Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2013-201433643 nr. 13

33 643 EU-voorstellen: Plant- en diergezondheidspakket COM (2013) 264, 260, 262, 265, 267 en 327

Nr. 13 VERSLAG VAN EEN ALGEMEEN OVERLEG

Vastgesteld 22 januari 2014

De vaste commissie voor Economische Zaken en de vaste commissie voor Europese Zaken hebben op 18 september 2013 overleg gevoerd met Staatssecretaris Dijksma van Economische Zaken over:

  • de brief van de voorzitter van de vaste commissie voor Europese Zaken van 20 juni 2013 inzake het plaatsen van een behandelvoorbehoud bij de EU-voorstellen Plant- en Diergezondheidspakket COM (2013) 264, 260, 262, 265, 267 en 327 (Kamerstuk 33 643, nr. 2);

  • het voorstel van de Europese Commissie van 15 mei 2013 over het Plant- en diergezondheidspakket COM (2013) 264;

  • de brief van de Minister van Buitenlandse Zaken van 14 juni 2013 over het fiche Mededeling wetgevingspakket voor gezondere dieren en planten en een veiligere voedselketen (Kamerstuk 22 112, nr. 1637);

  • de brief van de Minister van Buitenlandse Zaken van 14 juni 2013 over het fiche Diergezondheidsverordening (Kamerstuk 22 112, nr. 1638);

  • de brief van de Minister van Buitenlandse Zaken van 14 juni 2013 over het fiche Verordening Teeltmateriaal (Kamerstuk 22 112, nr. 1639);

  • de brief van de Minister van Buitenlandse Zaken van 14 juni 2013 over het fiche Controleverordening levensmiddelen- en diervoeder, dierenwelzijn, plantgezondheid, teeltmateriaal en gewasbeschermingsmiddelen (Kamerstuk 22 112, nr. 1640);

  • de brief van de Minister van Buitenlandse Zaken van 14 juni 2013 over het fiche Verordening beschermende maatregelen tegen plaagorganismen bij planten (Kamerstuk 22 112, nr. 1641);

  • de brief van de Minister van Buitenlandse Zaken van 12 juli 2013 over het fiche inzake verordening financiering pakket gezondere dieren en planten (Kamerstuk 22 112, nr. 1661);

  • de brief van de Staatssecretaris van Economische Zaken van 13 september 2013 met de beantwoording van de vragen naar aanleiding van het verslag van het lid Dikkers inzake EU-voorstel Plant- en diergezondheidspakket (Kamerstuk 33 643, nr. 5).

Van dit overleg brengt de commissie bijgaand geredigeerd woordelijk verslag uit.

De voorzitter van de vaste commissie voor Economische Zaken, Hamer

De voorzitter van de vaste commissie voor Europese Zaken, Knops

De griffier van de vaste commissie voor Economische Zaken, Franke

Voorzitter: Verheijen

Griffier: Van Bree

Aanwezig zijn zeven leden der Kamer, te weten: Dijkgraaf, Dikkers, Van Gerven, Geurts, De Liefde, Ouwehand, Verheijen,

en Staatssecretaris Dijksma van Economische Zaken, die vergezeld is van enkele ambtenaren van haar ministerie.

Aanvang 20.30 uur

De voorzitter: Welkom bij dit AO Behandelvoorbehoud inzake Plant- en diergezondheidspakket. Het doel van dit AO is om te komen tot afspraken met de Staatssecretaris over de wijze van informatieverstrekking door de Staatssecretaris inzake dit dossier, het verloop van de onderhandelingen in Brussel en de wetgevingsprocedure.

De Kamer heeft voor dit dossier een rapporteur aangesteld, omdat het een omvangrijk en complex dossier is. Ik nodig haar uit om haar verslag en de werkzaamheden die zij hiervoor in de zomer heeft verricht kort toe te lichten en eventueel van haar kant als rapporteur namens de hele Kamer een aantal aanvullende vragen te stellen aan de Staatssecretaris. Ik zie haar nee schudden, maar zij heeft daar in ieder geval de mogelijkheid toe. Indien nodig, zal de Staatssecretaris daarop reageren dan wel antwoorden. Vervolgens zullen wij de eerste termijn van de Kamer houden om aanvullende vragen te stellen en opmerkingen te maken.

Mevrouw Dikkers (PvdA): Voorzitter. Ik houd geen inleiding met alle vragen, omdat het stuk van mij als rapporteur naar de Staatssecretaris is gestuurd. Dat is openbaar. De mensen in de zaal hebben daar kennis van kunnen nemen. Wij hebben een uitgebreide beantwoording van de Staatssecretaris gekregen, waarvoor dank. Wij kunnen dus wat tijd winnen als ik daarvoor niet te veel tijd vrijmaak.

Mij rest nog maar één ding, namelijk iedereen bedanken die zich heeft ingespannen voor het rapportje waar nu mijn naam onder staat. Daar ben ik erg trots op, maar ik kijk even om om Julie d» Hondt van de ondersteuning te bedanken. Zij heeft er heel veel werk in gestoken. Ik vond het fijn om dit samen met haar te kunnen doen. Het is een omvangrijk en complex dossier. Wij hebben daarvoor de hulp ingeroepen van een heleboel mensen, van wie ik een aantal op de publieke tribune zie zitten. Zij hebben ons bijgepraat over de ins en outs van deze voorstellen, zodat wij ze hebben kunnen begrijpen en daarover voor de Kamer een rapport konden maken. Daarover kunnen wij nu debatteren. Ik dank jullie hartelijk.

De voorzitter: Veel dank. Ik dank de rapporteur op dit moment ook voor haar werkzaamheden. De Staatssecretaris heeft schriftelijk gereageerd. Ik kijk of zij op dit moment al, voorafgaand aan de eerste termijn, behoefte heeft om hierop te reageren.

Staatssecretaris Dijksma: Nee, voorzitter. Gezien de korte tijd krijg ik graag de gelegenheid om de vragen van de Kamer aan te horen en die straks te beantwoorden.

De voorzitter: Dan gaan wij naar de eerste termijn van de zijde van de Kamer. Ik stel een spreektijd van om en nabij de twee minuten per fractie voor met één interruptie per persoon.

De heer Van Gerven (SP): Voorzitter. Ik dank de rapporteur voor haar werk. Dat doe ik naar ik aanneem ook namens de andere fracties. Ik denk dat het een hele klus is geweest.

De SP wil geen overdracht van bevoegdheden en geen carte blanche voor Europa. Kort en goed vragen wij de Staatssecretaris om op de noodrem te trappen en bezwaar te maken tegen het grote aantal gedelegeerde uitvoeringshandelingen. Ik roep haar op om te zorgen voor extra controle en bijsturingsmogelijkheden voor haarzelf, het Nederlandse parlement en het Europees Parlement. De bevoegdheden moeten dus niet allemaal naar de Commissie.

De maatregelen die moeten worden genomen bij de uitbraak van een dierziekte, zijn nog onduidelijk vanwege de gedelegeerde bepalingen. Wordt er straks een ophokplicht of preventieve ruiming vanuit Brussel opgelegd? Dat is toch niet acceptabel? Er moet dus echt een blokkade komen.

Wat betreft de kosten heeft Bionext voorgesteld om rassen met een kleine omzet per bedrijf, van € 1.000 of enkele duizenden euro's per jaar, vrij te stellen van controle- en administratiekosten. Dat lijkt ons een goed voorstel. Er is dan dus vrijstelling voor kleine rassen in plaats van een ontheffing van de kosten voor grote microbedrijven. Het voordeel is dat verscheidenheid van plantenrassen hiermee gestimuleerd wordt. Graag krijg ik hierop een reactie.

Wij hebben ook mogen lezen dat bij de totstandkoming van het pakket Syngenta op schoot heeft gezeten. Graag krijg ik hierop een reactie en hoor ik wat de beleving van de Staatssecretaris is ten aanzien van de lobbycratie en de invloed van de multinationals. Wij vrezen dat de regelgeving voor hen gunstiger uitpakt dan voor de biologische sector. De controleverordening die controle op de biologische sector moet regelen, lijkt zelfs helemaal zonder overeenstemming met deze sector te zijn opgesteld. Waarom moet er, gezien het feit dat er eigenlijk al een verordening voor biologische productie is, namelijk nrs. 834/2007 en 889/2008, en die naar tevredenheid werkt, weer een nieuwe regeling komen? Kan dat niet gestopt worden? Zegt de Staatssecretaris toe om niet akkoord te gaan voordat de biologische sector heeft aangegeven dat hij daarmee ook goed uit de voeten kan? De teeltverordening heeft nu veel te veel aandacht voor hoogproductieve, uniforme rassen in plaats van agrobiodiversiteit. Dat is goed voor de grootste bedrijven zoals Syngenta en Monsanto maar niet voor alle andere bedrijven.

Via de voorzitter overhandig ik de Staatssecretaris nog een brief van Bionext met zeven aanbevelingen. Graag krijg ik daarop een reactie van de Staatssecretaris, nu of zo spoedig mogelijk schriftelijk, als zij het nu niet volledig kan.

Wil de Staatssecretaris uitwisseling en lokale verkoop van rassen zonder kwekersrecht door boeren en moestuinders aan eindgebruikers buiten de verordening houden?

De voorzitter: U hebt mij een brief overhandigd van Bionext. Ik zal die in handen stellen van de Staatssecretaris.

Het woord is aan de heer De Liefde, die vandaag toevallig jarig is.

De heer De Liefde (VVD): Voorzitter. De Europese Commissie heeft een groot pakket gepresenteerd. Het gaat om de vervanging van 70 wetteksten, de verlaging van administratievelastendruk en een verbetering van de naleving van allerlei standaarden in de agrofoodketen. Dat is een goede zaak, maar tot zover het goede nieuws.

Het voorstel over het teeltmateriaal is voor de VVD het meest controversiële onderdeel van het pakket. Daarmee wordt beoogd de regels voor productie en het op de markt aanbieden van teeltmateriaal simpeler en flexibeler te maken. Het zorgt er echter helaas ook voor dat de Europese Commissie kan voorschrijven welk zaaigoed er gebruikt mag worden, zelfs in volks- en moestuinen. De VVD vindt dit geen bevoegdheid van Europa. Het voorstel dat nu voorligt, biedt onvoldoende ruimte voor kleine partijen en leidt tot grote kosten voor dezelfde kleine partijen en telers. Straks kunnen alleen nog grote multinationals nieuwe gewassen op de markt brengen en dreigt de mondiale voedselproductie in handen van één of enkele bedrijven te komen. De VVD wil een dergelijke gevaarlijke ontwikkeling voorkomen. De VVD wil dan ook van de Staatssecretaris een toezegging dat zij zich tot het uiterste zal inspannen om dit voorstel van tafel te krijgen. Kan de Staatssecretaris aangeven of zij hiertoe bereid is en hoe zij gaat zorgen voor een meerderheid in de Raad voor dit standpunt? Kan zij kort de positie van de overige lidstaten schetsen?

De VVD wil in het kader van het behandelvoorbehoud gedurende de onderhandelingen niet alleen in de Raad, maar ook in de Raadswerkgroep en Coreper, schriftelijk op de hoogte gehouden worden van de bewegingen en ontwikkelingen die gevolgen hebben voor Nederland en voor de Nederlandse inzet. Wat zijn de gevolgen en wanneer zitten de onderhandelingen op specifieke punten in de afrondende of besluitvormende fase? Daarnaast zien wij graag dat voordat een concept van het gemeenschappelijke standpunt wordt behandeld in de Raad deze, zowel na eerste als na tweede lezing, met een appreciatie naar de Kamer wordt verzonden. Graag krijg ik een toezegging van de Staatssecretaris op dit punt.

De heer Dijkgraaf (SGP): Voorzitter. Laat ik ermee beginnen de heer De Liefde te feliciteren met zijn verjaardag. Het lijkt mij toch fantastisch als je je verjaardag met dit soort mooie teksten mag vieren. Het zij hem gegund!

De heer De Liefde (VVD): Dank u.

De heer Dijkgraaf (SGP): Ik wil collega Dikkers en de ondersteuning van harte danken voor het mooie werk. Ik heb de reactie van de Staatssecretaris gelezen. In tegenstelling tot het vorige debat verschillen wij nu over heel veel punten niet van mening. Dat is ook weleens prettig, hoewel het vaker gebeurt.

Wij hebben wel een zorgpunt, namelijk de ruimte voor diversiteit in de Verordening teeltmateriaal. Een relevante ontwikkeling is bijvoorbeeld de reductie van het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen. Daardoor neemt het belang van gewassen die geschikt zijn voor het regionale klimaat, de bodem en de diversiteit echter toe. Het kan overal anders zijn. Daarop moet ingespeeld worden en kunnen worden. Ik vind de inzet van de Staatssecretaris op dit punt wat terughoudend. Ik hoor haar daar dus graag over.

Ik heb twee concrete dingen. Ten eerste wil de SGP dat groenterassen ook in aanmerking kunnen komen voor toelating als heterogeen materiaal. Ten tweede is ook meer ruimte nodig voor kleinschalige handel. Rassen met een kleine afzetmarkt moeten in aanmerking kunnen komen voor eenvoudige registratie. Gaat de Staatssecretaris zich daarvoor sterk maken?

De Europese Commissie wil cofinanciering van compensatie voor vernietigd plantmateriaal mogelijk maken en daarvoor geld uittrekken. Eerlijk gezegd vragen wij ons af of wij dat moeten doen. Moeten wij in het kader van subsidiariteit voor dit soort dingen geld uit Brussel halen of proberen wij daarover zelf te gaan en betalen wij daar zelf voor? Wij denken ook dat wij voor kleine teelten niet zomaar in aanmerking kunnen komen voor Europees geld. Wat dat betreft ben ik benieuwd naar de reactie van de Staatssecretaris op deze subsidiariteit inzake geld.

De heer Geurts (CDA): Voorzitter. Allereerst dank ik de rapporteur en de ambtelijke ondersteuning voor hun werk. Uiteraard feliciteer ik de heer De Liefde met zijn verjaardag.

Het CDA wil niet dat de Europese Unie door harmoniserende regelgeving de soortenrijkdom in onze moestuinen bedreigt. De Europese bevoegdheid moet niet verder gaan dan noodzakelijk is voor het functioneren van de Europese markt. Wij verdienen ons geld in Europa, als groot exporteur in de land- en tuinbouw voorop. Dat moet goed geregeld worden. De Europese Unie moet echter niet beslissen welke zaden wij in Nederland niet en wel gebruiken. Daarom ben ik verheugd dat uit het verslag van de rapporteur blijkt dat er voldoende ruimte is voor kleine gewassen in de biologische teelt en sierteelt. De lichte registratievariant biedt ruimte voor hobbyteelt en biologische teelt.

Het CDA is bezorgd over de inspectiekosten. Het wil een gelijk Europees speelveld. Het lijkt erop dat de wat grotere Nederlandse bedrijven disproportioneel getroffen worden. Is de Staatssecretaris bereid er in de Raad voor te pleiten dat kwekers in alle EU-landen mee moeten betalen aan de inspectiekosten, zodat er een gelijk speelveld is? Daarnaast gaat het uitzonderen van microbedrijven voor het behalen van inspectiekosten ver. De meeste bedrijven in deze sector hebben minder dan tien fulltime personeelsleden. Dat deze bedrijven niet en andere bedrijven wel moeten betalen, is niet geheel te rechtvaardigen. Een dergelijke scheiding is niet eerlijk en werkt kunstgrepen in de hand. Ik was aan de ene kant dan ook blij om te lezen dat de Staatssecretaris hier ook zo over denkt. Aan de andere kant moeten kleine bedrijven niet buitenproportioneel belast waren. Hoe kijkt de Staatssecretaris naar deze problematiek?

Daarnaast heb ik nog vragen over het centrale computersysteem dat gebruikt moet gaan worden, het TRACES-systeem. Het CDA vindt het een goede zaak dat er één Europees systeem komt, maar er moet wel voldoende ruimte zijn om ons eigen gepokt en gemazelde systeem te behouden. Via de Rotterdamse haven komen er veel plantaardige producten de EU in. Daarom is het voor Nederland van groot belang dat ons systeem op een goede manier wordt geïntegreerd met TRACES. Het systeem dat wij hier hebben, moet kunnen blijven binnen het Europese systeem. Dit moet gegarandeerd zijn. Hoe kijkt de Staatssecretaris hiertegen aan? Ziet de Staatssecretaris mogelijkheden om de uitgebreidere mogelijkheden die ons eigen systeem heeft, te behouden binnen het Europese veld?

De voorzitter: Dan gaan wij nu naar mevrouw Dikkers in haar rol als lid van de PvdA-fractie.

Mevrouw Dikkers (PvdA): Voorzitter. Dat is een rol die mij heel goed past!

Wij hebben veel mails gekregen van mensen die zich zorgen maakten over de verordening, met name van amateurs. Zij maken zich zorgen over het gebruik van de zaden in de moestuinen. Dat was de reden dat ik erg graag rapporteur wilde zijn. Ik wilde het beter snappen. Ik ben erg blij dat ik door het rapporteurschap en door in de materie gedoken te zijn, begrepen heb dat die amateurs zich geen zorgen hoeven te maken. De verordening gaat over de professionele teelt en het professionele gebruik van zaden. Het is belangrijk om dat hier even op te merken, want ik merk in de reacties van sommige collega's dat die angst bij hen heel diep zit. Ik begrijp die angst, maar ik ben erg blij dat ik kan verklaren dat die angst, gezien de verordening zoals die nu is uitgewerkt, ongegrond is.

De equivalentie-eis houdt mijzelf nog wel erg bezig. De Staatssecretaris schrijft in de beantwoording van de vragen die ik als rapporteur heb opgesteld, dat zij zich daar ook zorgen over maakt. Ik hoor graag iets meer over de positie die zij zal innemen, niet alleen de positie ten aanzien van Nederlandse bedrijven die hun zaden ergens anders produceren, maar ook de positie ten aanzien van ontwikkelingslanden die als exporteur van zaden optreden.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Voorzitter. Ik dank de rapporteur en de ondersteuning voor het rapport. Mijnheer De Liefde, van harte gefeliciteerd met uw verjaardag. Voor deze gelegenheid zijn de VVD en de Partij voor de Dieren het eens! Speciaal voor de verjaardag van de heer De Liefde.

Dit pakket gaat ver. De manier waarop de regels straks worden ingevuld en waarop de besluitvorming gaat plaatsvinden, bevalt ons helemaal niet. Wij vinden het fijn dat de Staatssecretaris kritisch is over de grote hoeveelheid gedelegeerde handelingen en de reikwijdte daarvan, maar ik vraag mij af of zij bereid is om daar richting de Europese Commissie consequenties aan te verbinden. Is zij bereid om officieel over te brengen dat deze hoeveelheid van wat er later nog gedelegeerd en uitgevoerd wordt, onbehoorlijk is en dat wij dat niet kunnen accepteren? Daarmee worden de parlementen van de lidstaten en het Europees Parlement ook nog eens buitenspel gezet. Graag krijg ik daarop een reactie.

Dan heb ik enkele inhoudelijke opmerkingen over het teeltvoorstel. Ik maak mij zorgen over de impact van dit voorstel op de agrobiodiversiteit en daarmee op de duurzaamheid van onze landbouw en de voedselzekerheid op lange termijn. De Kamer heeft de motie (21 501-32, nr. 710) hierover unaniem aangenomen. De Staatssecretaris geeft in het fiche aan dat zij een deel van het verzoek in de motie gaat uitvoeren. Zij lijkt terughoudend om, zoals ook in de motie staat, te bepleiten dat Nederland het recht houdt om af te wijken van de Europese regels, als dat in het belang van een duurzame landbouw, het tegengaan van monopolisering en het waarborgen van voedselzekerheid en agrobiodiversiteit is. Graag krijg ik een reactie op dit punt. Het zou mooi zijn als zij de motie integraal uitvoert, en dan druk ik mij nog voorzichtig uit.

De SP heeft het al gehad over het vrijstellen van rassen met een kleine jaaromzet. Daar sluit ik mij graag bij aan.

De Partij voor de Dieren maakt zich grote zorgen over de gevolgen van het voorstel op de diergezondheid. Dat zal de Staatssecretaris niet verbazen. Wij komen er nog over te spreken, maar gelet op alle dingen die gedelegeerd gaan worden, maak ik mij er zorgen over dat wij deze vragen misschien niet meer kunnen stellen of dat wij er in ieder geval geen invloed meer op hebben. De SP heeft al gevraagd wat er dan gebeurt en welke vrijheid Nederland straks nog heeft om een eigen aanpak te kiezen bij de uitbraak van een zoönose. Dat soort vragen zullen wij de komende tijd hebben. Hoe ziet de Staatssecretaris de behandeling daarvan?

De voorzitter: Tot zover de eerste termijn van de Kamer. Ik stel voor dat wij drie minuten schorsen om de Staatssecretaris de kans te geven om de beantwoording voor te bereiden.

Schorsing 20.51 uur tot 20.54 uur.

Staatssecretaris Dijksma: Voorzitter. Eerst heb ik een paar algemene opmerkingen. Daarna kom ik op de vragen over de teeltverordening. Het derde onderwerp is de controleverordening. Ten slotte kom ik op het punt van diergezondheid.

De heer Van Gerven zei terecht dat hij tegen te veel gedelegeerde bepalingen is. Meerdere leden hebben dat opgemerkt. Ik ben het daarmee zeer eens. Veel andere lidstaten zijn hier kritisch over. We kunnen dus samen optrekken.

Vervolgens heeft de heer Van Gerven aangeven dat hij het vermoeden heeft dat in dit geval één bedrijf op schoot zou hebben gezeten – dat waren zijn termen – bij het tot stand komen van het voorstel. Er is het volgende aan de hand. Alle relevante stakeholders zijn er door de Commissie bij betrokken in aanloop naar het voorstel. Er is een openbare consultatie geweest. Dat kunnen de leden nakijken.

De heer De Liefde – van harte gefeliciteerd overigens – heeft gevraagd of de Kamer op de hoogte kan blijven van de ontwikkelingen in Coreper, Raadswerkgroepen et cetera. Ik heb toegezegd dat ik de Kamer heel graag via een kwartaalrapportage in relatie tot het gemeenschappelijk landbouwbeleid op de hoogte wil blijven houden. Overigens zijn op dit moment de overleggen nog maar nauwelijks van start gegaan. Het is ook onzeker wanneer de besluitvorming wordt afgerond, maar voor zover dat voor mij mogelijk is, houd ik de heer De Liefde graag dicht bij mij, en niet alleen omdat hij jarig is.

De heer De Liefde (VVD): Ik dank de Staatssecretaris voor haar reactie, maar wij willen de volgende nadruk leggen. Als de Staatssecretaris een kwartaalrapportage stuurt, kan er al een besluitvormende fase zijn geweest. Dat wil ik graag voorkomen. Wij willen graag constructief meedenken met de Staatssecretaris over de vraag hoe wij dit voor Nederland zo goed mogelijk organiseren.

Staatssecretaris Dijksma: Daar ben ik het mee eens. Als de besluitvorming een ander ritme vraagt, dan is de besluitvorming leidraad en niet het kwartaal.

Over het teeltmateriaal is inderdaad veel te zeggen. Ik heb wat dat betreft dezelfde ontwikkeling doorgemaakt als de rapporteur. Toen het voorstel aanvankelijk naar buiten kwam, werd er veel in de media over bericht. Dat waren niet alleen de Nederlandse media, maar ook de Duitse media. Toen dacht ik bij mijzelf: het zal toch niet zo zijn! Het voorstel voor teeltmateriaal is inderdaad zeer bediscussieerd. Ik herken de zorgen van de Kamer. Ik neem die zeer serieus. De Kamer heeft niet voor niets de motie-Ouwehand aangenomen, waarin werd gevraagd om mij sterk te maken om de negatieve gevolgen voor biodiversiteit, hobbyisten en biologische landbouw tegen te gaan. Ook werd in de motie gevraagd om ruimte te houden voor nationale ruimte en afwegingen met als doel om de duurzame landbouw te bevorderen, monopolisering van onze voedselvoorziening tegen te gaan en de agrobiodiversiteit te bevorderen. Ik heb over deze motie aangegeven dat ik haar als ondersteuning van beleid zie en dat ik mijn inzet ook langs deze lijnen vormgeef.

Ik zeg met de heer De Liefde en anderen dat het heel slecht zou zijn wanneer de wereldvoedselvoorziening afhankelijk zou worden van één of twee giganten in de wereld, want dan is het einde zoek en hebben wij een heel groot probleem. Ik hoef dus niet overtuigd te worden van de noodzaak om hier heel scherp aan de wind te varen. Ik zie ook kansen om dat te doen, omdat dit voorstel zich echt alleen richt op degenen die teeltmateriaal commercieel in de handel brengen. Mevrouw Dikkers zei dat terecht. Particulieren en hobbytuinders kunnen aanplanten wat zij willen. Nog belangrijker is dat iedereen zaden kan ruilen met elkaar.

De voorgestelde regels voor het op de markt brengen van allerlei categorieën teeltmaterieel worden juist vereenvoudigd en versoepeld. Die versoepeling is belangrijk voor traditionele rassen en voor teeltmateriaal voor de zogenaamde nichemarkten. Dat is belangrijke winst, want daarmee versterk je de agrobiodiversiteit. Ik zal met de Kamer scherp blijven opletten dat er ruimte voor deze zaken blijft. Wij hadden immers net eigenlijk al afgesproken dat wij dat samen zouden doen. Daarbij zal ik er ook nog op letten dat onnodige lasten voor het bedrijfsleven worden voorkomen. Er zal dus nog over heel veel aspecten onderhandeld gaan worden. Het belang van de traditionele rassen en de belangen van de biologische landbouw moeten wij dus op een goede manier dienen. Het moet niet leiden tot een beperking van de diversiteit en tot een monocultuur. Daartegen zal ik mij verzetten, als dat aan de orde zou zijn. Ik zou dan binnen de Unie steun zoeken bij Duitsland, België, Denemarken, het Verenigd Koninkrijk en Oostenrijk. We hebben dus wel een aantal stevige bondgenoten.

De heer De Liefde heeft gevraagd hoe je kunt garanderen dat de regelgeving echt alleen betrekking heeft op professionals. Dat blijkt uit hetgene dat nu op papier wordt voorgesteld. Het gaat om bedrijven die beroepshalve bezig zijn met veredeling en verhandeling van teeltmateriaal. Het is dus niet van toepassing op liefhebbers, hobbyisten, amateurtuinders en privétuinders. Nogmaals, een particulier kan met andere niet-professionele tuinders zaden, bollen, knollen en stekken uitwisselen zonder onder de regels van de verordening te vallen.

De heer Van Gerven heeft gevraagd of je rassen met een omzet van maximaal € 1.000 per jaar per ondernemer kunt vrijmaken van controle- en registratiekosten. Hij sprak over Bionext. Die beoogt het aanbod van rassen, ook in de biologische landbouw, zo divers mogelijk te houden. Dat is een mooi streven. Het is overigens ook een van de doelen van de nieuwe verordening. Daarbij moet je je natuurlijk altijd afvragen of je als boer onrendabele rassen wilt verbouwen. Wij moeten natuurlijk goed kijken naar nichemarkten. Ook moeten wij bekijken of wij de diversiteit van de rassen in de landbouw kunnen vergroten. Laten wij met Bionext en andere organisaties blijven spreken in het verdere onderhandelingstraject. Op welke gevolgen dat eventueel financieel heeft, wil ik nu niet vooruitlopen, want dat moet wel kunnen allemaal. Laten wij dat gesprek eerst maar eens aangaan.

De heer Dijkgraaf heeft verzocht om bepaalde groenterassen in aanmerking te laten komen voor heterogeen materiaal. De verordening biedt juist meer ruimte, ook aan andersoortig teeltmateriaal. Daarover heb ik net ook al iets gezegd. Ook gaat er nog een experiment met de categorie heterogeen materiaal lopen de komende tijd. Daar kunnen de groentegewassen wat mij betreft onder vallen. Dat moet gewoon kunnen.

Er is gevraagd naar mijn mening aangaande de equivalentie-eis voor import uit derde landen. Ook is gevraagd wat de inzet is aangaande de verantwoordelijkheid voor het geïmporteerde materiaal bij het ontbreken van een equivalent systeem. In de verordening wordt aangegeven dat zaad pas uit een land buiten de EU kan worden geïmporteerd wanneer dat land een systeem van kwaliteitscontrole kent dat een equivalent is van dat van de EU. Dat hebben veel ontwikkelingslanden niet. Dat levert problemen op, want Nederlandse groentezaadbedrijven en sierteeltbedrijven importeren zaden uit meer dan 80 landen. Zij worden vervolgens in Nederland verder bewerkt en vermarkt. Als de EU met al die landen tot een soort overeenstemming moet komen, dan dreigt op een gegeven moment een stilstand in het systeem. Ik wil op dit punt afdwingen, voor zover dat in mijn macht ligt, om de equivalentie-eis te versoepelen. Anders krijgen onze mensen echt problemen.

De heer Van Gerven vroeg mij in te gaan op de brief van Bionext. Misschien mag ik daarop ingaan in de loop van de week of weken. Is dat goed?

De heer Van Gerven (SP): De Staatssecretaris komt terug op de zeven punten van Bionext. Ik neem aan dat er dan voldoende tijd overblijft voordat er enige vorm van besluitvorming plaatsheeft in Brussel.

Staatssecretaris Dijksma: Zeker!

De heer Van Gerven (SP): Dat is goed. Wij hebben allerlei informatie gehad waaruit blijkt dat het kabinet het ten aanzien van subsidiariteit en proportionaliteit eens is met het voorstel. Dat was een belangrijke portee. Daaruit concludeer ik dat er een heleboel bevoegdheden worden gedelegeerd aan de Commissie. Ik zeg echter: er moeten helemaal geen bevoegdheden worden gedelegeerd aan de Commissie. Kan de Staatssecretaris erop ingaan hoe zij dat precies ziet?

Staatssecretaris Dijksma: Eigenlijk zie ik het zoals de heer Van Gerven.

De heer Van Gerven (SP): Ja, maar dan snap ik er niets van. Dan had de Staatssecretaris moeten zeggen dat het niet subsidiair, niet proportioneel of geen van beide is. Dan zou de inzet van het kabinet een heel andere moeten zijn dan de inzet die het ons heeft doen toekomen.

Staatssecretaris Dijksma: Nee, dat zou net iets te simpel zijn. Het gaat hier om een heel pakket, een herzieningspakket. Subsidiariteit is echt iets anders dan de delegatie van bevoegdheden op bepaalde onderdelen. Waar de Kamer bezwaar heeft tegen de delegatie, deel ik die. Dat moeten wij niet op die manier doen. Ik ben van mening dat wij dat luid en duidelijk kenbaar moeten maken. Dat betekent niet dat het hele voorliggende pakket per definitie slecht is.

De heer Van Gerven (SP): Toch snap ik het niet, want er zijn een heleboel zaken niet duidelijk. Ik heb het bijvoorbeeld gehad over een ophokplicht. Spreekt de Commissie dat dan ineens af, terwijl wij vinden dat dit nationaal moet worden besloten? Al dat soort zaken zijn niet helder. Kort en goed, waartegen zeggen wij ja, als wij dat pad op zouden gaan?

Staatssecretaris Dijksma: Bijvoorbeeld de ophokplicht lijkt mij inderdaad bij uitstek iets wat wij nationaal kunnen en moeten bepalen. Wij moeten het stap voor stap doen. Daarom hebben wij ook met de Kamer het traject afgesproken om heel precies aan te geven wanneer besluiten voorliggen, wat onze inzet is en of wij die kunnen delen of niet. Wij staan dus pas aan het begin van een heel verhaal. Je kunt aan het begin van dat verhaal meteen al zeggen dat je de deur sluit, dat je het er niet over wilt hebben en dat men terug moet gaan. Dat is wellicht de SP-variant. Je kunt echter ook zeggen dat er een aantal dingen echt niet goed is.

De heer Van Gerven (SP): Ik heb even een punt.

Staatssecretaris Dijksma: De heer Van Gerven voelt zich aangesproken. Ik was nog niet eens klaar!

De heer Van Gerven (SP): Mag ik de Staatssecretaris eraan herinneren dat de inbreng van de VVD ook tamelijk stevig was? De SP bevond zich met de mening die ik verkondigde in goed gezelschap van het andere politieke spectrum en de verbindende partij, de Partij voor de Dieren.

Staatssecretaris Dijksma: Ja, het is tien over negen. Vergeef mij dus dat ik even kort door de bocht ben. Wij zijn het volgens mij oprecht eens over wat onze inzet moet zijn. De heer Van Gerven zoekt dan toch nog bijna krampachtig naar het verschil. Dat is er niet. Waar hij kritisch is, bijvoorbeeld over de delegatie van bevoegdheden, ben ik dat ook. Hij vroeg mij hoe ik dat zie. Dan zeg ik dat ik het zie zoals hij het ziet. Wat moet ik anders nog toegeven? Wij zetten er dus heel duidelijk een vette streep door en zeggen tegen de vrienden in Brussel dat wij het zo dus niet gaan doen. Dat betekent echter niet dat wij het niet meer willen hebben over het hele pakket. Wel kun je bij belangrijke thema's binnen dat pakket meteen laten zien wat je positie is. Ik voel mij erg gesteund door wat daarover breed in de Kamer wordt gezegd. De Kamer is het er van links tot rechts helemaal over eens. Dat is ook een hele hulp in deze bange dagen! Ik zeg de heer Van Gerven dat wij het hierover eens zijn. Hij kan mij geloven. Hij kan het niet geloven, maar het is wel zo!

De heer Van Gerven (SP): Ik heb een betoog gehouden, omdat het kabinet ons op het verkeerde been heeft gezet. In de stukken die wij hebben gekregen, staat duidelijk dat het kabinet het met de voorstellen eens is wat betreft subsidiariteit en proportionaliteit, maar dat het alleen moeite heeft met één punt, namelijk de kleine bedrijven. Dat in grote lijnen heb ik begrepen uit alle stukken. Dat de Staatssecretaris er nu afstand van neemt dat er zo veel wordt gedelegeerd, is nieuw. Overigens ben ik het met haar eens dat wij op dit vlak niet zomaar bevoegdheden moeten weggeven aan Brussel.

Staatssecretaris Dijksma: Dit is echt niet nieuw, maar als het nieuw is voor de heer Van Gerven, dan vinden wij elkaar. Wij kunnen er wel over blijven discussiëren, maar de heer Van Gerven zou het nog eens rustig door moeten lezen. Dan zal hij zien dat wij het al eerder eens waren.

Ik kom op de controleverordening. Zien wij concrete alternatieven om micro-ondernemingen te ondersteunen? Wat is de inzet op dit punt? In de brief naar aanleiding van het verslag van de rapporteur, mevrouw Dikkers, heb ik aangegeven dat ik het voorstel van de Commissie ten aanzien van de uitzondering voor microbedrijven niet steun. Dat hebben wij ook aangegeven in het BNC-fiche. Overigens blijkt dit voorstel ook in verschillende lidstaten niet op steun te kunnen rekenen. In Nederland zou zeker 70% tot 80% van de bedrijven onder de definitie vallen. In sommige EU-lidstaten ligt dat percentage mogelijk nog hoger. Mijn inzet is erop gericht om het voorstel uit de conceptverordening te laten schrappen.

Ik ben het zeer eens met de opmerking over een gelijk speelveld. Dat heeft een-op-een een relatie met het voorgaande. Overigens ben ik ook voor kostendekkende tarieven voor officiële controle in álle lidstaten, maar dat weet de heer Geurts. Daarom moeten wij de microbedrijven niet vrijstellen van het betalen voor officiële controles. Het holt eigenlijk ook de basis uit voor het harmoniseren en toepassen van de tarieven in Europa.

De heer Geurts heeft mij nog gevraagd of ik een goede interoperabiliteit tussen de in Nederland gebruikte applicatie Client en TRACES van belang vind. Zoals de heer Geurts zelf al heeft opgemerkt, zijn import en export van groot belang voor Nederland. Dat geldt ook voor een goede en efficiënte logistieke ondersteuning. Soms zijn gegevens van goederen niet alleen nodig voor het logistieke proces, maar zijn ze ook nodig om te kunnen voldoen aan de communautaire verplichtingen. Wij zijn met de Commissie in overleg geweest om de uitwisseling van gegevens te optimaliseren. Wij hebben afgesproken om goed samen te werken om het zo efficiënt mogelijk te laten verlopen. Dit onderwerp is echter wel een dingetje. De heer Geurts heeft er gelijk in dat hij daar even de vinger op legt.

De heer Dijkgraaf vroeg waarom Nederland akkoord is gegaan met de verhoging van het budget voor plantgezondheid ten koste van het budget voor diergezondheid. Dit debat is indertijd mede ontstaan naar aanleiding van de EHEC-crisis. Het beleid voor een gezonde plantensector is niet alleen gericht op een preventieve aanpak, maar ook op een snelle respons ter bestrijding van plantziekten bij incidenten. Medefinanciering door de EU kan voor alle lidstaten een stimulans zijn om op tijd de juiste maatregelen te nemen. Wij denken dat die op lange termijn in het belang van de Unie als geheel zijn. Tot nu toe was het budget voor de bestrijding en preventie van plantenziekten heel beperkt, namelijk ongeveer 3 miljoen euro per jaar. Dat zet geen zoden aan de dijk. In deze verordening is voor de hele Unie 19 miljoen euro per jaar voor plantgezondheid geraamd. Dat is slechts 7% van het budget. Alles overziend, de voordelen en het relatief beperkte beslag op het budget, is het verantwoord om het zo te doen. Dat is mijn voorstel.

Ten slotte, mevrouw Ouwehand en de heer Van Gerven hebben vragen gesteld over de diergezondheid. Ik ben over het algemeen positief over het voorstel in de Verordening diergezondheid. Het is overigens een uitwerking van een strategie die al in 2006 is gepubliceerd, in lijn met heel veel van wat Nederland belangrijk vindt. Het is meer risicogebaseerd, er is meer aandacht voor preventie, een positieve houding ten aanzien van vaccinatie, aandacht voor antibioticaresistentie en aandacht voor een beperking van de administratieve lasten. Ik begrijp dat de bevoegdheidsvraag bij ingrijpende bestrijdingsmaatregelen als preventieve ruiming en afschermplicht gevoelig ligt – dat is ook zo – maar op dat punt verandert er echter weinig. Wij moeten de ruimte nemen om maatregelen te nemen die wij nodig achten. Dat moeten wij ook in de loop van de discussie bepleiten. Wij moeten er ook rekening mee houden dat wij, als er ergens een uitbraak van een ziekte is, dan ook willen dat andere lidstaten meteen scherp handelen en dat niet laten lopen. Dat zijn zaken waarbij wij wederom een gemeenschappelijk belang hebben, maar dan moet er wel de ruimte zijn voor de Nederlandse inbreng.

Daarbij wil ik het laten, want ik ga ervan uit dat wij elkaar nog veel vaker over dit belangrijke onderwerp zullen spreken.

De voorzitter: Dank u wel. Ik kijk rond of er naar aanleiding daarvan nog opmerkingen zijn. Ik wil geen tweede termijn houden, maar er is nu ruimte voor reacties.

De heer Van Gerven (SP): Er is morgen onder voorbehoud een VAO gepland. Ik zit nog een beetje te dubben over de vraag of wij dat wel of niet moeten laten doorgaan. Het hangt er een beetje van af wat voor conclusie wij nu kunnen trekken. Ik vat samen dat er met Bionext en anderen overleg zal zijn. Dat komt bij ons terug, voordat er enige vorm van besluitvorming plaatsvindt. Dat is een belangrijke constatering.

Dat het niet voor niet-commerciële partijen moet gelden, is volstrekt helder. Daarover zijn wij het allemaal eens.

Het gaat mij, ten slotte, om de delegatiebepalingen. De Europese Commissie is een soort monstrum dat zichzelf alsmaar vergroot. Zij is in principe niet democratisch. Kan de Staatssecretaris op dat punt ingaan? Wat wordt er in haar ogen, voor zover zij dat nu kan overzien, wel of niet gedelegeerd, terwijl het parlement daarover niets te zeggen heeft?

Staatssecretaris Dijksma: Nogmaals, ik ben het dus eens met de benadering van niet alleen de heer Van Gerven, maar ook de rest van de Kamer. Heel veel lidstaten zijn hierover net zo kritisch als Nederland. Mijn verzoek aan de heer Van Gerven is om dit traject in te gaan. Hij zit erbij en hij zit erbovenop. Ik heb aan zijn collega De Liefde toegezegd dat ik bij de Kamer terugkom voordat er besluitvorming is, ook al past het niet in het ritme van kwartaalrapportages. Dan kan de Kamer heel precies zien waar dat toe leidt. Wij zullen op dit onderwerp samen met andere Europese lidstaten als gestaald kader optreden, want wij vinden daar iets van. Daar zijn wij het er echt over eens.

De heer De Liefde (VVD): Ik ben blij met de heldere woorden van de Staatssecretaris. The devil is in the detail, zeggen de Engelsen weleens. Doelt zij, als zij het heeft over besluitvorming, op alle locaties waar op Europees niveau besluitvorming plaatsvindt of op het niveau waar de Staatssecretaris zelf aan tafel zit? Ons gaat het nadrukkelijk om de besluitvorming die plaatsvindt achter de «gesloten deuren van Europa», zoals dat populistisch wordt genoemd.

Staatssecretaris Dijksma: Dat laatste, dus alle niveaus.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Volgens mij ziet de Staatssecretaris het goed en is dit een van de zeldzame momenten dat Kamer en regering er hetzelfde in zitten, omdat wij hetzelfde willen. Ik snap de aarzelingen van de heer Van Gerven echter, want wij kennen onze pappenheimers in de EU. Is er nog een kans dat het hele pakket van tafel gaat als monopolisering en minder ruimte voor duurzame landbouw het gevolg zijn, en als Nederland dan samen met een aantal andere belangrijke lidstaten zegt: ammenooitniet?

Staatssecretaris Dijksma: Ik heb ten aanzien van onderhandelingen geleerd dat je altijd de absolute en de meest robuuste opties in je eigen denken overeind moet houden. Als je niet uiteindelijk nee durft te zeggen, als het je niet bevalt, kun je ook niet scherp onderhandelen. Als het nodig zou zijn, omdat het ons echt niet bevalt, moeten wij gewoon nee durven zeggen.

De voorzitter: Wij zijn toegekomen aan de afronding van dit AO. Ik stel voor dat ik eerst de conclusie voorlees en die probeer samen te vatten. Die zal vervat worden in een brief en vastgesteld worden in de plenaire vergadering. Ik kijk nogmaals naar de heer Van Gerven of hij een VAO wil.

Er zijn de volgende toezeggingen gedaan. De Staatssecretaris zal volgende week haar reactie op de brief van Bionext inzake de Teeltmateriaalverordening naar de Kamer sturen.

Staatssecretaris Dijksma: Ja, dat moet wel lukken. Dan moeten wij hard werken.

De voorzitter: Ik zie veel enthousiasme bij de Staatssecretaris en haar hooggeachte medewerkers!

Ik stel vast dat de volgende afspraken zijn gemaakt met de Staatssecretaris. Die zullen in een brief worden vervat en worden vastgesteld. De Staatssecretaris zal de Kamer tijdig informeren over de opties die voorliggen ter besluitvorming in de Raad en alle onderliggende overlegfora en die gevolgen hebben voor belangrijke elementen van de voorgestelde verordeningen en de Nederlandse inzet. Dit zal gebeuren in de geannoteerde agenda van de Landbouw- en Visserijraad, kwartaalrapportages inzake het GLB of ad hoc, als er buiten deze raden om belangrijke nieuwe ontwikkelingen te melden zijn. Daarbij zal de Staatssecretaris specifiek ingaan op de volgende onderwerpen: vrijstelling van inspectiekosten voor micro-ondernemingen, transparantie voor de sector van de besluitvormingsprocedures die worden vastgesteld in de gedelegeerde bepalingen en uitvoeringsbepalingen, de mogelijkheden voor hoogwaardige import en export, het tegengaan van extra administratieve lasten voor het bedrijfsleven, de integratie van eisen voor registratie van zaden en de kwekersrechtaanvraag, de mate waarin de commerciële biologische sector tegemoet wordt gekomen in het bevorderen van de biodiversiteit en de samenhang met andere regelgeving.

Voorts zal de Staatssecretaris de Kamer informeren wanneer zij voorziet in de onderhandelingen te moeten afwijken van het kabinetsstandpunt, zoals weergegeven in het BNC-fiche of nadien vastgelegd met de Kamer.

De heer Van Gerven (SP): Ik heb er geen behoefte aan het VAO morgen te houden. Ik wil het uitstellen totdat wij de brief over Bionext en andere dingen die de Staatssecretaris wellicht kwijt wil in de brief, hebben ontvangen. Daarna zal ik overwegen of ik het alsnog wil houden.

De voorzitter: Ik constateer dat u een VAO aanvraagt, nadat u de brief hebt ontvangen.

De heer Van Gerven (SP): Nee, vooralsnog wil ik geen VAO, maar naar aanleiding van de brief kan ik mijn standpunt wellicht nog heroverwegen. Dat hangt dus af van de inhoud van de brief. Anderen hebben natuurlijk ook nog de mogelijkheid om daar iets van te vinden. Vooralsnog wil ik het VAO morgen niet laten doorgaan.

De voorzitter: Dank u wel. Ik zit nog met een procedureel punt. Wij moeten het behandelvoorbehoud op enig moment afsluiten of opheffen. Kan ik constateren dat wij, met de brief die wij nu vaststellen, bij dezen het behandelvoorbehoud opheffen? En als de heer Van Gerven naar aanleiding van de brief eventueel een VAO aanvraagt, wordt het dan gewoon meegenomen in het vervolgtraject binnen de kaders van de gemaakte afspraken?

De heer Van Gerven (SP): Dat kan, maar uiteraard met inachtneming van wat wij hier hebben gewisseld. Er kan nadere discussie ontstaan, maar dat lijkt mij duidelijk.

De voorzitter: Natuurlijk, in het vervolg van het traject zal dat contact er op verschillende momenten nog zijn. De brief zal verzonden worden. Daarmee is het behandelvoorbehoud formeel opgeheven.

Sluiting 21.24 uur.