Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2015-201634198 nr. 13

34 198 Wijziging van de Wet op het financieel toezicht en enige andere wetten op het terrein van de financiële markten (Wijzigingswet financiële markten 2016)

Nr. 13 NADER VERSLAG

Vastgesteld 23 september 2015

De vaste commissie voor Financiën belast met het voorbereidend onderzoek van bovenstaand wetsvoorstel, heeft na ontvangst van de antwoorden op schriftelijke vragen van de leden Omtzigt en Aukje De Vries (Aanhangsel Handelingen II, 2015/16, nr. 90) over de verplichte roulatie van accountants en een mogelijke tegenstrijdigheid tussen de Europese Verordening EU/537/2014 en het wetsvoorstel Wijzigingswet financiële markten 2016, en na kennisneming van de brief van de Minister van Financiën van 21 september 2015 met zijn reactie op moties en een amendement inzake dit wetsvoorstel (Kamerstuk 34 198, nr. 12) besloten tot het uitbrengen van een nader verslag over het wetsvoorstel.

Onder het voorbehoud dat de regering de vragen en opmerkingen in dit nader verslag afdoende zal beantwoorden, acht de commissie hiermee de openbare behandeling van het voorstel van wet voldoende voorbereid.

Vragen en opmerkingen van de leden van de fractie van de VVD

Kantoorroulatie accountants

Wat zijn materieel de verschillen tussen het bij koninklijk besluit niet ingaan van enkele delen van de wettelijke bepaling in de Wet toezicht accountantsorganisaties (Wta) en de wijzigingsopdrachten in de Wijzigingswet financiële markten 2016 ten opzichte van een nota van wijziging?

Het kabinet kiest voor de route van een koninklijk besluit, zou het niet beter zijn de noodzakelijke «wijzigingen» door te voeren via een nota van wijziging? In hoeverre is het niet wenselijker om de route van een nota van wijziging te kiezen? Hoe lang zou zo’n traject duren? De leden van de fractie van de VVD denken namelijk dat er meer transparante en begrijpelijke wetgeving ontstaat indien wordt gekozen voor een nota van wijziging.

Wat zijn de gevolgen van het bij koninklijk besluit niet in laten gaan van enkele delen van de wettelijke bepalingen in de Wta en de wijzigingsopdrachten in de Wijzigingswet financiële markten 2016?

In hoeverre is er een verschil in ingangsdatum voor de wijziging van de kantoorroulatie van 8 naar 10 jaar met ingang van 1 januari 2016 in het kader van de Wijzigingswet financiële markten 2016 en de ingangsdatum voor 10 jaar in de verordening? Wat zijn daarvan de gevolgen?

Welke delen van de Wta moeten met een koninklijk besluit allemaal buiten werking worden gesteld, onder meer ook om de verlenging van de kantoorroulatie van 8 naar 10 jaar met ingang van 1 januari 2016 te kunnen garanderen? Kan de regering garanderen dat de kantoorroulatie van 8 naar 10 jaar niet in het geding komt?

Hoe heeft dit in de voorbereiding van de Wijzigingswet zo mis kunnen gaan, dat er sprake is van strijdigheid met de Europese verordening? Wat is er precies misgegaan? Waarom is niet alles in de wijzigingsopdrachten in de Wijzigingswet financiële markten 2016 verwerkt? Waarom heeft de Raad van State dit in het voortraject niet gesignaleerd? Waarom heeft het ministerie dit in het voortraject niet gesignaleerd?

Wat heeft de regering geleerd van hetgeen er misgegaan in dit hele traject? Tot welke aanpassingen c.q. verbeteringen in de voorbereiding van wetstrajecten gaat dit leiden?

Wat waren en zijn de gevolgen (én de kosten) voor het bedrijfsleven van het foutief invoeren van de nieuwe regels voor accountants en het onder te hoge druk en te snel wisselen van accountantskantoor? Hoeveel bedrijven zijn onnodig te vroeg gewisseld van accountant in Nederland? Op wat voor termijn hadden de bedrijven uiteindelijk daadwerkelijk hebben moeten wisselen van accountant conform de EU-regelgeving?

Verwacht de regering nog claims van bedrijven, zowel van gecontroleerde bedrijven als van accountantskantoren?

Hoe gaat de regering de nieuwe situatie communiceren met het bedrijfsleven en de accountantssector en wanneer (tijdpad)?

Wft telecom

De leden van de fractie van de VVD hebben ook nog een aantal vragen over de appreciatie van het amendement en de motie.

Waarom kiest de Minister voor een gedragscode en niet voor een convenant? Wat is het verschil?

Wat bedoelt de Minister met dat de gedragscode zich «primair» richt op het voorkomen van overkreditering? Waarom kiest de Minister niet voor «uitsluitend» richten op het voorkomen van overkreditering? De aanleiding voor de regering om de telecomsector onder de Wft te laten vallen is toch de schuldenproblematiek?

Gaat de regering te zijner tijd uit van een bedrag van € 750 voor de Wft-vrijstelling van de telecomsector? Zo nee, waarom niet?

In een brief van 23 mei 2014 over het voorkomen van armoede- en schuldenproblematiek van het kabinet staat: «De telecomsector maakt serieus werk van het voorkomen van telecomschulden en neemt daarin haar verantwoordelijkheid. Met de sector heb ik afgesproken dat zij meer ruchtbaarheid zullen geven aan het grote aantal preventiemaatregelen dat is genomen, zodat een ieder daarvan kan kennisnemen en er zijn voordeel mee kan doen. Ik ben van mening dat aanvullende wettelijke maatregelen nu niet nodig zijn.» 1 Wat is er in de tussentijd veranderd?

Wat zijn de administratieve en overige lasten van de telecomsector bij het vallen onder de Wft? Graag een onderbouwd cijfer in overleg met de sector zelf.

De Minister concludeert dat te zijner tijd de Wft niet hoeft te worden aangepast. Waarom niet? Hoe moet dit gezien worden tot de uitspraak van de Hoge Raad hierover?

Welke gevolgen heeft de gekozen aanpak voor andere sectoren? Kunnen andere sectoren dan ook op eenzelfde manier behandeld worden, hetgeen volgens de leden van de fractie van de VVD redelijk zou zijn? Zo nee, waarom niet?

Vragen en opmerkingen van de leden van de fractie van de PvdA

De leden van de PvdA-fractie hebben kennisgenomen van het besluit om de roulatieplicht, die zal gelden voor accountantsorganisaties die de jaarrekening van organisaties van openbaar belang (OOB’s) controleren, pas vanaf 17 juni 2016 in te laten gaan en alleen de Europese Verordening 537/2014 (EU-Verordening) van toepassing te laten zijn. De leden van de PvdA-fractie vragen of voor de betreffende accountantsorganisaties nu duidelijk is welke regelgeving vanaf 17 juni 2016 voor hen gaat gelden? De leden van de PvdA-fractie vragen eveneens of de wet nu voldoende duidelijkheid biedt ten aanzien van de kantoorroulatie en de overgangsregeling?

Vragen en opmerkingen van de leden van de fractie van het CDA

Kantoorroulatie accountants

De leden van de CDA-fractie hebben met verbazing kennisgenomen van de antwoorden op de Kamervragen van afgelopen vrijdag. Een deel van het wetsvoorstel blijkt dus gewoon niet in overeenstemming te zijn met de relevante Europese verordening.

Misschien bedoelde de regering dat ook te zeggen, toen zij in de memorie van toelichting schreef in het artikelsgewijze commentaar: «Hierdoor wordt de roulatieplicht meer in lijn gebracht met de Verordening (EU) Nr. 537/2014 van het Europees parlement en de Raad van 16 april 2014 betreffende specifieke eisen voor de wettelijke controles van financiële overzichten van organisaties van openbaar belang en tot intrekking van Besluit 2005/909/EG van de Commissie (PbEU 2014, L158).»

Daarin zou je kunnen lezen dat het wetsvoorstel niet geheel in lijn is met de Europese verordening. Daarnaast merken deze leden op dat de Minister van Financiën in een brief aan de Eerste Kamer (Kamerstuk 33 025, L d.d. 7 december 2012), de accountantssector expliciet heeft opgeroepen om de overgangsperiode te benutten, en daarmee heeft vooruitgelopen op een reflecterende werking -met terugwerkende kracht dus- van de overgangstermijn, terwijl nu blijkt dat deze reflecterende werking in strijd is met Europees recht. Oordeelt de Minister nu dat hij daarmee een onjuist advies aan de sector heeft gegeven? Heeft de Minister overzien welke -financiële- gevolgen dit heeft gehad voor zowel de accountantssector als de sectoren die op stel en sprong van accountant moesten wisselen? Deze leden vragen daarbij of de Minister zich daarbij gerealiseerd dat de korte overgangstermijn in combinatie met het scheiden van controle en advies, er in voorkomende gevallen voor heeft gezorgd dat bedrijven nauwelijks een keuze hadden in naar welke accountant men zou kunnen overstappen? Deelt de regering de opvatting dat dit handelen van de politiek ervoor heeft gezorgd dat de doelen van al deze wijzigingen, namelijk een hogere kwaliteit van de accountantscontrole en een goed functionerende markt, op deze manier niet zijn bewerkstelligd of zelfs zijn tegengewerkt? Verwacht de regering nu ook schadeclaims vanuit de sector of vanuit bedrijven die onnodig van accountant hebben gewisseld en daarmee onnodig kosten hebben gemaakt? Hoe kijkt de regering tegen dergelijke schadeclaims aan, zo vragen deze leden? Is de regering voornemens om te onderzoeken wat de positieve en negatieve effecten van de versnelde invoering van de roulatie in de afgelopen twee jaren zijn geweest op de controlekwaliteit en snelheid waarmee de accountancysector verbetermaatregelen heeft kunnen invoeren?

De leden van de CDA-fractie vragen de regering of alle lekken in deze wet in relatie tot de Europese regelgeving nu zijn gerepareerd? Moet bijvoorbeeld de Wet op het accountantsberoep (Kamerstuk 33 025) ook nog worden aangepast? En klopt de veronderstelling dat alle door de Tweede Kamer geaccordeerde wijzigingen betreffende kantoorroulatie en overgangstermijn nu feitelijk van tafel is, omdat volledig wordt aangesloten bij de Europese wetgeving? Wat betekent dit nu concreet voor inwerkingtredingsbepalingen, zo vragen deze leden.

De leden van de CDA fractie verzoeken de regering aan te geven welke interne en externe adviezen en toetsen zij gevraagd en ongevraagd heeft ontvangen op dit wetsvoorstel, die gaan over Europees recht. Kan de regering een opsomming geven van die adviezen en toetsen en ze aan de Kamer doen toekomen?

Wanneer wist de regering voor het eerst dat de wetgeving waarschijnlijk niet in overeenstemming was met Europees recht? En welke actie heeft de regering toen ondernomen, zo vragen de leden van de CDA fractie. Daarbij vragen deze leden welke lessen de regering nu zelf trekt.

Wft telecom

De leden van de CDA-fractie vragen in dit verslag ook naar de reactie van de Minister op de motie Omtzigt (Kamerstuk 32 545, nr. 37). Deze leden vragen de Minister te motiveren waarom een convenant niet een beter middel is dan een gedragscode. Deze leden wijzen met name op de afdwingbaarheid van een convenant, waar dat bij een gedragscode moeilijker is. Deze leden zien daarom veel meer in een convenant. Daarnaast vragen deze leden waarom de Minister het in zijn appreciatie heeft over het «primair» richten op het voorkomen van overkreditering, terwijl de motie ook spreekt over andere oorzaken die kunnen leiden tot mobiele schulden, zoals de problemen met roamingkosten in grensgebieden, kosten buiten de bundel en ingewikkelde contracten. Is hij voornemens ook deze onderwerpen in het convenant op te nemen?

Vragen en opmerkingen van de leden van de fractie van D66

De leden van de D66-fractie vragen sinds wanneer de Minister van Financiën op de hoogte is van de strijdigheid ten aanzien van de kantoorroulatie tussen de Wet toezicht accountantsorganisaties en de EU-verordening. Gaat de regering volledig mee in de analyse van advocatenkantoor NautaDutilh? Daarnaast vragen deze leden om een nadere toelichting van de gevolgen voor organisaties van openbaar belang die nog niet waren gewisseld van accountantskantoor en hoe groot die groep is.

De voorzitter van de commissie, Duisenberg

De griffier van de commissie, Berck


X Noot
1

Kamerstuk 24 515, nr. 282.