21 Openbaar vervoer en taxi

Openbaar vervoer en taxi

Aan de orde is het tweeminutendebat Openbaar vervoer en taxi (CD d.d. 15/04).

De voorzitter:

De staatssecretaris blijft in ons midden, want we gaan door met het tweeminutendebat Openbaar vervoer en taxi. Daarvoor geef ik het woord aan de heer De Hoop, als eerste spreker van de zijde van de Kamer. Dat doet hij namens GroenLinks-Partij van de Arbeid. De heer De Hoop heeft het woord.

De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):

Dank u wel, voorzitter. Nog net voor het meireces heeft de Kamer het voorstel van Progressief Nederland gesteund om de komende zomermaanden te zorgen voor een Nederlandticket. Ik denk dat dat heel erg verstandig is en ook heel erg fijn voor heel veel mensen die graag met de trein willen reizen. De minister-president zei in dat debat ook toe: wij gaan ervoor zorgen dat dat zo snel mogelijk ingevoerd kan worden. Wij horen van de vervoerders ook dat dat 1 juni zou kunnen. Mijn vraag aan de staatssecretaris is of zij die opdracht al aan de NS heeft gegeven, wanneer we die opdracht kunnen verwachten als dat nog niet zo is, hoe het staat met de uitvoering en wanneer reizigers hier weten hoe ze aan dat ticket kunnen komen, zodat zowel de communicatie als de uitvoering op orde is.

Voorzitter. Dan maakte de NS afgelopen week ook nog bekend dat de gemeente Amersfoort met een proef komt met gratis openbaar vervoer. Dat is iets waar wij als Progressief Nederland al heel vaak voor gepleit hebben, om dat breder in Nederland te doen. Ik was benieuwd of de staatssecretaris van plan is om dat verder te betrekken bij de plannen om het openbaar vervoer betaalbaarder te maken.

Voorzitter. Ten slotte heb ik nog een punt van zorg. De wachtrijen bij de Eurostar naar Londen nemen ontzettend toe door een nieuw EU-grenssysteem. Door een tekort aan marechaussees moeten reizigers langer wachten, hebben treinen vaker vertraging en zie je dat het aantal treinen naar Londen zelfs niet wordt uitgebreid terwijl de vraag wel toeneemt. Dat is natuurlijk superjammer, want we willen allemaal graag dat mensen ook vaker internationaal de trein pakken. Ik zou aan de staatssecretaris willen vragen wat zij gaat doen om die urgente problemen aan te pakken en of zij ook het ongelijke speelveld ziet tussen bijvoorbeeld de luchtvaartsector, waar heel veel mensen van de marechaussee zijn, en het openbaar vervoer. Op Lelystad Airport zijn volgens mij ook mensen van de marechaussee, die daar nog steeds zijn of die daar in ieder geval voor ingehuurd zijn, die je misschien ook in zou kunnen zetten op het centraal station. Dat lijkt mij heel erg verstandig. Ik zou graag daarover geïnformeerd worden. Als de staatssecretaris daar nu nog geen antwoord op kan geven, dan kan ze daar misschien een brief over sturen naar de Kamer.

De voorzitter:

Dank u wel. Het woord is aan mevrouw Van der Plas namens de BBB. Gaat uw gang.

Mevrouw Van der Plas (BBB):

Dank u wel. Ik heb drie moties.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de sociale veiligheid in het openbaar vervoer onder druk staat en dat personeel en reizigers steeds vaker te maken krijgen met overlast en agressie;

overwegende dat slimme technologieën, zoals AI-gestuurde camerabewaking, kunnen helpen om onveilige situaties sneller te herkennen en op te volgen;

overwegende dat de inzet van deze technologieën vraagt om duidelijke voorwaarden, goede samenwerking en een heldere juridische basis;

constaterende dat er nog geen landelijk toepasbaar kader en geen concreet plan voor invoering is;

verzoekt de regering om samen met vervoerders, ProRail, handhaving en betrokken ministeries te komen tot een landelijk en uniform kader en een concreet implementatietraject voor de inzet van slimme technologieën ter ondersteuning van sociale veiligheid in het openbaar vervoer, en de Kamer hierover voor het einde van het jaar te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Van der Plas.

Zij krijgt nr. 885 (23645).

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de NS in 2022 vanwege de grote tekorten aan hoofdconducteurs een grote campagne heeft uitgerold om meer hoofdconducteurs op te leiden en aan het werk te laten gaan;

overwegende dat deze campagne succesvol is geweest;

constaterende dat er nu een tekort is aan medewerkers Veiligheid & Service bij de NS;

overwegende dat met meer V&S'ers, medewerkers Veiligheid & Service, meer gewerkt kan worden aan veiligheid op stations;

verzoekt het kabinet om in overleg met de NS een vergelijkbare campagne te starten voor medewerkers Veiligheid & Service, en de Kamer hierover voor de zomer te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Van der Plas.

Zij krijgt nr. 886 (23645).

Mevrouw Van der Plas (BBB):

Dan de laatste.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat op 21 april de eerste bodycams zijn uitgereikt aan hoofdconducteurs;

verzoekt het kabinet om de Kamer voor het kerstreces de eerste resultaten van het bodycamgebruik toe te sturen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Van der Plas.

Zij krijgt nr. 887 (23645).

Dank u wel. Het woord is aan mevrouw Beckerman namens de SP.

Mevrouw Beckerman (SP):

Goedemiddag. €66,60: dat kost een retourtje tweede klas vanuit Groningen naar de Tweede Kamer — over toegang tot de democratie gesproken. We komen eigenlijk elke energiecrisis opnieuw in dezelfde situatie terecht. Voor sommigen is het zelfs altijd crisis. Aan de ene kant wordt de brandstof veel te duur, en het verschraalde ov is eveneens duur en voor velen geen alternatief. Als we slim zijn, zetten we daarom de komende tijd ten eerste in op meer ov, ten tweede op goedkoper of zelfs gratis ov en ten derde op een einde aan de marktwerking. Er is een eerste stap gezet met het Nederlandticket. We hebben dat van harte gesteund. Tegelijkertijd is het natuurlijk ook maar een heel klein stapje: het ticket bestaat alleen in de zomer en alleen buiten de spits, waardoor het voor veel werkers nog niet geschikt is. Het lijkt dus meer een Tienertoer of een Zomertoer. Daarom is er de komende tijd natuurlijk ook veel meer nodig.

Voorzitter. Ik heb dit debat één motie. U heeft er meteen zin in volgens mij.

De voorzitter:

Ik leef mee.

Mevrouw Beckerman (SP):

Ja. Voorzitter, de motie.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het kabinet voornemens is een Nederlandticket in te voeren waarmee reizigers voor €49 per maand in de daluren gebruik kunnen maken van het openbaar vervoer;

overwegende dat het Nederlandticket slechts tot september loopt en veel mensen ook buiten de daluren afhankelijk zijn van het openbaar vervoer;

verzoekt de regering bij de begroting van 2027 verregaandere voorstellen te presenteren om het ov structureel betaalbaarder te maken,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Beckerman.

Zij krijgt nr. 888 (23645).

Mevrouw Beckerman (SP):

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel. Dan is het woord aan de heer El Abassi voor zijn inbreng namens DENK.

De heer El Abassi (DENK):

Voorzitter. Ik heb een aantal moties.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de kosten van openbaar vervoer de afgelopen jaren zijn gestegen;

overwegende dat betaalbaar openbaar vervoer essentieel is voor bereikbaarheid en gelijke kansen;

verzoekt de regering om in kaart te brengen welke mogelijkheden er zijn om het openbaar vervoer betaalbaar te houden, waaronder het beperken van tariefstijgingen, en de Kamer hierover te informeren vóór de begrotingsbehandeling,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid El Abassi.

Zij krijgt nr. 889 (23645).

De heer El Abassi (DENK):

Dan de volgende motie.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat stijgende kosten, waaronder brandstofprijzen, druk zetten op de taxibranche;

overwegende dat deze sector van belang is voor bereikbaarheid en werkgelegenheid;

verzoekt de regering om in overleg met de sector te verkennen tegen welke knelpunten taxiondernemers aanlopen en welke gerichte maatregelen mogelijk zijn om de sector te ondersteunen, en de Kamer hierover te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid El Abassi.

Zij krijgt nr. 890 (23645).

De heer El Abassi (DENK):

Dan de volgende motie.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat EU-lidstaten verschillende maatregelen nemen om brandstofprijzen te beïnvloeden;

overwegende dat inzicht in deze maatregelen kan bijdragen aan effectief beleid in Nederland;

verzoekt de regering om een overzicht te geven van recente maatregelen in andere EU-landen en de toepasbaarheid daarvan voor Nederland te beoordelen, en de Kamer hierover te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid El Abassi.

Zij krijgt nr. 891 (23645).

De heer El Abassi (DENK):

En dan mijn laatste motie, voorzitter.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat brandstofprijzen sterk zijn gestegen en een groot deel van de prijs bestaat uit belastingen en heffingen;

overwegende dat dit huishoudens en ondernemers raakt in hun koopkracht;

verzoekt de regering om de opbouw van de brandstofprijs inzichtelijk te maken en verschillende beleidsopties in kaart te brengen om de prijsdruk voor huishoudens en ondernemers te beperken, en de Kamer hierover vóór de zomer te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid El Abassi.

Zij krijgt nr. 892 (23645).

De heer El Abassi (DENK):

Dank u wel, voorzitter.

De voorzitter:

Dank u wel. Dan is het woord aan de heer Grinwis, die spreekt namens de ChristenUnie.

De heer Grinwis (ChristenUnie):

Voorzitter, dank u wel. We hebben in de commissiezaal een mooi debat in twee bedrijven achter de rug over het openbaar vervoer en taxi's. De zorg van de ChristenUnie gaat uit naar het in stand houden van een breed beschikbaar ov dat ook nog eens betaalbaar is. Die beide zaken staan onder druk. Het is daarom goed dat er een amendement is aangenomen waarmee twee keer 224 miljoen euro beschikbaar komt om dreigende prijsverhogingen en verschraling van het ov tegen te gaan, met name in een aantal provincies van Nederland maar eigenlijk in heel Nederland.

Mijn vraag aan de staatssecretaris is wanneer provincies, maar ook andere gremia, de uitvoering van dit amendement tegemoet kunnen zien. Ten tweede wil ik vragen of zij misschien iets kan vertellen, in het verlengde van de vragen van de heer De Hoop, over de dekking van het Nederlandticket, het dalurenticket voor de trein, want volgens mij zit daar net het pièce de résistance. Die discussie ligt nog open. Wordt de rekening gewoon fiftyfifty verdeeld tussen KGG en IenW? Hoe wordt het betaald? Gaat het niet ten koste van andere ov-gelden? Daar zit nog wel een zorg van mij.

Voorzitter. Dat waren mijn vragen in dit tweeminutendebat. Van mijn kant zijn er verder geen moties.

De voorzitter:

Dank u wel. Dan is het woord aan de heer Schutz voor zijn inbreng namens de VVD.

De heer Schutz (VVD):

Voorzitter. Toegankelijk ov is voor mensen met een visuele beperking geen luxe maar een noodzaak. Daarom heb ik een motie.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de toegankelijkheid van het openbaar vervoer, inclusief die van mensen met een visuele beperking, op grond van het Bestuursakkoord Toegankelijk Openbaar Vervoer 2022-2032 een gezamenlijke verantwoordelijkheid is van Rijk, provincies, vervoerregio's en gemeenten;

overwegende dat het Rijk in 2024 30 miljoen euro beschikbaar heeft gesteld om de toegankelijkheid te verbeteren;

overwegende dat de voortgang in de uitvoering van maatregelen voor toegankelijk openbaar vervoer tussen regio's en gemeenten sterk uiteenloopt en vaak aan grootonderhoudsprogrammering wordt gekoppeld, waardoor reizigers met een beperking afhankelijk zijn van lokale prioritering en dit leidt tot ongelijkheid in toegankelijkheid;

overwegende dat actuele horizonnen als 2040, respectievelijk 2047, moeilijk uitlegbaar zijn in relatie tot artikelen 9 en 20 van het VN-Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap, waar Nederland sinds 2016 bij is aangesloten, omdat mensen met een visuele beperking vaak geen andere keuze hebben dan reizen met het openbaar vervoer;

overwegende dat versnippering in aanpak, beperkte normstelling en monitoring de realisatie van een landelijk samenhangend en voorspelbaar toegankelijk openbaarvervoerssysteem belemmert;

overwegende dat het Rijk een stelselverantwoordelijkheid heeft voor de toegankelijkheid van het openbaar vervoer en daarmee een regisserende rol dient te vervullen wanneer de voortgang achterblijft;

verzoekt de regering om:

  • -te bevorderen dat binnen het kader van het Bestuursakkoord Toegankelijk Openbaar Vervoer versneld wordt toegewerkt naar rapportage over toegankelijkheid;

  • -meer landelijke uniformiteit in normen, monitoring aanvullende bestuurlijke instrumenten in te zetten om achterblijvende regio's en gemeenten aan te spreken op hun voortgang;

  • -de Kamer periodiek te informeren over regionale verschillen in voortgang en de maatregelen die worden genomen om deze verschillen te verkleinen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Schutz, De Kort, Jumelet, Van Leijen, Goudzwaard en De Hoop.

Zij krijgt nr. 893 (23645).

Dank u wel. Het woord is aan de heer Van Leijen, die spreekt namens D66.

De heer Van Leijen (D66):

Dank, voorzitter. Ik zal het dossier ov en taxi overnemen van de heer Huidekooper, die ik veel succes wens in de parlementaire enquêtecommissie Corona.

Duurzame mobiliteit heeft de toekomst. Het is goed voor het klimaat, het maakt ons weerbaarder in een wereld die steeds geopolitieker wordt. We zien op dit moment heel erg dat duurzame mobiliteit ook betaalbare mobiliteit is. Vandaar de volgende motie.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat korte ritten relatief veel brandstof verbruiken en de prijzen voor brandstof als gevolg van geopolitieke spanningen gestegen zijn;

overwegende dat fiets en openbaar vervoer voor een groot deel van de woon-werkritten een volwaardig alternatief zijn;

constaterende dat bestaande fiscale regelingen soms onbedoeld autogebruik aantrekkelijker maken dan fietsen of het openbaar vervoer;

verzoekt de regering om bestaande fiscale regelingen voor woon-werkverkeer en hun effect op vervoerskeuzes uit te zoeken, en daarbij expliciet te bezien hoe fietsgebruik en het openbaar vervoer aantrekkelijker gemaakt kunnen worden, en verzoekt voor Prinsjesdag te rapporteren aan de Kamer,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Van Leijen.

Zij krijgt nr. 894 (23645).

Dank u wel. U heeft één vervolgvraag van de heer Schutz.

De heer Schutz (VVD):

De WKR staat op de regeling om te worden onderzocht, te worden doorgelicht in de commissie Financiën. Er zit dus een hoge mate van overlap in wat de heer Van Leijen hier vraagt voor deze commissie en datgene wat er in de commissie Financiën gebeurt. Zou het niet beter zijn om wat hij hier voorstelt — dat is een vraag via u, voorzitter — juist te adresseren in de commissie Financiën in plaats van het te versplinteren over twee commissies?

De heer Van Leijen (D66):

Volgens mij sluit het een het ander niet uit. Ik vraag om meer inzicht. Het is een onderzoeksmotie. Ik ga ervan uit dat als die aangenomen wordt, er goed uitvoering aan wordt gegeven en dat het inzicht dat dan ontstaat, ook juist weer kan helpen bij de commissie Financiën. Volgens mij zijn dat twee vliegen in één klap.

De voorzitter:

Dank u wel. Het woord is aan de heer Jumelet namens het CDA.

De heer Jumelet (CDA):

Dank u wel, voorzitter. Eén motie.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het kabinet in samenwerking met vervoerders afspraken voorbereidt ter versterking van de handhaving op het gebied van veiligheid in het ov, met als doel deze in september 2026 vast te leggen in een convenant sociale veiligheid in het ov;

overwegende de ambities van dit kabinet ter verbetering van de veiligheid in het ov door het breder uitrollen van de verschillende maatregelen;

overwegende dat in de RET-pilots innovatieve manieren van handhaving worden toegepast ter bevordering van veiligheid in het openbaar vervoer, zoals zelfstandige identiteitsvaststelling, camera's met geweldsdetectie, zwartrijdersdetectie, en slimme spreiding van boa's;

verzoekt het kabinet om samen met vervoerders in kaart te brengen welke aanpassingen er nodig zijn, en welk tijdpad er mogelijk is, om het principe in te voeren dat elke conducteur die dat wil ov-boa kan worden;

verzoekt het kabinet om daarnaast in het convenant sociale veiligheid in het ov afspraken te maken over toegang van de ov-boa's tot het vreemdelingenregister en de strafrechtketendatabank;

verzoekt het kabinet eveneens te bezien of de succesvolle elementen op het gebied van de handhaving in de RET-pilots op landelijk niveau kunnen worden uitgeprobeerd, door middel van bijvoorbeeld een stationspilot met camera's met geweldsdetectie,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Jumelet en Schutz.

Zij krijgt nr. 895 (23645).

Dank u wel, meneer Jumelet. Dan is het woord aan de heer Goudzwaard namens JA21.

De heer Goudzwaard (JA21):

Voorzitter, dank. Twee moties.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de kosten voor het toelaten van nieuwe autonome voertuigen onvoorspelbaar zijn en tot enkele tonnen kunnen oplopen;

constaterende dat deze kosten in Duitsland circa €20.000 zijn;

overwegende dat deze discrepantie leidt tot het mislopen van investeringen en innovatie in Nederland;

overwegende dat autonoom openbaar vervoer een grote rol kan spelen in het betaalbaar houden van het openbaar vervoer van morgen;

verzoekt de regering met de RDW en de sector in gesprek te gaan over het reduceren van de toelatingskosten van autonome bussen, zodat het investeringsklimaat voor autonoom openbaar vervoer in Nederland competitief wordt met omliggende landen;

verzoekt de regering om de Kamer voor het einde van het jaar over de uitkomsten van deze gesprekken te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Goudzwaard.

Zij krijgt nr. 896 (23645).

De heer Goudzwaard (JA21):

Voorzitter, dan de laatste. Die zie je eigenlijk van mijlenver aankomen als je het commissiedebat hebt gevolgd.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de boa's in het openbaar vervoer steeds vaker te maken hebben met geweld en intimidatie;

constaterende dat het voor boa's in het openbaar vervoer vaak niet mogelijk is om met de huidige middelen overlastgevers te identificeren zonder hulp van de politie;

overwegende dat bij het wachten op politieversterking overlastgevers de situatie vaak escaleren;

overwegende dat de sector echt meermaals heeft verzocht om toegang te krijgen tot de relevante registers zodat boa's in het openbaar vervoer zelf overlastgevers kunnen identificeren;

verzoekt de regering om de minister van Infrastructuur en Waterstaat, de minister van Asiel en Migratie en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid met een gezamenlijk plan te laten komen om boa's in het openbaar vervoer toegang te geven tot het rijbewijsregister, de Basis Voorziening Vreemdelingen en de strafrechtketendatabank;

verzoekt de regering dit plan, inclusief tijdlijn voor het realiseren van de toegang, voor de herfst naar de Kamer te sturen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Goudzwaard.

Zij krijgt nr. 897 (23645).

Dank u wel. Dan is het woord aan de heer Heutink. Hij is de laatste spreker van de zijde van de Kamer. Hij spreekt namens de Groep Markuszower.

De heer Heutink (Groep Markuszower):

Voorzitter. De NS is als monopolist op het Nederlandse spoor in slaap gevallen. Ze zijn niet meer vatbaar voor prikkels of tegenvallers, omdat er simpelweg geen consequenties aan verbonden zijn. Ze krijgen het contract immers toch wel en anders springt de overheid weer eens bij. Dat moet wat ons betreft veranderen en daarom dien ik een motie in namens De Nederlandse Alliantie. Die luidt als volgt.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de dienstverlening op het spoor de laatste jaren niet optimaal en soms ver ondermaats is geweest;

van mening dat concurrentie dé perfecte prikkel voor de NS zal zijn om verbeteringen in de eigen dienstverlening te bewerkstelligen;

verzoekt de regering om te werken aan een toekomstvisie ov waarin de markt een veel grotere rol in het ov-systeem gaat krijgen, en de Kamer periodiek te voorzien van voortgangsrapportages,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Heutink.

Zij krijgt nr. 898 (23645).

De heer Heutink (Groep Markuszower):

Ik bedank u voor uw tijd.

De voorzitter:

U heeft één interruptie van de heer De Hoop.

De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):

Ik kan me herinneren dat, volgens mij, de heer Heutink ook voor de hoofdrailnetconcessie van de NS heeft gestemd, dus dat constateer ik allereerst even. Volgens mij werkt het kabinet ook aan een visie op de inrichting van het spoor en wil het kabinet de komende periode het debat hierover met ons voeren, dus ik vraag me af wat hier de toegevoegde waarde van is. De hoofdrailnetconcessie loopt tot 2033, dus ik snap de urgentie van deze motie niet zo goed. Wat behelst deze motie van de heer Heutink nog meer dan wat het kabinet nu al doet?

De heer Heutink (Groep Markuszower):

Het kabinet is nu bezig met het actualiseren van de toekomstvisie ov. Het is, denk ik, goed als wij het kabinet een bepaalde richting op sturen. Wij zeggen: ga dan echt die markt meer een positie geven in ons ov-systeem. Dan lijkt het mij logisch dat we dat nu al meegeven aan het kabinet. Dat is eigenlijk mijn antwoord. Volgens mij is dat heel erg simpel en duidelijk.

De voorzitter:

Dat dacht ik ook. Ik schors tot 18.10 uur voor de beantwoording van de zijde van het kabinet.

De vergadering wordt van 18.03 uur tot 18.10 uur geschorst.

De voorzitter:

Ik heropen de vergadering en geeft het woord aan de staatssecretaris.

Staatssecretaris Bertram:

Voorzitter, dank u wel. Ik begin met vijf vragen en dan kom ik aan de moties toe. Er waren drie vragen van de heer Habtamu.

De voorzitter:

De heer De Hoop.

Staatssecretaris Bertram:

Sorry!

De voorzitter:

"Habtamu" is zijn voornaam.

Staatssecretaris Bertram:

U heeft helemaal gelijk. Maar ik bedoel wel exact dezelfde persoon.

De voorzitter:

Dat dachten we al.

Staatssecretaris Bertram:

De opdracht aan de NS is natuurlijk gegeven. Alle vervoerders staan klaar om aan de slag te gaan met het dalurenpakket. Daar hebben we eerlijk gezegd niks over te klagen. Dat is hartstikke snel gegaan. Dan pak ik gelijk de vraag van de heer Grinwis beet, want we zijn inderdaad nog doende tussen de departementen om de dekking definitief af te stemmen. Daar hoort u uiteraard zo snel mogelijk over.

Dan de kwestie Amersfoort. Ik was toevallig vandaag bij de NS, dus ik heb gelijk even gevraagd wat die pilot precies is. Het is een heel kleine pilot, voor 1.000 mensen, voor minima. Zo zijn er meer pilots. We betrekken alle informatie uit die pilots bij de taskforce. We gaan het pakket dat in de Kamer is afgesproken natuurlijk uitwerken, maar in de taskforce gaan we ook nadenken over wat we over een tijd willen. Dan gaat al deze informatie mee.

Even kijken.

De voorzitter:

Ik stel voor dat u eerst alle vragen beantwoordt. Dan geef ik ruimte voor één interruptie, want om 18.45 uur moeten we hoofdelijk stemmen en er volgt nóg een tweeminutendebat.

Staatssecretaris Bertram:

Dan tot slot. De heer De Hoop had een vraag over Eurostar. Toevallig ken ik dit dossier tamelijk goed. Er is een afspraak met Eurostar dat er ongeveer 250 mensen vervoerd kunnen worden. Eurostar wil graag meer mensen vervoeren. Dat is natuurlijk op zich helemaal prima. Dat is ook aan Eurostar. Ik ben ook voor internationale treinen, maar de KMar moet natuurlijk wel de controle uitvoeren en je kunt niet zomaar tegen de KMar zeggen: nou, weet u wat, we doen niet 250 maar we doen er 500 of 600. Dat kan niet. We hebben nu dus het volgende afgesproken. We gaan uiteraard met Eurostar in gesprek. We gaan zeggen: "Dit is wat we hebben afgesproken. Dat doen we ook. Daar kunt u ook staat op maken. Maar het is wel de bedoeling dat we precies van u weten waar u naartoe zou willen en hoe we dat dan doen."

De voorzitter:

Ja.

Staatssecretaris Bertram:

Ik probeer het echt snel te doen, serieus.

De voorzitter:

Ja, zeker.

Staatssecretaris Bertram:

Volgens mij waren dat de drie vragen. Dan was er nog een laatste vraag van de heer Grinwis, die vroeg wanneer ik iets meer kan melden over hoe het verdergaat met het amendement bij de begroting. We zijn het aan het uitwerken. Het komt zo snel mogelijk. Inmiddels zijn we natuurlijk ook in gesprek met de vervoerders. En, excuses, ook met de overheden, want dat hoort daarbij.

Dan kom ik op de moties.

De voorzitter:

Maar eerst één vervolgvraag van de heer De Hoop over de beantwoording van de gestelde vragen.

De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):

Nog één keer een checkvraag voor de staatssecretaris. Als ik haar beantwoording goed begrijp, staat niks het meer in de weg om het Nederlandticket in juni gewoon in te laten gaan.

Staatssecretaris Bertram:

Het kabinet heeft beloofd dat we dat doen. Volgens mij moet je doen wat je beloofd hebt.

De voorzitter:

De moties.

Staatssecretaris Bertram:

De motie op stuk nr. 885 krijgt oordeel Kamer.

De motie op stuk nr. 886 krijgt ook oordeel Kamer, maar dan wel met het verzoek of ik de motie zo mag interpreteren dat ik bij de NS ga navragen wat de resultaten zijn van de eerste aanpak. Dan kunnen we vervolgens bekijken wat het doet voor een campagne voor de servicemedewerkers.

De voorzitter:

Mevrouw Van der Plas knikt instemmend. Daarmee krijgt de motie op stuk nr. 886 oordeel Kamer.

Staatssecretaris Bertram:

Fijn, dank u wel.

De motie op stuk nr. 887 over de evaluatie van bodycams krijgt oordeel Kamer.

De motie op stuk nr. 888 van mevrouw Beckerman is wat mij betreft ontijdig, omdat we inmiddels uitvoering geven aan de motie-Klaver voor goedkoop ov. We hebben een taskforce opgestart. Ik heb in het commissiedebat ook gezegd dat ik dat pakket verder wil uitwerken. Vandaar dat mijn oordeel "ontijdig" is.

De voorzitter:

Is mevrouw Beckerman bereid om de motie aan te houden? Dat mag ook non-verbaal.

Mevrouw Beckerman (SP):

Het lijkt me heel onlogisch om dat te doen. We hebben de motie-Klaver natuurlijk mede ingediend en van harte gesteund, maar het is wel tijdelijk. Daarom dachten wij: met al die inzet van het ministerie zou je juist kunnen zeggen dat het een heel logisch moment is om richting de begroting met een vervolg te komen. Dus nee, ik ga de motie niet aanhouden.

De voorzitter:

De motie-Beckerman op stuk nr. 888 krijgt als appreciatie "ontijdig", want die wordt in stemming gebracht.

Staatssecretaris Bertram:

De motie op stuk nr. 889 van de heer El Abassi zou ik willen ontraden. We hebben net tenslotte een heel pakket gehad over energiemaatregelen. We gaan inderdaad, zoals ik net zei, de motie-Klaver uitwerken. Wat mij betreft is de motie op stuk nr. 889 dus ontraden.

De voorzitter:

Dan de motie op stuk nr. 890.

Staatssecretaris Bertram:

De motie op stuk nr. 890 is ook ontraden, want het kabinet treft op dit moment geen sectorspecifieke steunmaatregelen. Ik houd het dus bij het pakket zoals dat is afgesproken met het kabinet.

De voorzitter:

De motie op stuk nr. 891.

Staatssecretaris Bertram:

De motie op stuk nr. 891 is ook ontraden. Dit is zo'n brede motie dat ik een heel groot deel van het kabinet hierbij moet betrekken. Wat mij betreft is de motie echt te breed en moeten we dat een andere keer doen.

De voorzitter:

De motie op stuk nr. 892.

Staatssecretaris Bertram:

De motie op stuk nr. 892: ook ontraden. Daarvoor geldt eigenlijk hetzelfde: het is rijksbreed. De staatssecretaris van Financiën is hier primair verantwoordelijk voor. Voor dit debat kom ik dus op "ontraden" uit.

De voorzitter:

De motie op stuk nr. 893.

Staatssecretaris Bertram:

De motie op stuk nr. 893 krijgt oordeel Kamer.

De voorzitter:

De motie op stuk nr. 894.

Staatssecretaris Bertram:

De motie op stuk nr. 894 krijgt ook oordeel Kamer, maar wel met de kanttekening dat we de informatie vóór Prinsjesdag aanleveren. Dat betekent dat we dat dan doen met de informatie die ook al beschikbaar is.

De voorzitter:

Kan de heer Van Leijen leven met die interpretatie? Dat is het geval. Daarmee krijgt de motie op stuk nr. 894 oordeel Kamer.

Dan de motie op stuk nr. 895.

Staatssecretaris Bertram:

De motie op stuk nr. 895: oordeel Kamer.

De voorzitter:

De motie op stuk nr. 896.

Staatssecretaris Bertram:

De motie op stuk nr. 896 krijgt ook oordeel Kamer.

De motie op stuk nr. 897 krijgt ook oordeel Kamer, maar dan zou ik die wel als volgt willen interpreteren. Ik heb in het commissiedebat gezegd: het regeerakkoord is natuurlijk leading. Dat zijn we aan het uitvoeren. Uiteraard sta ik in contact met mijn collega van JenV. Dit krijgt ook een plek in het convenant sociale veiligheid.

De voorzitter:

Ik kijk naar de heer Goudzwaard. Kan hij leven met die context? Dat is het geval. Daarmee krijgt de motie op stuk nr. 897 oordeel Kamer. We gaan naar de laatste motie, op stuk nr. 898.

Staatssecretaris Bertram:

Die is wat mij betreft ontijdig. Dat bleek al uit het debatje dat er net was. We zijn natuurlijk doende. Ik weet wat mijn opdracht is: ik moet komen met een toekomstige marktordeningsvisie. Dat ga ik ook doen.

De voorzitter:

Ik zie de heer Heutink. Is hij bereid om de motie op stuk nr. 898 aan te houden?

De heer Heutink (Groep Markuszower):

Daar ging mijn vraag niet over, maar nee.

De voorzitter:

Dat weet ik, maar we handelen eerst deze af.

De heer Heutink (Groep Markuszower):

Het antwoord is nee.

De voorzitter:

Daarmee krijgt de motie op stuk nr. 898 het oordeel "ontijdig". Uw vraag ging over een andere motie.

De heer Heutink (Groep Markuszower):

Die ging over motie de motie op stuk nr. 895. Dat is een goede motie van collega's Jumelet en Schutz. Ik heb daar één aanvullende vraag over. Stel dat deze motie het haalt, is de staatssecretaris dan bereid om nog twee of drie van de RET-pilots, die we in Rotterdam hebben uitgevoerd, uit te voeren? Zo kunnen we daar meer lering uit trekken en de veiligheid verbeteren.

Staatssecretaris Bertram:

Het goede nieuws is dat ik ga daar heel binnenkort ga kijken. Ik wil namelijk graag zelf zien hoe ze dat in Rotterdam doen. Ik betrek dat dus bij die motie en ik laat het de Kamer weten. Tenslotte staat in het regeerakkoord dat we inderdaad kijken of die pilot uitgebreid kan worden. Dat is ook mijn intentie.

De voorzitter:

Ik dank de staatssecretaris voor haar aanwezigheid. Daarmee zijn we aan het einde gekomen van dit tweeminutendebat.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:

Over de ingediende moties zal dinsdag worden gestemd.

Naar boven