Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2017-201821501-20 nr. 1342

21 501-20 Europese Raad

Nr. 1342 BRIEF VAN DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 22 juni 2018

Hierbij bied ik u aan, mede namens de Minister-President, de geannoteerde agenda van de Europese Raad van 28 en 29 juni 2018.

De Minister van Buitenlandse Zaken, S.A. Blok

GEANNOTEERDE AGENDA EUROPESE RAAD VAN 28 EN 29 JUNI 2018

Inleiding

Op de agenda van de Europese Raad van 28 en 29 juni staan de onderwerpen migratie, veiligheid en defensie, banen, groei en competitie, innovatie en digitalisering, MFK, uitbreiding, handel en externe relaties. De ER zal in artikel-50 samenstelling spreken over de Brexit. Tevens zal er een Eurotop plaatsvinden. De meest recente ontwerpconclusies zijn te vinden in raadsdocument 8147/18.

Migratie

Over de inzet van het kabinet tijdens het informele werkoverleg over migratie op zondag 24 juni is uw Kamer in een aparte brief geïnformeerd (Kamerstuk 30 573, nr. 140). Tijdens de ER zal worden gesproken over de herziening van het gemeenschappelijk Europees asielstelsel. Bij de afgelopen JBZ-Raad (4-5 juni 2018) bleek de Raad nog altijd verdeeld over de herziening van de Dublinverordening1. Op moment van schrijven is nog niet bekend hoe de bespreking op de ER eruit zal zien. Zoals uw Kamer bekend zet het kabinet in op een integrale aanpak van het thema migratie2, waarbij de ambitie voor het GEAS een goed functionerend en toekomstbestendig Europees asielsysteem met de juiste balans tussen solidariteit en verantwoordelijkheid is. Daarbij gaat kwaliteit wat Nederland betreft voor snelheid: de herziening moet leiden tot een verbetering van het gemeenschappelijke Europees asielstelsel.

Veiligheid en defensie

De ER zal conform de conclusies van de ER van 14 december jl. spreken over de voortgang op het gebied van het Europese veiligheid en defensiebeleid. Daarbij zal worden ingegaan op PESCO (Permanent Gestructureerde Samenwerking), het Europese Defensiefonds, de EU-NAVO samenwerking, het civiele Gemeenschappelijk Veiligheids- en Defensiebeleid (GVDB) en de aanpak van hybride dreigingen (in het kader van de follow-up van de kwestie Salisbury). De Europese Raad zal ook conclusies aannemen op het terrein van het verbeteren van militaire mobiliteit, waarbij de lidstaten zich committeren om op dit terrein in de komende jaren de nodige voortgang te boeken. Nederland is voorstander van versterking van het Europese veiligheid en defensiebeleid en ziet graag dat er op dit terrein concrete resultaten worden geboekt. Op het terrein van verbetering van militaire mobiliteit in Europa speelt Nederland een trekkersrol, zowel in EU als NAVO verband. Genoemde onderwerpen komen ook uitgebreid aan bod tijdens de Raad Buitenlandse Zaken van 25 juni a.s. en voor de Nederlandse inzet wordt verwezen naar de kamerbrief dd. 15 juni jl. met de geannoteerde agenda voor deze RBZ (Kamerstuk 21 501-02, nr. 1888).

Banen, groei en competitie

Europees semester

Op woensdag 23 mei jl. publiceerde de Europese Commissie haar voorstel voor land-specifieke aanbevelingen in het kader van het Europees Semester. Het Semester is het jaarlijkse proces waarin EU-lidstaten hun economisch en budgettair beleid coördineren. Het Semester combineert het toezicht op macro-economische onevenwichtigheden en overheidsfinanciën met het bevorderen van economische groei in Europa. Over de appreciatie van het kabinet is uw Kamer separaat geïnformeerd3.

De voorgestelde aanbevelingen zullen worden behandeld in de Raad Werkgelegenheid, Sociaal Beleid, Volksgezondheid en Consumentenzaken (EPSCO-Raad) van 21 juni a.s. en in de ECOFIN-Raad van 22 juni a.s. Gezien de stand van de voorbereiding van deze Raden is het Europese krachtenveld op het moment van schrijven nog niet duidelijk. De RAZ van 26 juni legt naar verwachting de geïntegreerde land-specifieke aanbevelingen ter bekrachtiging voor aan de ER. Na bekrachtiging door de ER zal de ECOFIN-Raad de aanbevelingen naar verwachting op 13 juli a.s. aannemen.

Belastingen

De ER zal conclusies aannemen over het belang van eerlijke en effectieve belastingheffing, waarbij in het bijzonder naar belastingheffing in de digitale economie wordt verwezen. Zoals is ingezet in het BNC fiche4 beschouwt het kabinet de voorstellen van de Commissie hieromtrent als een waardevolle bijdrage aan de mondiale discussies over dit onderwerp. Het heeft derhalve een positieve grondhouding ten aanzien van de voorstellen, maar is nog niet overtuigd van de inhoudelijke invulling hiervan. Een nadere en uitgebreidere impact analyse van de voorstellen is naar de mening van het kabinet wenselijk. Ofschoon Nederland de voorkeur geeft aan maatregelen in OESO-verband, wil het kabinet zich constructief opstellen in discussies over de voorgestelde digitale dienstenbelasting.

Innovatie en digitalisering

De ER zal conclusies aannemen op het gebied van innovatie, onderzoek en digitalisering. Deze onderwerpen zijn besproken tijdens een informeel diner van de leden van de Europese Raad voorafgaand aan de EU-Westelijke Balkan Top op 17 mei 2018. De leden van de Europese Raad waren het in Sofia eens dat, in het licht van de snelheid van de technologische ontwikkelingen en de investeringen die elders in de wereld worden gedaan, de EU haar inspanningen op deze terreinen dient op te voeren om de Europese concurrentiekracht te versterken. Voor het verslag van deze Top en de Nederlandse positie verwijs ik u naar het «Verslag van de informele Europese Raad Westelijke Balkan van 17 mei 2018», dat uw Kamer op 22 mei jl. toeging.5

MFK

De Europese Raad zal spreken over het tijdpad voor de onderhandelingen over het Meerjarig Financieel Kader 2021–2027 (MFK). Op 2 mei jl. presenteerde de Europese Commissie het voorstel voor het nieuwe MFK. Daarnaast publiceerde de Commissie in mei-juni diverse voorstellen voor de deelterreinen onder het MFK. De Europese Commissie heeft de ambitie om voor de EP-verkiezingen in mei 2019 een akkoord te bereiken. Op dit moment bevinden de besprekingen zich nog in de technische fase.

De kabinetsappreciatie van het Commissievoorstel van 1 juni jl. vormt het integrale kader voor de Nederlandse onderhandelingsinzet voor het nieuwe MFK6. Deze inzet richt zich op significante aanpassingen van het Commissievoorstel, zowel wat betreft de omvang, inhoudelijke invulling als ook op de financiering van het MFK. Het voorstel zoals dat nu voorligt is afgezet tegen deze maatstaven onvoldoende gebalanceerd. Het voorstel doet een goede eerste stap richting verdere modernisering, maar dit moet aanzienlijk ambitieuzer worden vormgegeven. Wat het onderhandelingsproces betreft geldt voor het kabinet dat het belang van een goed resultaat voor snelheid moet gaan.

Handel

De ER zal spreken over handelspolitiek. Eenzijdige en niet WTO-conforme handelsmaatregelen, schaden de eigen economie, benadelen andere landen en ondermijnen multilaterale afspraken. Het kabinet hecht er daarom aan dat de Europese Unie het multilaterale handelssysteem, en daarbij de WTO, verdedigt en met andere landen werkt aan versterking en verbetering van dit systeem. Samenwerking met andere landen is hiervoor van groot belang. Nederland steunt dan ook een duidelijk signaal vanuit de ER over de grote waarde van het multilaterale en op regels gebaseerde handelssysteem.

Externe relaties (tbc)

Nederland is verheugd dat de Europese Raad in zijn conclusies zijn steun zal uitspreken voor VNVR-resolutie 2166 over het neerhalen van MH17 en Rusland zal oproepen zijn verantwoordelijkheid te nemen en volledig mee te werken met alle inspanningen om de waarheid te achterhalen en gerechtigheid en accountability te verzekeren. Op het moment van schrijven is nog niet bekend welke buitenlandpolitieke onderwerpen op de ER zullen worden besproken.

ER Artikel 50

De Europese Raad in Artikel 50 samenstelling (ER Artikel 50) zal kort de voortgang bespreken in de Brexit-onderhandelingen. Hoofdonderhandelaar Barnier zal een presentatie geven over de laatste stand van zaken.

Op 19 juni 2018 zijn de concept-conclusies gepresenteerd aan de EU27. Deze concept-conclusies verwelkomen de vooruitgang die is geboekt in de onderhandelingen over het terugtrekkingsakkoord. De concept-conclusies benadrukken evenwel de noodzaak tot voortgang op de Iers/Noord-Ierse grenskwestie en de politieke verklaring over het kader van de toekomstige betrekkingen. De concept-conclusies roepen het VK op om met heldere posities te komen. Tevens wordt het belang van blijvende aandacht voor maatregelen in het kader van contingency planning/preparedness benadrukt.

Het kabinet is van mening dat de concept-conclusies een goede weergave vormen van de stand van zaken in de Brexit-onderhandelingen. Het kabinet zal tijdens de ER Artikel 50 het belang van behoud van EU27 eenheid benadrukken en steun uitspreken voor de inzet van hoofdonderhandelaar Barnier in de onderhandelingen.

Eurotop

Op 29 juni aanstaande zal een Eurotop plaats vinden. De verwachting is dat de Top zich zal concentreren op voltooiing van de bankenunie en versterking van het Europees Stabiliteitsmechanisme (ESM). Daarnaast kan in bredere zin worden gesproken over de versterking van de Eurozone.

Op 25 mei jongstleden werd een Raadspositie bereikt over een pakket maatregelen om risico’s in de Europese bankensectoren te reduceren7. Tegen deze achtergrond zal de discussie zich naar verwachting richten op besluitvorming over een gemeenschappelijke achtervang voor het Single Resolution Fund (SRF). Daarnaast zal de discussie mogelijk gaan over het traject richting een Europees depositoverzekeringstelsel (EDIS).

Gemeenschappelijke achtervang SRF

In 2013 heeft de Raad verklaard uiterlijk eind 2023 een gemeenschappelijke achtervang voor het SRF in te stellen8. In ambtelijke technische werkgroepen is verkend hoe de achtervang vormgegeven zou kunnen worden. Daarbij is gebleken dat het ESM op een effectieve en efficiënte manier zou kunnen fungeren als achtervang. Nederland staat dan ook open voor het onderbrengen van de achtervang voor het SRF bij het ESM, mits bij de wijziging van het ESM-verdrag die daarvoor nodig is ook andere veranderingen ter versterking van het ESM worden doorgevoerd.

Nederland bepleit in dat kader met name het verder uitbouwen van een ordelijk raamwerk voor de herstructurering van een onhoudbare overheidsschuld. Om de effectiviteit omtrent de besluitvorming van steunprogramma’s verder te vergroten, is het kabinet daarnaast van mening dat het ESM een grotere rol kan spelen bij het uitonderhandelen en monitoren van programma’s.

Als besloten wordt om het ESM als achtervang voor het SRF te laten functioneren, zal Nederland erop inzetten dat het verstrekken van leningen aan de Single Resolution Board (SRB) unaniem moet worden goedgekeurd door de Raad van Bewind van het ESM. Op die manier houden de lidstaten volledige controle op het functioneren van de achtervang. Nederland zal ook benadrukken dat eventueel gebruik van de achtervang door de banksector wordt terugbetaald. De leningen aan de SRB moeten daarom beperkt blijven tot wat de SRB, onder andere met behulp van de heffingen die zij van de banken kan vorderen, terug kan betalen.

Sinds de start van de bankenunie is er sprake van risicodeling, onder andere via geleidelijke opbouw van het SRF door Europese banken. De afgelopen jaren is anderzijds ook sprake van vermindering van risico’s in Europese bankensectoren (Kamerstuk 21 501–07, nr. 1509). Voor het eventueel eerder dan eind 2023 operationeel worden van de gemeenschappelijke achtervang moet wat het kabinet betreft sprake zijn van verdere bewezen risicoreductie.

EDIS

In de routekaart bankenunie van 2016 is afgesproken dat de Raad de werkzaamheden met betrekking tot EDIS op technisch niveau zou voortzetten en dat de onderhandelingen op politiek niveau pas van start gaan zodra voldoende vooruitgang is geboekt met de maatregelen inzake risicoreductie. Wanneer o.m. naar aanleiding van de in mei bereikte Raadspositie de onderhandelingen over EDIS op politiek niveau van start gaan, benadrukt het kabinet dat de in Raadskader overeengekomen mate van risicoreductie ook behouden moet blijven binnen de triloog met het Europees Parlement. Het kabinet wil bovendien dat parallel ook op politiek niveau gesproken wordt over een adequate risicoweging van staatsobligaties op bankbalansen.

Eurozone begroting

Tot slot komt mogelijk ook de wens van een aantal lidstaten tot instellen van een begroting ter stabilisatie van de Eurozone ter sprake. Het kabinet is geen voorstander van een stabilisatiemechanisme voor de eurozone om de gevolgen van economische schokken op te vangen. Bij de redenering voor de noodzaak van een dergelijke capaciteit kunnen serieuze kanttekeningen worden geplaatst, zoals uiteengezet in de kamerbrief met de Nederlandse visie op de toekomst van de EMU9. Wat het kabinet betreft dient in het kader van de MFK onderhandelingen te worden gesproken over de wijze waarop het concurrentievermogen van en opwaartse convergentie binnen de eurozone kunnen worden bevorderd.


X Noot
1

Zie verslag van de JBZ-Raad van 4-5 juni 2018, Kamerstuk 32 317, nr. 516.

X Noot
2

Zie Kamerstukken 19 637 en 30 573, nr. 2375.

X Noot
3

Kamerstuk 21 501-20, nr. 1338.

X Noot
4

Kamerstuk 34 941, nr. 4.

X Noot
5

Kamerstuk 21 501-20, nr. 1341.

X Noot
6

Kamerstuk 21 501-20, nr. 1282.

X Noot
7

Kamerstuk 21 501-07, nr. 1516.

X Noot
8

«Statement of Eurogroup and ECOFIN Ministers on the SRM backstop», 18 december 2013. Deze afspraak is in de routekaart bankenunie herhaald.

X Noot
9

Kamerstuk 21 501-20, nr. 1262.