Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2017-201827858 nr. 429

27 858 Gewasbeschermingsbeleid

Nr. 429 BRIEF VAN DE MINISTER VAN LANDBOUW, NATUUR EN VOEDSELKWALITEIT

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 20 juni 2018

Hierbij ontvangt u mijn invulling van verschillende moties en van enkele toezeggingen die ik u heb gedaan op het gebied van gewasbescherming. Daarnaast informeer ik u over de stand van zaken van een aantal onderwerpen op dit thema.

Moties

Afzetcijfers

De aangenomen motie van de leden Leenders en Koşer Kaya (Kamerstuk 27 858, nr. 357) verzoekt de regering de Kamer jaarlijks een overzicht te verstrekken van de geaggregeerde afzetgegevens van alle toegelaten gewasbeschermingsmiddelen.

De geaggregeerde afzetgegevens van gewasbeschermingsmiddelen in Nederland voor het jaar 2016 zullen medio dit jaar worden gepubliceerd op de website van de NVWA.

De gegevens over het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen in de landbouw in Nederland voor het jaar 2016 zullen medio dit jaar worden gepubliceerd op de website van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

Beoordelingscriteria

De aangenomen motie van het lid De Groot (Kamerstuk 27 858, nr. 404) verzoekt de regering onderzoek uit te voeren naar lacunes in de huidige beoordelingscriteria en verzoekt de regering voorts te komen met voorstellen om bestaande lacunes te dichten c.q. bestaande criteria aan te vullen.

Conform de systematiek van Verordening (EG) nr. 1107/2009 voor het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen wordt bij de beoordeling van werkzame stoffen en gewasbeschermingsmiddelen gebruik gemaakt van Europees en nationaal vastgestelde toetsingskaders. Deze toetsingskaders zijn dankzij nieuwe wetenschappelijke inzichten voortdurend onderhevig aan veranderingen.

Op het moment dat in het reguliere proces – bijvoorbeeld aansturing van beleidsondersteunend onderzoek – blijkt dat er een lacune is in één van de toetsingskaders, stel ik zo nodig de Europese Commissie daarvan op de hoogte en verzoek om het toetsingskader in kwestie aan te passen. Een voorbeeld hiervan is het Europese «Guidance document on bees». Bovendien vindt in Nederland wetenschappelijk onderzoek plaats om de toetsingskaders te optimaliseren in opdracht van de rijksoverheid.

Glyfosaat

De aangenomen motie van het lid Grashoff c.s. (Kamerstuk 27 858, nr. 384) verzoekt de regering om, ongeacht de eventuele toelating door de Europese Commissie, met aanvullende nationale maatregelen het gebruik van glyfosaat buiten de landbouw vergaand te verbieden en het gebruik binnen de landbouw zo veel mogelijk te beperken.

De Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu (IenW) heeft uw Kamer recent geïnformeerd over het traject voor het terugdringen van het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen buiten de landbouw (Kamerstuk 27 858, nr. 416).

Ik ben in gesprek met LTO Nederland over het terugdringen van het gebruik van onkruidbestrijdingsmiddelen en middelen op basis van de werkzame stof glyfosaat binnen de landbouw.

Toezeggingen

Actuele knelpunten groene gewasbescherming

Er is door mijn ambtsvoorganger tijdens het dertigledendebat glyfosaat op 8 juni 2017 toegezegd uw Kamer te informeren over de acute knelpunten voor de groene gewasbescherming en de gesprekken daarover met sector (Handelingen II 2016/17, nr. 85, item 5). Ik zal hieronder ingaan op de onderwerpen waarover geen recentere toezeggingen zijn gedaan.

Basisstoffen

Er zijn inmiddels 19 basisstoffen geregistreerd voor gebruik in de hele Europese Unie. Er liggen 14 aanvragen bij de European Food Safety Authority (EFSA). De Europese Commissie zal hierover een besluit nemen op het moment dat de EFSA de evaluatie van de risico’s voor mens, dier en milieu heeft afgerond.

De Europese Commissie is van plan om de aanvragen te publiceren, zodat het voor organisaties in de verschillende lidstaten mogelijk wordt om aan te haken bij deze aanvragen of uitbreidingen aan te vragen voor relevante toepassingen.

Biociden

Er zijn momenteel ongeveer tien biociden toegelaten op de Nederlandse markt die ook mogen worden toegepast als gewasbeschermingsmiddel. Het Ctgb heeft aangekondigd dat deze gewasbeschermingstoepassingen – conform Verordening (EG) nr. 1107/2009 – de komende jaren bij de reguliere herbeoordeling van de betreffende biociden komen te vervallen. Het Ctgb zal in een pilot onderzoeken hoe een dossier voor een als biocide werkzame stof door een aanvrager zo soepel mogelijk vormgegeven kan worden als aanvraagdossier voor de goedkeuring van deze stof als gewasbeschermingsmiddel. Deze pilot start in het najaar.

Er zijn in Nederland geen gewasbeschermingsmiddelen beschikbaar om muizen in gewassen te kunnen bestrijden. Na overleg heeft de sector toegezegd te verkennen of het mogelijk is om gewasbeschermingsmiddelen die – in andere landen – voor het bestrijden van muizen zijn toegelaten ook in Nederland kunnen worden aangevraagd. De middelen – die eventueel in de toekomst ingezet kunnen worden – dienen dan alleen volgens de principes van geïntegreerde gewasbescherming te worden ingezet.

Harmonisatie

Uit een recente analyse van het Ctgb is gebleken dat het mogelijk is om op het punt van verwaaiing van gewasbeschermingsmiddelen voor de Nederlandse situatie voor een aantal onderdelen van de beoordeling aan te sluiten bij het Europees geharmoniseerde toetsingskader met behoud van het huidige beschermingsniveau. Dit draagt bij aan mijn streven naar Europees geharmoniseerde toetsingskaders, zodat het eenvoudiger wordt om gewasbeschermingsmiddelen die in de ene lidstaat zijn toegelaten eenvoudig via wederzijdse erkenning in de andere lidstaat toe te kunnen laten.

Innovaties

Ik hecht grote waarde aan innovaties binnen de landbouw. Zo worden vanuit de overheid verschillende onderzoeksprogramma’s gefinancierd waar wordt ingezet op het daadwerkelijk toepasbaar maken van nieuwe technieken binnen de landbouw. Het bevorderen van innovatie laat ik ook meewegen bij vrijstellingsaanvragen voor gewasbeschermingsmiddelen op grond van artikel 38 van de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden.

Zo heb ik recent een vrijstelling verleend voor actief chloor in situ gegenereerd uit natriumchloride (keukenzout) door elektrolyse. Uit onderzoek blijkt dat deze toepassing een effectief alternatief vormt voor formaline, dat kankerverwekkende eigenschappen heeft.

Juridische kaders intrekken toelatingen

Ik heb tijdens het AO gewasbeschermingsmiddelen in maart 2018 toegezegd uw Kamer voor de zomer te informeren over de juridische kaders rond het intrekken van de toelating van gewasbeschermingsmiddelen (Kamerstuk 27 858, nr. 419). Aanleiding voor deze toezegging vormde de vernietiging door het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) van een eerder door het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Ctgb) ingestelde noodmaatregel op het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen op basis van de stof metam-natrium, waarover uw Kamer recent is geïnformeerd (Kamerstuk 27 858, nr. 417).

Zoals eerder aan uw Kamer gemeld kunnen zowel op Europees als op nationaal niveau beperkingen worden gesteld aan respectievelijk goedkeuringen van werkzame stoffen en de toelatingen van gewasbeschermingsmiddelen (Kamerstuk 27 858, nr. 264). Bij een nationale noodmaatregel op grond van artikel 71 van Verordening (EG) nr. 1107/2009 – zoals het Ctgb in 2014 heeft ingesteld inzake metam-natrium – moet het Ctgb aantonen dat er sprake is van een spoedeisend geval. Hierbij blijkt uit nieuwe feiten of omstandigheden dat er waarschijnlijk een onaanvaardbaar risico is voor mens, dier of milieu, dat onmiddellijk ingrijpen noodzakelijk maakt.

Vanzelfsprekend staan besluiten van het Ctgb tot ingrijpen in de toelating van gewasbeschermingsmiddelen open voor bezwaar en beroep. Indien het tot een beroepszaak komt, is het aan de rechter te oordelen over de rechtmatigheid van het genomen besluit. Dit resulteerde in januari 2018 in een negatieve uitspraak van het CBb over het besluit van het Ctgb over metam-natrium.

Zoals aan u gemeld heeft het Ctgb in reactie op die uitspraak actie ondernomen in samenwerking met de toelatinghouder om te zorgen dat het gebruik van het middel voor omwonenden veilig blijft. Sinds 23 februari 2018 zijn daarom aanvullende toelatingsvoorwaarden voor gewasmiddelen op basis van metam-natrium van kracht (Kamerstuk 27 858, nr. 417).

Kleine toepassingen

Ik heb tijdens het AO gewasbeschermingsmiddelen in maart 2018 toegezegd uw Kamer voor de zomer te informeren over de stand van zaken rond de kleine toepassingen en de «grofmaziger» sierteelt (Kamerstuk 27 858, nr. 419).

De volgende resultaten zijn geboekt:

  • Het «loket kleine toepassingen» heeft in 2017 geresulteerd in het uitbreiden van de toelating van 25 middelen met kleine toepassingen.

  • Het «fonds kleine toepassingen» heeft in 2017 het volledige beschikbare budget van 400.000 euro toegekend aan projecten die de uitbreiding beogen van 20 middelen voor kleine toepassingen in de verschillende sectoren.

  • Er wordt voortdurend gewerkt aan het actualiseren van de beslismethodiek kleine toepassingen. De afgelopen periode is een geactualiseerde versie van de «lijst kleine toepassingen» en het «extrapolatiedocument» opgeleverd. Dit leidt tot een meer grofmaziger indeling van de sierteelt en meer extrapolatiemogelijkheden. Hiermee wordt de toelatingsaanvraag voor kleine toepassingen in de sierteelt eenvoudiger.

Ketenplannen

Ik heb tijdens het AO gewasbeschermingsmiddelen in maart 2018 toegezegd uw Kamer voor de zomer te informeren over de stand van zaken rond de ketenplannen (Kamerstuk 27 858, nr. 419).

In de nota «Gezonde Groei, Duurzame Oogst» staat dat elke sector vanaf 2013 actieplannen opstelt voor het bevorderen van geïntegreerde gewasbescherming en dat het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen zoveel mogelijk wordt vastgelegd in certificeringssystemen voor duurzaam geteelde producten (Kamerstuk 27 858, nr. 146). Ook vindt overleg met ketenpartijen plaats over verduurzamen van de hele keten in plaats van eenzijdige aandacht op residunormen. Dit betreft zowel consumptie- als sierteeltgewassen.

Er zijn verschillende private certificeringssystemen, waarin eisen worden gesteld aan het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen. Enkele voorbeelden zijn: «Global G.A.P.», «Milieu Project Sierteelt», «On the way to PlanetProof» en Voedsel- en Voederveiligheid Akkerbouw.

Er zijn verschillende actieplannen opgesteld. Enkele voorbeelden: «Schoner, groener, beter» en «routewijzer geïntegreerde gewasbescherming (akkerbouw)».

U ontvangt eind dit jaar de «Toekomstvisie gewasbescherming 2030», waaraan op dit moment door de stakeholders wordt gewerkt. Hierin worden ook de ambities van de stakeholders meegenomen. Enkele voorbeelden zijn: «Gezonde teelt, gezonde toekomst» (LTO Nederland) en «Duurzaam en helder naar de toekomst» (Nefyto).

Laag-risicomiddelen

Ik heb uw Kamer tijdens de begrotingsbehandeling 2018 in december 2017 toegezegd me te blijven inzetten voor een snelle toelating van laag-risicomiddelen (Handelingen II 2017/18, nr. 31, item 10 en Handelingen II 2017/18, nr. 32, item 11). Bovendien heb ik tijdens het AO gewasbeschermingsmiddelen in maart 2018 toegezegd uw Kamer te informeren over de 120 dagentermijn inzake de beoordeling van laag-risicomiddelen door het Ctgb (Kamerstuk 27 858, nr. 419).

Verordening (EG) nr. 1107/2009 bepaalt dat het Ctgb binnen 120 dagen een besluit moet nemen over de toelating van een laag-risicomiddel. De periode van maximaal 6 maanden, waarin de aanvrager op verzoek van het Ctgb aanvullende informatie kan aanleveren, valt buiten deze wettelijke termijn. Het Ctgb heeft mij laten weten dat voor aanvragen die in 2019 worden ingediend, deze wettelijke termijn ook zal worden gehaald. Hiervoor heeft het Ctgb het zogenaamde «green team» operationeel met beoordelaars die gespecialiseerd zijn in «groene» middelen en laag-risicomiddelen. Het aantal aanvragen voor deze middelen is momenteel nog te laag en te onvoorspelbaar om hiervoor een volledig separate werkstroom («green track») binnen het Ctgb te rechtvaardigen. Neemt het aantal aanvragen voor deze middelen toe, dan zal het Ctgb hierop zijn organisatie instellen om ervoor te zorgen dat deze aanvragen vlot worden afgehandeld. Op deze manier groeit het Ctgb toe naar een volledige «green track».

Op Europees niveau zijn er inmiddels 12 werkzame stoffen goedgekeurd binnen de categorie «laag-risicostoffen». Er zijn op basis van vijf van deze stoffen inmiddels 20 gewasbeschermingsmiddelen toegelaten voor gebruik op nationaal niveau (Handelingen II 2017/18, nr. 17, item 6).

Monitoren gebruik gewasbeschermingsmiddelen

Ik heb uw Kamer tijdens het VSO Landbouw- en Visserijraad in november 2017 toegezegd in gesprek te gaan met de partijen die gegevens verzamelen over het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen om te bezien of het gebruik beter in beeld gebracht kan worden.

Er zijn verschillende organisaties die gegevens verzamelen over het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen. Dit zijn:

  • Wageningen Economic Research, die in het Bedrijven-Informatienet jaarlijks – naast bedrijfseconomische gegevens – ook informatie verzamelt over de aankoop en het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen in de verschillende sectoren. De verzamelde gegevens worden gepubliceerd op www.agrimatie.nl.

  • CBS, dat elke vier jaar een enquête houdt om het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen in ongeveer 40 representatieve gewassen in beeld te brengen. De verzamelde gegevens worden onder andere gepubliceerd via StatLine.

  • CBS, dat elke vier jaar een enquête houdt om het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen door overheden in beeld te brengen. De verzamelde gegevens worden onder andere gepubliceerd via StatLine.

  • GfK, een onderzoeksbureau voor markt- en consumenteninformatie, onderzoekt op verzoek van IenW het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen door particulieren via de verkoopcijfers bij tuincentra, bouwmarkten en supermarkten. Bovendien inventariseert GfK redenen voor verschuivingen in gebruik via enquêtes. De verzamelde gegevens worden gebruikt binnen de «Green Deal verantwoord particulier gebruik van gewasbeschermingsmiddelen» en zullen dit jaar aan uw Kamer wordt gestuurd.

Ik zal met het oog op de eindevaluatie van de nota «Gezonde Groei, Duurzame Oogst» – die zal worden uitgevoerd in 2022 – kijken of het mogelijk is om het inzicht in het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen in de landbouw te verbeteren. Ik streef hierbij naar synergie met reeds bestaande administratieve verplichtingen voor de agrarische ondernemer, zoals de gewasbeschermingsmonitor.

Het Ministerie van IenW is bereid het CBS te ondersteunen bij het opzetten en uitzetten van de enquête om het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen door overheden in beeld te brengen.

Stand van zaken

Europese besluitvorming

Zoals uw Kamer gemeld is op 25 mei 2018 geen gekwalificeerde meerderheid bereikt voor het voorstel van de Europese Commissie (EC) voor niet-goedkeuring van de werkzame stof diquat in het Standing Committee on Plants, Animals, Food and Feed (SCoPAFF) (Kamerstuk 21 501-32, nr. 1111). Dit geldt ook voor het voor het voorstel van de EC voor niet-goedkeuring van de werkzame stof thiram, waarover op 14 juni 2018 in het SCoPAFF is gestemd. De EC heeft aangekondigd beide voorstellen voor te zullen leggen aan lidstaten in een zogeheten beroepscomité. Dit betreft de laatste stap in de besluitvormingsprocedure voor de goedkeuring van werkzame stoffen in gewasbeschermingsmiddelen. Hierin zijn lidstaten op niet-technisch niveau vertegenwoordigd. Naar verwachting vindt dit plaats op 10 of 12 juli a.s.

Neonicotinoïden

Op 27 april 2018 is het voorstel van de Europese Commissie om restricties op te leggen aan het gebruik van de werkzame stoffen imidacloprid, thiamethoxam en clothianidin aangenomen met een gekwalificeerde meerderheid. Het Ctgb zal de Nederlandse toelatingen in lijn brengen met deze besluitvorming. Dit betekent dat middelen op basis van deze drie stoffen dan slechts nog gebruikt mogen worden in kassen en wel voor de hele levensduur van de plant. Dit geldt ook voor zaadbehandelingstoepassingen.

Over mijn standpunt heb ik u recent geïnformeerd (Kamerstuk 27 858, nr. 421). Ik ben mij ervan bewust dat deze restricties grote impact kunnen hebben voor teelten in Nederland en zal daarom met de sector in overleg treden om samen te zoeken naar alternatieven.

Triazolen resistentie Aspergillus fumigatus

Uw Kamer is geïnformeerd over de tweede fase van het onderzoek naar de resistentie van de schimmel Aspergillus fumigatus voor triazolen (Kamerstuk 27 858, nr. 411). Deze tweede fase zal naar verwachting eind dit jaar afgerond worden in plaats van medio 2018.

Tot slot

Ik zet zoals uw Kamer heeft kunnen lezen – samen met de stakeholders – stappen op weg naar het breder toepasbaar maken van geïntegreerde gewasbescherming en het overschakelen naar het gebruik van niet-chemische methoden en laag-risicomiddelen. Bovendien zet ik mij in op het Europees harmoniseren van de goedkeuring van werkzame stoffen en de toelating van gewasbeschermingsmiddelen op basis daarvan. U zult begrijpen dat dit tijd kost.

De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, C.J. Schouten