Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2010-201129675 nr. 130

29 675 Zee- en kustvisserij

Nr. 130 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN ECONOMISCHE ZAKEN, LANDBOUW EN INNOVATIE

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 22 juni 2011

In mijn brief met kenmerk Kamerstuk 29 675, nr. 131 heb ik uiteengezet langs welke drie sporen ik de visserijbedrijven tegemoet wil komen die geconfronteerd worden met de sluiting van de visserij op aal en wolhandkrab als gevolg van te hoge concentraties dioxines en dioxineachtige PCB’s (met ingang van 1 april jl.). Daarbij ben ik ingegaan op de invulling van het eerste en tweede spoor (terugbetaling onverschuldigd betaald huurgeld en tegemoetkoming voor visserij gemaakte kosten).

In deze brief wil ik u schetsen hoe het staat met het derde spoor: een mogelijke tegemoetkoming in inkomstenderving voor niet vervuilde paling en wolhandkrab in de gesloten gebieden. Hiermee voldoe ik ook aan mijn eerdere toezegging u daarover nog voor het zomerreces te informeren. Daarnaast licht ik in deze brief toe op welke wijze de gebieden waarin het vangstverbod geldt, periodiek zullen worden herijkt.

Tegemoetkoming inkomstenderving voor schone paling en wolhandkrab

Het is onbekend welk percentage paling en wolhandkrab in de gesloten gebieden schoon is. Daarom doen de onderzoeksinstituten IMARES en RIKILT daar op dit moment onderzoek naar door paling te vangen en te analyseren. Tevens zal IMARES/RIKILT na de zomer wolhandkrabben vangen in de gesloten gebieden om ook voor de wolhandkrab te bepalen welk percentage schoon is. De resultaten van dit onderzoek worden in oktober verwacht.

Er wordt thans gezocht naar de mogelijkheden voor deze vergoeding binnen het staatssteunkader. Daarover vindt overleg plaats met de Europese Commissie. Ik verwacht hierover na het reces meer duidelijkheid te krijgen. Alsdan zal ik zowel u als de sector gericht kunnen informeren.

Periodieke herijking vangstverbod

Uw Kamer heeft de motie aangenomen van de leden Van Veldhoven en Jacobi (32 658, nr. 16). Daarin verzoekt u mij de gebieden waarin het vangstverbod geldt, periodiek te herijken op basis van wetenschappelijk advies.

Ik voer deze motie uit in het kader van het WOT-onderzoek naar dioxinevervuiling in paling. Jaarlijks wordt door IMARES/RIKILT reeds bepaald op een aantal trendlocaties hoe de situatie zich ontwikkelt en of die aanleiding geeft het gebied te herijken. Tevens wordt jaarlijks op een aantal onbekende of verdachte locaties onderzoek gedaan, waaronder dit jaar het Twentekanaal. Door het jaarlijkse onderzoek is geborgd dat eventuele wijzigingen in de dioxinevervuiling van paling worden gesignaleerd. Waar nodig zal dit dan leiden tot een herijking van de gebieden waar het vangstverbod geldt. Overigens verwacht ik niet dat de situatie op korte termijn zal verbeteren in de gebieden die nu zijn aangewezen. Ik heb u daarover eerder geïnformeerd.

De staatssecretaris van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie,

H. Bleker