < 2%) omdat kwantitatieve gegevens over het voorkomen van deze zoomvegetaties beperkt beschikbaar zijn. Oppervlakten zijn moeilijk te bepalen omdat het meestal slechts smalle stroken of kleine plekken betreft.

    De landelijke staat van instandhouding van het habitattype ruigten en zomen, harig wilgenroosje (subtype B) is op de aspecten oppervlakte en kwaliteit beoordeeld als “matig ongunstig”. De landelijke doelstelling sluit hierop aan. Niet in alle gebieden kan de landelijke doelstelling worden nagestreefd. De doelstelling voor uitbreiding van de oppervlakte wordt enkel nagestreefd in de belangrijkste gebieden voor dit habitattype, zoals Oude Maas (108), Haringvliet (109) en Biesbosch (112).

    De landelijke doelstelling voor verbetering van de kwaliteit is alleen neergelegd in gebieden die potentie bieden voor verbetering van de kwaliteit van de brakke variant van dit habitattype.

    H6430C – Ruigten en zomen, droge bosranden

    Landelijke doelstelling: uitbreiding oppervlakte en verbetering kwaliteit

    N2k-nr

    Natura 2000-gebied

    Doel oppervlakte

    Doel kwaliteit

    Relatieve bijdrage

    Besluit

    002

    Duinen en Lage Land Texel

    behoud

    behoud

    A1

    conform ontwerp-wijzigingsbesluit

    038/

    066-068

    Rijntakken

    uitbreiding

    verbetering

    C

    aanwijzingsbesluit

    087

    Noordhollands Duinreservaat

    behoud

    behoud

    C

    wijzigingsbesluit

    143

    Zeldersche Driessen

    uitbreiding

    behoud

    C

    aanwijzingsbesluit

    145

    Maasduinen

    behoud 1

    behoud

    C

    wijzigingsbesluit

    152

    Grensmaas

    uitbreiding

    behoud

    C

    wijzigingsbesluit

    153

    Bunder- en Elslooërbos

    uitbreiding

    verbetering

    C

    aanwijzingsbesluit

    157

    Geuldal

    uitbreiding

    verbetering

    C

    aanwijzingsbesluit

    158

    Kunderberg

    behoud

    behoud

    C

    wijzigingsbesluit

    160

    Savelsbos

    uitbreiding

    verbetering

    C

    aanwijzingsbesluit

    167

    Maas bij Eijsden

    uitbreiding

    behoud

    C

    ontwerpbesluit

    X Noot
    1

    Enige achteruitgang in oppervlakte is toegestaan ten gunste van behoud oppervlakte van habitattype stroomdalgraslanden (H6120). Nadere toelichting over de “ten gunste formulering” wordt gegeven in het Natura 2000 doelendocument (2006), p. 35/37.

    De landelijke staat van instandhouding van het habitattype ruigten en zomen, droge bosranden (subtype C) is op de aspecten oppervlakte en kwaliteit beoordeeld als ”matig ongunstig”. De landelijke doelstelling sluit hierop aan. De doelstellingen van de meeste gebieden sluiten aan op de landelijke opgave. De kwaliteit van het habitattype is in de gebieden Duinen en Lage Land Texel (002), Noordhollands Duinreservaat (087), Zeldersche Driessen (143), Maasduinen (145), Kunderberg (158) en Maas bij Eijsden (167) goed waardoor behoud van de huidige kwaliteit voldoende is.

In bijlage B.4.2 wordt de volgende wijziging aangebracht:

  • De volgende alinea wordt ingevoegd tussen de alinea's met betrekking tot de doelstellingen voor H1340 en H1903:

    H1364 – Grijze zeehond

    Landelijke doelstelling: behoud omvang en kwaliteit leefgebied ten behoeve van behoud populatie

    N2k-nr

    Natura 2000-gebied

    Doel omvang

    Doel kwaliteit

    Doel populatie

    Relatieve bijdrage

    Besluit

    001

    Waddenzee

    behoud

    behoud

    behoud

    A3

    aanwijzingsbesluit

    002

    Duinen en Lage Land Texel

    behoud

    behoud

    behoud

    C

    conform ontwerp-wijzigingsbesluit

    003

    Duinen Vlieland

    behoud

    behoud

    behoud

    C

    wijzigingsbesluit

    004

    Duinen Terschelling

    behoud

    behoud

    behoud

    C

    wijzigingsbesluit

    005

    Duinen Ameland

    behoud

    behoud

    behoud

    C

    wijzigingsbesluit

    007

    Noordzeekustzone

    behoud

    behoud

    behoud

    B1-B2

    wijzigingsbesluit 1

    101

    Duinen Goeree & Kwade Hoek

    behoud

    behoud

    behoud

    C

    wijzigingsbesluit

    113

    Voordelta

    behoud

    behoud

    behoud

    B1

    aanwijzingsbesluit

    115

    Grevelingen

    behoud

    behoud

    behoud

    C

    wijzigingsbesluit

    118

    Oosterschelde

    behoud

    behoud

    behoud

    C

    wijzigingsbesluit

    122

    Westerschelde & Saeftinghe

    behoud

    behoud

    behoud

    C

    wijzigingsbesluit

    163

    Vlakte van de Raan

    behoud

    behoud

    behoud

    C

    aanwijzingsbesluit

    164

    Doggersbank

    behoud

    behoud

    behoud

    C

    aanwijzingsbesluit

    165

    Klaverbank

    behoud

    behoud

    behoud

    C

    aanwijzingsbesluit

    X Noot
    1

    Wijzigingsbesluit Noordzeekustzone, Staatscourant 18 oktober 2012, nr.21274.

    De landelijke staat van instandhouding van de grijze zeehond is op het aspect populatie beoordeeld als “gunstig”. Op het aspect leefgebied is de staat van instandhouding beoordeeld als “matig ongunstig”.

    De landelijke doelstelling sluit wat betreft het aspect populatie op de staat van instandhouding aan.

    Grijze zeehonden moeten voor het werpen en zogen van jongen, zandbanken opzoeken die bij extreme weersomstandigheden (zoals zware winterstormen) overspoeld worden. Hierdoor treedt frequent sterfte van jongen op. Het is onduidelijk of het huidige leefgebied geschikt genoeg is voor een duurzame populatie zonder immigratie. Recent neemt het aantal in de Nederlandse kustwateren geboren pups toe en neemt de immigratie vanuit het Verenigd Koninkrijk af. Dat wordt gezien als een indicatie dat het probleem van voldoende permanent droge en onverstoorde ligplaatsen voor het werpen en zogen van jongen minder groot lijkt te zijn dan eerder werd verondersteld. Ter voorkoming van achteruitgang is daarom voor het aspect kwaliteit van het leefgebied een behoudopgave gekozen tot doel gesteld. De gebiedsdoelstellingen sluiten aan op de landelijke doelstelling. In die Natura 2000-gebieden waar droogvallende zandplaten en of embryonale duinen (rust- en voortplantingsgebied) aanwezig zijn, kunnen gebiedsspecifieke maatregelen gericht op de verstoring een bijdrage leveren aan de realisatie van de instandhoudingsdoelstelling. Voor mariene gebieden waar deze ligplaatsen niet zijn, zijn generieke maatregelen met betrekking tot verstorende activiteiten meer geëigend (zie de toelichting in de tweede alinea).

    De Waddenzee (001) en de Noordzeekustzone (007) zijn de belangrijkste gebieden voor de grijze zeehond in Nederland. Naar aanleiding van een uitspraak van de Raad van State is met een wijzigingsbesluit (18 oktober 2012) meer inzichtelijk gemaakt hoe de gunstige staat van instandhouding voor de grijze zeehond kan worden bereikt en op welke gronden in het gebied Noordzeekustzone voor de grijze zeehond kan worden volstaan met een behouddoelstelling. De Noordzeekustzone heeft, met name in de winter, een belangrijke foerageerfunctie. Gelet op de recente toename van de soort, wordt een behoudsdoelstelling voorlopig voldoende geacht.

    Voor de gebieden in de Nederlandse exclusieve economische zone, Doggersbank (164) en Klaverbank (165), moet het volgende opgemerkt worden: op basis van beschikbare informatie over de ecologische functie van deze gebieden voor de grijze zeehond kan geen onderscheid gemaakt worden ten aanzien van het belang van de afzonderlijke gebieden enerzijds en de rest van de Nederlandse exclusieve economische zone anderzijds. Hetzelfde geldt voor de Vlakte van de Raan (163), dat mogelijk als foerageergebied dient voor dieren die zich in de nabije omgeving voortplanten of door het gebied trekken.

In paragraaf 2.2 van bijlage C wordt de volgende wijziging aangebracht:

  • Het als tweede genummerde antwoord op de eerste zienswijze wordt vervangen door de volgende tekst:

    • 2. De zienswijze is deels overgenomen.

      Het habitattype blauwgraslanden is vervallen omdat het niet aanwezig blijkt te zijn. Zie verder bijlage B.1 van deze Nota van toelichting. Voor de overige habitattypen zie het antwoord bij (1).

In paragraaf 4.2 van bijlage C wordt de volgende wijziging aangebracht:

  • De tweede alinea van het antwoord op de derde zienswijze wordt vervangen door de volgende tekst:

    Het habitattype H6230 (heischrale graslanden) blijkt in het gebied voor te komen. Het habitattype H6410 (blauwgraslanden) is verwijderd ten opzichte van het ontwerp-aanwijzingsbesluit, conform de aanmelding als Habitatrichtlijngebied.

  • Het antwoord op de negende zienswijze wordt vervangen door de volgende tekst:

    De zienswijze is niet overgenomen.

    Het habitattype H6230 (heischrale graslanden) blijkt in het gebied voor te komen. Er is echter geen juridische grond om het verzoek te honoreren om heischrale graslanden uit te breiden ten koste van duinheide met kraaihei (H2140). De zorg die is geuit over mogelijk tegengestelde doelen van de noordse woelmuis en heischrale graslanden wordt niet gedeeld. De instandhoudingsdoelstelling voor H6410 (blauwgraslanden) is vervallen (zie bijlage B.1. van de Nota van toelichting). Een verzoek om blauwgraslanden uit te breiden ten koste van vochtige duinvalleien is hiermee ook beantwoord.

Wijzigingen in de nota van toelichting behorende bij de aanwijzing van