Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van Landbouw, Natuur en VoedselkwaliteitStaatscourant 2020, 35642Besluiten van algemene strekking

Regeling van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit van 26 juni 2020, nr. WJZ/ 20016117, houdende wijziging van de Regeling natuurbescherming (inperking reikwijdte vrijstelling voor het opzettelijk vangen van zieke of gewonde gewone zeehonden en grijze zeehonden)

De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit,

Gelet op de artikelen 3.8, tweede lid, en 3.10, tweede lid, van de Wet natuurbescherming in samenhang met de artikelen 1.3, 1.4 en 1.5 van het Besluit natuurbescherming;

Besluit:

ARTIKEL I

De Regeling natuurbescherming wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 3.22a wordt als volgt gewijzigd:

1. In het tweede lid wordt ‘een ieder’ vervangen door ‘personen die in dienst zijn van, of als opdrachtnemer of als vrijwilliger actief zijn voor een van de organisaties, bedoeld in het vijfde lid,’.

2. Het derde en vierde lid worden vernummerd tot vierde en vijfde lid.

3. Na het tweede lid wordt het volgende lid ingevoegd:

  • 3. De in het tweede lid bedoelde personen zijn werkzaam binnen het werkgebied van de in het vijfde lid bedoelde organisatie, weergegeven op de kaart in bijlage 5a bij deze regeling, en beschikken aantoonbaar over:

    • a. kennis van:

      • 1°. gewone en grijze zeehonden en hun leefomgeving;

      • 2°. het beheer van de gewone en grijze zeehond;

      • 3°. de belangrijkste wettelijke voorschriften op het terrein van de natuurbescherming en dierenwelzijn;

      • 4°. het gedrag van gewone en grijze zeehonden bij ziekte of verwonding; en

    • b. bekwaamheid in de omgang met de gewone en grijze zeehond.

4. In de aanhef van het vijfde lid (nieuw) wordt ‘indien zij krachtens de Wet dieren gerechtigd zijn uit het wild afkomstige gewone zeehonden of grijze zeehonden onder zich te hebben en te verzorgen’ vervangen door ‘indien zij bij de beslissing over het vangen, met het oog op het vervoeren van het dier, het Handelingskader zeehondenopvang, opgenomen in bijlage 5b, volgen, en indien zij krachtens de Wet dieren gerechtigd zijn uit het wild afkomstige gewone zeehonden of grijze zeehonden onder zich te hebben en te verzorgen’.

B

Na bijlage 5 worden de volgende bijlagen ingevoegd:

Bijlage 5a, behorende bij artikel 3.22a, derde lid, van de Regeling natuurbescherming

Bijlage 5b, behorende bij artikel 3.22a, vijfde lid, van de Regeling natuurbescherming

Handelingskader zeehondenopvang

Situatie

Gemaakte afspraak over hoe te handelen

verstrikte en gewonde dieren

Directe hulp bieden aan verwonde en verstrikte dieren (buiten de gesloten natuurgebieden, als bedoeld in artikel 2.5, eerste lid, van de Wet natuurbescherming) bestaande uit:

– (Medische) hulp ter plaatse en eventueel verplaatsen

– Opname

– Euthanasie (indien geringe kans op herstel)

zogende pups

zonder moeder nabij

24 uur observatie en zorgen voor rust rondom pup zodat moeder kan terugkomen. Eerder dan 24 uur opvangen als:

– de pup op een lastige of gevaarlijke plek ligt en/of

– er te veel omstanders zijn die commotie geven en er geen mogelijkheden zijn om de lig plek van de zeehond af te zetten of via handhaving de commotie op te lossen.

In geval van eerdere opname dan 24 uur: goede administratie van proces en redenen.

gespeende zeehonden:

Zorgen voor rust rondom het dier (voorkeur)

(30 tot liefst 50 meter).

Dier verplaatsen naar rustige plek in geval er te veel omstanders zijn.

(Geen opname gespeende zeehonden, ook niet als er sprake is van gewichtsverlies)

matig zieke dieren

24 uur observatie voor matig zieke of verzwakte dieren om te bezien of de dieren zich op een natuurlijk wijze kunnen hervatten.

Zo nodig rust maken op de vindplek of dier verplaatsen naar rustige plek.

Pas na 24 uur overgaan tot opname als duidelijk is dat herstel niet zonder interventie gaat plaatsvinden

Eerder opnemen in de volgende gevallen:

– het dier op een lastige of gevaarlijke plek ligt.

– het dier bij nadere bepaling toch ernstig ziek of verzwakt blijkt te zijn (zie 'ernstig zieke dieren').

– er teveel omstanders zijn die commotie geven en handhaving of afzetting/verplaatsing geen optie is

– ondragelijk en zinloos lijden (dan euthanasie)

– er besmettingsgevaar voor dieren of mensen (zoönosen) is.

In geval van eerdere opname dan 24 uur: goede administratie van proces en redenen.

ernstig zieke dieren

Directe opname ernstig zieke, ondervoede of verzwakte dieren voor behandeling (of in geval er geringe kans is op herstel – voor euthanasie) in het zeehondencentrum.

In gesloten natuurgebieden

(op grond van art.2.5 eerste lid van de Wet natuurbescherming)

Geen hulp of opvang is het vaste uitgangspunt

Indien nodig kunnen LNV en de Kustprovincies op grond van de relevante wet- en regelgeving de eigen bevoegdheden uitoefenen om hulp te bieden aan gewonde of verstrikte dieren. De desbetreffende bevoegde Partij draagt in de gesloten gebieden de verantwoordelijkheid voor de communicatie met het publiek.

ARTIKEL II

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 oktober 2020.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

’s-Gravenhage, 26 juni 2020

De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, C.J. Schouten

TOELICHTING

1. Inleiding

Met onderhavige wijzigingsregeling wordt de reikwijdte ingeperkt van de vrijstelling voor het opzettelijk vangen van zieke of gewonde gewone zeehonden en grijze zeehonden (artikel I). De wijzigingen worden hierna toegelicht in paragraaf 2 van de toelichting. In paragraaf 3 van de toelichting worden de gevolgen voor de regeldruk toegelicht.

2. Zeehondenopvang

2.1 Wetenschappelijke Adviescommissie Zeehondenopvang

In de brief aan de Tweede Kamer van 8 maart 2016 heeft de Staatssecretaris van Economische Zaken aangegeven dat advies wordt gevraagd over de opvang van zeehonden1. In genoemde brief staat dat het advies zal gaan over alle aspecten van de uitvoering van de opvang van zeehonden, waarbij het kader wordt gevormd door de internationale afspraken en de geldende wet- en regelgeving.

Bij besluit van de Staatssecretaris van Economische Zaken van 9 augustus 2017 is de Wetenschappelijke Adviescommissie Zeehondenopvang (WAZ) ingesteld2. Deze commissie had tot taak de minister te adviseren op basis van onderzoeksresultaten en inbreng van nationale en internationale wetenschappers over de opvang van zeehonden in het Nederlandse Waddengebied en in de overige kustwateren.

Op 28 februari 2018 heeft de WAZ haar advies uitgebracht3. De WAZ concludeert dat de opvang van zeehonden vanuit het oogpunt van de populatie niet noodzakelijk is en vanuit dit perspectief moet worden ontraden in situaties waarin opvang negatieve effecten heeft op de populatie wilde zeehonden. De WAZ adviseert alleen tot opvang over te gaan als een gewone of grijze zeehond in problemen komt door direct menselijk handelen of in situaties waar opvang geen negatieve effecten heeft op het welzijn van de zeehond zelf of andere zeehonden in de wilde populatie.

Het advies van de WAZ is in overeenstemming met de geldende wet- en regelgeving inzake de bescherming van in het wild levende dieren. In het algemeen geldt ten aanzien van in het wild levende dieren het ‘handen af principe’. Dit principe gaat uit van zo min mogelijke verstoring door menselijke bemoeienis. Met het verlenen van zorg aan in het wild levende zeehonden, die hulpbehoevend zijn ten gevolge van menselijke bemoeienis, wordt invulling gegeven aan de zorgplicht4.

In de brief aan de Tweede Kamer van 9 juli 2018 heeft de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit aangegeven de conclusies van het WAZ advies te onderschrijven5. Tevens geeft de minister in haar brief aan dat het voorstel van de WAZ om in de toekomst anders te gaan kijken naar de werkwijze en de opvang op een andere wijze te organiseren haar aanspreekt.

2.2 Zeehondenakkoord

In overleg tussen het Rijk, de kustprovincies en de overige stakeholders die betrokken zijn bij de opvang van zeehonden is het advies van de WAZ en de reactie van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit daarop nader uitgewerkt in het Zeehondenakkoord6. In het Zeehondenakkoord hebben partijen afspraken gemaakt waarbij partijen elk een eigen rol en verantwoordelijkheid hebben ten aanzien van de zeehondenzorg van in het wild levende zeehonden en het opvangen van zeehonden. Het Zeehondenakkoord gaat over levende zeehonden (met name de gewone en de grijze zeehond) en incidenteel over de overige vijf soorten zeezoogdieren die voorkomen in de Nederlandse kustwateren (bruinvis, gewone dolfijn, tuimelaar, witflankdolfijn en de witsnuitdolfijn).

In het bijzonder hebben partijen bij het Zeehondenakkoord afgesproken dat het maken van een eerste analyse over het al dan niet opvangen, observeren en verplaatsen van gestrande zeehonden slechts mag worden uitgevoerd door personen die als professional in dienst zijn van, of als opdrachtnemer of als vrijwilliger actief zijn voor zeehondenopvangcentra7. Deze zogenoemde ‘zeehondenwachters’ vervullen een adviserende rol bij de beslissing van een zeehondencentrum waaraan zij verbonden zijn over het verplaatsen, observeren of opvangen van gestrande zeehonden. De verantwoordelijkheid voor het verplaatsen, observeren of opvangen ligt bij de aan het opvangcentrum verbonden dierenarts of vakbekwame dierverzorger. Partijen hebben afgesproken dat zeehondenwachters voor het opvangen, verplaatsen of observeren van gestrande zeehonden altijd contact opnemen met het betreffende opvangcentrum.

In het Zeehondenakkoord is afgesproken dat de zeehondencentra een geschikte opleiding voor zeehondenwachters (laten) ontwikkelen8.

In het Zeehondenakkoord is bepaald dat de zeehondenwachters bij het verrichten van hun werkzaamheden handelen volgens het Handelingskader zeehondenopvang9. Het Handelingskader zeehondenopvang is een kader voor de handelwijzen van de zeehondenopvangcentra en de zeehondenwachters, dat als richtsnoer dient voor het omgaan met gestrande levende zeehonden. Partijen bij het Zeehondenakkoord hebben afgesproken het Handelingskader zeehondenopvang als uitgangspunt te nemen bij strandingen van levende zeehonden.

2.3 Inhoud wijzigingsregeling

Gewone zeehonden (Phoca vitulina ssp. vitulina) en grijze zeehonden (Halichoerus grypus ssp. atlantica) staan op de lijst van bijlage V bij de Habitatrichtlijn10 van strikt beschermde soorten die in een goede staat van instandhouding moeten blijven staan, ze staan op Appendix II bij de Bern-conventie11, en de gewone zeehond staat op Appendix II bij de Bonn-conventie12. Nederland is partij bij de Overeenkomst inzake de bescherming van zeehonden in de Waddenzee13, ter uitvoering van de Bonn-conventie.

Het is verboden in het wild levende grijze en gewone zeehonden opzettelijk te doden of te vangen of de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van zeehonden opzettelijk te beschadigen of te vernielen14. De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit is bevoegd voor het verlenen van ontheffingen en vrijstellingen voor het vangen van zieke of gewonde dieren van beschermde mariene soorten en voor wetenschappelijk onderzoek naar deze soorten, om aan te sluiten bij de verantwoordelijkheid van het Rijk voor het beheer van mariene wateren en de rol van het Rijk in het beheer van de Waddenzee15.

Het onder zich hebben en vervoeren van dieren van deze soorten is niet verboden in de Wet natuurbescherming.

In de Regeling natuurbescherming is een vrijstelling opgenomen om zieke of gewonde gewone en grijze zeehonden te vangen, mits de zeehonden binnen 12 uur worden overgedragen aan één van de volgende opvangcentra: A Seal te Stellendam, Stichting Ecomare op Texel, Zeehondencentrum Pieterburen te Pieterburen, Stichting Zeehondenopvang Eemsdelta te Termunterzijl en Zeehondenopvang Terschelling op Terschelling16.

Met onderhavige regeling wordt de reikwijdte van de vrijstelling voor het opzettelijk vangen van zieke of gewonde gewone zeehonden en grijze zeehonden, als bedoeld in artikel 3.22a van de Regeling natuurbescherming, zodanig ingeperkt dat alleen aan zeehondenwachters die aantoonbaar beschikken over kennis van gewone en grijze zeehonden en hun leefomgeving, het beheer van de gewone en grijze zeehond, de belangrijkste wettelijke voorschriften op het terrein van de natuurbescherming en dierenwelzijn, het gedrag van gewone en grijze zeehonden bij ziekte of verwonding, en aantoonbaar beschikken over bekwaamheid in de omgang met de gewone en grijze zeehond, vrijstelling wordt verleend om zieke of gewonde gewone en grijze zeehonden te vangen. Aan de vrijstelling is het voorschrift verbonden dat de zeehonden binnen 12 uur aan één van de zeehondenopvangcentra: A Seal te Stellendam, Stichting Ecomare op Texel, Zeehondencentrum Pieterburen te Pieterburen, Stichting Zeehondenopvang Eemsdelta te Termunterzijl en Zeehondenopvang Terschelling op Terschelling, worden overgedragen, indien de opvangcentra bij de beslissing over het vangen, met het oog op het vervoeren van de zeehond het Handelingskader zeehondenopvang volgen, en overeenkomstig de Wet dieren17 gerechtigd zijn om de zeehond op te vangen.

De inperking van de reikwijdte van de vrijstelling, als bedoeld in artikel 3.22a van de Regeling natuurbescherming, is in lijn met de afspraken die zijn gemaakt in het Zeehondenakkoord. Het Handelingskader zeehondenopvang, opgenomen in bijlage 5a bij deze regeling, is tevens opgenomen in artikel 11 van het Zeehondenakkoord. In het Zeehondenakkoord hebben partijen afgesproken dat het Handelingskader zeehondenopvang in het Zeehondenakkoord komt te vervallen zodra de wijziging van de vrijstelling, als bedoeld in artikel 3.22a van de Regeling natuurbescherming, in lijn met de afspraken in het Zeehondenakkoord in werking treedt18.

2.4 Decentralisatie

Met de provincies is afgesproken dat de bevoegdheid voor het verlenen van ontheffingen en vrijstellingen voor het opvangen van beschermde marine soorten, waaronder zieke of gewonde gewone en grijze zeehonden, gedecentraliseerd zal worden van het Rijk naar de provincies. Dit in het licht van de verantwoordelijkheid die gedeputeerde staten en provinciale staten op grond van de Wet natuurbescherming al hebben voor het verlenen van ontheffingen en vrijstellingen voor het vangen en onder zich hebben van gewonde of zieke vogels en dieren van beschermde soorten. Dat gaat dus ook gelden voor de gewone en grijze zeehond. Bij de decentralisatie van deze taak zullen de internationale verplichtingen en voorschriften inzake de bescherming van diersoorten als voorzien in de Bonn-conventie en de Overeenkomst inzake de bescherming van zeehonden in de Waddenzee bepalend zijn.

3. Administratieve lasten en inwerkingtreding

Onderhavige wijzigingsregeling heeft beperkte gevolgen voor de regeldruk van partijen. De partijen hebben de nieuwe werkwijze die voortvloeit uit het WAZ-advies vastgelegd in een Zeehondenakkoord. Het doel van het Zeehondenakkoord, in het licht van het WAZ-advies, is een eenduidige en zorgvuldige manier van opvang van zeehonden in Nederland te realiseren waarbij zowel het belang van de populatie als van het individuele dier centraal staat. Daarbij werken partijen, ieder vanuit hun eigen rol en verantwoordelijkheden, met elkaar samen. Partijen spannen zich in om op basis van het Handelingskader zeehondenopvang (Bijlage 5b (nieuw), behorende bij artikel 3.22a, vijfde lid, van de Regeling natuurbescherming) te komen tot een vermindering van de opvang van jonge (0–12 maanden) grijze en gewone zeehonden tot maximaal 5% van de aanwas (per jaar en per soort) met als referentiejaar 2018. De opleiding voor zeehondenwachters die de zeehondencentra (laten) ontwikkelen zal naar schatting 150 euro per deelnemer bedragen. De opleiding zal naar verwachting aan 120 tot 160 mensen worden gegeven.

De wijzigingsregeling treedt in werking met ingang van 1 oktober 2020. Met de inwerkingtreding van deze regeling wordt aangesloten bij de systematiek van de vaste verandermomenten, inhoudende dat ministeriele regelingen met ingang van 1 januari, 1 april, 1 juli of 1 oktober in werking treden.

De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, C.J. Schouten


X Noot
1

Kamerstukken II 2015/2016, 28 286, nr. 856

X Noot
2

Instellingsbesluit Wetenschappelijke Adviescommissie Zeehondenopvang, Stcrt. 2017, 44874

X Noot
3

Kamerstukken II 2017/2018, 28 286, nr. 970

X Noot
4

Artikel 2.1, zesde lid, van de Wet dieren, en artikel 1.11 van de Wet natuurbescherming

X Noot
5

Kamerstukken II 2017/2018, 28 286, nr. 986

X Noot
7

Artikel 7 van het Zeehondenakkoord

X Noot
8

Artikel 8 van het Zeehondenakkoord

X Noot
9

Tabel 1 behorende bij artikel 11 van het Zeehondenakkoord

X Noot
10

Richtlijn 92/43/EEG van de Raad van 21 mei 1992 inzake de instandhouding van de natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna (PbEG 1992, L 206).

X Noot
11

Verdrag inzake het behoud van wilde dieren en planten en hun natuurlijke leefomgeving, 19 september 1979 (Trb. 1979, 175).

X Noot
12

Verdrag inzake de bescherming van trekkende wilde diersoorten, 23 juni 1979 (Trb. 1980, 145 en Trb. 1981, 6).

X Noot
13

Overeenkomst inzake de bescherming van zeehonden in de Waddenzee, 16 oktober 1990 (Trb. 1990, 174 en Trb. 1991, 136.

X Noot
14

Artikel 3.10, eerste lid, onderdeel a, van de Wet natuurbescherming

X Noot
15

Artikel 1.5 van het Besluit natuurbescherming

X Noot
16

Artikel 3.22a van de Regeling natuurbescherming

X Noot
17

Artikel 2.3 in samenhang met bijlage 2, onderdeel d, van de Regeling houders van dieren

X Noot
18

Artikel 13 van het Zeehondenakkoord