Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van Sociale Zaken en WerkgelegenheidStaatscourant 2012, 23022Besluiten van algemene strekking

Regeling van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 2 november 2012, nr. G&VW/GW/2012/16185, houdende wijziging van de Arbeidsomstandighedenregeling, de Warenwetregeling drukapparatuur, de Warenwetregeling liften en de Warenwetregeling machines in verband met de gefaseerde invoering van het stelsel van certificatie (fase 4)

De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

Gelet op de artikelen 1.5a, tweede lid, 1.5b, derde lid, 1.5d, derde lid, 1.5e, derde lid, 1.5f, tweede lid, 1.5h, derde lid, 1.5i, tweede lid, van het Arbeidsomstandighedenbesluit, de artikelen 12b, eerste en zevende lid, 12c, eerste en zevende lid, 12d, achtste lid, 14a, vijfde lid, 18a, 19a, vijfde lid, 22a, derde lid, 22c, derde lid, en 22d, tweede lid, van het Warenwetbesluit drukapparatuur, de artikelen 17, zesde lid, 17a, tweede lid, 23, derde lid, 24, derde lid, 26, derde lid, en 26a, tweede lid, van het Warenwetbesluit liften, de artikelen 6e, tweede lid, 6g, derde lid, 6h, derde lid, 6j, derde lid, en 6ja, tweede lid, van het Warenwetbesluit machines;

Besluit:

ARTIKEL I

De Arbeidsomstandighedenregeling wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 1.1a, aanhef, wordt ‘artikel 1.5b, eerste lid’ vervangen door: artikel 1.5e, eerste lid.

B

Artikel 2.7 komt te luiden:

Artikel 2.7 Aanwijzing certificerende instelling

Als certificerende instelling als bedoeld in artikel 2.14, eerste en tweede lid, van het besluit, kan worden aangewezen een instelling die voldoet aan de eisen vastgelegd in het Werkveldspecifiek document voor aanwijzing en toezicht (WDA&T op certificatie-instellingen behorend bij het Certificatieschema voor de dienstverlening door Arbodiensten: document: WDA&T-Arbodiensten 2012, versie 01, opgenomen in bijlage IIa bij de regeling.

C

Na artikel 2.7 wordt een artikel toegevoegd, luidende:

Artikel 2.8 Eisen aan de arbodienst

Een certificaat arbodienst als bedoeld in artikel 2.14, eerste en tweede lid, van het besluit wordt door de minister of, indien de minister een instelling heeft aangewezen als bedoeld in artikel 2.7, door die instelling afgegeven indien wordt voldaan aan de eisen vastgelegd in het Werkveldspecifiek certificatieschema voor de Dienstverlening door Arbodiensten: document: WSCS-Arbodiensten: 2012, versie 1, opgenomen in bijlage IIb bij de regeling.

D

De artikelen 2.11, 2.12 en 2.13 vervallen.

E

In artikel 2.14 wordt ‘bijlage IIa’ vervangen door: bijlage IIc.

F

In artikel 2.15 wordt ‘bijlage IIb’ vervangen door: bijlage IId.

G

In artikel 2.16 wordt ‘bijlage IIc’ vervangen door; bijlage IIe.

H

Artikel 2.17 komt te luiden:

Artikel 2.17. Afgifte certificaat van vakbekwaamheid arbeids- en organisatiekunde

Het certificaat van vakbekwaamheid arbeids- en organisatiekunde als bedoeld in artikel 2.7, tweede lid, van het besluit, wordt door de certificerende instelling afgegeven indien de aanvrager voldoet aan de eisen vastgelegd in het Werkveldspecifiek Certificatieschema voor het persoonscertificaat Arbeids- en Organisatiedeskundige, document: WSCS-AO: 2012, versie 1, opgenomen in bijlage IIf bij de regeling.

I

Artikel 9.1, met opschrift, vervalt.

J

De bijlagen IIa, IIb, IIc en IId worden vernummerd tot bijlagen IIc, IId, IIe en IIf.

K

Na bijlage II worden twee bijlagen ingevoegd, zoals opgenomen in de bijlagen 1 en 2 bij deze regeling.

L

In de bijlagen XVI, XVIa, XVIb, XVIc, XVId, XVIe en XVIf wordt onder punt 2, Definities, in de kolom Betekenis ‘Documentnummer: WSCS-WOD-F: 2012, versie 1’ vervangen door: Documentnummer: WSCS-WOD-E: 2012, versie 1.

ARTIKEL II

De Warenwetregeling drukapparatuur wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 1 vervallen de onderdelen j en k onder verlettering van onderdeel l tot onderdeel j.

B

Artikel 2, derde lid, komt te luiden:

  • 3. De keuring voor ingebruikneming op basis van artikel 12b, zesde lid, van het besluit, wordt uitgevoerd overeenkomstig het Werkveldspecifiek certificatieschema voor beoordeling van drukapparatuur (producten): document: SBP-DA 2012, versie 1, opgenomen in bijlage 1 bij de regeling.

C

Artikel 3, tweede lid, komt te luiden:

  • 2. De onderzoeken, bedoeld in artikel 12c, zesde lid, van het besluit, worden uitgevoerd overeenkomstig het Werkveldspecifiek certificatieschema voor beoordeling van drukapparatuur (producten): document: SBP-DA 2012, versie 1, opgenomen in bijlage 1 bij de regeling.

D

Artikel 15 komt te luiden :

Artikel 15. Eisen voor aanwijzing en (blijven) functioneren als aangewezen keuringsinstelling, aangewezen aangemelde keuringsinstelling en aangewezen aangemelde onafhankelijke instelling

  • 1. Een aanwijzing als aangewezen keuringsinstelling, aangewezen aangemelde keuringsinstelling of aangewezen aangemelde onafhankelijke instelling kan geschieden indien:

    • a. in geval van een beoordeling, keuring of herkeuring van drukapparatuur en samenstellen als bedoeld in artikel 1, onderdelen e en j, van het besluit, de aanvragende instelling voldoet aan de eisen vastgelegd in het Schema voor Aanwijzing en Toezicht op de certificerings- en keuringsinstellingen voor Drukapparatuur, documentcode: WDA&T-DA: 2012, versie 01, opgenomen in bijlage 3 bij de regeling;

    • b. in geval van een beoordeling, keuring of herkeuring van druksystemen als bedoeld in artikel 1, onderdeel k, van het besluit, de aanvragende instelling voldoet aan de eisen zoals neergelegd in het Schema voor Aanwijzing en Toezicht op de certificerings- en keuringsinstellingen voor Drukapparatuur, opgenomen in de bijlage 2 bij de regeling.

  • 2. In geval van een aanwijzing als aangewezen keuringsinstelling voldoet de aanvragende instelling tevens aan de vastgelegd in het Werkveldspecifiek certificatieschema voor de beoordeling van systemen t.b.v. de productie en het gebruik van drukapparatuur: document SPS-DA 2012, versie 01, opgenomen in bijlage 3 bij de regeling.

E

De bijlage bij de regeling vervalt.

F

Aan de regeling worden drie bijlagen toegevoegd, opgenomen in de bijlagen 3, 4 en 5 bij deze regeling.

ARTIKEL III

De Warenwetregeling liften wordt als volgt gewijzigd:

A

In bijlage 2 bij de regeling wordt in paragraaf 4.5.11. ‘Elke aangewezen instelling meldt elke afkeuring van een lift aan de andere aangewezen instellingen op dat werkveld.’ vervangen door: Vervallen.

B

In bijlage 3 bij de regeling wordt na pararaaf 4.8.5. een paragraaf 4.9 ingevoegd, luidende:

4.9. Interpretatie regelgeving

Het CCvDL bevordert een eenduidige interpretatie van de geldende regelgeving in de gebruiksfase. Toch kan het voorkomen dan in deze fase verschillende interpretaties bestaan van één of meerdere in dit werkveldspecifieke certificatieschema gehanteerde begrippen of uitvoeringsaspecten.

Indien certificaathouders, certificatie-instellingen of andere belanghebbenden uiteenlopende definities of uitvoeringsaspecten hanteren en hierover meningsverschillen bestaan, dienen afwijkende interpretaties te worden voorgelegd aan het CCvDL. Het CCvDL doet, na ruggespraak met en instemming van SZW, een bindende uitspraak. Het CCvDL doet geen uitspraak over de interpretatie van Europese richtlijnen en geharmoniseerde normen.

ARTIKEL IV

De Warenwetregeling machines wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 2b komt te luiden:

Artikel 2b

  • 1. Een certificaat van goedkeuring, bedoeld in artikel 6e, eerste lid, van het besluit wordt voor een aangewezen instelling afgegeven aan de aanvrager indien tijdens de keuring, bedoeld in artikel 6d, eerste lid, tweede zin, van het besluit, is gebleken dat de mobiele kraan of torenkraan voldoet aan de eisen, vastgelegd in het Werkveldspecifiek certificatieschema Periodieke Keuring Hijskranen, documentcode WSCS-VT Periodieke Keuring Hijskranen: 2012, versie 01, opgenomen in bijlage 3 bij de regeling.

  • 2. Een certificaat van goedkeuring, bedoeld in artikel 6fa, derde lid, van het besluit wordt voor een aangewezen instelling afgegeven aan de aanvrager indien tijdens de keuringen, bedoeld in artikel 6fa, eerste en tweede lid, van het besluit, is gebleken dat het hijs- of hefwerktuig voor beroepsmatig personenvervoer voldoet aan de eisen, vastgelegd in het Werkveldspecifiek certificatieschema opstellings- en periodieke keuring hijs- en hefwerktuigen voor beroepsmatig personenvervoer en tijdelijke personen(bouw)liften voor bewoners: document: TCVT/W8-01/11-017: 2012, versie 01, opgenomen in bijlage 4 bij de regeling.

B

In het opschrift van bijlage 3 wordt ‘behorend bij artikel 26’ vervangen door: behorend bij artikel 2b.

C

Aan de regeling wordt een bijlage 4 toegevoegd, zoals opgenomen in bijlage 6 bij deze regeling.

ARTIKEL V

Deze regeling treedt, met uitzondering van artikel IV, in werking met ingang van 1 april 2013. Artikel IV treedt in werking met ingang van 1 januari 2013.

Deze regeling zal met de toelichting en de bijlagen in de Staatscourant worden geplaatst.

Den Haag, 2 november 2012

De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, P. de Krom.

BIJLAGE 1, BEHOREND BIJ DE MINISTERIËLE REGELING VAN 2 NOVEMBER 2012, NR. G&VW/GW/2012/16185, HOUDENDE WIJZIGING VAN DE ARBEIDSOMSTANDIGHEDENREGELING EN DIVERSE WARENWETREGELINGEN IN VERBAND MET DE GEFASEERDE INVOERING VAN HET HERZIENE STELSEL VAN CERTIFICATIE (FASE 4).

Bijlage IIa behorend bij Artikel 2.7 Arbeidsomstandighedenregeling

Werkveldspecifiek document voor aanwijzing en toezicht (WDA&T) op certificatie-instellingen behorend bij het: Certificatieschema voor de dienstverlening door Arbodiensten

Document: WDA&T-Arbodiensten 2012, versie 01

Onder beheer van:

Stichting Beheer Certificatieregeling Arbodiensten (SBCA)

Postbus 12

3740 AA Baarn

INHOUDSOPGAVE

1.

INLEIDING

2.

DEFINITIES

3.

WERKVELDSPECIFIEKE KENMERKEN

3.1.

Beschrijving document

3.2.

Actieve partijen

3.3.

Risicoanalyse

4.

EISEN TEN BEHOEVE VAN DE AANWIJZING

4.1.

Beoordelingscriteria

4.2.

Aanwijzingscriteria

5.

TOEZICHT

6.

MAATREGELEN

1. INLEIDING

De dienstverlening door arbodiensten betreft een activiteit met een groot maatschappelijk belang, namelijk het voorkómen van arbeidsongevallen en ziekteverzuim alsmede het beperken van ziekteverzuim en het bevorderen van een adequate re-integratie. Om het maatschappelijke belang – veiligheid en gezondheid in verband met de arbeid – te waarborgen, is door de overheid gekozen voor een wettelijk verplichte certificatieregeling m.b.t. de dienstverlening door arbodiensten. Het certificaat wordt onder deze regeling verstrekt door CKI’s. Om certificaten te mogen verstrekken dient een CKI hiertoe te worden aangewezen door de minister. Dit gebeurt door een toetsing aan de hand van dit Document voor Aanwijzing van en Toezicht op de Certificatie en Keuringsinstellingen ten behoeve van de dienstverlening door arbodiensten. In dit document is aangegeven aan welke regels en procedures de betreffende CKI’s zich dienen te houden.

2. DEFINITIES

In dit document hebben onderstaande begrippen of afkortingen de volgende betekenis:

Begrip of afkorting

Betekenis

Aanvrager van een certificaat

De (rechts)persoon die bij de CKI een aanvraag doet voor het afgeven van een certificaat.

Aanwijzing

Aanwijzing van een instelling bij of krachtens wettelijk voorschrift door de minister van SZW.

Arbodienst

Een instantie die diensten aanbiedt op het gebied van arbeidsomstandigheden, minimaal conform artikel 14, eerste lid van de Arbeidsomstandighedenwet (hierna: Arbowet). Er zijn drie (organisatie)vormen van arbodiensten te onderscheiden:

interne arbodienst: de arbodienst die opgericht is door, onderdeel uitmaakt van en diensten aanbiedt aan één bepaalde werkgever (de onderneming, zie aldaar); tevens de dienst die in geval van een joint venture of holding, optreedt binnen de onderneming of instelling waar een meerderheidsbelang bestaat;

samenwerkingsverband: de interne arbodienst als bij a), waarbij tenminste één van de verplichte kerndeskundigen in dienst is van de werkgever, met een schriftelijk vastgelegd samenwerkingsverband met de overige deskundigen dan wel hun werkgever(s);

externe arbodienst: de arbodienst die als onafhankelijk instantie, met rechtspersoonlijkheid en ingeschreven bij de Kamer van Koophandel, diensten aanbiedt.

Audit

Systematisch, onafhankelijk en gedocumenteerd proces voor het verkrijgen van auditbewijsmateriaal en het objectief beoordelen daarvan om vast te stellen in welke mate aan overeengekomen auditcriteria is voldaan (dit overeenkomstig ISO 9000:2005).

Beheerstichting

Stichting die een wettelijke certificatieregeling beheert

Beoordeling

Beoordeling (initiële, of her-) door de nationale accreditatie-instelling van CKI’s op basis van het door de minister van SZW vastgestelde Document voor aanwijzing en toezicht, op grond waarvan de nationale accreditatie-instelling schriftelijk rapporteert of de instelling competent is om wettelijk verplichte certificaten af te geven. Bij het vaststellen van het document door de minister van SZW wordt zoveel mogelijk aangesloten bij internationale systematiek en normen.

Centraal College van Deskundigen (CCvD)

Het college, onderdeel van en gefaciliteerd door de Stichting Beheer Certificatieregeling Arbodiensten (SBCA), dat belanghebbende partijen in de branche arbodienstverlening de mogelijkheid biedt tot deelname bij het opstellen en onderhouden van werkveldspecifieke documenten op zodanige wijze dat sprake is van een evenwichtige en representatieve vertegenwoordiging van deze partijen.

Certificaat

Een certificaat in de zin van artikel 20 Arbowet en artikel 27 Warenwet. Daarnaast moet een certificaat beschouwd worden als een verklaring van overeenstemming (conformiteitsverklaring) zoals bedoeld in relevante ISO en EN normen.

Certificaathouder

(Rechts)persoon die in het bezit is van een geldig wettelijk verplicht certificaat.

Certificatieproces

Alle activiteiten via welke een CKI beoordeelt en besluit of een persoon, product of systeem voldoet en blijft voldoen aan de normen, zoals opgenomen in het werkveldspecifieke certificatieschema.

Certificatiereglement

Bepalingen voor de uitvoering van het certificatieproces en de relaties tussen kandidaat en CKI.

Certificatiesysteem

Set van procedures en middelen benodigd om het certificatieproces uit te voeren per certificatieschema, dat leidt tot de uitgifte van een certificaat van vakbekwaamheid, inclusief onderhoud.

Certificerings- en Keuringsinstelling (CKI)

Kalibratie- of conformiteitsbeoordelingsinstellingen zoals certificatie-instellingen, keuringsdiensten van gebruikers, laboratoria, inspectie-instellingen en testinstituten.

Certificatieschema voor de dienstverlening door arbodiensten

Het certificatieschema zoals de CKI’s die dienen te hanteren bij het beoordelen of (potentiële) arbodiensten in aanmerking komen voor een certificaat arbodiensten.

Controle

Periodieke beoordeling door de nationale accreditatie-instantie van CKI’s tegen de voor beoordeling geldende regels van de minister (WDA&T).

Disciplines

De vier disciplines zoals aangegeven in artikel 2.7, lid 1 van het Arbobesluit:

arbeids- en bedrijfsgeneeskunde

arbeidshygiëne

veiligheidskunde

arbeids- en organisatiekunde

Huishoudelijk

Reglement

Het huishoudelijk reglement van de CKI.

Kerndeskundigen

Deskundige functionarissen verbonden aan een Arbodienst die zijn voorgeschreven in afdeling 3, paragraaf 2, artikel 2.7, lid 1 van het Arbeidsomstandighedenbesluit (veiligheidskundige, arbeids- en bedrijfsgeneeskundige, arbeidshygiënist en arbeids- en organisatiekundige) en die zijn gecertificeerd/geregistreerd conform artikel 14, lid 1 en 20 van de Arbowet.

Klant

De organisatie of rechtspersoon die een product of dienst ontvangt van de arbodienst (dit overeenkomstig ISO 9000:2005).

Kwaliteitsmanagementsysteem

Managementsysteem voor het sturen en beheersen van een organisatie met betrekking tot kwaliteit (dit overeenkomstig ISO 9000:2005).

Minister

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW).

Procedure

Gespecificeerde wijze voor het uitvoeren van een activiteit of een proces (dit overeenkomstig ISO 9000:2005)

Risicoanalyse

Analyse waaruit motivatie, voor te maken keuzes in werkveldspecifiek probleemgebied, blijkt, op te nemen in het beoogde werkveldspecifieke schema.

SBCA

Stichting Beheer Certificatieregeling Arbodiensten (SBCA)

Toezicht

Het verzamelen van de informatie over de vraag of een handeling of zaak voldoet aan de daaraan gestelde eisen, het zich daarna vormen van een oordeel daarover en het eventueel naar aanleiding daarvan interveniëren.

Verklaring

De EG-verklaring van typeonderzoek of EG-verklaring overeenstemming als bedoeld in het bij of krachtens de Machinerichtlijn of enige andere EU-productrichtlijn bepaalde.

Werknemer

De persoon die werkt bij de klant van de arbodienst op basis van een arbeidsovereenkomst of een publiekrechtelijke aanstelling.

WDAT-Arbodiensten

Werkveldspecifiek document van aanwijzing en toezicht op certificatie-instellingen behorend bij Certificatieschema voor de dienstverlening door Arbodiensten.

3. WERKVELDSPECIFIEKE KENMERKEN
3.1. Beschrijving document

Dit werkveldspecifieke document voor aanwijzing en toezicht ten behoeve van de dienstverlening door arbodienst van de SBCA is op (datum) door het CCvD voorgesteld en door de minister van SZW – inclusief eventuele aanpassingen – vastgesteld middels een statische verwijzing in de Arboregeling. Dit vastgestelde document vervangt daarmee eerdere versies. Op- en aanmerkingen over dit document kunnen worden ingediend bij het CCvD, per adres: SBCA, Postbus 12, 3740 AA Baarn.

3.2. Actieve partijen

Binnen het kader van dit document voor aanwijzing en toezicht zijn bij de opstelling betrokken geweest:

  • SBCA (Stichting Beheer Certificatieregeling Arbodiensten)

  • CCvD (Centraal College van Deskundigen van de SBCA)

3.3. Risicoanalyse

De CKI’s dienen (potentiële) arbodiensten te beoordelen met de vraag: voldoet deze (potentiële) arbodienst aan de eisen zoals die zijn neergelegd in het certificatieschema voor de dienstverlening door arbodiensten. Op hun beurt dienen ook de CKI’s te worden beoordeeld op hun certificeringsdeskundigheid. Deze beoordeling vindt plaats aan de hand van dit Werkveldspecifiek document van aanwijzing en toezicht. Dit schema berust weer voor een belangrijk deel op de internationale norm voor CKI’s: ISO/IEC 17021. Deze internationale norm kent enerzijds een aantal algemene uitgangspunten/principes en anderzijds een aantal algemene eisen voor het werk van de CKI’s.

4. EISEN TEN BEHOEVE VAN DE AANWIJZING
4.1. Beoordelingscriteria

Het beoordelen en aanwijzen van CKI’s voor systeemcertificatie vindt plaats op basis van de volgende normenstelsels:

  • 1. NEN-EN-ISO 9001:2008

  • 2. ISO/IEC 17021:2011

  • 3. de van toepassing zijnde internationale Guidance documenten IAF MD 1: 2007 en IAF MD 5:2009

  • 4. en aan de eisen die gesteld worden aan de CKI op grond van aanwijzingscriteria (zie 4.2).

4.1.1. Inzet Auditors

De CKI dient voor de certificatie van arbodiensten de volgende functionarissen te kunnen inzetten, het één en ander conform paragraaf 7.2 van de norm ISO 17021:

  • 1. een lead auditor certificatie arbodiensten (= leider auditteam);

  • 2. een tweede auditor, deskundige van een andere discipline;

  • 3. een derde auditor, deskundige van een andere, derde discipline;

  • 4. een coördinator certificatie arbodiensten.

De lead auditor en coördinator certificatie arbodiensten dienen een vast dienstverband met de CKI te hebben. De CKI treft een zodanige voorziening dat, naast de hiervoor genoemde aanwezigheid van drie disciplines, ook raadpleging van een deskundige van de vierde voor arbodiensten verplichte discipline op korte termijn kan plaatsvinden.

De lead-auditor van de CKI dient te voldoen aan het volgende profiel:

Opleiding:

  • lead assessor voor kwaliteitssystemen conform de norm ISO 17021;

  • één van de vier opleidingen voor kerndeskundigen met goed gevolg afgelegd (hogere veiligheidskunde, arbeidshygiëne, arbeids- en bedrijfsgeneeskunde en arbeids- en organisatiekunde);

    of

  • een aantoonbaar gelijkwaardig opleidingsniveau (in verband met internationale erkenningsregelingen).

Ervaring:

  • drie jaar praktische ervaring in de afgelopen tien jaar als deskundige op het gebied van arbozorg of verzuimbegeleiding. De ervaring dient voor méér dan de helft betrekking te hebben op relevante arbo-aspecten (tenminste die aspecten die worden benoemd in de Arbowetgeving);

    of

  • drie jaar praktische ervaring als deskundige op het gebied van arbozorg of verzuimbegeleiding en over tenminste drie jaar ervaring in de certificatie van arbodiensten in de afgelopen tien jaar.

Bekwaamheid:

  • vakkennis bijhouden conform de registratie- en certificatievereisten die wettelijk worden opgelegd aan de kerndeskundigen conform de artikelen 2.15 (arbeidshygiënisten), 2.16 (veiligheidskundigen) en 2.17 (arbeids- en organisatiedeskundigen) van de Arboregeling. De bedrijfsarts is geregistreerd in het specialistenregister dat verplicht is gesteld op basis van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg (BIG), en dient op basis daarvan de vakbekwaamheid bij te houden.

  • minimaal tien auditdagen per jaar besteden aan het auditeren van managementsystemen;

  • deelnemen aan afstemming tussen de verschillende auditoren van de CKI’s (door middel van de Harmonisatiedagen van de SBCA) en het Centraal College van Deskundigen van de SBCA.

Overige auditors dienen te voldoen aan het volgende profiel:

Opleiding:

  • lead assessor voor kwaliteitssystemen conform de norm ISO 17021;

  • één van de vier opleidingen voor kerndeskundigen met goed gevolg afgelegd (hogere veiligheidskunde, arbeidshygiëne, arbeids- en bedrijfsgeneeskunde en arbeids- en organisatiekunde), anders dan die van de lead auditor;

    of

  • een aantoonbaar gelijkwaardig opleidingsniveau.

Ervaring:

  • praktische ervaring als deskundige op het gebied van arbozorg of verzuimbegeleiding gedurende tenminste twaalf maanden in de afgelopen vijf jaar.

Bekwaamheid:

  • vakkennis bijhouden conform de registratievereisten van het kerndeskundigenregister.

De coördinator certificatie arbodiensten dient te voldoen aan het volgende profiel:

Opleiding:

  • lead assessor voor kwaliteitssystemen conform de norm ISO 17021;

  • één van de vier opleidingen voor kerndeskundigen met goed gevolg afgelegd (hogere veiligheidskunde, arbeidshygiëne, arbeids- en bedrijfsgeneeskunde en arbeids- en organisatiekunde);

    of

  • een aantoonbaar gelijkwaardig opleidingsniveau.

Bekwaamheid:

  • vakkennis bijhouden conform de vereisten van het vakbekwaamheidscertificaat. De eisen m.b.t. tot deze vakbekwaamheid zijn voor de arbeidshygiënist, de veiligheidskundige en de arbeids- en organisatiekundige vinden hun basis in de artikelen 2.15 tot en met 2.17 van de Arboregeling. De bedrijfsarts is geregistreerd in het specialistenregister dat verplicht is gesteld op basis van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg (BIG), en dient op basis daarvan de vakbekwaamheid bij te houden.

  • deelnemen aan afstemming tussen de verschillende auditoren van de CKI’s en het CCvD.

4.2. Aanwijzingscriteria

De CKI wordt in het kader van haar aanwijzing op grond van de artikelen 1.5a t/m 1.5d Arbobesluit op de navolgende criteria getoetst.

4.2.1

De aangewezen CKI en de werknemers die met de keuringen of beoordelingen zijn belast, voeren deze uit met de grootste mate van beroepsintegriteit.

4.2.2

Er is een integriteitbeleid, dat waar nodig in duidelijke voorschriften is uitgewerkt. Het personeel heeft zich aantoonbaar hieraan geconformeerd.

4.2.3

De aangewezen CKI treedt integer en niet buiten zijn bevoegdheden in de markt op.

4.2.4

Het personeel van de aangewezen CKI is aantoonbaar gebonden aan beroepsgeheimen aanzien van al hetgeen het bij de uitoefening van zijn taak in het kader van het besluit ter kennis is gekomen, behalve tegenover de ter zake bevoegde overheidsinstanties.

4.2.5

Beveiliging van vertrouwelijke informatie dient zodanig te zijn geregeld dat uitsluitend bij het certificatieproces betrokken functionarissen van de CKI hiertoe onbelemmerd toegang hebben.

4.2.6

De aangewezen CKI dient te beschikken over een adequate WA verzekering.

4.2.7

De aangewezen CKI dient een procedure te hebben waarin geregeld is dat in geval van ontdekking van een vermoeden van direct gevaar voor de veiligheid dit ogenblikkelijk door de desbetreffende medewerker gemeld wordt aan zijn/haar leidinggevende, en waarin staat beschreven dat de instelling z.s.m. de belanghebbenden informeert, waaronder indien van toepassing de betreffende overheidsinstantie.

4.2.8

Bij beëindiging van de activiteiten door de aangewezen CKI dient deze terstond de minister van SZW te informeren. De minister van SZW bepaalt wat de (voorheen) aangewezen CKI met de dossiers moet doen, de (voorheen) aangewezen CKI dient hieraan mee te werken. Dit vrijwaart de (voorheen) aangewezen CKI niet van eventuele aansprakelijkheid voor fouten in door haar uitgevoerde keuringen of beoordelingen.

4.2.9

Voor besluiten van de CKI is ten aanzien van de verlening van certificaten op grond van de aanwijzing gelden een klachtenprocedure en een herzieningsprocedure. De hiervoor geldende procedures zijn door SZW vastgesteld en opgenomen in het WSCS-Arbodiensten.

4.2.10

De aangewezen CKI moet zich aantoonbaar laten vertegenwoordigen in het nationale overleg van de instellingen, georganiseerd door het CCvD. De CKI moet kunnen aantonen de afspraken uit het overleg met het CCvD uit te voeren.

4.2.11

De CKI meldt in voorkomende gevallen het weigeren, opschorten of intrekken van certificaten aan eventuele andere CKI’s.

4.2.12

Taal van de rapportages en dossiers. De CKI gebruikt de Nederlandse taal. Een andere taal kan worden gebruikt indien dit doelmatiger is en andere belangen niet worden geschaad. (alle documenten en registraties in het verkeer met de overheid dienen in het Nederlands te zijn tenzij anders met de overheid overeengekomen).

4.2.13

Verbod op (onder)uitbesteding op afgifte van certificaten en de daaraan voorafgaande beoordeling en beslissing.

4.2.14

Voor zover een sanctie- en maatregelenbeleid is vastgelegd, dient de CKI zich bij de op te leggen sancties/maatregelen aan dit sanctie- en maatregelenbeleid te houden. In geval van kennelijke onredelijkheid heeft de keuringsinstelling op grond van de Algemene wet bestuursrecht de bevoegdheid hier van af te wijken. Afwijking geschiedt alleen op grond van door de certificaathouder aan te dragen argumenten. De onderbouwing voor de afwijking wordt opgenomen in het besluit over de opgelegde sanctie. Afwijkingen worden geregistreerd door de keuringsinstelling.

5. TOEZICHT

In verband met de verplichtingen in het kader van toezicht zijn de volgende artikelen van toepassing: artikelen 1.5b en 1.5c Arbobesluit en artikel 1.1a Arboregeling.

Ten behoeve van de informatieverzameling dient de CKI kosteloos:

  • Zich jaarlijks vóór 1 maart schriftelijk aan de Minister van SZW te verantwoorden over de rechtmatigheid en doeltreffendheid van het functioneren op elk werkveld waarvoor de instelling door de Minister van SZW is aangewezen (de schriftelijke verantwoording wordt naar Inspectie SZW gezonden en in afschrift naar de SBCA t.a.v. het CCvD). In deze schriftelijke verantwoording worden tenminste de onderwerpen behandeld:

    1.

    de door de instelling afgegeven, geschorste, ingetrokken dan wel geweigerde certificaten;

    2.

    wijzigingen in de op het werkveld van de instelling betrekking hebbende accreditaties, reglementen en procedures;

    3.

    wijzigingen in de bestuurssamenstelling;

    4.

    wijzigingen in de statuten of het huishoudelijk reglement;

    5.

    aan derden uitbestede werkzaamheden;

    6.

    structurele knelpunten op het werkveld van de instelling die zich in de uitvoeringspraktijk hebben voorgedaan;

    7.

    het gevoerde overleg en de samenwerking op het werkveld met andere certificerende instellingen;

    8.

    door de instelling ontvangen klachten en de wijze van afhandeling daarvan;

    9.

    tegen de beslissingen van de instelling ingediende bezwaren en aangespannen

    zaken en de wijze van afhandeling daarvan;

    10.

    een financieel verslag betreffende de activiteiten waarvoor de instelling is

    aangewezen.

  • Mee te werken aan controles, in opdracht van de Minister van SZW (in de praktijk betekent dit dat de controles door de Inspectie SZW en de nationale accreditatie-instelling uitgevoerd kunnen worden).

  • Tijdige en juiste informatie te verstrekken die de Minister van SZW nodig heeft om te kunnen beoordelen of zij aan de aanwijzingsnormen blijft voldoen (in de praktijk betekent dit dat deze informatie aan de Inspectie SZW en de nationale accreditatie-instelling verstrekt moet worden).

  • Terstond informatie te verstrekken aan de Minister van SZW en aan de SBCA in het kader van hun registratietaak, over individuele certificaten/certificaathouders waaraan een sanctie is opgelegd (in de praktijk betekent dit dat deze informatie aan de Inspectie SZW verstrekt moet worden).

  • Informatie te verstrekken aan de Inspectie SZW over de wijze waarop zij certificaten heeft verstrekt en van de wijze waarop zij het doen en laten van certificaathouders periodiek beoordeelt.

  • Aan te tonen aan de Minister van SZW dat zij voldoende controleert of certificaathouders blijven voldoen aan de certificatie-eisen (in de praktijk betekent dit dat deze informatie aan de Inspectie SZW of de nationale accreditatie-instelling verstrekt moet worden). In ieder geval worden frequentie, aard en omvang (tijdsduur) van de controles weergegeven.

  • De Minister van SZW in te lichten zodra zij voornemens is een of meer van haar taken te beëindigen.

  • De Minister van SZW in te lichten zodra zij een aanvraag indient voor een aanvullende beoordeling op basis van een wettelijke specifiek schema.

  • De Minister van SZW jaarlijks een afschrift te sturen van de polis van de afgesloten verzekering tegen wettelijke aansprakelijkheid.

  • De Minister van SZW onverwijld in kennis te stellen van het wegvallen van een geldige overeenkomst met de SBCA

  • De SBCA terstond te informeren over door de instelling afgegeven, geweigerde, geschorste en ingetrokken certificaten.

6. MAATREGELEN

Indien de aangewezen instelling niet meer voldoet aan de eisen in dit schema kan dit gevolgen hebben voor de aanwijzing. Zie beleidsmaatregel maatregelenbeleid certificering Arbeidsomstandighedenwet en Warenwet, Stcrt. 2010, nr. 10839 van 14 juli 2010.

BIJLAGE 2, BEHOREND BIJ DE MINISTERIELE REGELING VAN 2 NOVEMBER 2012, NR. G&VW/GW/2012/16185, HOUDENDE WIJZIGING VAN DE ARBEIDSOMSTANDIGHEDENREGELING EN DIVERSE WARENWETREGELINGEN IN VERBAND MET DE GEFASEERDE INVOERING VAN HET HERZIENE STELSEL VAN CERTIFICATIE (FASE 4).

Bijlage IIb behorend bij Artikel 2.8 Arbeidsomstandighedenregeling

Werkveldspecifiek certificatieschema voor de Dienstverlening door Arbodiensten

Document: WSCS-Arbodiensten 2012, versie 1

Onder beheer van:

Stichting Beheer Certificatieregeling Arbodiensten (SBCA)

Postbus 12

3740 AA Baarn

INHOUDSOPGAVE

DEEL 1:

ALGEMENE BEPALINGEN

1.

INLEIDING

2.

DEFINITIES

3.

WERKVELDSPECIFIEKE KENMERKEN

3.1.

Beschrijving schema

3.2.

Risicoanalyse en afbreukcriteria

4.

CERTIFICATIEREGLEMENT

4.1.

Doelstelling

4.2.

Certificatieprocedure

4.3.

Certificatiebeslissing

4.4.

Geldigheidsduur van het certificaat

4.5.

Gegevens op het certificaat

4.6.

Klachten over de CKI

4.7.

Bezwaarprocedure

4.8.

Register voor systeemcertificatgie

4.9.

Norminterpretatie

5.

TOEZICHT

5.1.

Toegang

5.2.

Frequentie van het toezicht

5.3.

De wijze van uitvoering van het toezicht

5.4.

Verslag van bevindingen

5.5.

Maatregelen (artikel 1.5.e Arbobesluit)

5.6.

Criteria

DEEL II:

NORMEN

6

WERKVELDSPECIFIEKE EISEN

   

Bijlage 1:

Auditdagen per arbodienst

DEEL I: ALGEMENE BEPALINGEN

Deel 1 van dit certificatieschema bevat algemene uitgangspunten en bepalingen voor certificatie door CKI’s en voorwaarden waaronder de afgifte van certificaten dient te gebeuren. Beschreven wordt achtereenvolgens:

  • het werkveld waarop dit certificatieschema betrekking heeft (1),

  • definities (2),

  • een beschrijving van de specifieke kenmerken van het werkveld waaronder een risicoanalyse (3),

  • het certificatiereglement (4), en

  • controle op naleving/handhaving (5).

1. INLEIDING

Dit werkveldspecifieke certificatieschema voor systemen is door het Centraal College van

Deskundigen Arbodiensten opgesteld. Dit Centraal College is ondergebracht bij de Stichting Beheer Certificatieregeling Arbodiensten. Het betreft de systeemcertificatie op het gebied van de dienstverlening door arbodiensten. Door het Ministerie van SZW is het schema vastgesteld middels een statische verwijzing in de Arboregeling. Dit vastgestelde schema vervangt daarmee eerdere versies.

Het te certificeren systeem betreft de dienstverlening door arbodiensten, zoals die is vereist op grond van artikel 20 en artikel 14, lid 1 van de Arbowet. Het te certificeren systeem van een arbodienst heeft betrekking op de vier wettelijk taken die iedere arbodienst tenminste dient uit te voeren:

  • het toetsen van een risico-inventarisatie en -evaluatie en het geven van een advies daarover;

  • het begeleiden van zieke werknemers;

  • het uitvoeren van het arbeidsgezondheidskundig onderzoek;

  • de aanstellingskeuring.

2. DEFINITIES

Begrip of afkorting

Betekenis

Aanvrager van een certificaat

De (rechts-)persoon die bij de certificerings- en keuringsinstelling een aanvraag doet voor het afgeven van een Certificaat Arbodienst.

Aanwijzing

Aanwijzing van een instelling bij of krachtens wettelijk voorschrift door de minister van SZW.

Arbeidsgezondheidskundig onderzoek

Een arbeidsgezondheidskundig onderzoek, zoals bedoeld en voorgeschreven in artikel 18 van de Arbowet.

Arbodienst

Een instantie die diensten aanbiedt op het gebied van arbeidsomstandigheden, minimaal conform artikel 14, eerste lid van de Arbeidsomstandighedenwet (hierna: Arbowet).

Er zijn drie (organisatie)vormen van arbodiensten te onderscheiden:

a) interne arbodienst: de arbodienst die opgericht is door, onderdeel uit maakt van en diensten aanbiedt aan één bepaalde werkgever (de onderneming, zie aldaar); tevens de dienst die in geval van een joint venture of holding, optreedt binnen de onderneming of instelling waar een meerderheidsbelang bestaat;

b) samenwerkingsverband: de interne arbodienst als bij a), waarbij tenminste één van de verplichte kerndeskundigen in dienst is van de werkgever, met een schriftelijk vastgelegd samenwerkingsverband met de overige deskundigen dan wel hun werkgever(s);

c) externe arbodienst: de arbodienst die als onafhankelijk instantie, met rechtspersoonlijkheid en ingeschreven bij de Kamer van Koophandel, diensten aanbiedt.

Audit of externe audit

Systematisch, onafhankelijk, gedocumenteerd proces voor het verkrijgen van registraties, feitelijke verklaringen of andere relevante informatie en de onafhankelijke beoordeling daarvan door een CKI om vast te stellen in welke mate aan de specifieke eisen uit het Certificatieschema voor de dienstverlening door arbodiensten wordt voldaan.

Auditdag

Eén dag die één auditor besteedt aan het auditen van een arbodienst (incl. rapportage).

Beoordeling

Beoordeling (initiële, of her-) door de nationale accreditatie-instantie van instellingen op basis van het door de minister van SZW vastgestelde WDA&T, op grond waarvan de nationale accreditatie-instantie schriftelijk rapporteert of de instelling competent is om wettelijk verplichte certificaten af te geven. Bij het vaststellen van het WDA&T door de minister van SZW wordt zoveel mogelijk aangesloten bij internationale systematiek en normen.

Belanghebbenden

Persoon of groep die een belang heeft bij de prestaties of het succes van de arbodienst; zoals klanten (zie aldaar), eindgebruikers, mensen in de organisatie, eigenaren en investeerders, leveranciers en partners, de maatschappij in termen van de gemeenschap en burgers die worden beïnvloed door de organisatie of haar producten. (ISO 9000:2005)

Centraal College van Deskundigen (CCvD) Arbodiensten

Het college, onderdeel van en/gefaciliteerd door de Stichting Beheer Certificatieregeling Arbodiensten (SBCA), dat het beheer voert over het certificatieschema voor de dienstverlening door arbodiensten. Het CCvD biedt belanghebbende partijen in de branche arbodienstverlening de mogelijkheid tot deelname bij het opstellen en onderhouden van werkveldspecifieke documenten op zodanige wijze dat sprake is van een evenwichtige en representatieve vertegenwoordiging van deze partijen.

Certificaat Arbodienst

Het certificaat in de zin van artikel 20 en artikel 14, lid 1 van de Arbowet. Het Certificaat Arbodienst dat een CKI verstrekt aan de arbodienst om kenbaar te maken dat een gerechtvaardigd vertrouwen bestaat dat de kwaliteit van de dienstverlening overeenstemt met het Certificatieschema voor de dienstverlening door arbodiensten.

Certificaathouder

(Rechts-) Persoon die in het bezit is van een geldig wettelijk verplicht gestelde Certificaat Arbodienst.

Certificatie-overeenkomst

De overeenkomst waarbij de arbodienst het recht krijgt tot het voeren van een Certificaat Arbodienst en die voor hem de rechten en verplichtingen dienaangaande bevatten.

Certificatieproces

Alle activiteiten via welke een CKI beoordeelt en besluit of een systeem voldoet en blijft voldoen aan de normen, zoals opgenomen in het werkveldspecifieke certificatieschema.

Certificerings- en Keuringsinstelling (CKI)

De organisatie die door de minister van SZW is aangewezen en die bevoegd is om een Certificaat Arbodienst af te geven, te weigeren, op te schorten/schorsen of in te trekken.

Contract

De overeenkomst die een arbodienst afsluit met een klant of opdrachtgever om bepaalde wettelijk voorgeschreven diensten te verlenen.

Controle

Periodieke beoordeling door de nationale accreditatie-instantie van CKI’s tegen de voor beoordeling geldende regels van de minister (WDA&T).

Derden

Andere personen of bedrijven die niet werkzaam zijn in of voor de arbodienst en geen klanten van de arbodienst zijn.

Deskundigen

Beroepsbeoefenaars, (al dan niet) verbonden aan een arbodienst, die bijdragen aan de dienstverlening op het gebied van arbeidsomstandigheden, bijvoorbeeld: kerndeskundigen (zie aldaar), ergonomen, bedrijfsmaatschappelijk werkers, arboverpleegkundigen, doktersassistenten, arbeidsdeskundigen en psychologen.

Documentenbeoordeling

Beoordeling van documenten c.q. kwaliteitshandboek door auditors van CKI’s. Het document kan papier zijn, een magnetische, elektronische of optische computerschijf, foto of master sample of een combinatie daarvan.

Eis

De voorwaarde of conditie gesteld door de certificerings- en keuringsinstelling waaraan de arbodienst moet voldoen.

Huishoudelijke Reglement

Het huishoudelijk reglement van het Centraal College van Deskundigen Arbodiensten.

Interne audit

Een onafhankelijke, objectieve "assurance" (geven van zekerheid) en consulting (geven van advies) activiteit met de bedoeling waarde toe te voegen aan en verbetering te brengen in de operaties van een arbodienst.  

Kerndeskundigen

Deskundige functionarissen verbonden aan een arbodienst die zijn voorgeschreven in afdeling 3, paragraaf 2, artikel 2.7, lid 1 van het Arbeidsomstandighedenbesluit (hoger) veiligheidskundige, arbeids- en bedrijfsgeneeskundige, arbeidshygiënist en arbeids- en organisatiekundige) en die zijn gecertificeerd/geregistreerd conform artikel 14, lid 1 en 20 van de Arbowet.

Kerntaken

De taken die een arbodienst volgens artikel 14a, lid 2 en art. 14, lid 1 van de Arbowet moet uitvoeren, samengevat:

het toetsen van de risico-inventarisatie en –evaluatie en daarover adviseren;

de bijstand bij de begeleiding van werknemers die door ziekte niet in staat zijn hun arbeid te verrichten;

het uitvoeren van het arbeidsgezondheidskundig onderzoek;

het uitvoeren van de aanstellingskeuring, indien de werkgever deze laat verrichten.

Keurling

De werknemer die een aanstellingskeuring ondergaat.

Klant

De organisatie of rechtspersoon die een product of dienst ontvangt, met inbegrip van de Medezeggenschapsvertegenwoordiging (ondernemingsraad / personeelsvertegenwoordiging / mede-zeggenschapsraad) van de arbodienst (dit overeenkomstig ISO 9000:2005).

Kwaliteit van dienstverlening

Alle kwaliteitseisen die gesteld worden aan de dienstverlening van een arbodienst.

Kwaliteitsmanagementsysteem

De organisatorische structuur, verantwoordelijkheden, bevoegdheden, procedures, processen en voorzieningen voor het ten uitvoer brengen van kwaliteitszorg.

Management review

De beoordeling van het kwaliteitsmanagementsysteem, uitgevoerd door de directie, om de geschiktheid, toereikendheid en doeltreffendheid voor het halen van de vastgestelde (kwaliteits-)doelstellingen te bepalen.

Medezeggenschapsvertegenwoordiging

De ondernemingsraad (OR) of personeelsvertegenwoordiging (PVT), zoals bedoeld in de Wet op de Ondernemingsraden (WOR) en de belanghebbende werknemers zoals bedoeld in de Arbeidsomstandighedenwet. Medezeggenschapsvertegenwoordiging = werknemersvertegenwoordiging. Voor enkele sectoren is de medezeggenschapsvertegenwoordiging de Medezeggenschapsraad (MR)

Minister

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

Nieuwe arbodienst

Een arbodienst die ná inwerkingtreding van dit Certificatieschema wordt opgericht.

Non conformity note

Het niet voldoen aan één of meer eisen uit dit Certificatieschema óf er is gerede twijfel ontstaan of het managementsysteem van de klant in staat is om de aan de eisen van dit Certificatieschema te voldoen.

Onderneming

De arbeidsorganisatie die een interne arbodienst heeft ingericht.

Periodieke controles

Periodieke audits die er op gericht zijn om te controleren of de kwaliteit van de dienstverlening tijdens de geldigheid van het Certificaat Arbodienst nog voldoet aan de eisen uit het Certificatieschema voor de dienstverlening door arbodiensten.

OVAL

Organisatie voor Vitaliteit, Activering en Loopbaan. De OVAL is een branche-organisatie die (ook) opkomt voor de belangen van (gecertificeerde) arbodiensten. De OVAL komt o.a. voort uit de branche-organisatie voor arbodiensten en re-integratiebedrijven (Boaborea).

Procedure

Gespecificeerde wijze voor het uitvoeren van een activiteit.

Professionele dienstverlening

Dienstverlening geleverd door medewerkers van de arbodienst met een afgeronde opleiding gericht op het verlenen van preventie, verzuimbegeleiding en re-integratie (bijvoorbeeld (kern)deskundigen, ergonoom, bedrijfsmaatschappelijk werker, arboverpleegkundige, doktersassistente, arbeidsdeskundige). De medewerkers werken conform de eisen van het Certificatieschema voor de dienstverlening door arbodiensten, inclusief de in dit Certificatieschema genoemde professionele statuten van Boaborea (tegenwoordig OVAL geheten), de Nederlandse Vereniging voor Veiligheidskunde (NVVK), de Nederlandse Vereniging voor Arbeidshygiëne (NVVA), de beroepsvereniging voor Arbeids- en Organisatiedeskundigen (BA&O) en de Nederlandse Vereniging voor Arbeids- en Bedrijfsgeneeskunde (NVAB) en voldoen aan de eisen van (her)registratie of werken onder supervisie van een geregistreerde vakgenoot.

Raad voor Accreditatie

Landelijk orgaan dat CKI’s en CKI-regelingen beoordeelt.

Risicoanalyse

Analyse waaruit motivatie, voor te maken keuzes in werkveldspecifiek probleemgebied, blijkt, op te nemen in het beoogde certificatieschema.

Risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E):

De inventarisatie en evaluatie van de risico’s die de arbeid voor de werknemers met zich brengt, zoals bedoeld in artikel 5 van de Arbowet. (De RI&E bevat een beschrijving van de gevaren, de risicobeperkende maatregelen en de risico’s voor bijzondere categorieën van werknemers. De RI&E besteedt ook aandacht aan de toegang van werknemers tot deskundige werknemers en personen. Bij de RI&E hoort een plan van aanpak, waarin is aangegeven welke maatregelen zullen worden genomen in verband met de bedoelde risico’s en de samenhang daartussen, één en ander overeenkomstig artikel 3 van de Arbowet. In het plan van aanpak worden termijnen aangegeven waarbinnen de maatregelen worden genomen.).

SBCA

Stichting Beheer Certificatieregeling Arbodiensten (SBCA)

Statuten

De statuten van de Stichting Beheer Certificatieregeling Arbodiensten (SBCA).

Stichting

Zie: SBCA.

Toezicht

Het verzamelen van de informatie over de vraag of een handeling of zaak voldoet aan de daaraan gestelde eisen, het zich daarna vormen van een oordeel daarover en het eventueel naar aanleiding daarvan interveniëren.

Werknemer

De persoon die werkt bij de klant. Het gaat om werknemers in de zin van artikel 1, eerste lid, onder b. en tweede lid, onder b. van de Arbowet.

Werkveldspecifiek certificatieschema

Term gebruikt door SZW voor een certificatieschema dat door de minister van SZW is geaccepteerd te gebruiken binnen een specifieke aanwijzing als CKI voor personen, producten of systemen.

3. WERKVELDSPECIFIEKE KENMERKEN

Om het maatschappelijk belang – veiligheid en gezondheid van en rondom de arbeid – te waarborgen, is door de overheid gekozen voor een wettelijk verplichte certificatieregeling voor de borging van de kwaliteit/veiligheid van dienstverlening door arbodiensten.

3.1. Beschrijving schema

Het werkveldspecifieke certificatieschema voor de dienstverlening door arbodiensten van .... (datum) is op ....(datum) door het CCvD opgesteld en door het Ministerie van SZW – inclusief eventuele aanpassingen – vastgesteld middels een statische verwijzing in de Arboregeling. De minister van SZW kan ook op eigen initiatief wijzigingen aanbrengen in de vastgestelde documenten. Dit vastgestelde schema vervangt daarmee eerdere versies.

Op- en of aanmerkingen over het certificatieschema kunnen worden ingediend bij de SBCA, t.a.v. het CCvD, Postbus 12, 3740 AA Baarn.

Het te certificeren systeem betreft de dienstverlening door arbodiensten, zoals die is vereist op grond van artikel 20 en artikel 14, lid 1 van de Arbowet. Het te certificeren systeem van een arbodienst heeft betrekking op de vier wettelijk taken die iedere arbodienst tenminste dient uit te voeren:

  • het toetsen van de risico-inventarisatie en –evaluatie en daarover adviseren;

  • de bijstand bij de begeleiding van werknemers die door ziekte niet in staat zijn hun arbeid te verrichten;

  • het uitvoeren van het arbeidsgezondheidskundig onderzoek;

  • het uitvoeren van de aanstellingskeuring, indien de werkgever deze laat verrichten.

3.2. Risicoanalyse en afbreukcriteria

Met de komst van de Wet Arbo/TZ, zoals die is ingegaan op 1 januari 1994, bestaan er in Nederland arbodiensten. Deze arbodiensten kregen tot taak om zowel preventieve- als ziekteverzuimbegeleidingstaken uit te voeren. Daarmee werd de arbodienst een geïntegreerde dienstverlener. De preventieve taken vloeiden voort uit de Europese Kaderrichtlijn 89/391/EEG en de Arbowet. De ziekteverzuimbegeleidingstaken vloeiden voort uit de loondoorbetalingsplicht zoals die is geformuleerd in het Burgerlijk Wetboek. Later zijn daar de verplichtingen op basis van de Wet Verbetering Poortwachter bijgekomen.

Arbodienstverlening kan worden uitgevoerd door privaatrechtelijke organisaties, die met elkaar moe(s)ten gaan concurreren. De overheid hield niet zelf de controle over arbodiensten, maar ging over tot een certificatiestelsel voor arbodiensten.

Iedere werkgever is verplicht zich door gecertificeerde arbodiensten of gecertificeerde kerndeskundigen te laten bijstaan, ná instemming door een ondernemingsraad of personeelsvertegenwoordiging. Deze verplichting is terug te vinden in de artikelen 14 en 14a van de Arbowet. Iedere werknemer moet toegang hebben tot deze deskundigen of tot preventiemedewerkers (art.5, lid 2 Arbowet).

De verplichte bijstand van een werkgever door een gecertificeerde arbodienst of door gecertificeerde kerndeskundigen heeft betrekking op vier taken:

  • het toetsen van de risico-inventarisatie en –evaluatie en daarover adviseren;

  • de bijstand bij de begeleiding van werknemers die door ziekte niet in staat zijn hun arbeid te verrichten;

  • het uitvoeren van het arbeidsgezondheidskundig onderzoek;

  • het uitvoeren van de aanstellingskeuring, indien de werkgever deze laat verrichten.

Elk van deze taken is van groot belang voor zowel de werkgever als de werknemers binnen de organisatie. Het toetsen van de RI&E door een arbodienst en het geven van een advies daarover moet de werkgever ondersteunen bij het voeren van een goed arbobeleid. Zonder een goede analyse en evaluatie van de risico’s binnen een bedrijf en zonder concrete en praktische voorstellen om de situatie te verbeteren via het plan van aanpak, lopen bedrijven het risico om de verkeerde onderwerpen op een verkeerde manier aan te pakken. Het beoordelen van de RI&E (inclusief het plan van aanpak) door de arbodienst is dus van essentieel belang om bedrijven goed te ondersteunen bij het voeren van een adequaat arbobeleid.

Met de verzuimbegeleiding van zieke werknemers door de bedrijfsarts/arbodienst worden verschillende doelen nagestreefd. Zowel de gezondheid van de zieke werknemer als het bedrijfsbelang moeten door de arbodienst worden meegewogen. Juist dit aspect doet een beroep op de onafhankelijkheid van de arbodienst.

De verzuimbegeleiding vergt een zorgvuldige aanpak van de arbodienst. Deze aanpak moet bijdragen aan een voorspoedig herstel van de gezondheid van de zieke werknemer, aan het tijdig doen re-integreren van de zieke medewerker in het bedrijf en in algemene zin aan het voorkómen van instroom van werknemers in een uitkeringssituatie zoals bijv. de WIA. Het doeltreffend begeleiden van zieke werknemers leidt tot minder kosten voor de werkgever (minder loondoorbetaling). Vanuit de gedachte van een geïntegreerde arbodienst moet een doeltreffende ziekteverzuimbegeleiding ook leiden tot maatregelen in het preventieve vlak (arbobeleid).

Het periodiek beoordelen van de gezondheid van werknemers zoals dat gebeurt via het arbeidsgezondheidskundig onderzoek heeft primair tot doel om gezondheidsrisico’s te vóórkomen en als deze zich voordoen te beperken. Het arbeidsgezondheidskundig onderzoek is daarmee een instrument om het arbobeleid mede vorm te geven.

De aanstellingskeuring kan grote consequenties hebben voor de betreffende werknemer alsmede voor het bedrijf, immers een ongunstige uitslag maakt de werknemer ongeschikt voor een bepaalde functie. De wetgeving verlangt m.b.t. de aanstellingskeuring een hoge mate van zorgvuldigheid in de uitvoering door de arbodienst.

Het uitvoeren van deze vier wettelijk verplichte taken door een arbodienst moet dus zorgvuldig en efficiënt gebeuren. Indien dit niet goed gebeurd loopt de werknemer het risico van gezondheidsschade, de werkgever het risico van hoge kosten (o.a. ziekteverzuim, arbeidsongeschiktheid en claims) en de maatschappij het risico op een grote uitstroom van werknemers uit arbeid en een grote instroom in uitkeringssituaties.

In hoofdstuk 6 worden de eisen met betrekking tot deze vier wettelijke taken nader uitgewerkt.

Een belangrijk, meer specifiek, risico in de uitvoering van de vier wettelijke taken door een arbodienst is het risico op schending van de privacy-voorschriften. Het schenden van deze voorschriften door een arbodienst als rechtspersoon en/of door medewerkers van een de arbodienst is een ernstig feit, met grote gevolgen voor de betrokken werknemer.

4. CERTIFICATIEREGLEMENT
4.1. Doelstelling

Dit deel van het schema omschrijft de procedures die relevant zijn voor het juist toepassen van het specifieke schema. Het gaat om de volgende onderwerpen:

  • Aanvraag van certificaat (§ 4.2);

  • Initiële audits (§ 4.2);

  • Certificatiebeslissing (§ 4.3);

  • Geldigheidsduur certificaat (§ 4.4);

  • Gegevens op het certificaat (§ 4.5);

  • Klachten (§ 4.6);

  • Verzoek om herziening (§ 4.7);

  • Register voor systeemcertificatie (§ 4.8);

  • Norminterpretatie (§ 4.9)

4.2. Certificatieprocedure

De arbodienst dient bij een CKI1, in overeenstemming met de certificatieprocedure, een aanvraag in voor het Certificaat Arbodienst.

De certificatieprocedure volgt de procedure die geldt voor een regulier ISO 9001:2008 certificatie traject.

Aanvraag

De (mogelijke) opdrachtgever dient bij een CKI in overeenstemming met deze certificatieprocedure, een verzoek in voor het Certificaat Arbodienst óf voor het behoud van het Certificaat Arbodienst (hercertificatie).

De CKI verstrekt informatie over de gang van zaken bij de afhandeling van de aanvraag voor het Certificaat Arbodienst vóórdat er een contract wordt getekend.

In het contract dat de CKI afsluit met de arbodienst wordt de eisen uit dit Certificatieschema van toepassing verklaard.

De externe arbodienst verstrekt aan de CKI bij de aanvraag de gegevens zoals die staan geformuleerd in artikel 2.12 van de Arboregeling.

De interne arbodienst verstrekt aan de CKI bij de aanvraag de gegevens zoals die staan geformuleerd in artikel 2.13 van de Arboregeling.

Initiële audits

De uitvoering van de audit vindt plaats conform het werkplan. De audits worden gehouden door een team van een lead auditor en een tweede auditor. Beide auditors dienen deskundigen te zijn.

De initiële audits vinden plaats door een team bestaande uit de lead auditor en tenminste een deskundige auditor van een andere discipline. Eén van de lead auditors is tevens teamleider en uit dien hoofde verantwoordelijk voor het auditproces, inclusief de inhoud van het auditrapport.

Bij het proces van certificatie dient bij de inzet van de auditordeskundigheden rekening te worden gehouden met een verdeling van activiteiten van de arbodienst over de verschillende kerntaken.

Het aantal auditdagen verschilt per arbodienst, afhankelijk van het aantal personeelsleden (fulltime equivalent) en het aantal vestigingen. In bijlage 1 van dit Certificatieschema is een overzicht opgenomen van het totaal aantal auditdagen dat een CKI maximaal kan besteden aan de certificatie van arbodiensten.

Voor nieuwe externe arbodiensten of ondernemingen geldt dezelfde certificatieprocedure, echter met de volgende aanpassingen:

  • a. de CKI verstrekt desgevraagd een bewijs dat de nieuw opgerichte externe of interne arbodienst een aanvraag Certificaat Arbodienst heeft ingediend;

  • b. tijdens de eerste audit (binnen 3 maanden ná de aanvraag) worden minimaal twee van de in de praktijk uitgevoerde vier kerntaken beoordeeld. De vier kerntaken betreffen:

    • het toetsen van de risico-inventarisatie en –evaluatie en daarover adviseren;

    • de bijstand bij de begeleiding van werknemers die door ziekte niet in staat zijn hun arbeid te verrichten;

    • het uitvoeren van het arbeidsgezondheidskundig onderzoek;

    • het uitvoeren van de aanstellingskeuring, indien de werkgever deze laat verrichten.

    Bij een positief besluit van de CKI om een certificatie-overeenkomst aan te gaan, wordt een Certificaat Arbodienst met een looptijd van maximaal 1 jaar verstrekt;

  • c. bij de eerste periodieke controle, uit te voeren binnen 1 jaar ná ondertekening van de certificatie-overeenkomst, dient de arbodienst aan alle eisen uit dit Certificatieschema te voldoen; bij een positief besluit wordt het certificaat omgezet in het Certificaat Arbodienst met een looptijd van drie jaar.

4.3. Certificatiebeslissing

De certificatiebeslissing wordt genomen in overeenstemming met de eisen uit het Certificatieschema door een functionaris van de CKI die is gekwalificeerd en aangesteld conform het kwaliteitsmanagementsysteem van de CKI en die volgens de procedure onder 4.2 niet betrokken is geweest bij de beoordeling van het systeem.

Bij een positief besluit wordt een Certificaat Arbodienst afgegeven met een looptijd van drie jaar. Uit dit Certificaat Arbodienst blijkt dat er een gerechtvaardigd vertrouwen mag bestaan dat de arbodienst voldoet aan de voorschriften die zijn gesteld bij of krachtens de Arbowet. Deze voorschriften zijn terug te vinden in artikel 2.11 van de Arboregeling. De arbodienst heeft het recht het logo Certificaat Arbodienst te gebruiken.

De CKI heeft de plicht om van het afgeven, het weigeren, het opschorten of schorsen of het intrekken van een Certificaat Arbodienst mededeling te doen aan het SBCA. Deze mededeling wordt door het SBCA doorgegeven aan het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

4.4. Geldigheidsduur van het certificaat

Bij een positief besluit wordt een Certificaat Arbodienst afgegeven met een geldigheidsduur van drie jaar.

4.5. Gegevens op het certificaat

Het Certificaat Arbodienst bevat minimaal de navolgende gegevens:

  • Gegevens van het gecertificeerde bedrijf:

    • I. Volledige bedrijfsnaam;

    • II. Vestigingsplaats;

    • III. Scope van het certificaat.

  • Gegevens van de CKI:

    • I. Naam;

    • II. Vestigingsplaats;

    • III. Logo;

    • IV. Kenmerk van de aanwijzing.

  • Overige gegevens certificaat:

    • o Geldigheidsduur;

    • o Tekst: Op het certificaat dient vermeld te worden, dat de instelling verklaart dat het betreffende systeem voldoet aan de eisen uit het werkveldspecifieke certificatieschema;

    • o Handtekening bevoegd persoon CKI;

    • o Beeldmerk en logo van de SBCA.

4.6. Klachten over de CKI

Een adequate behandeling van klachten is belangrijk voor het creëren van vertrouwen in certificatie en belangrijk voor de bescherming van zowel de certificaathouders als de gebruikers van certificaten.

Aan een CKI worden onder meer de volgende eisen gesteld:

  • Een openbaar toegankelijke klachtenprocedure dient aanwezig te zijn.

  • de klachtenprocedure bevat minimaal het volgende: een beschrijving van het proces van ontvangen, onderzoeken en beoordelen van de klacht; de wijze van volgen van de klacht en acties als vervolg daarop; en de wijze waarop wordt verzekerd dat correctieve acties worden uitgevoerd.

  • De beslissing over de reactie op de klacht dient te worden genomen door personen die niet betrokken zijn bij het onderwerp van de klacht.

  • Indieners van klachten dienen, indien mogelijk, op de hoogte te worden gehouden van de ontvangst van de klacht, de voortgang van behandeling en de uitkomst.

4.6.1 Klachten over het bedrijf of de persoon

Indien de CKI klachten van derden, zoals een opdrachtgever, ontvangt over het voldoen aan dit schema door het bedrijf of de persoon die een aanvraag voor het certificaat heeft ingediend of certificaathouder is, dient de CKI de klager te verwijzen naar het bedrijf of de persoon. De CKI dient de klacht te betrekken bij de eerstvolgende beoordeling bij het betreffende bedrijf of de betreffende persoon.

Echter, indien het naar de mening van de CKI een ernstige klacht betreft, dient de CKI, naast de behandeling door het bedrijf of de persoon, zelf ook direct te beoordelen of de klacht gevolgen dient te hebben voor de beslissing m.b.t. certificatie.

In dat geval dient de CKI af te wegen of het gewenst is een extra beoordeling uit te voeren. De kosten van deze extra beoordeling komen in beginsel voor rekening van de certificaathouder.

4.6.2 Klachtenregeling

Inleiding

In deze werkinstructie wordt de afhandeling van een klacht besproken. Voor iedere afzonderlijke klacht wordt een apart klachtenformulier ingevuld.

Werkwijze

Wanneer iemand probeert een klacht telefonisch of mondeling te melden, wordt aan hem/haar gevraagd deze schriftelijk te verwoorden. Als een klacht schriftelijk binnenkomt wordt deze meteen naar de kwaliteitsmanager gebracht en indien de klachtafhandelaar duidelijk is krijgt hij/zij meteen een kopie van de klacht.

De kwaliteitsmanager registreert de klacht op een klachtenformulier en stelt de directeur CKI op de hoogte van de klacht. De directeur van de CKI wijst de klachtafhandelaar aan. De kwaliteitsmanager vermeldt de klachtafhandelaar op het klachtenformulier en brengt de klachtafhandelaar schriftelijk op de hoogte van de klacht. De klachtafhandelaar informeert de indiener van de klacht schriftelijk over de ontvangst van de klacht.

Eenvoudige zaken

Klachtafhandelaar stuurt klacht door naar betrokken bedrijf/persoon; stelt indiener op de hoogte legt dossier aan tbv voortgangsbewaking en meenemen afhandeling klacht door bedrijf/persoon bij eerstvolgende beoordeling.

Ernstige klachten

Klachtafhandelaar beoordeelt de klacht en stelt vast of de klacht een incident betreft of dat de klacht moet leiden tot een aanpassing in de werkwijze.

Indien het een incident betreft, wordt de indiener daarvan op de hoogte gesteld. De klachtafhandelaar bedenkt samen met de indiener binnen drie weken na het indienen van de klacht een oplossing voor de afhandeling en betrekt bedrijf/persoon hierbij.

De oplossing zoals die met de indiener is besproken wordt vastgelegd op het klachtenformulier. Hier wordt tevens vermeld dat het gaat om een incident.

Indien de klacht een aanpassing van de werkwijze vergt bedenkt de klachtafhandelaar binnen 10 dagen een verbetervoorstel en bespreekt dit met de kwaliteitsmanager en betrekt bedrijf/persoon hierbij. Het verbetervoorstel moet een structurele verbetering inhouden van de werkwijze. Het verbetervoorstel wordt ingevuld op het klachtenformulier.

De klachtafhandelaar stelt de indiener op de hoogte van de afhandeling van de klacht.

De kwaliteitsmanager maakt de gewijzigde werkwijze bekend.

De kwaliteitsmanager start, indien nodig, een vervolgonderzoek naar de invoering van het verbetervoorstel. De bevindingen worden vastgelegd op het klachtenformulier. Het klachtenformulier wordt gearchiveerd.

4.7. Bezwaarprocedure

Onderstaand worden de stappen beschreven die nodig zijn voor het afhandelen van een bezwaarschrift. Een dergelijk bezwaarschrift kan bijvoorbeeld ingediend worden tegen besluiten van de CKI inzake het niet (opnieuw) verlenen, schorsen of intrekken van een certificaat.

Werkwijze

Algemeen:

  • Een door of namens de CKI genomen besluit, dat is een definitieve uitslag of eindoordeel, wordt schriftelijk ter kennis van de belanghebbende gebracht.

  • Onder een besluit wordt tevens verstaan het weigeren te beslissen of het niet tijdig nemen van een beslissing.

  • De CKI stelt de belanghebbende in haar correspondentie in kennis van de mogelijkheid van het indienen van een bezwaarschrift door middel van de volgende clausule:

    ‘Ingevolge de CKI procedure ‘bezwaarschriftprocedure’ kan door een belanghebbende met betrekking tot dit besluit een bezwaarschrift ingediend worden. Daartoe moet binnen zes weken na de datum van verzending van het besluit een bezwaar worden ingediend bij de CKI. In het bezwaarschrift moet gemotiveerd worden aangegeven waarom het gegeven besluit niet juist gevonden wordt. Verzocht wordt bij het bezwaarschrift een kopie van het bestreden besluit toe te voegen.’

  • Het bezwaarschrift dient in ieder geval de volgende elementen te bevatten:

    • o naam en adres indiener

    • o dagtekening

    • o een omschrijving van het bestreden besluit

    • o de gronden van het bezwaar.

  • Het bezwaarschrift schort de werking van het besluit niet op.

  • Het bezwaarschrift leidt tot heroverweging van het besluit waartegen het is gericht.

Het bezwaar wordt niet-ontvankelijk verklaard:

  • indien niet aan de gestelde termijn van indienen wordt voldaan. Dit geldt niet als de indiener aantoont dat hij redelijkerwijs niet in verzuim is geweest

  • in andere gevallen dan genoemd onder a, als geen gebruik gemaakt wordt van de door de CKI geboden gelegenheid tot verzuimherstel

  • het bezwaar wordt verder niet-ontvankelijk verklaard als het, bij het niet van toepassing zijn van een termijn, onredelijk laat wordt ingediend. Dit geldt uitsluitend wanneer het bezwaar betrekking heeft op het niet tijdig nemen van een besluit.

Procedure

  • De CKI neemt kennis van het bezwaarschrift en bevestigt binnen twee weken de ontvangst.

  • De CKI biedt gelegenheid tot het horen van de indiener.

  • Het bezwaarschrift wordt gemeld bij de kwaliteitsmanager die het bezwaar registreert.

  • Het horen betreft met name de vakinhoudelijke aspecten die geleid hebben tot het besluit en dient binnen in beginsel zes weken na het vaststellen dat een hoorprocedure aan de orde is, plaats te vinden.

  • Het horen kan geschieden door de CKI of door een of meer door de CKI benoemde ter zaken kundige. Het horen geschiedt door een persoon of personen die niet betrokken is/zijn geweest bij de voorbereiding van het besluit, en geen binding hebben met de belanghebbende.

  • Het horen geschiedt op een door de CKI te bepalen tijdstip binnen de gangbare kantooruren.

  • Relevante stukken kunnen tot 10 dagen voor de hoorzitting worden ingediend en liggen gedurende een week voor de zitting ter inzage.

  • Van het horen wordt afgezien indien het bezwaar kennelijk niet-ontvankelijk of kennelijk ongegrond is, inmiddels aan het bezwaar is tegemoetgekomen, of indien belanghebbende verklaart hiervan geen gebruik te maken.

  • Van het horen wordt een verslag gemaakt. Het verslag wordt bij de beslissing op het bezwaar gevoegd.

  • De hoorcommissie brengt tevens advies aan de CKI.

Beslissing op het bezwaarschrift

  • De CKI beslist aan de hand van de haar ter beschikking staande gegevens binnen zes weken, gerekend vanaf de dag na die waarop de termijn voor het indienen van het bezwaarschrift is verstreken. De beslistermijn kan eenmaal met ten hoogste 6 weken worden verlengd. Daarna kan de termijn slechts met toestemming van de belanghebbende worden verlengd.

  • De CKI zal, bij het gegrond verklaren van het bezwaar, de beslissing herroepen en een nieuwe beslissing ter zake nemen.

  • Van haar beslissing op het bezwaar zal de CKI de onderbouwing en motivering aan belanghebbende meedelen.

Bestuursrechter

  • Indien de inhoud of strekking van de nieuwe beslissing de belanghebbende hiertoe aanleiding geeft, dient hij zich in voorkomend geval te wenden tot de bestuursrechter.

  • De CKI zal de belanghebbende in haar beslissing op bezwaar wijzen op deze mogelijkheid.

4.8. Register voor systeemcertificatie

De CKI registreert maandelijks de actuele gegevens in het Certificaat Arbodienst-register. Conform de overeenkomst tussen de CKI en de SBCA worden de gegevens elektronisch verzonden aan het SBCA ten behoeve van het SBCA Certificaat Arbodienst-register. Dit register wordt via internet toegankelijk gemaakt, binnen de wettelijke kaders. Het afgeven, het weigeren, het opschorten/schorsen of het intrekken van certificaten dient door de CKI onmiddellijk te worden doorgegeven aan de SBCA en de andere CKI’s.

4.9. Norminterpretatie

Het CCvD zorgt voor een eenduidige norminterpretatie van de eisen in dit certificatieschema voor de dienstverlening door arbodiensten. Toch kan het voorkomen dat er in de operationele fase verschillende interpretaties bestaan van één of meerdere in het certificatieschema voor de dienstverlening door arbodiensten gehanteerde begrippen.

Mocht het gebeuren dat aanvragers van het Certificaat Arbodienst, certificaathouders en CKI’s uiteenlopende definities hanteren en hierover meningsverschillen (blijven) bestaan, dan dienen afwijkende interpretaties te worden voorgelegd aan het CCvD.

5. TOEZICHT

De CKI is verplicht de certificaathouder blijvend te toetsen aan de eisen uit het Certificatieschema voor dienstverlening door arbodiensten. De CKI toetst de certificaathouder in overeenstemming met de eisen uit paragraaf 9.3 van ISO 17021:2011.

5.1. Toegang

Voor het toezicht kan het noodzakelijk zijn dat de CKI, de RvA, de Inspectie SZW zich toegang verschaffen tot gegevens van de certificaathouders. Het gaat om de volgende gegevens van de certificaathouder:

  • het auditrapport van de CKI;

  • het certificaat;

  • alle voor een adequate uitoefening van het toezicht relevante documenten.

De certificaathouder verschaft toegang tot de gevraagde gegevens door middel van:

  • het toezenden van schriftelijke documenten;

  • het beschikbaar stellen van elektronische gegevens of bestanden.

In de certificatieovereenkomst neemt de CKI deze verplichting voor de certificaathouder op.

5.2. Frequentie van het toezicht

In deze paragraaf wordt aangegeven hoe vaak de CKI controles of (tussentijdse) audits houdt.

Daarbij geldt het volgende uitgangspunt: in alle gevallen kan besloten worden tot onaangekondigde steekproefsgewijze controle. Doel van deze controle is om na te gaan of de zaken bij de certificaathouder daadwerkelijk goed zijn geregeld.

Gedurende de looptijd van het Certificaat Arbodienst vindt ieder jaar een tussentijdse audit plaats van de CKI. De CKI kan altijd besluiten om tot een onaangekondigde steekproefsgewijze controle van de certificaathouder over te gaan.

5.3. De wijze van uitvoering van het toezicht

Bij de tussentijdse audits wordt een lead auditor en een auditor betrokken. Welke deskundigheden gedurende de looptijd van het certificaat bij de audits worden ingezet, wordt na overleg tussen de CKI en de arbodienst bepaald. De auditors onderzoeken of de arbodienst voldoet aan de eisen verwoord in het Certificatieschema en rapporteren aan de coördinator certificatie arbodiensten van de CKI. Deze coördinator beoordeelt inhoudelijk en procesmatig de rapportage.

Indien de CKI weet of kan weten dat de veiligheid en gezondheid van werknemers en derden in gevaar wordt of kan worden gebracht door werkzaamheden die door een door haar afgegeven certificaat worden gereguleerd, dan moet de CKI dit melden aan de AI (art. 1.5b, lid 3 Arbobesluit).

5.4. Verslag van bevindingen

De CKI stelt een verslag op van haar bevindingen tijdens de tussentijdse audit. Dit verslag wordt ter beschikking gesteld aan de certificaathouder. Deze kan hiertegen eventueel een verzoek om herziening indienen; zie hiervoor paragraaf 4.7.

Indien uit het verslag van de CKI blijkt dat er afwijkingen zijn geconstateerd dan geeft de CKI expliciet aan hoe en binnen welke termijn de geconstateerde afwijkingen worden opgeheven. De maximale termijn voor het opheffen van een geconstateerde afwijking bedraagt voor major non-conformities drie maanden en voor minor non-conformities een half jaar.

Bevindingen waarbij de privacy van de werknemer wordt overtreden dienen als een major non-conformity te worden beoordeeld. Het ontbreken van een verplicht element in het privacyreglement leidt tot een minor non-conformity.

5.5. Maatregelen (artikel 1.5e Arbobesluit)

Indien blijkt dat een certificaathouder niet of niet meer voldoet aan de eisen of normen in het werkveldspecifieke certificatieschema dan heeft dit maatregelen door de CKI tot gevolg. De maatregelen strekken ertoe dat op zo kort mogelijke termijn voldaan wordt aan genoemde eisen of normen.

Mogelijke maatregelen zijn het weigeren, schorsen of intrekken van het certificaat. Indien er sprake is van een maatregel wordt dit aan de certificaathouder kenbaar gemaakt. Tevens dient de Inspectie SZW hiervan in kennis gesteld te worden. Relevante informatie over de maatregel dient door de CKI ingebracht te worden in een centraal registratiesysteem. Deze meldingsplicht dient nauwkeurig uitgewerkt te worden, in verband met de vertrouwelijkheid van persoonsgegevens en de contractuele relatie tussen CKI en arbodienst.

Indien een certificaathouder na een intrekking opnieuw gecertificeerd wil worden dient dezelfde procedure doorlopen te worden als bij initiële certificatie. De termijn tussen intrekken en het verstrekken van het nieuwe certificaat is minimaal 12 maanden. Bij het opleggen van een maatregel dient de CKI aan te geven (en te registreren) na welke periode certificatie weer is toegestaan.

Organisatieveranderingen van arbodiensten zoals overnames, fusies, uitbreidingen of inkrimpingen kunnen invloed hebben op het Certificaat Arbodienst. Indien dit soort organisatieveranderingen zich voordoen, wordt dit door de certificaathouder gemeld aan de betreffende CKI, conform de artikelen 2.6, 2.12, eerste lid, en 2.13, eerste lid van de Arboregeling.

5.6. Criteria

De CKI neemt een aanvraag voor het Certificaat Arbodienst of voor een hercertificatie altijd in behandeling. Het Certificaat Arbodienst kan door de CKI worden afgegeven, geweigerd, opgeschort/geschorst en ingetrokken.

Hieronder treft u de criteria voor het:

  • afgeven,

  • weigeren,

  • opschorten/schorsen,

  • intrekken

van het Certificaat Arbodienst door de CKI.

Afgeven certificaat:

Het Certificaat Arbodienst zal door de CKI worden afgegeven indien uit de initiële audit door de CKI blijkt, dat de aanvrager van het certificaat voldoet aan de eisen zoals die gesteld zijn in het Certificatieschema voor de dienstverlening door arbodiensten.

Weigeren certificaat:

Indien de aanvrager van een Certificaat Arbodienst of de certificaathouder niet voldoet aan de eisen uit het Certificatieschema voor de dienstverlening door arbodiensten weigert de CKI het certificaat.

Opschorten/Schorsen:

Een CKI zal het certificaat opschorten/schorsen, indien:

  • het managementsysteem van de certificaathouder bij voortduring en in ernstig mate niet voldoet aan de eisen uit het Certificatieschema voor de dienstverlening door arbodiensten;

  • de effectiviteit van het managementsysteem onvoldoende is. Dit is onvoldoende indien verbeteracties n.a.v. interne en externe audits niet worden uitgevoerd of er geen actie wordt ondernomen op de in de managementreviews gesignaleerde risico’s en verbetervoorstellen;

  • de certificaathouder geen tussentijdse audits toestaat;

  • de certificaathouder vrijwillig een verzoek tot opschorting/schorsing heeft gedaan;

  • de certificaathouder in ernstige mate in strijd heeft gehandeld met één of meer van zijn verplichtingen ingevolge de certificatieovereenkomst, waaronder ook vallen zijn financiële verplichtingen;

  • de certificaathouder de belangen van de CKI ernstig heeft geschaad;

  • er geen adequate corrigerende maatregelen zijn getroffen tijdens de periode van 3 maanden ná constatering van major non-conformities.

De periode van opschorting/schorsing bedraagt maximaal 6 maanden.

Binnen de gestelde periode van opschorting/schorsing (6 maanden):

  • blijft de certificatieovereenkomst van kracht;

  • zal de CKI toezicht houden op de door de certificaathouder te treffen maatregelen die moeten leiden tot de opheffing van de opschorting/schorsing;

  • mag de certificaathouder geen gebruik maken van het certificaat.

  • Overtreding van deze bepaling wordt beschouwd als oneigenlijk gebruik.

Intrekken:

Intrekken van het certificaat vindt plaats nadat de CKI heeft vastgesteld dat:

  • ná de afgesproken (her)beoordeling onvoldoende maatregelen zijn genomen om de non-conformity te kunnen afsluiten;

  • er geen adequate corrigerende maatregelen zijn getroffen tijdens een periode van schorsing van het certificaat;

  • de certificaathouder in ernstige mate in strijd heeft gehandeld met één of meer van zijn verplichtingen ingevolge de certificatieovereenkomst, waaronder ook vallen zijn financiële verplichtingen;

  • de certificaathouder de belangen van de CKI ernstig heeft geschaad.

Indien binnen de gestelde periode van opschorting/schorsing door de certificaathouder geen adequate corrigerende maatregelen zijn getroffen, zal de CKI het certificaat intrekken. Daarmee vervalt de certificatie-overeenkomst.

DEEL II: NORMEN

Deel 2 van dit certificatieschema bevat de normen die gelden voor een Certificaat Arbodienst.

Beschreven wordt achtereenvolgens:

  • eisen voor certificatie (hoofdstuk 6);

  • de wijze waarop het voldoen aan de toelatingseisen wordt beoordeeld en gerapporteerd (hoofdstuk 7).

6. WERKVELDSPECIFIEKE EISEN

Het CCvD heeft eisen opgesteld voor certificatie. Hierbij moeten voortdurend de achterliggende doelen voor ogen gehouden worden, te weten het verzekeren dat er (management) systemen zijn die zorgen dat alle relevante risico’s gekend zijn en met adequate middelen beheerst worden, zodat uiteindelijk arbodiensten adequaat kunnen functioneren.

Het gaat hierbij bijvoorbeeld om:

  • Eisen m.b.t. management van de organisatie;

  • Eisen m.b.t. management van middelen

  • Eisen m.b.t. management van personen;

  • Eisen m.b.t. procedures, werkwijzen/methoden.

Het Certificaat Arbodienst van een gecertificeerde arbodienst moet gebaseerd zijn op het ISO 9001:2008 kwaliteitsmanagementsysteem, aangevuld met wet- en regelgeving die niet expliciet wordt gedekt door ISO 9001:2008. Dit is in het onderhavige Certificatieschema vastgelegd.

Algemene eisen

De arbodienst beschikt ten minste over een kwaliteitsmanagementsysteem conform ISO 9001:2008. Uitsluitingen conform ISO 9001:2008) par 1.2. zijn van toepassing.

De scope waarop deze eisen betrekking hebben betreft minimaal de wettelijke kerntaken. Daarnaast kunnen arbodiensten deze scope uitbreiden waardoor ISO 9001:2008 ook van toepassing wordt voor de taken die de arbodienst zelf heeft aangegeven.

Daarnaast moet voldaan worden aan de aanvullende eisen die hieronder staan vermeld. Bij iedere aanvullende eis staat vermeld welk onderdeel van de norm ISO 9001:2008 van toepassing is.

Aanvullende eisen

  • 1. Planning (Paragraaf 5.4 van ISO 9001:2008)

    • De arbodienst garandeert de professionele onafhankelijkheid wat onder andere blijkt uit de statuten.

    • De arbodienst onderschrijft de tekst van het professioneel statuut arbodienstverlening zoals opgesteld door de branche-organisatie2 en geaccepteerd door het CCvD en handelt dienovereenkomstig. Het gaat hierbij om de tekst van het professioneel statuut arbodienstverlening zoals die is opgenomen op de website van de SBCA (www.sbca.nl, button ‘documenten’).

  • 2. Management van middelen (Hoofdstuk 6 van ISO 9001:2008)

    • 1. De arbodienst beschikt over een dusdanige voorziening dat een werknemer een andere bedrijfsarts toegewezen kan worden indien dit verzoek door een werknemer schriftelijk wordt ingediend.

    • 2. T.a.v. privacy aspecten:

      • o In het kwaliteitssysteem van de arbodienst is beschreven in welke registratie(s), op welke wijze en op basis van welke grondslag en met welk doel de arbodienst (medische) gegevens vastlegt met betrekking tot de aangesloten werknemers.

      • o Deze registratie(s) zijn aangemeld bij het College Bescherming Persoonsgegevens (CBP). Soms worden (medische) gegevens vastgelegd in een registratie waarvan een klant van de arbodienst (=de werkgever) de verantwoordelijke is. In dat geval is die klant zélf verantwoordelijk voor melding bij het CBP. De arbodienst moet wel verifiëren of dat is gebeurd.

      • o Per registratie is er een privacyreglement. In het privacyreglement zijn minimaal de volgende onderwerpen beschreven:

        • doel van het vastleggen van de gegevens en de herkomst van de gegevens;

        • de vastlegging van (medische) persoonsgegevens in verband met ziekteverzuim en re-integratie op basis van de KNMG-code ‘Gegevensverkeer en samenwerking bij arbeidsverzuim en reïntegratie (2007)’ ;

        • welke medewerkers hebben toegang tot de (medische) persoonsgegevens. Dit betreft de medewerkers die rechtstreeks bij de behandeling betrokken zijn. Op algemeen niveau dient in een autorisatieschema te worden vastgelegd wie toegang hebben tot (medische) persoonsgegevens. Indien er op klantniveau afwijkingen zijn moeten deze in een register worden vastgelegd;

        • vermeld is hoe de autorisaties worden toegekend en beheerd;

        • papieren dossiers met (medische) persoonsgegevens zijn in afsluitbare kasten opgeborgen. Er zijn afspraken over sleutelbeheer; elektronische (medische) persoonsgegevens worden zodanig beveiligd dat onbevoegden geen toegang kunnen krijgen tot deze gegevens.Het hoogst mogelijke beveiligingsniveau moet hier worden toegepast.

        • de wijze waarop de werknemer, van wie persoonsgegevens zijn vastgelegd, gebruik kan maken van zijn wettelijke rechten, zoals het inzagerecht, het correctierecht en het recht op afschrift;

        • de wijze waarop de werknemer kennis moet kunnen nemen van het verstrekken van gegevens uit de registratie aan derden alsmede de wijze waarop aan de werknemer voorafgaand om toestemming wordt gevraagd voorzover vereist;

        • aan de werkgever worden geen (medische) persoonsgegevens verstrekt tenzij dit noodzakelijk is en de werknemer daarvoor zijn uitdrukkelijke toestemming heeft gegeven. Van de toestemming wordt aantekening gemaakt in het medisch dossier;

        • aan de werkgever worden geen mededelingen gedaan over bezoek werknemer aan arbeidsomstandighedenspreekuur of vrijwillige deelname van werknemer aan periodieke onderzoeken. Indien naar aanleiding van zo’n bezoek of deelname de bedrijfsarts advies wenst te geven aan de werkgever dan is daarvoor de uitdrukkelijke en gerichte toestemming van de werknemer nodig. Deze toestemming is of aangetekend in het dossier en/of bevestigd middels een schriftelijke machtiging;

        • in het privacyreglement wordt verwezen naar de klachtenprocedure van de arbodienst;

        • het privacyreglement is een extern beschikbaar/openbaar document dat vanaf de website gratis is te downloaden of gratis opvraagbaar is voor de werkgever en/of de werknemer.

    • 3. De arbodienst heeft in het kwaliteitssysteem een document opgenomen met voorbeelden van wat wel en wat niet gerapporteerd mag worden aan werkgever.

    • 4. Er wordt een interne audit gedaan op naleving van de bepalingen van het privacyreglement.

  • 3. Personeel (Paragraaf 6.2 van ISO 9001:2008)

    • De arbodienst moet tenminste de volgende vier kerndeskundigen in dienst hebben, dan wel de vier kerndeskundigen georganiseerd hebben in een arbodienst als samenwerkingsverband:

      • o veiligheidskundige;

      • o arbeids- en bedrijfsgeneeskundige;

      • o arbeidshygiënist, en

      • o arbeids- en organisatiekundige.

    • Met uitzondering van het samenwerkingsverband, zoals gedefinieerd in artikel 2.6a, lid 2 van het Arbobesluit, moet iedere arbodienst tenminste beschikken over één arbeidsovereenkomst of publiekrechtelijke aanstelling voor onbepaalde tijd voor elke van de vier hierboven genoemde kerndeskundigen. Het minimum aantal uren voor deze aanstelling voor onbepaalde tijd is vier uur per week.

    • (Kern-)deskundigen binnen de arbodienst zijn in staat zich een zelfstandig en onafhankelijk oordeel te vormen en dienovereenkomstig te handelen.

    • Hoe de professionele dienstverlening wordt ingevuld is opgenomen in functiebeschrijvingen / taakomschrijvingen.

    • De arbodienst werkt met een vorm van intercollegiale toetsing met als doelen: de deskundigheid op peil te houden en procesverbetering van de dienstverlening te bewerkstelligen. In een procedure moet zijn aangegeven op welke wijze, onder welke condities, onder wiens verantwoordelijkheid en met welke frequentie de intercollegiale toetsing met deskundigen plaatsvindt en wat er met de resultaten wordt gedaan. Wanneer de intercollegiale toetsing is gericht op vakinhoudelijke kennis dienen deskundigen binnen dat vakgebied aanwezig te zijn (interdisciplinair). Tevens dient tenminste één kerndeskundige vanuit de andere disciplines aanwezig te zijn. Wanneer de intercollegiale toetsing is gericht op procesverbetering, dienen meerdere deskundigen en bij het proces betrokken medewerkers aanwezig te zijn (intercollegiaal).

    De volgende kerndeskundigen houden zich aan het professioneel statuut van de beroepsvereniging: de bedrijfsarts, de arbeidshygiënist en de veiligheidskundige. Voor de arbeids- en organisatiekundige bestaat geen professioneel statuut. Het gaat om de teksten van de professionele statuten van de beroepsverenigingen voor bedrijfsarsten (NVAB), arbeidshygiënisten (NVVA) en veiligheidskundigen (NVVK), zoals die zijn opgenomen op de website van de SBCA (www.sbca.nl, onder button ‘documenten’).

  • 4. Planning van het realiseren van het product (Paragraaf 7.1 van ISO 9001:2008)

    • De arbodienst plant, ontwikkelt en beheerst de processen die nodig zijn voor het realiseren van de wettelijk voorgeschreven kerntaken (artikel 14a, tweede lid Arbowet), alsmede de voor die klant relevante wettelijke eisen m.b.t. de vier kerntaken.

    • De arbodienst bepaalt bij de opdrachtformulering de eisen van de klant en andere belanghebbenden alsmede de vier wettelijke eisen (kerntaken).

    Per kerntaak:

    • Maakt de arbodienst gebruik van aanwezige beschikbare voorinformatie (intern en extern);

    • Bepaalt de arbodienst de relatie met de andere kerntaken;

    • Adviseert de arbodienst volgens de arbeidshygiënische strategie, conform artikel 3, lid 1, onder b. van de Arbowet, aan de werkgever en de medezeggenschapsvertegenwoordiging;

    • Beoordeelt de arbodienst het resultaat en het effect van de advisering;

    • Evalueert de arbodienst het proces van dienstverlening (intern en extern).

  • 5. Processen die verband houden met de klant (Paragraaf 7.2 van ISO 9001:2008)

    • De arbodienst waarborgt zijn onafhankelijkheid ten aanzien van de klant en andere belanghebbenden.

  • 6. Communicatie met de klant (Paragraaf 7.2.3 van ISO 9001:2008)

    • De arbodienst informeert de werkgever en de medezeggenschapsvertegenwoordiging schriftelijk wie de contactpersoon van de arbodienst is en hoe de informatievoorziening aan de werkgever en de medezeggenschapsvertegenwoordiging is geregeld.

    • De arbodienst stuurt een afschrift van elk advies op groeps- of afdelingsniveau inzake genomen en te nemen maatregelen, gericht op het arbeidsomstandighedenbeleid aan de werkgever en aan de medezeggenschapsvertegenwoordiging. Bij het ontbreken ervan wijst de arbodienst de werkgever op de plicht om het advies te verstrekken aan de belanghebbende werknemers.

    • De arbodienst / de bedrijfsarts meldt een aangetoonde beroepsziekte aan het Nederlands Centrum voor Beroepsziekten (NCvB), overeenkomstig artikel 9, lid 3 van de Arbowet. Bij het melden van beroepsziekten neemt de arbodienst / de bedrijfsarts de registratierichtlijnen van het NCvB over het melden van beroepsziekten in acht. Vermoede beroepsziekten worden gemeld bij de werkgever en de medezeggenschapsvertegenwoordiging of, bij het ontbreken daarvan, bij de belanghebbende werknemers.

    • De arbodienst meldt arbeidsgebonden factoren die leiden tot klachten en beroepsziekten bij de werkgever en vermeldt de meldingsplicht aan het NCvB.

    • De arbodienst informeert werkgevers en werknemers over de mogelijkheid tot een deskundigenoordeel van het UWV (vroeger: second opinion) indien de werknemer of werkgever van mening verschillen over de uitspraak van de arbodienst.

  • 7. Productie en het leveren van diensten (Paragraaf 7.5 van ISO 9001:2008)

    • 7.1 Risico-inventarisatie en –evaluatie (RI&E)

      • a. De arbodienst moet een RI&E kunnen toetsen en zélf kunnen uitvoeren, alsmede de klant kunnen adviseren over de prioriteiten en de te nemen maatregelen, zoals bedoeld in artikel 5 en artikel 14, lid 1, onder a. van de Arbowet en artikel 2.1 van de Arbeidsomstandighedenregeling (Arboregeling).

      • b. De arbodienst vervult deze taak met in acht neming van de stand van de wetenschap en professionele dienstverlening.

      • c. Bij de toetsing van de RI&E wordt tenminste één van de vier gecertificeerde kerndeskundigheden ingeschakeld. Bij een RI&E uitgevoerd door de klant bestaat deze uit een schriftelijke toetsing van de RI&E en de toetsing op de werkplek. Het laatstgenoemde is (op basis van artikel 14, lid 12 Arbowet, artikel 2.14b, lid 2 en 3 Arbobesluit en artikel 2.1 van de Arboregeling) niet van toepassing op:

        • o bedrijven waar de werknemers in totaal niet meer dan 40 uur per week werk verrichten, bijvoorbeeld 3 werknemers werken elk 12 uur per week. De arbeidsduur voor dit bedrijf is dan in totaal 36 uur;

        • o bedrijven die 25 of minder werknemers in dienst hebben en die gebruik maken van een model branche-RI&E die is opgenomen in een CAO of een publieke regeling opgesteld door een bestuursorgaan. Dit model branche RI&E-instrument moet wel zijn getoetst door een geregistreerd bedrijfsarts of een gecertificeerde kerndeskundige;

        • o bedrijven die 25 of minder werknemers in dienst hebben en die een RI&E hebben opgesteld met behulp van een RI&E-instrument dat is aangemeld bij de Stichting van de Arbeid3.

        • o Eisen aan dit RI&E-instrument zijn:

          • het moet zijn opgesteld met betrokkenheid van werkgevers- en werknemersverenigingen op tenminste branche-niveau;

          • het is getoetst door een gecertificeerde kerndeskundige of een geregistreerd bedrijfsarts;

          • het instrument wordt digitaal beschikbaar gesteld en door werkgevers- en werknemersverenigingen gezamenlijk aangemeld;

          • de aanmelding geldt voor maximaal drie jaar.

      • d. Zowel bij de toetsing van, als bij de advisering op basis van de RI&E wordt in ieder geval aandacht besteed aan de volgende aspecten:

        • de bepaling van het gewenste niveau van interne deskundigheid van de klant;

        • volledigheid, betrouwbaarheid en actualiteit;

        • de in het plan van aanpak voorgestelde wijze waarop geconstateerde tekortkomingen kunnen worden verholpen;

        • de (wijze van) prioritering waarmee de maatregelen worden genomen;

        • aanvullende behoeften van de klant.

      • e. De arbodienst maakt ten behoeve van de advisering over de RI&E gebruik van informatie over de uitvoering van werkzaamheden, werkomstandigheden en ondersteunende processen bij de klant; melding en registratie van ongevallen en beroepsziekten (artikel 9 Arbowet); verzuimontwikkeling en gegevens op grond van:

        • de verzuimbegeleiding;

        • overige relevante uitgebrachte adviezen of onderzoeksrapportages uitgebracht door de arbodienst of andere deskundigen;

        • het (periodiek) arbeidsgezondheidskundig onderzoek.

    • 7.2 Ziekteverzuimbegeleiding

      • a. De arbodienst moet de werkgever kunnen ondersteunen bij het uitvoeren van taken op het gebied van ziekteverzuimbeleid en in het kader van artikel 14, eerste lid, onderdeel b van de Arbowet (begeleiding werkgever en werknemer ingevolge Wet verbetering poortwachter) en artikel 2.2. van de Arboregeling.

      • b. De arbodienst voldoet aan de eisen zoals die zijn vastgelegd in de Wet verbetering poortwachter (WVP) en de ministeriële regeling Procesgang eerste en tweede ziektejaar.

      • c. De arbodienst overlegt regelmatig met de klant over:

        • de ontwikkeling in het ziekteverzuim en eventuele vermoede beroepsziekten;

        • mogelijke relaties tussen het verzuim en de aard en inhoud van de werkzaamheden van de zieke werknemer, de werkomstandigheden en de arbeidsverhoudingen.

      • d. Het overleg wordt gevoerd op basis van samenhangende, methodisch vastgelegde, geaggregeerde en geanalyseerde gegevens uit:

        • de verzuimregistratie;

        • de individuele verzuimbegeleiding;

        • het arbeidsomstandigheden spreekuur (indien deze althans nog wordt uitgevoerd);

        • het arbeidsgezondheidskundig onderzoek.

        Bij deze analyse zijn de genoemde gegevens niet op individuele werknemers te herleiden.

    • 7.3 Arbeidsgezondheidskundig onderzoek

      • a. De arbodienst moet een arbeidsgezondheidskundig onderzoek uit kunnen voeren zoals bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdeel c, artikel 18 van de Arbowet en artikel 2.3 van de Arboregeling.

      • b. De arbodienst stelt indicaties en criteria (relevantie, subsidiariteit, proportionaliteit) op voor de uitvoering van het arbeidsgezondheidskundig onderzoek en voor de relatie met de RI&E of werkplekonderzoek.

      • c. De arbodienst adviseert aan de klant omtrent inhoud en frequentie van het arbeidsgezondheidskundig onderzoek, gebaseerd op de RI&E. Daarbij is de werknemer overigens niet verplicht om mee te werken aan het arbeidsgezondheidskundig onderzoek.

      • d. Met de individuele werknemer worden het resultaat van het arbeidsgezondheidskundig onderzoek en de te ondernemen vervolgstappen besproken en zonodig of desgewenst schriftelijk vastgelegd.

    • 7.4 Overige adviserings- en ondersteuningstaken

      De arbodienst moet op een adequate wijze kunnen adviseren over een gestructureerd en systematisch arbo- en ziekteverzuimbeleid waarbij met name rekening wordt gehouden met bijzondere groepen van werknemers (conform artikel 5 Arbowet).

    • 7.5 Aanstellingskeuringen

      • a. De arbodienst moet een aanstellingskeuring kunnen uitvoeren zoals bedoeld in de Wet medische Keuringen, het Besluit medische Keuringen, en zoals bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdeel c van de Arbowet en artikel 2.4 van de Arboregeling.

      • b. De arbodienst verstrekt informatie aan de werkgever over het doel en de functie van aanstellingskeuringen ten aanzien van

        • 1. aanstellingskeuringen géén selectie-instrument;

        • 2. aanstellingskeuringen aan eind sollicitatieprocedure;

        • 3. onafhankelijk oordeel van de bedrijfsarts van de arbodienst.

      • d. De arbodienst stelt indicaties en criteria (tijdstip, aard, inhoud en omvang beperkt tot het doel/relevantie, subsidiariteit, proportionaliteit) op voor uitvoering van de aanstellingskeuring ten aanzien van functie-eisen, gezondheidscriteria, belasting / belastbaarheid.

      • e. De arbodienst adviseert en verstrekt informatie aan de individuele keurling, zodanig dat de rechten van de keurling gewaarborgd worden.

    • 7.6 Toegang werknemers

      Arbodiensten kan gevraagd worden om uitvoering te geven aan de verplichting uit de Arbowet om werknemers toegang te geven tot de arbodienst (art. 5, lid 2, Arbowet). De arbodienst moet daarom een spreekuur kunnen uitvoeren. Met de werkgevers die deze dienstverlening wensen, worden afspraken gemaakt over de toegankelijkheid van het spreekuur voor individuele werknemers.

      De advisering richting de individuele werknemer omvat in ieder geval het eventuele overleg met de werkgever over de conclusie en de te ondernemen actie.

  • 8. Beheersing van productie en het leveren van diensten (Paragraaf 7.5.1 van ISO 9001:2008)

    De arbodienst draagt zorg voor:

    • a. afstemming van de benodigde personeelscapaciteit met de aard en inhoud van de contracten met klanten, in relatie tot het aantal, type, de grootte en risicoklasse van deze organisaties;

    • b. kerndeskundigen of daarmee vergelijkbare deskundigen voor het onderkennen van risico’s in een bepaalde bedrijfstak, gebaseerd op vastgelegde criteria.

  • 9. Klant- en werknemerstevredenheid (Paragraaf 8.2.1 van ISO 9001:2008)

    • a. De arbodienst concretiseert schriftelijk zoveel mogelijk de beoogde resultaten in doelstellingen en prestaties.

    • b. De arbodienst formuleert meetbare doelstellingen t.a.v. het verkrijgen van tevredenheid van klanten en werknemers.

    • c. De arbodienst stelt doeltreffende en doelmatige processen vast om informatie over klant- en werknemerstevredenheid te verzamelen, analyseren en gebruiken ter verbetering van de prestaties van de organisatie.

    • d. De arbodienst meet jaarlijks de tevredenheid van de klanten en de werknemers over de geleverde dienstverlening en analyseert de verzamelde informatie-gegevens ter verbetering van de dienstverlening. De arbodienst evalueert de dienstverlening aan de klant en de werknemers waarbij aandacht wordt besteed aan de factoren of belemmeringen in de arbodienst of bij de klant of de werknemer die een beter effect in de weg staan. Bij klanten met 100 werknemers of meer evalueert de arbodienst jaarlijks aan de hand van een rapportage de verleende dienstverlening en bereikte resultaten, en doet voorstellen voor de komende periode.

  • 10. Verbetering (Paragraaf 8.5 van ISO 9001:2008)

    • a. Er moet een gedocumenteerde procedure worden vastgelegd voor de klachtafhandeling van klanten en werknemers. Dit in overeenstemming met de paragrafen 4.6 en 4.7 van dit Certificatieschema.

    • b. De arbodienst wijst de klager op de mogelijkheid een klacht in te dienen bij een andere instantie conform het vastgelegde in het Certificatieschema.

  • 11. Aanvullende eisen niet aan ISO 9001:2008 gekoppeld

    Een nieuwe interne arbodienst moet aan alle eisen van het Certificatieschema voor de dienstverlening door arbodiensten voldoen voor certificering. Tot het moment dat het Certificaat arbodienst is verstrekt aan de interne arbodienst blijft de externe arbodienst verantwoordelijk.

    Bij een samenwerkingsverband moet de werkgever van de arbodienst zijn verantwoordelijkheid voor het samenwerkingsverband aantonen.

BEOORDELINGSMETHODIEK

In dit hoofdstuk worden de beoordelingscriteria uitgewerkt van de (potentiële) certificaathouder m.b.t.:

  • de initiële audit;

  • de tussentijdse audit;

  • de audit m.b.t. de hercertificatie.

1. Uitwerken criteria initiële audit

Fase 1-audit:

Het doel van de Fase 1-audit is het vaststellen of er voldoende basis aanwezig is om het certificatie-onderzoek middels een audit uit te voeren. De Fase 1-audit wordt op locatie bij het bedrijf uitgevoerd.

De Fase 1-audit bestaat uit de volgende onderdelen:

  • beoordeling van de documentatie m.b.t. het managementsysteem;

  • beoordeling of locatie, proces, middelen, doelstellingen, personeel en management klaar zijn voor de Fase 2-audit volgens het bedoelde toepassingsgebied;

  • beoordeling of de klant in staat is om aan de eisen te voldoen, met name m.b.t. het herkennen van belangrijke aspecten, processen, doelen en de uitvoering van het managementsysteem;

  • verzamelen van relevante informatie over de reikwijdte van het managementsysteem, de processen en de locaties van de klant, inclusief relevante beleidsdocumenten, zoals m.b.t. kwaliteit;

  • beoordeling of uitvoering interne audits en managementreview beschikbaar zijn;

  • opstellen planning voor de Fase 2-audit;

  • het beoordelen van de inzet van mensen en middelen voor de Fase-2 audit.

Fase 2-audit:

Nadat de Fase 1-audit geheel of grotendeels is afgerond kan, in overleg met de potentiële certificaathouder, de auditplanning voor de Fase 2-audit worden opgesteld.

Aandachtspunten bij de auditplanning zijn:

  • tijdsbesteding conform de calculatie;

  • volledige toetsing van het toepassingsgebied;

  • steekproefomvang bij vestigingen.

De auditplanning geeft informatie met betrekking tot de samenstelling van het auditteam, datum, tijd, functie/interviews, locatiebezoeken in relatie met de te toetsen normaspecten. De met de potentiële certificaathouder afgesproken auditplanning dient aantoonbaar met de klant gecommuniceerd te zijn.

Het doel van de Fase 2-audit is het vaststellen van:

  • de conformiteit t.o.v. alle eisen uit het onderhavige Certificatieschema;

  • effectieve monitoring en meting van kwaliteitsprestatie-indicatoren en doelstellingen;

  • beoordeling of het systeem voldoet aan de wettelijke eisen;

  • effectieve procesbeheersing;

  • effectieve uitvoering van interne audits en management review;

  • effectieve klantgerichtheid van het management;

  • een daarop afgestemd effectief managementsysteem.

De Fase 1-audit en de Fase 2-audit vormen tezamen de initiële audit. De criteria van de initiële audit zijn gebaseerd op paragraaf 9.2.3 van ISO 17021:2011.

2. Controle audits

De eerste periodieke controle audit vindt plaats uiterlijk binnen 12 maanden ná de laatste dag van de Fase-2 audit.

Aandachtspunten bij controle audits zijn:

  • ná certificaatverlening moet er minimaal jaarlijks toezicht worden gehouden;

  • de totaal te besteden tijd mag verspreid worden over meerdere (controle) audits gedurende de 3-jarige looptijd van het certificaat;

  • de certificatiebeslissing bij hercertificatie vindt aantoonbaar plaats vóórdat de vervaldatum van het certificaat is bereikt.

De controle audit omvat tenminste de volgende beoordelingen:

  • interne audits en management review;

  • de acties ondernomen n.a.v. non-conformities uit eerdere audits;

  • het afhandelen van klachten;

  • de effectiviteit van het managementsysteem;

  • voortgang van de geplande activiteiten voor continue verbetering;

  • de effectiviteit van de procesbeheersing;

  • beoordelen van wijzigingen;

  • beoordelen van het gebruik van, of verwijzen naar het Certificaat Arbodienst.

De criteria van de controle audit zijn gebaseerd op paragraaf 9.3.2 van ISO 17021.

3. Audit t.b.v. hercertificatie

De audit t.b.v. de hercertificatie omvat tenminste de volgende beoordelingen:

  • de prestaties van het kwaliteitsmanagementsysteem over de afgelopen certificatieperiode;

  • De effectiviteit van het kwaliteitsmanagementsysteem in het licht van in- en externe veranderingen;

  • Expliciete betrokkenheid om het kwaliteitsmanagementsysteem te blijven verbeteren;

  • Draagt het kwaliteitsmanagementsysteem bij aan het verwezenlijken van het beleid en het doel van de organisatie

De criteria van de audit t.b.v. de hercertificatie zijn gebaseerd op paragraaf 9.4.2.1 van ISO 17021.

De CKI dient een zodanig auditplanning vast te stellen, dat eventuele noodzakelijke correctieve maatregelen n.a.v. geconstateerde major non-conformities vóór de vervaldatum van het lopende certificaat zijn geïmplementeerd.

Hercertificatie (inclusief corrigerende maatregelen) dient te hebben plaatsgevonden vóór de vervaldatum van het certificaat.

Bijlage 1: Auditdagen per arbodienst

In paragraaf 4.2 van het Certificatieschema voor de dienstverlening door arbodiensten is in de procedure voor certificatie het minimum aantal "auditdagen" omschreven. Ter verduidelijking is in onderstaande tabellen, weer gegeven hoeveel auditdagen per type arbodienst minimaal besteed moeten worden aan de certificatie.

Het totale aantal auditdagen voor de 3-jaarlijkse cyclus is berekend en vermenigvuldigd met ¾. De uitkomst is naar beneden bijgesteld omdat de klantbezoeken zijn vervallen. Dit aantal dagen is verdeeld over 1 initiële en 2 periodieke audits.

Schema voor de initiële audit: aantal auditdagen

Aantal vestigingen

Aantal te bezoeken vestigingen

Aantal personeelsleden arbodienst

<15

15–30

31–100

101–250

251–500

>500

1

1

3

3,5

4,5

6,5

   

2–5

2

4

4,5

5,5

7,5

8,5

9,5

6–10

4

4,5

5

6

8

9

12

11–15

6

5,5

6

8

10

11

14

16–20

8

 

7

8,5

10,5

12

15

21–25

10

   

10

11

13

16

26–30

12

       

15,5

17

31–35

14

       

16

17,5

36–40

16

       

17

18

41–45

18

       

18

19

Schema voor de periodieke audit: aantal auditdagen

Aantal vestigingen

Aantal te bezoeken vestigingen

Aantal personeelsleden arbodienst

<15

15–30

31–100

101–250

251–500

>500

1

1

1,5

1,5

2,5

3,5

   

2–5

2

2,5

2,5

2,5

3,5

4,5

4,5

6–10

2

3,5

3,5

3,5

4,5

5,5

5,5

11–15

3

4

4

4

5

6

6

16–20

4

 

5

5

6

7

7

21–25

5

   

6

7

8

8

26–30

6

       

8,5

8,5

31–35

7

       

9

9

36–40

8

       

9,5

10

41–45

9

       

10

11

Indien een arbodienst over meer vestigingen beschikt, wordt in overleg met het Centraal College van Deskundigen een aangepast schema opgesteld.

BIJLAGE 3, BEHOREND BIJ DE MINISTERIËLE REGELING VAN 2 NOVEMBER 2012, NR. G&VW/GW/2012/16185, HOUDENDE WIJZIGING VAN DE WARENWETREGELING DRUKAPPARATUUR IN VERBAND MET DE GEFASEERDE INVOERING VAN HET HERZIENE STELSEL VAN CERTIFICATIE (FASE 4).

Bijlage 1 behorend bij de artikelen 2 en 3 van de Warenwetregeling Drukapparatuur

Werkveldspecifiek certificatieschema voor de beoordeling van drukapparatuur (producten)

Document: SPB-DA: 2012, versie 01

Onder beheer van:

CCvD-DASecretariaat CCvD-DA

Vrieseweg 145

3311 NV Dordrecht

INHOUDSOPGAVE

DEEL I

 

1.

INLEIDING

1.1.

Toelichting

1.2.

Nieuwbouwfase

1.3.

Ingebruiknemingsfase

1.4.

Gebruiksfase

2.

DEFINITIES

3.

SPECIFIEKE KENMERKEN VAN HET WERKVELD

3.1.

Beschrijving schema

3.2.

Actieve partijen

3.3.

Risicoanalyse en afbreukcriteria

4.

BEOORDELINGSREGELEMENT

4.1.

Doelstelling

4.2.

Beoordelingsprocedure

4.3.

Procedures algemeen

4.4.

Indelingsprocedures

4.5.

Behandelingsprocedure module A1

4.6.

Behandelingsprocedure module B

4.7.

Behandelingsprocedure module B1

4.8.

Behandelingsprocedure module C1

4.9.

Behandelingsprocedure module F

4.10.

Behandelingsprocedure module G

4.11.

Behandelingsprocedure module H1

4.12.

Behandelingsprocedure samenstellen

4.13.

Behandelingsprocedure druksystemen

4.14.

Behandelingsprocedure keuring voor ingebruikneming

4.15.

Behandelingsprocedure herkeuring gebruiksfase

4.16.

Behandelingsprocedure intredekeuring

4.17.

Behandelingsprocedure beoordeling van wijzigingen

4.18.

Behandelingsprocedure beoordeling van reparaties

4.19.

Beslissing inzake de verklaring

4.20

Geldigheidsduur verklaring

4.21.

Geldigheidscondities

4.22.

Klachten over de CKI

4.23.

Bezwaarprocedure

4.24.

Normen en technische maatstaven

5.

TOEZICHT

5.1

Inleiding

5.2

Toegang

5.3

De frequentie en wijze van uitvoering van het toezicht

5.4

Verslag van bevindingen

5.5

Maatregelen

DEEL II:

 

6.

ONDERWERP VAN VERKLARING

7.

EISEN

8.

TOETSMETHODIEK

9.

DE VERKLARINGEN

   

Bijlage 1:

Overzicht – minimum inhoud ‘certificate of conformity’

Bijlage 2:

Overzicht – minimum inhoud ‘(EG-)verklaring van type-/ontwerponderzoek’

Bijlage 3:

Toetsingslijst – ‘fabricage en eindcontrole drukapparatuur – nieuwbouw – gebruiksfase’

Bijlage 4:

Overzicht – minimum inhoud (inspectie) rapportages

Bijlage 5:

Inhoudsopgave technische documentatie – nieuwbouw

Bijlage 6:

Toetsingslijst ‘Inhoudsopgave technische documentatie – gebruiksfase’

Bijlage 7:

Toetsingslijst – ‘ontwerpbeoordeling’ – nieuwbouw – gebruiksfase

Bijlage 8:

(Voorlopige) Verklaring van ingebruikneming

Bijlage 9:

Verklaring van herkeuring

Bijlage 10:

Verklaring van intredekeuring en ingebruikneming

Bijlage 11:

Nadere uitwerking taakverdeling bij herkeuring

DEEL I:

Deel 1 van dit certificatieschema bevat algemene uitgangspunten en bepalingen voor certificatie door CKI’s en voorwaarden waar onder de afgifte van certificaten dient te gebeuren. Beschreven wordt achtereenvolgens:

  • het werkveld waarop dit certificatieschema betrekking heeft (1);

  • definities (2);

  • een beschrijving van de specifieke kenmerken van het werkveld waaronder een risicoanalyse (3);

  • het certificatiereglement (4);

  • bepalingen met betrekking tot toezicht (5).

1. INLEIDING
1.1 TOELICHTING

Dit werkveldspecifieke certificatieschema voor producten is door Stichting CCvD-DA opgesteld. Het betreft de inspectie van drukapparatuur op het gebied van het ontwerp, de fabricage, de samenbouw, de eindcontrole en het gebruik van drukapparatuur. Door de Minister van SZW is het schema op vastgesteld.

De te keuren producten betreffen apparatuur met een overdruk van meer dan 0,5 bar. Dit schema betreft de nieuwbouw van drukapparatuur alsmede de ingebruikneming en het gebruik van drukapparatuur. Voor nieuwbouw van drukapparatuur zijn diverse mogelijkheden vastgesteld ter borging van de veiligheid van de drukapparatuur. In para zijn deelgebieden te onderkennen, welke in paragrafen 1.3 en 1.4 zijn beschreven.

In dit document zijn de eisen vastgelegd waaraan de beoordeling van drukapparatuur door CKI’s moeten voldoen.

1.2 NIEUWBOUWFASE

Bij nieuwbouw van drukapparatuur, samenstellen en druksystemen van de risicocategorie II, II en IV moeten modules van bijlage III van de Richtlijn en artikel 11, 12 en 12a van het Warenwetbesluit drukapparatuur worden toegepast. In onderstaande tabel zijn de modules voor de borging van de veiligheid alsmede de gehanteerde aanduiding voor deze modules gegeven.

Omschrijving module

Aanduiding module

Interne fabricagecontrole met toezicht op de eindcontrole

A1

EG-typeonderzoek

B

EG-ontwerponderzoek

B1

Overeenstemming met het type

C1

Productkeuring

F

EG-eenheidskeuring

G

Het onderdeel controle van het ontwerp en bijzonder toezicht op de eindcontrole

H1

Naast de modules inzake de overeenstemmingsbeoordelingen gelden voor samenstellen artikel 10 lid 2 van de PED en voor druksystemen artikel 12a van het Warenwetbesluit drukapparatuur.

Tevens wordt in het kort het doel en toepassingsgebied van de modules beschreven.

Module A1:

Het doel van deze module is het vaststellen, door middel van een gedefinieerd toezicht en een of meerdere controle(s) van een monster, of de eindcontrole door de fabrikant van drukapparatuur voldoet aan de desbetreffende eisen van de Richtlijn (PED bijlage I, punt 3.2).

Module B:

Het doel van deze module is het vaststellen door middel van een onderzoek of een voor de productie representatief exemplaar (= ‘type’) van drukapparatuur voldoet aan de desbetreffende eisen van de Richtlijn. En het afgeven van een verklaring van EG-typeonderzoek door de CKI.

Module B1:

Het doel van deze module is het vaststellen door middel van een onderzoek of het ontwerp van een drukapparaat voldoet aan de desbetreffende eisen van de richtlijn drukapparatuur. En het afgeven van een verklaring van EG-ontwerponderzoek door de CKI.

Module C1:

Het doel van deze module is het vaststellen, door middel van een gedefinieerd toezicht en een of meerdere controle(s) van een monster, of de eindcontrole door de fabrikant van drukapparatuur (d.w.z. is in overeenstemming met een verklaring van EG-typeonderzoek) voldoet aan het type en de desbetreffende eisen van de Richtlijn (PED bijlage I, punt 3.2.)

Module F:

Het doel van deze module is het vaststellen, door middel van een productkeuring (‘product verification’) of de fabricage van drukapparatuur (in overeenstemming met een verklaring van EG-typeonderzoek of EG-ontwerponderzoek) voldoet aan het type of het ontwerp en de desbetreffende eisen van de Richtlijn. En het afgeven van een EG-verklaring van overeenstemming (‘certificate of conformity’) door een CKI over de verrichte proeven (= beoordelings-, onderzoek of beproevingsactiviteiten).

Module G:

Het doel van deze module is het vaststellen, door middel van een EG-eenheidskeuring (‘EC-unit verification’), of het ontwerp en de fabricage van drukapparatuur voldoet aan de desbetreffende eisen van de richtlijn drukapparatuur. En het afgeven van een verklaring van overeenstemming (‘certificate of conformity’) door een CKI over de verrichte proeven (= beoordelings- onderzoek of beproevingsactiviteiten).

Module H1:

Het doel van het betreffende deel van deze module is vaststellen of het ontwerp en bij-behorende documentatie voldoet aan de desbetreffende eisen van de Richtlijn, bijlage III, module H1, punt. 1 en het toezicht houden op het blijvend voldoen door de fabrikant aan de verplichtingen voortvloeiend uit dat kwaliteitseissysteem.

Drukapparatuur:

Het doel van de beoordeling is het vaststellen of ‘drukapparatuur’ voldoet aan de PED bijlage I en het door de CKI afgeven van een ‘verklaring van type-/ontwerponderzoek’ voor drukapparatuur en het door de CKI afgeven van een ‘verklaring van overeenstemming ten aanzien van de verrichte proeven’ voor drukapparatuur.

Samenstellen:

Het doel van de beoordeling is het vaststellen of ‘samenstellen’ voldoen aan de Richtlijn, en het door de CKI afgeven van een ‘Verklaring van Overeenstemming t.a.v. de verrichte proeven’.

Druksystemen:

Het doel van de beoordeling is het vaststellen of een ‘druksysteem’ voldoet aan de Richtlijn, en het door de CKI afgeven van een ‘verklaring van ontwerponderzoek’ voor een druksysteem en het door de CKI afgeven van een ‘verklaring van overeenstemming ten aanzien van de verrichte proeven’ voor een druksysteem.

1.3 INGEBRUIKNEMINGSFASE

Het doel van de beoordeling is het vaststellen of de drukapparatuur na installatie, of na installatie op een nieuwe plaats van opstelling of na een wijziging voldoet aan de daarop betrekking hebbende bepalingen van het Besluit en de Regeling. En het door de CKI afgeven van een ‘(voorlopige) verklaring van ingebruikneming’ voor de drukapparatuur. Doordat er meerdere drukapparaten op één Verklaring van ingebruikneming vermeld mogen worden, kan deze Verklaring betrekking hebben op een samenstel of een druksysteem, dat als zodanig aangeduid is in de nieuwbouwfase.

1.4 GEBRUIKSFASE

Voor de gebruiksfase zijn de volgende keuringen en/of beoordelingen te onderscheiden:

Herkeuring met vaste termijnen

Het doel van de beoordeling is het vaststellen of de drukapparatuur nog voldoet aan de daarop betrekking hebbende bepalingen van het Besluit en de Regeling. En het door de CKI afgeven van een ‘verklaring van herkeuring’, met bijbehorend rapport van herkeuring voor de drukapparatuur.

Beoordelen van termijnverlenging

Het doel van de beoordeling is of een termijnverlenging verantwoord is en vaststellen of de drukapparatuur nog voldoet aan de daarop betrekking hebbende bepalingen van het Besluit en de Regeling. En het door de CKI afgeven van een ‘verklaring van herkeuring’, met bijbehorend rapport van herkeuring voor de drukapparatuur.

Beoordelen van termijnflexibilisering

Het doel van de beoordeling is of een termijnflexibilisering verantwoord is en vaststellen of de drukapparatuur nog voldoet aan de daarop betrekking hebbende bepalingen van het Besluit en de Regeling. En het door de CKI afgeven van een ‘verklaring van herkeuring’, met bijbehorend rapport van herkeuring voor de drukapparatuur.

Intredekeuring

Het doel van de beoordeling is het vaststellen of de drukapparatuur voldoet aan het veiligheidsniveau als bedoeld in het Besluit ten aanzien van het beoogde gebruiksdoel. En het door de CKI afgeven van een ‘verklaring van intredekeuring en ingebruikneming’ voor de drukapparatuur met bijbehorend aantekeningblad.

Beoordelen van wijzigingen

Het doel van de beoordeling is het vaststellen of in geval van wijziging van een drukapparaat in de gebruiksfase het ontwerp en/of de fabricage van de wijziging voldoet aan de desbetreffende eisen van het Besluit en de actuele versie van de oorspronkelijk toegepaste norm(en) of ontwerp- / constructieregels. Toepassing van andere normen of codes dient gemotiveerd te worden onderbouwd. En het door de CKI opstellen en afgeven aan de gebruiker van de rapportage betreffende de wijziging. En het door de CKI vermelden van de wijziging in het aantekenblad, met waar van toepassing een verwijzing naar de onderliggende rapportage en indien van toepassing het afgeven van een Verklaring van Ingebruikneming.

Beoordelen van reparaties

Het doel van de beoordeling is het vaststellen of de reparatie van een drukapparaat in de gebruiksfase voldoet aan de desbetreffende eisen (zie toelichting op art. 14a eerste lid) van het Besluit en de actuele versie van de oorspronkelijk toegepaste norm(en) of ontwerp- / constructieregels. Toepassing van andere normen of codes dient gemotiveerd te worden onderbouwd. En het door de CKI opstellen en afgeven aan de gebruiker van rapportage betreffende de reparatie. En het door de CKI vermelden van de reparatie in het aantekenblad, met waar van toepassing een verwijzing naar onderliggende rapportage.

2. DEFINITIES

Begrip of afkorting

:

Betekenis

Aanvrager van een verklaring

:

De rechtspersoon die bij de CKI een aanvraag doet voor het afgeven van een ‘’ verklaring’.

Aanmelding

:

Aanmelding bij de EC van een CKI bij of krachtens wettelijk voorschrift door de minister van SZW.

Aantekenbladen

:

Document die samen met de Verklaring van Ingebruikneming wordt afgegeven waarop gedurende de gebruiksfase aantekeningen inzake reparaties, wijzigingen of keuringswerkzaamheden worden ingevuld.

Aanwijzing

:

Aanwijzing van een CKI bij of krachtens wettelijk voorschrift door de minister van SZW.

AAKI

:

Aangemelde Aangewezen Keuringinstelling is een door de overheid aangewezen en bij de EC aangemelde CKI met toezichthoudende taken bij het ontwerp, de fabricage, en de eindcontrole van drukapparatuur.

AKI

:

Aangewezen Keuringinstelling is een door de overheid aangewezen CKI met toezichthoudende taken bij de samenbouw, de ingebruikneming en het gebruik van drukapparatuur.

AKVG

:

Aangemelde Aangewezen Keuringsdienst van de Gebruiker Instelling is een door de overheid aangewezen en bij de EC aangemelde CKI met toezichthoudende taken bij het ontwerp, de fabricage, en de eindcontrole van drukapparatuur ten behoeve van de eigen organisatie.

Besluit

:

Warenwetbesluit drukapparatuur

Centraal College van Deskundigen Drukapparatuur (CCvD-DA)

:

Het college, onderdeel van en gefaciliteerd door de Stichting CCvD-DA, dat belanghebbende partijen in een bepaalde sector of branche de mogelijkheid biedt tot deelname bij het opstellen en onderhouden van werkveldspecifieke documenten op zodanige wijze dat sprake is van een evenwichtige en representatieve vertegenwoordiging van deze partijen.

Certificerings en Keurings-instelling (CKI)

:

Kalibratie- of conformiteitsbeoordelingsinstellingen zoals certificatie-instellingen, keuringsdiensten van gebruikers, laboratoria, inspectie-instellingen en testinstituten. Conform het Warenwetbesluit Drukapparatuur worden de volgende CKI’s onderscheiden: AAKI; AKI; AKVG; KVG; erkende onafhankelijke instelling.

EG-Verklaring van overeenstemming (VvO)

:

De EG-verklaring van typeonderzoek of EG-verklaring van overeenstemming als bedoeld in de Richtlijn drukapparatuur dan wel een verklaring van typeonderzoek of verklaring van overeenstemming als bedoeld in het Warenwetbesluit drukapparatuur.

EER-landen

:

Landen die behoren bij de Europese Economische Ruimte

Inspectie

:

Een inspectie is een controle van de documenten en de fysieke conditie van een apparaat, teneinde te kunnen beoordelen of voldaan wordt aan de van toepassing zijnde normen.

IVG

:

Inspectiedienst van de Gebruiker

KVG

:

Aangewezen Keuringsdienst van de Gebruiker is een door de overheid aangewezen CKI met toezichthoudende taken bij de samenbouw, de ingebruikneming en het gebruik van drukapparatuur ten behoeve van de eigen organisatie.

Keuring

:

Keuring is een in het werkveld drukapparatuur niet gangbare term. In plaats daarvan wordt veelal de term inspectie gebruikt. Verder zie inspectie.

KvI

:

Keuring voor Ingebruikneming

LMB

:

Las Methode Beschrijving

LMK

:

Las Methode Kwalificatie

NEN-EN-ISO 9001:2008

:

Kwaliteitsmanagementsystemen – Eisen

PED

:

Pressure Equipment Directive (97/23/EG)

PRD’s

 

Praktijkregels voor Drukapparatuur. Deze praktijkregels worden opgesteld door de Technische Commissie van Drukapparatuur van NEN en uitgegeven door de SDU-uitgevers.

Regeling

:

Warenwetregeling drukapparatuur

Richtlijn

:

Richtlijn drukapparatuur, PED (97/23/EG)

RvA

:

Raad voor Accreditatie

SBP-DA

:

Schema voor Beoordeling Producten (drukapparatuur)

Stichting CCvD-DA

:

Stichting die de schema’s voor drukapparatuur beheert en het CCvD-DA faciliteert.

SZW

:

Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid

Verklaring van ingebruikneming (VvI)

:

Een door de CKI aan de gebruiker van drukapparatuur afgegeven verklaring dat de apparatuur in gebruik kan worden genomen.

Verklaring van herkeuring (VvH)

:

Een door de CKI aan de gebruiker van drukapparatuur afgegeven verklaring dat de apparatuur op basis van de uitgevoerde herkeuring weer in gebruik kan worden genomen.

3. SPECIFIEKE KENMERKEN VAN HET WERKVELD

Om het maatschappelijke belang – veiligheid van het product – te waarborgen, is door de overheid gekozen voor een wettelijk verplichte beoordelingregeling voor de borging van de veiligheid van drukapparatuur.

3.1 BESCHRIJVING SCHEMA

Het schema voor de beoordeling van producten (drukapparatuur) is door de Stichting CCvD-DA voorgesteld en door het ministerie van SZW – inclusief eventuele aanpassingen – vastgesteld.

Op- en of aanmerkingen over dit document kunnen worden ingediend bij het CCvD-DA. Correspondentieadres van het CCvD-DA is te vinden in het handelsregister van de Kamer van Koophandel in Rotterdam onder het nummer: 24386674.

3.2 ACTIEVE PARTIJEN

Binnen het kader van dit schema voor beoordeling van Producten (drukapparatuur) zijn bij de opstelling betrokken geweest:

  • CKI’s;

  • Stichting CCvD-DA

3.3 RISICOANALYSE EN AFBREUKCRITERIA

Drukapparatuur wordt onder overdruk bedreven. Dit houdt het risico in dat onder bepaalde omstandigheden de in de apparatuur aanwezige stoffen kunnen vrijkomen. Afhankelijk van de brandbaarheid, fysische explosiviteit en giftigheid brengt dit risico’s voor de veiligheid en gezondheid van medewerkers en omwonenden en risico’s voor het milieu met zich mee. Om deze risico’s te beheersen is waarborging van de integriteit van de apparatuur van groot belang. Hiertoe worden eisen gesteld aan het ontwerp, de fabricage, de samenbouw, de eindcontrole, de ingebruikneming en het gebruik van drukapparatuur. Deze eisen welke gesteld worden aan fabrikanten en gebruikers van drukapparatuur betreffen, de gehanteerde methoden en kwaliteitssystemen, de benodigde deskundigheid en het toezicht door een CKI. Uit een door het ministerie van SZW uitgevoerde risicoanalyse blijkt dat de apparatuur met het grootste risico voornamelijk bij grote bedrijven in gebruik is. Deze risicoanalyse geeft echter ook aan dat bij deze bedrijven veel deskundigheid aanwezig is in veelal goed gestructureerde inspectieafdelingen met een goede kwaliteitsborging. Dit maakt het mogelijk om bij die bedrijven, ondanks het relatief hoge risico, maatwerk bij de periodieke herbeoordelingen (verlenging van termijnen of flexibilisering van termijnen) toe te passen. Dit uiteraard mits toetsbaar aan voorgeschreven deskundigheidseisen en organisatorische eisen wordt voldaan. Apparatuur welke in gebruik is bij veel relatief kleine bedrijven heeft veelal een lager risico. Echter, bij deze bedrijven is ook het deskundigheidsniveau veel lager. Daarom zal voor de bij deze bedrijven in gebruik zijnde apparatuur uitgegaan moeten worden van voorgeschreven vaste herbeoordelingstermijnen.

4. BEOORDELINGSREGELEMENT
4.1 DOELSTELLING

Dit reglement omschrijft de procedures die relevant zijn voor het juist toepassen van het schema. Hierbij moet gedacht worden aan onder meer procedure van aanvraag, de condities met betrekking tot de certificatie, de afgifte van verklaringen, procedures bij het uitvoeren van keuringen, klachtenafhandeling en het indienen van bezwaarschriften.

4.2 BEOORDELINGSPROCEDURE

De aanvrager dient bij een CKI,een aanvraag in tot het uitvoeren van een beoordeling. Vervolgens verstrekt de CKI informatie over de gang van zaken bij de afhandeling van de aanvraag.

4.3 PROCEDURES ALGEMEEN

In het kader van het proces van het beoordelen van drukapparatuur komen verschillende procedures aan bod. De CKI dient:

  • aangewezen te zijn door de minister van SZW voor het uitvoeren van de betreffende keuringen;

  • een samenwerkingsovereenkomst te hebben gesloten met Stichting CCvD-DA.

Daarnaast is de CKI verplicht:

  • de aanvrager schriftelijk te informeren over de regels, voor¬waar¬den en procedures die verband houden met het afgeven, intrekken, etc. van het certificaat of de verklaring.

In dit hoofdstuk zijn deze procedures voor het beoordelen opgenomen door het CCvD-DA.

4.4 INDELINGSPROCEDURES

De volgende procedures waarover een CKI dient te beschikken, zijn gebaseerd op de laatst geldende versie van het Warenwetbesluit drukapparatuur en de Warenwetregeling drukapparatuur.

De indelingsprocedure is in principe geschikt voor toepassing op twee manieren, t.w.:

  • * ter verificatie of een -door de aanvrager- gewenste behandelingsprocedure voldoet aan de desbetreffende eisen volgens het Besluit;

  • * in overleg met de aanvrager vaststellen van de juiste behandelingsprocedure(s) in het geval dat geen gespecificeerde behandelingsprocedure(s) is(zijn) vermeld in de aanvraag.

De indelingsprocedure dient op een toetsbare wijze te resulteren in de vaststelling van de respectievelijke behandelingsgrondslag c.q. procedure(s).

4.4.1 Nieuwbouw

De CKI dient te beschikken over een procedure voor het vaststellen van de juiste indeling resp. overeenstemmingsbeoordelingsprocedure(s) c.q. module(s) voor de aangeboden drukapparatuur.

De onderstaande parameters met betrekking tot de vaststelling van de indeling en de passende overeenstemmingsbeoordelingsprocedure(s) voor de desbetreffende drukapparatuur dienen op basis van deze indelingsprocedure te worden vastgesteld, t.w.:

  • * de vaststelling of de aangeboden drukapparatuur c.q. de aanvraag voor een overeenstemmingsbeoordeling onder het toepassingsgebied van de Richtlijn valt (PED art. 1)

  • * de vaststelling van de indeling van de stof c.q. groep (PED art. 9)

  • * de vaststelling van de indeling van de desbetreffende drukapparatuur, ergo de tabel en de categorie (PED art. 3 en bijlage II).

  • * de vaststelling van de (combinatie van) module(s) (PED art. 10 en bijlage II).

Het eindresultaat van de afwikkeling van deze indelingsprocedure is de vaststelling van de vereiste basisinformatie voor de definitie van de behandelingsgrondslag c.q. procedure(s) voor de uitvoering van de overeenstemmingsbeoordeling.

4.4.2 Samenbouw van een druksysteem dan wel samenstel

De CKI dient te beschikken over een schriftelijke procedure voor het vaststellen van de juiste indeling resp. overeenstemmingsbeoordelingsprocedure(s) c.q. module(s) voor een aangeboden druksysteem.

De onderstaande parameters met betrekking tot de vaststelling van de indeling en de passende overeenstemmingsbeoordelingsprocedure(s) voor de samenbouw van een druksysteem dient op basis van deze indelingsprocedure te worden vastgesteld, t.w.:

  • * de vaststelling van de categorie van de desbetreffende drukapparatuur en/of samenstellen;

  • * PS en TS (rekening houdend met de waarde hiervan in installatieverband); V of DN;

  • * de vaststelling van de categorie van het druksysteem;

  • * de vaststelling van de module voor de beoordeling van de integratie van de ver schillende onderdelen van het druksysteem (PED art. 10, lid 2b);

  • * de vaststelling van de module voor de beveiliging van het druksysteem tegen overschrijding van de toelaatbare grenzen (PED art. 10, lid 2c).

4.4.3 Keuring vóór ingebruikneming

De CKI dient te beschikken over een schriftelijke procedure voor het vaststellen van de juiste indeling voor de aangeboden drukapparatuur.

De onderstaande parameters met betrekking tot de vaststelling van de indeling voor de desbetreffende drukapparatuur dienen op basis van deze indelingsprocedure te worden vastgesteld, t.w.:

  • * PS en TS (rekening houdend met de waarde hiervan in installatieverband); V of DN;

  • * de vaststelling van de stof en zijn kenmerk;

  • * de vaststelling van de indeling van de desbetreffende drukapparatuur, op basis van artikel 2 van de regeling;

  • * de vaststelling of een keuring vóór ingebruikneming voor de drukapparatuur is vereist.

De indelingsprocedure is ook van toepassing op drukapparatuur na montage op een nieuwe plaats van opstelling (besluit art. 12b, lid 2 en art. 39a, lid 1) en kan ook van toepassing zijn na een wijziging.

4.4.4 Herkeuring gebruiksfase

De CKI dient te beschikken over een schriftelijke procedure voor het vaststellen van de juiste indeling voor de aangeboden drukapparatuur.

De onderstaande parameters met betrekking tot de vaststelling van de indeling voor de desbetreffende drukapparatuur dienen op basis van deze indelingsprocedure te worden vastgesteld, t.w.:

  • * PS en TS (rekening houdend met de waarde hiervan in installatieverband); V of DN;

  • * de vaststelling van de stof en zijn kenmerk;

  • * de vaststelling van de indeling van de desbetreffende drukapparatuur, op basis van artikel 3 van de regeling;

  • * de vaststelling of een herkeuring voor drukapparatuur is vereist.

De indelingsprocedure kan ook worden toegepast op in gebruik zijnde apparatuur die volgens het oude herkeuringsregime aan een herkeuring zouden moeten worden onderworpen (besluit art. 39b, lid 1).

De indelingsprocedure is niet van toepassing op in gebruik zijnde apparatuur waarvoor volgens het oude herkeuringsregime geen herkeuring is vereist (besluit art. 39b, lid 2) tenzij bij regeling nadere regels zijn gesteld.

Voor zover van toepassing dient een CKI tevens over een procedure te beschikken voor het uitoefenen van het toezicht op de inspectieafdeling van de gebruiker, die de herkeuringen uitvoert van de in artikel 3, eerste lid, van de regeling aangeduide drukapparatuur, alsmede de onderzoeken in het kader van termijnverlenging en termijnflexibilisering.

4.4.5 Intredekeuring

De CKI dient te beschikken over een schriftelijke procedure voor het vaststellen of de aangeboden drukapparatuur in aanmerking komt voor een intredekeuring (besluit art. 12d).

Door middel van deze procedure dienen de volgende punten te worden vastgesteld:

  • de drukapparatuur is vervaardigd voor 29 mei 2002;

  • de drukapparatuur is vervaardigd volgens wettelijke voorschriften van één der EER-landen, niet zijnde Nederland;

  • de drukapparatuur behoort tot de groep apparatuur bedoeld in art. 12c, eerste lid van het besluit.

4.4.6 Beoordeling van wijzigingen

De CKI dient te beschikken over een schriftelijke procedure om vast te stellen of een beoordeling van een voorgenomen wijziging aan drukapparatuur in de gebruiksfase door de CKI vereist is. Daartoe dient de procedure te leiden tot het vaststellen van de juiste indeling voor de aangeboden drukapparatuur ten aanzien van de meldingsplicht (besluit art. 14a).

De onderstaande parameters met betrekking tot de vaststelling van de indeling voor de desbetreffende drukapparatuur dienen op basis van deze indelingsprocedure te worden vastgesteld, t.w.:

  • * PS en TS (rekening houdend met de waarde hiervan in installatieverband); V of DN;

  • * de vaststelling van stof en zijn kenmerk;

  • * de vaststelling van de indeling van de desbetreffende apparatuur op basis van artikel 3 van de regeling;

  • * de vaststelling of een EG-verklaring van overeenstemming of verklaring van overeenstemming nog geldig is (hierbij rekening te houden met het overgangsrecht, artikel 39 a van het Warenwetbesluit Drukapparatuur);

  • * de vaststelling of een keuring vóór ingebruikneming was vereist of vereist wordt na realisatie van de wijziging.

4.4.7 Beoordeling van reparaties

De CKI dient te beschikken over een schriftelijke procedure om vast te stellen of een beoordeling van een voorgenomen reparatie aan drukapparatuur in de gebruiksfase door de CKI vereist is. Daartoe dient de procedure te leiden tot het vaststellen van de juiste indeling voor de aangeboden drukapparatuur ten aanzien van de meldingsplicht. (besluit art. 14a).

De onderstaande parameters met betrekking tot de vaststelling van de indeling voor de desbetreffende drukapparatuur dienen op basis van deze indelingsprocedure te worden vastgesteld, t.w.:

  • * PS en TS (rekening houdend met de waarde hiervan in installatieverband); V of DN;

  • * de vaststelling van stof en zijn kenmerk;

  • * de vaststelling van de indeling van de desbetreffende apparatuur op basis van artikel 3 van de regeling;

  • * de vaststelling of een EG-verklaring van overeenstemming of verklaring van overeenstemming nog geldig (hierbij rekening te houden met het overgangsrecht, artikel 39 a van het Warenwetbesluit Drukapparatuur);

4.5 BEHANDELINGSPROCEDURE MODULE A1

De uitvoering van het toezicht op de eindcontrole door een CKI omvat de volgende activiteiten. In hoofdstuk 5 wordt het toezicht nader uitgewerkt.

4.5.1 Benodigde basisinformatie

De CKI dient voor de uitvoering van het toezicht op de eindcontrole te beschikken over de onderstaande basisinformatie.

De benodigde basisinformatie is:

  • * de aanvraag voor een overeenstemmingsbeoordeling;

  • * de desbetreffende technische documentatie voor de uitvoering van het toezicht op de eindcontrole;

  • * het beoogde productieschema (m.n. planning, productiefrequentie en partij-grootte);

  • * de gedocumenteerde methode van eindcontrole van de fabrikant.

4.5.2 Identificatienummer

De CKI draagt zorg voor het aanbrengen van het -aan haar toegekende- identificatienummer op ieder afzonderlijk drukapparaat.

4.5.3 Afwijkingen en passende maatregelen

Een CKI neemt passende maatregelen indien, in het kader van de uitvoering van het toezicht op de eindcontrole, een of meerdere drukapparaten niet in overeenstemming zijn met de desbetreffende eisen van de Richtlijn.

De aard en omvang van de passende maatregelen zijn afhankelijk van de ernst en het karakter van de geconstateerde afwijkingen.

Eventuele passende maatregelen zijn o.a.:

  • * het intrekken van de toestemming tot het aanbrengen van het identificatienummer.

  • * het aansporen van de fabrikant tot:

  • * het in het quarantaine plaatsen van de desbetreffende drukapparatuur.

  • * het uitvoeren van corrigerende bewerkingen/handelingen.

  • * het uit de handel nemen van de desbetreffende drukapparatuur.

  • * het uitvoeren van een oorzaakanalyse (incidenteel/structureel) en het formuleren en implementeren van maatregelen ter verbetering.

  • * het wijzigen van het monsternameplan (o.a. de intensiteit, ref.: ISO 2859 deel 1).

  • * een kennisgeving aan de bevoegde autoriteit, t.w. de lidstaat van aanwijzing (voor Nederland: Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid).

4.5.4 Rapportage en archivering

De resultaten van de afzonderlijke beoordelingsactiviteiten in het kader van het toezicht op de eindcontrole worden door de CKI vastgelegd in rapportages.

De rapportages bevatten ten minste de informatie conform het overzicht ‘minimum inhoud (inspectie-)rapportages’ (bijlage 4).

De aanvraag, de desbetreffende technische documentatie, het productieschema, het monsternameplan, de (inspectie-)rapportages en de overige relevante documentatie worden door de CKI bewaard (minimale bewaartermijn = 10 jaar).

4.6 BEHANDELINGSPROCEDURE MODULE B

De uitvoering van een typeonderzoek door een CKI omvat de volgende activiteiten.

4.6.1 Benodigde basisinformatie

De CKI dient voor de uitvoering van het typeonderzoek te beschikken over de onderstaande basisinformatie:

  • * de aanvraag voor een overeenstemmingsbeoordeling;

  • * een schriftelijke verklaring dat er geen gelijkluidende aanvraag is ingediend bij een an-dere CKI;

  • * de desbetreffende technische documentatie voor de uitvoering van het typeonderzoek.

4.6.2 Beschikbaarheid representatief exemplaar

De CKI dient voor de uitvoering van het typeonderzoek de beschikking te hebben over een voor de productie representatief exemplaar (= ‘type’) van de desbetreffende drukapparatuur.

Opmerking

De CKI richt een schriftelijk verzoek, met opgave van de redenen, indien meerdere representatieve exemplaren voor de uitvoering van het typeonderzoek benodigd zijn.

4.6.3 Controle technische documentatie

De technische documentatie dient, voor zover dat voor de beoordeling van het type nodig is, inzicht te verschaffen in het ontwerp, het fabricageproces en de werking resp. te voorzien in de passende informatie voor de beoordeling van de overeenstemming van het type met de desbetreffende eisen van de Richtlijn.

De CKI controleert de technische documentatie op volledigheid aan de hand van het desbetreffende overzicht ‘inhoudsopgave technische documentatie’ (bijlage 5).

4.6.4 Controle variant(en)

De CKI dient in het geval het onderzoek van een type verscheidene varianten van drukapparatuur omvat te controleren of de verschillen tussen de varianten geen invloed hebben op het veiligheidsniveau van de drukapparatuur.

De variant(en) die in overeenstemming zijn met de onderstaande voorwaarden voldoet (voldoen) aan de eis ‘geen invloed hebben’ op het veiligheidniveau:

  • * alle varianten zijn ingedeeld in dezelfde categorie;

  • * alle varianten worden behandeld volgens dezelfde overeenstemmingsbeoordelingsprocedure;

  • * voor alle varianten is dezelfde ontwerpberekening van toepassing;

  • * voor alle varianten worden dezelfde materialensoorten en/of uitvoeringsvormen van permanente verbindingen toegepast.

4.6.5 Beoordeling van het ontwerp

De CKI bestudeert de technische documentatie van het type en identificeert de afzonderlijke onderdelen voor het uitvoeren van een beoordeling van het ontwerp.

Voor de vaststelling van de aard en omvang van de beoordeling van het ontwerp van het type en/of de onderdelen worden twee verschillende uitgangspunten onderscheiden, t.w.:

  • * de geharmoniseerde normen volgens artikel 5 van de Richtlijn zijn toegepast.

  • * de geharmoniseerde normen volgens artikel 5 van de Richtlijn zijn niet toegepast.

4.6.6 Toepassing geharmoniseerde normen

De CKI verricht de onderstaande beoordelingen in het geval de geharmoniseerde normen volgens artikel 5 van de Richtlijn zijn toegepast:

  • * een controle of de juiste geharmoniseerde normen, juist en in de juiste samenhang werkelijk zijn toegepast.

  • * een controle van het ontwerp van het type op basis van de toepassing van de geharmoniseerde normen, door middel van een beoordeling en/of controle van de invoergegevens in relatie tot het ontwerp en/of het resultaat van de berekeningsmethode, aan de hand van de toetsingslijst ‘ontwerpbeoordeling drukapparatuur’ (zie bijlage 7).

4.6.7 Geen toepassing geharmoniseerde normen

De CKI verricht de onderstaande beoordelingen in het geval de geharmoniseerde nor-men volgens artikel 5 van de Richtlijn niet zijn toegepast:

  • * een controle of de toegepaste normen of technische maatstaven van de fabrikant voldoen aan de essentiële eisen van de Richtlijn.

  • * een controle of de toegepaste normen of technische maatstaven, juist en in de juiste samenhang werkelijk zijn toegepast.

  • * een controle van het ontwerp van het type op basis van de toegepaste normen of technische maatstaven van de fabrikant, door middel van een beoordeling en/of controle van de invoergegevens in relatie tot het ontwerp en/of het resultaat van de berekeningsmethode, aan de hand van de toetsingslijst ‘ontwerpbeoordeling drukapparatuur’ (zie bijlage 7).

4.6.8 Controle personeel uitvoering permanente verbindingen

De CKI controleert de gebruikte materialen op het voldoen aan een van de onderstaande voorwaarden:

  • * een materiaal overeenkomstig de geharmoniseerde normen.

  • * een materiaal overeenkomstig een Europese materiaalgoedkeuring voor drukapparatuur.

De CKI verricht een aparte materiaalbeoordeling in het geval de gebruikte materialen niet voldoen aan een van deze voorwaarden.

De CKI verricht een controle van het (de) keuringsdocument(en), afgegeven door de fabrikant van het materiaal, op basis van de desbetreffende eisen van de Richtlijn (PED bijlage I, punt 4.3) met betrekking tot:

  • * de geschiktheid van het kwaliteitssysteem van de fabrikant van het materiaal.

  • * het soort keuringsdocument.

Opmerking

De criteria voor de uitvoering van een aparte materiaalbeoordeling resp. voor de vaststelling van het soort keuringsdocument zijn vastgelegd in paragraaf 4.24.

4.6.9 Beoordeling uitvoeringsmethoden permanente verbindingen

De CKI controleert de uitvoeringmethode(n) voor de toegepaste permanente verbindingen op het voldoen aan de desbetreffende eisen van de Richtlijn i.c. bijlage 1/punt 3.1.2 met betrekking tot een van de volgende voorwaarden:

  • * een goedkeuring door een vakkundige aangemelde CKI.

  • * een goedkeuring door een door een lidstaat erkende onafhankelijke instelling conform art. 13 van de Richtlijn.

De CKI verricht een eigenmachtige gedocumenteerde beoordeling van de desbetreffende uitvoeringsmethode(n) voor permanente verbindingen in het geval de uitvoeringsmethode(n) voor permanente verbindingen niet voldoen aan een van deze voorwaarden.

Opmerking

De criteria voor de uitvoering van een beoordeling van de uitvoeringsmethode(n) voor permanente verbindingen zijn vastgelegd in paragraaf 4.24.

4.6.10 Controle personeel uitvoering permanente verbindingen

De CKI controleert de kwalificatie van het personeel dat is belast met de uitvoering van permanente verbindingen op het voldoen aan de desbetreffende eisen van de Richtlijn i.c. bijlage 1/punt 3.1.2 met betrekking tot een van de volgende voorwaarden:

  • * een goedkeuring door een vakkundige aangemelde CKI.

  • * een goedkeuring door een door een lidstaat erkende onafhankelijke instelling conform art. 13 van de Richtlijn.

De CKI verricht een eigenmachtige gedocumenteerde beoordeling van de vakbekwaamheid van het personeel belast met de uitvoering van permanente verbindingen in het geval de kwalificatie(s) van het desbetreffende personeel niet voldoen aan een van deze voorwaarden.

Opmerking

De criteria voor de uitvoering van een beoordeling van de van de vakbekwaamheid van het personeel belast met de uitvoering van permanente verbindingen zijn vastgelegd in paragraaf 4.24.

4.6.11 Controle personeel uitvoering niet destructieve proeven

De CKI controleert de kwalificatie van het personeel dat is belast met de uitvoering van niet destructieve proeven op het voldoen aan de desbetreffende eisen van de Richtlijn i.c. bijlage 1/punt 3.1.3 met betrekking tot de volgende voorwaarde:

  • * een goedkeuring door een door een lidstaat erkende onafhankelijke instelling conform art. 13 van de Richtlijn.

Opmerking

De criteria voor de uitvoering van een beoordeling van de vakbekwaamheid van het personeel belast met de uitvoering van niet destructieve proeven zijn vastgelegd in paragraaf 4.24.

4.6.12 Vooronderzoek fabricage en eindcontrole van het type

De CKI verricht voor de aanvang van de controle van de fabricage van het type de onderstaande activiteiten:

  • * het vaststellen resp. vastleggen van de noodzakelijke beoordelingen, onderzoeken en beproevingen (zie 4.6.11).

4.6.13 Uitvoering eindcontrole van het type

De CKI verricht de vastgelegde onderzoeken en proeven

Een detaillering van de essentiële toetsingselementen in het kader van de uitvoering van de controle van de fabricage van het type is vastgelegd in de toetsingslijst ‘fabricage en eindcontrole drukapparatuur’ (bijlage 3).

4.6.14 Verklaring van EG-typeonderzoek

De CKI stelt een schriftelijke verklaring van EG-typeonderzoek op.

Deze verklaring is 10 jaar geldig en de optie tot het aanvragen resp. verwerven van een vernieuwing.

De verklaring van EG-typeonderzoek bevat ten minste de informatie conform het over-zicht ‘minimum inhoud EG-verklaring van EG-type cq EG-verklaring van ontwerponderzoek’ (bijlage 2).

4.6.15 Wijzigingen van goedgekeurd type

De CKI dient voor de beoordeling van een wijziging aan een goedgekeurd type te beschikken over de onderstaande basisinformatie:

  • * een aanvraag voor een overeenstemmingsbeoordeling van het gewijzigde type.

  • * de oorspronkelijke technische documentatie resp. oorspronkelijke verklaring van EG-typeonderzoek.

De CKI verricht een passende overeenstemmingsbeoordeling van het gewijzigde type gericht op de wijzigingen en de invloed van de geïdentificeerde wijzigingen op de overeenstemming met de essentiële veiligheidseisen resp. de voorgeschreven gebruiksomstandigheden.

De CKI stelt voor een aanvullende goedkeuring een schriftelijke aanvulling op de oorspronkelijke verklaring van EG-typeonderzoek op.

De aanvulling op de verklaring van EG-typeonderzoek bevat ten minste de informatie conform het overzicht ‘minimum inhoud EG-verklaring van EG-type cq EG-verklaring van ontwerponderzoek’ (bijlage 2).

4.6.16 Weigering of intrekken verklaring van EG-typeonderzoek

De CKI dient een werkwijze te hebben gericht op de behandeling van het weigeren of intrekken van een verklaring van EG-typeonderzoek.

Deze werkwijze dient te voorzien in een (schriftelijke) opgave aan de fabrikant (aanvrager) van de gedetailleerde redenen voor een weigering of intrekking van een verklaring van EG-typeonderzoek.

4.6.17 Rapportage en archivering

De resultaten van de afzonderlijke beoordelingsactiviteiten in het kader van een EG-typeonderzoek worden door de CKI vastgelegd in rapportages.

De rapportages bevatten ten minste de informatie conform het overzicht ‘minimum inhoud (inspectie)rapportages’ (bijlage 4)

De aanvraag, de desbetreffende technische documentatie, de verklaring van EG-typeonderzoek en aanvullingen, weigeringen, intrekkingen, de (inspectie) rapportages en de overige relevante documentatie worden door de CKI bewaard (minimale bewaartermijn = 10 jaar).

4.6.18 Informatieverplichting

De CKI dient een werkwijze te hebben gericht op het voldoen aan de onderstaande actieve/passieve informatieverplichtingen, t.w.:

  • * het in kennis stellen van de lidstaten van de van belang zijnde informatie over de door haar ingetrokken verklaring(en) van EG-typeonderzoek.

  • * het -op verzoek- in kennis stellen van de lidstaten van de van belang zijnde informatie over de door haar afgegeven verklaring(en) van EG-typeonderzoek.

  • * het in kennis stellen van de andere aangemelde CKI’s van de van belang zijnde informatie over de door haar geweigerde of ingetrokken verklaring(en) van EG-typeonderzoek.

  • * het -op verzoek- verstrekken van alle nuttige informatie aan de andere aangemelde CKI’s over de door haar afgegeven of ingetrokken verklaring(en) van EG-typeonderzoek en aanvullingen.

4.7 BEHANDELINGSPROCEDURE MODULE B1

De uitvoering van een ontwerponderzoek door een CKI omvat de volgende activiteiten.

4.7.1 Benodigde basisinformatie

De CKI dient voor de uitvoering van het ontwerponderzoek te beschikken over de onderstaande basisinformatie:

  • * de aanvraag voor een overeenstemmingsbeoordeling;

  • * een schriftelijke verklaring dat er geen gelijkluidende aanvraag is ingediend bij een andere CKI;

  • * de desbetreffende technische documentatie voor de uitvoering van het ontwerponderzoek.

4.7.2 Controle technische documentatie

De technische documentatie dient, voor zover dat voor de beoordeling van het ontwerp van het drukapparaat nodig is, inzicht te verschaffen in het ontwerp, het fabricageproces en de werking resp. te voorzien in de passende informatie voor de beoordeling van de overeenstemming van het ontwerp van het drukapparaat met de desbetreffende eisen van de richtlijn drukapparatuur.

De CKI controleert de technische documentatie op volledigheid aan de hand van het desbetreffende overzicht ‘inhoudsopgave technische documentatie’ (bijlage 5).

4.7.3 Controle variant(en)

De CKI dient in het geval het onderzoek van een ontwerp van een drukapparaat verscheidene varianten van drukapparatuur omvat te controleren of de verschillen tussen de varianten geen invloed hebben op het veiligheidsniveau van de drukapparatuur.

De variant(en) die in overeenstemming zijn met de onderstaande voorwaarden voldoet (voldoen) aan de eis ‘geen invloed hebben’ op het veiligheidniveau:

  • * alle varianten zijn ingedeeld in dezelfde categorie;

  • * alle varianten worden behandeld volgens dezelfde overeenstemmingsbeoordelingsprocedure;

  • * voor alle varianten is dezelfde ontwerpberekening van toepassing;

  • * voor alle varianten worden dezelfde materialensoorten en/of uitvoeringsvormen van permanente verbindingen toegepast.

4.7.4 Beoordeling van het ontwerp

De CKI bestudeert de technische documentatie van het ontwerp van het drukapparaat en identificeert de afzonderlijke onderdelen voor het uitvoeren van een beoordeling van het ontwerp.

Voor de vaststelling van de aard en omvang van de beoordeling van het ontwerp van het type en/of de onderdelen worden twee verschillende uitgangspunten onderscheiden, t.w.:

  • * de geharmoniseerde normen volgens artikel 5 van de richtlijn drukapparatuur zijn toegepast;

  • * de geharmoniseerde normen volgens artikel 5 van de richtlijn drukapparatuur zijn niet toegepast.

4.7.5 Beoordeling gebruikte materialen

De CKI verricht de onderstaande beoordelingen in het geval de geharmoniseerde normen volgens artikel 5 van de richtlijn drukapparatuur zijn toegepast:

  • * een controle of de juiste geharmoniseerde normen, juist en in de juiste samenhang werkelijk zijn toegepast.

  • * een controle van het ontwerp van het drukapparaat op basis van de toepassing van de geharmoniseerde normen, door middel van een beoordeling en/of controle van de invoergegevens in relatie tot het ontwerp en/of het resultaat van de berekeningsmethode, aan de hand van de toetsingslijst ‘ontwerpbeoordeling drukapparatuur’ (zie bijlage 7).

4.7.6 Geen toepassing geharmoniseerde normen

De CKI verricht de onderstaande beoordelingen in het geval de geharmoniseerde normen volgens artikel 5 van de richtlijn drukapparatuur niet zijn toegepast:

  • * een controle of de toegepaste normen of technische maatstaven van de fabrikant voldoen aan de essentiële eisen van de richtlijn drukapparatuur.

  • * een controle of de toegepaste normen of technische maatstaven, juist en in de juiste samenhang werkelijk zijn toegepast.

  • * een controle van het ontwerp van het drukapparaat op basis van de toegepaste nor men of technische maatstaven van de fabrikant, door middel van een beoordeling en/of controle van de invoergegevens in relatie tot het ontwerp en/of het resultaat van de berekeningsmethode, aan de hand van de toetsingslijst ‘ontwerpbeoordeling drukapparatuur’ (zie bijlage 7).

4.7.7 Beoordeling gebruikte materialen

De CKI controleert de gebruikte materialen op het voldoen aan een van de onderstaande voorwaarden:

  • * een materiaal overeenkomstig de geharmoniseerde normen.

  • * een materiaal overeenkomstig een Europese materiaalgoedkeuring voor drukapparatuur.

De CKI verricht een aparte materiaalbeoordeling in het geval de gebruikte materialen niet voldoen aan een van deze voorwaarden.

De CKI verricht een controle van het (de) keuringsdocument(en), afgegeven door de fabrikant van het materiaal, op basis van de desbetreffende eisen van de richtlijn drukapparatuur (PED bijlage I, punt 4.3) met betrekking tot:

  • * de geschiktheid van het kwaliteitssysteem van de fabrikant van het materiaal.

  • * het soort keuringsdocument.

Opmerking

De criteria voor de uitvoering van een aparte materiaalbeoordeling resp. voor de vaststelling van het soort keuringsdocument zijn vastgelegd in paragraaf 4.24.

4.7.8 Beoordeling uitvoeringsmethoden permanente verbindingen

De CKI controleert de uitvoeringmethode(n) voor de toegepaste permanente verbindingen op het voldoen aan de desbetreffende eisen van de richtlijn drukapparatuur i.c. bijlage 1/punt 3.1.2 met betrekking tot een van de volgende voorwaarden:

  • * een goedkeuring door een vakkundige aangemelde CKI.

  • * een goedkeuring door een door een lidstaat erkende onafhankelijke instelling conform art. 13 van de richtlijn drukapparatuur.

De CKI verricht een eigenmachtige gedocumenteerde beoordeling van de desbetreffende uitvoeringsmethode(n) voor permanente verbindingen in het geval de uitvoeringsmethode(n) voor permanente verbindingen niet voldoen aan een van deze voorwaarden.

Opmerking

De criteria voor de uitvoering van een beoordeling van de uitvoeringsmethode(n) voor permanente verbindingen zijn vastgelegd in paragraaf 4.24.

4.7.9 Controle personeel uitvoering permanente verbindingen

De CKI controleert de kwalificatie van het personeel dat is belast met de uitvoering van permanente verbindingen op het voldoen aan de desbetreffende eisen van de richtlijn drukapparatuur (PED bijlage I, punt 3.1.2) met betrekking tot een van de volgende voorwaarden:

  • * een goedkeuring door een vakkundige aangemelde CKI;

  • * een goedkeuring door een door een lidstaat erkende onafhankelijke instelling conform art. 13 van de richtlijn drukapparatuur.

De CKI verricht een eigenmachtige gedocumenteerde beoordeling van de vakbekwaamheid van het personeel belast met de uitvoering van permanente verbindingen in het geval de kwalificatie(s) van het desbetreffende personeel niet voldoen aan een van deze voorwaarden.

Opmerking

De criteria voor de uitvoering van een beoordeling van de vakbekwaamheid van het personeel belast met de uitvoering van permanente verbindingen zijn vastgelegd in paragraaf 4.24.

4.7.10 Controle personeel uitvoering niet destructieve proeven

De CKI controleert de kwalificatie van het personeel dat is belast met de uitvoering van niet destructieve proeven op het voldoen aan de desbetreffende eisen van de richtlijn drukapparatuur (PED bijlage I, punt 3.1.3) met betrekking tot de volgende voorwaarde:

  • * een goedkeuring door een door een lidstaat erkende onafhankelijke instelling conform art. 13 van de richtlijn drukapparatuur.

Opmerking

De criteria voor de uitvoering van een beoordeling van de vakbekwaamheid van het personeel belast met de uitvoering van niet destructieve proeven zijn vastgelegd in paragraaf 4.24.

4.7.11 Verklaring van EG-ontwerponderzoek

De CKI stelt een schriftelijke verklaring van EG-ontwerponderzoek op.

De verklaring van EG-ontwerponderzoek bevat ten minste de informatie conform het overzicht ‘minimum inhoud verklaring van EG-type-/ontwerponderzoek’ (bijlage 2).

4.7.12 Wijzigingen van goedgekeurd ontwerp

De CKI dient voor de beoordeling van een wijziging aan een goedgekeurd ontwerp te beschikken over de onderstaande basisinformatie:

  • * een aanvraag voor een overeenstemmingsbeoordeling van het gewijzigde ontwerp.

  • * de oorspronkelijke technische documentatie resp. oorspronkelijke verklaring van EG-ontwerponderzoek.

De CKI verricht een passende overeenstemmingsbeoordeling van het gewijzigde ontwerp gericht op de wijzigingen en de invloed van de geïdentificeerde wijzigingen op de overeenstemming met de essentiële veiligheidseisen resp. de voorgeschreven gebruiksomstandigheden.

De CKI stelt voor een aanvullende goedkeuring een schriftelijke aanvulling op de oorspronkelijke verklaring van EG-ontwerponderzoek op.

De aanvulling op de verklaring van EG-ontwerponderzoek bevat ten minste de informatie conform het overzicht ‘minimum inhoud verklaring van EG-type- of ontwerponderzoek’ (bijlage 2).

4.7.13 Weigering of intrekken verklaring van EG-ontwerponderzoek

De CKI dient een werkwijze te hebben gericht op de behandeling van het weigeren of intrekken van een verklaring van EG-ontwerponderzoek.

Deze werkwijze dient te voorzien in een (schriftelijke) opgave aan de fabrikant (aanvrager) van de gedetailleerde redenen voor een weigering of intrekking van een verklaring van EG-ontwerponderzoek.

4.7.14 Conditionele verklaring op verklaring van EG-ontwerponderzoek

De CKI dient ingeval van de uitvoering van een onvolledig ontwerponderzoek op grond van een faseverschil tussen de realisatie van het ontwerp en de aanvang van de fabricage van de drukapparatuur in overleg te treden met de fabrikant (aanvrager).

Na schriftelijk overleg en instemming van de fabrikant (aanvrager) is de CKI bevoegd tot het afgeven een verklaring van EG-ontwerponderzoek met een nadrukkelijke vermelding van een conditionele verklaring, inzake beperkingen van en voorwaarden voor de toepassing van de onderhavige verklaring van EG-ontwerponderzoek.

Een tekstvoorstel voor deze conditionele verklaring luidt:

Deze ‘verklaring van EG-ontwerponderzoek’ is onvolledig. De goedkeuring van de uitvoeringsmethoden voor permanente verbindingen en de controle van het personeel voor de uitvoering van de permanente verbindingen resp. de niet destructieve proeven is nog niet uitgevoerd.

Deze ‘verklaring van EG-ontwerponderzoek’ is niet eerder volledig dan na een aantoonbare uitvoering van de desbetreffende beoordelingen door een CKI met een positief resultaat.

4.7.15 Rapportage en archivering

De resultaten van de afzonderlijke beoordelingsactiviteiten in het kader van een EG-ontwerponderzoek worden door de CKI vastgelegd in rapportages.

De rapportages bevatten ten minste de informatie conform het overzicht ‘minimum inhoud (inspectie)rapportages’ (bijlage 4).

  • * De aanvraag, de desbetreffende technische documentatie, de verklaring van EG-ontwerponderzoek en aanvullingen, weigeringen, intrekkingen, de (inspectie) rapportages en de overige relevante documentatie worden door de CKI bewaard (minimale bewaartermijn = 10 jaar).

4.7.16 Informatieverplichting

De CKI dient een werkwijze te hebben gericht op het voldoen aan de onderstaande actieve/passieve informatieverplichtingen, te weten:

  • * het in kennis stellen van de lidstaten van de van belang zijnde informatie over de door haar ingetrokken verklaring(en) van EG-ontwerponderzoek.

  • * het – op verzoek – in kennis stellen van de lidstaten van de van belang zijnde informatie over de door haar afgegeven verklaring(en) van EG-ontwerponderzoek.

  • * het in kennis stellen van de andere aangemelde CKI’s van de van belang zijnde informatie over de door haar geweigerde of ingetrokken verklaring(en) van EG-ontwerponderzoek.

  • * het – op verzoek – verstrekken van alle nuttige informatie aan de andere aangemelde CKI’s over de door haar afgegeven of ingetrokken verklaring(en) van EG-ontwerponderzoek en aanvullingen.

4.8 BEHANDELINGSPROCEDURE MODULE C1

De uitvoering van het toezicht op de eindcontrole door een CKI omvat de volgende activiteiten. In hoofdstuk 5 wordt het toezicht nader uitgewerkt.

4.8.1 Benodigde basisinformatie

De CKI dient voor de uitvoering van het toezicht op de eindcontrole te beschikken over de onderstaande basisinformatie.

De benodigde basisinformatie is:

  • * de aanvraag voor een overeenstemmingsbeoordeling;

  • * de verklaring van EG-typeonderzoek;

  • * de desbetreffende technische documentatie voor de uitvoering van het toezicht op de eindcontrole;

  • * het beoogde productieschema (m.n. planning, productiefrequentie en partijgrootte);

  • * de gedocumenteerde methode van eindcontrole van de fabrikant.

4.8.2 Beoordeling verklaring EG-typeonderzoek

De CKI beoordeelt of de verklaring van EG-typeonderzoek geldig is voor de onderhavige drukapparatuur.

In het kader van deze beoordeling zal de CKI met name controleren:

  • de revisiestatus van de technische documentatie inzake het ontwerp en het fabricageprocedé van de onderhavige drukapparatuur versus de geldende revisiestatus conform de bijbehorende verklaring van EG-typeonderzoek en eventuele aanvullingen.

4.8.3 Identificatienummer

De CKI draagt zorg voor het aanbrengen van het -aan haar toegekende- identificatienummer op ieder afzonderlijk drukapparaat.

4.8.4 Afwijkingen en passende maatregelen

Een CKI neemt passende maatregelen indien, in het kader van de uitvoering van het toezicht op de eindcontrole, een of meerdere drukapparaten niet in overeenstemming zijn met de desbetreffende eisen van de Richtlijn.

De aard en omvang van de passende maatregelen zijn afhankelijk van de ernst en het karakter van de geconstateerde afwijkingen.

Eventuele passende maatregelen zijn o.a.:

  • * het intrekken van de toestemming tot het aanbrengen van het identificatienummer;

  • * het aansporen van de fabrikant tot:

  • * het in het quarantaine plaatsen van de desbetreffende drukapparatuur;

  • * het uitvoeren van corrigerende bewerkingen/handelingen;

  • * het uit de handel nemen van de desbetreffende drukapparatuur;

  • * het uitvoeren van een oorzaakanalyse (incidenteel/structureel) en het formuleren en implementeren van maatregelen ter verbetering;

  • * het wijzigen van het monsternameplan (o.a. de intensiteit, ref.: ISO 2859 deel 1);

  • * een kennisgeving aan de bevoegde autoriteit, t.w. de lidstaat van aanwijzing (voor Nederland: Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid).

4.8.5 Rapportage en archivering

De resultaten van de afzonderlijke beoordelingsactiviteiten in het kader van het toezicht op de eindcontrole worden door de CKI vastgelegd in rapportages.

De rapportages bevatten ten minste de informatie conform het overzicht ‘minimum inhoud (inspectie-)rapportages’ (= bijlage 4).

  • De aanvraag, de desbetreffende technische documentatie, de verklaring van EG-typeonderzoek, het productieschema, het monsternameplan, de (inspectie-) rapportages en de overige relevante documentatie worden door de CKI bewaard (minimale bewaartermijn = 10 jaar).

4.9 BEHANDELINGSPROCEDURE MODULE F

De uitvoering van een productkeuring door een CKI omvat de volgende activiteiten.

4.9.1 Benodigde basisinformatie

De CKI dient voor de uitvoering van de productkeuring te beschikken over de onderstaande basisinformatie:

  • * de aanvraag voor een overeenstemmingsbeoordeling;

  • * de desbetreffende technische documentatie voor de uitvoering van de productkeuring;

  • * de verklaring van EG-typeonderzoek of EG-ontwerponderzoek;

  • * het beoogde productieschema.

4.9.2 Vooronderzoek fabricage en eindcontrole

De CKI dient voor de aanvang van de fabricage van de desbetreffende drukapparatuur met de fabrikant in overleg te treden met betrekking tot de onderstaande elementen:

  • * de beoordeling van de geldigheid van de verklaring van EG-type of -ontwerponderzoek voor de desbetreffende drukapparatuur, t.w.: een controle van de revisiestatus van de desbetreffende technische documentatie inzake het ontwerp en het fabricageprocedé versus de revisiestatus conform de verklaring van EG-type of -ontwerponderzoek en eventuele aanvullingen.

  • * de beheersing c.q. borging van het fabricageproces van de desbetreffende drukapparatuur op de vereiste overeenstemming met het type of ontwerp conform de verklaring van EG-type- of -ontwerponderzoek.

  • * de beheersing van de relevante registraties om het voldoen aan de desbetreffende eisen van de Richtlijn aan te tonen.

  • * het vaststellen resp. vastleggen van de aard en omvang van de beoordelings-, onderzoek- of beproevingsactiviteiten door de CKI.

  • * de kennisgeving aan de fabrikant van de resultaten van de beoordelings-, onderzoek- of beproevingsactiviteiten door de CKI.

Opmerking:

De gevestigde methoden voor de beheersing van het onderhavige vooronderzoek fabricage en eindcontrole zijn:

  • * het overleg tussen de CKI en de fabrikant door middel van een ‘pré inspection meeting’ (PIM).

  • * het vastleggen van de beoordelings- onderzoek en beproevingsactiviteiten door of namens de fabrikant en de CKI door middel van een productie-/inspectie- / testplan.

4.9.3 Uitvoering keuring door onderzoek en beproeving

De CKI verricht de vastgelegde proeven door het afleggen van een of meerdere bezoeken aan de fabricage, inspectie, beproeving- of opslagruimten van de fabrikant conform de vastgelegde aard en omvang van de beoordelings-, onderzoek of beproevingsactiviteiten voor ieder afzonderlijk drukapparaat.

De CKI verricht de onderstaande activiteiten in het kader van een productkeuring van ieder afzonderlijk drukapparaat:

  • * de controle of het personeel, dat belast is met de permanente verbinding van de onderdelen gekwalificeerd of goedgekeurd is door een vakkundige derde partij conform de Richtlijn, bijlage I, punt 3.1.2.

  • * de controle of het personeel, dat belast is met het niet destructief onderzoek gekwalificeerd of goedgekeurd is door een vakkundige derde partij conform de Richtlijn, bijlage I, punt 3.1.2.

  • * de controle van het keuringsrapport/-document van het gebruikte materiaal voor de belangrijkste onder druk staande delen van de drukapparatuur overeenkomstig de Richtlijn, bijlage I, punt 4.3.

  • * het verrichten of laten verrichten van de eindcontrole aan ieder afzonderlijk drukapparaat conform de Richtlijn, bijlage I, punt 3.2, te weten:

  • * eindinspectie en bijbehorende technische documentatie;

  • * beproeving;

  • * onderzoek van de veiligheidsvoorzieningen in geval van samenstellen.

Een detaillering van de essentiële toetsingselementen in het kader van de uitvoering van de keuring door onderzoek en beproeving van ieder afzonderlijk drukapparaat is vastgelegd in de toetsingslijst ‘fabricage en eindcontrole drukapparatuur’ (bijlage 3).

4.9.4 Identificatienummer

De CKI draagt zorg voor het aanbrengen van het – aan haar toegekende – identificatienummer op ieder afzonderlijk drukapparaat.

4.9.5 Verklaring van overeenstemming (‘certificate of conformity’)

De CKI stelt een schriftelijke verklaring van overeenstemming op ten aanzien van de verrichte beoordelings-, onderzoek- of beproevingsactiviteiten.

De verklaring van overeenstemming bevat ten minste de informatie conform het overzicht ‘minimum inhoud certificate of conformity’ (bijlage 1).

4.9.6 Rapportage en archivering

De resultaten van de afzonderlijke beoordelingsactiviteiten in het kader van een productkeuring worden door de CKI vastgelegd in rapportages.

De rapportages bevatten ten minste de informatie conform het overzicht ‘minimum inhoud (inspectie)rapportages’ (bijlage 4).

De aanvraag, de desbetreffende technische documentatie, de verklaring van overeenstemming (‘declaration of conformity’), de verklaring van EG-type- of -ontwerponderzoek, het productieschema, de (inspectie) rapportages, de verklaring van overeenstemming (‘certificate of conformity’) en de overige relevante documentatie worden door de CKI bewaard (minimale bewaartermijn = 10 jaar).

4.10 BEHANDELINGSPROCEDURE MODULE G

De uitvoering van een eenheidskeuring door een CKI omvat de volgende activiteiten.

4.10.1 Benodigde basisinformatie

De CKI dient voor de uitvoering van een eenheidskeuring te beschikken over de on-derstaande basisinformatie:

  • * de aanvraag voor een overeenstemmingsbeoordeling;

  • * de desbetreffende technische documentatie voor de uitvoering van het ontwerponderzoek;

  • * een productieschema (planning);

4.10.2 Controle technische documentatie

De technische documentatie dient, voor zover dat voor de beoordeling van het ontwerp van het drukapparaat nodig is, inzicht te verschaffen in het ontwerp, het fabricageproces en de werking resp. te voorzien in de passende informatie voor de beoordeling van de overeenstemming van het ontwerp van het drukapparaat met de desbetreffende eisen van de richtlijn drukapparatuur.

De CKI controleert de technische documentatie op volledigheid aan de hand van het desbetreffende overzicht ‘inhoudsopgave technische documentatie’ (bijlage 5).

4.10.3 Beoordeling van het ontwerp

De CKI bestudeert de technische documentatie van het ontwerp van het drukapparaat en identificeert de afzonderlijke onderdelen voor het uitvoeren van een beoordeling van het ontwerp.

Voor de vaststelling van de aard en omvang van de beoordeling van het ontwerp van het type en/of de onderdelen worden twee verschillende uitgangspunten onderscheiden, t.w.:

  • * de geharmoniseerde normen volgens artikel 5 van de richtlijn drukapparatuur zijn toegepast.

  • * de geharmoniseerde normen volgens artikel 5 van de richtlijn drukapparatuur zijn niet toegepast.

4.10.3.1 Toepassing geharmoniseerde normen

De CKI verricht de onderstaande beoordelingen in het geval de geharmoniseerde normen volgens artikel 5 van de Richtlijn zijn toegepast:

  • * een controle of de juiste geharmoniseerde normen, juist en in de juiste samenhang werkelijk zijn toegepast.

  • * een controle van het ontwerp van het drukapparaat op basis van de toepassing van de geharmoniseerde normen, door middel van een beoordeling en/of controle van de invoergegevens in relatie tot het ontwerp en/of het resultaat van de berekeningsmethode, aan de hand van de toetsingslijst ‘ontwerpbeoordeling drukapparatuur’ (zie bijlage 7).

4.10.3.2 Geen toepassing geharmoniseerde normen

De CKI verricht de onderstaande beoordelingen in het geval de geharmoniseerde normen volgens artikel 5 van de Richtlijn niet zijn toegepast:

  • * een controle of de toegepaste normen of technische maatstaven van de fabrikant voldoen aan de essentiële eisen van de richtlijn drukapparatuur.

  • * een controle of de toegepaste normen of technische maatstaven, juist en in de juiste samenhang werkelijk zijn toegepast.

  • * een controle van het ontwerp van het drukapparaat op basis van de toegepaste normen of technische maatstaven van de fabrikant, door middel van een beoordeling en/of controle van de invoergegevens in relatie tot het ontwerp en/of het resultaat van de berekeningsmethode, aan de hand van de toetsingslijst ‘ontwerpbeoordeling drukapparatuur’ (zie bijlage 7).

4.10.4 Beoordeling gebruikte materialen

De CKI controleert de gebruikte materialen op het voldoen aan een van de onderstaande voorwaarden:

  • * een materiaal overeenkomstig de geharmoniseerde normen.

  • * een materiaal overeenkomstig een Europese materiaalgoedkeuring voor drukapparatuur.

De CKI verricht een aparte materiaalbeoordeling in het geval de gebruikte materialen niet voldoen aan een van deze voorwaarden.

De CKI verricht een controle van het (de) keuringsdocument(en), afgegeven door de fabrikant van het materiaal, op basis van de desbetreffende eisen van de Richtlijn, bijlage I, punt 4.3 met betrekking tot:

  • * de geschiktheid van het kwaliteitssysteem van de fabrikant van het materiaal.

  • * het soort keuringsdocument.

Opmerking

De criteria voor de uitvoering van een aparte materiaalbeoordeling resp. voor de vaststelling van het soort keuringsdocument zijn vastgelegd in paragraaf 4.24.

4.10.5 Beoordeling uitvoeringsmethoden permanente verbindingen

De CKI controleert de uitvoeringmethode(n) voor de toegepaste permanente verbindingen op het voldoen aan de desbetreffende eisen van de richtlijn drukapparatuur i.c. bijlage 1/punt 3.1.2 met betrekking tot een van de volgende voorwaarden:

  • * een goedkeuring door een vakkundige aangemelde CKI.

  • * een goedkeuring door een door een lidstaat erkende onafhankelijke instelling conform art. 13 van de Richtlijn.

De CKI verricht een eigenmachtige gedocumenteerde beoordeling van de desbetreffende uitvoeringsmethode(n) voor permanente verbindingen in het geval de uitvoeringsmethode(n) voor permanente verbindingen niet voldoen aan een van deze voorwaarden.

Opmerking

De criteria voor de uitvoering van een beoordeling van de uitvoeringsmethode(n) voor permanente verbindingen zijn vastgelegd in paragraaf 4.24.

4.10.6 Controle personeel uitvoering permanente verbindingen

De CKI controleert de kwalificatie van het personeel dat is belast met de uitvoering van permanente verbindingen op het voldoen aan de desbetreffende eisen van de richtlijn drukapparatuur i.c. bijlage 1/punt 3.1.2 met betrekking tot een van de volgende voorwaarden:

  • * een goedkeuring door een vakkundige aangemelde CKI.

  • * een goedkeuring door een door een lidstaat erkende onafhankelijke instelling conform art. 13 van de richtlijn drukapparatuur.

De CKI verricht een eigenmachtige gedocumenteerde beoordeling van de vakbekwaamheid van het personeel belast met de uitvoering van permanente verbindingen in het geval de kwalificatie(s) van het desbetreffende personeel niet voldoen aan een van deze voorwaarden.

Opmerking

De criteria voor de uitvoering van een beoordeling van de vakbekwaamheid van het personeel belast met de uitvoering van permanente verbindingen zijn vastgelegd in paragraaf 4.24.

4.10.7 Controle personeel uitvoering niet destructieve proeven

De CKI controleert de kwalificatie van het personeel dat is belast met de uitvoering van niet destructieve proeven op het voldoen aan de desbetreffende eisen van de richtlijn drukapparatuur i.c. bijlage 1/punt 3.1.3 met betrekking tot de volgende voorwaarde:

  • * een goedkeuring door een door een lidstaat erkende onafhankelijke instelling conform art. 13 van de richtlijn drukapparatuur.

Opmerking

De criteria voor de uitvoering van een beoordeling van de vakbekwaamheid van het personeel belast met de uitvoering van niet destructieve proeven zijn vastgelegd in paragraaf 4.24.

4.10.8 Vooronderzoek fabricage en eindcontrole

De CKI dient voor de aanvang van de fabricage van de desbetreffende drukapparatuur met de fabrikant in overleg te treden met betrekking tot de onderstaande elementen:

  • * de (deel)resultaten van de overeenstemmingsbeoordeling conform punt 4.10.1 t/m 4.10.7.

  • * de beheersing van de relevante registraties om het voldoen aan de desbetreffende eisen van de Richtlijn aan te tonen.

  • * het vaststellen resp. vastleggen van de aard en omvang van de beoordelings-, onderzoek- of beproevingsactiviteiten door de CKI.

  • * de kennisgeving aan de fabrikant van de resultaten van de beoordelings-, onderzoek- of beproevingsactiviteiten door de CKI.

Opmerking:

De gevestigde methoden voor de beheersing van het onderhavige vooronderzoek fabricage en eindcontrole zijn:

  • * het overleg tussen de CKI en de fabrikant door middel van een ‘pré-inspection meeting’.

  • * het vastleggen van de beoordelings- onderzoek en beproevingsactiviteiten door of namens de fabrikant en de CKI door middel van een productie-/inspectie-/ testplan.

4.10.9 Uitvoering keuring door onderzoek en beproeving

De CKI verricht de vastgelegde proeven door het afleggen van een of meerdere bezoeken aan de fabricage, inspectie, beproeving- of opslagruimten van de fabrikant conform de vastgelegde aard en omvang van de beoordelings-, onderzoek of beproevingsactiviteiten voor ieder afzonderlijk drukapparaat.

De CKI verricht de onderstaande activiteiten in het kader van een keuring door onderzoek en beproeving van ieder afzonderlijk drukapparaat:

  • * het verrichten of laten verrichten van de eindcontrole aan ieder afzonderlijk drukapparaat conform de Richtlijn, bijlage I, punt 3.2, te weten:

  • * eindinspectie en bijbehorende technische documentatie;

  • * beproeving;

  • * onderzoek van de veiligheidsvoorzieningen in geval van samenstellen.

Een detaillering van de essentiële toetsingselementen in het kader van de uitvoering van de keuring door onderzoek en beproeving van ieder afzonderlijk drukapparaat is vastgelegd in de toetsingslijst ‘fabricage en eindcontrole drukapparatuur’ (bijlage 3).

4.10.10 Identificatienummer

De CKI draagt zorg voor het aanbrengen van het – aan haar toegekende – identificatienummer op ieder afzonderlijk drukapparaat.

4.10.11 Verklaring van overeenstemming (‘certificate of conformity’)

De CKI stelt een schriftelijke verklaring van overeenstemming op ten aanzien van de verrichte beoordelings-, onderzoek- of beproevingsactiviteiten.

De verklaring van overeenstemming bevat ten minste de informatie conform het overzicht ‘minimum inhoud certificate of conformity’ (bijlage 1).

4.10.12 Rapportage en archivering

De resultaten van de afzonderlijke beoordelingsactiviteiten in het kader van een EG-eenheidskeuring worden door de CKI vastgelegd in rapportages.

De rapportages bevatten ten minste de informatie conform het overzicht ‘minimum in-houd (inspectie)rapportages’ (bijlage 4).

De aanvraag, de desbetreffende technische documentatie, de verklaring van overeenstemming (‘declaration of conformity’), het productieschema, de (inspectie) rapportages, de verklaring van overeenstemming (‘certificate of conformity’), en de overige re-levante documentatie worden door de CKI bewaard (minimale bewaartermijn = 10 jaar).

4.11 BEHANDELINGSPROCEDURE MODULE H1

Procedure voor de controle van het ontwerp. De procedures voor het beoordelen van het kwaliteitssysteem bevinden zich in het schema voor het beoordelen van systemen.

4.11.1 Benodigde basisinformatie

De CKI dient voor de uitvoering van de controle van het ontwerp te beschikken over de onderstaande door de fabrikant beschikbaar gestelde basisinformatie:

  • * de aanvraag

  • * de technische informatie

4.11.2 Controle aanvraag en technische informatie op volledigheid
4.11.2.1 Aanvraag
  • * Bevat de aanvraag een eenduidige relatie met het onder deze module beoordeelde kwaliteitssysteem ?

  • * Bevat de aanvraag de vereiste technische informatie ?

4.11.2.2 Technische informatie

Op basis van de technische informatie moet kunnen worden beoordeeld of de drukapparatuur in overeenstemming is met de betreffende eisen van de richtlijn. De technische informatie dient, voor zover dat voor de beoordeling nodig is, inzicht te verschaffen in het ontwerp, het fabricageproces en de werking van de drukapparatuur en dient het volgende te bevatten:

  • * een algemene beschrijving van het ontwerp

  • * ontwerp- en fabricagetekeningen alsmede schema's van de uitrustingsdelen

  • * beschrijving en toelichtingen die nodig zijn voor het begrijpen van genoemde tekeningen en schema's en van de werking van de vervoerbare drukapparatuur

  • * een overzicht van de normen/codes die geheel of gedeeltelijk zijn toegepast

  • * een beschrijving van de oplossingen die zijn gekozen indien deze normen/codes niet zijn toegepast

  • * het nodige bewijsmateriaal ter bevestiging van de geschiktheid van het ontwerp. Dit bewijsmateriaal moet de resultaten van eventuele proeven omvatten die door het daarvoor in aanmerking komende laboratorium van de fabrikant of voor diens rekening zijn uitgevoerd

  • * de gemaakte ontwerp- en eventuele controleberekeningen, de verrichte onderzoeken enz.

4.11.2.3 Controle van het ontwerp

De CKI onderzoekt de technische informatie over het ontwerp om de overeenstemming van het ontwerp met de desbetreffende eisen van de richtlijn vast te kunnen stellen.

Dit onderzoek dient de volgende controle-elementen te omvatten.

Bij de bepaling van de aard, omvang en diepgang van haar onderzoek kan de CKI gemotiveerd rekening houden met de resultaten van haar onderzoek van het kwaliteitssysteem van de fabrikant voor het ontwerpproces.

Controle-elementen zijn conform de toetsingslijst ‘ontwerpbeoordeling drukapparatuur’ (bijlage 7).

4.11.2.4 Verklaring van EG-ontwerponderzoek

De CKI stelt een schriftelijke verklaring van EG-ontwerponderzoek op.

De verklaring van EG-ontwerponderzoek bevat ten minste de informatie conform het overzicht ‘minimum inhoud verklaring van EG-type-/ontwerponderzoek’ (bijlage 2).

4.11.2.5 Wijzigingen van goedgekeurd ontwerp

De CKI dient voor de beoordeling van een wijziging aan een goedgekeurd ontwerp te beschikken over de onderstaande basisinformatie:

  • * een aanvraag voor een overeenstemmingsbeoordeling van het gewijzigde ontwerp.

  • * de oorspronkelijke technische documentatie resp. oorspronkelijke verklaring van EG-ontwerponderzoek.

De CKI verricht een passende overeenstemmingsbeoordeling van het gewijzigde ontwerp gericht op de wijzigingen en de invloed van de geïdentificeerde wijzigingen op de overeenstemming met de essentiële veiligheidseisen resp. de voorgeschreven gebruiksomstandigheden.

De CKI stelt voor een aanvullende goedkeuring een schriftelijke aanvulling op de oorspronkelijke verklaring van EG-ontwerponderzoek op.

De aanvulling op de verklaring van EG-ontwerponderzoek bevat ten minste de informatie conform het overzicht ‘minimum inhoud verklaring van EG-type- of ontwerponderzoek’ (bijlage 2).

4.11.2.6 Weigering of intrekken verklaring van EG-ontwerponderzoek

De CKI dient een werkwijze te hebben gericht op de behandeling van het weigeren of intrekken van een verklaring van EG-ontwerponderzoek.

Deze werkwijze dient te voorzien in een (schriftelijke) opgave aan de fabrikant (aanvrager) van de gedetailleerde redenen voor een weigering of intrekking van een verklaring van EG-ontwerponderzoek.

4.11.2.7 Rapportage en archivering

De resultaten van de afzonderlijke beoordelingsactiviteiten in het kader van een EG-ontwerponderzoek worden door de CKI vastgelegd in rapportages.

De rapportages bevatten ten minste de informatie conform het overzicht ‘minimum inhoud (inspectie)rapportages’ (bijlage 4).

  • De aanvraag, de desbetreffende technische documentatie, de verklaring van EG-ontwerponderzoek en aanvullingen, weigeringen, intrekkingen, de (inspectie) rapportages en de overige relevante documentatie worden door de CKI bewaard (minimale bewaartermijn = 10 jaar).

4.11.2.8 Informatieverplichting

De CKI dient procedures te hanteren om te voldoen aan de informatieverplichtingen als vastgelegd in de Richtlijn, bijlage III,

  • * t.a.v. het kwaliteitssysteem: Module H, punt 6, conform het schema voor beoordeling van systemen;

  • * t.a.v. de controle van het ontwerp: Module H1, punt 1e.

Opmerking: voor beoordeling kwaliteitssystemen zie het schema voor beoordeling systemen.

4.12 BEHANDELINGSPROCEDURE SAMENSTELLEN
4.12.1 Benodigde basisinformatie

De CKI dient voor de beoordeling te beschikken over de onderstaande basisinformatie:

  • * de volledige technische documentatie van samenstellen;

  • * een inventarisatie van de onderscheidenlijke drukapparaten waaruit samenstellen bestaat;

  • * de vaststelling of deze afzonderlijke apparaten aan een afzonderlijke procedure voor de beoordeling van overeenstemming onderworpen zijn geweest en zijn voorzien van een aparte CE markering met bijbehorende documentatie.

4.12.2 Uitvoering

De uitvoering dient te omvatten:

  • * De beoordeling van de integratie van de verschillende onderdelen:

  • * de vaststelling van het onderdeel met de hoogste categorie, waarbij veiligheidsappendages niet in aanmerking worden genomen;

  • * de beoordeling van de integratie van de verschillende onderdelen van samenstellen overeenkomstig de Richtlijn bijlage I art. 2.8 en 2.9, met in acht name van het onderdeel met de hoogste categorie;

  • * De beoordeling van de beveiliging van samenstellen:

  • * de vaststelling van het te beveiligen onderdeel met de hoogste categorie;

  • * de beoordeling van de beveiliging van samenstellen tegen overschrijding van de toelaatbare grenzen overeenkomstig de Richtlijn bijlage I art. 2.10 en 3.2.3.

4.12.3 Registratie

De resultaten van de beoordeling worden vastgelegd in een controle- en proefverslag als onderdeel van de eindrapportage ten behoeve van de te verstrekken ‘Verklaring van overeenstemming’ voor samenstellen.

4.13 BEHANDELINGSPROCEDURE DRUKSYSTEMEN

Deze procedure vertoont grote overeenkomst met de procedures voor het beoordelen van samenstellen zoals omschreven in de paragrafen 4.4 – 4.12. Om deze reden wordt in de hierna volgende tekst enkele malen naar deze paragrafen verwezen.

4.13.1 Benodigde basisinformatie

De CKI dient voor de beoordeling te beschikken over een schriftelijke aanvraag van de gebruiker. Deze aanvraag moet de onderstaande basisinformatie bevatten:

  • * naam en adres van de gebruiker;

  • * de volledige technische documentatie van het druksysteem;

  • * een inventarisatie van de onderscheidenlijke drukapparaten waaruit het druksysteem bestaat;

  • * de vaststelling of deze afzonderlijke apparaten aan een afzonderlijke procedure voor de beoordeling van overeenstemming onderworpen zijn geweest en zijn voorzien van een aparte CE markering met bijbehorende documentatie;

  • * voor zover nog niet voorzien door de voorgaande punten: de benodigde basisinformatie zoals is vermeld in de paragrafen 4.5 t/m 4.11 voor de betrokken behandelingsprocedure.

4.13.2 Procedures

De CKI dient voor de behandeling van een beoordeling van de samenbouw van een druksysteem (besluit art. 12a, lid 1) over een schriftelijke procedure te beschikken.

Met betrekking tot de vereisten voor de respectievelijke procedures op basis van de vastgestelde behandelingsprocedure (module) voor de uitvoering van de overeenstemmingsbeoordeling wordt verwezen naar de paragrafen 4.5 t/m 4.11.

In het bijzonder wordt met betrekking tot de procedure voor het door een CKI verstrekken van een ‘verklaring van type-/ontwerponderzoek’ voor een druksysteem verwezen naar paragraaf 4.6 (module B) / paragraaf 4.7 (module B1)

Opmerking: De behandelingsprocedures voor samenstellen volgens de Richtlijn (zie paragraaf 4.12) en die van het nationale regime voor druksystemen zijn aan elkaar gelijk. Er is een verschil in de te verstrekken documenten (zie hoofdstuk 9) en het niet aanbrengen van de CE-markering. Voor de samenbouw van druksystemen is de gebruiker de fabrikant.

4.13.3 Uit te voeren onderzoek

De uitvoering door de CKI dient te omvatten:

  • a) de beoordeling van de integratie van de verschillende onderdelen van het druksysteem overeenkomstig de Richtlijn bijlage I, punt 2.3, 2.8 en 2.9 en de overige van toepassing zijnde eisen van deze bijlage;

  • b) de beoordeling van de beveiliging van het druksysteem tegen overschrijding van de toelaatbare grenzen overeenkomstig de Richtlijn bijlage I, punt 2.10 en 3.2.3.

4.13.4 Rapportage en archivering

– Rapportage

De rapportage over de samenbouw van een druksysteem dient te geschieden zoals is vermeld in de paragrafen 4.4 – 4.12 voor de betrokken behandelingsprocedure voor samenstellen.

Daarbij worden de resultaten van de afzonderlijke beoordelingactiviteiten in het kader van de betrokken behandelingsprocedure door de CKI vastgelegd in rapportages. De rapportages bevatten tenminste de informatie volgens het overzicht ‘minimum inhoud (inspectie) rapportages’ (bijlage 4).

Aan de hand van de uitkomsten van het onderzoek zal een CKI al of niet een ‘verklaring van overeenstemming ten aanzien van de verrichte proeven’ afgeven.

Een ‘verklaring van ontwerponderzoek’ voor een druksysteem van de gebruiker m.b.t. het samenbouwen van druksystemen worden afgegeven door CKI’s.

De genoemde verklaringen onderscheiden zich van de verklaringen van een fabrikant, niet zijnde de gebruiker, door het weglaten van de letters ‘EG’.

De aangewezen CKI kan ter identificering van zichzelf gebruik maken van zijn Europees identificatienummer als aangewezen aangemelde CKI.

– Archivering

De archivering dient te geschieden zoals is vermeld in de paragrafen 4.5 – 4.12 voor de betrokken behandelingsprocedure.

Hierbij worden de volgende documenten door de CKI bewaard:

  • aanvraag

  • de desbetreffende documentatie

  • afschriften van de ‘verklaring van overeenstemming ten aanzien van de verrichte proeven’

  • (alleen voor CKI’s) afschriften van de ‘verklaring van ontwerponderzoek’

  • een weigering of intrekking

  • de (inspectie-)rapportages

  • de overige relevante documenten

De bewaartermijn bedraagt minimaal 10 jaar.

4.13.5 Verklaring van overeenstemming van de verrichte proeven

De door de CKI getekende ‘verklaring van overeenstemming van de verrichte proeven’ wordt met bijbehorende rapportage verstrekt aan de aanvrager.

De verklaring moet tenminste de informatie volgens bijlage 1 bevatten.

4.13.6 Verklaring van ontwerponderzoek

De door de CKI getekende ‘verklaring van ontwerponderzoek’ wordt met bijbehorende rapportage verstrekt aan de aanvrager.

De verklaring moet tenminste de informatie volgens bijlage 2 bevatten.

4.14 BEHANDELINGSPROCEDURE KEURING VOOR INGEBRUIKNEMING
4.14.1 Benodigde basisinformatie

De CKI dient voor de uitvoering van het onderzoek te beschikken over een schriftelijke aanvraag door of namens de gebruiker. Deze aanvraag moet de volgende basisinformatie bevatten:

  • * naam en adres van de gebruiker;

  • * plaats waar de drukapparatuur staat opgesteld;

  • * de EG-verklaring van overeenstemming of de verklaring van overeenstemming;

  • * de gebruiksaanwijzing, bedoeld in bijlage I, punt 3.4 van de Richtlijn;

  • * documentatie van de apparatuur zoals die gold voor inwerkingtreding van het besluit;

  • * aanvullende documentatie, indien nodig.

4.14.2 Procedures

De CKI dient voor de behandeling van een aanvraag voor een keuring vóór ingebruikneming (besluit, art. 12b, lid 3) over een schriftelijke procedure te beschikken.

De procedure keuring vóór ingebruikneming is aansluitend op de procedures van de paragrafen 4.4 – 4.13, met betrekking tot de vervaardiging van drukapparatuur en samenstellen en samenbouw van een druksysteem.

4.14.3 Uit te voeren onderzoek

De CKI zal, voor zover van toepassing, het volgende onderzoek uitvoeren, waarbij rekening gehouden wordt met de beoordelingen van overeenstemming die ingevolge de artikelen 11, 12, 12a of 14a van het besluit in het kader van de vervaardiging van de bedoelde apparatuur reeds hebben plaatsgevonden (zie besluit art. 12b, lid 7):

  • a) de verificatie van de drukapparatuur aan de hand van de gebruiksaanwijzing en markeringen;

  • b) de controle van de uitwendige toestand van de drukapparatuur;

  • c) de controle van de werking van de veiligheidsappendages en onder druk staande appendages, voor zover van toepassing;

  • d) de controle van de opstelling van de drukapparatuur.

4.14.4 Rapportage en archivering

– Rapportage

De rapportages bevatten tenminste de informatie volgens het overzicht ‘minimum inhoud (inspectie) rapportages’ (bijlage 4).

Aan de hand van de uitkomsten van het onderzoek zal de CKI een rapport opmaken en al of niet een ‘verklaring van ingebruikneming’ of een ‘voorlopige verklaring van ingebruikneming’ afgeven.

– Archivering

De aanvraag, een afschrift van de ‘verklaring van ingebruikneming’ of een ‘voorlopige verklaring van ingebruikneming’, een weigering, een intrekking, de (inspectie) rapportages en de overige relevante documenten worden door de CKI bewaard (bewaartijd is minimaal de toegekende herkeurtermijn + 4 jaar, met een minimum van 10 jaar).

4.14.5 Verklaring van ingebruikneming

De door de CKI getekende 'verklaring van ingebruikneming' of ‘voorlopige verklaring van ingebruikneming’ wordt met het bijbehorende rapport verstrekt aan de aanvrager. De verklaringen moeten tenminste de informatie volgens bijlage 8 bevatten.

4.14.6 Aantekenbladen

De CKI verstrekt aan de aanvrager aantekenbladen, waarop de bevindingen van verrichtingen aan de drukapparatuur gedurende gebruiksfase worden vermeld.

Ieder aantekenblad moet ten behoeve van de identificeerbaarheid tenminste de volgende informatie bevatten: een referentiekenmerk van het drukapparaat, dat tevens genoemd wordt op de ‘verklaring van ingebruikneming’. Er dient een zodanig systeem van bladnummering gehanteerd te worden dat daaruit het bestaan van alle aantekenbladen af te leiden is.

4.15 BEHANDELINGSPROCEDURE HERKEURING GEBRUIKSFASE
4.15.1 Benodigde basisinformatie

De CKI dient ten aanzien van de uitvoering van het onderzoek te beschikken over een schriftelijke aanvraag van de gebruiker. Deze aanvraag moet de volgende basisinformatie bevatten:

  • * naam en adres van de gebruiker;

  • * plaats waar de drukapparatuur staat opgesteld;

  • * (indien van toepassing) de verklaring van ingebruikneming, met inbegrip van het aantekenblad *1);

  • * de verklaring van herkeuring afgegeven na een voorgaande herkeuring, met inbegrip van het bijbehorende rapport;

  • * de documentatie van de apparatuur zoals die gold voor inwerkingtreding van het besluit (1 augustus 2005);

  • * aanvullende documentatie, indien nodig;

  • * een herbeoordelingplan voor de vaste termijn*2).

  • *1) Ingeval van drukapparatuur waarvoor conform het Besluit geen Verklaring van Ingebruikneming vereist is conform Regeling artikel 2, maar waarvoor wel een herkeurplicht geldt conform de Regeling art. 3, treedt de Verklaring van overeenstemming betreffende het samenstel of druksysteem hiervoor in de plaats.

  • *2) Een reeds in een eerder stadium goedgekeurd herbeoordelingsplan attendeert de gebruiker over de noodzakelijke voorbereidingen voor de uitvoering van de herkeuring.

4.15.1.1 Aanvullende specifieke informatie voor overschrijding jaargrens

In aanvulling op de basisinformatie:

  • * een voorstel voor een concrete datum, in de eerste 6 maanden na overschrijding van de jaargrens, waarop de herkeuring zal worden uitgevoerd;

  • * gegevens waaruit blijkt dat de integriteit van de drukapparatuur op basis van technische maatstaven, tot het moment van de herkeuring, is gewaarborgd.

4.15.1.2 Aanvullende specifieke informatie voor termijnverlenging

In aanvulling op de basisinformatie:

  • gegevens waaruit blijkt dat de drukapparatuur, op basis van technische maatstaven, in aanmerking komt voor de verlenging;

  • gegevens waaruit blijkt dat de inspectieafdeling van de gebruiker gecertificeerd is voor de betreffende taak, zoals vastgelegd in PRD 2.4*);

  • de gewenste termijnverlenging;

  • een herbeoordelingsplan voor termijnverlenging;

  • gegevens over de gebruiksomstandigheden, voor zover die van belang kunnen zijn voor de degradatie tijdens de verlengde termijn;

  • gegevens over uitgevoerde wijzigingen en reparaties;

  • een verklaring van de gebruiker dat de gewenste verlenging verantwoord is;

  • voor een overzicht van de taakverdeling tussen de gebruiker; IVG; KVG; AKI zie bijlage 11.

4.15.1.3 Aanvullende specifieke informatie voor termijnflexibilisering

In aanvulling op de basisinformatie:

  • gegevens waaruit blijkt dat de drukapparatuur, op basis van technische maatstaven, in aanmerking komt voor de termijnflexibilisering;

  • gegevens waaruit blijkt dat de inspectieafdeling van de gebruiker gecertificeerd is voor de betreffende taak*) en de overige afdelingen van de gebruiker die invloed hebben op de kwaliteit van de werkzaamheden in het kader van termijnflexibilisering, voldoet aan artikel 9 vijfde lid van de Regeling en verder voldaan wordt aan het gestelde in het PRD 2.3 en 2.4;

  • de gewenste termijn;

  • een herbeoordelingsplan voor termijnflexibilisering;

  • overige verplichte informatie als te overleggen volgens PRD 2.3;

  • een verklaring van de gebruiker dat de gewenste flexibilisering verantwoord is;

  • voor een overzicht van de taakverdeling tussen de gebruiker; IVG; KVG; AKI zie bijlage 11.

  • *) Ingeval de gebruiker beschikt over een KVG, kan deze namens de gebruiker de handelingen verrich-ten zoals door een IVG uit te voeren. Zie bijlage 11.

4.15.2 Procedure vaste termijnen

De CKI dient voor de behandeling van een aanvraag voor herkeuring (besluit, art.12c, lid 3) over een schriftelijke procedure te beschikken.

De volgende aspecten moeten in de procedure voor herkeuring (vaste termijnen) zijn opgenomen:

  • het beoordelen van de aanvraag. (m.n. de historie van het drukapparaat en het te volgen herbeoordelingsplan);

  • het uitvoeren van het onderzoek (par. 4.15.5);

  • de rapportage (par. 4.15.6);

  • de formulering van het eindoordeel *) aangaande het verdere gebruik van de drukapparatuur en eventuele daaraan verbonden voorwaarden;

  • bijwerken aantekenblad en afgifte van een Verklaring van Herkeuring (par. 4.15.7 en 4.15.8);

  • (alleen voor CKI’s voor zover van toepassing) de uitvoering van het toezicht op een inspectieafdeling van de gebruiker en de door die afdeling uitgevoerde herkeuringen.

  • *) Bij de vaststelling van de vaste termijn van 4 onderscheidenlijk 6 jaar bij drukvaten en installatieleidingen worden tevens de bijbehorende veiligheidsappendages betrokken.

Zie de Regeling, art.6 lid 1a en lid 2. Hierbij wordt de vaststelling van de termijn voor de veiligheidsappendages op de daarvoor specifiek geldende constructieve en functionele eisen gebaseerd. Hierdoor kan het voorkomen dat de termijn van de veiligheidsappendage(s) korter is dan de vaste termijn van het drukvat of installatieleiding, maar nooit langer

De procedure voor vaste termijnen dient tevens te voorzien in een (schriftelijke) opgave aan de gebruiker (aanvrager) van de redenen tot weigering van een verzoek tot herkeuring.

4.15.3 Overschrijden jaargrens

De CKI dient te beschikken over een schriftelijke procedure gericht op de behandeling van een verzoek tot overschrijding van de jaargrens op basis van de verstrekte informatie als genoemd in par. 4.15.1.1.

Deze procedure dient te voorzien in een (schriftelijke) opgave aan de gebruiker (aanvrager) van de redenen tot weigering van een verzoek tot overschrijding.

De van toepassing zijnde taakverdeling is in de volgende tabel overzichtelijk weergegeven.

Gebruiker

Inspectieafdeling Van de Gebruiker (IVG)

Keuringsdienst Van Gebruikers (KVG)

Aangewezen Keuringsinstelling (AKI)

Overschrijden jaargrens (uitstel)

• Voorbereiden van de aanvraag

– Beoordelen van de historie

– Alternatieve (NDO) onderzoeken (par. 4.5.2.1)

• Aanvraag indienen

• Toevoegen verklaring dat uitstel verantwoord is

 

• Beoordeelt de aanvraag

• Neemt onderzoeksresultaten mee in het eindoordeel

• Eindoordeel formuleren over het aangevraagde uitstel

 

• Ondersteunen van de aanvraag

• Indien van toepassing: uitvoeren en rapporteren van de inspectiebevindingen

• Autorisatie rapportage

• Beoordelen en medeondertekenen van de aanvraag

 

• Houdt toezicht op de uitvoering afhandeling van de aanvraag tot overschrijden jaargrens (uitstel)

• Eindoordeel formuleren over de aangevraagde overschrijding jaargrens (uitstel)

4.15.4 Verkorting herkeurtermijn

De CKI dient te beschikken over een schriftelijke procedure gericht op het stellen van kortere termijnen dan in de MR is vastgelegd.

Deze procedure dient te voorzien in een (schriftelijke) opgave aan de gebruiker (aanvrager) van de redenen tot de beslissing van de kortere termijn.

4.15.5 Uit te voeren onderzoek
4.15.5.1 Herkeuring door een AKI of KVG

Opmerking: Dit betreft de periodieke herkeuring aan het einde van een vaste, verlengde of geflexibiliseerde termijn.

De CKI voert, voor zover van toepassing, op basis van het gestelde in artikel 3 van de MR, de onderzoeken uit conform het goedgekeurde herbeoordelingsplan.

Opmerking: In dit geval is de CKI verantwoordelijk voor de correcte waarneming en juiste rapportage en het aftekenen van het bewuste inspectiepunt.

4.15.5.2 Toezicht door een AKI op een IVG bij herkeuring op basis van vaste termijnen

Een CKI beoordeelt het kwaliteitssysteem van de IVG op basis van het gestelde in het schema voor beoordeling van systemen.

Dezelfde CKI is verder betrokken bij:

  • verificatie van minimaal 10% *) van de herbeoordelingplannen;

  • bijwonen en/of herhalen van minimaal 10% *) van door de IVG uitgevoerde onderzoeken conform het herbeoordelingsplan. De IVG blijft hierbij verantwoordelijk voor de rapportage.

Opmerking: De AKI tekent op de rapportage van de inspectiebevindingen, ten teken dat de waarneminen correct zijn en juist zijn weergegeven op het rapport.

  • verificatie van 100% van de rapportages van de inspectiebevindingen als basis voor het afgeven van de Verklaring van herkeuring en het maken van een aantekening op het aantekenblad.

  • *) op basis van jaarvolume

4.15.5.3 Toezicht door een AKI op een IVG bij termijnverlenging

Een CKI beoordeelt het kwaliteitssysteem van de IVG op basis van het gestelde in het schema voor beoordeling van systemen. Dezelfde CKI is verder betrokken bij:

  • verificatie van 100% van de herbeoordelingplannen voor termijnverlenging;

  • bijwonen en/of herhalen van minimaal 10% *) van door de IVG uitgevoerde onderzoeken conform het herbeoordelingsplan voor termijnverlenging. De IVG blijft hierbij verantwoordelijk voor de rapportage.

Opmerking: De AKI tekent op de rapportage van de inspectiebevindingen, ten teken dat de waarnemingen correct zijn en juist zijn weergegeven op het rapport.

  • verificatie van 100% van de rapportages van de inspectiebevindingen als basis voor het afgeven van de Verklaring van herkeuring (met de verlengde termijn) en het maken van een aantekening op het aantekenblad.

  • *) op basis van jaarvolume

4.15.5.4 Toezicht door een AKI op een KVG bij termijnverlenging

De CKI heeft geen bemoeienis met de beoordeling van het kwaliteitssysteem van de KVG. De basis daarvoor zijn de betreffende accreditatienormen.

De CKI is betrokken bij:

  • verificatie van 100% van de herbeoordelingsplannen voor termijnverlenging;

  • bijwonen en/of herhalen van maximaal 10%*) van door de KVG uitgevoerde onderzoeken conform het herbeoordelingsplan voor termijnverlenging. De KVG is hierbij verantwoordelijk voor de rapportage (zie bijlage 4).

Opmerking: De KVG tekent op de rapportage van de inspectiebevindingen.

  • verificatie van 100% van de rapportages van de inspectiebevindingen als basis voor het afgeven van de Verklaring van herkeuring (met de verlengde termijn) en het maken van een aantekening op het aantekenblad.

  • *) op basis van jaarvolume

4.15.5.5 Toezicht door een AKI op een IVG bij termijnflexibilisering

Een CKI beoordeelt het kwaliteitssysteem van de IVG op basis van het gestelde in het schema voor beoordeling van systemen. Dezelfde CKI is verder betrokken bij:

Periodieke herkeuring

  • verificatie van 100% van de herbeoordelingsplannen t.b.v. de uitvoering van de periodieke herkeuring na het verstrijken van de geflexibiliseerde termijn;

  • bijwonen en/of herhalen van minimaal 10%*) van door de IVG uitgevoerde herkeuringen;

  • verificatie van 100% van de rapportages van de inspectiebevindingen als basis voor het afgeven van de Verklaring van herkeuring en het maken van een aantekening op het aantekenblad.

(Afhankelijk van de beschikbaarheid van informatie kan er sprake zijn van een vaste termijn of een nieuwe geflexibiliseerde termijn. Om voor een nieuwe geflexibiliseerde termijn in aanmerking te komen, dient de gebruiker binnen 12 maanden na het uitvoeren van de periodieke herkeuring een nieuw inspectieprogramma op basis van de RBI indienen).

Inspecties tijdens de looptijd van de geflexibiliseerde termijn

Op basis van verkregen (proces) informatie tijdens de looptijd van de geflexibiliseerde termijn kunnen de specifieke herbeoordelingsplannen worden aangepast en verwerkt in het jaarplan met uit te voeren inspecties.

  • beoordelen van het jaarplan met de uit te voeren RBI inspecties;

  • bijwonen en/of herhalen van minimaal 10% *) van door de IVG uitgevoerde ‘niet-inwendige’ inspecties. De IVG blijft hierbij verantwoordelijk voor de rapportage.

Opmerking: De AKI tekent op de rapportage van de inspectiebevindingen, ten teken dat de waarnemingen correct zijn en juist zijn weergegeven op het rapport.

  • verificatie van 100% van de rapportages van de inspectiebevindingen als basis voor het maken van een aantekening op het aantekenblad.

  • *) op basis van jaarvolume

4.15.5.6 Toezicht door een AKI op een KVG bij termijnflexibilisering

De CKI heeft geen bemoeienis met de beoordeling van het kwaliteitssysteem van de KVG betreffende de werkzaamheden van de KVG conform de tabel in bijlage 11. De basis daarvoor zijn de betreffende accreditatienormen.

De AKI beoordeelt wel het kwaliteitssysteem van de gebruiker m.b.t. de andere afdelingen en aspecten die invloed hebben op de kwaliteit van de werkzaamheden welke in het kader van de termijnflexibilisering moeten worden verricht.

Onderzoeken tijdens de looptijd van de geflexibiliseerde termijn

Op basis van verkregen (proces) informatie tijdens de looptijd van de geflexibiliseerde termijn kunnen de specifieke herbeoordelingsplannen worden aangepast en verwerkt in het jaarplan met uit te voeren inspecties.

  • beoordelen van het jaarplan met de uit te voeren inspecties aan drukapparatuur met een geflexibiliseerde termijn;

  • bijwonen en/of herhalen van maximaal 10% *) van door de KVG uitgevoerde ‘niet-inwendige’ inspecties. De KVG blijft hierbij verantwoordelijk voor de rapportage van de inspectiebevindingen. (zie bijlage 4)

Opmerking: De KVG tekent op de rapportage van de inspectiebevindingen.

  • verificatie van 100% van de rapportages van de inspectiebevindingen als basis voor het maken van een aantekening op het aantekenblad.

  • *) op basis van jaarvolume

4.15.6 Rapportage en archivering

– Rapportage

De rapportage met daarin de uitkomsten van beoordelingen van de ingediende informatie conform paragraaf 4.15.1 en uitgevoerde onderzoeken conform paragraaf 4.15.5 bevat tenminste de informatie volgens het overzicht ‘minimum inhoud (inspectie) rapportages – nieuwbouw – gebruiksfase’ (bijlage 4) bevat.

– Archivering

De aanvraag, een afschrift van de ‘verklaring van herkeuring’, een weigering, een intrekking, de beoordelingen, de (inspectie-)rapportages en de overige relevante documenten worden door de CKI bewaard (bewaartijd is minimaal de toegekende herkeuringtermijn + 4 jaar, met een minimum van 10 jaar).

4.15.7 Verklaring van herkeuring

De door de CKI getekende 'verklaring van herkeuring' wordt met het bijbehorende rapport verstrekt aan de aanvrager. De verklaring moet tenminste de informatie volgens bijlage 9 bevatten.

Op verzoek van de gebruiker kan, op basis van het besluit art. 12c, lid 9 worden volstaan met één verklaring van herkeuring voor meerdere drukapparaten. Op basis van de MR kan ook voor een groep installatieleidingen worden volstaan met één verklaring.

4.15.8 Aantekenbladen

Vaste termijn herkeuringen door AKI of KVG

De CKI vermeldt op de aantekenbladen de bevindingen van de door hen uitgevoerde herkeuring, alsmede een verwijzing (referentie) naar de Verklaring van Herkeuring en/of het eindoordeel van de CKI aangaande het verdere gebruik van de drukapparatuur zo nodig met verwijzing naar een bijbehorend rapport.

Inspecties m.b.t. vaste termijn, verlengde en geflexibiliseerde termijn door de IVG

Ingeval dat inspecties onder toezicht van een CKI door de inspectieafdeling van de gebruiker (IVG) zijn uitgevoerd, vermeldt de CKI op het aantekenblad een verwijzing naar de Verklaring van Herkeuring en/of haar eindoordeel aangaande het verdere gebruik van de drukapparatuur. Uit de aantekening op het aantekenblad dient herleidbaar*) te zijn, op welke rapportage het eindoordeel van de CKI gebaseerd is.

Inspecties m.b.t. verlengde en geflexibiliseerde termijn door de KVG

Ingeval dat inspecties in het kader van termijnverlenging of termijnflexibilisering onder toezicht van een instelling door de KVG zijn uitgevoerd, vermeldt de instelling op het aantekenblad een verwijzing naar de Verklaring van Herkeuring en/of haar eindoordeel aangaande het verdere gebruik van de drukapparatuur. Uit de aantekening op het aantekenblad dient herleidbaar*) te zijn, op welke rapportage het eindoordeel van de instelling gebaseerd is.

  • *) Opmerking: Dit kan ook middels een referentie in het rapport van de AKI naar een rapport van de IVG of KVG.

4.15.9 Herkeuring van flessen voor ademhalingstoestellen

De herkeuring van flessen voor ademhalingstoestellen vindt plaats volgens de eisen, nader uitgewerkt in de PRD 2.3.

In de procedure van de CKI dient te zijn opgenomen dat de datum van herkeuring en het kenmerk van de CKI op flessen voor ademhalingstoestellen wordt op duurzame wijze aangebracht. Het is aan de CKI om een uniek kenmerk te ontwikkelen dat op een publiekelijk toegankelijke plaats (b.v. website op Internet) wordt gepubliceerd.

Conform de Toelichting bij het Besluit wordt bij de herkeuring van flessen geen Verklaring van herkeuring afgegeven.

De herkeurde flessen staan op een verzamelstaat met minimaal de volgende gegevens:

  • Naam van de beproevingsinrichting

  • Eigenaar van de fles(sen)

  • Datum eerste keur

  • Flesnummer

  • Inhoud [liters]

  • Oorspronkelijk gewicht [kg]

  • Huidige gewicht [kg]

  • Proefdruk [barg]

  • Herbeproevingsdatum

  • (indien van toepassing) bevindingen in/uitwendig onderzoek

  • Beproevingsresultaat / indicatie goedkeur onderscheidenlijk afkeur

  • Naam en handtekening bevoegd persoon van de beproevingsinrichting.

De CKI behoudt van de door haar gewaarmerkte verzamelstaten een afschrift.

4.16 BEHANDELINGSPROCEDURE INTREDEKEURING
4.16.1 Benodigde basisinformatie

De CKI dient voor de uitvoering van de intredekeuring te beschikken over een schriftelijke aanvraag van de gebruiker. Deze aanvraag moet, voor zover van toepassing, de volgende basisinformatie bevatten:

  • * naam en adres van de gebruiker;

  • * plaats waar de drukapparatuur staat opgesteld;

  • * de documenten omtrent het ontwerp, de vervaardiging en het toegestane gebruik (op de vorige plaats van opstelling);

  • * de afgegeven verklaringen met bijbehorende rapporten met betrekking tot drukapparatuur van keuringsinstellingen.

4.16.2 Procedure

De CKI dient voor de behandeling van een aanvraag voor een intredekeuring (besluit, art. 12d, lid 3) over een schriftelijke procedure te beschikken. De toetsing van het ontwerp/constructie gebeurt tegen de actuele versie van de oorspronkelijk toegepaste normen, of ontwerp- / constructieregels. Indien deze niet meer beschikbaar zijn mag op andere wijze aangetoond worden dat aan de betreffende essentiële veiligheidseisen van de PED wordt voldaan.

De procedure moet o.a voorzien in een beoordeling van de verschillen tussen de te hanteren normen, of ontwerp- / constructieregels en de beschikbare documentatie van de drukapparatuur in relatie tot het beoogd gebruiksdoel.

4.16.3 Uit te voeren onderzoek

De CKI moet, voor zover van toepassing, de volgende handelingen verrichten;

  • a) beoordeling van het ontwerp naar beoogd gebruiksdoel, bestaande uit:

    • * Verificatie van de beschikbaar gestelde informatie, waaruit moet blijken dat de drukapparatuur in het land van herkomst voor bepaalde ontwerp- en gebruikscondities in gebruik mocht zijn. Deze informatie vormt de referentie voor de aangevraagde ontwerp- en gebruikscondities;

    • * Beoordelen van de ontwerpcondities tegen de voorziene gebruiksconditie(s);

    • * Beoordelen van het ontwerp c.q. de constructie.

  • b) beoordeling van de documenten met betrekking tot de vervaardiging, bestaande uit:

    • * Verificatie of aan de vereiste onderzoeken en inspecties conform de toegepaste normen, of ontwerp- / constructieregels is voldaan;

    • * Ingeval van ontbrekende documenten of informatie over bepaalde onderzoeken: het opstellen van keuringseisen en het beoordelen van het aanvullend test & inspectieplan.

  • c) beoordeling van de integratie en beveiliging:

    • * Een beschouwing van de invloeden die de drukapparatuur op zijn omgeving en omringende drukapparatuur heeft, evenals de invloed die de drukapparatuur vanuit zijn omgeving ondervindt;

    • * Het verifiëren van de beveiliging;

    • * Het beoordelen van het test- & inspectieplan in het kader van de integratie en beveiliging.

  • d) het uitvoeren van de volgende onderzoeken:

    • * Verificatie of de beschikbaar gestelde documentatie behoort bij de te onderzoeken drukapparatuur (voor zover van toepassing);

    • * Uitvoering van de onderzoeken en inspecties op basis van het opgestelde test & inspectieplan. Het test- en inspectieplan bevat ten behoeve van een ‘nulmeting’ (status / conditiebepaling) o.a.:

      • (voor zover van toepassing) een controle van de inwendige toestand van de drukapparatuur, zo nodig aangevuld met ander passend onderzoek

      • (voor drukapparatuur die niet inwendig is te inspecteren) passend onderzoek.

      • de controle van de uitwendige toestand van de drukapparatuur.

  • e) keuring voor ingebruikneming, bestaande uit:

    • * Verificatie van de benodigde informatie omtrent een juiste opstelling en veilig gebruik;

    • * Een keuring voor ingebruikneming uitgevoerd volgens par. 4.14.3 van dit schema.

4.16.4 Rapportage en archivering

– Rapportage

Aan de hand van de uitkomsten van beoordelingen en onderzoeken zal de CKI een rapport opmaken dat tenminste de informatie volgens het overzicht ‘minimum inhoud (inspectie) rapportages – nieuwbouw – gebruiksfase’ (bijlage 4) bevat en al of niet een 'verklaring van intredekeuring en ingebruikneming' afgeven.

– Archivering

De aanvraag, een afschrift van de ‘verklaring van intredekeuring en ingebruikneming’, een weigering, een intrekking, de beoordelingen, de (inspectie-)rapportages en de overige relevante documenten worden door de CKI bewaard (bewaartijd is minimaal de toegekende herkeurtermijn + 4 jaar, met een minimum van 10 jaar).

4.16.5 Verklaring van intredekeuring en ingebruikneming

De door de CKI getekende 'verklaring van intredekeuring en ingebruikneming' wordt met het bijbehorende rapport verstrekt aan de aanvrager.

De verklaring moet tenminste de informatie volgens bijlage 10 bevatten.

4.17 BEHANDELINGSPROCEDURE BEOORDELING VAN WIJZIGINGEN
4.17.1 Benodigde basisinformatie

De CKI dient voor de uitvoering van een beoordeling van een wijziging te beschikken over een schriftelijke aanvraag van de gebruiker. Deze aanvraag moet, voor zover van toepassing, de volgende basisinformatie bevatten:

  • * naam en adres van de gebruiker;

  • * plaats waar de drukapparatuur staat opgesteld;

  • * de verklaring van ingebruikneming, met inbegrip van het bijbehorende rapport en de aantekenbladen *1);

  • * de verklaring van herkeuring afgegeven na een voorgaande herkeuring, met inbegrip van het bijbehorende rapport;

  • * de benodigde technische documentatie voor de uitvoering van de overeenstemmingsbeoordeling van de wijziging;

Opmerking: Hierbij wordt verwezen naar de toelichting op artikel 13 van het Besluit.

  • * een productieschema (planning);

  • * aanvullende documentatie.

Opmerking: In overleg met de CKI kan overeengekomen worden dat (gedeelten van) de informatie op de plaats van de opstelling van de drukapparatuur beoordeeld wordt.

*1) Ingeval van drukapparatuur waarvoor conform het Besluit geen Verklaring van Ingebruikneming vereist is, maar waarvoor wel een herkeurplicht geldt conform MR art. 3, treedt de Verklaring van overeenstemming betreffende het samenstel of druksysteem hiervoor in de plaats.

4.17.2 Nadere uitwerking taken

Afhankelijk van de organisatievorm van de gebruiker moet één van de volgende taakverdelingen toegepast worden. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen:

I. Wijzigingen begeleid door de AKI of KVG

Dit betreft wijzigingen aan drukapparatuur welke zijn aangewezen volgens art. 14a van het besluit. Dit kunnen constructieve wijzigingen zijn en wijzigingen die betrekking hebben op de gebruiksomstandigheden of de kenmerkende waarden van de drukapparatuur, zoals PS, TS, het volume voor drukvaten of de nominale maat DN voor installatieleidingen.

II. Wijzigingen onder toezicht

Dit betreft alleen constructieve wijzigingen die door een IVG onder toezicht van de AKI kunnen worden uitgevoerd.

Het is de verantwoordelijkheid van de IVG om in overleg met de AKI te bepalen of de complexiteit van de constructieve wijziging alsnog aanleiding is om de beoordeling en inspecties door de AKI te laten uitvoeren.

Gebruiker

Inspectieafdeling Van de Gebruiker (IVG)

Keuringsdienst Van Gebruikers (KVG)

Aangewezen Keuringsinstelling (AKI)

I. Wijzigingen begeleid door de AKI of KVG

– Ontwerp van de wijziging maken

– Inspectieplan opstellen

– Aanvraag indienen met de basis informatie

– Beoordeling van de constructieve aspecten, integratie en beveiliging

– Inspectieplan beoordelen

– Inspecties uitvoeren conform inspectieplan

– Rapporteren

– Eindoordeel formuleren *1)

II. Wijzigingen begeleid door de IVG onder ‘Toezicht’

– Ontwerp van de constructieve wijziging maken

– Inspectieplan opstellen *3)

– Aanvraag indienen met de basis informatie

– Beoordelen van het constructieve ontwerp van de wijziging

– Inspectieplan beoordelen

– Inspecties uitvoeren conform inspectieplan

– Rapporteren

– Autorisatie rapportage

 

– Houdt toezicht op de beoordeling en/of inspectie door de IVG (zie par. 4.17.4.3)

– Eindoordeel formuleren *2)

*1) Dit betreft het rapporteren omtrent de bevindingen in een rapport en het maken van een aantekening in het aantekenblad. En afhankelijk van de soort wijziging het afgeven van een verklaring van ingebruikneming en/of herkeuring.

*2) Dit betreft het rapporteren omtrent de bevindingen in een rapport, waarin een verwijzing is opgenomen naar de wijze waarop het toezicht is uitgevoerd en het maken van een aantekening in het aantekenblad.

*3) De gebruiker kan het opstellen van het inspectieplan uitbesteden aan zijn IVG of KVG. Zie tevens de voorwaarde in PRD 2.4 voor het beoordelen van de inspectieplannen door de IVG.

4.17.3 Procedure

De CKI dient voor de uitvoering van een beoordeling van wijzigingen aan drukapparatuur in de gebruiksfase over een schriftelijke procedure te beschikken. Daarin moet zijn opgenomen een beoordeling van de constructieve aspecten en de uitvoering van het toezicht tijdens de uitvoering van de wijziging.

De CKI dient over een schriftelijke procedure te beschikken voor de uitvoering van de beoordeling van de integratie en de beveiliging van drukapparatuur.

De gewijzigde apparatuur wordt zo nodig vervolgens onderworpen aan een keuring als bedoeld in besluit artikel 12b, waarbij rekening wordt gehouden met eerder uitgevoerd onderzoek. (besluit art. 14a, lid 6)

Indien drukapparatuur vanwege de wijziging is komen te vallen onder de apparatuur die is aangewezen op grond van artikel 12c, eerste lid dan voert de CKI, voor zover van toepassing, een herkeuring uit als bedoeld in art. 12c van het besluit.

4.17.3.1 Toezicht door een AKI op een IVG bij constructieve wijzigingen

Een instelling dient te beschikken over een schriftelijke procedure gericht op een verzoek van de gebruiker om zijn inspectieafdeling zelf de constructieve beoordelingen en inspecties van wijzigingen te laten uitvoeren.

Deze procedure dient de volgende onderdelen te bevatten:

  • a. verificatie of de te keuren drukapparatuur valt binnen de grenzen als genoemd in artikel 3 eerste lid van de Regeling;

  • b. certificering van het kwaliteitssysteem van de IVG op basis van ISO 9001 c.q. een controle van de geldigheid van een reeds aanwezig ISO 9001 certificaat als basis voor de uit te voeren beoordeling en inspecties *);

  • c. aanvullende beoordeling *) van het kwaliteitssysteem van de inspectieafdeling van de gebruiker;

  • d. toezicht op de door de IVG uit te voeren beoordeling en inspectie van constructieve wijzigingen, waarbij de instelling zich een beeld vormt van de kwaliteit van de beoordelingsvaardigheden en de waarnemingen tijdens de inspecties en van de volledigheid, nauwkeurigheid en juistheid van de rapportages.

Opmerking: De bevindingen van het uitgeoefend toezicht worden zodanig door de AKI vastgelegd dat deze registratievorm bruikbaar is om de prestaties van de IVG over een langere periode in overleg met de gebruiker te kunnen evalueren.

  • *) Nader uitgewerkt in PRD 2.4

4.17.4 Uit te voeren onderzoek

Dit betreft een nadere uitwerking van de in het besluit art. 14a, lid 4 bedoelde onderzoeken.

4.17.4.1 Voorbespreking van de wijziging

De CKI dient voor de aanvang van de wijziging van de desbetreffende drukapparatuur met de gebruiker of door hem aangewezen partij (fabrikant) in overleg te treden met betrekking tot de onderstaande elementen:

  • * de gang van zaken m.b.t. de overeenstemmingsbeoordeling conform paragraaf 4.17.4.2;

  • * het beoordelen, vaststellen en vastleggen van een voorstel betreffende de aard en omvang van de beoordelings-, onderzoek- of beproevingsactiviteiten door de CKI;

  • * de beheersing van de relevante registraties om het voldoen aan de desbetreffende eisen van de Richtlijn aan te tonen;

  • * de kennisgeving aan de gebruiker (resp. fabrikant) van de resultaten van de beoordelings-, onderzoek- of beproevingsactiviteiten die door de CKI worden uitgevoerd c.q. bijgewoond.

Opmerking:

De gevestigde methoden voor de beheersing van de fabricage en eindcontrole zijn:

  • * het overleg tussen de CKI en de fabrikant door middel van een ‘pré-inspection meeting’;

  • * het vastleggen van het beoordelingsonderzoek en beproevingsactiviteiten door of namens de gebruiker en de CKI door middel van het vaststellen van het voorgestelde inspectie- / testplan.

4.17.4.2 Beoordelingen en inspecties

a. Controle technische documentatie

De technische documentatie dient, voor zover dat voor de beoordeling van de wijziging nodig is, inzicht te verschaffen in constructieve aspecten aangaande de wijziging, het fabricageproces en eindcontrole, alsmede aspecten aangaande de integratie, beveiliging en werking teneinde aan te tonen dat overeenstemming bestaat met de desbetreffende eisen van het Besluit en de actuele versie van de oorspronkelijk toegepaste norm(en) of ontwerp- / constructieregels, tenzij dit redelijkerwijs niet mogelijk is.

De CKI controleert de technische documentatie op volledigheid aan de hand van bijlage 6.

b. Overeenstemmingsbeoordeling van de constructieve aspecten (Besluit art.14a, lid 4)

De CKI bestudeert de technische documentatie van de wijziging en identificeert de afzonderlijke onderdelen voor het uitvoeren van een beoordeling.

Voor de vaststelling van de aard en omvang van de beoordeling van het ontwerp in relatie tot de desbetreffende wijziging worden twee verschillende uitgangspunten onderscheiden, t.w.:

  • * de geharmoniseerde normen volgens artikel 5 van de richtlijn drukapparatuur zijn toegepast;

  • * de geharmoniseerde normen volgens artikel 5 van de richtlijn drukapparatuur zijn niet toegepast.

Toepassing geharmoniseerde normen

De CKI verricht de onderstaande beoordelingen in het geval de geharmoniseerde nor-men volgens artikel 5 van de Richtlijn zijn toegepast:

  • * een controle of de juiste geharmoniseerde normen, juist en in de juiste samenhang werkelijk zijn toegepast;

  • * een controle van het ontwerp van de wijziging op basis van de toepassing van de geharmoniseerde normen, door middel van een beoordeling en/of controle van de invoergegevens in relatie tot het ontwerp en/of het resultaat van de berekeningsmethode, aan de hand van de toetsingslijst ‘ontwerpbeoordeling – nieuwbouw – gebruiksfase’ (zie bijlage 7).

Geen toepassing geharmoniseerde normen

De CKI verricht de onderstaande beoordelingen in het geval de geharmoniseerde normen volgens artikel 5 van de Richtlijn niet zijn toegepast:

  • * een controle of de toegepaste normen of technische maatstaven voldoen aan de essentiële eisen van de richtlijn drukapparatuur;

  • * een controle of de toegepaste normen of technische maatstaven, juist en in de juiste samenhang werkelijk zijn toegepast;

  • * een controle van het ontwerp van de wijziging op basis van de toegepaste normen of technische maatstaven, door middel van een beoordeling en/of controle van de invoergegevens in relatie tot het ontwerp en/of het resultaat van de berekeningsmethode, aan de hand van de toetsingslijst ‘ontwerpbeoordeling – nieuwbouw – gebruiksfase’ (zie bijlage 7).

    c. Controle / beoordeling gebruikte materialen

De CKI controleert de gebruikte materialen op het voldoen aan een van de onderstaande voorwaarden:

  • * een materiaal overeenkomstig de geharmoniseerde normen;

  • * een materiaal overeenkomstig een Europese materiaalgoedkeuring voor drukapparatuur;

  • * een materiaal overeenkomstig een aparte materiaalbeoordeling.

Opm. (indien van toepassing) Voor drukapparatuur ingedeeld in categorie III of IV of in de gevallen waarbij er geen herclassificatie heeft plaatsgevonden, wordt de aparte materiaalbeoordeling door een CKI verricht.

De CKI verricht een controle van het (de) keuringsdocument(en), af te geven door de fabrikant van het materiaal, op basis van de desbetreffende eisen van de Richtlijn, bijlage I, punt 4.3.

d. Controle uitvoeringsmethoden permanente verbindingen

Dit punt is van toepassing op drukapparatuur in de categorie II, III of IV en in die gevallen waarbij geen herclassificering (categorie-indeling) op basis van de PED heeft plaatsgevonden.

De CKI controleert de uitvoeringmethode(n) voor de toegepaste permanente verbindingen op het voldoen aan de desbetreffende eisen van de richtlijn drukapparatuur i.c. bijlage 1 punt 3.1.2 met betrekking tot één van de volgende voorwaarden:

  • * een goedkeuring door een aangemelde instelling;

  • * een goedkeuring door een door een lidstaat erkende instelling conform art. 13 van de Richtlijn.

Opmerking: Bij oplassen wordt de uitvoeringsmethoden op geschiktheid beoordeeld en goedgekeurd door een hiervoor aangewezen CKI.

e. Controle personeel uitvoering permanente verbindingen

Dit punt is van toepassing op drukapparatuur in de categorie II, III of IV en in die gevallen waarbij geen herclassificering (categorie-indeling) op basis van de PED heeft plaatsgevonden.

De CKI controleert de kwalificatie van het personeel dat is belast met de uitvoering van permanente verbindingen op het voldoen aan de desbetreffende eisen van de richtlijn drukapparatuur i.c. bijlage 1 punt 3.1.2 met betrekking tot één van de volgende voorwaarden:

  • * een goedkeuring door een aangemelde CKI;

  • * een goedkeuring door een door een lidstaat erkende onafhankelijke instelling conform art. 13 van de richtlijn drukapparatuur.

    f. Controle personeel uitvoering niet destructieve proeven

Dit punt is van toepassing op drukapparatuur in de categorie III of IV en in die gevallen waarbij geen herclassificatie (categorie-indeling) op basis van de PED heeft plaatsgevonden.

De CKI controleert de kwalificatie van het personeel dat is belast met de uitvoering van niet destructieve proeven op het voldoen aan de desbetreffende eisen van de richtlijn drukapparatuur i.c. bijlage 1 punt 3.1.3 met betrekking tot de volgende voorwaarde:

  • * een goedkeuring door een door een lidstaat erkende instelling conform art. 13 van de richtlijn drukapparatuur.

Opmerking: Ook bij overig NDO, zoals oppervlakteonderzoek, US-onderzoek, e.d. controleert de instelling de kwalificaties van het personeel.

g. Uitvoering keuring door onderzoek en beproeving

De CKI verricht de onderzoek- en beproevingsactiviteiten, als vastgelegd in het vastgestelde test- en inspectieplan, door het afleggen van één of meerdere bezoeken tijdens de uitvoering van de wijziging van de afzonderlijke drukapparatuur door:

  • het verrichten of laten verrichten van de eindcontrole aan het desbetreffende drukapparaat conform de Richtlijn, bijlage I, punt 3.2, te weten:

    • * eindinspectie en bijbehorende technische documentatie;

    • * beproeving;

    • * onderzoek van de veiligheidsvoorzieningen in geval van samenstellen en druksystemen.

Een detaillering van de essentiële toetsingselementen in het kader van de uitvoering van de keuring door onderzoek en beproeving van ieder afzonderlijk drukapparaat is vastgelegd in de toetsingslijst ‘fabricage en eindcontrole drukapparatuur – nieuwbouw – gebruiksfase’ (bijlage 3).

h. Beoordeling van de integratie (art.14a, lid 5)

De beoordeling van de integratie van de verschillende onderdelen van het samenstel of druksysteem vindt plaats overeenkomstig de Richtlijn Drukapparatuur bijlage I, punt 2.3, 2.8 en 2.9 en de overige van toepassing zijnde eisen van de bijlage I.

i. Beoordeling van de beveiliging (art.14a, lid 5)

De beoordeling van de beveiliging van het samenstel of druksysteem vindt plaats overeenkomstig de Richtlijn Drukapparatuur bijlage I, punt 2.10 en 3.2.3.

4.17.4.3 Toezicht door een AKI op een IVG bij wijzigingen

Opmerking: Zie par. 4.17.2 onderdeel II voor de nadere aanduiding van het soort wijzigingen die onder toezicht van een AKI door de IVG mogen worden uitgevoerd.

Een CKI beoordeelt het kwaliteitssysteem van de IVG op basis van het gestelde in bij-PRD 2.4.

Dezelfde CKI is verder betrokken bij:

  • verificatie van minimaal 10% *) van het ontwerp van de wijziging;

  • verificatie van minimaal 10% *) van de inspectieplannen;

  • bijwonen en/of herhalen van minimaal 10% *) van door de IVG uitgevoerde inspecties in het kader van de wijziging. De IVG blijft hierbij verantwoordelijk voor de rapportage;

Opmerking: De AKI tekent op de rapportage van de inspectiebevindingen, ten teken dat de waarnemingen correct zijn en juist zijn weergegeven op het rapport.

  • verificatie van 100% van de rapportage van de inspectiebevindingen als basis voor het maken van een aantekening op het aantekenblad.

  • *) op basis van jaarvolume

4.17.5 Rapportage en archivering

– Rapportage

Aan de hand van de uitkomsten van beoordelingen en inspecties zal de CKI een rapport opmaken dat tenminste de informatie volgens het overzicht ‘minimum inhoud (inspectie) rapportages – nieuwbouw – gebruiksfase’ (bijlage 4) bevat en al of niet verklaringen van de betreffende beoordelingen en keuringen genoemd in punt 4.17.3 afgeven.

– Archivering

De aanvraag, een afschrift van de ‘verklaring van ingebruikneming, een afschrift van de ‘verklaring van herkeuring’, kennisgevingen van een weigering en intrekking, de beoordelingsrapportages, de (inspectie)rapportages en de overige relevante documenten worden door de CKI bewaard (bewaartijd is minimaal de lopende of toe te kennen herkeurtermijn + 4 jaar, met een minimum van 10 jaar).

4.17.6 Verklaringen

De getekende verklaringen worden met de bijbehorende rapporten verstrekt aan de aanvrager.

4.17.7 Aantekenbladen

De CKI vermeldt op de aantekenbladen de bevindingen van de beoordelingen, met eventuele vervolgacties / maatregelen, de onderzoeken en de inspecties in verband met de wijziging, zo nodig met verwijzing naar een bijbehorend rapport.

4.18 BEHANDELINGSPROCEDURE BEOORDELING VAN REPARATIES
4.18.1 Definitie reparatie

Het herstellen van een drukapparaat naar de oorspronkelijke toestand van voor de opgetreden schade (aantasting of degradatie).

De reparaties voldoen aan de volgende voorwaarden:

  • * gelijkblijvende gebruiksomstandigheden van het drukapparaat;

  • * gelijkblijvend ontwerp onder toepassing van:

    • gelijksoortige materialen;

    • gelijksoortige constructieve uitvoering i.c. constructiedetails;

    • gelijkwaardige uitvoeringsmethoden (processen) voor permanente verbindingen.

  • * toepassing van de actuele versie van de normen en/of ontwerp-/constructieregels (‘code’) als toegepast bij de nieuwbouw;

  • * onder verantwoording en productaansprakelijkheid van de gebruiker uitgevoerd.

4.18.2 Benodigde basisinformatie

De CKI dient voor de uitvoering van een beoordeling van een reparatie te beschikken over een schriftelijke aanvraag van de gebruiker. Deze aanvraag moet, voor zover van toepassing, de volgende basisinformatie bevatten:

  • naam en adres van de gebruiker;

  • plaats waar de drukapparatuur staat opgesteld;

  • de verklaring van ingebruikneming, met inbegrip van het bijbehorende rapport en de aantekenbladen; *)

  • de verklaring van herkeuring afgegeven na een voorgaande herkeuring, met inbegrip van het bijbehorende rapport;

  • technische documentatie over de reparatie;

Opmerking:

Hierbij wordt verwezen naar de toelichting op artikel 13 van het Besluit, waarin de gebruiker erop geattendeerd wordt de benodigde tekeningen en overige technische documentatie op te vragen bij de fabrikant, indien hij verwacht dat de drukapparatuur gedurende de gebruiksfase gerepareerd of gewijzigd zal worden.

  • een productieschema (planning);

  • aanvullende documentatie.

Opmerking:

In overleg met de CKI kan overeengekomen worden dat de informatie op de plaats van de opstelling van de drukapparatuur beoordeeld wordt.

  • *) Ingeval van drukapparatuur waarvoor conform het Besluit geen Verklaring van Ingebruikneming vereist is, maar waarvoor wel een herkeurplicht geldt conform de Regeling art. 3, treedt de Verklaring van overeenstemming betreffende het samenstel of druksysteem hiervoor in de plaats.

4.18.3 Nadere uitwerking taken

Afhankelijk van de organisatievorm van de gebruiker moet één van de volgende taakverdelingen toegepast worden.

Het is de verantwoordelijkheid van de IVG om in overleg met de AKI te bepalen of de complexiteit van de reparatie alsnog aanleiding is om de beoordeling en inspecties door de AKI te laten uitvoeren.

Het uitvoeren van tijdelijke reparaties door de IVG dient altijd (in verband met het verhoogd risico) in overleg met een AKI plaats te vinden.

Gebruiker/ (Onderhoudsdienst)

Inspectieafdeling Van de Gebruiker (IVG)

Keuringsdienst Van Gebruikers (KVG)

Aangewezen KeuringsInstelling (AKI)

I. Reparaties begeleid door de AKI of KVG

– Ontwerp van de reparatie maken

– Inspectieplan opstellen

– Aanvraag indienen met de basis informatie

– Beoordeling van het ontwerp van de reparatie

– Inspectieplan beoordelen

– Inspecties uitvoeren conform inspectieplan

– Rapporteren

– Eindoordeel formuleren *1)

II. Reparaties begeleid door de IVG onder ‘Toezicht’

– Ontwerp van de reparatie maken

– Inspectieplan opstellen *3)

– Aanvraag indienen met de basis informatie

– Beoordelen van het ontwerp van de reparatie

– Inspectieplan beoordelen

– Inspecties uitvoeren conform inspectieplan

– Rapporteren

– Autorisatie rapportage

 

– Houdt toezicht op de beoordeling en/of inspectie door de IVG (zie par. 4.18.5.3)

– Eindoordeel formuleren *2)

*1) Dit betreft het rapporteren omtrent de bevindingen in een rapport en het maken van een aantekening in het aantekenblad.

*2) Dit betreft het rapporteren omtrent de bevindingen in een rapport, waarin een verwijzing is opgenomen naar de wijze waarop het toezicht is uitgevoerd en het maken van een aantekening in het aantekenblad.

*3) De gebruiker kan het opstellen van het inspectieplan uitbesteden aan zijn IVG of KVG. Zie tevens de voorwaarde in PRD 2.4 voor het beoordelen van de inspectieplannen door de IVG

4.18.4 Procedure

De CKI dient voor de uitvoering van een beoordeling van reparaties aan drukapparatuur in de gebruiksfase over een schriftelijke procedure te beschikken. Daarin moet zijn opgenomen een beoordeling van de constructieve aspecten en de uitvoering van het toezicht tijdens de reparatie (besluit art. 14a, lid 2 en 4).

4.18.4.1 Toezicht op een IVG in het kader van reparaties

Een CKI dient te beschikken over een schriftelijke procedure gericht op een verzoek van de gebruiker om zijn inspectieafdeling zelf de beoordelingen en inspecties van re-paraties te laten uitvoeren.

Deze procedure dient de volgende onderdelen te bevatten:

  • a. verificatie of de te keuren drukapparatuur valt binnen de grenzen als genoemd in artikel 3 eerste lid van de Regeling;

  • b. certificering van het kwaliteitssysteem van de IVG op basis van ISO 9001 c.q. een controle van de geldigheid van een reeds aanwezig ISO 9001 certificaat als basis voor de uit te voeren beoordeling en inspecties *);

  • c. aanvullende beoordeling *) van het kwaliteitssysteem van de inspectieafdeling van de gebruiker;

  • d. toezicht op de door de IVG uit te voeren beoordeling en inspectie, waarbij de instelling zich een beeld vormt van de kwaliteit van de beoordelingsvaardigheden en de waarnemingen tijdens de inspecties en van de volledigheid, nauwkeurigheid en juistheid van de rapportages.

Opmerking: De bevindingen van het uitgeoefend toezicht worden zodanig door de AKI vastgelegd dat deze registratievorm bruikbaar is om de prestaties van de IVG over een langere periode in overleg met de gebruiker te kunnen evalueren.

  • *) Nader uitgewerkt in PRD 2.4

4.18.5 Uit te voeren onderzoek

Uit te voeren onderzoek voor apparatuur bedoeld in het besluit onder art.14a, lid 4:

4.18.5.1 Voorbespreking van de reparatie

De CKI dient voor de aanvang van de reparatie van de desbetreffende drukapparatuur met de gebruiker of door hem aangewezen partij (fabrikant) in overleg te treden met betrekking tot de onderstaande elementen:

  • * de gang van zaken m.b.t. de overeenstemmingsbeoordeling conform paragraaf 4.18.5.2;

  • * het beoordelen, vaststellen en vastleggen van een voorstel betreffende de aard en omvang van de beoordelings-, onderzoek- of beproevingsactiviteiten door de CKI;

  • * de beheersing van de relevante registraties om te voldoen aan de desbetreffende eisen van het Besluit;

Opmerking: Hieronder is ondermeer te verstaan de materiaalattesten, onderzoeksrapporten, persverklaringen, aangepaste tekening (of reparatietekening), T&IP enz.

  • * de kennisgeving aan de gebruiker (resp. fabrikant) van de resultaten van de beoordelings-, onderzoek- of beproevingsactiviteiten die door de CKI worden uitgevoerd c.q. bijgewoond.

Opmerking:

De gevestigde methoden voor de beheersing van de fabricage en eindcontrole zijn:

  • * het overleg tussen de CKI en de fabrikant door middel van een ‘pré-inspection meeting’;

  • * het vastleggen van de beoordelingsonderzoek en beproevingsactiviteiten door of namens de gebruiker en de CKI door middel van het vaststellen van het voorgestelde inspectie- / testplan.

4.18.5.2 Beoordelingen en inspecties

a. Controle technische documentatie

De technische documentatie dient, voor zover dat voor de beoordeling van de reparatie nodig is, inzicht te verschaffen in constructieve aspecten aangaande de reparatie, het fabricageproces en de eindcontrole, teneinde aan te tonen dat overeenstemming bestaat met de desbetreffende eisen van het Besluit en de actuele versie van de oorspronkelijk toegepaste norm(en) of ontwerp- / constructieregels, tenzij dit redelijkerwijs niet mogelijk is.

De CKI controleert de technische documentatie op volledigheid (relevant voor de reparatie) aan de hand van bijlage 6.

b. Beoordeling van de constructieve aspecten van de reparatie (art.14a, lid 4)

De CKI bestudeert de technische documentatie van de reparatie en identificeert de afzonderlijke onderdelen voor het uitvoeren van een beoordeling.

Voor de vaststelling van de aard en omvang van de beoordeling van het ontwerp in relatie tot de desbetreffende reparatie worden twee verschillende uitgangspunten onderscheiden, t.w.:

  • * de geharmoniseerde normen volgens artikel 5 van de richtlijn drukapparatuur zijn toegepast;

  • * de geharmoniseerde normen volgens artikel 5 van de richtlijn drukapparatuur zijn niet toegepast.

Toepassing geharmoniseerde normen

De CKI verricht de onderstaande beoordelingen in het geval de geharmoniseerde normen volgens artikel 5 van de Richtlijn zijn toegepast:

  • * een controle of de juiste geharmoniseerde normen, juist en in de juiste samenhang werkelijk zijn toegepast;

  • * een controle van het ontwerp van de reparatie op basis van de toepassing van de geharmoniseerde normen, door middel van een beoordeling en/of controle van de invoergegevens in relatie tot het ontwerp en/of het resultaat van de berekeningsmethode, aan de hand van de toetsingslijst ‘ontwerpbeoordeling – nieuwbouw – gebruiksfase’ (zie bijlage 7).

Geen toepassing geharmoniseerde normen

De CKI verricht de onderstaande beoordelingen in het geval de geharmoniseerde normen volgens artikel 5 van de Richtlijn niet zijn toegepast:

  • * een controle of de toegepaste normen of technische maatstaven een invulling zijn van de essentiële eisen van de richtlijn drukapparatuur;

  • * een controle of de toegepaste normen of technische maatstaven, juist en in de juiste samenhang werkelijk zijn toegepast;

  • * een controle van het ontwerp van de reparatie op basis van de toegepaste normen of technische maatstaven, door middel van een beoordeling en/of controle van de invoergegevens in relatie tot het ontwerp en/of het resultaat van de berekeningsmethode, aan de hand van de toetsingslijst ‘ontwerpbeoordeling – nieuwbouw – gebruiksfase’ (zie bijlage 7).

    c. Controle / beoordeling gebruikte materialen

De CKI controleert de gebruikte materialen op het voldoen aan een van de onderstaande voorwaarden:

  • * een materiaal overeenkomstig de geharmoniseerde normen;

  • * een materiaal overeenkomstig een Europese materiaalgoedkeuring voor drukapparatuur;

  • * een materiaal overeenkomstig een aparte materiaalbeoordeling.

Opm. (indien van toepassing) Voor drukapparatuur, ingedeeld in categorie III of IV en in die gevallen waarbij geen herclassificering heeft plaatsgevonden, wordt de aparte materiaalbeoordeling door een instelling verricht.

De CKI beoordeelt het (de) keuringsdocument(en), afgegeven door de fabrikant van het materiaal, op basis van de desbetreffende eisen van de Richtlijn, bijlage I, punt 4.3.

d. Controle uitvoeringsmethoden permanente verbindingen

Dit punt is van toepassing op drukapparatuur in de categorie II, III of IV en in die gevallen waarbij geen herclassificering (categorie-indeling) op basis van de PED heeft plaatsgevonden.

De CKI controleert de uitvoeringmethode(n) voor de toegepaste permanente verbindingen op het voldoen aan de desbetreffende eisen van de richtlijn drukapparatuur i.c. bijlage 1 punt 3.1.2 met betrekking tot één van de volgende voorwaarden:

  • * een goedkeuring door een aangemelde instelling;

  • * een goedkeuring door een door een lidstaat erkende instelling conform art. 13 van de Richtlijn.

Opm. Bij oplassen wordt de uitvoeringsmethoden op geschiktheid beoordeeld door een hiervoor aangewezen CKI.

e. Controle personeel uitvoering permanente verbindingen

Dit punt is van toepassing op drukapparatuur in de categorie II, III of IV en in die gevallen waarbij geen herclassificatie (categorie-indeling) op basis van de PED heeft plaatsgevonden.

De CKI controleert de kwalificatie van het personeel dat is belast met de uitvoering van permanente verbindingen op het voldoen aan de desbetreffende eisen van de richtlijn drukapparatuur i.c. bijlage 1 punt 3.1.2 met betrekking tot één van de volgende voorwaarden:

  • * een goedkeuring door een aangemelde CKI;

  • * een goedkeuring door een door een lidstaat onafhankelijke erkende instelling conform art. 13 van de richtlijn drukapparatuur.

f. Controle personeel uitvoering niet destructieve proeven

Dit punt is van toepassing op drukapparatuur in de categorie III of IV en in die gevallen waarbij geen herclassificatie (categorie-indeling) op basis van de PED heeft plaatsgevonden.

De CKI controleert de kwalificatie van het personeel dat is belast met de uitvoering van niet destructieve proeven op het voldoen aan de desbetreffende eisen van de richtlijn drukapparatuur i.c. bijlage 1 punt 3.1.3 met betrekking tot de volgende voorwaarde:

  • * een goedkeuring door een door een lidstaat erkende onafhankelijke instelling conform art. 13 van de richtlijn drukapparatuur.

Opm.: Ook bij overig NDO, zoals oppervlakteonderzoek, US-onderzoek, e.d. controleert de CKI de kwalificaties van het personeel.

g. Uitvoering keuring door onderzoek en beproeving

De CKI verricht de onderzoek- en beproevingsactiviteiten, als vastgelegd in het vastgestelde test- en inspectieplan, door het afleggen van één of meerdere bezoeken tijdens de uitvoering van de reparatie van de afzonderlijke drukapparatuur door:

  • het verrichten of laten verrichten van de eindcontrole aan het desbetreffende drukapparaat in relatie tot de reparatie conform de Richtlijn, bijlage I, punt 3.2, te weten:

    • * eindinspectie en bijbehorende technische documentatie;

    • * beproeving;

    • * voor zover de reparatie daarop betrekking heeft gehad: onderzoek van de veiligheidsvoorzieningen.

Een detaillering van de essentiële toetsingselementen in het kader van de uitvoering van de keuring door onderzoek en beproeving van ieder afzonderlijk drukapparaat is vastgelegd in de toetsingslijst ‘fabricage en eindcontrole drukapparatuur – nieuwbouw – gebruiksfase’ (bijlage 3).

4.18.5.3 Toezicht door een AKI op een IVG bij reparaties

Een CKI beoordeelt het kwaliteitssysteem van de IVG op basis van het gestelde in PRD 2.4.

Dezelfde instelling is verder betrokken bij:

  • verificatie van minimaal 10% *) van het ontwerp van de reparatie;

  • verificatie van minimaal 10% *) van de inspectieplannen;

  • bijwonen en/of herhalen van minimaal 10% *) van door de IVG uitgevoerde inspecties in het kader van de reparatie. De IVG blijft hierbij verantwoordelijk voor de rapportage;

Opmerking: De AKI tekent op de rapportage van de inspectiebevindingen, ten teken dat de waarnemingen correct zijn en juist zijn weergegeven op het rapport.

  • verificatie van 100% van de rapportages van de inspectiebevindingen als basis voor het maken van een aantekening op het aantekenblad.

  • *) op basis van jaarvolume

4.18.6 Rapportage en archivering

– Rapportage

Aan de hand van de uitkomsten van beoordelingen en inspecties zal de CKI een rapport opmaken. Het rapport bevat ten minste de informatie conform het overzicht ‘minimum inhoud inspectierapportages – nieuwbouw – gebruiksfase’(bijlage 4)

– Archivering

De aanvraag, een afschrift van de bij de aanvraag overgelegde ‘verklaring van ingebruikneming, en/of een afschrift van de ‘verklaring van herkeuring’, een weigering, een intrekking, de beoordelingen, de (inspectierapportages en de overige relevante documenten worden door de CKI bewaard (bewaartijd is minimaal de lopende herkeurtermijn + 4 jaar, met een minimum van 10 jaar).

4.18.7 Aantekenbladen

De CKI vermeldt op de aantekenbladen de bevindingen van de beoordelingen, onderzoeken en inspecties in verband met de reparatie, zo nodig met verwijzing naar een bijbehorend rapport.

4.19 BESLISSING INZAKE DE VERKLARING

De beslissing inzake de afgifte van het de verklaring wordt genomen door een functionaris (Technical Manager) van de CKI die is gekwalificeerd en aangesteld conform het kwaliteitssysteem van de CKI en de procedures en die niet betrok¬ken is geweest bij de inspectie van het product. Zie ook bijlagen 1 en 2 van het schema voor Aanwijzing en Toezicht.

Aan de hand van de uitkomst van zijn inspectie zal de inspecteur binnen een tussen partijen overeengekomen termijn een rapport opmaken en een advies opstellen betreffende het al dan niet afgeven van de verklaring. Dit advies wordt binnen een tussen partijen overeengekomen termijn samen met de vastgelegde resultaten van de beoordeling voorgelegd aan de Technical Manager. Er hoeft geen separate beoordelingsbeslissing genomen te worden als de CKI het toezicht op de kwaliteit van het oordeel van de inspecteur op een andere wijze aantoonbaar heeft geborgd.

4.20 GELDIGHEIDSDUUR VERKLARING

Hiervoor wordt verwezen naar de vastgestelde termijnen zie Warenwetregeling drukapparatuur, artikel 6.

4.21 GELDIGHEIDSCONDITIES

Met betrekking tot de geldigheidsduur van het certificaat of de verklaring worden condities gesteld. Indien niet meer voldaan wordt aan deze condities, kan dat consequenties hebben voor het certificaat/verklaring.

Een ‘certificaat/verklaring’ verliest zijn geldigheid in de volgende gevallen:

  • Indien de verklaring is gebaseerd op door de houder van de verklaring verstrekte foutieve gegevens;

  • Indien aan de apparatuur waarvoor de verklaring is afgegeven wijzigingen zijn aangebracht;

  • Indien aan de apparatuur waarvoor de verklaring is afgegeven reparaties zijn verricht;

  • Indien er aanwijzingen zijn dat de mechanische integriteit van de apparatuur verkeerd is beoordeeld;

  • Indien zich incidenten ( waaronder ook het buiten het ‘operation window’ treden) hebben voorgedaan waardoor de mechanische integriteit van de apparatuur kan zijn aangetast;

  • Indien de ’operation conditions’ van de apparatuur dusdanig veranderen dat de aan de integriteit te stellen eisen verhoogd moeten worden.

4.22. KLACHTEN OVER DE CKI

Een adequate behandeling van klachten is belangrijk voor het creëren van vertrouwen in certificatie en belangrijk voor de bescherming van zowel de certificaathouders als de gebruikers van certificaten.

Aan een CKI worden onder meer de volgende eisen gesteld:

  • Een openbaar toegankelijke klachtenprocedure dient aanwezig te zijn.

  • de klachtenprocedure bevat minimaal het volgende: een beschrijving van het proces van ontvangen, onderzoeken en beoordelen van de klacht; de wijze van volgen van de klacht en acties als vervolg daarop; en de wijze waarop wordt verzekerd dat correctieve acties worden uitgevoerd.

  • De beslissing over de reactie op de klacht dient te worden genomen door personen die niet betrokken zijn bij het onderwerp van de klacht.

  • Indieners van klachten dienen, indien mogelijk, op de hoogte te worden gehouden van de ontvangst van de klacht, de voortgang van behandeling en de uitkomst.

4.22.1 Klachten over het bedrijf of de persoon

Indien de CKI klachten van derden, zoals een opdrachtgever, ontvangt over het voldoen aan dit schema door het bedrijf of de persoon die een aanvraag voor het certificaat heeft ingediend of certificaathouder is, dient de CKI de klager te verwijzen naar het bedrijf of de persoon. De CKI dient de klacht te betrekken bij de eerstvolgende beoordeling bij het betreffende bedrijf of de betreffende persoon.

Echter, indien het naar de mening van de CKI een ernstige klacht betreft, dient de CKI, naast de behandeling door het bedrijf of de persoon, zelf ook direct te beoordelen of de klacht gevolgen dient te hebben voor de beslissing m.b.t. certificatie.

In dat geval dient de CKI af te wegen of het gewenst is een extra beoordeling uit te voeren. De kosten van deze extra beoordeling komen in beginsel voor rekening van de certificaathouder.

4.22.2 Klachtenregeling

Inleiding

In deze werkinstructie wordt de afhandeling van een klacht besproken. Voor iedere afzonderlijke klacht wordt een apart klachtenformulier ingevuld.

Werkwijze

Wanneer iemand probeert een klacht telefonisch of mondeling te melden, wordt aan hem/haar gevraagd deze schriftelijk te verwoorden. Als een klacht schriftelijk binnenkomt wordt deze meteen naar de kwaliteitsmanager gebracht en indien de klachtafhandelaar duidelijk is krijgt hij/zij meteen een kopie van de klacht.

De kwaliteitsmanager registreert de klacht op een klachtenformulier en stelt de directeur CKI op de hoogte van de klacht. De directeur van de CKI wijst de klachtafhandelaar aan. De kwaliteitsmanager vermeldt de klachtafhandelaar op het klachtenformulier en brengt de klachtafhandelaar schriftelijk op de hoogte van de klacht. De klachtafhandelaar informeert de indiener van de klacht schriftelijk over de ontvangst van de klacht.

Eenvoudige zaken

Klachtafhandelaar stuurt klacht door naar betrokken bedrijf/persoon; stelt indiener op de hoogte legt dossier aan tbv voortgangsbewaking en meenemen afhandeling klacht door bedrijf/persoon bij eerstvolgende beoordeling.

Ernstige klachten

Klachtafhandelaar beoordeelt de klacht en stelt vast of de klacht een incident betreft of dat de klacht moet leiden tot een aanpassing in de werkwijze.

Indien het een incident betreft, wordt de indiener daarvan op de hoogte gesteld. De klachtafhandelaar bedenkt samen met de indiener binnen drie weken na het indienen van de klacht een oplossing voor de afhandeling en betrekt bedrijf/persoon hierbij.

De oplossing zoals die met de indiener is besproken wordt vastgelegd op het klachtenformulier. Hier wordt tevens vermeld dat het gaat om een incident.

Indien de klacht een aanpassing van de werkwijze vergt bedenkt de klachtafhandelaar binnen 10 dagen een verbetervoorstel en bespreekt dit met de kwaliteitsmanager en betrekt bedrijf/persoon hierbij. Het verbetervoorstel moet een structurele verbetering inhouden van de werkwijze. Het verbetervoorstel wordt ingevuld op het klachtenformulier.

De klachtafhandelaar stelt de indiener op de hoogte van de afhandeling van de klacht.

De kwaliteitsmanager maakt de gewijzigde werkwijze bekend.

De kwaliteitsmanager start, indien nodig, een vervolgonderzoek naar de invoering van het verbetervoorstel. De bevindingen worden vastgelegd op het klachtenformulier. Het klachtenformulier wordt gearchiveerd.

4.23. BEZWAARPROCEDURE

Onderstaand worden de stappen beschreven die nodig zijn voor het afhandelen van een bezwaarschrift. Een dergelijk bezwaarschrift kan bijvoorbeeld ingediend worden tegen besluiten van de CKI inzake het niet (opnieuw) verlenen, schorsen of intrekken van een certificaat.

Werkwijze

Algemeen:

  • Een door of namens de CKI genomen besluit, dat is een definitieve uitslag of eindoordeel, wordt schriftelijk ter kennis van de belanghebbende gebracht.

  • Onder een besluit wordt tevens verstaan het weigeren te beslissen of het niet tijdig nemen van een beslissing.

  • De CKI stelt de belanghebbende in haar correspondentie in kennis van de mogelijkheid van het indienen van een bezwaarschrift door middel van de volgende clausule:

    ‘ Ingevolge de CKI procedure ‘bezwaarschriftprocedure’ kan door een belanghebbende met betrekking tot dit besluit een bezwaarschrift ingediend worden. Daartoe moet binnen zes weken na de datum van verzending van het besluit een bezwaar worden ingediend bij de CKI. In het bezwaarschrift moet gemotiveerd worden aangegeven waarom het gegeven besluit niet juist gevonden wordt. Verzocht wordt bij het bezwaarschrift een kopie van het bestreden besluit toe te voegen.’

  • Het bezwaarschrift dient in ieder geval de volgende elementen te bevatten:

    • o naam en adres indiener

    • o dagtekening

    • o een omschrijving van het bestreden besluit

    • o de gronden van het bezwaar.

  • Het bezwaarschrift schort de werking van het besluit niet op.

  • Het bezwaarschrift leidt tot heroverweging van het besluit waartegen het is gericht.

Het bezwaar wordt niet-ontvankelijk verklaard:

  • indien niet aan de gestelde termijn van indienen wordt voldaan. Dit geldt niet als de indiener aantoont dat hij redelijkerwijs niet in verzuim is geweest

  • in andere gevallen dan genoemd onder a, als geen gebruik gemaakt wordt van de door de CKI geboden gelegenheid tot verzuimherstel

  • het bezwaar wordt verder niet-ontvankelijk verklaard als het, bij het niet van toepassing zijn van een termijn, onredelijk laat wordt ingediend. Dit geldt uitsluitend wanneer het bezwaar betrekking heeft op het niet tijdig nemen van een besluit.

Procedure

  • De CKI neemt kennis van het bezwaarschrift en bevestigt binnen twee weken de ontvangst.

  • De CKI biedt gelegenheid tot het horen van de indiener.

  • Het bezwaarschrift wordt gemeld bij de kwaliteitsmanager die het bezwaar registreert.

  • Het horen betreft met name de vakinhoudelijke aspecten die geleid hebben tot het besluit en dient binnen in beginsel zes weken na het vaststellen dat een hoorprocedure aan de orde is, plaats te vinden.

  • Het horen kan geschieden door de CKI of door een of meer door de CKI benoemde ter zaken kundige. Het horen geschiedt door een persoon of personen die niet betrokken is/zijn geweest bij de voorbereiding van het besluit, en geen binding hebben met de belanghebbende.

  • Het horen geschiedt op een door de CKI te bepalen tijdstip binnen de gangbare kantooruren.

  • Relevante stukken kunnen tot 10 dagen voor de hoorzitting worden ingediend en liggen gedurende een week voor de zitting ter inzage.

  • Van het horen wordt afgezien indien het bezwaar kennelijk niet-ontvankelijk of kennelijk ongegrond is, inmiddels aan het bezwaar is tegemoetgekomen, of indien belanghebbende verklaart hiervan geen gebruik te maken.

  • Van het horen wordt een verslag gemaakt. Het verslag wordt bij de beslissing op het bezwaar gevoegd.

  • De hoorcommissie brengt tevens advies aan de CKI.

Beslissing op het bezwaarschrift

  • De CKI beslist aan de hand van de haar ter beschikking staande gegevens binnen zes weken, gerekend vanaf de dag na die waarop de termijn voor het indienen van het bezwaarschrift is verstreken. De beslistermijn kan eenmaal met ten hoogste 6 weken worden verlengd. Daarna kan de termijn slechts met toestemming van de belanghebbende worden verlengd.

  • De CKI zal, bij het gegrond verklaren van het bezwaar, de beslissing herroepen en een nieuwe beslissing ter zake nemen.

  • Van haar beslissing op het bezwaar zal de CKI de onderbouwing en motivering aan belanghebbende meedelen.

Bestuursrechter

  • Indien de inhoud of strekking van de nieuwe beslissing de belanghebbende hiertoe aanleiding geeft, dient hij zich in voorkomend geval te wenden tot de bestuursrechter.

  • De CKI zal de belanghebbende in haar beslissing op bezwaar wijzen op deze mogelijkheid.

4.24 NORMEN EN TECHNISCHE MAATSTAVEN

Het CCvD-DA dient te zorgen voor een eenduidige norminterpretatie. Toch kan het voorkomen dat er in de operationele fase verschillende interpretaties bestaan van één of meerdere in werkveldspecifieke certificatieschema’s gehanteerde begrippen.

Mocht het gebeuren dat certificaathouders, CKI’s of andere belanghebbenden uiteenlopende definities hanteren en hierover meningsverschillen bestaan, dan dienen afwijkende interpretaties te worden voorgelegd aan het CCvD-DA.

Onder verwijzing naar EN ISO/IEC 17020, punt 7.6 met betrekking tot documentatie en punt 10.1 en 10.3 met betrekking tot keuringsmethoden en -procedures moet de CKI een beleid voeren betreffende toe te passen technische maatstaven zoals hieronder is aangegeven.

Als maatstaven worden voor de overeenstemmingsbeoordeling, beoordeling druksystemen de essentiële veiligheidseisen van bijlage I van de Richtlijn en voor de keuring vóór ingebruikneming, de herkeuring, reparatie en wijzigingen en intredekeuring de eisen van het besluit en de regeling toegepast. Ter nadere invulling van deze eisen kunnen één of meerdere van de volgende technische maatstaven worden toegepast:

  • a) De Richtlijn, Guidelines van de Commission’s Working Group ‘Pressure’ en Working Party Guidelines (WPG’s);

  • b) Het Besluit en de Regeling;

  • c) Geharmoniseerde Europese normen;

  • d) Ontwerpen voor (geharmoniseerde) Europese normen;

  • e) Nationale of internationale normen dan wel andere relevante (inter)nationale maatstaven;

  • f) Praktijkregels voor Drukapparatuur (PRD’s);

  • g) Zo nodig eigen maatstaven van de CKI of gebruiker.

4.24.1 Beheer

De referenties van de onder paragraaf 4.25 a, b, c, e en f genoemde technische maatstaven moeten door de CKI worden beschreven en als 'beheerde documenten' aanwezig of op andere wijze (via Internet, Perinorm) beschikbaar te zijn.

4.24.2 Procedure

De CKI moet beschikken over een schriftelijke procedure die beschrijft hoe bij toepassing van de onder paragraaf 4.24 a, b, d, e en g genoemde technische maatstaven in het kader van dit schema de overeenstemming daarvan met de essentiële veiligheidseisen van bijlage I van de Richtlijn wordt vastgesteld.

De resultaten van die vaststelling worden gedocumenteerd.

4.24.3 Permanente verbindingen

Daar waar van lassen wordt gesproken, wordt bedoeld permanente verbinding; daar waar van lasser wordt gesproken, wordt bedoeld de uitvoerende van een permanente verbinding.

De CKI moet in staat zijn om:

  • De contractuele eisen te beoordelen ten aanzien van de lastechniek zoals die door de afnemer ter beschikking worden gesteld, dan wel door het bedrijf zelf zijn opgesteld;

  • Het ontwerp op lastechnische zaken te beoordelen;

  • Bij de uitbesteding van werkzaamheden te kunnen garanderen dat alle van toepassing zijnde lastechnische eisen aan de toeleverancier worden verstrekt;

  • Die zekerstellen dat de lastechnische eisen worden vastgelegd.

De CKI moet vaststellen dat de fabrikant:

  • Over voldoende en vakkundig lastechnisch personeel beschikt. Het gaat daarbij met name om de lassers en het lastoezicht. De fabrikant moet hiertoe een bewijs van vakbekwaamheid van alle betrokkene lassers en lastoezicht overleggen dat voldoet aan de eisen van de gekozen normen/codes. Dit bewijs moet voor categorie II, III en IV zijn goedgekeurd door de CKI of een erkende onafhankelijke instelling (PED art. 13).

  • Over voldoende en vakkundig personeel beschikt voor keuring, beproeving en onderzoek. De fabrikant moet hiertoe een bewijs van vakbekwaamheid van alle betrokken personeel voor niet-destructief onderzoek overleggen dat voldoet aan de eisen van het gekozen normstelsel. Dit bewijs moet voor categorie III en IV zijn goedgekeurd door een andere erkende onafhankelijke instelling (PED art 13).

De CKI moet in staat zijn bij de fabrikant de doelmatigheid van procedures te beoordelen die de hoeveelheid, geschiktheid en staat van onderhoud van de bij de fabrikant beschikbare uitrusting voor fabricage en beproeving te bepalen.

De CKI moet de beschikbaarheid van de door de fabrikant te gebruiken lasmethodebeschrijvingen en of lastechnische werkinstructies beoordelen en voldoende waarborging verkrijgen dat deze in de productie worden gebruikt. De fabrikant zal hiertoe moeten aantonen dat de door hem gebruikte lasmethodebeschrijvingen voldoen aan de minimale eisen zoals zijn vastgelegd in het gekozen normstelsel en dat hij over een effectieve procedure beschikt die zeker stelt dat deze lasmethodebeschrijvingen worden gebruikt in de productie.

De CKI moet de doelmatigheid en geldigheid van de door de fabrikant toegepaste lasprocedures of lastechnische werkinstructies beoordelen. De fabrikant zal daartoe dienen aan te tonen dat de door hem toegepaste lasprocedures zijn gekwalificeerd conform de eisen van het gekozen normstelsel en dat de toepassing plaatsvindt binnen de in dat gekozen normstelsel geldigheidsgebieden. Dit bewijs moet voor categorie II, III en IV zijn goedgekeurd door de CKI of een andere erkende onafhankelijke instelling (PED art. 13).

De CKI moet de aanwezigheid en doelmatigheid van procedures ter behandeling van basis- en lasmaterialen tijdens opslag en gebruik bij de fabrikant beoordelen.

De CKI moet beoordelen of de door de fabrikant toegepaste lastoevoegmaterialen in overeenstemming zijn met de essentiële veiligheidseisen,zoals omschreven in bijlage I van de Richtlijn paragrafen 4.1, 4.2.a en 4.3 1e alinea.

De CKI moet een eventuele laatste warmtebehandeling van de fabrikant beoordelen.

De CKI moet procedures voor aan het lassen gerelateerde keuringen en beproevingen vóór, tijdens en na het lassen uitgevoerd door, of in opdracht van de fabrikant, te beoordelen.

4.24.4 Materialen

De CKI moet over procedures beschikken waarin de beoordeling van de gebruikte materialen voor drukdragende delen wordt geregeld. Deze procedures dienen tenminste te beoordelen of de gebruikte materialen een Europese materiaal goedkeuring hebben en voor categorie II, III en IV, of de begeleidende keuringsdocumenten voldoen aan de eisen van NEN-EN 10204:1995 type 3.1B; 3.1C of 3.2 of NEN-EN 10204:2004 type 3.1 of 3.2, rekeninghoudende met de eisen vermeld in de Richtlijn bijlage I art. 4.1 en 4.2. en vaststelling typesoort keuringsrapport.

De CKI moet vaststellen dat de fabrikant over doelmatige procedures beschikt om de naspeurbaarheid van de gebruikte materialen voor drukdragende delen, van ontvangst via productie tot eindcontrole te borgen. Personeel van de fabrikant dat door de fabrikant bevoegd is verklaard tot het herwaarmerken van materiaal zal door de CKI beoordeeld worden op hun kennis van materialen, materiaalvoorschriften en de onafhankelijkheid ten opzichte van de productie binnen de organisatie van de fabrikant.

De CKI moet over procedures beschikken hoe materialen die geen Europese Materiaalgoedkeuring hebben, worden beoordeeld conform de Richtlijn bijlage I 4.2. (bijvoorbeeld aparte materiaalbeoordeling).

De CKI moet procedures hebben hoe de resultaten van de beoordeling van materialen zonder Europese goedkeuring, gecommuniceerd worden met andere aangemelde CKI’s.

5. TOEZICHT
5.1 INLEIDING

De beoordeling van drukapparatuur is veelal een op zich staande activiteit waarbij na de initiële beoordeling er geen controles in de vorm van periodieke of onaangekondigde bezoeken plaatsvinden. Voor een aantal beoordelingsmodules vinden echter wel onaangekondigde bezoeken plaats. Hieronder is aangegeven voor welke beoordelingsmodules dit van toepassing is en voor welke niet. Tevens is aangegeven in welke paragraaf deze bezoeken nader worden omschreven.

Nieuwbouwfase

Module

Aanduiding

Onaangekondigd bezoek

Ja / Nee

Zie voor nadere omschrijving

Interne fabricagecontrole met toezicht op de eindcontrole

A1

Ja

Paragraaf 5.3.1

EG-typeonderzoek

B

Nee

--

EG-ontwerponderzoek

B1

Nee

--

Overeenstemming met het type door toezicht op de eindcontrole

C1

Ja

Paragraaf 5.3.2

Productkeuring

F

Nee

--

EG-eenheidskeuring

G

Nee

--

Volledige kwaliteitsborging met controle van het ontwerp en bijzonder toezicht op de eindcontrole

H1

Ja

Paragraaf 5.3.3

Naast de modules inzake de overeenstemmingsbeoordelingen zijn er geen (onaangekondigde) bezoeken noodzakelijk voor samenstellen volgens artikel 10 lid 2 van de PED en voor druksystemen artikel 12a van het Warenwetbesluit drukapparatuur.

Ingebruiknemingsfase

Aanwijzingskavel

Aanduiding module

Nacontroles

Ja / Nee

Zie voor nadere omschrijving

Keuring voor ingebruikneming

KvI

Nee

--

Gebruiksfase

Aanwijzingskavel

Nacontroles

Ja / Nee

Zie voor omschrijving

Herkeuring met vaste termijnen

Nee

--

Beoordelen van termijnverlenging

*

--

Beoordelen van termijnflexibilisering

*

--

Intredekeuring

Nee

--

Beoordelen wijzigingen en/of reparaties

*

--

Toezicht op de IVG

*

--

* Er vinden wel toetsmomenten plaats die tussen de CKI en de gebruiker nader worden afgestemd.

5.2 TOEGANG

Indien voor het houden van toezicht noodzakelijk is dat de CKI, de nationale accreditatie-instantie en de Inspectie SZW zich toegang verschaffen tot gegevens over het product en het product zelf, wordt in deze paragraaf de toegang hiertoe geregeld.

Voor het houden van toezicht is het noodzakelijk dat de CKI toegang krijgt tot de hiertoe benodigde gegevens om het toezicht zoals omschreven in paragraaf 5.3 mogelijk te maken.

5.3 DE FREQUENTIE EN WIJZE VAN UITVOERING VAN HET TOEZICHT

Vaststelling van de frequentie van het toezicht wordt niet door het CCvD-DA vastgesteld, maar is voor nieuwbouw vastgelegd in modules van de Richtlijn drukapparatuur en voor de ingebruikneming en periodieke herkeuring in het Warenwetbesluit drukapparatuur.

5.3.1 Module A1
5.3.1.1 Beoordeling van de methode van de eindcontrole

De CKI beoordeelt, op basis van desbetreffende eisen volgens de Richtlijn (PED bijlage I, punt 3.2) en een onderzoek op de plaats van fabricage, inspectie of opslag, de wijze van verrichten van de eindcontrole door de fabrikant op de aspecten:

  • aard en omvang, doeltreffendheid, implementatie en aantoonbaarheid.

5.3.1.2 Monsternameplan

De CKI stelt een monsternameplan vast conform de onderstaande bepalingen:

  • minimaal één (1) onaangekondigd bezoek per afzonderlijke partij (‘lot/batch’) in van de onderhavige drukapparatuur in het eerste productiejaar.

  • de frequentie van de onaangekondigde bezoeken na het initiële bezoek wordt bepaald op basis van de onderstaande criteria:

    • minimaal één (1) onaangekondigd bezoek per afzonderlijke partij (‘lot/batch’) van de onderhavige drukapparatuur resp. per productiejaar;

    • de resultaten van vroegere bezoeken in het kader van toezicht op de eindcontrole;

    • significante wijzigingen in de organisatie van de fabrikant resp. het fabricageproces van de onderhavige drukapparatuur.

  • definitie van het controlemonster (= één of meerdere drukapparaten) conform ISO 2859 deel 1 en de volgende parameters:

    • het inspectieniveau (‘general inspection level’): II;

    • de monstername: aselect (‘at random’) en enkel (‘single’);

    • de intensiteit: normaal (‘normal’);

    • het aanvaardbaarheidscriterium: de resultaten van de eindcontrole van het controlemonster zijn in overeenstemming met de desbetreffende eisen van de Richtlijn i.c. de technische documentatie.

Opmerking:

De definitie van een controlemonster conform een methodiek gelijkwaardig aan de gespecificeerde methode volgens ISO 2859 deel 1 en de bijhorende parameters is een aanvaardbaar alternatief.

5.3.1.3 Uitvoering toezicht op de eindcontrole

De CKI verricht het toezicht op de eindcontrole door het afleggen van een of meerdere onaangekondigd(e) bezoek(en) conform het vastgestelde monsternameplan.

De CKI verricht de onderstaande activiteiten in het kader van het toezicht op de eindcontrole:

  • het aanwijzen van het controlemonster op de plaats van fabricage of opslag.

  • het verrichten of laten verrichten van de gehele of gedeeltelijke eindcontrole aan het controlemonster conform de Richtlijn, bijlage I, punt 3.2, te weten:

    • eindinspectie en bijbehorende technische documentatie;

    • beproeving;

    • onderzoek van de veiligheidsvoorzieningen in geval van samenstellen.

Een overzicht van de relevante toetsingselementen in het kader van de uitvoering van het toezicht op de eindcontrole is vastgelegd in de toetsingslijst ‘fabricage en eindcontrole drukapparatuur – nieuwbouw – gebruiksfase’ (bijlage 3)

5.3.2 Module C1
5.3.2.1 Beoordeling van de methode van de eindcontrole

De CKI beoordeelt, op basis van desbetreffende eisen volgens de Richtlijn – bijlage 1, punt 3.2 en een onderzoek op de plaats van fabricage, inspectie of opslag, de wijze van verrichten van de eindcontrole door de fabrikant op de aspecten:

  • aard en omvang, doeltreffendheid, implementatie en aantoonbaarheid.

5.3.2.2 Monsternameplan

De CKI stelt een monsternameplan vast conform de onderstaande bepalingen:

  • minimaal één (1) onaangekondigd bezoek per afzonderlijke partij (‘lot/batch’) in van de onderhavige drukapparatuur in het eerste productiejaar.

  • de frequentie van de onaangekondigde bezoeken na het initiële bezoek wordt bepaald op basis van de onderstaande criteria:

    • minimaal één (1) onaangekondigd bezoek per afzonderlijke partij (‘lot/batch’) van de onderhavige drukapparatuur resp. per productiejaar;

    • de resultaten van vroegere bezoeken in het kader van toezicht op de eindcontrole;

    • significante wijzigingen in de organisatie van de fabrikant resp. het fabricageproces van de onderhavige drukapparatuur.

  • definitie van het controlemonster (= één of meerdere drukapparaten) conform ISO 2859 deel 1 en de volgende parameters:

    • het inspectieniveau (‘general inspection level’): II;

    • de monstername: aselect (‘at random’) en enkel (‘single’);

    • de intensiteit: normaal (‘normal’);

    • het aanvaardbaarheidscriterium: de resultaten van de eindcontrole van het controlemonster zijn in overeenstemming met de desbetreffende eisen van de Richtlijn i.c. de technische documentatie.

Opmerking:

De definitie van een controlemonster conform een methodiek gelijkwaardig aan de gespecificeerde methode volgens ISO 2859 deel 1en de bijhorende parameters is een aanvaardbaar alternatief.

5.3.2.3 Uitvoering toezicht op de eindcontrole

De CKI verricht het toezicht op de eindcontrole door het afleggen van een of meerdere onaangekondigd(e) bezoek(en) conform het vastgestelde monsternameplan.

De CKI verricht de onderstaande activiteiten in het kader van het toezicht op de eindcontrole:

  • het aanwijzen van het controlemonster op de plaats van fabricage of opslag.

  • het verrichten of laten verrichten van de gehele of gedeeltelijke eindcontrole aan het controlemonster conform punt 3.2 (bijlage 1, Richtlijn), t.w.:

    • eindinspectie en bijbehorende technische documentatie;

    • beproeving;

    • onderzoek van de veiligheidsvoorzieningen in geval van samenstellen.

Een overzicht van de relevante toetsingselementen in het kader van de uitvoering van het toezicht op de eindcontrole is vastgelegd in de toetsingslijst ‘toezicht op de eindcontrole – nieuwbouw – gebruiksfase’ (bijlage 3)

5.3.3 Module H1

Procedure voor het verscherpt toezicht op de eindcontrole.

Door middel van onaangekondigde bezoeken vindt verscherpt toezicht plaats op de eindcontrole. Het doel is om te controleren of de eindcontrole door de fabrikant van drukapparatuur voldoet aan de desbetreffende eisen van de richtlijn. Naast toezicht op de eindcontrole vinden in het kader van deze nieuwbouwmodule herbeoordelingen van het kwaliteitsysteem plaats. Voor een nadere beschrijving hiervan wordt verwezen naar document ‘Schema Beoordeling Systemen (drukapparatuur)’.

5.3.3.1 Benodigde basisinformatie

De CKI dient voor de uitvoering van het toezicht op de eindcontrole te beschikken over een door de fabrikant ter beschikking te stellen productieschema (planning), dan wel, om praktische redenen, een voldoend gedetailleerd productieschema over door de CKI vast te stellen bepaalde perioden, teneinde een onaangekondigd bezoek daar effectief op te kunnen afstemmen.

5.3.3.2 Frequentie van de onaangekondigde bezoeken

De CKI stelt de bezoekfrequentie vast conform de onderstaande bepalingen:

  • minstens één onaangekondigd bezoek in het eerste productiejaar van de onder deze module vervaardigde drukapparatuur.

  • de frequentie van de onaangekondigde bezoeken in de periode na het eerste bezoek wordt bepaald op basis van de onderstaande criteria:

    • minstens één onaangekondigd bezoek per jaar;

    • de resultaten van vroegere onaangekondigde bezoeken m.b.t. de eindcontrole;

    • significante wijzigingen in de organisatie, respectievelijk het fabricageproces van de onderhavige drukapparatuur.

Opmerking

De hier beschreven onaangekondigde bezoeken zijn complementair t.o.v. de in paragraaf 5.2.6.2 van het schema voor beoordeling van systemen.

5.3.3.3 Uitvoering

Tijdens een onaangekondigd bezoek beoordeelt de CKI, aan de hand van een controle op de plaats van fabricage, inspectie of opslag, of de eindcontrole door de fabrikant voldoet aan het gestelde daaromtrent in het goedgekeurde kwaliteitssysteem van de fabrikant, met name het richtlijn specifieke deel daarvan, en daarmee aan de desbetreffende eisen van de richtlijn conform de toetsingslijst ‘fabricage en eindcontrole drukapparatuur – nieuwbouw – gebruiksfase (bijlage 3)

Zij voert deze controle uit aan apparatuur die ten tijde van het bezoek een eindcontrole ondergaat, dan wel recent heeft ondergaan en voor de controledoeleinden nog beschikbaar en geschikt is.

Indien de fabrikant verschillende apparatuur onder deze module produceert, dan wel voor de fabricage sterk verschillende methoden toepast, hanteert de instantie een vastgelegde methodiek die bewerkstelligt dat de genoemde controle in de tijd methodisch over die verschillende apparatuur resp. fabricagemethoden wordt verdeeld.

5.4 VERSLAG VAN BEVINDINGEN

De CKI stelt een verslag op van haar bevindingen tijdens het toezicht. Dit verslag wordt ter beschikking gesteld aan de houder van het certificaat/ de verklaring. Deze kan hierop een verzoek tot herziening voor indienen, zie paragraaf 4.23.

De rapportages bevatten ten minste de informatie conform het overzicht ‘minimum inhoud (inspectie-)rapportages – nieuwbouw – gebruiksfase’ (bijlage 4).

De aanvraag, de desbetreffende technische documentatie, het productieschema, het monsternameplan, de (inspectie-)rapportages en de overige relevante documentatie worden door de CKI bewaard (minimale bewaartermijn = 10 jaar).

5.5 MAATREGELEN

Indien blijkt dat een product niet of niet meer voldoet aan de eisen of normen waaraan een CKI heeft getoetst, heeft dit maatregelen door de CKI tot gevolg. De maatregelen strekken ertoe dat op zo kort mogelijke termijn voldaan wordt aan genoemde eisen of normen.

Zo kan het gebeuren dat het eerder afgegeven certificaat/verklaring wordt ingetrokken of dat er geen certificaat/verklaring wordt afgegeven. In ieder geval dient een duidelijke onderbouwing van de beslissing opgesteld te worden, met daarin de reden voor het weigeren, schorsen of intrekken van een certificaat of verklaring.

Dit betreft met name de nieuwbouw modules A1 en C1 en de bijbehorende maatregelen zijn omschreven in paragraaf 4.5.3 en 4.8.4.

Er dient door de CKI informatie-uitwisseling met de Inspectie SZW plaats te vinden over geconstateerde gevaarlijke situaties bij werkzaamheden die door een afgegeven of nog af te geven verklaring of certificaat worden gereguleerd en waardoor de veiligheid of de gezondheid van werknemers of derden in gevaar kan worden gebracht.

DEEL II:

Deel 2 van dit schema bevat de normen die gelden voor een verklaring voor producten in een werkveld drukapparatuur. Beschreven wordt achtereenvolgens:

  • het onderwerp van de verklaring (ie hoofdstuk 6);

  • de inhoudelijke eisen (inclusief de geldigheidscondities) die gelden voor het certificaat of de verklaring (zie hoofdstuk 7);

  • de wijze waarop het voldoen aan de eisen wordt beoordeeld en gerapporteerd (zie hoofdstuk 8);

  • te stellen eisen aan format van de verklaring (zie hoofdstuk 9).

6. ONDERWERP VAN VERKLARING

Het Schema voor beoordeling van producten (drukapparatuur) is door de Stichting CCvD-DA voorgesteld en door het ministerie van SZW – inclusief eventuele aanpassingen – vastgesteld

De te beoordelen producten betreffen drukapparatuur.

Drukapparatuur zijn, stationair opgestelde enkelvoudige en/of samenstellingen van drukvaten, of -leidingen met een maximaal toelaatbare druk van meer dan 0,5 bar. En-kele voorbeelden zijn:

  • stoomketels;

  • procestanks;

  • koelinstallaties;

  • cryogene opslagtanks;

  • installatieleidingen;

  • veiligheidsappendages voor de beveiliging van drukapparatuur;

  • etc.

De producten worden in diverse fases van de levenscyclus beoordeeld, te weten de nieuwbouw, voor ingebruikneming en tijdens gebruiksfase. Afhankelijk van de fase worden verschillende verklaringen afgegeven.

7. EISEN

Dit hoofdstuk bevat de werkveldspecifieke normen waaraan een product moet voldoen, alsmede de wijze waarop de toetsing daarvan plaatsvindt.

7.1 BEOORDELINGSEISEN

Producten worden alleen in de handel gebracht en in gebruik genomen wanneer deze niet de veiligheid of gezondheid van de gebruiker of andere in Richtlijn 97/23/EG van het Europese Parlement en de Raad van 29 mei 1997 (Pressure Equipment Directive) opgenomen algemene belangen in gevaar brengen, wanneer zij op juiste wijze en voor geëigende doelen worden gefabriceerd, geïnstalleerd, gebruikt en onderhouden.

7.1.1 Eisen in de nieuwbouwfase

In de nieuwbouwfase dienen producten te voldoen aan essentiële veiligheidseisen.

Indien de fabrikant gebruik maakt van de Europese geharmoniseerde normen, en voor samenbouw PRD 2.1 (Samenbouw van drukapparatuur en beveiliging), ter invulling van de essentiële veiligheidseisen, dan mag hij ervan uitgaan dat zijn product voldoet aan de betreffende eisen.

7.1.2 Eisen voor ingebruiknemingsfase

Ten aanzien van de ingebruikname gelden:

  • Het Warenwetbesluit Drukapparatuur;

  • De Warenwetregeling Drukapparatuur;

  • PRD 2.2: Keuring voor ingebruikneming.

Indien de gebruiker van drukapparatuur gebruik maakt van PRD 2.2, dan mag hij ervan uitgaan dat voldaan wordt aan het Besluit Drukapparatuur en de Warenwetregeling Drukapparatuur.

7.1.3 Eisen voor gebruiksfase

Drukapparatuur wordt onderworpen aan periodieke inspecties indien te verwachten is dat deze producten tijdens gebruik onderhevig zijn aan slijtage of anderszins wat veiligheid betreft achteruit gaan. Ten aanzien van deze periodieke inspecties zijn van toepassing:

  • Het Warenwetbesluit Drukapparatuur;

  • De Warenwetregeling Drukapparatuur;

  • De PRD’s.

Indien de gebruiker van drukapparatuur gebruik maakt van de PRD’s, dan mag hij er-van uitgaan dat voldaan wordt aan het Besluit Drukapparatuur en de Warenwetregeling Drukapparatuur.

8. TOETSMETHODIEK

Voor toetspunten voor nieuwbouw wordt verwezen naar bijlage 1 ‘Essentiële veiligheidseisen’ van de Richtlijn drukapparatuur (97/23/EG). Voor de ingebruikneming en gebruiksfase wordt voor de toetspunten verwezen naar de Warenwetbesluit en Warenwetregeling Drukapparatuur en de Praktijkregels Drukapparatuur (PRD’s), zie ook hoofdstuk 7 van dit schema.

9. DE VERKLARINGEN

Indien drukapparatuur, druksysteem of samenstel na beoordeling bij nieuwbouw, ingebruikneming of gebruiksfase is goedgekeurd, ontvangt de aanvrager een verklaring. In het onderstaande overzicht wordt aangegeven welke verklaringen kunnen worden afgegeven. In de betreffende bijlage wordt aangegeven welke gegevens deze ‘verklaringen’ minimaal dienen te bevatten:

Bijlage 1: Overzicht – minimum inhoud ‘certificate of conformity’

Bijlage 2: Overzicht – minimum inhoud ‘(EG-)verklaring van type-/ontwerponderzoek – nieuwbouw’

Bijlage 4: Overzicht – minimum inhoud ‘(inspectie) rapportages – nieuwbouw – gebruiksfase’

Bijlage 8: (Voorlopige) Verklaring van ingebruikneming

Bijlage 9: Verklaring van herkeuring

Bijlage 10: Verklaring van intredekeuring en ingebruikneming

Bijlage 1: Overzicht – minimum inhoud ‘certificate of conformity’

De elementen met een vereiste vermelding in de (EG-)verklaring van overeenstemming (‘certificate of conformity’) met betrekking tot de – door de CKI – verrichte proeven aan de desbetreffende drukapparatuur of druksysteem, zijn in het onderstaande overzicht gespecificeerd.

  • Fabrikant:

    • * naam.

    • * adres.

    • * merknaam (bij druksysteem niet van toepassing).

  • Gegevens drukapparaat of drukapparaten of druksysteem:

    • * benaming drukapparaat, samenstel of druksysteem.

    • * identificatie drukapparaat, samenstel of druksysteem (b.v. serie- of fabricagenummer).

    • * fabricagejaar.

    • * referentie(s) fabrikant/gebruiker optredend als fabrikant.

    • * referentie en datum verklaring van overeenstemming fabrikant/gebruiker

    • * tekeningnummer en versieaanduiding van samenstellingtekening(en).

    • * categorie-indeling*.

    • * ontwerpdruk i.c. minimaal/maximaal toelaatbare druk (PS)*.

    • * ontwerptemperatuur i.c. minimaal/maximaal toelaatbare temperatuur (TS)*.

    • * volume (V) of afmetingen (DN)*.

    • * medium en stofindeling*.

    • * corrosietoeslag.

  • Veiligheidsappendages:

    • * capaciteit*.

    • * instelgegevens*.

    • * datum van afstelling*.

  • Toegepaste overeenstemmingsbeoordelingsprocedure(s) c.q. module(s)*.

  • Specificatie van de verrichte proeven (= beoordelings-, onderzoek- en beproevingsactiviteiten).

  • Ontwerp (type- of ontwerponderzoek of eenheidskeuring):

    • * naam en adresgegevens CKI.

    • * identificatienummer CKI.

    • * KvK-nummer CKI

    • * certificaatnummer / referentie van een beoordelingsrapport van het ontwerp (module G).

    • * datum.

  • Fabricage c.q. vervaardiging:

    • * naam en adresgegevens CKI

    • * identificatienummer CKI

    • * certificaatnummer.

    • * datum.

  • Verklaring:

    • * de resultaten van de verrichte proeven.

    • * goedkeuringsdatum.

    • * naam en functie ondertekenaar c.q. beslissingbevoegde functionaris.

    • * handtekening (vrijgave resp. autorisatie) en stempel CKI.

Bijlage 2: Overzicht – minimum inhoud ‘(EG-)verklaring van type-/ontwerponderzoek’

De elementen met een vereiste vermelding in de (EG-)verklaring van type-/ontwerponderzoek met betrekking tot de conclusies van de – door de CKI – verrichte passende onderzoek en noodzakelijke proeven aan de desbetreffende drukapparatuur of druksysteem, zijn in het onderstaande overzicht gespecificeerd.

  • Fabrikant:

    • * naam.

    • * adres.

    • * merknaam (bij druksysteem niet van toepassing).

  • Gegevens drukapparaat, samenstel of druksysteem:

    • * benaming drukapparaat, samenstel of druksysteem.

    • * identificatie drukapparaat, samenstel of druksysteem (typenummer(s).

    • * referentie(s) fabrikant of gebruiker die optreed als fabrikant.

    • * tekeningnummer en versieaanduiding van samenstellingtekening(en).

    • * categorie-indeling*.

    • * ontwerpdruk i.c. minimaal/maximaal toelaatbare druk (PS)*.

    • * ontwerptemperatuur i.c. minimaal/maximaal toelaatbare temperatuur (TS)*.

    • * volume (V) of afmetingen (DN)*.

    • * medium en stofindeling*.

    • * corrosietoeslag.

  • Veiligheidsappendages:

    • * capaciteit*.

    • * instelgegevens*.

    • * datum van de afstelling.

  • Toegepaste overeenstemmingsbeoordelingsprocedure(s) c.q. module(s)*.

  • Specificatie van de verrichte onderzoeken en/of proeven voor de initiële resp. de aanvullende, in geval van wijzigingen, overeenstemmingsbeoordeling.

  • Kwaliteitssysteem (alleen voor module H1):

    • * naam en adresgegevens CKI.

    • * identificatienummer CKI.

    • * KvK-nummer CKI

    • * certificaatnummer.

    • * datum.

  • Verklaring:

    • * de conclusies van de verrichte onderzoeken en/of proeven (indien van toepassing ‘conditionele verklaring’).

    • * de geldigheidstermijn (module B) en/of de voorwaarden voor geldigheid.

    • * goedkeuringsdatum.

    • * naam en adresgegevens CKI.

    • * identificatienummer CKI.

    • * KvK-nummer CKI

    • * certificaatnummer.

    • * naam en functie ondertekenaar c.q. beslissingbevoegde functionaris.

    • * handtekening (vrijgave resp. autorisatie) en stempel instelling.

  • Lijst van bijlagen.

Bijlage 3: Toetsingslijst – ‘fabricage en eindcontrole drukapparatuur – nieuwbouw – gebruiksfase’

De toetsingselementen in het kader van de uitvoering van de fabricage en eindcontrole van drukapparatuur zijn in het onderstaande overzicht vermeld.

Voorbereiding en vormgeving

  • * controle van de geschiktheid (kwalificatie) van de uitvoeringsmethoden voor het voorbereiden van onderdelen (b.v. producten of halffabricaten) gedurende het fabricageproces (b.v. procedure voor warm/koud vervormen).

Materialen

  • * controle van de identificatie (ken-/waarmerken) van de gebruikte materialen.

  • * controle van het vereiste soort keuringsdocument.

  • * controle overeenstemming van de gebruikte materialen met de voorgeschreven specificatie.

  • * controle van de methode voor resp. toepassing van hermerken

  • * controle van de materiaalopslag en het -beheer van halffabricaten, producten en lastoevoegmaterialen.

Permanente verbindingen

  • * controle van de kwalificatie van de uitvoeringsmethoden (LMK + LMB) en de goedkeuring door een vakkundige derde partij (in categorie II, III, IV en in die gevallen waarbij geen categorie-indeling op basis van de PED heeft plaatsgevonden).

  • * controle van de kwalificatie c.q. vakbekwaamheid van het personeel (LK) en de goedkeuring door een vakkundige derde partij (in categorie II, III, IV en in die geallen waarbij geen categorie-indeling op basis van de PED heeft plaatsgevonden).

Niet destructief onderzoek

  • * controle van de geschiktheid (kwalificatie) van de uitvoeringsmethoden.

  • * controle van de kwalificatie c.q. vakbekwaamheid van het personeel en voor categorie III en IV de goedkeuring door een vakkundige derde partij.

  • * controle van de onderzoeksrapportages van uitgevoerd niet destructief onderzoek.

Visueel onderzoek gedurende het fabricageproces (zie noot)

  • * visueel in- en uitwendig (las-)onderzoek.

  • * controle van de uitvoering en maatvoering.

noot: alleen indien vereist op grond van essentiële veiligheidsoverwegingen.

Warmtebehandeling

  • * controle van de geschiktheid (kwalificatie) van de uitvoeringsmethode voor een warmtebehandeling.

  • * controle van de registraties en/of verklaringen.

Naspeurbaarheid

  • * controle van de registraties van materiaal, las- en (niet) destructief onderzoek gegevens.

Eindcontrole

  • * eindinspectie:

  • * controle van de desbetreffende documentatie behorend tot de fabricagefase.

  • * (indien van toepassing) controle van verklaringen en/of markeringen van onderdelen van samenstellen.

  • * visueel in-/uitwendig onderzoek voor uitvoering van de beproeving resp. het aanbrengen van een beschermingssysteem, inclusief controle uitvoering, maatvoering en ondersteuningen.

  • * beproeving:

  • * controle van de beproevingsprocedure (= hydrostatische persproef) of een vervangende proef (inclusief de desbetreffende aanvullende maatregelen).

  • * controle van de kalibratie van de meetapparatuur voor de uitvoering van de beproeving.

  • * bijwonen van de beproeving of de vervangende proef (indien van toepassing).

  • * visueel in-/uitwendig onderzoek na de uitvoering van de beproeving.

  • * (voor zover van toepassing) onderzoek van de veiligheidsvoorzieningen in geval van samenstellen of druksystemen.

  • * controle van een in-/uitwendig beschermingssysteem ten behoeve van de overeenstemming met de essentiële veiligheidseisen.

  • * (voor zover van toepassing) controle van de markering, t.w. het identificatienummer.

  • * (voor zover van toepassing) controle van de opstelling na reparatie.

Bijlage 4: Overzicht – minimum inhoud (inspectie) rapportages

De elementen met een vereiste vermelding in een (inspectie) rapportage, met betrekking tot inspectieactiviteiten c.q. verrichte onderzoeken of proeven aan drukapparatuur, zijn in het onderstaande overzicht gespecificeerd.

  • Algemene gegevens:

    • * referentienummer CKI (project, opdracht- of contractnummer)

    • * fabrikant/gebruiker

    • * referentie fabrikant/gebruiker

    • * benaming drukapparaat, samenstel of druksysteem

    • * identificatie drukapparaat, samenstel of druksysteem

    • * tekeningnummer en versieaanduiding van samenstellingstekening(en)

    • * categorie-indeling1

    • * ontwerpdruk i.c. minimum/maximum toelaatbare druk (PS)1

    • * ontwerptemperatuur i.c. minimum/maximum toelaatbare temperatuur (TS)1

    • * volume (V) of afmetingen (DN)1

    • * medium en stofindeling1

    • * overeenstemmingsbeoordelingsmodule

      (1 optioneel)

  • Aard, omvang, tijdstip en locatie van de verrichte onderzoeken of proeven (inclusief de toegepaste meetapparatuur).

  • Resultaten van de verrichte onderzoeken of proeven (inclusief afwijkingen, bijzondere omstandigheden en genomen maatregelen).

  • Bijlagen (indien van toepassing).

  • Vrijgave resp. autorisatie.

    • * naam en adresgegevens CKI.

    • * identificatienummer CKI.

    • * KvK-nummer CKI

    • * certificaatnummer.

    • * datum.

Bijlage 5: Inhoudsopgave technische documentatie – nieuwbouw

De inhoud van de technische documentatie van drukapparatuur dient de onderstaande informatie te bevatten.

  • * een algemene beschrijving van de drukapparatuur.

  • * de toegepaste basis-/broninformatie (‘input’) en de resultaten van de gemaakte risicoanalyse.

  • * de ontwerp- en fabricagetekeningen met de relevante informatie ten behoeve van de overeenstemmingsbeoordeling.

  • * de toegepaste basis-/broninformatie (‘input’) en de resultaten van de gemaakte ontwerpberekeningen met de relevante informatie ten behoeve van de overeenstemmingsbeoordeling.

  • * de beschrijvingen en de toelichtingen die nodig zijn voor het begrijpen van de genoemde tekeningen, ontwerpberekeningen en overige documentatie en de werking van de drukapparatuur.

  • * een overzicht van de geharmoniseerde normen die geheel of gedeeltelijk zijn toegepast.

  • * een beschrijving van de oplossingen die zijn gekozen indien de geharmoniseerde normen niet zijn toegepast.

  • * het nodige bewijsmateriaal ter bevestiging van de geschiktheid van de voor het ontwerp gekozen oplossingen, met name indien de geharmoniseerde normen niet (volledig) toegepast zijn, inclusief de eventuele resultaten van proeven die door of namens de fabrikant door een passend laboratorium zijn uitgevoerd.

  • * de goedkeuringen van de uitvoeringsmethoden van permanente verbindingen.

  • * de kwalificatie van het personeel belast met de uitvoering van permanente verbindingen resp. niet destructief onderzoek.

  • * de verrichte onderzoeken.

Bijlage 6: Toetsingslijst ‘ Inhoudsopgave technische documentatie –gebruiksfase’

De inhoud van de technische documentatie van drukapparatuur dient de onderstaande informatie te bevatten. Ingeval van drukapparatuur waarvan de ontwerpbeoordeling niet door een aangemelde instelling of keuringsdienst heeft plaatsgevonden, dient de informatie toereikend te zijn om de reparatie of wijziging in samenhang met het totale drukapparaat, samenstel of druksysteem te kunnen beoordelen.

  • een algemene beschrijving van en de reden voor de voorgenomen reparatie en/of wijziging;

  • de ontwerp- en fabricagetekeningen met de relevante informatie ten behoeve van de (overeenstemming)beoordeling;

  • *) de toegepaste basis-/broninformatie (‘input’) en de resultaten van de gemaakte ontwerpberekeningen met de relevante informatie ten behoeve van de (overeenstemming)beoordeling;

  • *) de beschrijvingen en de toelichtingen die nodig zijn voor het begrijpen van de genoemde tekeningen, ontwerpberekeningen en overige documentatie en de werking van de drukapparatuur;

  • een overzicht van de geharmoniseerde normen die geheel of gedeeltelijk zijn toegepast;

  • een beschrijving van de oplossingen die zijn gekozen indien de geharmoniseerde normen niet zijn toegepast;

  • *) het nodige bewijsmateriaal ter bevestiging van de geschiktheid van de voor het ontwerp gekozen oplossingen, met name indien de geharmoniseerde normen niet (volledig) toegepast zijn, inclusief de eventuele resultaten van proeven die door of namens de fabrikant door een passend laboratorium zijn uitgevoerd;

  • (in categorie II, III, IV en in die gevallen waarbij geen categorie-indeling op basis van de PED heeft plaatsgevonden) de goedkeuringen van de uitvoeringsmethoden van permanente verbindingen en kwalificatie van het personeel belast met de uitvoering van permanente verbindingen;

  • (in categorie III, IV en in die gevallen waarbij geen categorie-indeling op basis van de PED heeft plaatsgevonden) de kwalificatie van het personeel belast met het niet destructief onderzoek op de permanente verbindingen;

  • de verrichte onderzoeken.

  • *) Niet van toepassing bij de beoordeling van een reparatie

Bijlage 7: Toetsingslijst – ‘ontwerpbeoordeling’ – nieuwbouw – gebruiksfase

De toetsingselementen in het kader van de uitvoering van de ontwerpbeoordeling van drukapparatuur, druksystemen, reparaties en wijzigingen zijn in het onderstaande overzicht vermeld. Afhankelijk van de reparatie of wijziging dient vastgesteld te worden welke daarvan relevant zijn om de reparatie en/of wijziging te kunnen beoordelen.

Afzonderlijke of combinaties van belastingen

  • * de inwendige en uitwendige (statische) druk resp. de minimaal en maximaal toelaatbare druk (inclusief vacuüm).

  • * de omgevings- en gebruikstemperatuur resp. de minimaal en maximaal toelaatbare temperatuur.

  • * de massa van de inhoud onder gebruiks- en beproevingsomstandigheden

  • * de belastingen ten gevolge van verkeer, wind en aardbevingen.

  • * de (externe) belastingen, o.a. als gevolg van reactiekrachten en -momenten afkomstig van steunconstructies, bevestigingsmiddelen, aansluitende (installatie-) leidingen.

  • * corrosie, erosie, turbulentie, afzettingen, andere chemische aantasting, vloeistof- of waterslag.

  • * vermoeiing (b.v. als gevolg van trillingen of bedrijfsomstandigheden).

  • * ontbinding van onstabiele stoffen.

  • * oververhitting.

  • * uitwendige brand.

Ontwerpmethode

  • * de geschiktheid van de toegepaste ontwerpmethode in relatie tot de geïdentificeerde belastingen.

  • * het beproevingsprogramma in geval van de toepassing van een experimentele ontwerpmethode (alleen voor module B).

Ontwerpberekeningen

  • * de beoordeling van de gemaakte ontwerpberekeningen (sterkte, stabiliteit en flexibiliteit).

Constructieve uitvoering

  • * de gebruikte materialen.

  • * de constructiedetails.

  • * de constructieve uitvoering van tubulures of aftakkingen.

  • * de vormgeving drukapparatuur of onderdelen.

  • * de details van (permanente) verbindingen.

  • * de verbindingsfactoren.

  • * de warmtebehandeling.

  • * de afmetingen (inclusief toeslagen, toleranties, onrondheidseisen).

  • * de niet destructieve proeven.

  • * de beproeving.

  • * de ondersteuningen.

  • * de veilige bediening en werking (inclusief vullen en ledigen).

  • * de voorzieningen voor het aftappen of ontluchten.

  • * de mate van inspecteerbaarheid in nieuwbouw- resp. gebruiksfase.

Beveiliging tegen overschrijding van de toelaatbare grenzen en veiligheids- appendages

  • * de geschiktheid van de toegepaste beveiligingsvoorzieningen.

Samenstellen

  • * de beoordeling van de integratie van verschillende drukapparaten tot een (functioneel) geheel.

Essentiële informatie ontwerpfase

  • * de eenduidige vastlegging van de essentiële informatie voor de uitvoering van de fabricage en eindcontrole (‘keuringseisen’).

Bijlage 8: (Voorlopige) Verklaring van ingebruikneming

De ‘verklaring van ingebruikneming’ of de ‘voorlopige verklaring van ingebruikneming’ voor drukapparatuur, samenstellen en druksystemen moet ten minste de volgende informatie bevatten:

  • a. Verwijzing naar artikel 12b, tweede of tiende lid van het besluit.

  • b. Kenmerk of registratienummer van de drukapparatuur.

  • c. Naam en adres van de gebruiker van de drukapparatuur, het samenstel of het druksysteem.

  • d. Adres en plaats waar de drukapparatuur, het samenstel of het druksysteem is opgesteld.

  • e. Verwijzing naar de verklaring van overeenstemming onderscheidenlijk de EG-verklaring van overeenstemming.

  • f. De gegevens die nodig zijn met betrekking tot de omstandigheden waaronder en de wijze waarop de apparatuur mag worden gebruikt.*1)

  • g. Datum van de keuring vóór ingebruikneming.

  • h. Geldigheidsduur van de voorlopige verklaring.

  • i. Jaar van herkeuring van de eerst in aanmerking komende apparatuur van het samenstel, druksysteem of groep installatieleidingen.*2).

  • j. Gegevens CKI die de keuring heeft verricht:

    • * naam en adresgegevens CKI.

    • * identificatienummer CKI.

    • * KvK-nummer CKI

  • k. Identiteit van de ondertekenaar die gemachtigd is de verklaring voor de CKI te ondertekenen.

  • l. Ondertekening en datum.

  • *1) Opmerking:

    De hier bedoelde omstandigheden hebben in de regel betrekking op de toelaatbare druk voor de drukapparaten in relatie met het samenstel of druksysteem waarvan het deel uit maakt. Deze toelaatbare druk is tevens de waarde die gebruikt wordt voor de bepaling of er sprake is van een verplichting tot keuring voor ingebruikneming en herkeuring.

    Deze waarde kan lager zijn dan de PS-waarde die de fabrikant van het afzonderlijk drukapparaat op de stempelplaat heeft vermeld. Overigens kunnen bijvoorbeeld ook de toelaatbare temperatuur of frequentie van drukwisselingen tot de vast te leggen gebruiksomstandigheden behoren.

  • *2) Opmerking

    Bij de vaststelling van het jaar van herkeuring wordt een eventueel toegekende overschrijding van de jaargrens niet meegenomen.

    Bij een verkorte termijn wordt gerekend vanuit het jaar waarin de herkeuring daadwerkelijk is uitgevoerd.

Bijlage 9: Verklaring van herkeuring

De ‘verklaring van herkeuring’ voor drukapparatuur moet ten minste de volgende informatie bevatten:

  • a. Verwijzing naar artikel 12c, tweede lid van het besluit.

  • b. Kenmerk of registratienummer van het drukapparaat.

  • c. Adres en plaats van de drukapparatuur.

  • d. Naam en adres van de gebruiker van de drukapparatuur.

  • e. Datum en nummer van het besluit op basis waarvan de verklaring is afgegeven.

  • f. In voorkomend geval, een verwijzing naar de verklaring van ingebruikneming of de verklaring van intredekeuring en ingebruikneming *1).

  • g. De gegevens die nodig zijn met betrekking tot de omstandigheden waaronder en de wijze waarop de apparatuur mag worden gebruikt *2).

  • h. Datum van de herkeuring.

  • i. Jaar van herkeuring van de volgende herkeuring. *3)

  • j. Gegevens van de CKI die de herkeuring heeft verricht:

    • * naam en adresgegevens CKI.

    • * identificatienummer CKI.

    • * KvK-nummer CKI

  • k. Identiteit van de ondertekenaar die gemachtigd is de verklaring voor de CKI te ondertekenen.

  • l. Ondertekening en datum.

  • m. De basis waarop het eindoordeel wordt gegeven, te onderscheiden naar door de CKI uitgevoerde inspectie resp. door de inspectieafdeling van de gebruiker uitgevoerde inspecties onder toezicht van een CKI. *4)

  • *1) Opmerking:

    ‘In voorkomend geval’ heeft betrekking op situaties waarin geen keuring vóór ingebruikneming door een aangewezen CKI is vereist maar wel een herkeuring door een aangewezen CKI van toepassing is.

  • *2) Opmerking:

    De hier bedoelde omstandigheden hebben in de regel betrekking op de toelaatbare druk voor de drukapparaten in relatie met het samenstel of druksysteem waarvan het deel uit maakt. Deze toelaatbare druk is tevens de waarde die gebruikt wordt voor de bepaling of er sprake is van een verplichting tot keuring voor ingebruikneming en herkeuring.

    Deze waarde kan lager zijn dan de PS-waarde die de fabrikant van het afzonderlijk drukapparaat op de stempelplaat heeft vermeld. Overigens kunnen bijvoorbeeld ook de toelaatbare temperatuur of frequentie van drukwisselingen tot de vast te leggen gebruiksomstandigheden behoren.

  • *3) Opmerking

    Bij de vaststelling van het jaar van herkeuring wordt een eventueel toegekende overschrijding van de jaargrens niet meegenomen.

    Bij een verkorte termijn wordt gerekend vanuit het jaar waarin de keuring daadwerkelijk is uitgevoerd.

  • *4) Opmerking:

    Het verdient aanbeveling om in de verklaring van herkeuring te vermelden of de herkeuring door de gebruiker onder toezicht van een CKI heeft plaatsgevonden of dat de herkeuring geheel door een CKI is uitgevoerd.

Bijlage 10: Verklaring van intredekeuring en ingebruikneming

De ‘verklaring van intredekeuring en ingebruikneming’ voor apparatuur, moet ten minste (voor zover van toepassing) de volgende informatie bevatten:

  • Een verwijzing naar artikel 12d, tweede en negende lid van het Besluit;

  • Naam en adres van de gebruiker;

  • Adres en plaats waar de drukapparatuur, het samenstel of het druksysteem is opgesteld;

  • Gegevens apparatuur:

    • * benaming apparatuur

    • * kenmerk of registratienummer van de drukapparatuur

    • * fabricagejaar

    • * tekeningnummer en versieaanduiding van samenstellingtekening(en)

    • * minimaal/maximaal toelaatbare druk (PS)

    • * minimaal/maximaal toelaatbare temperatuur (TS)

    • * volume (V) of afmeting (DN)

    • * medium en stofindeling

    • * categorie-indeling

    • * corrosietoeslag

  • Veiligheidsappendages:

    • * capaciteit

    • * instelgegevens

    • * datum van instellen van de veiligheid

  • De maximaal toelaatbare druk en de maximaal/minimaal toelaatbare temperatuur van de in de verklaring genoemde drukapparaten*1);

  • Datum van de keuring vóór ingebruikneming;

  • Jaar van herkeuring van de eerst in aanmerking komende apparatuur van het samenstel, druksysteem of groep installatieleidingen;

  • Verwijzing naar de onderliggende rapporten;

  • Specificatie en de resultaten van de verrichte proeven (= beoordelings-, onderzoek- en beproevingsactiviteiten);

  • Gegevens van de CKI die de beoordelingen en keuringen heeft verricht:

    • * naam en adresgegevens CKI.

    • * identificatienummer CKI.

    • * KvK-nummer CKI

  • Identiteit van de ondertekenaar die gemachtigd is de verklaring voor de CKI te ondertekenen;

  • Ondertekening en datum van afgifte van de Verklaring.

  • *1) Opmerking:

    Dit is de toelaatbare druk voor de drukapparaten in relatie met het samenstel of druksysteem waarvan het deel uit maakt en is tevens de waarde die gebruikt wordt voor de bepaling of er sprake is van een verplichting tot keuring voor ingebruikneming en herkeuring.

    Deze waarde kan lager zijn dan de PS-waarde die de fabrikant van het drukapparaat op de stempelplaat vermeld heeft.

Bijlage 11: Nadere uitwerking taakverdeling bij herkeuring

Afhankelijk van de organisatievorm van de gebruiker moeten de volgende taakverdelingen toegepast worden.

Gebruiker

Inspectieafdeling Van de Gebruiker (IVG)

Keuringsdienst Van Gebruikers (KVG)

Aangewezen Keuringsinstelling (AKI)

Vaste termijnen

– Herbeoordelingsplan opstellen of de te hanteren specificatie opgeven *6)

– Aanvraag indienen met de basis informatie

 

– Herbeoordelingsplan beoordelen

– Herkeuring uitvoeren conform herbeoordelingsplan

– Rapporteren van de inspectie-bevindingen

– Eindoordeel formuleren*1)

 

– Herbeoordelingsplan beoordelen

– Herkeuring uitvoeren conform herbeoordelingsplan

– Rapporteren van de inspectiebevindingen

– Autorisatie rapportage

 

– Houdt toezicht op de herkeuring door de IVG (zie par. 4.15.5.2)

– Eindoordeel formuleren *2)

Gebruiker

Inspectieafdeling Van de Gebruiker (IVG)

Keuringsdienst Van Gebruikers (KVG)

Aangewezen Keuringsinstelling (AKI)

Termijnverlenging

– Voorbereiden van de aanvraag

– Opstellen van het herbeoordelingsplan voor termijnverlenging*6)

– Aanvraag indienen

– Toevoegen verklaring dat termijnverlenging verantwoord is.

– Ondersteunen van de aanvraag

– Beoordelen en medeondertekenen van de aanvraag

– Herkeuring uitvoeren conform het herbeoordelingsplan voor termijnverlenging

– Rapporteren van de inspectiebevindingen

– Autorisatie rapportage

– Beoordeelt de aanvraag

– (indien van toepassing) Houdt toezicht op de uitvoering van de onderzoeken door de IVG conform het herbeoordelingsplan voor termijnverlenging (zie par. 4.15.5.3)

– (indien van toepassing) Uitvoering van de onderzoeken conform het herbeoordelingsplan voor termijnverlenging

   

– (indien van toepassing) Houdt toezicht op de uitvoering van de onderzoeken door de KVG conform het herbeoordelingsplan voor termijnverlenging (zie par. 4.15.5.4)

– Neemt onderzoeksresultaten mee in het eindoordeel

– Eindoordeel formuleren over de aangevraagde termijnverlenging*3

Gebruiker

Inspectieafdeling van de Gebruiker (IVG)

Keuringsdienst Van Gebruikers (KVG)

Aangewezen Keuringsinstelling (AKI)

Termijnflexibilisering

– Voorbereiden van de aanvraag

– Opstellen herbeoordelingsplan voor termijnflexibilisering op basis van RBI *5) (zie par. 4.15.1.3.)

– Aanvraag indienen

– Toevoegen verklaring dat termijn-flexibilisering verantwoord is.

– Ondersteunen van de aanvraag

– Beoordelen en medeondertekenen van de aanvraag

– Herkeuring uitvoeren conform het herbeoordelingsplan voor termijnflexibilisering (zie par. 4.15.1.3.)

– Rapporteren van de inspectiebevindingen

– Autorisatie rapportage

– Beoordelen van de aanvraag

– (indien van toepassing) Houdt toezicht op de uitvoering van de onderzoeken door de IVG conform het herbeoordelingsplan voor termijnflexibilisering (zie par. 4.15.1.3 en 4.15.5.5)

– (indien van toepassing) Houdt toezicht op de uitvoering van de onderzoeken door de KVG conform het herbeoordelingsplan voor termijnflexibilisering (zie par. 4.15.1.3 en 4.15.5.6)

– Gebruikt o.a. het resultaat van de onder-zoeken *4) als validatie van de toe te kennen c.q. toegekende geflexibiliseerde termijn

– Eindoordeel formuleren over de aangevraagde termijnflexibilsering*4

*1) Dit betreft het afgeven van een Verklaring van Herkeuring waarin een verwijzing is opgenomen naar de uitvoering door de KVG resp. AKI en de uitspraak dat geen bezwaar bestaat tegen het (weer) in gebruik nemen van de drukapparatuur voor een te vermelden termijn.

*2) Dit betreft het afgeven van een Verklaring van Herkeuring door de instelling, waarin een verwijzing opgenomen is naar de wijze waarop het toezicht is uitgevoerd en dat geen bezwaar wordt gemaakt tegen het (weer) in gebruik nemen van de drukapparatuur voor een te vermelden termijn.

*3) Dit betreft het afgeven van een Verklaring van Herkeuring waarin een verwijzing is opgenomen naar de uitvoering door de AKI en indien van toepassing een verwijzing naar de onder toezicht uitgevoerde uitwendig onderzoek door de IVG of KVG en de uitspraak dat geen bezwaar bestaat tegen het (weer) in gebruik nemen van de drukapparatuur voor een te vermelden verlengde termijn.

*4) Dit betreft de onderzoeken die tijdens de looptijd van de geflexibiliseerde termijn worden uitgevoerd op basis van het jaarprogramma.

*5) De gebruiker kan het opstellen van het herbeoordelingsplan uitbesteden aan zijn IVG of KVG. Zie tevens de voorwaarde in PRD 2.4 voor het beoordelen van de herbeoordelingsplannen door de IVG.

BIJLAGE 4, BEHOREND BIJ DE MINISTERIELE REGELING VAN 2 NOVEMBER 2012, NR. G&VW/2012/GW/16185, HOUDENDE WIJZIGING VAN DE ARBEIDSOMSTANDIGHEDENREGELING EN DIVERSE WARENWETREGELINGEN IN VERBAND MET DE GEFASEERDE INVOERING VAN HET HERZIENE STELSEL VAN CERTIFICATIE (FASE 4).

Bijlage behorend bij Artikel 15

Schema voor Aanwijzing en Toezicht op de certificerings- en keuringsinstellingen voor Drukapparatuur

Document: WDA&T-DA: 2012, versie 01

Onder beheer van:

CCvD-DA

Secretariaat CCvD-DA

Vrieseweg 145

3311 NV Dordrecht

INHOUDSOPGAVE

1.

INLEIDING

1.1

Toelichting

1.2

Nieuwbouwfase

1.3

Ingebruiknemingsfase

1.4

Gebruiksfase

1.5

Aanwijzingskavels

2.

DEFINITIES

3.

SPECIFIEKE KENMERKEN VAN HET WERKVELD

3.1

Beschrijving schema

3.2

Actieve partijen

3.3

Risicoanalyse

4.

EISEN TEN BEHOEVE VAN DE AANWIJZING

4.1

Soorten CKI’s met aanwijzingskavels

4.2

Eisen aan de (A)AKI’s

4.3

Eisen aan de (A)KVG

4.4

Eisen aan erkende onafhankelijke instellingen

4.5

Specifieke invulling beoordeling producten (drukapparatuur)

4.6

Specifieke invulling beoordeling systemen (drukapparatuur)

4.7

Aanwijzingscriteria

5.

TOEZICHT

6.

MAATREGELEN

Bijlage 1:

Taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden

Bijlage 2:

Vakbekwaamheidseisen

1. INLEIDING
1.1 Toelichting

Drukapparatuur is een risicovol product. Om het maatschappelijke belang – veiligheid en gezondheid van werknemers en omwonenden en het milieu – te waarborgen, is door de overheid gekozen voor een wettelijk verplichte ‘certificatieregeling’ van het ontwerp, de fabricage, de samenbouw, de eindcontrole en het gebruik van drukapparatuur. Het ‘certificaat’ wordt onder deze regeling verstrekt door Certificerings- en keuringsinstellingen (CKI’s). Om ‘certificaten’ te mogen verstrekken dient een CKI hiertoe te worden aangewezen door de minister. Dit gebeurt door een toetsing aan dit document. In dit document is aangegeven aan welke regels en procedures de betreffende CKI’s zich dienen te houden. Waar in dit schema geen nadere uitwerking is gegeven dient de betreffende accreditatienorm te worden aangehouden.

Dit document betreft de aanwijzing van instellingen en diensten voor nieuwbouw van drukapparatuur alsmede voor de samenbouw, de ingebruikneming en het gebruik van drukapparatuur. De aanwijzing voor nieuwbouw vloeit voort uit de implementatie van de Pressure Equipment Directive1 (PED) in het Warenwetbesluit drukapparatuur.

Voor nieuwbouw van drukapparatuur wordt op grond van de te volgen module vastgesteld of er aan de essentiële eisen wordt voldaan. Dit ter borging van de veiligheid van de drukapparatuur. In paragraaf 1.2 worden de zogenaamde ‘modules’ kort beschreven. Ook de werkzaamheden bij ingebruikneming is aan te merken als deelgebied, welke in paragraaf 1.3 wordt beschreven. In de paragraaf 1.4 worden de werkzaamheden van de deelgebieden die tijdens de gebruiksfase kunnen voorkomen, beschreven.

Een CKI behoeft niet voor het gehele werkveld aangewezen te worden, maar kan ook voor een deel, zogenaamde aanwijzingskavels, van het werkveld aangewezen worden. In paragraaf 1.5 worden de afzonderlijke aanwijzingskavels beschreven.

1.2 Nieuwbouwfase

Bij nieuwbouw van drukapparatuur, samenstellen en druksystemen van de risicocategorie II, III en IV zoals vermeld in de Richtlijn, moeten modules respectievelijk van bijlage III van de Richtlijn en artikel 11, 12 of 12a van het Warenwetbesluit drukapparatuur worden toegepast. In onderstaande tabel zijn de modules voor de borging van de veiligheid alsmede de gehanteerde aanduiding voor deze modules gegeven.

Omschrijving module

Aanduiding module

Interne fabricagecontrole met toezicht op de eindcontrole

A1

EG-typeonderzoek

B

EG-ontwerponderzoek

B1

Overeenstemming met het type

C1

Productiekwaliteitsborging

D

Productiekwaliteitsborging

D1

Productiekwaliteitsborging

E

Productiekwaliteitsborging

E1

Productkeuring

F

EG-eenheidskeuring

G

Volledige kwaliteitsborging

H

Volledige kwaliteitsborging met controle van het ontwerp en bijzonder toezicht op de eindcontrole

H1

Naast de modules inzake de overeenstemmingsbeoordelingen gelden voor samenstellen artikel 10 lid 2 van de PED en voor druksystemen artikel 12a van het Warenwetbesluit drukapparatuur.

Tevens wordt in het kort het doel en toepassingsgebied van de modules beschreven. In de schema’s voor producten en systemen worden de relevante procedures voor de modules nader omschreven.

Module A1:

Het doel van deze module is het vaststellen, door middel van een gedefinieerd toezicht en een of meerdere controle(s) van een monster, of de eindcontrole door de fabrikant van drukapparatuur voldoet aan de desbetreffende eisen van de Richtlijn (PED bijlage I, punt 3.2).

Module B:

Het doel van deze module is het vaststellen door middel van een onderzoek of een voor de productie representatief exemplaar (= ‘type’) van drukapparatuur voldoet aan de desbetreffende eisen van de Richtlijn. En het afgeven van een verklaring van EG-typeonderzoek door de instelling.

Module B1:

Het doel van deze module is het vaststellen door middel van een onderzoek of het ontwerp van een drukapparaat voldoet aan de desbetreffende eisen van de richtlijn drukapparatuur. En het afgeven van een verklaring van EG-ontwerponderzoek door de instelling.

Module C1:

Het doel van deze module is het vaststellen, door middel van een gedefinieerd toezicht en een of meerdere controle(s) van een monster, of de eindcontrole door de fabrikant van drukapparatuur (d.w.z. is in overeenstemming met een verklaring van EG-typeonderzoek) voldoet aan het type en de desbetreffende eisen van de Richtlijn (PED bijlage I, punt 3.2.).

Module D:

Het doel van deze module is beoordelen of het kwaliteitssysteem van de fabrikant voldoet aan de desbetreffende eisen van de Richtlijn (bijlage III module D par. 3) en het toezicht houden op het blijvend voldoen door de fabrikant aan de verplichtingen voortvloeiend uit dat kwaliteitseissysteem. Dit kwaliteitssysteem betreft de fabricage en de eindcontrole (eindinspectie en beproeving). Uitgangspunt is een kwaliteitssysteem conform NEN-EN-ISO/IEC 9001: 2008.

Module D1:

Het doel van deze module is beoordelen of het kwaliteitssysteem van de fabrikant voldoet aan de desbetreffende eisen van de Richtlijn, bijlage III, module D1, par. 4.1 en het toezicht houden op het blijvend voldoen door de fabrikant aan de verplichtingen voortvloeiend uit dat kwaliteitseissysteem. Dit kwaliteitssysteem betreft de fabricage en de eindcontrole (eindinspectie en beproeving). Uitgangspunt is een kwaliteitssysteem conform NEN-EN-ISO/IEC 9001: 2008.

Module E:

Het doel van deze module is beoordelen of het kwaliteitssysteem van de fabrikant voldoet aan de desbetreffende eisen van de Richtlijn, bijlage III, module E, par. 3 en het toezicht houden op het blijvend voldoen door de fabrikant aan de verplichtingen voortvloeiend uit dat kwaliteitseissysteem. Dit kwaliteitssysteem betreft de eindcontrole (eindinspectie en beproeving). Uitgangspunt is een kwaliteitssysteem conform NEN-EN-ISO/IEC 9001: 2008.

Module E1:

Het doel van deze module is beoordelen of het kwaliteitssysteem van de fabrikant voldoet aan de desbetreffende eisen van de Richtlijn, bijlage III, module E1, par. 4 en het toezicht houden op het blijvend voldoen door de fabrikant aan de verplichtingen voortvloeiend uit dat kwaliteitseissysteem. Dit kwaliteitssysteem betreft de fabricage en de eindcontrole (eindinspectie en beproeving). Uitgangspunt is een kwaliteitssysteem conform NEN-EN-ISO/IEC 9001: 2008.

Module F:

Het doel van deze module is het vaststellen, door middel van een productkeuring (‘product verification’) of de fabricage van drukapparatuur (in overeenstemming met een verklaring van EG-typeonderzoek of EG-ontwerponderzoek) voldoet aan het type of het ontwerp en de desbetreffende eisen van de Richtlijn. En het afgeven van een EG-verklaring van overeenstemming (‘certificate of conformity’) door een instelling over de verrichte proeven (= beoordelings-, onderzoek of beproevingsactiviteiten).

Module G:

Het doel van deze module is het vaststellen, door middel van een EG-eenheidskeuring (‘EC-unit verification’), of het ontwerp en de fabricage van drukapparatuur voldoet aan de desbetreffende eisen van de richtlijn drukapparatuur. En het afgeven van een verklaring van overeenstemming (‘certificate of conformity’) door een instelling over de verrichte proeven (= beoordelings-, onderzoek of beproevingsactiviteiten).

Module H:

Het doel van deze module is beoordelen of het kwaliteitssysteem van de fabrikant voldoet aan de desbetreffende eisen van de Richtlijn, bijlage III, module H, par. 3.2 en het toezicht houden op het blijvend voldoen door de fabrikant aan de verplichtingen voortvloeiend uit dat kwaliteitseissysteem. Dit kwaliteitssysteem betreft het ontwerp, de fabricage en de eindcontrole (eindinspectie en beproeving). Uitgangspunt is een gecertificeerd kwaliteitssysteem conform NEN-EN-ISO/IEC 9001: 2008.

Module H1:

Het doel van deze module is beoordelen of het kwaliteitssysteem van de fabrikant voldoet aan de desbetreffende eisen van de Richtlijn, bijlage III, module H1, punt. 1 en het toezicht houden op het blijvend voldoen door de fabrikant aan de verplichtingen voortvloeiend uit dat kwaliteitseissysteem. Dit kwaliteitssysteem betreft het ontwerp, de fabricage en de eindcontrole (eindinspectie en beproeving). Uitgangspunt is een gecertificeerd kwaliteitssysteem conform NEN-EN-ISO/IEC 9001: 2008. Daarnaast valt onder deze module onderzoek van het ontwerp en toezicht op de eindcontrole.

1.3 Ingebruiknemingsfase

Het doel van de beoordelingsprocedure is het vaststellen of de drukapparatuur na installatie, of na installatie op een nieuwe plaats van opstelling of na een wijziging voldoet aan de daarop betrekking hebbende bepalingen van het Besluit en de Regeling. Hierop volgt het door de CKI afgeven van een ‘(voorlopige) verklaring van ingebruikneming’ voor de drukapparatuur. Doordat er meerdere drukapparaten op één Verklaring van ingebruikneming vermeld mogen worden, kan deze Verklaring betrekking hebben op een samenstel of een druksysteem, dat als zodanig aangeduid is in de nieuwbouwfase.

1.4 Gebruiksfase

Voor de gebruiksfase zijn de volgende keuringen en/of beoordelingen te onderscheiden:

Herkeuring met vaste termijnen

Het doel van de beoordeling is het vaststellen of de drukapparatuur nog voldoet aan de daarop betrekking hebbende bepalingen van het Besluit en de Regeling. En het door de CKI afgeven van een ‘verklaring van herkeuring’, met bijbehorend rapport van herkeuring voor de drukapparatuur.

Beoordelen van termijnverlenging

Het doel van de beoordeling is of een termijnverlenging verantwoord is en vaststellen of de drukapparatuur nog voldoet aan de daarop betrekking hebbende bepalingen van het Besluit en de Regeling. En het door de CKI afgeven van een ‘verklaring van herkeuring’, met bijbehorend rapport van herkeuring voor de drukapparatuur.

Beoordelen van termijnflexibilisering

Het doel van de beoordeling is of een termijnflexibilisering verantwoord is en vaststellen of de drukapparatuur nog voldoet aan de daarop betrekking hebbende bepalingen van het Besluit en de Regeling. En het door de CKI afgeven van een ‘verklaring van herkeuring’, met bijbehorend rapport van herkeuring voor de drukapparatuur.

Intredekeuring

Het doel van de beoordeling is het vaststellen of de drukapparatuur voldoet aan het veiligheidsniveau als bedoeld in het Besluit ten aanzien van het beoogde gebruiksdoel. En het door de CKI afgeven van een ‘verklaring van intredekeuring en ingebruikneming’ voor de drukapparatuur met bijbehorend aantekeningblad.

Beoordelen van wijzigingen

Het doel van de beoordeling is het vaststellen of in geval van wijziging van een drukapparaat in de gebruiksfase het ontwerp en/of de fabricage van de wijziging voldoet aan de desbetreffende eisen van het Besluit en de actuele versie van de oorspronkelijk toegepaste norm(en) of ontwerp-/ constructieregels. Toepassing van andere normen of codes dient gemotiveerd te worden onderbouwd. Hierop volgt het door de CKI opstellen en afgeven aan de gebruiker van de rapportage betreffende de wijziging. Vervolgens zal de CKI de wijziging op het aantekenblad vermelden, met waar van toepassing een verwijzing naar de onderliggende rapportage en indien van toepassing het afgeven van een Verklaring van Ingebruikneming.

Beoordelen van reparaties

Het doel van de beoordeling is het vaststellen of de reparatie van een drukapparaat in de gebruiksfase voldoet aan de desbetreffende eisen (zie toelichting op art. 14a eerste lid) van het Besluit en de actuele versie van de oorspronkelijk toegepaste norm(en) of ontwerp-/ constructieregels. Toepassing van andere normen of codes dient gemotiveerd te worden onderbouwd. Hierop volgt het door de CKI opstellen en afgeven aan de gebruiker van rapportage betreffende de reparatie. Hierna zal de CKI de reparatie op het aantekenblad vermelden, met waar van toepassing een verwijzing naar onderliggende rapportage.

Certificeren van en toezicht op de IVG (Inspectieafdeling van de Gebruiker)

Het doel van het toezicht is het beoordelen van de werkwijze van de IVG door certificatie van het kwaliteitssysteem en het bijwonen van uitvoerende werkzaamheden van de IVG

1.5 Aanwijzingskavels

Voor de nieuwbouw, ingebruikneming en de gebruiksfase zijn de volgende aanwijzingskavels te onderscheiden.

1.5.1 Aanwijzingskavels (A)AKI

Het aan drukapparatuur, samenstellen en druksystemen van drukapparatuur van de risicocategorie II, III of IV uitvoeren van procedures, die zijn vermeld in de modules A1, B, B1, C1, D, D1, E, E1, F, G, H, of H1 van bijlage III van de richtlijn (art. 11, 12 of 12a Warenwetbesluit drukapparatuur);

Het uitvoeren van Europese materiaalgoedkeuringen in overeenstemming met artikel 11 van de richtlijn;

Het overeenkomstig punt 3.1.2. van bijlage I van de richtlijn goedkeuren van de uitvoeringsmethoden van permanente verbindingsmethoden van drukapparatuur van de risicocategorie II, III of IV;

Het overeenkomstig punt 3.1.2. van bijlage I van de richtlijn goedkeuren van de vakbekwaamheid van personen, die permanente verbindingen maken als onderdeel van drukapparatuur van de risicocategorie II, III of IV;

Het uitvoeren van keuringen voor ingebruikneming aan drukapparatuur, samenstellen of druksystemen (art.12b Warenwetbesluit drukapparatuur);

Het uitvoeren van herkeuringen van drukapparatuur met vaste termijnen (art.12c Warenwetbesluit drukapparatuur);

Het beoordelen van termijnverlenging (art. 12c Warenwetbesluit drukapparatuur);

Het beoordelen van termijnflexibilisering (art. 12c Warenwetbesluit drukapparatuur);

Het uitvoeren van intredekeuringen van drukapparatuur (art. 12d Warenwetbesluit drukapparatuur);

Het beoordelen van reparaties in de gebruiksfase (art. 14a Warenwetbesluit drukapparatuur);

Het beoordelen van wijzigingen in de gebruiksfase (art. 14a Warenwetbesluit drukapparatuur);

Het houden van toezicht op een inspectieafdeling van de gebruiker (art. 12c, lid 7 Warenwetbesluit drukapparatuur, onderscheidenlijk art. 14a lid.5).

1.5.2 Aanwijzingskavels (A)KVG

Het aan drukapparatuur, samenstellen en druksystemen van drukapparatuur van de risicocategorie II, III of IV uitvoeren van procedures, die zijn vermeld in de modules A1, C1, F of G van bijlage III van de richtlijn (art. 11, 12 of 12a Warenwetbesluit drukapparatuur);

Het uitvoeren van keuringen voor ingebruikneming aan drukapparatuur, samenstellen of druksystemen (art.12b Warenwetbesluit drukapparatuur);

Het uitvoeren van herkeuringen van drukapparatuur met vaste termijnen (art.12c Warenwetbesluit drukapparatuur);

Het uitvoeren van intredekeuringen van drukapparatuur (art. 12d Warenwetbesluit drukapparatuur);

Het beoordelen van reparaties in de gebruiksfase (art. 14a Warenwetbesluit drukapparatuur);

Het beoordelen van wijzigingen in de gebruiksfase (art. 14a Warenwetbesluit drukapparatuur);

1.5.3 Aanwijzingskavels erkende onafhankelijke instelling

Het overeenkomstig punt 3.1.2. van bijlage I van de richtlijn goedkeuren van de uitvoeringsmethoden van permanente verbindingsmethoden van drukapparatuur van de risicocategorie II, III of IV;

Het overeenkomstig punt 3.1.2. van bijlage I van de richtlijn goedkeuren van de vakbekwaamheid van personen, die permanente verbindingen maken als onderdeel van drukapparatuur van de risicocategorie II, III of IV;

Het overeenkomstig punt 3.1.3. van bijlage I van de richtlijn goedkeuren van de vakbekwaamheid van personen, die niet-destructief onderzoek uitvoeren van permanente verbindingen die onderdeel zijn van drukapparatuur van de risicocategorie III of IV;

1.5.4 Verplichte combinaties t.a.v. aanwijzingskavels a t/m l

De door de CKI gewenste uit te voeren aanwijzingskavels of combinaties daarvan worden in overleg met SZW vastgesteld.

Opmerking: Voor de aanwijzingskavels e, g, h, i, j, k en l worden geen afzonderlijke aanwijzingen verleend.

  • e wordt gecombineerd met a

  • g wordt gecombineerd met f

  • h wordt gecombineerd met f en g

  • i wordt gecombineerd met a, e en f

  • j wordt gecombineerd met f

  • k wordt gecombineerd met a, e en f

  • l wordt gecombineerd met f, j en k

Opmerking:

Het aanwijzingskavel l van een CKI, (A)AKI, wordt op de aanwijzingsbeschikking naar hetgeen van toepassing is onderverdeeld in:

Beoordeling kwaliteitsmanagement systeem Inspectieafdeling van Gebruiker (IVG) aangaande de taken ‘Herkeuring; Termijnverlenging; Beoordelen van het ontwerp van reparatie; Inspecties van reparaties; Beoordelen van het ontwerp van constructieve wijzigingen; Inspecties van constructieve wijzigingen’ en

Beoordeling kwaliteitmanagement systeem voor termijnflexibilisering.

2. DEFINITIES

Begrip of afkorting

:

Betekenis

Aanvrager van een certificaat cq verklaring

:

De (rechts-)persoon die bij de CKI een aanvraag doet voor het afgeven van een certificaat cq verklaring.

Aanmelding

:

Aanmelding bij de EC van een CKI bij of krachtens wettelijk voorschrift door de minister van SZW.

Aanwijzing

:

Aanwijzing van een instelling of dienst bij of krachtens wettelijk voorschrift door de minister van SZW.

AAKI

:

Aangemelde Aangewezen Keurings-Instelling is een door de overheid aangewezen en bij de Europese Commissie (EC) aangemelde CKI met toezichthoudende taken bij het ontwerp, de fabricage, en de eindcontrole van drukapparatuur en beoordeling van kwaliteitssystemen.

AI

:

Arbeidsinspectie: toezichthouder/handhaver voor het Warenwetbesluit drukapparatuur.

AKI

:

Aangewezen Keurings-Instelling is een door de overheid aangewezen CKI met toezichthoudende taken bij de samenbouw, de ingebruikneming en het gebruik van drukapparatuur en beoordeling van kwaliteitssystemen.

AKVG

:

Aangemelde Aangewezen Keuringsdienst van de Gebruiker Instelling is een door de overheid aangewezen en bij de EC aangemelde CKI met toezichthoudende taken bij het ontwerp, de fabricage, en de eindcontrole van drukapparatuur ten behoeve van de eigen organisatie.

Beoordeling CKI

:

Beoordeling (initiële, of her-) door de RvA van instellingen en diensten op basis van het door de minister van SZW vastgestelde WDA&T, op grond waarvan de RvA schriftelijk rapporteert of de instelling of dienst competent is om wettelijk verplichte certificaten af te geven.

Besluit

:

Warenwetbesluit drukapparatuur.

Centraal College van Deskundigen (CCvD-DA)

:

Het college, onderdeel van en/gefaciliteerd door de Stichting CCvD-DA, dat belanghebbende partijen in een bepaalde sector of branche de mogelijkheid biedt tot deelname bij het opstellen en onderhouden van dit document op zodanige wijze dat sprake is van een evenwichtige en representatieve vertegenwoordiging van deze partijen.

Certificaat

:

Een certificaat in de zin van artikel 20 Arbowet en artikel 27 Warenwet. Daarnaast moet een certificaat beschouwd worden als een verklaring van overeenstemming (conformiteitsverklaring) zoals bedoeld in relevante ISO en EN normen.

Certificering en Keurings-Instelling (CKI)

:

Kalibratie- of conformiteitsbeoordelingsinstellingen zoals certificatie-instellingen, keuringsdiensten van gebruikers, laboratoria, inspectie-instellingen en testinstituten. Conform het Warenwetbesluit Drukapparatuur worden de volgende CKI’s onderscheiden: AAKI; AKI; AKVG; KVG; erkende onafhankelijke instelling.

Competentie

:

Een competentie is handelen dat bijdraagt aan het succesvol kunnen uitvoeren van een functie en dat past in de gewenste organisatiecultuur.

EG-Verklaring van overeenstemming (VvO)

:

De EG-verklaring van typeonderzoek of EG-verklaring van overeenstemming als bedoeld in de Richtlijn drukapparatuur danwel een verklaring van typeonderzoek of verklaring van overeenstemming als bedoeld in het Warenwetbesluit Drukapparatuur.

EWT

:

European Welding Technologist.

Inspectie

:

Een inspectie is een controle van de documenten en de fysieke conditie van een apparaat, teneinde te kunnen beoordelen of voldaan wordt aan de van toepassing zijnde normen.

IVG

:

Inspectiedienst van de Gebruiker.

Keuring

:

Keuring is een in het werkveld drukapparatuur niet gangbare term. In plaats daarvan wordt veelal de term inspectie gebruikt. Verder zie inspectie.

KVG

:

Aangewezen Keuringsdienst van de Gebruiker is een door de overheid aangewezen CKI met toezichthoudende taken bij de samenbouw, de ingebruikneming en het gebruik van drukapparatuur ten behoeve van de eigen organisatie.

LPI

:

Las Praktijk Ingenieur.

NEN-EN-ISO 9001:2008

:

Kwaliteitsmanagementsystemen – Eisen.

NEN-EN-ISO/IEC 17020:2004

:

General criteria for the operation of various types of bodies performing inspection.

NEN-EN-ISO/IEC 17021:2006

:

Conformity assesment – Requirements for bodies providing audit and certification of management systems.

NEN-EN-ISO/IEC 17024:2003

:

Conformiteitsbeoordeling – Algemene eisen voor instellingen die persoonscertificatie uitvoeren.

PED

:

Pressure Equipment Directive (97/23/EG)

PRD’s

:

Praktijkregels voor Drukapparatuur. Deze praktijkregels worden opgesteld door de Technische Commissie van Drukapparatuur van NEN en uitgegeven door de SDU.

Regeling

:

Warenwetregeling drukapparatuur.

Richtlijn

:

Richtlijn drukapparatuur, PED (97/23/EG).

Risicoanalyse

:

De in dit document gegeven risicoanalyse is een analyse, waaruit motivatie, voor te maken keuzes in het werkveld drukapparatuur, blijkt.

RvA

:

Raad voor Accreditatie.

WDA&T

:

Werkveldspecifiek Document voor Aanwijzing van en Toezicht op de CKI’s.

Stichting CCvD-DA

:

Stichting die de schema’s voor drukapparatuur beheert en het CCvD-DA faciliteert.

SZW

:

Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

Toezicht

:

Het verzamelen van de informatie over de vraag of een handeling of zaak voldoet aan de daaraan gestelde eisen, het zich daarna vormen van een oordeel daarover en het eventueel naar aanleiding daarvan interveniëren.

Verklaring van ingebruikneming (VvI)

:

Een door de CKI aan de gebruiker van drukapparatuur afgegeven verklaring dat de apparatuur in gebruik kan worden genomen.

Verklaring van herkeuring (VvH)

:

Een door de CKI aan de gebruiker van drukapparatuur afgegeven verklaring dat de apparatuur op basis van de uitgevoerde herkeuring weer in gebruik kan worden genomen.

3. SPECIFIEKE KENMERKEN VAN HET WERKVELD
3.1 Beschrijving schema

Dit document voor aanwijzing van en toezicht op CKI’s voor drukapparatuur is door het CCvD-DA voorgesteld en door de minister van SZW – inclusief eventuele aanpassingen – vastgesteld.

Op- en of aanmerkingen over dit document kunnen worden ingediend bij het CCvD-DA. Correspondentieadres van het CCvD-DA is: Secretariaat CCvD-DA p/a Ir. J.P.H. Wuister Vrieseweg 145 3311 NV Dordrecht.

3.2 Actieve partijen

Binnen het kader van dit document voor aanwijzing en toezicht zijn bij de opstelling betrokken geweest:

Stichting CCvD-DA;

SZW.

3.3 Risicoanalyse

De Nederlandse overheid maakt in de publieke sector gebruik van het private systeem van certificatie. Het doel van certificatie is in het algemeen het garanderen dat een product, systeem of dienst aan bepaalde eisen voldoet en indien wenselijk ook blijft voldoen. De waarde van certificatie in de publiekrechtelijke sfeer in het bijzonder is de mate van algemeen vertrouwen en zekerheid die wordt bereikt met een onderzoek gebaseerd op dit certificatieschema. De resultaten van dit onderzoek vormen de basis voor SZW om tot aanwijzing van instellingen en diensten te besluiten.

De instellingen en diensten zijn werkzaam in het werkveld drukapparatuur. In dit werkveld gaat het om risico’s die verband houden met de overdruk die heerst in drukapparatuur. Het mogelijk vrijkomen van de inhoud is een risico dat aan dit soort apparatuur verbonden is. Afhankelijk van de brandbaarheid, fysische explosiviteit en giftigheid kan dit risico’s voor de veiligheid en gezondheid van medewerkers en omwonenden en risico’s voor het milieu met zich meebrengen.

Gelet op de rol van de instellingen en diensten bestaan er, vaak als gevolg van externe factoren, risico’s die het beoogde functioneren, het vertrouwen in en de zekerheid van deze instellingen of diensten kunnen schaden en het beoogde doel van certificatie ondermijnen.

De instelling of dienst dient in alle gevallen haar werkzaamheden op integere, onpartijdige en onafhankelijke wijze uit te voeren en zal daarbij rekening houden met de mogelijke risico’s in de volgende gebieden:

de autonomie in onderzoek (inspecteren, keuren, auditeren), rapportage en certificatie (zie o.a. hoofdstuk 4 uit de ISO/IEC 17020: 2004 en paragrafen 5.1. en 5.2 van de NEN-EN-ISO/IEC 17021: 2011 voor voorzieningen die dit risico moeten beperken);

het niveau van deskundigheid en vakbekwaamheid (zie o.a. hoofdstuk 8 uit de NEN-EN-ISO/IEC 17020: 2004 voor voorzieningen die dit risico moeten beperken);

het hanteren van vertrouwelijke informatie (zie o.a. paragraaf 8.5 van de NEN-EN-ISO/IEC 17021: 2011 voor voorzieningen die dit risico moeten beperken);

de mate van transparantie van de werkprocessen;

het verwerken van ontvangen klachten en bezwaren (zie o.a. hoofdstuk 15 uit de NEN-EN-ISO/IEC 17020: 2004 en paragrafen 9.8 van de NEN-EN-ISO/IEC 17021: 2011 voor voorzieningen die dit risico moeten beperken);

het nemen van verantwoordelijkheid voor uitgevoerde taken (zie o.a. paragraaf 7.5 uit de NEN-EN-ISO/IEC 17020: 2004 voor voorzieningen die dit risico moeten beperken).

Enkele voor de hand liggende risico’s voor instellingen en diensten zijn:

onterecht een verklaring of certificaat afgeven;

onterecht een verklaring of certificaat niet afgeven, schorsen of intrekken;

inbreuken op de vertrouwelijkheid;

inbreuken op de onpartijdigheid;

inbreuken op het omgaan met ontoelaatbare (financiële) druk;

inbreuken op de vereiste competenties en de gevolgen daarvan.

Een instelling, die toezicht houdt op een inspectiedienst van de gebruiker, heeft te maken met het risico dat de instelling voor het geven van het eindoordeel grotendeels moet afgaan op gegevens die niet onder zijn verantwoordelijkheid tot stand zijn gekomen.

4. EISEN TEN BEHOEVE VAN DE AANWIJZING
4.1 Soorten CKI’s met aanwijzingskavels
4.1.1 Keuringsinstellingen (A)AKI
  • a. Product beoordeling t.b.v. (modules A1, B, B1, C1, F, G en deels H1), beoordeling druksystemen, Keuring voor Ingebruikneming, herkeuring met vaste termijnen, beoordelen termijn verlenging, beoordelen termijnflexibilisering, intredekeuring, beoordeling reparatie en wijziging;

  • b. Systeem beoordeling t.b.v. (modules D, D1, E, E1, H en deels H1), beoordeling termijnverlenging, termijnflexibilisering en het houden van toezicht op een IVG).

4.1.2 Keuringsdienst van de gebruikers (A)KVG

Product beoordeling (t.b.v. modules A1, C1, F en G, beoordeling druksystemen, Keuring voor Ingebruikneming, herkeuring met vaste termijnen, intredekeuring, beoordeling reparatie en wijziging).

4.1.3 Erkende onafhankelijke instellingen
  • a. Goedkeuren van personeel t.b.v. permanente verbindingen (lassers, soldeerders, etc.);

  • b. Goedkeuren van methoden van permanente verbindingen (lassen, soldeerverbindingen, etc.);

  • c. Goedkeuren van Niet Destructief Onderzoek personeel.

4.2 Eisen aan de (A)AKI’s
4.2.1 Beoordeling producten (drukapparatuur)
  • a. NEN-EN-ISO/IEC 17020:2004 (Type A)

  • b. Dit document

  • c. Bijlage IV van de Richtlijn drukapparatuur

4.2.2 Beoordeling systemen (drukapparatuur)
  • a. NEN-EN-ISO/IEC 17021:2011

  • b. Dit document

  • c. Bijlage IV van de Richtlijn drukapparatuur

4.3 Eisen aan de (A)KVG
  • a. NEN-EN-ISO/IEC 17020:2004 (Type B)

  • b. Dit document

  • c. Bijlage V van de Richtlijn drukapparatuur

4.4 Eisen aan erkende onafhankelijke instellingen
4.4.1 Voor goedkeuren van permanente verbindingen
  • a. NEN-EN-ISO/IEC 17020:2004 (Type A)

  • b. Dit document

  • c. Bijlage IV van de Richtlijn drukapparatuur

4.4.2 Voor het goedkeuren van personeel voor NDO/permanente verbindingen
  • a. NEN-EN-ISO/IEC 17024:2003 (Type A)

  • b. Dit document

  • c. Bijlage IV van de Richtlijn drukapparatuur

Naast de hiervoor opgesomde eisen dienen de CKI’s in samenhang met de gekozen aanwijzingskavels de daarop van toepassing zijnde procedures in de richtlijn en het schema drukapparatuur in hun kwaliteitssysteem op te nemen.

4.5 Specifieke invulling beoordeling producten (drukapparatuur)

Ten aanzien van de beoordeling van producten (drukapparatuur) conform NEN-EN-ISO/IEC 17020:2004 gelden de volgende criteria ten aanzien van de paragrafen 4.2, 6, 7, 8, 9, 10 en 13 uit deze norm als nadere invulling. Eisen die in het hiernavolgende gesteld worden aan personeel gelden voor zowel eigen personeel als voor ingehuurd extern personeel.

Paragraaf 4.2 van NEN-EN-ISO/IEC 17020:2004: Onafhankelijkheid

De CKI moet onafhankelijk zijn in de mate die vereist is met het oog op de voorwaarden waaronder ze haar diensten verstrekt.

Afhankelijk van deze voorwaarde dient ze te voldoen aan de minimumcriteria bepaald in een van de normatieve typen: Type A of B.

CKI van type A (AAKI, AKI):

De CKI die als ‘derde partij’ diensten verstrekt, moet voldoen aan de volgende criteria (normatief):

A.1

De CKI moet onafhankelijk zijn ten opzichte van de betrokken partijen. De CKI, en haar personeel dat verantwoordelijk is voor de keuring, mogen niet de ontwerper, vervaardiger, leverancier, installateur, inkoper, eigenaar, gebruiker of onderhoudsuitvoerder zijn van de objecten die ze keuren, noch de gemachtigde vertegenwoordiger van een of meer van deze partijen.

A.2

De CKI en haar personeel mogen zich niet inlaten met activiteiten die tegenstrijdig kunnen zijn met de onafhankelijkheid van hun oordeel en hun integriteit met betrekking tot hun keuringsactiviteiten. In het bijzonder mogen ze niet rechtstreeks betrokken zijn bij het ontwerp, de vervaardiging, levering, installatie, het gebruik of onderhoud van de gekeurde objecten, of van gelijksoortige objecten die ermee concurreren.

A.3

Alle geïnteresseerde partijen moeten gebruik kunnen maken van de diensten van de CKI. Er mogen geen buitensporige financiële of andere voorwaarden worden gesteld. De procedures volgens welke de CKI werkt, moeten op een niet-discriminerende wijze worden toegepast.

4.2.2 CKI van type B (AKVG, KVG)

De CKI die een afzonderlijk en identificeerbaar deel vormt van een organisatie die betrokken is bij het ontwerp, de fabricage, de levering, de installatie, het gebruik of het onderhoud van de objecten die door de CKI worden gekeurd, en die is opgericht om keuringsdiensten te verstrekken aan haar moederorganisatie, moet voldoen aan de volgende criteria (normatief):

B.1

Er moet een duidelijke scheiding tot stand worden gebracht tussen de verantwoordelijkheden van het keuringspersoneel en die van het personeel dat in andere functies is te werkgesteld, door identificatie van de CKI binnen de organisatie en doorvastlegging van de wijzen waarop zij verslag uitbrengt binnen de moederorganisatie.

B.2

De CKI en haar personeel mogen zich niet inlaten met activiteiten die in conflict kunnen zijn met de onafhankelijkheid van hun oordeel en hun integriteit met betrekking tot hun keuringsactiviteiten. In het bijzonder mogen ze niet rechtstreeks betrokken zijn bij het ontwerp, de vervaardiging, levering, installatie, het gebruik of onderhoud van de gekeurde objecten, of van gelijksoortige objecten die ermee concurreren.

B.3

Keuringsdiensten mogen uitsluitend worden verstrekt aan de organisatie waarvan de CKI deel uitmaakt.

Paragrafen 6, 7 en 8 van NEN-EN-ISO/IEC 17020: 2004: Organisatie en Personeel

Binnen de CKI zijn functies onderscheiden waaraan specifieke vakbekwaamheidseisen worden gesteld. De CKI moet zijn personeel voor die te onderscheiden functies aantoonbaar kwalificeren. Uit de beschrijving van de organisatie moet blijken dat de betrokken medewerkers bij de uitoefening van hun taken beschermd worden tegen het optreden van strijdige belangen.

In aanvulling op NEN-EN-ISO/IEC 17020:2004, par. 6 met betrekking tot organisatie en management en par. 8 met betrekking tot personeel, is van toepassing hetgeen bij de desbetreffende functieomschrijvingen is aangegeven in de bijlagen 1 en 2 van dit schema.

Organisatieschema:

In of bij het organisatieschema dienen de namen van de beschreven functionarissen en de namen van hun plaatsvervangers te worden aangegeven.

Het staat de CKI vrij aan deze functionarissen andere functiebenamingen toe te kennen mits eenduidig een relatie wordt gegeven met de beschreven functiebenamingen.

Taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden:

In de vastgelegde procedures die de CKI hanteert moeten de verantwoordelijkheden en bevoegdheden worden aangegeven voor de in de procedures beschreven taken.

Interne audits:

In de vastgelegde procedures moet voorzien zijn in een systeem van jaarlijkse interne audits, welke er in resulteren dat in een periode van 3 jaar het volledige systeem is geaudit, waarbij het managementreview en de klachtenafhandeling jaarlijks worden beoordeeld.

Personeel:

In vastgelegde procedures wordt de competentie van de persoon (in de praktijk geconstateerde kennis) vastgesteld.

Paragraaf 9 van NEN-EN-ISO/IEC 17020: 2004: Faciliteiten voor metingen en beproevingen

Voor de uitvoering van onderzoeken en beproevingen in het kader van het werkveld moet de CKI beschikken over adequate faciliteiten. NEN-EN-ISO/IEC 17020:2004, par. 9 is van toepassing op de voorzieningen en uitrusting. De faciliteiten die beschikbaar moeten zijn, volgen uit de proefnemingen en metingen die voor de te onderzoeken drukapparatuur zijn voorgeschreven, of gebruikelijk zijn. In de regel geven de in paragraaf 4.24 van het schema voor beoordeling van drukapparatuur de bedoelde normen en technische maatstaven daarover de benodigde informatie. De uitrusting voor de beproevingen dient in beginsel te voldoen aan NEN-EN-ISO/IEC 17025: 2005. Indien de CKI gebruik maakt van voorzieningen en uitrusting van derden, dan dient de CKI een gedocumenteerde werkwijze te hanteren welke borgt dat de gebruikte voorzieningen en uitrustingen geschikt en toereikend zijn, waaronder een geldige kalibratie.

Paragraaf 10 van NEN-EN-ISO/IEC 17020: 2004: Keuringsmethoden en -rocedures

De CKI moet gebruik maken van de relevante keuringsmethoden en -procedures zoals beschreven in hoofdstuk 4 van het schema voor beoordeling van drukapparatuur.

Paragraaf 13 van NEN-EN-ISO/IEC 17020: 2004: Inspectierapportages en verklaringen

De CKI moet inspectierapportages en verklaringen opstellen. In de hoofdstukken 4 en 9 van het schema voor beoordeling van drukapparatuur wordt dit nader uitgewerkt.

4.6 Specifieke invulling beoordeling systemen (drukapparatuur)

Ten aanzien van systeemcertificatie conform NEN-EN-ISO/IEC 17021: 2011 gelden de volgende criteria ten aanzien van de paragrafen 7.1, 7.2, 8.2, 8.4, 8.6.2, 9.2, 9.3.1 en 9.6 als nadere invulling en aanvulling op deze norm. Eisen die in het hiernavolgende gesteld worden aan personeel gelden voor zowel eigen personeel als voor ingehuurd extern personeel.

Paragrafen 7.1 en 7.2 van NEN-EN-ISO/IEC 17021: 2011: Personeel

Binnen de CKI zijn functies te onderscheiden waaraan specifieke vakbekwaamheidseisen moeten worden gesteld. De CKI moet zijn personeel voor die te onderscheiden functies aantoonbaar kwalificeren. Uit de beschrijving van de organisatie moet blijken dat de betrokken medewerkers bij de uitoefening van hun taken beschermd worden tegen het optreden van strijdige belangen.

In aanvulling op NEN-EN-ISO/IEC 17021: 2011, par. 7.1 en 7.2 betrekking tot personeel, is van toepassing hetgeen bij de desbetreffende functieomschrijvingen is aangegeven in bijlagen 1 en 2.

Taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden:

In de vastgelegde procedures die de CKI hanteert moeten de verantwoordelijkheden en bevoegdheden worden aangegeven voor de in de procedures beschreven taken.

Paragraaf 8.2 van NEN-EN-ISO/IEC 17021: 2011: Certificatie documenten

Op het certificaat moeten ook staan het KvK-nummer en het kenmerk van de aanwijzingsbeschikking. In het kader van de richtlijn drukapparatuur dient tevens, indien van toepassing, het NoBo identificatienummer op het certificaat te staan.

Paragraaf 8.4 van NEN-EN-ISO/IEC 17021: 2011: Gebruik van logo’s en beeldmerken

In de regel wordt door de instellingen op het werkveld ‘drukapparatuur‘ geen toestemming voor het gebruik van logo’s en/of beeldmerken verleend aan derden. Voor zover die wel worden verleend zijn de eisen uit paragraaf 8.4 van de NEN-EN-ISO/IEC 17021: 2011 van toepassing.

Paragraaf 8.6.2 van NEN-EN-ISO/IEC 17021: 2011: Berichtgeving van wijzigingen door een CKI

Hier wordt aangegeven dat de CKI de certificaathouders moet berichten als de eisen voor certificatie gaan veranderen. Belangrijk is de opmerking dat de CKI niet kan bepalen op welke wijze bepaalde elementen uit het certificatieschema gewijzigd worden. Er kan wel een wijzigingsvoorstel ingediend worden (door het CCvD-DA), maar de minister van SZW zal deze beoordelen en bepalen of het wijzigingsvoorstel al dan niet ongewijzigd overgenomen moet gaan worden.

Paragraaf 9.2 van NEN-EN-ISO/IEC 17021: 2011: Initiële audit en Certificatie

De procedure ten aanzien van de initiële audit is beschreven in het werkveld specifiek certitifcatieschema [producten resp. systemen nummers documentcodes invoegen] .

Paragraaf 9.3.1 van NEN-EN-ISO/IEC: 17021: 2011: Controle en Toezicht

De procedure ten aanzien van Controle en Toezicht is beschreven in het werkveld specifiek certitifcatieschema [producten resp. systeme nummers documentcodes invoegen]

Paragraaf 9.6 van NEN-EN-ISO/IEC 17021: 2011: Uitstellen, intrekken of beperken van de omvang van de certificatie kavels

Voor de invulling zie het schema voor beoordeling van systemen.

4.7 Aanwijzingscriteria

De CKI wordt in het kader van haar aanwijzing op grond van de regeling op de volgende criteria getoetst:

De aangewezen CKI en de werknemers die met de keuringen of beoordelingen zijn belast, voeren deze uit met de grootste mate van beroepsintegriteit.

Er is een integriteitsbeleid, dat waar nodig in duidelijke voorschriften is uitgewerkt. Het personeel heeft zich aantoonbaar hieraan geconformeerd.

De aangewezen CKI treedt integer en niet buiten zijn bevoegdheden in de markt op.

Het personeel van de aangewezen CKI is aantoonbaar gebonden aan beroepsgeheim ten aanzien van al hetgeen het bij de uitoefening van zijn taak in het kader van het besluit ter kennis is gekomen, behalve tegenover de ter zake bevoegde overheidsinstanties.

De aangewezen CKI is bestuursorgaan in de zin van de Algemene wet bestuursrecht en dient te voldoen aan bestuurswetgeving zoals de Algemene wet bestuursrecht, de Wet openbaarheid van bestuur en de Archiefwet 1995.

De aangewezen CKI dient te beschikken over een WA verzekering die voldoende dekking biedt voor redelijkerwijs te verwachten risico’s (niet van toepassing voor KVG’s).

De aangewezen CKI dient een procedure te hebben waarin geregeld is dat in geval van ontdekking van een vermoeden van direct gevaar voor de veiligheid en milieu dit ogenblikkelijk door de desbetreffende medewerker gemeld wordt, en waarin staat beschreven dat de CKI z.s.m. de belanghebbenden informeert, waaronder indien van toepassing de betreffende overheidsinstantie.

Bij beëindiging van de activiteiten door de aangewezen CKI, dient deze terstond de minister van SZW te informeren. De minister van SZW bepaalt wat de (voorheen) aangewezen CKI met de dossiers moet doen, de (voorheen) aangewezen CKI dient hieraan mee te werken. Dit vrijwaart de (voorheen) aangewezen CKI niet van eventuele aansprakelijkheid voor fouten in door haar uitgevoerde keuringen of beoordelingen.

De aangewezen CKI dient de volgende procedures op schrift te hebben gesteld: een zienswijzeprocedure (afdeling 4.1.2 Awb), een bezwaarschriftprocedure (hoofdstuk 6 en 7 Awb) en een klachtenprocedure (hoofdstuk 9 Awb).

De aangewezen CKI moet zich aantoonbaar laten vertegenwoordigen in het nationale overleg van de instellingen.

De CKI is verplicht om het weigeren, opschorten of intrekken van verklaringen of certificaten te melden aan de andere CKI’s respectievelijk NoBo’s en AI.

Voor zover in certificatieschema’s een sanctie- en maatregelenbeleid is vastgelegd, dient de CKI zich bij de op te leggen sancties/maatregelen aan dit sanctie- en maatregelenbeleid te houden. In geval van kennelijke onredelijkheid heeft de CKI op grond van de Awb de bevoegdheid hier van af te wijken. Afwijking geschiedt alleen op grond van door de certificaathouder aan te dragen argumenten. De onderbouwing voor de afwijking wordt opgenomen in het besluit over de opgelegde sanctie. Afwijkingen worden geregistreerd door de CKI.

Alle documenten en registraties in het verkeer met de overheid dienen in het Nederlands te zijn tenzij anders met de overheid overeengekomen.

Het is de CKI verboden om de afgifte van certificaten en de daaraan voorafgaande beoordeling en beslissing uit te besteden.

De (kandidaat) CKI sluit een overeenkomst met de Stichting CCvD-DA af.

5. TOEZICHT

In verband met de verplichtingen in het kader van toezicht zijn de volgende criteria van toepassing;

Ten behoeve van de informatieverzameling dient de CKI kosteloos:

  • a. Zich jaarlijks vóór 1 maart schriftelijk aan SZW te verantwoorden over de rechtmatigheid en doeltreffendheid van het functioneren op elk werkveld waarvoor de instelling door de minister van SZW is aangewezen (de schriftelijke verantwoording wordt naar de Arbeidsinspectie, Team Certificatie, gezonden). In deze schriftelijke verantwoording worden tenminste de onderwerpen behandeld:

    1.

    de door de CKI afgegeven, geschorste, ingetrokken dan wel geweigerde certificaten;

    2.

    wijzigingen in de op het werkveld van de CKI betrekking hebbende accreditaties, reglementen en procedures;

    3.

    wijzigingen in de bestuurssamenstelling;

    4.

    wijzigingen in de statuten of het huishoudelijk reglement;

    5.

    structurele knelpunten op het werkveld van de CKI die zich in de uitvoeringspraktijk hebben voorgedaan;

    6.

    structurele knelpunten op het werkveld van de CKI die zich in de uitvoeringspraktijk hebben voorgedaan;

    7.

    het gevoerde overleg en de samenwerking op het werkveld met andere certificerende CKI’s;

    8.

    door de CKI ontvangen klachten en de wijze van afhandeling daarvan;

    9.

    tegen de beslissingen van de CKI ingediende bezwaren en aangespannen zaken en de wijze van afhandeling daarvan;

    10.

    een financieel verslag betreffende de activiteiten waarvoor de CKI is aangewezen (niet van toepassing voor KVG’s).

    11.

    Het aantal malen per kalenderjaar dat afgeweken wordt van het sanctie- en maatregelenbeleid, genoemd in punt 4.7.12.

  • b. Mee te werken aan controles door SZW (in de praktijk betekent dit dat de controles door de Arbeidsinspectie, Team Certificatie, uitgevoerd kunnen worden). De controles van de RvA i.v.m. het werkveld drukapparatuur worden jaarlijks uitgevoerd.

  • c. Tijdige en juiste informatie, zie paragraaf 5 a, te verstrekken die SZW nodig heeft om te kunnen beoordelen of zij aan de aanwijzingsnormen blijft voldoen (in de praktijk betekent dit dat deze informatie aan de Arbeidsinspectie, Team Certificatie, of de RvA verstrekt moet worden).

  • d. Terstond informatie te verstrekken aan SZW en aan het CCvD-DA in het kader van hun registratietaak, over individuele certificaten/certificaathouders waaraan een sanctie is opgelegd (in de praktijk betekent dit dat deze informatie aan de Arbeidsinspectie, Team Certificatie, verstrekt moet worden).

  • e. Informatie te verstrekken aan de Arbeidsinspectie, Team Certificatie, over de wijze waarop zij certificaten heeft verstrekt en van de wijze waarop zij het doen en laten van de certificaathouders periodiek beoordeelt.

  • f. Aan te tonen aan SZW dat zij voldoende controleert of certificaathouders blijven voldoen aan de certificatie-eisen (in de praktijk betekent dit dat deze informatie aan de Arbeidsinspectie, Team Certificatie, of aan de nationale accreditatie-instantie (RvA) verstrekt moet worden). In ieder geval worden frequentie, aard en omvang(tijdsduur) van de controles weergegeven.

  • g. SZW in te lichten zodra zij voornemens is een of meer van haar taken te beëindigen.

  • h. SZW in te lichten zodra zij een aanvraag indient voor een aanvullende accreditatie of beoordeling op basis van een wettelijke specifiek schema.

6. MAATREGELEN

Indien de aangewezen instelling niet meer voldoet aan de eisen in dit schema kan dit gevolgen hebben voor de aanwijzing. Zie beleidsmaatregel maatregelenbeleid certificering Arbeidsomstandighedenwet en Warenwet, Stcrt. 2010, nr. 10839 van 14 juli 2010.

BIJLAGE 1: TAKEN, VERANTWOORDELIJKHEDEN EN BEVOEGDHEDEN

Toelichting op de tabel

V = Verplicht aanwezig binnen de organisatie van de (A)AKI resp. (A)KVG

O = Optioneel aanwezig

E = Aanwezig binnen de organisatie van de (A)AKI resp. (A)KVG of extern beschikbaar

P = Aanwezig bij beoordeling van producten (drukapparatuur)

S = Aanwezig bij systeemcertificatie

Functies

Beschikbaar

Taken, Bevoegdheden en Verantwoordelijkheden

(A)AKI

(A)KVG

P / S

Algemeen

Voor alle gekozen aanwijzingskavels

Technisch Manager

V

V

P, S

Draagt de algehele verantwoordelijkheid voor de uitvoering van de inspecties en de beoordelingen.

Overeenstemmingsbeoordeling drukapparatuur/samenstellen en druksystemen

Senior Ontwerpbeoordelaar

V

V

P, S

– Noodzakelijk voor de modules B, B1, G en H1;

– Beoordeelt ontwerpen;

– Stelt het eindoordeel over het ontwerp vast;

– Ondertekent de ‘verklaring van ontwerponderzoek’ of de ‘verklaring van type-onderzoek’.

Ontwerpbeoordelaar

O

O

P, S

– Noodzakelijk voor de modules B, B1, G en H1;

– Beoordeelt ontwerpen onder verantwoordelijkheid van de Senior Ontwerpbeoordelaar.

Senior Inspecteur

V

V

P, S

– Noodzakelijk voor de modules A1, C1, D, D1, E, E1, F, G en H1;

– Voert inspecties uit in de fasen fabricage en eindcontrole;

– Stelt eindoordeel vast voor de fasen fabricage en eindcontrole en ondertekent de ‘verklaring van overeenstemming ten aanzien van de verrichte proeven’.

Inspecteur

O

O

P, S

– Noodzakelijk voor de modules A1, C1, D, D1, E, E1,F, G en H1;

– Voert inspecties uit in de fasen fabricage en eindcontrole, onder verantwoordelijkheid van de Senior Inspecteur. Neemt waar nodig in verband met de procesgang zelfstandig beslissingen over deelaspecten.

Specialist Materiaalkunde

E

E

P, S

Noodzakelijk voor diverse modules

Specialist NDO

E

E

P, S

Noodzakelijk voor diverse modules

Verbindingsdeskundige

E

E

P, S

Noodzakelijk voor diverse modules

Lead auditor / auditor

O

 

S

Noodzakelijk voor de modules D, D1, E, E1, H en H1

Vakdeskundige in auditteam

O

 

S

Noodzakelijk voor de modules D, D1, E, E1, H en H1

Certificatiebeslisser

O

 

S

– Noodzakelijk voor de modules D, D1, E, E1, H en H1;

– Neemt besluiten met betrekking tot certificatie van kwaliteitssystemen.

Keuring voor Ingebruikneming

Senior Inspecteur

V

V

P

– Voert inspecties uit;

– Stelt eindoordeel vast over de keuring vóór ingebruikneming;

– Ondertekent de ‘verklaring van ingebruikneming’ en de ‘voorlopige verklaring van ingebruikneming’.

Inspecteur

O

O

P

Voert inspecties uit onder verant- woordelijkheid van de Senior Inspecteur. Neemt waar nodig in verband met de procesgang zelfstandig beslissingen over deelaspecten.

Herkeuring ‘vaste termijnen’ en ‘overschrijden jaargrens’

Senior Inspecteur

V

V

P

– Accordeert herbeoordelingsplannen in het kader van de herkeuring ‘vaste termijnen’;

– Voert inspecties uit;

– Stelt eindoordeel vast over de herkeuring ‘vaste termijnen’;

– Ondertekent de ‘verklaring van herkeuring’.

Inspecteur

O

O

P

– Voert inspecties uit onder verantwoordelijkheid van de Senior Inspecteur. Neemt waar nodig in verband met de procesgang zelfstandig beslissingen over deelaspecten;

– Stelt onder verantwoordelijkheid van de senior inspecteur het eindoordeel vast in geval van de periodieke herkeuring van o.a mechanische veiligheidsappendages, flessen voor ademhalingstoestellen, persluchtbuffervaten, cryogene drukapparatuur.

Specialist Materiaalkunde

E

E

P

 

Specialist NDO

E

E

P

 

Herkeuring ‘termijnverlenging’

Senior Inspecteur

V

 

P

– Accordeert herbeoordelingsplannen en beoordelingsresultaten in het kader van termijnverlenging;

– Voert de inspecties uit.- Stelt eindoordeel vast over de herkeuring in het kader van termijnverlenging;

– Ondertekent de ‘verklaring van herkeuring’ met de daarop vermelde verlengde termijn.

Senior Inspecteur

 

V

P

– Ondersteunt de aanvraag;

– Beoordeelt en meeondertekent de aanvraag;

– Voert de inspecties uit.

– Rapporteert over de inspectiebevindingen;

– Autoriseert de rapportage.

Inspecteur

O

O

P

Voert inspecties uit onder verantwoordelijkheid van de Senior Inspecteur. Neemt waar nodig in verband met de procesgang zelfstandig beslissingen over deelaspecten.

Specialist Materiaalkunde

E

 

P

 

Specialist NDO

E

 

P

 

Herkeuring ‘termijnflexibilisering’

Senior Inspecteur

V

 

P, S

– Accordeert herbeoordelingsplannen en beoordelingsresultaten in het kader van termijnflexibilisering;

– Voert de inspecties uit;

– Stelt eindoordeel vast over de herkeuring;

– Ondertekent de ‘verklaring van herkeuring’ met de daarop vermelde geflexibiliseerde termijn.

Senior Inspecteur

 

V

P, S

– Ondersteunt de aanvraag;

– Beoordeelt en meeondertekent de aanvraag;

– Voert de inspecties uit;

– Rapporteert over de inspectiebevindingen;

– Autoriseert de rapportage.

Inspecteur

O

 

P, S

Voert inspecties uit onder verantwoordelijkheid van de Senior Inspecteur. Neemt waar nodig in verband met de procesgang zelfstandig beslissingen over deelaspecten.

Specialist Materiaalkunde

E

 

P, S

 

Specialist NDO

E

 

P, S

 

Lead auditor / auditor

V

 

S

 

Vakdeskundige in auditteam

V

 

S

 

Certificatiebeslisser

V

 

S

Neemt besluiten met betrekking tot certificatie en aanvaarding van kwaliteitssystemen van de gebruiker.

Wijzigingen in de gebruiksfase

Senior Ontwerpbeoordelaar

V

V

P

– Beoordeelt ontwerpen;

– Stelt het eindoordeel over een gewijzigd ontwerp vast.

Ontwerpbeoordelaar

O

O

P

Beoordeelt gewijzigde ontwerpen onder verantwoordelijkheid van de Senior Ontwerp-beoordelaar.

Senior Inspecteur

V

V

P

– Stelt eindoordeel vast over wijzigingen bedoeld in het besluit art. 14a, lid 2, 3, 5 en 6;

– Ondertekent indien van toepassing de ‘verklaring voor ingebruikneming’ en de ‘verklaring van herkeuring’.

Inspecteur

O

O

P

Voert inspecties uit onder verantwoordelijkheid van de Senior Inspecteur. Neemt waar nodig in verband met de procesgang zelfstandig beslissingen over deelaspecten.