Handeling
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Vergadernummer | Datum vergadering |
|---|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 2025-2026 | nr. 68, item 3 |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Vergadernummer | Datum vergadering |
|---|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 2025-2026 | nr. 68, item 3 |
Vragenuur
Vragen El Abassi
Vragen van het lid El Abassi aan de minister van Asiel en Migratie, bij afwezigheid van de minister van Justitie en Veiligheid, over het bericht "Stadhuis IJsselstein zwaar beschadigd na hevig protest tegen noodopvang, burgemeester spreekt van 'terror'".
De voorzitter:
Ik geef het woord aan de heer El Abassi voor zijn vragen namens de fractie van DENK aan de minister van Asiel en Migratie, die ik van harte welkom heet in vak K. Het woord is aan de heer El Abassi.
De heer El Abassi (DENK):
Voorzitter. Stadhuizen zijn zwaar beschadigd. Er zijn hakenkruizen, geklad met de tekst "nee, azc" en discriminerende en gewelddadige uitingen richting burgemeesters, structureel. De afgelopen weken wordt het land opnieuw geterroriseerd door ronduit extreemrechts tuig in Apeldoorn, in Loosdrecht en in IJsselstein. Dit zijn geen incidenten; dit is een patroon. Dit is een patroon van haat en geweld, opgestookt door politici aan de rechterflank van deze Kamer. Iedereen die het ermee oneens is, krijgt de volle laag. Raadsleden en onschuldige burgers worden geïntimideerd en bedreigd. Burgemeesters krijgen te horen dat er op hen gejaagd wordt. Burgemeesters moeten zich uit angst achter hekken verschuilen. Dit zijn geen "bezorgde ondernemers", zoals sommige politici deze terreur met de mantel der liefde willen bedekken; dit is gewoon anti-azc-terrorisme.
Uit onderzoek blijkt dat extreemrechtse en neonazistische groeperingen zoals Defend Netherlands de anti-azc-protesten organiseren. Ze zaaien angst over de komst van asielzoekers en stoken de vreemdelingenhaat op. Dit is allemaal in dienst van hun racistische politieke agenda. Dit heeft helemaal niets te maken met legitiem protest; dit is puur anti-azc-terrorisme.
Ik wil daarom aan de minister vragen: wanneer gaat dit kabinet erkennen dat er sprake is van terroristisch geweld? Wanneer geweld en intimidatie worden ingezet om politieke besluitvorming te beïnvloeden, wanneer overheidsinstellingen bewust een doelwit worden gemaakt en wanneer bevolkingsgroepen systematisch worden gedemoniseerd, dan raken we aan de kenmerken van terrorisme. Is de minister het hiermee eens?
De voorzitter:
Het woord is aan de minister.
Minister Van den Brink:
Goedemiddag, voorzitter. Het is goed dat dit onderwerp wordt aangesneden. We hebben gezien wat er gebeurd is rondom demonstraties en het uit de hand lopen daarvan. Dit debat en deze discussie gaan over geweld, bedreigingen en vandalisme. Dit kabinet heeft nul begrip voor standpunten die gepaard gaan met gedragingen die onacceptabel zijn in onze democratische rechtsstaat. Het komt voor dat mensen in onze samenleving het niet eens zijn met beslissingen van een bestuur op lokaal of nationaal niveau, maar daar hebben we democratische middelen voor, waaronder het debat hier in het parlement, in gemeenteraadszalen en in provinciale huizen. Het recht op demonstratie, petitie en vergadering horen daarbinnen, maar geweldsuitingen horen daar op geen enkele manier bij. Los van fysieke schade schaadt het de individuele mensen en hun gezinnen, en ook onze rechtsstaat.
Om diezelfde reden accepteren wij ook niet de normalisering van allerlei extremistische uitingen, die we daar soms ook bij aanwezig zien. We zagen eerder dat politiemensen tijdens die anti-asielprotesten onder andere werden bekogeld met niet alleen allerlei voorwerpen zoals eieren en frisdrank, maar ook zwaar vuurwerk. Burgemeesters, wethouders, gemeenteraadsleden en ambtenaren zijn onder druk gezet en zelfs bedreigd. Het enige antwoord dat we hierop hebben is onze eigen democratische rechtsstaat, specifiek de opsporingsdiensten. Die vervullen hier een taak. Justitie en de politie doen dat ook. In het geval van IJsselstein, waar volgens mij origineel de vragen over gesteld waren, hebben er inmiddels ook twee aanhoudingen plaatsgevonden. We hebben hier de gezamenlijke taak om het publieke debat op een verantwoorde wijze te voeren, niet alleen hier, zoals wij hier met ons allen aanwezig zijn, maar ook buiten, in de samenleving, in heel Nederland. We moeten voorkomen dat lokale relschoppers signalen in het publieke debat opvatten als een aanjager om zich te misdragen. Daarvoor is het voor het kabinet irrelevant welke titel erop wordt geplakt, want elke vorm van geweld is onacceptabel, met welk motief dan ook.
De heer El Abassi (DENK):
Het is in het kader van het normaliseren, wat de minister terecht noemt, volgens mij wél terecht dat we daar een sticker op plakken. We zien bijvoorbeeld dat er bij het pand van D66 gekeken wordt naar een terroristisch oogmerk. We weten ook dat het wat kan doen met mogelijke daders en verdachten als ze weten dat er zo'n kenmerk op geplakt kan worden. Ik zou de minister willen vragen waarom er bij het pand van D66, terecht, gekeken wordt naar een terroristisch oogmerk en hier niet.
Minister Van den Brink:
Laat ik daarover heel helder zijn: discriminerende, racistische en antisemitische uitingen horen niet in ons land thuis, los van het feit of iets geduid kan worden als extremistisch. Het belagen van de politie en het vernielen van het stadhuis zijn ook volstrekt onacceptabel. Tegelijkertijd wordt het onderzocht en wordt er onderzoek naar gedaan. Uiteindelijk is het aan het OM om daar met een vervolgingsbeslissing over te komen en aan de rechter om daar een uitspraak over te doen. Aan de hand daarvan zal het kabinet zich voegen naar de uitspraken die daarover worden gedaan, maar wij zijn als kabinet niet het instituut dat zich dient uit te spreken over met welk motief iets gepaard is gegaan.
De heer El Abassi (DENK):
We moeten dit niet normaliseren. Ik zou toch willen dat de minister zich hier wat steviger tegen uit. Er zijn overheidsinstellingen bewust doelwit gemaakt en verschillende gemeenten hebben beslissingen teruggedraaid op basis van de terreur die heeft plaatsgevonden. Is de minister dan op z'n minst bereid om met het OM in gesprek te gaan om te kijken naar een terroristisch oogmerk?
Minister Van den Brink:
Wij hebben daarover volgens mij net hier en op veel andere momenten in de afgelopen dagen en weken in de meest krachtige bewoordingen uitspraken gedaan, ook over de aanslag op het partijkantoor van D66, waar u naar verwijst. Dat zullen we ook blijven doen, maar we zullen het uiteindelijk wel aan het OM laten om daar uitspraken over te doen. Ik kan u wel zeggen dat we natuurlijk ook kijken naar of er sprake is van georganiseerde acties rondom de gewelddadigheden die we zien. Daar wordt ook onderzoek naar gedaan. Daar is de AIVD ook een onderdeel van. Er wordt dus alles op alles gezet om het te onderzoeken, maar het is uiteindelijk aan het OM en aan de rechter om daar een oordeel over te vellen.
De heer El Abassi (DENK):
Uitspraken van het OM ... Ook wij doen hier uitspraken, of dat nu gaat over leuzen of over bepaalde handelingen. Ik zou de minister willen vragen: wat vindt de minister van het feit dat we constant te maken hebben met symbolen als hakenkruizen, "Sieg-heilen" en NSB-vlaggen? Vindt de minister dat antisemitisch?
Minister Van den Brink:
We hebben natuurlijk al vaak het debat gevoerd over welke uitingen wel of niet verboden zijn. Er is geen algemeen verbod in Nederland op bepaalde typen uitingen, want het vooraf verbieden van uitingen is namelijk preventieve censuur en dat is niet toegestaan door onze Grondwet, maar het kan wel degelijk strafbaar zijn als je een bepaalde vlag draagt of een andere uiting doet in het openbaar. Dat zal het Openbaar Ministerie altijd per concreet geval beoordelen, maar daar spelen wel de context waarmee dat wordt gedaan en hoe dat plaatsvindt een rol. Maar het in de openbaarheid tonen van een hakenkruisvlag of een prinsenvlag kan strafbaar zijn en onder meer opruiing, groepsbelediging of aanzetten tot haat, discriminatie of geweld opleveren. Ook hier geldt weer dat we een wetboek hebben. In het wetboek is het verankerd. Uiteindelijk is het aan het OM en aan de rechterlijke macht om daarover te oordelen.
De heer El Abassi (DENK):
We hebben inderdaad een wetboek en we hebben ook hier in het huis de rol om dingen niet te normaliseren en niet normaal te maken. We hebben het hier over hakenkruizen, nazistische symbolen en "Sieg-heilen". Als de minister zegt dat dat strafbaar kán zijn en hij dat harde bewoordingen vindt, dan kan ik u vertellen dat wij daar als partij veel steviger in staan.
Is de minister bereid om ook de extreemrechtse olifanten in deze Kamer te benoemen, namelijk dat het anti-azc-terrorisme wordt opgestookt en gelegitimeerd door politieke partijen aan de rechterflank die angst zaaien tegen nieuwkomers?
Minister Van den Brink:
Laten we allemaal onze eigen rol spelen. Niet spelen als in spelen, maar als in zuiver zijn over welk instituut we vertegenwoordigen. Ik vertegenwoordig het instituut van het kabinet. Ik ben hier minister. In die zin roep ik onze samenleving op om ieder debat op een fatsoenlijke wijze te voeren. Ik verwerp iedere uiting van geweld, zoals vuurwerk gooien en allerlei andere zaken die richting bestuurders of richting gebouwen gaan. Laat het debat in deze Kamer gaan over onze ideeën. Laten we het op die manier met elkaar voeren. Dat is mijn rol als minister. Ik ga niet de Kamer becommentariëren in die zin.
De voorzitter:
De heer El Abassi, afrondend.
De heer El Abassi (DENK):
Ik had gehoopt dat de minister het ook zou hebben over woorden als "asielinvasie", "omvolking" en "Nederland terugpakken", bewoordingen die hierbij voorkomen.
Ten slotte: wat gaat de minister doen om gemeenten te beschermen tegen dit anti-azc-terrorisme? Hoeveel daders zijn er opgepakt? Is de minister bereid om snelrecht toe te passen? Wat gaat hij doen om burgemeesters te steunen?
Minister Van den Brink:
Wij zetten zeker alle middelen in die de politie tot haar beschikking heeft, waaronder het snelrecht, bijvoorbeeld voor de mensen die in IJsselstein zijn aangehouden. De onderzoeken lopen door. Er worden verschillende gebiedsverboden ingezet. Er worden controles gedaan bij mensen thuis op vuurwerk of anderszins, ten aanzien van verdachte acties die mensen wilden ondernemen. De rechtsstaat functioneert dus volop. Tegelijkertijd hebben wij een debat met elkaar te voeren over hoe wij omgaan met asiel. Daarvoor sta ik dan ook nog. Ik vervang hier vandaag de minister van Justitie, maar mijn dagelijkse bezigheden richten zich op het beperken van de instroom in Nederland, om het draagvlak voor asiel te behouden, en tegelijkertijd op het realiseren van de opvang die noodzakelijk is. Dat is mijn opdracht.
De heer Mathlouti (D66):
Er wordt vaak in dit huis gezegd dat demonstreren een groot goed is. Daar moeten we volgens mij heel trots op zijn. Als inwoners van een bepaalde gemeente zich zorgen maken omdat daar een overheidsbesluit is genomen, is het aan die gemeente om die zorgen serieus te nemen en daarover het gesprek te voeren. Ik denk dat de burgemeester van Den Bosch dat gisteren op tv heel goed verwoordde. Maar we zien een patroon — de heer El Abassi zei het ook — van geweld, intimidatie en vernieling. Het is toch wel zaak, ook met het oog op verdere openingen van azc's in het kader van de Spreidingswet, om dat glashard te normeren.
De voorzitter:
Uw vraag?
De heer Mathlouti (D66):
Wat gaat het kabinet de komende tijd concreet doen om het keihard te veroordelen en te normen? Ik proefde net namelijk een beetje een ontwijkend antwoord.
Minister Van den Brink:
Ik gaf net aan dat we dit debat en deze discussie wat mij betreft helemaal niet starten met het demonstratierecht. Dit debat gaat gewoon over geweld en over het uitspreken dat geweld op geen enkele manier in onze samenleving hoort. Er is geen enkel motief voor geweld dat dit kabinet acceptabel vindt voor het verkondigen van je mening over wat dan ook. Daarmee heb ik dus genormeerd. Tegelijkertijd zetten we de rechtsstaat ten volle in om mensen te vervolgen die daaraan hebben bijgedragen. Met de AIVD doen we onderzoek naar eventuele patronen die daarachter zitten.
Ten slotte sta ik naast alle lokale bestuurders die uitvoering geven aan wetten die in dit parlement tot stand zijn gebracht, waaronder de Spreidingswet. Ik zie dat bestuurders dat blijven doen. Ik zie dat er ook op lokaal niveau flinke demonstraties plaatsvinden. Dat is een goed recht, als dat op een fatsoenlijke manier gebeurt. Tegelijkertijd houden diezelfde bestuurders vast aan hun voornemen om asielopvang te openen, omdat we dat met elkaar hebben afgesproken.
De heer Ceulemans (JA21):
Het is heel simpel: alles wat te maken heeft met geweld, intimidatie en vernielingen is op geen enkele manier goed te praten. Dat veroordelen wij zonder mitsen of maren. Wat het eveneens heel kwalijk maakt, is dat het ook partijen als DENK de gelegenheid biedt om te doen alsof al die inwoners die nu worden geconfronteerd met een noodopvangvoorziening in hun dorp, wat een gemeenschap ontwricht, terroristen of neonazi's zijn. Dat zijn gewoon nette, hardwerkende mensen die van de ene op de andere dag geconfronteerd worden met iets wat ze niet willen. Ik vraag de minister: erkent hij dat het heel legitiem is om daar grote bezwaren tegen te hebben? Erkent hij dat het verzoek dat hij heeft gedaan voor die noodopvang een bom heeft laten afgaan in heel veel van die gemeenten en dat de afgelopen weken hebben laten zien dat daar gewoon geen draagvlak voor is?
Minister Van den Brink:
Ik erken dat ik als minister uitvoering geef aan een wet. Uitvoering geven aan een wet is volgens mij het begin van mijn werkzaamheden als minister. Dat doe ik zo goed mogelijk in overleg met lokaal bestuur. Ik zie natuurlijk ook dat het feit dat de wet de afgelopen tijd onvoldoende is uitgevoerd, leidt tot een vraag van mij voor spoednoodopvangplekken. Dat heeft tot gevolg dat er sprake is van een veel snellere realisatie. Omdat het om spoedplekken gaat, ontstaat er een discussie op lokaal niveau. Tegelijkertijd erken ik dat iedere vorm van demonstratie en overleg en mensen die daar bezorgd over zijn gewoon onderdeel zijn van onze samenleving. Laten we het asjeblieft mooi vinden aan onze samenleving dat je hier in dit land bezorgd kunt zijn en daar uiting aan kunt geven. Tegelijkertijd — dat hoor ik u ook zeggen — moeten we acuut een streep trekken en het niet meer hebben over demonstratierecht, maar over geweld, als mensen met vuurwerk beginnen te gooien naar onze politieagenten. Laten we het in die zin gewoon simpel maken. Laten we in dit land een debat hebben over onze zorgen, over wat onze opgave is en over wat we met elkaar hebben afgesproken in wetgeving. Laten we dat op een fatsoenlijke manier doen. Zo simpel is het.
De heer Ceulemans (JA21):
Het probleem is natuurlijk dat mensen in gemeenten zien dat de landelijke politiek al jarenlang faalt als het gaat om asiel. Al jarenlang gebeurt er niets aan instroombeperking. Mensen zien dat er per week 1.000 asielzoekers binnen blijven komen en dat de politiek niets doet. Het enige wat ze wel zien, is dat er op verzoek van deze minister ineens van de ene op de andere dag en zonder aankondiging een noodopvanglocatie in hun gemeente komt. Dat ontwricht een gemeenschap. Ik heb begrepen dat de eerste asielzoekers in Loosdrecht inmiddels zijn aangekomen. Is de minister het met mij eens dat dit ook vanuit de kant van een gemeente geen prestigestrijd mag worden? Het moet niet zo zijn dat een gemeente zegt "ik zet dit nu coûte que coûte door, omdat ik niet wil zwichten", terwijl dat protest komt van nette mensen. De afgelopen dagen hebben laten zien dat het in alle opzichten gewoon extreem onverstandig is omdat plan door te zetten.
Minister Van den Brink:
Ik steun ten volle dat die gemeenten niet zwichten voor geweld. Dat is mijn simpele antwoord.
Mevrouw Teunissen (PvdD):
Nederlandse dorpen en steden zijn geteisterd door extreemrechts geweld. We moeten niet vergeten dat het deze minister zelf was die een oproep, een noodkreet, heeft gedaan aan burgemeesters om voor noodopvang te zorgen. Nu doen die burgemeesters dat. Ze steken hun nek uit en ze worden geïntimideerd en bedreigd. Er zijn gewelddadigheden, er zijn hakenkruizen en er wordt "Sieg Heil" geroepen. En wat doet het kabinet? Het is oorverdovend stil. Er is geen reactie van de premier en geen reactie van de vicepremier. Zij zegt alleen wel: we hebben toch een probleem; we moeten grip krijgen op die migratie.
De voorzitter:
Uw vraag?
Mevrouw Teunissen (PvdD):
Ik hoorde deze minister net ook weer zeggen: we hebben een debat te voeren over asiel. Nee, we hebben een debat te voeren over de opkomst van extreemrechts geweld.
De voorzitter:
Uw vraag, mevrouw Teunissen?
Mevrouw Teunissen (PvdD):
Waarom spreekt de minister zich daar niet duidelijker tegen uit?
Minister Van den Brink:
Ik denk dat dit fantastisch laat zien hoe het in deze Kamer gaat. Er zijn nogal grote tegenstellingen. Ik heb de vraag nu namelijk van verschillende hoeken gekregen. Ik zal de hoeken geen kwalificatie geven. Dit kabinet is gewoon heel duidelijk. Wij hebben een veroordeling uitgesproken over iedere vorm van geweld. Dat hebben we al een paar keer gedaan en dat blijven we doen. Ik ben daarop aanspreekbaar en ik zal daar ook op aanspreekbaar blijven. Bij iedere vorm van geweld met een motief, waar u op duidt, zal ook gewoon vervolging plaatsvinden. In die zin werkt onze rechtsstaat voor al diegenen die zich misdragen en geweld gebruiken. Dat moeten we blijven doen. Dat moeten we ook blijven normeren. Tegelijkertijd zal ik eraan blijven werken dat we wel een debat kunnen voeren over asiel, dat ik wel het debat blijf voeren over instroombeperkende maatregelen en dat ik net zozeer het debat voer over opvang. Dat hoort namelijk bij elkaar. Ik heb hier al heel vaak gezegd, ook vanaf een andere plek toen ik hier nog een andere rol had, dat iedereen die probeert het asieldebat in tweeën te knippen door alleen over instroom of alleen over opvang te praten, geen recht doet aan het probleem. We hebben én de instroom te beperken én de opvang met elkaar op te lossen. Ik kan het niet mooier maken, maar dat is wel waar ik mee door zal blijven gaan.
Mevrouw Teunissen (PvdD):
Dit extreemrechts geweld is mede toegenomen door ophitserij, ook in deze Kamer en ook in het kabinet, door vluchtelingen steeds als zondebok aan te merken. Vervolgens zeg je dan: we hebben wel noodopvang nodig, dus we gaan een brief sturen. Er zijn burgemeesters die hun nek uitsteken en het kabinet is zich prima bewust van de gevoelige context waarin ze deze brief sturen. Burgemeesters steken hun nek uit, en als er vervolgens enorme rellen zijn, als er met vuurwerkbommen naar de politie wordt gegooid, is het vanuit de premier oorverdovend stil en is het vanuit de vicepremier oorverdovend stil, terwijl altijd die veiligheid vooropstaat. Ik vraag dan of de minister van Asiel zich niet heel alleen heeft gevoeld in het kabinet, omdat er niet steviger stelling is genomen en we niet weigeren te normaliseren dat hier sprake is van extreemrechts geweld. Waarom trekt het kabinet geen heldere lijn?
Minister Van den Brink:
Ik heb niet echt een aanleg om mij alleen te voelen. Dat voel ik mij ook niet, zeker niet in dit kabinet, omdat we met elkaar heel duidelijke afspraken hebben gemaakt. Ik sta gewoon voor die afspraken en die voer ik ook uit. Ik heb daarvoor de volledige steun van het kabinet. Dat betekent dat ik doorga met het realiseren van instroombeperkende maatregelen en met het realiseren van opvang door uitvoering te geven aan de Spreidingswet. Ik blijf in gesprek met alle gemeentes die dat voor mij proberen te realiseren. Ik doe een groot beroep op hen; dat snap ik ook. Ik heb grote waardering voor alle handhavers van onze openbare orde die daar elke dag weer staan en voor burgemeesters, wethouders en gemeenteraadsleden die samen proberen asielopvang te realiseren. Alle andere woorden werp ik toch enigszins van mij, omdat daar allerlei suggesties in zitten die het kabinet niet tot de zijne rekent.
De heer Dassen (Volt):
We zien dat extreemrechtse bewegingen internationaal samenwerken rond deze azc-protesten. Mijn vraag aan deze minister is: wat heeft het kabinet concreet ondernomen om te zorgen dat die bewegingen worden tegengegaan?
Minister Van den Brink:
Dat is een van de vragen die ook op lokaal niveau worden bekeken. Op lokaal niveau wordt op het moment dat een demonstratie wordt aangemeld, natuurlijk ook gekeken welke mensen daarbij betrokken zijn en welke mogelijkheden we hebben om mensen die daar eerder zijn verschenen en geweld hebben gebruikt, gebiedsverboden op te leggen. Ik weet dat dat in verschillende gemeenten is gedaan en dat daar nauw overleg over is tussen de diensten. Ook de AIVD doet onderzoek naar de vraag of hier sprake is van andere vormen van geweld of georganiseerdheid. Op die manier wordt alles op alles gezet om daar een goed beeld van te hebben en daarop te handhaven.
De heer Dassen (Volt):
De minister had het net over draagvlak. Het draagvlak in de samenleving om mensen op te vangen die op de vlucht zijn voor oorlog en geweld, is heel hoog. Nog steeds. Ook zie je daar waar azc's komen, dat het vertrouwen altijd weer terugstijgt naar het oorspronkelijke niveau. Tegelijkertijd zien we dat extreemrechtse bewegingen dit draagvlak aan het ondermijnen zijn in deze discussie, die aangejaagd wordt door een gedeelte van deze Kamer, dat inderdaad hitsend mensen oproept om hiermee door te gaan. Dan zou ik verwachten dat er vanuit dit kabinet hele harde actie wordt ondernomen om te zorgen dat die bewegingen worden tegengegaan. Die worden namelijk groter; daar wordt voor gewaarschuwd. Mijn vraag is, nogmaals: als deze minister zegt dat draagvlak belangrijk is, hoe rijmt hij dat er dan mee dat er nu geen extra stappen worden genomen om te zorgen dat deze bewegingen worden tegengegaan, die inderdaad deze azc-protesten misbruiken en gebruiken om haat en verdeeldheid in onze samenleving te pompen?
Minister Van den Brink:
Op het moment dat die signalen er zijn, van personen die op welke manier dan ook geradicaliseerd zijn of extremistisch gedachtegoed aanhangen en dat als motief gebruiken om hier geweld te plegen, zal daarop gehandhaafd en gehandeld worden door de politie en de diensten. Alles wat beschikbaar is aan inzet van middelen wordt door alle diensten toegepast, maar er moet wel eerst een handeling plaatsvinden voordat daarop geacteerd kan worden. In die zin wordt alles op alles gezet.
De heer El Abassi (DENK):
Kan de minister toelichten waarom hij hakenkruizen, NSB-vlaggen en siegheilgeroep niet kan bestempelen als antisemitisch?
Minister Van den Brink:
Ik heb net aangegeven hoe wij daar in dit land mee omgaan. Als dat gebeurt, wordt er door het OM en de politie op gehandhaafd. Als u van mij wilt horen dat ik elke vorm die u net noemde, verwerpelijk vind, kan ik wel zeggen: natuurlijk vinden wij dat verwerpelijk. Dat hoort absoluut niet thuis in een samenleving die die herinneringen op geen enkele manier wil terugzien, ook niet bij mensen die op straat dat soort dingen tonen. Uiteindelijk is het aan OM, politie en justitie om daarvoor straffen op te leggen.
De heer El Abassi (DENK):
Fijn, fijn. Ik ben blij dat ik deze verhelderende vraag heb gesteld. Uw premier, onze premier, de heer Jetten, durft wel aan mevrouw De Vos van FVD — dat is mijn partij niet, voorzitter — te vragen om afstand te nemen van antisemitisme. Het is niet veroordeeld, maar hij doet het wel en normeert daarmee, maakt een gebaar die kant op. We hebben hier dus een kabinet dat op het ene moment, richting een partij, wel normeert en mensen aanspreekt, maar in een ander geval muisstil is.
De voorzitter:
Wat is uw vraag?
De heer El Abassi (DENK):
Ik snap dat niet. Kan de minister dat toelichten?
Minister Van den Brink:
Ja, hoor, dat kan ik heel goed. Ik normeer iedereen die op straat dit soort uitingen doet. Tegelijkertijd ga ik niet iedere politicus die hier de afgelopen tijd iets, wat dan ook, over gezegd heeft, becommentariëren. Ik gebruik mijn tijd liever voor het realiseren van oplossingen in dit land dan voor het elkaar toedichten van allerlei kwalificaties.
De heer Wilders (PVV):
Het gebruik van geweld is altijd en overal fout en moet veroordeeld worden. Ik zou de minister willen vragen om hiermee te kappen en die vermaledijde Spreidingswet in te trekken. Met de Spreidingswet maakt de minister één groot azc van Nederland. Het is terecht dat mensen daartegen fel in verzet komen. 99% van de Nederlanders die in verzet komen en demonstreren, gebruiken godzijdank geen geweld. Kunt u nou toezeggen op te houden met die Spreidingswet? Ik roep alle gemeenten in Nederland op om tot het uiterste te gaan om zich te verzetten tegen die Spreidingswet. Ga desnoods als gemeentebestuur naar de rechter, tegen de minister en het kabinet. Probeer voor mekaar te krijgen dat de rechter ervoor zorgt dat die Spreidingswet niet hoeft te worden geëffectueerd. Ik hoop dat meer mensen gaan demonstreren — altijd geweldloos — en dat gemeenten zich tot aan de rechter toe gaan verzetten tegen die vreselijke wet van u. Ik vraag u ten slotte: trek die vreselijke Spreidingswet in en luister een keer naar Nederland.
Minister Van den Brink:
Laat ik zeggen dat dit een bijzondere vorm is. Als iets in het parlement niet lukt … Dit is de plek waar wetgeving in Nederland tot stand wordt gebracht. Hier is bij meerderheid besloten om de Spreidingswet aan te nemen. Als je daar al van af zou moeten willen, moet je ook een meerderheid hebben om die af te schaffen. De heer Wilders roept nu op om dat eigenlijk door allerlei andere mensen in de samenleving te laten doen, maar dat veroorzaakt precies de polarisatie die ervoor zorgt dat we tegenover elkaar staan, terwijl we een aantal dingen met mekaar op te lossen hebben. U heeft de afgelopen jaren kabinetservaring opgedaan. Toen is de Spreidingswet ook niet ingetrokken. Dit kabinet realiseert de beperking van de instroom met een aantal maatregelen die u ook bekend in de oren moeten klinken. Daarnaast moeten we de problemen bij de opvang gewoon oplossen, omdat we op dit moment onvoldoende plekken hebben. Dat kan door uitvoering te geven aan de Spreidingswet, die gewoon in dit parlement tot stand is gebracht. Ik denk dat het in een parlementaire democratie een goed vertrekpunt is om daaraan vast te houden.
De voorzitter:
Ik dank de minister voor de beantwoording van de gestelde vraag.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/h-tk-20252026-68-3.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.