Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2018-201929517 nr. 155

29 517 Veiligheidsregio’s

28 684 Naar een veiliger samenleving

Nr. 155 VERSLAG VAN EEN ALGEMEEN OVERLEG

Vastgesteld 1 februari 2019

De vaste commissie voor Justitie en Veiligheid en de vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat hebben op 19 december 2018 overleg gevoerd met de heer Grapperhaus, Minister van Justitie en Veiligheid, en mevrouw Van Veldhoven, Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat, over:

  • de brief van de Minister van Justitie en Veiligheid d.d. 22 januari 2018 inzake locatiebepaling bij 112 meldingen (Kamerstuk 29 517, nr. 138);

  • de brief van de Minister van Justitie en Veiligheid d.d. 5 februari 2018 inzake stand van zaken vernieuwing C2000 (Kamerstuk 25 124, nr. 88);

  • de brief van de Minister van Justitie en Veiligheid d.d. 29 maart 2018 inzake reactie op de motie van het lid Van Raak over in kaart brengen van de hoogte van de vergoedingen van bestuurders van veiligheidsregio's (Kamerstuk 29 517, nr. 140);

  • de brief van de Minister van Justitie en Veiligheid d.d. 18 juni 2018 inzake reactie op motie van het lid Özütok over specifieke aandacht voor uit klimaatontwikkelingen voortvloeiende risico's voor de veiligheid en crisisbeheersing (Kamerstuk 29 517, nr. 143);

  • de brief van de Minister van Justitie en Veiligheid d.d. 17 september 2018 inzake nieuwe infrastructuur mobiele communicatie (C2000), meldkamers en 1-1-2 (Kamerstuk 25 124, nr. 91);

  • de brief van de Minister van Justitie en Veiligheid d.d. 3 juli 2018 inzake antwoorden op vragen commissie over de voortgang C2000 en alarmnummer 112 (Kamerstuk 25 124, nr. 90);

  • de brief van de Minister van Justitie en Veiligheid d.d. 26 april 2018 inzake voortgang C2000 en 112 (Kamerstuk 25 124, nr. 89);

  • de brief van de Minister van Justitie en Veiligheid d.d. 15 oktober 2018 inzake invulling van de evaluatie van de Wet veiligheidsregio's (Wvr) (Kamerstuk 29 517, nr. 144);

  • de brief van de Minister van Justitie en Veiligheid d.d. 7 november 2018 inzake toezegging tijdens het algemeen overleg Brandweer d.d. 18 oktober 2018 inzake blusinstructie vuurwerk (Kamerstuk 29 517, nr. 147);

  • de brief van de Minister van Justitie en Veiligheid d.d. 12 november 2018 inzake agenda risico- en crisisbeheersing 2018–2021 (Kamerstuk 30 821, nr. 50);

  • de brief van de Minister van Justitie en Veiligheid d.d. 14 november 2018 inzake afhandeling van inbeslaggenomen vuurwerk (Kamerstukken 28 684 en 29 628, nr. 541);

  • de brief van de Minister van Justitie en Veiligheid d.d. 16 november 2018 inzake uitvoering van de gewijzigde motie van de leden Dik-Faber en Den Boer over een gemeentelijk vuurwerkverbod expliciet wettelijk mogelijk maken (Kamerstuk 28 684, nr. 543);

  • de brief van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat d.d. 22 november 2018 inzake resultaten testen lanceerstandaard voor vuurpijlen (Kamerstuk 28 684, nr. 542);

  • de brief van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat d.d. 5 december 2018 inzake resultaten nieuwe testen lanceerstandaard voor vuurpijlen (Kamerstuk 28 684, nr. 544);

  • de brief van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat d.d. 13 december 2018 inzake resultaten laatste testen lanceerstandaard voor vuurpijlen (Kamerstuk 28 684, nr. 545);

  • de brief van de Minister van Justitie en Veiligheid d.d. 14 december 2018 inzake voortgang nieuwe infrastructuur mobiele communicatie (C2000 spraaknetwerk), meldkamers en 1-1-2 (Kamerstukken 25 124 en 29 628, nr. 92);

  • de brief van de Minister van Justitie en Veiligheid d.d. 17 december 2018 inzake verantwoordelijkheden veiligheidsregio's (Kamerstuk 29 517, nr. 154);

  • de brief van de Minister van Justitie en Veiligheid d.d. 17 december 2018 inzake maatregelen jaarwisseling (Kamerstuk 28 684, nr. 546).

Van dit overleg brengen de commissies bijgaand geredigeerd woordelijk verslag uit.

De voorzitter van de vaste commissie voor Justitie en Veiligheid, Van Meenen

De voorzitter van de vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat, Agnes Mulder

De griffier van de vaste commissie voor Justitie en Veiligheid, Hessing-Puts

Voorzitter: Futselaar

Griffier: Hessing-Puts

Aanwezig zijn negen leden der Kamer, te weten: Den Boer, Buitenweg, Van Dam, Futselaar, Helder, Laan-Geselschap, Van Raak, Van der Staaij en Teunissen,

en de heer Grapperhaus, Minister van Justitie en Veiligheid, en mevrouw Van Veldhoven, Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat.

Aanvang 10.02 uur.

De voorzitter:

Dames en heren, ik wil graag beginnen. Welkom bij het algemeen overleg Nationale veiligheid en crisisbeheersing. In het bijzonder welkom aan de Minister van Justitie en Veiligheid, de heer Grapperhaus, en de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat, mevrouw Van Veldhoven. Ik stel voor dat wij ons beperken tot een spreektijd van vier minuten met onderling twee interrupties, waarbij ik expliciet maak dat een interruptie er eentje is in twee termijnen, maar dat twee interrupties van ieder twee termijnen niet hetzelfde is als vier losse termijnen. Ik ken deze commissie inmiddels een beetje.

Dan een klein punt van orde. Er zijn een aantal brieven over vuurwerk van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat aan de agenda toegevoegd. Ik wil voorstellen om straks bij de beantwoording van de zijde van het kabinet de Staatssecretaris als eerste het woord te geven en eventueel meteen daarop vervolgvragen te laten toestaan, zodat dat onderdeel kan worden afgerond en de Staatssecretaris dan de commissie kan verlaten en kan verdergaan met het besturen van het land. Kunt u daarmee akkoord gaan? Dat lijkt het geval. Dan gaan we dat zo doen.

Dan geef ik als eerste het woord aan mevrouw Teunissen van de Partij voor de Dieren.

Mevrouw Teunissen (PvdD):

Voorzitter, hartelijk dank. Oud en nieuw is het onveiligste moment van het jaar, met vuurwerk als de grootste oorzaak van ernstige letselschade en overlast. De afgelopen jaarwisseling raakten 434 mensen door vuurwerk gewond aan de ogen of ledematen en er waren meer dan 8.000 geregistreerde incidenten. Niet het illegale vuurwerk, maar het legale vuurwerk veroorzaakt het meeste letsel. Het zijn niet onverantwoorde gebruikers die letsel oplopen, maar vooral nietsvermoedende voorbijgangers. Eind 2017 riep de Onderzoeksraad voor Veiligheid het kabinet op om de onveiligheid bij de bron aan te pakken door onder andere een verbod op knalvuurwerk en vuurpijlen. Doorgaans kunnen de aanbevelingen van de OVV rekenen op respect en navolging, maar deze keer dreigt het voor de belangrijkste en meest effectieve aanbeveling met een sisser af te lopen. Het verbod op consumentenvuurwerk blijft vooralsnog uit. Het kabinet gebruikt als argument dat er onvoldoende draagvlak zou zijn, maar uit meerdere peilingen blijkt dat de meerderheid van de bevolking wel degelijk achter een verbod op consumentenvuurwerk staat. Daarnaast weegt de individuele vrijheid van het afsteken van vuurwerk wat de Partij voor de Dieren betreft niet op tegen de gevaren ervan.

Een ander argument van het kabinet om niet over te gaan tot een nationaal verbod is dat gemeenten zelf steeds professioneler aan de slag gaan met vuurwerk. In werkelijkheid zien we gemeenten nu worstelen. Veertien gemeenten laten het aan burgers over om vrijwillige vuurwerkvrije zones in te stellen. Die zones worden nu niet gehandhaafd. Graag een reactie van het kabinet. Is het redelijk om van burgers te verwachten dat zij hun vuurwerkminnende buren aanspreken? Of komt dat de feeststemming nog minder ten goed dan een vuurwerkverbod? Zowel de OVV als de Vereniging van Nederlandse Gemeenten hebben de Minister nadrukkelijk gewaarschuwd dat lokale maatregelen het gevaar en de vervuiling niet verminderen, maar verplaatsen.

Voorzitter. De maatregelen die het kabinet wel treft beperken zich tot enkele marginale maatregelen. Het lukte niet om relatief eenvoudige zaken als de veiligheidsbril en de aansteeklont nog voor dit jaar te verplichten. De verplichte levering van de lanceerstandaarden bij de verkoop van vuurpijlen lukte op het laatste moment wel, maar voor geen van de standaarden kan voor boven windkracht drie de veiligheid gegarandeerd worden, want daar stoppen de stabiliteitstesten. De OVV waarschuwt dat het huidige vuurwerkbeleid onvoldoende is om overlast en gewonden te voorkomen. De Minister en de Staatssecretaris geven aan dat de maatregelen tijdens de komende jaarwisseling geëvalueerd zullen worden. Wat betekent dat? Hoeveel slachtoffers moeten er nog vallen voordat zij het probleem wel bij de bron aanpakken en een vuurwerkverbod alsnog in beeld komt?

Voorzitter. Delen de bewindspersonen de mening dat we geen enkel vuurwerkslachtoffer willen en dat de overheid daar een wezenlijke bijdrage aan kan leveren? Is het kabinet bereid nul vuurwerkslachtoffers als afrekenbare doelstelling te kiezen, naar het voorbeeld van de kabinetsdoelstelling om het aantal verkeersdoden naar nul te brengen? Graag een reactie.

Voorzitter. De Partij voor de Dieren vraagt de bewindspersonen een verbod op consumentenvuurwerk opnieuw te overwegen. Vuurwerk kan wat ons betreft alleen worden afgestoken in professioneel georganiseerde vuurwerkshows. Zo kan iedereen als klap op de vuurpijl genieten, zonder dat dit grote schade toebrengt aan mensen, dieren en milieu.

Voorzitter, dan nog een laatste punt. Op de agenda staat ook crisisbeheersing bij klimaatverandering. Ik vraag speciaal aandacht voor de komst van klimaatvluchtelingen. De VN stellen dat het aantal klimaatvluchtelingen drastisch zal toenemen. Hoe gaat het kabinet de oorzaken van vluchtelingenstromen aanpakken en een mogelijke crisis hier voorkomen, in plaats van dweilen met een stijgende zeespiegel?

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel. Dan is het woord aan de heer Van Raak van de SP.

De heer Van Raak (SP):

Dank je, voorzitter. Nog een paar dagen en het is oud en nieuw. Op dit moment wordt er veel vuurwerk opgeslagen. Er wordt veel vuurwerk getransporteerd. Mocht het misgaan, nu of met oudjaar, dan vragen wij van onze brandweermensen, mannen en vrouwen, om op te treden, rampen te voorkomen en levens te redden. Dat betekent ook dat onze brandweermensen met de goede instructies op pad moeten worden gestuurd. Daar maak ik mij zorgen over. Ik heb daar een halfjaar geleden ongeveer nog vragen over gesteld aan de Minister. Laat ik gewoon die vraag voorlezen: «Klopt het dat eenmaal brandend vuurwerk niet geblust kan worden met water, zelfs niet bij totale onderdompeling, omdat vanwege de ingebouwde zuurstof in vuurwerk de brand zelfs doorgaat bij totale afsluiting van lucht?» Kortom, klopt het dat brandend vuurwerk gewoon niet met water geblust mag worden? Het antwoord van de Minister is bijzonder helder, namelijk «ja». Daar was ik heel blij mee, maar ik was minder blij toen ik merkte dat in de circulaire van de brandweer van 2005, Optreden van de brandweer bij een vuurwerkbrand, staat dat in sommige gevallen nog steeds met water geblust moet worden. Er wordt offensief met water geblust, terwijl dat dus niet mag en er mag defensief niet met water worden geblust. De instructie is dat vuurwerk vanaf klasse 1.3 en zwaarder niet kan worden geblust. Oud-brandweerofficier en springstofspecialist Mart van Troost noemt deze gang van zaken belachelijk. Wanneer geven we nou eens toe dat vuurwerk niet te blussen is met water?

Na de vuurwerkrampen van Culemborg in 1991, Enschede in 2000 en Denemarken in 2004 zijn door de Europese Unie gefinancierde vuurwerkproeven gedaan in Polen. Daar kwam ook duidelijk de conclusie uit dat brandend consumentenvuurwerk niet met water mag worden geblust. Waarom is de circulaire destijds niet aangepast en kan de subklasse 1.4 nog steeds met water worden geblust? Waarom zegt de Minister in een brief van 7 november jongstleden nog dat bij de gevarenklassen 1.3 en 1.4 kan worden geblust bij een beginnende brand? Het blussen kan worden ingezet.

Voorzitter. Ik wil er echt voor zorgen dat onze politiemensen de komende weken met de goede instructies op pad worden gestuurd. Klop het, vraag ik ook de Minister, dat in 2005 het Ministerie van Binnenlandse Zaken heeft gezegd: laat dit nou maar over aan de veiligheidsregio's, laat die maar bepalen of dat wel of niet kan. Klopt het dat sindsdien in sommige veiligheidsregio's andere instructies gelden dan in andere? Klopt het dat de officiële instructies nog steeds zijn dat het blussen van brandend vuurwerk kan beginnen met water, maar dat andere veiligheidsregio's zeggen: dat kan niet, dus dat doen we niet? Klopt het dat die instructies officieel zijn dat het wel kan? Sommige veiligheidsregio's houden zich wel aan de instructies en sommige veiligheidsregio's niet. Klopt het ook dat sommige veiligheidsregio's kiezen voor defensief optreden? Dat wil zeggen: niet blussen, evacueren, afstand houden en uitbreiding van de brand proberen te voorkomen. Ik zou daar graag helderheid over willen hebben van de Minister of de Staatssecretaris, of allebei. Het maakt mij eigenlijk niet uit van wie. Het moet helder zijn voor alle veiligheidsregio's, maar met name voor alle brandweermensen die de komende weken aan de slag moeten, wat ze precies wel en niet kunnen doen. Die brandweerinstructies moeten eenduidig en veilig zijn. Dat betekent dat bij geen enkele consumentenvuurwerkbrand wordt geblust met water.

De voorzitter:

Voor de mensen op de tribune: dit is de bel die zegt dat de plenaire zitting begint. Er is geen brand of vuurwerk of een andere vorm van alarm.

De heer Van Raak (SP):

Dank je, voorzitter. Het was gelukkig geen brandalarm.

Ik heb nog een vraag over de brief van de Minister van 7 november, die voor mij heel onduidelijk is. Daarin wordt gezegd dat in gevarenklasse 1.3 en 1.4 bij een beginnende brand het blussen kan worden ingezet. Volgens de foutieve regels die er officieel zijn, kan volgens mij ook in gevarenklasse 1.3 niet worden begonnen met water. Maar het is natuurlijk ook onmogelijk om bij een gesloten opslagwijze in Nederland, in bunkers zonder plofdaken of met sprinklers, te bepalen of een vuurwerkbrand beginnend is en wanneer explosies zullen plaatsvinden. Dus afrondend: kan de Minister ervoor zorgen dat de brandinstructies vanaf nu uniform en veilig zijn voor de komende weken? Anders zal ik genoodzaakt zijn om een VAO aan te vragen.

De voorzitter:

Dank u, meneer Van Raak. Dan is het woord aan mevrouw Helder van de Partij voor de Vrijheid.

Mevrouw Helder (PVV):

Dank u wel, voorzitter. In januari van dit jaar is in de media aandacht geweest voor locatiebepaling bij 112-meldingen, oftewel: Advanced Mobile Location, AML. Gebleken is dat eerst de lopende vernieuwing van de 112-infrastructuur afgerond zou moeten worden, waarna de AML-functie kan worden aangesloten op het centrale systeem. De intentie was oplevering in 2018, maar dat wordt helaas 2019. De Minister schrijft in zijn brief van 14 december dat AML technisch gereed is en dat begin 2019 wordt gestart met de gebruikers van toestellen gebaseerd op Googletechnologie. Later in 2019 volgen naar alle waarschijnlijkheid de gebruikers van telefoons gebaseerd op Appletechnologie. Mijn vraag aan de Minister is: wat wordt bedoeld met «wordt gestart» en «naar alle waarschijnlijkheid»? Oftewel: waar is dit nog afhankelijk van? Want het gaat wel om een techniek die mensenlevens kan redden.

Naast de invoering van AML wordt ook gewerkt aan de invoering van een 112-app. Dit heeft als voordeel dat ook andere gegevens van de beller meegestuurd kunnen worden en dat hier in de toekomst nieuwe functies aan toegevoegd kunnen worden. Zodra de vernieuwing van de nieuwe technische infrastructuur voor de 112-dienstverlening is gerealiseerd, kan de werking van de app beproefd worden, aldus de Minister in dezelfde brief. Kan hij dit wat nader specificeren? Want ook hiervoor geldt: het gaat om een techniek die mensenlevens kan redden.

Dan C2000. Er is sprake van tegenvallende resultaten in de testfase op grond waarvan de beoogde migratie van het spraaknetwerk conform de planning niet verantwoord wordt geacht. Het bestaande netwerk gedraagt zich volgens de Minister echter stabiel en er is geen aanleiding om te verwachten dat dit zal veranderen vanaf januari 2019. Beter een goed meldingssysteem dan snelheid, maar ook hiervoor geldt weer: het kan de levens van hulpverleners en burgers redden die afhankelijk zijn van een goed werkend meldingssysteem. Dus wat betekent «stabiel»? Want het wordt niet voor niets vervangen.

Op dit punt wil ik ook nog melden dat ik blij ben dat de Minister een security audit laat uitvoeren en ook het Nationaal Bureau voor Verbindingsbeveiliging om advies heeft gevraagd bij de risicobeoordeling van de veiligheid van communicatie via C2000. Ik wacht de nadere informatie naar aanleiding van deze acties af. Maar ik heb wel een vraag ter verduidelijking. Bij de risicobeoordeling wordt bekeken of sprake is van «digitale diensten/producten die de Nederlandse infrastructuur of de Nederlandse economie in den brede kunnen binnendringen c.q. een essentiële ofwel substantiële rol kunnen spelen». Betekent «in den brede» meer dan alleen de vitale infrastructuur?

Voorzitter. Mijn collega Van Raak had het net ook over de blusinstructie. Bij elk incident met vuurwerk wordt een Adviseur gevaarlijke stoffen gevraagd om een deskundig advies voor de aanpak van het incident. Omdat ieder incident uniek is, vereist dit dat de handelingsinstructie handvatten biedt, maar tegelijkertijd ook enige ruimte biedt aan de professionaliteit van de brandweer. Dat klinkt logisch, maar dan kan ik het antwoord van de Minister op een eerdere vraag niet plaatsen. De vraag was: klopt het dat eenmaal brandend vuurwerk niet geblust kan worden met water, zelfs niet bij totale onderdompeling, omdat door de ingebouwde zuurstof in het vuurwerk de brand zelfs doorgaat bij totale afsluiting van lucht? Het antwoord daarop was gewoon duidelijk. Dat zei mijn collega ook al. Het antwoord was ja. Desondanks wordt blussen met water in de geldende blusinstructie niet uitdrukkelijk verboden. Dan is mijn vraag: waarom niet? Want het gaat om de veiligheid van het brandweerpersoneel.

Voorzitter. Tot slot heb ik een vraag die losstaat van de agenda. Die gaat over de diefstal van noodstroomaccu's bij zendmasten. Gestolen accu's worden nu vaak pas vervangen als een reguliere onderhoudsbeurt gepland staat. Dat betekent dat 112 soms in een bepaald gebied onbereikbaar kan zijn. De Minister heeft op schriftelijke vragen geantwoord dat de diefstal van noodstroomaccu's niet direct leidt tot een verminderde bereikbaarheid omdat een nabijgelegen mast het overneemt. Maar wat mijn fractie betreft moeten burgers en bedrijven erop kunnen rekenen dat 112 altijd bereikbaar is en dat diefstal wordt bestraft. Op het gebied van accudiefstal is dat op dit moment niet het geval. Dan is mijn vraag aan de Minister: kan hij toezeggen dat hij in overleg met zijn collega van Economische Zaken hier maatregelen tegen gaat nemen?

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel, mevrouw Helder. Dan is het woord aan mevrouw Buitenweg van de GroenLinksfractie.

Mevrouw Buitenweg (GroenLinks):

Dank u wel, meneer de voorzitter. Nog twee dagen hier in het parlement en dan is het kerstreces. Dat is een tijd waarin wij het allemaal rustiger aan doen. Althans, laat ik voor mijzelf spreken. Voor veel hulpverleners is het dan juist alle hens aan dek. Mijn collega Teunissen zei het net ook al. Elk jaar zijn er rond oud en nieuw meer dan 10.000 incidenten en honderden gewonden. Er wordt voor miljoenen schade aangericht. De politie, de brandweer, ambulancepersoneel en lokale handhavers hebben er hun handen vol aan. Er is meerdere malen op aangedrongen, ook door de OVV, om knalvuurwerk en vuurpijlen te verbieden om zo een feestelijke en veilige jaarwisseling te hebben. Maar het kabinet wil er nog niet aan. Daarmee brengen we de mensen die in de frontlinie staan erg in de problemen. Want het is op dit moment een rommeltje. Sommige gemeenten hebben vuurwerkvrije zones, maar andere niet. Het is voor burgers heel erg moeilijk om te weten hoe het gehandhaafd moet worden. Als er wel een vuurwerkvrije zone is, dan kan ik mij voorstellen dat mensen vragen om te handhaven. Tegelijkertijd zijn heel veel handhavers bang dat zij het mikpunt worden van geweld en van het gooien van vuurwerk. Wat is er nou nodig om die handhavers meer in positie te brengen? Daar wil ik graag een reactie op van de Minister, want ik vrees echt voor hun veiligheid. Zij zelf ook, want zij hebben aangegeven niet naar bepaalde gebieden te willen gaan. Ik snap heel goed dat de Minister niet over wil gaan tot de bewapening van boa's, de buitengewoon opsporingsambtenaren, maar feit is wel dat zij heel vaak moeten wachten op de assistentie van de politie. Hoe kunnen zij hun werk goed en veilig doen onder de extreme omstandigheden van de jaarwisseling?

Dan C2000. We hebben het in de laatste maanden al veel gehad over de veiligheid van het netwerk vanwege de betrokkenheid van het Chinese bedrijf Hytera. Het gaat om verschillende landen. In Engeland wordt bijvoorbeeld aan de regering door de veiligheidsdiensten gevraagd om beter na te denken of ze wel in zee wil gaan met de Chinese techpartners. De Verenigde Staten, Nieuw-Zeeland en Australië verbieden het gebruik van Huaweitechnologie in 5G-netwerken. Natuurlijk moeten we ook waken voor xenofobie, want wat is het bewijs dat er sprake is van spionage of sabotage? Is de angst voor Chinese hard- of software niet eigenlijk een vorm van verkapt protectionisme?

Tegelijkertijd willen we geen gok nemen, juist niet met onze vitale infrastructuur. En dat is wel wat C2000 is. Het raakt aan onze nationale veiligheid, dus daar moeten we superalert op zijn. Er zijn onlangs een aantal moties aangenomen en de Minister heeft twee onderzoeken in gang gezet. Hartelijk dank daarvoor. De een kijkt naar hoe we technisch kunnen voorkomen dat de leverancier van de software zich oneigenlijke toegang kan gaan verschaffen en de ander is een advies van de AIVD met de vraag of er sprake is van een risico voor de nationale veiligheid. Als er zulke onderzoeken worden gehouden, dan moeten we natuurlijk wel rekening houden met de uitkomst dat er sprake is van een onaanvaardbaar risico. En wat doen we dan? Want als we pas gaan nadenken over deze vraag wanneer de onderzoeken klaar zijn, dan zijn we weer een paar maanden verder. Dat nadenken moet dus nu al gebeuren. Gebeurt dat ook, is mijn vraag aan de Minister. Wat is plan B? Ik zeg niet dat we daar gelijk toe over moeten gaan, maar we moeten wel voorbereid zijn. Een plan B moet in de maak zijn. Ik wil niet dat er nog meer vertraging komt als er wel een veiligheidsprobleem is. Graag een uitgebreide reactie van de Minister.

Voorzitter. Er is nu ook al de nodige vertraging. In zijn brief van september heeft de Minister daar alle begrip voor, want volgens hem is dat niet ongebruikelijk voor zo'n groot project. Maar we praten wel over een vertraging van meer dan twee jaar. Ik wil weten van de Minister hoeveel meer dit project nu uiteindelijk kost en hoe dit zich verhoudt tot de offerte van KPN van enige jaren geleden. KPN verloor de gunning omdat het iets duurder was. Ik neem aan dat de Minister dit allemaal noteert. Is het project nu goedkoper of duurder dan de offerte destijds? KPN heeft zelfs een rechtszaak aangespannen omdat het niet kon geloven dat Hytera technisch in staat was om de opdracht uit te voeren en achteraf had het bedrijf misschien toch wel gelijk. Hytera had enige ervaring, in Macedonië, in Peru, in België en ik geloof in nog één andere staat, en dat was voldoende om er vertrouwen in te krijgen.

De voorzitter:

Wilt u afronden?

Mevrouw Buitenweg (GroenLinks):

Ik wil afronden. Ik vraag me af of het misschien toch niet verstandig is om KPN een rol te laten spelen in plan B. Ik vraag me af of daar een heel nieuwe aanbesteding voor nodig is of dat het mogelijk is om een soort shortcut te maken gezien de eerdere bieding.

De voorzitter:

Dank u wel. Dan is het woord aan de heer Van der Staaij van de SGP-fractie.

De heer Van der Staaij (SGP):

Dank u wel, voorzitter. Ik wil ook graag beginnen met het punt van vuurwerk en oud en nieuw. Allereerst sluit ik mij aan bij de uitgebreide vragen van de heer Van Raak over de blusinstructie rond vuurwerk. Van allerlei kanten horen wij dat daar toch onduidelijkheid over is en dat wat in de veiligheidsregio's als goede praktijk wordt beschouwd, uiteenloopt. Met name dat het blussen met water juist negatief zou kunnen uitpakken – het is al genoemd – zit overal nog onvoldoende tussen de oren. Heel graag meer duidelijkheid over wat precies wel en wat precies niet verstandig is bij het blussen van vuurwerk waar brand bij is ontstaan, juist met het oog op de veiligheid van het brandweerpersoneel – daarom komen we er ook allemaal op terug – en tegen de achtergrond dat er in het verleden brandweermensen om het leven zijn gekomen tijdens het blussen van vuurwerk waar brand bij was ontstaan. Dat geeft ons een extra verantwoordelijkheid om zeker te weten dat de praktijk zoals die nu is, spoort met alle inzichten die we erover hebben.

Voorzitter. Dan het gemeentelijke vuurwerkverbod. In het verleden is daar een uitgebreid Kamerdebat over geweest, waar uit is gekomen dat in ieder geval de gemeenten de mogelijkheid moeten krijgen om een vuurwerkverbod in te stellen voor het gehele grondgebied. We hopen dat dit nu echt zo snel mogelijk zijn beslag kan krijgen, want er is al best weer een tijd overheen gegaan sinds het aannemen van die motie. Ik ben ook een beetje beducht dat nu a contrario de gedachte zou bestaan dat zolang dat wetsvoorstel er niet is, gemeenten nog weinig kunnen doen om vuurwerkvrije zones aan te wijzen. Graag hoor ik ook nog even heel helder wat gemeentes op dit moment al wel kunnen.

Voorzitter. De Onderzoeksraad voor Veiligheid heeft gezegd, ook als reactie op de uitkomst van het debat hierover, bezorgd te zijn dat er onnodige onveiligheid door vuurwerk blijft bestaan doordat niet de maatregelen worden opgevolgd die de Onderzoeksraad aanbeveelt, zoals het verbod op knalvuurwerk en vuurpijlen. Ik heb zomaar het idee dat er bij andere partijen niet veel veranderd is sinds het vorige debat, want dat is nog betrekkelijk kort geleden. Maar het zal duidelijk zijn dat, zoals de SGP-fractie toen al vond, gehoor moet worden gegeven aan de aanbevelingen van de Onderzoeksraad. We voelen ons er toch weer in gesterkt om dat opnieuw aan de orde te stellen. Ik ben ook wel benieuwd hoe het kabinet naar het rapport van de Onderzoeksraad heeft gekeken. Doet het kabinet dat met het idee «ja, dat hebben we al gehad», of is het een reden geweest om heel goed de stellingname daarin te heroverwegen?

Illegaal vuurwerk. Wanneer illegaal vuurwerk wordt gevonden, moet het in beslag genomen worden en op een veilige manier vervoerd worden. Ik ben geïnteresseerd naar de mogelijkheden om de kosten om dat allemaal netjes in beslag te nemen, te vervoeren en weer op te slaan, echt verhaald kunnen worden op de daders. Wat zijn de mogelijkheden voor het kostenverhaal? Worden de mogelijkheden die er zijn actief benut?

Voorzitter. Tot slot nog over de brandweervrijwilligers. Er ligt een rapport over de gevolgen van Europeesrechtelijke en internationale regels voor brandweervrijwilligers en risico's dat zij als deeltijdwerknemers worden gezien. Het is goed dat de Minister op korte termijn hierover in overleg gaat. Wij zijn breder benieuwd welke concrete stappen gezet worden om het vrijwilligerschap bij de brandweer voluit te laten blijven functioneren. In hoeverre kunnen vrijwilligers, ook als ze werken buiten hun woonplaats, juist op de locatie ingeschakeld worden waar ze werken? Zijn daar voldoende mogelijkheden voor?

Voorzitter. Dat was mijn inbreng in eerste termijn.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Van der Staaij. Exact binnen de tijd. Dan is het woord aan de heer Van Dam van de CDA-fractie.

De heer Van Dam (CDA):

Voorzitter, dank u wel. Het is het laatste AO voor de vakantie. Vroeger op school bij de laatste gymles hadden we altijd apenkooi, dus ik heb ook een beetje een apenkooi-inbreng. Ik ga van links naar rechts en raak kort allerlei instrumenten aan.

Laat ik beginnen bij oud en nieuw. Oud en nieuw is het grootste feest, het grootste evenement van het land, dat voor veel burgers een feestelijk iets is. Wij gaan ervan uit dat vooral verantwoordelijke burgers daar een goed feest van maken. Maar het is absoluut zo dat politiemensen en brandweermensen op straat moeten. Wat mij deze week opviel, was de casus van de agent Damien uit, naar ik meen, Leiden. Ik wil niet zozeer de specifieke omstandigheden van die casus raken, maar het viel mij op dat deze politieman zelf achterbleef met financiële schade. Dat vond ik toch wel heel wrang. Ik wil niet in deze specifieke casus treden maar in zijn algemeenheid vragen hoe het geregeld is voor onze politiemensen, brandweermensen en anderen die die nacht de straat op moeten en door geweld of iets anders schade of letsel ervaren. Zijn al die kosten gedekt? Zijn de politie en de brandweer een goede werkgever in dat opzicht?

Een andere vraag die ik heb, gaat over iets heel anders: de brexit. In Engeland hebben ze het leger al ongeveer klaarstaan. Wordt er in de crisisvoorbereiding op landelijk niveau geoefend door bijvoorbeeld het Nationaal Crisiscentrum om voorbereid te zijn op een harde brexit als die op ons afkomt?

Een derde punt is de evaluatie van de...

De voorzitter:

Meneer Van Dam, een moment alstublieft. Mevrouw Buitenweg heeft een vraag voor u.

Mevrouw Buitenweg (GroenLinks):

Ik gun de heer Van Dam graag wat extra spreektijd om dit onderwerp wat specifieker uit te werken. Ik snap eerlijk gezegd niet zo heel goed wat het leger extra zou moeten doen. Gaat het vooral om de grensbewaking? Wat is precies het punt dat er moet gaan gebeuren?

De heer Van Dam (CDA):

Die vraag heb ik ook aan het kabinet. Ik weet inmiddels dat als er een harde brexit zou komen, er bijvoorbeeld bij de grens van Hoek van Holland enorme files aan vrachtwagens kunnen ontstaan. Wat betekent dat voor mensen die lang moeten wachten? Wat betekent het voor de kwaliteit van voedsel? Ik kan mij voorstellen dat je toch allerlei maatregelen moet nemen en voorbereid moet zijn op dingen die zich ineens voordoen, met name in het grensverkeer naar Engeland toe. Er kunnen dingen spelen die effect kunnen hebben op de veiligheid van voedsel en de levering van diensten. Ik vind niet dat we er op de dag van de brexit achter moeten komen dat zich een crisis voordoet, maar ik vind dat je van tevoren kunt oefenen en dat je je daarop kunt voorbereiden. Dat vraag ik aan het kabinet.

De voorzitter:

Bij mevrouw Buitenweg leidt dit tot een vervolgvraag.

Mevrouw Buitenweg (GroenLinks):

Ik had echt helemaal niet zien aankomen dat we ineens het leger moeten inzetten voor de brexit, dus het was een oprechte vraag. Ik vind het namelijk wel een groot iets om te zeggen: moeten we niet het leger inzetten? Maar het is goed om ons af te vragen wat de problemen zijn. Dat hebben we ook als commissie in zijn algemeenheid gezegd: laten we onderzoeken wat er gedaan moet worden in het kader van de brexit. Ik weet dat het ministerie daar hard mee bezig is, net als dat het geval is op alle ministeries. Want voedselveiligheid raakt natuurlijk ook andere zaken. Toen de heer Van Dam begon over het leger, dacht ik eigenlijk dat het ging over de ondersteuning van de boa's. Ik dacht: het is een hele nieuwe aanpak om ineens de boa's op straat te sturen in het kader van het vuurwerk, maar het ging dus over de voedselveiligheid. Dat had ik even niet gezien.

De heer Van Dam (CDA):

Ja, ik weet niet of mevrouw Buitenweg destijds ook zo genoten heeft van de apenkooilessen, maar het gaat heel snel: van het ene instrument naar het andere. Je moet het tempo inderdaad wel erin houden.

Mevrouw Buitenweg (GroenLinks):

En er niet vanaf vallen!

De heer Van Dam (CDA):

Inderdaad, en je moet er niet vanaf vallen. Over het leger: ik wil helemaal niet zeggen dat wij in Nederland het leger in moeten zetten. Ik zie juist dat men dat in Engeland wel van plan is. Daar beseft men kennelijk dat dit wel wat met zich meebrengt. Ik wil voorkomen dat we het leger inzetten. Ja, misschien het Leger des Heils, om wat soep rond te brengen. Maar dat zou niet verder hoeven.

Voorzitter. De evaluatie van de veiligheidsregio's. Ik zou aan de Minister willen vragen om uitdrukkelijk het element van de democratische controle in de opdracht mee te nemen. In hoeverre zijn gemeenteraden in staat om zich een oordeel te vormen over wat zich nu in die vorm van verlengd bestuur afspeelt? Graag een reactie van de Minister daarop.

Wat betreft het vuurwerk sluit ik mij van harte aan bij de opmerkingen van collega Van Raak.

Dan nog een vraag over de meldkamers. Dank voor de uitgebreide briefing die we daarover hebben gehad. Die heeft mij veel helderheid gebracht. Ik heb nog wel een vraag over de meldkamers en de persvrijheid. De Minister heeft daar vragen van mij over beantwoord. Het is natuurlijk heel top dat allerlei verkeer voor burgers onhoorbaar achter de digitale muur plaatsvindt, maar ik zie onze persfotografen het nakijken hebben. Ik heb gewezen op een oplossing in Rotterdam bij de meldkamer van de brandweer: de persmonitor. Die werkt hartstikke goed. En de Minister zegt: de Nederlandse Vereniging van Journalisten heeft een andere prioriteit; ik wacht het even af. Ik zou de Minister toch willen vragen om daar gas op te geven. Er doen zich hele rare situaties voor. Ik heb een tijdje terug een bericht gezien dat de politie foto's gaat maken in deze moderne tijd. In een krant in het Westland stond een bericht over een auto te water met een mooie foto erbij, maar dat bleek een auto te zijn die maanden eerder te water was geraakt. Ik vind in dat opzicht dat we de dingen zuiver moeten houden en dat we de journalisten de mogelijkheden moeten bieden in dat kader.

De laatste vraag, voorzitter – ik zal u niet verontrusten – gaat over de stuurgroep bewaken en beveiligen. Daar heb ik ook vragen over gesteld. Ik zit te wachten op een advies van die stuurgroep. Wanneer komt die stuurgroep met een voorstel? Want juist op die categorie slachtoffers van zware criminaliteit, mensen die bedreigd worden – we hebben die vreselijke casus in Amsterdam gehad van een familielid van een kroongetuige – moet er gas bijgegeven worden. Wanneer stuurt de Minister zijn plannen op dat vlak naar de Kamer toe?

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Van Dam. Dan is het woord aan mevrouw Laan-Geselschap van de VVD-fractie.

Mevrouw Laan-Geselschap (VVD):

Dank u wel, voorzitter. Recent was ik met collega Buitenweg op werkbezoek bij de meldkamers van Haaglanden en Hollands Midden. De beschikbare middelen en technieken om mensen in nood te helpen zijn indrukwekkend. De nieuwe ontwikkelingen met betrekking tot de locatie-informatie over de plaats van het ongeval zijn voor de hulpdiensten van essentieel belang. De proef met het systeem verificatie incidentlocatie oftewel VIL is goed verlopen. Daar is de VVD blij mee.

Ook volledige steun van ons voor het Advanced Mobile Location systeem, de 112-app waar mijn collega Helder ook naar verwees, en de invoering van de emergency call. Excuses voor alle termen, maar hoe meer informatie de meldkamer heeft, hoe sneller en hoe beter de hulpbehoevende geholpen kan worden. Een korte vraag over 112. Ik heb schriftelijke vragen gesteld over de diefstal van accu's uit zendmasten. Ik ben ook verheugd in de beantwoording te lezen dat het noodnummer bij diefstal bereikbaar blijft. Ondanks dat blijft de diefstal voor de telecomproviders een groot probleem. Het aantal aangiften dat alleen al KPN dit jaar heeft gedaan, is groter dan het genoemde aantal in de beantwoording. Kan de Minister de discrepantie verklaren?

Vernieuwingen vinden niet alleen plaats op het gebied van het helpen van mensen in nood. De onderlinge communicatiedienst van onze veiligheidsdiensten, beter bekend als C2000, is ook aan vernieuwing toe. Inmiddels is de vernieuwing al meerdere keren uitgesteld. Wij zijn blij om te lezen dat het technische aspect van de vernieuwing in principe rond is, maar de belangrijkste informatie moet nog naar de Kamer worden gestuurd, namelijk de oplevering van de security audit door Xebia. Zoals u weet heeft de VVD zich al meerdere malen kritisch geuit over de samenwerking met buitenlandse bedrijven, waarbij overheidsinmenging op de loer ligt. Landen als de VS en Australië zien inmiddels al af van de samenwerking met een specifiek Chinees bedrijf. Wij wachten dus vol verwachting op de betreffende security audit en op het advies van de AIVD.

Een ander onderwerp: de veiligheidsregio's. In 2019 zal een evaluatie plaatsvinden van de Wet veiligheidsregio's. Ik ben benieuwd of tijdens die evaluatie ook wordt gekeken naar de samenwerking over de grenzen van veiligheidsregio's heen, aangezien de regio's niet overeenkomen met alle politieregio's. Hoe verloopt de samenwerking en aansturing in geval van een grensoverschrijdende noodsituatie zoals bijvoorbeeld een overstroming?

Voorzitter. Ik ben ook benieuwd hoe de Minister aankijkt tegen een bredere veiligheidsregio. Zou bijvoorbeeld de gemeentelijke gezondheidsdienst een plek kunnen krijgen in de veiligheidsregio's? Ik ben eveneens benieuwd hoe het is gesteld met de protectie van de veiligheidsregio-organisatie tegen cyberaanvallen. Zijn ze intern voorbereid? Kan daarbij de continuïteit van de veiligheid van de inwoners gewaarborgd blijven?

Voorzitter. Als klap op de vuurpijl krijgen we de resultaten vandaag van de testen, de nieuwe testen en de laatste testen van de lanceerstandaarden waar de Staatssecretaris voor is aangeschoven. De Nederlandse traditie van het afsteken van vuurwerk is dit jaar weer gered. Hoera, zeg ik dan toch maar even. De Onderzoeksraad voor Veiligheid schrijft in een rapport dat het kabinet te weinig maatregelen neemt tegen overlast door vuurwerk tijdens de jaarwisseling. Wat ik toch ook wil benadrukken, is dat de afgelopen jaren al heel veel maatregelen zijn genomen, onder andere om hulpverleners te beschermen. Denk hierbij aan het snelrecht, de 200%-strafeis en de uitbreiding van de mogelijkheden op het gebied van cameratoezicht. Buurten zijn gelukkig zelf in staat om vrijwillig vuurwerkvrije zones in te voeren. Gemeenten zoals Rotterdam hebben daarin het voortouw genomen en dat heeft bijvoorbeeld erg goed geholpen bij die kinderboerderijen en die verzorgingshuizen. Wat de VVD betreft moet juist de massale import van illegaal vuurwerk aan banden worden gelegd en niet het consumentenvuurwerk. De politie heeft recent goed werk verricht door het platleggen van een Poolse vuurwerksite.

Voorzitter. Is de Minister al in gesprek gegaan met zijn Duitse en Belgische collega's om te bezien hoe de aanpak geïntensiveerd kan worden, zodat de import uit deze landen kan worden teruggedrongen? Mijn laatste vraag: wat vindt de Minister van een meldplicht voor de volgende jaarwisseling voor degenen die dit jaar illegaal vuurwerk afsteken? Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel. Er zijn enige interrupties. Ik zag het eerst mevrouw Helder van de PVV.

Mevrouw Helder (PVV):

Ik hoor collega Laan praten over allemaal maatregelen die werken bij het vuurwerk, maar de Onderzoeksraad voor Veiligheid heeft zelf gezegd: het kabinet doet te weinig. Het kabinet zelf zegt: wij doen pas wat als blijkt dat de maatregelen niet werken. Daarom heb ik in het debat gevraagd hoe dat wordt gemeten, want ze zeggen dat er significantie reductie moet zijn van de letselschadeslachtoffers, waar ik u niet over heb gehoord. Dan vraag ik mij toch af hoe dat nu gemeten wordt. Ik hoor u zeggen: de maatregelen werken. Ik hoor het kabinet zeggen: nou, we wachten. Lees: wij doen eigenlijk helemaal niets tot we weten of de maatregelen werken. Dus mijn vraag aan collega Laan zou zijn: vindt u niet dat er gemeten moet worden of er nou sprake is van een significante reductie van letselschadeslachtoffers, waaronder ook de hulpverleners?

Mevrouw Laan-Geselschap (VVD):

Mevrouw Helder vraagt een aantal dingen tegelijk aan mij en ze geeft deels ook al zelf de antwoorden. Over het aantal slachtoffers zijn er natuurlijk cijfers. Die kunnen we allemaal teruglezen en daar zijn ook gegevens over. We hebben in Rotterdam destijds gemeten wat het effect was van het uitdelen van veiligheidsbrillen aan kinderen op alle lagere scholen in Rotterdam en dat heeft geleid tot een navenante daling in het aantal oogletselgevallen. Het zijn er nog steeds te veel. U zei dat ik ze niet noemde, maar wij maken ons daar ook zorgen over. Wij hechten als partij ook aan de eigen verantwoordelijkheid van mensen. Dus het uitdelen van die brillen heeft geholpen, maar ik ben het met u eens: als u vragen heeft op dit moment over wat nou effectief is, dan kan ik u wel steunen in een verzoek om daarnaar te laten kijken. Dan zouden we ook moeten kijken naar wat het voorheen was en wat het nu is, en niet alleen maar naar vorig jaar en dit jaar. Nee, ook naar het verschil tussen tien jaar geleden en nu.

De voorzitter:

Mevrouw Helder, ietsje bondiger dan uw eerste interruptie, graag.

Mevrouw Helder (PVV):

Ja, voorzitter, dat kan hoor. Ik heb in het vorige debat aan de Minister gevraagd of er een ondergrens in omvang en ernst van de letsels is, omdat dat een voorbode lijkt te zijn, in de bewoording, van een eventueel verbod op legaal knalvuurwerk. Dus als collega Laan mij zou willen steunen in het verzoek om dat te laten onderzoeken, dan ben ik blij.

Mevrouw Laan-Geselschap (VVD):

Onderzoek, daar kan ik nooit tegen zijn als parlementariër.

De voorzitter:

Die onthouden we allemaal. Mevrouw Buitenweg dan met een interruptie.

Mevrouw Buitenweg (GroenLinks):

Dank u wel, meneer de voorzitter. Ik was inderdaad bijna twee weken geleden met mevrouw Laan-Geselschap bij de meldkamer. Dat vond ik een heel erg interessant bezoek. We zagen in die meldkamer ook dat mensen daar wel acht uur achter elkaar dienst hadden. De hele tijd achter zo'n scherm, acht uur achter elkaar. Dus je kan niet naar buiten voor een pauze, je kan niet naar buiten even voor de lunch. We hebben nog een deel van de bananen genomen die er lagen. We hoorden ook dat dat in andere landen soms anders is. Dat er maar blokken waren van twee uur. Dat brengt mij toch bij de vraag: denkt mevrouw Laan-Geselschap misschien ook dat het de moeite waard is om te onderzoeken of de manier waarop het hier nu is ingericht, niet te lange blokken oplevert en of dit wel goed is voor het personeel?

Mevrouw Laan-Geselschap (VVD):

Nou, ik vind het ook – en dan ga ik toch maar even terug naar mijn eigen rol – ingewikkeld dat wij hier van achter een tafel gaan bedenken wat beter zou zijn voor mensen die hun werk doen en waar een hele organisatie omheen zit waar zij allemaal hun klachten en blijheid kunnen uiten. Ik deelde uw verbazing met u. Als daar signalen komen dat het anders georganiseerd zou moeten worden, dan ben ik welwillend om daarnaar te luisteren, want mijn eigen gevoel zegt: wat is dit? Maar tot op dit moment heb ik geen enkel signaal ontvangen vanuit de organisatie zelf – en we waren daar – dat zij daar zelf wat aan zouden willen veranderen.

Mevrouw Buitenweg (GroenLinks):

Nou, ik deel wel het idee dat we niet vanuit hier een organisatie moeten gaan inrichten. We hoorden wel tegelijkertijd dat sommigen jaloers keken naar Londen, waar dat dus heel anders is. Misschien is het inderdaad goed om dat een keer te laten onderzoeken of om dat eventueel aan de Minister te vragen en dan te kijken wat dit qua stress met zich meebrengt. Ik denk namelijk dat we allemaal wel echt verbaasd waren over de enorme duur van de diensten, waarbij mensen permanent ingespannen aan het werk moesten zijn. Maar misschien is het dus eerder een vraag aan de Minister.

De voorzitter:

Mevrouw Laan, wilt u nog reageren? Nee? Dan geef ik tot slot het woord aan mevrouw Den Boer van de D66-fractie.

Mevrouw Den Boer (D66):

Dank u wel, voorzitter. Nederland kent dichtbevolkte gebieden. Mensen wonen in de buurt van spoorlijnen en wegen, waarlangs goederen en stoffen worden vervoerd die mogelijk gevaarlijk zijn. Denk bijvoorbeeld aan het rangeerterrein Kijfhoek in Zwijndrecht. Zo rijden er wagons met gevaarlijke stoffen voorbij en komt er veel af op de meldkamer en de operationele hulpdiensten in de veiligheidsregio. Hulde aan deze professionals, die elke dag weer klaarstaan en paraat staan voor onze veiligheid.

De Minister geeft aan dat de evaluatie van de Wet veiligheidsregio's zal worden uitgevoerd door een nog samen te stellen onafhankelijke commissie. Kan de Minister specifieker zijn en aangeven wat de samenstelling, taak en opdracht van deze commissie precies zal zijn?

Veel van onze inwoners bevinden zich in grensregio's. Ook hun veiligheid moet worden gegarandeerd. Denk bijvoorbeeld aan situaties met een kerncentrale net aan de andere kant van de grens. Ten aanzien van veiligheidsregio's aan de grens zie ik graag een brief van de Minister tegemoet, waarin hij inventariseert in welke veiligheidsregio's er sprake is van grensoverschrijdende samenwerking met partners in de buurlanden en waar deze samenwerkingsverbanden op gericht zijn. Ook vraag ik de Minister of hij de huidige stand van zaken wil toelichten met betrekking tot zijn eerdere toezegging om samen met de besturen van de veiligheidsregio's te kijken hoe de gemeenteraden beter kunnen worden betrokken bij de veiligheidsregio's.

De voorzitter:

Mevrouw Den Boer, er is een interruptie van de heer Van Raak.

De heer Van Raak (SP):

Ik heb gewoon een informatieve vraag. Ik heb de brief van de Minister over die veiligheidsregio's ook gezien. Ik snap niet wat daar staat. Als mevrouw Den Boer wat beter is in consultancytaal, wil ik haar gewoon vragen: wat staat hier nou eigenlijk? «Adequate invulling van de individuele verantwoordelijkheden van veiligheidsregio's kan, gezien de uitdagingen, niet los gezien worden van de omgeving en het bredere belang. De focus van veiligheidspartners moet, nog meer dan de afgelopen jaren, gericht worden op de regionale, bovenregionale en landelijke samenwerking, waarbij mijn ministerie ook een actieve rol zal spelen.» Wat staat hier? Weet u dat?

Mevrouw Den Boer (D66):

Die brief heb ik niet geschreven, maar ik denk te begrijpen waar de Minister op doelt, namelijk dat veiligheidsregio's zich natuurlijk in een heel bestuurlijk complex bevinden. Veiligheidsregio's zijn van binnen best wel ingewikkeld, omdat ze multidisciplinair zijn, en dus met alle veiligheidspartners en -ketens moeten samenwerken. Daarin heeft natuurlijk ook democratische controle een plaats, zoals een verlengd lokaal bestuur en gemeenschappelijke regelingen. Maar veiligheidsregio's zijn natuurlijk ook in belangrijke mate aangewezen op de samenwerking met andere veiligheidsregio's. Dat zijn er 25, dus dat is ook een bestuurlijk complex verhaal. De vraag die ik nu aan de orde stel betreft het grensoverschrijdende element, omdat we weten dat er ook gevaren net aan de andere kant van de grens zijn die onze burgers kunnen raken.

De heer Van Raak (SP):

Het is mij nog niet helderder geworden. Het lijkt mij namelijk nogal breed. Maar goed, misschien kunnen we het beter aan de Minister vragen. Hij heeft die brief geschreven. Misschien kan hij dan weer vertalen wat mevrouw Den Boer zegt, zodat we aan het eind van de middag weten wat de evaluatie van de veiligheidsregio's gaat inhouden.

De voorzitter:

Gaat u verder met uw betoog, mevrouw Den Boer.

Mevrouw Den Boer (D66):

Voorzitter. Samenwerking tussen de veiligheidsactoren is geboden in een aantal concrete situaties. Internationale samenwerking heeft Nederland groot gemaakt en toch valt op het punt van veiligheid voor Nederland veel te winnen. Betere veiligheidssamenwerking binnen de Europese Unie en de Benelux zijn kansen die Nederland niet mag laten liggen. Samenwerking tussen de veiligheidsactoren is dus geboden. In een aantal concrete situaties heeft het geleid tot beheersing van de schade. Denk bijvoorbeeld aan de bosbranden in Zweden, maar denk ook aan drugsdumpings en de aanpak van ondermijning. Eerder spraken we al over samenwerking binnen de Benelux. Welke ruimte ziet de Minister nog meer voor dit soort samenwerking? En hoe staat het met de uitvoering van mijn motie die vraagt om een geactualiseerde visie op internationale politiesamenwerking? Welke stappen heeft de Minister hierop tot nog toe genomen? Kan de Minister aangeven hoe de veiligheidsregio's zijn aangehaakt bij het Europese Uniemechanisme voor civiele bescherming? Worden er daadwerkelijk lessen geleerd?

Voorzitter. Eerder heb ik mijn zorgen geuit over het vertrek van de Central European University naar Wenen. Kan de Minister waarborgen dat de positie van de Europese Politieacademie, die in Boedapest, Hongarije, is gevestigd niet in gevaar zal komen?

Voorzitter. Dan heb ik nog een aantal punten met betrekking tot de meldkamers en C2000. De veiligheid moet altijd vooropstaan bij moderniseringen. D66 vindt het jammer dat de ingebruikname van het C2000-systeem opnieuw is uitgesteld. Veiligheid staat echter voorop. Uiterste nauwkeurigheid is geboden. Mijn fractie hoort daarom graag van de Minister hoe het staat met de uitvoering van de motie die ik samen met collega's Van Dam en Verhoeven heb ingediend over de toepassing van het kader voor de omgang met technologie uit derde landen op C2000. Hierover zijn ook vragen gesteld. Met betrekking tot het wetsvoorstel over het beheer van de meldkamers zeg ik: er is unaniem gepleit voor een verankering van de governance, van het gezag, in de wet. Waarom lijkt u als Minister daar geen gehoor aan te geven?

Dank u wel, voorzitter.

De voorzitter:

Dank u wel. Dat leidt tot een interruptie van de heer Van Dam van het CDA.

De heer Van Dam (CDA):

Ik heb toch eens een vraag aan mevrouw Den Boer, want uw inbreng is doorspekt met internationaal perspectief: samenwerking in de Benelux, samenwerking in Europa. Kunt u daar misschien voor mij nog iets meer handen en voeten aan geven? Denk aan de gewone problemen die wij vandaag de dag tegenkomen met de beschikbaarheid van politie – met oudjaarsnacht zal het wel een heel klusje worden om het rooster rond te krijgen – of het werven van vrijwilligers voor de brandweer. Waar ziet u nou de uitdagingen of de mogelijkheden om die internationale samenwerking te intensiveren voor de problemen die wij eigenlijk iedere dag hebben?

Mevrouw Den Boer (D66):

Laten we dan maar gewoon even spreken over een thema dat we vandaag al veel hebben besproken en dat aan de orde is geweest, namelijk vuurwerk. Waar komt vuurwerk vandaan? Het wordt nota bene geïmporteerd. De grondstoffen voor vuurwerk, of bijvoorbeeld ook voor xtc, worden vanuit het buitenland naar Nederland aangevoerd. Hier wordt het product geproduceerd en dat wordt vervolgens geëxporteerd. Om dat onder controle te krijgen is internationale politiesamenwerking van het grootste belang. Dat is één voorbeeld. Ik denk dat dat goed onderstreept waar ik mee bezig ben.

De heer Van Dam (CDA):

Maar dan moeten we toch heel realistisch zijn, want als wij Onze Minister naar Duitsland sturen, of naar waar dan ook, en zeggen «goh, doe eens wat aan het vuurwerk,» dan zal daar de opmerking zijn «oh, doe eens wat aan de hennep» of «doe eens wat aan de xtc.» Wat dat betreft hebben zij ook nogal een boodschappenlijstje in onze richting. Dus, bent u niet te verwachtingsvol in wat wij allemaal in het buitenland gaan doen aan onze eigen veiligheid?

Mevrouw Den Boer (D66):

Ik heb het grootste vertrouwen erin dat Onze Minister de belangen van Nederland vooropstelt in zijn discussies en zijn gesprekken met bewindspersonen, zijn collega's in het buitenland. Ik heb er vertrouwen in dat daar de juiste prioriteiten worden gekozen. Er bestaat ook zoiets als een Europese prioriteitenlijst in de vorm van EMPACT. Ik ga er ook vanuit dat Nederland zich daar in die internationale samenwerking aan houdt.

De voorzitter:

Dank u wel. Daarmee is een einde gekomen aan de eerste termijn van de zijde van de Kamer. Het kabinet wil graag een ongeveer kwartier om zich voor te bereiden op de beantwoording.

De vergadering wordt van 10.47 uur tot 11.07 uur geschorst.

De voorzitter:

Zoals aan het begin afgesproken geef ik eerst het woord aan de Staatssecretaris, die volgens mij geen directe vragen heeft gekregen maar wel heeft aangegeven wat te willen zeggen. Daarna geef ik nog even de gelegenheid voor aanvullende vragen en daarmee ronden we dat onderdeel apart af. Het woord is aan de Staatssecretaris.

Staatssecretaris Van Veldhoven:

Dank u wel, voorzitter. Er zijn een heel aantal vragen gesteld over het blussen van vuurwerkgerelateerde branden. Die zal de Minister beantwoorden. Ik loop even met u langs een groot aantal maatregelen dat we in reactie op het rapport van de OVV hebben genomen om te zorgen voor een veiligere en feestelijke jaarwisseling. Ik wil even iets zeggen over de lanceerstandaarden. Dat is namelijk een maatregel die al komende jaarwisseling ingaat. Dat heeft vooral te maken met letsel dat bij omstanders ontstaat wanneer vuurpijlen niet recht omhoog schieten. Overigens heeft het illegale vuurwerk in de letselcijfers nog steeds het grootste aandeel, maar daarna komt inderdaad de vuurpijl, dus het is belangrijk dat we daar expliciet aandacht voor hebben. Het RIVM heeft geadviseerd dat dit letsel voorkomen kan worden door gebruikmaking van de lanceerstandaard en dit advies is dus overgenomen. Bij de komende jaarwisseling zijn in de regeling lanceerstandaarden verplicht gesteld in het gebruik en bij de verkoop van vuurpijlen aan consumenten. U heeft allemaal in de pers kunnen lezen dat er flink getest is op de lanceerstandaarden. Inmiddels hebben 21 standaarden alle testen doorstaan en die zijn goed en stabiel bevonden voor het gebruik met vuurpijlen. Die worden inderdaad getest onder dezelfde condities die gebruikt worden om te testen of een vuurpijl überhaupt mag worden afgeschoten. Dus daar zitten een aantal van de specificaties van de testen in. De vuurwerkbranche heeft mij ook laten weten dat er aan het einde van dit jaar voldoende goede en veilige lanceerstandaarden beschikbaar zijn.

Dan heeft het overleg met de Kamer over het pakket aan maatregelen ook geresulteerd in een motie waarin verzocht wordt om een expliciete wettelijke bevoegdheid voor gemeenten om deze geheel vuurwerkvrij te maken. Lokaal kan immers het beste worden ingeschat of een algeheel verbod voor de gemeente nodig is, of dat misschien juist gerichte plekken moeten worden aangewezen. De wijziging van het Vuurwerkbesluit hiervoor is in voorbereiding en wij streven ernaar om de wijziging gereed te hebben voor de jaarwisseling van 2019–2020. Dat is in ieder geval het tijdpad. In de tussentijd kan de APV gebruikt worden. Als er nog vragen zijn over de APV, kan de Minister die beantwoorden.

Tot slot, er is heel terecht gevraagd om evaluatie. Dat hebben we ook in het debat dat we met elkaar voor de zomer voerden toegezegd. Dus we evalueren het verloop van de jaarwisseling samen met het effect van de genomen maatregelen om te bekijken of er nog aanvullende maatregelen nodig zijn om de jaarwisseling een feest te laten zijn met zo min mogelijk overlast en letsel. Er was een vraag gesteld van: wil je naar nul? Natuurlijk moet je nul als stip op de horizon hebben, maar we hebben ook in het debat voor de zomer gezegd dat wat ons betreft dat betekent dat je continu streeft naar vermindering van die letselcijfers. We willen allemaal letsel voorkomen. We zien een dalende trend en die moet echt worden doorgezet. We hopen daar met dit pakket nog weer een goede impuls aan te kunnen geven. Mevrouw Laan refereerde al aan de vuurwerkbrillen. Die worden met vuurwerklonten dit jaar gratis uitgedeeld. Hierdoor, samen met lanceerstandaarden, hopen we dit jaar weer een hele positieve, verdere daling in die trend te zien. Natuurlijk gaan we dat goed met elkaar evalueren in het voorjaar.

Dank u wel, voorzitter.

De voorzitter:

Dank u wel, Staatssecretaris. Leidt dit tot aanvullende vragen? Dat is in ieder geval het geval bij mevrouw Teunissen.

Mevrouw Teunissen (PvdD):

Dank aan de Staatssecretaris voor haar beantwoording. Ik wil nog wel even ingaan op die lanceerstandaarden, want de Onderzoeksraad voor Veiligheid heeft er echt nadrukkelijk gewezen op dat de maatregelen die het kabinet nu treft, onder andere die lanceerstandaarden, onvoldoende zijn om de veiligheid te waarborgen. Als er ondanks die lanceerstandaarden toch sprake is van letsel, is de Staatssecretaris dan ook bereid om daar consequenties aan te verbinden en te zeggen dat we alsnog overgaan op een verbod op vuurpijlen, of op een verbod op consumentenvuurwerk als geheel?

Staatssecretaris Van Veldhoven:

Dit is eigenlijk een deel van het debat dat we voor de zomer hebben gedaan. Het standpunt van het kabinet is sinds de zomer eigenlijk niet veranderd. Wij willen een feestelijke en veilige jaarwisseling. Daartoe hebben we verschillende opties overwogen. Omdat het RIVM heeft aangegeven dat die lanceerstandaarden een goede manier zouden kunnen zijn om het aantal onschuldige omstanders die slachtoffer worden te verminderen, is dat een maatregel die we dit jaar hebben ingevoerd. We hebben aangegeven dat we zullen monitoren. Een verder verbod is helemaal niet uitgesloten. Eerder zijn babypijltjes verboden omdat men zag dat toch op geen enkele andere manier het letsel door die pijlen voldoende naar beneden kon worden gebracht. Maar we gaan het nu op deze manier doen. We zullen het evalueren en kijken of we inderdaad die dalende trend hiermee goed kunnen voortzetten. Als dat niet zo is, dan hebben we daar opnieuw gesprekken over met elkaar. In de Kamerbrief is ook al aangegeven dat een verbod niet wordt uitgesloten, maar we doen dat alleen als het nodig is. Dus we gaan het eerst eens op deze manier doen en volgend jaar evalueren we.

Mevrouw Teunissen (PvdD):

De Staatssecretaris zegt: we willen het aantal letselgevallen verminderen. Maar dan wil ik toch wel helder hebben van het kabinet of het wel oké is als er minder letselgevallen zijn, of is het voor het kabinet onacceptabel dat er überhaupt sprake is van letsel?

Staatssecretaris Van Veldhoven:

Minder letselgevallen is absoluut beter. Dat is waar het kabinet op inzet: een daling van de trend zoals we die ook de afgelopen jaren hebben gezien. Iedereen wil natuurlijk daar waar het kan onnodig letsel voorkomen. Dat doen we op allerlei plekken. Mevrouw Teunissen refereerde ook aan verkeersveiligheid, bijvoorbeeld. Je wilt naar nul en je doet er datgene aan wat je kunt om dat letsel steeds te verminderen, dus voor het kabinet is het van belang dat we met dit maatregelenpakket ook die dalende trend doorzetten. Als stip op de horizon proberen we inderdaad al het letsel te voorkomen.

De voorzitter:

Ik geef mevrouw Teunissen nog een derde termijn, vanwege bijzondere omstandigheid.

Mevrouw Teunissen (PvdD):

Voorzitter, toch nog een vraag. Als de Staatssecretaris zegt dat we naar nul willen en de Onderzoeksraad voor Veiligheid zegt dat de maatregelen die het kabinet nu treft onvoldoende zijn om de veiligheid te waarborgen, waarom trekt het kabinet dan niet de conclusie dat we te weinig doen en dat we dat verbod op consumentenvuurwerk gaan heroverwegen, omdat we letselschade nou eenmaal zo veel mogelijk willen voorkomen?

Staatssecretaris Van Veldhoven:

Dat is omdat de aanbeveling die de OVV heeft gedaan betrekking heeft op een doel en niet op een specifiek middel. Het doel is: verminder het letsel bij onschuldige omstanders. Het RIVM heeft daarvan aangegeven dat de lanceerstandaard een goede manier is om dat letsel te verminderen. Ik heb vertrouwen in het oordeel van het RIVM. Daarom heeft het kabinet over de balans die er is tussen een feestelijke en een veilige jaarwisseling gezegd dat we deze lanceerstandaarden gaan verplichten, in samenhang met het verplichten van het gratis distribueren van vuurwerkbrillen en -lonten, omdat je daarmee specifiek dat soort letsel voorkomt. Daarmee gaan we deze jaarwisseling in. We hebben ook gezegd dat we het gaan evalueren en we willen dus komend jaar zien dat die dalende trend zich doorzet. We zullen daar vast opnieuw een gesprek met u over hebben.

Mevrouw Laan-Geselschap (VVD):

Voorzitter, ik heb meer een punt van orde. Volgens mij is afspraak afspraak. Daar ben ik altijd erg van, zeker als dezelfde vraag op drie manieren op andere toonhoogtes wordt gesteld. Ik denk dat het niet nodig is om daar nog verder op door te gaan. Dat is aan u. U bent de voorzitter, maar afspraak is voor mij altijd wel heel duidelijk een afspraak.

De voorzitter:

Dat is bij mij ook het geval en daarom heb ik gezegd: omdat er geen tweede termijn zal plaatsvinden met de Staatssecretaris ga ik wat ruimte laten voor vragen. Dat heb ik bij dezen gedaan. Als er geen overige vragen zijn voor de Staatssecretaris, dan stel ik voor dat we dit onderdeel afronden en haar bedanken voor haar komst. Laten we doorgaan met de beantwoording van de Minister, die met ons is tot het bittere einde. Hiervoor stel ik voor dat we ons beperken tot twee interrupties via de gebruikelijke procedure. Dan geef ik het woord aan de Minister.

Minister Grapperhaus:

Voorzitter, dank. Het bittere einde vind ik wel erg ver gaan. Ik heb tijdens de kerst – dat hoort nou eenmaal bij mijn functie – wel de taak om gewoon op mijn post te blijven. Wat betreft het bittere einde hoop ik dat u mij vergeeft als ik hoop dat ik u om 13.00 uur voldoende heb kunnen beantwoorden.

Ik wil eigenlijk meteen even naar het punt van het vuurwerk. Het debat met uw Kamer in juni heeft geleid, in samenhang met een aantal maatregelen die het kabinet daarnaast neemt, tot een aangenomen motie, zodat er nu ook naar wordt toegewerkt om per gemeente een vuurwerkverbod te bepalen. Ik zeg even voor de mensen in de zaal en de mensen die kijken: dat is nog wat verdergaand dan wat nu al mogelijk is, namelijk dat gemeenten bepaalde zones van de gemeente vuurwerkvrij kunnen verklaren. Ik kom daar straks bij de beantwoording van de vraag die er was over die vrijwillige vuurwerkzones nog op terug. Ik heb uw Kamer een brief gestuurd waarin ik uiteen heb gezet dat we gekozen hebben voor de aanpassing van het Vuurwerkbesluit in dat kader, omdat dat de snelste manier is waarop we dit kunnen verwezenlijken. Anders zou je of de Gemeentewet of de vuurwerkwet moeten gaan aanpassen en dat zou een langduriger proces worden. De Staatssecretaris en ik zijn nu aan de slag met het aanpassen van het Vuurwerkbesluit. Dat zou bij de volgende jaarwisseling volledig in werking moeten zijn getreden.

Voor ik op de vragen inga nog even dit: ik heb uw Kamer vorig jaar aangekondigd dat ik op de aanpak van illegaal vuurwerk nog meer zou laten inzetten. Dan gaat het om de controle bij de postpakketbedrijven, verstoring van de aankoop door de politie en bundeling van kennis en expertise in samenwerking met andere opsporingsinstanties en met buurlanden. Ik kom zo nog even op een pilot die we doen met buurlanden op dit gebied. Vorige week is er al meer dan 49.000 kilo verboden vuurwerk in beslag genomen en ongeveer 1.000 Instagramaccounts waarop handel in illegaal vuurwerk zichtbaar was zijn offline gehaald. Dat leidde tot aanhoudingen en vervolgingen voor de handel in of bezit van illegaal vuurwerk en daar zien we 67% meer van dan vorig jaar. Je kunt zeggen dat dat een mooi resultaat is, maar we kunnen ook zeggen dat dat misschien wel een bedroevend resultaat is.

Twee weken geleden zijn ook de eerste resultaten bekend geworden van een grote internationale actie, die vanuit Nederland is geïnitieerd. Daar werkten Polen, Duitsland, Frankrijk, Nederland, Europol en Eurojust samen tegen webshops die illegaal vuurwerk aanboden en verzonden. Dat resulteerde onder meer in het offline halen van vier Poolse webshops die in illegaal vuurwerk handelden en het in beslag nemen van 80 ton illegaal vuurwerk en aanhoudingen in allerlei landen. Nederland heeft in het kader van dit onderzoek zicht verkregen op 2.000 – 2.000! – adressen waar de afgelopen maanden vuurwerk is besteld. Met deze actie is de handel in illegaal vuurwerk in ieder geval door die internationale samenwerking een gevoelige slag toegebracht.

Ik heb u ook geïnformeerd over de wijze waarop het werkproces van opslag en vervoer van illegaal vuurwerk robuust en duurzaam wordt vormgegeven, waarbij overigens de veiligheid van de medewerkers en de omgeving vooropstaat. Mochten die maatregelen uiteindelijk niet tot verbetering leiden, dan sluiten we in de toekomst andere maatregelen niet uit. Dat hebben de Staatssecretaris en ik in het debat in juni ook heel duidelijk aangegeven. We blijven monitoren, erbovenop zitten, en het moet zo zijn dat de jaarwisseling een feest blijft en dat het ook weer helemaal veilig is. Naast de onderzoeken die worden uitgevoerd spreken de Staatssecretaris en ik verder over de ontwikkelingen en ervaringen van de jaarwisseling.

Ik kom zo dadelijk op de beantwoording van de vragen, maar ik moet even stoppen.

De voorzitter:

Meneer Van Dam, toch nu maar?

De heer Van Dam (CDA):

Nou, als de Minister aan het einde is van het blokje vuurwerk, dan wil ik een vraag stellen.

Minister Grapperhaus:

Ik kom nu op de beantwoording van vragen. Ik heb eigenlijk alleen even dat punt van het illegale vuurwerk ter informatie nog maar eens heel duidelijk neergezet, omdat daar niet echt veel vragen over waren.

De voorzitter:

Als u nu een blok vuurwerk gaat behandelen, dan is het handig als u even aangeeft wanneer u aan het einde van het blok komt.

Minister Grapperhaus:

Ja, dat zal ik doen. Mijn laatste stukje gaat over de evaluatie, waar ook naar gevraagd is. Dan weet u dat, voorzitter.

De SGP heeft nog eens gevraagd wat er nu al kan. Dat hadden we ook al in de brief gezet. Dat zijn dus vuurwerkvrije zones, de gedegen voorbereiding, het waarschuwen van eerdere overlastveroorzakers en de bestuursrechtelijke maatregelen, zoals gebiedsverboden en meldplichten voor mensen die zich er niet aan houden. Ik heb het nu alleen over de justitiële maatregelen. Ik heb het niet over maatregelen op het gebied van veiligheidsvoorzieningen en dergelijke. Dat ligt bij de Staatssecretaris.

Mevrouw Buitenweg vroeg hoe het zit met de handhaving van die vuurwerkvrije zones. Ik begin even met de vuurwerkvrije zones die de gemeentes kunnen instellen. Dat doen ze in overleg met de politie en het Openbaar Ministerie. Zij bepalen met de burgermeester – samen de lokale driehoek – wat er nodig is om de jaarwisseling in gemeenten veilig en goed te laten verlopen en of daarbij vuurwerkvrije zones moeten worden aangewezen. Ik licht dat even toe, omdat het lokaal gezag, bestaande uit burgermeester, officier van justitie en politiechef, bepaalt waarop politie en/of boa's worden ingezet. In overleg met hen worden dus alle handhavingsaspecten meegenomen en het uiteindelijke besluit voor een vuurwerkvrije zone ligt bij de gemeente. Door middel van publicatie van de vuurwerkvrije zones en het aanbrengen van borden is het voor burgers ook echt duidelijk waar de gemeente een vuurwerkvrije zone heeft bepaald. Ik noem even een soort goodpracticevoorbeeld van hoe Rotterdam dat doet. Daar heeft men echt al heel tijdig, ik meen, 40 delen van de stad aangewezen waar dat niet mag gebeuren. Op die manier kan je heel duidelijk gericht kijken hoe je de handhaving daarvan moet managen.

Daarnaast heb je de mogelijkheid – en daar wees mevrouw Teunissen op – dat burgers zelf vrijwillig een vuurwerkvrije zone aanmelden. Dat komt in een aantal gemeenten voor, maar dat is dus niet een gemeentelijk besluit om een bepaald gebied aan te wijzen. Gemeentes leveren wel een bord waarop staat dat er sprake is van een, vrijwillige, vuurwerkvrije zone, maar daar vindt geen handhaving op plaats. Dat kan juridisch ook niet natuurlijk. Het is wel goed – en dat wil ik onderstrepen – dat burgers die initiatieven nemen en dat je ziet dat men dat in de wijken zelf oplost. We zullen dat bij de evaluatie overigens meenemen, maar een informele rondgang leerde in ieder geval dat veel van die vrijwillig ingestelde vuurwerkvrije zones ook echt werkten en hielpen. Ik kom aan het slot wat uitvoeriger terug op de evaluatie en hoe we dingen gaan inrichten, maar er komt bijvoorbeeld ook aan de orde wat voor verplaatsingseffecten je krijgt als je in een gemeente zones instelt. Misschien krijg je dan op een andere plek hetgeen je anders in die vuurwerkvrije zone had gehad.

Mevrouw Buitenweg vroeg zeer terecht aandacht voor de boa's. Dat wil ik ook echt onderstrepen. In de lokale driehoek worden er goede afspraken over gemaakt dat de boa's goed worden ingezet, maar ook vooral dat ze op de steun en assistentie van de politie kunnen rekenen. Dat is een thema dat door ons enkele weken geleden nog in een algemeen overleg aan de orde is gesteld.

Voor het verhalen van de schade op de dader geldt het volgende.

De voorzitter:

Ik zie een interruptie van mevrouw Buitenweg.

Mevrouw Buitenweg (GroenLinks):

Ik ben natuurlijk blij met wat de Minister zegt, namelijk dat we goed zorg moeten dragen voor de veiligheid van de boa's en dat dat ook mede een taak is voor de politie. Ik geloof echt dat daar wel oog voor is, tegelijkertijd hebben we wel te maken met, bijvoorbeeld, de Nederlandse BOA Bond, die aangeeft dat de boa's echt bang zijn dat ze in de steek worden gelaten en dat de politie bij een melding van hen niet gelijk komt. Ze zeggen zelfs dat dit zomaar ernstig kan mislopen. In het verleden heeft de politie al steeds gezegd dat het geen prioriteit is en dat zij andere zaken te doen hebben. Inderdaad is in een eerder debat de vraag opgekomen of het prioriteit nummer één voor de politie is dat als een handhaver in de problemen komt, er dan assistentie is van de politie.

Minister Grapperhaus:

De zorg van de Nederlandse BOA Bond heb ik meer in algemene zin gelezen. Ik luister goed naar het punt dat de Nederlandse BOA Bond naar voren brengt. Vandaag gaat het hier om de jaarwisseling. Ik heb zelf met de korpsleiding over dit punt gesproken. De politie heeft zichzelf goed voorbereid en in stelling gebracht, zoals ze dat overigens ieder jaar doet voor de jaarwisseling, inclusief het punt van het goed kunnen waarborgen van de positie en de veiligheid van de boa's.

De voorzitter:

Dit leidt nog tot een vervolgvraag van mevrouw Buitenweg.

Mevrouw Buitenweg (GroenLinks):

Natuurlijk is dat in zijn algemeenheid het geval, maar bijvoorbeeld ten aanzien van De Wallen, wat een vuurwerkvrije zone blijkt te zijn in Amsterdam, hebben een aantal boa's gezegd dat ze daar niet heen durven om te handhaven. Dat gaat wel degelijk heel specifiek om oud en nieuw. Ik denk dat het van belang is dat hier helderheid over is als boa's daarheen gaan om die vuurwerkvrije zones te handhaven. Die boa's zijn mensen die wij deels in de problemen hebben gebracht door al die versnippering in die vuurwerkzones. Als zij daarheen gaan, mensen aanspreken, het risico lopen om met vuurwerk bekogeld te worden en het mikpunt van geweld worden, zijn er dan politiemensen die als prioriteit nummer één hebben dat zij deze mensen bijstaan? Dit gaat heel specifiek over oud en nieuw.

Minister Grapperhaus:

Dit is altijd prioriteit nummer één; laat ik daar even mee beginnen. Ten tweede wil ik wel heel erg duidelijk maken dat het lokaal gezag – de burgermeester, de officier van justitie en de politiechef – beslist hoe die handhaving wordt ingezet. Dat zeg ik niet om mijn handen ervan af te trekken, maar dat zeg ik om ze niet in de weg te lopen. Want zij kunnen het beste bepalen wat er lokaal in het kader van de handhaving en dus ook van het ondersteunen van boa's nodig is. Ik heb hier alleen nog eens even willen benadrukken dat de korpsleiding heel duidelijk heeft aangegeven dat men echt goed is voorbereid op de jaarwisseling, inclusief de lokale afspraken die worden gemaakt over wat wel en geen vuurwerkvrije zones zijn.

Voorzitter. De heer Van der Staaij stelde een belangrijke vraag, namelijk over het verhalen van schade op de dader. Ik heb eerder dit jaar tegen uw Kamer gezegd dat ik eigenlijk toe wil naar een situatie waarbij we gewoon de dader de schade voor het... Ik moet even uitleggen dat het hierbij ging om het illegale vuurwerk. Als iemand illegaal vuurwerk binnenhaalt, dan moet dat door de politie worden weggehaald, onschadelijk worden gemaakt en worden opgeruimd en dan moet het misschien nog tijdelijk worden opgeslagen. Dat brengt echt kosten met zich mee. Ik heb dit jaar gezegd dat ik voornemens ben om daar ook mee aan de slag te gaan. Maar we zijn in afwachting van een arrest van de Hoge Raad over deze problematiek. Dat is meer in algemene zin. De Hoge Raad heeft in algemene zin gezegd dat er in ieder geval onvoldoende – ik vat het even voor de eenvoud samen – wettelijke grondslag is. Daarom heb ik na dat arrest aan het OM gevraagd om mij aan te geven of men positief staat tegenover een dergelijke door mij in te zetten wetswijziging en of dat ons echt verder helpt. Ik heb onlangs van het OM daarover bericht gekregen en ik ga nu voortvarend aan de slag met het dichten van het gat – zo zeg ik het maar even – in onze regelgeving. En dan heb ik het over een nieuw artikel in IIA Eerste afdeling van het Wetboek van Strafrecht en over een wijziging van de Wet op de economische delicten. Als het meezit, hebben we daardoor misschien al bij de volgende jaarwisseling de mogelijkheid om op die mensen – zij hebben illegaal vuurwerk geïmporteerd of zijn dat aan het verhandelen en daarop wordt beslag gelegd – alle kosten die daarmee gemoeid zijn te verhalen, zodat zij dan niet alleen straf krijgen, maar het ook duidelijk in hun portemonnee voelen.

De voorzitter:

Dank u, Minister. Dit leidt tot een interruptie van de heer Van Dam.

De heer Van Dam (CDA):

Ik vrees dat ik toch niet langer kan wachten, zeker als de Minister een wetswijziging aankondigt. Samen met de VVD maak ik al heel lang enorm veel werk van het aanpakken van dat zware illegale vuurwerk. Ik ben ontzettend blij met alle activiteiten die op dat gebied plaatsvinden. Ik zou bijna D66'er worden als ik hoor welke internationale rendementen dat oplevert. Maar wat ontbreekt is dat mensen die zwaar illegaal vuurwerk voorhanden hebben of daar zelfs mee gooien, gewoon worden vastgezet. Als de Minister de wet gaat wijzigen, zou hij dan ook dat punt nog eens mee willen nemen? Ik heb daar vorig jaar ook aandacht voor gevraagd. In de richtlijn staat nu nog «taakstraffen voor deze mensen», terwijl het om bommen gaat. Ik zou dat toch heel erg graag als sluitstuk veranderd willen zien.

Minister Grapperhaus:

Ik begrijp dat punt van de heer Van Dam heel goed. Overigens ben ik opgelucht dat hij overweegt om dan naar een andere regeringspartij over te stappen, want dan houden we in ieder geval onze meerderheid. Ik begrijp dat echt heel goed. Maar! Ik heb juist het punt van het kostenverhaal naar voren gebracht omdat er op dit punt bij uw Kamer ook vorig jaar al teleurstelling en frustratie bleek te zijn: mensen komen toch te makkelijk met levensgevaarlijke situaties weg. Toen heb ik uitgelegd dat ik als Minister van Justitie over de straftoewijzing niet iets te zeggen heb. En dat is maar goed ook, want dat betreft de scheiding der machten die we in Nederland hebben. Ik kan natuurlijk wel het punt van het laten voelen in de portemonnee toevoegen. Wat ik aan de heer Van Dam wil toezeggen is dat ik in de brief waarin ik met een nadere uitwerking van het idee voor het wetsvoorstel ga komen, ook op dit punt zal terugkomen en zal aangeven wat daarbij eventueel mogelijk is. Maar – en hiermee rond ik af – ik wil heel graag een Kamermeerderheid hebben voor de wetswijziging op het gebied van het kostenverhaal. Ik zal ook echt bij uw Kamer gaan sonderen of die er is. Ik hoop echt van wel. Ik zou die meerderheid niet willen laten verwateren doordat de meerderheid van de Kamer misschien niet met die strafverzwaring meegaat. Dus dat is een beetje mijn reden om nu vooral op dat kostenverhaal in te zetten.

De heer Van Dam (CDA):

Ik ben het natuurlijk met de Minister eens dat hij niet over de straftoemeting gaat, maar dat vraag ik ook helemaal niet van hem. Hij gaat over de strafvordering, dus het beleid: hoe gaat het Openbaar Ministerie daarmee om? In concrete zaken doen het OM en de rechters dat. In die strafvordering, het beleid, is er nu veel ruimte of staan er wat remmingen om mensen die dit soort bommen gooien – ik zal u de details besparen – gewoon vast te zetten. En laten we nou wel wezen: dat recidivegevaar is evident, want al die gasten willen in de opmaat naar oud en nieuw en in de oudjaarsnacht die bommen gooien. Als die mensen tussen kerst en oud en nieuw worden gepakt, dan wil ik dat ze gewoon vast blijven zitten, ook voor de veiligheid van politiemensen. Dus ik ben het helemaal met de Minister eens; ik wil de Minister niet belasten in het goede traject dat hij volgt, maar ik wil gewoon de regels aanpassen die het OM hanteert.

Minister Grapperhaus:

Laat ik het dan nog even op twee manieren iets anders aanvliegen. In de eerste plaats wil ik hier toezeggen dat ik in het kader van de evaluatie die we volgend voorjaar gaan houden – hoe is het nu met deze maatregelen gelopen; hebben we echt een verbetering gezien in het feestelijke en de veiligheid van de jaarwisseling in het licht van vuurwerk? – ook zal meenemen hoe het nu met die strafvordering is gegaan. Dat wil ik bij dezen toezeggen. Dan kunnen we daar ook echt een debat over voeren. Ik wil nog een tweede punt meegeven. Ook naar aanleiding van mijn persoonlijke ervaringen die ik heb opgedaan door met mensen te spreken en dergelijke heb ik het initiatief genomen om de strafmaat bij het hinderen van hulpverleners omhoog te doen. Dat ziet natuurlijk voor een heel belangrijk gedeelte juist ook op de meest afkeurenswaardige – en dat is zacht uitgedrukt – situaties tijdens de jaarwisseling.

Ik ga over naar mevrouw Laan.

De voorzitter:

Sorry, Minister. Voordat u doorgaat is er nog een interruptie van mevrouw Helder.

Mevrouw Helder (PVV):

Ja, voorzitter, over het hinderen van hulpverleners. Dat wetsvoorstel heb ik gelezen. Het is wel heel jammer dat dit wordt gekwalificeerd als een overtreding. Dat is dan natuurlijk wel jammer. Maar ik sluit even aan bij collega Van Dam. De Minister zei dat hij wel een meerderheid wil hebben en houden voor het verhalen van de kosten inzake illegaal vuurwerk en de inbeslagname daarvan. Mijn fractie steunt dat. Dus bij dezen is dat dan gezegd. En ik steun zeker ook wat collega van Dam zegt, namelijk dat mensen die dergelijke producten naar de politie gooien, zeker vast moeten kunnen blijven zitten. Dus ik ben wel blij met de toezegging van die brief, want het zou heel raar zijn – in lijn van de motie die ik samen met de VVD en het CDA heb ingediend en aangehouden – dat er geen taakstraf meer mogelijk moet zijn indien agenten en hulpverleners worden belaagd. Het is dus niet echt een interruptie, maar een mededeling, omdat de Minister zei dat hij daar toch een meerderheid voor wil hebben. Nou, op beide punten is die er.

De voorzitter:

Ik tel het wel als een interruptie natuurlijk. Maar, Minister, u mag reageren.

Minister Grapperhaus:

Nou ja, voorzitter, ik zal heel kort reageren. Ik denk dat het goed is dat ik juist op dit soort maatschappelijk onomstreden punten Kamerbreed met u mag optrekken, om het zo te zeggen. Ik hoop dan ten minste ook echt Kamerbreed.

Mevrouw Laan vroeg nog iets over de meldplicht bij het illegaal vuurwerk. We moeten even onderscheid maken met het bestuursrecht. Burgemeesters kunnen een meldplicht opleggen in combinatie met een gebiedsverbod, maar dan moet er wel eerder sprake zijn geweest van overlast en dan moet er vrees zijn voor herhaling. De heer Van Dam noemde als voorbeeld bepaalde mensen bij wie dat inderdaad heel duidelijk zichtbaar is. Dan het strafrecht. In aanloop naar een strafvervolging kan de officier van justitie een gebiedsverbod in combinatie met een meldplicht opleggen. Er moet dan dus vervolging gaan plaatsvinden. De rechter kan bij een veroordeling tot een gebiedsverbod of een gebiedsgebod dan ook nog een meldplicht opleggen.

Mevrouw Laan vroeg ook nog naar de samenwerking. Daar hadden we het eerder over. Ik zei in de inleiding al iets over de succesvolle samenwerking op het gebied van de aanpak van illegaal vuurwerk. Ik wou daar nog één ding aan toevoegen. Er is ook nog een pilot gestart voor een soort gemeenschappelijk deskundigenpaspoort voor mensen die specialistische kennis hebben en die als enigen zwaar professioneel vuurwerk mogen verhandelen, zodat we daar de boel veel meer gaan trechteren naar heel overzichtelijke stromen.

Voorzitter. Dan kom ik op het punt van de blusinstructie. Dat is een terugkerend thema. Ik vind het echt goed dat dit gewoon iedere keer weer ter discussie wordt gesteld. Laat ik even vooropstellen dat de veiligheid voor de mensen voor mij het allerbelangrijkste is. En met «de mensen» bedoel ik de hulpverleners die hun welzijn eigenlijk toch ook met regelmaat in de waagschaal stellen. Ik ga in ieder geval straks ook toezeggen – dan heeft de heer Van Raak de plot van mijn verhaal al enigszins meegekregen – dat ik nog eens met de veiligheidsregio's in gesprek ga opdat zij die handleidingen en instructie analyseren en kritisch bezien en bij mij terugkomen met in ieder geval een voorstel voor een instructie die alle, alle onduidelijkheden wegneemt. En die ga ik dan ook aan uw Kamer doen toekomen, zodat we daar ook echt met elkaar over kunnen spreken en u kunt zeggen dat u nu wel vindt dat het helemaal voldoet aan die helderheid. Ik heb daar op 7 november een brief over geschreven.

Ik vind dat ik hier voor de mensen nog even moet uitleggen dat de veiligheidsregio's verantwoordelijk zijn voor brandweerzorg en dergelijke, ook in het geval van een vuurwerkincident. Zij werken op basis van handleidingen, waarmee de uniformiteit in de werkwijze wordt bewerkstelligd. Daar zit ook die blusinstructie bij. In die blusinstructie staat dat, als sprake is van een situatie van reguliere opslag van de lichtste categorie vuurwerk, de brand vanaf 25 meter afstand bestreden moet worden. Verder staat daarin dat bij elk incident met vuurwerk een adviseur gevaarlijke stoffen, een zogenaamde AGS, gevraagd moet worden om een deskundigenadvies voor de aanpak, ook aangaande de in te zetten blusstoffen zoals water, stoom, blusschuim, bluspoeder en gasmengsels. Dat ieder incident uniek is vereist dat de instructie handvatten geeft, maar je moet tegelijkertijd ruimte geven voor de professionaliteit van de brandweermensen ter plekke. Bij een werkbezoek heb ik zelf meegedaan met een tweetal oefeningen van de brandweer. Dat was allemaal een soort droogzwemmen, hoor, waarbij geen echte mensenlevens op het spel stonden; dus daar u hoeft zich geen zorgen over te maken. Ik heb daar gezien hoe deskundig dat gebeurt, maar ook hoe het maatwerk af en toe in het spel komt. En dan was dit natuurlijk alleen nog maar een – hoe moet ik het zeggen? – droogzwemsituatie. Ik zei het al. Het was niet een écht probleem. Goed. Maar ik ben begonnen met het doen van die toezegging, en ik wil dus ook echt dat er wat betreft de blusinstructie tussen uw Kamer en mij geen licht zit, om maar even zo'n uitdrukking te gebruiken.

De voorzitter:

Ik zie dat de heer Van Raak wil interrumperen.

De heer Van Raak (SP):

Om te beginnen wil ik de Minister hartelijk danken voor het feit dat hij in gesprek gaat met de veiligheidsregio's en met een voorstel komt voor een instructie die alle onduidelijkheden wegneemt. Het gaat natuurlijk om de klassen: in welke klassen kan met water geblust worden? Nou, bij geen een, volgens mij. Het gaat verder om de veiligheidsregio's, die dus allemaal hetzelfde beleid voeren, en om de blusinstructies, die dus ook voor alle brandweermensen eenduidig zijn. Ik ben daar heel blij mee. Alleen, het probleem is dan wel dat we de komende weken te maken hebben met vuurwerkopslag, vuurwerktransport en mogelijk ook met vuurwerkbranden. En op dit moment is er onduidelijkheid over die klassen, is er onduidelijkheid over het beleid van de veiligheidsregio's en zijn die blusinstructies niet eenduidig. Dus wat kunnen we nou de komende weken doen voor al die brandweermensen die namens ons allemaal op pad gaan?

Minister Grapperhaus:

Het punt is natuurlijk dat mij vanuit de korpsleiding heel duidelijk is bevestigd wat ik net ook aangaf: dit is een blusinstructie die in de praktijk wel degelijk voldoende handvatten en waarborgen biedt voor de brandweer. Ik kan het zorgpunt van de heer Van Raak echt nog een keer overbrengen. Dat wil ik bij dezen toezeggen, maar ik moet op enig moment wel afgaan op de professionals, die mij die verzekering geven. Alleen, ik vind wel dat we nog eens een keer met elkaar alle vormen van onduidelijkheid over wat de veiligheidsregio's nu precies voorschrijven en wat wij zelf als Kamer en kabinet vinden, moeten hebben weggenomen. Daarom ben ik begonnen met die toezegging. Maar ik heb dus van de professionele leiding de verzekering gekregen dat men hier in ieder geval werkende weg nog steeds mee uit de voeten kan.

De heer Van Raak (SP):

Een deskundige als Mart van Troost en anderen vragen wanneer we nou eens toegeven dat vuurwerk niet te blussen is met water. Waarom kiezen nou niet álle in plaats van sommige veiligheidsregio's voor dezelfde manier, namelijk: niet offensief met water blussen, maar defensief isoleren en uit laten gaan? Ik zie dat daar dus nog heel veel verschillen in zitten. Ik ben blij dat de Minister dat ook toegeeft. Er zijn verschillen in de instructies, verschillen in het beleid, verschillen in de categorieën. En dat is gewoon niet goed. Daar hoort eenduidigheid over te zijn, en dat hoort ook een eenduidigheid te zijn die de mannen en vrouwen brandweermensen de komende weken hebben. En die eenduidigheid hebben ze niet. Dus nogmaals, ik ben heel blij met de toezegging van de Minister, maar ik vraag nogmaals nadrukkelijk – en misschien mijn collega-Kamerleden ook; ik kijk naar hen – hoe we dat de komende week gaan oplossen. Want die instructies zijn niet eenduidig.

Minister Grapperhaus:

Ik heb er alle begrip voor dat er een deskundige is die daar zijn zorg over uit. Juist ook al in de aanloop naar mijn brief aan u van 7 november – ik zeg het uit mijn hoofd – heb ik mij hierover verstaan. De brandweer verzekert mij dat men met de huidige blusinstructie gewoon op de state-of-the-artmanier uit de voeten kan. Het zorgpunt dat naar voren is gebracht door de deskundigen die de heer Van Raak heeft geraadpleegd, zal ik vandaag nog aan de brandweerleiding overbrengen. Dat heb ik al toegezegd. Dat zal ik natuurlijk doen onder vermelding van de deskundigen, dan heeft het ook echt een bepaald deskundigengewicht. Maar ik moet op enig moment wel afgaan op de woorden van de onder mij ressorterende professionals, die van de professionele materie gewoon toch veel beter op de hoogte zijn dan ik. Daar moet ik op dit moment ook op afgaan. Maar ik heb toegezegd dat ik de zorg van de heer Van Troost als zodanig vandaag nog aan de brandweerleiding zal overbrengen.

De voorzitter:

Vervolgt u uw betoog alstublieft.

Minister Grapperhaus:

Ja.

Voorzitter. Op de financiële risico's die politiemensen lopen bij de uitoefening van politietaken kan ik alleen in algemene termen ingaan. Ik zeg alleen dat ik eigenlijk vrij snel – ik geloof 4 januari; dat kwam gewoon zo – bij Damien ben langsgegaan en daarna met hem contact heb onderhouden. Ik begrijp de zorgen heel goed – ik ga zo iets uitleggen over de schadeloosstelling en dergelijke – over het feit dat iemands leven in de oudejaarsnacht, door een zware mishandeling overigens, zo'n verschrikkelijke draai krijgt. Ik trek me dat zeer aan. Ik denk dat het wel goed is om even vast te stellen dat dit niet zozeer te maken heeft met vuurwerk, maar met een zware mishandeling.

Voorzitter. Dan wou ik nu even het algemene punt van de heer Van Dam behandelen. Medewerkers die een beroepsincident meemaken worden volledig schadeloos gesteld. Laat dat duidelijk zijn. Ik wil erop wijzen dat dit is afgesproken in het arbeidsvoorwaardenakkoord van 2015–2017 en ook nu gewoon in de cao. Dat geldt nog steeds. Voor die tijd kon overigens via een civiele procedure hetzelfde resultaat worden bereikt, maar daarvoor was een gang naar de rechter nodig. Nu is dat dus in de cao geregeld. Voor de kwalificatie van beroepsincident moet sprake zijn van een dienstongeval of een beroepsziekte voortvloeiend uit een gevaarzettende situatie die rechtstreeks verband houdt met de taakuitoefening en waaraan de ambtenaar zich vanwege zijn specifieke functie niet kan onttrekken. De casus waar wij het over hebben is daar denk ik een goed voorbeeld van. Het gaat dus juist om de politieambtenaren die in het kader van hun functie-uitoefening die stap naar voren zetten. En dat is het wezen van de kwaliteit van onze politie. Dat heb ik altijd benadrukt. Deze regeling is dus een aanvulling op de rechtspositionele regels met betrekking tot de afhandeling van arbeidsongeschiktheid en dergelijke.

Binnenkort wordt de regeling volledige schadevergoeding beroepsincidenten gepubliceerd. Daarmee wordt aan betrokkenen een heldere leidraad geboden voor de berekening van schadeposten. Er is ook veel aandacht voor de zachte kant, de begeleiding. Er is een zorglijn ingericht binnen de politieorganisatie, juist voor mensen die in die situatie terecht zijn gekomen.

Voorzitter. Ik kom toe aan mijn laatste punt in het blokje vuurwerk: de evaluatie van de jaarwisseling. Samen met het Ministerie van IenW gaan we een onafhankelijk onderzoek opzetten naar, één, de effecten van de ingevoerde nieuwe maatregelen zoals bijvoorbeeld de lanceerstandaard en, twee, de voortgang van het maatschappelijk debat. En drie: we gaan een kwalitatief onderzoek opzetten naar de ervaringen die politie en gemeenten tijdens de afgelopen jaarwisseling hebben opgedaan. Daarnaast zijn er natuurlijk de cijfers van politie en Openbaar Ministerie – de kille, akelige cijfers waar mevrouw Teunissen ook al aan refereerde – over het verloop van de jaarwisseling en de aan de jaarwisseling gerelateerde incidenten. Dat zal ook worden gemonitord in het Strategisch Beraad Veiligheid met gemeenten en VNG. Dus we gaan dat langs die weg met elkaar opzetten.

Dit is mijn blokje vuurwerk.

De voorzitter:

Dank u wel, Minister. Mevrouw Laan.

Mevrouw Laan-Geselschap (VVD):

Er staat nog één vraag open, over de concrete samenwerking met Duitsers dan wel Belgen. Ik begrijp uit mijn omgeving dat vooral veel illegaal vuurwerk uit België komt. Bent u nou concreet in gesprek met uw collega daar over hoe hij of zij daarmee omgaat en hoe we dat gaan oplossen?

Minister Grapperhaus:

België is misschien wat gecompliceerd, want ik heb nu eens wel een collega en dan weer niet. Ik zou vanavond te gast zijn bij de Belgische collega, maar die was toen niet meer in functie, en toen was er een nieuwe Belgische collega, maar die is sinds gisteravond ook niet meer in functie. Dat gaat dus wat moeilijk. Ik heb het overigens over Binnenlandse Zaken. Ik kan u wel zeggen dat ik met de Minister die vorige week is opgestapt zeer goede contacten had over samenwerking op het gebied van politie, maar ook over de vraag hoe we dit soort grenzeloze kwesties – zo zou je eigenlijk kunnen zeggen – samen goed gaan oplossen. We hebben diverse pilots gedaan op het gebied van het illegaal vuurwerk en het blijkt zelfs dat we dat veel breder trekken. Met België ben ik daar dus zeer over in gesprek. Ik zeg heel eerlijk dat de contacten met Duitsland hierover in nog minder dan de kinderschoenen staan.

De voorzitter:

Dan stel ik voor dat u verdergaat met uw beantwoording, Minister.

Minister Grapperhaus:

Ja.

Voorzitter. Dan kom ik op een belangrijk onderwerp en dat is C2000. Overigens ga ik daarna even separaat in op de vragen over de meldkamer en 112, maar het lijkt mij goed om eerst even op C2000 in te gaan. Zoals ik al in eerdere algemeen overleggen en in een VAO van enkele weken geleden heb aangegeven, heb ik vrij spoedig na mijn kennismaking als bewindspersoon met het dossier C2000 aangegeven dat ik toch wel graag een nader onderzoek zou willen doen naar de cybersecurityaspecten: de vraag of het systeem het makkelijkst bereikbaar is, ook voor de mensen thuis, of het voor partijen die daaraan niet gewend zijn een ondoordringbaar digitaal systeem is en of dat nu betrekking heeft op pogingen tot binnendringen om economische redenen of anderszins. Het gaat er in ieder geval om dat je zodanige dijken om het systeem hebt dat een ongewenst iemand of een ongewenste partij daar niet in kan komen. Ik heb u in dat kader op 17 september een brief gestuurd. Die hebben we met elkaar besproken op 17 oktober en op 22 november zijn hierover enkele moties door uw Kamer aangenomen. Wat mij betreft ondersteunen deze moties het ingezette beleid. Dat heb ik ook aangegeven. Dat is een beleid waarbij we door het bedrijf Xebia onderzoek laten doen naar de vragen inzake technologische cybersecurity en waarbij de AIVD, de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst, vooral kijkt naar de organisatorisch-structurele veiligheid. Daarmee worden de risico's van de betrokkenheid van een dochteronderneming van een Chinees bedrijf bij de vernieuwing in kaart gebracht en beoordeeld. Op basis van dat onderzoek en advies ga ik mij beraden op de vervolgstappen. Ik heb dit eerder gezegd, maar ik benadruk het nog eens. Daarbij pas ik een risicogerichte benadering toe waarbij alles wordt meegewogen. Het kader voor de omgang met technologie voor onze vitale infrastructuur uit derde landen kan daarbij wel degelijk gebruikt worden. Daar heb ik de vorige keer, in zowel het algemeen overleg als het VAO, wat meer over uitgelegd.

Ik wil er wel op wijzen – anders trek ik te veel eer naar mij toe – dat ook mijn voorgangers aandacht hebben gehad voor dat onderwerp, namelijk al in de brieven van 5 maart 2015, 16 oktober 2015 en 18 april 2016. In deze laatste brief zelfs zeer uitgebreid. Overigens zal die beveiliging altijd een issue blijven. Als we kijken hoe digitale technologie zich ontwikkelt, dan zien we dat we niet kunnen zeggen: we hebben de dijken staan en we gaan nu weer binnen koffie drinken. In je systemen zul je hierop altijd waakzaam moeten zijn.

Ik wil nu ingaan op een aantal concrete vragen die betrekking hebben op C2000. Mevrouw Helder heeft gevraagd wat een stabiel netwerk nou betekent. Laat ik daar even mee beginnen. Het huidige C2000-netwerk is en blijft ook in 2019 toegerust om de hulpdiensten te ondersteunen. Voor het onderhoud van het bestaande netwerk is Nokia gecontracteerd. Hulpverleners en burgers mogen geen last ondervinden van de vertraging die nu is ingezet bij de invoering van het C2000-netwerk doordat ik deze zomer die veiligheidsonderzoeken heb gelast. Ik heb naar aanleiding van het uitstel van de migratie in 2017... Nee, ik zeg het verkeerd. Die onderzoeken mogen niet tot vertraging leiden. Op dit moment hebben we ook bekeken wat uitstel van de migratie betekent. Daar hebben we ook onderzoek naar gedaan. De conclusie uit dat onderzoek is dat het huidige systeem nog steeds robuust en stabiel is. C2000 kent in zijn huidige vorm al jarenlang een hoge beschikbaarheid. Ik noem het maar even over de afgelopen vijf jaar: in 2013 -2017 was de beschikbaarheid gemiddeld 99,84%. Dat is ruim boven de Europese norm van 98%. Dat neemt overigens niet weg dat het huidige netwerk wel aan vervanging toe is en dat het in de toekomst niet uitgesloten is dat de kans op verstoring wel gaat toenemen.

Het is goed om het volgende toch nog even aan de orde te stellen. Mevrouw Buitenweg vroeg ernaar. Er is een zorgvuldige aanbestedingsprocedure geweest. Daarin is deze aanbieder, Hytera, als beste beoordeeld. Ik heb al eerder in de Kamer uitgelegd dat vooral op basis van kwalitatieve argumenten is gekozen.

Ik hoor iemand iets zeggen, voorzitter. Ik weet niet of ik dat als een interruptie moet beschouwen.

De voorzitter:

Ik moet u verzoeken om dingen die buiten de microfoon worden gezegd niet als interruptie te beschouwen. Of u erop wilt reageren, is aan u.

Minister Grapperhaus:

Ik vind het altijd toch goed om de dingen wel gezegd te hebben en ze dan niet als interruptie te tellen. Er is een vonnis geweest, niet een arrest; laten we daar even mee beginnen. Dat vonnis is een marginale toetsing door de rechter of de aanbesteding op de juiste wijze is geschied. De rechter gaat niet op de stoel van de bestuurder zitten en zeggen: ik vind eigenlijk dat het dit of dat moet worden. Dat noem je een volle toetsing, en die mag een rechter in een aanbestedingsprocedure niet doen. Dus dat de rechter in zijn vonnis verder niet diep ingaat op de overwegingen – waarom kiezen we dat? – begrijp ik, want daar is de rechter niet voor. Ook dat betreft de scheiding der machten. Het is een zorgvuldige aanbestedingsprocedure geweest. Dat neemt niet weg dat wij het volgende hier wel met elkaar moeten vaststellen. We zijn nu met die veiligheidsonderzoeken bezig. Als de uitkomst van die veiligheidsonderzoeken er is, dan ga ik open kijken wat de volgende stappen moeten zijn en wat dat betekent. Dat heb ik al eerder gezegd. Daar moeten we in alle opzichten open-minded in zijn.

Voorzitter. Mevrouw Buitenweg vroeg inderdaad nog naar de kosten van die vertraging. Ik heb er al iets over gezegd, maar ik wil haar nog wel even concreet ten dienste zijn door te verwijzen naar bladzijde 20 van de brief op stuk nr. 90 (25 124). Daar heb ik het punt van die extra kosten nog verder uitgewerkt. Die contracten zijn namelijk zo vormgegeven dat een latere oplevering – dit even voor de mensen in de zaal – van het systeem ten laste komt van de aanbieders en dus niet leidt tot extra kosten voor de overheid voor het systeem.

Dan was er nog de vraag van mevrouw Buitenweg of we niet toch nog een soort shortcut zouden kunnen doen. Ik denk dat we met elkaar gewoon die onderzoeken, die binnen afzienbare termijn zullen komen, moeten afwachten. Als de uitkomsten van die onderzoeken er zijn, moeten we open-minded kijken hoe we verdergaan. Het is op dat moment om te beslissen. Ondertussen is het zeker zo – dat mag u van mij altijd verwachten – dat we met alle uitkomsten van zo'n onderzoek rekening houden. Ik wil niet zover gaan om te zeggen dat we het hele alfabet doen, maar je moet in dat soort situaties niet alleen een plan B, maar ook een plan C en misschien zelfs een plan C2 voor jezelf overwogen hebben.

De voorzitter:

Voordat u verdergaat, dit leidt tot een interruptie van mevrouw Buitenweg.

Mevrouw Buitenweg (GroenLinks):

Het is heel goed dat de Minister zo veel woorden gebruikt, maar inmiddels is het ook wel onhelder wat er nou gebeurt. Hij zegt dat we de onderzoeken moeten afwachten en dat we open-mindend moeten zijn en ondertussen wordt er blijkbaar een plan B, C, D, E, F, G en H gemaakt. Ik wil hier nu helderheid over hebben. Natuurlijk moeten we het onderzoek afwachten, want daarvoor doe je een onderzoek en dan is het afhankelijk van de uitkomst wat je gaat doen. Mijn vraag was of we nu bezig zijn om een plan B te ontwikkelen voor het geval er uit die onderzoeken komt dat er inderdaad een probleem is voor de nationale veiligheid, omdat we niet willen dat er nog meer vertraging gaat optreden. Er zal onvermijdelijk wat vertraging zijn, maar we moeten die zo klein mogelijk houden. Mijn heel concrete vraag aan de Minister is dus of hij bezig is om te kijken naar een alternatief voor het geval uit die onderzoeken komt dat er een probleem is voor de nationale veiligheid.

Minister Grapperhaus:

We moeten misschien even terug naar wat ik aan het begin al zei. Ik heb zelf op enig moment gezegd dat ik het, gezien alle ontwikkelingen in de digitaal-technologische wereld, opportuun vind om toch nog eens een heel grondig veiligheidsonderzoek te doen. Daar zijn daarna een paar moties over aangenomen die dat ondersteunen, dus dat is een goede zaak. Vervolgens hebben we op een afzienbare termijn de uitkomsten van die onderzoeken. Die zal ik met uw Kamer delen en dan zal ik ook uitleggen hoe we vervolgens als kabinet voornemens zijn om verder te gaan. Het heeft helemaal geen zin om hier al te gaan speculeren op wat je de ene kant of de andere kant op zou kunnen doen. U mag van mij verwachten als verantwoordelijk Minister dat ik voorbereid ben en straks met een verslaggeving kom die niet alleen vertelt wat er in die onderzoeken staat, maar ook wat de beste weg voorwaarts is.

De voorzitter:

Mevrouw Buitenweg, vervolgvraag.

Mevrouw Buitenweg (GroenLinks):

Dan zou ik graag van de Minister willen weten wanneer wij als Kamer dan precies een brief kunnen verwachten, op welke datum precies. Het maakt wel degelijk uit. KPN was destijds bijvoorbeeld de enige andere partij. Het is wel degelijk belangrijk hoe groot de kosten zijn, omdat KPN een duurder aanbod had, maar er ook wel gespeculeerd werd dat juist Hytera zo'n laag aanbod had omdat er bij de Chinezen een belang was om te infiltreren in de markt. Maar goed, dat gezegd hebbende, wil ik heel graag weten op welke datum die brief komt. Want als vanaf 1 januari KPN helemaal uit alle zaken met C2000 is en als je wel degelijk wil dat zij een rol spelen bij C2000, is het misschien belangrijk om er voor die datum contact over te hebben met hen.

Minister Grapperhaus:

Dan gaan we toch hier invulling proberen te geven en ik denk dat dat helemaal niet nuttig is. Het gaat gaat erom, nogmaals, dat ik het gezien de ontwikkelingen opportuun vond om nog eens heel grondig zowel de digitale technologie te laten controleren als nogmaals de AIVD heel goed naar de achtergronden en omgeving van de betreffende leverancier te kijken. Dat gebeurt. Ik wil overigens wel toezeggen dat die brief ergens in de eerste zes weken van het volgende jaar komt. Dan zal ik ook uitleggen hoe we vervolgens met elkaar verdergaan. Ik heb er op dit moment alle vertrouwen in dat die onderzoeken heel grondig gebeuren, dus dat we ook echt weten waar we aan toe zijn.

De voorzitter:

Dank u wel. Dan was er nog een interruptie van mevrouw Laan.

Mevrouw Laan-Geselschap (VVD):

Aansluitend op dit onderwerp. Ik ben blij dat we «op een afzienbare termijn» kunnen terugbrengen naar zes weken, dus ik dank de collega voor de vragen. Ik hoor de Minister een aantal keren «open-minded» zeggen. Ik hoop dat dat inderdaad geldt voor de mindset van de Minister en niet voor het systeem. Hij suggereert ook een plan C2. Ik zet daar ook nog even duizend achter. Ik benadruk wel bij de Minister dat hij inderdaad via een motie opgeroepen is om in kaart te brengen wat adequate maatregelen zijn de komende tijd, met alle risico's. De overwegingen die in die motie zijn genoemd, verwijzen specifiek naar een aantal landen waarvan we echt verwachten dat die misschien niet heel erg bijdragen aan nationale veiligheid. Dat is het onderwerp van dit AO en dat heb ik eigenlijk nog te weinig gehoord vandaag. Ik wil vanuit de VVD nogmaals benadrukken dat we dat wel graag terugzien. Ik ben blij dat u toch een termijn noemt, want we hebben de laatste tijd ook een aantal brieven van het ministerie gekregen over uitstel en dan was het «voor het reces 2019». Ik wil ook ambtenaren die meekijken oproepen om dat soort terminologieën niet te vaak te gebruiken, want dat betekent gewoon uitstel van een halfjaar. Dat is gelukkig nu niet het geval, dus daar ben ik blij mee.

De voorzitter:

Een klein punt van orde: brieven aan de Kamer zijn altijd de verantwoordelijkheid van de Minister en niet van de individuele ambtenaren. Verder geef ik het woord aan de Minister.

Minister Grapperhaus:

Om daarmee te beginnen: dan boek in in ieder geval gelukkig op dat punt al enige vooruitgang. Ik had bijna willen zeggen «voor het voorjaarsreces», maar ik bedacht op het laatst om toch maar te zeggen «de eerste zes weken van het volgend jaar». Ik begrijp het punt van mevrouw Laan en daar zal ik goed op letten.

Dan het eerste punt van mevrouw Laan. Ik denk inderdaad dat we juist heel goed moeten letten op landen die inmiddels heel duidelijke aanwijzingen hebben gegeven dat ze af en toe als statelijke actor inbreken op de bewegingsvrijheid van bedrijven en instellingen die gevestigd zijn in die landen. Ik heb, zoals u weet, al in mei aan uw Kamer geschreven dat we besloten hadden om als Rijk niet langer gebruik te gaan maken van de virussoftware van het in de Russische Federatie gevestigde bedrijf Kaspersky. Ik heb ook uitgelegd hoe die besluitvorming is gegaan en hoe we daaraan getoetst hebben. Ik blijf het ook goed vinden dat u mij daar, van VVD tot GroenLinks, op blijft aanspreken, want ik vind dat we in deze wereld daar heel erg waakzaam op moeten zijn. En nog heel kort, voor de mensen thuis of in de zaal. Vroeger kon je een Lada kopen vanuit Rusland en dat was een Lada die gewoon volstrekt mechanisch was. Die was daar gemaakt en die werd hier door de garage onderhouden en dat was het. Dat is natuurlijk wat anders met digitale technieken en mogelijkheden die op afstand bestuurbaar zijn, waarbij je inderdaad 's morgens in je elektrische auto stapt en ziet dat de fabrikant in Californië een update heeft gedaan. Ik begrijp dus heel goed – ik ben daar zelfs een groot voorstander van – dat we ons heel goed ook in die zin moeten beraden op veiligheid achter onze dijken, onze digitale dijken.

Voorzitter. Ik wou dan doorgaan met een paar vragen die zijn gesteld over de meldkamers. Mevrouw Den Boer maakte een terecht punt over die brief van de besturen van de veiligheidsregio's Hollands Midden en Haaglanden. Die brief vraagt om de regionale governance in de Wijzigingswet meldkamers te borgen, omdat het beheer op grotere afstand van de gebruikers komt te staan. Ik begrijp dat regionale governance belangrijk is. Daarom is er ook zo veel aandacht aan besteed in de toelichting op het wetsvoorstel. Ik ga met partijen bezien of een stevigere verankering nodig is en op welke wijze die dan zou moeten plaatsvinden en dat zullen we bespreken bij de behandeling van het wetsvoorstel.

Mevrouw Den Boer (D66):

Uiteraard hebben wij ons als Kamer al gebogen over de Wijzigingswet meldkamers. Er zijn inderdaad verschillende burgemeesters die zich zorgen maken, na dat lange traject van consultatie, dat ze verder op afstand komen te staan en hun lokale wensen als het ware niet kunnen agenderen. Hoe gaat de Minister ervoor zorgen dat er rekening wordt gehouden met deze ongerustheid? U zegt dat we het daar nog nader over gaan hebben, maar gaat u die governance ook daadwerkelijk meenemen in de wet? De governance van het gezag, heb ik het dan over.

Minister Grapperhaus:

Ja, dat staat ook in de toelichting. We gaan het meenemen en daar wil ik dus bij de parlementaire behandeling graag met u over in debat of gesprek, of hoe je dat ook noemt.

Dan de werkdruk bij de meldkamers. Er is een hoge intensiteit, dat is juist. Ik heb u onlangs nog een brief gestuurd over de werkdrukmetingen van de politie en ik zeg bij dezen toe aan mevrouw Buitenweg dat ik dat ook zal doen voor de meldkamercentralisten. Ik heb overigens zelf – dat is dan kennelijk zo gelopen – wat andere ervaringen, namelijk dat er wisselingen plaatsvinden om de paar uren en dat er ook speciale ruimtes zijn waarin men beeldschermloos weer even in het leven kan staan. Ik deel toch uw punt. De zorg voor werknemers is iets wat mij, ook uit een vorig leven, erg na aan het hart ligt, dus ik zeg u toe dat ik met zo'n zelfde brief kom voor de meldkamercentralisten.

Dan waren er vragen over 112. Er waren vragen over de 112-app in relatie tot AML, van mevrouw Laan-Geselschap en ook mevrouw Helder. Die 112-app is minder urgent als AML start. De 112-app is gestart om in de basis in een locatiebepaling te kunnen voorzien. In de volgende fase komen er meer functionaliteiten. Maar die 112-app hangt ook samen met de oplevering van een nieuwe 112-infrastructuur, dus we gaan pas in de tweede helft van 2019 verder met de 112-app.

Mevrouw Laan vroeg ook naar de discrepantie in aantallen aangiften. De cijfers zijn gebaseerd op de gegevens afkomstig van de politie en de Minister – dat ben ik dus – gaat met zijn ambtsgenoot van EZK kijken wat gedaan kan worden aan de accudiefstal. Ik was vergeten om te zeggen dat dit over de accudiefstal van 112 ging. Eventuele verschillen in cijfers zal ik daar ook bij betrekken. Dus bij dezen op dat punt een toezegging.

Mevrouw Helder vroeg waar invoering van AML nog afhankelijk van is. Het is technisch gereed. Begin 2019 wordt gestart met het aanzetten van de dienst per provider. In januari gaan we testen met Apple. Bij de eerstvolgende update van Apple wordt AML aangezet en Apple verwacht die update in het voorjaar van 2019. Mevrouw Helder vroeg ook of ik kan toezeggen dat ik met de ambtsgenoot van EZK maatregelen kan treffen, maar die vraag heb ik net al beantwoord. Daar ga ik dus mee aan de slag. Dat doet overigens niet af – dat wil ik even benadrukken – aan de bereikbaarheid van 112.

Dan heb ik nog een paar dingen van mevrouw Teunissen over de klimaatvluchtelingen. Armoede, conflict, terreur, klimaatverandering en grote demografische druk, ze hangen allemaal samen en ze kunnen leiden tot wat we «irreguliere migratie» zijn gaan noemen. Het kabinet wil die oorzaken in de herkomstlanden aanpakken en daarover heeft de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid ook al een aantal keren met u overlegd. Het komt natuurlijk ook terug in het kader van de brief over het migratiepact in de VN.

De heer Van Dam stelde een vraag over de voorbereiding van de brexit. Ik kan u uit eigen ervaring vertellen dat er sprake is van een rijksbrede voorbereiding, waarin rekening wordt gehouden met «no deal». Om het in het Engels te zeggen, naar Baden-Powell, «be prepared» en dat zijn wij ook. Dit voorjaar zijn er extra middelen vrijgemaakt voor onder andere IND, politie, OM en Koninklijke Marechaussee. U hebt een verzoek gedaan als vaste commissie op 12 december om een overzicht van de scenario's en hoe daarop wordt geanticipeerd. Die brief krijgt u in januari. Daarin zullen we daarop ingaan. In januari zijn er ook, wat we hier noemen, dilemmasessies, maar dat is misschien een beetje een typisch Nederlands jargon voor dat wij niet meteen roepen dat we het leger aan het inzetten zijn. Daarin wordt inderdaad crisistechnisch geanticipeerd op wat er uit een «hard Brexit» zou kunnen komen.

De heer Van Dam had een beetje een subvraag. Hij vroeg in hoeverre de brexitonderhandelingen de samenwerking op het gebied van crisisbeheersing hebben beïnvloed. Die samenwerking is er natuurlijk altijd op gericht dat je elkaar snel bereikt en behulpzaam kan zijn tijdens een crisis. Dat staat los – ook dat zeg ik uit eigen ervaring – van een eventuele brexitdeal. Ook ik zelf als Minister heb een aantal keren aan oefeningen meegedaan. Het is bijna fysiek niet voorstelbaar, maar toch. Dat hoort echt bij allerhande vormen van crisis. Ik denk dat het heel goed is dat men zich ook aan de andere kant van het Kanaal realiseert dat wij ons ook daar heel erg op moeten voorbereiden, voor als dat moet. In overleg met het Home Office van het Verenigd Koninkrijk hebben we ook richtlijnen voor eventueel overleg met de EU-onderhandelaar gerespecteerd.

Laat ik het even voor de mensen thuis zeggen. Michel Barnier is namens de EU een heel standvastige onderhandelaar gebleken om gewoon een rechtvaardig onderhandelingsresultaat voor elkaar te krijgen. Ondertussen speelde natuurlijk op de achtergrond dat we ook veiligheidsbelangen over en weer hebben met elkaar, nationale veiligheidsbelangen ook voor ons. Daarover zijn we ook altijd goed in gesprek gebleven met het Verenigd Koninkrijk. Ook in geval van een «hard Brexit» zal ik doorspreken met de ambtsgenoot om in ieder geval die veiligheidsbelangen optimaal gewaarborgd te houden. Ten slotte wil ik er nog op wijzen dat op alle ministeries – mevrouw Buitenweg wees daar al op – wordt gewerkt aan de voorbereiding, inclusief wat we noemen «contingency planning». Dat is eigenlijk het voorbereiden van de mogelijke noodsituaties die je gaat krijgen.

Dan heb ik nog een paar dingen. Eerst de brandweervrijwilligers. Ik begin maar even met te zeggen dat de brandweervrijwilligers echt van groot belang zijn voor onze brandweerzorg in Nederland. Wij hebben in Nederland 80% vrijwilligers. Ik wil wel voor de mensen duidelijk maken dat een brandweervrijwilliger niet iemand is die zijn vinger opsteekt en zegt «ik help wel even». Nee, dat zijn echt professioneel getrainde mensen die evenwel een hoofdbetrekking hebben en daarnaast werkzaamheden verrichten bij de brandweer. Ik ben op bezoek geweest bij onder andere de brandweer in Barneveld die grotendeels, zo niet geheel, uit vrijwilligers bestaat. Ik moet echt zeggen dat die van een hoog vaktechnisch kwalitatief gehalte is. Dit even als inleiding om aan te geven aan mensen wat een brandweervrijwilliger kan en wat die voor ons betekent.

Ik heb u in een brief van 10 december geïnformeerd over het onderzoek naar de rechtspositie van brandweervrijwilligers. Dat is gedaan in opdracht van de Brandweerkamer, Binnenlandse Zaken en mijn ministerie. Het onderzoeksverslag schetst een weerbarstig perspectief, om het zo maar te zeggen. Hoe komt dat? Laten we daar geen misverstanden over laten bestaan. Er is jurisprudentie, rechtspraak, van het Europees Hof die er eigenlijk, kort gezegd, op neerkomt dat je brandweervrijwilligers in een aantal opzichten helemaal gelijk moet behandelen aan de brandweerwerknemers. Dat leidt aan beide kanten tot issues. Ook de brandweervrijwilligers zelf stellen daar geen prijs op en de brandweer zit dan met een aantal praktische problemen en bezwaren. Nou, die internationale rechtspraak maakt het ons dus lastig om het huidige systeem goed overeind te houden. Ik heb gesproken met de Brandweerkamer en gezegd: we gaan de mogelijkheden met elkaar verkennen om het juridisch houdbaar te maken dat, misschien met een paar ongeschikte aanpassingen, we toch door kunnen met het huidige door mij – dat hebt u wel gemerkt – zeer geprezen stelsel. Ik wil alvast verklappen dat morgen, op 20 december, een ambtelijk overleg zal plaatsvinden tussen de werkgevers, mijn ministerie en de vakbonden, ook de vakbond voor de brandweervrijwilligers. Samen zullen we een startschot geven voor die zoektocht naar het antwoord op de vraag hoe we dit met elkaar op een rechtens juiste wijze gaan oplossen.

De heer Van der Staaij had hier nog een vraag over: kunnen de brandweervrijwilligers ook buiten de woonplaats ingezet worden? Ze kunnen buiten hun woonplaats worden ingezet, bijvoorbeeld op de plek waar ze werken. Inzet is zo mogelijk effectiever gebruik te maken van vrijwilligers. Maar goed, we moeten nog meenemen hoe je dit echt vorm kunt geven in het ontwerp van de toekomstgerichte brandweer, waarin die brandweervrijwilligheid echt een plek heeft.

Voorzitter, ik kom aan het laatste blokje: de evaluatie van de Wet veiligheidsregio's. Ik heb eerst een paar korte antwoorden. De heer Van Dam vroeg of ik de democratische controle, de democratische legitimiteit meeneem in de opdracht. Het antwoord is: ja.

Mevrouw Laan-Geselschap vroeg: neemt u de bovenregionale samenwerking op in de opdracht voor de evaluatie? Het antwoord is: ja.

Mevrouw Den Boer vroeg iets over de samenstelling en opdracht van de commissie. Op dit moment wordt die opdracht geformuleerd. Ik heb input hiervoor gevraagd aan alle crisispartners, dus ook de bonden en de burgemeesters. Ik heb ze gevraagd om zo veel mogelijk met input te komen. Ik zie dat een aantal partijen dat gestructureerd doet. Die zijn bij elkaar gaan zitten en hebben vervolgens zeer gestructureerd punten aangedragen voor hoe die evaluatie eruit zou moeten zien. Ik ben bezig met de samenstelling van de onafhankelijke commissie. Het woord «onafhankelijk» wil ik nog maar eens benadrukken. Dat betekent in ieder geval dat we vooral kijken naar mensen met een hele goede onderzoeksachtergrond en ook naar mensen die misschien in het verleden bestuurlijk veel ervaring hebben opgedaan maar nu geen actieve attaches meer hebben met het bestuur in de regio's. Actieve attaches zou ik niet verstandig vinden in het kader van de onafhankelijkheid. Ik streef ernaar uw Kamer begin 2019 over opdracht en samenstelling te informeren. Dan kunnen we daarover nog in debat als u dat zou willen.

De voorzitter:

De heer Van Raak mag daar nog een vraag over stellen, want hij heeft nog een interruptie.

De heer Van Raak (SP):

Ik hoorde daarstraks mevrouw Den Boer iets oplezen waarvan ik nog steeds niet snap wat het is. Dat ging over de evaluatie. Ik snap nog steeds niet wat die evaluatie nu gaat inhouden. Ik heb wel drie dingen die volgens mij heel belangrijk zijn. Toen we de politiekorpsen gingen opheffen, hebben we veiligheidsregio's ingevoerd. Ik heb dat nooit logisch gevonden, maar daar zijn we al een beetje vals van start gegaan. Ik merk nu dat er binnen de veiligheidsregio's heel veel wordt beslist, maar dat gemeenten, gemeenteraden, niet het gevoel hebben dat ze wat betreft veiligheid, brandveiligheid en dat soort zaken in charge zijn. Het is een hele nieuwe bestuurslaag, een managementlaag, waar in ieder geval de lokale democratie niet echt goed bij is aangesloten. Dan de derde vraag. We hadden het net over de vrijwillige brandweer. Ik merk dat heel veel brandweervrijwilligers afhaken omdat het werk veel minder lokaal is geworden. Veel brandweervrijwilligers willen het werk lokaal doen, in hun eigen gemeenschap, maar juist door de regionalisering, die opschaling, die grootschaligheid is voor veel vrijwilligers het werk minder aantrekkelijk geworden. Zou de Minister die drie elementen in de evaluatie willen meenemen?

Minister Grapperhaus:

Dat punt van de gemeenteraden wil ik bij dezen toezeggen. Ik zal dat zelf inbrengen, maar het auteursrecht ligt bij de heer Van Raak. Wat het laatste punt betreft...

De voorzitter:

Volgens mij vonden we dat u iets dergelijks ook al aan mevrouw Den Boer had toegezegd. Laten we het auteursrecht in het midden laten.

Minister Grapperhaus:

Dat wil ik wel toezeggen. Ik wil ook toezeggen wat de heer Van Raak zei over die brede regionale inzet. Zoals ik net zei in antwoord op vragen van de heer Van der Staaij, kijken we daar hoe dan ook naar. Ik vind dat dus in orde.

Ik moet even bekennen dat ik in alle emotie het eerste punt van de heer Van Raak kwijt ben, maar terwijl hij dat misschien nog even opzoekt, wil ik in ieder geval zeggen dat ik popel om de zin te beantwoorden die de heer Van Raak net aanhaalde en die echt prachtig Nederlands is en zo voor het Groot Dictee gebruikt kan worden. Mevrouw Den Boer heeft dat wat mij betreft beter gedaan dan ik het zou kunnen doen. Wat zij vooral in dit geheel benadrukt – dit is een heel belangrijk punt in de evaluatie – is: functioneert het systeem en, zo ja, waar kan het verbeterd worden en hoe kun je het verbeteren in het licht van het enorm lastige evenwicht van al die verschillende samenwerkingsvormen die men heeft en ook nog eens al die bestuurlijke controlemechanismen die er ondertussen spelen? Wat dat betreft is de gedachte van de heer Van Raak heel interessant om ook eens te kijken naar de positie van de gemeenteraden. Moet je die niet beter aan boord halen?

Maar dat eerste punt is mij nog niet helemaal te binnen geschoten.

De voorzitter:

Ik geef het woord aan de heer Van Raak. Dat de Minister moeite heeft om alle punten bij te houden komt misschien ook doordat de heer Van Raak erg veel in één interruptie plaatst. Misschien kan het wat minder.

De heer Van Raak (SP):

Maar ik ben toch heel blij met de toezeggingen van de Minister, dus het is niet voor niets. Hartelijk dank voor de toezeggingen over de brandweervrijwilligers en de lokale inbedding van de gemeenteraden. Fijn dat dit wordt meegenomen in het onderzoek; heel belangrijk. Het derde punt was wat meer wetstechnisch of organisatorisch van aard. Het heeft mij altijd verrast of verwonderd dat juist toen we de politiekorpsen gingen afschaffen, we veiligheidsregio's gingen invoeren. Dus waar over het ene werd gezegd «dit is niet de juiste schaal voor een goede samenwerking, noch landelijk, noch lokaal», werd dat in het andere geval juist wel gedaan. Maar dat was eigenlijk meer een algemene opmerking.

De voorzitter:

Minister, u mag zelf besluiten of u reageert op de algemene opmerking.

Minister Grapperhaus:

Ik vind dit een behartigenswaardige algemene opmerking.

De voorzitter:

Waarvan akte. Gaat u verder, Minister.

Minister Grapperhaus:

Maar geen toezegging.

Voorzitter, ik heb nog een paar dingetjes. Mevrouw Laan-Geselschap vroeg of de GGD in de toekomst kan worden toegevoegd aan de veiligheidsregio. De evaluatie moeten we afwachten. Dan kunnen we kijken hoe in de toekomst de inrichting van de veiligheidsregio's zou moeten zijn.

De heer Van Dam had nog een vraag over de stuurgroep bewaken en beveiligen. Vandaag of morgen komt de brief hierover bij u binnen.

De heer Van Dam (CDA):

Een punt van orde: vandaag of morgen?

Minister Grapperhaus:

Uiterlijk morgen.

De voorzitter:

Ik vind dat de Minister hier redelijk helder over is geweest en dat we niet meer mogen vragen. Gaat u verder.

Minister Grapperhaus:

Ik heb niet één keer, zeg ik via u tegen mevrouw Laan, het woord «reces» in de mond genomen bij de termijnen.

Voorzitter, ten slotte de uitvoering van de motie van mevrouw Den Boer over de politiefunctie. Bij de begrotingsbehandeling heb ik daar het een en ander over gezegd. Ik ben nu in gesprek met de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid. Ik doe dat op basis van het dictum van de motie. Wat verwachten we van de politiefunctie in de toekomst? Ik kom in het voorjaar van 2019 daarop bij u terug.

De voorzitter:

Maar dat leidt tot een interruptie van mevrouw Den Boer.

Mevrouw Den Boer (D66):

Dank u wel, voorzitter. Dat is natuurlijk een motie over de visie op de politiefunctie, nationaal en internationaal. Maar er is nog een andere motie aangenomen, namelijk een motie over een strategie ten aanzien van internationale politiesamenwerking. Mijn vraag was nadrukkelijk hoe u uitvoering geeft aan deze motie.

Minister Grapperhaus:

Daarover heb ik volgens mij al toegezegd dat ik daarop terugkom bij uw Kamer. Ondertussen ben ik bezig om die visie uit te werken. Met een aantal collega's had ik daar de afgelopen weken al over willen spreken; in het buitenland bedoel ik dan, niet hier. Ik ben enigszins gehandicapt door enkele buitenlandse ontwikkelingen. In Frankrijk, België maar ook Duitsland is dat even niet makkelijk gevallen de afgelopen tijd.

Mevrouw Den Boer (D66):

De motie maakt natuurlijk ook melding van al bestaande kanalen van internationale samenwerking. Dan heb ik het over Europol, Eurojust – eigenlijk alles binnen de Europese Unie en de Benelux. Op dat geaggregeerde niveau duidelijke keuzes maken voor de toekomst: hoe gaan we de capaciteit inzetten, al dat soort zaken? Welke prioriteiten stellen we vast? Dat wordt bij wijze van deze motie gevraagd, niet zozeer dat u in gesprek gaat of dat u nog eens een heel EU-rondje gaat maken.

Minister Grapperhaus:

Maar dat was ook niet de bedoeling. Ten aanzien van Eurojust en Europol heb ik me al in oktober vrij uitvoerig georiënteerd, eigenlijk enigszins vooruitlopend op de motie, maar dat kon ik toen misschien niet weten maar bevroeden. Ik wilde juist met deze landen in gesprek gaan en dus niet met de hele EU om af te tasten hoe we er werkelijk in staan. Kunnen we via dit soort organen de internationale samenwerking veel efficiënter maken? Mij werd – ik zeg dit hier maar even openlijk – bij een werkbezoek aan Europol duidelijk dat men zegt veel meer te kunnen dan waarvan tot nu toe gebruik wordt gemaakt. Als alleen unilateraal vanuit Nederland wordt ingezet op dat «wij kunnen veel meer», valt het nog steeds van de tafelrand af. Je moet echt kijken of je met een aantal landen daar niet flink op in kunt zetten. Begin november – ik ga toch nog even door – ben ik in Parijs geweest en heb ik mijzelf een beetje uitgenodigd bij een bestaand groepje landen, te weten Frankrijk, België, Duitsland, Italië, Luxemburg en Spanje. Dat was in het kader van het mogelijk initiëren van een register op het gebied van informatie rondom terrorismeverdachten en -delinquenten. Dat zou bij Eurojust worden ondergebracht. We hebben toen ook afgesproken dat we dat onder de aandacht van de Commissie zouden brengen. Volgens mij is deze informatie de Kamer al toegestuurd. Anders zeg ik dat bij dezen toe. Hoe het ook zij, het is nu even in vertraging gekomen, maar na het reces hoop ik er met de mensen die er dan zitten opnieuw over in gesprek te gaan.

De voorzitter:

Een verduidelijking, maar dan wel kort, mevrouw Den Boer.

Mevrouw Den Boer (D66):

Ja. Mijn oproep aan de Minister is nadrukkelijk niet om alles opnieuw te doen en overal langs te gaan. Er zijn staande structuren, er zijn heel veel afspraken gemaakt, binnen de Benelux en binnen de Europese Unie. Het gaat erom dat er een nieuwe strategie komt die afwijkt, ook van de keuzes die gemaakt zijn in een strategisch landenprogramma.

De voorzitter:

Oké.

Minister Grapperhaus:

Die gedachte van mevrouw Den Boer steun ik. Maar het punt is dat ik wel bij landen ga kijken. Als ik bij Europol en bij Eurojust hoor dat er nog veel meer mogelijk is – de motie van mevrouw Den Boer insinueert dat, als ik het zo mag zeggen – moet ik wel bij anderen gaan vragen «doet u ook mee met de verhoogde inzet en gebruikmaking van?», want anders ben ik mijn eentje op het schoolplein aan het touwtjespringen. Dat schiet niet op natuurlijk.

De voorzitter:

Daarmee bent u aan het eind van uw beantwoording gekomen? Dan gaan we meteen door naar de tweede termijn van de zijde van de Kamer. Ik stel voor dat wij ons beperken tot één minuut per fractie. Iedereen is akkoord. Dan geef ik het woord aan mevrouw Teunissen van de Partij voor de Dieren.

Mevrouw Teunissen (PvdD):

Hartelijk dank. Ik wil de Minister bedanken voor de uitvoerige beantwoording.

Hij zei over het vuurwerk: de jaarwisseling moet helemaal veilig zijn. Daar kan de Partij voor de Dieren zich volledig bij aansluiten. Maar hoe we tot een veilige jaarwisseling komen, daarover verschillen we helaas van mening. Onzes inziens schuift het kabinet maatregelen voor zich uit die echt nodig zijn. Dat wordt ook onderstreept door de Onderzoeksraad voor Veiligheid, die ook zegt: er moet een verbod komen op vuurpijlen en knalvuurwerk. Het kabinet gaat daar niet in mee en kiest in plaats daarvan voor veel minder effectieve maatregelen die wat ons betreft onvoldoende zijn om de burgers te beschermen en letsel te voorkomen. Daarom wil ik graag een VAO aanvragen. Ik wil een heldere doelstelling. Ik wil dat we naar nul gaan en ik wil ook dat bij tegenvallende resultaten van de evaluatie alsnog wordt overgegaan tot een verbod op consumentenvuurwerk.

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel. We moeten het meteen over de orde hebben, want er is een VAO aangevraagd. Dat wordt ingepland. Moet dat nog voor het kerstreces ingepland worden, vraag ik de commissie. Ik zie tot nu toe geen enthousiasme. Dat is niet nodig?

Mevrouw Teunissen (PvdD):

Ik heb het liever wel voor het kerstreces, ook aangezien het over de jaarwisseling gaat. Maar mijn moties zien ook op volgend jaar, dus wat dat betreft lijkt het me prima om het over het reces heen te tillen.

De voorzitter:

Dan stel ik voor dat we het gewoon langs de reguliere weg laten inplannen, maar dat zal niet morgen zijn. Dan geef ik het woord aan de heer Van Raak van de SP.

De heer Van Raak (SP):

Ik wil de Minister danken voor een aantal toezeggingen, namelijk dat de positie van de vrijwillige brandweer wordt meegenomen in de evaluatie van de veiligheidsregio's en zeker ook de betrokkenheid van gemeenteraden en überhaupt van gemeenten bij het veiligheidsbeleid. Ik merk dat op veel plekken in gemeenten toch wordt gedacht: o ja, dat is iets van de managers van de veiligheidsregio's, daar gaan we niet over. Als ze er wel over gaan, krijgen ze met diezelfde managers van de veiligheidsregio's te maken. Dat loopt niet goed.

Heel belangrijk vind ik ook de toezegging dat de Minister in gesprek gaat met de veiligheidsregio's en met een voorstel zal komen voor een blusinstructie die aan alle onduidelijkheid een einde moet maken. Hij treedt vandaag nog in overleg over mogelijke onduidelijkheden bij de blusinstructie als het gaat om vuurwerkbranden. Die onduidelijkheden zijn er. Dan gaat het om de klasse van vuurwerk, het beleid van de veiligheidsregio's en de blusinstructies.

Ik wens de brandweermensen de komende weken ontzettend veel succes en ook sterkte en hoop dat de Minister snel met een voorstel zal komen.

De voorzitter:

Dank u wel. Dan is het woord aan mevrouw Helder van de PVV-fractie.

Mevrouw Helder (PVV):

Dank u wel, voorzitter. Ook mijn dank aan de Minister voor het beantwoorden van de vragen; het waren er echt heel veel. Ik heb zelfs het woord «apenkooien» gehoord. Het was inderdaad heel veel van alles.

Ik ben blij met de toezegging over de blusinstructie. Jammer dat het voor dit jaar nog niet geregeld is. Ik snap dat er ruimte is voor maatwerk, maar dat vind ik niet te rijmen met de eensluidende blusinstructie dat je vuurwerk niet met water mag blussen. Maar goed, tel je zegeningen; leuk in het kader van kerst.

Er is nog een vraag onbeantwoord gebleven over C2000. Die ging over de risicobeoordeling in den brede. Mijn vraag was: is dat meer dan de vitale infrastructuur?

Ten aanzien van de rechtspositie van de brandweervrijwilligers ben ik blij dat de Minister zegt dat hij gaat kijken hoe we met behoud van het stelsel daar toch handen en voeten aan kunnen geven. Dat ben ik helemaal met hem eens.

Ik ben ook blij met de toezegging over accudiefstal. Hij gaat in overleg met zijn collega van Binnenlandse Zaken. Bij de beantwoording van schriftelijke vragen had ik begrepen dat het Economische Zaken zou zijn, maar goed. Er komt een brief naar de Kamer. Is daar een termijn aan verbonden, zou mijn vraag nog zijn. Het heeft geen haast, maar voor mijn eigen agenda.

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel. Dan is het woord aan mevrouw Buitenweg van de GroenLinksfractie.

Mevrouw Buitenweg (GroenLinks):

Voorzitter. Ook ik dank de Minister, onder andere voor de toezegging om goed te kijken naar het personeelsbeleid van de meldkamer. Ik denk dat er best verschillen zullen zijn tussen de verschillende meldkamers. Het is goed om dat nader te bekijken.

Ik begrijp dat er in de eerste zes weken van het nieuwe jaar een uitkomst komt van beide onderzoeken. Ik wil de Minister vragen of het handelingsperspectief van de Minister daar ook bij zit. Dat zou betekenen dat we uiterlijk 12 februari het handelingsperspectief van de Minister ten aanzien van C2000 op basis van die twee onderzoeken hebben. Graag een bevestiging daarvan. Het is trouwens grappig dat we tijdens dit AO een nieuwsflash zagen over de communicatie van de Europese diplomaten, die jarenlang geïnfiltreerd zou zijn door China. Maar dat heeft hier op zich niks mee te maken. Ik vond het wel interessant.

Wat het vuurwerk betreft: ik deel de zorgen van mevrouw Teunissen. Er komt een later moment volgend jaar dat we, misschien ook op basis van de evaluatie, opnieuw moeten bekijken wat we gaan doen. GroenLinks is geen voorstander van al het vuurwerk, maar voor dit nieuwjaar kunnen we het niet meer voorkomen.

De voorzitter:

U bent door uw tijd heen.

Mevrouw Buitenweg (GroenLinks):

Oh, ik zal het bekorten. Het meldpunt vuurwerkoverlast is gestopt. Het meldpunt vuurwerkoverlast zegt nu: bel dan 0900–8844. Is dat ook de aanbeveling van de Minister? Of is er een alternatief meldpunt, in dit geval dan niet opgezet door GroenLinks, zoals het vorige, maar door anderen, door de overheid, waar burgers dan hun melding kunnen doen? Graag een reactie.

De voorzitter:

Dank u wel. Dan is het woord aan de heer Van der Staaij van de fractie van de SGP.

De heer Van der Staaij (SGP):

Dank u wel, voorzitter. Dank aan de Minister voor de beantwoording en voor de toezeggingen. Voor het punt van de blusinstructie, de evaluatie veiligheidsregio maar ook het vuurwerk geldt natuurlijk allemaal «wordt vervolgd». Er zit nog wat in het vat of er komt nog een evaluatie, die ongetwijfeld aanleiding is tot een verder gesprek hierover. Ik wil graag ook nog beklemtonen dat mijn fractie de lokale verworteling, ook van veiligheidsregio's, ontzettend belangrijk vindt. Ik hoop dat dat punt ook goed uit de verf zal komen in de evaluatie.

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel. Dan is het woord aan de heer Van Dam van de CDA-fractie.

De heer Van Dam (CDA):

Voorzitter. Het memoreren van alle toezeggingen laat ik graag aan u over.

Ik wil nog twee punten maken. Voor onze fractie zijn de komende jaarwisseling en de komende jaarwisselingen zonder landelijk vuurwerkverbod heel erg belangrijk, om te kijken hoe dat loopt en hoe dat gaat. Juist omdat ook in de brief van het kabinet staat dat we dit gaan proberen, maar dat dit wel leidt tot een verantwoordelijke samenleving, die ook haar verantwoordelijkheid pakt om op een normale manier met vuurwerk om te gaan. Dus ik hecht ook erg aan die evaluaties in het nieuwe jaar om te kijken of dit werkt.

Een tweede punt is de persmonitor van de meldkamer in Rotterdam. Ik heb de Minister daar geen antwoord op horen geven. Ik wil toch nog een keer benadrukken hoe belangrijk ik het vind dat er ook aan die zijde van de pers controle is op het werk van de politie enzovoorts. Het zou toch te gek zijn als wij hier ook zouden zeggen «nou, krant, u krijgt de foto's die wij maken»? Dat is een beetje de weg die het nu opgaat bij de politie. Dan weet ik in ieder geval één ding zeker. Als onze voorlichters bepalen welke foto's er naar buiten gaan, dan durf ik ook weer naar de barbecue op het Binnenhof en daar een sateetje te eten. Dus graag nog een reactie van de Minister daarop.

De voorzitter:

U schetst een aantrekkelijk beeld, meneer Van Dam!

(Hilariteit)

De voorzitter:

Ik geef het woord aan mevrouw Laan van de VVD-fractie.

Mevrouw Laan-Geselschap (VVD):

Er kan ook groente op de barbecue, voor de liefhebbers. Ik zou het niet doen, maar goed.

Voorzitter, dank. Dank ook aan de Minister en de ondersteuning voor de antwoorden. Fijn dat hij de motie over de vrijwillige brandweer, die volgens mij Kamerbreed is aangenomen, op een goede manier gaat uitvoeren en dit onderwerp ook onder de aandacht blijft brengen.

Ten aanzien van C2000 kijken wij uit naar de komende zes weken na 1 januari om naar de brief te kijken.

Ten aanzien van de veiligheidsregio's spreekt de Minister de hele tijd over digitale dijken. Heeft hij daarmee ook geïmpliceerd dat hij mijn vraag over de veiligheidsregioanalyse over cyberaanvallen beantwoord heeft? Want ik kan me erin vinden, maar hm, beetje vaag.

Dan als laatste de analyse die we gaan maken ten aanzien van vuurwerk en wat er al gedaan is. Ik heb een aantal voorbeelden gegeven van wat er de laatste jaren al gedaan is. Laatste vraag: nemen we daar ook de daling mee die we de afgelopen jaren al gerealiseerd hebben? Want je hebt lies, big lies en statistics. Als we alleen kijken naar wat er vanaf vorig jaar tot nu is gebeurd, zie je misschien niets, maar als je naar de afgelopen tien jaar zou kijken, zie je misschien wel een hele sterke daling van onveiligheid en een toename van veiligheid, waarbij ik me realiseer dat de perfecte maatschappij niet bestaat.

De voorzitter:

Dank u wel. Dan is het woord aan mevrouw Den Boer van D66.

Mevrouw Den Boer (D66):

Voorzitter. Dank voor de toezegging over de governance in de Wijzigingswet meldkamers. Met betrekking tot C2000 zou ik graag aan de Minister expliciet nog willen vragen of hij in de brief de uitvoering van de motie van Den Boer, Van Dam en Verhoeven mee wil nemen over de risicoanalyse van de vitale infrastructuur.

Dank voor de verduidelijking van de vragen over de evaluatieopdracht ten aanzien van veiligheidsregio's. Wat nog wel afwezig is, ook in de beantwoording, is hoe de veiligheidsregio's zijn aangehaakt bij de partners in de buurlanden en hoe ze zijn aangehaakt bij het EU Civiel Beschermingsmechanisme. De veiligheidsregio's moeten op al die bestuurlijke niveaus goed kunnen acteren. Ik hoor graag de beantwoording van de Minister van deze vragen. Wellicht kan hij deze vragen ook meenemen in de evaluatie van de veiligheidsregio's.

Tot slot. Op het punt van IPS, internationale politiesamenwerking, is een toezegging. Ik wil graag een nadere verduidelijking van de Minister. Wanneer kan ik een brief verwachten over de uitvoering van de motie over internationale politiesamenwerking?

Tot slot wil ik iedereen die op de benen staat tijdens de jaarwisseling, alle professionals, van harte sterkte toewensen.

De voorzitter:

Dank u wel. De Minister heeft aangegeven meteen te kunnen reageren. Ik geef hem bij dezen het woord.

Minister Grapperhaus:

Voorzitter. Ik loop het even af. Mevrouw Helder vroeg nog naar het punt van «in den brede». Daarmee is bedoeld: voor het hele systeem. Het slaat dus op het systeem terug.

Dan hadden mevrouw Laan en mevrouw Buitenweg nog het punt van die eerste zes weken. Die eindigen bij mij op 15 februari. Dat is zes weken na 1 januari, en ik zal die feestdag dan toch gewoon meetellen.

Ik ga door met C2000. Daarin wordt inderdaad de risicoanalyse meegenomen met betrekking tot de totale hulpverleningsinfrastructuur. Dat vroeg mevrouw Den Boer.

Mevrouw Buitenweg vroeg of ik met een handelingsperspectief kwam. Ik heb het ook nog even in mijn brief aan uw Kamer van september opgezocht. Het is heel duidelijk de bedoeling dat we niet alleen zeggen wat er niet kan, als dat de uitkomst zou zijn, maar ook zeggen wat er wel kan. Dus dat handelingsperspectief komt mee.

De voorzitter:

Dit leidt nog tot een vervolgvraag van mevrouw Buitenweg.

Mevrouw Buitenweg (GroenLinks):

Op zich begrijp ik dat er een handelingsperspectief was, maar mijn vraag was: is die er max 11 februari, als ik die zes weken zo tel?

Minister Grapperhaus:

Dat is ook terug te voeren op mijn brief van september vorig jaar. Dus deze brief met de uitkomst van die onderzoeken gaat ook aangeven wat het handelingsperspectief zal zijn. De vraag is terecht. Ik vind ook dat de Kamer van mij zonder meer mag verwachten dat ik dat doe.

Mevrouw Laan vroeg over die terugblik. Die cijfers nemen we natuurlijk ook mee bij de evaluatie.

Over de digitale ontwrichting en het bewustzijn van de veiligheidsregio's: zeker. Het Veiligheidsberaad heeft zich daar recent, 14 december, over laten informeren. Het is onderdeel van de strategische agenda van dat Veiligheidsberaad. Ik heb er ook echt een paar keer expliciet aandacht voor dit onderwerp gevraagd.

Nog even naar mevrouw Teunissen. Kijk, we moeten eerst de maatregelen die nu pas ingaan evalueren. Anders ga je maatregel op maatregel stapelen en weet je niet wat je aan het evalueren bent. Na de evaluatie lijkt me het goede moment om verder te kijken.

De heer Van Dam had het over de persmonitor. Ik zal dat aankaarten in mijn gesprek met de hulpverleningsinstanties, althans de leiding daarvan. Er zitten wel allerlei kanten aan dat verhaal. Dat realiseert uw Kamer zich waarschijnlijk ook. Er is natuurlijk ook het issue dat steeds meer mensen zelf hun telefoon omhoog houden en foto's maken. Dat heeft ook weer onwenselijke effecten. Ik zeg niet dat ik vind dat dan de maatregel zoals die daar getroffen is, de juiste is. Ik wil daarover in gesprek. Maar ik wil even ook meer kanten van het issue belichten.

De voorzitter:

Dit leidt tot een aanvullende vraag van meneer Van Dam.

De heer Van Dam (CDA):

Natuurlijk zie ik die ontwikkeling ook. En natuurlijk hecht ik ook aan de bescherming van de privacy. Maar dit is juist in Rotterdam gekoppeld aan de politieperskaart. Daarmee heb je een manier in handen om toe te laten dat mensen op een fatsoenlijke manier dat werk doen. Ik vind gewoon – ik vind dat echt heel belangrijk – dat de controle die het journaille heeft op de macht in Nederland die het geweld in handen heeft, niet alleen schrijvend maar ook fotograferend tot zijn recht moet kunnen komen. Ik vind het heel fijn als de Minister daarover in gesprek gaat. Ik zie ook al die voetangels en klemmen die daaromheen hangen, maar ik zou het heel fijn vinden als de Minister voor een van de volgende recessen – misschien is dat een formulering waar hij zich fijn bij voelt – de Kamer daar toch eens wat nader over wil informeren. Dan regel ik mevrouw Laan wel.

(Hilariteit)

De voorzitter:

Ik stel voor dat de leden elkaar niet onderling provoceren en geef het woord aan de Minister.

Minister Grapperhaus:

Voorzitter. Dat is inderdaad geen CDA-taal, maar ik begrijp het punt van de heer Van Dam. Voor de mensen thuis: het gaat over een soort monitor waarmee de politie Rotterdam het bij incidenten niet meer goed mogelijk maakt voor persfotografen om hun werk te doen. Dat is heel kort samengevat waarom de politie dat doet en zelf al dan niet foto's verstrekt. Ik ga daarover in gesprek. Dat heb ik bij dezen toegezegd. Ik zal uw Kamer berichten over wat dat gesprek precies heeft opgeleverd. Ik heb alleen willen zeggen dat we dat niet heel zwart-wit moeten belichten; dat is geen woordspeling. We moeten dat echt genuanceerd bespreken. Ik zeg toe ook hierop terug te komen bij uw Kamer.

De termijn. Er is gesproken over «voor een reces», dus het lijkt me redelijk dat ik dat in ieder geval doe voor het meireces.

Mevrouw Buitenweg had nog een vraag over het meldpunt. Er is het algemene meldpunt 0800–8844. Daarnaast zijn er ook lokale meldpunten geregeld, maar de exacte nummers daarvan moet ik u even schuldig blijven.

Mevrouw Buitenweg (GroenLinks):

Vindt de Minister dat wenselijk als meldpunt? De vorige keer waren er bijna 80.000 meldingen, meen ik. Mensen hebben misschien de neiging; die willen iets gaan melden. Vindt u het wenselijk dat juist op nieuwjaarsdag dit politienummer zo ontzettend veel gebruikt wordt? Ik vind het fijn als er iets gemeld kan worden, want ik denk dat het belangrijk is om de stem van burgers ook te horen. Maar mijn vraag is wel of u nu iedereen aanraadt om die nacht 0900–8844 te gaan bellen.

Minister Grapperhaus:

Nee, want het is 0800–8844. Dat wil ik even duidelijk zeggen. Dat is één. Twee, wat ik net ook zei: er zit ook een lokale component aan vast. Ik moet het lokale bestuur wel de ruimte geven om te besluiten om daar zelf wel of niet nummers voor beschikbaar te stellen. Overigens wil ik hier wel gezegd hebben dat het een punt is dat we ook in de evaluatie moeten meenemen: hoe functioneert het nu, werken de meldmogelijkheden in de jaarwisselingsnacht en daaromtrent voor burgers die willen melden adequaat? Dat vind ik een ander punt, maar ik ga nu niet lokaal opleggen: u moet dat ook regelen.

De voorzitter:

Mevrouw Buitenweg, kort nog.

Mevrouw Buitenweg (GroenLinks):

Ik begrijp dat de Minister lokaal niks wil opleggen, maar er zijn maar ongelofelijk weinig gemeentes die dit meldpunt hebben. Of de Minister moet over andere informatie beschikken. Ik zag toevallig dat er gisteren een initiatief is gekomen van de SGP, de ChristenUnie en GroenLinks in Gorinchem. Hoeveel andere gemeentes hebben dit? Anders is het geen serieus alternatief. Dan is het gewoon een beetje makkelijk om ervan af te zijn. Er was zo'n meldpunt. Mensen willen misschien iets gaan melden. De vraag is waar ze dat dan moeten melden. Dat is echt mijn oprechte vraag. Als je niet in Gorinchem woont, waar moet je vuurwerkoverlast dan gaan melden? Wat raadt de Minister aan?

Minister Grapperhaus:

Dat heb ik net al gezegd en daar kan ik niet zo heel veel aan toevoegen. Ik heb ook al gezegd dat ik dit wel een punt vind om in de evaluatie mee te nemen: werkt dat goed of moeten we daar meer aan doen? Mevrouw Buitenweg stelt dat weinig gemeenten het doen. Ik weet het niet. Dat kan ik nu echt niet bevestigen of ontkennen. Maar als inderdaad weinig gemeenten dat doen, dan zullen we daar misschien aandacht aan moeten besteden. Het is nu juist een mogelijkheid om dat lokaal te regelen. Ten eerste zijn er lokale verschillen ten aanzien van wat vuurwerk inhoudt. Ten tweede gaat het lokale gezag – daar ben ik vanmorgen mee begonnen – over de wijze waarop men de handhaving gaat inzetten. Het is geen kwestie van, zoals mevrouw Buitenweg dat formuleert, dat ik daar zo'n beetje voor weg zou lopen of me er makkelijk vanaf zou maken. Het is een kwestie van hoe de bevoegdheden zijn geregeld. Ik kan daar wel aandacht voor vragen en we kunnen het in een evaluatie meenemen en zeggen: hé, dat gebeurt te weinig. Maar in beginsel heb ik niet de bevoegdheid om daar zelf in te gaan grijpen. Dat is alles wat ik erover kan zeggen.

Dan heb ik nog...

De voorzitter:

We hebben een punt van orde, waar ik rekening mee heb te houden.

Mevrouw Buitenweg (GroenLinks):

Dat is alleen dat de Minister het verkeerde nummer gaf. Ik zei 0900–8844. Hij corrigeerde mij, maar ik vrees dat het toch echt 0900–8844 is.

Minister Grapperhaus:

Oké. Dat is het nummer dat ik doorkreeg: 0800–8844. Maar als het 0900–8844 is, dan zou ik in ieder geval allebei de nummers noteren.

Voorzitter. Ik heb nog een vraag van mevrouw Den Boer. Ik zeg toe dat ik in het eerste kwartaal van 2019, dat eindigt op 31 maart – laten we dat ook helder hebben – met een tussenbericht kom over de internationale politiesamenwerking. En... Nee, dat is denk ik voldoende zo. Ik meen dat ik alle punten beantwoord heb die er nog lagen.

De voorzitter:

Ik weet het niet zeker. Ik dacht dat mevrouw Laan nog een vraag had over cyberanalyse bij veiligheidsregio's. O, die heeft u al beantwoord, sorry. Dan mevrouw Den Boer.

Mevrouw Den Boer (D66):

Ik had nog twee openstaande vragen. Nemen wij in de evaluatie van de veiligheidsregio's mee of, en zo ja, hoe veiligheidsregio's samenwerken met partners in buurlanden en hoe de veiligheidsregio's zijn aangehaakt bij het EU Civiel Beschermingsmechanisme?

Minister Grapperhaus:

Wat mij betreft wel. Ik moet bekennen dat ik dacht dat ik dat in de eerste termijn al in de beantwoording had meegenomen, maar dat ligt dan aan mij. Dat is mijn fout, maar ik wil bij dezen volmondig zeggen: ja, ik vind dat dat zeker ook voor de grensregio's moet worden meegenomen, maar het andere punt ook.

De voorzitter:

Dank u wel. Daarmee zijn we aan het eind gekomen van de tweede termijn. Ik ga nog even proberen om de toezeggingen door te nemen. Dat wordt wat, dus let u allemaal op.

  • De Kamer wordt nader geïnformeerd over het wetsvoorstel dat voorziet in kostenverhaal. In die brief zal ook worden ingegaan op de mogelijkheden tot het vastzetten van personen die vuurwerk werpen naar de politie.

  • In de evaluatie van de jaarwisseling zal ook worden meegenomen hoe het in strafvorderlijke zin is verlopen.

  • De Kamer wordt geïnformeerd over de gewijzigde blusinstructie na overleg van de Minister met de veiligheidsregio's daarover.

  • De Kamer wordt in de eerste zes weken van 2019 geïnformeerd over de uitkomsten van het onderzoek naar de veiligheidsaspecten van C2000 en de maatregelen die naar aanleiding daarvan worden genomen en over de uitvoering van de motie risicoanalyse.

  • De Kamer wordt geïnformeerd over de werkdruk bij de meldkamercentralisten.

  • De Kamer wordt geïnformeerd over de uitkomsten van het gesprek met de Minister over diefstal van accu's uit zendmasten. Welke Minister is dat? Is dat EZ of BZK?

Minister Grapperhaus:

EZK.

De voorzitter:

EZK. Welke termijn?

Minister Grapperhaus:

Zes weken.

De voorzitter:

Dat zal dan zes weken zijn.

Minister Grapperhaus:

Na 1 januari.

De voorzitter:

Zes weken na 1 januari.

  • De Kamer wordt begin 2019 geïnformeerd over de opdracht en samenstelling van de evaluatiecommissie Wet veiligheidsregio's.

  • De Kamer wordt voor het meireces geïnformeerd over de uitkomsten van het gesprek met de politie over foto's van incidenten.

  • De Kamer ontvangt in het eerste kwartaal van 2019 nadere informatie over internationale politiesamenwerking.

De heer Van Dam (CDA):

Over foto's van incidenten. Het gaat mij vooral om het benutten van het instrument persmonitor, dat bij de brandweerveiligheidsregio in Rotterdam draait, in het politiedomein.

De voorzitter:

Met die aanvulling noteren we die toezegging. Dan hebben we ze volgens mij allemaal gehad. Daarmee kunnen we dit algemeen overleg afronden. Ik denk dat ik namens de hele commissie spreek als ik iedereen, maar zeker onze veiligheidsdiensten, een aangename en vooral veilige jaarwisseling toewens.

Sluiting 12.57 uur.