Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2014-201521501-33 nr. 545

21 501-33 Raad voor Vervoer, Telecommunicatie en Energie

Nr. 545 BRIEF VAN DE MINISTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 5 juni 2015

Hierbij stuur ik uw Kamer de geannoteerde agenda van de Telecomraad die op 12 juni a.s. plaats zal vinden in Luxemburg.

Tijdens de Raad zullen lidstaten van gedachten wisselen over de gewenste uitkomst van de onderhandelingen over het voorstel voor een verordening Europese interne markt voor elektronische communicatie. De onderhandelingen zullen op basis hiervan worden voortgezet, waarbij het Letse voorzitterschap en het Europees parlement ernaar streven nog in juni tot een compromis te komen.

Het Letse voorzitterschap zal een voortgangsrapportage aan de Raad presenteren over de Richtlijn toegankelijkheid overheidswebsites. Verder zal het Letse voorzitterschap de Raad vragen te komen tot een algemene oriëntatie over het Programma inzake interoperabiliteitsoplossingen voor overheidsdiensten, bedrijven en burgers in Europa (ISA²). Ook zal een beleidsdebat plaatsvinden over de digitale interne markt, volgend op een presentatie van de Europese Commissie over het digitale interne marktpakket.

Het Letse voorzitterschap heeft ontwerpraadsconclusies opgesteld over Internet Governance. Streven van het voorzitterschap is om deze aangenomen te krijgen op de Telecomraad. Het voorzitterschap zal de Raad informeren over het voorstel voor de richtlijn netwerk- en informatiebeveiliging en tot slot zal het inkomende Luxemburgse voorzitterschap het werkprogramma voor de tweede helft van 2015 toelichten.

De Minister van Economische Zaken, H.G.J. Kamp

Verordening Europese interne markt voor elektronische communicatie

Gedachtewisseling

Lidstaten zullen van gedachten wisselen over de gewenste uitkomst van de onderhandelingen met het Europees parlement (EP). In de derde triloog, die plaatsvond op 2 juni jl., wisten het voorzitterschap en het EP geen overeenstemming te bereiken. Op basis van het debat tijdens de Telecomraad zal door het voorzitterschap een nieuw mandaat worden voorgesteld voor het vervolg van de onderhandelingen met het EP.

Lidstaten namen op 29 mei jl. met gekwalificeerde meerderheid een Raadspositie aan, waarmee het voorzitterschap de triloog op 2 juni in ging. Nederland heeft zich bij die gelegenheid uitgesproken tegen dit mandaat vanwege het ontbreken van een verbod op prijsdiscriminatie in de bepalingen over netneutraliteit. Prijsdiscriminatie betreft het verschillend tariferen van dataverbruik van internetdiensten in een internetabonnement. Een voorbeeld hiervan is een hoger tarief om Skype te kunnen gebruiken (negatieve discriminatie) of het aanbieden van gratis datagebruik van specifieke diensten zoals Spotify binnen een abonnement (positieve discriminatie, ook wel «zero-rating» genoemd). Nederland ziet «zero-rating» als bemoeienis met de vrije keuze van de consument (aanbiedingen zijn te aantrekkelijk om te weigeren) en als het scheeftrekken van concurrentieverhoudingen (nieuwe spelers op het internet lukt het niet om onderdeel te worden van «zero-rating» aanbiedingen). De Nederlandse wet verbiedt alle vormen van prijsdiscriminatie. Nederland heeft vrijwel geen steun gekregen van andere lidstaten voor het opnemen van een dergelijk verbod, met uitzondering van een lidstaat die eveneens nationale netneutraliteitsregels heeft (Slovenië). Een grote meerderheid van lidstaten is van mening dat telecombedrijven diverse aanbiedingen aan consumenten moeten kunnen doen. In de Raadspositie is opgenomen dat de nationale toezichthouder kan optreden als prijsdiscriminatie (positief of negatief) op zo’n schaal wordt toegepast dat de keuzevrijheid van consumenten significant wordt ingeperkt. Daarmee ontstaat er meer ruimte voor prijsdiscriminatie door individuele bedrijven dan in de huidige situatie. Een deel van het EP steunt een verbod op prijsdiscriminatie zoals Nederland dit invult. Tijdens de Telecomraad zal Nederland ertoe oproepen gehoor te geven aan deze wens van een deel van het EP. Naar verwachting is de weerstand onder lidstaten echter te groot om een verbod op prijsdiscriminatie onderdeel te laten zijn van een eindcompromis.

Het EP zal in het vervolg van de onderhandelingen naar verwachting pleiten voor het aanscherpen van de bepalingen over netneutraliteit middels het opnemen van een definitie van netneutraliteit. Dit kan rekenen op de steun van Nederland, aangezien het non-discriminatie principe bij de behandeling van internetverkeer daarmee verder verankerd zou worden. Ook zal het EP pleiten voor het verder afbakenen van de ruimte voor zogenaamde gespecialiseerde diensten. Dit zijn diensten die eigen capaciteit en verbeterde kwaliteit behoeven, naast het open (best effort) internet. Voorbeelden zijn gezondheids- en verkeersdiensten, maar ook IP TV van KPN of Voice over LTE (4G) van de mobiele aanbieders. Nederland heeft geen bezwaar tegen de wens van het EP om een helder onderscheid te maken tussen het open internet en gespecialiseerde diensten, zolang er ruimte blijft bestaan om laatstgenoemde diensten aan te bieden. In de Raadspositie is al vastgelegd dat het aanbieden van gespecialiseerde diensten niet ten koste mag gaan van de capaciteit van het open internet.

In het vervolg van de onderhandelingen zal veel aandacht uitgaan naar roaming. In de Raadspositie is opgenomen dat de roamingtoeslagen na 15 december 2017 helemaal zullen worden afgeschaft, binnen de grenzen van normaal gebruik. Deze grenzen worden gesteld, omdat roaming is bedoeld voor reizen en niet voor permanent gebruik. De Europese Commissie zal in een uitvoeringshandeling vastleggen waar deze grenzen liggen. Om het afschaffen van roamingtoeslagen mogelijk te maken zullen eerst de maximale tarieven die telecombedrijven elkaar rekenen voor roaming (de groothandelstarieven) worden verlaagd. Het mandaat van de Raad legt vast dat voor 15 december 2016 de groothandelsmarkt zal worden onderzocht en er een wetgevend voorstel voor verlaging van de maximale groothandelstarieven zal worden gedaan.

Daarnaast bevat de raadspositie een overgangsregime. Vanaf april 2016 tot 15 december 2017 krijgt de consument een beperkte roamingbundel waarvoor het binnenlandse tarief zonder opslag zal gelden. In de laatste tekst is die bundel 100 MB aan data, 50 belminuten en 50 sms, per 12 maanden.

Buiten de hiervoor genoemde tijdelijke bundel (tot 15 december 2017) en grenzen van normaal gebruik (na 15 december 2017) zal de consument een beperkte toeslag betalen bovenop het binnenlandse tarief. Die toeslag moet telecombedrijven in staat stellen hun eigen kosten goed te maken, en wordt gelijk gesteld aan het maximale groothandelstarief. Ook in die gevallen betaalt de consument aanzienlijk minder dan het huidige roamingtarief.

Het EP wil de roamingtoeslagen eerder afschaffen en wil een ruimere tijdelijke roamingbundel in het overgangsregime. Voor met name de zuidelijke lidstaten is dit echter onacceptabel. Zij vonden bovengenoemde datum en bundel in de Raadspositie al te genereus. Nederland steunt de Raadspositie, maar zal het voorzitterschap oproepen flexibiliteit te tonen richting het EP, binnen de grenzen van het mogelijke. Een ambitieuze ingangsdatum voor het afschaffen van de roamingtarieven voor de consument zal wel voldoende tijd moeten laten voor het verlagen van de maximale roamingtarieven op de groothandelsmarkt.

Richtlijn toegankelijkheid overheidswebsites

Voortgangsrapport

Het voorzitterschap zal een toelichting geven op de voortgang van de ontwerprichtlijn toegankelijkheid overheidswebsites. Uw Kamer is eerder geïnformeerd over de inzet van het kabinet in het BNC-fiche (Kamerstuk 22 112, nr. 1544). Dit is nader toegelicht in de brief van 25 november 2015 (Kamerstuk 21501–33, nr. 517). De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties is eerstverantwoordelijk voor deze ontwerprichtlijn.

De ontwerprichtlijn beoogt een onderlinge aanpassing van nationale wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen en maatregelen om websites van overheidsinstanties te laten voldoen aan de vereisten voor webtoegankelijkheid, met name voor gebruikers met een functionele beperking.

De doelstelling om websites van overheden toegankelijk te maken kan door de lidstaten zelf verwezenlijkt worden door toepassing van de gangbare internationale open standaard voor webtoegankelijkheid, die de Commissie inmiddels als EU-standaard heeft vastgelegd. Gebruik van deze standaard, die zonder aanpassing en volledig is overgenomen in de Nederlandse open standaard webrichtlijnen, is in Nederland al verplicht gesteld voor websites van de rijksoverheid, inclusief ZBO’s, en van medeoverheden via afspraken in bestuursakkoorden en lagere uitvoeringsregelingen. Het kabinet is voornemens de verplichting tot toegankelijke websites voor bestuursorganen wettelijk te regelen in de Wet Generieke Digitale Infrastructuur (voorheen: Wet e-overheid).

Het voorzitterschap heeft getracht de onderhandelingen, die met name nog gaan over het toepassingsgebied van de ontwerprichtlijn, de implementatietermijn en de voorschriften op het gebied van rapportage en monitoring, een impuls te geven. Het Europees parlement had eerder een amendement aangenomen om de reikwijdte van het voorstel te verruimen tot alle websites van overheidsorganisaties en van semipublieke of private organisaties die overheidstaken uitvoeren of overheidsgeld ontvangen, in plaats van een minimum lijst van (types) websites in het oorspronkelijke voorstel. Het kabinet is voorstander van een beperkt toepassingsgebied en steunt dus niet de uitbreiding van het Europees parlement. Op aandringen van een blokkerende minderheid van de lidstaten, waaronder Nederland, heeft het voorzitterschap het voorstel aangepast waarbij de reikwijdte van het voorstel is beperkt tot typen overheidsorganisaties en websites waarvoor nu in Nederland ook al de verplichting tot toepassing van de webrichtlijnen geldt. Grofweg zijn dit onze bestuursorganen, met de optie voor lidstaten om deze reikwijdte te vergroten.

Wat betreft de werkingssfeer van de richtlijn als het gaat om typen informatie op websites heeft Nederland met andere lidstaten enkele uitzonderingen bepleit voor technieken die op dit moment niet op een gangbare, uitvoerbare wijze toegankelijk kunnen worden aangeboden (bijvoorbeeld kaartmateriaal, infographics en real-time informatie) en voor oude informatie (archieven) van voor de periode dat de internationale standaard gold en die redelijkerwijs niet met terugwerkende kracht aangepast kunnen worden. Het voorzitterschap heeft de gewenste uitzonderingen voor archieven en audio visuele media overgenomen en onderzoekt de andere, mede door Nederland, verzochte uitzonderingen.

Wat betreft de monitoring en rapportage is er breed verzet vanuit de lidstaten tegen omvangrijke eisen, die ook veel administratieve lasten met zich mee zullen brengen. Monitoring en rapportage zouden zo klein en zo uitvoerbaar mogelijk moeten zijn om administratieve lasten te minimaliseren. De Commissie dient zoveel mogelijk te zorgen voor geautomatiseerde monitoring en rapportage. Een meerderheid van de lidstaten heeft bovendien gepleit voor een langere implementatietermijn. Het voorzitterschap heeft een implementatietermijn van maximaal 4 jaar na inwerkingtreding voorgesteld, wat goed uitvoerbaar wordt geacht.

Het kabinet heeft een kritische houding tegenover deze ontwerprichtlijn. Het negatieve oordeel over de noodzaak van het voorstel vindt geen weerklank in de onderhandelingen. Nederland zet zich ervoor in dat de Nederlandse bezwaren op het gebied van de proportionaliteit van het voorstel worden weggenomen. Dit vertaalt zich in een beperkt en helder toepassingsgebied, noodzakelijke uitzonderingen met het oog op uitvoerbaarheid, een realistische implementatietermijn en geen of een zeer lichte monitoring en rapportage, die niet leiden tot administratieve lasten en/of additionele kosten.

Programma inzake interoperabiliteitsoplossingen voor overheidsdiensten, bedrijven en burgers in Europa (ISA²)

Algemene oriëntatie

Het Letse voorzitterschap zal de Raad vragen te komen tot een algemene oriëntatie over het besluit tot vaststelling van een programma inzake interoperabiliteitsoplossingen voor overheidsdiensten, bedrijven en burgers (ISA²). Uw Kamer is eerder geïnformeerd over de inzet van het kabinet in het BNC-fiche (Kamerstuk 22 112, nr. 1893). De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties is eerstverantwoordelijk voor dit besluit.

Het besluit beoogt een vijfjarig programma gericht op het bevorderen van interoperabiliteit tussen Europese overheidsdiensten, met als doel het faciliteren van efficiënte en effectieve elektronische interactie (grens- of sector overschrijdend) tussen overheidsdiensten onderling en met burgers en bedrijven. In het programma worden gemeenschappelijke kaders, gemeenschappelijke diensten en generieke instrumenten ontwikkeld en beheerd ter bevordering van de interoperabiliteit tussen overheidsdiensten.

Op basis van de besprekingen lijkt er in de Raad een gekwalificeerde meerderheid te zijn voor het voorstel. Ook Nederland steunt dit besluit. Het voorliggende voorstel wordt nog besproken met het Europees parlement.

Digitale Interne Markt Strategie

Gedachtewisseling

De Raad zal spreken over de digitale interne marktstrategie. De Commissie zal deze mededeling, die zij op 6 mei gepresenteerd heeft, nader toelichten alvorens er een gedachtewisseling plaatsvindt.

De strategie is al ter sprake gekomen in de Onderwijsraad van 18 mei en in de Raad voor Concurrentievermogen van 28 mei, waarvoor uw Kamer een Geannoteerde Agenda is toegezonden (Kamerstuk 21501–30, nr. 349). Op 22 mei is uw Kamer geïnformeerd over de Nederlandse appreciatie van de strategie van de Europese Commissie door middel van een BNC-fiche (Kamerstuk 22 112, nr. 1967). Voor een omschrijving van de strategie en de algemene Nederlandse appreciatie hiervan verwijs ik graag naar deze stukken.

Nederland is verheugd over de ambities van de Commissie om het potentieel van de digitale interne markt verder te ontsluiten. Nederland zal de strategie tijdens de Raad verwelkomen en tijdens het debat pleiten voor ambitieuze en concrete stappen richting een digitale interne markt, waarbij zowel bestaande als toekomstige regelgeving ruimte biedt aan (digitale) innovatie. Nederland wacht de uitwerking van de voorstellen die voortvloeien uit de strategie met veel belangstelling af en zal die afzonderlijk op hun merites beoordelen.

Tijdens de Telecomraad zal de nadruk liggen op de onderwerpen die primair onder die raadsformatie vallen, te weten herziening van het telecomkader, cybersecurity en eOverheid. Nederland zal tijdens het debat pleiten voor gezonde mededinging in de telecommarkt middels toegangsregulering, ook bij het bestaan van twee vaste netwerken en voor meer coördinatie van spectrumbeheer waarbij lidstaten echter wel ruimte behouden om rekening te houden met nationale omstandigheden.

De Commissie stelt in de strategie dat er sprake is van belemmeringen in de markt voor grensoverschrijdende pakketbezorging en kondigt aan in de eerste helft van 2016 maatregelen te presenteren om prijstransparantie en het regelgevend toezicht te versterken. Nederland is van mening dat maatregelen die zich richten op verbeteringen via private initiatieven (zelfregulering op Europees niveau) daarbij waardevol kunnen zijn, maar is terughoudend wat betreft eventuele wetgevende maatregelen op dit gebied.

In de strategie kondigt de Commissie voorts een eGovernment actieplan aan. Nederland verwelkomt het aangekondigde actieplan, omdat het lijkt aan te sluiten bij de doelstellingen van het kabinetsbeleid, dat inzet op een digitale overheid voor betere dienstverlening aan burgers en bedrijven

Internet Governance

Raadsconclusies

Voor de Telecomraad van 12 juni aanstaande heeft het Letse voorzitterschap Raadsconclusies voorbereid over de overdracht van het internetbeheer aan de internationale internetgemeenschap. De aanleiding vormt de aankondiging van de Amerikaanse overheid dat zij het toezicht wil overdragen op belangrijke internetfuncties, de zogenaamde IANA functies (Internet Assigned Numbers Authority, te vergelijken met het (beheer van het) adresboek van het wereldwijde internet).

De internationale internetgemeenschap, onder de paraplu van ICANN, ontwikkelt een voorstel voor privatisering van deze functies. Naar verwachting wordt dit eind 2015 aan de Amerikaanse overheid voorgelegd. Nederland steunt de transitie van het toezicht van de Amerikaanse overheid op de besturing van het internet naar de internationale internetgemeenschap en actieve betrokkenheid van de EU (de Europese Commissie) bij dat proces. Voor Nederland staat een behoedzame transitie van het toezicht voorop, zonder daarbij op enigerlei wijze de stabiliteit en continuïteit van het internet in gevaar te brengen. Daarnaast zal het toezicht onder het mandaat van de internationale internetgemeenschap moeten vallen, waaronder overheden als collectief betrokken zijn. Van belang is dat dit toezicht administratief van aard is en de facto vrij van inmenging door individuele overheden. Uw Kamer is eerder geïnformeerd over het kabinetsstandpunt over het brede onderwerp internet governance middels een BNC-fiche (Kamerstuk 22 112, nr. 1816) en in het kader van het Schriftelijk Overleg over de informele Telecomraad van oktober 2014 (Kamerstuk 21501–33, nr. 506).

De conceptraadsconclusies geven steun aan het genoemde proces. Daarnaast roepen de raadsconclusies op tot verdere voortgang in dit proces en om het internet vrij en open te houden. Het kabinet kan deze lijn steunen.

Richtlijn netwerk en informatiebeveiliging

Informatiepunt

Het voorzitterschap zal de Raad informeren over de ontwerprichtlijn inzake netwerk- en informatiebeveiliging. De Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie is eerstverantwoordelijk.

Doel van de richtlijn is het waarborgen van een hoog gemeenschappelijk niveau van netwerk- en informatiebeveiliging. Momenteel verschilt het niveau per lidstaat, hetgeen leidt tot een wisselend niveau van paraatheid bij incidenten en een ongelijk niveau van bescherming van consumenten en bedrijven. Uw Kamer is over de Nederlandse inzet geïnformeerd middels een BNC-fiche (Kamerstuk 22 112, nr. 1587). Het kabinet onderschrijft de noodzaak dat er stappen gezet moeten worden op het terrein van cybersecurity en verwelkomt daarom het voorstel voor een richtlijn die tot constructieve stappen leidt naar een hoger niveau van netwerk- en informatiebeveiliging.

De Europese Commissie en het EP willen de beveiliging van het internet en de particuliere netwerken en informatiesystemen verbeteren door de lidstaten ertoe te verplichten hun eigen paraatheid te verbeteren op nationaal niveau door beter met elkaar samen te werken. Daarnaast willen zij partijen binnen bepaalde sectoren (transport, energie, gezondheidszorg, internetdiensten en de financiële sector) verplichten om adequate maatregelen te nemen om beveiligingsrisico’s te beheren en ernstige incidenten aan de nationale bevoegde autoriteiten te rapporteren.

Tijdens de Telecomraad van 27 november is eveneens gerapporteerd over de voortgang. Uw Kamer is hierover geïnformeerd (Kamerstuk 33 602, nr. 5 en Kamerstuk 21501–33, nr. 518).

Tijdens het Letse voorzitterschap zijn met name de volgende punten aan de orde gekomen: de meldplicht bij veiligheidsincidenten, operationele samenwerking tussen lidstaten en de reikwijdte van de richtlijn, meer in het bijzonder de lijst van sectoren die daaronder komen te vallen. Hoewel de verwachting was dat de richtlijn spoedig zou worden aangenomen, is er geen Raadspositie bereikt over de reikwijdte. Met name ten aanzien van de internetdiensten is sprake van een diepe verdeeldheid binnen de Raad. Ten aanzien van internetdiensten vindt een aantal landen dat de sector van vitaal belang is en moet vallen onder de Richtlijn. Daar tegenover staat een groot aantal lidstaten, waaronder Nederland, en het EP, dat geen voorstander is van het opnemen van internetdiensten onder de reikwijdte van een beperkt aantal aanbieders van vitale internetinfrastructuur. Het doel van de richtlijn is namelijk om een significant verstorende impact bij essentiële diensten te voorkomen. Daarom is de inzet van Nederland een korte basislijst van essentiële (vitale) partijen. Daarnaast zal een uitgebreide lijst leiden tot een verzwaring van administratieve lasten voor het bedrijfsleven.

De trilogen met het EP en de Europese Commissie zijn voortgezet en parallel is de bespreking in Raadsverband over de openstaande punten doorgegaan. De verwachting is dat de onderhandelingen tot minimaal het najaar zullen duren.

Zowel de Eerste als de Tweede Kamer zal door de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie na de Telecomraad hierover nader worden geïnformeerd.

Informatie van het inkomende voorzitterschap

Presentatie van het inkomende Luxemburgse voorzitterschap

Het inkomende Luxemburgse voorzitterschap zal haar werkprogramma voor de tweede helft van 2015 presenteren. In het verslag van de Telecomraad zal ik uw Kamer hierover informeren.