Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van JustitieStaatsblad 2008, 555AMvB

Besluit van 11 december 2008, houdende regels inzake de kwaliteit en integriteit van beëdigde tolken en vertalers (Besluit beëdigde tolken en vertalers)

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Justitie van 15 juli 2008, nr. 5554808/08/6;

Gelet op de artikelen 2, vierde en vijfde lid, 3, 4, vijfde lid, 8, vierde lid, 16, vierde lid, van de Wet beëdigde tolken en vertalers;

De Raad van State gehoord (advies van 20 augustus 2008, nr. W03.08.0302/II);

Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Justitie van 4 december 2008, nr. 5576160/06/08;

Hebben goedgevonden en verstaan:

HOOFDSTUK 1. BEGRIPSBEPALINGEN

Artikel 1

In dit besluit wordt verstaan onder:

a. wet:

de Wet beëdigde tolken en vertalers;

b. commissie:

de commissie beëdigde tolken en vertalers, bedoeld in artikel 2;

c. klachtencommissie:

de klachtencommissie, bedoeld in artikel 16, tweede lid, van de wet.

HOOFDSTUK 2. DE COMMISSIE BEËDIGDE TOLKEN EN VERTALERS

Artikel 2

  • 1. Er is een commissie beëdigde tolken en vertalers.

  • 2. De commissie is belast met de volgende taken:

    • a. het adviseren over de aanwijzing van onafhankelijke deskundigen als bedoeld in artikel 8, tweede lid;

    • b. het adviseren over opleidingen als bedoeld in artikel 11, onderdeel b;

    • c. het adviseren over de competenties, genoemd in artikel 3 van de wet.

  • 3. De commissie bestaat uit maximaal vijf leden, waaronder de voorzitter.

Artikel 3

  • 1. Onze Minister benoemt de voorzitter en de overige leden van de commissie voor een periode van vier jaren.

  • 2. Een lid kan voor een periode van ten hoogste vier jaren worden herbenoemd.

  • 3. Onze Minister kan een lid op diens schriftelijk verzoek tussentijds ontslag verlenen.

  • 4. Onze Minister kan een lid ontslag verlenen bij ziekte dan wel wegens zwaarwichtige redenen zoals ongeschiktheid voor de functie of onverenigbaarheid van functies en belangen.

  • 5. Van een vacature en van besluiten tot benoeming, herbenoeming of ontslag wordt mededeling gedaan in de Staatscourant.

Artikel 4

  • 1. De leden van de commissie ontvangen vacatiegelden op basis van het Vacatiegeldenbesluit 1988 en de daarop gebaseerde voor het ministerie van Justitie geldende bepalingen.

  • 2. De leden ontvangen een vergoeding voor reis- en verblijfkosten overeenkomstig het Reisbesluit binnenland.

HOOFDSTUK 3. DE AANVRAAG TOT INSCHRIJVING

Artikel 5

Voor de aanvraag tot inschrijving in het register wordt gebruik gemaakt van een daartoe ter beschikking gesteld formulier.

Artikel 6

  • 1. Bij de aanvraag tot inschrijving of verlenging worden, naast het ingevulde en ondertekende formulier, in elk geval de volgende bescheiden verstrekt:

    • a. de verklaring omtrent het gedrag, genoemd in artikel 4, tweede lid, van de wet;

    • b. het getuigschrift, genoemd in artikel 8, eerste lid, onderdeel a;

    • c. een kopie van een geldig identiteitsbewijs;

    • d. een goed gelijkende pasfoto; en

    • e. een document waaruit blijkt dat verzoeker, indien relevant, in Nederland mag verblijven en werken.

  • 2. In plaats van het origineel van het getuigschrift, bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdeel a of b, kan ook een gewaarmerkte kopie worden overgelegd.

Artikel 7

  • 1. Voor de behandeling van de aanvraag tot inschrijving in het register is de verzoeker een bedrag van € 125,– verschuldigd.

  • 2. Voor de behandeling van de aanvraag tot verlenging van de inschrijving in het register is de verzoeker een bedrag van € 75,– verschuldigd.

  • 3. Indien een verzoeker een aanvraag tot inschrijving of verlenging indient voor zowel tolk als vertaler of voor meer dan één bron- of doeltaal, is slechts eenmaal het betrokken bedrag verschuldigd.

  • 4. Bij ministeriële regeling kan worden bepaald in welke gevallen vrijstelling van het eerste en tweede lid kan worden verleend.

HOOFDSTUK 4. INSCHRIJVING IN HET REGISTER

Artikel 8

  • 1. Een tolk of vertaler wordt in het register ingeschreven, indien hij voldoet aan een of meer van de volgende eisen:

    • a. hij beschikt over een of meer van de volgende getuigschriften waaruit blijkt dat hij met goed gevolg het examen heeft afgelegd ter afsluiting van een opleiding tot tolk of vertaler als bedoeld in de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek:

      • 1°. een getuigschrift waaruit blijkt dat het recht is verkregen om de titel baccalaureus te voeren;

      • 2°. een getuigschrift waaruit blijkt dat de graad Bachelor is verleend; of

      • 3°. een getuigschrift waaruit blijkt dat de graad Master is verleend;

    • b. hij kan anderszins aantonen te voldoen aan de wettelijke competenties.

  • 2. Onze Minister kan onafhankelijke deskundigen aanwijzen die taal- en cultuurtoetsen kunnen afnemen waarmee tolken en vertalers kunnen aantonen dat ze beschikken over de desbetreffende wettelijke competenties.

  • 3. Een tolk of vertaler op wie het overgangsrecht van artikel 37 van de wet van toepassing is, wordt in het register ingeschreven.

Artikel 9

  • 1. Op verzoek van een tolk of vertaler worden met het oog op diens veiligheid bepaalde gegevens uit het register of uit de lijst, bedoeld in artikel 2, derde lid, van de wet, niet openbaar gemaakt.

  • 2. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld omtrent het eerste lid.

Artikel 10

  • 1. Bij de inschrijving in het register worden van een tolk of vertaler ten minste de volgende gegevens opgenomen:

    • de naam;

    • de voornaam of voornamen;

    • de contactgegevens;

    • de aanduiding of betrokkene tolk of vertaler is;

    • het geslacht;

    • de geboortedatum;

    • de nationaliteit; en

    • de bron- en de doeltaal dan wel de bron- en de doeltalen.

  • 2. Indien een tolk of vertaler schriftelijk aantoont over overige specifieke bekwaamheden te beschikken, kunnen deze bekwaamheden op diens verzoek in het register worden vermeld.

HOOFDSTUK 5. VERLENGING VAN DE INSCHRIJVING

Artikel 11

De inschrijving van een beëdigde tolk of vertaler wordt verlengd, indien schriftelijk is aangetoond:

  • a. dat hij ten minste tien professionele werkopdrachten als beëdigde tolk of vertaler heeft verricht; en

  • b. dat hij door middel van een door Onze Minister aangewezen opleiding zijn vakbekwaamheid heeft onderhouden.

Artikel 12

Bij ministeriële regeling kan worden bepaald in welke gevallen een inschrijving kan worden verlengd hoewel niet wordt voldaan aan artikel 11.

Artikel 13

Onze Minister kan een opleiding als bedoeld in artikel 11, onderdeel b, aanwijzen, indien deze ten minste voldoet aan de volgende criteria:

  • a. de opleiding is gericht op verhoging van de kwaliteit van de beroeps- en praktijkuitoefening op vakinhoudelijk gebied en de kwaliteit van de dienstverlening van de beëdigde tolk of vertaler; en

  • b. de opleiding wordt gegeven door docenten met praktijkervaring.

Artikel 14

  • 1. Bij een verzoek tot aanwijzing van een opleiding als bedoeld in artikel 11, onderdeel b, worden ten minste de namen van de docenten en hun ervaring opgegeven en wordt het studiemateriaal overgelegd.

  • 2. Onze Minister beslist binnen twee maanden na ontvangst op een verzoek tot aanwijzing van een opleiding.

HOOFDSTUK 6. DE KLACHTENCOMMISSIE

Artikel 15

  • 1. De klachtencommissie, bedoeld in artikel 16, tweede lid, van de wet, bestaat uit ten minste drie leden en maximaal acht leden, waaronder ten minste de voorzitter of de plaatsvervangend voorzitter.

  • 2. Er kunnen plaatsvervangende leden worden benoemd.

  • 3. De artikelen 3 en 4 zijn van overeenkomstige toepassing op de klachtencommissie.

Artikel 16

  • 1. De voorzitter en de plaatsvervangend voorzitter zijn jurist.

  • 2. De in het eerste lid genoemde leden zijn niet werkzaam als tolk of vertaler, noch werkzaam bij een organisatie van tolken of vertalers of bij een onderneming die tolken of vertalers in dienst heeft, noch aangesteld bij het Ministerie van Justitie.

Artikel 17

  • 1. De klachtencommissie behandelt een klacht tegen een beëdigde tolk in een kamer, ten minste bestaande uit de voorzitter of een plaatsvervangend voorzitter, een lid dat geen tolk of vertaler is, en een lid dat beëdigd tolk is.

  • 2. De klachtencommissie behandelt een klacht tegen een beëdigde vertaler in een kamer, ten minste bestaande uit de voorzitter of een plaatsvervangend voorzitter, een lid dat geen tolk of vertaler is, en een lid dat beëdigde vertaler is.

Artikel 18

De klachtencommissie stelt een reglement op ter regeling van haar werkwijze.

Artikel 19

  • 1. De klachtencommissie stelt jaarlijks een openbaar verslag op, waarin ten minste het aantal en de aard van de door haar behandelde klachten wordt aangegeven.

  • 2. De klachtencommissie zendt het verslag voor 1 april van het daaropvolgende kalenderjaar aan Onze Minister.

Artikel 20

De artikelen 1 tot en met 41 van de wet en dit besluit treden in werking met ingang van 1 januari 2009.

Artikel 21

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit beëdigde tolken en vertalers.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.histnoot

’s-Gravenhage, 11 december 2008

Beatrix

De Staatssecretaris van Justitie,

N. Albayrak

Uitgegeven de tweeëntwintigste december 2008

De Minister van Justitie,

E. M. H. Hirsch Ballin

NOTA VAN TOELICHTING

Algemeen

1. Inleiding

Dit besluit vloeit voort uit de Wet beëdigde tolken en vertalers. De wet strekt tot het instellen van het register voor tolken en vertalers. Door het register kunnen de afnemers van tolk- en vertaaldiensten kennis nemen van het beschikbare aanbod van beëdigde tolken en vertalers. De wet kent tevens een verplichting voor bepaalde afnemers om in het kader van het strafrecht en het vreemdelingenrecht gebruik te maken van ingeschreven tolken en vertalers. Dit besluit bevat regels omtrent de wijze waarop tolken en vertalers kunnen aantonen dat zij voldoen aan de eisen van de wet. Er wordt een commissie beëdigde tolken en vertalers (verder: de commissie) ingesteld, die belast wordt met de advisering inzake de beoordeling van individuele bekwaamheden, taal- en cultuurtoetsen en permanente opleiding van tolken en vertalers. De beëdigde tolken en vertalers zijn op grond van de wet gehouden hun vakkennis op peil te houden. Dit besluit bevat een regeling daaromtrent. Verder wordt de inschrijving van tolken en vertalers in het register geregeld. Het besluit bevat voorts bepalingen ten aanzien van de samenstelling en werkwijze van de klachtencommissie.

2. Voorbereiding van het besluit

Een conceptversie van het besluit is gepubliceerd op de website van het Ministerie van Justitie en ter consultatie verzonden aan de Nederlandse Orde van Advocaten (NOvA), het College van procureurs-generaal, de Koninklijke Marechaussee, de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie (KNB), de Raad voor de rechtspraak, de Nederlandse Vereniging voor Rechtspraak, de Raad van Hoofdcommissarissen, de Vereniging Gerechtstolken & -Vertalers (SIGV), het Nederlands Genootschap voor Tolken en Vertalers (NGTV), de Alliantie van tolken- en vertalersorganisaties (ATVO), de Nederlandse Beroepsvereniging Tolken Gebarentaal, de Immigratie en Naturalisatie Dienst (IND), de Raad voor rechtsbijstand ’s-Hertogenbosch (onderdeel Kwaliteitsregister Tolken en Vertalers: Ktv), het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en het Adviescollege toetsing administratieve lasten (ACTAL). Het College Bescherming Persoonsgegevens is betrokken bij het instellen van het register. Naast de schriftelijke consultatie heeft een aantal gesprekken plaatsgevonden met het NGTV, de ATVO en de Raad voor Rechtsbijstand ’s-Hertogenbosch. Opmerkingen zijn waar aangewezen overgenomen in het besluit en de toelichting. Het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, de IND en de Raad voor de rechtspraak hebben laten weten dat het besluit hen geen aanleiding geeft tot het maken van opmerkingen. Hieronder wordt verder ingegaan op de consultatie.

De NOvA ziet de nieuwe regelingen als een belangrijke vooruitgang ten opzichte van de oude situatie, waarin gerechten eigen kwaliteitseisen aanleggen en politiediensten soms volstrekt oncontroleerbaar gebruik maken van tolken en vertalers waaraan geen objectief meetbare kwaliteitseisen worden gesteld. Wel vraagt de NOvA of de kwaliteitseisen die aan tolken en vertalers gesteld zullen worden, toegespitst zullen zijn op de specifieke kennis en vaardigheden die voor elk van deze beroepen van belang zijn. Het besluit voorziet hierin. De opleidingen voor tolken en vertalers zullen doorgaans reeds zijn toegesneden op de specifieke deskundigheid. Via de getuigschriften die nodig zijn voor inschrijving, wordt bij deze opleidingen aangesloten. Voorts is als specifieke competentie voor tolken de tolkvaardigheid en voor vertalers de vertaalvaardigheid opgenomen.

De adviescommissie Strafrecht merkt op geen bezwaar te hebben tegen de commissie die bij onderhavig besluit wordt ingesteld. Voorts merkt de adviescommissie op dat het geformuleerde overgangsrecht niet helder is wat betreft de kwaliteitseisen op basis waarvan de eerdere definitieve registratie heeft plaatsgevonden. In de artikelsgewijze toelichting van artikel 8 wordt hierop ingegaan.

De KNB adviseert te voorzien in de mogelijkheid om in het register ook extra competenties te vermelden. Artikel 10 lid 2 voorziet hierin. De KNB verzoekt voorts te voorzien in een vermelding van de lijst waarop de gegevens van tolken en vertalers worden bijgehouden die niet in het register worden ingeschreven. Hierin is inmiddels bij nota van wijziging bij het wetsvoorstel voorzien.

De SIGV verzoekt de verwachte uitzondering waardoor de kosten voor inschrijving niet in rekening worden gebracht aan tolken die zijn ingeschreven in het Register Tolken Gebarentaal, ook te laten gelden voor tolken en vertalers ingeschreven bij de SIGV. Tolken in het Register Tolken Gebarentaal zijn daarin ingeschreven indien zij een diploma Tolk Nederlandse Gebarentaal kunnen overleggen. Deze opleiding zal naar verwachting worden aangewezen als opleiding die toegang geeft tot inschrijving in het register. Voorts is komen vast te staan dat de toetsing die het Register Tolken Gebarentaal toepast alvorens tolken in te schrijven, overeenkomt met de toetsing die op grond van de wet en het besluit plaatsvindt. De uitzondering om geen kosten in rekening te brengen voor de inschrijving zal naar verwachting enkel gelden voor Tolken Gebarentaal.

Van de zijde van de SIGV is aandacht gevraagd voor de ontwikkeling van een gedragscode. In het kader van de Wet beëdigde tolken en vertalers is van belang dat beroepsbeoefenaren weten welk gedrag van hen wordt verwacht. De tekst van de beëdiging (artikel 13 en 14 van de wet) verwijst daar ook naar. Mocht desondanks worden vastgesteld dat er onduidelijkheid bestaat over het gedrag dat van beëdigde tolken en vertalers mag worden verwacht, dan kan alsnog besloten worden een uniforme en bindende gedragscode te introduceren. Bij de ontwikkeling van gezamenlijke beroepsnormen mag ook van de beroepsgroepen een inspanning verwacht worden.1

Het Kwaliteitsinstituut Beëdigde Tolken en Vertalers (verder: Kwaliteitsinstituut) bij de Raad voor rechtsbijstand kan adviseren over een dergelijke gedragscode, bijvoorbeeld op basis van het concept dat de Raad voor rechtsbijstand ’s-Hertogenbosch enkele jaren geleden heeft laten ontwikkelen (Gedragscodes «geen eindpunt maar een beginpunt», Van Laarhoven, januari 2004). Voorts verzoekt de SIGV het takenpakket van de commissie uit te breiden en in overeenstemming te brengen met aanbevelingen uit het rapport «Praktisch en Effectief»2 van de Commissie Jurgens. De SIGV verwijst naar een aantal aanbevelingen:

  • zorg voor inhoudelijke aansturing en het beheer van het Register

  • actief volgen en sturen van het beroepsprofiel van de tolk/vertaler

  • contacten onderhouden met afnemers, branche en onderwijsinstellingen

Het NGTV heeft aandacht gevraagd voor het feit dat het wetsvoorstel en de algemene maatregel van bestuur nog steeds zijn toegesneden op het justitiële domein en dat geen onderscheid gemaakt wordt inzake de verschillende werkterreinen en niveau’s van tolken en vertalers. In deze nota van toelichting past het niet in te gaan op adviezen inzake het wetsvoorstel. Op de opmerkingen inzake het domein, het onderscheid tussen de werkterreinen en het onderscheid in niveau’s tussen tolken en vertalers is reeds uitgebreid ingegaan in de nota naar aanleiding van het verslag bij de wet. Er is thans geen aanleiding hierop opnieuw in te gaan.

Naar aanleiding van de publicatie van het concept op de website van het Ministerie van Justitie meldt de Provincie Friesland dat nader wordt bezien of maatwerk kan worden gevonden in het uitwerken van een opleidingsmodule «tolken en vertalen» binnen de tweedegraads lerarenopleiding Fries van de Noordelijke Hogeschool Leeuwarden (NHL). Voorop staat dat men zich binnen deze opleiding kan bekwamen tot beëdigd tolk en vertaler Fries overeenkomstig de benodigde kennis en vaardigheden.

3. De commissie beëdigde tolken en vertalers

De commissie speelt een belangrijke rol bij de uitvoering van wettelijke bepalingen rond inschrijving in het register. In de eerste plaats adviseert zij de beheerder van het register over het aanwijzen van instellingen en deskundigen die taal- en cultuurtoetsen kunnen afnemen. In Nederland zijn slechts in een beperkt aantal talen tolk- en vertaalopleidingen te volgen, terwijl het aantal talen waarin diensten gevraagd worden, veel groter is. Om ook in andere talen te kunnen voorzien in een aanbod van gekwalificeerde beroepsbeoefenaren, zijn aanvullende opleidingen nodig. Het is echter niet reëel te verwachten dat voor het merendeel van deze talen een HBO- of vervolgopleiding zal worden ingericht. In veel gevallen zal dus per wettelijke competentie moeten worden vastgesteld dat een tolk of vertaler aan de criteria voldoet. Op het gebied van kennis van bron- of doeltaal en de bijbehorende cultuur kan de minister instellingen en deskundigen aanwijzen die deze toetsen afnemen. Er zullen daaromtrent beleidsregels worden vastgesteld. Te denken valt aan algemene criteria voor deze instellingen en deskundigen waarvan ook eisen aan de toetsen zelf onderdeel kunnen uitmaken. Het Kwaliteitsinstituut kan daarbij behulpzaam zijn.

De commissie brengt op basis van deze criteria advies uit over de aanwijzing van instellingen en deskundigen. Deze adviezen en de daaropvolgende besluitvorming zullen de algemene criteria geleidelijk aan scherper invullen. Dezelfde werkwijze wordt gevolgd bij de waardering van activiteiten in het kader van permanente opleiding. Concrete verzoeken om bijvoorbeeld punten toe te kennen aan permanente opleiding worden ter advisering voorgelegd aan de commissie. De adviezen van de commissie kunnen vervolgens weer helpen de algemene criteria scherper te formuleren.

Met betrekking tot de beoordeling van aanvragen tot inschrijving is het niet werkbaar om in alle gevallen waarin tolken en vertalers geen diploma van een tolk- of vertaalopleiding kunnen overleggen, de commissie om advies te vragen. Omdat tolken en vertalers die thans voorlopig staan ingeschreven in het Kwaliteitsregister Tolken en Vertalers, een nieuwe aanvraag tot inschrijving moeten indienen, gaat het naar verwachting om een groot aantal aanvragen. De ervaring met het Kwaliteitsregister Tolken en Vertalers leert dat het niet altijd gemakkelijk is om de zeer uiteenlopende indicaties over kennis en vaardigheden af te zetten tegen algemeen beleid en dat specifieke deskundigheid bij deze beoordeling van grote meerwaarde kan zijn.

4. Inschrijving in het register

Op grond van artikel 2, tweede lid, van de wet wordt de Raad voor rechtsbijstand ’s-Hertogenbosch (verder: de Raad) aangewezen als bewerker van het register. De verzoeker zal zich voor de aanvraag, het betalen van leges, de inschrijving en de afgifte van een legitimatiebewijs moeten wenden tot de Raad. Deze zal hiertoe procedures vaststellen en een inschrijfformulier beschikbaar stellen. De beslissing over de inschrijving en de inschrijving zelf vinden plaats bij de Raad. De tolk of vertaler die over de bij of krachtens de wet vereiste competenties beschikt kan op zijn aanvraag worden ingeschreven in het register. Op grond van de wet dient de tolk of vertaler hiertoe over de volgende competenties te beschikken:

Tolk

Vertaler

attitude van de tolk

attitude van de vertaler

integriteit

integriteit

taalvaardigheid in de brontaal

taalvaardigheid in de brontaal

taalvaardigheid in de doeltaal

taalvaardigheid in de doeltaal

kennis van de cultuur van het land of gebied van de brontaal en de doeltaal

kennis van de cultuur van het land of gebied van de brontaal en de doeltaal

tolkvaardigheid

vertaalvaardigheid

In dit besluit wordt onder meer de procedure beschreven aan de hand waarvan de tolk of de vertaler kan worden ingeschreven. Wat betreft de integriteit vormt de verklaring omtrent het gedrag een belangrijke waarborg. Deze verklaring, bedoeld in artikel 4, tweede lid van de wet, dient bij indiening van de aanvraag te worden overgelegd. Daarnaast komt integriteit aan de orde bij de opleidingen voor tolken en vertalers. Daar zullen in de regel ook de overige competenties aan de orde komen. De in Nederland aangeboden tolk- en vertaalopleidingen aan hogescholen en universiteiten leveren tolken en vertalers af die voldoen aan de vereisten zoals genoemd in bovenstaande tabel. Het huidige opleidingsaanbod tot tolk of vertaler is evenwel nog niet volgroeid. Momenteel wordt in zes vreemde talen in Nederland door Hogescholen een tolk- dan wel vertaalopleiding aangeboden. Daarnaast biedt de SIGV in 17 talen de opleiding «Gerechtstolken in strafzaken» en in een aantal talen de opleiding Juridisch vertalen in strafzaken aan, die een vergelijkbaar niveau kennen. Voor gerechtstolken is door de SIGV ook een taaloverstijgende variant ontwikkeld. In Vlaanderen wordt in een groter aantal talen een tolk- dan wel vertaalopleiding aangeboden. De wet kent een regeling voor erkenning van in het buitenland afgeronde opleidingen. Het is voor tolken en vertalers derhalve ook mogelijk een opleiding in het buitenland te volgen.

Indien de tolk of vertaler geen diploma van een tolk/vertaleropleiding kan overleggen, kan hij anderszins aantonen te beschikken over de in de wet omschreven competenties. Op grond van een behaald getuigschrift van door de Minister aangewezen opleidingen of deskundigen, kan een tolk of vertaler aantonen dat hij voldoende kennis van de bron- en de doeltaal heeft en afhankelijk van de opleiding ook kennis van de cultuur van het land van de bron- of de doeltaal. Teneinde te kunnen voldoen aan de competenties die betrekking hebben op de attitude en de tolk- dan wel vertaalvaardigheid kan de tolk of vertaler een of meer getuigschrift(en) overleggen waaruit blijkt dat hij over deze laatst genoemde competenties beschikt. Daarnaast is denkbaar dat een tolk of vertaler op basis van andere feiten zoals bijzondere ervaring, woon- of onderwijservaring in het land van bron- of doeltaal, docentschap en dergelijke aannemelijk kan maken dat inschrijving gerechtvaardigd is. Daarvoor zal wel een goede onderbouwing nodig zijn. Het ligt in de rede dat juist in deze gevallen advies wordt ingewonnen bij de commissie. Zoals eerder aangegeven zal het Kwaliteitsinstituut adviseren over heldere toetsingscriteria.

5. Opleiding

De beëdigde tolk of vertaler biedt de afnemers van tolk- dan wel vertaaldiensten een zeker kwaliteitsniveau. Het is van belang dat dit niveau blijvend gewaarborgd wordt. Op grond van de wet zijn de beëdigde tolken en vertalers onder meer gehouden de kennis en vaardigheden op peil te houden en waar mogelijk verder te ontwikkelen via permanente opleiding.

De commissie heeft tot taak te adviseren over de aanwijzing van de onderwijsvorm en bijvoorbeeld het aantal opleidingspunten dat daaraan toekomt. De beëdigde tolk en vertaler is gehouden zijn vakbekwaamheid te onderhouden. In bijzondere gevallen kan de commissie vrijstelling verlenen van de eisen in het kader van de permanente opleiding. De gevallen waarin dit mogelijk is worden bij ministeriële regeling geregeld.

Het is voor zowel beëdigde tolken en vertalers als voor afnemers van tolk- en vertaaldiensten van belang dat vertrouwd kan worden op de kwaliteit van de beroepsuitoefening. In dat kader bevat artikel 11 als criterium dat de beëdigde tolk en vertaler in de periode van vijf jaar tussen het moment van inschrijving in het register en het moment waarop de aanvraag tot verlenging van de inschrijving wordt gedaan, tenminste tien professionele opdrachten verricht dient te hebben. Te denken valt bijvoorbeeld aan tolk- of vertaalwerkzaamheden voor de diensten en instanties, genoemd in artikel 28, eerste lid, onderdelen a tot en met f, van de wet en instanties en organen als bedoeld in artikel 28, tweede lid, van de wet.

6. De klachtencommissie

De klachten worden behandeld door een klachtencommissie die formeel advies uitbrengt aan de Minister van Justitie, maar feitelijk aan de Raad. Deze kan de klacht gegrond of ongegrond verklaren en, indien dat gepast is, de inschrijving van de beëdigde tolk of vertaler in het register doorhalen. De regeling voor de klachtbehandeling en de doorhaling van de inschrijving zijn in de wet opgenomen. Dit besluit bevat nadere regels inzake de samenstelling van de klachtencommissie. De klachtencommissie bestaat uit ten minste drie en maximaal acht leden. Indien het een klacht tegen een beëdigde tolk betreft, wordt de klacht behandeld in een kamer bestaande uit de voorzitter of een plaatsvervangend voorzitter, een lid dat geen beëdigde tolk of vertaler is, en een lid dat beëdigde tolk is. Indien het een klacht tegen een beëdigde vertaler betreft, wordt de klacht behandeld in een kamer bestaande uit de voorzitter of een plaatsvervangend voorzitter, een lid dat geen beëdigde tolk of vertaler is en een lid dat beëdigd vertaler is. Op deze wijze vormt de samenstelling van de klachtencommissie een waarborg voor een zorgvuldige behandeling.

7. Administratieve lasten

Voor de administratieve lasten van de burger heeft dit besluit minimale gevolgen. De inschrijving in het wettelijke register heeft wel beperkte invloed op de administratieve lasten voor het bedrijfsleven (de tolken en vertalers). De lasten (zie onderstaande tabel) hebben met name betrekking op de indiening van de aanvraag om inschrijving in het register, alsmede de vijfjaarlijkse aanvraag tot verlenging van de inschrijving. Eenmalig wordt een extra last verwacht, enerzijds omdat er naar verwachting een aantal tolken en/of vertalers alsnog een verzoek tot inschrijving in het register zal indienen, anderzijds omdat tolken en vertalers die een voorlopige registratie hebben verkregen in het kwaliteitsregister zoals dat thans bij de Raad wordt bijgehouden, mogelijk na toetsing aan de wettelijke competenties geen registratie verkrijgen in het wettelijk register. De tolken en vertalers die definitief in het kwaliteitsregister staan ingeschreven en de beëdigde vertalers die voorlopig staan ingeschreven, vallen onder de overgangsregeling van de wet en behoeven geen verzoek tot inschrijving te doen. Zij gaan automatisch over naar het wettelijk register en hoeven daarvoor geen leges te betalen. Dit vergt dus geen administratieve last voor deze groep, tenzij zij zich ook willen inschrijven voor een vaardigheid en/of taal die niet onder de overgangsregeling valt.

Begin 2008 zijn in het huidige kwaliteitsregister ruim 2.300 personen ingeschreven. Daarvan zullen naar verwachting circa 1.000 ingeschrevenen geen leges hoeven te betalen omdat zij alleen een definitieve inschrijving in het huidige kwaliteitsregister hebben of alleen voorlopig staan ingeschreven als beëdigd vertaler.

De reguliere instroom van nieuwe tolken en vertalers in het register zal in vergelijking met de huidige situatie waarschijnlijk toenemen. Deze verwachting is gebaseerd op het feit dat vertalers voortaan alleen beëdigd kunnen worden als ze zijn ingeschreven in het register. Vertalers die al onder de wet zijn beëdigd, maar nog niet zijn geregistreerd (omdat ze bijvoorbeeld niet voor justitie werken) zullen gedurende de eerste twee jaar na inwerkingtreding van de wet gebruikmaken van de overgangsregeling en dus eveneens voor autonome groei zorgen.

Samengevat zijn de beperkte administratieve lasten voor het bedrijfsleven die voortvloeien uit dit besluit:

 

vóór

verschil

adm. lasten bedrijfsleven jaarlijks

€ 10.500,–

€ 30.500,–

€ 20.000,–

adm. lasten bedrijfsleven eenmalig

€ 98.000,–

€ 98.000,–

adm. lasten burger jaarlijks

 

€ 500,–*

€ 500,–

XNoot
*

Hierbij is voor de burger uitgegaan van 20 uur aan bestede tijd en € 12,80 aan gemaakte (out-of-pocket) kosten.

Het College Actal heeft besloten het ontwerpbesluit niet te selecteren voor een toets.

Artikelsgewijze toelichting

Artikel 2

Indien ten aanzien van een bepaalde bron- of doeltaal geen taalopleiding bestaat, is het mogelijk dat de commissie advies uitbrengt over de aanwijzing van een opleiding of onafhankelijke deskundige die vaststelt of de tolk of vertaler de desbetreffende taal afdoende beheerst en/of voldoende kennis van de cultuur heeft. De kosten van de toetsing komen, evenals de kosten van de opleidingen, voor rekening van de tolk of vertaler. Desgevraagd kan de commissie adviseren over de toepassing van beleid over tolken en vertalers die niet aan de hand van getuigschriften of diploma’s kunnen aantonen te beschikken over alle of een deel van de wettelijke competenties. De commissie krijgt tevens de taak te adviseren over het kwaliteitsniveau van aangeboden opleiding aan de hand van het opleidingsprogramma en docenten. Ten behoeve van de opleiding die geschikt is voor tolken en vertalers zijn in dit besluit minimale vereisten neergelegd. Ervan uitgaande dat adviesverzoeken beperkt in aantal zullen zijn, hoeft de commissie geen grote omvang te hebben. Indien zij bijvoorbeeld vijf leden telt, is aannemelijk dat altijd een meerderheid van drie leden vergaderingen kan bijwonen. Bovendien kan per geval de commissie zo worden samengesteld dat belangenverstrengeling kan worden vermeden. In voorkomende gevallen kan het wenselijk zijn om bijvoorbeeld een geregistreerde tolk niet te laten adviseren over inschrijving van een collega. De leden zijn in ieder geval deskundig op genoemde terreinen in artikel 2 van de wet. Naast specifieke kennis van tolken en/of vertalen lijkt daarbij vooral deskundigheid op het gebied van onderwijs en toetsing van bijvoorbeeld getuigschriften relevant.

Artikel 3

De voorzitter en de overige leden van de commissie worden voor een periode van vier jaren benoemd en zijn eenmaal herbenoembaar voor een gelijke periode. Het voorzitterschap of lidmaatschap van de commissie betreft een nevenfunctie en om te voorkomen dat de commissie te zeer wordt geassocieerd met de organisaties waarvan haar leden deel uitmaken, wordt een wisseling in de samenstelling na verloop van ten hoogste acht jaar wenselijk geacht. Indien sprake is van ziekte of van disfunctioneren bestaat de mogelijkheid de voorzitter of een lid voortijdig ontslag te verlenen. Ook is het mogelijk dat tussentijds om ontslag wordt verzocht. Teneinde de kring van eventuele kandidaten niet te beperken, zijn in het artikel geen selectiecriteria opgenomen. Uiteraard zal er bij het selecteren van kandidaten op worden toegezien dat voldoende deskundigheid op het vakgebied van tolken dan wel vertalers aanwezig is. Het is van belang dat de commissie zowel bij de tolken en vertalers als bij de afnemers gezag geniet.

Artikel 4

Naast een vergoeding op basis van het Vacatiegeldenbesluit 1988 ontvangen de leden van de commissie een tegemoetkoming in reis- en verblijfkosten overeenkomstig het Reisbesluit binnenland, voorzover zij niet reeds op vergoeding van reis- en verblijfkosten aanspraak kunnen maken op grond van andere regelingen.

Artikel 5

De Raad stelt het inschrijfformulier (elektronisch) ter beschikking op zijn website.

Artikel 6

Dit artikel noemt de bescheiden die een tolk of vertaler bij het indienen van de aanvraag of verlening dient te verstrekken. Deze bescheiden strekken ertoe te kunnen vaststellen dat de tolk of vertaler aan de in de wet omschreven competenties voldoet. Het is van belang dat de over te leggen bescheiden van goede kwaliteit zijn, met name de kopie van het identiteitsbewijs of – in voorkomende gevallen – een kopie van een rechtmatig verkregen verblijfsdocument. Indien een tolk of vertaler minder dan vijf jaar in Nederland woonachtig is, moet hij krachtens artikel 4, derde lid, van de wet tevens een integriteitverklaring overleggen van de daartoe bevoegde instantie van het land van herkomst. De integriteit van tolken en vertalers die reeds verblijven in Nederland, wordt getoetst aan de hand van de procedure bij het verlenen van de verklaring omtrent het gedrag. De desbetreffende screening is aangescherpt ten behoeve van functies met hoge integriteiteisen zoals tolken en vertalers. Bij het verkrijgen van de verklaring omtrent gedrag is het noodzakelijk om langer dan vier jaar terug te kijken omdat een vollediger beeld omtrent het strafrechtelijke verleden van de aanvrager noodzakelijk is. Bij aanvragen voor deze groepen geldt een terugkijktermijn van tien jaren, gelet op de hoge integriteitseisen die gesteld moeten worden aan tolken en vertalers, aangezien zij kunnen participeren in onder meer strafrechtelijke onderzoeken en onderzoeken ter terechtzitting.

Artikel 7

Zowel bij de aanvraag tot inschrijving in het register als bij het verzoek om verlenging van de inschrijving is de tolk of vertaler een bedrag verschuldigd. Dit bedrag strekt tot het dekken van de kosten die met de administratieve handelingen en het bijhouden van het register gemoeid zijn. Indien een aanvrager tegelijkertijd een verzoek tot (verlenging van de) inschrijving indient voor zowel tolk als vertaler of voor verschillende bron- en doeltalen, is de aanvrager slechts eenmaal het bedrag verschuldigd. De praktijk van tolken en vertalen leert dat er talen zijn waarin tolken en vertalers slechts in zeer beperkte omvang opdrachten kunnen krijgen. Zij verrichten dit werk dan ook vaak als nevenactiviteit naast een ander beroep. Afnemers kunnen er echter belang bij hebben deze tolken en vertalers toch te kunnen inschakelen. Indien dat zoals aangegeven slechts beperkt gebeurt, zal ook de vergoeding voor deze werkzaamheden beperkt zijn. In dat geval kan het inschrijfgeld een belemmering vormen voor registratie omdat die, in verhouding bezien, niet zal leiden tot substantiële inkomsten. Indien het in het belang van opdrachtgevers binnen het Justitiedomein is dat deze mensen toch in de registers zijn opgenomen, kan de minister in zo’n geval vrijstelling verlenen voor het betalen van inschrijfgeld. Als de desbetreffende tolk of vertaler ook wil worden ingeschreven voor een taal waarin wel veel werk wordt uitgezet, zal het inschrijfgeld wel in rekening worden gebracht. Voor toepassing van deze hardheidclausule zullen beleidsregels worden vastgesteld.

Tolken gebarentaal die staan ingeschreven in het Register Tolken Gebarentaal, hoeven naar verwachting geen bijdrage te betalen indien zij in het register worden ingeschreven. De reden hiervoor is dat de inschrijving in het Register Tolken Gebarentaal met voldoende waarborgen is omkleed om in die gevallen tot de inschrijving in het register voor beëdigde tolken en vertalers over te gaan. Zij kunnen na het overleggen van een recente verklaring omtrent het gedrag en een bewijs van hun inschrijving in het Register Tolken Gebarentaal in het register worden ingeschreven als beëdigde tolk of vertaler.

Artikel 8

In dit artikel wordt bepaald in welke gevallen een tolk of vertaler in het register wordt ingeschreven. Het eerste lid geeft aan welke eisen betrokkene moet voldoen: hij beschikt over een getuigschrift van een HBO-instelling of een universiteit of hij kan op andere wijze aantonen te beschikken over de competenties die de wet voorschrijft. Het tweede lid regelt de aanwijzing van deskundigen die taal- en cultuurtoetsen kunnen afnemen. Het derde lid regelt de inschrijving van degenen op wie het overgangsrecht van toepassing is.

Een tolk of vertaler wordt ingeschreven indien hij een getuigschrift van een tolk- dan wel vertaalopleiding van een HBO-instelling dan wel een universiteit overlegt. Hiermee toont hij aan dat hij beschikt over de competenties attitude, integriteit, taalvaardigheid in de Nederlandse en de vreemde taal, tolkvaardigheden c.q. vertaalvaardigheden.

Onderdeel 1° heeft betrekking op getuigschriften van tolken en vertalers die vóór de invoering van de bachelor-masterstructuur het recht hebben verkregen de titel baccalaureus te voeren. Door de Stichting Nationale Examens Vertaler en Tolk (SNEVT) worden examens afgenomen.1 Deze examens voor tolken en vertalers hebben de oude Staatsexamens vervangen en worden georganiseerd door een stichting waarin diverse opleiders samenwerken. Door SNEVT zijn «Richtlijnen voor het nationale examen opgesteld»2, waarin gedefinieerd wordt welke eisen er gesteld worden aan de examenopgaven, aan de werkstukken van kandidaten en aan de beoordeling van werkstukken.

De onderdelen 2° en 3° hebben betrekking op getuigschriften van tolken en vertalers die het recht hebben verkregen de graad Bachelor of Master te voeren.

Een tolk of vertaler kan ook worden ingeschreven als hij anderszins kan aantonen te voldoen aan de wettelijke competenties, bijvoorbeeld indien dat blijkt uit een of meer getuigschrift(en) of andere documentatie. Indien ten aanzien van de competenties taalvaardigheid in de bron- of de doeltaal of kennis van de cultuur van het land of gebied van de bron- dan wel de doeltaal geen opleiding beschikbaar is, kan de tolk of vertaler via een onafhankelijke deskundige laten vaststellen of hij over de genoemde competenties beschikt. De commissie brengt advies uit over het aanwijzen van zo’n deskundige. Getuigschriften van instellingen en onafhankelijk deskundigen, die hiertoe worden overgelegd, worden slechts geaccepteerd als deze instellingen en deskundigen zijn aangewezen door de Minister.

Naar aanleiding van het rapport «Kaders voor Kwaliteit» zijn in de periode 2001 tot en met 2005 door het Kernteam Kwaliteitsbevordering tolken en vertalers (hierna Kernteam) in opdracht van de Minister van Justitie scholingsmodules en toetsen ontwikkeld voor vaardigheden en talen waarin het reguliere onderwijs geen toetsmogelijkheid bood. Het Kernteam werd gevormd door vertegenwoordigers van reguliere tolk- en vertaalopleidingen, de Stichting Nederlandse Associatie voor Praktijkexamens en een toetsdeskundige van de Universiteit van Leiden. Door het met goed gevolg afleggen van de toets is vastgesteld dat een tolk/vertaler een aanvaardbaar niveau van kennis en vaardigheden had opdat definitieve inschrijving in het kwaliteitsregister kon plaatsvinden. Door het Kernteam zijn circa 1760 toetsen afgenomen. Daarbij ging het om kennis van bron- en cultuurtaal, kennis van de bijbehorende culturen, tolk- of vertaalvaardigheden en in iets mindere mate om tolk- of vertaalattitude. De evaluatie van de toetsen is uitgevoerd door het CITO. Deze instelling oordeelde positief over de kernaspecten van de toetsen en bracht enkele suggesties uit voor verbeteringen op detailniveau. De opzet van de toetsen en de evaluatie van het CITO rechtvaardigen dat tolken en vertalers aan de hand van getuigschriften op basis van door het Kernteam afgelegde toetsen kunnen aantonen dat zij aan een of meer van de wettelijke competentievereisten voldoen. Ook het afronden van de opleidingen Gerechtstolken in strafzaken en Juridisch vertalen in strafzaken, aangeboden door de SIGV, biedt eenzelfde waarborg, hoewel deze opleidingen niet vallen onder artikel 8, eerste lid, onderdeel a.

De situatie kan zich voordoen dat ten aanzien van een bepaalde taal geen opleiding kan worden aangewezen omdat op dat terrein geen deskundige beschikbaar is, en dat ook anderszins niet is vast te stellen dat de aanvrager over voldoende taal- en cultuurkennis beschikt. Uitgangspunt van de wet is dat alleen die tolken en vertalers in het register worden ingeschreven, van wie de kwaliteit na toetsing vaststaat. Op grond van dit uitgangspunt kan de tolk of vertaler wiens taalvaardigheid niet getoetst kan worden, niet in het register worden ingeschreven. Indien de Raad namens de Minister van Justitie vaststelt dat een opleiding of een onafhankelijke deskundige niet beschikbaar is, komt de desbetreffende tolk of vertaler in aanmerking voor opneming in de lijst, genoemd in artikel 2, derde lid, van de wet.

In 2004 is een uniforme lijst ontwikkeld van de meest voorkomende talen en dialecten, om te zorgen dat bij de keuze voor tolken en vertalers de juiste taal als uitgangspunt fungeert. De taallijst wordt al geruime tijd ook gebruikt door de Raad voor Rechtsbijstand ’s-Hertogenbosch bij het beheer van het Kwaliteitsregister Tolken en Vertalers. Wanneer talen onder verschillende namen bekend staan, wordt een voorkeursbenaming en een alternatief genoemd. Voor de uitvoering is het belangrijk dat duidelijkheid bestaat over talen. Er geldt immers een afnameplicht voor opdrachtgevers binnen het justitiedomein. Indien in een bron- of doeltaal geen tolk of vertaler in het register staat ingeschreven, is de opdrachtgever niet gebonden aan de afnameplicht. Misverstanden over de benaming van een taal mogen daarbij niet verwarrend werken. De taallijst behoeft uiteraard onderhoud. In de toepassing zijn enkele onduidelijkheden ontstaan die aanpak behoeven. Daarnaast kan vraag zijn ontstaan naar talen die nog niet op de lijst voorkomen of kunnen anderszins wijzigingen noodzakelijk zijn. De Raad inventariseert momenteel samen met het Bureau Taalanalyse van de IND welke knelpunten zich voordoen en welke wijzigingen wenselijk zijn en zal indien nodig een nieuwe versie vaststellen die als basis voor het register fungeert.

Volgens het overgangsrecht in artikel 37 van de wet gaan tolken en vertalers die definitief staan ingeschreven in het bestaande kwaliteitsregister, automatisch over naar het nieuwe wettelijk register. Vertalers die vóór de inwerkingtreding van de wet zijn beëdigd, worden tot twee jaar na de inwerkingtreding van de wet eveneens opgenomen in het nieuwe register. Dit gegeven sluit aan bij het feit dat de Wet beëdigde tolken en vertalers de Wet beëdigde vertalers van 1878 vervangt. Het ligt voor de hand dat vertalers die onder dit regime aan de daarvoor geldende criteria zijn getoetst en beëdigd, hun status behouden hoewel de nieuwe wetgeving andere eisen stelt. Vertalers moeten gelegenheid krijgen om aan de hogere eisen van de wet te voldoen. De overgangsregeling voorziet daarin door pas vijf jaar na inschrijving in het wettelijke register te beoordelen of deze groep beroepsbeoefenaren aan de wettelijke competentie-eisen voldoet. Vertalers die bij de inwerkingtreding van de wet niet aan deze eisen voldoen, hebben vijf jaar gelegenheid om kennis en vaardigheden te verwerven door middel van opleidingen. Kunnen zij alleen niet aantonen dat zij aan de eisen voldoen, dan hebben ze vijf jaar gelegenheid een toets af te leggen om hun niveau aan te tonen. In theorie kan een vertaler onder het oude regime zijn beëdigd zonder dat hij het vereiste kwaliteitsniveau heeft. De wet voorziet voor die gevallen door middel van artikel 9, eerste lid, en volgende in een instrumentarium om te toetsen of sprake is van onaanvaardbare lacunes in kennis of vaardigheden. Op basis van een gegronde klacht kan vervolgens worden besloten de vertaler alsnog uit het register te schrappen.

Artikel 2, derde lid, van de wet introduceert een lijst waarop tolken en vertalers kunnen worden ingeschreven, als zij niet kunnen aantonen te beschikken over de competenties kennis van bron- en doeltaal en de bijbehorende culturen, omdat er geen toetsen bestaan. Afnemers kunnen deze lijst raadplegen indien geen tolken of vertalers in het register beschikbaar blijken te zijn. Hieruit vloeit voort dat ook van de tolken en vertalers op deze lijst enige garanties van kwaliteit voorhanden moeten zijn. Aan opneming in deze lijst zullen dan ook minimumvereisten worden verbonden. Om te kunnen fungeren als tolk/vertaler is op zijn minst een redelijke kennis van bron- en doeltaal en de bijbehorende culturen noodzakelijk. Voor inschrijving op de «uitwijklijst» zou een iets lager niveau kunnen worden gehanteerd dan voor inschrijving in het register. Ook enige ervaring als tolk/vertaler zou een eis kunnen zijn. Het gehele dossier zal in deze gevallen aannemelijk moeten maken dat inschrijving op de «uitwijklijst» gerechtvaardigd is. Het Kwaliteitsinstituut zal worden gevraagd advies uit te brengen over de minimumvereisten.

Artikel 9

Openbaarheid van gegevens over beëdigde tolken en vertalers is om diverse redenen van belang. In de eerste plaats biedt een openbaar register opdrachtgevers de mogelijkheid een gekwalificeerde tolk/vertaler in te schakelen. Daarnaast geeft het openbaar deel van de gegevens de nodige transparantie aan de werking van de wet. Belanghebbenden kunnen zo immers vaststellen dat opdrachtgevers binnen het domein van justitie en politie hun afnameplicht zijn nagekomen, en als zou blijken dat dit niet het geval is, daarop actie ondernemen. Tegelijkertijd moet recht worden gedaan aan de zorg van een beperkt aantal tolken en vertalers die in gevoelige justitiële onderzoeken actief zijn en derhalve veiligheidsrisico’s lopen. De contactgegevens van deze tolken en vertalers mogen niet te gemakkelijk via deze weg hun weg vinden naar het criminele milieu. Tolken en vertalers krijgen daarom de mogelijkheid zelf te kiezen of hun contactgegevens via het openbare deel van het register te vinden zijn of niet. De Raad zal hiertoe een aantal profielen ontwikkelen.

Opdrachtgevers met een afnameplicht dienen in overeenstemming met de doelstelling van de wet alle mogelijkheden te hebben om de meest geschikte tolk of vertaler te selecteren. Dit uitgangspunt verhoudt zich niet met het afschermen van een deel van de gegevens voor deze categorie. Van instellingen uit het domein van justitie en politie mag bovendien worden verwacht dat zij in het kader van hun reguliere werkzaamheden zijn ingericht op vertrouwelijke behandeling van gevoelige informatie en inspelen op de kwetsbaarheid van functionarissen die bij juridische procedures betrokken zijn. Opdrachtgevers met een afnameplicht krijgen daarom toegang tot alle informatie die over ingeschreven tolken en vertalers is geregistreerd. De bewerker van het register heeft de taak om alleen toegang tot deze gegevens te verschaffen als vaststaat dat een verzoek daartoe is ingediend door een in de wet genoemde of door de Minister van Justitie op basis van artikel 28, tweede lid, van de wet aangewezen opdrachtgever uit het domein van justitie en politie.

Artikel 10

In dit artikel worden de gegevens vermeld die met betrekking tot beëdigde tolken en vertalers in het register worden opgenomen. De lijst bevat een aantal essentiële gegevens. In de praktijk kan wel de behoefte bestaan om aanvullende gegevens op te nemen ten behoeve van opdrachtgevers, zoals informatie over opleiding, (woon)ervaring, financiële gegevens, datum van afgifte van de verklaring omtrent het gedrag, e-mail adressen of internetsites en dergelijke. Het feit dat deze gegevens in het register worden opgenomen impliceert nog niet direct dat deze gegevens ook aan een ieder verstrekt zullen worden. In de nota naar aanleiding van het verslag bij het wetsvoorstel is hier nader op ingegaan (Kamerstukken TK 2004–2005, 29 936, nr. 8). Voor een nadere toelichting op dit punt wordt daarnaar verwezen.

Op grond van artikel 10, tweede lid, kunnen in het register ook specifieke bekwaamheden worden vermeld. In aansluiting op de doelstellingen van de wet en om wildgroei te voorkomen ligt het in de rede dat de vraag naar bekwaamheden bij opdrachtgevers daarbij leidend is. Daarbij valt te denken aan het zogenaamde taptolken in politieonderzoeken, telefonisch tolken, juridisch vertalen en tolken in de rechtszaal. Ten aanzien van het zogenaamde taptolken verdient vermelding, dat bij de SIGV een cursus in ontwikkeling is ter bevordering van de kwaliteit daarvan. In overleg met het Kwaliteitsinstituut kunnen relevante bekwaamheden worden benoemd en kunnen daarvoor toetsingscriteria worden geformuleerd. Het ligt voor de hand dat alleen als de tolk of vertaler aan deze criteria voldoet, de bekwaamheid aan de gegevens in het register zal worden toegevoegd.

Omdat het register ook een belangrijke functie heeft voor tolken en vertalers die niet in het justitiedomein actief zijn, moet ook de mogelijkheid bestaan om andere bekwaamheden op te nemen. Daarbij kan het gaan om specialisaties zoals simultaan- of congrestolken, maar ook om heel andere aandachtsterreinen zoals tolken in de gezondheidszorg, het vertalen van notariële akten en dergelijke.

Artikelen 11 en 12

Elke vijf jaar kan de inschrijving in het register worden verlengd. Beëdigde tolken en vertalers dienen bij de hernieuwing van de inschrijving naast de wettelijke vereisten bedoeld in artikel 4, tweede lid, onderscheidenlijk artikel 8, tweede lid, schriftelijk te kunnen aantonen dat zij geïnvesteerd hebben in hun kennis en vaardigheden door werkzaamheden te verrichten. De werkzaamheden kunnen bijvoorbeeld bestaan uit het maken van beëdigde vertalingen, of tolkwerkzaamheden.

Om voor verlenging van de inschrijving in aanmerking te komen, dient een beëdigde tolk of vertaler in de periode van vijf jaar tien opdrachten te hebben verricht. Er is geen eis gesteld aan het minimum aantal opdrachten per jaar, wat de mogelijkheid biedt om bijvoorbeeld tussentijds een opleiding af te ronden. Daarnaast dient de beëdigde tolk of vertaler door middel van een door de Minister aangewezen opleiding zijn vakbekwaamheid te hebben onderhouden.

De opdrachten moeten verifieerbaar zijn door vermelding van contractgegevens en bijvoorbeeld de facturen van de opdrachtgevers. Er zijn situaties denkbaar waarin het aantal opdrachten niet gehaald wordt, bijvoorbeeld omdat een (tap)tolk langdurig meewerkt aan een onderzoek, of omdat het aantal opdrachten gelet op de schaarsheid van de betrokken taal beperkt is. Dit zou betekenen dat deze feitelijke omstandigheden het onmogelijk zouden maken tot verlenging van inschrijving over te gaan. In dergelijke gevallen zal pragmatisch moeten worden omgegaan met de beoordeling van verlengingsaanvragen.

De situatie kan zich voordoen dat een beëdigde tolk of vertaler in bepaalde gevallen niet in staat is om aan de voorwaarden voor permanente opleiding te voldoen. Bij ministeriële regeling kan daartoe worden bepaald in welke gevallen vrijstelling kan worden verleend.

Artikel 13 en 14

Deze artikelen betreffen de aanwijzing door de Minister van opleidingen op het terrein van tolken en vertalers, waarmee tolken en vertalers kunnen aantonen dat zij hun kennis en vaardigheden op peil hebben gehouden. De bevoegdheid tot het aanwijzen van opleidingen berust op de delegatiegrondslag in artikel 8, vierde lid, van de wet. Wij nemen aan dat deze wettelijke basis voldoende is. Niettemin zijn wij voornemens om bij eerste gelegenheid een voorstel van wet in te dienen bij het parlement tot aanpassing van de delegatiegrondslag in die zin, dat de aanwijzing van opleidingen daaronder ook expliciet kan worden begrepen.

Over de aanwijzing van een opleiding kan de commissie op grond van artikel 2 advies uitbrengen aan de Minister. Aan de hand van de criteria van artikel 13 kan de commissie adviseren of een bepaalde opleiding geschikt is voor tolken en vertalers. Zonodig kan advies worden gevraagd aan het Kwaliteitsinstituut t.b.v. aanvullende criteria. In de praktijk kan behoefte bestaan om opleidingspunten toe te kennen aan overige activiteiten zoals bij andere beroepssectoren het geval is. Te denken valt aan relevante onderwijstaken, publicaties en bestuursfuncties. De beëdigde tolk en vertaler verstrekt de documenten waaruit blijkt dat hij heeft voldaan aan de eisen van opleiding. Dit is de eigen verantwoordelijkheid van de ingeschrevenen in het register. Wel zal eventueel worden voorzien in een attendering dat de inschrijving verlengd dient te worden.

Artikel 15 tot en met 17

De klachtencommissie moet klachten mondeling kunnen behandelen met een minimale bezetting van drie leden. Ook hier is het van belang om belangenverstrengeling te voorkomen. De klachtencommissie heeft een jurist als voorzitter en bestaat verder uit een beëdigde tolk of vertaler en een lid dat geen beëdigde tolk vertaler is. Hierbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan een taalwetenschapper of een deskundige op het terrein van tolken of het vertalen. Op deze wijze wordt een evenwicht gevonden tussen juridische kennis, vakkennis en inbreng van een deskundige buitenstaander. Denkbaar is dat vertegenwoordigers van opdrachtgevers, collega-tolken of vertalers met eenzelfde talencombinatie over bepaalde klachten beter geen uitspraken kunnen doen. Om die reden is het wenselijk dat de klachtencommissie meer leden telt dan de commissie beëdigde tolken en vertalers om in alle gevallen een passende samenstelling te kunnen realiseren. In een samenstelling van bijvoorbeeld zes leden waarvan twee tolken en twee vertalers (in afwijkende talencombinaties), één jurist met rechtspraakervaring als voorzitter en een tweede als plaatsvervangend voorzitter kan dit worden gerealiseerd. Een aantal van ten hoogste acht leden biedt een afdoende waarborg voor continuïteit en is daarnaast niet te groot van omvang waardoor de besluitvorming in het geding zou kunnen komen.

Artikel 18

De klachtencommissie stelt een reglement op ter regeling van haar werkwijze. In dit reglement kunnen bijvoorbeeld zaken geregeld worden als de wijze van verslaglegging, de wijze van besluitvorming tijdens vergaderingen en de wijze waarop geregeld wordt welke leden een kamer zullen vormen ter behandeling van een klacht. De kamers hoeven niet telkens uit dezelfde personen te bestaan. Indien daar behoefte aan bestaat kan dit uiteraard wel.

Artikel 19

Voor de beeldvorming ten aanzien van de klachten die jegens beëdigde tolken en vertalers worden ingediend, is het waardevol indien hiertoe gegevens beschikbaar zijn. In dit verband zal de klachtencommissie jaarlijks een rapportage opstellen waarin zij verslag doet van haar werkzaamheden en de behandelde klachten. De rapportage wordt aan het ministerie van Justitie gezonden.

De Staatssecretaris van Justitie,

N. Albayrak


XNoot
1

Vergaderstukken EK, 2006–2007, 29 936, p.5.

XNoot
2

Kamerstukken II 2004/05, 29 936, 29 482, nr. 7.

XNoot
1

http://www.snevt.nl/home.php

XNoot
2

http://www.snevt.nl/upload/docs/richtlijnen_examen_vertaler%20januari%202008_def.pdf

XHistnoot
histnoot

Het advies van de Raad van State wordt niet openbaar gemaakt op grond van artikel 25a, vijfde lid j° vierde lid, onder b van de Wet op de Raad van State, omdat het uitsluitend opmerkingen van redactionele aard bevat.