Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2010-201132201 nr. 18

32 201 Herziening van het Gemeenschappelijk Visserijbeleid

Nr. 18 VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG

Vastgesteld 1 juli 2011

Binnen de vaste commissie voor Economische Zaken, Landbouw en Innovatie1 hebben enkele fracties de behoefte om over de een aantal brieven met betrekking tot de Herziening van het Gemeenschappelijk Visserijbeleid enkele vragen en opmerkingen voor te leggen aan de staatssecretaris van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie. Bij brief van 30 juni 2011 zijn deze beantwoord door de staatssecretaris. beantwoord. Vragen en opmerkingen en de daarop gegeven antwoorden zijn, voorzien van een inleiding, hieronder afgedrukt.

(De volledige agenda is opgenomen aan het einde van het verslag)

De voorzitter van de vaste commissie voor Economische Zaken, Landbouw en Innovatie,

Van der Ham

De adjunct-griffier van de vaste commissie voor Economische Zaken, Landbouw en Innovatie,

Schüssel

Inhoudsopgave

Blz.

   

Inleiding van de staatssecretaris

2

   

I.Vragen en opmerkingen vanuit de fracties

2

   

II. Reactie van de staatssecretaris van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie

15

Inleiding van de staatssecretaris

Door de vaste Kamercommissie voor Economische Zaken, Landbouw en Innovatie is een aantal vragen voorgelegd aan de staatssecretaris van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie. Dit naar aanleiding van de brieven van 14 juni 2011 (2011Z12597), 22 juni 2011 (29 675, nr. 130), 29 juni 2011 (29 675, nr. 131), 29 juni 2011 (29 675, nr. 132), 22 juni 2011 (32 201, nr. 16), 24 juni 2011 (32 201, nr. 17) en 16 juni 2011 (2011Z13061).

Met deze brief beantwoord ik de betreffende vragen. Ik heb hierbij een clustering aangehouden waarbij vragen die hetzelfde onderwerp betreffen zoveel mogelijk gegroepeerd en in samenhang met aanverwante onderwerpen worden beantwoord.

I. VRAGEN EN OPMERKINGEN VANUIT DE FRACTIES

Vragen en opmerkingen van de leden van de fractie van de VVD

De leden van de VVD-fractie hebben kennisgenomen van de informatie over de compensatieregeling voor visserijbedrijven die de staatssecretaris van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie (EL&I) naar de Kamer heeft gestuurd als gevolg van de sluiting van de visserij op aal en wolhandkrab vanwege te hoge concentraties giftige stoffen.

Tijdens een eerder overleg heeft de Kamer de staatssecretaris gevraagd om een reële regeling op te stellen, naar mening van de leden van de VVD-fractie is door de staatssecretaris hieraan voldaan. Wel willen deze leden de staatssecretaris manen om spoed te maken in het proces. Alle partijen zijn er bij gebaat dat er spoedig tot uitbetaling kan worden gekomen.

Vragen en opmerkingen van de leden van de fractie van de PVV

De leden van de fractie van de PVV hebben kennisgenomen van de stukken, maar hebben nog wel een aantal vragen over de compensatie van de binnenvissers, de acties van Greenpeace, het Gemeenschappelijk Visserijbeleid (GVB) en de economische situatie van de garnalenvissers.

Compensatie binnenvissers

De leden van de PVV-fractie constateren dat de vissers van de met dioxinevergiftigde binnenwateren niet schuldig zijn aan deze vergiftiging. Derhalve zijn de leden van de PVV-fractie dan ook van mening dat deze vissers niet de tol van deze vergiftiging mogen betalen. Het verbod is begrijpelijk, de volksgezondheid mag immers niet in gevaar komen, maar de compensatie laat te wensen over. Enkel de bedrijfsmiddelen van 7 jaar en jonger compenseren vinden vinden de leden van de PVV-fractie erg gering. De staatssecretaris gaf eerder aan dat hij de vergiftigde paling en wolhandkrab niet wilde vergoeden omdat deze onverkoopbaar zijn. Betrof het met de spruitjes van de spruitjesboeren in Moerdijk niet hetzelfde geval? En waren de komkommers van de Nederlandse telers door onjuiste berichtgeving niet ook lange tijd onverkoopbaar? Nu zegt de staatssecretaris dat hij zal bezien hoe deze gecompenseerd worden. De leden van de PVV-fractie vinden deze belofte ontoereikend en vragen de staatssecretaris dan ook of hij bereid is om een beter compensatievoorstel te doen. Ook vragen de leden van de PVV-fractie wat de fouten van de staatssecretaris en zijn voorgangers zijn geweest. Is het juist dat deze al sinds de tachtiger jaren van de vorige eeuw bekend waren met de met dioxine-vergiftigde paling in onze binnenwateren? Zo ja, waarom is er dan pas in april van dit jaar een vangstverbod ingesteld? Waarom zijn die hele afgelopen periode lang de aalvisrechten verhuurd? Is de staatssecretaris met de leden van de PVV-fractie van mening dat hij hier een verkeerd signaal heeft afgegeven aan de vissers?

Zoals eerder gesteld zijn de vissers niet schuldig aan de dioxinevergiftiging. Maar gaat de staatssecretaris wat doen aan de vergiftigde binnenwateren? Zo ja, wie gaat dit betalen? Is de staatssecretaris bereid om grondig te onderzoeken welke bedrijven verantwoordelijk gehouden kunnen worden voor de dioxinevergiftiging en is hij tevens bereid om alle kosten van het verschonen van het water op deze bedrijven te verhalen, mits deze bedrijven nog bestaan? Betreft dit enkel Nederlandse bedrijven, of ook bedrijven in het Duitse achterland?

Greenpeace

De leden van de PVV-fractie hebben de berichten over Greenpeace ter kennisgeving aangenomen. Is de staatssecretaris met ons van mening dat Greenpeace hier de wet overtreedt? Zo ja, worden de schuldige activisten en Greenpeace als organisatie dan ook strafrechtelijk vervolgd? Zo nee, waarom niet? Is de staatssecretaris bekend met de dump van de rotsblokken en zeepaarden? De leden van de PVV-fractie vinden deze actie verwerpelijk en willen dan ook snel optreden van de staatssecretaris. Is de staatssecretaris bereid om uiterlijk één week na het begin van het zomerreces (8 juli 2011) de rotsblokken te laten verwijderen en dit in zijn geheel op kosten van Greenpeace te laten geschieden? De leden van de PVV-fractie zijn ook de door Greenpeace gedumpte betonblokken in de Sylt/Duitse bocht niet vergeten. Eerder stelde voormalig minister Verburg dat deze betonblokken zouden verzinken in de bodem. Nu blijkt dat deze betonblokken allerminst in de zeebodem zijn gezonken, moeten deze alsnog opgeruimd worden. Is de staatssecretaris bereid om ook deze betonblokken, eventueel in overleg met zijn Duitse collega’s, eveneens te laten verwijderen op kosten van Greenpeace? De leden van de PVV-fractie zien ook graag dat de staatssecretaris een reactie namens het kabinet geeft, waarin hij nadrukkelijk afstand neemt van de acties van Greenpeace en de onwaarheden die zij in dit verband uitten over onze visserij.

Gemeenschappelijk Visserijbeleid

Is de staatssecretaris bekend met de goede tot zeer goede visstand van de schol en tong buiten de scholbox? Zo ja, is de staatssecretaris dan ook bekend met de erbarmelijke visstand van de schol en tong binnen de scholbox? Onder andere door Greenpeace wordt de visserij aangewezen voor het dramatische niveau van deze soorten in de scholbox, maar de visserijdruk is sinds het sluiten van de scholbox met 87% afgenomen en de boomkorvisserij op tong en schol wordt eigenlijk alleen nog tussen Zeeland en IJmuiden beoefend. De leden van de PVV-fractie zien dan ook graag dat de scholbox afgeschaft wordt.

De leden van de PVV-fractie zijn bekend met het algeheel teruglopen van de visstand ten opzichte van de periode 1965–1985. Echter, de oorzaken die het Nederlandse publiek veelal krijgt voorgeschoteld berusten volgens de leden van de PVV-fractie niet op waarheden. Is de staatssecretaris bereid om in navolging op studies van dhr. Hagel en dhr. Boddeke een onafhankelijk onderzoek te verrichten naar het verband tussen de visstand en de afgenomen hoeveelheid fosfaat in het kustwater van de Noordzee?

Economische situatie garnalenvissers

Hoe is de staatssecretaris van plan om de erbarmelijke financiële situatie van de vissers te verbeteren? Is hij bereid om te onderzoeken of beperkte kartelvorming, toegestaan overleg tussen producentenorganisaties (PO’s) of het opzetten van één PO Internationaal in samenwerking met België, Duitsland en Denemarken te onderzoeken? Daarnaast heeft het Landbouw Economisch Instituut (LEI) onderzocht dat 3,50 euro per kilo garnalen de minumumprijs is voor een rendabele bedrijfsvoering. De leden van de PVV-fractie vragen de staatssecretaris om hier een minimumprijs van 3,50 euro voor in te stellen om te voorkomen dat de garnalensector instort.

Vragen en opmerkingen van de leden van de fractie van het CDA

Aalbeheerplan

De staatssecretaris heeft eerder gemeld dat hij voor het zomerreces een ontwerp zou hebben voor een compensatieregeling welke een eerste maal is getoetst door de Europese commissie. Wat is de stand van zaken?

Heeft de staatssecretaris al zicht op de financiële paragraaf van het eerste (terugbetaling onverschuldigd betaald huurgeld) en tweede spoor (tegemoetkoming voor visserij gemaakte kosten)? Immers dat een deel van de vergoeding op basis van de Algemene voorwaarden, welke van toepassing zijn bij de huurovereenkomsten en verleende toestemmingen voor zover deze betrekking hebben op palingvangst, kunnen plaatsvinden is bekend. Elke huurovereenkomst met betrekking tot een visrecht moet toch schriftelijk worden aangegaan (art. 25) én vooraf worden goedgekeurd door de Kamer voor de Binnenvisserij? Graag ontvangen de leden van de CDA-fractie een reactie hierop van de staatssecretaris.

De vissers in de gebieden waar de palingvisserij gesloten zal worden gaven eerder een viertal schadeposten op: a) geen inkomsten uit de palingvisserij en de visserij op wolhandkrabben, b) waardeverlies van (duur gekochte) paling visrechten, c) waardeverlies van voor de aalvisserij en de wolhandkrabvisserij aangeschafte bedrijfsmiddelen en d) geen inkomsten uit de verkoop van vergunningen aan sportvissers. Op welke wijze is dat verwerkt in de Algemene voorwaarden in relatie tot de vergoeding? Kan de staatssecretaris daar helderheid over geven?

Kan de staatsecretaris reageren op de signalen uit de sector dat er geen vergoeding is voor vervuilde paling, vervuilde wolhandkrab, voor bijvangst van met aalvistuigen gevangen vis, voor gekochte visrechten, voor bedrijfsmiddelen ouder dan 7 jaar en voor inkomstenverlies met betrekking tot uitgifte van vergunningen aan derden?

De leden van de CDA-fractie dringen er op aan dat er op korte termijn duidelijkheid wordt verschaft over de financiële schadeloosstellingen richting de gedupeerde vissers en er ook op korte termijn tot uitbetaling wordt overgegaan om dat de nood onder de gedupeerde vissers hoog is.

Gemeenschappelijk Visserijbeleid

De staatssecretaris geeft aan dat hij zich beraadt over hoe de gemeenschappelijke marktordening er uit zal moeten komen te zien om een eind te maken aan het uit de markt nemen en doordraaien van vis. Wanneer kunnen de leden van de CDA-fractie een voorstel aanschouwen? Op welke wijze ziet de staatssecretaris de positie van de dragende rol voor de producentenorganisaties versterkt worden? Welke inzet pleegt hij daar zelf op?

Het stelsel van minimumprijzen is voor de Nederlandse situatie optimaal, afschaffen is ongewenst. Dit stelsel is er om seizoensverschillen op te vangen. Deze minimale basisopvang moet blijven en aan grenzen gebonden zijn. Vooralsnog zijn in geen enkele andere lidstaat andere alternatieven. Graag een reactie van de staatssecretaris hoe hij dit ziet.

Maximum Sustainable Yield (MSY)

De voorgestelde transitie naar MSY dient in 2015 afgerond te zijn. De sector heeft kritiek geuit op de toepassing van dit concept. De MSY benadering is een beheer op basis van individuele visbestanden. MSY negeert dat bestanden invloed op elkaar hebben (via de voedselketen). Daarnaast is het zeer de vraag of de mariene ecosystemen de aan MSY gerelateerde biomassa kunnen produceren. Een doelstelling die niet te halen is, is demotiverend voor iedereen en stagneert verduurzaming van het visbeheer. Het huidige beleid werpt zijn vruchten af. De belangrijke bestanden voor de Nederlandse vloot worden goed beheerd en bevinden zich boven het voorzorgsniveau. Deels zijn deze bestanden Marine Stewardship Council (MSC) gecertificeerd of zitten in een certificeringtraject. Zeker gezien de opmerking dat het International Council for the Exploration of the Sea (ICES) ook aangeeft dat voor de gemengde visserij nog onvoldoende kennis is opgebouwd. De leden van de CDA-fractie willen de staatssecretaris dan ook dringend verzoeken om in zijn inbreng deze omissie in de MSY aan de orde te stellen en zich in te zetten voor een minder eenzijdige benadering. Is de staatssecretaris daartoe bereid? De staatssecretaris geeft verder aan dat het van belang is dat stakeholders aangehaakt blijven. Op welke wijze bevordert hij dat? Is de staatssecretaris bereid om op Europees niveau in te brengen dat alleen gestuurd gaat worden op Fmsy? Is de staatssecretaris bereid er op toe te zien dat Fmsy een doelwaarde is? Is de staatssecretaris bereid om een pleidooi te houden om de meerjaren beheerplannen multidisciplinair aan te pakken in plaats van een opeenstapeling van enkele soort Total Allowable Catches (TACs)?

Transparante gegevens

Nog altijd ontbreekt informatie voor bepaalde bestanden waardoor er geen wetenschappelijk advies kan worden gegeven. Daarop wil de Europese Commissie nu 25% korten. De leden van de CDA-fractie vinden dit ontoelaatbaar zeker omdat eerder de vangstniveaus voor deze bestanden stapsgewijs gereduceerd werden tot het werkelijke vangstniveau. Op basis van welk wetenschappelijk advies maakt de Europese Commissie deze aanpassing? En wordt het niet eens tijd te investeren in het ontwikkelen van transparante gegevens, materialen en methoden welke naast bijvoorbeeld de gegevens van non-gouvermentele organisaties (ngo’s) kunnen worden gelegd? Graag een reactie hierop van de staatssecretaris.

Integratie GVB en andere Europese beleidsvelden

De staatssecretaris stelt dat het visserijbeleid geïntegreerd moet worden in andere Europese beleidsvelden. De 11 indicatoren van de Kaderrichtlijn Marien (KRM) raken visserijbeleid, maar wat gebeurt daarmee in het kader van het GVB? Voor visserij is echter het GVB leidend. In Nederland is het de staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu (I&M) die leiding geeft aan het KRM proces. De visserijindicatoren in de KRM moeten echter ingevuld worden langs de lijnen van het GVB, dat moet leidend zijn. Daar waar indicatoren raken aan visserij, zoals bij bodem, bij gifstoffen en ook bij litter, is een afgewogen inbreng vanuit de staatssecretaris van EL&I in de discussie essentieel. Internationale Noordzee afstemming met de aangrenzende lidstaten is voorwaardelijk voor het voeren van een goed beleid. Dat de implementatie van de KRM zou moeten leiden tot meer gebieds-bescherming is de vraag. Kan de staatssecretaris aangeven wat de inzet van het kabinet is ten aanzien van de KRM en welke beïnvloeding nog door de Kamer kan worden uitgeoefend? Op welke wijze vindt afstemming op het vlak van ruimtelijke ordening op de Noordzee plaats? Op welke wijze is de afstemming tussen het GVB en Natura 2000 geregeld? Op welke wijze kunnen bijvoorbeeld de Regional Advisory Councils (RAC’s) reageren op voorstellen rond gebiedsbescherming? Kan de staatssecretaris aangeven hoe hij in het belang van de Nederlandse visserij zich inzet voor goede afstemming met zowel andere Noordzee lidstaten als interdepartementaal?

Bijvangsten/discards

De staatssecretaris geeft aan dat de aanlandingsplicht betrekking zou moeten hebben op álle visbijvangsten, met uitzondering van benthische organismen (zeesterren e.d.) en andere soorten die een redelijke kans van overleven hebben, zoals roggen en haaien. Daarmee dus niet alleen op de bijgevangen gereguleerde soorten. Daarmee gaat de staatssecretaris verder dan de nu bekende voorstellen van de Europese Commissie. De problemen die de sector nu reeds schetst worden met deze opstelling van de staatssecretaris alleen maar groter. Hoe denken andere (Noordzee) lidstaten hierover? In hoeverre heeft de staatssecretaris nauw overleg gehad met de sector over een meer realistische en haalbare uitwerking van een nieuwe Europese bijvangstregeling? De leden van de CDA-fractie zijn van mening dat de staatssecretaris 1) dient te erkennen dat het afdwingen van «nul bijvangst» geen goed uitgangspunt is en uit moet gaan van realistische bandbreedtes; 2) uit moet gaan van een realistisch, haalbaar en betaalbaar scenario; 3) in overleg met de sector alle regelgeving die bijvangst in de hand werkt in kaart dient te brengen en dient te «neutraliseren»; 4) de belangrijke initiatieven van de Nederlandse sector tot vermindering en verhoging van de overleving van bijvangst voluit dient te ondersteunen en 5) de belangen van de Nederlandse visserijsector dient te verdedigen en daarom niet dient in te stemmen met de nu door de Europese Commissie voorgestelde maatregelen. Met andere woorden, de staatssecretaris dient uitvoering te geven aan de motie Koopmans c.s. (Kamerstuk 21 501-32, nr. 32). Graag een reactie hierop van de staatssecretaris.

Nieuw GVB beleid voor en door vissers

Toen het Groenboek over de hervorming van het GVB uitgebracht werd stond een nieuw systeem van decentralisatie en regionalisatie en van de besluitvorming centraal. Van deze voorstellen is echter weinig terug te vinden volgens de leden van de CDA-fractie. De RAC’s blijven adviesraden zonder bevoegdheden om beleid te formuleren en te implementeren. De adviesrol van de RAC’s is een waardevolle, maar het verleden leert dat de Europese Commissie deze adviezen gemakkelijk naast zich neerlegt, waardoor dit orgaan buiten spel gezet wordt. Bottum-up beleidsontwikkeling is meer dan gewenst en past in de lijn van het regeerakkoord. Is de staatssecretaris bereid zich in te zetten om de stakeholders een rol te geven in het nieuwe GVB die verder gaat dan advies geven en is hij bereid om te bewerkstelligen dat de RACs beter toegerust worden om deze rol op zich te nemen? Graag een reactie hierop van de staatssecretaris.

Vragen en opmerkingen van de leden van de fractie van de SP

De leden van de SP-fractie wijzen er op dat het water veel palingvissers aan de lippen staat en faillissementen dreigen. Wat is het antwoord van de staatssecretaris op deze acute problematiek? De metingen van IMARES/Rikilt worden echter pas in oktober van dit jaar verwacht. Hoe lang moeten de vissers nog op geld wachten en wat moeten zij tot die tijd?

De leden van de SP-fractie zijn van mening dat de tegemoetkoming voor palingvissers, die niet meer kunnen vissen, niet op een eerlijke manier geschiedt. De vissers hebben geen schuld aan de dioxinevervuiling van de rivieren. De vervuilende bedrijven zijn de schuldige en de overheid kan aangerekend worden dat zij in het verleden laks is geweest en geen actie heeft ondernomen. Ook in de communicatie naar de vissers is de overheid in het verleden laks geweest. De overheid is doorgegaan met het verhuren van de betreffende visgronden. In 2007 zei de voormalige minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit bijvoorbeeld nog dat het dioxineprobleem niet groter moet worden gemaakt dan het is omdat het risico voor de gemiddelde consument nagenoeg verwaarloosbaar is. Ook bij de recente EHEC uitbraak zijn (terecht) compensatie-maatregelen opgesteld voor de onverkoopbare komkommers en tomaten. Bij de Moerdijk brand zijn de spruitjestelers vergoed. De leden van de SP-fractie vragen de staatssecretaris wat de logica van het al dan niet vergoeden is? Waarom de één wel en de ander niet?

Omdat de vissers de vervuiling niet kan worden aangerekend, vinden de leden van de SP-fractie het onderscheid tussen vervuilde en niet-vervuilde paling en wolhandkrab betreffende de compensatiemaatregelen ongegrond. De leden van de SP-fractie verzoeken de staatssecretaris dit onderscheid op te heffen.

Palingvissers hebben indertijd voor veel geld, vaak vele tienduizenden euro’s, huurovereenkomsten aangekocht. Voor veel vissers was dit een «spaarpotje» als oude dag voorziening. Deze zijn echter in één klap waardeloos geworden. Is de staatssecretaris bereid hier een tegemoetkoming voor te regelen?

De inkomsten van een aantal rivier(paling)vissers, betreffende schubvis, gaan verloren. De riviervissers mogen de schubvis houden maar door het intrekken van de huurovereenkomst gaan ook deze inkomsten verloren en worden deze niet gecompenseerd. Is de staatssecretaris bereid hier iets voor te regelen?

Een aantal palingvissers heeft nieuwe toekomstplannen gesmeed en wil een nieuw bedrijf opstarten. Dit is een goede ontwikkeling die ondersteund moet worden, vinden de leden van de SP-fractie. De leden van de SP-fractie vragen de staatssecretaris om zo snel mogelijk met een brede garantstellingsregeling te komen, zodat de betreffende vissers op een positieve manier door kunnen gaan met een nieuw hoofdstuk van hun leven. Op welke termijn verwacht de staatssecretaris dit geregeld te hebben?

Betreffende afschrijving vaste activa vragen de leden van de SP-fractie waarom de staatssecretaris niet de reële dagwaarde vastgesteld door een expert als basis gebruikt in plaats van de meer theoretische waarde zoals die in de boeken staat.

Tot slot vragen de leden van de SP-fractie met betrekking tot de visserij associatie akkoorden met derde landen of de staatssecretaris nog tot nieuwe inzichten is gekomen na het lezen van de evaluatie van het visserijakkoord met Marokko, waaruit blijkt dat het niet alleen voor de lokale vissers niks oplevert, maar ook voor Europa niks oplevert. Wat is de rechtvaardiging van de staatssecretaris om de financiering van dergelijke akkoorden met derde landen met belastinggeld te doen?

Vragen en opmerkingen van de leden van de fractie van de ChristenUnie

Pulsvissen en innovatie

De leden van de fractie van de ChristenUnie zijn blij met de nieuwe vergunningen voor pulsvissen. Maar er is nog een hele groep vissers die in de rij staat. De staatssecretaris heeft toegezegd te gaan pleiten bij de Europese Commissie voor nieuwe en innovatieve visserijtechnieken. Wanneer komt dit aan de orde en kan de Tweede Kamer de resultaten verwachten? De staatssecretaris heeft toegezegd om met de sector te bekijken hoe op een slimme manier innovatieve onderdelen van schepen ondersteund kunnen worden middels de garantstellingsregeling en middelen uit het Europees Visserijfonds (EVF). Heeft het overleg met de sector hierover inmiddels plaatsgevonden en wat is hiervan het resultaat? De staatssecretaris zou over de garantstellingsregeling ook overleg voeren in Europa. Wat heeft dit overleg opgeleverd?

Crisis in visserijsector

In een vorig overleg is gesproken over mogelijke fiscale maatregelen voor de visserijsector. Wat is de stand van zaken van het overleg met de minister van Financiën hierover? Ook is gesproken over de importheffing op platvis. Hoe staat het met overleg met sector hierover? Heeft de staatssecretaris inmiddels al gesproken met de banken over hun bijdrage aan het oplossen van de crisis in de visserijsector, bijvoorbeeld als het gaat om het verstrekken van leningen voor moderne vistuigen en vervanging van schepen?

Frankrijk

Nog tot morgen hebben individuele vissers de tijd om de gedragscode voor de Franse wateren te tekenen. Heeft de staatssecretaris er al zicht op of deze deadline wordt gehaald? In een eerder overleg vroegen de leden van de ChristenUnie-fractie naar commitment van de Franse overheid om in te grijpen wanneer vissers zich niet aan de gedragscode houden en de bereidheid van de staatssecretaris om de Franse staat aansprakelijk te stellen voor de economische schade van Nederlandse vissers als er opnieuw onrust ontstaat. In zijn antwoord stelde de staatssecretaris dat de veiligheid van vissers van welke nationaliteit dan ook die in Franse wateren actief zijn, wordt gewaarborgd door de Franse kustwacht (CROSS). De leden van de ChristenUnie-fractie wijzen op de specifieke omstandigheden die nu al een aantal jaar gelden en vragen daarom of de staatssecretaris heeft gesproken met de Franse autoriteiten, of anders bereid is dit te gaan doen, over een snelle interventie als het weer fout dreigt te gaan. Volgens de staatssecretaris zijn ondernemers zelf verantwoordelijk voor de juridische procedures. De leden van de fractie van de ChristenUnie danken de staatssecretaris voor de bereidheid om de landsadvocaat een soort algemeen juridisch advies op te laten stellen op basis waarvan de vissers zelf kunnen beoordelen en overwegen of zij concrete juridische acties willen ondernemen. Wanneer is dit advies beschikbaar? De leden van de ChristenUnie-fractie vragen of de staatssecretaris bereid is een collectieve claim te ondersteunen. Veel vissers staat inmiddels het water tot aan de lippen en kunnen een individuele procedure niet opbrengen.

De staatssecretaris wijst er terecht op dat het bij de aanpak van de visserijcontroles de bevoegdheid van de lidstaten en hun inspectiediensten zelf is op welke wijze zij uitvoering geven aan de controle, inspectie en handhaving. Enige verschillen kunnen er dus zijn maar Nederlandse vissers constateren dat de Franse autoriteiten wel erg sterk afwijken van wat elders in Europa gebruikelijk is. De staatssecretaris heeft aangegeven niet te beschikken over informatie dat Nederlandse vaartuigen intensiever geïnspecteerd worden dan Franse vaartuigen. Onze leden hebben inmiddels meerdere signalen hierover ontvangen en vragen daarom de staatssecretaris hierover op korte termijn te spreken met visserijorganisaties en de problemen te inventariseren. De leden van de ChristenUnie-fractie zijn blij dat er wordt gewerkt aan een systeem van wederzijdse bijstand in het kader van de administratieve samenwerking en dat er overleg is over het afsluiten van een overeenkomst gericht op de te volgen procedures bij geconstateerde overtredingen. Deze leden vragen bovengenoemde problemen hierin mee te nemen en zo spoedig mogelijk hierover met de Franse autoriteiten te spreken. De leden van de fractie van de ChristenUnie verzoeken de staatssecretaris binnen 3 maanden de Kamer over de voortgang te informeren. Is de staatssecretaris daartoe bereid? De leden van de ChristenUnie-fractie danken de staatssecretaris dat hij de Voedsel en Waren Autoriteit (VWA) zal verzoeken de Franse autoriteiten opheldering te vragen over de kwestie van de zeekaarten. Graag ontvangen deze leden ook op dit punt binnen 3 maanden helderheid.

Discards

De leden van de ChristenUnie-fractie vragen een duidelijker inzet ten aanzien van de discards. De term «uitbannen» kan nu verschillend worden uitgelegd. De leden van de ChristenUnie-fractie steunen een aanpak waarin ongewenste bijvangsten worden verminderd, o.a. door duurzame vistechnieken. Ook het teruggooien van ongewenste bijvangsten moet worden voorkomen. Een maatregel als een aanlandingsplicht legt echter alleen de focus op de bijvangst en niet op de gevolgen voor de vissers. De leden van de ChristenUnie-fractie zijn dan ook niet gerust met alleen de toezegging dat er wordt gestreefd naar een stapsgewijze aanpak van de aanlandingsplicht. Wat wordt hiermee bedoeld, zo vragen deze leden? De leden van de ChristenUnie-fractie pleiten nogmaals voor een aanpak meer van onderop. Als bijvangst verplicht moet worden aangeland, dan moet het voor de visser ook wat opleveren. Dit betekent dat ook de regels over quota moeten worden vereenvoudigd en hierop moeten worden afgestemd. Want anders krijgen vissers alleen maar te maken met hogere kosten zonder dat het wat oplevert. De leden van de ChristenUnie-fractie zijn daarom blij dat de staatssecretaris op korte termijn met de sector en andere stakeholders hierover gaat spreken en vraagt de inbreng binnen Europa hierop af te stemmen. Alleen spreken over een discardban en aanlandplicht is te eenzijdig.

Quota

De leden van de ChristenUnie-fractie vragen waarom voor de met schol en tong geassocieerde bestanden, als bot, schar, tarbot en griet en ook langoustines zonder enige nadere onderbouwing de Europese Commissie voor deze bestanden voor 2012 een automatische vangstreductie van 25% wil toepassen. Wat is de inzet van de staatssecretaris op dit punt? De visserijdruk is immers al met 50% afgenomen. Bovendien is er sprake van gemengde visserij, waardoor bij quotumreductie discards juist gestimuleerd worden.

Natuurbescherming op zee

De leden van de fractie van de ChristenUnie hebben nog grote zorgen over de economische gevolgen van de natuurbescherming op Zee. De gevolgen van de aanwijzing van natuurgebieden op zee voor het deel van de vloot wat getroffen wordt, is afgezet tegen de opbrengsten van de gehele vloot.  Volgens de leden van de ChristenUnie-fractie is dat geen zuivere analyse van de impact voor individuele bedrijven.

De leden van de ChristenUnie-fractie pleiten ervoor naar de hele Doggersbank te kijken en niet alleen naar het Nederlandse deel. En niet alleen naar de Nederlandse vloot, maar naar alle vissers. Voor de Klaverbank wordt niet meegewogen dat de visserij op Nephrops in dit gebied een belangrijke activiteit is, die specifiek wordt uitgeoefend door een aantal kleinschalige vissers uit visserijafhankelijke regio’s, zoals Wieringen en Urk. Klopt het dat die gemeenschappen onevenredig zwaar worden getroffen worden?

Vragen en opmerkingen van de leden van de fractie van de SGP

Binnenvisserij

De leden van de SGP-fractie zijn ontevreden over de voorgestelde compensatieregelingen voor de visserijbedrijven die getroffen zijn door het verbod op de vangst van aal en wolhandkrab als gevolg van de dioxineproblematiek. Zij ontvingen daarover ook verontruste geluiden uit de visserijsector.

De leden van de SGP-fractie leggen het kabinet in het kader van de inkomenscompensatie enkele elementen voor. Zij vragen of deze meegenomen worden en zo niet, waarom niet.

In de eerste plaats betreft dat de compensatie van paling met te hoge dioxinegehalten. In het debat over het wetsvoorstel is door verschillende fracties aangegeven dat de dioxine-problematiek niet zomaar op het bordje van de palingvissers geschoven mag worden. Het zijn immers het Rijk en de betreffende waterbeheerders die de vervuiling van waterbodems niet hebben kunnen voorkomen en deze wel hebben verhuurd aan de palingvissers. De staatssecretaris heeft tijdens het debat gezegd dat hij uit zal gaan van de verkoop van niet-vervuilde paling. In reactie op de veronderstelling dat er dan ook bedrijven kunnen zijn die op dat punt helemaal geen compensatie zullen krijgen, heeft hij ook gezegd dat het kabinet uit zal gaan van een minimum, een basiscompensatie. De leden van de SGP-fractie vragen de het kabinet ruimte te zoeken voor gedeeltelijke compensatie van onverkoopbare vervuilde paling, ten minste in lijn met de hiervoor genoemde toezegging.

In de tweede plaats betreft dat de wolhandkrab. Het kabinet lijkt compensatie voor vervuilde wolhandkrab uit te sluiten. De leden van de SGP-fractie vinden dat niet terecht. De regering suggereert dat in Verordening 1881/2006 de dioxinenorm van 8 pg/g versgewicht voor zowel het witte als bruine vlees gold. Dat is niet correct. Deze leden lezen in de genoemde Verordening dat deze dioxinenorm niet geldt voor het bruine vlees van krab. Erkent het kabinet dat deze uitzondering wellicht te maken heeft met de infrequente en beperkte consumptie van het bruine vlees van wolhandkrab? Erkent het kabinet dat het toegestaan blijft wolhandkrab te importeren die in Nederland niet gevangen mag worden? Is het kabinet eventueel bereid de vangstverboden voor wolhandkrab in te trekken?

In de derde plaats betreft dat de bijvangst van schubvis. Een aantal riviervissers had het recht om met de aalfuiken gevangen schubvis, zoals snoekbaars, te verkopen. Door het intrekken van de huurovereenkomsten gaan de inkomsten uit deze bijvangst verloren. Wordt dit inkomensverlies meegenomen in het kader van de inkomenscompensatie?

In de vierde plaats betreft dat de uitgifte van vergunningen aan derden. Sommige beroepsvissers gaven op basis van hun visrechten vergunningen uit aan derden en hadden zo een bron van neveninkomsten. Wordt dit inkomensverlies meegenomen in het kader van de inkomenscompensatie?

De leden van de SGP-fractie leggen het kabinet in het kader van de tegemoetkoming in investeringen ook enkele elementen voor. Deze leden vragen waarom deze elementen al dan niet meegenomen worden.

In de eerste plaats betreft dat de waarde van de huurovereenkomsten en de daarop gebaseerde visrechten. De waarde van deze visrechten was relatief hoog. Een aantal vissers heeft veel geld geïnvesteerd in de aankoop van visrechten. Voor veel vissers vormde de waarde van hun visrechten ook een belangrijk deel van hun pensioen-voorziening. Door het intrekken van de huurovereenkomsten gaat de waarde van deze visrechten verloren. In hoeverre wordt in de tegemoetkoming deze schadepost meegenomen?

In de tweede plaats betreft dat de looptijd van de huurovereenkomst waarvoor tegemoetkoming verleend wordt. De regering hanteert de looptijd van de huidige huurovereenkomst voor de Staatswateren, dus vijf jaar. De leden van de SGP-fractie vinden dat te beperkt. Zij wijzen erop dat het gaat om huurovereenkomsten met een verlengingsrecht. Daarnaast is ook sprake van bijvoorbeeld heerlijke visrechten die eeuwigdurend zijn.

Gelet op de hiervoor genoemde schadeposten in het kader van de inkomenscompensatie en de tegemoetkoming in investeringen, hebben de leden van de SGP-fractie onvoldoende beeld van de totale financiële schade die de getroffen beroepsvissers hebben als gevolg van het ingestelde vangstverbod. De leden vragen het kabinet ten minste op korte termijn te inventariseren hoe groot, met inachtneming van de hiervoor genoemde schadeposten, de totale financiële schade van de getroffen beroepsvissers ongeveer is en welk deel met de door het kabinet voorgestelde regelingen gecompenseerd zal worden. Daarmee willen deze leden niet suggereren dat alle schade gecompenseerd moet worden. Zij kunnen zich vinden in aspecten als ondernemersrisico, redelijkheid en billijkheid. De leden van de SGP-fractie willen wel dat een goede afweging gemaakt kan worden en dat de getroffen ondernemers met open vizier tegemoet getreden kan worden.

De binnenvisserij heeft veel te verduren: de gesloten periode voor de aalvisserij, het vangstverbod voor paling in vervuilde gebieden en de moeizame samenwerking tussen sportvisserij en beroepsvisserij in de Visstandbeheercommissie’s (VBC’s). De leden van de SGP-fractie hechten daarom grote waarde aan een breed gedragen toekomstvisie voor de gehele binnenvisserij. Hierover is ook gesproken in het debat over het wetsvoorstel met betrekking tot het genoemde vangstverbod. Hierbij zouden niet alleen sport- en beroepsvisserij, maar ook de recreatiesector, provincies, gemeenten en waterschappen betrokken moeten worden. De leden vragen het kabinet een brede commissie in te stellen die zich buigt over de toekomst van de gehele binnenvisserij en haar visie presenteert. De voorzitter van een dergelijke commissie moet zowel het vertrouwen van de sport- als de beroepsvisserij hebben. De leden denken bijvoorbeeld aan de persoon van oud-Tweede Kamerlid Dhr. van der Vlies.

Visserij Franse wateren

De leden van de SGP-fractie vragen aandacht voor de problemen die Nederlandse vissers ondervinden op de Franse wateren. De leden danken het kabinet voor haar inzet, maar vinden dat het kabinet een belangrijk aspect onderbelicht laat. Nederlandse vissers worden in tegenstelling tot hun Franse collega’s frequent en streng door de Franse autoriteiten gecontroleerd. Voor het minste of geringste worden zij opgebracht naar een Franse haven en volgt een duur proces. De financiële schade is fors. De eigenwijze Fransen hanteren bijvoorbeeld een zeekaart die niet helemaal overeenkomt met de geldende Europese kaart.

Het kabinet geeft in de recente vragenbeantwoording aan dat zij niet over de informatie beschikt dat Nederlandse vaartuigen intensiever geïnspecteerd worden dan Franse vaartuigen. Deze leden vragen het kabinet in overleg te treden met de Nederlandse vissers die regelmatig op de Franse wateren vissen en deze informatie wel hebben. Is het kabinet bereid de druk richting de Fransen op te bouwen, bijvoorbeeld door te dreigen met een procedure bij het Europese Hof?

Garantstellingsregeling visserij

De leden van de SGP-fractie lezen in de recente brief van de staatssecretaris over de garantstellingsregeling voor de visserijsector dat bij eerdere openstellingen geen aanvragen binnen zijn gekomen. Deze leden krijgen het signaal dat dit te maken heeft met strenge voorwaarden op het gebied van eigen vermogen en duurzaamheid. Is het kabinet bereid deze voorwaarden in lijn te brengen met de voorwaarden zoals die gelden voor andere garantstellingsregelingen voor het midden- en kleinbedrijf, zodat er reële ruimte ontstaat om in het kader van zowel de pilot voor het Masterplan Duurzame Visserij als de pulsvisserij een beroep op deze garantstellingsregeling te doen?

Vragen en opmerkingen van de leden van de fractie van de Partij voor de Dieren

Verbod op onverdoofd doden van paling in een zoutbad

De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren willen allereerst de staatssecretaris bedanken voor het uitvoeren van de aangenomen motie Ouwehand (Kamerstuk 32 658, nr. 14) die vraagt de verplichting van het vooraf bedwelmen van paling bij de slacht in regelgeving op te nemen.

Hervorming Gemeenschappelijk Visserijbeleid

De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren wijzen het kabinet onophoudelijk op het falen van het GVB, dat ondanks de doelstelling dat visbestanden duurzaam moeten worden beheerd, heeft geleid tot overbevissing van maar liefst 88% van de bestanden. De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren staan niet alleen in hun pleidooi om het visserijbeleid drastisch te herzien. Ook de Europese Commissie zelf moest na haar evaluatie concluderen dat het roer om moet. Vermaard visserijbioloog Daniel Pauly, die een eredoctoraat heeft aan de Universiteit Wageningen zegt dat we aan de rand van de afgrond staan. Zijn toekomstbeeld is dat er binnenkort vooral kwallen en plankton in zee te vinden zijn, en de oorzaak daarvan is het zogenaamde «fishing down the foodweb»: vissers hebben eerst de grote roofvissen als kabeljauw en tonijn overbevist en zagen zich gedwongen om te gaan vissen op steeds kleinere soorten, lager in het voedselweb. Dit leidt aanvankelijk tot hogere vangsten, maar al snel zal de opbrengst stagneren of afnemen. Het systeem raakt uitgeput omdat de brede basis van biomassa steeds verder afkalft. De exploitatie is, met andere woorden, niet duurzaam. De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren nemen de waarschuwingen van Pauly en andere experts zeer serieus. Doet de staatssecretaris dat ook?

De visserij heeft de laatste grens bereikt. Het is alarmerend dat er ondanks een toegenomen visserijinspanning een mondiale trend bestaat van afnemende vangsten. Dat betekent dat visbestanden overal ter wereld zijn overbevist. Alleen écht vergaande maatregelen kunnen nog soelaas bieden, zegt Pauly:

  • de visserijsubsidies moeten onmiddellijk worden afgeschaft. Want alleen daardoor blijven vissers op bestanden vissen die eigenlijk niet langer rendabel zijn;

  • het visserijbeleid moet overschakelen van een soortgerichte op een ecologische benadering;

  • en ook ten minste 20 procent van de wereldzeeën moeten tot beschermde mariene zone verklaard worden waarbinnen niet mag worden gevist. «Alleen dan kunnen vispopulaties zich herstellen.»

De Partij voor de Dieren vindt dat het kabinet deze drie dringende aanbevelingen moet overnemen en inbrengen bij de onderhandelingen over de herziening van het GVB. Deze leden zien geen enkele belemmering voor het innemen van deze standpunten, omdat ze aansluiten bij de goede inzet die Eurocommissaris Damanaki voor ogen heeft. Vorige week verschenen twee rapporten van de Europese Commissie die de noodzaak van hervorming van het GVB wederom onderschrijven. Zo blijkt dat bodemtrawlers hun langste tijd gehad hebben, ze blijken geen winstgevende vorm van visserij te zijn door het torenhoge brandstof verbruik. Ook blijkt dat het terugdringen van de overcapaciteit van de Europese visserijvloot in haar huidige tempo veel en veel te langzaam gaat. Dit vraagt dus om een concrete hervorming van het beleid. Uit de brief over de hervorming van het GVB blijkt dat de staatssecretaris onderschrijft dat er een fundamentele herziening nodig is. De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren steunen de staatssecretaris uiteraard in die constatering, maar willen ook vragen of dat concreet betekent dat Nederland zich zal aansluiten bij de voorstellen die de Europese Commissie hiervoor doet.

In een recente toespraak maakte Eurocommissaris Damanaki bijvoorbeeld duidelijk dat er een einde zou moeten komen aan de visserijsubsidies. Gelet op de grote Europese geldstroom die op het gebied van visserij naar een aantal landen vloeit kan zij grote tegenstand verwachten vanuit deze lidstaten. Des te belangrijker is het dus dat Nederland de Eurocommissaris ten volle steunt bij haar poging om de visserijsubsidies binnen afzienbare tijd af te bouwen. Kan de staatssecretaris dit toezeggen?

Een aantal vragen over de subsidies: is het waar dat Spanje 50% van de beschikbare Europese visserijsubsidies krijgt? Juist deze vloot speelt een grote rol in de overcapaciteit en er zijn gevallen bekend van Spaanse schepen die keer op keer de regels overtreden door te vissen in verboden gebieden of op vissoorten waar niet op gevist mag worden. Om hoeveel geld gaat het precies en hoe is de verdeling over de lidstaten?

Europees is er een probleem met de informatie die vanuit de sector wordt aangeleverd over (bij)vangsten. Kan de staatssecretaris toelichten hoe dat zit met de Nederlandse vloot? Is de monitoring hier op orde en zo nee, waar ontbreekt het dan aan?

Uit Noorwegen kwam afgelopen week het nieuws dat de visserij dankzij het instellen van een discardban winstgevender is geworden en ook heeft geleid tot herstel van de visbestanden. Dit succes werd veroorzaakt doordat men een combinatie van maatregelen toepast, waaronder het (tijdelijk) sluiten van gebieden en aanpassing van de vistuigen, zodat selectiever gevist werd. Vooral de gemengde visserij heeft hier een flinke slag te maken. De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren vinden dat het nu tijd is voor maatregelen op dit vlak en vragen de staatssecretaris welke concrete acties deze leden op welke termijn kunnen verwachten? De staatssecretaris geeft aan de ontwikkeling van de pulsvisserij als veelbelovend te zien. Kan hij de huidige stand van zaken van de pulsvisserij en de effecten op kabeljauw geven? In de stukken lezen de leden van de fractie van de Partij voor de Dieren dat het onverminderd slecht gaat met de kabeljauw. Het mag dus niet zo zijn dat een gepromote vistechniek deze populatie nog verder onder druk zet. Kan de staatssecretaris de oorzaken van de lage stand kabeljauw geven en welke maatregelen genomen worden om te populatie weer te laten groeien? De staatssecretaris geeft aan dat hij de aanpak van het bijvangst probleem stapsgewijs wil invoeren, kan hij dit nader specificeren? Onderschrijft de staatssecretaris dat de aanlandingsverplichting alleen zin heeft als het wordt gedisconteerd in de visquota?

Dan de beschermde gebieden. De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren vinden dat een netwerk van beschermde gebieden op zee prioriteit moet worden en vragen de staatssecretaris of hij bereid is zich hier in Europa voor in te zetten. Het GVB zou op dit punt ook moeten worden aangepast, zodat beschermingsmaatregelen in het kader van Natura 2000 via Natura 2000-regelgeving afgekondigd kunnen worden en niet eerst moeten wachten op een lange procedure onder het GVB. Onderschrijft de staatssecretaris dat de verplichting tot het voorkomen van verslechtering, het nemen van passende maatregelen en de beginselen van gemeenschapstrouw uit Natura 2000 kunnen vragen om het nemen van directe maatregelen en besluitvorming via het GVB dus niet de meest logische route is? Zo ja, is hij bereid hiervoor aandacht te vragen in Europa?

Internationale Walvisvaart Commissie (IWC)

De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren danken de staatssecretaris voor zijn inzet voor de 63ste jaarvergadering van de IWC, van 4–15 juli a.s. De leden van de Partij voor de Dieren-fractie is blij dat de inzet waar zij bij het vorige kabinet op aangedrongen hebben, het blijvende standpunt van het Nederlandse kabinet vormt: stoppen van de commerciële walvisjacht, inclusief de «wetenschappelijke» vangsten door Japan en het in 2010 afgewezen consensusvoorstel, of eventuele nieuwe voorstellen met een vergelijkbare inhoud, zijn niet aanvaardbaar.

De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren hebben grote zorg over de berichten die in de media verschijnen over voorstellen waar de Verenigde Staten (VS) mee zouden komen om de walvisjacht te legitimeren, om zo haar eigen quota voor de inheemse jacht veilig te stellen. Is de staatssecretaris op de hoogte van deze berichten en kan hij zeggen in hoeverre ze op waarheid berusten? Mocht de berichtgeving juist zijn, is hij bereid om er zo snel mogelijk bij de VS op aan te dringen dit voorstel niet in te brengen en te wijzen op de vele bezwaren die er kleven aan het legaliseren van de walvisjacht? En is de staatssecretaris bereid zo breed mogelijk verzet tegen een dergelijk voorstel te organiseren, zowel Europees als met andere leden van de IWC?

De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren hebben aan voormalig minister van LNV gevraagd namens Nederland een voorstel in te dienen om de beschermingssfeer van de IWC uit te breiden naar andere walvisachtige soorten, zodat ook dolfijnen door de verdragen kunnen worden beschermd. Het antwoord luidde toen dat België aan een dergelijk voorstel werkte en dat de minister bereid was om, mocht België die inspanningen staken, het stokje over te nemen zodat het voorstel in elk geval kon worden ingediend. De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren zijn benieuwd naar de stand van zaken en vragen de staatssecretaris of de uitbreiding van de werkingssfeer van de IWC voor kleine walvisachtige soorten ter sprake komt op de komende jaarvergadering, met steun en/of als voorstel van Nederland.

Tot slot vragen de leden van de Partij voor de Dieren-fractie naar de stand van zaken rond de onderhandelingen met IJsland over toetreding tot de Europese Unie in verband met de voorwaarde dat dit land de walvisjacht zou moeten afzweren als zij lid wil worden van de Europese Unie. Deze leden wijzen de staatssecretaris in dit verband ook op de aangenomen motie Ouwehand c.s. (Kamerstuk 23 987, nr. 113). Op welke wijze zullen de lopende onderhandelingen met IJsland doorklinken in de stelling name van de Europese Unie tijdens de komende IWC en ziet de staatssecretaris met de leden van de fractie van de Partij voor de Dieren kansen om de positie van IJsland in dat licht ook op de conferentie bijgesteld te krijgen ten gunste van de walvissen? Graag een toelichting hierop van de staatssecretaris.

II. REACTIE VAN DE STAATSSECRETARIS

Gemeenschappelijk Visserij Beleid (GVB)

Visserijbeleid

De fractie van de PvdD heeft gevraagd of Nederland zich zal aansluiten bij de voorstellen die de Europese Commissie voor de herziening van het GBV doet.

De definitieve voorstellen zullen naar verwachting in de Raad op 18 juli a.s. door de Commissie worden gepresenteerd. Dan zal nog geen behandeling plaatsvinden, aangezien de lidstaten eerst hun standpunt bepalen. In het najaar start het onderhandelingstraject om tot een nieuw Gemeenschappelijk Visserijbeleid 2013–2023 te komen. Naar verwachting zal dit traject in ieder geval tot eind 2012 in beslag nemen.

Op basis van de definitieve voorstellen – na de presentatie in de Raad – zal het kabinet haar standpunt bepalen. Dit standpunt zal begin september aan uw Kamer worden gezonden. Dus voordat de onderhandelingen aanvangen.

De fractie van de PvdD wil weten of ik waarschuwingen van visserijbioloog Pauly en andere experts serieus neem.

Mijn ambtsvoorganger heeft de Tweede Kamer in juni 2008 per brief (TK 26 737, nr. 8) geïnformeerd over haar opvattingen over het door Pauly geschetste toekomstbeeld. Ook ik neem dit soort waarschuwingen over de toekomst van onze zeeën en oceanen zeer serieus.

De fractie van het CDA heeft gevraagd of ik bereid ben mij in te zetten om stakeholders een rol te geven in het nieuwe GVB die verder gaat dan een adviserende en de RACs beter toe te rusten om die grotere rol te kunnen vervullen.

Ik acht het van groot belang dat de stakeholders betrokken worden bij het Europese visserijbeleid om zo het draagvlak te vergroten. Ik zie daar met name een grotere rol voor de Regionale Advies Raden (RACs) weggelegd. Zij kunnen beter, in een vroegtijdig stadium, bij het opstellen en uitwerken van plannen betrokken worden. Hiervoor dienen zij dan beter toegerust te worden om deze taken uit te oefenen. De wijze waarop met adviezen van de RACs wordt omgegaan, zou ook gemotiveerd moeten worden. Dat was en blijft mijn inzet.

De fractie van het CDA heeft gevraagd naar de integratie van andere Europese beleidsvelden met het Gemeenschappelijk Visserijbeleid.

Het CDA heeft enkele vragen gesteld over de integratie van andere Europese beleidsvelden KRM, marine spatial planning en Natura 2000 met het Gemeenschappelijk Visserijbeleid. Hieronder ga ik daarop in.

  • KRM: U stelt terecht dat de staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu (IenM) de implementatie van de Kaderrichtlijn Mariene Strategie coördineert. Alle betrokken departementen hebben een rol bij die implementatie, ook mijn departement. In dat kader kan de implementatie van de KRM agenderend werken naar het GVB, die relatie wordt door de EC expliciet gelegd. Procedureel blijft het GVB het kader waarbinnen besluitvorming t.a.v. de visserij zal plaatsvinden.

    De inzet van het kabinet is dat het gebruik van de Noordzee in evenwicht wordt gebracht met het ecosysteem. De staatssecretaris van IenM heeft laten weten dat hij voornemens is om in de zomer 2012 de Europese Commissie te informeren over de doelen en de ambities van Nederlands met betrekking tot de Kaderrichtlijn Marien. De Kamer zal vooraf geïnformeerd worden.

  • Marine spatial planning: Wat betreft de ontwikkeling van het ruimtelijk beleid op de Noordzee is de eerste inzet van Nederland is om bilateraal met de buurlanden of op regionaal niveau met de aan de Noordzee grenzende landen te komen tot afstemming over het ruimtelijk beleid op zee.

  • Natura 2000: De afstemming met het visserijbeleid en Natura 2000 vindt plaats in het kader van het Gemeenschappelijk Visserijbeleid. De Nederlandse inzet daarbij is dat de procedures van het GVB benut zullen worden voor het nemen van visserijmaatregelen in Natura 2000 gebieden. De Nederlandse inzet bij de herziening van het GVB is dat de rol van de Regionale Adviesraden met betrekking tot de advisering over visserijmaatregelen in Natura 2000 gebieden geconsolideerd wordt langs de huidige lijnen. De RACs hebben een formele adviespositie in de Basisverordening. Zo wordt de RAC bijvoorbeeld op dit moment intensief betrokken bij de visserijmaatregelen voor de Doggersbank. Mijn inzet is zowel nationaal als internationaal om voor de Natura 2000 gebieden te komen met visserijmaatregelen die een bijdrage kunnen leveren aan de realisatie van de natuurdoelstellingen. De daarbij op te leggen beperkingen zullen niet omvangrijker zijn dan noodzakelijk is voor de realisatie van die doelstellingen. Internationaal vindt een zeer praktische samenwerking plaats met andere Noordzeestaten rond bijv. de Doggersbank.

De PVV vraagt naar het verband tussen fosfaat in het kustwater en de visstand.

Er is geen wetenschappelijke basis voor het bemesten van de Noordzee ten behoeve van een verhoging van de productie van schol en tong. Het effect van een fosfaatbemesting op de platvisproductie is onvoorspelbaar en kan mogelijk tot negatieve effecten leiden in de vorm van zuurstofloosheid en het optreden van plaagalgen, ook in andere gebieden als Duitse Bocht en Oostzee. Tevens lijkt fosfaatbemesting van de Noordzee strijdig met de Kaderrichtlijn Water die noodzaakt tot een verdere verlaging van de nutriënten. Het op het juiste moment en op de juiste plaats toevoegen van fosfaat kan mogelijk wel leiden tot een verhoging van de productie van schelpdieren, mits er voldoende schelpdierbroed aanwezig is.

Uit onderzoek in de Noordzee blijkt dat ondanks de afname in nutriëntconcentraties de fytoplankton biomassa niet is afgenomen. Fytoplankton is voedsel voor roeipootkreeftjes («copepoden»), die op hun beurt weer als voedsel dienen voor de larven van verschillende vissoorten. Er zijn vele factoren die van invloed zijn op de overleving van jonge vis, zoals temperatuur, de soortensamenstelling, geografische verspreiding en timing van roeipootkreeftjes. Onderzoekers hebben waargenomen dat als gevolg van een mis-match in de tijd tussen voorkomen van bijv. de kabeljauwlarven en hun favoriete soorten voedsel, de kabeljauwlarven zijn overgeschakeld op ander, voor de vis minderwaardig, voedsel. Hierdoor is de aanwas van jonge vis sinds de jaren 80 van de vorige eeuw achteruitgegaan. Het verdwijnen van schol uit de kustzone is waarschijnlijk mede een effect van temperatuurstijging.

Een andere verklarende factor voor de lage visstand van sommige soorten in de Noordzee is voor de wetenschappers van ICES het gevolg van de zeer hoge visserijdruk.

Dat laat onverlet dat een hoger fosfaatgehalte in het late voorjaar en de zomer een hogere biologische productiviteit met zich brengt in het mariene milieu. Dit staat haaks op het overheidsstreven naar een meer natuurlijke Noordzee.

Innovatieve visserijtechnieken

De fractie van de ChristenUnie vraagt naar de uitkomst van het pleiten voor nieuwe en innovatieve visserijtechnieken bij de Europese Commissie. Tevens vraagt de fractie naar de resultaten van het overleg met de initiatiefnemers van het Masterplan.

Bij de herziening van het GVB zal voldoende ruimte moeten zijn voor nieuwe en innovatieve visserijtechnieken. Ik zal daarvoor blijven pleiten. Met de initiatiefnemers van het Masterplan Duurzame Visserij heeft inmiddels overleg plaatsgevonden. Daarbij hebben wij gesproken over de manier waarop ik mijn toezegging gestand kan doen om innovatieve onderdelen op één of meerdere pilot schepen met EVF-middelen te ondersteunen. Ik ben nu in afwachting van uitgewerkte voorstellen voor de bouw van de schepen.

Ten aanzien van de pulsvisserij is mijn inzet erop gericht het verbod in de verordening technische maatregelen op te heffen. Een voorstel tot wijziging van deze verordening zal door de Commissie naar verwachting na de besluitvorming over de hervorming van het GVB worden gepresenteerd.

De fractie PvdD vraagt naar de stand van zaken met betrekking tot de pulsvisserij en naar het effect op kabeljauw.

Op dit moment zijn alle 42 ontheffingen verleend. Er is nog een reservelijst van ca. 20 schepen. Er zijn nu 16 vaartuigen die met de pulstechniek vissen. Elke maand komen er enkele vaartuigen bij. Verwacht wordt dat uiterlijk begin volgend jaar alle 42 schepen zijn uitgerust.

Ten aanzien van het effect van de pulsvisserij op het ecosysteem is door ICES uitvoerig onderzoek gedaan. In 2006 hebben de internationale biologen in ICES een eerste advies uitgebracht. Daarin werd vastgesteld dat de pulstechniek duidelijk voordelen heeft in vergelijking met de traditionele boomkorvisserij. Wel adviseerde ICES aanvullend onderzoek naar het effect van de puls op een aantal soorten. Dat onderzoek, bijvoorbeeld naar de effecten op haaien en roggen, is positief afgerond. ICES zette in dit advies nog wel enkele kanttekeningen bij mogelijke effecten van de pulstechniek op kabeljauw. Om deze effecten nader te onderzoeken is een nationaal vergelijkend onderzoek opgezet. Dit onderzoek wordt binnenkort afgerond. Tevens wijs ik erop dat in het kader van de pilot met ontheffingen een monitoringtraject wordt opgezet waarbij ook de aandacht zal zijn voor de vangsten van kabeljauw. Met de uitkomsten willen we komen tot een goed inzicht in het effect van de pulstechniek op kabeljauw en de onderbouwing van de werking van het pulstuig verder verbeteren. Dit is essentieel in het verdere proces om te komen tot een permanente toelating van de pulstechniek.

Partnerschapovereenkomsten

De leden van de SP-fractie vragen naar de rechtvaardiging van financiering van visserijpartnerschap overeenkomsten.

In mijn brief over de inzet bij de hervorming van het GVB ben ik uitvoerig ingegaan op het extern EU beleid en meer in het bijzonder op de visserijpartnerschapovereenkomsten met derde landen en het functioneren van de Regionale Visserijbeheer Organisaties. Ik ben van oordeel dat visserijpartnerschapovereenkomsten een belangrijk kader moeten blijven bieden voor een verantwoorde en duurzame visserij in de gebieden waar EU-vaartuigen actief zijn. Ten aanzien van de financiering van deze overeenkomsten is mijn inzet erop gericht een onderscheid te maken tussen de kosten voor toegang en de kosten voor sectorale steun. Dit met als uitgangspunt dat publieke taken publiek en private taken privaat worden gefinancierd. Ik ben tenslotte van mening dat de kosten en baten van de individuele partnerschapovereenkomsten goed moeten worden afgewogen met als uitgangspunt en borgen van een duurzame visserij en een duurzame ontwikkeling in partnerlanden.

Gemeenschappelijke marktordening

De CDA-fractie verzoekt om meer informatie te geven over de plannen voor de hervorming van de marktordening en vraagt om een reactie over het behouden van minimumprijzen.

De visie van dit kabinet is dat daar waar we subsidies geven deze duurzaamheid, innovatie en waardetoevoeging moeten bevorderen. In het Gemeenschappelijk Visserijbeleid moet er een grotere rol komen voor de markt. Mijn inzet is om te stoppen met het doordraaien van vis omdat deze steun niet resulteert in een gezonde markt en innovaties. De beperkte mogelijkheden voor overheidssteun wil ik aanwenden om duurzaamheid, innovatie en concurrentiekracht te bevorderen. De Commissie komt binnenkort met haar voorstellen voor een nieuwe marktordening. Dat is het moment om het afschaffen van doordraai te bepleiten.

De wijze waarop ik de dragende rol van producentenorganisaties wil versterken is tweeledig. Ik wil dat producentenorganisaties een grotere rol gaan spelen in duurzaam beheer. De sector moet hier zelf verantwoordelijkheid voor krijgen. Hiervoor moet zij wel bij de overheid verantwoording afleggen.

Beheer bestanden

De CDA-fractie heeft diverse vragen gesteld over de toepassing van het MSY-principe. Hierbij gaat het om MSY in relatie tot gerelateerde visbestanden, omissie t.a.v. opgebouwde kennis, aanhaken van stakeholders, sturen op streefwaarde dan wel grenswaarde en multidisciplinaire aanpak van meerjaren beheerplannen.

De afspraak om visbestanden te beheren volgens het principe van Maximaal Duurzame Opbrengst (MSY) was het antwoord op het uitblijven van herstel van een aantal bestanden als gevolg van de aanhoudende hoge visserijdruk. De afspraak is op diverse niveaus politiek omarmd, mondiaal (in Johannesburg 2002) en in Europa (2008).

Het uitgangspunt van MSY is van belang om de doelstelling van 2015 te halen. Dit vooral voor die bestanden waarvoor geen meerjarenplannen zijn. In de Noordzee is een aantal bestanden reeds op of onder MSY-niveau.

De MSY-discussie gaat niet zozeer over de vraag of de visserijdruk naar beneden moet, maar tot welk niveau. Ik streef naar niveaus die én voldoen aan de duurzaamheidprincipes van MSY én lange termijn economische perspectieven bieden én rekening houden met de visserijpraktijk. Om een goed toegesneden MSY-waarde vast te stellen is veel kennis nodig. Aangezien MSY-waarden op dit moment per soort worden opgesteld, wordt vaak onvoldoende rekening gehouden met de aard van de gemengde visserij. Mijn inzet is om MSY-niveaus beter op elkaar af te stemmen.

De fractie van de PvdD heeft een vraag gesteld over de informatie over (bij)vangsten.

Nederland voldoet aan de bepalingen uit de data collectie verordening. Mij is bekend dat dit niet voor alle lidstaten geldt. Dat is een zorgpunt, aangezien dit de kwaliteit van de biologische en economische assessments ondermijnt.

De fractie van de PvdD vraagt naar de oorzaken van de lage stand van kabeljauw en welke maatregelen er genomen worden om de populatie weer te laten groeien. Voorts wordt naar de aanpak van het bijvangstprobleem gevraagd.

De oorzaken van de lage kabeljauwstand zijn een aanhoudende lage aanwas en een zeer hoge visserijdruk. De lage aanwas heeft onder andere te maken met klimatologische veranderingen. De visserijdruk gaat sinds 2000 weliswaar naar beneden, maar is nog steeds boven het voorzorgsniveau. In combinatie met een lage aanwas betekent dit dat het bestand nauwelijks kan herstellen. Dit bestand wordt samen met Noorwegen beheerd. Met Noorwegen zullen we Total Allowable Catch (TAC) overeenkomstig het beheerplan verder reduceren. Ook zijn de bepalingen voor de instelling van tijdelijk gesloten gebieden onlangs aangescherpt. In Nederland hebben we in 2011 een zogenaamd cod avoidance plan opgesteld, met netaanpassingen en aanvullende gebiedssluitingen om de (bij-)vangsten te beteugelen.

De CDA-fractie gaat in op de aanlandingsplicht, vraagt naar de opvattingen in andere lidstaten dienaangaande en naar uitvoering motie Koopmans inzake vermindering bijvangsten en overleg met de sector dienaangaande. De fractie van de Christen Unie vraagt wat bedoeld wordt met en stapsgewijze aanpak. De fractie van de PvdD wil meer weten over de aanpak van het discardprobleem, welke concrete acties en welke termijnen voorzien zijn.

Het is evident dat voorkomen van bijvangsten noodzakelijk is om te komen tot een duurzame visserij. Ik ben van mening dat we de discardproblematiek moeten aanpakken met een pakket van maatregelen. Allereerst dienen ongewenste bijvangsten zoveel mogelijk voorkomen te worden door selectiever te gaan vissen. Een aanlandingsplicht is vervolgens een aanvullende maatregel. Een dergelijk systeem dient naar mijn overtuiging stapsgewijs ingevoerd te worden. Dit om de visserijsector tijd te geven zich aan de nieuwe situatie aan te passen. Ook moet rekening worden gehouden met de specifieke kenmerken van de gemengde visserij. Met de sector wil ik bezien welke maatregelen er kunnen worden ingezet om vangsten van ondermaatse vis zoveel mogelijk te beperken. Bij de implementatie van de aanlandingsplicht zou ik voorrang willen geven aan die bestanden die buiten biologisch veilige grenzen zijn én waar veel discards worden geproduceerd, zoals bijvoorbeeld kabeljauw.

Kort ná de presentatie door de Commissie treed ik in overleg met de sector om de definitieve voorstellen te bespreken. Hierbij wil ik langs de sporen zoals eerder genoemd de discardproblematiek nader aan de orde stellen. Enerzijds is mijn inzet gericht om een ambitieus, maar wel haalbare aanpak te realiseren. Anderzijds is het de ambitie van de Commissie om in Europees verband dit probleem binnen afzienbare tijd op te lossen. Ik wil hierbij een actieve bijdrage leveren. Een vergelijkbare aanpak ervaar ik ook bij omringende landen rondom de Noordzee.

De CDA- en CU-fracties vragen naar de wetenschappelijke onderbouwing om 25% reductie van bepaalde bestanden met ontbrekende gegevens voor een wetenschappelijk advies.

De fractie van de ChristenUnie vraagt naar de inzet inzake de geassocieerde bestanden.

Zoals ik in het AO Landbouw en visserijraad van 22 juni jl. aangaf, ben ik met u van mening dat het beheer gebaseerd moet zijn op wetenschappelijke gegevens. De Commissie heeft tot op heden geen wetenschappelijke onderbouwing kunnen geven voor haar voorstel om in de gevallen waar geen of onvoldoende gegevens beschikbaar zijn de toegestane vangsthoeveelheden (TACs) met 25% te reduceren. In de Landbouw- en Visserijraad van 28 juni jl. heeft Nederland aangegeven dat 25% teveel is, maar dat wel zorgvuldig met de bestanden moet worden omgegaan.

De PVV-fractie geeft aan de scholbox te willen opheffen.

IMARES heeft met haar collega-instituten uit Duitsland en Denemarken op verzoek van de Europese Commissie in 2010 een evaluatie van de scholbox gedaan. Het was niet mogelijk om hieruit conclusies te trekken over de effecten van de scholbox. Dit omdat de monitoring en onderzoek hier eerder nooit op gericht zijn geweest. Dat de scholbox niet zou werken, kon dan ook niet worden aangetoond. Wel is bevestigd dat klimatologische veranderingen hebben bijgedragen aan het wegtrekken van jonge schol uit de kraamkamer Waddenzee naar de diepere Noordzee. De sector ziet vooral tijdelijke gebiedsluitingen (real time closures) als middel om ondermaatse visvangsten te voorkomen. Ik vind dat een interessante optie die ik graag met hen verder zou willen verkennen. Over de scholbox en andere gebiedsgerichte maatregelen zal worden besloten in het kader van de technische maatregelen verordening. Hiervoor zullen nog meer gegevens bekend moeten worden alvorens tot definitieve besluitvorming kan worden gekomen.

Visserijsubsidies

De fractie van de PvdD vraag zich verder af of Nederland Commissaris Damanaki kan steunen bij haar pogingen om de visserijsubsidies binnen afzienbare tijd af te bouwen.

Ik ben van mening dat er duidelijke keuzes nodig zijn over de vraag waar en hoe de sector wordt ondersteund. Daarbij dient de visserijsector zich te ontwikkelen tot een innovatieve, duurzame en economisch zelfstandige sector. Subsidies die dit doel niet dienen zouden dan ook afgeschaft moeten worden en beschikbare budgetten inzetten voor ondermeer innovaties in duurzaamheid. Op dit moment wil ik nog niet op de discussie over de toekomstige financiële perspectieven vooruit lopen. Naar verwachting komt de Commissie in het najaar met voorstellen over een nieuw Europees Visserij Fonds. Ik zal de Tweede Kamer dan zo spoedig mogelijk hierover informeren.

De fractie van de PvdD heeft gevraagd naar de omvang van de Europese visserijsubsidies.

De Communautaire steun voor de visserijsector voor de periode 2007–2013 bedraagt 4,3 miljard euro. Hiervan is 1,1 miljard euro (26,3%) voor de lidstaat Spanje gereserveerd2.

Verder is het EVF als volgt over de lidstaten verdeeld (percentage van het totale budget):

België

0,61%

Bulgarije

1,86%

Tsjechië

0,63%

Denemarken

3,11%

Duitsland

3,62%

Estland

1,96%

Griekenland

4,83%

Ierland

0,98%

Frankrijk

5,02%

Italië

9,86%

Cyprus

0,46%

Litouwen

1,27%

Letland

2,90%

Hongarije

0,81%

Malta

0,19%

Nederland

1,13%

Oostenrijk

0,12%

Polen

17,05%

Portugal

5,73%

Roemenië

5,36%

Slovenië

0,50%

Slowakije

0,32%

Finland

0,92%

Zweden

1,27%

Verenigd Koninkrijk

3,20%

Beschermde gebieden in zee

De PVV heeft enkele vragen gesteld over de acties van Greenpeace op de Klaverbank en de Doggersbank, of Greenpeace strafrechtelijk wordt vervolgd en in hoeverre kosten verhaald worden.

De acties van Greenpeace zijn in strijd met de wet. De staatssecretaris van I en M heeft Greenpeace gesommeerd te stoppen met het storten van stenen op basis van de Waterwet. De Staatssecretaris van I en M bereidt zich nu voor op verdere juridische stappen tegen Greenpeace (inzetten bestuursdwang). Ik heb eerder aangegeven dat Greenpreace de zeepaarden zelf moet weghalen of laten weghalen. Indien de zeepaarden en stenen moeten worden opgeruimd door of in opdracht van het Rijk, zal het Rijk de jurische middelen inzetten om de kosten op de veroorzaker te verhalen.

De fractie van de PVV vraagt of de rotsblokken die in de Sylt/Duitse Bocht zijn gestort, zullen worden verwijderd.

De Nederlandse overheid is niet bevoegd om deze blokken uit de Duitse Exclusieve Economische Zone of het Continentaal Plat te verwijderen.  De ligging van deze blokken, evenals die die op de Klaverbank zijn gestort – is bekend bij de vissers.

De fractie van de CU heeft verzocht om bij de ontwikkeling van beschermende maatregelen naar de Doggersbank als geheel te kijken en niet alleen naar het Nederlandse deel.

Samen met mijn collega’s uit het Verenigd Koninkrijk, Duitsland en Denemarken span ik mij in om tot een internationaal samenwerkingsverband te komen dat tot doel heeft om één regime te ontwikkelen voor de gehele Doggersbank. Medio mei is dit verband onder Nederlands voorzitterschap, nog bijeen geweest en zijn er nadere afspraken gemaakt. Deze afspraken behelzen onder andere de ontwikkeling van visserijmaatregelen voor de gehele Doggersbank (m.u.v. het niet aangewezen Deense deel) in samenspraak met de Noordzee RAC.

Dat betekent dus dat in dit project naar alle vaartuigen zal worden gekeken, onafhankelijk van de vlag die zij voeren. Deze internationale samenwerking wordt door de Europese Commissie, die als waarnemer deelneemt, zeer gewaardeerd.

Wat betreft de Klaverbank hebben we van doen met een andere situatie. De FIMPAS Stuurgroep heeft een voorstel gedaan voor een visserijregime op de gehele Klaverbank. Dat voorstel bevat – naast een aantal gesloten gebieden – ook mogelijkheden om te blijven vissen. Deze visserijmogelijkheden hebben betrekking op de boomkorvisserij in grote delen van de Klaverbank en op de low impact visserij in de Botney Cut. De Botney Cut is het belangrijkste visserijgebied voor deze Nephrops. Deze kreeftjes worden gevangen met een zgn. low impact gear, dus niet met de boomkor. Het voorstel is om deze vistuigen blijvend toe te staan in het gebied. Ik ben dus niet van mening dat bepaalde regio’s onevenredig zwaar worden getroffen.

Financiële ondersteuning visserijsector

De leden van de SGP-fractie vragen of de Regering bereid is de voorwaarden garantstellingregeling aan te passen in lijn met garantstellingregeling MKB en de ruimte te creëren om in het kader van pilot voor het Masterplan Duurzame Visserij als de pulsvisserij een beroep op deze garantstellingregeling.

Het Besluit Borgstellingkrediet MKB en de Regeling Garantstelling Visserij vallen onder verschillende EU – staatssteunkaders, waarbij die voor de visserij meer beperkend is. Het is daarom niet mogelijk de voorwaarden van de regeling voor de visserij in lijn te brengen met die voor het MKB.

Volgens de EU – staatssteunkaders voor de visserij mag geen steun worden verleend aan bedrijven in moeilijkheden. Om deze reden is in de regeling de bepaling opgenomen dat het bancair aansprakelijk vermogen van de aanvrager niet lager mag zijn dan 5% van het balanstotaal. Hierbij is bewust gekozen voor een lager percentage dan in de land- en tuinbouw vanwege de specifieke kenmerken van de visserijsector, waar de solvabiliteit doorgaans laag is. Aanpassen van dit percentage, is alleen mogelijk wanneer een nieuwe staatssteunprocedure wordt doorlopen in Brussel. Daarbij moet opnieuw worden aangetoond dat geen steun wordt verleend aan bedrijven in moeilijkheden.

In de gesprekken met de banken is de 5% eis specifiek aan de orde gesteld. Hieruit kwam naar voren dat deze voorwaarde geen bottle – neck vormt voor de vissers om van de regeling gebruik te maken. Dit overwegende kies ik ervoor de regeling in de huidige vorm open te stellen. In de garantstellingregeling worden geen nationale eisen gesteld op het gebied van duurzaamheid. Wel moet de investering in overeenstemming zijn met de voorwaarden van het Europese Visserijfonds.

Wat ondersteuning van het Masterplan Duurzame Visserij heb ik tijdens het algemeen overleg van 26 mei jl. toegezegd «innovatieve onderdelen» op deze schepen met EVF – middelen te willen ondersteunen.

De fractie van de ChristenUnie vraagt naar het gesprek met de banken over de garantstellingregeling en met het ministerie van Financiën over fiscale regelingen. Tevens vraagt zij naar het overleg met de sector over de importheffing voor platvis.

In mijn brief van 29 juni 2011 met het kenmerk 217415 heb ik u geïnformeerd over het toegezegde gesprek met het ministerie van Financiën en het gesprek met de banken. Wat betreft de importheffing op platvis heb ik tijdens het algemeen overleg van 26 mei toegezegd dit te willen aankaarten bij de Europese Commissie wanneer ik hiertoe een verzoek ontvang dat wordt ondersteund door de volledige sector. Dit verzoek heb ik nog niet mogen ontvangen.

Visserij in de Franse wateren

De fractie van de ChristenUnie vraagt naar de stand van zaken met betrekking tot de ondertekening van de gedragscode voor de Franse wateren. Tevens vraagt deze fractie bij de Franse autoriteiten aan te dringen op een snelle interventie als het weer fout dreigt te gaan. Deze fractie vraagt ook wanneer het advies van de landsadvocaat beschikbaar is en of ik bereid ben een collectieve claim te ondersteunen.

Ten aanzien van de gedragscode voor het Kanaal en de Noordzee wijs ik erop dat het gaat om een afspraak tussen vissers. Ik heb geen signalen ontvangen dat de gestelde dead-line niet gehaald zal worden en ik ga ervan uit dat – gelet op de aan de orde zijnde belangen – de gedragscode binnen de gestelde termijn door de Nederlandse vissers zal worden getekend. Zoals ik in mijn eerdere beantwoording heb aangegeven moedig ik Nederlandse vissers aan om met de ondertekening van de gedragscode blijk te geven van een constructieve houding. Ik heb – zoals aangegeven in mijn eerdere antwoorden – met mijn Franse collega op 24 mei overleg gevoerd en afgesproken met elkaar contact te hebben als er onverhoopt zich nieuwe problemen voordoen.

Het is aan vissers geleden schade te verhalen, al dan niet door middel van gerechtelijke procedures. Ik ondersteun vissers doordat ik een algemeen juridisch advies laat opstellen over deze zaak. Met dat advies kunnen vissers een afweging maken of zij een procedure starten. De landsadvocaat heeft dat advies in voorbereiding. Het advies zal naar verwachting over twee weken beschikbaar zijn.

De fracties van ChristenUnie en SGP gaan in op de wijze waarop Frankrijk uitvoering geeft aan controle, inspectie en handhaving en de signalen die zij hierover van de Nederlandse vissers ontvangen. Zij vragen binnen drie maanden de Kamer te informeren over de voortgang in de gesprekken over administratieve samenwerking met Frankrijk waaronder ook de problematiek van de gebruikte zeekaarten. De SGP fractie vraagt ook te dreigen met een Hof procedure. Tevens wordt gevraagd met de visserijsector de problemen in de Franse wateren te inventariseren.

Zoals ik in mij eerdere beantwoording heb gemeld, benadruk ik nog eens dat het de bevoegdheid van de lidstaten is op welke wijze zij uitvoering geven aan controle, inspectie en handhaving. Het kader daarvoor is de in 2009 aangenomen Europese controleverordening. Momenteel wordt in dat kader overleg gevoerd met Frankrijk over een bilaterale overeenkomst gericht op de te volgen procedures bij geconstateerde overtredingen. Ik ben bereid de Kamer over drie maanden te informeren over de voortgang en daarbij tevens de kwestie van de zeekaarten te betrekken. Ik zie geen aanleiding te dreigen met een Hofprocedure. Ik prefereer overleg boven een procedure bij het Europese Hof van Justitie.

Ten aanzien van een inventarisatie van problemen die Nederlandse vissers in Franse wateren ondervinden, ben ik bereid het Productschap Vis te verzoeken gezamenlijk met de visserijorganisaties de problemen te inventariseren.

Garnalensector

De PVV fractie vraagt de staatssecretaris naar de situatie in de garnalenvisserijsector en stelt voor om vergaande samenwerkingsmogelijkheden toe te staan, vraagt naar het opzetten van een PO Internationaal en het instellen van een minimumprijs.

Om tot een oplossing van de problemen in de garnalenvisserijsector te komen, werk ik met de sector nauw samen aan voorstellen voor de ontwikkeling van een toekomstperspectief. Dit overleg is nog volop gaande en geeft alle partijen goede hoop.

De oplossing voor de economische situatie van de garnalenvissers loopt niet via het instellen van een minimumprijs. Dit belemmert een gezonde marktwerking met prikkels tot innovatie. Daarbij zou het instellen van een minimumprijs door de overheid alleen op Europees niveau mogelijk zijn omdat de visserij een exclusieve competentie is van de Europese Unie.

De oplossing ligt evenmin in het toestaan van verdergaande samenwerkingsafspraken rond de vangsten. De huidige Nederlandse producentenorganisaties vertegenwoordigen namelijk ieder al een groot deel van de garnalenvissers en hebben in potentie een sterke marktpositie. Het opzetten van één producentenorganisatie Internationaal in samenwerking met België, Duitsland en Denemarken is geen optie. Dit omdat een producentenorganisatie/ onderneming volgens het Europese recht op geen enkele markt een dergelijke machtspositie mag innemen. De concurrentie wordt dan te zeer beperkt, zo niet uitgesloten.

Zoals eerder toegezegd informeer ik u na de zomer over het traject dat nu samen met de sector, NGO’s en het departement wordt doorlopen.

Dioxineproblematiek

De leden van de SGP- en CDA-fractie vragen of een aantal specifiek in de brief genoemde posten wordt meegenomen in de tegemoetkoming die aan getroffen vissers wordt verstrekt.

Ik hecht er aan, ten behoeve van de helderheid, de achtergrond bij de toegezegde tegemoetkoming nogmaals bondig uiteen te zetten. In de nota naar aanleiding van het verslag bij het wetsvoorstel waarmee een grondslag is gecreëerd voor het vangstverbod (TK 32 658, nr. 6) heb ik uiteengezet dat de geen sprake is van een onevenredig nadeel voor een specifieke groep vissers. Daarbij zijn van belang factoren als de voorzienbaarheid van de maatregelen en een normaal bedrijfsrisico.

Ik heb voorts aangegeven dat ik de gelden zal terugbetalen die zijn betaald voor de huur in de periode waarin de huurovereenkomst nog zou voortduren als deze niet was opgezegd. Verder zal ik overeenkomstig de algemene voorwaarden bij de huurovereenkomst voor visrecht in staatswateren een redelijke en billijke tegemoetkoming verstrekken voor met het oog op de visserij gedurende de huurtijd gemaakte kosten, die wegens de vroegere beëindiging van de huur niet meer uit de te verkrijgen opbrengsten van de visserij kunnen worden goedgemaakt. Ik heb u toegezegd dat deze tegemoetkoming ook zal worden verstrekt aan de houders van toestemmingen in staatswateren en aan vissers in niet-staatswateren.

Tevens bezie ik in overleg met de Europese Commissie in welke mate een tegemoetkoming kan worden verleend die is gerelateerd aan de hoeveelheid niet vervuilde paling in de gesloten gebieden en het daaraan verbonden inkomensverlies. Voor een uitgebreide uiteenzetting verwijs ik naar de genoemde nota naar aanleiding van het verslag en mijn brief van 29 juli jl.

Tegen het licht van deze achtergrond dient de tegemoetkoming, en de elementen waaruit deze bestaat, te worden bezien. Ik ga in het navolgende in op deze elementen in de volgorde waarin ze door de vragenstellers zijn opgebracht.

In de eerste plaats vragen de leden van de fractie van de SGP mij ruimte te zoeken voor gedeeltelijke compensatie van onverkoopbare vervuilde paling. Daarbij verwijzen zij naar de discussie die ik met uw Kamer voerde tijdens de behandeling van het wetsvoorstel over de Wijziging van de Visserijwet op 16 maart jl. over mijn voornemen alleen compensatie te bieden voor schone aal en wolhandkrab die door het vangstverbod niet meer op de markt kan worden gebracht.

Tijdens de behandeling van het door de vragenstellers genoemde wetsvoorstel heb ik toegelicht wat mijn gedachten zijn over de berekening van de compensatie voor schone paling en wolhandkrab. Op de vraag wat dat betekent voor een visser die in een gebied zit waarin het onmogelijk is gezonde paling te vangen, heb ik aangegeven dat ik niet weet of zich zo’n casus voordoet. In het kader van het onderzoek naar het percentage schonen aal en wolhandkrab, heb ik IMARES en RIKILT gevraagd hiervoor te komen met een landelijk percentage. Het geschetste scenario is dus niet waarschijnlijk. Ook heb ik aangegeven u per brief nader te informeren over de invulling van dit spoor. Zoals ik hiervoor heb aangegeven is dat moment nog niet aangebroken: er vindt nog overleg met de Europese Commissie plaats en er wordt nog onderzoek gedaan naar het percentage schone aal en wolhandkrab. Ik hecht eraan te benadrukken dat de door mij voorgestane tegemoetkoming dus alleen ziet op schone paling en wolhandkrab. Zoals ik in hetzelfde debat heb aangegeven, mocht vervuilde paling namelijk ook voor het vangstverbod op basis van de Warenwet al niet op de markt worden gebracht en kan dat dus ook geen bron zijn van inkomsten die nu door het vangstverbod is verloren.

De leden van de SGP-fractie vragen zich af of de regering erkent dat de norm voor dioxines en dioxineachtige PCB’s voor krab alleen geld voor wit vlees en niet voor het bruine vlees van krab wellicht te maken heeft met de infrequente en beperkte consumptie van het bruine vlees van wolhandkrab? Verder vragen de leden zich af of de regering erkent dat het toegestaan blijft wolhandkrab te importeren die in Nederland niet gevangen mag worden en of de regering eventueel bereid is de vangstverboden voor wolhandkrab in te trekken?

In Verordening 1881/2006 staat vermeld dat voor schaaldieren (zoals de wolhandkrab) een norm geldt van 8 pg/g versgewicht voor de som van dioxines en dioxineachtige PCB’s. Dit maximumgehalte geldt voor krabben alleen voor de aanhangsels (poten en scharen) en niet voor het vlees in het buikgedeelte van de krab (bruin vlees). Deze toevoeging is recent in verordening 420/2011 opgenomen (inwerkingtreding 20 mei jl.). Uit het onderzoek van IMARES en RIKILT (rapport C011/11) is gebleken dat het bruinvlees in de bemonsterde wolhandkrabben zeer hoge gehaltes dioxinen en dioxineachtige PCB’s (10 tot 96 pg/g) bevat, zelfs hoger dan de concentraties gemeten in wild gevangen paling in de verontreinigde gebieden. Bij de consumptie van wolhandkrab wordt het bruine vlees juist als delicatesse gezien en geconsumeerd. Het is daarmee zeer aannemelijk dat de consumptie van wolhandkrab, afkomstig uit met dioxine vervuilde wateren, een gevaar oplevert voor de volksgezondheid. Het is daarom wenselijk dat vanuit het volksgezondheidbelang wordt voorkomen dat met dioxine vervuilde wolhandkrab in de handel wordt gebracht. Onder meer om deze reden is artikel 54c, in de Visserijwet opgenomen. Dit artikel biedt een rechtsbasis voor het treffen van maatregelen ten aanzien van vissen waarvan wordt vermoed dat deze stoffen hebben opgenomen die een ernstig gevaar voor de mens kunnen opleveren. Om het risico voor de Nederlandse consument in te schatten heeft de minister van VWS het Bureau risicobeoordeling en Onderzoeksprogrammering (BuRo) van de nieuwe VWA verzocht een risicobeoordeling te laten uitvoeren naar het risico van consumptie van wolhandkrab gevangen in de met dioxine verontreinigde Nederlandse wateren.

Ik vind het van belang te benadrukken dat volgens de Europese Algemene Levensmiddelen Wetgeving alle producenten van levensmiddelen primair verantwoordelijk zijn voor de veiligheid van de door hen geleverde producten. De controlerende overheidsinstanties dienen er op toe te zien dat deze producenten zich daaraan houden en dat de in EU van kracht zijnde wettelijke normen en regels worden gerespecteerd. Het is de taak van controlerende overheidsinstanties in de exporterende lidstaten erop toe te zien dat de geïmporteerde krab voldoet aan de geldende regels.

Bijvangst schubvis

De leden van de fracties SGP en SP noemen vervolgens schubvis die door vissers met aalfuiken wordt gevangen. Zij vragen of het feit dat vissers deze inkomsten uit de verkoop van deze bijvangst mislopen, wordt meegenomen in het kader van de tegemoetkoming.

De huurovereenkomst ziet op het recht om paling te vissen. Dit betekent dat bijgevangen schubvis niet mag worden behouden. Daarnaast zijn er vissers met volledig visrecht, die kunnen blijven vissen op schubvis met niet verboden vistuigen. Omdat in de gevallen van alleen een aalvisrecht dus al geen bijvangst van schubvis mocht worden behouden is het niet aan de orde daarvoor een tegemoetkoming te verstrekken.

Toestemmingen

Ten vierde noemen de leden van de SGP-fractie inkomsten die vissers in sommige gevallen vergaarden uit de uitgifte van toestemmingen aan derden op basis van hun visrechten. In het voorgaande is uiteengezet dat een tegemoetkoming in de gederfde inkomsten wordt verleend die is gerelateerd aan de hoeveelheid niet vervuilde paling in de gesloten gebieden en het daaraan verbonden inkomensverlies. Dat deel wordt dus vergoed. De door de vragenstellers genoemde huuropbrengsten vallen dus niet onder deze regeling en evenmin betreft het een gedane investering die niet terugverdiend kan worden (spoor2).

De leden van de fracties van de SGP en de SP vragen of de tegemoetkoming ook ziet op waardevermindering van visrechten.

Op basis van de algemene voorwaarden wordt een tegemoetkoming verstrekt voor kosten die zijn gemaakt ten behoeve van de visserij. De waarde van visrechten is geen kostenpost en wordt derhalve niet meegenomen in de tegemoetkoming. Investeringen, die zijn gedaan ten behoeve van die visrechten en die nog niet zijn afgeschreven worden wel meegenomen. Conform het verzoek van de Kamer en de sector heb ik voor de staatswateren in mijn administratie vastgelegd welke visser welk visrecht had ten tijde van de intrekking de visrechten. Daarmee kan het visrecht, mocht dit in de toekomst aan de orde zijn, weer aan de desbetreffende ondernemer worden aangeboden.

Looptijd van de huurovereenkomst

Ik ga bij de toe te kennen tegemoetkoming uit van een periode van vijf jaar waarin de kosten worden vergoed. De algemene voorwaarden bij de huurovereenkomsten bepalen immers dat een tegemoetkoming wordt verleend voor kosten die gedurende de huurtijd worden gemaakt. De vragenstellers noemen in dit verband tevens de heerlijke visrechten. Ik heb hiervoor aangegeven dat de algemene voorwaarden analoog worden toegepast op niet staats wateren (waaronder heerlijke visrechten). Derhalve wordt voor de periode buiten de looptijd van de huurovereenkomst geen tegemoetkoming verstrekt in de ten behoeve van de visserij gemaakte kosten.

De leden van de SP-fractie vragen waarom bij de tegemoetkoming wordt uitgegaan van de boekwaarde, in plaats van de dagwaarde.

Zoals in het voorgaande is vermeld, wordt een tegemoetkoming verstrekt op basis van de algemene voorwaarden bij de huurovereenkomst van visrechten. Dat is het kader waar ik aan gehouden ben. Dat artikel bepaalt dat een tegemoetkoming wordt verstrekt voor met het oog op de visserij gedurende de huurtijd gemaakte kosten, die wegens de vroegere beëindiging van de huur niet meer uit de te verkrijgen opbrengsten van de visserij kunnen worden goedgemaakt. Op basis hiervan geldt dat de fiscale afschrijving de mate vertegenwoordigt waarin kosten zijn goedgemaakt. De boekwaarde, zijnde de aanschafwaarde na aftrek van de afschrijving, wordt derhalve in dit geval gehanteerd.

De leden van de VVD-, CDA- en de SP-fractie willen de staatssecretaris manen om spoed te maken in het proces tot uitbetaling van de tegemoetkoming aan de door de sluiting van de visserij op aal en wolhandkrab getroffen visserijbedrijven en de visserijbedrijven hierover op korte termijn duidelijkheid te verschaffen.

De betaalde huurgelden voor de huurovereenkomsten met de staat zijn in april gerestitueerd. Daarmee is spoor 1 afgerond. Het totaalbedrag aan terugbetaalde huurgelden was ongeveer € 10 000 voor de staatswateren. Ik wil zo snel mogelijk de tegemoetkoming op basis van de algemene voorwaarden (spoor 2) uitkeren waar de palingvissers contractueel recht op hebben. Ik heb u in mijn brief van 29 juli jongstleden aangegeven hoe ik dit tweede spoor ga invullen. De betalingen zullen naar verwachting grotendeels deze zomer plaatsvinden.

De leden van de CDA-fractie vragen zich af of de staatssecretaris al zicht heeft op de financiële paragraaf van het eerste (terugbetaling onverschuldigd betaald huurgeld) en tweede spoor (tegemoetkoming voor visserij gemaakte kosten)? Immers dat een deel van vergoeding op basis van de Algemene voorwaarden, welke van toepassing zijn bij de huurovereenkomsten en verleende toestemmingen voor zover deze betrekking hebben op palingvangst, kunnen plaatsvinden is bekend. Elke huurovereenkomst met betrekking tot een visrecht moet toch schriftelijk worden aangegaan (art. 25) én vooraf worden goedgekeurd door de Kamer voor de Binnenvisserij.

De betaalde huurgelden voor de huurovereenkomsten met de staat zijn, zoals vermeldt in het antwoord bij vraag 1, in april gerestitueerd. Met betrekking tot spoor 2 kan ik u helaas niet het hiermee gemoeide bedrag noemen aangezien de visserijbedrijven nog moeten worden bezocht door een accountant voor een maatwerktaxatie. Ik zal hier echter op terugkomen in de aan u toegezegde brief over spoor 3, welke ik u na de zomer zal sturen. Hierin zal ik ondermeer ingaan op het aantal afgehandelde gevallen en de financiële paragraaf.

De leden van de fractie van het CDA vragen naar de stand van zaken bij de compensatieregeling voor schone aal en wolhandkrab in gesloten gebieden.

Zoals ik in mijn brief van 22 juni jl. heb aangegeven, wordt er op dit moment gezocht naar de mogelijkheden voor deze vergoeding binnen het steunkader. Daarover vindt overleg plaats met de Europese Commissie. Ik verwacht hierover na de zomer meer duidelijkheid te krijgen. Zoals in voornoemde brief ook is aangegeven, worden de resultaten van het onderzoek van IMARES en RIKILT naar het percentage schone aal en wolhandkrab in oktober verwacht.

De leden van de fracties van de PVV en de SP vragen waarom ik de vergiftigde paling en wolhandkrab niet wil vergoeden terwijl voor de spruitjes uit Moerdijk en komkommers en tomaten in verband met de EHEC uitbraak wel compensatiemaatregelen zijn getroffen. Omdat de vissers de vervuiling niet kan worden aangerekend, verzoeken de leden van de fractie van de SP het onderscheid tussen genoemde voorbeelden en de paling op te heffen.

Anders dan de Kamerleden suggereren, zijn de aangehaalde voorbeelden niet te vergelijken met de verontreinigde paling en wolhandkrab. Tegemoetkoming voor komkommers en tomaten vloeit voort uit Europese regels. Die regelgeving maakt het mogelijk dat producten die niet meer geëxporteerd kunnen worden, met EU-gelden kunnen worden opgekocht. Voor vis/paling is een dergelijke regeling er niet en zijn ook geen EU-middelen gereserveerd. Bij de spruitjes hebben de spruitjestelers er op mijn verzoek vrijwillig van afgezien hun product op de markt te brengen. De spruitjes bleken wel schoon te zijn. De paling en wolhandkrab blijkt helaas juist in deze gebieden grotendeels niet schoon te zijn. Dit is ook de reden voor het instellen van een vangstverbod. Zoals in mijn brief van 22 juni is vermeld, streef ik ernaar een compensatie te verstrekken voor de paling en wolhandkrab die niet met dioxine zijn vervuild en die de vissers in de getroffen gebieden hadden kunnen vangen.

De leden van de fractie van de PVV vragen of het ministerie niet al in de tachtiger jaren wist van de met dioxine vervuilde paling en waarom er dan pas in april een vangstverbod is ingesteld. Tevens vragen zij waarom om in de tussenliggende periode dan wel aalvisrechten zijn verhuurd en of daarmee geen verkeerd signaal aan de vissers is afgegeven.

Vanaf de jaren tachtig is bekend dat paling, gevangen in bepaalde wateren dioxines bevatten. Eind 2006 is de huidige samengestelde norm voor dioxines en dioxineachtige PCB’s in werking getreden. Gezien de mogelijke problemen die deze nieuwe norm zou kunnen opleveren voor paling gevangen in het benedenrivierengebied heeft de overheid in 2006 uitgebreid onderzoek laten uitvoeren naar de vervuiling van paling met dioxines en dioxineachtige PCB’s1. Mede op basis van de resultaten van dit onderzoek heeft de overheid daarop het Bureau Risicobeoordeling van de VWA verzocht een advies op te stellen inzake het risico voor de consument. Hieruit bleek een maandelijkse consumptie van één portie wilde paling van ongeveer 150 gram uit de grote rivieren, na enkele jaren kan leiden tot een zodanige toename van dioxine-achtige stoffen in het menselijk lichaam dat nadelige effecten op de gezondheid niet kunnen worden uitgesloten. De uitkomsten van het onderzoek en de risicobeoordeling zijn, net als de onderzoeken die voor 2006 en daarna zijn uitgevoerd, met de sector gecommuniceerd. De sector is gewezen op het feit dat volgens de Europese Algemene Levensmiddelen Wetgeving de producent van levensmiddelen primair verantwoordelijk is voor de veiligheid van de door hem geleverde producten. Voorts zijn consumenten gewaarschuwd voor mogelijk schadelijke gevolgen van de vervuiling. De verhuur van aalvisrechten is in die periode niet gestaakt, omdat de sector in de gelegenheid werd gesteld zelf een oplossing aan te brengen. Van een verkeerd signaal is naar mijn idee in het geheel geen sprake.

Voorafgaand aan het indienen van het wetsvoorstel Tijdelijke wijziging van de Visserijwet 1963 in verband met de invoering van de bevoegdheid tot het treffen van bestuurlijke maatregelen (Stb. 2001, 160) is nieuw onderzoek beschikbaar gekomen waaruit gebleken is dat dioxine gehalten in paling in grote delen van Nederland zo hoog zijn dat de paling niet in de handel mag worden gebracht. De toegenomen omvang van het probleem en daarmee ook van de risico’s voor de volksgezondheid waarvan dat onderzoek melding maakt vormt de rechtvaardiging van het verbod om in die gebieden te vissen op paling en wolhandkrab. Daarop zijn overeenkomsten voor verhuur van visrechten aan vissers, mede op nadrukkelijk verzoek van Uw Kamer, beëindigd.

De leden van de fractie van de PVV vragen of de vervuilde waterbodems in de binnenwateren gesaneerd zullen worden en zo ja, op wiens kosten. Tevens vragen zij of ik bereid ben te onderzoeken welke bedrijven verantwoordelijk gehouden kunnen worden voor de dioxinevervuiling, of ik bereid ben de kosten van het saneren van het water op deze bedrijven en of dit alleen Nederlandse bedrijven betreft of ook Duitse.

Zoals uw Kamer weet, ligt de verantwoordelijkheid voor bodemsanering bij het ministerie van Infrastructuur en Milieu. Mijn collega Atsma van Infrastructuur en Milieu is eerder ingegaan op deze vragen en wel in zijn beantwoording van Kamervragen op 26 mei jl. (Aanhangsel van de Handelingen, nr. 2645). Kortheidshalve zij hiernaar verwezen. Ten aanzien van de overige vragen heb ik eerder met uw Kamer besproken dat de vervuilingsbronnen zo diffuus en al van zo vele jaren her zijn, dat het geen haalbare weg is om de historische vervuilers aan te pakken.

De leden van de fractie van de SP vragen mij zo snel mogelijk met een brede garantstellingsregeling te komen voor palingvissers die een nieuw bedrijf willen opstarten.

Er is een bestaand kader aan garantstellingsregelingen. Wanneer de palingvissers activiteiten buiten de visserij willen ontplooien, kunnen zij mogelijk een beroep doen op Besluit Borgstelling MKB. Ook heb ik toegezegd binnenkort een Garantstelling aquacultuur te openen. De palingvissers kunnen daarop een beroep doen wanneer zij aan de voorwaarden daarvoor voldoen.

Toekomst binnenvisserij

De leden van de SGP-fractie vragen naar de mogelijkheden om een breed gedragen toekomstvisie voor de gehele binnenvisserij op te stellen en hiervoor een brede commissie in te stellen die zich buigt over de toekomst van de gehele binnenvisserij en haar visie presenteert.

De afgelopen tijd heb ik alle beroepsvissers op de binnenwateren hulp aangeboden bij het opstellen van bedrijfsplannen door het Landbouw Economisch Instituut (LEI). Dit project was ook al gericht op het verkennen van de toekomst en wordt deze zomer afgesloten. Het ontwikkelen van een toekomstvisie ligt zoals ik eerder ook in de Kamer heb aangegeven, primair bij de sector zelf. Als de sector met een goede visie komt en daarin ook een eigen verantwoordelijkheid neemt, ben ik zeker bereid te bezien welke mogelijkheden er zijn om hieraan bij te dragen.

IWC

De fractie van de Partij voor de Dieren heeft naar aanleiding van berichten in de media geïnformeerd naar Amerikaanse voornemens om de walvisjacht te legitimeren.

Dergelijke voornemens zijn mij niet bekend. Het Amerikaanse standpunt over de commerciële walvisjacht is ten opzichte van voorgaande jaren niet veranderd. De berichten berusten naar mijn oordeel dan ook op een misverstand. Dat zou hieruit kunnen voortvloeien dat er tijdens de volgende IWC wel voorstellen voorliggen, op basis van adviezen van het wetenschappelijk comité van de IWC, voor quotering van walvisvangst voor inheemse volkeren. Dergelijke voorstellen zijn echter in voorgaande jaren ook gedaan en worden periodiek herzien. Er ligt hier echter geen verband met vermeende wijzigingen in het standpunt van de Verenigde Staten over commerciële walvisjacht.

De fractie van de Partij voor de Dieren vraagt hoe het staat met voorstellen om de IWC uit te breiden naar andere walvisachtigen en dolfijnen.

Ik wijs erop dat een dergelijk voorstel tijdens de IWC-vergadering van vorig jaar al door België is ingediend. Nederland heeft aan dat voorstel steun gegeven. Helaas heeft dat voorstel geen meerderheid kunnen krijgen. Gelet op de onveranderde verhoudingen binnen de IWC acht ik het thans niet opportuun een dergelijk voorstel wederom aan de IWC voor te leggen en in stemming te laten brengen. Ook door België wordt dit jaar niet opnieuw een voorstel hiertoe ingebracht.

Wel wil ik de fractie van de Partij voor de Dieren ervan verzekeren dat ik naar mogelijkheden blijf zoeken om de IWC uit te breiden naar andere walvisachtigen en dolfijnen.

De fractie van de Partij voor de Dieren heeft gevraagd naar de stand van zaken rond de toetreding van IJsland tot de EU, hoe het thema van de walvisjacht daarbij een rol speelt en of tijdens de komende IWC-vergadering de EU-positie niet mede gebruikt kan worden om beweging te brengen in het IJslandse standpunt.

De inzet van Nederland binnen de EU blijft erop gericht dat, zoals eerder aan uw Kamer gemeld, IJsland de EU-positie over de commerciële walvisjacht overneemt. Ik acht het IWC-platform evenwel niet de aangewezen plaats om de toetredingsonderhandelingen met IJsland op dit punt verder te brengen. Wel wil ik de leden van de Partij voor de Dieren erop wijzen dat de EU-positie op de komende IWC-bijeenkomst onveranderd gericht zal zijn op het behoud van het huidige moratorium op de commerciële walvisjacht.

Volledige agenda:

  • 1. Informatie t.b.v. de 63e jaarvergadering van de IWC (2011Z12597) d.d. 14 juni 2011;

  • 2. Tegemoetkoming aalvissers vangstverbod schone aal en wolhandkrab (Kamerstuk 29 675, nr. 130) d.d. 22 juni 2011;

  • 3. Verslag van een schriftelijk overleg over Herziening van het Gemeenschappelijk Visserijbeleid (Kamerstuk 32 201, nr. 16) d.d. 22 juni 2011;

  • 4. Hervorming Gemeenschappelijk Visserijbeleid (Kamerstuk 32 201, nr. 17) d.d. 24 juni 2011;

  • 5. Afschrift van de brief aan Greenpeace Nederland d.d. 20 april 2011 inzake aandachtspunten voor het Europees visserijbeleid (2011Z13061) d.d. 16 juni 2011;

  • 6. Tegemoetkoming aalvissers naar aanleiding van het vangstverbod voor aal en wolhandkrab (Kamerstuk 29 675, nr. 131) d.d. 29 juni 2011;

  • 7. Economische situatie visserij (Kamerstuk 29 675, nr. 132) d.d. 29 juni 2011.


X Noot
1

Samenstelling:

Leden: Dijksma, S.A.M. (PvdA), Snijder-Hazelhoff, J.F. (VVD), Koopmans, G.P.J. (CDA), Ham, B. van der (D66), voorzitter, Smeets, P.E. (PvdA), Samsom, D.M. (PvdA), Jansen, P.F.C. (SP), ondervoorzitter, Jacobi, L. (PvdA), Koppejan, A.J. (CDA), Graus, D.J.G. (PVV), Thieme, M.L. (PvdD), Gesthuizen, S.M.J.G. (SP), Wiegman-van Meppelen Scheppink, E.E. (CU), Tongeren, L. van (GL), Ziengs, E. (VVD), Braakhuis, B.A.M. (GL), Gerbrands, K. (PVV), Lodders, W.J.H. (VVD), Vliet, R.A. van (PVV), Dijkgraaf, E. (SGP), Schaart, A.H.M. (VVD), Verhoeven, K. (D66) en Holtackers, M.P.M. (CDA).

Plv. leden: Jadnanansing, T.M. (PvdA), Elias, T.M.Ch. (VVD), Blanksma-van den Heuvel, P.J.M.G. (CDA), Koolmees, W. (D66), Dikkers, S.W. (PvdA), Dekken, T.R. van (PvdA), Irrgang, E. (SP), Groot, V.A. (PvdA), Werf, M.C.I. van der (CDA), Dijck, A.P.C. van (PVV), Ouwehand, E. (PvdD), Gerven, H.P.J. van (SP), Schouten, C.J. (CU), Gent, W. van (GL), Leegte, R.W. (VVD), Grashoff, H.J. (GL), Mos, R. de (PVV), Taverne, J. (VVD), Bemmel, J.J.G. van (PVV), Staaij, C.G. van der (SGP), Houwers, J. (VVD), Veldhoven, S. van (D66) en Ormel, H.J. (CDA).

X Noot
2

Het Gemeenschappelijk Visserijbeleid geval in getallen, editie 2010, Europese Commissie.