Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2017-201829924 nr. 168

29 924 Toezichtsverslagen AIVD en MIVD

Nr. 168 LIJST VAN VRAGEN EN ANTWOORDEN

Vastgesteld 27 juni 2018

De vaste commissie voor Defensie heeft een aantal vragen voorgelegd aan de Minister van Defensie over de brief van 26 april 2018 inzake het jaarverslag van de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (MIVD) 2017 (Kamerstuk 29 924, nr. 165).

De Minister heeft deze vragen beantwoord bij brief van 27 juni 2018. Vragen en antwoorden zijn hierna afgedrukt.

De voorzitter van de commissie, Ten Broeke

De griffier van de commissie, De Lange

1.

Hoe beoordeelt u de berichtgeving dat vertrouwelingen van de Turkse president Erdogan en functionarissen van de AKP Turkse criminele bendes in Duitsland financieren en bewapenen1? Zijn er aanwijzingen dat dergelijke praktijken ook richting Nederland plaatsvinden? Zo ja, welke maatregelen worden genomen?

Zoals mijn ambtgenoot van Buitenlandse Zaken eerder heeft gemeld in zijn brief van 16 januari jl. (Aanhangsel Handelingen II 2017/18, nr. 882) zijn de politie en het Openbaar Ministerie extra alert op zaken die voortvloeien uit spanningen in de Turks-Nederlandse gemeenschap. Personen die menen het slachtoffer te zijn van bedreiging, intimidatie of geweld worden nadrukkelijk opgeroepen om melding en/of aangifte te doen.

2.

Hoe beoordeelt u de opvatting van de vorige Amerikaanse Nationaal Veiligheidsadviseur dat Qatar en Turkije voorname sponsors zijn van radicale islamistische ideologie, die zich keert tegen Westerse belangen2? Waarom gaat u niet in op deze landen?

3.

Hoe beoordeelt u de berichtgeving3 dat Israëlische veiligheidsdiensten bewijs hebben van hechte banden tussen Turkije en Hamas – een door de VS en de EU aangewezen terroristische organisatie? Wordt hier nader onderzoek naar gedaan?

Antwoord op de vragen 2 en 3:

Turkije werpt zich op als steunpilaar van de Moslimbroederschap, waartoe ook Hamas behoort. Turkije beschouwt Hamas als een door de Palestijnen democratisch verkozen organisatie en daarmee een legitieme gesprekspartner. De Europese Unie en haar lidstaten, waaronder Nederland, beschouwen Hamas als een terroristische organisatie.

4.

Hoe beoordeelt u de berichtgeving over de levering van de F-35 aan Turkije4? Erkent u dat er een risico bestaat dat de technologie van de F-35 wordt blootgelegd en beschikbaar komt voor Rusland, nu Turkije ook het Russische S-400 luchtverdedigingssystemen aanschaft? Hoe verantwoord is bovendien de levering van een hypermodern jachtvliegtuig aan een land dat een veiligheidsrisico vormt voor het Westen? Bent u bereid uw zorgen hierover uit te spreken bij de VS?

De aanschaf van de F-35 door NAVO-bondgenoot Turkije betreft een bilaterale aangelegenheid tussen Turkije en de Verenigde Staten. Het risico dat informatie en technologische kennis in handen komt van derden valt nooit geheel uit te sluiten. Bij de levering van dergelijke hoogwaardige technologie wordt vooraf geïnventariseerd of en welke mitigerende maatregelen moeten worden genomen om het risico tot een minimum te beperken.

5.

Is Turkije een land van aandacht en/of zorg, in het licht van onder meer: 1. de agressieve en vijandige retoriek tegen Nederland en andere Westerse landen, 2. de ongewenste inmenging in Nederland – de dreigementen richting Griekenland en Cyprus, 3. de bezetting van delen van Syrië, 4. de steun aan en samenwerking met jihadisten in Syrië en de terroristische organisatie Hamas, 5. het bemoeilijken van de strijd tegen ISIS, 5. de vergaande toenadering tot Rusland en verwijdering van de NAVO? Bent u bereid op deze aspecten in te gaan? Zo nee, waarom niet?

Het kabinet volgt de politieke ontwikkelingen in Turkije en de Turkse rol in de regio op de voet, omdat dit raakt aan de Nederlandse belangen. Turkije is een bondgenoot met een strategische ligging in een moeilijke regio aan de rand van Europa. De Nederlandse zorgen over de bilaterale kwesties tussen Turkije en andere bondgenoten, het Turkse offensief in Afrin en de toenadering tot Rusland, zijn meermaals gedeeld. Nederland heeft de gevolgen van het Turkse optreden in Afrin, waaronder het negatieve effect op de strijd tegen ISIS, veroordeeld.

6.

Aan welke taken of eenheden komen de nieuwe middelen ter versterking van de MIVD voornamelijk ten goede?

De MIVD wordt versterkt om beter te kunnen voorzien in de groeiende vraag aan inlichtingen door de behoeftestellers. De cybercapaciteit van de MIVD wordt versterkt. Daarnaast is in de Defensienota 2018 (Kamerstuk 34 919, nr. 1) rekening gehouden met een intensivering van de IT van de MIVD. Tot slot worden de industrieveiligheidstaak en de capaciteit voor veiligheidsonderzoeken versterkt.

7.

Welke rol kan de NAVO spelen bij het, voor zover wenselijk, verbeteren van inlichtingensamenwerking tussen verdragspartijen?

Het Nederlandse NAVO-lidmaatschap biedt de MIVD toegang tot de NAVO inlichtingenstructuur en de bijbehorende netwerken. De NAVO biedt daarmee mogelijkheden voor het verder verbeteren van inlichtingensamenwerking met de verschillende NAVO-partners.

8.

Welke rol kan de EU, voor zover wenselijk, spelen bij het verbeteren van inlichtingensamenwerking tussen lidstaten?

Internationale samenwerking is gezien het grensoverschrijdende karakter van dreigingen noodzakelijk. De EU kan daarin een faciliterende rol spelen. De EU is van meerwaarde bij het bevorderen van de informatie-uitwisseling tussen de verschillende lidstaten.

9.

Is de rol van HUMINT als spionagemiddel van (buitenlandse) inlichtingendiensten de afgelopen jaren toegenomen of afgenomen?

HUMINT is een onmisbare schakel om inlichtingenproducten tot stand te brengen. Over mogelijke veranderingen in de betekenis ervan kan ik in het openbaar geen uitspraken doen.

10.

Bent u voornemens actief input te leveren voor de nieuwe China-strategie, zoals aangekondigd door het kabinet naar aanleiding van de aangenomen motie-Becker c.s.5?

Ja, de MIVD levert inlichtingenproducten op verzoek van de behoeftestellers.

11.

Waarom gaat u niet in op islamitisch fundamentalisme binnen Defensie, in het bijzonder het salafisme? Bent u bereid dit alsnog te doen? Zo nee, waarom niet?

De MIVD doet geen onderzoek naar louter de godsdienstbeleving van Defensiemedewerkers. De MIVD doet onderzoek naar vermeende radicalisering van Defensiemedewerkers. Daarbij worden feitelijke gedragingen en omstandigheden onderzocht, die wijzen op een mogelijke dreiging tegen de belangen van Defensie (waaronder de krijgsmacht, de defensieorganisatie, de defensie-industrie en/of militaire bondgenoten) binnen het Koninkrijk der Nederlanden.

12.

Komt de MIVD, ondanks het extra geld voor Defensie, nog financiële ruimte of capaciteit te kort om volledig haar taken te kunnen uitvoeren?

De vraag naar inlichtingen is structureel groter dan de capaciteit van de dienst. In overleg met de afnemers van inlichtingenproducten wordt periodiek overeengekomen welke onderzoeken de MIVD zal uitvoeren en met welke diepgang, en welke niet.

13.

Hoe beoordeelt u de berichtgeving6 over de zorgen die er binnen de NAVO zouden zijn over de aanschaf van Russische S-400 luchtverdedigingssystemen door Turkije? Is het waar dat de eveneens door Turkije aangeschafte F-35 daardoor kwetsbaar wordt voor Russische spionage?

Nederland noch de Noord-Atlantische Raad is tot dusver geïnformeerd over de overeenkomst. De veelheid aan zorgen, waaronder het gebrek aan interoperabiliteit, die binnen de NAVO leven over het Turkse voornemen om het S-400 luchtafweersysteem aan te schaffen zijn met u gedeeld, o.a. in de Kamerbrief over de aanschaf door Turkije van het Russische S-400 luchtafweersysteem (Kamerstuk 28 676, nr. 277).

14.

Kunt u aangeven moet verstaan onder uw opmerking dat er «in het cyberdomein naast inbreuken en heimelijke operaties ook sprake is van «schermutselingen»« en hoe vaak die plaats vinden?

Van schermutselingen spreken we als we hackers uit Nederlandse systemen weren dan wel verwijderen. Over hoe vaak dit voorkomt kan ik in de openbaarheid geen uitspraken doen. Voor informatie over het dreigingsbeeld verwijs ik u naar het recent verschenen CSBN (Kamerstuk 26 643, nr. 540).

15.

Kunt u aangeven in hoeveel gevallen de MIVD in 2017 doelwitten van digitale spionage bij Defensie en de defensie-industrie heeft opgespoord, heeft gewaarschuwd of heeft geholpen met het schoonmaken van netwerken? In hoeveel gevallen was daarbij sprake van activiteiten gericht op de defensie-industrie?

Over aantallen kan ik in het openbaar geen uitspraken doen. Dit geeft inzicht in de capaciteiten van de MIVD. Voor informatie over het dreigingsbeeld verwijs ik u naar het recent verschenen CSBN (Kamerstuk 26 643, nr. 540).

16.

Betreft het hier uitsluitend de Nederlandse defensie-industrie of strekt de hulp zich ook uit tot buitenlandse leveranciers van defensiematerieel aan de Nederlandse krijgsmacht?

De hulp strekt zich nadrukkelijk ook uit naar buitenlandse leveranciers van defensiematerieel.

17.

Kunt u het nieuwsbericht op de website van Defensie7 nader toelichten, waarin de directeur van de MIVD stelt dat de dienst «een substantieel aantal pogingen verhinderd heeft om aan kennis voor massavernietigingswapens te komen» en dat Nederlandse bedrijven en kennisinstituten zich nog steeds onvoldoende bewust zijn van het risico dat landen als Iran, Noord-Korea, Pakistan en Syrië ook in Nederland kunnen «winkelen»? Kunt u daarbij specifiek ingaan op pogingen van Iran om aan kennis, technologie en materialen te bemachtigen voor massavernietigingswapens?

De directeur MIVD heeft recent op een seminar over exportcontrole, georganiseerd door het Ministerie van Buitenlandse Zaken, Nederlandse bedrijven verteld dat ze zich ervan bewust moeten zijn dat derde landen interesse kunnen hebben in technologisch hoogwaardige producten en diensten die gebruikt kunnen worden voor de vervaardiging van massavernietigingswapens of onderdelen daarvan. Over concrete verwervingspogingen worden in het openbaar geen uitlatingen gedaan.

18.

Kunt u aangeven om welke landen het gaat, gelet op uw stelling dat in het cyberdomein de dreiging vooral uitgaat van landen met grote geopolitieke ambities?

Het jaarverslag gaat in dit verband vooral in op Rusland en China. Rusland streeft een wereldordening na waarin het als grootmacht over een eigen invloedssfeer kan beschikken. China heeft zichzelf ten doel gesteld binnen afzienbare tijd een militaire macht van wereldklasse te zijn. Om deze ambities te ondersteunen zijn deze staten, onder andere door middel van (digitale) spionage, op zoek naar informatie om hun krijgsmacht te moderniseren of hun economie te versterken.

19.

Hoe verloopt de internationale samenwerking op het gebied van cyber, onder meer als het gaat om het vaststellen wie achter een cyberoperatie zit? Is het streven van de regering erop gericht om vaker tot publieke toerekening over te gaan en zal de MIVD hiertoe voldoende toegerust zijn?

Internationale samenwerking is, ook in het cyberdomein, van cruciaal belang voor de MIVD. Het grensoverschrijdende karakter van dreigingen in of vanuit het cyberdomein maakt het noodzakelijk sterk in te zetten op internationale samenwerking. Een Nederlandse aanpak voor cybersecurity moet zich dan ook rekenschap geven van de internationale dimensie van data, verbindingen, internet governance en actoren die digitale aanvallen uitvoeren. De regering ontwikkelt, daarbij geholpen door inzichten van onze bondgenoten, een strategisch kader ten behoeve van respons op digitale aanvallen. Daarin worden alle beschikbare instrumenten opgenomen, waaronder (publieke) attributie, maar ook afschrikking, inzet van offensieve capaciteiten en bredere respons in het cyberdomein. Als het gaat om attributie heeft de MIVD, evenals de AIVD, een cruciale rol. Daarom investeert dit kabinet fors in de digitale capaciteiten van beide diensten.

20.

U schrijft dat hackers zich positioneren om ernstige schade toe te brengen mochten internationale verhoudingen daartoe aanleiding geven. Doelt u daarmee op mogelijke acties conform de eerder in die alinea genoemde aanval of zijn er andere voorbeelden van specifieke dreigingen?

Daarmee wordt gedoeld op aan staten gelieerde actoren die posities binnen systemen innemen, niet met het oogpunt inlichtingen te verwerven, maar om heimelijke en blijvende aanwezigheid te creëren, zodat daar op enig gewenst moment gebruik van gemaakt kan worden.

21.

Zijn of worden Iraanse ballistische raketten ook geschikt gemaakt voor kernwapens, dan wel chemische of biologische wapens? In hoeverre handelt Iran inconsistent met VN Veiligheidsraadresolutie 2231, die Iran oproept geen activiteiten te ondernemen die gerelateerd zijn aan ballistische raketten, geschikt voor het overbrengen van kernwapens?

Iran werkt aan het vergroten van het bereik en nauwkeurigheid van de eigen ballistische raketten. Over het gerubriceerde onderzoek van de diensten naar het Iraanse raketprogramma worden publiekelijk geen details verstrekt.

Iran handelt inderdaad inconsistent met de geest van VN Veiligheidsresolutie 2231 door verder te gaan met activiteiten rondom het ballistische raketprogramma. Deze resolutie behelst geen expliciet verbod op zulk soort activiteiten. Er is dan ook geen sprake van een Iraanse schending van deze resolutie, dan wel het nucleaire akkoord.

22.

Wat wordt bedoeld met de aandacht die Iran «vooral» besteedde aan het vergroten van de nauwkeurigheid en het bereik van de Iraanse raketten, in relatie tot de zin daarvoor, «of Teheran zich hield aan de afspraken van het internationale nucleaire akkoord»? Heeft Iran ook aandacht besteed aan activiteiten die in strijd zijn met de geest van het atoomakkoord? Zo ja, welke?

Het nucleaire akkoord van 2015 staat los van het ballistische rakettenprogramma van Iran. In het akkoord wordt Iran opgeroepen geen activiteiten met betrekking tot het ballistische raketprogramma uit te voeren. Dit behelst geen expliciet verbod.

23.

Zijn er contacten met Israël naar aanleiding van de inlichtingenoperatie van de Mossad ten aanzien van het Iraanse nucleaire programma? Bent u bereid een eigenstandig oordeel te vormen over door Israël aan te leveren informatie?

Over de eventuele samenwerking met partnerdiensten worden in het openbaar geen details verschaft.

24.

Hoe beoordeelt u de uitspraak van het hoofd van de Iraanse Atoomenergie organisatie dat Iran bereid en in staat is om het nucleaire programma op een «veel hoger niveau» te hervatten dan vóór de atoomdeal in 20158? Beschikt Iran inderdaad over de daarvoor benodigde capaciteiten? Zo ja, wat zegt dit over de atoomdeal en de naleving daarvan?

Als gevolg van het nucleaire akkoord uit 2015 heeft Iran zich verplicht om de nucleaire capaciteiten en de daaraan gerelateerde infrastructuur te ontmantelen of drastisch terug te schroeven. Het IAEA heeft op de naleving van deze afspraken toegezien en heeft geen schendingen waargenomen.

25.

Hoe beoordeelt u de berichtgeving dat de inlichtingendienst van de Duitse deelstaat Noordrijn-Westfalen gerapporteerd heeft dat Iran in 2016 maar liefst 32 pogingen gedaan heeft die zeker of met hoge mate van waarschijnlijkheid bedoeld waren voor proliferatie programma's en betrokken is bij de proliferatie van nucleaire, biologische en chemische wapens9? Hoe verhoudt zich dit tot de geest van de atoomdeal?

Dit is een waarschuwing dat Europese bedrijven zich bewust moeten zijn dat derde landen interesse kunnen hebben in technologisch hoogwaardige producten en diensten die gebruikt kunnen worden voor de vervaardiging van massavernietigingswapens of onderdelen daarvan.

26.

Hoe beoordeelt u de berichtgeving over een ondergrondse faciliteit in de woestijn waar Iran zou werken aan de ontwikkeling van lange afstandsraketten, mogelijk intercontinentale ballistische raketten10?

Over het gerubriceerde onderzoek van de diensten naar het Iraanse raketprogramma worden publiekelijk geen details verstrekt.

27.

Kunt u aangeven waaruit de dreiging van onbemande (vliegende) platformen precies bestaat?

Dit betreft vooral de inzet van onbemande, veelal civiel verkrijgbare en gadgetachtige, Unmanned Aerial Systems (UAS’s) door terroristische en extremistische groeperingen. De eenvoudige verkrijgbaarheid, mogelijkheid tot lange(re) vliegduur, een steeds zwaardere lading en bedieningsgemak maken UAS’s een geschikt middel om op afstand aanslagen te plegen en ongewenste observaties uit te voeren. Daarnaast vormt de dreiging door technologische ontwikkelingen en proliferatie van militaire UAS’s een regulier aandachtsgebied voor de MIVD in relatie tot de inzet van de krijgsmacht.

28.

Kunt u, met betrekking tot het gebruik van UAV’s als aanslagmiddel door terroristische organisaties in een aantal landen, aangeven wat de slagkracht van dergelijke systemen is, hoe vaak ze zijn ingezet en hoeveel slachtoffers dit al heeft geëist?

Met name ISIS gebruikt zelfgemaakte of civiel verkrijgbare UAS’s als aanslagmiddel. De slagkracht is tot nu toe relatief beperkt tot het droppen van kleine hoeveelheden explosieven tot maximaal enkele kilogrammen. Technologische ontwikkelingen maken echter dat het vliegbereik en de nauwkeurigheid wordt vergroot. Daarnaast neemt de hoeveelheid en de variatie aan mee te nemen aanslagmiddelen toe.

29.

Kunt u, naar aanleiding van het overzicht van de toenemende betrokkenheid van Rusland in een aantal gebieden zoals Noord-Afrika, Het Midden-Oosten, de Westelijke Balkan en de Indo-Pacific, aangeven wat de militaire component van die betrokkenheid is?

Dit valt onder de algemene noemer militair-technologische samenwerking. Dit is een geheel aan maatregelen dat Rusland gebruikt om invloed te verkrijgen en afhankelijkheden te creëren. Hierbij kunt u denken aan de levering van (geavanceerd) militair materieel (veelal onder gunstige voorwaarden zoals zachte leningen of zelfs schenkingen), training en advies (openlijk dan wel heimelijk), gezamenlijke oefeningen, maar ook – in het geval van Syrië – een directe militaire betrokkenheid aan de zijde van één van de conflictpartijen.

30.

Kunt u nader ingaan op de steun van enkele Golfstaten, Turkije en Jordanië aan de «oppositie» in Syrië? Welke groeperingen worden gesteund? Zitten hier ook salafistische, jihadistische groeperingen tussen?

32.

Zijn er aanwijzingen voor directe dan wel indirecte steun van Turkije aan ISIS, Tahrir al-Sham of andere jihadistische organisaties in Syrië? Zo ja, welke? Zo nee, bent u bereid tot onderzoek?

33.

In hoeverre speelt de MIVD een rol in het monitoren van steun van Nederland aan de «gematigde» oppositie in Syrië? Beschikt de MIVD over informatie dat Nederlandse steun aan «gematigde» Syrische rebellen in verkeerde (radicaalislamitische) handen terecht kwam en/of gebruikt werd voor verkeerde doeleinden?

Antwoord op de vragen 30, 32 en 33

Net als meerdere westerse landen hebben enkele Golfstaten, Turkije en Jordanië steun verleend aan diverse politieke en gewapende oppositiegroepen. Bij de steun aan strijdgroepen handelde het hierbij onder meer om wapens en training, maar ook om financiën, voedselpakketten en medische hulpmiddelen. Deels is deze steun gecoördineerd verlopen en deels op bilaterale basis. Zodra deze steun de grens is gepasseerd, bestaat er altijd een kans dat een beperkte hoeveelheid van deze steunverlening in handen valt van jihadistische strijders. Dit is bijvoorbeeld gebeurd met enkele Amerikaanse TOW-antitankraketten die door het al-Nusra Front – de voorloper van het huidige Tahrir al-Sham – op andere strijdgroepen zijn buitgemaakt.

31.

Welke banden heeft Tahrir al-Sham met Al Qaeda? Wordt deze jihadistische organisatie beschouwd als terroristische organisatie? Zo nee, waarom niet?

Tahrir al-Sham (HTS) heeft begin 2017 verklaard geen banden te hebben met al-Qaida, maar omdat haar voorloper al-Nusra Front de officiële vertegenwoordiger van al-Qaida was en het leiderschap ongewijzigd is, wordt Tahrir al-Sham door velen aanhoudend gelieerd aan al-Qaida. HTS staat op de VN lijst van terroristische organisaties en wordt zodoende als terroristische organisatie beschouwd.

34.

In het landenoverzicht Iran is sprake van het vermijden van een militaire confrontatie met Israël en een op stabilisatie gerichte houding jegens Afghanistan. Kunnen we daaruit de conclusie trekken dat het beleid van Iran niet als agressief kan worden bestempeld?

Er zijn geen aanwijzingen dat Iran zich militair offensief – «agressief»- richt tegen enig land in de regio. De militaire doctrine van Iran is defensief van aard. Het concept van «strategische afschrikking» dient in de perceptie van de Iraanse leiding de nationale veiligheid in geval van een aanval van buiten.

35.

Hoe beoordeelt u de berichtgeving over het op 24 mei verschenen rapport van de inlichtingendienst van de Duitse deelstaat Baden-Württemberg over de pogingen van Iran om kennis, technologie en materialen te bemachtigen voor massavernietigingswapens en hun overbrengingsmiddelen11? Vinden deze praktijken ook in Nederland plaats? Kunt u tevens ingaan op hetgeen in het rapport gesteld wordt over de steun van Iran aan Hezbollah en de Iraanse spionageactiviteiten, ook richting Iraanse dissidenten in Europa?

Ook Nederlandse bedrijven moeten zich bewust zijn dat derde landen interesse kunnen hebben in technologisch hoogwaardige producten en diensten die gebruikt kunnen worden voor de vervaardiging van massavernietigingswapens of onderdelen daarvan. Over concrete verwervingspogingen in Nederland worden in het openbaar geen uitlatingen gedaan.

36.

Hoe beoordeelt u de berichtgeving12 over steun van Iran aan Hamas en Islamitische Jihad, beide terroristische organisaties?

37.

Is Iran de grootste sponsor van terrorisme wereldwijd? Zo nee, welk land sponsort het terrorisme meer dan Iran?

38.

Hoe beoordeelt u de schatting van Foundation for Defense of Democracies dat Iran jaarlijks $ 16 miljard besteed aan het sponsoren van terrorisme het steunen van het Assad-regime in Syrië, waaronder $ 700-$ 800 miljoen voor Hezbollah en $ 100 miljoen voor Hamas en Islamitische Jihad13?

Antwoord op de vragen 36, 37 en 38

Het kabinet werkt niet met dergelijke rangschikkingen. Het Nederlandse beleid ter preventie en repressie van terrorismefinanciering is gebaseerd op de aanbevelingen door de Financial Action Task Force (FATF) en regelgeving van de Europese Unie. In opdracht van het Ministerie van Financiën en het Ministerie van Justitie en Veiligheid heeft het WODC het beleidsinstrumentarium gericht op de preventie en repressie van de geïdentificeerde risico’s op het gebied van terrorismefinanciering onderzocht. Voor uitgebreide informatie over terrorismefinanciering verwijs ik u naar dit rapport, dat per brief van 19 december 2017 aan uw Kamer is aangeboden (Kamerstuk 31 477, nr. 22).

39.

Hoe beoordeelt u de uitspraken van de vorige directeur van de CIA, inmiddels de Amerikaanse Minister van Buitenlandse Zaken, en de Amerikaanse Nationale Veiligheidsadviseur over de destabiliserende rol van Iran in het Midden-Oosten, en hun analyse dat ongeveer 80 procent van de strijders voor het Assad-regime in Syrië bestaat uit Iraanse proxies, om zo vanuit Iran een corridor te vormen naar de Middellandse Zee14?

Ook NL is net als de VS bezorgd over de Iraanse rol in de regio. De MIVD kan echter niet bevestigen dat 80% van de strijders voor het Syrische bewind bestaat uit Iraanse «proxies».

40.

Hoe beoordeelt u de uitspraken van de Israëlische premier Netanyahu dat Iran installaties bouwt voor de productie van geavanceerde raketten in Syrië en Libanon15? Hoe verhoudt zich dit tot het oordeel van de MIVD dat Iran aan de zijde van de Libanese Hezbollah een directe militaire confrontatie met Israël vermijdt?

Het is bekend dat de Israëlische premier Netanyahu uitspraken heeft gedaan over de bouw van fabrieken voor precisiegeleide raketten in Syrië en Libanon, door Iran. Het is tevens algemeen bekend dat Iran op velerlei wijze steun verleent aan de Libanese Hezbollah, waaronder met wapens. Maar waarschijnlijk is Hezbollah zich ervan bewust dat de gevechtskracht van Israël vele malen groter is dan die van Hezbollah en vermijdt Hezbollah daarom een directe militaire confrontatie.

41.

Hoe beoordeelt u de berichtgeving over de terugkeer van piraterij in (het zuidelijke deel van) de Caribische zee, als gevolg van de instabiele situatie in Venezuela? Is het waar dat het aantal piraterij-incidenten toegenomen is naar 71 vorig jaar, vergeleken bij 21 het jaar daarvoor16?

Zoals ook is aangegeven in het jaarverslag MIVD over 2017 is de veiligheidssituatie in Venezuela als gevolg van de economische problemen sterk verslechterd. De hoge criminaliteit komt incidenteel ook tot uiting in de Venezolaanse kustwateren. Vanwege de potentiële uitstralingseffecten van de instabiele situatie in Venezuela, blijven AIVD en MIVD de situatie nauwgezet volgen.

42.

Hoe staat het met de ontwikkeling van maritiem Iran? Komt daar nog een verhoogde dreiging vanaf?

Zoals gesteld in het jaarverslag, heeft de MIVD in 2017 onderzoek verricht naar de (militaire) verhoudingen in de Golf-regio, vanwege het strategische belang en de vitale economische betekenis hiervan voor het Westen in het algemeen en Nederland in het bijzonder. Aandacht van de MIVD voor de Iraanse krijgsmacht in brede zin was er vooral vanwege haar betrokkenheid bij de strijd in Syrië en, in mindere mate, Irak.

Een groot deel van de vloot is ruim veertig jaar in dienst. Hierdoor voldoen de schepen niet meer aan de eisen van deze tijd. Het ontbreekt de meeste schepen bovendien aan voldoende voortzettingsvermogen om, ver van huis, zelfstandig te opereren. Overigens beschikt de Iraanse marine wel over voldoende capaciteit om invloed uit te oefenen in de Perzische Golf.

43.

Hoe is de (politieke en militaire) situatie na de verkiezingen in Venezuela? Omschrijft u die als gelijk aan de situatie voor de verkiezingen, of is die verslechterd?

Inzake de actuele (veiligheids-)situatie in Venezuela, verwijs ik u naar de brief d.d. 28 mei 2018 (Kamerstuk 29 653, nr. 39) die mijn ambtgenoot van Buitenlandse Zaken op verzoek van de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken hierover heeft opgesteld ter voorbereiding op het Algemeen Overleg over Venezuela op 30 mei jl. (Kamerstuk 29 653, nr. 40).

44.

Zijn feitelijke gedragingen van Defensiepersoneel, waaruit blijkt dat zij aanhanger zijn van Erdogan, wenselijk en/of acceptabel? In hoeverre vormt een dergelijke (dubbele) loyaliteit een probleem en wat gaat u daaraan doen?

De meeste functies bij Defensie (waaronder alle militaire functies) zijn vertrouwensfuncties, waarbij de medewerker in kwestie een veiligheidsonderzoek door de MIVD moet ondergaan. Daarbij wordt gelet op justitiële en strafvorderlijke gegevens, gegevens over deelneming of steunverlening aan activiteiten die de nationale veiligheid kunnen schaden en gegevens betreffende lidmaatschap van of steunverlening aan organisaties die doeleinden nastreven die aanleiding geven tot het ernstige vermoeden dat zij een gevaar vormen voor het voortbestaan van de democratische rechtsorde. Hierbij moet het altijd gaan om feitelijke gedragingen en omstandigheden.

45.

Zijn feitelijke gedragen van Defensiepersoneel, waaruit het aanhangen van salafisme blijkt, wenselijk en/of acceptabel? Bent u bereid een zelfde lijn te trekken met het aanhangen van extreemrechts gedachtengoed? Zo nee, waarom niet?

Defensie is er vanzelfsprekend op gebrand om risico’s van staatsondermijnende en anderszins onwenselijke activiteiten en gedragingen, vanuit welke (levens)overtuiging dan ook, zo veel mogelijk te beperken. Hiervoor bestaat een stelsel van beveiligings- en rechtspositionele maatregelen gericht op het weren van personen die een risico vormen voor de nationale veiligheid of de veiligheid van de krijgsmacht.

46.

Kunt u nader ingaan op de omvang van (vermeende) radicalisering binnen Defensie? Is er sprake van toename van het aantal gevallen van (vermeende) radicalisering? Zijn er sinds de militair die is overgelopen naar ISIS nieuwe soortgelijke gevallen geweest, van actief dienende of oud-militairen die zijn afgereisd naar jihad-gebieden?

Radicalisering vanuit welk ideologisch motief dan ook heeft de voortdurende aandacht van de MIVD. Als daartoe aanleiding is, wordt de Kamer via het daartoe geëigende kanaal geïnformeerd.

47.

U stelt dat rechts extremisme binnen de defensieorganisatie de interne veiligheid van de krijgsmacht kan ondermijnen; geldt dit niet voor links extremisme?

De MIVD onderzoekt dreigingen tegen Defensie die de veiligheid van de krijgsmacht kunnen ondermijnen. Daarbij kijkt de MIVD naar de eventuele dreiging die uitgaat van zowel links- als rechts-extremistische groeperingen en/of individuen.

48.

De MIVD schrijft over «acties» van links extremistische groepen. De afgelopen weken kwamen berichten in de media dat deze er vrijwel altijd mee weg komt en vervolging ontloopt. Om hoeveel acties gaat het dat wél hinder oplevert, en worden er dan arrestaties gepleegd? zo ja, hoe vaak komt het dan tot vervolging? Zo nee, waarom niet?

Zoals in het jaarverslag vermeld zijn acties tegen Defensie vanuit links-activistisch en/of links-extremistische georiënteerde groepen en individuen voornamelijk gericht op vier thema’s: werving van personeel, de defensie-industrie, de mogelijke opslag van nucleaire wapens en betrokkenheid van Defensie bij de uitvoering van het asiel- en vreemdelingenbeleid. Deze acties hebben meestal een demonstratief karakter en leverden slechts in een enkel geval hinder op.

49.

Wat wordt bedoeld met de zin «De MIVD wijst in het bijzonder op de interesse die verschillende landen hebben in de NAVO»?

De NAVO is een belangrijke (militaire) speler op het wereldtoneel. Teneinde hun eigen positie te versterken zijn verschillende staten buiten het bondgenootschap geïnteresseerd in ontwikkelingen, capaciteiten en besluitvormingsprocessen binnen de NAVO.


X Noot
5

Kamerstuk 33 694, nr. 16