Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2013-201433043 nr. 32

33 043 Groene economische groei in Nederland (Green Deal)

Nr. 32 BRIEF VAN DE MINISTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN EN STAATSSECRETARIS VAN INFRASTRUCTUUR EN MILIEU

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 16 juni 2014

Hierbij informeren wij u over het onderzoek «materialen in de Nederlandse economie»1 en de motie van het lid Van Veldhoven (Kamerstuk 33 043, nr. 20) over de Circulaire Economie Versneller.

Inleiding

In de kamerbrief Groene Groei (Kamerstuk 33 043, nr. 14) zet het kabinet zijn strategie uiteen om de welvaart voor toekomstige generaties te behouden. Dit doen wij door voortdurend vooruit kijken naar kansen om te groeien, te innoveren en te concurreren, maar ook naar de toenemende noodzaak om dat op een duurzame manier te doen. Voor grondstoffen ligt de uitdaging in de leveringszekerheid van grondstoffen voor het Nederlandse bedrijfsleven en in de transitie naar een circulaire economie. Een circulaire economie is een economisch systeem dat de herbruikbaarheid van producten en grondstoffen en het behoud van natuurlijke hulpbronnen als uitgangspunt neemt en waardecreatie in iedere schakel van het systeem nastreeft.

Het kabinet zet met de grondstoffennotitie (Kamerstuk 32 852, nr. 1) en het programma Van Afval Naar Grondstof (Kamerstuk 33 043, nr. 28) in op de transitie naar een circulaire economie. Daarbij worden kwetsbaarheden op het gebied van grondstoffenvoorzieningszekerheid omgezet in kansen voor de circulaire economie. Er wordt een geïntegreerde aanpak (economie, geopolitiek en milieu) gehanteerd voor zowel metalen en mineralen als groene grondstoffen.

De overheid faciliteert en stimuleert proactief de acties van het Nederlandse bedrijfsleven door o.a.:

  • de inzet van internationale diplomatie via het ambassadenetwerk;

  • ontwikkelingslanden te helpen hun grondstoffenopbrengsten veilig te stellen;

  • grondstoffenketens binnen en buiten Nederland te verduurzamen;

  • te werken aan kennisontwikkeling en bewustwording;

  • belemmeringen in wet- en regelgeving waar nodig weg te nemen;

  • pilots rond circulaire economie te starten in de bedrijfsvoering van het Rijk.

In de invulling van het programma Van Afval Naar Grondstof, die is neergelegd in de brief van 28 januari 2014 (Kamerstuk 33 043, nr. 28) wordt aangegeven dat de transitie naar een circulaire economie wordt versterkt door het bevorderen van:

  • meer duurzame producten op de markt;

  • duurzamer consumeren;

  • meer en beter recyclen.

Grondstoffenbeleid en circulaire economie zijn hiermee aan elkaar verbonden.

Resultaten onderzoek Materialen in de Nederlandse economie

Het doel van het onderzoek was om scherp te krijgen voor 22 materialen die belangrijk zijn voor de grootste exporterende sectoren, in welke vorm (van grondstof tot eindproduct) deze worden ingezet in de Nederlandse economie. Door het hanteren van 10 indicatoren in de categorieën «leveringszekerheid door andere landen», «marktontwikkelingen» en «externe effecten» wordt zichtbaar gemaakt waar risico’s liggen voor bedrijven, sectoren en daarmee voor Nederland. Aan de risico’s zijn handelingsperspectieven te koppelen zoals substitutie en recycling, zodat individuele bedrijven via een zelfbeoordeling («stresstest») bewust kunnen worden van de risico’s en de kansen. Het MKB is een van de belangrijkste doelgroepen voor deze database, aangezien zij minder middelen tot zijn beschikking heeft voor bovenstaande analyses.

De gehanteerde methodiek bouwt voort op de meest recente wetenschappelijke inzichten. Via een innovatieve methode is berekend wat de typische hoeveelheid van een materiaal is in een productgroep. Vervolgens zijn de productgroepen door het Centraal Bureau van de Statistiek gekoppeld aan sectoren. Per materiaal is voor 7 van 10 voorgestelde indicatoren gekeken wat het leveringszekerheidrisico is. Dit heeft een zeer gedetailleerde database opgeleverd, waarin zichtbaar wordt per indicator waar de kwetsbaarheden liggen voor productgroepen en sectoren.

De bevindingen in het rapport laten zien dat Nederland voor de onderzochte metalen en mineralen met name grondstoffen en halffabricaten importeert. Daarbij zijn Duitsland en China de belangrijkste handelspartners. Door het relatief intensieve gebruik van materialen met een zeker leveringszekerheidrisico zijn de sectoren productie van transportmaterieel, elektrische apparatuur, computers, optische en elektronische apparatuur, machines, basismetaal, metaalproducten en meubels meer dan andere sectoren gevoelig voor leveringszekerheidproblemen.

De aanbevelingen in het rapport zijn in lijn met de lopende acties van de grondstoffennotitie. Hiervoor geldt dat het Nederlandse bedrijfsleven verantwoordelijk is voor zijn eigen voorzieningszekerheid maar de overheid, zoals blijkt uit deze brief, waar mogelijk faciliteert en actief een bijdrage levert. Onderzoekspecifieke aanbevelingen zullen worden meegenomen in het vervolgonderzoek. In dit vervolgonderzoek zullen we het huidige model en database verbreden en verdiepen in nauwe samenwerking met het bedrijfsleven, kennisinstellingen en relevante maatschappelijke organisaties. Allereerst willen we een gezamenlijke kennisaanpak rond grondstoffen organiseren. Doel is om de expertise van kennisinstellingen en de vraag naar informatie en handelingsperspectieven vanuit het bedrijfsleven bij elkaar te brengen.

Ten tweede verbreden en verdiepen wij de database. De verbreding bestaat uit:

  • het uitbreiden van de lijst van 22 materialen naar ongeveer 60 materialen;

  • het opnemen van milieu- en waar mogelijk sociale effecten van producten en sectoren;

  • een analyse van de handelsstromen tussen Nederland en Duitsland om de strategische samenwerking rond grondstoffen verder uit te bouwen;

  • het inventariseren van een brede set handelingsperspectieven;

  • ter verdieping van de gehanteerde methodiek worden inzichten uit kosten-batenanalyses van hulpbronnenefficiency en de (uitgewerkte) methodes rond de circulaire economie toegevoegd.

Ten derde zal in nauwe samenwerking met alle relevante partijen een interactieve website worden gemaakt om informatie en handelingsperspectieven beschikbaar te maken. Een onderdeel zal zijn een zelfbeoordeling voor individuele bedrijven.

Motie Van Veldhoven in zake Circulaire Economie Versneller

De motie Van Veldhoven verzoekt de regering om te komen tot een accelerator, een Circulaire Economie Versneller (Kamerstuk 33 043, nr. 20). In de motie Van Veldhoven wordt geconstateerd dat er initiatieven ontstaan op het terrein van de circulaire economie, maar dat de kans op versnippering van inspanningen en gebrek aan samenhang met bijvoorbeeld het Topsectorenbeleid aanwezig is. Om dit te voorkomen verzoekt het lid Van Veldhoven om samen met kennisinstellingen en bedrijfsleven te komen tot een Circulaire Economie Versneller («Circular Economy Accelerator»), met aandacht voor precompetitief onderzoek, ondersteuning bij het sluiten van ketens en identificeren van belemmerende wetgeving.

Circulaire economie is één van de domeinen van het Groene Groeibeleid. Een Circulaire Economie Versneller past goed binnen de aanpak langs de vier peilers van de Groene Groeiaanpak: slimme marktprikkels, dynamische bevorderende wet- en regelgeving, innovatie en de overheid als netwerkpartner. De resultaten van het Circulaire Economiebeleid en van de voorgestelde Accelerator kunnen ook een belangrijke bijdrage leveren aan het Topsectorenbeleid. Voor veel topsectoren is de leveringszekerheid en het hergebruik van producten en grondstoffen van steeds groter belang. Dit kan met name van betekenis zijn voor de R&D-agenda van de topsectoren.

In antwoord op de motie zal het kabinet een netwerkplatform inrichten waarin verschillende acties worden samengebracht en opgepakt door:

  • het organiseren van (minimaal 3) inspirerende projecten op regio en keten/sectorniveau;

  • het aanleggen van een portfolio van bestaande projecten, met speciale aandacht voor geleerde lessen en benodigde systeeminnovaties;

  • het activeren en ondersteunen van innovaties door het verspreiden van kennis over de biobased en circulaire economie, het verbinden van partijen in communities of practice, ondersteuning door de KvK, RVO en RWS over onder andere financieringsmogelijkheden;

  • het inrichten van een gezamenlijk kennisplein rond (beschikbaarheid van en substituten voor) grondstoffen, voortbouwend op het TNO onderzoek;

  • het inrichten van een gemeenschappelijk programma van EZ en IenM om knelpunten weg te nemen van ondernemers in wet- en regelgeving, te beginnen met biobased- en VANG-knelpunten. Hierdoor kunnen gesignaleerde belemmeringen en botsende belangen direct worden aangepakt;

  • het stimuleren van circulaire businesscases en circulaire ketens binnen de Green Deal Circulair Inkopen. Met een aantal inkooppilots in de Rijksbedrijfsvoering worden de benodigde systeeminnovaties nader onderzocht, waaronder de mogelijkheden voor precompetitief onderzoek. Onze ambitie is om in de toekomst alle relevante productgroepen van het Rijksinkoopbeleid circulair te benaderen.

In navolging van de motie, heeft de SER recent verschillende ronde tafel bijeenkomsten georganiseerd rond het thema circulaire economie. Reden hiervoor was om te zien of er breed draagvlak is voor dit thema en hoe de verschillende partijen een stap kunnen zetten richting de circulaire economie. Daarbij is geconcludeerd dat er in Nederland veel kansen liggen voor bedrijven en kennisinstellingen en het één van de speerpunten is voor Nederland. In nauwe samenwerking tussen bedrijfsleven, overheid, kennisinstellingen en relevante maatschappelijke organisaties worden vervolgstappen genomen. Aangezien dit volledig in lijn is met de gedachtevorming rond de Circulaire Economie Versneller, zal de SER worden betrokken bij de inrichting van het netwerkplatform.

Innovatieagenda grondstoffen

Alle lessen en ervaringen die met de versneller worden opgedaan, waaronder de ervaringen met precompetitief onderzoek, zullen worden ingebracht in de Topconsortia voor Kennis en Innovatie (TKI’s), mits van belang voor en mede gefinancierd door het bedrijfsleven. Daarbij kan goed worden aangesloten op de door het European Innovation Partnership Raw Materials opgestelde strategische onderzoeksagenda, die wordt gebruikt om de gelden van Horizon 2020 op het gebied van grondstoffen te sturen. Daarnaast zal er in de bestaande afstemmingstructuren van het Horizon 2020 extra aandacht komen voor grondstoffenvraagstukken en voor de transitie naar een meer circulaire economie. Hierdoor kunnen bedrijven actief betrokken worden bij beïnvloeden van de lange termijn programmering van Horizon 2020.

Wij kijken uit naar een intensieve samenwerking met bedrijven, kennisinstellingen en maatschappelijke organisaties rond grondstoffen. Wij hebben er vertrouwen in dat met de bovenstaande acties Nederland betekenisvolle stappen kan maken om zelfvoorzienender, duurzamer, innovatiever en competitiever te worden.

De Minister van Economische Zaken, H.G.J. Kamp

De Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu, W.J. Mansveld


X Noot
1

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl