29 675 Zee- en kustvisserij

Nr. 107 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN ECONOMISCHE ZAKEN, LANDBOUW EN INNOVATIE

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 9 februari 2011

Tijdens het wetgevingsoverleg Visserij met uw Kamer, dat plaatsvond op 8 november jongstleden (kamerstuk 32 500 XIII, nr. 67), heb ik u een brief toegezegd waarin ik zou ingaan op de volgende punten:

  • de doelen, die het kabinet zich stelt met betrekking tot de Nederlandse visserij;

  • de stand van zaken met betrekking tot de blueports;

  • de Nederlandse inzet bij de herziening van het Europese visserijbeleid;

  • de mogelijkheid om jonge aal uit te zetten in schone gebieden;

  • de stand van zaken rond het VBC-beleid;

  • mensenhandel en uitbuiting aan bij rederijen, die vis leveren aan de EU;

  • de dodingsmethode voor paling en het afschaffen van het werken met zoutbaden;

  • de stand van zaken met betrekking tot beschermde gebieden in de Noordzee.

Met deze brief doe ik die toezegging gestand en geef ik tevens gehoor aan het verzoek van de vaste commissie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie van 16 december jongstleden met betrekking tot een drietal moties.

Hoofddoelstelling van beleid

Hoofddoelstelling van het visserijbeleid van dit kabinet is dat de visketen via vernieuwing dient te verduurzamen. Visbestanden en het onderwatermilieu zijn het ecologisch kapitaal voor de visserij. Daarmee zet dit kabinet het beleid van het vorige1 kabinet voort. Op dit moment loopt vooral in de Noordzee- en de mosselvisserij een ingrijpend innovatieproces. Het gaat in dit proces niet alleen om technische en technologische vernieuwing. Even belangrijk zijn een gunstig innovatieklimaat, versterkt ondernemerschap en meer samenwerking, zowel onderling als met maatschappelijke organisaties.

Visserij Innovatie Platform/Blueports

Het Visserij Innovatie Platform (VIP) is de afgelopen jaren de grote aanjager van het vernieuwings- en verduurzamingsproces in vooral de Noordzeevisserij geweest. Begin dit jaar heeft het VIP zijn activiteiten beëindigd. Om de komende jaren vernieuwing en verduurzaming van de visserij te stimuleren, zie ik een belangrijke rol weggelegd voor regionale blueports en mogelijk een nationale blueport.

Regionale Blueports

Op basis van het advies van de VIP wil ik kiezen voor een regionale benadering. Het VIP heeft geadviseerd om de ingezette beweging voor vernieuwing en versterking van het ondernemerschap te verankeren in regionale blueports. Dit past bij het uitgangspunt in het regeerakkoord om regionale economische ontwikkeling ook op decentraal niveau te brengen. Gelet hierop dient het initiatief tot oprichting van regionale blueports te komen uit de sector. In reactie op initiatieven van de Blueport Urk en vragen van uw Kamer heb ik reeds gemeld2 bereid te zijn dergelijke regionale initiatieven in de opstartfase eenmalig te faciliteren met middelen uit het Europese Visserij Fonds.

Ik zie regionale blueports als centra waar innovatieve ondernemers samen met kennisinstellingen en waar mogelijk maatschappelijke organisaties werken aan een sterke visserijsector. Het zijn netwerken van bedrijvigheid, waarbinnen, waarmee en waardoor gewerkt wordt aan het aanjagen van innovatie en het versterken van ondernemerschap. In de regio’s waar visserijactiviteiten zijn geconcentreerd, dienen de visserijondernemers de noodzakelijke vernieuwing en verduurzaming zelf op te pakken.

Nationale Blueport

Gelet op de Europese en internationale dimensie van de visserij acht ik ook de mogelijkheden om te komen tot de oprichting van een nationale blueport van groot belang. Kernopgave van de nationale blueport moet zijn het aanjagen van innovatie en ondernemerschap in de hele visserijketen en tussen de verschillende visserijsectoren gericht op een Europese en internationale uitstraling.

Een nationale blueport moet alle spelers in de visserij bij elkaar brengen en de kans bieden om de Nederlandse innovaties en voorbeelden van duurzame visserij een Europese en internationale dimensie te geven. Op dit moment loopt een verkenning naar de kansen en perspectieven van een nationale blueport. Breed draagvlak is essentieel voor het slagen van een dergelijk initiatief. Ik hoop u de uitkomsten voor de zomer te kunnen presenteren.

Vervolg op VIP

Het kabinet blijft inzetten op de gerichte benutting van de regelingen van het Europese Visserij Fonds. Ik roep de sector op om met goede voorstellen, zoals plannen voor regionale blueports, te komen en in deze in te dienen in het kader van de openstelling van de regelingen van het EVF, als eerste in de maand maart aanstaande. Tot nu toe beoordeelde het VIP plannen en projectvoorstellen.

Ik zal binnenkort een beoordelingscommissie benoemen, die qua samenstelling vergelijkbaar is met het VIP. De groep innovatieve visserijondernemers, die het VIP de afgelopen jaren als klankbordgroep heeft ondersteund en geadviseerd, blijft actief.

Ook de Kenniskringen in de visserij blijven actief. Zij blijken een goed instrument waarin visserijondernemers, gesteund door kennisinstellingen, werken aan vernieuwing en verduurzaming.

Toekomst Europees Visserijbeleid

Het Europese visserijbeleid moet met ingang van 2013 zijn herzien. Om binnen de EU het denken over het visserijbeleid in een vroeg stadium te beïnvloeden heeft het vorige kabinet in 2009 zijn visie op de toekomst van het Europese visserijbeleid uitgebracht. De visie is eind 2009 uitgebreid met uw Kamer besproken. De visie is vervolgens naar de Europese Commissie en de collega-ministers van de Europese lidstaten gestuurd. In de Nederlandse opvatting zou het nieuwe visserijbeleid gericht moeten zijn op drie principes:

  • 1. Duurzaam gebruik en instandhouding van natuurlijke hulpbronnen en ecosystemen in zee. Dat geldt zowel in de wateren van de Europese Gemeenschap als de wateren daarbuiten.

  • 2. Er dient perspectief te zijn voor een maatschappelijk geaccepteerde en duurzaam opererende visserijsector die voorziet in een belangrijke vraag naar voedsel.

  • 3. Het beleid moet eenvoudig, doeltreffend, uitvoerbaar en handhaafbaar zijn.

Het kabinet wil deze lijn blijven volgen. De visie blijft de leidraad voor onze inzet bij de onderhandelingen over het nieuwe Europese visserijbeleid.

High level meeting

Tussen 9 en 11 maart aanstaande organiseert Nederland in Noordwijk een high level bijeenkomst over de toekomst van het Europese visserijbeleid. De bijeenkomst wordt georganiseerd in nauwe samenspraak met de Europese Commissie en het Hongaars Voorzitterschap van de EU. Tijdens de bijeenkomst komen de volgende onderwerpen aan de orde:

  • Marktwerking: bijdrage van de markt aan economische en ecologische verduurzaming van het visserijbeleid;

  • mogelijkheden voor regionalisering van het Gemeenschappelijk Visserij Beleid;

  • financieel instrumentarium voor het toekomstige visserijbeleid.

Verder proces

De Europese Commissie zal haar voorstellen met betrekking tot het nieuwe Europese visserijbeleid naar verwachting medio 2011 op tafel leggen. Het gaat niet alleen om een nieuwe Basis-verordening, maar ook een nieuwe Gemeenschappelijke Marktordening en een aanpassing van het Europese Visserijfonds. De herziening van de technische maatregelen wil de Commissie pas na de hervorming ter hand nemen. Desalniettemin betreft het een omvangrijk pakket. Een pakket waar niet alleen de Raad maar ook het Europees Parlement mee zal moeten instemmen.

Ik heb u tijdens het wetgevingsoverleg verder toegezegd in deze brief in te zullen gaan op de volgende concrete zaken.

Uitzetten van jonge paling in schone gebieden

Ik heb IMARES gevraagd onderzoek te doen naar het effect van het verplaatsen van jonge paling naar schone gebieden, zowel voor de voedselveiligheid als voor de schieraaluittrek. Ik zal u over de resultaten van beide onderzoeken informeren zodra er meer bekend is.

Visstandbeheercommissies en visplannen

Eind vorig jaar heb ik voor de staatswateren de eerste generatie door de waterbeheerder beoordeelde visplannen ontvangen. Het beeld dat hieruit naar voren komt is niet in alle opzichten even gunstig. In een groot aantal visplannen hebben sport- en beroepsvisserij geen overeenstemming bereikt over gezamenlijke streefbeelden en te nemen maatregelen. Er is vaak sprake van twee afzonderlijke visplannen in één kaft. Ook op het punt van duurzaamheid is de meerwaarde van deze eerste generatie visplannen nog beperkt. Concrete maatregelen zijn vaak nog niet opgenomen. Dit blijkt ook uit de beoordelingen door de waterbeheerder die de visplannen regelmatig onvoldoende vindt om adequaat te kunnen beoordelen en om aanvullende gegevens vraagt. Aan de andere kant bieden de verschillende visplannen wel een goed inzicht in de huidige visserijsituatie en gedeeltelijk inzicht in vangstgegevens.

De conclusie is dat de visstandbeheercommissies (VBC’c) er nog niet in zijn geslaagd tegenstellingen te overbruggen en met een gezamenlijke aanpak te komen. Ik zal de VBC’s vragen de komende tijd de nodige voortgang te boeken en alsnog met meer voldragen plannen te komen.

Tegelijk ligt wat het kabinet betreft de vraag op tafel of de ingeslagen weg, elf jaar na de instelling van de VBC’s, de juiste is. Ik wil mij, zoals eerder aangegeven, hier de komende periode nader op beraden en overleggen met de relevante partijen. Ik zal u in april van dit jaar informeren over hoe ik met het beleid ten aanzien van de VBC’s en de visplannen verder wil gaan.

Mensenhandel en uitbuiting aan boord van vissersschepen

Uw Kamer heeft zorg geuit over het mogelijk schenden van mensenrechten op vissersschepen die aan de EU-markt leveren. Zij heeft daarbij verwezen naar het rapport «All at sea: the abuse of human rights aboard illegal fishing vessels» van de Environmental Justice Foundation en heeft mij gevraagd of gegarandeerd kan worden dat vis die op de betreffende schepen wordt gevangen, niet op Europese markten terechtkomt.

Illegale, ongereguleerde en ongerapporteerde visserij is een praktijk die internationaal krachtig moet worden aangepakt via de daartoe geëigende internationale fora. Op grond van de betreffende Europese verordening wordt vis alleen in de EU toegelaten, als deze vergezeld gaat van een certificaat, waaruit blijkt dat de vis legaal is gevangen.

De Environmental Justice Foundation beschrijft dat de bemanning van deze schepen ook vaak slachtoffer is van zodanige uitbuiting dat er sprake is van gedwongen arbeid in de zin van verdrag nr. 29 van de Internationale Arbeidsorganisatie (ILO). Dit verdrag verbiedt op gedwongen of verplichte arbeid.

Uitgangspunt van het Nederlandse mensenrechtenbeleid is dat mensenrechten universeel zijn en altijd en voor iedereen gelden. Naleving van mensenrechtenverdragen is cruciaal voor de geloofwaardigheid ervan.

Het kabinet zet zich actief in voor de bestrijding van schending van mensenrechten op nationaal en internationaal niveau en streeft ernaar de aanpak van arbeidsgerelateerde uitbuiting hoger op de Europese agenda te zetten.

Dodingsmethode paling, zoutbaden

Mijn voorganger heeft aangegeven de motie Smits/Van Gerven3, waarin de regering wordt gevraagd het doden van vis in zoutbaden zo snel mogelijk te verbieden en invoering van alternatieve dodingsmethoden te bevorderen, te zien als ondersteuning van beleid. Ze heeft daarbij aangegeven dat ze in Europees verband heeft gepleit voor regelgeving met betrekking tot welzijnsvriendelijke dodingsmethoden voor vis.

Om bedwelmingsmethoden voor vis in de Europese regelgeving op te nemen, moeten voldoende wetenschappelijke gegevens voorhanden zijn. Ook moeten de te ontwikkelen bedwelmingsmethoden in de praktijk voldoende zijn beproefd. De Europese Commissie moet uiterlijk 8 december 2014 bij het Europees Parlement en de Raad een verslag indienen over de mogelijkheid om bepaalde voorschriften in te voeren voor de bescherming van vis bij het doden. Zij dient daarbij rekening te houden met de dierenwelzijnsaspecten, de sociaaleconomische gevolgen en de gevolgen voor het milieu. Het verslag van de Commissie gaat, indien nodig, vergezeld van wetgevingsvoorstellen tot wijziging van deze verordening, door daarin specifieke regels inzake de bescherming van vissen bij het doden in op te nemen.

In Nederland is na jaren van onderzoek en ontwikkeling sinds kort een apparaat voor het diervriendelijk slachten van meerval op de markt. Een dergelijk apparaat zal er binnenkort ook zijn voor paling. Voor andere soorten die in Nederland worden gekweekt, wordt gewerkt aan ontwerpeisen voor een goed apparaat. Ik zal de Europese Commissie uitnodigen om de werking van het apparaat in de praktijk te komen bezichtigen. Het kabinet zal de kennis die Nederland opdoet bij de ontwikkeling van deze apparaten in Europees verband inbrengen met als doel uniforme Europese regels te bewerkstelligen.

Stand van zaken Natura 2000 in de Noordzee

Als gevolg van de implementatie van de Vogel-Habitatrichtlijn voor de Noordzee heeft mijn voorganger de Europese Commissie vijf gebieden voorgesteld om aan te wijzen als beschermde Natura 2000 gebieden.

De Europese Commissie heeft de Habitatrichtlijn Gebieden in februari 2010 op de officiële lijst geplaatst (Europese gebieden van communautair belang). Afgelopen december heb ik de definitieve aanwijzingsbesluiten ten aanzien van de Vlakte van de Raan en de wijziging van het Aanwijzingsbesluit Noordzeekustzone genomen. Naar verwachting zullen de aanwijzingsbesluiten voor de gebieden buiten de 12 mijlszone tweede helft van dit jaar (2011) worden gepubliceerd. Hiervoor is een wetswijziging nodig die de Natuurbeschermingswet in dat gebied van toepassing verklaart. Ik constateer dat de Kamer dit voorstel tot wetswijziging weer voor verdere behandeling heeft geagendeerd en heeft gevraagd om een brief met de stand van zaken met betrekking tot de ter zake ingediende motie Koppejan/Atsma (TK 26 407, nr. 33 (herdruk)).

Overheid, bedrijfsleven en natuurbeschermingsorganisaties hebben onder leiding van de heer Heijkoop overleg gevoerd om te komen tot een gedragen pakket van maatregelen om de visserij in de Noordzeekustzone en de Vlakte van de Raan te beperken om de natuurwaarden te beschermen. In dit overleg bestond de bereidheid om via constructief overleg tot resultaat te komen. Het resultaat van dit proces is een principeakkoord tussen de ngo's, bedrijfsleven en overheid. De locatie van een beperkt aantal gesloten gebieden zal nog worden getoetst bij deskundigen, vissers en ngo's.

Ik ben van mening dat er een evenwichtig principeakkoord ligt, dat zowel voldoende recht doet aan de noodzaak om invulling te geven aan N2000 als aan de belangen van het bedrijfsleven van continuïteit, duidelijkheid en zekerheid. Met het principeakkoord dienen de verschillende besturen nog in te stemmen. Indien dit zonder problemen verloopt is ondertekening van het akkoord voorzien voor eind februari. Ik zal u over de inhoud informeren.

Verzoek VC EL&I 16 december 2010

De vaste commissie voor Economische Zaken, Landbouw en Innovatie heeft mij schriftelijk verzocht om aanvullende reacties op drie moties, die zijn ingediend tijdens het wetgevingsoverleg van 8 november vorig jaar. Het betreft:

  • de motie Jacobi c.s.4 om de aanvragen en financiering van kleine vismarkten voor dagverse vis onder te brengen bij het Visserij Innovatie Platform. Ik heb uw Kamer hierover geïnformeerd in mijn brief over de tijdens het begrotingsdebat aangenomen moties.

  • de motie Polderman5 om onder het gemeenschappelijk visserijbeleid vormen van samenwerking aan te gaan met derde landen die gebaseerd zijn op volledig duurzame bevissing waarmee de lokale bevolking, de lokale economie en de ecologie overtuigend gediend zijn. Ik heb de Kamer hierover op 3 december vorig jaar6, onder verwijzing naar een eerdere brief van mijn voorganger7 geïnformeerd.

  • de motie Polderman8 om zo spoedig mogelijk te gaan werken aan de borging van de diverse planologische claims, door toe te werken naar een Rijksbestemmingsplan Noordzee. Ik heb de Kamer hierover op 3 december vorig jaar6 geïnformeerd. Zoals eerder aangegeven, ligt dit op het beleidsterrein van de staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu.

Deze heeft tijdens het nota overleg MIRT-Water op 13 december vorig jaar toegezegd uw Kamer zal binnen 6 maanden te zullen informeren.

De staatssecretaris van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie,

H. Bleker


XNoot
1

Kamerstuk 29 675, nr. 28.

XNoot
2

Kamerstuk 32 500 XII, nr. 138.

XNoot
3

Kamerstuk 26 991, nr. 287.

XNoot
4

Kamerstuk 32 500 XIII, nr. 49.

XNoot
5

Kamerstuk 21 501-32, nr. 392.

XNoot
6

Kamerstuk 32 500 XIII, nr. 156.

XNoot
7

Kamerstuk 21 501-32, nr. 406.

XNoot
8

Kamerstuk 29 675, nr. 54.

Naar boven