Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2016-201725422 nr. 187

25 422 Opwerking van radioactief materiaal

Nr. 187 HERDRUK1 BRIEF VAN MINISTER VAN INFRASTRUCTUUR EN MILIEU

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 18 april 2017

Mede in verband met het geplande Algemeen overleg van 10 mei 2017 met de Vaste Commissie voor Infrastructuur en Milieu over nucleaire veiligheid wil ik u graag nader informeren over de stand van zaken ten aanzien van een aantal onderwerpen. Daarbij zal ik ingaan op de uitvoering van een aantal moties van uw Kamer op het terrein van de nucleaire veiligheid en stralingsbescherming. Tevens biedt ik u aan de Rapportage van ongewone gebeurtenissen in de Nederlandse nucleaire inrichtingen in 2016 aan te bieden (bijlage 1)2 evenals het geactualiseerde Nationaal Crisisplan Stralingsincidenten (NCS) en het Responsplan NCS (bijlage 3 en 4)3.

a) Geplande totstandkoming zbo ANVS per 1 juli 2017

De verwachting is dat de Autoriteit Nucleaire Veiligheid en Stralingsbescherming (ANVS) op 1 juli 2017 als zelfstandig bestuursorgaan (zbo) van start kan gaan.

Behalve een wet die al in het Staatsblad is gepubliceerd, is hier een groot aantal andere besluiten voor nodig. Deze zijn gereed of in vergevorderde staat van voorbereiding. Naar aanleiding van de motie (Kamerstuk 25 422, nr. 168) van het lid Van Veldhoven is de ANVS de instelling van een raad van advies aan het voorbereiden.

Ik heb een analyse laten uitvoeren naar de formatie die de ANVS nodig heeft voor een voldoende robuuste, onafhankelijke en zelfstandige taakuitvoering op het gebied van nucleaire veiligheid en stralingsbescherming. Dit heeft geleid tot een structurele uitbreiding van 19 fte waarmee de ANVS haar takenpakket kan uitvoeren. Hiervoor worden onder meer extra deskundigen en inspecteurs aangetrokken die kunnen worden ingezet voor de beoordelingen en het toezicht op de vergunninghouders.

b) Nederlandse nucleaire installaties

Aanbieding Rapportage van ongewone gebeurtenissen

Sinds 1980 wordt jaarlijks aan de Kamer het overzicht aangeboden van de meldingsplichtige ongewone gebeurtenissen bij nucleaire installaties. De Rapportage van ongewone gebeurtenissen in de Nederlandse nucleaire inrichtingen in 2016 is bij deze brief gevoegd. In 2016 hebben de Nederlandse nucleaire installaties 14 ongewone gebeurtenissen gerapporteerd. De hoeveelheid gebeurtenissen is hiermee in lijn met voorgaande jaren. Drie gebeurtenissen vonden plaats bij de kerncentrale Borssele en elf gebeurtenissen bij de overige nucleaire installaties. Daarvan vond er één plaats bij de Hoge Flux Reactor (HFR) van NRG in Petten, negen bij de overige installaties van NRG en was er één ongewone gebeurtenis bij de reeds gesloten kerncentrale Dodewaard. De nucleaire veiligheid is bij geen van de gebeurtenissen in 2016 in het geding geweest. De gemelde gebeurtenissen in 2016 waren net als in 2015 minder ernstig van aard dan het jaargemiddelde van de afgelopen vijf jaar.

Sanering van het radioactieve afval op de onderzoekslocatie Petten

In mijn brief van 23 februari 2017 (Kamerstuk 25 422, nr. 185) heb ik u geïnformeerd over het overleg dat ANVS met de directie van ECN/NRG gevoerd heeft over de voortgang van het Radioactive Waste Management Program (RWMP). Bij het overleg gaf de directie van ECN/NRG aan dat het RWMP de hoogste prioriteit heeft, er inderdaad sprake was van een achterstand, maar dat men van mening was dat deze nog kon worden ingelopen. Op 1 maart 2017 heeft NRG een geactualiseerd Plan van Aanpak ingediend bij de ANVS. Nadat de ANVS had aangegeven dat het Plan niet volledig was, heeft NRG op 10 april 2017 aanvullende informatie verstrekt.

Aangezien bovengenoemde aanvullende informatie pas onlangs is ontvangen, moet de ANVS zich over de actualisatie van het Plan van Aanpak RWMP nog een oordeel vormen. Daarbij zullen de veiligheid en de haalbaarheid van de afgesproken einddata belangrijke criteria zijn. De ANVS zal binnen acht weken een besluit nemen of het plan geheel of gedeeltelijk goedgekeurd kan worden. Dit besluit wordt openbaar gemaakt op de website van de ANVS.

Sanering tritiumverontreiniging op de onderzoekslocatie Petten

In eerdere brieven en antwoorden op vragen van uw Kamer bent u geïnformeerd over het feit dat er in 2012 tritium gemeten is in het grondwater in de bodem bij de HFR. De oorzaak was een lekkage, die direct in 2012 is gedicht. Om de tritiumverontreiniging te verwijderen, is NRG in februari 2013 gestart met saneren.

Naar aanleiding van de in de afgelopen jaren gemeten tritiumconcentraties in het grondwater, en de modelsimulaties van de grondwaterstroming, is tot tweemaal toe de saneringwijze bijgesteld en is het netwerk voor het monitoren van het grondwater uitgebreid. Zowel de grondwaterstroming als het effect van de tritiumsanering op de verplaatsing van de tritiumverontreiniging bleken anders dan verwacht. Het blijkt dat de saneringswaarde op de terreingrens, zoals vastgelegd in de interventiebeschikking van 2014, in de toekomst (mogelijk in 2018 of later) overschreden zal worden. Dit is voor NRG aanleiding geweest om op 28 februari 2017 een verzoek in te dienen bij de ANVS tot wijziging van de interventiebeschikking. De verzochte wijziging leidt niet tot aanpassing van de reeds in 2012 geïntensiveerde monitoringsactiviteiten van NRG.

De ANVS is het verzoek nu aan het beoordelen. Ter onderbouwing van het te nemen besluit heeft het RIVM een advies opgesteld dat specifiek in gaat op de vraag tot welke norm de tritiumactiviteitsconcentratie in het grondwater een verwaarloosbaar risico voor mens en milieu oplevert. Volgens dit advies zijn de radiologische consequenties zeer beperkt. Op basis van de meest conservatieve scenario’s komt het RIVM tot de inschatting dat de maximaal opgelopen dosis voor de bevolking onder het verwaarloosbaar niveau blijft. De andere betrokken bevoegde gezagsinstanties zijn om advies gevraagd.

c) Buitenlandse kerncentrales en(inter)nationale contacten

Versterking communicatie ten behoeve van grensprovincies

In mijn brief aan u van 17 oktober 2016 (Kamerstuk 25 422, nr. 157) ben ik nader ingegaan op de motie Dijkstra (Kamerstuk 32 645, nr. 76) waarin wordt verzocht de communicatie over nucleaire veiligheid te verbeteren zodat bewoners van de grensprovincies tijdig en beter weten waar ze aan toe zijn, en hiervoor een Plan van Aanpak aan u te doen toekomen. Ik heb in die brief een aantal activiteiten beschreven die worden ondernomen ter verbetering van de informatievoorziening voor de bewoners. Dit is echter slechts een deel van alle activiteiten die hiervoor worden uitgevoerd. Er wordt op verschillende manieren informatie uitgewisseld en samengewerkt met de Belgische en Duitse autoriteiten, en er zijn activiteiten gepland om dit verder uit te breiden. Bij deze brief is een overzicht van deze activiteiten gevoegd (bijlage 2)4. Dit overzicht bevat zowel activiteiten die op dit moment al worden uitgevoerd als activiteiten die gepland zijn ter verdere versterking van de informatievoorziening. Met het totaaloverzicht een lopende en geplande activiteiten geef ik invulling aan uw motie.

Daarnaast heb ik op 13 maart 2017 de voorzitters van de veiligheidsregio’s in de grensstreek uitgenodigd naar aanleiding van de gevoelens van onrust die in de regio zijn ontstaan. Dit gesprek staat gepland voor 15 mei 2017.

Overleg met buurlanden over Belgische kerncentrales

In de motie van het voormalige lid Smaling (Kamerstuk 25 422, nr. 183) is de regering in januari 2017 verzocht om, met gelijkgestemde buurlanden van België alle beschikbare nationale en internationale druk- en hulpmiddelen in te zetten om de Belgische regering te bewegen alert te zijn op onveilige situaties en tot actie te manen deze te voorkomen.

In het kader van het Nederlandse voorzitterschap van de Benelux heeft het kabinet besloten dat de focus in het Gemeenschappelijk werkprogramma 2017 zal liggen op twee overkoepelende thema’s. In dit kader is met name het tweede thema relevant: grenzeloze zekerheid en veiligheid, met daarin aandacht voor de coördinatie van crisismanagement en nucleaire inspecties. Er zullen verdere afspraken worden gemaakt om op reguliere basis informatie met elkaar te delen, conclusies te verbinden aan oefeningen die in onze landen worden gehouden en over wederzijdse informatiedeling.

De samenwerking tussen het Federale Agentschap voor Nucleaire Controle (FANC) en de ANVS is de laatste jaren geïntensiveerd. Eén van de elementen van deze samenwerking is dat er bij meldingen over nucleaire installaties, inclusief een onvoorziene stillegging van een installatie, er snel, actueel, eenduidig en correct gecommuniceerd wordt. Ik ga deze bestaande afspraken uit 1990 met België over gegevensuitwisseling actualiseren. Daarbij streef ik naar een nieuw Memorandum of Understanding (MOU) tussen de beiden landen en een MOU tussen het FANC en de ANVS om afspraken over een periodieke uitwisseling van inzichten over veiligheid van nucleaire installaties en technische gegevens tussen het Belgische FANC en de ANVS vast te leggen. De beide autoriteiten zijn daarover reeds in gesprek. Zodra de verdere afspraken met het FANC zijn vastgelegd, zal ik uw Kamer nader informeren.

Actualisatie en publicatie van rampen- en evacuatieplannen

In de op 22 december 2016 aangenomen motie van het lid Van Tongeren (Kamerstuk 25 422, nr. 174) is de regering verzocht om in te zetten op een spoedige actualisatie van alle rampen- en evacuatieplannen en ervoor zorg te dragen dat deze haalbaar en realistisch zijn. Op 1 januari 2017 is de nieuwe samenwerkingsstructuur in het kader van het beheer van het Nationaal Crisisplan Stralingsincidenten (NCS) in werking getreden. Binnen deze structuur vallen de nationale crisisplannen voor nucleair en straling. Dit betreffen het Nationaal Crisisplan Stralingsincidenten en het Responsplan NCS. Deze plannen zijn bijgevoegd bij deze brief. Aanvullend komt binnenkort het Crisiscommunicatieplan Stralingsincidenten beschikbaar. Deze plannen zijn geactualiseerd. Het Rampbestrijdingsplan nucleaire installaties van de Veiligheidsregio Zeeland van 2015 wordt momenteel hierop aangepast en geactualiseerd. Ook andere Veiligheidsregio’s zijn bezig de eigen plannen hierop aan te laten sluiten. De inzet is om in 2018 mede op basis van ervaringen uit de Nationale Nucleaire Oefening 2018 en naar aanleiding van de implementatie van EU Richtlijn 2013/59/Euratom deze plannen verder aan te passen en te actualiseren.

In de op 22 december 2016 aangenomen motie (Kamerstuk 25 422, nr. 176) van het lid Dijkstra is verzocht om publicatie van de actuele rampenbestrijdingsplannen te realiseren. De veiligheidsregio’s publiceren, veelal op hun website, informatie over rampen- en crisisbeheersing, waaronder rampenbestrijdingsplannen. Daarnaast treft u op de website van de ANVS5 voor de belangrijkste nucleaire installaties links naar de rampenbestrijdingsplannen in de desbetreffende veiligheidsregio’s.

Gezamenlijke inspecties nucleaire installaties in België en Nederland

In de op 22 december 2016 aangenomen motie (Kamerstuk 25 422, nr. 171) van het lid Van Veldhoven wordt de regering verzocht om afspraken vast te leggen met België over geplande gezamenlijke inspecties, over het betrekken van elkaars inspecties na onvoorziene stillegging van nucleaire installaties en over de uitwisseling van informatie over aanbevelingen en de opvolging daarvan.

De door de motie bedoelde afspraken zijn vastgelegd in afspraken tussen de FANC en de ANVS over het uitvoeren van gezamenlijke inspecties bij nucleaire installatie in beide betrokken landen. Ook in 2017 zullen weer een aantal gezamenlijke inspecties worden uitgevoerd. De onderwerpen van deze inspectie liggen vast in de bestaande inspectieprogramma’s van beide landen. Dit betekent dat het inspectieprogramma van het ontvangende land wordt gevolgd. Het bezoekende land brengt bij de uitvoering van de inspectie wel eigen kennis en ervaring in. Er zullen gezamenlijke inspecties plaatsvinden bij zowel nucleaire installaties als bij bedrijven waar met straling wordt gewerkt.

Ook met andere landen dan België worden gezamenlijke inspecties uitgevoerd. Zo zal de Franse nucleaire toezichthouder aanwezig zijn tijdens een inspectie van de kerncentrale Borssele tijdens de reguliere stops in mei en juni 2017. De afgelopen maanden zijn inspecteurs van de ANVS op bezoek geweest bij de Britse en Finse Nucleaire toezichthouder om te leren en gezamenlijk te inspecteren.

d) Grensoverschrijdende gevolgen en mogelijkheden tot (publieks)participatie

Op 22 december 2016 heeft uw Kamer een motie Dijkstra (Kamerstuk 25 422, nr. 175) aangenomen. In de motie verzoekt de Kamer de regering in Europees verband actie te ondernemen en verruiming te bepleiten van de inspraakmogelijkheden voor bewoners en overheden over besluiten over nucleaire activiteiten met potentieel grensoverschrijdende gevolgen.

Bij de Verdragen van Åarhus en Espoo, die onder meer gaan over publieksparticipatie bij besluitvorming zijn zowel de EU als de EU-lidstaten partij. In Nederland zijn deze Verdragen geïmplementeerd in de Algemene wet bestuursrecht en de Wet milieubeheer. Bij vergunningwijzigingen van nucleaire installaties is inspraak voor een ieder mogelijk, ook voor de omwonenden in een buurland. Dit geldt zowel in Nederland, België als in Duitsland.

Voor Belgische vergunningprocedures ten aanzien van nucleaire installaties geldt, net als in Nederland, dat als inspraak mogelijk is, iedereen kan inspreken. Die mogelijkheid staat in dat geval op gelijke voet open voor de inwoners van Nederland. Op grond van Belgische regelgeving geldt dat gemeenten in een straal van vijf km van de inrichting worden geïnformeerd over een lopende vergunningprocedure en de mogelijkheid om in te spreken. Het is aan deze gemeenten om eventueel haar burgers en andere gemeenten te informeren.

Een eventuele verbetering van de communicatie over de huidige inspraakmogelijkheden in het kader van vergunningverlening en milieueffectrapportage in grensoverschrijdend verband is onderwerp van gesprek in bilaterale gesprekken met (Europese) landen en in diverse internationale organisaties. Nederland neemt actief deel aan die gesprekken.

e) Nationale programma radioactief afval

Richtlijn 2011/70/Euratom verplicht lidstaten tot het opstellen van een nationaal programma voor het beheer van radioactief afval en verbruikte splijtstoffen (verder: nationale programma radioactief afval). In juni vorig jaar heb ik dit nationale programma radioactief afval naar uw Kamer gestuurd.

Conform de gebruikelijke procedure heeft de Europese Commissie eind januari 2017 vragen gesteld ter verduidelijking van het nationale programma. Met de gegeven antwoorden beoordeelt de Europese Commissie of het nationale programma radioactief afval voldoet aan de eisen van de Richtlijn. De vragen zullen voor eind juli 2017 worden beantwoord. Een afschrift van de antwoorden zal ter informatie naar uw Kamer worden gestuurd.

In het nationale programma radioactief afval staan verschillende actiepunten beschreven. Een daarvan is de inrichting van een Klankbordgroep voor eind 2016. Met de voorbereiding hiervan is een start gemaakt. Ik zal uw Kamer dit jaar verder over de klankbordgroep informeren.

De eindrapportage van OnderzoeksProgramma Eindberging Radioactief Afval (OPERA) verwacht ik eind 2017 zoals ik in mijn brief van 17 oktober 2016 heb aangegeven. Deze rapportage en het oordeel daarover zullen begin 2018 aan uw Kamer worden gezonden.

De Minister van Infrastructuur en Milieu, M.H. Schultz van Haegen-Maas Geesteranus


X Noot
1

i.v.m. het toevoegen van een bijlage

X Noot
2

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl

X Noot
3

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl

X Noot
4

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl