Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Raden voor Rechtsbijstand (Cluster)Staatscourant 2020, 51580Besluiten van algemene strekking

Besluit inschrijving Rbtv

De Raad voor Rechtsbijstand,

Gelet op:

  • Artikel 2, 3 en 4 van de Wet beëdigde tolken en vertalers (Stb. 2007, 375);

  • Artikel 8, eerste lid, onder b, en tweede lid, van het Besluit beëdigde tolken en vertalers (Stb. 2008, 255);

  • Artikelen D onder II en F van het Besluit van 24 juni 2020 tot wijzing van het Besluit tarieven in strafzaken 2003, het Besluit beëdigde tolken en vertalers en het Besluit proceskosten bestuursrecht in verband met het instellen van minimumtarieven en het borgen van de kwaliteit en integriteit van beëdigde tolken en vertalers (Stb. 2020, 220

  • de Regeling van de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie van 13 januari 2011 tot wijziging van de Regeling houdende aanwijzing tot bewerker en verlening van mandaat en machtiging van de Minister van Veiligheid en Justitie aan de Raad voor de Rechtsbijstand te ’s-Hertogenbosch betreffende het Register beëdigde tolken en vertalers, (Stcrt. 19 januari 2011, 1030).

  • de adviezen van het Kwaliteitsinstituut Wbtv van 17 mei 2019, 31 juli 2019, 9 december 2019, 19 februari 2020 en 3 juni 2020.

Stelt beleid vast voor inschrijving in het Register beëdigde tolken en vertalers:

Begrippen en definities

Artikel 1

In dit besluit wordt verstaan onder:

a. ALTE:

The Association of Language Testers in Europe;

b. Besluit btv:

Besluit beëdigde tolken en vertalers;

c. Brontaal:

de taal waaruit getolkt wordt;

d. Doeltaal:

de taal waarnaar getolkt wordt;

e. ERK:

Europees Referentiekader voor de Talen;

f. Kader voor tolktoetsen:

het door de Raad voor Rechtsbijstand vastgestelde Kader voor taalgebonden integrale tolktoetsen;

g. Kader voor vertaaltoetsen:

het door de Raad voor Rechtsbijstand vastgestelde Kader voor taalgebonden integrale vertaaltoetsen;

h. Kader voor toetsing van tolkvaardigheid en -attitude:

het door de Raad voor Rechtsbijstand vastgestelde kader voor de toetsing van tolkvaardigheid en -attitude;

i. Onderwijstaal:

de taal waarin het onderwijs grotendeels wordt aangeboden;

j. Rbtv:

Register beëdigde tolken en vertalers;

k. Wbtv:

Wet beëdigde tolken en vertalers.

Artikel 2

Een tolk of vertaler kan worden ingeschreven in het Rbtv indien hij voldoet aan de formele vereisten die voortvloeien uit de Wbtv en het Besluit btv en zich verklaart te houden aan de ‘Gedragscode voor tolken en vertalers in het kader van de Wbtv’.

Tolk

Artikel 3

Indien een tolk niet beschikt over een diploma van een tolkopleiding op minimaal bachelorniveau, kan hij worden ingeschreven in het Rbtv op C1-niveau, als de tolk aantoont te beschikken over:

  • 1.

    • a. integriteit;

    • b. een getuigschrift waaruit blijkt dat de tolk in de betreffende talencombinatie een tolktoets op C1-niveau van het ERK met goed gevolg heeft afgelegd die voldoet aan het Kader voor tolktoetsen; of

  • 2.

    • a. integriteit;

    • b. taalvaardigheid van de brontaal op ten minste C1-niveau van het ERK;

    • c. taalvaardigheid van de doeltaal op ten minste C1-niveau van het ERK;

    • d. kennis van de cultuur van het land of gebied van de bron- en doeltaal;

    • e. tolkvaardigheid en -attitude.

Artikel 4

Indien een tolk niet beschikt over een diploma van een tolkopleiding op minimaal bachelorniveau, kan hij worden ingeschreven in het Rbtv op B2-niveau, als de tolk aantoont te beschikken over:

  • 1.

    • a. integriteit;

    • b. een getuigschrift waaruit blijkt dat de tolk in de betreffende talencombinatie een tolktoets op B2-niveau van het ERK met goed gevolg heeft afgelegd die voldoet aan het Kader voor tolktoetsen; of

  • 2.

    • a. integriteit;

    • b. taalvaardigheid van de brontaal op ten minste B2-niveau van het ERK;

    • c. taalvaardigheid van de doeltaal op ten minste B2-niveau van het ERK;

    • d. kennis van de cultuur van het land of gebied van de bron- en doeltaal;

    • e. tolkvaardigheid en -attitude.

Vertaler

Artikel 5

Indien een vertaler niet beschikt over een diploma van een vertaalopleiding op minimaal bachelor niveau in de betreffende vertaalrichting, kan hij worden ingeschreven in het Rbtv op C1-niveau, als de vertaler aantoont te beschikken over:

  • 1.

    • a. integriteit;

    • b. een getuigschrift waaruit blijkt dat de vertaler in de betreffende vertaalrichting een vertaalvaardigheidstoets op C1-niveau van het ERK met goed gevolg heeft afgelegd die voldoet aan het Kader voor integrale taalgebonden vertaalvaardigheidstoetsen; of:

  • 2.

    • a. integriteit;

    • b. taalvaardigheid van de brontaal op ten minste C1-niveau van het ERK;

    • c. taalvaardigheid van de doeltaal op ten minste C1-niveau van het ERK;

    • d. kennis van de cultuur van het land of gebied van de bron- en doeltaal;

    • e. ten minste 420 uur scholing om vertaalvaardigheid en -attitude op ten minste de onderdelen tekst en tekstbegrip, tekst en cultuur, technische aspecten van het vertalen en vertaalhouding te ontwikkelen;

    • f. ten minste vijf jaar werkervaring als beroepsvertaler in de betreffende vertaalrichting direct voorafgaand aan het verzoek tot inschrijving in het Rbtv, waarvan ten minste één jaar na afronding van de scholing als bedoeld in artikel 5, tweede lid onder e. Het Besluit inschrijving Rbtv is gepubliceerd in de Staatscourant van 3 juli 2020 nr. 35860.

Commissie btv

Artikel 6

De Raad voor Rechtsbijstand kan in de door haar te bepalen gevallen een verzoek tot inschrijving in het Rbtv ter advisering voorleggen aan de Commissie beëdigde tolken en vertalers (hierna: Commissie btv).

Slotbepalingen

Artikel 7

Het Besluit inschrijving Rbtv van 11 juni 2013 (Stcrt. 26 juni 2013, nr. 17544) wordt ingetrokken.

Artikel 8

Dit besluit wordt aangehaald als Besluit inschrijving Rbtv.

Dit besluit treedt in werking op 1 juli 2020.

Utrecht, 1 juli 2020

Hoogachtend, Namens het bestuur van de Raad voor Rechtsbijstand I.D. Nijboer Algemeen directeur / bestuurder

TOELICHTING

Algemeen

In dit besluit wordt invulling gegeven aan de mogelijkheid om anderszins (met andere woorden: niet door middel van een diploma van tolk- of vertaalopleiding op minimaal bachelorniveau) aan te tonen te voldoen aan de wettelijke competenties uit artikel 3 van de Wbtv, zoals bedoeld in artikel 8, eerste lid, onder b, en tweede lid van het Besluit beëdigde tolken en vertalers.

Artikelsgewijs

Artikel 1

Dit artikel bevat de begripsbepalingen.

Artikel 2

Volgens de Wet beëdigde tolken en vertalers (hierna: Wbtv) en het Besluit beëdigde tolken en vertalers (hierna: Besluit btv) dient een tolk of vertaler bij de aanvraag tot inschrijving in het Register beëdigde tolken en vertalers (hierna: Rbtv) de volgende documenten te overleggen:

  • het door de Raad voor Rechtsbijstand vastgestelde, door de verzoeker volledig ingevulde en ondertekende inschrijfformulier;

  • een originele en recente Verklaring Omtrent Gedrag volgens het screeningsprofiel voor inschrijving in het Rbtv en/of een buitenlandse integriteitverklaring;

  • een kopie van een geldig legitimatiebewijs;

  • een recente pasfoto;

  • een (gewaarmerkte) kopie van een diploma van een tolk- of vertaalopleiding op minimaal bachelorniveau.

  • Daarnaast is een tolk of vertaler voor de behandeling van de aanvraag een bedrag van € 125,– verschuldigd. De Raad voor Rechtsbijstand toetst of de tolk of vertaler voldoet aan de formele vereisten.

Het Kwaliteitsinstituut Wbtv heeft geadviseerd om een uniforme gedragscode vast te stellen voor tolken en vertalers die onder de werking van de Wbtv vallen. Daarmee wordt onder meer invulling gegeven aan de eed en belofte die beëdigde tolken en vertalers hebben afgelegd. Zij verklaren hierin namelijk zich te gedragen zoals het een goed beëdigde tolk of vertaler betaamt. De gedragscode fungeert als leidraad voor het gedrag van tolken en vertalers en kan daardoor ook dienen als toetskader in het geval van klachten in het kader van de wettelijke klachtenprocedure voor beëdigde tolken en vertalers.

Artikel 3 en 4

Binnen het Rbtv wordt voor tolken een onderscheid aangebracht tussen twee niveaus: C1-niveau en B2-niveau. Tolken die willen worden ingeschreven op C1-niveau moeten de taalvaardigheid van de bron- en doeltaal op C1-niveau van het ERK aantonen. Tolken die de taalvaardigheid van de bron- en doeltaal op B2-niveau van het ERK aantonen, worden ingeschreven op B2-niveau. De overige competenties zijn voor alle Rbtv-tolken gelijk.

Uit artikel 10, derde lid, van het Besluit btv volgt dat bij de inschrijving in het Rbtv vermeld wordt of een tolk op C1-niveau of B2-niveau is ingeschreven. Het is dan ook niet mogelijk voor een tolk om voor één talencombinatie op zowel C1-niveau als B2-niveau te worden ingeschreven. Dit geldt uiteraard niet bij verschillende talencombinaties. Een tolk kan bijvoorbeeld als tolk Nederlands ↔ Engels staan ingeschreven op C1-niveau en als tolk Nederlands ↔ Duits staan ingeschreven op B2-niveau. Een inschrijving als tolk Nederlands ↔ Frans op zowel C1-niveau als B2-niveau is niet mogelijk.

Inschrijving als tolk in het Rbtv op C1-niveau of B2-niveau is mogelijk als de tolk, naast het aantonen van de integriteit, met goed gevolg een tolktoets op respectievelijk C1-niveau dan wel B2-niveau van het ERK heeft afgelegd, die voldoet aan het door de Raad voor Rechtsbijstand vastgestelde ‘Kader voor tolktoetsen’. Na het met goed gevolg afleggen van een tolktoets op C1-niveau van het ERK kan de tolk worden ingeschreven op C1-niveau. De tolk kan worden ingeschreven op B2-niveau na het met goed gevolg afleggen van een tolktoets op B2-niveau van het ERK.

Daarnaast is inschrijving als tolk in het Rbtv op C1-niveau of B2-niveau mogelijk als de tolk aantoont te beschikken over integriteit, taalvaardigheid van de bron- en doeltaal op C1-niveau dan wel B2-niveau van het ERK, kennis van de cultuur van het land of gebied van de bron- en doeltaal en tolkvaardigheid en -attitude. Op basis van het gehele dossier van een tolk wordt beoordeeld of hij anderszins kan aantonen te voldoen aan de wettelijke competenties. Informatie over bijvoorbeeld relevante opleidingen, cursussen, assessments, werkervaringen, nevenactiviteiten en woonervaringen kunnen worden betrokken bij de beoordeling van het verzoek tot inschrijving. Een mogelijkheid voor een tolk is dan ook het overleggen van een portfolio. Hieronder volgt een toelichting op de voorwaarden.

Integriteit

De integriteit van ingeschakelde tolken valt niet los te zien van het begrip kwaliteit. Bij partijdigheid van een tolk of vertaler of zelfs al bij de schijn daarvan is ook de integriteit van de betrokken tolk/vertaler onmiddellijk in het geding. Omdat dit een belangrijke competentie is, zoals omschreven in artikel 3 van de Wbtv, vormt het integriteitsaspect een belangrijk facet van de tolk- en vertaalopleidingen. De Wbtv kent voor tolken en vertalers een integriteitsborging waarbij gebruik wordt gemaakt van de Verklaring Omtrent het Gedrag. De Verklaring Omtrent het Gedrag dient, conform artikel 4 van de Wbtv, te worden aangeleverd door de tolk of vertaler en vormt de basis van de beoordeling. Daarnaast wordt bij de aanvraag alle informatie die bij de Raad voor Rechtsbijstand bekend is over de tolk of vertaler betrokken bij de beoordeling van de integriteit.

Taalvaardigheid bron- en doeltaal op C1-niveau en B2-niveau van het ERK

Voor het aantonen van taalvaardigheid wordt verwezen naar de ‘interne werkinstructie taalvaardigheid C1-niveau’ en ‘interne werkinstructie taalvaardigheid B2-niveau’, te raadplegen via de website www.bureauwbtv.nl.

Kennis van de cultuur van het land of gebied van de bron- en doeltaal

Ingevolge artikel 3 van de Wbtv moet een tolk beschikken over kennis van de cultuur van het land of gebied van de bron- en doeltaal. Het gaat hierbij om algemene kennis van het land, kennis van alle courante informatiebronnen en kennis hoe daarvan gebruik te maken en kennis van cultuur in ruime zin (gebruiken, tradities en gewoontes) (Tweede Kamer, vergaderjaar 2005–2006, 29 936 en 29 482, nr. 11, p. 6). Het is van belang dat een tolk zich bewust is van zijn rol als cultureel intermediair en beschikt over de kennis en vaardigheden die hem in staat stellen die rol te vervullen (Landelijk profiel van eindcompetenties tolken hbo-opleidingen Vertalen en Tolken Nederland). Dit houdt onder andere in dat een tolk ervoor kan zorgen dat tijdens het tolken misverstanden en onbegrip – als gevolg van culturele verschillen – worden voorkomen of opgeheven. Kennis van de cultuur van het land of gebied van de bron- en doeltaal hangt nauw samen met de overige competenties uit artikel 3 van de Wbtv.

De vereiste kennis van de cultuur van het land of gebied van de bron- en doeltaal kan bijvoorbeeld blijken uit een (langdurig) verblijf in een land of gebied waar de betreffende taal de voertaal is, het afronden van (middelbaar/hoger beroeps-)onderwijs in het taalgebied van de bron- of doeltaal, een taalstudie in de bron- of doeltaal, werkervaring (al dan niet als tolk) in het taalgebied van de bron- of doeltaal of in een context waarin kennis van de cultuur voorwaardelijk was of het afronden van onderdelen van een opleidingscurriculum of bijscholingsaanbod waarin de kennis van de cultuur een onderdeel was.

Tolkvaardigheid en tolkattitude

De beheersing van tolkvaardigheid en tolkattitude kan blijken uit een met goed gevolg afgeronde toets, waarbij de onderdelen consecutief tolken, vertaling à vue en gesprekstolken zijn getoetst. Elk onderdeel moet zijn getoetst op tolkhouding, getrouwheid en presentatie/stemgebruik en de prestaties moeten als voldoende zijn beoordeeld volgens het beoordelingsraster ‘Toetsing tolkvaardigheid en tolkattitude’, behorende bij het ‘Kader voor toetsing van tolkvaardigheid en tolkattitude’.

Met het certificaat van een taaloverstijgende tolkvaardigheidstoets die voldoet aan het ‘Kader voor toetsing van tolkvaardigheid en tolkattitude’ kan een tolk aantonen te beschikken over de vereiste tolkvaardigheid en tolkattitude. Daarnaast kan met het certificaat van een tolktoets die voldoet aan het ‘Kader voor tolktoetsen’, zoals bedoeld in artikel 3 en 4, eerste lid, onder b, van dit besluit, de tolkvaardigheid en tolkattitude worden aangetoond. Ook taalgebonden tolkvaardigheidstoetsen kunnen naast het beoordelingsraster ‘Toetsing tolkvaardigheid en tolkattitude’ worden gelegd, om te beoordelen of een tolk over de vereiste tolkvaardigheid en tolkattitude beschikt.

Naast diploma’s en certificaten van tolkopleidingen en -toetsen wordt bij de beoordeling van tolkvaardigheid en tolkattitude tevens gekeken naar de aard en omvang van de tolkervaring en verklaringen omtrent tolkvaardigheid en tolkattitude, afgegeven door personen die bekwaam zijn daarover te oordelen. Een combinatie van deze factoren kan de aanwezigheid van een adequate tolkvaardigheid en tolkattitude aannemelijk maken.

Artikel 5

Inschrijving als vertaler op C1-niveau vereist, naast het aantonen van de integriteit, een met goed gevolg een integrale taalgebonden vertaalvaardigheidstoets op C1-niveau van het ERK afleggen, die voldoet aan het door de Raad voor Rechtsbijstand vastgestelde ‘Kader voor integrale taalgebonden vertaalvaardigheidstoetsen’. Na het met goed gevolg afleggen van een vertaalvaardigheidstoets op C1-niveau van het ERK kan de vertaler worden ingeschreven op C1-niveau.

Daarnaast is inschrijving als vertaler in het Rbtv op C1-niveau of mogelijk als de vertaler aantoont te beschikken over integriteit, taalvaardigheid van de bron- en doeltaal op C1-niveau van het ERK, kennis van de cultuur van het land of gebied van de bron- en doeltaal, scholing in vertaalvaardigheid en -attitude en vereiste werkervaring in de betrokken vertaalrichting.

Op basis van het gehele dossier van een vertaler wordt beoordeeld of hij anderszins kan aantonen te voldoen aan de wettelijke competenties. Informatie over bijvoorbeeld relevante opleidingen, cursussen, assessments, werkervaringen, nevenactiviteiten en woonervaringen kunnen worden betrokken bij de beoordeling van het verzoek tot inschrijving. Een mogelijkheid voor een vertaler is dan ook het overleggen van een portfolio. Hieronder volgt een toelichting op de voorwaarden.

Integriteit

De integriteit van ingeschakelde vertalers valt niet los te zien van het begrip kwaliteit. Bij partijdigheid van een tolk of vertaler of zelfs al bij de schijn daarvan is ook de integriteit van de betrokken tolk/vertaler onmiddellijk in het geding. Omdat dit een belangrijke competentie is, zoals omschreven in artikel 3 van de Wbtv, vormt het integriteitsaspect een belangrijk facet van de tolk- en vertaalopleidingen. De Wbtv kent voor tolken en vertalers een integriteitsborging waarbij gebruik wordt gemaakt van de Verklaring Omtrent het Gedrag. De Verklaring Omtrent het Gedrag dient, conform artikel 4 van de Wbtv, te worden aangeleverd door de tolk of vertaler en vormt de basis van de beoordeling. Daarnaast wordt bij de aanvraag alle informatie die bij de Raad voor Rechtsbijstand bekend is over de tolk of vertaler betrokken bij de beoordeling van de integriteit.

Taalvaardigheid bron- en doeltaal op C1-niveau van het ERK

Voor het aantonen van taalvaardigheid wordt verwezen naar de ‘interne werkinstructie taalvaardigheid C1-niveau’, te raadplegen via de website www.bureauwbtv.nl.

Kennis van de cultuur van het land of gebied van de bron- en doeltaal

Ingevolge artikel 3 van de Wbtv moet een vertaler beschikken over kennis van de cultuur van het land of gebied van de bron- en doeltaal. Het gaat hierbij om algemene kennis van het land, kennis van alle courante informatiebronnen en kennis hoe daarvan gebruik te maken en kennis van cultuur in ruime zin (gebruiken, tradities en gewoontes) (Tweede Kamer, vergaderjaar 2005-2006, 29 936 en 29 482, nr. 11, p. 6). Het is van belang dat een vertaler zich bewust is van zijn rol en beschikt over de kennis en vaardigheden die hem in staat stellen die rol te vervullen (Landelijk profiel van eindcompetenties tolken hbo-opleidingen Vertalen en Tolken Nederland). Kennis van de cultuur van het land of gebied van de bron- en doeltaal hangt nauw samen met de overige competenties uit artikel 3 van de Wbtv.

De vereiste kennis van de cultuur van het land of gebied van de bron- en doeltaal kan bijvoorbeeld blijken uit een (langdurig) verblijf in een land of gebied waar de betreffende taal de voertaal is, het afronden van (middelbaar/hoger beroeps-)onderwijs in het taalgebied van de bron- of doeltaal, een taalstudie in de bron- of doeltaal, werkervaring (al dan niet als vertaler) in het taalgebied van de bron- of doeltaal of in een context waarin kennis van de cultuur voorwaardelijk was of het afronden van onderdelen van een opleidingscurriculum of bijscholingsaanbod waarin de kennis van de cultuur een onderdeel was.

Ten minste 420 uur scholing om vertaalvaardigheid en -attitude op ten minste de onderdelen tekst en tekstbegrip, tekst en cultuur, technische aspecten van het vertalen en vertaalhouding te ontwikkelen

Vertaalvaardigheid en -attitude zijn bij uitstek vaardigheden die moeten worden aangeleerd. De beheersing van deze competenties moet blijken uit een met goed gevolg afgeronde vakopleiding. In dit verband wijst de Raad op het bestaan van zogenaamde taalonafhankelijke opleidingen die zich specifiek op de training van deze competenties richten. Voor de invulling van deze competenties wordt aangesloten bij het landelijk profiel van eindcompetenties van vertalers op hbo-niveau. Hierbij is inhoudelijk beoordeeld welke onderdelen op zijn minst onderdeel moeten uitmaken van de opleiding, zodat een toets met goed gevolg kan worden afgelegd en de vertaalvaardigheid en -attitude op het vereiste niveau worden beheerst. De onderdelen zijn:

  • tekst en tekstbegrip: een vertaler moet begrijpen wat voor soort tekst het is, wie de gebruikers van een tekst zijn, wat het doel van de tekst is, wat de conventies van een teksttype zijn, hoe je een tekst in enkele kernzinnen kunt samenvatten, etc.;

  • tekst en cultuur: een vertaler dient rekening te houden met de specifieke eigenschappen van de Nederlandse cultuur bij het vertalen: wat wordt wel vertaald en wat wordt gehandhaafd in de tekst en waarom;

  • technische aspecten van het vertalen: een vertaler moet weten waar terminologie en achtergrondinformatie gevonden kan worden: hoe zoekt men efficiënt op internet, welke vertaalhulp-middelen zijn er etc.;

  • vertaalhouding: een vertaler moet zichzelf op professionele en juiste wijze weten te presenteren ten opzichte van de opdrachtgever.

Ten minste vijf jaar werkervaring als beroepsvertaler in de betreffende vertaalrichting direct voorafgaand aan het verzoek tot inschrijving in het Rbtv, waarvan ten minste één jaar na afronding van de scholing als bedoeld in artikel 5, aanhef, tweede lid onder e.

De Raad heeft medio 2011 de Commissie btv gevraagd te specificeren wanneer sprake is van een beroepsvertaler:

  • van een ervaren vertaler mag worden verwacht dat hij gemiddeld 2.500 woorden per week vertaalt. Uitgangspunt is een werkweek van 5 dagen en 40 werkweken per jaar.

  • -Dit betekent per jaar 2.500 woorden x 40 weken = 100.000 woorden per jaar. Aangezien de vereiste scholing niet gebonden is aan de combinatie waarvoor de vertaler plaatsing wenst, acht de Raad het noodzakelijk dat de opgedane kennis ten minste één jaar in de praktijk wordt toegepast. Met deze werkervaring, in samenhang met de totale werkervaring wordt hiermee de vertaalvaardigheid en -attitude in de betrokken vertaalrichting voldoende gewaarborgd.

Artikel 6

Indien een tolk of vertaler niet heeft aangetoond te voldoen aan de voorwaarden voor inschrijving in het Rbtv, dan volgt in beginsel een afwijzing van het verzoek. De Raad kan in door hem te bepalen gevallen een verzoek ter advisering voorleggen aan de Commissie btv. Het ligt in de rede om advies te vragen aan de Commissie btv in de gevallen dat een tolk of vertaler beschikt over bijvoorbeeld bijzondere ervaring, woon- of onderwijservaring in het land van bron- of doeltaal of docentschap (vgl. Nota van Toelichting Besluit btv1).

De tolk zal een goede onderbouwing van de bijzonderheden in zijn geval moeten geven. Het is aan de tolk om de bijzonderheid van zijn of haar situatie aan te tonen en die stukken die daartoe bijdragen in te dienen met het verzoek.

De vertaler zal een goede onderbouwing van de bijzonderheden in zijn geval moeten geven. Hij dient de bijzonderheid van zijn of haar situatie aan te tonen en die stukken die daartoe bijdragen in te dienen met het verzoek.