Start van deze pagina
Skip navigatie, ga direct naar de Inhoud

Overheid.nl - de wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden.

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Tekstgrootte
+


Vergaderjaar 2011-2012
Kamerstuk 33000-X nr. 2

Gepubliceerd op 21 september 2011

Gerelateerde informatie


Toon alle stukken in dossier Bijlagen



33 000 X Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Defensie (X) voor het jaar 2012

Nr. 2 MEMORIE VAN TOELICHTING

INHOUDSOPGAVE

   

blz.

     

A.

ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET BEGROTINGSWETSVOORSTEL

3

     

B.

BEGROTINGSTOELICHTING

4

     

1.

Leeswijzer

7

     

2.

Het beleid

12

     

2.1.

De beleidsagenda 2012

12

     

2.2.

De beleidsartikelen

25

2.2.1.

Beleidsartikel 20 Inzet

25

2.2.2.

Beleidsartikel 21 Commando zeestrijdkrachten

32

2.2.3.

Beleidsartikel 22 Commando landstrijdkrachten

37

2.2.4.

Beleidsartikel 23 Commando luchtstrijdkrachten

42

2.2.5.

Beleidsartikel 24 Commando Koninklijke marechaussee

46

2.2.6.

Beleidsartikel 25 Defensie Materieel Organisatie

52

2.2.7.

Beleidsartikel 26 Commando DienstenCentra

70

     

2.3.

De niet-beleidsartikelen

79

2.3.1.

Niet-beleidsartikel 70 Geheime uitgaven

79

2.3.2.

Niet-beleidsartikel 80 Nominaal en onvoorzien

79

2.3.3.

Niet-beleidsartikel 90 Algemeen

80

2.3.4.

Niet-beleidsartikel 91 Centraal apparaat

83

     

3.

Baten-lastendiensten

89

3.1.

Defensie Telematica Organisatie

89

3.2.

Dienst Vastgoed Defensie

93

3.3.

Paresto

98

     

4.

Bijlagen

102

4.1.

Toezichtrelaties en ZBO's/RWT's

102

4.2.

Overzichtsconstructie Veteranen

103

4.3.

Defensie Industrie Strategie

107

4.4.

Lijst van afkortingen

113

     

Internetbijlagen (gepubliceerd op www.rijksbegroting.nl)

 

1.

Verdiepingshoofdstuk

 

2.

Moties en toezeggingen

 

3.

Subsidies

 

4.

Onderzoeken naar de doelmatigheid en doeltreffendheid van beleid

 

5.

Volumes per rang en schaal defensiebreed

 

A. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET BEGROTINGSWETSVOORSTEL

Wetsartikel 1 (begrotingsstaat ministerie)

De begrotingsstaten die deel uitmaken van de Rijksbegroting, worden op grond van artikel 1, derde lid, van de Comptabiliteitswet 2001 elk afzonderlijk bij de wet vastgesteld. Het wetsvoorstel strekt ertoe om de begrotingsstaat van het ministerie van Defensie voor het jaar 2012 vast te stellen.

Alle voor dit jaar vastgestelde begrotingswetten tezamen vormen de Rijksbegroting voor het jaar 2012. Een toelichting bij de Rijksbegroting als geheel is opgenomen in de Miljoenennota 2012.

Met de vaststelling van dit wetsartikel worden de uitgaven, verplichtingen en de ontvangsten voor het jaar 2012 vastgesteld. De in de begroting opgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel B van deze Memorie van Toelichting toegelicht (de zgn. begrotingstoelichting).

Wetsartikel 2 (begrotingsstaat baten-lastendiensten)

Met de vaststelling van dit wetsartikel worden de baten en lasten en de kapitaaluitgaven en -ontvangsten van de baten-lastendiensten Defensie Telematica Organisatie (DTO), Dienst Vastgoed Defensie (DVD) en Paresto voor het jaar 2012 vastgesteld.

De in die begrotingen opgenomen begrotingsartikelen worden toegelicht in onderdeel B (begrotingstoelichting) van deze Memorie van Toelichting en wel in de paragraaf inzake de diensten die een baten-lastenstelsel voeren.

De Minister van Defensie,

J. S. J. Hillen

B. BEGROTINGSTOELICHTING

INHOUDSOPGAVE

   

blz.

     

1.

LEESWIJZER

7

     

2.

HET BELEID

12

     

2.1.

De beleidsagenda 2012

12

     

2.2.

De beleidsartikelen

25

     

2.2.1.

Inzet – beleidsartikel 20

25

 

Algemene doelstelling

25

 

Budgettaire gevolgen van beleid en budgetflexibiliteit

25

 

OD1: Bijdragen aan stabiliteit en veiligheid internationaal

27

 

OD2: Ondersteunen van civiele autoriteiten nationaal

30

 

OD3: Ondersteunen van civiele autoriteiten internationaal

30

     

2.2.2.

Commando zeestrijdkrachten – beleidsartikel 21

32

 

Algemene doelstelling

32

 

Budgettaire gevolgen van beleid en budgetflexibiliteit

32

 

OD1: Beschikken over operationeel gerede eenheden voor inzet

33

 

OD2: Beschikken over operationeel gerede expeditionaire eenheden

34

 

OD3: Beschikken over voortzettingsvermogen bij eenheden

34

     

2.2.3.

Commando landstrijdkrachten – beleidsartikel 22

37

 

Algemene doelstelling

37

 

Budgettaire gevolgen van beleid en budgetflexibiliteit

37

 

OD1: Beschikken over operationeel gerede eenheden voor inzet

38

 

OD2: Beschikken over operationeel gerede expeditionaire eenheden

38

 

OD3: Beschikken over voortzettingsvermogen bij eenheden

38

     

2.2.4.

Commando luchtstrijdkrachten – beleidsartikel 23

42

 

Algemene doelstelling

42

 

Budgettaire gevolgen van beleid en budgetflexibiliteit

42

 

OD1: Beschikken over operationeel gerede eenheden voor inzet

43

 

OD2: Beschikken over operationeel gerede expeditionaire eenheden

43

 

OD3: Beschikken over voortzettingsvermogen bij eenheden

43

     

2.2.5.

Commando Koninklijke marechaussee – beleidsartikel 24

46

 

Algemene doelstelling

46

 

Budgettaire gevolgen van beleid en budgetflexibiliteit

46

 

OD1: Handhaving veiligheidsniveau

47

 

OD2: Beheersing van de vreemdelingenstroom

48

 

OD3: Handhaving van de openbare orde en strafrechtelijke rechtsorde binnen de krijgsmacht en militaire justitiabelen

49

 

OD4: Handhaving van de openbare orde en strafrechtelijke rechtsorde op aangewezen luchtvaartterreinen

49

 

OD5: Beschikken over operationeel gerede eenheden voor samenwerking, assistentie en steunverlening

50

 

OD6: Beschikken over operationele eenheden voor internationale crisis- en humanitaire operaties

50

     

2.2.6.

Defensie Materieel Organisatie – beleidsartikel 25

52

 

Algemene doelstelling

52

 

Budgettaire gevolgen van beleid en budgetflexibiliteit

52

 

OD1: Voorzien in nieuw materieel

53

 

OD2: Instandhouding van materieel

66

 

OD3: Afstoten van overtollig materieel

68

     

2.2.7.

Commando DienstenCentra – beleidsartikel 26

70

 

Algemene doelstelling

70

 

Budgettaire gevolgen van beleid en budgetflexibiliteit

70

     

2.3.

Niet-beleidsartikelen

79

     

2.3.1.

Geheime uitgaven – niet-beleidsartikel 70

79

     

2.3.2.

Nominaal en onvoorzien – niet-beleidsartikel 80

79

     

2.3.3.

Algemeen – niet-beleidsartikel 90

80

 

Algemene doelstelling

80

 

Beheersing en ontwikkeling van departementsbrede programma’s

80

     

2.3.4.

Centraal Apparaat – niet-beleidsartikel 91

83

 

Algemene doelstelling

83

     

3.

BATEN-LASTENDIENSTEN

89

     

3.1.

Defensie Telematica Organisatie (DTO)

89

     

3.2.

Dienst Vastgoed Defensie (DVD)

93

     

3.3.

Paresto

98

     

4.

BIJLAGEN

102

     

4.1.

Toezichtrelaties en ZBO’s/RWT’s

102

     

4.2.

Overzichtsconstructie van de uitgaven voor veteranen en de uitgaven voor zorg en nazorg

103

     

4.3.

Defensie Industrie Strategie

107

     

4.4

Lijst van afkortingen

113

     

INTERNETBIJLAGEN (gepubliceerd op www.rijksbegroting.nl)

 
     

1.

Verdiepingshoofdstuk

 
     

2.

Moties en toezeggingen

 
     

3.

Subsidies

 
     

4.

Onderzoeken naar de doelmatigheid en doeltreffendheid van beleid

 
     

5.

Volumes per rang en schaal defensiebreed

 

1. LEESWIJZER

Algemeen

In de leeswijzer worden de begrippen «Nederland» en «Nederlands», de groeiparagraaf, de indeling van de begroting, het Defensie Materieelprojectenoverzicht (MPO) en het principe comply or explain behandeld.

Het Koninkrijk der Nederlanden

De handhaving van de onafhankelijkheid en de verdediging van het Koninkrijk is een zaak van het hele Koninkrijk der Nederlanden (Nederland in Europa en Caribisch Nederland, alsmede Aruba, Curaçao en Sint Maarten). Waar in deze begroting sprake is van «Nederland» of «Nederlands» wordt daarmee bedoeld: «(van) het Koninkrijk der Nederlanden», tenzij het gaat om zaken die specifiek het land Nederland betreffen, zoals het EU-lidmaatschap.

Groeiparagraaf

Op 20 april 2011 is de Tweede Kamer akkoord gegaan met een aanpassing van de presentatie van de Rijksbegroting onder de naam «Verantwoord Begroten» (Kamerstuk 31 865, nr. 26). De nieuwe presentatie moet leiden tot meer inzicht in financiële informatie, de rol en verantwoordelijkheid van de minister en zal een duidelijke splitsing tussen apparaat en programma laten zien.

De meeste veranderingen zullen pas in de begroting 2013 van toepassing zijn. In de begroting 2012 is daarom bij de beleidsartikelen ook nog geen koppeling zichtbaar tussen de tabellen budgettaire gevolgen en de toelichtingen, zoals wordt voorgestaan binnen «Verantwoord Begroten». Dit zal in de begroting 2013 wel het geval zijn. De toelichtingen zijn in de voorliggende begroting nog toegespitst op operationele doelstellingen. De volgende maatregelen worden echter al genomen in het kader van de begroting 2012.

  • De begroting bevat een centraal apparaatsartikel waarop alle apparaatsuitgaven van het kerndepartement bij elkaar staan. Dit is niet-beleidsartikel 91 van deze begroting. Hierin is tevens de bedrijfsvoeringsparagraaf opgenomen waarin wordt ingegaan op de bedrijfsvoering, het beheer bij Defensie en stuur- en verantwoordingsinformatie.

  • In de beleidsagenda wordt een totaaloverzicht opgenomen van de beleidsdoorlichtingen.

  • In deze begroting is een herschikking gemaakt van programma- en apparaatsuitgaven conform de nieuwe definities van apparaat en programma die voortkomen uit het traject Verantwoord Begroten. Onder apparaatsuitgaven vallen alle personele uitgaven, zoals loonkosten, personele exploitatie, post-actieven en externe inhuur. De materiële kosten die onder apparaatskosten vallen zijn uitgaven voor ICT ten behoeve van ondersteunende processen en kantoorautomatisering, diensten en middelen, vervoers- en verblijfskosten, huisvesting en communicatie. Programma-uitgaven zijn alle overige uitgaven. Binnen apparaatsuitgaven zal een onderverdeling worden gemaakt in staf en operationele eenheden. Onder staf valt de commandant met zijn directe staf. Onder «operationele eenheden» worden de overige organisatieonderdelen opgenomen. In artikel 20 is onder programmageld vooralsnog een bedrag geschaard dat als apparaatsuitgaven dient te worden beschouwd volgens de rijksbrede definities. Het betreft bijvoorbeeld personeelsgerelateerde uitgaven. Vanwege de administratieve complexiteit hiervan zal dit pas in de begroting 2013 inzichtelijk worden gemaakt als apparaatsuitgaven.

  • De begroting is ingericht langs de lijnen van het primaire proces, een wens die ook uiteengezet werd in het regeerakkoord. In het kader daarvan is beleidsartikel 20 Crisisbeheersingsoperaties in dit begrotingsjaar veranderd in beleidsartikel 20 Inzet. Dit beleidsartikel geeft niet alleen een beeld van crisisbeheersingsoperaties, maar ook van de incidentele nationale inzet van de krijgsmacht en het verlenen van noodhulp, bijstand en assistentie.

  • In de begroting is tegemoet gekomen aan de wens van de Kamer voor een beter inzicht in de budgetflexibiliteit. Hieraan is invulling gegeven door per beleidsartikel een kwalitatieve toelichting op de budgetflexibiliteit op te nemen. In het verlengde hiervan zal er per beleidsartikel een verbeterde toelichting opgenomen worden ten aanzien van de verplichtingen die zullen worden aangegaan.

  • De bijlagen moties en toezeggingen, onderzoeken naar de doelmatigheid en doeltreffendheid van beleid, het overzicht van de subsidies en het verdiepingshoofdstuk zullen als internetbijlagen aan de Tweede Kamer worden aangeboden. In het verdiepingshoofdstuk worden de maatregelen van de bezuinigingen cijfermatig uitgesplitst per beleidsartikel.

  • Conform de toezegging tijdens het notaoverleg van 6 juni jl. over de beleidsbrief Defensie na de kredietcrisis (Kamerstuk 32 733, nr. 1 van 8 april jl.) wordt in de begroting en het jaarverslag een bondige rapportage gemaakt over de stand van zaken van de bezuinigingen. Momenteel wordt overleg gevoerd met het Ministerie van Financiën over de opzet hiervan en de betrokkenheid van de Algemene Rekenkamer (AR) hierbij. In de beleidsagenda wordt aandacht besteed aan de start van de reorganisatie.

  • Conform de toezegging tijdens het wetgevingsoverleg over het jaarverslag van Defensie 2010, de slotwet 2010 en het rapport van de Algemene Rekenkamer van 21 juni jl. blijkt uit de tabellen budgettaire gevolgen welke wijzigingen zijn doorgevoerd in de begroting als gevolg van herdefiniëring van programma- en apparaatsuitgaven. De jaren 2010 en 2011 zijn weergeven volgens de begrotingsindeling 2011. De jaren 2012 en verder zijn weergegeven volgens de uitgangspunten van Verantwoord Begroten. De begrotingsmutaties per beleidsartikel zijn weergegeven in het verdiepingshoofdstuk, waaronder de overhevelingen van artikelonderdelen van niet-beleidsartikel 90 Algemeen naar niet-beleidsartikel 91 Centraal Apparaat Defensie. Hieronder is weergegeven welke wijzigingen er in de beleidsartikelen en beleidsartikelonderdelen hebben plaatsgevonden.

WAS

 

WORDT

 

Artikel

Operationele doelstelling/subartikel

Artikel

Operationele doelstelling/subartikel

20. Uitvoeren crisisbeheersings-operaties

20.1 Vrede en stabiliteit in Europa/Balkan

20. Inzet

20.1 Crisisbeheersingsoperaties

20.2 Vrede en stabiliteit in Afghanistan

 

20.2 Contributies

 

20.3 Vrede en stabiliteit in het Midden-Oosten

 

20.3 Nationale inzet

 

20.4 Vrede en stabiliteit in Afrika

 

20.4 Overige inzet

 

20.5 Vrede en stabiliteit in Irak

   
 

20.6 Vrede en stabiliteit in de Perzische Golf

   
       

21. Commando zeestrijdkrachten

21.1 Beschikken over expeditionaire eenheden voor geplande internationale en nationale inzet

21. Commando zeestrijdkrachten

21.1 Beschikken over expeditionaire eenheden voor geplande internationale en nationale inzet

 

21.2 Beschikken over (specifiek) operationeel gerede expeditionaire eenheden

 

21.2 Beschikken over (specifiek) operationeel gerede expeditionaire eenheden

 

21.3 Beschikken over voortzettingsvermogen voor gereedstelling eenheden

 

21.3 Beschikken over voortzettingsvermogen voor gereedstelling eenheden

       

22. Commando landstrijdkrachten

22.1 Beschikken over expeditionaire eenheden voor geplande internationale en nationale inzet

22. Commando landstrijdkrachten

22.1 Beschikken over expeditionaire eenheden voor geplande internationale en nationale inzet

 

22.2 Beschikken over (specifiek) operationeel gerede expeditionaire eenheden

 

22.2 Beschikken over (specifiek) operationeel gerede expeditionaire eenheden

 

22.3 Beschikken over voortzettingsvermogen voor gereedstelling eenheden

 

22.3 Beschikken over voortzettingsvermogen voor gereedstelling eenheden

       

23. Commando luchtstrijdkrachten

23.1 Beschikken over expeditionaire eenheden voor geplande internationale en nationale inzet

23. Commando luchtstrijdkrachten

23.1 Beschikken over expeditionaire eenheden voor geplande internationale en nationale inzet

 

23.2 Beschikken over (specifiek) operationeel gerede expeditionaire eenheden

 

23.2 Beschikken over (specifiek) operationeel gerede expeditionaire eenheden

 

23.3 Beschikken over voortzettingsvermogen voor gereedstelling eenheden

 

23.3 Beschikken over voortzettingsvermogen voor gereedstelling eenheden

       

24. Commando Koninklijke marechaussee

24.1 Handhaving veiligheidsniveau in overeenstemming met de geldende veiligheidsconcepten

24. Commando Koninklijke marechaussee

24.1 Handhaving veiligheidsniveau in overeenstemming met de geldende veiligheidsconcepten

 

24.2 Beheersing van de vreemdelingenstroom in overeenstemming met de geldende wet- en regelgeving

 

24.2 Beheersing van de vreemdelingenstroom in overeenstemming met de geldende wet- en regelgeving

 

24.3 Handhaving van de openbare orde en strafrechtelijke rechtsorde bij de krijgsmacht en jegens militaire justitiabelen

 

24.3 Handhaving van de openbare orde en strafrechtelijke rechtsorde bij de krijgsmacht en jegens militaire justitiabelen

 

24.4 Handhaving van de openbare orde en strafrechtelijke rechtsorde op de aangewezen burgerluchtvaartterreinen

 

24.4 Handhaving van de openbare orde en strafrechtelijke rechtsorde op de aangewezen burgerluchtvaartterreinen

 

24.5 Beschikbare operationeel gerede eenheden voor samenwerking, bijstand en assistentieverlening

 

24.5 Beschikbare operationeel gerede eenheden voor samenwerking, bijstand en assistentieverlening

 

24.6 Beschikbare operationeel gerede eenheden voor internationale crisis- en humanitaire operaties

 

24.6 Beschikbare operationeel gerede eenheden voor internationale crisis- en humanitaire operaties

       

25. Defensie Materieel-organisatie

25.1 Voorzien in nieuw materieel

25. Defensie Materieelorganisatie

25.1 Voorzien in nieuw materieel

25.2 Instandhouding van materieel

25.2 Instandhouding van materieel

 

25.3 Afstoting overtollig materieel

 

25.3 Afstoting overtollig materieel

       

26. Commando dienstencentra

26.1 Investeringen infrastructuur

26. Commando dienstencentra

26.1 Investeringen infrastructuur

26.2 Investeringen informatievoorziening

26.2 Investeringen informatievoorziening

       

70. Geheime uitgaven

 

70. Geheime uitgaven

 
       

80. Nominaal en onvoorzien

 

80. Nominaal en onvoorzien

 
       

90. Algemeen

 

90. Algemeen

 
   

91. Centraal apparaat

 

Beleidsartikelen

In beleidsartikel 20 Inzet wordt de incidentele inzet van de krijgsmacht beschreven. Het artikel is op te delen in de artikelonderdelen Crisisbeheersingsoperaties, Contributies, Nationale Inzet en Overige Inzet. Bij het onderdeel Crisisbeheersingsoperaties wordt alle inzet begroot die gefinancierd wordt uit de Homegene Groep Internationale Samenwerking (HGIS). Bij Contributies worden de financiële bijdragen aan de EU en Navo weergegeven. Deze bijdragen worden tevens gefinancierd uit HGIS. Het derde artikelonderdeel betreft alle uitgaven voor nationale inzet die afkomstig zijn uit FNIK (Financiering Nationale Inzet Krijgsmacht). Artikel 20 wordt afgesloten met het onderdeel Overige Inzet. Hierin worden alle uitgaven voor additionele inzet begroot die niet vanuit HGIS of FNIK worden gefinancierd. Hierbij valt te denken aan internationale noodhulp of de inzet van Vessel Protection Detachments (VPD’s).

In de beleidsartikelen 21 tot en met 24 worden de operationele doelstellingen en de structurele inzet beschreven van de vier operationele commando’s; het Commando zeestrijdkrachten (CZSK), het Commando landstrijdkrachten (CLAS), het Commando luchtstrijdkrachten (CLSK) en het Commando Koninklijke marechaussee (CKmar). Aan deze beleidsartikelen zijn operationele doelstellingen verbonden. In de doelstellingenmatrices zijn nog niet alle voorgenomen reorganisaties verwerkt.

In de beleidsartikelen 25 Defensie Materieel Organisatie (DMO) en 26 Commando DienstenCentra (CDC) zijn de ondersteunende en dienstverlenende defensieorganisaties beschreven. Op deze beleidsartikelen worden de investeringen in materieel, infrastructuur en informatievoorziening (IV) geraamd. In de niet-beleidsartikelen 70 en 80 zijn de Geheime uitgaven en de ramingen voor Nominaal en onvoorzien opgenomen. In het niet-beleidsartikel 90 Algemeen worden de uitgaven voor de Bestuursstaf, de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (MIVD) en de niet specifiek aan een defensieonderdeel toe te wijzen uitgaven opgenomen. Ten slotte worden in niet-beleidsartikel 91 de uitgaven ten behoeve van het centrale apparaat van Defensie begroot.

Overig

Ook worden in de begroting de ramingen voor de baten-lastendiensten Defensie Telematica Organisatie (onderdeel van de divisie Informatievoorziening), de Dienst Vastgoed Defensie (divisie Vastgoed en Beveiliging) en Paresto (divisie Facilitair en Logistiek) weergegeven. Daarnaast is in de bijlagen informatie opgenomen over onder andere de Defensie Industrie Strategie (DIS), de overzichtsconstructie van de uitgaven voor veteranen en de uitgaven voor zorg en nazorg.

De begroting van het ministerie van Defensie is ook digitaal beschikbaar op de website www.rijksbegroting.nl. Om de toegankelijkheid verder te vergroten zijn in de digitale versie, waar mogelijk, hyperlinks aangebracht naar de achterliggende documenten.

Het Defensie Materieelprojectenoverzicht (MPO)

Zoals gebruikelijk ontvangt de Kamer op Prinsjesdag het MPO. Hierin wordt per project meer gedetailleerde informatie gegeven dan in de begroting. Zo wordt duidelijk gemaakt wat de relatie is met het defensiebeleid en wat de samenhang is met andere projecten. In het MPO zijn de lopende of geplande strategische materieelprojecten opgenomen met een financiële omvang van meer dan € 25 miljoen, evenals politiek gevoelige projecten. Daarnaast zijn projecten van materieel in afstoting toegevoegd. Het gaat hierbij om de afstoting van overtollige wapens en wapensystemen.

Comply or explain

In algemene zin wijkt de defensiebegroting af van de begrotingen van andere beleidsdepartementen. Waar andere departementale begrotingen zijn ingedeeld naar beleidsmatige thema’s kent de defensiebegroting een organisatorische indeling. Dit heeft gevolgen voor de wijze waarop de koppeling tussen de doelstellingen, de activiteiten en de middelen van de krijgsmacht in de begroting wordt weergegeven.

In deze paragraaf is toegelicht in hoeverre beleidsdoelen in de begroting kunnen worden weergegeven in termen van te bereiken maatschappelijke effecten (outcome). Wanneer de maatschappelijke effecten van de operationele doelstellingen in beleidsartikelen niet of nauwelijks te meten zijn, valt dit beleidsartikel onder het beginsel explain. Indien deze effecten wel meetbaar zijn, valt het beleidsartikel onder het beginsel comply. Een goed voorbeeld van een operationele doelstelling waarvan het maatschappelijk effect niet of nauwelijks te meten is, betreft één van de doelstellingen uit beleidsartikel 20 Inzet: «De bevordering van vrede en stabiliteit in Europa/Balkan, Afghanistan, het Midden-Oosten en Afrika». Bij beleidsartikel 20 zal daarom in de begroting en het jaarverslag geen koppeling worden gelegd tussen de operationele doelstellingen en het daarmee beoogde of bereikte maatschappelijke effect. In onderstaande alinea wordt verder toegelicht voor welke beleidsartikelen dat eveneens geldt.

De beleidsartikelen en comply or explain

De beleidsartikelen 20 (Inzet), 21 (CZSK), 22 (CLAS) en 23 (CLSK) vallen als het gaat om de inzet onder explain. De beleidsartikelen 24 (CKmar), 25 (DMO) en 26 (CDC) vallen wel geheel onder comply, aangezien in deze beleidsartikelen duidelijk meetbare indicatoren zijn opgenomen.

2. HET BELEID

2.1. De beleidsagenda 2012

Samenvatting

De financiële huishouding op orde

De toestand van de Rijksbegroting dwingt het kabinet tot ingrijpende maatregelen. Defensie is hiervan niet uitgezonderd. In 2012 bezuinigt Defensie € 400 miljoen op grond van het regeerakkoord en € 173 miljoen als gevolg van de interne problematiek. Dit wordt gerealiseerd door het stilzetten van eenheden en materieel, een reductie van het vullingspercentage en de reorganisatie van het opleidingenveld, bij elkaar ongeveer € 200 miljoen. De resterende taakstelling wordt in 2012 opgevangen ten laste van het investeringsbudget.

Een kleinere en slagvaardige krijgsmacht

De verkleining en vernieuwing van de defensieorganisatie en de hiermee gepaard gaande omvangrijke reorganisatie is krachtig ingezet. De komende jaren wordt toegewerkt naar een kleinere krijgsmacht in goede conditie, met eenheden die zijn gevuld, oefenprogramma’s die kunnen worden doorlopen en voorraden die op peil zijn gebracht. 2012 wordt daarbij echter nog een moeilijk jaar, waarin de vulling nog zal teruglopen terwijl de achterstanden nog niet zijn ingelopen. De operationele inzetbaarheid van de krijgsmacht is daardoor in 2012 aan beperkingen onderhevig. De inzet in de reeds lopende operaties en afspraken met civiele autoriteiten in het kader van de Interdepartementale Civiel-Militaire Samenwerking (ICMS) zijn niet in het geding. De krijgsmacht blijft ook inzetbaar om de belangen van het Koninkrijk der Nederlanden en de internationale rechtsorde zo nodig gewapenderhand te verdedigen. Het streven naar een veelzijdig inzetbare krijgsmacht staat voor dit kabinet recht overeind, in het licht van de veranderlijkheid van de internationale veiligheidssituatie. De Nederlandse krijgsmacht moet in uiteenlopende omstandigheden militaire bijdragen kunnen blijven leveren en legt zich binnen de 3D-aanpak (de samenhang in de inzet van diplomatieke, militaire en ontwikkelingssamenwerkingsmiddelen) van het kabinet in het bijzonder toe op militaire taken.

Ruimte voor groei, dynamiek en innovatie

Een veelzijdig inzetbare krijgsmacht vereist een flexibele en slagvaardige organisatie die snel kan anticiperen op nieuwe ontwikkelingen. Uitgangspunt hierbij is dat duidelijk is wie waarvoor verantwoordelijk is: je gaat erover of niet. In 2012 zal de reorganisatie bij Defensie, die vanaf de zomer van 2011 is ingezet, goed op gang komen. Daarbij wordt allereerst de bureaucratische druk teruggedrongen. Ook de uitbesteding van diensten kan bijdragen aan een organisatie die sneller kan inspelen op veranderingen. In het kader van de reorganisatie bij Defensie wordt de bedrijfsvoering herzien en het beheer anders ingericht. Defensie zal de komende jaren ondersteunende activiteiten waar mogelijk uitbesteden en bij strategische onderhoudsactiviteiten kiezen voor samenwerking met de industrie.

Een veelzijdig inzetbare krijgsmacht moet ook investeren in nieuwe capaciteiten om effectief op nieuwe dreigingen te kunnen inspelen en de inzetbaarheid te vergroten en te versterken. Zo wordt overgegaan tot de verwerving van een Medium Altitude Long Endurance (MALE) UAV capaciteit, waarvoor ook in 2012 voorbereidingen worden getroffen. Daarnaast versterkt Defensie haar digitale weerbaarheid en ontwikkelt zij het vermogen tot het uitvoeren van cyber operations. Daarvoor wordt in 2012 € 2 miljoen vrijgemaakt.

De beleidsagenda

De afgelopen maanden is de verkleining en de vernieuwing van de defensieorganisatie krachtig ingezet, waarmee Defensie volop bouwt aan de krijgsmacht van de toekomst. Leidraad voor de omvangrijke reorganisatie bij Defensie vormt de beleidsbrief Defensie na de kredietcrisis van 8 april 2011 (Kamerstuk 32 733, nr. 1) en de uitkomsten van het met de Tweede Kamer op 6 juni jl. gevoerde overleg. In 2012 krijgen tal van maatregelen hun beslag. Voor de medewerkers van Defensie – militairen en burgers – zal dan duidelijker worden wat deze maatregelen voor hen betekenen. De komende jaren wordt toegewerkt naar een kleinere krijgsmacht in goede conditie, met eenheden die zijn gevuld, oefenprogramma’s die kunnen worden doorlopen en voorraden die op peil zijn gebracht. Ook de intensiveringen uit de beleidsbrief, zoals de verwerving van onbemande luchtsystemen en het vermogen cyberoperaties uit te voeren, krijgen gaandeweg gestalte.

Naar een kleinere krijgsmacht

Defensie wordt momenteel op een breed terrein gereorganiseerd. Op 1 augustus jl. hebben de hoofden van de zeven defensieonderdelen de opdracht gekregen de doelstellingen uit de beleidsbrief te realiseren binnen de gestelde financiële en personele kaders. In 2012 is de reorganisatie van Defensie op een breed terrein in volle gang en krijgen tal van maatregelen hun beslag. Voor de medewerkers van Defensie – militairen en burgers – zal dan ook duidelijker worden wat deze maatregelen voor hen betekenen. In de implementatiefase zal met de betrokken medezeggenschap worden gesproken over de uitvoering van de maatregelen. In goed overleg met de medezeggenschap, zal Defensie haar medewerkers zo snel en zo goed mogelijk informeren. Ten aanzien van de arbeidvoorwaardelijke aspecten zal met de bonden worden overlegd. 2012 wordt nog een moeilijk jaar waarin, behalve bij operationele eenheden, de vulling nog zal teruglopen. Eenheden die door de reorganisatie opnieuw moeten worden samengesteld, hebben tijd nodig om het gewenste niveau te bereiken nadat hun reorganisatie is voltooid. In 2013 zullen de operationele eenheden weer volledig gevuld raken en in 2014 de overige eenheden. In 2014 moeten ook alle achterstanden zijn weggewerkt en moeten de financiën op orde zijn.

De in de beleidsbrief aangekondigde reducties in het operationele domein zijn inmiddels grotendeels uitgevoerd. Het materieel dat is stilgezet wordt aangehouden voor reservedelen of voor verkoop gereed gemaakt. Naar aanleiding van de door de Tweede Kamer aangenomen moties zijn enkele belangrijke wijzigingen doorgevoerd ten opzichte van de beleidsbrief Defensie na de kredietcrisis. Zo zullen alle vier in aanbouw zijnde patrouilleschepen in dienst worden genomen. Tevens worden tot en met 2017 in totaal acht Cougar-transporthelikopters behouden, met inbegrip van de drie toestellen die zouden worden gehandhaafd in verband met de search & rescue (SAR)-taken op de Noordzee en het patiëntenvervoer op de Waddeneilanden. Voorts zal de personele vulling bij de Koninklijke marechaussee voor 2012 en 2013 worden verhoogd tot 98 procenten blijft het derde DC-10 transportvliegtuig tot uiterlijk 31 december 2013 operationeel. Ten behoeve van het oefen- en trainingsprogramma van de krijgsmachtdelen zullen vijftig extra sportinstructeurs worden aangenomen. Deze maatregelen worden budgettair gedekt ten laste van het investeringsbudget en door gebruik te maken van de in 2010 en 2011 uitgekeerde prijsbijstelling. Bovendien zal het aantal dienstauto’s met een extra 200 verder worden verkleind en zal de inhuur van transport worden beperkt.

De opheffing van eenheden en andere maatregelen leiden tot een herziening van de belegging van het vastgoed. Doelmatigheid is hierbij een belangrijk uitgangspunt en waar locaties kunnen worden vrijgespeeld zal Defensie daartoe overgaan. De keuzes die op dit gebied zijn gemaakt, zijn vastgelegd in een Herbeleggingsplan Vastgoed Defensie, waarover de Kamer in augustus is geïnformeerd.

Inzetbaarheid en inzet

Tijdens het ombuigingstraject bij Defensie zal de krijgsmacht minder inzetbaar zijn. Vooral 2012 wordt een moeilijk jaar waarin de vulling nog zal teruglopen terwijl de achterstanden nog niet volledig zijn ingelopen. De inzetbaarheidsdoelstellingen in deze beleidsagenda maken duidelijk dat, in het licht van de grote veranderlijkheid van de internationale veiligheidssituatie, het streven naar een veelzijdig inzetbare krijgsmacht voor het kabinet overeind staat. De krijgsmacht zal onder uiteenlopende omstandigheden militaire bijdragen blijven leveren. Meer met minder doen is de komende paar jaar echter niet aan de orde en de operationele inzetbaarheid is in 2012 aan beperkingen onderhevig. De inzet in de reeds lopende operaties en de afspraken met de civiele autoriteiten in het kader van de Interdepartementale Civiel-Militaire Samenwerking (ICMS) zijn niet in het geding. Van de bestaande missies zijn de Geïntegreerde Politietrainingsmissie in Afghanistan en de bestrijding van de piraterij bij de Hoorn van Afrika in 2012 het meest omvangrijk. De krijgsmacht zal zich daarbij in het bijzonder toeleggen op militaire taken en het scheppen van veiligheid. Ook zal de krijgsmacht in 2012 inzetbaar zijn om de belangen van het Koninkrijk der Nederlanden en de internationale rechtsorde zo nodig gewapenderhand te verdedigen.

In 2012 zal Defensie blijven bijdragen aan de Geïntegreerde Politietrainingsmissie in Afghanistan. Deze missie is in juni 2011 formeel van start gegaan. In augustus 2011 is begonnen met de praktijkbegeleiding van de Afghaanse politie in Kunduz. Met ingang van 2012 gaat de politietrainingsmissie de eerste basisopleidingen uitvoeren. De Nederlandse bijdrage bestaat onder meer uit een Police Training Group, een bijdrage van civiele politieagenten aan de EUPOL-missie en rule of law-deskundigen in Kaboel en Kunduz. Door de gezamenlijke inzet van civiele politie, civiele experts, marechaussee en andere militairen levert Nederland een wezenlijke bijdrage aan het trainen en begeleiden van de Afghaanse politie en het versterken van de justitiële keten en daarmee aan de verbetering van het functioneren van de in opbouw zijnde Afghaanse rechtsstaat. Voorts wordt de inzet van de Air Task Force met vier F-16 jachtvliegtuigen in 2012 gecontinueerd.

Ter bestrijding van piraterij blijft Nederland in 2012 deelnemen aan de EU-operatie Atalanta en de Navo-operatie Ocean Shield. Gedurende 2012 levert Nederland de commandant van de Standing NATO Maritime Group 1 (SNMG1) en een deel van de internationale staf van dit vlootverband. In de perioden dat SNMG 1 wordt ingezet in operatie Ocean Shield zal de Nederlandse commandant ook het bevel voeren over de andere schepen in deze operatie. Beide operaties richten zich op de bescherming van koopvaardijschepen, de uitvoering van patrouilletaken en de uitvoering van gerichte acties om piraterij te voorkomen en te bestrijden. In 2011 heeft het kabinet voorts besloten enkele zeer kwetsbare zeetransporten te voorzien van een militair Vessel Protection Detachment (VPD) ter bescherming tegen piraterij. Het kabinet houdt er rekening mee dat Nederlandse reders ook in 2012 zullen blijven vragen om bescherming van hun koopvaardijschepen. Om die reden is een beleidskader ontwikkeld dat de operationele, juridische en financiële aspecten voor de inzet van militairen voor dit doel adresseert.

Ook de nationale inzet van de krijgsmacht blijft in 2012 onverminderd van belang. De open Nederlandse samenleving blijft immers kwetsbaar voor ontwrichtende invloeden en veiligheidsrisico’s. Behalve incidentele bijstand op verzoek van de civiele autoriteiten voert de krijgsmacht een groot aantal reguliere taken uit, zowel nationaal als in het Koninkrijk der Nederlanden. Daarbij is het van belang dat civiele en militaire autoriteiten elkaar bij crises blindelings kunnen vinden. Deze samenwerking moet in 2012 het gewenste niveau bereiken in het kader van ICMS. Dat betekent dat Defensie eind 2012 de laatste toegezegde gegarandeerde capaciteit beschikbaar stelt in de vorm van een respons-, detectie- en ontsmettingscapaciteit voor chemische, biologische, radiologische of nucleaire besmetting (CBRN). Defensie zal in het kader van de Nationale Cyber Security Strategie ook bijdragen aan digitale weerbaarheid van de Nederlandse samenleving. Defensie zal in dit kader nauwe contacten onderhouden en informatie uitwisselen met het Nationale Cyber Security Centrum en daarmee een bijdrage leveren aan de situational awareness op het gebied van digitale veiligheid.

Innovatie en intensivering

Defensie wil, ondanks de bezuinigingsdoelstellingen, ook blijven investeren in nieuwe capaciteiten om nieuwe dreigingen het hoofd te kunnen bieden en de inzetbaarheid van de krijgsmacht te versterken. Zo wordt op grond van de eerder vastgestelde behoefte aan waarnemingscapaciteit vanuit de lucht (Kamerstuk 30 806, nr. 1) overgegaan tot de verwerving van een Medium Altitude Long Endurance (MALE) UAV-capaciteit. Hoewel de verwerving om financiële redenen pas aan het einde van de kabinetsperiode is gepland, beginnen de voorbereidingen al op korte termijn. Hierbij zal ook worden bezien hoe deze toestellen zo snel mogelijk ook boven Nederland mogen vliegen. Om de inzetbaarheid van de Nederlandse krijgsmacht te waarborgen en haar effectiviteit te verhogen, versterkt Defensie haar digitale weerbaarheid en ontwikkelt zij het vermogen tot het uitvoeren van cyber operations. De cyber capaciteit van Defensie wordt gefaseerd ingevoerd. Het zwaartepunt ligt de komende jaren bij het verbeteren van de bescherming van de netwerken, systemen en informatie van Defensie en de uitbreiding van de inlichtingencapaciteit in het digitale domein. Voor 2012 wordt € 2 miljoen vrijgemaakt en voor de periode 2011–2015 bedraagt de totale intensivering € 50 miljoen.

Voor alle in de beleidsbrief opgenomen intensiveringen waarvoor voorafgaand aan de beleidsbrief nog geen investeringsbudget was vrijgemaakt, geldt dat deze doorgang kunnen vinden als de verkoopopbrengsten van overtollig grootmaterieel worden gerealiseerd en deze niet nodig zijn om tegenvallers te dekken. Bij het ramen van de verkoopopbrengsten is rekening gehouden met later gerealiseerde of mindere verkoopopbrengsten. Voor een aantal trajecten, waaronder ook cyber defence, zijn echter al investeringen voorzien in de jaren 2012 en 2013 wanneer er nog geen verkoopopbrengsten zijn gerealiseerd. Aangezien het hier nog om relatief beperkte bedragen gaat, is hiervoor budgetruimte vrijgemaakt door de projecten te accommoderen in het Defensie investeringsbudget.

Ook de andere in de beleidsbrief genoemde innovaties en intensiveringen, zoals de bescherming tegen geïmproviseerde explosieven, de samenwerking bij speciale operaties en de verdediging tegen ballistische raketten, zullen in 2012 hoog op de agenda staan.

Internationale defensiesamenwerking

Defensie werkt aan een zo concreet mogelijke internationale samenwerkingsagenda om de doeltreffendheid en de doelmatigheid van de Europese defensie-inspanningen te verbeteren. In het kader van smart defence worden concrete initiatieven met Duitsland, Benelux, Noorwegen en het Verenigd Koninkrijk uitgewerkt. De voortgang die hierbij in 2012 kan worden geboekt, is uiteraard mede afhankelijk van de mogelijkheden van de partnerlanden.

Met Duitsland wordt gesproken over de afslanking van het snel inzetbare Duits-Nederlandse Legerkorpshoofdkwartier, Patriot-samenwerking in een multinationale task force grondgebonden lucht- en raketverdediging, de mogelijkheden van verdere maritieme samenwerking en logistieke samenwerking bij overeenkomstig landmachtmaterieel.

In Benelux-verband wordt besproken in hoeverre er, in aanvulling op de al vergevorderde geïntegreerde Nederlands-Belgische marinesamenwerking, mogelijkheden bestaan op het gebied van luchtmacht- en landmachtsamenwerking. Hierbij gaat de aandacht vooral uit naar gezamenlijke stationering, gedeeld onderhoud en een taakverdeling op het gebied van opleidingen. Met het Verenigd Koninkrijk en Noorwegen zijn de gesprekken over verdere samenwerking nog in een verkennend stadium.

De bevordering van defensiesamenwerking staat ook hoog op de agenda in EU en Navo. Nederland zal actief deelnemen aan het Navo-initiatief ter bevordering van multinationale samenwerking (pooling and sharing). Nederland steunt ook de hervorming van de Navo Commando Structuur en de Navo-agentschappen.

De Adviesraad Internationale Vraagstukken (AIV) is gevraagd om zo mogelijk voor eind 2011 te adviseren over verschillende aspecten van defensiesamenwerking, waaronder de verschillende soevereiniteitsvraagstukken die hieraan verbonden zijn. Zoals gebruikelijk zal het kabinet het AIV-advies met een appreciatie aanbieden aan de Tweede Kamer.

Personeel

Om de operationele gereedheid en de betaalbaarheid van de defensieorganisatie structureel te waarborgen, is verkleining van het personeelsbestand en aanpassing van de personeelsopbouw noodzakelijk. Hierbij wordt gestreefd naar een verbeterde balans tussen jong en oud, instroom en ervaring en voldoende loopbaanperspectief. De samenstelling van het personeelsbestand van Defensie is inmiddels vastgelegd in een numerus fixus-kader voor 2016. Defensiebreed en per defensieonderdeel zijn daarbij taakstellende kaders per rang of schaal vastgesteld. Hierbij heeft de beleidsbrief als uitgangspunt gediend. U bent hierover nader geïnformeerd in mijn brief van 1 augustus jl. over de start van de reorganisatie bij Defensie (Kamerstuk 32 733, nr. 37). In de brief heb ik aangekondigd dat de kwantitatieve en kwalitatieve kenmerken van de numerus fixus deel zouden uitmaken van de defensiebegroting 2012. Ten aanzien van de topfunctionarissen (militair en burger) zal de daadwerkelijke toedeling per defensieonderdeel later volgen.

De verdeling van de aantallen militairen en burgers per rang is in 2012 leidend voor de personele samenstelling van de nieuw te organiseren eenheden. In de toekomst kan de gewenste samenstelling worden behouden door de toepassing van het Flexibel Personeelssysteem (FPS) en het voorziene nieuwe mobiliteitsbeleid voor burgerpersoneel. De complexe reorganisaties vragen om een zorgvuldige aanpak die de nodige tijd in beslag zal nemen. Ze zullen in 2012 nog niet volledig zijn voltooid. Vanaf 2012 al er voor individuele medewerkers geleidelijk aan meer duidelijkheid komen.

In 2012 wordt het aantal functieomschrijvingen bij Defensie verder vereenvoudigd en beperkt om de beheerslast te verkleinen en de flexibiliteit te vergroten. Parallel hieraan zal worden gestreefd naar modernisering en harmonisatie van de arbeidsvoorwaarden.

De verschillende deelreorganisaties bij Defensie zullen parallel lopen, maar niet synchroon in de tijd. Eenheden worden namelijk gereorganiseerd op het moment dat zij daarvoor gereed zijn. Met andere woorden: er is niet tussentijds één moment aan te wijzen waarop de formatie stabiel is. De reorganisaties zullen gefaseerd tot 1 januari 2016 worden geïmplementeerd. Het merendeel van de te realiseren taakstelling zal voor 2014 dienen plaats te vinden. In 2014 en 2015 ligt het accent dan ook bij het volbrengen van de personele aspecten die voortvloeien uit de reorganisaties.

Het spreekt voor zich dat, ondanks de verschillende uitvoeringspraktijken tussen defensieonderdelen, het personeel binnen Defensie overal vergelijkbare kansen moet hebben, zeker waar het gaat om functiemogelijkheden die de afzonderlijke defensieonderdelen overstijgen. De aspecten «kwaliteit» en «toekomstmogelijkheden bij Defensie» zullen hierbij leidend zijn.

Opleidingen

Met het project Veiligheid en Vakmanschap heeft Defensie samen met regionale opleidingscentra voor de toekomst zekergesteld dat de via dit traject nieuw instromende onderofficier een civiel erkend MBO-diploma bezit. Daarnaast zijn de instrumenten »E-portfolio» en «EVC» (erkenning van eerder verworven competenties) intern Defensie geïntroduceerd, waarmee opgedane kennis, vaardigheden en de beroepshouding van de onderofficier erkend en gecertificeerd kunnen worden. Het resultaat is een ervaringscertificaat waardoor werkgevers de onderofficier op waarde kunnen schatten. Daarnaast geeft dit ervaringscertificaat recht op vrijstellingen bij eventuele aanvullende civiele scholing.

In de tweede helft van 2011 wordt gestart met het certificeren voor (delen van) diverse defensieopleidingen zodat het zittend personeel groepsgewijs voor ervaringscertificaten in aanmerking komt. De werkzaamheden hiervoor lopen door in 2012. Defensie heeft met de inzetbrief de bonden voorgesteld in 2012 bij initiële officiersopleidingen een zakgeldregeling in te voeren. Na instemming door de bonden zal dit dan in 2012 een besparing opleveren van€ 3,5 miljoen.

Integriteit

In 2012 wordt verder invulling gegeven aan de verbetering van het stelsel van integriteitszorg waarbij de uitkomsten van het onderzoek van de commissie integriteitszorg zullen worden betrokken. Dit begint met het ontwikkelen van een integriteitsbeleidsplan waarin ambitie, visie en doelen duidelijk zijn vastgesteld. Daarnaast wordt in 2012 het centrale inzicht in de aantallen en typen meldingen van integriteitschendingen binnen de organisatie verder verbeterd. Ook wordt het aantal risicoanalyses uitgebreid zodat een duidelijk beeld ontstaat over processen die kwetsbaar zijn vanuit het oogpunt van integriteit. De regelgeving met betrekking tot integriteit wordt in 2012 zo mogelijk vereenvoudigd, geactualiseerd en aangepast aan de gewijzigde omstandigheden. Hierdoor kan het stelsel van integriteitszorg worden toegesneden op de omstandigheden binnen de organisatie. Ook de handhaving van integriteit zal worden aangescherpt. Zoals in de beleidsbrief is aangekondigd, zal de onderzoekscapaciteit van de Centrale Organisatie Integriteit Defensie (COID) naar behoefte worden uitgebreid en versterkt. Over de maatregelen die Defensie heeft genomen naar aanleiding van het onderzoek naar de omgangsvormen op de opleidingsinstituten wordt de Kamer geïnformeerd in de Personeelsrapportage van oktober 2011.

Veteranen

Door de Tweede Kamer is een initiatief wetsvoorstel ingediend tot vaststelling van regels omtrent de bijzondere zorgplicht voor veteranen (Veteranenwet). Dit initiatief wetsvoorstel wordt Kamerbreed gesteund. Defensie begint nog in 2011 met het opstellen van de algemene maatregelen van bestuur, die noodzakelijk zijn voor de implementatie van de wet. Daaraan wordt in 2012 verder gewerkt, zodat de wet en de algemene maatregelen van bestuur zo snel mogelijk in werking kunnen treden.

Flexibele en slagvaardige organisatie

Een veelzijdig inzetbare krijgsmacht vereist een flexibele en slagvaardige organisatie die snel kan anticiperen op nieuwe ontwikkelingen. Uitgangspunt hierbij is dat duidelijk is wie waarvoor verantwoordelijk is: je gaat erover of niet. De bureaucratische druk wordt teruggedrongen. Een aanzienlijk kleinere bestuursstaf voert de regie op hoofdlijnen. Het aantal topfunctionarissen wordt verminderd. De operationele commandanten krijgen meer vertrouwen en ruimte bij de gereedstelling van eenheden en zeggenschap over de directe materieellogistieke ondersteuning. De instandhoudingsbedrijven worden in januari 2012 overgeheveld naar de operationele commandanten, inclusief de bijbehorende budgetten. De nadere uitwerking van dit besluit is nog niet volledig voltooid. De Kamer zal tijdig voor de begrotingsbehandeling met een Nota van Wijziging worden geïnformeerd over de financiële consequenties van dit besluit.

Ook de uitbesteding van diensten kan bijdragen aan een organisatie die sneller kan inspelen op veranderingen. Defensie zal de komende jaren ondersteunende activiteiten waar mogelijk uitbesteden en bij strategische onderhoudsactiviteiten kiezen voor samenwerking met de industrie.

In 2011 zijn diverse sourcing-toetsen uitgevoerd en is besloten deze diensten in aanmerking te laten komen voor uitbesteding en samenwerking. Het betreft:

  • ICT-diensten;

  • catering;

  • onderhoud aan operationele wielvoertuigen.

Na instemming van de medezeggenschap start het implementatietraject, dat afhankelijk van de complexiteit minimaal twee jaar in beslag zal nemen. De (Europese) aanbesteding, afspraken over de overgang van personeel en de reorganisatie van de dienstencentra maken deel uit van dit implementatietraject.

Andere diensten zijn in 2011 onderzocht en de uitkomsten daarvan bevinden zich in de besluitvormingsfase. Het betreft:

  • vastgoeddiensten;

  • onderhoud van kleine vaartuigen;

  • onderhoud van kalibratie-, meet- en testapparatuur;

  • onderhoud van luchtverkeersbeveiligingssystemen;

  • medische keuringen, psychologisch advies en selectie.

Vanaf 2012 zijn toetsen voor de volgende dienstverlening voorzien:

  • P&O (gedragswetenschappen, juridische dienstverlening, personeelsvoorziening, re-integratie);

  • gezondheidszorg (arbo-zorgtaken, logistiek, bijzondere medische beoordelingen);

  • bewaking & beveiliging (buiten het geweldsspectrum);

  • bevoorrading, kleding & persoonsgebonden uitrusting.

In 2011 heeft het bedrijfsleven de mogelijkheden tot samenwerking bij de onderhoudsbedrijven van de DMO onderzocht. Na dit onderzoek zal Defensie de sourcing-agenda uitbreiden met aanvullende onderzoeken. Daarnaast doen zich in het personele domein en bij de gezondheidszorg waarschijnlijk aanvullende mogelijkheden tot uitbesteding voor. Deze zullen dan in 2012 worden toegevoegd aan de sourcing-agenda.

Ten aanzien van de informatievoorziening wordt gestreefd naar maximale integratie van IV-diensten en -processen. Uitgangspunt hierbij is dat de CDS optreedt als primaire opdrachtgever en het op te richten Joint IV Commando (JIVC) verantwoordelijk is voor de uitvoering en het in stand houden van IV-producten en -diensten. De inrichting van het JIVC in 2012 moet de doelmatigheid en doeltreffendheid van de informatievoorziening bevorderen, de integratie van operationele en bestuurlijke IV versterken en vraag en aanbod in het IV-domein beter op elkaar afstemmen. Ook ten aanzien van het IV-domein komt een groot deel van de diensten voor sourcing in aanmerking om optimaal aan te kunnen sluiten bij de innovatiekracht van het bedrijfsleven.

Verbetering van het financieel en het materieelbeheer

De Algemene Rekenkamer heeft in haar rapport bij het jaarverslag over 2010 vastgesteld dat de uitvoering van de in 2009 gestarte meerjarige verbeterplannen voor het financieel beheer en het materieelbeheer op deelterreinen vertraging heeft opgelopen. Defensie stelt zich niettemin onverminderd ten doel het beheer structureel op orde te brengen. In het kader van de reorganisatie bij Defensie wordt de bedrijfsvoering herzien en het beheer anders ingericht. Een beheerste bedrijfsvoering komt hierdoor dichterbij. Om het financieel beheer een kwalitatieve impuls te geven wordt in 2012 een (financieel) administratie- en beheerkantoor opgericht voor de volledige administratie van behoeftestelling tot en met betaling en voor het beheer daarvan. Voor het materieelbeheer ligt de prioriteit in 2012 bij het verbeteren van het beheer van gevoelig materieel, zoals munitie, klein kaliber wapens en crypto-apparatuur. Met deze gekozen aanpak wordt invulling gegeven aan de aanbevelingen van de Algemene Rekenkamer.

De samenhang tussen de informatie in de begroting, managementrapportages en het jaarverslag is dankzij het programma »stuur- en verantwoordingsinformatie» inmiddels verbeterd. In het kader van dit programma wordt in 2012 ondersteuning geboden bij de verdere verbetering en de verankering van de kwaliteit van de managementinformatie over de operationele gereedheid. De komende jaren worden interne en externe rapportages geautomatiseerd, wordt hun opzet vereenvoudigd en gaat de frequentie omlaag.

Financiële gevolgen

Defensie moet de komende jaren structureel € 635 miljoen bezuinigen, wat neerkomt op ongeveer negen procent van het beïnvloedbare deel van de begroting. Daar bovenop moet er binnen de defensiebegroting de komende jaren € 175 miljoen worden bezuinigd en herschikt om de financiële huishouding op orde te brengen.

In 2012 moet € 400 miljoen op grond van het regeerakkoord en € 173 miljoen als gevolg van de interne problematiek worden bezuinigd. Dit wordt gerealiseerd door het stilzetten van eenheden en materieel, een reductie van het vullingspercentage en de reorganisatie van het opleidingenveld, bij elkaar ongeveer € 200 miljoen. De resterende taakstelling wordt in 2012 opgevangen door de vermindering van het investeringsbudget. De investeringsquote daalt daardoor tot ongeveer vijftien procent in 2012. In overeenstemming met de beleidsbrief zal het investeringspercentage tegen het einde van de kabinetsperiode boven de twintig procent liggen. Voor 2012 en 2013 worden geen opbrengsten van internationale samenwerking en verkoop van overtollig materieel voorzien. De toekomstige opbrengsten hiervan worden, op grond van afspraken met de minister van Financiën, voor intensiveringen aangewend indien deze niet nodig zijn om tegenvallers op te vangen.

TOTAAL DEFENSIE (bedragen x € 1 miljoen)
 

2011

2012

2013

2014

2015

2016

Standen ingediende ontwerpbegroting 2011

8 458,6

8 223,6

8 216,5

8 254,1

8 236,1

8 236,7

Mutaties nota van wijziging en amendement

– 197,3

3,7

4,1

4,5

2,2

 

Najaarsnotamutaties 2010

           

Slotwetmutaties 2010

           

Mutaties 1e suppletoire begroting 2011 excl. taakstelling

117,9

64,3

62,7

69,8

67,7

67,2

Taakstelling regeerakkoord

 

– 400,0

– 529,0

– 577,0

– 616,0

– 622,0

Stand Voorjaarsnota 2011

8 379,1

7 891,6

7 754,3

7 751,4

7 690,0

7 681,9

Beleidsmatige mutaties

           

Doorwerking aanpassing ontvangsten maatregelen RA

     

83,2

66,5

66,5

Vermindering defensieattachés en ondersteuning

 

– 0,4

– 0,6

– 2,3

– 4,0

– 4,0

Overheveling van/naar departementen

 

0,6

3,0

2,2

– 0,3

– 0,4

Ingediende moties n.a.v. notaoverleg beleidsbrief

 

13,7

25,4

41,9

41,9

41,9

Dekking moties n.a.v. notaoverleg beleidsbrief

 

– 13,7

– 25,4

– 41,9

– 41,9

– 41,9

Ingediende moties n.a.v. notaoverleg beleidsbrief, doorwerking (minder) ontvangsten

     

– 26,8

– 21,3

– 21,3

Doorwerking ontvangsten (inzet VPD's)

 

4,5

4,5

4,5

4,5

4,5

Taakstelling TNO; overheveling naar EL&I

 

– 0,5

– 1,5

– 3,1

– 4,1

– 4,5

Totaal beleidsmatige mutaties

 

4,2

5,4

57,7

41,3

40,8

Autonome mutaties

           

Correctie prijsbijstelling

 

– 29,4

– 29,4

– 29,4

– 29,4

– 29,4

Totaal autonome mutaties

 

– 29,4

– 29,4

– 29,4

– 29,4

– 29,4

Standen ontwerpbegroting 2012

8 379,1

7 866,4

7 730,3

7 779,7

7 701,9

7 693,3

Beleidsmatige mutaties voor 2012

Doorwerking aanpassing ontvangsten regeerakkoord

Dit betreft de doorwerking van de ontvangsten naar aanleiding van de maatregelen uit het regeerakkoord met betrekking tot de verkoopopbrengsten van het materieel.

Vermindering defensieattachés en ondersteuning

Door de bezuinigingen binnen de Homogene Groep Internationale Samenwerking (HGIS) zal het budget voor defensieattachés en ondersteuning in 2012 naar beneden worden bijgesteld met € 361 000.

Overheveling van/naar departementen

Dit betreft de overheveling van Financiën (domeinen roerende zaken) en de taakstelling Interdepartementale Commissie Bedrijfsvoering Rijksdienst in 2014.

Ingediende moties tijdens en naar aanleiding van het notaoverleg beleidsbrief

De uitgaven in 2012 voor de moties naar aanleiding van het notaoverleg over de beleidsbrief – Defensie na de kredietcrisis – bedragen € 13,7 miljoen.

Dekking moties naar aanleiding van het notaoverleg beleidsbrief

De dekking voor de moties naar aanleiding van het notaoverleg over de beleidsbrief á € 13,7 miljoen wordt in 2012 gevonden in de resterende prijsbijstelling.

Ingediende moties naar aanleiding van het notaoverleg beleidsbrief, doorwerking ontvangsten

De moties naar aanleiding van het notaoverleg over de beleidsbrief hebben als gevolg dat de verkoopopbrengsten afnemen. Deze verlaging van de ontvangsten werkt door in lagere uitgaven.

Doorwerking ontvangsten (inzet VPD’s)

In 2012 zal Defensie van de Nederlandse reders een bedrag van € 4,5 miljoen ontvangen voor de bescherming van koopvaardijschepen door Vessel Protection Detachments (VPD’s).

Taakstelling TNO

In 2012 zal invulling gegeven worden aan de in het regeerakkoord aangekondigde rijksbrede korting op Zelfstandige Bestuursorganen (ZBO’s). Dit resulteert in een korting van € 0,5 miljoen voor TNO. Deze korting wordt gecompenseerd uit de investeringen.

Autonome mutaties voor 2012

Correctie prijsbijstelling

Dit betreft een correctie op de in de voorjaarsnota uitgekeerde prijsbijstelling tranche 2011.

Inzetbaarheidsdoelstellingen Defensie tot 2015

Met inachtneming van de beperkingen in operationele capaciteit als gevolg van de bezuinigingen hanteert Defensie voor deze kabinetsperiode de onderstaande inzetbaarheidsdoelstellingen. De inzetbaarheidsdoelstellingen brengen tot uitdrukking wat de krijgsmacht, binnen de financiële kaders voor de komende jaren, moet kunnen.

De krijgsmacht is inzetbaar voor:

  • 1. de bescherming – en zo nodig verdediging – van het eigen en het bondgenootschappelijke grondgebied, inclusief de Caribische delen van het Koninkrijk, zo nodig met alle beschikbare middelen;

  • 2. eenmalige bijdragen aan internationale interventieoperaties met:

    • een taakgroep van brigadeomvang, inclusief helikopters;

    • een squadron jachtvliegtuigen;

    • een batterij Patriot-raketverdediging;

    • een maritieme taakgroep, inclusief helikopters.

    Een combinatie van deze bijdragen of bijdragen met andere eenheden waarover de krijgsmacht beschikt, zijn eveneens mogelijk;

  • 3. langdurige bijdragen aan stabilisatieoperaties. Het gaat hierbij in het bijzonder om bijdragen:

    • aan maximaal twee operaties te land met bataljonstaakgroepen;

    • aan één operatie in de lucht met jachtvliegtuigen, waarbij als uitgangspunt gemiddeld acht toestellen worden ingezet;

    • met een eenheid bewapende helikopters en een eenheid transporthelikopters;

    • aan maximaal twee operaties op zee met, afhankelijk van de operationele vereisten, een fregat, een ander groot oppervlakteschip, Alkmaar-klasse Mijnenbestrijdingsvaartuig (AMBV) of een onderzeeboot.

    De krijgsmacht kan hiermee ook langdurig bijdragen aan de bescherming, in het bijzonder tegen piraterij, van aanvoerlijnen die van belang zijn voor de Nederlandse economie, de handhaving van een embargo of een vliegverbod en de bewaking van de buitengrenzen van de Europese Unie (Frontex). Een combinatie van deze bijdragen of bijdragen met andere eenheden waarover de krijgsmacht beschikt, zijn eveneens mogelijk. Voor de logistieke ondersteuning is de krijgsmacht vooral bij langdurige operaties gedeeltelijk afhankelijk van derden. In het geval van een beroep op de krijgsmacht ten behoeve van een interventieoperatie, kan het nodig zijn bijdragen aan stabilisatieoperaties – tijdelijk – te verminderen of te beëindigen;

  • 4. het optreden als leidinggevende natie (lead nation) op het niveau van een brigade of een maritieme taakgroep en, samen met andere landen, op legerkorpsniveau. Ook moeten in de domeinen zee, land en lucht staffunctionarissen kunnen worden geleverd aan internationale operationele staven;

  • 5. de uitvoering van speciale operaties in het buitenland ter bescherming van de belangen van het Koninkrijk, met inbegrip van contraterrorisme-operaties en operaties ter evacuatie van Nederlandse staatsburgers;

  • 6. deelneming aan politiemissies, waaronder die van de European Gendarmerie Force (EGF), met functionarissen en eenheden van de Koninklijke marechaussee en aan kleinschalige missies met een civiel-militair karakter;

  • 7. het op voortdurende basis beschikbaar stellen van deskundigen uit de staande organisatie ten behoeve van de training en advisering van veiligheidsorganisaties in andere landen;

  • 8. bijdragen binnen de grenzen van het Koninkrijk aan de veiligheid van onze samenleving, onder civiel gezag. Het gaat hierbij in het bijzonder om:

    • de uitvoering van structurele nationale taken, zoals de politietaken van de Koninklijke marechaussee (onder meer het grenstoezicht, de bestrijding van de grensoverschrijdende criminaliteit en de illegale migratie), het beheer van de kustwachten in Nederland en in de Caribische delen van het Koninkrijk, de ruiming van explosieven op het land en te water en de bestrijding van het luchtvaartterrorisme (in het bijzonder met behulp van de quick reaction alert taak van jachtvliegtuigen);

    • militaire bijstand bij de handhaving van de openbare orde en veiligheid evenals de strafrechtelijke handhaving van de rechtsorde, zoals door middel van de structurele bijdrage aan de bijzondere bijstandseenheden;

    • militaire bijstand bij de bestrijding van branden, rampen, crises of bij ernstige vrees voor het ontstaan daarvan, in overeenstemming met de bestuurlijke en wettelijke afspraken;

  • 9. het op verzoek van civiele autoriteiten met beschikbare middelen bijdragen aan internationale noodhulpoperaties.

Overzicht van de beleidsdoorlichtingen

Beleidsdoorlichtingen

Planning

2011

2012

2013

2014

2015

2016

Artikel/Operationele doelstelling

           

Artikel 20; Inzet

           

Inzet defensiepersoneel en -materieel voor ISAF in het kader van de eindevaluatie ISAF, inclusief evaluatie Van Geel-gelden (2008–2009)

X

         

Bescherming kwetsbare schepen nabij Somalië

   

X

     

Art 21; CZSK

           

Defensie-inzet Kustwacht Nederland

       

X

 

Wijziging samenstelling Koninklijke marine (2005)

     

X

   

Art. 23; CLSK

           

Strategische luchttransportcapaciteit

 

X

       

Herinrichting van de integrale helikoptercapaciteit

       

X

 

Artikel 24; CKmar

           

Mensenhandel/mensensmokkel

 

X

       

Defensiebreed

           

Actieplan Werving en behoud

X

         

Civiel-militaire samenwerking

   

X

     

Veteranenzorg

     

X

   

Uitvoering Koninkrijkstaken door Defensie

       

X

 

Flexibel Personeel Systeem

       

X

 

Integriteit

         

X

Digitale weerbaarheid

         

X

Toelichting op bovenstaande tabel

In overleg met het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties is besloten in 2012 geen beleidsdoorlichting voor het thema «Mobiel Toezicht Veiligheid» uit te voeren aangezien er sprake is van beleidsontwikkelingen op dit terrein waardoor een beleidsdoorlichting in 2012 minder relevant is. Voor 2012 zal de beleidsdoorlichting «mensenhandel/mensensmokkel» voor dit onderwerp in de plaats komen.

Voor 2016 zijn twee beleidsdoorlichtingen voorzien: Integriteit en Digitale Weerbaarheid. Defensie zal de komende jaren het stelsel van integriteitzorg verbeteren, onder meer door de ontwikkeling van een integriteitbeleidsplan waarin ambitie, visie en doelen duidelijk zijn vastgesteld.

De komende jaren investeert het ministerie van Defensie in het versterken van de digitale weerbaarheid van de krijgsmacht en in het ontwikkelen van operationele cybercapaciteiten. In de doorlichting wordt bezien in hoeverre Defensie hierin is geslaagd.

2.2 De beleidsartikelen

2.2.1 Inzet – beleidsartikel 20

Algemene doelstelling

Het ministerie van Defensie draagt in belangrijke mate bij aan een duurzame internationale rechtsorde en stabiliteit en ondersteunt de nationale autoriteiten.

Omschrijving van de samenhang in beleid

Het Koninkrijk der Nederlanden draagt onverminderd bij aan de handhaving en bevordering van de internationale rechtsorde. Het Koninkrijk voert daartoe een actief veiligheidsbeleid, dat niet alleen de zorg voor de veiligheid van het eigen grondgebied en dat van de bondgenoten behelst, maar zich uitstrekt tot breed opgezette conflictpreventie, crisisbeheersing en vredesopbouw, zowel in Europa als daarbuiten. De deelneming aan crisisbeheersingsoperaties, het verlenen van noodhulp en de nationale inzet van de krijgsmacht maken deel van uit van het beleidsartikel inzet.

Verantwoordelijkheid

De minister is verantwoordelijk voor de uitvoering van het besluit tot inzet van militaire capaciteiten.

Budgettaire gevolgen van het beleid

Ten laste van beleidsartikel 20 inzet worden de additionele uitgaven voor inzet, zowel nationaal als internationaal, geraamd en verantwoord. Voor de genoemde operaties betreft dit de direct met de operaties verband houdende uitgaven die niet zouden worden gemaakt bij reguliere bedrijfsvoering. In de begroting 2013 zal een splitsing van programma- en apparaatsuitgaven in artikel 20 Inzet worden gemaakt.

De begrotingssystematiek schrijft voor dat ramingen voor missies alleen betrekking hebben op de periode waarvoor een politiek mandaat bestaat. Voor missies waarvoor in 2012 nog uitgaven begroot zijn, geldt ofwel dat deze in 2011 worden beëindigd ofwel dat een regeringsbesluit over mogelijke verlenging van de bijdrage later dit jaar zal worden gegeven.

Bedragen x € 1 000

2010

2011

2012

2013

2014

2015

2016

Verplichtingen

302 029

319 464

197 750

199 250

199 250

199 250

199 250

Programma-uitgaven, waarvan juridisch verplicht per 31-12-2011

   

161 310

122 475

108 650

49 100

16 600

Uitgaven crisisbeheersingsoperaties (HGIS)

             

Vrede en stabiliteit in Europa/Balkan,

8 515

8 500

400

       

waarvan

             

EUFOR Althea

7 281

6 900

         

EULEX

588

800

400

       

KFOR

538

600

         

EUPM

104

200

         

Operatie Active Endeavour

4

           
               

Vrede en stabiliteit in Afghanistan,

272 717

238 210

124 710

104 600

92 000

32 500

 

waarvan

             

ISAF

203 698

13 000

         

Nationale bijdrage aan ISAF-staven

4 754

13 000

7 500

7 500

7 500

7 500

 

ISAF redeployment

64 146

100 000

20 000

       

Geïntegreerde Politiemissie (GPM Kunduz)

 

112 000

97 000

97 000

84 500

25 000

 

EUPOL

119

210

210

100

     
               

Vrede en stabiliteit in Midden-Oosten,

1 211

1 640

600

600

600

600

600

waarvan

             

UNTSO

587

600

600

600

600

600

600

NTM-I

428

800

         

CMF (voorheen CFMCC)

196

200

         

EUBAM

0

40

         
               

Vrede en stabiliteit in Afrika, waarvan

18 343

38 420

13 925

1 100

     

EU NAVFOR Atlanta

11 049

400

1 000

       

Ocean Shield

4 386

9 800

12 900

1 100

     

Libië (Unified Protector)

 

26 600

         

EUFOR Tchad/RCA

1 385

20

         

UNMIS

1 259

1 400

         

EUSEC (FIN)

205

100

         

UNAMID

51

100

25

       

AMIS

8

           
               

Overige missies, waarvan

2 953

6 775

5 675

175

50

   

Missies Algemeen

1 398

6 600

5 500

       

NLTC

29

175

175

175

50

   

Bijdrage aan politiemissies

1 526

           

Totale uitgaven crisisbeheersingsoperaties (HGIS)

303 739

293 545

145 310

106 475

92 650

33 100

600

Uitgaven contributies (HGIS), waarvan

             

EU contributies (Athena)

995

1 500

1 500

1 500

1 500

1 500

1 500

NAVO contributies (AOM)

13 585

15 500

14 500

14 500

14 500

14 500

14 500

Totale uitgaven contributies (HGIS)

14 580

17 000

16 000

16 000

16 000

16 000

16 000

Voorziening crisisbeheersingsoperaties

 

8 919

29 690

70 025

83 850

143 400

175 900

Totale uitgaven HGIS

318 319

319 464

191 000

192 500

192 500

192 500

192 500

Uitgaven Financiering Nationale Inzet Krijgsmacht (FNIK)

         

Nationale inzet

   

2 250

2 250

2 250

2 250

2 250

Totale uitgaven FNIK

   

2 250

2 250

2 250

2 250

2 250

Uitgaven overige inzet

             

Voorziening Vessel Protection Detachments (VPD's)

   

4 500

4 500

4 500

4 500

4 500

Totale uitgaven overige inzet

   

4 500

4 500

4 500

4 500

4 500

Totale uitgaven artikel 20

318 319

319 464

197 750

199 250

199 250

199 250

199 250

Ontvangsten

             

Ontvangsten HGIS

9 347

1 407

1 407

1 407

1 407

1 407

1 407

Overige ontvangsten

   

4 500

4 500

4 500

4 500

4 500

Totaal ontvangsten

9 347

1 407

5 907

5 907

5 907

5 907

5 907

Budgetflexibiliteit

In artikel 20 Inzet is 82 procent van de voorziening toegewezen aan een specifieke missie.

2.2.1.1 Crisisbeheersingsoperaties

Operationele doelstelling

Vrede en stabiliteit in Europa/Balkan, Afghanistan, het Midden Oosten en Afrika.

Motivering

Veiligheid en stabiliteit in de bovenstaande gebieden is in het belang van de internationale gemeenschap en daarmee van Nederland. De Balkan, Afghanistan, het Midden-Oosten en Afrika zijn prioriteitsgebieden in het Nederlandse veiligheidsbeleid. Defensie steunt dit beleid door een bijdrage te leveren aan missies in deze regio’s.

European Union Rule of Law Mission in Kosovo (EULEX Kosovo)

Instrumenten

Referte 1: Kamerbrief 21 501-02, nr. 970 van 7 juni 2010 (verlenging Nederlandse deelneming tot 14 juni 2012).

EULEX Kosovo heeft tot doel het bestuur, politie, justitie en de douane van Kosovo te ondersteunen om zo een bijdrage te leveren aan de bestendiging van de regionale vrede, veiligheid en stabiliteit en aan de ontwikkeling van duurzame en democratische lokale instellingen.

De Nederlandse bijdrage aan EULEX Kosovo betreft personeel van het Commando Koninklijke marechaussee (CKmar), de politie, justitie, douane en enkele civiele experts. Functionarissen van het CKmar zijn in Kosovo op uiteenlopende politieterreinen actief. Gemiddeld zullen er in 2012 achttien functionarissen van het CKmar voor de missie worden ingezet en 22 functionarissen van buiten Defensie. De defensiebijdrage in deze vorm en omvang wordt in ieder geval tot midden 2012 voortgezet.

Geïntegreerde Politietrainingsmissie

Referte: Kamerbrief geïntegreerde politietrainingsmissie in Afghanistan, 27 925, nr. 415 van 7 januari 2011.

Het doel van de Geïntegreerde Politietrainingsmissie (GPM) is de training en mentoring van de Afghan Uniformed Police (AUP) en de verhoging van de kwaliteit van het juridische systeem. Na de deployment-fase is de missie in juni 2011 van start gegaan. De Nederlandse bijdrage aan het trainingsprogramma in Afghanistan bestaat uit een Police Training Group (PTG) die op 1 januari 2012 operationeel wordt.

De Air Task Force met F16’s wordt in 2012 ingezet voor de GPMen secundair voor de bescherming van ISAF-eenheden die direct worden bedreigd. De nationale bijdrage aan ISAF-staven (NBI) bestaat uit individueel uitgezonden militairen met wie Nederland – gezien de omvang van de Nederlandse aanwezigheid de komende periode – blijft deelnemen aan de hoofdkwartieren van ISAF, ISAF Joint Command (IJC), RC-North en de NATO Training Mission Afghanistan (NTM-A). Ook het National Support Element maakt deel uit van de nationale bijdrage aan ISAF-staven. De totale bijdrage aan deze missie in Afghanistan bedraagt vijfhonderd militairen. Deze bijdrage zal vooralsnog tot midden 2014 voortduren.

ISAF

Met de reparatie en het onderhoud van het materieel dat na inzet uit Afghanistan is teruggekeerd, wordt in 2012 de redeployment voltooid.

EU Police Mission (EUPOL) Afghanistan

Referte: Kamerbrief 27 925, nr. 398 van 24 juni 2010.

De Nederlandse deelneming aan EUPOL in Afghanistan betrof midden 2011 ongeveer 24 functies. In 2012 zal dit aantal toenemen als gevolg van de GPM. Het definitieve aantal zal mede afhankelijk zijn van verzoeken van de EU en gebaseerd zijn op de operationele behoefte. De maximale Nederlandse bijdrage betreft veertig civiele politiefunctionarissen. De focus van de Nederlandse inzet is gericht op de provincie Kunduz. Daarnaast zijn civiele politiefunctionarissen en civiele medewerkers werkzaam in Kabul. In de raming is rekening gehouden met een deelneming van tien marechaussees aan EUPOL ten laste van beleidsartikel 20. De EUPOL-missie kende aanvankelijk een duur van drie jaar tot juni 2010, maar is inmiddels verlengd tot 31 mei 2013. De Nederlandse bijdrage loopt vooralsnog ook tot deze datum.

United Nations Truce Supervision Organization (UNTSO)

Referte: VNVR Resolutie 50 van 29 mei 1948.

UNTSO heeft tot taak toe te zien op de naleving van de bestaande bestandsafspraken tussen de landen in de regio. Nederland neemt al sinds 1956 deel aan deze missie van de Verenigde Naties (VN). De Nederlandse deelneming aan deze missie is van onbeperkte duur. Nederland levert in 2012 twaalf officieren voor verschillende waarnemersgroepen in Syrië, Israël, en Libanon en het hoofdkwartier van UNTSO te Jeruzalem.

Combined Maritime Forces (CMF)

De CMF richten zich naast de strijd tegen het internationaal terrorisme ook op piraterijbestrijding en hebben hiervoor een afzonderlijke taakgroep (CTF-151) ingesteld. Nederland draagt in 2012 met twee militairen bij aan de staf van het hoofdkwartier van de CMF in Bahrein.

EU NAVFOR Atalanta

Referte: Kamerbrief 29 521, nr. 168 van 1 juni 2011.

Met de start van operatie Atalanta op 8 december 2008 is de eerder door Nederland bepleite EU-bijdrage aan de beveiliging van humanitaire transporten voor de kust van Somalië een feit geworden. Het mandaat van de EU-operatie loopt in december 2012 af. De hoofdtaken van deze missie bestaan uit escortering van VN-transporten van het World Food Programme en de missie van de Afrikaanse Unie in Somalië (AMISOM), de bescherming van kwetsbare schepen, het voorkomen, bestrijden en verstoren van piraterij en het monitoren van de bescherming van kwetsbare schepen, van piraterij en het monitoren van vissersactiviteiten voor de kust van Somalië. In 2012 bestaat de Nederlandse bijdrage uit de inzet van het fregat Hr.Ms. Van Amstel in de eerste helft van 2012. De Nederlandse deelneming is gepland tot en met mei 2012.

Ocean Shield

Referte: Kamerbrief 29 521, nr. 168 van 1 juni 2011

Het mandaat van operatie Ocean Shield betreft de bescherming van koopvaardijschepen in de Internationally Recommended Transit Corridor (IRTC) in de Golf van Aden en de uitvoering van patrouilletaken in het Somalië Bassin. Tevens voert de operatie individuele escortes uit van VN-transporten en richt de operatie zich op het voorkomen, bestrijden en verstoren van piraterijaanvallen. Vanaf 1 januari 2012 levert Nederland voor de duur van een jaar de commandant, het stafschip en een deel van de internationale staf aan de Standing NATO Maritime Group (SNMG) 1. Dit betekent dat de stafschepen Hr.Ms. De Ruyter, Hr. Ms. Tromp en Hr. Ms. Evertsen in 2012 achtereenvolgens zullen deelnemen aan SNMG-1. Vanaf juni 2012 worden de fregatten Hr. Ms. Tromp en Hr.Ms. Evertsen in Combined Task Force (CTF) 508-verband ingezet voor Ocean Shield. Ook zal Nederland in het voorjaar van 2012 met de inzet van een onderzeeboot bijdragen aan deze operatie. De Nederlandse bijdrage aan deze missie loopt tot december 2012.

United Nations and African Union Mission in Darfur (UNAMID)

Referte: Kamerbrief verlenging Nederlandse bijdrage aan UNAMID, 29 521, nr. 162 van 4 maart 2011

Als gevolg van het conflict in de regio Darfur (West-Soedan) is sprake van een groot aantal vluchtelingen. Deze mensen verblijven in meerdere grote vluchtelingenkampen in de regio. UNAMID heeft tot taak een veilige omgeving te creëren voor hulporganisaties die humanitaire hulp verlenen aan de bevolking van de vluchtelingenkampen. De bouw van drie grote UNAMID vluchtelingenkampen in Darfur nadert voltooiing en de meeste teamsites in de Darfur regio zijn ingericht. Tot 31 maart 2012 zijn twee Nederlandse militairen geplaatst in het hoofdkwartier van UNAMID in El Fasher. Zij werken in de staf bij de planning en logistieke ondersteuning van de missie.

Netherlands Liaison Team CENTCOM (NLTC)

Het Nederlandse liaisonteam bij Central Command (CENTCOM) in Tampa, Florida, houdt zich bezig met de coördinatie en ontwikkelingen in de strijd tegen het internationale terrorisme, de ISAF-operatie en andere operaties die vallen onder CENTCOM. Het betreft hier een missiegerelateerde plaatsing van liaisoncapaciteit. Deze capaciteit wordt periodiek geëvalueerd en zal waarschijnlijk worden voorgezet tot het einde van de geïntegreerde politiemissie in Kunduz.

2.2.1.2 Contributies

Nederland draagt bij aan de gemeenschappelijke uitgaven van de Navo en de EU. Dit bedrag staat los van een eventuele Nederlandse deelname aan een specifieke missie van de Navo of de EU.

2.2.1.3 Nationale inzet

Operationele doelstelling

Handhaving van de rechtsorde en ondersteuning van civiele overheden binnen het Koninkrijk.

Structurele nationale taken

In deze paragraaf is alleen de incidentele inzet van Defensie opgenomen waarvan de additionele kosten kunnen worden verrekend met de Financiering Nationale Inzet Krijgsmacht (FNIK). Defensie voert daarnaast structureel een aantal taken uit voor civiele overheden. De structurele nationale taken van Defensie zijn vastgelegd in wet- of regelgeving of er zijn specifieke afspraken over gemaakt en er hoeft geen verzoek om bijstand of steunverlening te worden ingediend. Deze taken zijn in de beleidsartikelen van de desbetreffende operationele commando’s opgenomen. Enkele voorbeelden zijn kustwachttaken, explosievenopruiming en de eigen taken op grond van artikel 6 Politiewet 1993.

Militaire bijstand en militaire steunverlening

De ministers van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, Veiligheid en Justitie en Defensie hebben bestuursafspraken gemaakt over de gegarandeerde beschikbaarheid van militaire (specialistische) capaciteiten en de operationele aansturing daarvan onder civiel gezag (Intensivering Civiel-Militaire samenwerking, ICMS). Eind 2012 stelt Defensie de toegezegde gegarandeerde capaciteit beschikbaar in de vorm van een respons-, detectie- en ontsmettingscapaciteit voor chemische, biologische, radiologische of nucleaire besmetting (CBRN). Verder wordt incidentele inzet verwacht die niet valt onder de structurele en reguliere militaire bijstand of militaire steunverlening. Voor de uitvoering van militaire bijstand en steunverlening heeft het ministerie van Veiligheid en Justitie samen met de Vereniging van Nederlandse Gemeentes in FNIK vanaf 2012 jaarlijks € 2, 25 miljoen beschikbaar gesteld.

2.2.1.4. Overige Inzet

Operationele doelstelling

De militaire ondersteuning bij de handhaving van de rechtsorde en veiligheid in gebieden buiten het Koninkrijk der Nederlanden.

Inzet Vessel Protection Detachments (VPD’s)

Het aantal verzoeken van Nederlandse reders om ondersteuning van de overheid bij beveiliging van kwetsbare schepen in risicogebieden is de afgelopen jaren sterk toegenomen. Het AIV-rapport «Piraterijbestrijding op zee – een herijking van publieke en private verantwoordelijkheden» beval aan in bepaalde gevallen tot deze ondersteuning over te gaan. Deze ontwikkelingen hebben ertoe bijgedragen dat in 2011 een aantal kwetsbare transporten van overheidswege door VPD’s is beschermd. Er is een beleidskader opgesteld dat operationele, juridische en financiële kaders adresseert. Voor 2012 wordt uitgegaan van de inzet van twintig VPD’s. Hiervoor zal een bedrag van € 9 miljoen begroot worden. € 4,5 miljoen van deze € 9 miljoen zijn additionele uitgaven en worden begroot op dit beleidsartikel. De overige € 4,5 miljoen bestaat uit uitgaven voor brandstof, reserverdelen, vlieguren en transport. Deze uitgaven vallen binnen de gereedstelling en instandhouding en zijn opgenomen bij de desbetreffende beleidsartikelen.

Kleine missies buiten artikel 20

Tot slot neemt Defensie deel aan verscheidene kleine missies die niet worden begroot op beleidsartikel 20. Deze missies vallen onder het oefenplafond van de operationele commando’s en worden begroot op de andere beleidsartikelen in deze begroting, dan wel betaald door het ministerie van Buitenlandse Zaken of gefinancierd door de EU. Het betreft de Security Sector Development-missie in Burundi, de inzet van vijftig Nederlandse militairen voor grensbewaking in de FRONTEX-pool, de door de Verenigde Staten geleide trainingsmissie van Palestijnse veiligheidseenheden op de Westelijke Jordaanoever, de Nederlandse deelneming aan het United Nations Office on Drugs and Crime (UNODC) in Oost-Afrika en aan de African Contingency Operations Training and Assistance (ACOTA)-programma’s in Rwanda, Burundi en Oeganda.

Ontvangsten

De ontvangsten hebben betrekking op de vergoedingen van EU-, Navo- en VN-partners voor de door Nederland geleverde diensten of ingezette personele en materiële middelen. Defensie ontvangt daarnaast € 4,5 miljoen van de reders als vergoeding voor de inzet van de VPD’s.

2.2.2 Commando zeestrijdkrachten – beleidsartikel 21

Algemene doelstelling

Het Commando zeestrijdkrachten (CZSK) levert (specifiek) operationeel gerede maritieme expeditionaire capaciteit voor nationale en internationale operaties.

Omschrijving van de samenhang in het beleid

Voor de maritieme capaciteit van de krijgsmacht moet het CZSK maritieme eenheden operationeel gereed stellen en houden. Zeestrijdkrachten zijn zowel voor expeditionaire als voor nationale taken inzetbaar. Omdat zij het vereiste materieel en voorraden meevoeren, zijn zeestrijdkrachten in hoge mate logistiek onafhankelijk van het gebied waarin zij opereren en beschikken zij hierdoor over een grote strategische en tactische mobiliteit. Maritieme operaties op open zee, zoals operaties ter bescherming van de scheepvaart tegen piraterij, zijn nog steeds van belang. Daarnaast hebben de veranderingen in de internationale veiligheidssituatie geleid tot een grotere aandacht voor maritieme en amfibische operaties in kustwateren. Afhankelijk van de uit te voeren opdracht kan een maritieme expeditionaire taakgroep worden samengesteld uit vloot- en marinierseenheden, aangevuld met helikoptercapaciteit vanuit het Defensie Helikopter Commando. Ook onderzeeboten kunnen hiervan deel uitmaken. Ten slotte voert het CZSK nationale taken uit zoals kustwachttaken en maritieme explosievenopruiming.

Verantwoordelijkheid

De minister is verantwoordelijk voor de vaststelling van de mate van gereedheid, de omvang en de samenstelling van het CZSK.

Externe factoren

Het behalen van de algemene doelstelling hangt af van de beschikbaarheid van voldoende opgeleid, geoefend en gemotiveerd personeel, voldoende materieel dat voldoet aan alle operationele vereisten en de mogelijkheden hier realistisch mee op te leiden en te oefenen. De personele vulling wordt mede bepaald door niet-beïnvloedbare factoren als de demografische ontwikkeling en de economische situatie. Het kunnen beschikken over het gewenste materieel wordt mede bepaald door niet-beïnvloedbare factoren, zoals mogelijke complexe materiële problemen die alleen met een meerjarig verbetertraject kunnen worden aangepakt. De geoefendheid van eenheden is afhankelijk van voldoende oefen- en trainingsmogelijkheden in binnen- en buitenland, waarbij zowel met andere operationele commando’s (joint) als met buitenlandse eenheden (combined) wordt geoefend.

Budgettaire gevolgen van het beleid

De financiële middelen die het CZSK ter beschikking staan voor de verwezenlijking van de operationele doelstellingen zijn in de volgende tabel opgenomen. Deze tabel budgettaire gevolgen is voor jaren 2010 en 2011 ingedeeld conform de oude definities van apparaat- en programma-uitgaven. Vanaf 2012 zijn de nieuwe definities gehanteerd.

Bedragen x € 1 000

2010

2011

2012

2013

2014

2015

2016

Verplichtingen

599 001

572 860

567 232

561 819

536 546

532 913

548 020

Uitgaven

             

Programma-uitgaven

             

waarvan juridisch verplicht per 31-12-2011

   

20 832

19 760

18 109

18 595

15 028

Commando ZSK Nederland,

521 057

491 488

41 185

42 625

39 512

40 637

40 636

waarvan Operationele eenheden

403 584

390 597

         

waarvan Opleidingen

117 473

100 891

         

Commando ZSK Carib

45 129

46 921

1 883

1 974

1 979

1 979

1 979

Kustwacht Nederland

24 690

28 115

19 998

20 034

18 953

18 983

18 984

Kustwacht voor het Koninkrijk der Nederlanden in het Caribisch gebied

2 796

2 871

3 101

3 501

3 494

3 502

3 502

Totaal programma-uitgaven

593 672

569 395

66 167

68 134

63 938

65 101

65 101

Apparaatsuitgaven

             

Staf Commando ZSK

14 783

17 143

12 848

11 853

8 759

8 408

8 408

Operationele eenheden

   

482 952

476 507

458 542

454 075

469 182

Bijdragen aan SSO's

5 394

5 204

5 265

5 325

5 307

5 329

5 329

Apparaatsuitgaven verdeeld naar categorie:

             
 

personele uitgaven

   

385 641

382 113

366 144

362 707

377 356

 

huisvesting

   

30 757

29 660

28 306

27 367

26 500

 

ICT

   

21 370

18 418

16 959

16 747

16 747

 

overige exploitatie

   

63 297

63 494

61 199

60 991

62 316

Totaal apparaatsuitgaven

20 177

22 347

501 065

493 685

472 608

467 812

482 919

Totaal uitgaven

613 849

591 742

567 232

561 819

536 546

532 913

548 020

Totaal ontvangsten

11 791

13 564

13 564

13 564

13 564

13 564

13 564

Budgetflexibiliteit

Binnen de programma-uitgaven is per 1 januari 2012 voor 31 procent contractuele verplichtingen aangegaan. Het overige deel is in beginsel verbonden aan het vastgestelde activiteitenniveau teneinde te komen tot de realisatie van de operationele doelstellingen.

Verdeling operationele doelstellingen

In de onderstaande tabel zijn de voor de operationele eenheden geraamde uitgaven verdeeld naar de operationele doelstellingen. Deze uitgaven bestaan uit de totale programma-uitgaven van CZSK plus de apparaatsuitgaven voor de operationele eenheden (inclusief de opleidingskosten).

bedragen x € 1 miljoen

2012

2013

2014

2015

2016

operationele doelstelling 1

91,1

90,4

86,7

86,2

88,7

operationele doelstelling 2

218,2

216,4

207,6

206,3

212,3

operationele doelstelling 3

239,8

237,8

228,2

226,7

233,3

Totaal

549,1

544,6

522,5

519,2

534,3

Operationele doelstellingen

Operationele doelstelling 1:

Beschikken over expeditionaire eenheden voor geplande internationale en nationale inzet.

Operationeel gerede eenheden worden ingezet voor internationale en nationale operaties teneinde bij te dragen aan de uitvoering van de drie hoofdtaken van Defensie.

Operationele doelstelling 2:

Beschikken over (specifiek) operationeel gerede expeditionaire eenheden.

Om met eenheden onmiddellijk te kunnen bijdragen aan de drie hoofdtaken van Defensie is een gedeelte van de eenheden operationeel gereed. Deze eenheden zijn personeelsgereed, materieelgereed en geoefend voor de organieke taak of een deel daarvan.

Operationele doelstelling 3:

Beschikken over voortzettingsvermogen voor gereedstelling eenheden.

Om gedurende een langere periode blijvend een aantal eenheden operationeel gereed te hebben, is een groter aantal eenheden nodig. Daarmee kunnen eenheden herstellen van inzet, (groot) onderhoud uitvoeren, reorganisaties doorvoeren, vertrouwd raken met nieuw materieel, hun personeel opleidingen laten volgen en (opnieuw) gereedstellen voor de organieke taak of een specifiek deel daarvan. Eenheden die zijn aangemerkt als onderdeel van het «voortzettingsvermogen» kunnen worden ingezet voor opdrachten die een minder hoog trainingsniveau vereisen, zoals in het kader van de civiel-militaire samenwerking. Tevens kunnen deze eenheden kleinschalige, specialistische opdrachten uitvoeren.

Specifiek en organiek gereedstellen van eenheden

De organieke taak is het geheel van taken waarvoor een organieke eenheid standaard is ingericht. In beginsel worden eenheden gereedgesteld voor de uitvoering van alle elementen van de organieke taak; er is dan sprake van organieke operationele gereedheid. Wanneer echter al bekend is waarvoor een eenheid zal worden ingezet, is het niet doelmatig de eenheid gereed te stellen voor de gehele organieke taak. Het is dan zinvol de eenheid specifiek gereed te stellen voor het deel van de organieke taak dat nodig is voor de missie; er is dan sprake van specifieke operationele gereedheid. Daarnaast kan het zijn dat eenheden specifiek operationeel worden gereedgesteld omdat een deel van de organieke taak tijdelijk niet uitgevoerd kan worden door schaarste aan personeel, materieel of een gebrek aan oefengelegenheid.

Doelstellingenmatrix

CZSK 2012

2012

Groep

Organieke eenheid

Geplande inzet (OD1)

Totaal aantal eenheden

Operationeel gerede eenheden (OD 1 of OD2)

Voortzettingsvermogen (OD3)

specifiek

organiek

Staf

NLMARFOR

0,5

1

 

1

 

Vlooteenheden

Fregatten

LC-fregat

1

4

1,41

1

1,6

   

M-fregat

0,5

2

0,81, 2

0

1,2

 

Patrouilleschepen

 

0

     
 

Bevoorradingsschepen

0,3

1

0,32

0

0,7

 

Landing Platform Docks

0,3

2

0,9 2

0

1,1

 

Onderzeeboten

0,7

4

 

2

2

 

Ondersteuningsvaartuig OZD

 

1

 

1

 
 

Mijnenbestrijdingsvaartuigen

1

6

33

1

2

 

Hydrografische opnemingsvaartuigen

1

2

 

1,2

0,8

 

Ondersteuningsvaartuig CARIB

 

1

 

0,8

0,2

Mariniers-eenheden

Mariniersbataljons

0,2

2

14

 

1

 

Ondersteunende mariniersbataljons

 

2

15

 

1

 

Unit Interventie Mariniers

1

1

 

1

 
 

Marinierscompagnie CARIB

 

1

0,56

0,5

 
 

Bootpeloton Caribisch Gebied

 

1

17

   

Overige eenheden

Defensie Duikgroep

 

1

 

1

 
X Noot
1

Bemand en toegerust voor maritieme interdictieoperaties en antipiraterij

X Noot
2

Bemand en toegerust voor inzet als stationsschip in het Caribisch gebied (CARIB)

X Noot
3

Bemand en toegerust voor Schip van de wacht en kustwachttaken waaronder explosievenruiming (RDS)

X Noot
4

Antitank-en mortierpeloton van het mariniersbataljon zijn specifiek operationeel gereed wegens vermindering van gebruik van duurdere munitiesoorten.

X Noot
5

Ondersteuning voor één mariniersbataljon, bestaande uit elementen afkomstig uit beide ondersteunende bataljons. De 120 mm mortieren van het GEVSTBAT zijn specifiek gereed vanwege de geplande overgang naar het CLAS en munitietekorten.

X Noot
6

Eenheid beschikt in eerste helft 2012 beperkt over nachtzichtapparatuur en QCB .50.

X Noot
7

In 2012 heeft de overgang plaats naar FRISC. Eenheid beschikt de eerste helft van 2012 beperkt over nachtzichtapparatuur.

Gereed voor internationale inzet

NLMARFOR. Gedurende 2012 wordt het commando over de Standing NATO Maritime Group 1 (SNMG1) geleverd (1-ster commando en een deel van de staf). Deze maritieme taakgroep is een permanent element van het maritieme deel van de Immediate Response Force (IRF) van de NATO Response Force (NRF) en wordt de helft van de tijd ingezet in de antipiraterij-operatie van de Navo (Ocean Shield).

Fregatten. Op roulatiebasis worden in 2012 LC-fregatten ingezet als vlaggenschip van de SNMG 1. Verder wordt een M-fregat ingezet in de periode april tot en met mei 2012 in het kader van de anti-piraterijoperatie Atalanta.

Marinierseenheden. In de periode vanaf mei tot en met november 2012 ondersteunt een deel van het eerste mariniersbataljon de politietrainingsmissie in Kunduz.

Onderzeeboten

Het uitgangspunt is dat gedurende 2012 tweemaal een onderzeeboot wordt ingezet voor een gerubriceerde opdracht.

Defensie Duikgroep

In 2012 wordt een maritiem explosievenopruimingspeloton beschikbaar gesteld voor de IRF van de NRF.

Gereed voor nationale inzet

Stationsschip Caribisch gebied. Een grote bovenwatereenheid (fregat, bevoorrader of Landing Platform Dock, LPD) met boordhelikopter van het Defensie Helikopter Commando wordt op roulatiebasis ingezet als stationsschip in het Caribisch gebied ten behoeve van het Commando der Zeemacht in het Caribisch Gebied (CZMCARIB) en de Kustwacht Caribisch gebied. De huidige planning voor 2012 gaat uit van achtereenvolgens het bevoorradingsschip, een LPD en een M-fregat.

Mijnenbestrijdingsvaartuigen en ondersteuningsvaartuig Hr.Ms. Mercuur. De Kustwacht Nederland heeft de beschikking over 120 vaardagen met een kleine bovenwatereenheid ten behoeve van controle- en handhavingstaken evenals explosievenruiming.

Hydrografische opnemingsvaartuigen en mijnenbestrijdingsvaartuigen. Vanwege een noodzakelijke modificatie aan de voortstuwingsinstallatie zijn de hydrografische opnemingsvaartuigen in 2012 maximaal 150 dagen beschikbaar voor opnamewerkzaamheden ten behoeve van het actualiseren van hydrografische publicaties.

Unit Interventie Mariniers (UIM).

De UIM is paraat voor terreurbestrijding.

Grote bovenwatereenheden. Een bovenwatereenheid is in het kader van ICMS als schip van de wacht binnen maximaal 48 uur beschikbaar voor de onderschepping van vaartuigen en het boarden van zeeschepen.

Mijnenbestrijdingsvaartuigen. Een mijnenbestrijdingsvaartuig is in het kader van ICMS als schip van de wacht binnen maximaal 48 uur beschikbaar voor het opsporen en ruimen van zeemijnen.

Ondersteuningsvaartuig Caribisch gebied. Het ondersteuningsvaartuig Hr.Ms. Pelikaan is gereed voor inzet ten behoeve van humanitaire hulpverlening tijdens het orkaanseizoen in het Caribisch gebied.

Marinierscompagnie op Aruba. De op Aruba gestationeerde marinierscompagnie is beschikbaar voor het beteugelen van oproer en hulpverlening bij calamiteiten.

Defensie Duikgroep (DDG). De duikunit is beschikbaar voor duikassistentie, duikmedische assistentie en havenbewaking in het kader van ICMS. Voor zoekdieptes tot vijftien meter is een team binnen één uur beschikbaar voor bijstand of inzet ten behoeve van de Kustwacht. Voor havenbescherming zijn binnen 48 uur twee eenheden beschikbaar, samengesteld uit de DDG en de Explosieven Opruimingsdienst (EOD).

2.2.3 Commando landstrijdkrachten - beleidsartikel 22

Algemene doelstelling

Het Commando landstrijdkrachten (CLAS) levert (specifiek) operationeel gerede grondgebonden expeditionaire capaciteit voor nationale en internationale operaties.

Omschrijving van de samenhang in het beleid

Om grondgebonden capaciteit te leveren dient het CLAS eenheden operationeel gereed te stellen en te houden. De opleiding en training voor grondgebonden operaties op alle geweldsniveaus is de grondslag voor een effectieve inzet, zowel expeditionair als nationaal. Het gereedstellingsproces binnen het CLAS richt zich daarom op de gereedstelling van eenheden voor operaties in het gehele geweldsspectrum.

Operaties op het land kunnen een sterk wisselend dreigingniveau hebben. Soms moet een opponent op hoog geweldsniveau worden bestreden, dan weer worden vooral beveiligingstaken uitgevoerd, wordt assistentie verleend aan lokale autoriteiten of moet humanitaire hulp worden verleend. Het vermogen tot snelle ontplooiing over grote afstanden, de beschikbaarheid van snel inzetbare middelen en een toereikende logistieke ondersteuning zijn daarbij essentieel. Het gereedstellingsproces is modulair. Eenheden kunnen desgewenst speciaal worden voorbereid en gereedgesteld voor een specifieke taak. Een deel van de eenheden van het CLAS van bataljons- en brigadegrootte wordt planmatig operationeel gereedgesteld op het hoogste trainingsniveau en is daarbij inzetbaar voor de meest complexe opdrachten en operaties op hun niveau. Niet-operationeel gerede eenheden (het voortzettingsvermogen) zijn voortdurend voor een veelheid aan taken inzetbaar. Voor inzet in het hoogste deel van het geweldsspectrum is enige reactietijd nodig.

Verantwoordelijkheid

De minister is verantwoordelijk voor de vaststelling van de mate van gereedheid, de omvang en de samenstelling van het CLAS.

Externe factoren

Voor een uitgebreide toelichting op de externe factoren zie beleidsartikel 21 CZSK.

Budgettaire gevolgen van het beleid

De financiële middelen die het CLAS ter beschikking staan voor de verwezenlijking van de operationele doelstellingen zijn in de volgende tabel opgenomen. Deze tabel budgettaire gevolgen is voor jaren 2010 en 2011 ingedeeld conform de oude definities van apparaat- en programma-uitgaven. Vanaf 2012 zijn de nieuwe definities gehanteerd.

Bedragen x € 1 000

2010

2011

2012

2013

2014

2015

2016

Verplichtingen

1 384 682

1 299 227

1 218 614

1 139 137

1 057 637

1 022 352

1 019 930

Uitgaven

             

Programma-uitgaven

             

waarvan juridisch verplicht per 31-12-2011

   

30 363

28 393

27 365

28 578

21 774

Operationeel Commando LAS,

1 098 768

1 065 286

97 855

88 002

82 126

85 015

85 017

waarvan Operationele eenheden

817 619

820 885

         

waarvan Opleidingen

281 149

244 401

         

Totaal programma-uitgaven

1 098 768

1 065 286

97 855

88 002

82 126

85 015

85 017

Apparaatsuitgaven

             

Staf Commando LAS

265 794

215 759

19 466

18 048

13 544

13 346

13 504

Operationele eenheden

   

1 082 972

1 014 555

943 499

905 448

902 866

Bijdragen aan SSO's

20 120

18 182

18 321

18 532

18 468

18 543

18 543

Apparaatsuitgaven verdeeld naar categorie:

             
 

personele uitgaven

   

875 582

836 916

793 283

776 971

757 703

 

huisvesting

   

80 949

71 627

66 805

63 279

59 805

 

ICT

   

47 370

36 004

33 697

33 323

33 312

 

overige exploitatie

   

116 858

106 588

81 726

63 763

84 093

Totaal apparaatsuitgaven

285 914

233 941

1 120 759

1 051 135

975 511

937 337

934 913

Totaal uitgaven

1 384 682

1 299 227

1 218 614

1 139 137

1 057 637

1 022 352

1 019 930

Totaal ontvangsten

21 017

15 823

15 823

15 823

15 823

15 823

15 823

Budgetflexibiliteit

Binnen de programma-uitgaven is per 1 januari 2012 voor 31 procent contractuele verplichtingen aangegaan. Het overige deel is in beginsel verbonden aan het vastgestelde activiteitenniveau teneinde te komen tot de realisatie van de operationele doelstellingen.

Verdeling operationele doelstellingen

In onderstaande tabel zijn de voor de operationele eenheden geraamde uitgaven verdeeld naar de operationele doelstellingen. Deze uitgaven bestaan uit de totale programma-uitgaven van CLAS plus de apparaatsuitgaven voor de operationele eenheden (inclusief de opleidingskosten).

bedragen x € 1 miljoen

2012

2013

2014

2015

2016

operationele doelstelling 1

35,5

33,2

30,9

29,8

29,7

operationele doelstelling 2

344,6

321,8

299,3

289,1

288,3

operationele doelstelling 3

800,7

747,6

695,4

671,6

669,9

Totaal

1 180,8

1 102,6

1 025,6

990,5

987,9

Operationele doelstellingen

Zie beleidsartikel 21 CZSK voor een uitgebreide toelichting op de drie operationele doelstellingen.

Operationele doelstelling 1:

Beschikken over expeditionaire eenheden voor geplande internationale en nationale inzet.

Operationele doelstelling 2:

Beschikken over (specifiek) operationeel gerede expeditionaire eenheden.

Operationele doelstelling 3:

Beschikken over voortzettingsvermogen voor gereedstelling eenheden.

Specifiek en organiek gereedstellen van eenheden

Zie de toelichting bij deze paragraaf in beleidsartikel 21 CZSK voor een uitgebreide uitleg van de specifieke en organieke gereedstelling van eenheden.

Doelstellingenmatrix CLAS 2012

 

2012

Groep

Organieke eenheid

Geplande inzet (OD1) 1

Totaal

aantal

eenheden

Totaal aantal operationeel gerede (OG) eenheden (OD1+ OD2)

Voortzettingsvermogen OD3

Specifiek OG

Organiek OG

HRF(L)HQ

NL deel HRF HQ

 

3

 

3

 

Korps Commando troepen

Commandotroepencompagnie

 

4

 

2

2

Luchtmobiele Brigade

Brigadehoofdkwartier + Stafcompagnie

 

1

1 2

   
 

Infanteriebataljon Luchtmobiel

0,1

3

 

1

2

 

Gevechtssteun eenheden

0,1

1

 

0,5

0,5

 

Logistieke eenheden

0,2

3

 

0,6

2,4

 

NATRES Bataljons

 

2

2 4

   

Gemechaniseerde Brigades (13, 43 Mechbrig) 5

Brigadehoofdkwartier + Stafcompagnie

0,1

2

 

1

1

Pantserinfanteriebataljon

0,1

4

 

0,5

3,5

 

Brigade verkenningseskadron

 

2

 

0,8

1,2

 

Afdeling veldartillerie

 

1

 

0,1

0,9

 

Pantsergeniebataljon

0,1

2

 

0,5

1,5

 

Logistieke eenheden

 

4

 

0,8

3,2

 

NATRES Bataljons

 

3

34

   

Operationeel Ondersteunings Commando Land (OOCL)

Staf OOCL + Stafcompagnie

 

1

 

1

 

Geniebataljon

 

1

 

0,4

0,6

JISTARC modules

0,3

5

 

2

3

CIS-bataljon

 

3

 

1

2

(3 compagnieën)

         
 

CIMIC bataljon (6 CIMIC Support Elements)

 

6

 

2

4

 

Bevoorradings- en Transportbataljon

 

2

 

1

1

 

Geneeskundig bataljon

 

5

 

2,5

2,5

 

(5 MTF)

         
 

Herstelcompagnie

 

3

 

0,2

2,8

Commando Grondgebonden Luchtverdediging (DGLC) 6

Commando Element

 

0,8 7

   

0,8

Patriot

 

3

 

3

 

AMRAAM

 

2

 

1,8

0,2

Stinger

 

3

 

2,1

0,9

EOD

Ploegen

63

48

 

12

36

X Noot
1

Betreft inzet GPM.

X Noot
2

Beperkte organieke commandovoeringsondersteuning voor optreden in het mobiele domein.

X Noot
3

Betreft inzet ICMS en GPM.

X Noot
4

Kent beperkingen bij optreden bij duisternis.

X Noot
5

Vanaf december 2012 zal de 101e CBRN-verdedigingscompagnie naast expeditionaire taken ook belast worden met ICMS. Wanneer de eenheid expeditionair ingezet wordt, kan de ICMS-capaciteit niet geleverd worden.

X Noot
6

Vanaf 1 januari 2012 zal het DGLC onder het Single Service Management (SSM) van het CLAS geplaatst worden. Daarnaast zal het DGLC in 2012 starten met een opwerkprogramma voor de Air Missile Defence Task Force (AMDTF).

X Noot
7

Commando element wordt opgericht vanaf 2e kwartaal 2012.

Gereed voor internationale inzet

Ten behoeve van de Geïntegreerde Politie Missie in Afghanistan levert het CLAS in 2012:

  • Een staf (0,1 eenheid);

  • Een pantserinfanteriecompagnie, dit betekent een bijdrage van 0,2 eenheid over 2012;

  • Een logistieke bijdrage, dit betekent een bijdrage van 0,2 eenheid in 2012;

  • Een geniebijdrage, dit betekent een bijdrage van 0,2 eenheid in 2012;

  • Een EOD-bijdrage van twee ploegen, dit betekent een bijdrage van 2 eenheden in 2012;

  • Een bijdrage aan het Joint Intelligence Surveillance Target Acquisition and Reconnaissance Commando (JISTARC), dit betekent een bijdrage van 0,3 eenheid in 2012;

  • Inzet van individuele militairen voor de vulling van bijvoorbeeld staven en het National Support Element (NSE).

Bij een nieuwe missie zal per geval worden bezien welke CLAS-eenheden hiervoor in aanmerking komen. Gezien de overgangsfase waarin het CLAS zich bevindt, is in 2012 de inzet van voldoende eenheden voor een tweede langdurige stabilisatieoperatie voor het CLAS niet zonder meer haalbaar.

Gereed voor nationale inzet

Explosievenopruimingsdienst. De EOD heeft voortdurend ploegen op afroep beschikbaar voor civiele werkzaamheden in opdracht van de ministeries van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en Veiligheid en Justitie of lokale civiele autoriteiten. Het betreft verkennende zoekacties en de opsporing en ruiming van conventionele of geïmproviseerde explosieven. Voorts doet de EOD preventief onderzoek op locaties. Ten behoeve van deze taken worden vier ploegen ingezet. In het kader van ICMS moeten vier van deze ploegen binnen een bepaalde termijn op verschillende locaties ter plaatse kunnen zijn.

Bewaken en beveiligen. Voor de bewaking en beveiliging van objecten, gebieden, routes en grenzen worden in het kader van de civiel-militaire samenwerking mobiele radarsystemen en kleine onbemande vliegtuigen ingezet. Indien nodig is hiervoor binnen 48 uur een eenheid ter grootte van een bataljon beschikbaar.

Compagnie in de West. Het CLAS levert op rotatiebasis permanent een compagnie aan het CZMCARIB voor het beteugelen van oproer, het leveren van bijstand en territoriale verdediging.

ICMS. Het CLAS garandeert naast de reeds genoemde nationale inzet voortdurend de beschikbaarheid van personeel en middelen in het kader van de gemaakte afspraken over de civiel-militaire samenwerking. Vanaf 1 december 2012 garandeert het CLAS een permanente (deels geïmproviseerde) inzet in het kader van ICMS met een CBRN-responsteam dat binnen twee uur beschikbaar is en een team met ontsmettingscapaciteit dat binnen zes uur beschikbaar is.

Rampenbestrijding en algemene militaire bijstand. Voor de bestrijding van rampen, het verlenen van noodhulp en voor de algemene militaire bijstand aan civiele instanties zijn beschikbaar:

  • Een stafdetachement voor de ondersteuning van het Landelijk Operationeel Coördinatiecentrum te Driebergen binnen 48 uur;

  • Een detachement van drieduizend militairen voor de uitvoering van rampenbestrijding, bewaking en beveiliging en algemene ondersteunende taken – samengesteld uit militaire eenheden van alle operationele commando’s – binnen 48 uur;

  • Transportcapaciteit (rups en wiel) voor de verplaatsing van personen en materiaal uit moeilijk toegankelijke gebieden binnen 48 uur;

  • Een constructie-eenheid inclusief technische adviescapaciteit voor het maken van noodconstructies en noodvoorzieningen binnen 48 uur;

  • Een vouwbrugeenheid voor noodbruggen en noodvlotten binnen 48 uur;

  • Voorzieningen ter ondersteuning van bestuurlijke of operationele centra in geval van uitval van bestaande verbindingsmiddelen binnen 24 uur;

  • Mobiele grondradarsystemen voor bewaking van objecten en gebieden binnen 48 uur;

  • Kleine onbemande vliegtuigen ter bewaking en beveiliging van objecten en gebieden binnen 48 uur;

  • Geneeskundige hulpposten voor triage en eerstelijnshulp binnen 48 uur;

  • Een noodhospitaal voor tweedelijns verzorging binnen 48 uur;

  • Een ziekenautopeloton als aanvulling op de civiele capaciteit binnen 48 uur;

  • CBRN 19-respons, detectie- en ontsmettingscapaciteit binnen twee tot zes uur.

2.2.4 Commando luchtstrijdkrachten – beleidsartikel 23

Algemene doelstelling

Het Commando luchtstrijdkrachten (CLSK) levert lucht- en grondgebonden capaciteit voor nationale en internationale operaties.

Omschrijving van de samenhang in het beleid

Voor de lucht- en grondgebonden operationele capaciteit van de krijgsmacht moet het CLSK eenheden gereed stellen en houden. Luchtstrijdkrachten zijn inzetbaar voor zowel expeditionaire taken als voor nationale taken, zoals de bescherming van het nationale luchtruim en brandbestrijding.

Vanwege de veranderingen in de veiligheidssituatie in de afgelopen decennia is het CLSK zich steeds meer gaan toeleggen op de uitvoering van luchtoperaties op grote afstand. Deze operaties kunnen gedurende langere tijd worden volgehouden. De luchtstrijdkrachten kunnen worden ingezet ter afschrikking van geweldsgebruik, ter ontzegging van het gebruik van het luchtruim of ter afdwinging van embargo’s. Ook zorgen luchtstrijdkrachten voor veiligheid in de lucht en ondersteunen en beïnvloeden zij operaties op het land en op zee, overal ter wereld. Het optreden van het CLSK verschaft eigen eenheden en coalitiegenoten vrijheid van handelen. De helikopters bieden ondersteuning door onder meer tactisch transport, verkenningen en vuursteun, maar ook door reddingswerkzaamheden (search and rescue) en medische evacuatie. De luchttransporteenheden bieden ondersteuning bij strategische verplaatsingen van zowel personen als materieel.

Het CLSK is in staat om operaties uit te voeren in zowel het lagere als het hoge deel van het geweldsspectrum en daar waar nodig snel te (de)escaleren.

Verantwoordelijkheid

De minister is verantwoordelijk voor de vaststelling van de omvang, de samenstelling en de vereiste mate van gereedheid van het CLSK.

Externe factoren

Voor een uitgebreide toelichting op de externe factoren zie beleidsartikel 21 CZSK.

Budgettaire gevolgen van het beleid

De financiële middelen die het CLSK ter beschikking staan voor de verwezenlijking van de operationele doelstellingen staan in de volgende tabel. Deze tabel budgettaire gevolgen is voor jaren 2010 en 2011 ingedeeld conform de oude definities van apparaat- en programma-uitgaven. Vanaf 2012 zijn de nieuwe definities gehanteerd.

Bedragen x € 1 000

2010

2011

2012

2013

2014

2015

2016

Verplichtingen

754 488

682 108

654 176

626 490

595 978

594 713

610 125

Uitgaven

             

Programma-uitgaven

             

waarvan juridisch verplicht per 31-12-2011

   

21 796

18 249

18 245

18 964

14 458

Commando LSK,

611 520

597 436

50 726

51 369

52 292

52 494

53 148

waarvan Operationele eenheden

554 376

531 525

         

waarvan Opleidingen

57 144

65 911

         

Totaal programma-uitgaven

611 520

597 436

50 726

51 369

52 292

52 494

53 148

Apparaatsuitgaven

             

Staf Commando LSK

100 861

96 205

25 105

24 178

21 349

21 100

21 101

Operationele eenheden

   

571 018

543 538

514 955

513 710

528 467

Bijdragen aan SSO's

8 707

8 467

7 327

7 405

7 382

7 409

7 409

Apparaatsuitgaven verdeeld naar categorie:

           
 

personele uitgaven

   

384 986

363 704

342 853

350 724

363 671

 

huisvesting

   

54 656

51 508

56 959

46 876

44 678

 

ICT

   

18 994

15 381

15 039

15 438

15 438

 

overige exploitatie

   

144 814

144 528

128 835

129 181

133 190

Totaal apparaatsuitgaven

109 568

104 672

603 450

575 121

543 686

542 219

556 977

Totaal uitgaven

721 088

702 108

654 176

626 490

595 978

594 713

610 125

Totaal ontvangsten

15 986

9 181

9 181

9 181

9 181

9 181

9 181

Budgetflexibiliteit

Binnen de programma-uitgaven is per 1 januari 2012 voor 43 procent contractuele verplichtingen aangegaan. Het overige deel is in beginsel verbonden aan het vastgestelde activiteitenniveau ten einde te komen tot de realisatie van de operationele doelstellingen.

Verdeling operationele doelstellingen

In de onderstaande tabel zijn de voor de operationele eenheden geraamde uitgaven verdeeld naar de operationele doelstellingen. Deze uitgaven bestaan uit de totale programma-uitgaven van CLSK plus de apparaatsuitgaven voor de operationele eenheden, inclusief de opleidingskosten.

bedragen x € 1 miljoen

2012

2013

2014

2015

2016

operationele doelstelling 1

115,2

110,3

105,1

105,0

107,8

operationele doelstelling 2

216,2

206,8

197,1

196,8

202,1

operationele doelstelling 3

290,4

277,9

264,9

264,5

271,7

Totaal

621,7

594,9

567,2

566,2

581,6

Operationele doelstellingen

Zie beleidsartikel 21 CZSK voor een uitbreide toelichting op de drie operationele doelstellingen.

Operationele doelstelling 1:

Beschikken over expeditionaire eenheden voor geplande internationale en nationale inzet.

Operationele doelstelling 2:

Beschikken over (specifiek) operationeel gerede expeditionaire eenheden.

Operationele doelstelling 3:

Beschikken over voortzettingsvermogen voor gereedstelling eenheden.

Specifiek en organiek gereed stellen van eenheden

Zie de toelichting bij deze paragraaf in beleidsartikel 21 CZSK voor een uitgebreide uitleg van de specifieke en organieke gereedstelling van eenheden.

Doelstellingenmatrix

CLSK 2012–2016

 

2012

       

Groep

Organieke eenheid

Geplande inzet (OD1)

Totaal aantal eenheden

Operationeel gerede eenheden (OD1 + OD2)

Voortzettingsvermogen (OD3)

Specifiek

Organiek

Jachtvliegtuigen

F-16

6

57

 

21

36

Helikopters (Defensie Helikopter Commando)

AH-64D Apache

 

21

 

7

14

CH-47 Chinook

 

14

 

4

10

AS-532 Cougar

2

8

 

4

4

 

SH-14D Lynx

2 → 0

5 → 0

 

2 → 0

3 → 0

 

AB-412SP (SAR)

1

3

 

2

1

 

NH-90 NFH

0 → 2

7 → 12

4 → 0

0 → 5

3 → 7

 

NH-90 TNFH

 

0

     

Luchttransport

(K)DC-10

 

3

 

1,5

1,5

 

C-130H Hercules

 

4

 

2

2

Force Protection

OGRV eenheden

 

3

 

2

1

 

Command en Control

 

2

 

1

1

Air C4 ISR

AOCS

1

1

 

1

 
 

NDMC

1

1

 

1

 

Kustwacht Nederland

Dornier DO-228

1

2

 

1

1

Gereed voor internationale inzet

Jachtvliegtuigen. In de eerste helft van 2012 is de inzet voorzien van acht F-16’s voor de NATO Response Force (NRF)-18. In de tweede helft van 2012 is de inzet voorzien van eenzelfde aantal F-16’s voor de NRF-19. De F-16’s die voor de NRF kunnen worden ingezet, zijn daarnaast beschikbaar voor training.

Force protection. De «ObjectGrondverdediging» (OGRV)-pelotons worden operationeel gereedgesteld teneinde in voorkomend geval ondersteuning te kunnen leveren bij de inzet van jachtvliegtuigen of helikopters. Hierbij zijn twee Command en Control-elementen beschikbaar.

Maritieme helikopters. Gedurende het eerste half jaar zal een Lynx-helikopter worden ingezet aan boord van het stationsschip in het Caribisch gebied en zal een Lynx-helikopter worden ingezet ten behoeve van de Standing NATO Maritime Group (SNMG). Vanaf het derde kwartaal zal geen Lynx-helikopter meer beschikbaar zijn voor boordtaken in verband met de uitfasering van het toestel. Vanaf 1 januari 2013 zal de eerste NH-90 beschikbaar zijn voor deze taak.

Gereed voor nationale inzet

Jachtvliegtuigen. Permanent worden twee F-16’s ingezet ter bewaking van het Nederlandse luchtruim in het kader van de Quick Reaction Alert (QRA).

Helikopters. Een AB-412 helikopter verzorgt militaire search and rescue (SAR)-taken en patiëntenvervoer in het geval van medische noodgevallen vanaf de Waddeneilanden. Een NFH/Lynxhelikopter wordt permanent ingezet voor SAR-taken (Kustwacht Nederland) en patiëntenvervoer bij medische noodgevallen. In de periode tussen de uitfasering van de Lynx-helikopter en de invoering van de NFH-helikopter zullen de SAR-taken en het patiëntenvervoer overgenomen worden door de Cougarhelikopter.

AOCS Nieuw Milligen. Het Air Operations Control Station (AOCS) Nieuw Milligen wordt in combinatie met de F-16»s van de QRA permanent ingezet voor de beveiliging van het nationale luchtruim. Tevens dient het AOCS Nieuw Milligen als reservefaciliteit voor de radar op Schiphol.

NDMC. De Nationale Datalink Management Cel (NDMC) coördineert, controleert en monitort de inzet van Link-16 binnen Nederland. Link-16 is een datanetwerk waarmee vliegtuigen met elkaar in verbinding staan.

Kustwachtvliegtuigen. Permanent wordt minimaal een Dornier 228 ingezet voor de uitvoering van kustwachttaken ten behoeve van Kustwacht Nederland.

Vliegtuigen en gevechtshelikopters. Dit betreft de ondersteuning van de civiele autoriteiten met F-16’s en Apachehelikopters met inzet van specifieke sensoren op verzoek van het ministerie van Veiligheid en Justitie.

Transporthelikopters. Dit betreft de ondersteuning met helikopters voor calamiteitenbestrijding, brandbestrijding en militaire bijstand.

Luchttransport. Dit betreft de ondersteuning met luchttransport in het kader van ontwikkelingssamenwerking en de vreemdelingendienst. Tevens gaat het om ondersteuning bij het vervoer van leden van het Koninklijk Huis en het kabinet.

ICMS. Ter ondersteuning bij bewaking en beveiliging, rampenbestrijding en algemene steunverlening kan personeel van alle eenheden van het CLSK worden ingezet. Ook levert het CLSK voertuigen en een bijdrage aan eerstelijns medische zorg. Voor de tijdelijke opvang van grote aantallen personen bij rampen zijn conform de provinciale aanpak de vliegbases Leeuwarden en Woensdrecht beschikbaar.

2.2.5. Commando Koninklijke marechaussee – beleidsartikel 24

Algemene doelstelling

Het Commando Koninklijke marechaussee (CKmar) is een politieorganisatie met een militaire status die wereldwijd inzetbaar is voor vrede en veiligheid.

Omschrijving van de samenhang in het beleid

Het CKmar heeft een veelzijdig takenpakket in het Koninkrijk der Nederlanden en in het buitenland. De Koninklijke marechaussee houdt zich onder gezagsverantwoordelijkheid van meerdere ministers bezig met beveiliging, handhaving van de vreemdelingenwetgeving waaronder grenstoezicht en het tegengan van mensensmokkel politietaken ten behoeve van Defensie en op burgerluchtvaartterreinen, samenwerking met en bijstand aan de politie en de uitvoering van politietaken in het kader van internationale vredesoperaties. Naast het reguliere takenpakket fungeert het CKmar als strategische reserve voor de Nederlandse overheid. Het CKmar speelt snel en flexibel in op wijzigende omstandigheden door accenten te leggen binnen taakvelden of tussen taakvelden, waar nodig na toestemming van de betreffende gezagsdragers. Hiermee levert het CKmar direct en indirect een bijdrage aan de veiligheid in binnen- en buitenland.

Verantwoordelijkheid

De minister van Defensie is als beheersverantwoordelijke voor het CKmar verantwoordelijk voor de vaststelling van de mate van gereedheid, de omvang en de samenstelling van het CKmar. Het gezag over de marechaussee berust naast de minister van Defensie bij de minister van Veiligheid en Justitie en de minister voor Immigratie en Asiel. De gezagsdragers kunnen normen stellen waaraan het CKmar dient te voldoen. Deze kunnen liggen op het terrein van de personele gereedheid, maar ook uitrusting, infrastructuur en ICT-systemen. De uitvoering is opgedragen aan de commandant van de Koninklijke marechaussee.

Externe factoren

Voor een uitgebreide toelichting op de externe factoren zie het beleidsartikel 21 CZSK.

Budgettaire gevolgen van het beleid

De financiële middelen die het CKmar ter beschikking staan voor de realisatie van de operationele doelstellingen zijn in de volgende tabel opgenomen. Deze tabel budgettaire gevolgen is voor jaren 2010 en 2011 ingedeeld conform de oude definities van apparaat- en programma-uitgaven. Vanaf 2012 zijn de nieuwe definities gehanteerd.

Bedragen x € 1 000

2010

2011

2012

2013

2014

2015

2016

Verplichtingen

381 059

401 053

372 144

356 476

351 597

348 424

345 733

Uitgaven

             

Programma-uitgaven

             

waarvan juridisch verplicht per 31-12-2011

   

2 013

1 906

1 867

1 822

1 388

Operationele taakvelden Commando Kmar,

369 403

370 848

6 385

6 443

6 455

6 350

6 348

waarvan Operationele eenheden

321 178

327 431

         

waarvan Opleidingen

48 225

43 417

         

Totaal programma-uitgaven

369 403

370 848

6 385

6 443

6 455

6 350

6 348

Apparaatsuitgaven

             

Staf Commando Kmar

30 427

27 300

11 949

11 622

9 293

9 197

9 238

Operationele eenheden

   

350 913

335 484

332 932

329 949

327 239

Bijdragen aan SSO's

3 584

2 905

2 897

2 927

2 917

2 928

2 928

Apparaatsuitgaven verdeeld naar categorie:

           
 

personele uitgaven

   

278 207

268 169

265 797

264 772

261 690

 

huisvesting

   

29 263

21 656

21 165

19 410

19 410

 

ICT

   

16 970

14 786

14 439

13 284

13 285

 

overige exploitatie

   

41 319

45 422

43 741

44 608

45 020

Totaal apparaatsuitgaven

34 011

30 205

365 759

350 033

345 142

342 074

339 405

Totaal uitgaven

403 414

401 053

372 144

356 476

351 597

348 424

345 753

Totaal ontvangsten

5 941

4 652

4 652

4 652

4 652

4 652

4 652

Budgetflexibiliteit

Binnen de programma-uitgaven is per 1 januari 2012 voor 32 procent contractuele verplichtingen aangegaan. Het overige deel is in beginsel verbonden aan het vastgestelde activiteitenniveau ten einde te komen tot de realisatie van de operationele doelstellingen.

Verdeling naar taakvelden

In onderstaande tabel zijn de geraamde uitgaven verdeeld naar de taakvelden. Deze uitgaven bestaan uit de totale programma-uitgaven van het CKmar plus de apparaatsuitgaven voor de operationele eenheden, inclusief de opleidingskosten.

Verdeling gelden naar taakvelden CKMar

bedragen x € 1 000

2012

2013

2014

2015

2016

– Programma Operationele Taakvelden

6 385

6 443

6 455

6 350

6 348

– Apparaat Operationele Eenheden

350 913

335 484

332 932

329 949

327 239

Totaal Operationeel CKMar

357 298

341 927

339 387

336 299

333 587

Waarvan:

         

– Beveiliging

89 324

85 482

84 847

84 074

83 397

– Vreemdelingenwetgeving

167 930

160 706

159 512

158 061

156 786

– Militaire politietaken

50 022

47 870

47 514

47 082

46 702

– Politietaken burgerluchtvaartterreinen

28 584

27 354

27 151

26 904

26 687

– Assistentie, samenwerking en bijstand

3 573

3 419

3 394

3 363

3 336

– Internationale crisis- en humanitaire operaties

17 865

17 096

16 969

16 815

16 679

Operationele doelstellingen

Operationele doelstelling 1

Handhaving veiligheidsniveau in overeenstemming met de geldende veiligheidsconcepten.

Motivering

Het CKmar draagt als uitvoeringsorganisatie bij aan de realisatie van deze beleidsdoelstelling van het bevoegd gezag. Van het CKmar wordt inzet gevraagd voor de:

  • Beveiliging van objecten en subjecten, de advisering en ondersteuning ten aanzien van de beveiliging van objecten, en optreden in geval van incidenten bij de beveiliging van objecten;

  • Beveiliging van personen en het optreden in geval van incidenten bij de beveiliging van personen;

  • Uitvoering van toezicht op de beveiliging van de burgerluchtvaart, waaronder luchtvracht, risicovluchten, het optreden in geval van incidenten en de uitvoering van de gewapende beveiliging;

  • Beveiliging van waardetransporten van De Nederlandsche Bank (DNB) en het optreden in geval van incidenten bij de beveiliging van deze transporten;

  • Beveiliging van ambassades op verzoek van het ministerie van Buitenlandse Zaken en het optreden in geval van incidenten bij de beveiliging van ambassades.

Instrumenten

De uitvoering van deze taken wordt verzorgd door de districten en de daaronder ressorterende brigades van het Ckmar.

Indicatoren

Streefwaarde 2012

Aantal illegale betredingen van het object waarbij niet tijdig is geïntervenieerd

0

Aantal teams voor persoonsbeveiliging ten behoeve van het ministerie van Buitenlandse Zaken

4

Het percentage uitvoering Toezichtprogramma Beveiliging burgerluchtvaart

100%

Het servicepercentage beveiligde waardetransporten

100%

Operationele doelstelling 2

Beheersing van de vreemdelingenstroom in overeenstemming met de geldende wet- en regelgeving.

Motivering

Het CKmar draagt als uitvoeringsorganisatie bij aan de realisatie van deze beleidsdoelstelling. Van het CKmar wordt inzet gevraagd voor de:

  • Uitvoering van het grenstoezicht, waaronder de uitvoering van persoonscontroles en de verstrekking van nooddocumenten;

  • Uitvoering van het mobiel toezicht veiligheid (MTV), waaronder het houden van controles;

  • Uitvoering van documentonderzoek op de aanmeldcentra;

  • Verwijdering van vreemdelingen;

  • Uitvoering van onderzoeken naar mensensmokkelincidenten en documentenfraude vanuit de taken op grond van de Vreemdelingenwet;

  • Uitvoering van projectmatige strafrechtelijke onderzoeken naar mensensmokkel voortkomend uit of samenhangend met de grensbewaking of het MTV.

Instrumenten

Deze taken worden uitgevoerd door de districten en de daaronder ressorterende brigades van het CKmar. Voor de segmenten pleziervaart en visserij in de grensbewaking geeft het CKmar invulling aan de doelstellingen door het risicogestuurd organiseren van landelijke controledagen. Op deze controledagen is er sprake van een honderd procent administratieve en fysieke controle. Daarnaast worden binnen deze segmenten aangemelde schepen die van buiten het Schengengebied komen administratief gecontroleerd.

Controle heeft plaats conform de bepalingen in de Schengengrenscode. Vanuit een ketenaanpak wordt in 2012 door Amsterdam Airport Schiphol (AAS), vervoerders, de douane, beveiliging en het CKmar gewerkt aan een gemeenschappelijke aanpak voor doorlooptijdmanagement van passagiers op de luchthaven Schiphol. Uitgangspunt van deze aanpak blijft om in gezamenlijk en periodiek overleg capaciteitsinzet van de betrokken partijen maximaal af te stemmen op het passagiersaanbod op vertrek-, aankomst- en transferfilters. Onder leiding van AAS wordt gewerkt aan een voor alle partijen toegankelijk en betrouwbaar planningssysteem.

Indicatoren

Streefwaarde 2012

Burgerluchtvaart:

 

– administratieve en fysieke controle op in- en uitreis

100%

   

Vrachtvaart – Cruiseschepen – Ferry’s

 

– administratieve controle van bemanning en passagiers

100%

– fysieke controle (opvolging controle adviezen ZUIS1)

75%

   

Pleziervaart – Visserij

 

– administratieve controle op aangemelde schepen (afkomstig van buiten Schengen)

100%

– landelijke controledagen pleziervaart (100% administratieve en fysieke controle)

3

– landelijke controledagen visserij (100% administratieve en fysieke controle)

2

X Noot
1

Het informatiesysteem ZUIS genereert op basis van informatie en analyse controlevoorstellen.

Operationele doelstelling 3

Handhaving van de openbare orde en strafrechtelijke rechtsorde bij de krijgsmacht en jegens militaire justitiabelen.

Motivering

Het CKmar draagt als uitvoeringsorganisatie bij aan de realisatie van deze beleidsdoelstelling van het bevoegd gezag. Van het CKmar wordt inzet gevraagd ten behoeve van:

  • De beschikbaarheid- en bereikbaarheidsfunctie ten behoeve van noodhulp en ten behoeve van de calamiteitenbestrijding op militaire terreinen;

  • De handhaving van de openbare orde en rechtsorde;

  • De uitvoering van strafrechtelijke onderzoeken.

Instrumenten

Deze taken worden uitgevoerd door de districten en de daaronder ressorterende brigades van het CKmar.

Indicatoren

Streefwaarde 2012

Beschikbaarheid/bereikbaarheid

Serviceniveau prioriteitsmeldingen:

 

– in minimaal 90% van de meldingen binnen dertig minuten ter plaatse

Aantal misdrijfdossiers

Op basis van criminaliteitsbeeldanalyses

   

Percentage processen-verbaal «lik op stuk»

50%

   

Percentage technisch sepot

< 5%

Operationele doelstelling 4

Handhaving van de openbare orde en strafrechtelijke rechtsorde op de aangewezen burgerluchtvaartterreinen.

Motivering

Het CKmar draagt als uitvoeringsorganisatie bij aan de realisatie van deze beleidsdoelstelling. Van het CKmar wordt inzet gevraagd ten behoeve van de:

  • Beschikbaarheid- en bereikbaarheidsfunctie ten behoeve van noodhulp en calamiteitenbestrijding op de aangewezen burgerluchtvaartterreinen;

  • Handhaving van de openbare orde en rechtsorde;

  • Uitvoering van strafrechtelijke onderzoeken.

Instrumenten

Deze taken worden uitgevoerd door de districten en de daaronder ressorterende brigades van het CKmar die belast zijn met de politietaken op Schiphol of de andere aangewezen burgerluchtvaartterreinen.

Indicatoren

Streefwaarde 2012

Beschikbaarheid/bereikbaarheid

Serviceniveau prioriteitsmeldingen:

   
 

– in minimaal 90% van de prio 1 meldingen in de terminal en het betreffende luchtvaartterrein binnen 5 minuten ter plaatse

   
 

– in 90% van de prio 2 meldingen binnen 10 minuten ter plaatse

   
 

– in 90% van de prio 3 meldingen binnen 15 minuten ter plaatse

Operationele doelstelling 5

Beschikbare operationeel gerede eenheden voor samenwerking, bijstand en assistentieverlening.

Motivering

Het CKmar draagt als uitvoeringsorganisatie bij aan de realisatie van deze beleidsdoelstelling en de drie hoofdtaken van Defensie. Van het CKmar wordt inzet gevraagd ten behoeve van het:

  • Operationeel gereedstellen en inzetten van Mobiele Eenheden (ME);

  • Operationeel gereedstellen en inzetten van Bijstandseenheden (BE);

  • Operationeel gereedstellen en inzetten van een Aanhoudingseenheid (AE).

Instrumenten

Deze eenheden zijn samengesteld uit personeel van de districten en de daaronder ressorterende brigades. Deze taken worden grotendeels als nevenfunctie uitgevoerd:

Indicatoren

Streefwaarde 2012

Aantal beschikbare eenheden

4 pelotons ME

3 pelotons BE

1 aanhoudingseenheid

Operationele doelstelling 6

Beschikbare operationele eenheden leveren voor internationale crisis- en humanitaire operaties.

Motivering

Het CKmar draagt bij aan de drie hoofdtaken van Defensie. Van het CKmar wordt inzet gevraagd ten behoeve van:

  • De militaire politietaken voor de Nederlandse krijgsmacht;

  • De internationale civiele politiemissies, waaronder die van de Europese Gendarmerie Eenheid (EGF);

  • Crowd and Riot Control (CRC).

Instrumenten

Deze taken worden uitgevoerd door de districten en de daaronder ressorterende brigades van het CKmar.

Doelstellingenmatrix CKmar

2012

2012

Groep

Organieke eenheid

Geplande inzet

(OD1)

Totaal aantal eenheden

Operationeel Gerede eenheden

(OD1 of OD2)

Voort-zettings-vermogen

(OD3)

specifiek

organiek

DLBE/BBM

VTE’n voor politietaken Defensie

ca. 10

50

 

25

25

Alle districten

VTE’n voor civiele politiemissies

ca. 116

256

 

128

128

BE/ME

Peloton voor CRC

 

1

1 1

   

DLBE/BSB

VTE’n voor Close Protection Teams

ca. 3

26

 

13

13

X Noot
1

Het CRC-peloton kan gedurende 2012 geen CRC onder pantser uitvoeren.

2.2.6 Defensie Materieel Organisatie – beleidsartikel 25

Algemene doelstelling

De Defensie Materieel Organisatie (DMO) zorgt voor modern, robuust en kwalitatief hoogwaardig en inzetbaar materieel.

Omschrijving van de samenhang in het beleid

Een van de beleidsprioriteiten van Defensie is de verbetering van de operationele inzetbaarheid. Een deel van de operationele inzetbaarheid wordt beïnvloed door de materiële gereedheid. De DMO levert een bijdrage aan de materiële gereedheid door de aanschaf van materieel, het leveren van materieellogistieke ondersteuning en de instandhouding van defensiematerieel. Daarnaast verzorgt de DMO de afstoting van overtollig defensiematerieel. Aan alle operationele gebruikers wordt modern en kwalitatief hoogwaardig materieel geleverd dat voldoet aan de operationele eisen, tijdig beschikbaar is en voldoende bescherming biedt voor het defensiepersoneel. Dit materieel wordt op een zorgvuldige, over de levensduurdoelmatige en rechtmatige wijze verworven.

In de Defensie Industrie Strategie (DIS) worden mogelijkheden bezien om een bijdrage te leveren aan de positie van de Nederlandse Defensiegerelateerde Industrie (DGI) in de internationale netwerken op het gebied van ontwikkeling, productie en instandhouding van materieel. In bijlage 4.3 is een uitgebreide rapportage opgenomen over de stand van zaken van de operationalisatie van de DIS.

Verantwoordelijkheid

De minister is verantwoordelijk voor de aanschaf en de instandhouding van materieel en de afstoting van overtollig materieel van de krijgsmacht.

Budgettaire gevolgen van het beleid

De financiële middelen die ter beschikking staan van de DMO voor de realisatie van de doelstellingen, zijn in de onderstaande tabel opgenomen. Deze tabel budgettaire gevolgen is voor jaren 2010 en 2011 ingedeeld conform de oude definities van apparaat- en programma-uitgaven. Vanaf 2012 zijn de nieuwe definities gehanteerd. In 2012 zal naar aanleiding van de beleidsbrief de zeggenschap over de drie systeemlogistieke bedrijven (het Marinebedrijf in Den Helder, het Logistiek Centrum Woensdrecht (LCW) en het Defensiebedrijf Grondgebonden Systemen (DBGS) vooral gevestigd in Amersfoort) worden overgedragen aan de operationele commandanten. De drie ketenbedrijven die voor de gehele krijgsmacht werken, te weten het Kleding- en Persoonsgebonden Uitrusting Bedrijf (KPU), het Defensie Munitiebedrijf en het Defensie Bedrijfsstoffen Bedrijf (DBB), blijven bij de DMO. Zoals gemeld in de beleidsagenda zal de Kamer nog voor de behandeling van de ontwerpbegroting 2012 in een Nota van Wijziging geinformeerd worden over de consequenties van de overdracht van de drie systeemlogistieke bedrijven.

Waar mogelijk worden onderdelen uitbesteed. In de ketenlogistiek zal indien mogelijk met externe partijen worden samengewerkt. Voorraden worden zoveel mogelijk rechtstreeks van de leverancier betrokken en bij de eindgebruiker afgeleverd, eigen voorraden worden geminimaliseerd en gecentraliseerd. Per keten zijn er maximaal twee voorraadpunten. Ook de directie Wapensystemen en de directie Projecten en Verwerving blijven deel uit maken van de DMO. Beide worden aanzienlijk verkleind. Alle materieelinvesteringsprojecten boven € 5 miljoen worden in de laatstgenoemde directie geconcentreerd, waarbij de eerstgenoemde directie de ondersteuning levert. Na de reorganisatie als gevolg van de maatregelen in beleidsbrief heeft de DMO geen beleidsmatige functies meer.

Bedragen x € 1 000

2010

2011

2012

2013

2014

2015

2016

Verplichtingen

1 128 782

2 122 038

1 815 726

2 131 551

2 482 743

2 023 321

1 475 028

Uitgaven

             

Programma-uitgaven

             

waarvan juridisch verplicht per 31-12-2011

   

1 084 041

762 689

561 775

320 597

170 595

Voorzien in nieuw materieel,

1 036 808

980 419

844 862

863 778

1 011 492

1 095 653

1 194 258

waarvan Investeringen zeestrijdkrachten

264 813

243 520

216 911

189 527

175 424

110 945

112 380

waarvan Investeringen landstrijdkrachten

363 811

244 728

195 513

189 820

209 582

262 835

218 982

waarvan Investeringen luchtstrijdkrachten

238 256

281 681

221 735

200 318

238 667

370 652

480 337

waarvan Investeringen Koninklijke marechaussee

15 062

21 569

13 733

6 836

6 105

9 192

10 018

waarvan Investeringen Defensiebreed

133 190

165 719

186 512

264 533

368 230

323 987

354 742

waarvan Investeringen overig

21 676

23 202

10 458

12 744

13 484

18 042

17 799

Instandhouding van materieel,

873 568

914 659

648 323

590 006

583 716

527 542

536 916

waarvan Logistieke ondersteuning zeestrijdkrachten

270 907

269 627

173 750

170 554

167 588

148 156

151 482

waarvan Logistieke ondersteuning landstrijdkrachten

292 611

321 850

241 311

202 341

200 152

176 302

185 694

waarvan Logistieke ondersteuning luchtstrijdkrachten

310 050

323 182

233 262

217 111

215 976

203 084

199 740

Totaal programma-uitgaven

1 910 376

1 895 078

1 493 185

1 453 784

1 595 208

1 623 195

1 731 174

Apparaatsuitgaven

             

Staf DMO

259 127

245 179

8 259

10 918

7 185

6 348

6 342

Ondersteuning operationele eenheden

   

463 261

417 750

376 872

361 940

362 091

Bijdragen aan SSO's

3 105

1 781

1 758

1 776

1 719

1 725

1 725

Apparaatsuitgaven verdeeld naar categorie:

             
 

personele uitgaven

   

273 167

251 253

210 412

201 859

200 828

 

huisvesting

   

81 719

78 539

75 295

73 600

71 140

 

ICT

   

18 652

12 825

12 323

10 930

10 844

 

overige exploitatie

   

99 740

87 827

87 746

83 624

87 346

Totaal apparaatsuitgaven

262 232

246 960

473 278

430 444

385 776

370 013

370 158

Totaal uitgaven

2 172 608

2 142 038

1 966 463

1 884 228

1 980 984

1 993 208

2 101 332

Totaal ontvangsten

292 916

279 691

231 325

179 325

209 685

176 853

141 553

waarvan Verkoopopbrengsten

246 505

223 700

180 658

128 658

159 018

126 186

90 886

waarvan Overige ontvangsten

46 411

55 991

50 667

50 667

50 667

50 667

50 667

Budgetflexibiliteit

Voor de investeringen is per 1 januari 2012 voor 73 procent contractuele verplichtingen aangegaan. Voor de instandhouding van materieel is 48 procent verplicht. Het overige deel is in beginsel verbonden aan het vastgestelde activiteitenniveau ten einde te komen tot de realisatie van de operationele doelstellingen in de beleidsartikelen 20, 21, 22, 23 en 24.

Operationele doelstellingen

Operationele doelstelling 1:

Voorzien in nieuw materieel

Motivering

Om de operationele inzetbaarheid van de krijgsmacht te verzekeren, voorziet de DMO tijdig in nieuw materieel of wordt bestaand materieel vervangen. Het aan te schaffen materieel is noodzakelijk om de organisatie adequaat toe te rusten voor de opgedragen taken. Het totaalbedrag dat de DMO in 2012 ter beschikking staat ter verwezenlijking van deze eerste operationele doelstelling is € 845 miljoen.

Instrumenten

Defensie volgt de ontwikkelingen op het gebied van duurzaam inkopen. In afwachting van nieuwe rijksbrede richtlijnen op dit gebied zal Defensie ook in 2012 zo veel mogelijk de uitgangspunten hanteren die momenteel gelden voor duurzaam inkopen. Dat betekent dat bij de verwerving van bepaalde productgroepen vooraf vastgestelde duurzaamheidseisen van toepassing zijn. Hierbij mag de operationele veiligheid niet worden belemmerd, dient het aanbod voldoende zijn en mag er geen sprake zijn van substantiële meerkosten.

Daarnaast is Defensie begonnen aan de invoering van «assortimentsmanagement». Daarmee wordt via een ordening van goederen en diensten de spreiding van verantwoordelijkheden tegengegaan. Het doel hiervan is onder meer de levering en de instandhouding van goederen en de levering van diensten tegen zo laag mogelijke kosten. De verdere implementatie van assortimentsmanagement is gekoppeld aan de invoering van het ERP-systeem (SAP) die is voorzien voor 2014. Voorts richt Defensie zich op het gebruik van geïntegreerde contractvormen in de verschillende contractfasen wanneer de benodigde werkzaamheden worden uitbesteed aan een private partij.

Materieelprojecten

Hieronder zijn tabellen opgenomen met projecten waarvoor geld is gereserveerd gedurende de begrotingsperiode 2012 tot 2016, waarvan het volume groter is dan € 25 miljoen of die politiek gevoelig zijn. De projecten uit de tabellen worden toegelicht bij een wijziging van het budget van minstens € 10 miljoen, een verschuiving van meer dan een jaar of een aanzienlijke bijstelling van de producteisen. Afrondingsverschillen in deze tabellen zijn mogelijk. Dollargevoelige projecten zijn opgenomen tegen een dollarkoers van € 0,75 of tegen een -specifiek voor dat project afgesloten- termijndollarkoers. Een meer uitgebreide toelichting op de projecten is te vinden in het Materieelprojectenoverzicht (MPO). Het MPO bevat informatie over de strategische materieelprojecten en de afstoting van wapens en wapensystemen. In het MPO wordt in aanvulling op de toelichtingen in de begroting onder meer beschreven hoe een materieelproject past in het defensiebeleid en samenhangt met andere materieelprojecten, evenals welke wijzigingen zich ten opzichte van het vorig jaar hebben voorgedaan.

Projecten in realisatie zeestrijdkrachten (bedragen x € 1 miljoen)

Projectomschrijving

Project-volume

Raming uitgaven

Fasering tot

t/m 2011

2012

2013

2014

2015

2016

Aanpassing Mijnenbestrijdings capaciteit (PAM)

186,3

183,4

2,9

       

2012

Fast Raiding Interception and Special forces Craft (FRISC)

28,6

9,9

14,0

3,5

1,2

   

2014

Instandhouding M-fregatten

57,8

27,3

12,0

12,0

6,5

   

2014

Instandhouding Walrusklasse onderzeeboten

94,1

16,6

14,7

12,5

18,0

13,5

9,0

2018

Kwantitatieve versterking mariniersbataljons

10,4

4,8

2,1

2,0

1,5

   

2014

Luchtverdedigings- en Commandofregatten

1 553,3

1 525,7

13,8

10,3

3,5

   

2014

Patrouilleschepen

529,7

456,7

42,6

16,1

14,2

   

2014

Verwerving Joint Logistiek Ondersteuningsschip (JSS)

383,2

105,2

100,0

87,5

86,5

4,0

 

2015

Projecten in planning en realisatie

Aanpassing Mijnenbestrijdingscapaciteit (PAM)

Het project behelst de modernisering van de mijnenjaagcapaciteit van tien mijnenbestrijdingsvaartuigen en zes schepen van de Belgische Flower-klasse, evenals de uitvoering van levensverlengend onderhoud aan deze schepen. De financiële situatie bij Defensie heeft geleid tot een vertraging. Het laatste gemoderniseerde vaartuig zal begin 2012 in de vaart worden genomen.

Fast Raiding, Interception and Special forces Craft (FRISC)

FRISC is een samenvoeging van een aantal vergelijkbare projecten voor de aanschaf van in totaal 48 kleine en snelle vaartuigen. Als gevolg van de herschikkingen bij Defensie is het project met twee jaar verlengd.

Kwantitatieve versterking mariniersbataljons

Het project behelst de verwerving van extra materieel en infrastructuur voor de personele uitbreiding van de twee manoeuvrebataljons van het Korps Mariniers. De aanzienlijke verlaging van het budget ten opzichte van vorig jaar is het gevolg van de overheveling van gelden voor de infrastructuur naar Beleidsartikel 26 CDC. De verwerving van materieel is met een jaar vertraagd doordat de contractonderhandelingen met de industrie langer duurden dan voorzien.

Luchtverdedigings- en Commandofregatten (LC-fregatten)

Het project behelst de ontwikkeling en de bouw van vier LC-fregatten.

Patrouilleschepen

Het project behelst de vervanging van vier M-fregatten door patrouilleschepen voor de uitvoering van taken in het lagere deel van het geweldsspectrum. Het budget is met € 18,2 miljoen verhoogd als gevolg van een prijspeilbijstelling en vergroting van de munitievoorraad.

Verwerving Joint Logistiek Ondersteuningsschip (JSS)

Het project JSS behelst het ontwerp, de bouw en de indienststelling van een joint logistiek ondersteuningsschip. Het budget is met € 5,6 miljoen verhoogd als gevolg van een prijspeilbijstelling.

Projecten in planning zeestrijdkrachten (bedragen x € 1 miljoen)

Projectomschrijving

Project-volume

Verwachte uitgaven t/m 2011

Verwachte uitgaven in 2012

Planning DMP proces

Fasering

2011

2012

2013

2014

2015

2016

Instandhouding Goalkeeper *

25–50

<25

<25

           

2012–2020

Instandhouding Luchtverdedigings- en Commandofregatten **

50–100

     

A

       

2015–2019

Maritime Ballistic Missile Defence (MBMD)

100–250

<25

<25

A

         

2013–2018

Midlife upgrade BV’s 206*

25–50

<25

<25

           

2011–2015

Modificatie MK48 torpedo*

50–100

<25

<25

           

2011–2017

X Noot
*

Gemandateerde projecten waarvan de A-brief al aan de Kamer verzonden is.

X Noot
**

Project komt voor mandatering in aanmerking.

Instandhouding Goalkeeper

Het project behelst de modernisering van de Goalkeeper. De Goalkeeper is een verdedigingsmiddel tegen inkomende Anti Surface Ship Missiles. Het project is twee jaar vertraagd als gevolg van de herschikkingen bij Defensie.

Maritime Ballistic Missile Defence (MBMD)

Met het project Maritime Ballistic Missile Defence (MBMD) worden de Luchtverdedigings- en Commandofregatten op termijn voorzien van een verdedigingscapaciteit tegen ballistische raketten. In 2006 is een sensormodificatie met succes beproefd. Als gevolg van de herschikkingen bij Defensie begint het project twee jaar later.

Midlife upgrade BV206D (MLU BV206D)

De eenheden van het Korps Mariniers beschikken over voertuigen met een hoge terreinvaardigheid, in het bijzonder de BV206D en gepantserde rupsvoertuigen van het type Viking. De MLU BV206D betreft een levensduurverlengend onderhoud, waardoor de voertuigen operationeel inzetbaar blijven tot ten minste 2020. Als gevolg van vertraging in de verwervingsvoorbereidingsfase zal de levering van het eerste voertuig een jaar later plaatshebben.

Modificatie MK48 torpedo

Het project betreft de verbetering van het wapensysteem MK48 torpedo van de Walrusklasse onderzeeboten. De planning is in lijn gebracht met het project Instandhouding Walrusklasse onderzeeboten. De prijs per modificatiepakket blijkt hoger dan verwacht. Defensie onderzoekt momenteel hoe in de behoefte kan worden voorzien.

Projecten in realisatie landstrijdkrachten (bedragen x € 1 miljoen)

Projectomschrijving

Project-volume

Raming uitgaven

Fasering tot

t/m 2011

2012

2013

2014

2015

2016

 

AGBADS

125,6

118,8

2,2

4,6

     

2013

Battlefield Management System (BMS)

62,7

46,2

13,4

3,1

     

2013

Datacommunicatie Mobiel Optreden (DCMO)

42,8

35,9

3,2

3,7

     

2013

Groot pantserwielvoertuig (GPW, Boxer) (ontwikkeling)

114,2

112,1

1,3

0,8

     

2013

Groot pantserwielvoertuig (GPW, Boxer) (productie)

729,6

178,5

114,0

142,6

140,5

119,6

31,5

2017

Infanterie Gevechtsvoertuig (IGV), productie en training

1 118,1

1 085,5

32,6

       

2012

Tactical Indoor Simulation (TACTIS)

84,1

83,4

0,7

       

2012

Vervanging genie- en doorbraaktank

87,4

41,1

38,9

7,4

     

2013

Groot Pantserwielvoertuig (GPW, Boxer) (ontwikkeling en productie)

Dit project betreft de internationale ontwikkeling en serieproductie van een nieuw pantserwielvoertuig. Het projectvolume is verhoogd als gevolg van samenvoeging met het project C4I-Boxer en door prijspeilaanpassingen.

Infanteriegevechtsvoertuig (IGV), productie en training

Het project betreft de invoering van het pantservoertuig CV-90. Het projectvolume is verlaagd als gevolg van prijspeilaanpassingen.

Tactical Indoor Simulation (TACTIS)

Het doel van dit project is een belangrijke kwaliteitsverbetering in de opleidings- en trainingscyclus van de gemechaniseerde eenheden van het CLAS. Het systeem is geaccepteerd en operationeel in gebruik. De resterende werkzaamheden worden in 2011 voltooid en de gerelateerde betalingen duren tot 2012.

Vervanging genie- en doorbraaktank

Het project behelst de vervanging van de genie- en doorbraaktanks. Het projectvolume is verhoogd als gevolg van prijspeilaanpassingen.

Projecten in planning landstrijdkrachten (bedragen x € 1 miljoen)

Projectomschrijving

Project-volume

Verwachte uitgaven t/m 2011

Verwachte uitgaven in 2012

Planning DMP proces

Fasering

2011

2012

2013

2014

2015

2016

Capability Upgrade Elektronische Oorlogvoering (CUP EOV) 1

25–50

     

A

       

2014–2019

Defensiebrede vervanging van ondersteunende Klein Kaliber Wapens1

50–100

     

A

       

2014–2017

Vervanging Bouwmachines, grondverzet- en wegherstelmiddelen1

25–50

     

A

       

2015–2018

Vervanging Brugleggende tank1

50–100

<25

     

D

     

2010–2021

Vervanging Mortier- opsporingsradar (MOR)1

50–100

     

A

       

2014–2018

Verwerving CE-pakketten IGV1

50–100

<25

 

A

         

2011–2017

Verwerving Precision Guided Munition (PGM) 2

<25

<25

             

2011–2017

Warmtebeeld Light Infrared Observation Nightsight (LION nieuwe generatie warmtebeeld waarnemingssystemen)1

25–50

     

A

       

2015–2018

X Noot
1

Project komt voor mandatering in aanmerking.

X Noot
2

Gemandateerde projecten waarvan de A-brief al aan de Kamer verzonden is.

Capability Upgrade Elektronische Oorlogvoering (CUP EOV)

Het project behelst de verbetering van het huidige EOV-systeem. Als gevolg van de beleidsbrief is het project met een jaar verschoven.

Defensiebrede vervanging van ondersteunende Klein Kaliber Wapens (KKW)

Dit project voorziet in een defensiebrede vervanging van meerdere ondersteunende wapens.

Vervanging Brugleggende tank

Het project behelst de vervanging van de brugleggende tanks. Het project is geherfaseerd en met drie jaar verlengd.

Vervanging mortieropsporingsradar (MOR)

Het project behelst de vervanging van mortieropsporingsradar. Deze radar is essentieel voor een goede situational awareness, in het bijzonder voor de bestrijding van vijandelijke grondwapens. Als gevolg van de beleidsbrief is het project herijkt en met drie jaar verlengd.

Verwerving CE-pakketten IGV

Het project behelst de verwerving van beschermingspakketten van het Infanterie Gevechtsvoertuig, het hoofdwapensysteem van de pantserinfanterie van de gemechaniseerde brigades. Het project is met twee jaar verlengd.

Verwerving Precision Guided Munition (PGM)

Het project behelst de verwerving van precision guided munition voor de pantserhouwitser. Het project is verdeeld in twee deelprojecten: de verwerving van geleide munitiesoorten en de verwerving van course correcting fuses. Het budget is verminderd tot onder de € 25 miljoen, waardoor het project niet als aparte regel zal worden opgenomen in de begroting 2013.

Warmtebeeld Light Infrared Observation Nightsight (LION)

Het project beoogt de defensiebrede vervanging van uiteenlopende waarnemingssystemen. Het betreft oude generaties helderheidsversterkers en warmtebeeldsystemen.

Projecten in realisatie luchtstrijdkrachten (bedragen x € 1 miljoen)

Projectomschrijving

Project-volume

Raming uitgaven

Fasering tot

t/m 2011

2012

2013

2014

2015

2016

Aanschaf C-130 /(K)DC-10 Simulatoren

36,0

32,9

3,1

       

2012

AH-64D Modernised Target Acquisition and Designation Sight (MTADS)

83,5

76,8

6,7

       

2012

AH-64D Upgrade

118,0

10,9

6,2

29,0

45,0

26,9

 

2015

Chinook uitbreiding en versterking (4 + 2)

364,6

311,2

49,6

0,7

1,9

1,2

 

2015

F-16 M5 modificatie

51,0

35,4

4,2

2,4

1,5

   

2014

F-16 Mode 5 IFF

39,3

13,2

12,1

7,5

5,5

1,0

 

2018

F-16 Verbetering lucht-grond bewapening, fase 1

58,8

37,2

 

1,5

14,0

6,1

 

2015

F-16 Zelfbescherming (ASE)

81,0

5,6

13,0

26,0

36,4

   

2014

Vervanging F-16 (System Development and Demonstration)

792,1

791,0

1,1

       

2012

Vervanging F-16 NL projecten

41,5

37,7

3,8

       

2012

AH-64D Modernised Target Acquisition and Designation Sight (MTADS)

Het project behelst de verbetering van de detectie- en identificatiecapaciteit van de Apachehelikopter. De levering van de laatste vijf modificatiepakketten is vertraagd. Hierdoor worden de laatste helikopters aangepast in 2012.

AH-64D Upgrade

Het project behelst de modernisering van de Apachehelikopter. Met de beleidsbrief is de Kamer geïnformeerd over een herfasering die binnen het contract kan worden uitgevoerd. Het betreft een financiële herschikking van een jaar. De vertraging bij de aanpassingen aan de laatste helikopters bedraagt ongeveer een half jaar.

Chinook uitbreiding en versterking

Naast een uitbreiding met vier toestellen en vervanging van twee toestellen, voorziet het project in de verwerving van beperkte voorzieningen voor de uitvoering en ondersteuning van speciale operaties. Na de eerste levering – naar verwachting eind 2011 – volgen de overige toestellen binnen een half jaar. Van de zes nieuwe Chinooks worden er drie gestationeerd in de Verenigde Staten (Fort Hood) voor opleiding en training. De verwerving van munitie maakt deel uit van het project en zal duren tot en met 2015.

F-16 M5 modificatie

Het M5 modificatieprogramma betreft een modernisering van zowel de hardware als de softwarevan het GPS-systeem, het gebruik van precisiewapens en de voorbereiding op een moderner elektronisch zelfbeschermingssysteem. De modificatieplanning van de F-16’s is verlengd en het projectbudget is geherfaseerd.

F-16 mode 5 IFF

In Navo-verband wordt het huidige Identification Friend or Foe (IFF) mode 4-systeem vervangen door mode 5. De aanvullende eisen die de Amerikaanse luchtvaartautoriteit heeft gesteld leiden naar verwachting tot een vertraging bij de invoering van het systeem en tot een herschikking van het projectbudget.

F-16 Verbetering lucht-grond bewapening, fase 1

Dit project heeft tot doel de bewapening van de F-16 aan te vullen en te verbeteren. Het resterende projectbudget is naar aanleiding van de beleidsbrief verlaagd. Vanwege het langer doorvliegen met de F-16 wordt het resterende deel besteed aan de verwerving van laser- en GPS-geleide wapens voor de F-16. Deze wapens zijn ook geschikt voor de beoogde opvolger van dit toestel, de F-35.

F-16 Zelfbescherming (ASE)

Het betreft een verbetering van de zelfbescherming van de F-16 door een modernisering van de radarstoorzender en de verbetering van de presentatie in de cockpit. Met de beleidsbrief is aan de Kamer gemeld dat het project is geherfaseerd. De totale capaciteit zal naar verwachting in 2014, een jaar later dan voorzien, beschikbaar komen.

Vervanging F-16 SDD/NL projecten

Het project Vervanging F-16 heeft tot doel tijdig te voorzien in de vervanging van de F-16 jachtvliegtuigen. De uitgaven betreffen de deelneming aan de System Development and Demonstration (SDD)-fase van het F-35 programma en de Nederlandse projecten die deel uitmaken van de vaste Nederlandse bijdrage aan de SDD.

Projecten in planning luchtstrijdkrachten (bedragen x € 1 miljoen)

Project-omschrijving

Project-volume

Verwachte uitgaven t/m 2011

Verwachte uitgaven in 2012

Planning DMP proces

Fasering

2011

2012

2013

2014

2015

2016

AH-64D Verbetering bewapening 1

25–50

 

<25

           

2013–2017

AH-64D Zelfbescherming (ASE) 2

50–100

<25

<25

B

         

2011–2016

Chinook Midlife Update (MLU)

>250

 

<25

A

         

2012–2018

F-16 infrarood geleide lucht-lucht raket1

25–50

               

2013–2015

F-16 M6.5 onderhoudstape1

<25

 

<25

           

2012–2015

F-16 Verbetering lucht-grond bewapening, fase 2

50–100

<25

<25

           

2010–2021

Langer doorvliegen F-16 – Instandhouding

100–250

     

A

       

2015–2020

Langer doorvliegen F-16 – Operationele zelfverdediging1

50–100

   

A

         

2015–2017

Langer doorvliegen F-16 – Vliegveiligheid en Luchtwaardigheid1

50–100

     

A

       

2016–2020

Patriot Vervanging COMPATRIOT1

25–50

<25

<25

           

2010–2015

Vervanging F-16 Voortgezette verwervingsvoorbereiding/productie

>250

100–250

100–250

       

D