Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2015-201621501-02 nr. 1582

21 501-02 Raad Algemene Zaken en Raad Buitenlandse Zaken

Nr. 1582 BRIEF VAN DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 5 februari 2016

Hierbij bied ik u de geannoteerde agenda aan van de Raad Algemene Zaken van 16 februari 2016.

De Minister van Buitenlandse Zaken, A.G. Koenders

GEANNOTEERDE AGENDA RAAD ALGEMENE ZAKEN VAN 16 FEBRUARI 2016

Follow up ER

Een van de prioriteiten van het Nederlands Voorzitterschap is het verbeteren van de implementatie van de ER-conclusies. Voor de geloofwaardigheid en daadkracht van de Unie is dit immers essentieel. De Verdragen voorzien in een rol voor de RAZ voor de opvolging van ER-conclusies, maar tot op heden is hiervoor nog geen adequaat mechanisme voorzien. Tijdens deze tweede RAZ onder Nederlands Voorzitterschap zal hiertoe een eerste aanzet worden gedaan. Dit zal gebeuren middels een document van het Voorzitterschap ten behoeve van de ER over voortgang op migratieterrein inclusief de implementatie van de relevante ER-conclusies.

Eerdere voorzitterschappen hebben pogingen ondernomen om de goede opvolging te garanderen. Tot dusverre is een effectieve vorm niet gevonden. De actuele uitdagingen waarvoor de EU zich gesteld ziet, en de grote rol van de ER hierin, geven het kabinet aanleiding te verwachten dat er steun zal zijn bij de lidstaten voor de formulering van een adequate invulling van deze rol van de RAZ.

Voorbereiding ER februari a.s.

VK

In het kader van het aanstaande referendum in het Verenigd Koninkrijk over het lidmaatschap van de Europese Unie (EU) zal de ER van februari proberen overeenstemming te bereiken over de Britse wensen voor EU-hervorming, zoals neergelegd in de brief van premier Cameron van 10 november 2015. Dit is een vervolg op de bespreking in de ER van december 2015. In dit licht heeft de voorzitter van de Europese Raad op 2 februari jl. tekstvoorstellen gepubliceerd1 die ingaan op vier terreinen: economisch bestuur, concurrentievermogen, soevereiniteit en het vrij verkeer van werknemers en EU-burgers. Deze teksten zijn bedoeld als basis voor de bespreking tijdens de komende ER.

De tekstvoorstellen sluiten grotendeels aan bij de brede inzet van het kabinet. Zo hecht het aan de versterking van het concurrentievermogen van de EU door een diepere en eerlijkere interne markt, vermindering van de regeldruk voor bedrijven en de inzet op handelsakkoorden met derde landen. Ook de voorstellen ten aanzien van het onderwerp soevereiniteit, in het bijzonder de creatie van een «subsidiariteitsmechanisme» en een versterkte rol van nationale parlementen passen in het Nederlandse EU-beleid. Wat het economisch bestuur binnen de EU betreft, is het kabinet van mening dat zorgen over de impact van besluitvorming op lidstaten buiten de Eurozone serieus moeten worden genomen, zonder dat daarbij de ontwikkeling van de Eurozone in gevaar wordt gebracht. De voorstellen van Voorzitter Tusk doen daarvoor een aanzet, die door het kabinet nader bestudeerd wordt. Wat betreft het vrij verkeer van personen staat het kabinet in beginsel open voor het voorstel om, in een buitengewone situatie, lidstaten onder voorwaarden de mogelijkheid te geven de toegang van EU-burgers tot sociale zekerheid tijdelijk te beperken.

Het kabinet vindt het van groot belang dat het Verenigd Koninkrijk in de EU blijft, zowel voor de EU als voor het Verenigd Koninkrijk zelf. Daarbij wil het kabinet dat oplossingen voor de Britse agenda ook goed moeten zijn voor de EU als geheel. Op het moment van het schrijven van deze GA is het Europese krachtenveld nog volop in beweging. Het kabinet zal, na verdere bestudering van de tekstvoorstellen, uw Kamer voor de Europese Raad nader over de standpuntbepaling en het Europese krachtenveld informeren.

Migratie

De RAZ spreekt ter voorbereiding op de ER o.a. over de aanpak van de Europese migratiecrisis. Voor het Nederlandse voorzitterschap is het aanpakken van de migratieproblematiek topprioriteit. Het is van groot belang dat de Europese Unie gezamenlijke oplossingen blijft formuleren en dat er vooruitgang wordt geboekt. Het is waarschijnlijk dat tijdens de RAZ voor wat betreft migratie zal worden gesproken over de voortgang van de implementatie van reeds genomen maatregelen zoals de hotspots en de herplaatsing. Daarnaast zal er veel aandacht zijn voor de voortgang op het Turkije Actieplan en het terugdringen van de instroom vanuit Turkije. Ook worden de nationale maatregelen gericht op versterking van de buitengrenzen besproken.

Het kabinet informeerde uw Kamer reeds over zijn standpunt ten aanzien van de Europese asielproblematiek middels de brief van 8 september 2015 (Kamerbrief kenmerk 682347). Ook heeft het kabinet uw Kamer geïnformeerd over zijn appreciatie van de Commissievoorstellen van 9 september 2015 via de brief van 9 september 2015 (Kamerstuk II 2014–2015, 32 317 nr. 321), in de Nadere Kabinetsappreciatie EU-migratiepakket september 2015 van 5 oktober 2015 (Kamerstuk II 2014–2015, 32 317, nr. 2004), alsmede in zijn inzet voor de Valletta top (Kamerbrief 2015Z20570). De Kamer werd in de brieven van 27 oktober 2015 (Kamerstuk 21 501-20, nr. 1028), 24 november 2015 en 1 december 2015 geïnformeerd over het EU-Turkije actieplan inzake een gezamenlijke aanpak van migratie en de EU-Turkije Top. Tevens verwijst het kabinet uw Kamer naar de inzet voor de EU-Turkey Refugee Facility (Kamerstuk II 21 501-20, nr. 1054). Het kabinet vindt het belangrijk dat de ER voortgang blijft boeken in de aanpak van de Europese asielproblematiek.

Voor het Europese krachtenveld op het gebied van migratie verwijst het kabinet uw Kamer naar de verslagen van de Valletta top van 11-12 november 2015, de informele ER van 12 november 2015 (Kamerstuk 21 501-20, nr. 10520) en de Raad Algemene Zaken van 18 januari 2016 (kenmerk MinBuZa-2016.33063). Tevens wordt uw Kamer verwezen naar het verslag van de ER van 15 oktober 2015 (Kamerstuk II 2015/2016, 21 501-20 nr. 1026), de bijeenkomst van het Gemengd Comité en de Raad Justitie en Binnenlandse Zaken van 8-9 oktober 2015 te Luxemburg (DOC 2015D40461), de informele ER van 23 september 2015 (Kamerstuk II 2015/2016, 21 501-22 nr. 1005) en de ER van 17-18 december 2015 (BZ-kenmerk MinBuZa-2015.717927).

Eurozone-aanbevelingen

De Europese Raad zal worden uitgenodigd om de Eurozone-aanbevelingen te bekrachtigen. Deze aanbevelingen heeft de Raad Economische en Financiële Zaken op 15 januari jl. goedgekeurd. De Raad Algemene Zaken heeft deze aanbevelingen op 18 januari jl. besproken en doorgeleid aan de Europese Raad.

Voorbereiding ER maart a.s.

Europees Semester

Het Europees Semester is het jaarlijkse proces waarin EU-lidstaten in interactie met de Commissie hun economisch- en begrotingsbeleid coördineren. De Europese Raad bespreekt in deze context de economische situatie in de EU en de groeiprioriteiten voor komend jaar, zoals neergelegd in de Annual Growth Survey (AGS). De Commissie zal naar verwachting op 24 februari de landenrapporten presenteren, waarin de Commissie ingaat op het economisch beleid van de lidstaten.

De Europese Raad staat ook stil bij de implementatie van landenspecifieke aanbevelingen (CSRs). De Commissie publiceert jaarlijks CSRs die lidstaten aansporen tot maatregelen die bijdragen aan het bevorderen van onder meer het concurrentievermogen, groeipotentieel en schokbestendigheid van lidstaten. Die CSRs worden al dan niet met wijzigingen van lidstaten door de Raad aangenomen. De uitgebreide aandacht voor de implementatie van de aanbevelingen door thematische discussies in diverse Raadsformaties (onder andere ECOFIN, EPSCO, RvC en RAZ) is nieuw. Het kabinet wil hiermee de uitwisseling van best practices bevorderen met het oog op meer hervormingen die groei en stabiliteit vergroten. Tot nu toe is de implementatie van CSRs beperkt, met een wisselend beeld over beleidsterreinen en tussen lidstaten. Omdat de landenrapporten nog niet zijn verschenen is het op dit moment niet mogelijk een overzicht van het krachtenveld binnen de Raad op dit punt te schetsen.

De discussies in de verschillende Raadsformaties in het kader van het Europees Semester en de AGS en eventueel daarbij behorende Raadsconclusies worden door het Voorzitterschap samengevat in het syntheserapport. Dit syntheserapport zal via de Raad Algemene Zaken van 15 maart worden toegezonden aan de Europese Raad.

Interne markt

Mogelijk zal de Europese Raad van maart ook spreken over het belang van de Interne Markt voor de Europese economische groei. Over de aard van de mogelijke bespreking is op dit moment nog geen informatie beschikbaar. Voor het kabinetsstandpunt ten aanzien van de Interne Markt zij onder andere verwezen naar appreciaties ten aanzien van recente Commissievoorstellen die uw Kamer eerder zijn toegegaan (Kamerstuk 2014/2015, 22 112 nummer 1967, 2029, 2021 en 2017).

Inter-Institutioneel Akkoord Better Lawmaking

Tijdens de RAZ zal het Nederlands voorzitterschap de stand van zaken met betrekking tot de goedkeuring van de RAZ in de Raad, het Europees Parlement en de Commissie uiteen zetten. Tevens zal worden ingegaan op de wijze waarop het Nederlands voorzitterschap de implementatie van het IIA ter hand zal nemen in de komende maanden. Naar verwachting zal het IIA beter wetgeven, zoals het definitieve IIA zal gaan heten, tijdens de RAZ in maart ondertekend kunnen worden indien het daarvoor door het Europees Parlement wordt goedgekeurd. Daartoe zal het VK het parlementaire behandelvoorbehoud moeten intrekken. Binnen het Europees Parlement lijkt een meerderheid voor het IIA.

Bosnië-Herzegovina

Op 15 februari 2016 zal Bosnië-Herzegovina een EU-lidmaatschapsaanvraag indienen. Het Nederlands Voorzitterschap zal de Raad onder AOB hierover informeren. De aanvraag zal worden geagendeerd voor behandeling wanneer de Raad oordeelt dat het land heeft voldaan aan de in eerder Raadsconclusies gestelde voorwaarde van betekenisvolle voortgang op de hervormingsagenda. Hierover bestaat op dit moment nog geen consensus. Een aanzienlijk aantal lidstaten acht behandeling van de aanvraag prematuur, maar er is ook een aantal lidstaten dat vindt dat de aanvraag nu al in behandeling zou moeten worden genomen.