Handeling
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Vergadernummer | Datum vergadering |
|---|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 2025-2026 | nr. 68, item 20 |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Vergadernummer | Datum vergadering |
|---|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 2025-2026 | nr. 68, item 20 |
Leefomgeving
Aan de orde is het tweeminutendebat Leefomgeving (CD d.d. 02/04).
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering. Aan de orde is het tweeminutendebat Leefomgeving. Ik heet de staatssecretaris van IenW van harte welkom. Ik geef het woord aan het lid Kostić. O, die is er nog niet. Mevrouw Zalinyan? Even kijken hoe we dit gaan doen. O, ik zie het lid Kostić, maar mevrouw Wiersma staat nu bij de interruptiemicrofoon. Gaat uw gang.
Mevrouw Wiersma (BBB):
Ik heb het verzoek — dat heb ik afgestemd met het lid Kostić — of ik eerst mag, omdat ik een technische briefing heb op dit moment, dus bij dezen.
De voorzitter:
Ik zie geen hartgrondige bezwaren bij de leden, dus ik geef u het woord, mevrouw Wiersma, voor uw inbreng namens de BBB.
Mevrouw Wiersma (BBB):
Waarvoor dank. Ik ga hierna weg naar de technische briefing.
Ik heb twee moties, voorzitter.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de Provinciale Staten van Zeeland zich unaniem hebben uitgesproken tegen het storten van staalslakken in Zeeuwse wateren;
constaterende dat het storten van staalslakken heeft geleid tot aanhoudende zorgen bij inwoners en vissers over de waterkwaliteit en het mariene milieu;
constaterende dat het huidige beleid uitgaat van een tijdelijke stop op toepassing, terwijl er onzekerheid blijft bestaan over de mogelijke risico's van staalslakken;
overwegende dat Zeeland geen proefgebied mag zijn voor materialen waarvan de veiligheid onvoldoende is aangetoond;
verzoekt de regering het huidige verbod op het storten en toepassen van staalslakken in Zeeuwse wateren te handhaven totdat het toegezegde onafhankelijke onderzoek heeft aangetoond dat toepassing van staalslakken veilig is voor mens, natuur en milieu,
en gaat over tot de orde van de dag.
Mevrouw Wiersma (BBB):
Dan een motie over het behouden van de paasvurentraditie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat paasvuren een eeuwenoude traditie zijn en bijdragen aan saamhorigheid en leefbaarheid in dorpen en regio's;
constaterende dat organisatoren steeds vaker te maken krijgen met hoge kosten en complexe vergunningstrajecten;
overwegende dat veiligheid en milieu geborgd moeten zijn, maar dat maatwerk en gezond verstand toegepast moeten worden;
verzoekt de regering om samen met gemeenten en veiligheidsregio's te zorgen voor eenvoudige, betaalbare en proportionele vergunningverlening voor paasvuren;
verzoekt de regering te voorkomen dat nationale koppen op regelgeving leiden tot onnodige lasten voor paasvuren,
en gaat over tot de orde van de dag.
Mevrouw Wiersma (BBB):
Dank.
De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Wiersma. Het woord is aan het lid Kostić voor haar inbreng namens de Partij voor de Dieren.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Dank, voorzitter.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat er onder burgers, onder wie vissers, veel onrust heerst over de schade die veroorzaakt wordt door staalslakken;
overwegende dat door al deze zorgen er in de Ooster- en Westerschelde tot 23 juli 2026 geen staalslakken mogen worden toegepast door Rijkswaterstaat;
constaterende dat Rijkswaterstaat bij andere waterwerken nog steeds staalslakken kan gebruiken, maar dat dit, gezien alle onzekerheden over de effecten en de eerdere opdracht van de Kamer aan het kabinet (29383, nr. 428), onwenselijk is;
overwegende dat het kabinet laagdrempeligere en betere uitvoering kan geven aan datzelfde verzoek van de Kamer door in ieder geval het gebruik van staalslakken door eigen overheidsorganisaties uit te faseren;
verzoekt de regering om Rijkswaterstaat te vragen bij waterbouwprojecten geen staalslakken meer te gebruiken, ook in het licht van de eerdere opdracht van de Kamer,
en gaat over tot de orde van de dag.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Voorzitter. Gisteren kwam weer het bericht dat Tata Steel wordt beboet omdat het meer kankerverwekkende stoffen uitstoot dan wettelijk mag. Dit is echt structureel. Tata houdt zich al jaren niet aan de wet. Dit zou volgens eigen afspraken van het kabinet een opzeggingsgrond kunnen zijn voor de miljardensubsidie aan Tata. Daarom de volgende motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat in de joint letter of intent (artikel 15.3) is vastgelegd dat de Staat de overeenkomst met Tata Steel kan opzeggen indien er een zorgwekkend onderzoek loopt naar bestuurders van Tata Steel Limited (TSL) of Tata Steel Nederland (TSN), of wanneer TSN zijn bestaande milieurechtelijke en bestuursrechtelijke verplichtingen onvoldoende nakomt;
overwegende dat bestuurders van Tata Steel Limited zijn veroordeeld wegens illegale prijsafspraken;
overwegende dat Tata Steel Nederland zich al jaren herhaaldelijk niet aan (gezondheids)regels houdt, zoals onder andere blijkt uit opgelegde dwangsommen, gedwongen verscherpt toezicht en sluiting van bedrijfsonderdelen, en dat de Kamer recht heeft op uitleg van het kabinet over hoe dit allemaal precies wordt gewogen;
verzoekt de regering uiteen te zetten hoe de stapeling van compliancetekortkomingen van Tata Steel wordt beoordeeld in het licht van artikel 15.3 van de joint letter of intent en wat daar de gevolgen van zijn, en de Kamer hier zo snel mogelijk, ruim voordat de maatwerkafspraak mogelijk wordt gesloten, over te informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Dat was het. Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan mevrouw Zalinyan van GroenLinks-Partij van de Arbeid.
Mevrouw Zalinyan (GroenLinks-PvdA):
Dank, voorzitter. Ik heb een aantal vragen en twee moties. Gisteren werd bekend dat Tata Steel wederom een dwangsom moet betalen wegens te veel giftige uitstoot. Dit keer is die 3,2 miljoen. Daar kun je heel wat directeuren duurzaamheid voor inhuren. Ik ben heel blij dat de omgevingsdienst handhaaft. Ik ben wel een beetje teleurgesteld in het lerend vermogen van Tata Steel. Ik ben heel benieuwd hoe de staatssecretaris kijkt naar de verschillende sancties die tot nu toe aan Tata Steel opgelegd zijn. Nu hebben we deze weer. Hoe ziet de staatssecretaris deze sancties in het kader van de maatwerkafspraken? We zien een overheid die aan de ene kant 3 miljard belastinggeld van mensen schenkt aan een vervuilend bedrijf en die aan de andere kant handhaaft en dwangsommen oplegt. Hoe kijkt de staatssecretaris daarnaar en hoe kan zij dit uitleggen aan die mensen die elke dag hun gezondheid steeds slechter zien worden, juist door de vervuiling van vele bedrijven?
Dan ga ik naar mijn moties.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat staalslakken als secundaire bouwstof ook bij strikte toepassing volgens de geldende regels tot ernstige natuur- en gezondheidsschade hebben geleid;
overwegende dat de gezondheidseffecten van staalslakken inmiddels beter worden onderzocht en dat toepassingsregels worden aangescherpt;
verzoekt de regering om ook voor andere secundaire bouwstoffen uit industriële restproducten te onderzoeken wat de potentiële risico's zijn en hoe deze zijn uit te sluiten,
en gaat over tot de orde van de dag.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat het storten van ongebonden en ongewassen staalslakken in bijvoorbeeld speeltuintjes en grondwerken heeft geleid tot gezondheidsschade en milieuvervuiling;
constaterende dat het generieke toepassingsverbod over enkele maanden afloopt;
constaterende dat de onderzoeken naar milieugevolgen van het toepassen van staalslakken zo goed als afgerond zijn;
verzoekt de regering om een aanpassing van de toepassingsregels voor staalslakken die recht doet aan de waarschuwingen en onderzoeksresultaten van het RIVM nu al voor te bereiden,
en gaat over tot de orde van de dag.
Dank u wel. Kunt u voor het stenografisch verslag bevestigen dat de heer Huidekooper en lid Kostić de eerste motie mede hebben ondertekend?
Mevrouw Zalinyan (GroenLinks-PvdA):
Dat bevestig ik.
De voorzitter:
Bij dezen. Dank u wel. Dan is het woord aan de heer Huidekooper voor zijn inbreng namens D66. Gaat uw gang.
De heer Huidekooper (D66):
Dank, voorzitter. In het commissiedebat dat we vóór het reces hebben gevoerd, hebben we uitgebreid stilgestaan bij staalslakken. Daarbij hebben we ook geconstateerd dat de manier waarop die tot dusverre zijn toegepast tot onwenselijke risico's heeft geleid voor mens en milieu. Ik stel het op prijs dat de staatssecretaris het urgentiegevoel dat de Kamer heeft overgebracht ook heeft geuit en dat zij voornemens is om zo snel mogelijk een stap op dit dossier te zetten. Ik zou ook willen zeggen: hoe eerder, hoe beter.
Maar een onderdeel van de oplossing is ook dat er werk wordt gemaakt van veilige en innovatieve toepassingen van staalslakken. Ook daarvoor geldt: hoe eerder die veilige en schone toepassingen er zijn, hoe beter. Daarom heb ik de volgende motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat staalslakken een onvermijdelijk bijproduct zijn van staalproductie en dat de overgang naar groen staal bij Tata Steel de komende jaren zal leiden tot grotere hoeveelheden van dit materiaal;
constaterende dat de huidige praktijk, waarbij staalslakken onvoldoende beschermd in de leefomgeving zijn toegepast, heeft geleid tot onwenselijke risico's voor de volksgezondheid en het milieu;
overwegende dat er in binnen- en buitenland kansrijke technieken bestaan, zoals het industrieel wassen van slakken, het inzetten als asfaltvervanger of het verwerken in gecertificeerde gesloten bouwproducten, waarmee Nederland koploper in de circulaire economie kan worden;
overwegende dat het pionierende bedrijfsleven nu echter vastloopt op een gebrek aan regie, onduidelijke regelgeving en een gebrek aan schaalruimte;
verzoekt de regering om gezamenlijk met de industrie een innovatieagenda op te stellen met gerichte acties ter ondersteuning van innovatieve toepassingen die bijdragen aan de veilige en hoogwaardige verwerking van staalslakken als grondstof of delen daarvan;
verzoekt de regering tevens om hierin concrete doelstellingen en een strak tijdpad op te nemen, zodat uiterlijk bij het aflopen van de huidige tijdelijke regeling een werkbaar en veilig perspectief bestaat voor zowel de industrie als omwonenden,
en gaat over tot de orde van de dag.
Er is ruimte voor één vervolgvraag. Lid Kostić.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Poeh. Dan moet ik kiezen. We zien dat Tata Steel al jarenlang regels schendt. Nu heeft het ook een groot afvalprobleem. De Nederlandse samenleving betaalt daar nu voor en dreigt dat ook te moeten blijven doen. Hoe kijkt D66 aan tegen het gegeven dat we, als deze motie van D66 wordt aangenomen, straks nog meer gaan betalen voor het afvalprobleem van Tata Steel en dat we straks dus belastinggeld gaan investeren om het afvalprobleem van Tata Steel op te lossen?
De heer Huidekooper (D66):
Dank voor de vraag. Deze motie is er ook precies voor bedoeld om straks veilige en schone toepassingen van staalslakken te hebben. Ik zie dus eigenlijk het verband niet zo met deze motie. Natuurlijk is het onwenselijk dat we op dit moment betalen voor de milieuschade die daar wordt veroorzaakt, maar om dat aan te pakken, moet je ook veilige alternatieven hebben. Daar is die motie nou precies voor bedoeld.
De voorzitter:
Dank u wel. Ten slotte is het woord aan de heer Goudzwaard, als laatste spreker van de zijde van de Kamer. Hij spreekt namens JA21.
De heer Goudzwaard (JA21):
Dank u, voorzitter. Vandaag zijn er geen moties van onze kant. Wij willen wel graag een toezegging van de staatssecretaris. Het ECHA werkt nu namelijk aan een breed pfas-verbod en neemt daarin ook fluorpolymeren mee. Zoals besproken in het commissiedebat, vinden wij het cruciaal dat fluorpolymeren niet over één kam worden geschoren met alle andere pfas en dat ze behouden blijven voor de maritieme sector. Er is in oktober 2023 al een motie aangenomen die vraagt om met de relevante sectoren in gesprek te gaan over het aankomende pfas-verbod. Ons bereiken signalen dat dit voor de maritieme sector en de offshoresector nog niet heeft plaatsgevonden. Met oog op de reeds aangenomen motie van oktober 2023, willen wij de staatssecretaris graag om de toezegging vragen dat zij na de publicatie van het definitieve ECHA-advies, maar voordat de Europese Commissie dat verwerkt heeft, in gesprek gaat met de maritieme sector en de offshoresector over fluorpolymeren in relatie tot het komende pfas-verbod.
De voorzitter:
Dank u wel. Ik schors maximaal zeven minuten voor de beantwoording van de zijde van het kabinet.
De vergadering wordt van 17.29 uur tot 17.36 uur geschorst.
De voorzitter:
Ik heropen en geef het woord aan de staatssecretaris. Gaat uw gang.
Staatssecretaris Bertram:
Voorzitter, dank u wel. Ook dank voor de vragen. Er waren twee vragen, waarop ik in zal gaan voordat ik aan de moties toekom. De eerste vraag was van mevrouw Zalinyan. Zij vroeg hoe ik kijk naar de verschillende sancties tegen Tata Steel. Daarover wil ik u zeggen: ik denk dat het heel goed is dat handhaving en het toezicht van het bevoegd gezag ook uitgeoefend worden. Ik denk namelijk dat dat ook aan andere partijen de rust geeft dat er niet zomaar lijdelijk wordt toegezien, maar dat er ook echt opgetreden wordt. Dat moet in elke situatie, dus in deze situatie moet het ook actief. Het is ook duidelijk dat dit in de maatwerkafspraak een opzeggrond is. Kortom, het plan moet eraan komen. Mevrouw Zalinyan heeft ook nog een motie ingediend. Ik denk dat het verstandig is dat wij nu ons voorbereidend werk gaan doen, zoals we dat ook in de Kamer hebben afgesproken. Ik heb binnenkort weer een afspraak met de expertgroep. Dat proces loopt dus. Ondertussen is het bevoegd gezag ook zijn gezag aan het uitoefenen. Ik denk dat dat heel belangrijk is.
De voorzitter:
Ik geef ruimte voor één vervolgvraag.
Mevrouw Zalinyan (GroenLinks-PvdA):
Het gaat ook over de toezeggingen die in het commissiedebat gedaan zijn naar aanleiding van de verschillende scenario's die uitgewerkt zijn over het verloop van het tijdelijke verbod. Mijn vraag is dus: hoe staat het met de uitvoering van die toezegging? Welke scenario's zijn er, en kunnen die gedeeld worden? Het andere gaat over de handhaving van het VTH-stelsel. De staatssecretaris zou in gesprek gaan met de heer Van Aartsen. Hoe staat het daarmee?
Staatssecretaris Bertram:
Op dat laatste ingaand: het gesprek met de heer Van Aartsen vindt heel binnenkort plaats. Ik heb inmiddels ook met de bestuurders gesproken. Ik zit begin juni, zeg ik uit mijn hoofd, in Maastricht met allerlei omgevingsdiensten om het VTH-stelsel nog eens heel grondig door te nemen. Ik kom dan ook met een nota richting de Kamer.
Uw eerste vraag ging over de scenario's. Ik heb u gisteren een brief gestuurd. Ik moet toegeven dat dat rijkelijk laat was. Excuus daarvoor. Ik ben nu van plan om langs de acht lijnen die we de Kamer hebben doen toekomen, langzamerhand het probleem van de staalslakken aan te pakken. In die acht lijnen zitten ook de scenario's. Ik denk dat er twee voor de hand liggen, maar tegelijkertijd wil ik echt nog in Zeeland het gesprek hebben gevoerd. Ik wil met anderen het gesprek hebben gevoerd. Het is óf het toezichtsregime handhaven zoals we dat nu hebben, óf … Er is natuurlijk de mogelijkheid van een verbod, maar ik wil dat uiteindelijk pas doen als ik al die gesprekken heb gevoerd. Die scenario's zijn nu in voorbereiding en die ga ik de Kamer toezenden.
De voorzitter:
Heeft u daarmee de gestelde vragen beantwoord?
Staatssecretaris Bertram:
Ja.
De voorzitter:
Dan komen we bij de moties.
Staatssecretaris Bertram:
Dan kom ik inderdaad bij de moties.
De motie op stuk nr. 145 van mevrouw Wiersma is wat mij betreft ontijdig. Ik heb inmiddels een gesprek gehad met de gedeputeerden van Zeeland en ik heb daar begin juni nog een keer een gesprek over. Ik wil dat gesprek dus afwachten voordat ik tot een slotsom kom.
De voorzitter:
En daarom verzoekt u de motie aan te houden of ...
Staatssecretaris Bertram:
Ja, ontijdig, ja.
De voorzitter:
Ik zie dat mevrouw Van der Plas opstaat, als vervanging van mevrouw Wiersma. Bent u bereid om te motie aan te houden? Dat is niet het geval. Daarmee krijgt de motie de appreciatie ontijdig.
De motie op stuk nr. 146.
Staatssecretaris Bertram:
De motie op stuk nr. 146 moet ik ontraden. Over de paasvuren heb ik in het debat gezegd: ik heb er sympathie voor. Zo'n traditie is ook echt belangrijk. Echter, de gemeente is wel het bevoegd gezag; die gaat daarover. Wat mij betreft blijft het bij ontraden, niet omdat ik het ermee oneens ben, maar omdat het op een ander niveau ligt.
Dan gaan we naar de motie op stuk nr. 147. Die is wat mij betreft ontijdig, om dezelfde reden. Ik ben nog met Zeeland in gesprek. Ik heb daar echt intensieve gesprekken mee. Die wil ik graag afronden voordat ik tot een oordeel kom.
De voorzitter:
Is lid Kostić bereid om te motie aan te houden? Dat is niet het geval. Daarmee krijgt de motie de appreciatie ontijdig.
De motie op stuk nr. 148.
Staatssecretaris Bertram:
De motie op stuk nr. 148 krijgt oordeel Kamer.
De motie op stuk nr. 149 krijgt ook oordeel Kamer.
De motie op stuk nr. 150 krijgt ook oordeel Kamer. De voorbereidingen lopen, maar tegelijkertijd is het belangrijk dat de Kamer daar een uitspraak over doet.
De motie op stuk nr. 151 krijgt ook oordeel Kamer. Die gaat over een innovatieve manier om met staalslakken om te gaan.
De voorzitter:
Dank u wel. Ik zie één vervolgvraag van lid Kostić.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Ten eerste dank voor de appreciatie oordeel Kamer voor de motie op stuk nr. 148. Ik wil toch nog even door op de motie op stuk nr. 147, want ik heb nog één interruptie. Het probleem is het volgende. Ik snap dat de staatssecretaris het gesprek wil voeren met de Zeeuwse overheden, maar dat gesprek is ergens in juni en dat verbod loopt al in juli af, en we hebben ook nog het zomerreces. Daarom is het, volgens mij, goed als de Kamer al richting geeft. We weten eigenlijk al wat de Zeeuwse overheden willen; zij willen echt een verbod. Het is goed om daar verder over door te praten, maar volgens mij kan het geen kwaad als de Kamer alvast een aanmoediging geeft. Het zit 'm dus in die periode van juni-juli. Begrijpt de staatssecretaris waarom ik daarmee zit?
Staatssecretaris Bertram:
Ik snap dat heel goed. De tijd is natuurlijk beperkt. Tegelijkertijd is het gesprek dat ik met Zeeland heb er niet voor niks. We zijn ook heel druk doende om een oordeel te vellen over de situatie, met Rijkswaterstaat, maar ook met Zeeland. Ik wil graag dat gesprek afronden voordat ik tot een oordeel kom.
De heer Goudzwaard (JA21):
Ik had om een toezegging gevraagd. Zou de staatssecretaris daar nog op willen reageren?
Staatssecretaris Bertram:
O, excuus! Zeker, ik ga dat doen.
De voorzitter:
U doet dus een toezegging. Daarmee zijn we aan het einde gekomen van dit … O nee, mevrouw Van der Plas heeft nog één laatste vraag. Het slotakkoord.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ik vervang even collega Wiersma, die een andere Kamerverplichting had. Er is in oktober 2023 een motie van BBB aangenomen die eigenlijk verband houdt met deze toezegging. Ik zou willen vragen of er in de toezegging ook een brief kan komen over hoe de motie van 3 oktober 2023 van BBB is of wordt uitgevoerd, want toezeggingen gaan meestal gepaard met een brief.
Staatssecretaris Bertram:
Ik wil dat graag toezeggen, maar dan wel nadat de Commissie met haar voorstel is gekomen, want dan kan ik daar ook gelijk op reflecteren.
De voorzitter:
Akkoord. Dank u wel. Daarmee zijn we aan het einde gekomen van dit tweeminutendebat.
De beraadslaging wordt gesloten.
De voorzitter:
De stemmingen zullen aanstaande dinsdag plaatsvinden.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/h-tk-20252026-68-20.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.