Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 11 december 2015
Uw kamer heeft tijdens de begrotingsbehandeling van het Ministerie van Infrastructuur
en Milieu een aantal moties aangenomen die betrekking hebben op het stimuleren van
een circulaire economie (Handelingen II 2015/16, nr. 19, item 14). We lichten hieronder toe op welke wijze het kabinet uitvoering geeft aan die moties.
Overkoepelend programma circulaire economie
In de motie Cegerek – Dijkstra (Kamerstuk 34 300 XII, nr. 27) wordt gevraagd om te komen tot een overkoepelend programma circulaire economie.
Het verzoek van uw kamer sluit onder meer aan bij de constatering in de Tussenbalans
Groene Groei (Kamerstuk 33 043, nr. 42) dat het thema circulaire economie steeds belangrijker wordt. Ook de Europese Commissie
onderstreept het belang van circulaire economie. Op 2 december heeft de Commissie
een mededeling circulaire economie uitgebracht. Tevens heeft het kabinet de SER om
advies gevraagd. Om tot een overkoepelend kabinetsbreed programma circulaire economie
te komen is het belangrijk om de voorstellen van de Europese Commissie en het advies
van de SER mee te nemen. Ook wil ik hierover nauw overleg met bedrijven en ngo’s voeren.
Het kabinet zal u dan ook voor de zomer een overkoepelend programma circulaire economie
sturen. In dit programma wordt tevens gereageerd op het advies Circulaire Economie – Van Wens Naar Uitvoering dat de Raad voor de Leefomgeving en Infrastructuur (Rli) heeft uitgebracht.
Grondstoffengebruik betrekken bij maatregelen beperken CO2-emissies
De motie Vos-Cegerek (Kamerstuk 32 813, nr. 116) verzoekt de regering ook grondstoffengebruik te betrekken bij de maatregelen die
worden genomen om de CO2-emissie te beperken. De circulaire economie draagt bij aan het doel om in de EU in
2030 tenminste 40% en in 2050 80 – 95% minder broeikasgassen uit te stoten. Het verantwoord
omgaan met grondstoffen vermindert de uitstoot van broeikasgassen. In 2016 worden
in een aantal sectoren energiezuinige ketenprojecten opgezet rondom hoogwaardige benutting
van reststromen. Dit wordt onderdeel van het overkoepelend programma circulaire economie.
Kennisbank Grondstoffen
In de motie Cegerek-Dijkstra (Kamerstuk 34 300 XII, nr. 28) wordt gevraagd om te verkennen of een kennisbank voor grondstoffen kan dienen om
de circulaire economie te bevorderen. Het kabinet heeft het onderzoek Materialen in de Nederlandse economie laten uitvoeren.
Het eerste deel van dit onderzoek is in 2014 uitgevoerd en aan uw kamer toegestuurd
(Kamerstuk 33 043, nr. 32), het tweede deel is als bijlage1 bij deze brief gevoegd. Daarin wordt bekeken waar in de Nederlandse economie kritische
materialen gebruikt worden en in welke mate Nederland van import afhankelijk is. Daarnaast
werkt het kabinet samen met het CBS aan het inzichtelijk maken van materiaalstromen
op internationaal, nationaal, regionaal en stedelijk niveau. Deze Materiaalmonitor
Plus van het CBS is ook als bijlage2 bij deze brief gevoegd. Beide onderzoeken zijn een belangrijke basis voor het ontwikkelen
van een kennisbank. De kennisbank komt medio 2016 beschikbaar. Hierop kunnen bedrijven
door middel van een zelfscan een analyse maken van hun eigen risico’s op het gebied
van grondstoffen en worden handelingsperspectieven aangereikt. Hiermee geeft het kabinet
invulling aan het verzoek van uw Kamer voor het ontwikkelen van een kennisbank.
Grondstoffenakkoord
In de motie Van Veldhoven en Cegerek (Kamerstuk 34 300 XII, nr. 37) wordt gevraagd om de mogelijkheden van een grondstoffenakkoord te verkennen voor
bijvoorbeeld de chemie en de landbouwsector. In de visie van het kabinet is een grondstoffenakkoord
gericht op één productketen of materiaalstroom. Het fosfaatketenakkoord en het kunststofketenakkoord
zijn hiervan belangrijke voorbeelden. In het kabinetsbrede programma circulaire economie
wordt uitgewerkt of meer grondstoffenakkoorden aanvullend kunnen worden afgesloten.
Inzet Nederland Ecodesign richtlijn
In de motie Dik-Faber (Kamerstuk 34 300 XII, nr. 47) wordt verzocht om tijdens het EU-voorzitterschap met een voorstel te komen voor
aanpassing van de Ecodesign-richtlijn ter ondersteuning van een circulaire economie.
Nederland zet zich al geruime tijd in om de Europese Ecodesign-regelgeving toe te
spitsen op de circulaire economie. Het gaat daarbij om het wettelijk reguleren van
aspecten als levensduur en repareerbaarheid, recyclebaarheid, toepassing van recycled
materiaal en het ontwerpen van duurzame producten. Praktische voorstellen zijn inmiddels
gedaan aan de Commissie door een gezamenlijk expertadvies van België, Duitsland en
Nederland.
Nederland ondersteunt de Commissie de komende periode verder in de vormgeving van
de circulaire economie in Ecodesign door het leveren van een vervolgstudie.
De Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu,
S.A.M. Dijksma
De Minister van Economische Zaken,
H.G.J. Kamp