Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2019-202033576 nr. 188

33 576 Natuurbeleid

26 407 Biodiversiteit

Nr. 188 BRIEF VAN DE MINISTER VAN LANDBOUW, NATUUR EN VOEDSELKWALITEIT

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 17 april 2020

Hierbij stuur ik u de reactie op het Nederlandse Living Planet Report van het Wereld Natuur Fonds, zoals door u gevraagd.

Living Planet Report Nederland 2020

Het Living Planet Report Nederland is een publicatie opgesteld door het Wereld Natuur Fonds in samenwerking met Naturalis en diverse Nederlandse soortenorganisaties1. Het is een onderzoek naar de staat van de Nederlandse natuur. Het bevat een onafhankelijk opgestelde wetenschappelijke analyse van de Nederlandse landbouw en natuur door de jaren heen, de staat waarin de natuur in agrarisch gebied en natuurgebieden zich nu bevindt, en de kansen voor verbetering die er liggen door landbouw en natuur beter met elkaar te verbinden.

Op 6 februari dit jaar heb ik dit rapport in ontvangst mogen nemen. Ik vind het een belangrijk rapport, waarin helaas opnieuw het signaal naar voren komt dat het slecht gaat met de natuur. Het rapport geeft een duidelijk beeld van de onlosmakelijke verbondenheid tussen landbouw en natuur, waarin de moderne landbouw de natuur meer bepaalt dan volgt. De recente ontwikkelingen van dierpopulaties op het land laten zien dat er gemiddeld nog steeds meer soorten achteruit dan vooruit gaan. Het agrarisch gebied is eenvormiger geworden en er is sprake van verdroging, verzuring en vermesting. Ook de natuur in natuurgebieden heeft het zwaar te verduren. Toch zijn de laatste tien jaar de populaties van diersoorten in natuurgebieden gemiddeld genomen gestabiliseerd. Maar ook hier zijn nog steeds grote uitdagingen op het gebied van versnippering, verdroging, verzuring en vermesting.

Het verlies aan biodiversiteit heeft grote gevolgen. Daarom roept het rapport op tot verandering. Het is tijd voor een hernieuwde relatie tussen landbouw en natuur. Het is niet het eerste rapport waaruit dit blijkt. Op 5 mei 2019 verscheen het Global Assessment van het Intergovernmental Platform on Biodiversity and Ecosystem Services (IPBES). Dit rapport maakte duidelijk dat de achteruitgang van de biodiversiteit wereldwijd sneller gaat dan verwacht en leidt tot grote risico’s voor onze welvaart en welzijn. Waar het IPBES-rapport de wereldwijde situatie schetst, die van een groot deel ook op Nederland van toepassing is, illustreert het Nederlandse Living Planet Report met wetenschappelijk onderbouwde cijfers de kritieke situatie in Nederland. Het rapport bevestigt daarbij het beeld uit bijvoorbeeld de nationale rapportages die we in 2019 naar zowel de EU (evaluatie Vogel- en Habitatrichtlijn) en de VN (landenrapportage Biodiversiteitsverdrag CBD) hebben gestuurd en waarover ik uw Kamer eerder heb geïnformeerd (Kamerstuk 26 407, nr. 131).

Ik neem de resultaten van het Living Planet Report dan ook serieus. Het verbinden van landbouw en natuur is niet voor niets één van de belangrijke pijlers binnen de kabinetsvisie «Landbouw, Natuur en Voedsel: waardevol en verbonden» (LNV-visie). De kansen voor het verbinden van landbouw en natuur die in het rapport naar voren komen zijn mooie illustraties van de weg die ik met de visie ben ingeslagen, ook via onder andere het onlangs aangekondigde programma Versterken Biodiversiteit (Kamerstuk 26 407, nr. 130). Ik zie het rapport daarom als een oproep om door te gaan op die weg en een aanmoediging om in een aantal beleidstrajecten waarin de komende periode besluiten worden genomen extra te letten op de impact op biodiversiteit in relatie tot landbouw. Ik denk bijvoorbeeld aan ruimtelijk beleid (NOVI) en het toekomstig Gemeenschappelijk Landbouw Beleid (GLB). Hieronder benoem ik kort de kansen die in het rapport worden geschetst voor het verbinden van natuur en landbouw met enkele voorbeelden van wat ik hiervoor doe.

Kansen voor natuur en landbouw

Breng het agrarisch landschap weer tot leven

Volgens de LNV-visie opereert de landbouw binnen de grenzen van de natuur waar zoveel mogelijk gebruik gemaakt wordt van de kracht van de natuur en schadelijke emissies naar lucht, bodem en water worden gereduceerd. Om het agrarisch landschap weer tot leven te brengen zet ik mij onder andere in voor de aanleg en betere bescherming van landschapselementen (Kamerstuk 21 501-32, nr. 1227). Zo ben ik bijvoorbeeld bezig met het opstellen van een investeringsregeling voor landschapselementen (Kamerstuk 28 625, nr. 281). Dit zal een bijdrage leveren aan zowel de biodiversiteit in het algemeen als aan de aanwezigheid van functionele biodiversiteit voor de productie. Denk hier bijvoorbeeld aan natuurlijke plaagbestrijders. Ook de eco-regelingen die door de Europese Commissie zijn voorgesteld in het kader van het beoogde nieuwe GLB moeten een bijdrage leveren aan het versterken van de biodiversiteit in het agrarisch gebied (Kamerstuk 21 501-32, nr. 1227).

Zoals het rapport aangeeft is het belonen en waarderen van boeren voor hun inspanningen een belangrijke randvoorwaarde voor de omslag naar natuurinclusieve landbouw. Samen met de partners van het Deltaplan Biodiversiteitsherstel werk ik aan een gebiedsgerichte aanpak om grondgebruikers te stimuleren, inspireren en waarderen voor inspanningen die bijdragen aan biodiversiteit. Ook ondersteun ik de ontwikkeling van een integrale set van kritische prestatie-indicatoren (KPI’s) die worden gebruikt als integrale sturingsindicatoren waarmee boeren gestimuleerd kunnen worden om meer circulair en natuurinclusief te gaan werken. Deze KPI’s zijn beschikbaar voor de melkveehouderij en in ontwikkeling voor andere sectoren. Het toekomstig GLB kan hier ook een belangrijke bijdrage aan leveren.

Over de wijze waarop ik hieraan vorm wil geven heb ik uw Kamer eerder geïnformeerd (Kamerstuk 28 625, nr. 264).

Pak drukfactoren bij de bron aan

Stikstof is een grote drukfactor voor de natuur. Door teveel stikstof treedt er verzuring en vermesting op en raakt de natuur in de knel. Er zijn dan ook maatregelen nodig om stikstofneerslag te reduceren. Ik heb verschillende maatregelen aangekondigd zoals het gericht opkopen van veehouderijen, de brongerichte verduurzaming van stallen en een omschakelfonds voor boeren die willen omschakelen naar kringlooplandbouw (Kamerstuk 35 334, nr. 44). Over de laatste nieuwe maatregelen heb ik de Kamer onlangs geïnformeerd (Kamerstuk 35 334, nr. 48).

Naast het verlagen van de stikstofdepositie is het ook nodig om milieu- en watercondities van natuurgebieden verder te verbeteren, het leefgebied van soorten te vergroten en het beheer van natuurgebieden te versterken. Aan Wageningen Universiteit heb ik gevraagd te onderzoeken voor welke VHR-soorten en habitattypen er naar verwachting een resterende opgave zal zijn na 2027, hoe dat verdeeld is over de provincies en wat er nodig is om dit «hoger doelbereik» te kunnen halen (Kamerstuk 33 576, nr. 118 en Kamerstuk 33 576, H). Over de uitkomsten daarvan informeer ik uw Kamer met de verzamelbrief natuur d.d. april 2020 die ik parallel met deze brief heb verzonden.

Vergroot en verbind natuurgebieden

Het realiseren en beheren van een samenhangend Natuurnetwerk Nederland is een van de belangrijkste pijlers van het Nederlandse natuurbeleid. De beoogde uitbreiding en versterking van het Natuurnetwerk Nederland, conform de afspraken uit het Natuurpact van 2013, blijft voor het kabinet en de provincies een prioriteit omdat het perspectief biedt voor (kwetsbare) biodiversiteit (Kamerstuk 26 407, nr. 130). Met de provincies is in het Natuurpact afgesproken om tot 2027 80.000 hectare natuur in te richten. Daarvan resteert op dit moment nog ongeveer de helft. Dit is geen eenvoudige opgave, mede door de toenemende druk op de grondmarkt vanwege ander ruimtevragend landgebruik.

Samen met provincies bekijk ik, in het recent opgestarte programma Natuur, op welke wijze we het beleid kunnen versterken en verbeteren. Hiermee geven we nader invulling aan ons gezamenlijke ambitiedocument Nederland Natuurpositief (Kamerstuk 33 576, nr. 168).

Ook in het kader van de stikstofproblematiek willen we de natuur herstellen en verbeteren. Zo heb ik op 19 februari jongstleden een natuurbank aangekondigd om op een gecoördineerde manier natuurcompensatie- en -verbeteringsmaatregelen te nemen en vast te leggen. Een belangrijk voordeel hiervan is dat geen losse snippers compensatienatuur per project hoeven te worden gelegd, maar dat er sprake is van een samenhangende strategie. Dit zal de versnippering van de natuur verminderen. Daarnaast heb ik een subsidieregeling van € 125 mln. aangekondigd voor maatregelen op het gebied van natuurherstel en -ontwikkeling en gemeld dat het kabinet later dit voorjaar een besluit zal nemen over langjarige investeringen in natuur (Kamerstuk 35 334, nr. 48).

Voer bewezen effectief beheer uit

Naast het herstellen van natuur is het op een juiste manier beheren van de natuur van belang voor het beschermen van de biodiversiteit. In het kader van het programma Natuur ga ik met provincies en beheerders van natuurgebieden in gesprek op welke wijze het beheer kan worden verbeterd. Daarbij moet niet alleen oog zijn voor het beheermaatregelen zelf, maar ook en vooral voor de noodzakelijke milieu- en ruimtelijke condities. In de Nederlandse natuur is de te hoge milieudruk (onder andere, maar niet alleen, veroorzaakt door stikstofdepositie) een grote belemmering. De beheermaatregelen zullen dus in samenhang worden genomen met bronmaatregelen en generieke milieumaatregelen.

Kansen voor natuur en landbouw internationaal

Nederland heeft een bijzondere natuur die deel uitmaakt van een groter geheel. Zo is Nederland bijvoorbeeld een onmisbare schakel voor de mondiale bescherming van trekvogels. Ook houdt de invloed van onze consumptie en productiepatronen op de biodiversiteit niet op bij de Nederlandse landsgrenzen: we importeren veel grondstoffen en exporteren veel eindproducten. Naast de bovengenoemde nationale inzet op het beschermen van de natuur en het borgen van een toekomstbestendige landbouw, heb ik daarom ook een ambitieuze internationale inzet. 2020 is daarbij een belangrijk jaar waarin verschillende afspraken op Europees en mondiaal niveau worden gemaakt. Uw Kamer is op 9 april jl. door de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking (BHOS) en mij geïnformeerd over de kabinetsinzet op het gebied van internationale biodiversiteit waarvan ook de inzet op een ambitieus nieuw strategisch raamwerk met bindende doelen voor het VN Biodiversiteitsverdrag (Kamerstuk 26 407, nr. 134).

Tot slot

De opgaven voor de landbouw en de natuur zijn groot, complex en verweven. In deze brief heb ik een aantal voorbeelden beschreven wat ik in mijn beleid doe aan het versterken van landbouw en natuur en op het gebied van natuurbeleid. Zoals ook in IPBES beschreven staat, is ieders inzet op biodiversiteit van cruciaal belang. Ik vind het dan ook erg belangrijk om samen met de provincies en andere partners in binnen- en buitenland, maar ook ketenpartijen in de landbouw, hierover de dialoog aan te gaan om te bekijken wat we nog meer kunnen doen om de biodiversiteit te verbeteren. Hiervoor zal ik het programma Versterken Biodiversiteit en het programma Natuur benutten.

De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, C.J. Schouten


X Noot
1

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl.