Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2017-201829653 nr. 39

29 653 Het Nederlands buitenlands beleid ten aanzien van Latijns-Amerika en de Cariben

Nr. 39 BRIEF VAN DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 28 mei 2018

Deze brief gaat in op het verzoek van de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken van 6 april jl., om ter voorbereiding op het Algemeen Overleg over Venezuela een Kamerbrief te ontvangen over de actuele situatie in Venezuela. Tevens wordt in deze brief ingegaan op mijn toezegging tijdens het Algemeen Overleg Raad Buitenlandse Zaken van 22 mei jl. inzake de vragen van lid Sjoerdsma over mogelijke lopende strafrechtelijke procedures tegen de benoemde Venezolaanse Consul-Generaal op Aruba en eventuele betrokkenheid bij de Movimiento Revolucionario Tupamaro (MRT).

Actuele situatie

De almaar verslechterende situatie in Venezuela baart grote zorgen. Op economisch, sociaal, humanitair en politiek gebied glijdt het land steeds verder af. De verkiezingsoverwinning van 20 mei past in een reeks van verkiezingen waarmee de regering Maduro haar grip op de gekozen instellingen heeft verstevigd maar tegelijkertijd heeft ingeboet aan legitimiteit en aan steun onder de bevolking. Een oplossing voor de diepe politieke, economische en humanitaire crisis lijkt daarmee ver weg.

Politieke situatie/presidentsverkiezingen

Op 20 mei jl. vonden de presidentsverkiezingen plaats in Venezuela. De aanloop naar deze verkiezingen was omstreden. Intensieve onderhandelingen tussen de regering en oppositie over de randvoorwaarden, waaronder o.a. een evenwichtige samenstelling van de kiesraad, het herstel van het functioneren van het nationale parlement, het openen van een humanitair kanaal en het vrijlaten van politieke gevangenen, liepen in februari 2018 stuk.

In navolging van de mislukte onderhandelingen, besloot de nationale kiescommissie dat een belangrijk deel van de oppositie niet mocht deelnemen aan de presidentsverkiezingen. Hierop besloot de gehele oppositiecoalitie de verkiezingen te boycotten met uitzondering van Henri Falcon, die voorheen nauwe banden onderhield met het Chavismo, en zo de enige uitdager van naam van Maduro werd.

De Europese Unie en andere leden van de internationale gemeenschap (zoals de VS en de Lima-groep) hebben de Venezolaanse autoriteiten in aanloop naar de verkiezingen meerdere malen tevergeefs opgeroepen om politieke partijen onder gelijke voorwaarden te laten deelnemen, de kiescommissie te hervormen, overeenstemming met de oppositie te bereiken over een verkiezingskalender en aan alle internationale standaarden te voldoen. Het ontbreken hiervan maakte deelname van onafhankelijke internationale waarnemingsmissies niet mogelijk.

De door de kiescommissie vastgestelde opkomst van 46% is de laagste in decennia. Maduro won 68% van de stemmen tegenover 21% voor Falcon. Wegens onrechtmatig verloop van de verkiezingen heeft Falcon de verkiezingsuitslag niet erkend.

De internationale gemeenschap heeft in harde bewoordingen gereageerd op het verkiezingsproces en de verkiezingsuitslag. De EU bracht op 20 mei jl. een verklaring uit namens alle lidstaten en op 28 mei jl. stelde de EU Raadsconclusies vast. In de Raadsconclusies stelt de EU dat het verkiezingsproces en de verkiezingen niet geloofwaardig zijn en roept de EU de Venezolaanse autoriteiten op om nieuwe verkiezingen te houden volgens internationaal erkende standaarden. Ook overweegt de EU aanvullende maatregelen die het Venezolaanse volk niet raken. Tijdens mijn bezoek aan de G20 in Buenos Aires sprak ik o.a. met collega ministers uit de Lima-groep over de zorgwekkende situatie in Venezuela. De Lima-groep spreekt in haar reactie op de verkiezingen van een onrechtmatig verkiezingsproces en heeft haar ambassadeurs ter consultatie teruggeroepen. De Lima-groep onderzoekt mogelijkheden tot financiële maatregelen. De VS veroordeelde de verkiezingen en besloot tot uitbreiding van de financiële sancties.

Mensenrechten

De mensenrechtensituatie is zorgwekkend. Organisaties als Amnesty, Human Rights Watch en de Inter-Amerikaanse commissie hebben herhaaldelijk zorgen geuit over het gebrek aan vrijheid van meningsuiting en persvrijheid, het gebruik van excessief geweld en het ontbreken van onafhankelijke rechtspraak. Nederland en de Europese Unie spreken Venezuela hierop aan in scherpe verklaringen tijdens de VN Mensenrechtenraad. Op 8 februari jl. kondigde het Internationaal Strafhof een vooronderzoek aan naar de misdrijven gepleegd in Venezuela in de context van demonstraties en gerelateerde politieke onrust sinds april 2017.

De situatie in de gevangenissen is alarmerend, getuige ook de dood van 68 gevangenen na een branduitbraak en de hardhandige onderdrukking van recente protestacties in een detentiecentrum waar tal van politieke gevangenen worden vastgehouden. Deze maand heeft de EU opnieuw bij de regering aandacht gevraagd voor de zorgelijke situatie van alle politieke gevangenen.

Economische situatie

Venezuela kampt met een zware economische crisis (voorziene daling BNP -15%), en zeer hoge inflatiecijfers. De inflatie was in 2017 al meer dan 2000%, en het IMF schat dat het inflatiecijfer inmiddels is opgelopen tot 13.000% op jaarbasis. De accumulatie van problemen bij staatsoliebedrijf PdVSA, waaronder corruptie, ingestorte productie, groot verloop onder het personeel en financiële problemen maken de economische situatie nog moeilijker en een mogelijk faillissement een reële optie. Uitstaande schulden worden nog maar zeer mondjesmaat betaald en steeds meer schuldeisers proberen via beslaglegging nog aan hun geld te komen. De recente beslagleggingen door ConocoPhillips op PdVSA activa in de Caribische delen van het Koninkrijk illustreren dit. Ongeveer 90% van de inkomsten van Venezuela komt uit olie-exporten. Doordat Venezuela zich voor een groot deel afhankelijk heeft gemaakt van import voor allerlei goederen waaronder voedsel, eerder mogelijk gemaakt door een hoge olieprijs, is er nauwelijks geïnvesteerd in de diversifiëring van de eigen economie.

De economische situatie heeft zijn weerslag op bijna alle aspecten van de Venezolaanse samenleving. Door een groot tekort aan allerlei materialen blijven onderhoudswerkzaamheden en reparaties aan publieke werken uit. Zo zijn publieke transportmogelijkheden sterk afgenomen, en is er frequent en in toenemende mate sprake van elektriciteitsuitval en onderbreking van de watervoorziening.

Humanitaire situatie

De economische crisis heeft tevens grote gevolgen voor de humanitaire situatie in Venezuela. Er is een structureel tekort aan voedsel, basisproducten en medicijnen. Ruim 87% van de bevolking leeft onder de armoedegrens. Volgens de noodhulporganisatie van de Europese Unie (ECHO) dekt de huidige voedselproductie maar 30% van de behoefte van de bevolking. De gemiddelde Venezolaan is in 2017 ruim 11 kilo afgevallen. Het laatste kwartaalrapport van Caritas laat zien dat in een viertal deelstaten 68% van de kinderen verschillende gradaties van ondervoeding vertonen en 48% van de zwangere vrouwen risico lopen op ondervoeding. Het tekort aan medicijnen is gegroeid tot 95% en het ontbreekt in veel ziekenhuizen aan voorraden en medische apparatuur. Volgens de Wereldgezondheidsorganisatie maken ziektes als malaria, mazelen en difterie opnieuw hun opwachting. VN-instellingen of speciale rapporteurs krijgen overigens maar zeer beperkt toegang tot het land waardoor volledige en actuele informatie over de humanitaire situatie moeilijk te verkrijgen is.

De Venezolaanse autoriteiten blijven ontkennen dat er sprake is van een humanitaire crisis. Zowel nationaal als internationaal wordt druk uitgeoefend op Venezuela voor het toelaten van humanitaire hulp. Zonder officieel hulpverzoek kan er geen grootschalige humanitaire hulp worden geleverd. Het is voor de EU in beperkte mate mogelijk om via lokale partners kleinschalige hulp te verlenen.

De schrijnende situatie speelt zich niet alleen af in Venezuela, maar strekt zich ook uit tot de buurlanden Brazilië en Colombia en andere landen in de regio. In maart dit jaar heeft de directeur van het Wereldvoedselprogramma (WFP) David Beasley de noodklok geluid na een bezoek aan het grensgebied tussen Venezuela en Colombia. Door de humanitaire crisis besluiten veel Venezolanen het land te verlaten. Volgens UNHCR zouden tenminste 1.5 miljoen Venezolanen het land hebben verlaten, maar de werkelijke cijfers liggen mogelijk nog een stuk hoger. Dagelijks steken 3000 mensen de grens over met Colombia. Volgens het WFP weet 90% van hen niet waar ze hun volgende maaltijd vandaan moeten halen. Het WFP heeft net als UNHCR opgeroepen om landen in de regio te ondersteunen bij de opvang van Venezolaanse migranten. Zoals ik u al informeerde in de Kamerbrief over mijn bezoeken aan Caribische delen van het Koninkrijk, Colombia en Venezuela van 16 april jl. (ref. Kamerbrief dd. 16 april 2018, Kamerstuk 29 653, nr. 38), heeft de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking een bedrag van 500.000 euro ter beschikking gesteld ten behoeve van de opvang van Venezolaanse migranten door UNHCR in de regio.

Tot slot kom ik graag terug op de toezegging die is gedaan tijdens het Algemeen Overleg Raad Buitenlandse Zaken van 22 mei jl. inzake de vraag van lid Sjoerdsma over mogelijke betrokkenheid van de benoemde Venezolaanse Consul-Generaal op Aruba, de heer Mata Figueroa, bij de Movimiento Revolucionario Tupamaro. De MRT is een strijdbeweging opgericht ter verdediging van het Chavismo. De groepering staat in contact met lokale autoriteiten. Ik beschik niet over informatie waaruit directe betrokkenheid van de heer Mata Figueroa bij de MRT blijkt. Het is evenwel mogelijk dat de heer Mata Figueroa in een van zijn regeringsfuncties met de groepering in contact is geweest. Voor de volledigheid verwijs ik u naar de beantwoording van de Kamervragen lid de Graaf en de Roon van 17 mei jl., over de benoeming van de consul-generaal in Aruba1. In deze brief wordt gesteld dat er geen aanwijzingen, zoals een veroordeling voor ernstige strafbare feiten, zijn die een exequatur voor de heer Mata Figueroa in de weg staan. Voor zover mij bekend zijn er tevens geen lopende strafrechtelijke procedures tegen de heer Mata Figueroa.

De Minister van Buitenlandse Zaken, S.A. Blok


X Noot
1

Aanhangsel Handelingen II 2017/18, nr. 2294