12 Voorjaarsnota 2026

Voorjaarsnota 2026

Aan de orde is de voortzetting van het debat over de Voorjaarsnota 2026 (36915).

De voorzitter:

Dan is aan de orde de voortzetting van het debat over de Voorjaarsnota 2026. Ik geef met genoegen het woord aan mevrouw Inge van Dijk voor haar inbreng in eerste termijn namens het CDA.

Mevrouw Inge van Dijk (CDA):

Voorzitter. Het CDA spreekt in begrotingsdebatten vaak over gemeenschapsgeld, en dan niet als boekhoudkundige term maar in de betekenis van een moreel kompas. Het is immers het geld van mensen, dus van gezinnen die elke maand hun lasten betalen, van ondernemers die risico's nemen en werkgelegenheid creëren en van vrijwilligers die onze samenleving draaiend houden. Het is ook het geld van generaties die vandaag nog geen stem hebben, maar die morgen wel de gevolgen dragen van de keuzes die wij nu maken. Door die bril kijkt het CDA naar de overheidsfinanciën. Dat doen wij niet vanuit de vraag "wat kunnen we uitgeven?", maar vanuit verantwoordelijkheid, dus "wat mogen we uitgeven en waaraan?" en vooral ook "waarin moeten we investeren?".

Voorzitter. In dat licht is de waarschuwing van de Raad van State niet vrijblijvend. Die onderstreept dat we ons geen beleid kunnen permitteren dat vooral gericht is op vandaag, terwijl we de rekening doorschuiven naar morgen. Deze Voorjaarsnota laat vervolgens scherp zien waar de spanning zit. We zien stevige bijstellingen en opnieuw een stijging van de consumptieve uitgaven. Tegelijkertijd bevat het coalitieakkoord juist ombuigingen om die groei te begrenzen.

Voorzitter. Daarnaast hebben we opnieuw te maken met het risico op oplopende inflatie. In de praktijk is dat een stille rekening, die niet zichtbaar is op de begroting maar wel voelbaar is in de portemonnee van mensen. Als we dit probleem oplossen door extra geld in de economie te brengen zonder dat daar extra verdienvermogen tegenover staat, wordt de druk op de prijzen vergroot en schuiven we de rekening dus opnieuw door, niet via de begroting maar rechtstreeks naar mensen. Dat raakt juist degenen die dit het minst kunnen dragen en die het minst kunnen uitwijken. Inflatie is daarmee ook een vraagstuk van rechtvaardigheid.

Met het oog op de mensen die financiële tegenslagen het minst kunnen dragen, vinden wij de bezuiniging op proactieve dienstverlening in de Voorjaarsnota onverstandig. Juist deze manier van werken kan namelijk een krachtig middel zijn in de strijd tegen armoede. Door actief naast inwoners te staan en hen te wijzen op de ondersteuning en de financiële regelingen waar zij recht op hebben, kan de overheid voorkomen dat mensen onnodig in financiële problemen terechtkomen. Het is een manier van werken die niet alleen helpt maar ook laat zien dat de overheid mensen ziet en ze serieus neemt. Daarom vragen wij de minister of hij toe kan zeggen dat hij voor deze maatregel inderdaad een alternatieve dekking heeft gevonden binnen de begroting van SZW.

Voorzitter. Het CDA pleit al jaren voor minder consumptieve uitgaven en meer investeringen in ons toekomstig verdienvermogen. Dat is de enige weg naar meer welvaart voor iedereen. Het is goed dat het kabinet daar steviger op inzet. Het is ook positief dat het kabinet explicieter onderscheid maakt tussen consumptieve en investeringsuitgaven. Wat het CDA betreft kan deze uitsplitsing beter. De Raad van State schrijft: "Systematisch inzicht in het aandeel van welvaartsbevorderende uitgaven — investeringen, innovatie, maar ook onderzoek en onderwijs — in de totale rijksbegroting, en in de ontwikkeling daarvan over de tijd, ontbreekt vooralsnog." Hoe denkt de minister dit inzicht te verbeteren?

Voorzitter. Tegelijk waarschuwt de Raad van State, ondanks de investeringen, voor een stagnerend groeipotentieel op de middellange termijn, mede door onze economische structuur. De vergrijzing speelt daarin een dominante rol. Minder werkenden dragen de lasten van meer uitgaven. Daarnaast is er de opgave om economisch weerbaarder en minder afhankelijk te worden, en bewuster te kiezen voor wat voor economie we willen hebben.

Voorzitter. In het gesprek met de Raad van State is gewezen op het belang de begroting te baseren op een stevige economische structuuranalyse, om zo begrotingskeuzes meer in lijn te brengen met structurele en middellangetermijnuitdagingen. Het gaat om een stevigere koppeling tussen de uitdagingen en hoe het kabinet daarop reageert. D66 verwees daar ook al naar. Het overzicht van consumptieve en investeringsuitgaven kan dan fungeren als een toetsing op de samenstelling van de overheidsuitgaven, als een toetsing aan de ambities die het kabinet heeft. Daarom de concrete vraag aan de minister: gaan de bevindingen en voorstellen van de Taskforce Toekomstige Welvaart en Vestigingsklimaat concreet ingezet worden als richting voor de Miljoennota 2027, in reactie op de economische structuuranalyse? Hoe kijkt de minister naar de uitkomsten van deze taskforce in relatie tot ons deelnemingenbeleid? Zonder richting blijven we uitgeven. Met richting kunnen we gericht investeren.

Voorzitter. In het kader van investeren hoor ik van ondernemers vaak dat regelingen van de overheid elkaar in de uitvoering soms tegenwerken. Ondernemers krijgen een subsidie of fiscaal voordeel, maar lopen vervolgens vast in andere regels van dezelfde overheid, bijvoorbeeld bij de aanvraag van vergunningen. Dat vind ik eigenlijk onwenselijk en best wrang. Daarom vraag ik de minister of hij in overleg met ondernemers in kaart kan laten brengen waar er binnen het stelsel sprake is van tegenstrijdige of elkaar blokkerende regels, juist voor ondernemers die met publieke steun investeren maar in de uitvoering door dezelfde overheid vastlopen. Wat het CDA betreft moeten we toe naar één investering en één samenhangend regelkader, zodat ondernemers niet tussen systemen klem komen te zitten en investeringen ook echt kunnen landen. Herkent de minister deze signalen?

Voorzitter, tot slot. Er is veel discussie over de hoogte en het principe van de Aof-premie. De relatie tussen premie en uitkering is de afgelopen jaren steeds meer losgelaten, maar een duidelijkere koppeling met het verzekeringskarakter van de sociale zekerheid zorgt ook voor discipline, maakt kosten inzichtelijk en draagt bij aan het draagvlak. Hoe kijkt de minister naar deze discussie? Is hij bereid te verkennen wat ervoor nodig zou zijn om het onderscheid tussen sociale fondsen en de rijksbegroting te herstellen, en het verband tussen premie en uitkering weer duidelijker te maken? Een vervolgvraag is dan of hij alternatieven ziet voor de Aof als financieringsbron, want eerlijk is eerlijk, als we de Aof-premie verlagen, zal jaarlijks een aantal miljard op een andere manier moeten worden opgehaald of zullen uitgaven omlaag moeten. Dat is geen eenvoudige opgave.

Mag ik doorgaan?

De voorzitter:

U zei dat u aan het afronden was.

Mevrouw Inge van Dijk (CDA):

Ja, maar dat was misschien een beetje overdreven.

De voorzitter:

Oké, het is dat u het zelf zegt!

De heer Flach (SGP):

Ik had het wel willen afwachten, want het gaat namelijk over een heel ander onderwerp, maar ik ben wel benieuwd wat mevrouw Van Dijk straks verder nog zegt over de Aof-premie. Mijn vraag gaat over ontwikkelingssamenwerking. Mevrouw Van Dijk weet dat de SGP ongelukkig is met het afschaffen van de koppeling die er is met het bbp, en dat we er op zich positief naar kijken dat er in het coalitieakkoord extra geld naartoe gaat. Dat zien we op pagina 237. Het gaat om 257 miljoen euro. Maar een aantal bladzijdes eerder zien we dat er voor 2027 ruim 400 miljoen af gaat. Per saldo is dus de hele intensivering voor dat jaar gewoon weg.

De voorzitter:

Uw vraag.

De heer Flach (SGP):

Het is nog maar mijn eerste vraag, voorzitter, dus ik moet die even inleiden.

De voorzitter:

Kort is kort.

De heer Flach (SGP):

Ik ben benieuwd hoe het CDA daarnaar kijkt. Daarmee heb je dus iets onderhandeld in het akkoord, maar dat wordt eigenlijk voor 2027 in één keer van tafel geveegd.

Mevrouw Inge van Dijk (CDA):

Wij kennen die cijfers natuurlijk ook. We hebben het er in de onderhandelingen inderdaad over gehad of we een stukje kunnen herstellen. Daarom is er ook extra geld naartoe gegaan. In de hele puzzel die we moeten leggen over hoe we bepaalde kosten dekken, is hier inderdaad geld vanaf gegaan. Dat is de uitkomst van de onderhandelingen die we met elkaar hebben gevoerd. We zien gelukkig dat het in 2029 wel weer langzaam de positieve kant op beweegt. We zullen hier alert op blijven, maar dit hebben we wel zo met elkaar afgesproken.

De heer Flach (SGP):

Ik snap dat er onderhandeld wordt, maar het is wel cynisch: om de steun aan Oekraïne te kunnen betalen, gaat er extra geld af van ontwikkelingssamenwerking, zelfs meer dan er in het coalitieakkoord bij gekomen was. Dat is toch wel een hele cynische afruil die daar heeft plaatsgevonden. Daar kan mevrouw Van Dijk namens het CDA toch onmogelijk tevreden mee zijn?

Mevrouw Inge van Dijk (CDA):

Een onderhandeling betreft natuurlijk nooit één onderdeel. Er zitten meerdere onderdelen in een totale begroting waar je gelukkiger mee bent en andere waar je minder gelukkig mee bent. Dit is er eentje die voor ons inderdaad in de categorie "minder gelukkig" valt, maar dit hebben we wel zo met elkaar afgesproken.

De voorzitter:

Tot slot.

De heer Flach (SGP):

Dan delen we in ieder geval dat dit een ongelukkige afruil is. Ik zal daar straks in mijn bijdrage ook nog iets over zeggen, maar dank voor het antwoord.

Mevrouw Inge van Dijk (CDA):

Dan mijn laatste vraag hierover. In het coalitieakkoord is opgenomen dat over de invulling van de vrijheidsbijdrage overlegd zal worden met de ondernemersorganisaties in het licht van het vestigingsklimaat. Heeft de minister dit overleg al gevoerd en, zo ja, wat is daaruit gekomen?

Dan echt tot slot, voorzitter. We zien te vaak reflexenpolitiek: bij een probleem komt er extra geld. Dat geeft even lucht, maar maakt ons op termijn kwetsbaarder, zeker als we dit gaan dekken met bezuinigingen op welvaartsverhogende investeringen. In een versnipperd politiek landschap is dat lastig te doorbreken, maar gemeenschapsgeld is geen speelbal van politieke reflexen. Het is een gezamenlijke verantwoordelijkheid. We moeten niet alleen kijken naar wat vandaag oplucht, maar ook recht doen aan de lange adem van gezinnen en ondernemers, en aan de generaties die nog komen.

Dank u wel, voorzitter.

De heer Tony van Dijck (PVV):

Ik vroeg me af of mevrouw Van Dijk twee weken geleden het artikel in het FD heeft gelezen waarin stond dat de Innovatiebox voor meer dan 90%, 95%, wordt opgesoupeerd door drie bedrijven in Nederland. Dat zijn drie hele grote jongens: Booking.com, ASML en nog eentje.

Mevrouw Inge van Dijk (CDA):

En een farmaceutisch bedrijf. Dat klopt. Dat heb ik zeker gelezen.

De heer Tony van Dijck (PVV):

Mag ik dan uw reactie op dat artikel? De PVV is al langer voorstander van het afschaffen van de Innovatiebox. Er gaat bijna 3 miljard in zitten. Wij vragen ons af of al die concentratie op de Wbso en de Innovatiebox, op al die fiscale regelingen, überhaupt iets doet.

Mevrouw Inge van Dijk (CDA):

Dan raad ik de heer Van Dijck echt aan om de evaluaties te lezen van de doelmatigheid van de fiscale regelingen. De Wbso is bijvoorbeeld een heel goed geëvalueerde fiscale regeling, waar wij ook erg voorstander van zijn. We hebben het artikel over de Innovatiebox gelezen. In een van de vele fiscale debatten die we hebben, moeten we lekker met elkaar de diepte ingaan: wat zien we nou, waar komt dat door en moeten we er iets mee of niet? Eerlijk is eerlijk: wij zijn in principe echt voorstander van innovatiebevorderende fiscale maatregelen.

De heer Tony van Dijck (PVV):

Nogmaals, innovatie bevorderen klinkt goed, maar hoe effectief is het? Als ik zie dat bedrijven eerder weglopen uit Nederland vanwege de netcongestie, alle regels, het belastingklimaat en de onzekerheden die we in dit huis met elkaar opwerpen voor die bedrijven, dan vraag ik me af of zo'n miljardeninvestering voor innovatie … Het gaat om 3 miljard voor de Innovatiebox en volgens mij ook nog eens om 3 miljard voor de Wbso. Er gaat 6 miljard naartoe, terwijl bedrijven alsnog vertrekken uit dit land vanwege al die onduidelijkheden.

Mevrouw Inge van Dijk (CDA):

Ik denk dat als u een voorstel zou doen om de Wbso af te schaffen, uw mailbox ook zou vollopen, deze keer niet door mensen met een camper, maar door heel veel bedrijven die zeggen: doe dit alsjeblieft niet, want wij hebben deze maatregel echt nodig om stappen te zetten op het gebied van innovatie. Ik zou meneer Van Dijck echt willen vragen die brug niet over te gaan. Het is een heel goed geëvalueerde fiscale regeling. Het is een regeling waarover ondernemers zeggen: behoud deze regeling en geef ons ook de rust dat deze blijft, zodat wij in onze overwegingen om hier te blijven deze in het vakje "waarom wij graag willen blijven" kunnen zetten.

De voorzitter:

Tot slot.

De heer Tony van Dijck (PVV):

Nou, ik vraag het me af. Als ik die 6 miljard teruggeef aan de bedrijven via een lagere winstbelasting, denk ik dat ze blijer zijn dan met al die regelingen en de administratieve rompslomp daarvan. Natuurlijk zijn ze blij met die regelingen, want die geven de bedrijven een beetje lucht. Maar ik vraag me af of de lucht die wij geven via de Wbso en de Innovatiebox wel de lucht is die ze willen, of dat ze die liever hebben via een lagere winstbelasting.

Mevrouw Inge van Dijk (CDA):

Ik denk dat de Wbso een van de redenen is waarom ze denken: Nederland is best een fijn land om in te investeren. Maar wat ondernemers nog meer nodig hebben, zijn onder andere minder regels, meer duidelijkheid en een oplossing voor de netcongestie. Er is dus niet één knop waar we aan moeten draaien. Maar de Wbso in de prullenbak gooien moeten we zeker niet doen.

De heer Stultiens (GroenLinks-PvdA):

Met dat laatste ben ik het eens, maar de heer Van Dijck had het ook over de Innovatiebox. Er is nu zelfs de casus dat een bedrijf dat eigenlijk al praktisch vertrokken is qua R&D toch nog steeds honderden miljoen euro's aan belastingkorting krijgt in Nederland. Wat vindt mevrouw Van Dijk daar dan van?

Mevrouw Inge van Dijk (CDA):

Ik wil altijd heel graag weten wat er precies achter zit, hoe het heeft gewerkt en hoe het zover kon komen, voordat ik een hele snelle conclusie ga trekken. Daarom ben ik ook zo blij met een commissie fiscaliteit, waarin we juist de diepte ingaan. Ik ben ervan overtuigd dat we hier binnenkort uitgebreid met elkaar over spreken. Misschien is het ook een vraag die we kunnen doorspelen naar de staatssecretaris Fiscaliteit, die nu ook in vak K zit.

De heer Stultiens (GroenLinks-PvdA):

Ik ben zeker voorstander van diepte in het commissiedebat. Dat gaan we doen. Erkent het CDA wel dat we onderscheid moeten maken tussen bedrijven die hier ook echt gevestigd zijn en innovatie toevoegen, en bedrijven die eigenlijk al vertrokken zijn maar op basis van oude patenten hun royalty's uit de hele wereld hiernaartoe halen en daarom korting krijgen? Daar moeten we verschil in maken. Dan is de vraag hoeveel belastingkorting we hieraan willen geven.

Mevrouw Inge van Dijk (CDA):

Ik vind het in ieder geval een serieus gesprek met elkaar waard.

Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):

Ik zat net naar mevrouw Van Dijk te luisteren. Toen zij het had over de vrijheidsbijdrage, de oorlogs- of NAVO-belasting, en over de Aof-premie, leek het net alsof zij niet aanwezig was tijdens de coalitiebesprekingen. Dat is toch niet zo?

Mevrouw Inge van Dijk (CDA):

Ik was zeker aanwezig.

Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):

Oké, maar hoe kan het dan dat het in de woorden van mevrouw Van Dijk net lijkt alsof ze verbaasd is over de besluiten die genomen zijn en dat ze nu zegt: we moeten maar eens gaan kijken hoe we dat gaan compenseren? Hoe moet ik dat begrijpen?

Mevrouw Inge van Dijk (CDA):

Omdat dat toen juist een van de afspraken is geweest die we aan tafel hebben gemaakt. We zeiden: we zetten deze nu in, maar we gaan in overleg met het bedrijfsleven of zij wellicht een alternatieve invulling zien die zij liever hebben. Ik ben dus zeker aanwezig geweest en dit is gewoon een afspraak die we toen hebben gemaakt. Daarom vraag ik aan de minister of dat gesprek al heeft plaatsgevonden en wat daaruit gekomen is.

De voorzitter:

Afrondend.

Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):

Ik stel mij voor dat mevrouw Van Dijk niet degene was die aan tafel zat en niet wist wat de Aof-premie was, want mevrouw Van Dijk weet dat wel. Maar ze was dus aanwezig toen het besluit werd genomen en ze heeft ingestemd met — hoe moet ik het noemen? — de oorlogsbelasting of de NAVO-belasting, en doet nu alsof alles bespreekbaar is om alternatieven daarvoor te vinden. Dan houd je toch eigenlijk een beetje een bijzonder verhaal, of ziet mevrouw Van Dijk dat anders?

Mevrouw Inge van Dijk (CDA):

Ik zie dat echt totaal anders, want dit is nu juist een van de dingen die we met elkaar hebben besproken: we zetten deze nu in en als ondernemers zelf met een andere dekking komen, staan we daarvoor open. Bij de sociale zekerheid hebben we ook gezegd: we zetten deze in en als we met de polder in overleg komen om hetzelfde bedrag op te halen met een andere dekking, staan we daarvoor open. We leven dus in dezelfde wereld. Ik heb daarbij aan tafel gezeten en dit hebben we met elkaar afgesproken. Ik wil graag weten hoever we daarmee zijn.

De heer Grinwis (ChristenUnie):

We hebben deze discussie natuurlijk vaker gehad. Dat was niet in deze extreme mate, waarbij we doelbewust de Aof-premie pakken als onderdeel van een vrijheidsbelasting of vrijheidsboete, maar in eerdere discussies ging het er ook over. Dan kwam een deel van de lasten onmiskenbaar bij het bedrijfsleven terecht na veel vijven en zessen. En wat koos de Malietoren in the end? "Nou ja, als het dan moet, dan liever de Aof-premie dan de winstbelasting." Uiteindelijk komt het dan toch uit op een politieke keuze? Wat vindt de CDA-fractie dan? Want in de eigen doorrekening staat ter invulling van de vrijheidsbijdrage zowel een knop aan de inkomstenbelastingkant — ik dacht de btw-kant — als bij de winstbelasting. Waarom is deze keuze er uiteindelijk dan toch uit komen rollen?

Mevrouw Inge van Dijk (CDA):

Omdat alles in een coalitieonderhandeling een afruil is tussen het een en het ander. Wij vonden het heel belangrijk dat de lasten niet alleen in box 1 zouden landen. Vandaar dat deze keuze eruit is gerold. Als het gaat om onze doorrekening, was ons ondernemerspakketje wel iets intelligenter dan de heer Grinwis doet voorkomen, want we hebben heel erg geprobeerd om een deel van de als "ondoelmatig" geëvalueerde fiscale regelingen om te zetten naar als "effectief" geëvalueerde regelingen, juist om ons investeringsklimaat aan te jagen. Het was dus niet "zwart-wit en we draaien maar aan één knop". We hebben met een pakketje geprobeerd om het verdienvermogen ook echt te verstevigen.

De heer Grinwis (ChristenUnie):

Dat heb ik gezien. Volgens mij ging bij het CDA in de doorrekening het lage Aof-tarief omlaag en het hoge Aof-tarief omhoog. Maar voor de invulling van de vrijheidsbijdrage werd toch ook echt naar de winstbelasting gekeken. Dat was voor een klein deel, maar het werd gedaan. Ik zie dat niet terug. Ik kan me precies voorstellen hoe dat is gegaan. Mijn vraag is: wat zou het CDA willen, nu we deze vrijheidsbijdrage nog moeten gaan bespreken en de Aof-premie toch wel onder kritiek staat omdat het overschot in de fondsen steeds groter wordt? Is het CDA bereid om te heronderhandelen over die vrijheidsbijdrage, zowel qua invulling als qua verhouding van de lasten voor burgers en bedrijven? Nu is het namelijk twee derde en een derde. Het zou ook anders kunnen.

Mevrouw Inge van Dijk (CDA):

We hebben deze afspraak nu met elkaar gemaakt. Het CDA is niet van het terugonderhandelen.

De voorzitter:

Tot slot.

De heer Grinwis (ChristenUnie):

Er is natuurlijk een minderheidscoalitie en een meerderheidsoppositie. Wat is dan het antwoord aan de oppositie? Ik vind het eigenlijk best wel een slecht verhaal dat je de lasten neerlegt bij werkgevers. Je maakt het in dienst nemen van werknemers nog duurder, waarmee je arbeid duurder maakt. Valt er echt niet over te praten om dat anders te doen? Kan dat ook niet in een andere verhouding, bijvoorbeeld door de helft van de rekening bij burgers neer te leggen en de helft bij bedrijven, en niet zoals nu, met twee derde bij burgers?

Mevrouw Inge van Dijk (CDA):

Ik ga ervan uit dat er richting de Voorjaarsnota heel veel kopjes koffie gedronken gaan worden met alle partijen. Er gaat heel veel informatie opgehaald worden over wat voor de meerderheid van de partijen een Miljoenennota is die op een meerderheid kan rekenen. Op basis van die gesprekken zullen wij met z'n drieën opnieuw met elkaar in gesprek moeten. Maar ik ga niet vooruitlopen op terugonderhandelen, terwijl ik nog niet eens weet hoe het totaalverhaal eruit gaat zien na de kopjes koffie met de hele Kamer om meerderheden te krijgen.

De heer Dassen (Volt):

Vorig jaar hadden mevrouw Van Dijk en ik een mooie motie over de werkkostenregeling en de vrije ruimte daarin. Die wordt namelijk voor grote bedrijven gebruikt om studieschulden af te lossen. We zien dat start-ups en scale-ups die ruimte niet hebben. Toen hebben we samen het kabinet opgeroepen om daar vrije ruimte voor te creëren. Daar was toen helaas geen meerderheid voor. Als dezelfde partijen vandaag voor zouden stemmen, zou die er wel zijn. Mijn vraag aan mevrouw Van Dijk is of zij nog steeds van mening is dat het verstandig is om hiernaar te kijken en of zij samen met mij het kabinet wil oproepen om hier alsnog naar te kijken.

Mevrouw Inge van Dijk (CDA):

Ik vind dat nog steeds een bijzonder sympathiek en goed idee, maar ik wil wel even goed met elkaar kijken hoe we het kunnen laten werken en hoe we kunnen zorgen voor een nette dekking die op een meerderheid kan rekenen.

De heer Dassen (Volt):

Dat is goed om te horen. Ik ga daar graag met mevrouw Van Dijk naar op zoek.

De heer Jimmy Dijk (SP):

Ik had net een interruptiedebatje met D66 over de aftrekbare ziektekosten. Als je die schrapt, krijgen mensen minder huur- en zorgtoeslag en ook nog minder lokale inkomensondersteuning. Oftewel: mensen worden dan drie keer gepakt. Ik ben benieuwd wat de reactie van het CDA is op het gegeven dat dit €700 tot €1.000 kan kosten voor mensen.

Mevrouw Inge van Dijk (CDA):

Als het zo uitpakt in de praktijk, vind ik dat een heel ingewikkelde uitwerking. We hebben het benoemd omdat het natuurlijk ook wordt gebruikt door mensen van wie je kunt afvragen of je het voor hen wil inzetten. Je wil het vooral inzetten voor de mensen aan de onderkant, die het echt nodig hebben. Als de uitwerking is dat ze aan de andere kant veel meer mislopen, dan denk ik dat we moeten nadenken hoe we het budget voor chronisch zieken op zo'n manier kunnen inzetten dat we die negatieve gevolgen niet hebben en we die mensen wel ondersteunen.

De heer Jimmy Dijk (SP):

Oké, dan laat ik het daarbij. Ik denk er anders over. Het gaat over een groep van 850.000 mensen. Daar zitten met name chronisch zieken en gehandicapten tussen.

Dan over mensen actief informeren over de rechten die ze hebben als het gaat over bijstand, over werkende armen die via de bijstand nog ondersteuning kunnen krijgen, waardoor ze niet door de bodem heen zakken. Daarop bezuinigt het kabinet 30 miljoen, met 17 miljoen euro op de bijzondere bijstand en 6 miljoen euro op de uitvoering daarvan. Ik heb van D66 en het CDA begrepen dat ze daarvanaf willen. Wat is uw voorstel?

Mevrouw Inge van Dijk (CDA):

Ik heb zojuist concrete vragen gesteld aan het kabinet over hoe dat gedekt gaat worden. Ik wacht het antwoord dus af. Ik reken op een positief antwoord, zodat we dit boekje in ieder geval met elkaar kunnen sluiten en kunnen zorgen dat die proactieve dienstverlening ingezet gaat worden. Vandaag is ook weer een rapport naar buiten gekomen over de financiële weerbaarheid van mensen. Die wordt gelukkig beter, maar gerichte armoedebestrijding, waaronder proactief mensen benaderen, is wel een heel effectief hulpmiddel.

De voorzitter:

Tot slot.

De heer Jimmy Dijk (SP):

Ik vind dat we hier helder moeten zijn naar mensen waar het over gaat. Er zijn zomaar 500.000 werkende armen waar dit voor zou gelden. Het is trouwens een verschrikkelijke term voor in Nederland. Het is ook nog een Amerikaanse term. Alles waait daarvan na een aantal jaren hiernaartoe. Begrijp ik nou echt goed dat in ieder geval het CDA zegt dat dit plan sowieso van tafel moet?

Mevrouw Inge van Dijk (CDA):

Dat heb ik zojuist inderdaad in mijn inbreng gezegd.

Mevrouw Van Brenk (50PLUS):

Het CDA sprak over "moreel kompas". Dat klinkt heel mooi, maar daarom waren wij ook heel erg teleurgesteld dat het CDA de motie van 50PLUS om de allerkwetsbaarsten bij de bezuinigingen te ontzien, niet gesteund heeft.

Mevrouw Inge van Dijk (CDA):

Die hebben wij toch wel gesteund? Die zojuist in stemming is gebracht?

De voorzitter:

Mevrouw Van Dijk, even wachten. We laten elkaar uitspreken. Mevrouw Van Brenk stelt een vraag.

Mevrouw Van Brenk (50PLUS):

Die motie is niet gesteund. Die is in het begin al twee keer ingediend en die is niet gesteund door het CDA. Mijn vraag is: waarom niet? Is dat in lijn met het morele kompas van het CDA?

Mevrouw Inge van Dijk (CDA):

Ik ga dat dadelijk eventjes checken, want ik was in de veronderstelling dat we die wel gesteund hadden.

Mevrouw Van Brenk (50PLUS):

Dan ben ik in ieder geval blij dat het misschien de volgende keer goed gaat. Ik steun ook het idee over die proactieve dienstverlening, maar ik blijf dan toch even kauwen op de vraag hoe het er dan in heeft kunnen komen. Is dat een slip of the tongue? Is er even niet opgelet? Kan het CDA dat toelichten?

Mevrouw Inge van Dijk (CDA):

Ik denk dat mijn collega die vraag echt even aan het kabinet moet stellen, aangezien wij het stuk niet hebben gemaakt en dus ook niet hebben bepaald wat daar in eerste instantie wel of niet in kwam.

De voorzitter:

Tot slot.

Mevrouw Van Brenk (50PLUS):

Ja, tot slot. Het smaakt naar meer. We hebben straks een top vijf. Gelukkig hoefde deze er niet bij, want dat was al geregeld door D66 en het CDA. Zijn er nog meer dingen die het CDA eigenlijk anders zou hebben gewild?

Mevrouw Inge van Dijk (CDA):

Ik zou zeggen: lees ons verkiezingsprogramma. Ik denk dat u dan best wel een goed beeld heeft van hoe het er wat ons betreft uit had moeten zien als wij het in ons eentje hadden mogen beslissen.

De voorzitter:

Dank u wel, mevrouw Van Dijk. Het woord is aan de heer Dekker voor zijn inbreng namens Forum voor Democratie.

De heer Dekker (FVD):

Voorzitter. De Voorjaarsnota is dit jaar tevens de Startnota van het nieuwe kabinet, dus behalve de gebruikelijke technische bijstelling en actualisaties zouden daarin ook de keuzes van het nieuwe kabinet zichtbaar moeten zijn. Naar Nederlandse maatstaven kunnen we inmiddels spreken van een forse politieke verschuiving, in dit geval ten opzichte van het kabinet-Schoof. De belangrijkste actualisatie, de aanpassing aan de hedendaagse nieuwe geopolitieke omstandigheden, is niet in de Voorjaarsnota verwerkt.

Er beweegt wereldwijd van alles. Geopolitieke verhoudingen en structuren die decennialang stabiel leken, worden op de kop gezet waar we bij staan. Economische oorlogsvoering is aan de orde van de dag en ook kinetische, fysieke, oorlog lijkt helaas steeds normaler te worden. De gevolgen van dat alles voor Nederland zijn op dit moment moeilijk in te schatten, maar positief zullen ze niet zijn. We zitten als Nederland in veel opzichten in de hoek waar de klappen gaan vallen.

Die onzekerheid wordt in de Voorjaarsnota wel genoemd. Opgemerkt wordt dat de doorwerking van geopolitieke spanningen niet in de nota is verwerkt, maar we blijven wel uitgaan van 1,4% economische groei, een belangrijke verhoging van de belastingopbrengsten en wat verschuivingen en toevoegen hier en daar. Dat lijkt weinig realistisch en wat al te luchtig in deze turbulente tijd. De verschuivingen betreffen vooral defensie, in de plus, en zorg, in de min vergeleken met de vorige plannen. Dat geeft toch het gevoel dat we oorlogsvoering financieren met het zorgbudget. Dat komt duidelijk naar voren bij het overzicht van het uitgavenkader. Defensie krijgt er miljarden bij, bij zorg gaan er miljarden af.

Voorzitter. Dit zijn allemaal natuurlijk relatief kleine bijstellingen. De echte nieuwe richting zal op Prinsjesdag bekend worden, maar de hoofdlijn is ongewijzigd. De gezondheid van overheidsfinanciën, het als een van de beste jongetjes van de klas voldoen aan de maatstaven binnen de EU, de NAVO en andere supranationale organisaties, lijkt de belangrijkste drijvende kracht achter het financiële beleid. Daardoor gaat het nu nog steeds goed met de overheidsfinanciën maar gaat het steeds slechter met de financiën van de burger. Waar andere landen, landen om ons heen er vaak voor kiezen om de burger te ontzien en dan maar een slechtere EU-, NAVO- of VN-score te accepteren, kiezen wij er in Nederland voortdurend voor om ons te richten naar een hoger gelegen collectief doel.

Of het nu gaat om het najagen van zogenaamde SDG's, het vooroplopen bij door Amerika gewenste oorlogen, het ijverig uitvoeren van natuur-, milieu- en klimaatregels, waarvan we binnen de EU een van de grootste pleitbezorgers zijn, het afbreken van onze eigen traditioneel robuuste energie-infrastructuur of het verwelkomen van grote aantallen migranten: naar al die zaken gaat veel geld. En de burger betaalt op alle denkbare manieren, evenals het bedrijfsleven. 5 miljard meer wordt er volgens deze Voorjaarsnota aan belasting opgehaald, zoals meer inkomstenbelasting door gewijzigde schijven en een hogere alcoholaccijns. Waar we met tabaksaccijns de burger over de grens jagen, lijkt dat nu ook met drank te gaan gebeuren. In de toekomst komt er de suikertaks. Het zijn allemaal indirecte belastingen op boodschappen, verpakt als gezondheidsmaatregel, in tijden waarin boodschappen voor veel mensen al onbetaalbaar zijn.

Voorzitter. Met name de uitgaven voor defensie om aan de nieuwe NAVO-norm te komen en de miljardenbijdrage aan Oekraïne zijn mij een doorn in het oog. Aan dat laatste wordt in 2026 alleen al 6,6 miljard besteed. Tegelijkertijd wordt aan burgers en bedrijven om oorlog te financieren een nieuwe verkapte belastingverhoging opgelegd, die vanaf 2027 3 miljard moet gaan opleveren. What's in a name? De zogenaamde vrijheidsbijdrage.

Voorzitter. Over vrijheid gesproken — Tony van Dijck had het hier ook al over — er zijn veel Nederlandse burgers die toeren met een camper als ultieme vrijheid ervaren. Daar heb ik een zwak voor. Maar de zucht van de regering naar financieringsbronnen heeft recentelijk ook deze groep bereikt. De motorrijtuigenbelasting voor campers is dit jaar effectief verdubbeld. Dat levert iets in de orde van 80 miljoen euro op voor de schatkist, maar maakt het toeren voor veel van dit soort vrije vogels te kostbaar. Zou het niet een mooi gebaar zijn om deze wijziging terug te draaien en daarmee symbolisch wat vrijheid te creëren? De dekking kan worden gevonden bij Defensie, waar men nu al van de gekkigheid niet weet hoe die miljarden te besteden.

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel. Het woord is aan de heer Ergin, voor zijn inbreng namens DENK.

De heer Ergin (DENK):

Voorzitter, dank u wel. Vandaag behandelen wij de allereerste voorjaarsnota van het kabinet-Jetten I. Ik wil toch ook even terugblikken op de vorige voorjaarsnota, die van kabinet-Wilders I. Dat was eigenlijk een stapel van teleurstellingen die met een nietje bij elkaar werden gebracht. We zien in deze Voorjaarsnota dat de situatie nu nog veel zorgwekkender is. Het is een en al wanhoop. De vorige keer hadden we het tenminste nog over valse PVV-beloftes. Zo ging het over de boodschappenbonus, de huurbevriezing en het halveren van het eigen risico. Het is niet zo dat die zaken er zijn gekomen of dat die beloftes zijn nagekomen, maar we hadden het toen in ieder geval over onderwerpen waar mensen hoop uit putten.

Voorzitter. Wat hangt er nu boven de markt? Een oorlogsbelasting, een extra belasting op een bosje bloemen, monsterbezuinigingen op de zorg en — dit is voor mij persoonlijk de grootste teleurstelling — de baklavabelasting. Het is echt te gek voor woorden dat we het nog steeds over deze maatregelen hebben, zeker ten tijde van de illegale oorlog van Trump en Netanyahu, die verregaande gevolgen heeft voor onze economie.

De heer Tony van Dijck (PVV):

Dit komt uit onverwachte hoek. Ik heb het gevoel dat de heer Ergin een beetje terugverlangt naar Schoof I, toen de zon nog scheen! Of niet?

De heer Ergin (DENK):

De woordvoerder van de PVV, de heer Van Dijck, gaat nu een aantal stappen verder dan wat ik probeer in te brengen. Ik probeer aan te geven dat het kabinet waar de PVV in zat, sowieso een slechter kabinet was. Daar hebben we heel veel debatten over gevoerd. Het was het kabinet van valse beloftes. Maar met de plannen van dit kabinet — ik heb er net een aantal genoemd en ik ga er straks nog een paar noemen — wordt het er voor de portemonnee in ieder geval niet beter op.

De voorzitter:

U vervolgt.

De heer Ergin (DENK):

Wat betekent dit onderaan de streep voor de portemonnee van mensen? Tanken doet pijn. De boodschappenkar wordt leger en leger. Een zomervakantie wordt onbetaalbaar. Ik wil het debat van gisteren niet opnieuw voeren, maar de oplossingen die daarin werden geboden, zijn doekjes voor het bloeden.

Voorzitter. Ik zou het heel graag over de inhoud van de Voorjaarsnota willen hebben, maar eigenlijk komt dit document over als een voorjaarsmenu, niet alleen omdat het kabinet langs moet bij fracties om om steun te bedelen, om het maar even oneerbiedig zo te noemen, en niet alleen omdat heel veel van de plannen die in dit document staan al door de oppositie zijn weggestemd — denk aan de bezuinigingen op de gehandicaptenzorg bijvoorbeeld — maar omdat het erop lijkt dat de coalitiepartijen zelf ook aan het shoppen zijn.

Zo hadden we net een debatje over de Wet proactieve dienstverlening SZW en die 30 miljoen. Binnen een paar dagen trok het CDA de handen daarvan af. Kijk naar de bezuiniging van bijna 600 miljoen op het maximumdagloon. Binnen de kortste keren trok D66 de handen daarvan af, toen bleek dat met name zwangere vrouwen er bruto €5.200 op achteruit zouden gaan. Ik zou de bewindspersonen graag willen vragen hoe zij dit zien. Is iedereen in dit huis nou aan het shoppen, of kunnen de plannen die door het kabinet worden ingebracht op z'n minst nog rekenen op 66 zetels? Dat zou ik aan beide bewindspersonen willen vragen.

Voorzitter. Dan de bezuinigingen op de Wet proactieve dienstverlening SZW. We hebben het al jaren over die wet en heel veel mensen hebben daar hun hoop op gevestigd. Als mensen ergens recht op hebben, maar ze niet weten hoe ze de weg naar die hulp moeten vinden of ze vanwege het toeslagenschandaal bang zijn dat ze het dubbel en dwars moeten terugbetalen, dan is het belangrijk dat er een overheid is die die mensen helpt. Het plan is om 30 miljoen euro te bezuinigen — het is meteen een megabezuiniging — op mensen die door de overheid gebeld worden en informatie krijgen over hoe ze extra inkomensondersteuning kunnen krijgen.

Voorzitter. Ik heb hier een lijst van allemaal zure maatregelen. Als we kijken naar de oorlogsbelasting, dan zien we dat een alleenverdiener in 2027 €120 per jaar betaalt. De energierekening gaat stijgen vanwege de illegale oorlog van Trump en Netanyahu. We zien dat het eigen risico stijgt. De woorden die we terugzien in de verkiezingsprogramma's en het coalitieakkoord is dat we mensen rust en zekerheid zouden geven. Maar in alles wat in deze Voorjaarsnota staat, zien we geen rust, geen zekerheid en geen perspectief.

Voorzitter. Wat ook ontbreekt, is een effectieve aanpak van discriminatie. Er zou een versterkte aanpak van discriminatie komen. In het debat over het coalitieakkoord zei het kabinet, bij monde van premier Jetten, dat het hier werk van zou maken, maar ook dat zien we niet terug in de stukken.

Voorzitter. Ik zou willen afronden met een oproep aan het kabinet: tel de maatregelen bij elkaar op en je zult zien dat heel veel mensen thuis dit niet kunnen dragen.

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel. Het woord is aan de heer Flach namens de SGP.

De heer Flach (SGP):

Voorzitter, dank u wel. Dit debat vindt plaats onder een wat bijzonder gesternte. We hebben gisteren een uitgebreid debat gehad over de gestegen energie- en brandstofprijzen. Vandaag spreken we over de begrotingswijzigingen voor dit jaar. Maar feitelijk spreken we ook over de budgettaire kaders voor de komende vier jaar. Kortom, dit is een breed debat. Het gaat zowel over de korte als de lange termijn. Ook in mijn bijdrage zal dat doorklinken. Ik wil de minister en de staatssecretaris alvast succes wensen met de beantwoording.

Voorzitter. Er wordt in de komende tijd enorm veel geld uitgetrokken voor Defensie. Wat er precies gereserveerd is, is echter lastig te volgen, want delen staan nog op de aanvullende post. Tegelijkertijd wordt er een deel bij Defensie weggehaald, wat feitelijk een bezuiniging is, om de uitgaven voor Oekraïne te dekken. Kan de minister concreet aangeven welke extra investeringen worden gedaan in de directe inzetbaarheid en gereedheid van onze eigen krijgsmacht en op welke termijn deze effect sorteren?

Ook wordt volgend jaar 419 miljoen euro weggehaald op de begroting voor ontwikkelingssamenwerking om de steun aan Oekraïne te betalen. Ik zei daar net al iets over in het interruptiedebat. Dat is opnieuw een stevige knauw, boven op de hoger uitgevallen asielkosten, voor rekening van de ontwikkelingssamenwerking. De investering van 257 miljoen euro uit het coalitieakkoord in ontwikkelingssamenwerking wordt daarmee meer dan tenietgedaan in 2027. Waarom kiest het kabinet voor deze cynische aanpassing?

Voorzitter. Om bij Defensie te blijven: in september is een motie van de SGP aangenomen over het zogenaamde Staphorsterbod. Staphorst heeft zijn nek uitgestoken en is bereid om een munitieopslagplaats in de gemeente te faciliteren. Een randvoorwaarde daarbij is een investering in de infrastructuur, zoals een goede aansluiting op de A28 en een veilige spoorwegovergang. Kunnen we erop rekenen dat hiervoor middelen worden gereserveerd in de begroting voor 2027?

Recent is ook een motie van de SGP aangenomen over Westerbork. We waren daar met een heel aantal Kamerleden. Die motie verzoekt om bij de Voorjaarsnota een voorstel te doen voor aanvullende financiering voor de vernieuwing van het Herinneringscentrum Kamp Westerbork naar 2027. Ik kan het mis hebben, maar volgens mij staat hier niets over in. Nu is de motie nog maar heel recent aangenomen, dus ik gun het kabinet zeker nog iets meer tijd, maar kunnen we er wel van uitgaan dat die aanvullende financiering er komt?

Voorzitter. Een groot deel van de indirecte kostencompensatie van 2026 wordt verschoven naar latere jaren door een gebrek aan capaciteit bij de RVO. Maar bedrijven hebben hier wel rekening mee gehouden en worden nu opeens geconfronteerd met hogere kosten. Het kabinet onderschat de gevolgen. Door problemen in de uitvoering zouden de middelen pas later uitgekeerd kunnen worden, onder andere door uitbreiding van de doelgroep. Ik heb daar twee vragen bij. Kunnen de bestaande aanvragers gewoon dit jaar uitbetaald krijgen, zoals oorspronkelijk bedoeld? Kan dit jaar al een voorschot worden uitbetaald?

Voorzitter. In de Voorjaarsnota staat ook een bezuiniging op de proactieve dienstverlening. Wat schetste vorige week mijn verbazing? Twee coalitiepartijen, het CDA en D66, gaven aan dat die bezuiniging van tafel móét. Ik hoor graag van de minister wat hierover nu de afspraken zijn. Gaat die bezuiniging inderdaad van tafel?

Voorzitter. Dan de lange termijn. De nota die nu voorligt, houdt rekening met stevige bezuinigingen, bezuinigingen waarvoor meerderheden niet direct voor de hand liggen. Ook de SGP is kritisch op veel maatregelen. Het is zeer onwaarschijnlijk dat de financiële plaat die het kabinet nú voorlegt ook de definitieve wordt. De wetsvoorstellen waar de bezuinigingen op gebaseerd zijn, moeten nog gemaakt worden. Kortom, ik ben erg benieuwd hoe de minister deze Startnota ziet. Is dit een openingsbod? Met welke alternatieven houdt hij rekening?

Voor de SGP is het helder: voorafgaand aan alle bezuinigingen moeten eerst de gevolgen voor kwetsbare groepen in kaart worden gebracht, zeker ook als het gaat om de samenloop van maatregelen. Ook moet bij eventuele bezuinigingen van het kabinet de menselijke maat niet uit het oog worden verloren. Het beschermen van kwetsbare mensen moet het uitgangspunt blijven. Mijn collega Stoffer heeft daar een motie over ingediend; noem het maar de Stoffertoets. Voor de zomer komt het kabinet met de eerste analyse van deze toets. Het is goed dat het kabinet dit snel oppakt. Er is 350 miljoen gereserveerd voor een tegemoetkoming van chronisch zieken. In de zomer wordt dan bezien hoe dat het beste kan worden ingezet. Op zich is het mooi dat dit budget al is gereserveerd, maar het is wel een beetje de omgekeerde route: je hebt de pleister al klaarliggen en daarna gaan we de schade bezien. Stel dat uit die Stoffertoets blijkt dat er meer nodig is, hoe gaan we daar dan over praten? Kan de minister toezeggen dat in de analyse die gemaakt wordt ook wordt bezien wat er nodig is om de eventuele negatieve gevolgen te verminderen?

Dank u wel, voorzitter.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Flach. Het woord is aan mevrouw Teunissen namens de Partij voor de Dieren.

Mevrouw Teunissen (PvdD):

Dank u wel, voorzitter. De illegale oorlog van de Verenigde Staten en Israël legt bloot hoe kwetsbaar de Nederlandse economie is door onze afhankelijkheid van fossiele brandstoffen. Tot nu toe zijn EU-landen al 24 miljard extra kwijt aan het importeren van olie en gas. Deze energiecrisis is een fossiele crisis. Een snelle overstap naar groene en hernieuwbare energie en het verminderen van grondstoffen is dus bittere noodzaak, vanwege de klimaatcrisis die de veiligheid van ons en toekomstige generaties bedreigt en vanwege de nationale veiligheid op korte termijn.

De keuze is alleen niet: we gaan nu investeren in de kosten van de meest kwetsbare groepen in Nederland. Het domste wat je nu kan doen, is je sociale vangnet verder uitkleden, werkende mensen nog meer laten betalen en bezuinigen op ontwikkelingssamenwerking, want zo maak je de samenleving juist minder weerbaar in plaats van meer. Ook ondermijn je het vertrouwen in de overheid verder. Volgens het Sociaal en Cultureel Planbureau is het vertrouwen in de politiek aanhoudend laag; burgers vinden dat de overheid onvoldoende luistert. Voor het vertrouwen helpt het niet als gewone mensen steeds maar geraakt worden, terwijl miljonairs en grote vervuilers alsmaar ontzien worden. Je voedt daar alleen maar de onvrede en het populisme mee.

Het is tijd voor solidariteit in plaats van mensen verder uit elkaar te drijven, met bijvoorbeeld een miljonairsbelasting of een hogere winstbelasting. De sterkste schouders moeten de zwaarste lasten dragen. Ook de Raad van State waarschuwt dat de offers niet eerlijk worden verdeeld. Vermogens en bedrijven worden relatief ontzien, terwijl de rekening volop bij werkende mensen terechtkomt. Wat gaat het kabinet doen met de waarschuwing van de Raad van State?

De Partij voor de Dieren weet wel waar het geld zit. 40 miljard aan fossiele belastingvoordelen en subsidies. 2 miljard belastinggeld voor het Indiase bedrijf Tata Steel, dat milieuregels structureel aan de laars lapt, gisteren nog. Het is een bodemloze put. Het wordt allemaal weggesluisd bij de gewone mensen, die hun boodschappen niet meer kunnen betalen.

Voorzitter. 14 miljard ligt ook ongebruikt op de plank, deels bij klimaat, omdat er onvoldoende personeel is om de plannen uit te voeren. De Partij voor de Dieren dringt al heel lang aan op het helpen van mensen naar groene banen. Mede doordat het kabinet ook de fossiele industrie kunstmatig in de benen wil houden, lukt dat steeds maar niet. Hoe staat het met de concrete plannen van het kabinet om mensen te helpen opleiden en omscholen naar banen van de toekomst? En kan de regering eindelijk met een concreet afbouwpad komen voor fossiele subsidies? Want deze houden de groene transitie tegen.

Voorzitter. Er ligt 13,4 miljard op de plank, 60% van het Klimaatfonds, om vier nieuwe kerncentrales te bouwen ergens in de verre toekomst. Dat is waanzin en dat is geldverspilling, want de realiteit is veranderd door de geopolitiek en we moeten nu omschakelen. Het duurt op z'n minst nog tien jaar voor die kerncentrales überhaupt gebouwd kunnen gaan worden. Bovendien is het een dure energievorm, want die centrales moeten altijd blijven draaien, ook in de zomer, zodat de burger straks aan dure contracten vast komt te zitten. Ook is het een gevaarlijke vorm van energie en wil een meerderheid van Nederland zo'n ding niet in zijn achtertuin, wat ik heel goed begrijp. Oplossingen liggen nu binnen handbereik: de vraag naar energie fors verminderen, wind, zon, opslag en groene waterstof. Elke euro die naar kernenergie gaat, kunnen we niet stoppen in het isoleren van woningen en kantoren. Is de minister bereid om de reserveringen voor kernenergie om te buigen naar energiebesparing en hernieuwbare energie? De Partij voor de Dieren heeft een aantal amendementen ingediend om de minister daarbij te helpen.

Voorzitter. Dan de dieren, de meest kwetsbaren. Die worden al helemaal vergeten. Er wordt bezuinigd op toezichthouder NVWA, terwijl het toezicht en de aanpak van dierenmishandeling al jaren zwaar onvoldoende is. Daarom heb ik een amendement ingediend om hier meer geld voor vrij te maken. Hetzelfde geldt voor dieren in de veehouderij. Slechts 3,5% van alle bedrijven wordt gecontroleerd.

Voorzitter, tot slot. Je kunt geen overbodig vliegveld open midden in een klimaat-, natuur- en oliecrisis. Lelystad Airport openen voor meer vakantievluchten maakt onze economie nog afhankelijker van fossiele brandstoffen en is totaal overbodig. Wil de minister dit onzalige plan intrekken?

Voorzitter. Het niet maken van echte keuzes is ook een duidelijke keuze, en in dit geval een dure keuze waar toekomstige generaties, de democratie en onze leefomgeving de rekening voor betalen. Het kabinet moet nu echt het roer omgooien voor een leefbare en veilige toekomst.

De voorzitter:

Dank u wel. Het woord is aan de heer Grinwis van de ChristenUnie.

De heer Grinwis (ChristenUnie):

Voorzitter, dank u wel. De Voorjaarsnota waar we vandaag over spreken, is de Startnota van het kabinet-Jetten. De inhoud van deze Voorjaarsnota laat daarmee niet alleen zien wat dit kabinet beleidsmatig van plan is, maar ook welke verhouding het zoekt met het parlement. In dat licht heeft mijn fractie de Voorjaarsnota met gefronste wenkbrauwen gelezen. Zo kondigde dit kabinet eerder een bezuiniging aan van ongeveer een half miljard euro op de gehandicaptenzorg. Dat is echt een slecht plan, want we hebben in dit land gewoon goed te zorgen voor mensen met een beperking. Als we de kwaliteit van die onontbeerlijke zorg acceptabel willen houden, is daar niet op te bezuinigen. Dat is voor ons dan ook niet acceptabel. Daarom diende Mirjam Bikker een motie in om die bezuinigingen terug te draaien. Die motie werd door een meerderheid van deze Kamer gesteund, maar tot onze grote schrik is de bezuiniging helemaal niet teruggedraaid in de Voorjaarsnota. Waarom is deze motie niet uitgevoerd? Komt dat door de minister van Langdurige Zorg, of heeft de minister van Financiën er zelf een stokje voor gestoken? Wil hij ervoor zorgen dat deze motie zo snel mogelijk alsnog wordt uitgevoerd, zodat deze kwalijke bezuiniging van tafel gaat?

Hetzelfde geldt voor de motie over long covid en andere zogeheten postacute infectiesyndromen, zoals ME, CVS, Q-koorts en lyme. Veel Nederlanders lijden daar erg onder. In Duitsland is er een grootschalig meerjarig initiatief gelanceerd om deze ziektes beter te behandelen. De Voorjaarsnota is op dit punt echter akelig leeg. Wat gaat het kabinet op dit punt dan doen? Worden aangenomen moties van de meerderheidsoppositie, zeker als die gaan over belangrijke thema's als de gezondheid van Nederlanders, eigenlijk wel serieus uitgevoerd? Zo niet, hoe denkt deze regering dan meerderheden te vinden voor de eigen plannen? Let wel, dit is geen vraag van de zoveelste oppositiepartij die als puntje bij paaltje komt niet wil of durft te bezuinigen. Lees ons verkiezingsprogramma en de bijbehorende doorrekeningen er maar op na. Maar het kan niet zo zijn dat dit kabinet de zorg voor de meest kwetsbaren uitkleedt, net doet alsof zijn neus bloedt en vervolgens alsnog op steun voor zijn plannen rekent. Graag een reactie.

Voorzitter. Deze Voorjaarsnota markeert het financiële kader van dit kabinet. Het zou zomaar kunnen dat we aan het begin staan van economisch zwaardere tijden. Dan is het zaak om niet te koersen op de golven, maar op de sterren, niet op de waan van de dag, maar op de lange termijn. Volgens het IEA zitten we in de grootste energieaanbodschok ooit. Dat betekent dat we het begin van de prijsstijgingen en andere negatieve economische gevolgen mogelijk nog niet hebben gezien.

Ik heb het al eens eerder gezegd: inflatie is de sluipmoordenaar van de koopkracht van de gewone, hardwerkende Nederlander. Een belangrijke taak van het kabinet is dus om die inflatie te beteugelen. De eerste klap van de hoge olieprijzen kunnen we niet wegnemen, maar we moeten wel verstandig beleid voeren om ervoor te zorgen dat die prijsstijging niet wordt omgezet in jarenlange inflatie. In 2022, toen er ook zo'n energieprijsschok was, maar vooral gedomineerd door gas, was het: verdeel en heers. Werknemers wilden begrijpelijkerwijs compensatie door hogere lonen, bedrijven wilden hogere inkoopprijzen doorberekenen aan de consument en de overheid wilde terecht ook de overheidsfinanciën op orde houden. Dat is allemaal begrijpelijk, maar potentieel ook schadelijk. Kunnen al die begrijpelijke belangen niet beter gemanaged worden, zodat de totale pijn eerlijker verdeeld wordt en minder groot is? Vraagt dat niet om een soort nieuw sociaal akkoord? Sowieso is dat 44 jaar na het Akkoord van Wassenaar geen overbodige luxe. Is het kabinet bereid om te werken aan een groot sociaal akkoord om zo te voorkomen dat we straks te maken hebben met een hardnekkig inflatiespook? Dat is koersen op de sterren, niet op de golven.

Voorzitter. Op het financiële beleid van dit minderheidskabinet ligt een grote hypotheek. Ook als het kabinet het wel voor elkaar krijgt alle pijnlijke maatregelen door het parlement te loodsen, dan geldt dat de groei van de netto-uitgaven op de middellange termijn te groot is, zo schrijft de Raad van State. Het gepresenteerde uitgavenpad uit het budgettair-structureel plan, het FSP, leidt bovendien tot, ik citeer, "onhoudbare overheidsfinanciën". Kan de minister hierop reageren? Is hij hiervan geschrokken? Wat gaat hij daar nou aan doen? Is hij nu de echte begrotingshavik Heinen of toch meer een begrotingsduifje?

Voorzitter. Ik heb nog wat overige vragen. Is het kabinet bereid komende zomer in het licht van de algehele koopkrachtontwikkeling bij meevallende zorgpremies niet welhaast automatisch over te gaan tot een verhoging van de eerste twee schijven in de inkomstenbelasting, box 1, en de Aof-premie? Dat is vooral een vraag aan de staatssecretaris.

Is het kabinet bereid te kijken naar een andere verhouding en invulling van de vrijheidsbijdrage, zodat de lasten op arbeid voor werkgevers en werknemers niet stijgen, of minder dan voorgenomen?

Helemaal tot slot nog iets anders. Is het kabinet bereid nog eens heel goed te kijken naar de verdeling van de voorgenomen intensivering? Het ministerie van IenW is met de enorme onderhouds- en vervangingsopgave immers zwaar onderbedeeld. Daar komt er structureel slechts een half miljard per jaar bij. Met andere woorden, stelt het kabinet wel de juiste prioriteiten? Met een vooraf bepaald budgettair plafond van 325 miljoen structureel een herbestedingsreserve invoeren ten behoeve van woningbouw door woningcorporaties kan toch helemaal niet op deze manier? Graag opheldering. Waarom niet gewoon het instrument herbestedingsreserve invoeren, gericht op een maximale woningbouwprestatie zonder onuitvoerbare beperkingen vooraf? De nood aan betaalbare woningen is er immers hoog genoeg voor.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Grinwis. Het woord is aan de heer Jimmy Dijk namens de SP.

De heer Jimmy Dijk (SP):

Voorzitter. Weet u wie dit is op deze foto? Weten jullie wie dit is? Dit is Camiel. Camiel is 19 jaar en werkt in een autowasstraat. Van dit kabinet moet hij doorwerken tot hij 72 jaar is en moet hij een eigen risico gaan betalen van €450. Camiel heeft een huurwoning en moet iedere maand €25 meer huur gaan betalen. De boodschappen van Camiel worden alsmaar duurder. De energierekening van Camiel is de afgelopen maanden met €100 per maand gestegen. Als Camiel werkloos wordt, krijgt hij als het aan dit kabinet ligt nog maar een WW van één jaar. Camiels oma krijgt geen thuiszorg meer als het aan dit kabinet ligt. Camiel heeft een brief gekregen over een opkomstplicht. Er wordt wel wat veel van Camiel gevraagd. Het is nogal wat, wat er van Camiel wordt gevraagd.

Dan is de vraag aan de Kamer: weet u wie dit is, op deze foto? Ministers, weet u wie dit is? Deze meneer schurkt tegen de Quote 500 aan. Hij heeft een geschat vermogen van ruim 100 miljoen. Hij noemde Nederland "dik, dom en zelfgenoegzaam", wat ikzelf nogal zelfgenoegzaam vind. Hij was CEO van ASML. Hij zag in zijn periode de winstbelasting dalen van 35% naar 25%, maar "Nederland is dik, dom en zelfgenoegzaam". Het bedrijf kreeg de meeste belastingvoordelen met betrekking tot de expatregelingen. U weet wel wie dit is. Hij kreeg als CEO aandelen van ASML, nogal veel. Zo profiteert deze meneer als geen ander van het niet door laten gaan van de belasting op inkoop van eigen aandelen. Camiel is niks gevraagd, helemaal niets. De heer Wennink werd wel gevraagd om advies. Zo zien we dat degene die dit kabinet adviseert, ook degene is die het meeste profiteert. Dit kabinet is gul voor zijn profiteurs en zijn adviseurs en is koud en kil tegen mensen zoals Camiel. Nog voordat het rapport van Wennink was uitgekomen, hadden D66 en het CDA alle adviezen overgenomen. Ze stonden er al in: mensen moeten meer werken, mensen moeten langer werken, mensen moeten flexibeler zijn. Van mensen zoals Camiel wordt heel veel gevraagd en van mensen zoals de heer Wennink wordt helemaal niets gevraagd, nul, nakkes, nada.

En er wordt niet alleen geluisterd naar de heer Wennink. Er wordt ook geluisterd naar de heer Trump en naar Rutte: miljarden naar de NAVO-norm, 19 miljard euro. Onze welvaartsstaat wordt uitgekleed en omgebouwd tot een oorlogsmachine. Ook hier wordt heel veel gevraagd van mensen zoals Camiel. Onze sociale zekerheid wordt met 6 miljard euro kapotbezuinigd: een verhoging van de AOW-leeftijd, de WIA wordt gekort. Er is geen plan voor de WIA, maar er zijn wel bezuinigingen. De WW wordt na een jaar gekort, terwijl hier overal mensen zitten die straks, als ze stoppen, een wachtgeldregeling hebben van meer dan drie jaar. Op de zorg wordt 10 miljard euro bezuinigd; ik zei dat zojuist al in een interruptiedebatje met de heer Eerdmans. Dat is onnodig. Pak de winsten aan, pak de zorgfraude aan, pak de bureaucratie aan: 17 miljard euro. Dan is er niets aan de hand met onze zorgkosten. Dan hoeft het eigen risico niet omhoog, dan hoeven er geen bezuinigingen te komen op onze ouderenzorg en dan hoeft de thuiszorg niet kapot te worden bezuinigd.

Voorzitter, ik rond af. Hier zit een minderheidskabinet dat mensen constant bang maakt dat de kosten van de sociale zekerheid de pan uit zouden rijzen. Onzin! De afgelopen twintig jaar was het 12% van ons bruto binnenlands product en dat is het de komende twintig jaar nog steeds. Onze zorg kost 10% tot 12% van het bruto binnenlands product. Als we doen wat ik net zei, gaat dat niet stijgen. Wij zijn met meer; de oppositie is met meer, met vakbonden en maatschappelijke organisaties. Ik zeg tegen GroenLinks-Partij van de Arbeid en tegen JA21: kap met deals sluiten met dit kabinet, dat voor sociale afbraak zorgt. U werkt daaraan mee als u deals sluit. Afbraak is niet constructief. We moeten een verenigde oppositie hebben die dit kabinet zo snel mogelijk van koers doet veranderen, die de bezuinigingen op de gehandicaptenzorg van tafel krijgt, die de AOW-leeftijd niet laat verhogen, die het eigen risico niet laat verhogen. Er is een beter alternatief: stop de afbraak voor de toekomst van Camiel en maak Nederland betaalbaar voor mensen zoals Camiel.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Dijk. Het woord is aan de heer Vermeer namens BBB in de eerste termijn. Gaat uw gang.

De heer Vermeer (BBB):

Dank u wel, voorzitter. Eerst een opmerking: de heer Flach is er nu niet, maar volgens mijn informatie heeft hij Abraham gezien, niet in een visioen, maar gewoon omdat hij vandaag jarig is. Dus van harte gefeliciteerd! Misschien is hij gebak aan het halen of zo; ik weet het niet.

De voorzitter:

Dat zou wel lekker zijn. Ik heb hem al gefeliciteerd bij de aanvang van de vergadering van vandaag, maar het is goed dat u dat ook nog doet.

De heer Vermeer (BBB):

Voorzitter. De Voorjaarsnota was nog niet gepresenteerd of de minister maakte al duidelijk dat die met een korrel zout gelezen moest worden. De gevolgen van de oorlog in Iran en de bijbehorende energiecrisis zijn immers niet verwerkt in deze cijfers. Gisteren hebben we al gesproken over de maatregelen die het kabinet tegen de energieprijzen neemt. Ik wil die toch ook nu wel weer benoemen. Mensen betalen zich scheel aan de pomp en het kabinet lijkt dat wel prima te vinden. Meer actie komt er niet. Een accijnsverlaging zou namelijk ongericht zijn, maar dat is natuurlijk een bizarre voorstelling van zaken, aangezien de mensen die het meeste zouden profiteren nu ook het meeste lijden. Dat geldt overigens ook voor een aantal specifieke sectoren zoals de landbouw, de visserij, het transport en de industrie. Wat wel een voorbeeld is van ongericht beleid, is die ISDE-subsidie voor warmtepompen, die vooral terechtkomt bij mensen met een inkomen van boven een ton. Voor veel mensen met een kleine beurs is een benzineauto nou eenmaal noodzaak. We hebben het hier over mantelzorgers en forenzen zonder kilometervergoeding. Dit kabinet staat helaas los van de realiteit. Het gaat blijkbaar om een politieke agenda van verduurzaming en het onbetaalbaar maken van energie, alsof mensen voor de lol een extra rondje op de rotonde gaan rijden bij een korting op de accijnzen.

Voorzitter. Ik heb een vraag over het bijhouden van de opbrengsten. Het kabinet heeft eerder aangegeven dat het niet in beeld heeft hoeveel extra btw-inkomsten er binnenkomen door de energiecrisis, omdat deze niet inzichtelijk gemaakt worden per sector. Mijn vraag aan de minister is of we de administratie van de Belastingdienst niet kunnen verrijken door een koppeling te maken met het Handelsregister, waarin de bedrijven een SBI-code hebben die laat zien bij welke sector zij horen. Die vraag kan ook voor de staatssecretaris zijn; dat moeten ze zelf maar even uitzoeken.

Voorzitter. Als men geen inzicht kan geven in de inkomsten, dan kan er misschien wel aangegeven worden hoe de verkoopvolumes voor benzine en diesel van maart 2026 zich verhouden tot die van maart 2025. Dan kunnen we het rekenwerk met betrekking tot de btw-inkomsten zelf doen. Mocht blijken dat er veel minder is afgezet dan vorig jaar, dan betekent dat ook iets. Dan moeten we misschien de accijnzen omlaag doen om de opbrengsten te stutten. Hetzelfde zien we in deze Voorjaarsnota gebeuren bij de accijnzen voor tabak en alcohol.

Dan kom ik op onze energievoorziening. Nederland maakt energie elke keer duurder voor zichzelf. Tegelijk leggen we onszelf vast op een harde sluitingsdatum voor kolencentrales in 2030, terwijl de spanningen in de wereld toenemen en energielevering vanuit het buitenland niet altijd mogelijk is. Wij vinden dat energiebeleid moet gaan over zekerheid en betaalbaarheid. Als kolencentrales nu bijdragen aan stabiele en betaalbare stroom, dan moet die capaciteit bewust in stand gehouden worden in plaats van weggegooid worden. Daarom pleit BBB ervoor de sluiting van kolencentrales tot na 2030 uit te stellen. Daarnaast moet de gaswinning op de Noordzee gemaximaliseerd worden en moeten we, gezien de geopolitieke context, ook weer kijken naar gas onder de Waddenzee. Kan de minister reageren op deze voorstellen?

Tot slot wil ik het hebben over de budgettaire vooruitzichten voor de komende jaren. We zien een minderheidskabinet dat erg blij lijkt te zijn met de gekozen richting, maar ik zie het kabinet nog niet concreet worden in de samenwerking met de Kamer. De premier vliegt de hele wereld over, maar krijgt de door hemzelf pijnlijk genoemde maatregelen naar verwachting in de huidige vorm niet door de Kamer. Onder andere de verhoging van de AOW-leeftijd en de verhoging van het eigen risico in de zorg staan daarmee op losse schroeven. Mijn vraag is dan ook wat dit op termijn betekent voor de begroting. We kennen de minister als een havik op het gebied van financiën, maar moet hij wellicht nu al andere uitgaven die gepland staan voor de komende jaren afschalen? Is de minister het met mij eens dat hij, op basis van de huidige politieke realiteit, in feite een ongedekt coalitieakkoord heeft liggen? Met de voorstellen in kwestie heeft BBB niks, zeg ik even voor de duidelijkheid. Tegelijkertijd is het waar dat de budgettaire plaat zoals die gepresenteerd werd in februari eigenlijk al in de prullenbak zit. O ja, en waar blijven de gesprekken met de Kamer over de aangekondigde versoepelingen van de box 3-wetgeving? Dat was toch niet alleen een mededeling voor de gemeenteraadscampagne? Die belofte moet toch verwerkt worden in de komende begrotingen? Dan zou overleg wel wenselijk zijn.

Voorzitter. Tot slot heb ik nog een ander klein punt, namelijk een vraag over regionale ziekenhuizen. Er is vorig jaar bewust gekozen voor een ingroeipad richting budgetbekostiging voor de spoedeisende hulp. Mijn vraag is eigenlijk of dit kabinet dat nog steeds goed vindt en of het daar ook mee bezig is.

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel. Het woord is aan mevrouw Van Brenk namens 50PLUS.

Mevrouw Van Brenk (50PLUS):

Dank, voorzitter. Als het energiesysteem niet meer kan leveren wat wij gewend zijn, als sociale huurwoningen geen vliegende start meer opleveren voor onze jongeren en als onze toeslagen zorgen dat burgers diep in de problemen komen, dan moeten we dat oplossen. Dat moeten we niet doen met nieuw beleid en nieuwe regels, maar door nog eens heel kritisch terug te kijken. Wat hebben we gedaan en was dat wel verstandig? Hebben we het alleenwonen niet te veel ondersteund? Hebben we het samenwonen niet te veel bestraft? In hoeverre hebben de van staatswege gestimuleerde trend van het alleenwonen en vooral, maar niet uitsluitend, de introductie van inkomensafhankelijke toeslagen en kortingen, bijgedragen aan het huidige woningtekort? Is de asielinstroom groter geworden of niet? En is de samenstelling van de asielinstroom zo gewijzigd dat integratie moeizamer verloopt of er meer nareizigers komen? In hoeverre is de druk die de asielinstroom legt op de sociale huursector sindsdien toegenomen en in hoeverre is het aanbod afgenomen? Hebben we misschien te veel geld bijgedrukt om de eurozone te redden? Ook dat deden we niet in het guldentijdperk, maar juist volop in het eurotijdperk. Als Frankrijk morgen in de problemen komt, kijken we namelijk eerder naar de ECB dan ons af te vragen wat Frankrijk er zelf aan gaat doen.

Voorzitter. Dit is dan ook het moment om het belastingplan van 50PLUS opnieuw onder de aandacht te brengen. Dat is eenvoudig, zonder toeslagen en zonder het eindeloos rondpompen van geld. Het is keurig door het Centraal Planbureau doorgerekend. Ik overhandig het hierbij graag aan de minister. Zijn voorganger heeft er nooit wat mee gedaan. Misschien staat hij er nu voor open.

Dat was een terugblik. Er zijn ook belangrijke actuele agendapunten die wij in het kader van de Voorjaarsnota heel graag willen adresseren. De problemen van Nederland zijn volgens ons niet op te lossen met extra regels, extra uitzonderingen en extra maatregelen. Als alleen wonen, geld bijdrukken en asielzoekers heilig worden verklaard terwijl we daar vroeger nog heel bedachtzaam mee omgingen, dan moet dat ook onderdeel zijn van de oplossing. Dan hoeven we er misschien geen miljarden tegenaan te gooien.

De brede stand van zaken van de overheidsfinanciën is zorgelijk. We dreigen de grenswaarde van -3% al snel te overschrijden. Daar is nog maar één zuchtje tegenwind voor nodig, terwijl wij zeker nog extra wensen hebben ten aanzien van enkele bezuinigingen waarvan wij vinden dat ze te ver gaan, zeker voor de meest kwetsbare huishoudens. In de top vijf van 50PLUS noemen we in ieder geval de geplande verhoging van de AOW-leeftijd, de geplande verhoging van het eigen risico, de eigen bijdrage voor de wijkverpleging, de verkorting van de WW-duur en het verlagen van het maximumdagloon voor arbeidsongeschikten.

Om voorbereid te zijn op het volgende zuchtje tegenwind en om ervoor te zorgen dat er ruimte is om over de ongewenste stapeling van bezuinigingen te onderhandelen, waaronder die vijf voorbeelden die ik net noemde, stellen wij aan het kabinet voor om in de aanloop naar Prinsjesdag met ons in gesprek te gaan. In de eerste plaats hopen wij natuurlijk dat onze wensen over het lopende bezuinigingspakket ingewilligd kunnen worden, misschien zelfs met het gordelroosvaccin voor álle 60-plussers, maar evengoed hopen wij hiermee het kabinet te helpen om de ruimte in de begroting op peil te houden in deze roerige tijden. 50PLUS wil koste wat het kost voorkomen dat we dit jaar nog moeten gaan praten over een pijnlijk extra noodpakket met nog meer ellende voor de burger. We voorzien in de toekomst al genoeg risico's voor burgers rondom pensioenen, zeker als deze wijze van beleggen doorgaat. Tot twee weken geleden kregen we de handen niet op elkaar voor een kritisch onderzoek naar de rampzalige rendementen van de pensioenfondsen. Gelukkig begint dat tij te keren.

50PLUS heeft ideeën over een gebalanceerd aanvullend consolidatiepakket voor de begroting. We zien zeker kansen voor een win-winsituatie, zowel voor de burger als voor de begroting. We denken dat het kabinet er goed aan zou doen om daar in de aanloop naar Prinsjesdag met ons over te onderhandelen.

Dank, voorzitter.

De heer Jimmy Dijk (SP):

Ik had deze vraag aan iedere willekeurige partij kunnen en willen stellen, maar ik kom bij u uit.

Mevrouw Van Brenk (50PLUS):

Heel goed.

De heer Jimmy Dijk (SP):

Weet u waar de 19 miljard euro op gebaseerd is die aan de Trumpnorm uitgegeven moet worden?

Mevrouw Van Brenk (50PLUS):

Nee.

De heer Jimmy Dijk (SP):

Dan zou ik, net als aan alle andere partijen en aan journalisten, de media en de pers hier, willen adviseren om te proberen te achterhalen waarom die 19 miljard euro gevraagd wordt en waar dat op gebaseerd is. Er ligt hier namelijk in een kluis een document waarin staat waarop dat gebaseerd is. Ik zou het erg goed vinden als Kamerleden zich erover zouden informeren wat de capaciteitsdoelstellingen van de NAVO zijn en hoe die lijst eruitziet. Ik merk in dit debat dat alles klakkeloos wordt overgenomen. Er wordt zomaar gezegd dat er 19 miljard moet worden uitgegeven. Als u niet kunt zeggen waarop die 19 miljard gebaseerd is, waarom zou u er dan mee instemmen?

Mevrouw Van Brenk (50PLUS):

Ik stem met niets in. Ik wil gewoon in gesprek, voordat wij gaan roepen dat het over links of rechts moet. Ik stel voor dat wij in gesprek gaan. Ik heb net al gezegd welke top vijf wij hebben, maar er zitten nog een heleboel zessen en zevens bij. Als je niet in gesprek gaat met elkaar, weet je zeker dat je niets bereikt en dat je niets krijgt. Wij willen niet achteraan staan.

De voorzitter:

Tot slot.

De heer Jimmy Dijk (SP):

We zijn op dit moment ook in gesprek met elkaar.

Mevrouw Van Brenk (50PLUS):

Zeker.

De heer Jimmy Dijk (SP):

De 19 miljard die voor de Trumpnorm gereserveerd wordt door het kabinet, komt uit de sociale zekerheid en uit de zorg. Daar kunnen we geen woningen van betalen. Ik vind het uiterst pijnlijk dat, ook in dit debat weer, niemand tot nu toe de vraag heeft gesteld waar die 19 miljard euro op is gebaseerd. Als u dat antwoord niet kunt geven, waarom bent u het dan eens met het uitgeven van 19 miljard euro aan de NAVO-norm? Dat is een vraag die ik u stel, maar ik stel hem ook direct aan alle andere partijen. Er wordt klakkeloos overheen gegaan, alsof het de normaalste zaak van de wereld is, terwijl het gebaseerd is op een boodschappenlijstje van een voetbaltrainer uit de Eerste Divisie die graag de spelers van Barcelona wil hebben. Daar is het op gebaseerd.

Mevrouw Van Brenk (50PLUS):

Ik kan natuurlijk alleen namens 50PLUS praten, niet voor de rest van de Kamer. Wij vinden veiligheid heel belangrijk. Wij zien dat we steeds meer bondgenoten kwijtraken waar we vroeger op konden rekenen en dat we steeds meer teruggeworpen worden op onszelf. Wij willen inderdaad de politie versterken en wij vinden dat we in Europa voor onze eigen veiligheid moeten gaan zorgen. Ik weet dat het geld niet alleen naar het leger gaat; we mochten de NAVO-norm ook gebruiken om Oekraïne te versterken. Kortom, wat ons betreft moeten we eerst nog zien of het geld wel allemaal uitgegeven wordt, want we kunnen ook niet zoveel in één keer kwijt bij Defensie. Misschien kan het ook gefaseerd gebeuren. Laten we er in hemelsnaam over gaan praten. De uiterst rechtse flank zegt bij voorbaat: wij willen dit niet. Ik hoop dat de uiterst linkse flank dat niet doet en dat we in ieder geval met elkaar in gesprek gaan om ervoor te zorgen dat we verder komen, in het belang van Nederlandse burgers.

De voorzitter:

Dank u wel, mevrouw Van Brenk. Het woord is aan de heer Dassen. Hij spreekt namens Volt.

De heer Dassen (Volt):

Dank u wel, voorzitter. Elke Voorjaarsnota is anders, zo ook deze, dus deze past in de traditie. Deze Startnota, of inmiddels achterhaalde Startnota, was al gedateerd voordat deze naar de Kamer ging. De motor draait, maar nog in een te lage versnelling, aldus de Raad van State. De vraag is natuurlijk: wanneer schakelen we dan op? Wanneer zien we dat de problemen die op ons afkomen onderdeel zijn van een groter verhaal?

Voorzitter. Handelstarieven worden ingezet als wapen, democratische rechtsstaten worden ondermijnd, zeekabels worden gesaboteerd, de energiezekerheid is niet meer vanzelfsprekend, het klimaat raakt ondergesneeuwd en grenzen worden niet meer gerespecteerd. Dit zijn geen losse crises; dit zijn strategieën. De wereld wordt verdeeld in invloedssferen en Europa wordt uit elkaar gespeeld, vooral via onze eigen verdeeldheid.

Voorzitter. Daarom wil ik de minister van Financiën eerst een compliment maken. Ik las in een artikel van Het Financieele Dagblad dat hij aangeeft dat hij samen met collega's de kopgroep van de Europese kapitaalmarktunie vormgeeft. Dat is ontzettend belangrijk, juist om te zorgen voor de weerbaarheid. Ik wel hem daar dus een compliment voor maken. Ik hoop dat we snel een volledige kapitaalmarktunie hebben. Dan zullen er ook safe assets moeten zijn en dan krijgen we een heel andere discussie over eurobonds, maar dat zien we t.z.t. wel weer. Ik heb één kleine kanttekening: de minister van Financiën gaf aan dat het bij een dinertje in Zuid-Afrika was ontstaan, maar ik hoop dat hij nog steeds de motie van Volt uit 2024 scherp heeft die de minister van Financiën ertoe opriep die kopgroep te starten. Desalniettemin waardeer ik het zeer dat de minister hiermee aan de bak is.

Voorzitter. De vraag is simpel: zien we de samenhang tussen al deze crises? Ziet de minister ook dat de afhankelijkheid als wapen tegen ons wordt gebruikt? Wat kunnen we hieraan doen? Nu Poetin onze democratieën actief ondermijnt — zie ook het verslag van vandaag van de AIVD — begrijp ik niet dat er bezuinigd wordt op het Matra-fonds, terwijl dat de democratieën aan de oostgrens juist versterkt. We hebben een verhaal te vertellen over democratie en vrijheid. Ik snap dus niet waarom daarop bezuinigd wordt. Graag een reactie.

We zien ook dat onze digitale soevereiniteit wordt uitbesteed aan de VS, waardoor techbro's onze verkiezingen beïnvloeden en onze jeugd verslaafd raakt aan hun algoritmen. Dit kabinet belooft veel op het digitale vlak, maar verbindt daar nog geen geloofwaardig budget aan. Terwijl onze buurlanden overstappen op Europese alternatieven, blijft het kabinet achter. Ik vraag dus ook aan deze minister van Financiën of hij van plan is hier wat aan te gaan doen, om ervoor te zorgen dat er een geloofwaardig budget komt.

Daarop voortbouwend zien we dat onze zeekabels kwetsbaar zijn. Momenteel is onze digitale infrastructuur voornamelijk gericht op de Amerikanen. Het is logisch dat Europa zijn zeekabels nu wil diversificeren via het Arctisch gebied, maar daarvoor is vanuit Nederland nog geen geld gereserveerd. Wij willen daar een voorstel voor doen, en ik ben benieuwd hoe het kabinet daarnaar kijkt.

Voorzitter. Ik hoop dat er niet al te actief geappt wordt in de zaal.

Maar daarom doen we dus deze voorstellen. Ik hoor graag van de minister hoe hij daarnaar kijkt, niet omdat dit allemaal losse voorstellen zijn, maar juist omdat deze zorgen voor gezamenlijke versterking die ons krachtig en weerbaar maken.

Voorzitter. De kosten van onze afhankelijkheid treffen niet iedereen even gelijkwaardig. De vrijheidsbijdrage — het is er vandaag al vaker over gegaan — landt nu meer bij mensen met een lager inkomen, terwijl rijken en meer vermogenden worden ontzien. Dat zorgt niet alleen voor minder sociale cohesie, maar roept ook terecht weerstand op bij mensen die anderzijds graag willen bijdragen. Ik wil niet in een maatschappij leven waar mensen het gevoel hebben dat wat hun toekomt hun simpelweg toekomt omdat hun wieg op de juiste plek stond. Dat lijkt nu wel te gebeuren. Wij zullen dus ook voorstellen doen om de samenleving rechtvaardiger te maken. Zo heeft Volt eerder een motie aangenomen gekregen waarin werd opgeroepen te kijken hoe de lasten eerlijker kunnen worden verdeeld en daarbij te kijken naar fiscale regelingen. Kan de staatssecretaris aangeven welke regelingen hij op dit moment bekijkt of welke hij denkt te kunnen afschaffen, zodat de belasting op arbeid niet verder omhoog hoeft?

Die onrechtvaardigheid zien we ook in de toename van het aantal mensen in voedselnood. Voedsel is nu vaak een sluitpost voor mensen: eerst de vaste lasten en dan de boodschappen. Het Programma Schoolmaaltijden zorgt elk jaar dat kinderen ook in de zomer toegang tot maaltijden hebben, maar dit jaar is er onvoldoende budget voor 275.000 kinderen voor het zomerprogramma. Dat kan niet zo zijn. We hebben daarom een amendement ingediend. Ik hoor graag wat de minister, die het programma voor schoolmaaltijden gelukkig een warm hart toedraagt, hiervan vindt.

Voorzitter. We willen een innovatieve economie, maar we zijn nog niet bereid om start-ups en scale-ups een eerlijke kans te geven. Grote werkgevers kunnen via de werkkostenregeling studieschulden van personeel aflossen. Kleine werkgevers hebben daar geen ruimte voor. Dat is een oneerlijke strijd om talent. Kan het aflossen van de studieschuld een gerichte vrijstelling zijn voor start-ups en mkb, vraag ik aan de staatssecretaris.

Voorzitter. We hebben te maken met een minderheidskabinet. Tot vandaag is veel gekozen voor de voortzetting van het beleid van het vorige kabinet. Richting de Miljoenennota zijn de verwachtingen anders. Vandaag kwam natuurlijk al de discussie over hoe het kabinet meerderheden in de Kamer gaat krijgen. Ik ben ook benieuwd hoe de staatssecretaris en de minister dit voor zich zien.

Dank u wel, voorzitter.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Dassen. Dan is het woord aan de heer Markuszower voor zijn inbreng in eerste termijn.

De heer Markuszower (Groep Markuszower):

Voorzitter, dank u wel. Vandaag debatteren wij over de Voorjaarsnota, een soort update van de financiële situatie van de overheid: een hoop plussen en minnen dus. Die plussen gaan naar het buitenland, naar buitenlanders en naar de klimaatkerk. Tientallen miljarden vliegen als warme broodjes over de Jettentoonbank, terwijl de gewone Nederlander staat te huilen bij de pomp, bij de kassa in de supermarkt en bij het invullen van de belastingaangifte. De Nederlander wordt door dit kabinet kaalgeplukt. Deze Voorjaarsnota is ook direct de Startnota, de eerste begroting van het kabinet. In plaats van lastenverlichting komt het kabinet in tijden van crisis met belastingverhogingen. De Nederlander wordt door Jetten en co geconfronteerd met torenhoge brandstofprijzen, hogere belastingen, een hoger eigen risico, zelf bijbetalen voor wijkverpleging en een verkorting van de WW.

Ondertussen staan de grenzen wagenwijd open en wordt Nederland overspoeld met vreemdelingen voor wie we al decennia geen ruimte meer hebben. Zowat alles en iedereen uit het Midden-Oosten en Afrika komt of kan komen naar Nederland en wordt getrakteerd op een hotelkamer, gratis zorg en gratis geld, van onze belastingcenten. Het gevolg? Onze wijken zijn inmiddels verworden tot het Wilde Westen, waar straattuig onze politie beschiet, waar asielzoekers vrouwen en meisjes achtervolgen, lastigvallen, aanranden, verkrachten of zelfs vermoorden. Onze homo's worden bespuugd en Joden worden opgejaagd. Het is aan de orde van de dag. Handhaving is bijna nul en de opgelegde straffen in Nederland zijn praktisch een beloning, zoals we zagen in Breda, waar een 11-jarig meisje in een steegje door tuig met een strafblad zo dik als een telefoonboek werd verkracht. Krankzinnig. En het wordt dan ook nog gefilmd. Het is allemaal te walgelijk voor woorden. En wat is de straf? Een paar dagen voorarrest, gevolgd door een taakstraf. Hoe is dit eigenlijk mogelijk? Wat onze fractie betreft moet tuig keihard worden bestraft: opsporen, oppakken en aanpakken. Niet schoffelen of in een kliniek gepamperd worden, maar gewoon jarenlang, liefst levenslang, achter de tralies. En als ze geen Nederlander zijn: oppakken, berechten en uitzetten.

Tegelijkertijd wordt de Noordzee volgeplempt met subsidieslurpende, milieu- en aangezichtvervuilende en vogelverhakselende windmolens en mag de Nederlander twintig jaar stikken op een wachtlijst voor een sociale huurwoning. De verantwoordelijke minister voor dit zo belangrijke dossier voor Nederland weet wel alles over niet-bestaande douchemuntjes, maar niemand in Nederland gelooft nog dat zij het woningtekort gaat oplossen. Die woningen gaan op aan statushouders met een uitkering, omdat het kabinet de wet op het verbod van voorrang voor statushouders als een haas introk. Gelukkig heeft mevrouw Keijzer samen met onze fractie en JA21 vanmorgen een initiatiefwet ingediend om dit onrecht te repareren.

Voorzitter. Inmiddels is bijna twee derde van de bijstandstrekkers een allochtoon, van wie velen niet eens Nederlands hoeven te spreken. Hoewel de voorwaarden voor een bijstandsuitkering volkomen helder zijn, knijpen gemeenten een oogje toe. Nederlands spreken? Ach, waarom zou je? Wat ons betreft moeten gemeenten die de voorwaarden uit de Participatiewet niet handhaven, direct worden gekort. Graag een toezegging van de minister op dit punt.

Voorzitter, ik rond af. Het kabinet moet in actie komen. Sluit de grenzen voor asielzoekers. Verlaag de accijnzen op brandstof nu met €0,25. Snijd in eigen vlees en stop met het inhuren van 10 miljard euro per jaar aan externe consultants. Zorg dat onze ondernemers in Nederland blijven geloven en jaag hen niet weg. Zorg dat de prijzen in Nederland lager worden en jaag Nederlanders niet de grens over voor hun dagelijkse boodschappen. Wees een kabinet, vraag ik aan de minister en de staatssecretaris, dat voor de Nederlanders gaat staan in plaats van tegenover hen.

Dank u wel.

De voorzitter:

Zo kwam er in de staart van uw betoog toch nog een stukje Voorjaarsnota voorbij.

De heer Markuszower (Groep Markuszower):

Nou, de Voorjaarsnota gaat over alles, toch?

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Markuszower. Tot slot is het woord aan mevrouw Keijzer voor haar inbreng in de eerste termijn.

Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):

Het is niet alleen een voorjaarsnota; het is een startnota. Daarmee gaat die over alles.

Voorzitter. Rust en volwassen bestuur. Dat was de belofte van dit nieuwe minderheidskabinet. Amper een paar maanden later zien we geen rust en geen richting, maar een kabinet dat nog wel steeds die hele grote broek aantrekt en ondernemers en burgers meer en meer belast en de problemen van de burgers niet oplost. Ten aanzien van de financiën — dat ligt niet aan deze minister van Financiën — is er een rommelig beeld. Je ziet achter elkaar bewindspersonen en Kamerleden van — eerlijk is eerlijk — D66 en CDA de keutels intrekken. Dus wat is er nog waar van wat in deze Startnota en Voorjaarsnota staat?

Naar mijn mening moet een kabinet randvoorwaarden scheppen en vooraf duidelijke keuzes maken over wat een samenleving kan dragen en de gemeenschap waarin we met elkaar leven. Asiel is daar een goed voorbeeld van. Een kabinet dat randvoorwaarden schept, bepaalt hoeveel instroom een land aankan. Maar dat is niet wat er gebeurt. Er wordt elke keer weer meer geld voor uitgetrokken. De minister van AenM stuurt een crisisbrief het land in om meer opvangplekken te vragen, als gevolg van de Spreidingswet, maar de Asielnoodmaatregelenwet, die iets aan de instroom moet doen, sneuvelt in de Eerste Kamer voor een groot gedeelte vanwege coalitiepartijen.

Hetzelfde patroon zien we terug bij het sociale vangnet. Eind jaren negentig telde Nederland bijna 900.000 mensen in de WAO. "Nederland is ziek", zei Lubbers destijds. Eind vorig jaar, begin dit jaar telden we bij elkaar zo'n 1,5 miljoen mensen die niet of nauwelijks bijdragen aan de economie, met alle maatschappelijke en financiële gevolgen. Alleen, voor arbeidsongeschiktheid is in deze Voorjaarsnota 1 miljard aan reparatiemiddelen bijgeplust. Dat onderstreept hoe zwaar het sociale vangnet inmiddels op de begroting drukt. Daarmee wordt de conclusie van Lubbers eigenlijk opnieuw bevestigd: Nederland is ziek, niet alleen door het aantal uitkeringen, maar zeker ook doordat de overheid zich presenteert als vangnet hiervan en elke keer geld bijplust, maar het probleem feitelijk niet oplost. Hoe ziet de minister van Financiën dit? Hoe houden we het sociaal stelsel houdbaar?

De spanning zien we ook bij het terugdringen van het begrotingstekort richting 3%. Dat is ook geen onvermijdelijkheid; dat is het gevolg van keuzes die gemaakt worden, waardoor de ruimte om iets anders te doen of noodzakelijke maatregelen te nemen steeds kleiner werd. Toch wordt de afstand van dit kabinet tot de gemeenschap, tot de samenleving, het scherpst zichtbaar bij de prioriteiten. Dit kabinet doet in het maatregelenpakket waar we gisteren de hele dag over gesproken hebben niet wat nodig is voor mensen die de rekening zo langzamerhand niet meer kunnen betalen. Integendeel, lasten worden verhoogd en verschoven naar de middenklasse. De keuzes die gemaakt zijn, zijn gemaakt in het licht van de progressieve klimaatagenda. Dat de 6 miljard die naar Oekraïne gaat ook een keuze is, blijft onderbelicht, ook hier in deze discussie. Het hoeft niet in deze mate. Deze Voorjaarsnota legt een overheid bloot die zichzelf stapje voor stapje meer onmisbaar maakt. Dat levert geen veerkrachtige samenleving op, maar een samenleving die steeds meer en steeds verder leunt op de overheid, die vervolgens de eigen grenzen niet bewaakt. Het resultaat is geen samenhang, maar spanning en afhankelijkheid.

Voorzitter. Ik vind dat je als Kamerlid niet alleen een analyse moet neerleggen, maar dat je ook voorstellen moet doen ter verbetering. Daarom heb ik vier amendementen ingediend met daarin bezuinigingen op posten in de Voorjaarsnota en in de suppletoire begrotingen, om uiteindelijk datgene te doen wat nodig is, namelijk het verlagen van brandstofaccijnzen, zodat de koopkracht van Nederlanders de goede in plaats van de verkeerde kant op gaat.

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel, mevrouw Keijzer. Daarmee zijn we aan het einde gekomen van de eerste termijn van de zijde van de Kamer. Ik schors tot 16.05 uur voor de beantwoording van de zijde van het kabinet.

De vergadering wordt van 15.46 uur tot 16.05 uur geschorst.

De voorzitter:

Ik heropen de vergadering. Aan de orde is de voortzetting van het debat over de Voorjaarsnota 2026. Om misverstanden te voorkomen, wijs ik de leden erop dat de spreektijd die u in uw eerste termijn zag de spreektijd is voor zowel de eerste als de tweede termijn, zoals dat bij begrotingsbehandelingen te doen gebruikelijk is. Het woord is aan de minister van Financiën voor zijn beantwoording. Ik zie echter de heer Van Dijck staan.

De heer Tony van Dijck (PVV):

Ik wil niet voordringen of zo, maar voordat de minister begint, wil ik het volgende even zeggen. We zien dat de Voorjaarsnota nogal vertimmerd is, met het pakket van 1 miljard gisteren, maar ook met de verhoging van de AOW-leeftijd, het eigen risico, de zwangerschapsboete, de bezuinigingen op de gehandicaptenzorg en op de bijstand. Zelfs box 3 ligt onder vuur. Ik vraag me dus af wanneer we een nieuwe Voorjaarsnota krijgen.

Minister Heinen:

De moties die, volgens mij twee uur geleden, zijn aangenomen, zal ik verwerken in een nota van wijziging. Die komt naar uw Kamer. Dat ziet dan op dit jaar. Ik verwijs naar het debat van gister over de economische schok en de hogere energieprijzen. Verdere aanpassingen lopen mee in de bestaande budgettaire nota's en de eerstvolgende is de Miljoenennota.

De voorzitter:

Tot slot.

De heer Tony van Dijck (PVV):

Het pakket van een miljard dat het kabinet gepresenteerd heeft: krijgen we de verwerking pas met Prinsjesdag, of krijgen we nog een nota van wijziging?

Minister Heinen:

Dat gaat per nota van wijziging. Daarin zullen we de moties die vandaag door uw Kamer zijn aangenomen — u kunt ze ook van dekking voorzien — verwerken. De nota wordt aan uw Kamer voorgelegd en dat zal ik zo snel mogelijk doen. Dan kan de Kamer daar ook over stemmen en daarmee er een oordeel over vellen.

De voorzitter:

De minister vangt aan met zijn beantwoording.

Minister Heinen:

Dank u wel. Er zijn een aantal vragen gesteld. Die zal ik langs twee onderwerplijnen behandelen: overheidsfinanciën en begrotingsbeleid, die erg op elkaar lijken. Die worden door Eelco behandeld. Daarna worden de varia door Eelco behandeld. U mag dan uitzoeken wie dat zijn.

Voordat ik naar de beantwoording ga, heb ik even een paar inleidende woorden: waarom we hier staan en tegen welke achtergrond wij hier staan. Het is, denk ik, goed om even te schetsen welke uitdagingen wij als kabinet — dat geldt ook voor mij in mijn rol als minister van Financiën — voor ons zien, en hoe wij tot dit beleid komen. Ik kijk naar Nederland en Europa. Ik zou het willen samenvatten als drie grote uitdagingen waar we voor staan. In de eerste plaats is dat onze veiligheid. Daarin zullen we meer moeten investeren. In de tweede plaats is dat onze economie. Daar zullen we meer in moeten groeien. In de derde plaats is dat onze energie. We zullen energieonafhankelijker moeten worden.

De huidige internationale situatie laat ook de urgentie van alle drie de onderwerpen zien. In de korte tijd dat wij hier gezamenlijk politiek actief zijn, de een wat langer dan de ander, zagen we toch wel wat grote, ingrijpende gebeurtenissen, die ook de komende jaren wel onze inzet hier in de politiek zullen tekenen. In de eerste plaats is dat de Russische invasie in Oekraïne, die iedereen aan de keukentafel direct raakte omdat die leidde tot een grote energieschok en een hogere inflatie, en omdat de koopkracht onder druk kwam te staan. Dat voelde iedereen aan de keukentafel. Vervolgens was er in München een toch wel impactvolle speech door een vicepresident van de Verenigede Staten. Daarin gaven de Amerikanen eigenlijk aan: Europa moet voor zijn eigen veiligheid zorgen. Dat leidde op de NAVO-top hier in Den Haag tot een commitment aan de 3,5%-norm, wat ook om grote investeringen vraagt. Ik werk hierin ook samen met trans-Atlantische partners, waaronder het Verenigd Koninkrijk. We willen samen optrekken om daar invulling aan te geven. Denk daarnaast aan de toegenomen handelstarieven. Die zorgen ook weer voor grote economische onzekerheid.

Die onzekerheid tekent op dit moment het internationale economische klimaat. Daarmee groeit ook het besef dat Europa echt meer moet samenwerken en de interne markt moet versterken. Ik werk daar samen met de vijf grootste economieën van Europa aan; we hebben een kopgroep gevormd. Er is ook een motie ingediend. Die motie noem ik ook altijd in Europa. Die noem ik dan de "motie-Badgers"; dan weet iedereen natuurlijk precies waar het over gaat! Daarnaast zijn er nog de bedreigingen rond Groenland. Die zijn ook niet mis te verstaan. Nadat we nieuwe deals hadden gesloten, kwamen er toch wederom nieuwe handelstarieven op de agenda, met nieuwe onzekerheid, die zowel de economie als de veiligheid verder onder druk hebben gezet.

Nu is er het conflict in het Midden-Oosten, dat zorgt voor een nieuwe wereldwijde aanbodschok — we hebben daar gisteren uitgebreid over gesproken — stijgende energieprijzen, druk op inflatie en wederom een effect op de koopkracht. Ook waren er korte, grote aanbodschokken in korte tijd. Dit onderstreept de urgentie van het versterken van onze weerbaarheid als het gaat om energie. Dat vraagt ook weer om internationale samenwerking.

Tegen deze achtergrond presenteert het kabinet de Voorjaarsnota, die deels alweer is ingehaald door de actualiteit. Die Voorjaarsnota is de vertaling van het coalitieakkoord, waarin er antwoorden worden gezocht op de uitdagingen hier in Nederland, die deels natuurlijk gerelateerd zijn aan wat er op internationaal gebied gebeurt.

In de eerste plaats heb ik het over de noodzakelijke investeringen in onze veiligheid, niet alleen in defensie, maar ook in de veiligheid van de buurten en de straten. Daarnaast moeten we investeren in onze economische groei, het bouwen van huizen en Nederland weer van het slot halen, bijvoorbeeld door het oplossen van vastgelopen vergunningverlening of verstikkende bureaucratie. Dat heeft allemaal als doel dat we hier in een veiliger en welvarender land gaan leven, een vrij land, waarin we prettig samen kunnen leven. Daarvoor zullen we keuzes moeten maken, ook als die moeilijk zijn. Daarvoor zullen we ook moeten samenwerken, niet alleen in dit parlement, maar ook daarbuiten, want dit is uiteindelijk ons gezamenlijke land; dit is de gezamenlijke opgave waarvoor we staan. We moeten dit samen doen.

Voorzitter. Het kabinet houdt daarbij vast aan het trendmatige begrotingsbeleid, zoals ook vastgelegd in de Wet houdbare overheidsfinanciën, en aan de Europese begrotingsregels. Dat doen we vanuit het besef dat geld niet gratis is, dat een euro maar één keer kan worden uitgegeven en dat we rekeningen niet kunnen blijven doorschuiven. Kijkend naar de toekomst, zien we grote opgaven en als gevolg daarvan zien we ook de uitgaven fors oplopen. Dat gebeurt vanwege de investeringen in veiligheid en in onze energieonafhankelijkheid en vanwege meer consumptieve uitgaven als gevolg van hard oplopende uitgaven aan zorg en sociale zekerheid.

Voorzitter. Dit is onhoudbaar. De tekorten zijn hoog, de schulden lopen op en de rekeningen moeten uiteindelijk, met rente, worden betaald. Daar werd al naar verwezen in dit debat. Om al deze uitdagingen het hoofd te kunnen bieden, zijn er duidelijke keuzes gemaakt in het coalitieakkoord. De vertaling hiervan staat in de Voorjaarsnota. Nogmaals, dat is tevens de Startnota van dit kabinet. Daarin moesten ook tegenvallers worden verwerkt, bijvoorbeeld rond de sociale zekerheid. De marges zijn klein en de uitdagingen zijn groot, maar alles is oplosbaar. Met die energie sta ik samen met mijn collega voor u, namens het hele kabinet. Daar wil ik de komende jaren mee aan de slag.

Voorzitter. Na die inleidende woorden wil ik doorgaan naar de vragen die zijn gesteld door uw Kamer. Dan begin ik bij de overheidsfinanciën. Ik moet heel eerlijk toegeven dat er tussen overheidsfinanciën en begrotingsbeleid niet een hele harde knip te maken is, want die zaken lopen altijd in elkaar over. We hebben wel geprobeerd om er iets van structuur in aan te brengen. Maar de vragen van de zijde van de Kamer waren ook vrij divers.

De voorzitter:

Laat me voor de orde één opmerking maken. Ik tel een, twee, drie, vier, vijf, zes fracties die geen spreektijd meer hebben in tweede termijn. Laten we met elkaar het volgende afspreken. Laten we terughoudend zijn met de interrupties. Laten we de interrupties in plaats van in drieën maximaal in tweeën doen. Als we tijdig klaar zijn, is er nog wat ruimte om extra spreektijd toe te kennen voor de tweede termijn, maar dat vraagt van ons allemaal echt terughoudendheid wat betreft de interrupties, want om 18.15 uur moet er voor de Kamerorganisatie geschorst worden voor de dinerpauze, omdat er vanavond ook nog een debat wordt gevoerd. Laten we ons daar dus toe inspannen.

Minister Heinen:

Op mijn beurt zal ik dan proberen kort en bondig mijn bijdrage te leveren. Dat is soms een uitdaging, moet ik bekennen.

Ik begin bij de heer Stultiens. Die begon met wat kwalificaties: januskop, wezel, de boekhouder. Ik leid er maar even uit af dat de heer Stultiens geen ochtendmens is, maar het is inmiddels later op de dag. Ik behandel zijn vragen met alle respect in deze beantwoording.

Dan begin ik bij de lasten op arbeid. De heer Stultiens vraagt waarom het kabinet de rekening bij de werkende mensen neerlegt en of het kabinet bereid is om de, in zijn woorden, scheve verdeling te herstellen. Het klopt: het kabinet heeft maatregelen aangekondigd aan zowel de uitgavenkant als de lastenkant. Daarin is aan de lastenkant een verdeling tussen bedrijven en burgers gemaakt van zo ongeveer een derde, twee derde. Dat werd dan de vrijheidsbijdrage genoemd. Er is een voorstel gedaan voor hoe dat nader in te vullen. De heer Stultiens vraagt daarmee naar de aanpassing van de tabelcorrectiefactor in technische zin. Het kabinet is hierover in gesprek om te bekijken hoe daar nader invulling aan gegeven kan worden, niet alleen met u bij "de kopjes koffie", zoals de heer Stultiens zei, maar ook met werkgeversorganisaties. Dat betreft de Aof-premie. Wat betreft de tabelcorrectiefactor: we gaan die meenemen naar augustus. Dan hebben we natuurlijk de koopkrachtdiscussie en dan bekijken we de maatregelen die het kabinet zich heeft voorgenomen gegeven de internationale situatie, de loonontwikkeling en de prijsontwikkeling. We komen dan met een voorstel.

De voorzitter:

Zullen we de interrupties in blokjes doen op thematiek?

Minister Heinen:

U gaat over de orde, uiteraard. Ik moet het dan wel even opnemen voor de leden van uw Kamer, want ik heb maar twee blokjes. Dat kan er dan natuurlijk ook voor zorgen dat er dan geen vragen meer gesteld kunnen worden.

De voorzitter:

Ja. Dan sta ik een interruptie toe. Interrupties in tweeën in plaats van in drieën dit keer.

De heer Stultiens (GroenLinks-PvdA):

Een deel van de kwalificaties kwam overigens van de heer Grinwis, maar het klopt wel dat ik geen ochtendmens ben; daar geef ik u dan wel weer gelijk in.

Minister Heinen:

Het is u vergeven.

De heer Stultiens (GroenLinks-PvdA):

De minister zegt net: twee derde, een derde. Erkent de minister dat onderaan de streep gezinnen de komende jaren gewoon 16 miljard betalen en bedrijven 4 miljard, en dat die verhouding twee derde, een derde dus lang niet wordt waargemaakt en 80% versus 20% is?

Minister Heinen:

De exacte percentages … Het streven is twee derde en een derde, maar het kan ook wel een kwart en drie kwart zijn. Het streven was om het in deze verhouding te doen. De heer Stultiens verwijst nu volgens mij naar de beleidsmatige lastenontwikkelingen, waarin hij cumulatief alle lasten bij elkaar optelt. Dat doet de heer Stultiens vaker. Dan wijs ik er in een repliek altijd op — in die zin is dit een herhaling van zetten — dat de beleidsmatige lastenontwikkeling wat anders is dan de koopkracht zoals die thuis wordt beleefd. Daarin bekijk je ook hoe inkomens, lonen en prijzen zich ontwikkelen. Het geheel zegt iets over de koopkracht. Sec kijken naar de lasten geeft een eenzijdig beeld. Het helpt de heer Stultiens in retorische zin, omdat hij zo het beeld kan neerzetten dat het allemaal heel zwaar is, maar het geeft ook een eenzijdig beeld. Wat ik er positief aan vind, is dat de heer Stultiens van de fractie van GroenLinks-PvdA zich wel zorgen maakt over de lastenstijgingen. Als hij het regeerakkoord al te veel vindt, kijk ik uit naar zijn nieuwe verkiezingsprogramma; ik zag wat hogere bedragen staan.

De voorzitter:

Tot slot.

De heer Stultiens (GroenLinks-PvdA):

Dat is een lange lijst aan jij-bakken terwijl ik alleen maar vroeg, gewoon feitelijk, wat de lastenontwikkeling is. Er wordt gestreefd naar twee derde, een derde. De uitkomst is dat 80% van de lasten naar gezinnen gaat en 20% naar bedrijven. En dan krijg ik een jij-bak over koopkracht. Dat vroeg ik helemaal niet. Ik vroeg naar de lastenontwikkeling voor bedrijven en gezinnen. Erkent de minister dat het doel van die een derde, twee derde bij lange na niet gehaald wordt?

Minister Heinen:

Maar dat doel hebben wij niet zo opgeschreven. Ik geef u inzicht in hoe die gesprekken zijn gevoerd in de formatie. Dit was het streven. Hoe het verhoudingsgewijs precies uitpakt, heb ik hier niet paraat. Dat is ook niet relevant voor het politieke oordeel dat de heer Stultiens velt, waarin hij zegt dat hij de lasten onwenselijk vindt. Dat is goed gehoord. Ik denk dat niemand hier in deze Kamer graag lasten verhoogt. Tegelijkertijd hebben we ook de wens om investeringen te doen. Hoe de investeringen zich tot de lasten verhouden, is uiteindelijk het politieke debat dat we hier hebben. De beleidsmatige lastenontwikkeling die de heer Stultiens naar voren haalt om een wat alarmistisch beeld neer te zetten, is een wat eenzijdig beeld. Als het gaat om de lastenontwikkeling, stel ik daar altijd tegenover: kijk dan naar de koopkracht. Dan kan je meer elementen in die discussie betrekken, zoals prijsontwikkeling en loonontwikkeling. Uiteindelijk proberen we daar natuurlijk een positief beeld uit te halen met elkaar.

De voorzitter:

De minister vervolgt.

Minister Heinen:

Dan ga ik naar een aantal vragen. Ik probeer die samen te vatten. Allereerst realistisch ramen en onderuitputting. De heer Oosterhuis en mevrouw Van Eijk hadden vragen over het realisme in de begroting, ook in relatie tot de onderuitputting die het CPB raamt. We hebben in een eerder debat hier met elkaar geconstateerd dat er grote verschillen zijn tussen de "financiëntabellen" — zo zal ik het maar even zeggen; dat zijn de cijfers zoals ze bij ons in de boeken staan — en de ramingen van het CPB. Daar zaten grote verschillen tussen. Dat had te maken met onderuitputting. Daar hebben we toen die expertgroep voor realistisch begrotingsbeleid voor ingesteld. Daar is ook een advies over gekomen. Die adviezen hebben we toen met elkaar uitgevoerd. Daarmee hebben we de begroting in een realistischer ritme gezet. Uit mijn hoofd hebben we die voor 7 miljard euro in een realistischer kasritme gezet. Daarmee is die begroting realistischer gemaakt. Tegelijkertijd zien we nu voor 2026 dat het verschil nog maar heel klein is. Dus tussen Financiën en het CPB zit zo'n 2,5 à 2,6. Dat is maar een heel klein verschil. Maar het klopt dat er voor het komend jaar een heel groot verschil tussen zit. In onze boeken telt het geld op de begrotingen van de collega's op tot een tekort van 2,9. Tegelijkertijd verwacht het CPB een veel lager tekort: zo'n 1,9. We zijn daarover in gesprek geweest met het CPB en hebben gevraagd: kunt u ons aantonen waar u denkt dat die onderuitputting zit? Dat konden zij niet. Ze zeggen: wij nemen een generieke afslag en we verwachten dat het lager wordt. Ik moet daar wel echt een kanttekening bij plaatsen. Ik respecteer het Centraal Planbureau zeer. Dat is onafhankelijk. Tegelijkertijd moet ik er in alle eerlijkheid bij zeggen dat ik dit een ingewikkelde discussie vind, omdat het beeld nu wordt opgeroepen dat de cijfers niet kloppen. Ik daag iedereen uit om mij te vertellen waar die onderuitputting zit, wat het geld staat gewoon op de begrotingen. Het kan zijn dat de collega's het niet uitgegeven krijgen.

Ik kijk waar we nu staan in vergelijking tot vijf jaar geleden. Vijf jaar geleden was er een forse onderuitputting, maar nu niet meer. Sterker nog, de taakstellingen die we hebben ingeboekt, krijgen we niet meer gevuld. Die waarschuwing heb ik hier al vaker afgegeven. De nog lopende taakstellingen van vorige kabinetten en de taakstellende onderuitputtingen in de reguliere systematiek kunnen niet meer gevuld worden. Dat is een indicator dat de begroting steeds realistischer is en dat we niet meer moeten hopen op meevallers. Sterker nog, we zien vooral tegenvallers. Maar we blijven met het CPB in gesprek, ook om vertrouwen in de ramingen te houden. Als daar grote verschillen tussen zitten, dan draagt dat daar natuurlijk niet aan bij, want dan roept dat vragen op. Nogmaals, het is een generieke afslag. Het CPB zegt: we gaan ervan uit dat op de totale begroting ongeveer 10 miljard niet wordt uitgegeven, maar we kunnen niet aanwijzen waar dat zal plaatsvinden. Maar we blijven hierover in gesprek. Als we zien dat er ergens mogelijk onderuitputting zit, dan melden we dat aan de Kamer. Maar tot nu toe zien wij dat niet.

De heer Oosterhuis had een vraag over de doelmatigheid van de defensie-uitgaven en over de rol van de Kamer hierbij. U gaat zelf over de rol van de Kamer. Het is niet aan mij om daar een oordeel over te vellen. Maar het thema dat de heer Oosterhuis aansnijdt, is natuurlijk zeer terecht, want we staan voor hele grote investeringen. Je moet altijd letten op de doelmatigheid van bestedingen. Het is niet zo dat de investeringen zomaar uit de lucht komen vallen, zoals ik de heer Dijk in een interruptiedebat naar voren hoorde brengen. Hier liggen capaciteitsplanningen van de NAVO onder. Zij geven aan waarin geïnvesteerd moet worden om het bondgenootschap verder te versterken. Daar komt de investeringsagenda en de 3,5% uit voort. Als je grote investeringen doet, dan is het risico dat je alleen de prijzen opdrijft. Ik probeer internationaal op te trekken om te kijken of we toe kunnen werken naar gezamenlijke inkoop om ervoor te zorgen dat de prijzen niet onnodig stijgen en je meer veiligheid krijgt voor dezelfde euro.

De heer Jimmy Dijk (SP):

Ik wil daar kort op reageren, omdat minister Heinen mij hier indirect op aanspreekt. Het ging mij om het punt dat ik vind dat mensen moeten kunnen inzien waarop het gebaseerd is. Ik mag er niks over zeggen omdat het geheim is, maar in havo 3 maakte ik profielwerkstukken met betere powerpointpresentaties.

Minister Heinen:

Ik vind dat de heer Dijk hier een terecht punt heeft. Hij suggereert dat dat er niet onder ligt. Ik begeef me nu op het beleidsterrein van mijn collega, de minister van Defensie, maar naar mijn beste weten worden al die plannen wel naar de Kamer gestuurd, wordt aangegeven wat de investeringsplanning is en waarom die zo is, en wordt aangegeven waar de slagkracht verbeterd moet worden. Maar als de heer Dijk zegt dat hij die informatie onvoldoende vindt, dan neem ik dat mee terug naar het kabinet en dan zal ik aangeven dat die informatiebehoefte er nog is.

De voorzitter:

Tot slot.

De heer Jimmy Dijk (SP):

Het hoofdpunt dat ik probeerde te maken, is dat als je vraagt waarop het gebaseerd is en waarom het moet, je constant hele globale antwoorden krijgt. Uiteindelijk gaat het over bedragen van tientallen miljarden euro's. Ik zei het net al: ik mag niks zeggen over de geheime documenten, maar als je die inkijkt, dan kom je niet veel verder dan een eersteklasvoetbalclub die de spelers van Barcelona eist.

Minister Heinen:

Ik neem deze kritiek mee terug naar mijn collega's en ik zal dit bespreken. We staan voor een ongelofelijk grote opgave. Het zou niet goed zijn als wij het vertrouwen erin verliezen dat dit goede bestedingen zijn. Ik ben ervan overtuigd dat dat wel zo is. Daar liggen plannen voor. Die worden door de NAVO opgesteld en ook met de landen besproken. Ik kan niet inschatten wat geheim en niet geheim is, want er kijken natuurlijk ook vreemde ogen mee, maar ik vind wel dat de Kamer het vertrouwen moet hebben dat het goed gaat. Ik neem dit dus mee terug en ik zal kijken hoe we dit kunnen verbeteren. Ik snap de achtergrond van deze vraag, want er worden miljarden uitgegeven. Wij vinden dat nodig voor onze veiligheid, maar de heer Dijk vraagt natuurlijk terecht aandacht voor de dingen waarvan dit koste gaat. Als je niet weet of het goed besteed wordt, dan ondermijnt dat het draagvlak en dat moeten we natuurlijk niet hebben. Ik neem dit dus mee terug naar het kabinet.

De heer Eerdmans had een vraag over de Asielnoodmaatregelenwet. Dan begeef ik me wel op het terrein van collega's. Het klopt dat de stemmingen in de Eerste Kamer waarin die verworpen werd, die ik uiteraard zeer betreur, niet verwerkt zijn in de ramingen, maar ik heb ook de minister-president goed gehoord; die zei daar ook weer met een antwoord op te komen. Ik wil het dus daar voor nu bij laten om niet te veel op het terrein van mijn collega's in het kabinet te komen, maar de minister-president heeft aangegeven dat hij daarover nog met nieuwe voorstellen komt.

De heer Eerdmans had ook een vraag over de zorgen dat Nederland in zijn woorden "de pinautomaat van Brussel" wordt. Hij vroeg of de Nederlandse bijdrage meer in balans kan komen met andere EU-lidstaten. Dit gaat over onze nettobetalingspositie. Ik ben het hiermee eens. Ik vind dus dat onze nettobetalingspositie te hoog is. Wij streven dus ook naar in ieder geval het behoud van de korting op de EU-afdrachten. Het voorstel van de Europese Commissie was om die af te schaffen. Daar was Nederland het niet mee eens. Onze eerste inzet was er dus vooral op gericht de korting — de "rebate" of het "correctiemechanisme" noemen we dat dan in Brussel — in de onderhandelingen op tafel te houden. Vervolgens hebben wij de discussie over de hoogte daarvan. De nettobetalingspositie wordt niet alleen bepaald door de afdrachten, maar ook door wat je binnenkrijgt. Het mes moet dus aan twee kanten snijden. Enerzijds willen we de korting behouden en een deel van die afdrachten meer in balans brengen. We hebben ook een discussie over de modernisering van de begroting. Hoe kunnen we er nu voor zorgen dat de middelen die worden uitgegeven meer gericht zijn op de prioriteiten zoals wij ze zien, namelijk veiligheid en defensie? Vervolgens kunnen we ook kijken hoe we middelen terug kunnen krijgen uit Europa. Dan raak je de nettobetalingspositie. Dat is even in een notendop alles rond de Europese begroting.

Dan was er een vraag van mevrouw Van Dijk over de proactieve dienstverlening. Het klopt: in het kader van de Voorjaarsnota waren er ook forse tegenvallers. Een deel ervan is weggelopen in het geheel, althans in budgettaire zin. Als het gaat om de regelingen zal er echt aanvullend beleid moeten komen om regelingen houdbaar te houden. Maar het ministerie van SZW en mijn collega's stonden wel ook nog voor grote tegenvallers die getagd moeten worden. Ze hebben zelf aangegeven mogelijkheden te zien bij die proactieve dienstverlening. De Kamer heeft vervolgens aangegeven dat daar weinig draagvlak voor is. Ik begreep dat de minister van WenP daar op dit moment overleg over voert. WenP is Werk en Participatie; wij moeten ook altijd nog even wennen aan die naam. We voeren de gesprekken daarover, volgens mij langs de contouren zoals mevrouw Van Dijk ze schetste. We moeten goed kijken hoe we dat verwerken, maar de signalen die ik krijg, geven aan dat het de goede kant op gaat en dat er een alternatief wordt gevonden dat wel op draagvlak kan rekenen.

De heer Tony van Dijck (PVV):

Even terug. Ik weet niet of de minister nog verder terugkomt op de Europese Unie. Volgens mij was dat maar een heel klein antwoord.

Minister Heinen:

Ik heb best wel veel, excuus.

De heer Tony van Dijck (PVV):

Ik vroeg me namelijk af waarom onze afdracht aan de Europese Unie zo hard stijgt. Ik bedoel, vorig jaar zaten we nog op 11 à 12 miljard. In 2030 zitten we al op 17,5 miljard. Dat knalt in een paar jaar tijd 5 à 6 miljard omhoog, terwijl de minister zich nog kan herinneren dat we in het vorige kabinet een extra afslag hebben gedaan op die afdrachten van een kleine 1,6 miljard. We hebben ook die korting nog van 1 miljard. Zit dat in die cijfers of creëert de minister hier zijn eigen meevaller?

Minister Heinen:

Nee, die zitten er deels nog in. Dat moet wel allemaal nog binnengehaald worden, zeg ik er gelijk bij. De reden waarom u in de begroting de afdrachten ziet stijgen, is dat de afdrachten uiteindelijk ook gebaseerd zijn op de verhouding met de economie, het bni, het bruto nationaal inkomen. Dat stijgt ook, dus dan zie je ook in absolute termen dat bedrag stijgen, maar in relatieve zin blijft die gelijk.

De voorzitter:

Tot slot.

De heer Tony van Dijck (PVV):

Dan nog. Dat snap ik, maar dan nog groeit de economie niet zó hard. De economie groeit niet met 50% in vier jaar tijd. Nu gaan we echt van 10 miljard twee jaar geleden naar 17,5 miljard. Dat is bijna … Ik zal geen "verdubbeling" zeggen, maar het is een stijging van 70% in vijf, zes jaar tijd. Het kan niet te verklaren zijn uit het bni, uit de economische groei, en al zeker niet omdat we in het basispad nog eens een keer die extra korting hebben zitten van het vorige kabinet. Ik vind het dus onverklaarbaar dat we zo hard naar boven schieten.

Minister Heinen:

De reden waarom wij altijd feitelijke vragenrondes doen voorafgaand aan een debat, is wel om ook dit soort vragen allemaal op te helderen, zodat we het politieke debat hierover kunnen voeren. Als u mij echt vraagt wat er in de verdeling zit, dan moet ik daar in de tweede termijn op terugkomen. Een groot deel wordt wel verklaard door de stijging van het bruto nationaal inkomen. Dat is echt fors gestegen, ondanks het beeld dat het kommer en kwel is, dat af en toe geschetst wordt. De Nederlandse economie groeit en die groeit harder dan die van omringende landen. We worden dus welvarender met elkaar, in tegenstelling tot het wat meer populaire beeld dat daarover wordt geschetst. Ik weet niet wat er nog meer in zit. Ik denk dat de heer Van Dijck wel gelijk heeft: het kan zijn dat een deel van de terugbetalingen van het coronaherstelfonds daarbij ook mee worden gerekend. Dat moet ik voor de tweede termijn even napluizen, zodat ik u goed informeer. Maar uw politieke punt is denk ik helder: de heer Van Dijck vindt de afdrachten te hoog. Ik wijs er in mijn rol dan natuurlijk altijd op dat we ook veel terugkrijgen van die interne markt en dat je dat niet alleen in begrotingstermen moet beoordelen.

De voorzitter:

U vervolgt uw betoog.

Minister Heinen:

Het gaat qua thematiek een beetje verschillende kanten op, maar de heer Grinwis vroeg naar long covid en andere postacute infectiesyndromen: hoe gaat het kabinet hiermee om? De minister van VWS heeft een brief over dit beleid toegezegd voor het zomerreces. Dat was bij een ander debat, maar ik kreeg door dat dat al toegezegd was. Ik beschouw dat als antwoord op de vraag van de heer Grinwis.

De heer Grinwis had een motie over het terugdraaien van de bezuinigingen op de gehandicaptenzorg. Ik denk dat hij daarmee verwees naar een eerder aangenomen motie-Bikker. Er lopen gesprekken tussen de desbetreffende bewindspersonen en de Kamer, dus ik wil het hierbij houden om die gesprekken gewoon goed te laten plaatsvinden.

De voorzitter:

We doen interrupties in de termijn van het kabinet in tweeën in plaats van in drieën, zodat u allen nog wat ruimte heeft voor een tweede termijn.

De heer Grinwis (ChristenUnie):

Helder, voorzitter. Voor je het weet krijg je een beetje een kastje-muursyndroom, waarbij de minister van Financiën zegt: beste vakbewindspersonen, als jullie het allemaal binnen je eigen begroting met leuke pakketjes voor elkaar krijgen en de boel sluitend is, kan ik overal mee leven. Hoe gaat dit in de praktijk goedkomen? Als je een aantal bezuinigingen van tafel wil halen, maar daar andere bezuinigingen voor terug moeten komen, dan is het uiteindelijk toch lastig om een meerderheid in de Kamer te krijgen. Hoe gaat de minister van Financiën daar regie op voeren?

Minister Heinen:

De Kamer kan de minister van Financiën helpen door geen ongedekte moties in te dienen en daarin ook aan te geven waar ze zelf de dekking zien. Het valt mij dan altijd op dat daarvoor geen meerderheden worden gehaald, maar voor het schrappen van een bezuiniging natuurlijk wel, want dan is het het probleem van een ander. Ik wijs er dan altijd op dat dit belastinggeld van alle Nederlanders is. We leven in hetzelfde land, dus we hebben dezelfde problemen. In die zin moet het kabinet zich daarop beraden. Er wordt natuurlijk goed naar aangenomen moties gekeken. Ik weet natuurlijk niet hoe de interne verhoudingen zijn bij de ChristenUnie, maar naar mijn laatste en beste weten was uw fractievoorzitter hierover in goed overleg.

De voorzitter:

Afrondend.

De heer Grinwis (ChristenUnie):

Dat laatste klopt natuurlijk; daar ben ik goed van op de hoogte. De minister van Financiën hoeft zich daar geen zorgen over te maken. En de minister heeft gelijk, want het is niet eenvoudig om aan deze kant overeenstemming te krijgen over een dekking. Tegelijkertijd zou ik tegen de minister willen zeggen: daag me niet uit, want voor je het weet, heb je de wet-Hillen versus box 3 weer aan je broek hangen.

De voorzitter:

Uw vraag, meneer Grinwis?

De heer Grinwis (ChristenUnie):

Mijn vraag is de volgende. We kunnen er een grapje over maken, maar dit is natuurlijk best wel een ragfijn samenspel. Dan ben ik gewoon benieuwd naar de taakopvatting van de minister van Financiën in dezen. Hij kan zich hier zo opstellen dat hij het prima vindt zolang iedereen het binnen zijn eigen domein gecheft krijgt, maar het is natuurlijk zeer de vraag of we het zo echt met elkaar gaan redden op de begroting van VWS en de begroting van SZW, om maar twee willekeurige begrotingen te noemen. Dat weet deze minister net zo goed als ik.

Minister Heinen:

Zeker. Overigens is een deel van de reden van het tekort van 2,9% dat ongedekte amendement, dat een gat van een miljard sloeg in 2027. Daardoor zijn de marges nu kleiner en is het dus ook moeilijker om steunpakketten vorm te geven in het kader van de energieschok. Dat gezegd hebbende kijk ik bij de budgettaire opgaves eerst mijn collega's aan om dat binnen de begrotingen op te lossen. Er is altijd meer mogelijk dan men denkt. Bij de begroting van de gezondheidszorg gaat het om zo'n 110 miljard euro. Ik kijk dus altijd wel mijn collega's aan om te proberen om het in te passen.

Daarnaast blijft er natuurlijk altijd in politieke zin wat op de zeef liggen. Dat is de bredere begrotingsdeal die wij met de Kamer moeten maken om een meerderheid te hebben. Ik ben daar ook over in overleg, nu nog in de verkennende sfeer in de vorm van kennismakingen. Het is met de een makkelijker om een gesprek in te plannen dan met de ander. Fracties die ik nodig denk te hebben, laten mij nog even een paar maanden op de wachtstoel zitten. Dat hoort bij het spel. Ik zie ook weleens dat er wordt gemopperd in de media, van: hij komt niet langs. Ik probeer toch aardig om binnen te komen, maar ik snap dit spel tussen Kamer en kabinet op zich wel. Wij steken de hand uit. Wij komen bij iedereen langs. Ik moet daarbij zeggen: we hebben op deze sprekerslijst hier nu zeventien Kamerfracties staan en in de Eerste Kamer zijn dat er twintig. Dan hebben we het over 37 partijen waarmee je moet spreken. Als je met de fractievoorzitter en de financieel woordvoerder van elke partij een uur wil spreken, dan moet dat keer twee. Dan zit ik al op 74 gesprekken en heb ik alleen het kennismakingsgesprek gehad. Als ik één gesprek per week doe, dan ben ik daar twee jaar mee bezig. U vraagt dus veel van ons. Daar hebben we zelf voor gekozen, dus ik vraag geen medelijden, maar een beetje flexibiliteit bij het inplannen van afspraken kan wel helpen. Dat is mijn antwoord op meerdere vragen die zijn gesteld over hoe het kabinet denkt meerderheden te halen. Dat doen we in ieder geval met heel veel geduld, door goed te luisteren en u vooral niet te beledigen.

De voorzitter:

We gaan terug naar de antwoorden op de vraag.

Minister Heinen:

Ik bied mijn excuses aan voor elke opmerking die ik heb gemaakt die als beledigend is opgevat.

Dan ga ik naar de heer Flach. Ik feliciteer hem bij dezen. Fijn dat u uw verjaardag met ons wil vieren.

De heer Flach vraagt welke extra investeringen worden gedaan in de directe inzetbaarheid en de gereedheid van onze krijgsmacht en op welke termijn deze effecten sorteren. Ik gaf net al aan dat het kabinet het opschalen van de Defensie-uitgaven prioriteert om de NAVO-norm van 3,5% te halen in 2035. Hiermee zet het kabinet een forse stap en bieden we langetermijnzekerheid voor de krijgsmacht. De minister van Defensie informeert u binnenkort specifieker over de bestedingen en de beoogde effecten van investeringen. Ik zal dan ook hetgeen ik heb uitgewisseld met de heer Dijk daarin meenemen, of in ieder geval doorgeleiden zodat dat wordt meegenomen.

Dan de vrijheidsbijdrage. De heer Grinwis vroeg of het kabinet bereid is om te kijken naar een andere verhouding en invulling. Daar heb ik net al antwoord op gegeven toen ik de vraag van de heer Stultiens daarover beantwoordde.

Dan was er ook een vraag van de heer Flach over de IKC, de kostencompensatie voor elektriciteit. Hij vroeg mij of de bestaande aanvragers dit jaar al uitbetaald kunnen krijgen en of er in die zin dus een voorschot uitbetaald kan worden. De minister van Klimaat en Groene Groei heeft toegezegd, werd mij verteld, om samen met RVO een stresstest uit te voeren bij de uitvoering om te onderzoeken of eerdere uitbetaling toch mogelijk is voor alle bedrijven. Tot nu toe is het beeld dat dit niet kan en dat de IKC dus tussen de twee en drie maanden later uitbetaald zal worden. Dan valt dat dus net over de jaargrens heen. Het beeld is verder dat een voorschot om dit te overbruggen de uitvoering juist verder zou compliceren. Maar nogmaals, de minister van Klimaat en Groene Groei heeft toegezegd uw Kamer daar nog nader over te informeren.

De heer Flach (SGP):

Heel kort. Ik heb het daar met de minister van KGG ook over gehad. Er leek sprake van een kleine bagatellisering, van: nou ja, moeten we nou zo veel overhoophalen vanwege de jaargrens? De minister weet echter ook hoe belangrijk drie maanden liquiditeit is voor ondernemers. Een van mijn andere suggesties is om te kijken of alle bestaande aanvragen dan wél in 2026 zouden kunnen worden uitgekeerd. Dat zou voor dat deel van de ondernemers al enorm helpen, dus wellicht is dat nog een suggestie die de minister zou willen becommentariëren.

Minister Heinen:

Ik zal het in ieder geval doorgeleiden. Ik vind het namelijk lastig om hier namens mijn collega over te spreken, maar ik snap het punt wel. De liquiditeit is natuurlijk een terecht punt, zeker in deze tijd. We hebben gisteren in het debat ook aangegeven dat wij regelingen openzetten om in die liquiditeit te kunnen voorzien, zoals de BMKB en de GO-regeling. We zullen ook goed kijken of dat voldoende is, omdat bedrijven juist bij zo'n economische schok waarbij prijzen niet doorgerekend kunnen worden, voor een liquiditeitsprobleem komen te staan. Daar proberen we als kabinet natuurlijk ook een antwoord op te formuleren, dus dank voor deze creatieve gedachte. Als het op deze manier opgelost kan worden, waarom zou je het dan niet doen? Nogmaals dank, dus. Ik begreep dat er nog wel wat haken en ogen aan zitten, maar dit element zal ik doorgeleiden.

De heer Flach had ook een vraag over middelen voor kwetsbare groepen. Hij vroeg naar de analyse en de gevolgen van de maatregelen voor kwetsbare groepen, dus eigenlijk de motie-Stoffer, en vraagt hoe deze analyse wordt gebruikt voor verdere besluitvorming. Dank voor het destijds indienen van deze motie, want dit raakt wel aan een cruciaal punt, denk ik. Ik ben mij ervan bewust dat het kabinet hele moeilijke keuzes maakt, die op weerstand zullen stuiten, omdat de effecten ervan heftig kunnen zijn. Het is dus goed om die in kaart te brengen. Wij hebben in het coalitieakkoord middelen gereserveerd om te compenseren. Je moet natuurlijk goed in kaart brengen wat de stapeling van effecten is en of er onbedoelde uitwerkingen zijn. Dan moet je ook de middelen die je hebt gereserveerd om daarin te voorzien, goed kunnen inzetten. In die zin zie ik die motie ook als een aanmoediging om dat goed in beeld te brengen.

De analyse gaat naar verwachting een beeld geven van de groepen waarbij de maatregelen cumuleren en van het effect daarvan op het besteedbaar inkomen. Zoals ik al zei, kunnen deze inzichten worden gebruikt bij de vorming van individuele maatregelen. Om de gevolgen voor deze groepen te beperken heeft het kabinet — ik verwees net naar de middelen — een envelop van 350 miljoen klaargezet, bijvoorbeeld voor chronisch zieken. De minister van VWS is bezig om dat vorm te geven met uw Kamer. De inzet van al deze middelen is onderdeel van de augustusbesluitvorming, maar daarbij zal dus ook de motie worden betrokken. We zullen uw Kamer de inzichten en effecten doen toekomen, niet alleen omdat de Kamer daarom vraagt, maar ook omdat we ze natuurlijk zelf willen weten voor de vormgeving van het beleid. Die worden daar dus bij betrokken.

De heer Flach had ook een vraag over ontwikkelingssamenwerking. De heer Flach vroeg waarom het kabinet kiest voor een dekking van het geld voor Oekraïne binnen de BHO-begroting. Ik denk dat het goed is om een paar dingen uit elkaar te halen. We hebben gezegd: de steun aan Oekraïne zetten we onverminderd door. Dat gaat om om en nabij 3,5 miljard. Dat bedrag valt uiteen in non-militaire steun en militaire steun. Dit kabinet heeft de verhouding op 3 miljard tegenover 0,5 miljard gezet. Bij de vormgeving van het coalitieakkoord is ook gekeken naar bestaande middelen. Ik moet dit allemaal even op basis van historische kennis doen; de formatie was een aantal maanden terug. Er stonden op bestaande begrotingen nog middelen die onderdeel zijn geworden van de 3,5 miljard. Die stonden deels op de BHO-begroting en deels op de Defensiebegroting. Daarin zijn overboekingen gedaan om tot die 3 en die 3,5 miljard te komen. Er is incidenteel, in één jaar, inderdaad een aanvullende bijdrage uit de BHO-begroting gedaan, maar die is dus voor het non-militaire deel en niet voor het militaire deel. Dat zou je in dezelfde categorie kunnen classificeren.

De heer Flach (SGP):

Ik snap die techniek, maar dat betekent dat een deel van de gelden voor Ontwikkelingssamenwerking verschuift naar Oekraïne. Inmiddels is er door de hele situatie daar tot op zekere hoogte ook sprake van ontwikkelingssamenwerking, zou je kunnen zeggen, maar de minister zal het met de SGP eens zijn dat je dan wel 400 miljoen elders weghaalt. Omdat dat vrij plotseling gebeurt en organisaties daar niet op hebben gerekend, is het volgens mij ook terecht dat veel organisaties die van die gelden gebruikmaakten, de noodklok luiden, want in plaats van de beloofde 257 miljoen extra, zit er nu een gat van 419 miljoen in hun budgetten. Dat die gelden op een andere plek terecht zijn gekomen: daar kunnen zij op dat moment niet zoveel mee. Wat is de reactie van de minister daarop?

Minister Heinen:

In analytische zin klopt dat. Wat je aan de ene kant uitgeeft, kun je niet aan de andere kant uitgeven. In het coalitieakkoord is ook een intensivering voor Ontwikkelingssamenwerking van 257 miljoen opgenomen. Daar verwees de heer Flach ook naar. Dat dempt dat bedrag dus voor de helft; dat is voor 2027. Ik begrijp heel goed dat u de Voorjaarsnota nog niet tot in detail en tot op elk bedrag heeft kunnen lezen, meneer Flach, maar daarin zijn ook middelen van Defensie naar Ontwikkelingssamenwerking gegaan als bijdrage aan de non-militaire steun voor Oekraïne. Dat staat onder "valutareserves". Dat betreft om en nabij dit bedrag. Daardoor zou het bedrag nagenoeg gelijk moeten blijven.

De voorzitter:

Tot slot.

De heer Flach (SGP):

Ik heb die middelen gezien en ik heb het geschuif gezien, maar ik zou vanuit de SGP echt een dringende waarschuwing willen geven: laat dit het einde zijn van de creativiteit met het schuiven van BHO-gelden, want dit vinden wij echt heel belangrijk.

Minister Heinen:

Dit punt heeft u vaker naar voren gebracht.

De heer Flach had ook een vraag over het Staphorster bod. Hij vraagt namelijk naar het bedrag voor de investering in de infrastructuur rondom de munitieopslag bij Staphorst in de begroting voor 2027. Eventuele nieuwe investeringen in de infrastructuur rond deze munitieopslag worden meegenomen in de bredere afweging van de defensie-uitgaven. Daar loopt Staphorst in mee. De minister van Defensie zal u daar nader over informeren.

De heer Flach had ook een vraag over Westerbork. Hij vraagt of het klopt dat in de Voorjaarsnota geen aanvullende financiering voor Westerbork is opgenomen. Dat betreft de motie-Van Dijk. Voor 2026 én 2027 zijn al middelen beschikbaar gesteld voor het vernieuwingsplan Westerbork. In deze Voorjaarsnota zijn dus geen aanvullende middelen toegevoegd. De minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport gaat eerst in gesprek met het Herinneringscentrum Kamp Westerbork en met andere financiers over de voortgang van de vernieuwing. Indien blijkt dat aanvullende middelen wenselijk zijn, zal dat natuurlijk worden meegenomen in de integrale besluitvorming.

Voorzitter. Mevrouw Teunissen had een vraag over Lelystad Airport. Zij vraagt of de minister — dat ben ik vandaag — het openen van Lelystad Airport wil intrekken. Dat wil ik niet.

Dan de budgettaire bekostiging van de spoedeisende hulp. De heer Vermeer vraagt of de versterking van de financiële positie van regionale ziekenhuizen het primaire doel is van de budgetbekostiging van de spoedeisende hulp. Nogmaals, dit is het beleidsterrein van mijn collega van VWS. Ik kan er wel het volgende op zeggen: het primaire doel van de budgetbekostiging van de spoedeisende hulp is het toekomstbestendig maken van de organisatie van de acute zorg, en dat geldt ook voor de acute zorg in de regio. Om de gewenste transitie binnen de acutezorgketen te maken is een betere samenwerking nodig. De invoering van de budgetbekostiging voor de spoedeisende hulp ondersteunt deze samenwerking. Voor eventuele aanvullende vragen moet ik vanuit collegialiteit doorverwijzen naar de minister van VWS, want ik wil mijn collega in dit debat niet voor de voeten lopen.

Voorzitter. Dan een laatste vraag over dit onderwerp. De heer Flach had nog een vraag over de proactieve dienstverlening, maar die heb ik zojuist al beantwoord via uw collega in dit parlement.

Ik wilde naar het tweede blokje gaan, maar u gaf aan nu gelegenheid te willen geven voor het stellen van vragen. Ik zet dus even een punt.

De voorzitter:

U mag ook doorgaan met het tweede blokje.

Minister Heinen:

Oké, dan doe ik dat.

De voorzitter:

O, meneer Van Dijck.

Minister Heinen:

Dat was uitlokking.

De voorzitter:

Gaat uw gang.

De heer Tony van Dijck (PVV):

Ik had nog een vraag over Oekraïne, maar ik weet niet of dat in het eerste of het tweede blokje zit.

Minister Heinen:

Excuus, voorzitter. De heer Van Dijck kan die vraag ook stellen. Dan kan ik 'm gelijk beantwoorden. Ik weet niet of hij nog in de set zit.

De heer Tony van Dijck (PVV):

Wat mij opviel, is dat in de Voorjaarsnota zo veel geld naar Oekraïne gaat. Onder de streep is dat toch 6,5 miljard, 6,6 miljard, 5,5 miljard en 4,5 miljard. Bij elkaar opgeteld is dat meer dan 20 miljard in vier jaar tijd. Wij vinden dat een beetje overdreven, want wij hebben al 25 miljard beschikbaar gesteld. Dat is a. En, b, wat doen andere landen eigenlijk? Ik lees in de krant dat Spanje nauwelijks iets doet en dat Italië nauwelijks iets doet. Voor hen is het allemaal een ver-van-mijn-bedshow. Het lijkt wel alsof Nederland weer als braafste jongetje van de klas met dat chequeboek staat te zwaaien, zo van: mogen wij alstublieft miljarden overmaken?

Minister Heinen:

Dat laatste natuurlijk niet, want we doen het ook altijd in ons eigen veiligheidsbelang. En de Oekraïense veiligheid is daarmee verweven, gezien de Russische agressie en de bedreiging daarvan voor het hele Europese continent. Maar om terug te komen op uw vraag: wij hebben, net als in het vorige kabinet, gezegd dat we de Oekraïense steun onverminderd doorzetten. Die komt neer op 3,5 miljard euro. U ziet dat nu in de begroting staan, net zoals u dat zag staan in de vorige begroting, waarbij ook uw partij in het kabinet zat. In die zin zijn we dus consistent. Maar ik geef de heer Van Dijck wel gelijk in dat ik vind dat andere landen meer moeten doen en dat Nederland hier wel erg in vooroploopt. Ik spreek die landen daar ook op aan. We hebben als ministers van Financiën vorige week met elkaar in G7-verband in Amerika gezeten, met mijn Oekraïense collega en de Amerikanen, Canadezen, Japanners et cetera. Daar heb ik ook precies dit punt gemaakt: ik vind dat wij dit moeten doen, maar ik vind dat de last in budgettaire zin niet slechts door een select aantal landen gedragen moet worden. Ik vind dus dat meer landen meer moeten doen. Dat zit in bilaterale steun. Het kan ook zijn in bijdrages aan die pakketten. Het kan zijn in de inzet in Europees verband. Dat is ook een reden om een bruggetje te slaan naar het Europese steunpakket van die 90 miljard, dat nu gelukkig kan doorgaan. Dat is ook een manier om meerdere landen te betrekken bij de steun aan Oekraïne. Om die reden heb ik ook een pleidooi gehouden om het idee van die bevroren Russische tegoeden niet helemaal weg te gooien, dat we het werk daaraan moeten blijven doorzetten, omdat ook dat een manier is waarop alle internationale partners hun bijdrage kunnen leveren aan deze belangrijke opgave waar we voor staan.

De voorzitter:

Afrondend.

De heer Tony van Dijck (PVV):

Het gaat mij om de proportionaliteit. Wij zijn er natuurlijk ook voor om Oekraïne te helpen, maar het moet wel proportioneel zijn. Dan lees ik dat Italië de benzineaccijns met 25 cent verlaagt, dat andere landen heel veel voor de burgers doen. Wij doen niets voor de burgers, maar we doen wel heel veel voor de Oekraïense burgers. Mijn vraag is dus: is het genoeg om dit af te doen met een moreel appel richting die landen of moeten er hardere afspraken gemaakt worden? Het kan toch niet zo zijn dat wij straks 50 miljard hebben overgemaakt aan Oekraïne, en Italië en Spanje nog geen miljard?

Minister Heinen:

Nee. Ik vind dus ook dat andere landen meer moeten doen. Daar spreek ik hen ook op aan. Ik kan hen daar niet toe dwingen. Ik probeer wel de Europese inzet hierop te richten, ook om te zorgen dat ze wel via de Europese route hun bijdrage leveren. Daarin draagt iedereen namelijk naar rato bij. Via die route wil ik hen kunnen dwingen om meer te doen voor Oekraïne, omdat ik die steun ontzettend belangrijk vind. Ik wijs er ook elke keer op dat de prijs van niets doen vele malen hoger zal blijken te zijn.

De voorzitter:

De minister vervolgt zijn beantwoording.

Minister Heinen:

Voorzitter. Dan het tweede onderwerp dat ik heb genoemd. Nou ja, "financiën"; laat ik het zo zeggen. Mevrouw Van Eijk had de vraag welke keuzes er worden gemaakt om te voorkomen dat investeringen in de economie, de woningmarkt, de energietransitie in de verdrukking komen. Dit vraagt om een bredere discussie, namelijk het belang van investeren en het consumeren dat wij doen in de begroting, en de schuif die daarbij gewenst wordt geacht om meer te investeren en minder te consumeren. Dat is de basis geweest van dit hele coalitieakkoord, en dat bewaak ik ook goed. We brengen in de begroting ook in kaart wat het aandeel investeren en het aandeel consumeren is. Ik wijs er wel elke keer op dat dat nooit zo met een meetlatje te meten is. Een aantal partijen hier geven aan veel prioriteit te hechten aan onderwijsinvesteringen. Dat begrijp ik uiteraard ook heel goed, maar formeel vallen die wel onder de consumptieve uitgaven. Dus als er wordt gezegd "stuur puur en alleen aan op investeringen", dan zou je dat soort investeringen tekortdoen.

Daarnaast vind ik dat het geheel van de uitgaven een politieke weging is, waarin natuurlijk ook het belang van zorg en sociale zekerheid meegewogen moet worden. Maar als we met een economische bril naar de begroting kijken, dan zal je inderdaad meer moeten investeren dan consumeren om uiteindelijk de groei verder te bevorderen zodat we welvarender worden en de belastingen weer inkomsten hebben. Dat is de klassieke discussie die we altijd voeren: kijk nou niet alleen naar de verdeling van de koek, maar ook naar de omvang van die koek. Daarvoor zal je meer moeten investeren. Daarmee heb ik dat hele thema behandeld. Dat vind ik, tenminste. Even kijken of u dat ook vindt.

Daarmee heb ik eigenlijk ook de vraag beantwoord over mijn visie op een investeringsnorm. Ik zou daar terughoudend in zijn. Ik snap hem wel. Ik vind het ook goed dat wij dit nu in de begroting in kaart brengen, naar aanleiding van het verzoek van de Kamer. Als de Kamer behoefte heeft aan meer inzicht, dan hoor ik dat graag. Niet alles laat zich puur in een norm vatten. Dat zou mijn visie daarop zijn. Daarmee is dat ook het antwoord op uw vraag.

Dan had de heer Oosterhuis vragen over doelen. Hij vroeg welke mogelijkheden ik zie om te zorgen dat het kabinet goed gedefinieerde doelen heeft. Dat is een zeer terecht punt. Het raakt ook het thema van de rijksuitgaven en de discussie die we daar voeren over de doelmatigheid van beleid. De heer Oosterhuis vraagt indirect naar wat wij als financieel woordvoerders een van de mooiste artikelen vinden: artikel 3.1 van de Comptabiliteitswet. Dat artikel kijkt naar de effectiviteit van uitgaven vanuit de overtuiging dat dit niet ons geld is, maar geld van mensen thuis, namelijk belastinggeld. Daar moeten we effectief en efficiënt mee omgaan. Daarbij is doelmatigheid van besteding natuurlijk zeer relevant. In het coalitieakkoord staan doelen, onder andere voor wonen, klimaat, onderzoek en ontwikkeling. In de begroting en de jaarverslagen gaan departementen ook in op de doelen op hun beleidsterreinen.

Momenteel werk ik zelf aan de invulling van de motie van het lid Van der Lee, die het had over het centraler en herkenbaarder opnemen van doelen en resultaten in de begroting en de jaarverslagen. De uitwerking hiervan volgt vanaf komende Prinsjesdag en in de begrotingen voor 2027. Dat is voor bewindspersonen natuurlijk zeer spannend, want op het moment dat je een doel stelt, word je er ook aan gehouden. Maar ik vind het wel goed om dat te doen. Ik vraag u ook om mij hierin te helpen. Vraag dus in de behandeling van de departementale begrotingen om die doelen en vraag om te rapporteren over die doelen. Reken daar zo nodig ook op af om de druk erop te houden. Het is uiteindelijk namelijk allemaal ons belastinggeld.

Voorzitter. Dan had mevrouw Van Eijk nog een vraag over inflatie. Zij vroeg in hoeverre het kabinetsbeleid bijdraagt aan de inflatie. In algemene zin — dat moet ik er natuurlijk altijd bij opmerken — ligt de primaire taak om te zorgen voor prijsstabiliteit bij de monetaire autoriteit. In het verleden was dat De Nederlandsche Bank en nu is dat de Europese Centrale Bank. Het monetaire beleid in het eurogebied is geënt op de prijsontwikkeling, waar we die 2% hebben afgesproken met elkaar. Het is natuurlijk wel zo dat expansief begrotingsbeleid niet bijdraagt aan het beheersbaar houden van de prijsontwikkeling. Dat is een extra reden waarom ik altijd oproep om terughoudend te zijn met het doen stijgen van de uitgaven, zeker in het licht van een reeds expansieve begroting waarvan de marges klein zijn en we al tegen de begrotingsnormen en de maxima aan lopen. De monetaire autoriteiten wijzen ons er ook op. President Lagarde zegt in de Eurogroep ook dat zij de prijsstabiliteit moet bewaken en dat met het monetaire beleid ook doet, maar dat het niet helpt als er expansief begrotingsbeleid gevoerd wordt.

Voorzitter. Dan vroeg mevrouw Van Eijk hoe de stijgende rentelasten worden meegenomen in de begrotingsafwegingen. Conform de begrotingsregels vallen de rente-uitgaven buiten het uitgavenkader. Hierdoor leiden hogere rente-uitgaven gedurende de kabinetsperiode niet direct tot een overschrijding van het uitgavenkader en dus tot ombuigingen elders. Maar mevrouw Van Eijk weet ook dat het wel een saldobelasting oplevert. Als wij de uitgaven dus laten toenemen, waar ik geen voorstander van ben, is dat inderdaad geld dat je moet lenen. Je moet niet alleen de lening terugbetalen, maar je moet terugbetalen met rente. Die rentestijging ziet u nu ook in de begroting. Dat is natuurlijk eeuwig zonde. Die rente die we aan andere mensen terugbetalen, is namelijk geld waar we hele mooie zaken mee zouden kunnen doen. De bedragen die mevrouw Van Eijk noemde, hebben de omvang van sommige departementale begrotingen. Daar kun je het hele basisonderwijs of de hele politiebegroting mee financieren. Dat is echt eeuwig zonde. Ik zie het als een oproep om terughoudend te zijn met het maken van schulden.

De heer Oosterhuis had een vraag over de generatietoets. Het kabinet hecht natuurlijk waarde aan investeringen in toekomstige generaties, bijvoorbeeld via het onderwijs, de veiligheid en de economie. Dan gaat het er ook om dat we de staatsschuld beheersbaar houden en die schulden niet doorschuiven. Dat wordt weleens vergeten als we het hebben over intergenerationele evenwichtigheid. Een motie van de Eerste Kamer heeft het kabinet opgeroepen een generatietoets op te nemen in de Miljoenennota. Er wordt op dit moment uitgezocht hoe dat precies vormgegeven kan worden. Ik kan daar nog niet op vooruitlopen. We hebben het wel scherp voor de bril. Die generatietoets zal ergens moeten landen in de Miljoenennota. Vanuit mijn rol zal ik natuurlijk wijzen op de staatsschuld, maar het is veel breder dan dat. Ik denk dat de heer Oosterhuis ook kijkt naar de klimaatinvesteringen, de onderwijsinvesteringen en dergelijke. We proberen dus tot een mooi overzicht te komen.

De heer Tony van Dijck (PVV):

Even terug naar de rente. Het was mij namelijk ook opgevallen dat de rente-uitgaven in vier jaar tijd verdubbelen. We betalen nu 11 miljard en in 2030 21 miljard aan rente-uitgaven. Zo hard gaat de staatsschuld niet omhoog.

Minister Heinen:

Nee, maar de rente wel.

De heer Tony van Dijck (PVV):

Het is maar de vraag of die rente zo hard omhooggaat. Waar is die verdubbeling van de rente-uitgaven in vier jaar tijd, tijdens deze kabinetsperiode, op gebaseerd?

Minister Heinen:

Die is gebaseerd op een toenemende staatsschuld. De heer Van Dijck zegt: ik zie de rente in procentuele zin niet hard oplopen. Dat klopt, omdat het bbp oploopt. In verhouding tot de economie blijft die dus relatief stabiel — ik beschouw dat als een indirect compliment — maar hij loopt wel op. In absolute zin, in euro's, neemt de staatsschuld wel fors toe, en niet zo'n klein beetje ook. We hebben volgend jaar een begrotingstekort van 2,9%. Bij een tekort van die omvang gaat het om meer dan 35 miljard euro die we niet hebben, die we lenen. De Kamer roept mij op de maximale begrotingsnormen na te streven. Ik vind dat onverstandig en ik ga dat ook niet doen. Als je dat wel zou doen en je vier jaar lang een tekort van 3% zou hebben, waarbij je dus vier jaar lang 35 miljard leent die je niet hebt, dan loopt de staatsschuld in één kabinetsperiode op tot 140 miljard. En niet alleen die 140 miljard moet worden terugbetaald, maar ook de rente. Dat zie je inderdaad terug in de stijgende rentelasten. Dat is echt eeuwig zonde, want van die rentelasten kunnen we hele belangrijke andere uitgaven doen, aan de zorg, aan sociale zekerheid, aan ons onderwijs, aan onze infrastructuur. Elke keer als de Kamer een ongedekte motie indient, moet zij ook rekening houden met deze statistieken van de oplopende staatsschuld en de oplopende rente. Ik hoop dat u dat als motivatie ziet om de moties die u geheid in de tweede termijn zult indienen, van dekking te voorzien.

De voorzitter:

Tot slot.

De heer Tony van Dijck (PVV):

Zeker, voorzitter. Dan nog blijf ik bij het standpunt dat de rente verdubbelt. Het is niet zo dat de staatsschuld met 100% oploopt in vier jaar tijd. De staatsschuld loopt misschien met 20% op — dat zou kunnen — maar dan kunnen de rente-uitgaven niet verdubbelen. Er klopt dus iets niet met de rente-uitgaven, die in vier jaar tijd van 11 miljard naar 21 miljard stijgen, terwijl de staatsschuld zelf niet navenant diezelfde procentuele stijging laat zien.

Minister Heinen:

Maar de heer Van Dijck vergelijkt nu absolute bedragen met relatieve bedragen, dus percentages met euro's. Dat vergelijk kun je niet zo een-op-een maken. Het klopt dat de rente-uitgaven oplopen, omdat ook de rente oploopt, en de rente loopt weer op als gevolg van de internationale zekerheid, met oplopende inflatie. De centrale banken moeten in ieder geval de beleidsrentes laten stijgen. Dat vertaalt zich allemaal door in de economie. Dat is dus een extra argument om voorzichtig te zijn met de overheidsfinanciën, schulden niet te laten stijgen en te werken aan onze weerbaarheid, onze energieonafhankelijkheid, als het gaat om de energieschok die we nu zien, en onze duurzaamheid, omdat dat je wapent tegen al dit soort tweede-, derde- en vierdeorde-effecten.

Voorzitter. Ik ga naar de afronding. Er zijn nog een paar vragen. Er was een vraag over de Ministeriële Taskforce Toekomstige Welvaart en Vestigingsklimaat. Mevrouw Van Dijk vroeg naar de uitkomsten van die taskforce, onder andere in relatie met het deelnemingenbeleid. De uitkomsten van de taskforce zijn nog niet bekend, want hun werkzaamheden lopen nog. Bij de evaluatie van het deelnemingenbeleid — die is gepland in 2027 — zal ik dan ook de uitkomsten meenemen.

Dan had mevrouw Van Dijk ook nog een vraag over de vrijheidsbijdrage. Zij vroeg of er al overleg is gevoerd — ik verwees daar aan het begin van mijn bijdrage al naar — met ondernemersorganisaties over het vestigingsklimaat, over de invulling van de vrijheidsbijdrage. Die gesprekken lopen op dit moment. Ook mijn collega's in het kabinet spreken met sociale partners en ondernemersorganisaties. Ook daar wordt het vestigingsklimaat uiteraard bij betrokken. Het kabinet zal de Kamer de uitkomsten doen toekomen.

Dan de regeldruk. Dat was ook een vraag van mevrouw Van Dijk. Zij vroeg of wij de signalen herkennen dat ondernemers regeldruk ervaren en of ik samen met ondernemers wil onderzoeken hoe één duidelijk regelkader kan worden gemaakt. De Kamer wordt rond de zomer geïnformeerd over de voortgang van de aanpak regeldruk door de minister van EZK. Die aanpak is ingezet door de voorganger van de minister van EZK. Uiteraard herken ik de signalen over regeldruk zeer, maar in het licht van hetzelfde interruptiedebat dat ik met de heer Van Dijck had, zeg ik: laten we het zien als een gezamenlijke opgave. Ik had gisteren een debat waarin 50 moties werden ingediend, met verzoeken om onderzoeken en van alles wat we moeten gaan regelen voor het land. Laten we dat alsjeblieft niet doen. Dat leidt allemaal tot extra regels en de mensen worden daar helemaal gek van.

Dan het Europees begrotingsraamwerk. De heer Grinwis vroeg mij om een reflectie op de appreciatie van de Raad van State dat het budgettair-structureel plan leidt tot onhoudbare overheidsfinanciën. Twee zaken daarover. Waar eerder nog, in ieder geval door de Europese Commissie, het budgettair plan niet werd goedgekeurd, verwacht ik dat dat nu wel wordt goedgekeurd. Dan de Raad van State zelf. Die heeft natuurlijk gelijk. Die wijst erop dat de schulden toenemen als gevolg van hoge tekorten, en die tekorten zijn weer het gevolg van stijgende uitgaven. Als je naar de begroting kijkt, zie je dat het probleem op zich niet zit aan de belastingenkant, maar aan de uitgavenkant. De uitgaven nemen toe. Daarmee kom ik terug bij mijn meer principiële punt: we moeten dus minder uitgeven, niet als doel op zichzelf, maar om te voorkomen dat tekorten stijgen, dat schulden stijgen, dat rentelasten stijgen en we dat allemaal doorschuiven naar de generaties na ons, waardoor wij nog van voorzieningen kunnen genieten waar zij dan niet meer van kunnen genieten. Zo'n land willen we natuurlijk niet nalaten met elkaar.

De heer Grinwis (ChristenUnie):

Dat ben ik in algemene zin natuurlijk helemaal met de minister van Financiën eens, maar toch zijn er bepaalde specifieke categorieën uitgaven waarvan je je af en toe afvraagt: klopt dit nou? Neem bijvoorbeeld de AOW-uitgaven. Het CPB maakt een raming op basis van constante arrangementen. Zo'n vergrijzingssom trekken ze door naar 2060 en dan gaan ze ervan uit dat de AOW welvaartvast wordt uitgekeerd, dus niet …

De voorzitter:

Uw vraag?

De heer Grinwis (ChristenUnie):

… dus niet in de vorm van een wettelijke koppeling, maar op een manier waarbij je één keer in de zoveel jaar een soort extra verhoging doorvoert, zodat je gelijke trend houdt met de echte, daadwerkelijke loonontwikkeling.

De voorzitter:

Uw vraag?

De heer Grinwis (ChristenUnie):

Dat is natuurlijk een aanname waar je over kunt twisten. Hoe ziet de minister dat?

Minister Heinen:

Ik zou eigenlijk de inverse hiervan willen beantwoorden: in andere landen wordt dit niet gedaan, dus daar wordt dan formeel voldaan aan de begrotingsregels. Dan wijs ik er altijd op: daar zit de hele indexatiesystematiek nog niet eens op en u weet dat u politiek altijd op dat punt uit zal komen. De Europese Commissie schetst een wat somberder beeld van begrotingen van collega's van mij in Europa en over de onhoudbaarheid daarvan. Wij hebben eigenlijk een hoger tekort dan andere landen, alleen is onze schuld laag. Bij andere landen zie je dat andersom; die hebben een veel hogere schuld. Daar zitten echter nog heel veel onzichtbare uitgaven nog niet eens ingeprijsd. Daar spreek ik ook de Commissie op aan; dat is mooie sier, maar uiteindelijk is het een veel te rooskleurig beeld. Dat onderstreept dan extra de urgentie ervan dat mijn collega's in Europa zich aan de Europese begrotingsafspraken houden en dat gesprek voeren wij ook continu.

De voorzitter:

Afrondend.

De heer Grinwis (ChristenUnie):

Dat snap ik. Daar heeft de minister gelijk in. Met andere woorden: de zorgen over de toekomstige begrotingen van onze collega-eurolidstaten zijn nog veel groter dan ze nu op papier eigenlijk lijken te zijn. Maar andersom heb ik af en toe het gevoel dat we ons hier soms toch een beetje arm rekenen. Als ik het CPB de feitelijke vraag stel of zij mij een raming kunnen leveren van de AOW-uitgaven en van de staatsschuld als je uitgaat van puur de wettelijke koppeling en niet van die constante arrangementen, van die welvaartsvaste aanname die het CPB maakt, dan krijg ik als antwoord: nee, want wij hebben gewoon als aanname dat we het zo doen. Als ik deze vraag in de feitelijkevragenronde stel aan Financiën, zoals ik afgelopen week heb gedaan, krijg ik als antwoord een verwijzing naar het CPB. Dan denk ik: ik ben op zoek naar informatie over een hele reële vraag, namelijk "als wij de AOW puur laten stijgen volgens de wettelijke koppeling, wat is dan de uitkomst voor de AOW-uitgaven en voor de staatsschuld?" Wij rekenen ons ook een beetje op voorhand arm vanuit een soort van dogma dat bij ons de uitkering, in dit geval de AOW, altijd welvaartsvast zal blijven.

Minister Heinen:

Ik kan deze vraag alleen beantwoorden door een beroep te doen op het politieke gevoel van de heer Grinwis, dat natuurlijk ragfijn is. Verwacht hij dat naar de toekomst toe die welvaartskoppeling wordt losgelaten? Laat ik het zo doen; het is natuurlijk flauw om een vraag te stellen als de interrupties op zijn. Ik begrijp deze vraag heel goed. Ik moet even kijken op welk moment we de Kamer hier dan nader over informeren, maar misschien kunnen we op dit vraagstuk ingaan als we weer een reactie geven op het volgende advies van de Raad van State of de Centraal Planbureau-doorrekening. Laat mij zoeken naar een goed moment om dit vraagstuk bij de kop te pakken. Ik neem nog contact met u op over wat dan een goede plek is om dit debat ook te voeren met elkaar.

De voorzitter:

Meneer Grinwis, er was inderdaad nog een vraag terug.

De heer Grinwis (ChristenUnie):

Ik heb hier een hele kleine motie op en dan maken we hem volgens mij af.

Minister Heinen:

Ik ben dol op moties; hartstikke mooi.

De voorzitter:

Meneer Dassen, en ik wil de minister vragen om geen vragen terug te stellen aan de leden.

De heer Dassen (Volt):

Volgens mij was de minister aan het einde van zijn beantwoording. Ik had nog een vraag gesteld over de zomerpakketten en de schoolmaaltijden. Voor volgend jaar is daar wel budget voor vrijgemaakt, maar voor dit jaar niet. Het gaat om 275.000 kinderen die de zomerpakketten meekrijgen. Mij lijkt het verstandig om te zorgen dat we daar dit jaar ook geld voor vrijmaken. Ik heb daar een amendement over ingediend, maar ik ben ook benieuwd hoe de minister daar zelf naar kijkt.

Minister Heinen:

De amendementen wil ik appreciëren in de tweede termijn. Dus laat mij even kijken naar uw amendement. Dan neem ik dit punt gelijk mee, als u dat goedvindt.

De voorzitter:

De heer Stultiens.

Minister Heinen:

Ik heb nog een paar vragen te beantwoorden.

De voorzitter:

Laten we dat afronden.

Minister Heinen:

Mevrouw Van Dijk en de heer Oosterhuis hadden een vraag over de economische structuuranalyse. Die kan een betere plek krijgen in de Miljoenennota. We zijn ervan overtuigd dat we dit al goed deden, maar ik zie deze vraag als een aansporing om het nog beter te doen. Bij de volgende Miljoenennota zullen we daar dus een slag overheen maken. Ik zal dan van tevoren even contact met u opnemen, om ervoor te zorgen dat we niet iets maken waarvan u zegt: dat vinden we ook niet voldoende. Laten we ervoor zorgen dat we het aan de voorkant beter organiseren, van mijn kant.

De heer Grinwis vroeg naar het sociaal akkoord. Hij vroeg of het kabinet bereid is om te werken aan een groot sociaal akkoord, om te voorkomen dat we straks te maken krijgen met het hardnekkige inflatiespook. Hij verwees naar afspraken over lonen, in relatie tot inflatie, en naar het voorkomen van een loon-prijsspiraal. Laat ik er het volgende over zeggen. Ik snap heel goed waar de heer Grinwis naar vraagt. Tegelijkertijd wil ik nu terughoudend zijn met het doen van een oproep voor akkoorden, met het oog op mijn collega's in het kabinet, in de eerste plaats de heer Vijlbrief. Hij is natuurlijk bezig met gesprekken met de sociale partners. Hij moet dat voorzichtig doen. We hebben de sociale partners goed gehoord. Zij hebben het kabinet goed gehoord. Als ik daar nu doorheen ga fietsen met oproepen, denk ik niet dat dit die gesprekken bevordert. Ik begrijp dit punt wel heel goed. Ik zal dus ook doorgeven aan de heer Vijlbrief dat dit punt aan de orde is gekomen in dit debat en hem vragen dit te betrekken bij de gesprekken. Maar ik wil voorkomen dat ik vanuit deze stoel de tere balans verstoor; laat ik het zo zeggen.

De heer Grinwis (ChristenUnie):

Dank aan de minister dat hij dit wil doorgeven. Dat scheelt weer een kansloze of overbodige motie van mij. Het is wel echt een serieus punt. In 2022 hebben wij natuurlijk een gigantische reactie gezien op de prijsstijging. Ik denk dat wij dit toch slimmer kunnen doen met elkaar dan we hebben gedaan de afgelopen jaren. Wil de minister dit dan ook met een positieve appreciatie doorgeven aan collega Vijlbrief, zodat niet alleen wordt doorgegeven "hier ging het over in de Kamer", maar "ik deel deze zorg"?

Minister Heinen:

Ik spreek altijd vol lof over de heer Grinwis. Als ik iets terugkoppel over de Kamer zeg ik altijd: dit kwam van de heer Grinwis. Dan weet iedereen dat het een serieus punt was.

Daarmee ben ik aan het einde gekomen van de antwoorden die ik had voorbereid.

De voorzitter:

Dank u wel.

De heer Stultiens (GroenLinks-PvdA):

Op eigenlijk de meest fundamentele vraag die wij hebben gesteld, heb ik nog geen antwoord gehad. Er is namelijk een startnota en er is bekend dat er geen Kamermeerderheid is voor dit plan. De vraag was hoe de minister de komende tijd steun gaat zoeken voor zijn begrotingen. Ik heb alleen gehoord dat hij geen tijd heeft voor 70 afspraken. Dat laatste snap ik. Maar wat is dan wel het plan om steun te verkrijgen?

Minister Heinen:

Ik vind dat in alle eerlijkheid een wat flauwe afdronk van een breder verhaal dat ik heb gehouden. Ik blijf bij het punt dat ik heb gemaakt. Als dit uw samenvatting is, zult u zich daar zelf toe moeten verhouden. Ik heb geprobeerd te schetsen wat de route is. Daar is die hele energieschok doorheen gekomen, waarbij we ook goed hebben samengewerkt met de Kamer. Van links tot rechts zijn er vandaag met breed draagvlak moties ingediend. Er is steun gevonden voor het pakket van het kabinet. Dank voor die steun. We hebben ook aangegeven dat er gesprekken zijn ingepland en dat we vanuit die gesprekken bewegen naar de nieuwe begroting. We proberen natuurlijk ook steun te halen. Het helpt dan niet om er op deze manier op te reageren. Een gesprek moet van twee kanten komen. Ik heb toenadering gezocht en de gesprekken zijn gepland. Mijn vraag is dus wat de heer Stultiens op dit moment nog mist.

De voorzitter:

Afrondend.

De heer Stultiens (GroenLinks-PvdA):

Wat ik mis, is een duidelijke route hoe er ruimte gaat komen. Is dat vanuit de budgettaire ruimte, is dat vanuit lastenverhogingen, of blijft de minister zeggen: ik houd vast aan mijn kader en that's it? Want dan wordt het moeilijk praten. Daarom is de vraag: op welke manier denkt hij ruimte te gaan krijgen om steun te halen bij andere partijen? Dat is een serieuze, open vraag.

Minister Heinen:

Dit is onderwerp van de gesprekken die wij voeren. Daarin zal ik deze vraag stellen: hoe denkt u dekking te vinden voor úw plannen, die ik hoor van de zijde van de Kamer? Hoe verhoudt zich dat tot de breedte van de Kamer en tot de coalitieafspraken? En hoe kunnen we in samenhang tot afspraken komen? Maar dan moeten we wel even horen wat andere partijen willen, hoe zij de dekking voor zich zien en hoe zich dat verhoudt tot de coalitieafspraken en de begrotingsregels. Dat zijn overigens niet mijn begrotingsregels, maar die hebben we gewoon in de wet vastgelegd. Het basisprincipe dat wij ons aan de wet houden, lijkt mij een vrij goed startpunt van gesprekken. Laten we nu eerst die gesprekken gaan voeren, zonder er op voorhand al conclusies aan te verbinden.

De heer Tony van Dijck (PVV):

Ik wil de heer Stultiens wel helpen. Hij vraagt zich gewoon af of er ruimte is tot aan de 3% dit jaar om iets voor de burgers te doen om die energieschok en inflatieschok waarover de minister het heeft, te temperen. We hebben namelijk een ruimte van 6 miljard tot de 3%. Is de minister bereid om die schok op te vangen door het tekort te laten oplopen tot 3%? Dan heeft de Kamer ruimte om de burgers voor 6 miljard tegemoet te komen en de consequenties van deze schok te temperen.

Minister Heinen:

Ik antwoord daarop met verwijzing naar het debat dat wij gisteren hierover hebben gevoerd tot laat in de avond. Daar zijn al dit soort vragen aan de orde gekomen. Het kabinet heeft ze ook beantwoord. Er is een motie over ingediend en we hebben er een akkoord op bereikt met elkaar. Met de verwijzing naar dat debat beantwoord ik uw vraag.

De voorzitter:

Tot slot.

De heer Tony van Dijck (PVV):

Dus er is geen ruimte?

Minister Heinen:

We hebben dit debat gisteren uitvoerig gevoerd.

De voorzitter:

Ik dank de minister en geef het woord aan de staatssecretaris. Abusievelijk heb ik u laten weten dat u de spreektijd in eerste en tweede termijn mag besteden. Dat blijkt niet het geval. U neemt een derde van de spreektijd van de eerste termijn mee naar de tweede termijn. Dat is een meevaller op deze leuke donderdagmiddag, voorafgaand aan het reces. Het kabinet kan zich, denk ik, alsnog opmaken voor moties. Maar nog steeds geldt: het mag kort en bondig. Het woord is aan de staatssecretaris.

Staatssecretaris Eerenberg:

Voorzitter, ik dank u wel. Ik zal u dan ook een uitgebreide introductie over mijn deel van het debat besparen, anders dan dat al het moois waarover u vandaag gedebatteerd heeft natuurlijk ook betaald moet worden. Om dat te kunnen doen, moet het geld ook binnenkomen. Dat is sinds een week of acht mijn verantwoordelijkheid. Het kan verkeren.

In die zin wil ik toch ter introductie iets zeggen over een opmerking van de kant van de Kamer. De heer Markuszower zei dat mensen huilend hun belastingaangifte zitten in te vullen. Ik luisterde ernaar en dacht: dat kan toch niet waar zijn? Voor een hoop mensen betekent de belastingaangifte invullen dat er weer wat terugkomt, omdat er wat moois in zit dat je eerder niet gemist hebt. Dat levert een glimlach op. Of je betaalt mee aan al die mooie voorzieningen in ons land. Dat levert natuurlijk ook een glimlach op! Het kan niet anders dan dat de heer Markuszower dat verkeerd had gezien.

Voorzitter. Ik kom bij de aan mij gestelde vragen. Ik begin bij de vraag van de heer Stultiens over belastingconstructies. U heeft gelijk, we hebben u er een aantal geschetst bij de stukken. Dat is ook de gebruikelijke werkwijze van het kabinet. Het zijn er vijf en u vroeg om iets meer inkleuring van wat we met die vijf van plan zijn te gaan doen. Ik bespreek ze in willekeurige volgorde. Een toezegging van mijn voorganger was om u opties te schetsen voor de papieren schenkingen. U heeft ze gezien. Het kabinet heeft nog geen oordeel over hoe het daarmee verder wenst te gaan.

Dan kom ik bij de onzakelijke leningen. We bekijken op dit moment hoe we daar een en ander op kunnen dichtzetten. Zodra we daarover meer informatie hebben, informeer ik uw Kamer.

Naar de samenwerkingsverbanden voor ib-ondernemers die een eigen bv hebben, en de samenloop daarvan, loopt ook een onderzoek. Ik zal u ervan op de hoogte houden.

Voor het beperken van dividendstripping zijn er vier nieuwe opties aan het licht gekomen. Ze zijn afgelopen week in internetconsultatie gegaan. Daarmee zijn we dus aan de slag.

Ik heb de geschiedenis in uw Kamer meegekregen over het onderwerp van het opknippen van vastgoed-bv's. We hebben werk gemaakt van de toezegging die is gedaan naar aanleiding van het amendement-Van Eijk om te kijken of er alternatieven zijn, gestoeld op internationale inspiratie. Het streven is u daar deze of anders volgende maand over te informeren in relatie tot de brief die u daar vorig jaar over heeft gehad.

De heer Stultiens (GroenLinks-PvdA):

Deelt de staatssecretaris onze intentie dat deze vijf voorbeelden in de toekomst van het lijstje af kunnen, dus dat ze zo snel mogelijk zijn opgelost?

Staatssecretaris Eerenberg:

Het levert altijd een politiek gesprek op. In die zin ben ik het eens met mevrouw Van Eijk: je moet daadkracht tonen op ongewenste constructies die niet in de geest van de wet zijn en niet meer doen wat ze beogen. Sterker nog, ze doen het omgekeerde. Maar voordat je bij dat punt komt, zul je ook hier met elkaar politiek moeten wegen of je dat met elkaar eens bent.

De voorzitter:

Tot slot.

De heer Stultiens (GroenLinks-PvdA):

Tot slot. Een voorbeeld. Voor schenken op papier ligt een optie op tafel. Dat is fijn, dank daarvoor. Wat is er nog nodig voor de staatssecretaris om de knoop door te hakken over hoe hij dit gaat aanpakken?

Staatssecretaris Eerenberg:

Ik zou bijna zeggen: het speelveld ligt open en is transparant. Ik denk dat transparantie ook het begin is van het goede gesprek. Wat mij betreft is een gedeelte van het antwoord dat het bij uw Kamer ligt.

De voorzitter:

De staatssecretaris vervolgt.

Staatssecretaris Eerenberg:

Dan gaan we van de belastingconstructies naar de fiscale regelingen. Er zijn meerdere vragen over gesteld. Ze komen neer op: hoe gaat het ermee? Er ligt een mooie motie van de heer Dassen. Ik heb ook een mooie motie van de heer Dassen. Ik mag er helaas niet van dineren in Zuid-Afrika, voorzitter, maar goed, het kan verkeren. We zijn aan de slag met een brief die voor de zomer zal komen. Daarin doorlopen we alle regelingen die gekwalificeerd zijn om ze te kunnen afschaffen omdat ze ondoelmatig zijn. We proberen ze ook te clusteren. Dat kan bijvoorbeeld langs thematische lijnen, of langs de lijnen van ouderdom of van het gebruik. Zodra de brief er ligt, kunt u daar ook weer uw politieke werk mee doen. U krijgt die nog voor de zomer, zoals beloofd.

Mevrouw Van Eijk (VVD):

Wordt daarbij ook meegenomen met welk doel de regeling ooit is ingevoerd en of dat doel nog steeds actueel is? En wordt in het laatste geval ook meegenomen of er andere instrumenten zijn om dat te doen wat je graag wil doen? Kortom, is het niet beperkt tot alleen het schrappen van regelingen?

Staatssecretaris Eerenberg:

Daar ben ik het zonder meer mee eens. Alleen schrappen zou betekenen dat je soms ook echt iets verliest. Het gaat er dus ook altijd over of je iets kunt terugsluizen of op een andere manier kunt doen, bijvoorbeeld via een subsidieregeling die voor de hand ligt. Het gaat dus ook om die kant van het verhaal.

De heer Dassen (Volt):

Dat is goed om te horen. De staatssecretaris geeft aan: u krijgt dat en dan kunt u verder kijken wat u ermee gaat doen. De vraag was natuurlijk ook wat de staatssecretaris voornemens is om ermee te gaan doen. Dan kunnen we kijken hoe we de Kamer gaan bewegen om in actie te komen, zodat er ook daadwerkelijk regelingen worden geschrapt waar dat mogelijk is.

Staatssecretaris Eerenberg:

Als ik het zelf al zou weten, dan had ik het hier natuurlijk ook kunnen zeggen. Het begint met inzichtelijk maken en het dan aan u presenteren. U heeft het nadrukkelijk gekoppeld aan een aantal opgaven die in augustus voorliggen. U kan zich voorstellen dat het standpunt van het kabinet zo rond Prinsjesdag te verwachten is.

De voorzitter:

Afrondend.

De heer Dassen (Volt):

Ik hoop dat het daarvoor al gebeurt, zodat we kunnen kijken hoe we het juist kunnen meenemen in de hele discussie over de begrotingen, want dan kunnen we ervoor zorgen dat we met een Kamerbrede meerderheid regelingen kunnen afschaffen en daar andere opgaven voor gebruiken.

Staatssecretaris Eerenberg:

Misschien iets positiefs, want u helpt het kabinet hier ook enorm mee. U heeft namelijk gisteren bij het debat over het Midden-Oostenpakket zelf meegeholpen om een regeling die als niet doelmatig kwalificeerde, op te ruimen. Een andere dan het kabinet voorstelde, maar alles wat opruimt, helpt, dus dank daarvoor.

De voorzitter:

U vervolgt.

Staatssecretaris Eerenberg:

Een vraag van de heer Grinwis over de herbestedingsreserve van de woningbouwcorporaties. Ook daarover loopt gewoon een onderzoek. Het is een beetje vervelend om te moeten zeggen, maar daar zijn afspraken over gemaakt in het coalitieakkoord. We zijn dat aan het bekijken, ook in gesprek met de sector en samen met de minister van VRO. We zijn bezig verschillende opties in kaart te brengen, waaronder een bestedingsreserve. Dat is nadrukkelijk een van de opties. Zodra wij daar een stap verder mee zijn, wordt u daar automatisch over geïnformeerd.

De heer Grinwis (ChristenUnie):

Dank voor deze reactie van de staatssecretaris. Er lag bij de formatie een kraakheldere memo van het ministerie van VRO over deze materie en de diverse varianten, een korting op de vpb, een herbestedingsreserve of huurstijging. Dat waren de drie opties. Maar mijn vraag aan de staatssecretaris van Financiën is een andere. Hoe kun je een herbestedingsreserve invoeren met een voorgegeven plafond van structureel 325 miljoen, terwijl je eigenlijk niet weet hoeveel de corporaties gaan investeren in woningbouw en onderhoud en verduurzaming? Dan kun je daar toch niet bij voorbaat een soort cap op zetten?

Staatssecretaris Eerenberg:

Dat is een relevante vraag. Dit is een van de vragen die precies meelopen met dat onderzoek: hoe gaat dat mechanisme, dat een van de opties is — dat is natuurlijk ook niet zomaar opgeschreven — dan werken en bijdragen aan het doel van doorbouwen? Want daar doen we het natuurlijk voor met elkaar.

De voorzitter:

Afrondend.

De heer Grinwis (ChristenUnie):

Bij het instrument herbestedingsreserve is volgens mij de inschatting dat het tussen de 1 miljard en maximaal 1,4 miljard per jaar kost. De halvering van de vpb voor woningcorporaties kost naar ik meen 650 miljoen. Er gingen een dag voor het einde van de formatie geruchten dat dit ook in de boeken stond, maar dat het op de laatste dag is gehalveerd naar 325 miljoen. Hoe dat ook zij, mijn vraag betreft echt de techniek. Als je kiest voor het instrument van een korting op de vpb, maar zeker als je kiest voor het instrument herbestedingsreserve, hoe kun je het dan enerzijds budgettair houden bij die 325 miljoen structureel, en anderzijds woningcorporaties daadwerkelijk een serieus instrument geven, waarmee zij de afgesproken woningbouwproductie, bijvoorbeeld uit de Nationale Prestatieafspraken, daadwerkelijk kunnen gaan realiseren? Ik ben echt op zoek naar de techniek van hoe dit precies gaat werken. Wil de staatssecretaris toezeggen dat als de uitkomsten van die verkenning er zijn, dit aspect daar dan heel duidelijk in wordt uitgelegd?

Staatssecretaris Eerenberg:

Misschien kan ik even aan de achterkant van de vragen van de heer Grinwis beginnen. Er zijn natuurlijk allerlei instrumenten voor corporaties om bij te dragen aan de Nationale Prestatieafspraken. Een aantal daarvan hebben ze in eigen bezit en kunnen ze zelf inzetten. Een aantal vraagt ook wat van het kabinet. U kent mijn collega als daadkrachtig om ook de ruimte te geven die daarvoor nodig is. Die zit onder andere ook in het huurbeleid. Dan kom je bij de fiscale instrumenten. Dat zijn er ook meerdere. Een daarvan is dit instrument. Daar staat een onderzoeksvraag voor uit. Ik verhoud mij uiteraard tot het budgettaire kader, anders wordt het ook een beetje een ingewikkeld gesprek. De vraag die u stelt, is een vraag die ik ook heb gesteld: als dit het budgettaire kader is en dit het doel, in het brede palet van al die instrumenten, gaat het dan vliegen? Dat zullen we horen. Ik ben daar overigens optimistisch over.

De voorzitter:

De staatssecretaris vervolgt.

Staatssecretaris Eerenberg:

Een vraag van de heer Vermeer van BBB ging over box 3. Het is toch geen debat over belastingen als we het niet over box 3 hebben gehad. Dat staat zeer hoog op mijn agenda. We hebben gesprekken gevoerd en zijn nu aan het kijken wat er van al die gevoerde gesprekken — dat zijn dus die beruchte kopjes koffie — blijft hangen en wat de rode draad is. Dat ga ik u in een brief schrijven. Dat heb ik u ook beloofd, en die krijgt u nog voor de zomer, want daar moet ook de Eerste Kamer nog haar wijze besluitvorming op vormgeven.

Dan gaan we naar de kampeerauto's, een vraag van de PVV. Eigenlijk was de vraag of ik wilde toezeggen om de belasting daarop te stoppen. Dat ga ik u niet toezeggen. Ik heb net geleerd van de minister dat je dat ook gewoon zo kan doen. Maar misschien toch even een zin extra, want er zit al 50% korting op dit tarief. Mensen kunnen de camper stallen als ze hem niet gebruiken. Dat is ook al een feitelijke korting en dan denkt het kabinet dat het toch best wel dragelijk zou moeten zijn.

Dan de grenseffecten. Ook een vraag van de PVV, van de heer Van Dijck: hoe zit dat nou? ABN AMRO had daar een alleraardigst onderzoekje over — dat heeft u denk ik ook in de media gezien — waaruit blijkt dat die prijsontwikkeling eigenlijk niet heel veel bijdraagt aan heel veel verlies. Dat kan voor individuele tankstations wel echt anders zijn. Dat beseffen wij ook. De eerste afspraak die we gemaakt hebben — dat was overigens met de heer Vermeer — is dat u de informatie over het eerste btw-kwartaal ontvangt. Die aangiftes komen eind april binnen, dus ik kan u die volgende maand verstrekken.

De heer Vermeer (BBB):

Ik denk dat de staatssecretaris niet te veel trucjes moet leren van de minister, anders gaan we ons bezinnen op hoe we dat gaan tackelen als Kamer. Dan zullen we daar een methode voor bedenken.

Maar even over het schorsen. Er wordt gezegd: er wordt gehalveerd en als je de camper schorst, dan halveer je de kosten. Zoiets zei de staatssecretaris. De kosten per maand zijn gewoon verdubbeld en het is nu aantrekkelijker om te schorsen dan hiervoor.

De voorzitter:

Uw vraag.

De heer Vermeer (BBB):

Er is ook, al eerder, een motie aangenomen waarin de regering is verzocht om te onderzoeken of dat schorsingstarief omlaag kan. Daar zouden wij nog een reactie op krijgen, maar die hebben wij nooit gehad als Kamer, in ieder geval volgens mijn informatie. Er zouden berekeningen van de RDW zijn die aantonen dat dat vele malen goedkoper kan en het zou geen verdienmodel moeten zijn voor de Belastingdienst.

Staatssecretaris Eerenberg:

Dit zijn twee verschillende dingen. Het tarief voor campers heeft al een korting. Die was eerst 75% en dat is nu 50%. Dus het is een verdubbeling geweest — daar heeft u gelijk in — maar ze behouden toch nog steeds een korting van 50%. Dat is een. Twee. Door je camper te schorsen, kun je zelf de kosten drukken. De motie over het schorsingstarief ligt bij de collega's van IenW, want die gaan daarover. Ik heb daar zelf niet een actuele stand van zaken van, maar ik zal ook hier de collega's van IenW vragen om even bij u terug te komen met een update over die motie.

De heer Tony van Dijck (PVV):

Dat lachje van deze staatssecretaris beviel me niet, want hij lachte gewoon om het feit dat die campers keihard gepakt worden in de portemonnee. U zegt dat campers €2.304 betalen aan motorrijtuigenbelasting, terwijl ze in België €132 betalen en in Duitsland €240. En dan krijgen ze ook nog eens een keer die hoge accijnzen, die hogere btw en die hoge dieselprijs voor hun kiezen. Dan is er niks te lachen, met de zomer voor de deur. Ik weet niet of u nog weleens in uw mailbox kijkt, maar heel veel mensen mailen mij en zeggen: "Dit is asociaal. Dit is belachelijk. Gun ons nou dat tripje, die twee weken, drie weken per jaar dat we op vakantie willen. De rest staat de camper bij mij voor de deur, op de oprit of wat dan ook. Gun ons dat nou." Nee, het is ze niet gegund. Ze worden keihard uitgekleed door deze staatssecretaris en hij wil €2.304 — dat is €150, €170 per maand — hebben van die campers die drie weken door Europa trekken.

Staatssecretaris Eerenberg:

Ik ga in herhaling vallen als ik ga uitleggen hoe het tarief is opgebouwd, wat daaronder zit en wat mensen ook zelf kunnen doen om die kosten te beheersen. Dat is een. En twee. Ik open zeker mijn mailbox en ik kan u verklappen: over welke belasting ik hier ook debatteer, ik heb zelden — nou, eerlijk gezegd geen — applaus in mijn mailbox. Belastingen zijn gewoon voor een hele hoop mensen natuurlijk niet het allerleukste om te betalen, ondanks alle knipogen die ik daar in het debat zelf bij probeer te plaatsen. En dat kan ik niet wegnemen. Als u, als hoogste orgaan, dit een onredelijke belasting vindt, dan zou ik zeggen: zoekt u een alternatieve dekking.

De voorzitter:

Afrondend.

De heer Tony van Dijck (PVV):

De vraag is — dat probleem speelt door heel Nederland en heel belastingland — waarom Nederland de hoogste belastingen moet hebben op alle gebieden, of het nou om verkeersboetes — daar was laatst een discussie over — de motorrijtuigenbelasting, de btw of de accijnzen op benzine gaat. Overal moeten wij kampioen zijn om de mensen uit te kleden. De mensen, de Nederlanders zijn het zat. Die hebben zoiets: "Ik werk me de pleuris, maar ik kan mijn boodschappen niet betalen. Waar doe ik het voor?" Die verhouding moet deze staatssecretaris ook bewaken. Ik weet niet of u weleens van de Laffercurve hebt gehoord. Nou, daar zijn we al lang voorbij. Met andere woorden: deze staatssecretaris moet naar meer kijken dan naar de procentjes en de cijfertjes en het geld binnen harken. U moet ook kijken naar het draagvlak dat er nog bestaat om überhaupt belasting te betalen.

De voorzitter:

Ik zeg zowel tegen de leden als tegen de staatssecretaris dat we spreken via de voorzitter.

Staatssecretaris Eerenberg:

Ik ben mij zeer bewust van de zorgen die mensen hebben en de effecten die ons beleid op mensen kan hebben. Tegelijkertijd hebben we ook gewoon een land te financieren. We hebben gewoon publieke voorzieningen te financieren. Daar maken wij hier met elkaar keuzes voor. Uiteindelijk moeten we voor die keuzes staan, hoe ongemakkelijk ze soms ook zijn.

De voorzitter:

Hoe vordert de staatssecretaris met zijn beantwoording?

Staatssecretaris Eerenberg:

Nou, ik denk dat ik nog drie of vier vragen heb, dus dat gaat redelijk goed, voorzitter.

De voorzitter:

Dan ronden we die af.

Staatssecretaris Eerenberg:

Grenseffecten had ik namelijk al gehad. De vraag over btw-administratie van de heer Vermeer heb ik daarmee gecombineerd, dus die heb ik naar mijn oordeel ook al beantwoord. Idem over de doorvraag van de heer Vermeer over de verkoopvolumes. Omdat btw een PxQ-verhaal is, kunnen we op hetzelfde moment de volumes waar die btw op ziet inzichtelijk maken. Dat is volgende maand het geval, als het eerste kwartaal binnen is.

Mevrouw Van Dijk van het CDA had een vraag over de Aof-premie. Dan denkt u: waarom zit die in het mapje van de staatssecretaris van Financiën? Dat is zo omdat de collega van SZW in een commissiedebat heeft gezegd: die begint zo langzamerhand een beetje als een belasting te voelen. Als dat gezegd wordt, krijg je 'm dus kennelijk in je mapje. Ook hier verwijs ik met een knipoog terug naar wat collega Vijlbrief heeft gezegd, namelijk: er komt voor de zomer een brief waarin hij gaat kijken naar de doorwerkeffecten van het verhogen van de Aof-premie en in het najaar komt er een Kamerbrief over de toekomst van de fondsensystematiek, waar uw vragen in terugkomen.

Voorzitter, tot besluit: de werkkostenregeling en de vrijstelling voor de studieschuld daarin. Dat was inderdaad een suggestie van de heer Dassen, maar dat is ook opgenomen in het coalitieakkoord. Aangezien het opgenomen is in het coalitieakkoord, is het huiswerk voor ondergetekende. We zijn bezig met nadenken over hoe we dat kunnen vormgeven. Ik kom daarvoor, denk ik, na de zomer met een voorstel.

De heer Stultiens (GroenLinks-PvdA):

Ik had een aantal vragen gesteld over belastingkortingen die worden uitgedeeld in deze nota, maar niet gedekt zijn: ETS2, Hoge Raad, minimumbelasting ... Beide Eelco's hebben die niet beantwoord. Ik ben benieuwd wie van de twee het nog gaat doen.

Staatssecretaris Eerenberg:

Misschien mogen we dat meenemen naar de tweede termijn.

De heer Stultiens (GroenLinks-PvdA):

Ik vrees dat dat zal moeten, ja.

De heer Dassen (Volt):

Wij hebben hier inderdaad eerder voorstellen voor gedaan. Zoals wij die hebben gedaan, staan die niet in het coalitieakkoord. Ik ben benieuwd of de staatssecretaris iets kan zeggen over het voorstel zoals wij die hebben neergelegd, namelijk als een gerichte vrijstelling in de werkkostenregeling.

Staatssecretaris Eerenberg:

De opdracht in het coalitieakkoord is wat breder geformuleerd en uw motie was wat specifieker.

De voorzitter:

"De motie van de heer Dassen."

Staatssecretaris Eerenberg:

De motie van de heer Dassen was wat specifieker — dank u wel, voorzitter. We gaan kijken hoe we de opdracht in het coalitieakkoord gaan uitwerken. Dan is het weer aan u om te toetsen of het aansluit bij uw motie — bij de motie van de heer Dassen, voorzitter — wetende dat die niet is aangenomen.

De heer Dassen (Volt):

Als de partijen die toen voorstemden dat ook doen in de nieuwe samenstelling van de Kamer, zou de motie dit keer wel een meerderheid krijgen. De vraag die ik gesteld heb, is de volgende. Wij geven een richting aan van wat, volgens ons, een goede oplossing zou zijn. De vraag voor de staatssecretaris is: hoe kijkt hij naar die richting, naar die oplossing?

Staatssecretaris Eerenberg:

Ik wil daar eigenlijk nog niet op vooruitlopen. De opdracht is nu: hoe kunnen we binnen die werkkostenregeling zorgen dat we ruimte maken, of de vrije ruimte benutten, om studieschuld af te lossen? Hoe je dat het effectiefst doet, is een vervolgvraag. Daar kunnen de suggesties die de heer Dassen heeft gedaan, een rol in spelen. Als hij daar meer politieke feiten voor wil creëren omdat de meerderheden inmiddels zijn zoals hij ze inschat, denk ik dat de heer Dassen de instrumenten tot zijn beschikking heeft die hij als geen ander kent.

De voorzitter:

Nee, meneer Dassen, u heeft al twee vragen gesteld.

De heer Tony van Dijck (PVV):

Ik begreep dat we een overzicht krijgen van de btw-inkomsten van het eerste kwartaal. Ik begreep ook dat u niet kunt specificeren welke btw we krijgen van benzine en diesel; we krijgen het gewoon in het algemeen, van de totale btw. Kunnen we wel een overzicht krijgen van de accijnzen gespecificeerd naar sigaretten, alcohol en brandstof? Is dat wel mogelijk? Of is die specificatie ook niet mogelijk?

Staatssecretaris Eerenberg:

Van accijnzen hebben wij een meer gedetailleerde administratie dan van btw, dus dat is mogelijk.

De heer Tony van Dijck (PVV):

Krijgen we dat dan ook volgende maand?

Staatssecretaris Eerenberg:

Ik zit hardop te denken of wij daar een kwartaaloverzicht van hebben. Ik kom daar zo op terug. Jaaroverzichten hebben we in ieder geval.

De heer Grinwis (ChristenUnie):

Ik heb nog best wel een vraag gesteld in mijn bijdrage. Ik heb daar volgens mij nog geen reactie op gehoord. Die ging over het wonderlijke feit dat er sinds de zalmnorm, sinds de scheiding van inkomsten en uitgaven, voor veel mensen in ons land iets onuitlegbaars aan de hand is. Dat is dat zodra de zorgpremies meevallen — dat is in het coalitieakkoord in sterke mate het geval — we vervolgens in het inkomstenkader de belasting en de Aof-premie laten stijgen. Dat gaat dus om de belasting in de eerste twee schijven van de ib en de Aof-premie.

De voorzitter:

Uw vraag?

De heer Grinwis (ChristenUnie):

Dat wordt bijna als een automatisme, als iets technisch, gepresenteerd. Maar de belastingen gaan daadwerkelijk omhoog. De Aof-premie, voor een verzekering, gaat daadwerkelijk omhoog. Wil de staatssecretaris toezeggen dat hij deze zomer de belasting en Aof-premie niet automatisch, als een bijna technische exercitie, verhoogt, maar dit breder weegt in het geheel van de koopkrachtplaat?

Staatssecretaris Eerenberg:

De minister heeft daar het een en ander over gezegd. Hij heeft in zijn antwoord onder andere verwezen naar de puzzel die wij in augustus hebben te maken.

De voorzitter:

Afrondend.

De heer Grinwis (ChristenUnie):

Excuus. Dan was ik even niet in de zaal. Dat is mijn foutje. Als het maar goedkomt, want ik heb er best problemen mee dat het iedere keer weer bijna als een soort automatische exercitie plaatsvindt. De argumentatie is dan: "Het heeft ongeveer dezelfde landing als de zorgpremie, dus we komen hierop uit." Dat is best vervelend, want daarmee stijgen iedere keer de lasten voor werkenden, terwijl het best wel een politiek afweging is en geen technische. Is de staatssecretaris dat met mij eens?

Staatssecretaris Eerenberg:

Dat zijn twee verschillende dingen. In de uitruil tussen de inkomstenbelastingschijven en onder andere de zorgpremie is het best een logische keuze om die aan elkaar te koppelen, als je kijkt naar wat dat doet in de portemonnee van mensen. Wat daar vervolgens nog meer allemaal achter wegkomt, is inderdaad een soort afgeleide van die discussie. Die afgeleide discussie is wel hard gecodeerd in allerlei IT-systemen en regelgeving. Voor zover dat een politieke discussie zal zijn, zal een wijziging nog veel ingewikkelder blijken dan de heer Grinwis misschien voor zich ziet.

De voorzitter:

Ik dank de staatssecretaris voor zijn beantwoording in eerste termijn. We zijn aanbeland bij een copieuze tweede termijn van de zijde van de Kamer. "Meevallers" noemen ze dat toch in uw vaste Kamercommissie?

Gaat uw gang, meneer Stultiens.

De heer Stultiens (GroenLinks-PvdA):

Laat het meevallen, voorzitter. Ik heb drie moties. De eerste gaat over de hypotheekrenteaftrek.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het kabinet voornemens is de hypotheekrenteaftrek met 281 miljoen euro te verruimen als gevolg van het verhogen van het tweede tarief in box 1;

overwegende dat er in het coalitieakkoord was besloten om de hypotheekrenteaftrek juist ongewijzigd te laten;

verzoekt de regering deze verruiming van de hypotheekrenteaftrek ongedaan te maken, bijvoorbeeld door het maximale aftrekpercentage te verlagen of door het eigenwoningforfait beperkt te verhogen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Stultiens.

Zij krijgt nr. 4 (36915).

De heer Stultiens (GroenLinks-PvdA):

Dan heb ik een motie over de opmerkelijke belastingconstructies. We hadden daar net al een debat over.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat in de bijlage bij de Voorjaarsnota verschillende opmerkelijke belastingconstructies zijn toegelicht, inclusief opties om deze tegen te gaan;

overwegende dat tot nu toe nog niet voor alle constructies duidelijk is wat het kabinet van plan is te gaan doen om deze tegen te gaan;

verzoekt de regering de beschreven beleidsopties om opmerkelijke constructies zo effectief mogelijk tegen te gaan op te nemen in het Belastingplan 2027,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Stultiens.

Zij krijgt nr. 5 (36915).

De heer Stultiens (GroenLinks-PvdA):

De laatste motie is wat feitelijker en gaat over het beter uitsplitsen van de beleidsmatige lastenontwikkeling. Ik heb daar vaak debatten over met de minister van Financiën. Het helpt volgens mij voor het Kamerdebat om die cijfers allemaal goed scherp te hebben. Daarom de volgende motie.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het kabinet aangeeft op dit moment de beleidsmatige lastenontwikkeling niet uit te kunnen splitsen naar inkomen/arbeid, vermogen/winst, klimaat/milieu en overig;

overwegende dat deze extra informatie de besluitvorming ten goede kan komen en het CPB deze wel incidenteel rapporteert;

verzoekt de regering voortaan bij zowel de Miljoenennota als de Voorjaarsnota een kruistabel mee te sturen met de beleidsmatige lastenontwikkeling per categorie (inkomen/arbeid, vermogen/winst, klimaat/milieu, overig),

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Stultiens.

Zij krijgt nr. 6 (36915).

De heer Stultiens (GroenLinks-PvdA):

Dank u wel, voorzitter.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Stultiens. Het woord is aan de heer Oosterhuis namens D66.

De heer Oosterhuis (D66):

Dank, voorzitter. Ik kijk eigenlijk behoorlijk positief terug op vandaag. Bij de stemmingen heeft de Kamer, op initiatief van GroenLinks-PvdA en de SGP, zinvolle aanvullingen gedaan op het steunpakket waarover we gisteren hebben gedebatteerd. Ik denk dat dat laat zien dat samenwerking ook echt werkt. Ik heb vandaag ook bij veel fracties die wil tot samenwerking geproefd. Daar ben ik blij mee.

Tegelijkertijd laat het debat vandaag volgens mij zien dat de oppositiepartijen het ook nog niet altijd met elkaar eens zijn. Het is misschien beter om onderscheid te maken tussen partijen die willen samenwerken en partijen die niet willen samenwerken dan tussen oppositie en coalitie. Ik ben ervan overtuigd dat als we Nederland vooruit willen brengen, die samenwerking toch echt nodig is. Ja, dat vraagt veel tijd van dit kabinet. Ik denk dat we ons allen daarvan bewust zijn. Ik zou het kabinet van harte willen aanmoedigen om dat toch echt te doen tot de koffie de neus uit komt, zou ik bijna zeggen. Dat lijkt me heel verstandig.

Verder houd ik het kort, voorzitter, want dan is er wellicht ook nog gelegenheid om het constructieve gesprek informeel voort te zetten onder het genot van iets anders dan een kopje koffie.

De heer Vermeer (BBB):

Ik vraag mij echt af ... Maar misschien moet de heer Oosterhuis als hij die borrel heeft genomen even rustig reflecteren op wat hij net zelf heeft gezegd en bedenken hoe constructief de manier waarop hij dit verhaal begint nou eigenlijk is. Ik hoor graag na het meireces hoe hij daarop reflecteert.

De heer Oosterhuis (D66):

Wellicht kunnen we daar zo meteen samen op reflecteren onder het genot van iets lekkers.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Oosterhuis. Het woord is aan de heer Van Dijck namens de PVV.

De heer Tony van Dijck (PVV):

Voorzitter, dank u wel. Drie moties. Om de energieschok het hoofd te kunnen bieden is het nodig dat we de burgers wat verlichting geven en de prijzen weten te dempen. Vandaar deze eerste motie.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

verzoekt de regering per direct de accijns op brandstof met €0,20 te verlagen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Tony van Dijck en Wilders.

Zij krijgt nr. 7 (36915).

De heer Tony van Dijck (PVV):

Dit kost 1,3 miljard voor de rest van dit jaar. Dat betalen we uit de steun aan Oekraïne, want dat kan best een tandje minder.

Voorzitter. Mijn tweede motie.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

verzoekt de regering de btw op energie te verlagen van 21% naar 9%,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Tony van Dijck en Wilders.

Zij krijgt nr. 8 (36915).

De heer Tony van Dijck (PVV):

Dit kost 1 miljard en ook dat halen we weg uit de steun aan Oekraïne, want dat kan best een tandje minder wat ons betreft.

Dan de volgende motie.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

verzoekt de regering de btw op boodschappen/voedingsmiddelen te schrappen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Tony van Dijck en Wilders.

Zij krijgt nr. 9 (36915).

De heer Tony van Dijck (PVV):

Dit kost voor de rest van het jaar 3 miljard. We doen alles immers voor 2026. Dat betalen we uit de ontwikkelingshulp. Alle drie de moties zijn dus keurig gedekt.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Van Dijck. Het woord is aan mevrouw Van Eijk namens de VVD.

Mevrouw Van Eijk (VVD):

Dank u wel, voorzitter. Dank aan het kabinet voor het beantwoorden van de vragen. Wat mij betreft zijn er op dit moment geen open eindjes. Ik kijk vooral uit naar de debatten met de staatssecretaris van Financiën wanneer hij zijn strategische agenda aan ons heeft gepresenteerd. Dat zal ongetwijfeld nog heel veel debat gaan opleveren.

Ten aanzien van het punt van de onderuitputting: heel goed dat daarover het gesprek met het CPB wordt gevoerd. Ik vind het belangrijk dat we vertrouwen houden in de instituties, maar ook in de ambtenaren van Financiën. Hoe beter het inzicht wordt, ook voor ons als Kamer, hoe makkelijker dat is.

Ik heb twee moties meegetekend die mevrouw Inge van Dijk dadelijk zal indienen. Dat gaat over het samenhangend regelgevend kader voor investeringen in het kader van ons verdienvermogen en een economische structuuranalyse.

Eén puntje had ik niet in mijn eerste termijn genoemd maar wil ik hier toch genoemd hebben. Dat gaat over gemeenten en de inzet van het vorige kabinet om te komen tot het terugdringen van specifieke uitkeringen, zodat gemeenten zelf gaan over waar ze hun geld aan besteden. Ik zou heel graag zien dat het kabinet deze lijn voortzet. Ik ben daar wat bezorgd over, omdat ik in de antwoorden op de feitelijke vragen las over het verlengen van specifieke uitkeringen en het instellen van nieuwe specifieke uitkeringen. Misschien kan de staatssecretaris van Financiën als medefondsbeheerder daar dadelijk nog iets over zeggen.

Ten slotte. O, nu is de heer Tony van Dijck net de zaal uitgelopen. Op "Rijksfinancien.nl" kunt u ...

De voorzitter:

Hij staat er nog wel hoor, mevrouw Van Eijk.

Mevrouw Van Eijk (VVD):

... de inkomstenramingen en realisaties op maandbasis terugvinden. Het is echt superinzichtelijk, voor iedereen aan te raden.

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel. Het woord is aan de heer Eerdmans namens JA21 voor zijn tweede termijn.

De heer Eerdmans (JA21):

Voorzitter, dank. In tegenstelling tot mevrouw Van Eijk denk ik dat er nog wel wat open eindjes zijn, in ieder geval voor JA21.

Voorzitter. Ik vond de opmerking van de heer Oosterhuis net behoorlijk ongepast, eigenlijk. Als ik 66 zetels zou hebben, zou ik niet partijen gaan indelen, zo van: die willen wel en die willen niet meewerken. Ik voel me niet aangesproken, zeg ik er maar bij. Ik vind dat JA21 echt wel bediend is gisteren en ook constructief in de wedstrijd zit. Maar dat zou ik nou niet zeggen tegen een oppositiepartij als je vecht voor tien zetels erbij. Dat wou ik maar even gezegd hebben richting D66.

Voorzitter. Ik heb twee voorstellen.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat vanwege de brandstof- en energiecrisis lasten bij bedrijven en burgers worden vergroot;

overwegende dat de overheid wel 4 miljard euro extra voor wind op zee heeft gereserveerd;

verzoekt het kabinet de 4 miljard euro voor wind op zee te herbestemmen en achter de hand te houden voor mogelijk aanvullende maatregelen ten behoeve van de energie- en brandstofcrisis,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Eerdmans.

Zij krijgt nr. 10 (36915).

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de asielkosten in de Voorjaarsnota wederom hoger uitvallen dan geraamd;

constaterende dat in de ramingen geen rekening is gehouden met het sneuvelen van de Asielnoodmaatregelenwet;

verzoekt de regering om zo spoedig mogelijk met een nieuw, aanvullend pakket aan maatregelen te komen dat er expliciet op gericht is om de asielinstroom en de kosten van asielopvang terug te dringen en hierbij alleen de strikt noodzakelijke wetgevingsstappen te doorlopen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Eerdmans.

Zij krijgt nr. 11 (36915).

De heer Eerdmans (JA21):

Dank aan de bewindslieden en aan u, voorzitter, voor dit debat.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Eerdmans, voor uw deelname. Het woord is aan mevrouw Inge van Dijk van het CDA. Gaat uw gang.

Mevrouw Inge van Dijk (CDA):

Dank je wel, voorzitter. Ik heb twee moties. Ik zal het ook niet langer maken, in het kader van de tijd.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat regelingen van de overheid in de praktijk soms onvoldoende op elkaar aansluiten in de uitvoering, waardoor ondernemers wel gebruik kunnen maken van subsidies of fiscale regelingen, maar vervolgens vastlopen in andere regelgeving van dezelfde overheid, bijvoorbeeld bij vergunningverlening;

overwegende dat dit kan leiden tot vertraging, extra kosten of het uitblijven van investeringen;

van mening dat een samenhangend en voorspelbaar regelgevend kader essentieel is voor een goed investeringsklimaat, zodat ondernemers niet worden geconfronteerd met tegenstrijdige of blokkerende regels;

verzoekt de regering in overleg met bedrijven in kaart te brengen waar binnen het huidige stelsel sprake is van tegenstrijdige, overlappende of in de uitvoering belemmerende regels voor ondernemers bij overheidsregelingen;

verzoekt de regering voorstellen te doen om te komen tot één samenhangend regelgevend kader voor investeringen, zodat ondernemers niet tussen verschillende beleids- en uitvoeringssystemen klem komen te zitten en investeringen sneller en voorspelbaarder kunnen worden gerealiseerd,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Inge van Dijk, Oosterhuis en Van Eijk.

Zij krijgt nr. 12 (36915).

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de Raad van State wederom het belang benadrukt van het baseren van begrotingskeuzes op een stevige economische structuuranalyse;

overwegende dat de Ministeriële Taskforce Toekomstige Welvaart en Vestigingsklimaat werkt aan een samenhangende economische strategie voor Nederland;

overwegende dat staatsdeelnemingen ook kunnen bijdragen aan het versterken van het toekomstig verdienvermogen en strategische autonomie, door gericht te investeren in strategische sectoren en activiteiten;

verzoekt de regering in de Miljoenennota 2027 een heldere economische structuuranalyse op te nemen en die te koppelen aan de economische strategie en concrete maatregelen zoals voorgesteld door de Ministeriële Taskforce Toekomstige Welvaart en Vestigingsklimaat;

verzoekt de regering daarbij separaat ook te analyseren hoe staatsdeelnemingen kunnen worden ingezet voor het versterken van het toekomstige verdienvermogen en de strategische autonomie van Nederland,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Inge van Dijk, Oosterhuis en Van Eijk.

Zij krijgt nr. 13 (36915).

Mevrouw Inge van Dijk (CDA):

Dank je wel.

De voorzitter:

U heeft een interruptie van de heer Stultiens. Maximaal twee interrupties, meneer Stultiens.

De heer Stultiens (GroenLinks-PvdA):

Ja. Het gaat over de hypotheekrenteaftrek. In het coalitieakkoord is afgesproken die ongewijzigd te laten. Nou gaat er in de komende jaren toch 280 miljoen extra heen qua verruiming. D66 geeft aan: dat moeten we terugdraaien. De VVD vindt van niet. Wat vindt het CDA?

Mevrouw Inge van Dijk (CDA):

Dat ga ik in mijn fractie voorleggen en daar krijgt u bij de stemmingen een antwoord op.

De heer Stultiens (GroenLinks-PvdA):

Dat is een cliffhanger. Heeft u ook al een tipje van de sluier?

Mevrouw Inge van Dijk (CDA):

Nee, want ik heb mijn fractie nog niet gesproken.

De voorzitter:

Het woord is aan de heer Dekker voor zijn inbreng namens Forum voor Democratie.

De heer Dekker (FVD):

Voorzitter. Ik heb één motie.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de motorrijtuigenbelasting voor kampeerauto's per 2026 effectief is verdubbeld;

constaterende dat het gebruik van kampeerauto's beperkt en primair recreatief is;

constaterende dat Nederland hiermee een van de duurste landen van Europa is voor camperbezitters;

verzoekt de regering deze verdubbeling terug te draaien,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Dekker en Tony van Dijck.

Zij krijgt nr. 14 (36915).

De heer Dekker (FVD):

Wat dekking betreft zou ik het zoeken in de Defensiebegroting.

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Dekker. Het woord is aan de heer Ergin namens DENK.

De heer Ergin (DENK):

Voorzitter, dank u wel. DENK heeft drie amendementen ingediend. Eén amendement gaat over het beschikbaar stellen van meer middelen voor het aanpakken van discriminatie. We willen extra middelen voor het Noodfonds Energie. We willen ook extra middelen voor het aanpakken van armoede en problematische schulden, omdat we op basis van de doorrekening van het CPB zien dat die gaat toenemen.

Daarnaast hebben we twee moties. Voor de dekking van die extra middelen kijken wij naar het doorvoeren van deze twee maatregelen in plaats van het verlagen van de overdrachtsbelasting van 8% naar 7%.

Voorzitter. De moties zijn als volgt.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat uit de Startnota van het kabinet blijkt dat het maximumdagloon met 20% wordt verlaagd;

overwegende dat deze maatregel oneerlijk uitpakt voor onder anderen zwangere vrouwen die met zwangerschapsverlof zijn;

verzoekt de regering de voorgenomen verlaging van het maximumdagloon terug te draaien,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Ergin.

Zij krijgt nr. 15 (36915).

De heer Ergin (DENK):

De tweede motie.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat uit de Voorjaarsnota blijkt dat de regering voornemens is om 30 miljoen euro te bezuinigen op de Wet proactieve dienstverlening;

overwegende dat proactieve dienstverlening ertoe leidt dat burgers beter worden geholpen bij het verkrijgen van inkomensondersteunende regelingen;

verzoekt de regering de bezuiniging op de Wet proactieve dienstverlening terug te draaien,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Ergin.

Zij krijgt nr. 16 (36915).

De heer Ergin (DENK):

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Ergin. Dan is het woord aan mevrouw Teunissen namens de Partij voor de Dieren.

Mevrouw Teunissen (PvdD):

Voorzitter, dank u wel. Zoals ik al aangaf, vindt de Partij voor de Dieren dat we fossiele subsidies echt moeten afbouwen om onze onafhankelijkheid van fossiele brandstoffen te waarborgen. Vandaar de volgende motie.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat onze fossiele afhankelijkheid ons kwetsbaar maakt en deze zo snel mogelijk moet stoppen;

overwegende dat olie- en gasbedrijven deze fossiele afhankelijkheid in stand houden en miljardenwinsten opstrijken, terwijl huishoudens de rekening betalen;

verzoekt de regering om nog dit jaar een eerlijk en concreet afbouwpad voor fossiele subsidies naar de Kamer te sturen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Teunissen.

Zij krijgt nr. 17 (36915).

Mevrouw Teunissen (PvdD):

Dan de volgende motie. De gevolgen van de energiecrisis zijn natuurlijk breder en treffen ook onze grondstoffenvoorziening. We moeten ook onafhankelijker worden op dat punt. Daarom hebben we de volgende motie.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat een brede coalitie van Nederlandse bedrijven en organisaties vindt dat het kabinet veel te weinig middelen heeft gereserveerd voor de transitie naar een circulaire economie;

overwegende dat we met een circulaire economie onze strategische autonomie versterken en de klimaatdoelen dichterbij brengen;

verzoekt het kabinet om in de Miljoenennota met meer middelen voor de circulaire transitie te komen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Teunissen.

Zij krijgt nr. 18 (36915).

Mevrouw Teunissen (PvdD):

Voorzitter, tot slot. Zoals ik al eerder heb aangegeven, is de Partij voor de Dieren er echt geen voorstander van dat we 13,4 miljard aan kernenergie geven, terwijl dat geld de komende jaren op de plank blijft liggen en we dat nu kunnen investeren in échte groene oplossingen. Daarom heb ik daar ook een amendement voor ingediend.

We willen ook dierenmishandeling effectiever aanpakken. Het kan echt niet zo zijn dat de NVWA te weinig middelen heeft, dus ook daarvoor hebben wij een amendement ingediend.

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel, mevrouw Teunissen. Het woord is aan de heer Grinwis namens de ChristenUnie.

De heer Grinwis (ChristenUnie):

Voorzitter, dank voor uw leiding en dat we hier toch kunnen staan. Dank ook aan beide bewindspersonen. Ik heb voor hen allebei een motie meegebracht. De eerste is voor de staatssecretaris.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het tarief voor de aftrekposten in box 1 weliswaar als afzonderlijke parameter is opgenomen in de fiscale sleuteltabel, maar dat dit tarief in de ICT-systemen van de Belastingdienst niet als zelfstandige tariefknop kan worden gehanteerd;

verzoekt de regering inzichtelijk te maken wat ervoor nodig is en wanneer het mogelijk is om het tarief voor de aftrekposten in box 1 niet alleen als afzonderlijk gegeven te presenteren in de fiscale sleuteltabel, maar dit tarief ook in de ICT-systemen van de Belastingdienst als een zelfstandige tariefknop te implementeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Grinwis en Stultiens.

Zij krijgt nr. 19 (36915).

De heer Grinwis (ChristenUnie):

Dan de motie voor de minister.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het Centraal Planbureau geen antwoord heeft gegeven op de feitelijke vraag wat de geraamde AOW-uitgavengroei en de EMU-schuld in 2060 zouden zijn indien de AOW tot en met 2060 uitsluitend stijgt conform de wettelijke koppeling, en dat het ministerie van Financiën bij de beantwoording van dezelfde feitelijke vraag verwijst naar het Centraal Planbureau;

overwegende dat inzicht in de langjarige gevolgen van de wettelijke AOW-koppeling noodzakelijk is voor een zorgvuldige politieke en budgettaire afweging, waar er nu alleen een raming beschikbaar is op basis van een niet in de wet verankerde koppeling met de feitelijke loonontwikkeling;

verzoekt de regering een raming van de AOW-uitgavengroei en de EMU-schuld in 2060 te maken indien de AOW tot en met 2060 louter stijgt conform de wettelijke koppeling en inzichtelijk te maken hoe deze uitkomsten zich verhouden tot de huidige CPB-raming,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Grinwis en Flach.

Zij krijgt nr. 20 (36915).

De heer Grinwis (ChristenUnie):

Tot zover.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Grinwis. Het woord is aan de heer Dassen namens Volt.

De heer Dassen (Volt):

Dank, voorzitter. Dank aan de collega's dat ik even voor mag. Ik heb twee moties.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het kabinet voornemens is om de 420 miljoen euro bestemd voor steun aan Oekraïne voor niet-militaire doeleinden uit de BHO-begroting te dekken;

constaterende dat dit feitelijk zorgt voor een derving van middelen voor de daadwerkelijke ontwikkelingssamenwerking in 2027;

verzoekt de regering om dit geld uit de algemene middelen te dekken,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Dassen.

Zij krijgt nr. 21 (36915).

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat werkgevers via de werkkostenregeling onbelaste vergoedingen aan werknemers kunnen geven, waaronder het aflossen van studieschulden;

overwegende dat starters met een studieschuld vaak minder aantrekkelijke voorwaarden krijgen bij start-ups en scale-ups, omdat zij doorgaans minder vrije ruimte hebben dan grote werkgevers;

verzoekt de regering met een voorstel te komen waarbij het aflossen van de studieschuld door kleine werkgevers als gerichte vrijstelling kan worden gecreëerd binnen de werkkostenregeling, en de Kamer hierover te informeren voor de Miljoenennota,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Dassen.

Zij krijgt nr. 22 (36915).

De heer Dassen (Volt):

Voorzitter, klopt het dat ik de heer Vermeer ben vergeten te vragen?

De voorzitter:

Hij zei van wel.

De heer Dassen (Volt):

Dan bied ik hierbij mijn excuses aan, meneer Vermeer. Dat had ik even moeten doen. Excuus.

De voorzitter:

Volgens mij zijn ze aanvaard. Dank u wel, meneer Dassen. Het woord is aan de heer Jimmy Dijk. Hij spreekt namens de SP.

De heer Jimmy Dijk (SP):

Dank u wel, voorzitter. Ik had in de eerste termijn aangegeven dat ik niet zo goed begrijp dat er wel hele forse miljardenbezuinigingen op de sociale zekerheid gepland staan, maar dat er geen ideeën of verbeteringen voor bijvoorbeeld de WIA zijn. Er zijn eigenlijk gewoon geen plannen, alleen botte bezuinigingen. Daarom is de SP een onderzoek gestart en hebben nu al 7.500 mensen die met de WIA en de WW te maken hebben een vragenlijst ingevuld. Daaruit zal een plan voortkomen voor een verbeterde WIA, waarmee we niet de schuld geven aan mensen die arbeidsongeschikt zijn geraakt, maar waarmee we oplossingen proberen te vinden voor mensen.

Twee moties.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het kabinet voornemens is de aftrek specifieke zorgkosten af te schaffen, waardoor mensen een hoger verzamelinkomen hebben;

constaterende dat mensen er hierdoor honderden euro's op achteruitgaan met hogere inkomstenbelasting, lagere inkomensafhankelijke toeslagen als zorg- en huurtoeslag, en minder toegang tot lokale voorzieningen;

constaterende dat honderdduizenden Nederlanders gebruikmaken van deze regeling, waaronder ook chronisch zieken, die hierdoor in financiële problemen komen;

verzoekt de regering de aftrek specifieke zorgkosten niet af te schaffen;

verzoekt de regering voorts een alternatieve maatregel te presenteren die geen extra straf zet op ziekte,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Jimmy Dijk.

Zij krijgt nr. 23 (36915).

De heer Jimmy Dijk (SP):

De tweede motie.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat door stijgende kosten salarisstilstand een inkomensachteruitgang betekent;

constaterende dat onze publieke dienstverleners, zoals schoonmakers, gevangenbewaarders en weginspecteurs, belangrijk en zwaar werk doen;

constaterende dat hun salaris achterblijft in vergelijking met soortgelijke functies in de marktsector;

overwegende dat de kwaliteit van publieke dienstverlening gebaat is bij behoud van kennis, kunde, toewijding en uitvoeringscapaciteit;

verzoekt de regering niet in te zetten op de nullijn voor onze publieke dienstverleners tijdens gesprekken met de vakbonden,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Jimmy Dijk.

Zij krijgt nr. 24 (36915).

Dank u wel, meneer Dijk. Dan is het woord aan de heer Vermeer namens de BBB.

De heer Vermeer (BBB):

Dank u wel, voorzitter.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de kazematten bij de Afsluitdijk in slechte staat verkeren en dat sprake is van grote veiligheidsrisico's door loslatende betonresten;

constaterende dat deze kazematten rijksmonumenten zijn en gebruikt worden door Defensie om te oefenen;

constaterende dat Rijkswaterstaat heeft toegezegd noodzakelijke veiligheidsmaatregelen te treffen, maar dat structureel herstel vooralsnog uitblijft;

verzoekt de regering om de noodzakelijke veiligheidsmaatregelen voor de kazematten bij de Afsluitdijk zo spoedig mogelijk te realiseren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Vermeer.

Zij krijgt nr. 25 (36915).

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat verschillen in accijns, btw en andere fiscale regelingen ten opzichte van buurlanden zoals België en Duitsland verder toenemen;

constaterende dat Nederlanders zich grote zorgen maken over de toenemende kosten aan de pomp en in de supermarkt;

constaterende dat het level playing field onder druk komt te staan door het verder oplopen van btw- en accijnsverschillen ten opzichte van andere Europese landen;

overwegende dat Nederlanders steeds meer aankopen doen over de grens en dit grote gevolgen heeft voor de leefbaarheid en het voorzieningenniveau in grensregio's;

verzoekt het kabinet om samen met de betreffende sectoren bij het Belastingplan tot een voorstel te komen voor monitoring van alle verkoopbeperkende maatregelen die bijdragen aan het vergroten van grenseffecten, zoals accijns of btw,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Vermeer.

Zij krijgt nr. 26 (36915).

De heer Vermeer (BBB):

De laatste, naar aanleiding van het antwoord van de staatssecretaris en de minister.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat partijen met het ingroeipad voor budgetbekostiging van de spoedeisendehulpposten hebben ingestemd met als expliciet doel het versterken van de financiële positie van regionale ziekenhuizen;

verzoekt de regering om bij alle vervolgstappen richting de budgetbekostiging het versterken van de financiële positie van regionale ziekenhuizen als primair einddoel te hanteren, en de Kamer hierover te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Vermeer.

Zij krijgt nr. 27 (36915).

De heer Vermeer (BBB):

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel. Dan is het woord aan mevrouw Van Brenk als laatste spreker van de zijde van de Kamer in tweede termijn. Zij spreekt namens 50PLUS.

Mevrouw Van Brenk (50PLUS):

Voorzitter. Van 50PLUS geen moties, maar zeker wel emoties over de begroting. Wij vinden namelijk dat veel bezuinigingen toch echt te ver gaan. Wat ons betreft: blijf nou af van de AOW, het eigen risico, de eigen bijdrage voor de wijkverpleging, de WW-duur en het maximumdagloon. Wat ons betreft: ga met ons in gesprek. Het kan anders. Het kan wél.

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel. Ik schors tot 18.10 uur voor de beantwoording van het kabinet.

De vergadering wordt van 17.56 uur tot 18.11 uur geschorst.

De voorzitter:

Ik heropen de vergadering en geef, als hij zover is, het woord aan de minister van Financiën.

Minister Heinen:

Dank u wel, voorzitter. Er zijn moties en amendementen ingediend en er liggen nog een paar vragen. Laat ik ze in de omgekeerde volgorde behandelen. Ik begin met drie vragen die nog op de zeef zijn blijven liggen.

De eerste was de vraag van de heer Van Dijck over de discussie in het debat dat wij hadden over de EU-afdrachten: waarom stijgen die zo snel? Dat is voornamelijk inflatie geweest. Wat u ziet, is dus niet zozeer in reële termen, maar in nominale termen het geval.

De heer Van Dijck had ook nog een vraag over de rentelasten. Dat hebben we uitgezocht. 75% van de stijging wordt verklaard door puur de stijging van de rente. In 2026 was die 2,3%. Verwacht wordt dat die in 2030 3,4% is. Dat verklaart 75% van die stijging. 25% is dus schuld. Hieraan ziet u ook hoe kwetsbaar zo'n staatsschuld is voor gestegen rente en dus ook het vertrouwen. Daarom is het ook zo belangrijk dat wij een triple A-land zijn en de uitgaven onder controle houden, want dan heb je een lage rente en voorkom je dus dat je extra betaalt.

Dan was er nog een laatste vraag van de heer Stultiens. Hij vroeg nog naar de dekking van de tegenvaller in de Startnota, en dan meer specifiek naar ETS2. Dat besluit is op Europees niveau genomen; dat weet de heer Stultiens. Dat valt in het huidige jaar dan neer aan de lastenkant. Zoals de heer Stultiens weet, is het dus ook lastig bijsturen op de lasten in het lopende jaar. Daarom loopt het dan ook in dat jaar het saldo in. In de komende jaren loop je dat dan in. Het alternatief is dat je hysterisch de belastingen eenmalig verhoogt, maar dat vonden we zelf niet zo'n goed plan.

Voorzitter. De moties zal ik samen met de staatssecretaris appreciëren. Daarnaast liggen er nog amendementen. Ik weet dat u streng op de klok bent. Ik zal de appreciaties geven, maar dat doe ik dan kort en snel. We zullen ook nog een brief sturen waarin we die onder elkaar zetten. Er zijn immers allemaal Romeinse cijfers en letters en appreciaties en de medewerkers achter in de zaal moeten dat allemaal in mijn tempo opschrijven. Dat gaat leiden tot fouten en dat ligt dan geheel aan mij. Om dat te voorkomen, sturen wij ook nog een brief.

Dan ga ik naar de moties. De moties op de stukken nrs. 4 en 5 worden geapprecieerd door de staatssecretaris. Dat geldt ook voor de motie op stuk nr. 6, voor de motie op stuk nr. 7 en voor de moties op stukken nrs. 8 en 9. Dan ga ik weer naar huis! Haha. Neenee, we hebben er nog een paar.

Voorzitter. De motie op stuk nr. 10 van de heer Eerdmans over wind op zee moet ik ontraden, want ook die investeringen zijn belangrijk in het kader van onze weerbaarheid en om schokken op het gebied van fossiele brandstoffen te verminderen. Namens het kabinet wil ik die daarom ontraden.

Over de motie-Eerdmans op stuk nr. 11 wil ik het volgende zeggen. Ik zou deze de appreciatie "ontijdig" willen meegeven. We delen uiteraard het belang van meer grip op migratie, maar er komt nog informatie naar de Kamer. Dat heeft de minister van Asiel en Migratie ook toegezegd. Ik zou dus zeggen: ontijdig. Laat die minister daar dan eerst op reageren.

De voorzitter:

Dan is formeel de vraag aan meneer Eerdmans of hij bereid is deze motie aan te houden. Nee. Meneer Eerdmans brengt 'm dus in stemming met de appreciatie "ontijdig".

Minister Heinen:

De motie-Inge van Dijk c.s. op stuk nr. 12 kan ik oordeel Kamer geven.

Dat geldt ook voor de motie-Inge van Dijk c.s. op stuk nr. 13. Die krijgt ook oordeel Kamer.

De motie-Dekker/Van Dijk op stuk nr. 14 doet de staatssecretaris.

De motie van de heer Ergin op stuk nr. 15 moet ik helaas ontraden. Die is ongedekt.

De motie op stuk nr. 16 van de heer Ergin zou ik "ontijdig" willen geven, want ook hierover komt nog informatie naar de Kamer. De minister van Werk en Participatie heeft aangegeven nog met een brief hierover te komen. Ik verwijs ook naar het interruptiedebat dat wij op dit thema hebben gevoerd. De heer Ergin is niet meer in de zaal. Ik neem dan ook aan dat hij het hiermee eens is. Dan blijft het oordeel "ontijdig".

De voorzitter:

De motie op stuk nr. 16 krijgt in ieder geval de appreciatie "ontijdig", want we kunnen hem niet vragen of hij bereid is deze motie aan te houden.

Minister Heinen:

Ja. Het siert mij natuurlijk niet om daar invulling aan te geven.

De motie-Teunissen op stuk nr. 17 doet de staatssecretaris.

De motie-Teunissen op stuk nr. 18 moet ik ontraden wegens een gebrek aan dekking.

De motie-Stultiens/Grinwis op stuk nr. 19 doet de staatssecretaris.

De motie-Grinwis/Flach op stuk nr. 20 kan ik oordeel Kamer geven.

De motie-Dassen op stuk nr. 21 moet ik helaas ontraden.

Ik laat nog even in de lucht hangen of dat ook geldt voor de motie-Dassen op stuk nr. 22, want die motie doet de staatssecretaris. De motie-Dijk op stuk nr. 23 wordt ook door de staatssecretaris gedaan.

De motie-Dijk op stuk nr. 24 moet ik ook "ontijdig" geven, want die gesprekken lopen momenteel. Zonder dat enige rechten kunnen worden ontleend aan mijn appreciatie "ontijdig" — ik loop niet vooruit op die discussies — merk ik op dat ik het niet netjes vind om via de Kamer of de regering daartoe op te roepen als de gesprekken lopen.

De voorzitter:

Dan moet ik formeel vragen of de heer Dijk bereid is om zijn motie aan te houden. Dat is hij niet. Daarmee krijgt ze de appreciatie: ontijdig.

Minister Heinen:

Dat geldt ook voor de motie op stuk nr. 25. Ik zou die ook ontijdig willen geven, want dit is echt aan de minister van IenW. Ik zal hem vragen om, als hier een ander oordeel over komt, dat aan de Kamer te doen toekomen. Ik kan dit niet overzien vanuit mijn rol als minister van Financiën. Dit hoort echt bij het debat met de minister van IenW. Voor nu geef ik 'm het oordeel ontijdig.

De voorzitter:

De motie over de kazematten. Is de heer Vermeer bereid om die aan te houden? Nee. Daarmee krijgt ze de appreciatie: ontijdig.

Minister Heinen:

De motie op stuk nr. 26 zal de staatssecretaris doen.

De motie op stuk nr. 27 moet ik ontraden. Het hoofddoel is passende en toekomstbestendige acute zorg, en niet zozeer de financiële positie van regionale ziekenhuizen.

Laat ik dan naar de amendementen gaan, voorzitter.

De voorzitter:

Ik zie een vervolgvraag van de heer Vermeer.

De heer Vermeer (BBB):

Buiten dat ik dit inhoudelijk niet met de minister eens ben, zou de Kamer hier al in Q1 over worden geïnformeerd omdat er vaart nodig is voor een volledige uitvoering in 2028. Dus of de minister aan zijn collega wil doorgeven dat die informatie aan de Kamer nog ontbreekt. Het is inmiddels Q2.

Minister Heinen:

Dan verwijst de heer Vermeer denk ik naar de motie op stuk nr. 25, die ik ontijdig heb gegeven?

De heer Vermeer (BBB):

Nee, die op stuk nr. 27 over de budgetbekostiging voor spoedeisende hulp.

Minister Heinen:

Ik zal deze inbreng van de heer Vermeer uiteraard doorgeleiden. Voorzitter, ik denk dat het wel handig is om dit soort moties in te dienen bij de desbetreffende bewindspersoon. Die heeft een beter overzicht dan ik in mijn situatie.

Dan de amendementen. Er zijn een aantal amendementen ingediend. Nogmaals, ik loop daar nu in een wat hoger tempo doorheen, maar ik doe dit uw Kamer ook per brief toekomen.

Ik begin bij de begroting van BZK: 36915-VII. Het amendement op stuk nr. 5 van mevrouw Keijzer en de heer Markuszower moet ik ontraden.

Ook op de begroting van Binnenlandse Zaken, dus 36915-VII: het amendement op stuk nr. 6 van de heren Dassen en Struijs. Ik moet dat ontijdig geven. Voorzitter, er zijn een aantal amendementen die ik de appreciatie ontijdig geef. Vanuit mijn rol van minister van Financiën apprecieer ik moties die begrotingoverstijgend zijn. Als het gaat om schuiven binnen de begroting, is het echt aan de bewindspersonen zelf om daar een appreciatie aan te geven. Met die redenering geef ik ze ontijdig. Dat geldt ook voor dit amendement.

Dan het amendement op de OCW-begroting, 36915-VIII. Het amendement op stuk nr. 4 van de heer Dassen moet ik ook ontijdig geven, vanwege dezelfde reden.

Het amendement op de Defensiebegroting, 36915-X. Het amendement op stuk nr. 3 van de leden Keijzer en Markuszower moet ik ontraden.

Het amendement op de IenW-begroting, 36915-XII, op stuk nr. 4 van de leden Teunissen en Kostić moet ik ook ontraden.

Het amendement op stuk nr. 3 op de LVVN-begroting, 36915-XIV, moet ik ontraden.

Op dezelfde begroting van LVVN, 36915-XIV: het amendement op stuk nr. 5 van mevrouw Teunissen moet ik ontijdig geven, vanwege de eerdere redenen die ik daarvoor heb gegeven.

Dan begroting van SZW, 36915-XV: het amendement op stuk nr. 5 van de leden Keijzer en Markuszower moet ik ontraden.

Op dezelfde begroting van SZW, 36915-XV, moet ik het amendement op stuk nr. 6 van mevrouw Lahlah ook ontraden.

Op de begroting van Asiel en Migratie, 36915-XX: het amendement op stuk nr. 3 van de leden Keijzer en Markuszower moet ik ontraden.

Op de begroting van VRO, 36915-XXII: het amendement op stuk nr. 5 van de leden Teunissen en Kostić moet ik ontraden.

Op de begroting van VRO, 36915-XXII, moet ik het amendement op stuk nr. 6 van de leden Teunissen en Kostić ook ontraden.

Op de KGG-begroting, 36915-XXIII, moet ik het amendement op stuk nr. 3 van mevrouw Teunissen ontraden.

Ik ben nu bij de laatste twee, die op de KGG-begroting, 36915-XXIII. Ik moet het amendement op stuk nr. 4 van de leden Keijzer en Markuszower ontraden.

Het amendement op stuk nr. 3 (36915-XXIII) over het Klimaatfonds van de leden Teunissen en Kostić moet ik ook ontraden.

Voorzitter. Ik ben hier echt in een moordend tempo doorheen gegaan. Ik besef dat, maar dit komt allemaal nog schriftelijk naar uw Kamer toe, met een toelichting.

De voorzitter:

Ik dank de minister voor de beantwoording. Ik geef het woord aan de staatssecretaris.

Staatssecretaris Eerenberg:

Dank, voorzitter. Goed voorbeeld doet goed volgen.

De motie op stuk nr. 4: ontraden. Het is gekoppeld en ingewikkeld om aan te passen.

De motie op stuk nr. 5: ontraden. De tijd tot het Belastingplan 2027 is te kort.

De motie op stuk nr. 6: mooi inzicht, oordeel Kamer.

Voorzitter. De moties op de stukken nrs. 7, 8 en 9 wil ik eigenlijk in samenhang appreciëren. Dat zijn namelijk varianten op het thema. Ik wil kortheidshalve verwijzen naar het debat van gisteren, waarin andere keuzes zijn gemaakt. De moties ontraad ik. Ze waren overigens ook alle drie ongedekt.

De motie op stuk nr. 14 over de campers is ongedekt. U heeft in het debat gehoord wat de keuze van het kabinet is. Ontraden.

Dan de motie op stuk nr. 17. Die gaat over het afbouwpad voor fossiele subsidies. Dat doet het kabinet in Europees verband en dus niet op de in de motie voorgestelde wijze. Ontraden.

Dan de motie op stuk nr. 19. Je kunt nooit tegen inzicht zijn, dus: oordeel Kamer.

Dan de motie op stuk nr. 22. Ik heb in het debat verteld welke route het kabinet aan het bewandelen is. Deze motie is op dit moment dus ontijdig.

Dan komen we bij de motie op stuk nr. …

De voorzitter:

Ik wilde heer Dassen vragen of hij bereid is om 'm aan te houden, maar hij is niet aanwezig. De motie op stuk nr. 22 krijgt dus de appreciatie "ontijdig".

Staatssecretaris Eerenberg:

Dan de motie op stuk nr. 23. Die ontraden wij, onder andere vanwege de toets als gevolg van de SGP-motie, maar ook vanwege de mitigerende maatregelen in het coalitieakkoord.

En dan de motie op stuk nr. 26. Daar zeg ik een paar zinnen extra over. Ik heb namelijk in een eerder debat met de BBB gezegd dat ik het echt wel snap van dat grenspunt en dat ik ook zelf nog eens na wilde denken over een goed moment om daar een goed proces met elkaar over af te spreken. Ik ben eigenlijk ingehaald door de heer Vermeer in mijn denken, want hij doet nu dat voorstel. Ik vind het een goed voorstel. Ik wil de motie dus oordeel Kamer geven, mits alle beperkende maatregelen van alle … U bent namelijk best streng in de laatste alinea over wat er allemaal in dat onderzoek moet zitten. Als we een beetje ruimte mogen om samen met de sector te kijken hoe we het ook een handzame monitor kunnen maken, geef ik 'm echt oordeel Kamer en gaan we er ook op die manier mee aan de slag. Dan hoop ik dat we dit ook een keer goed en serieus beetpakken.

De voorzitter:

Kan de heer Vermeer leven met die interpretatie?

De heer Vermeer (BBB):

Ja. Dat is heel fijn. Als wij die beperkende maatregelen te beperkt vinden, komen we daar op dat moment vanzelf op terug.

De voorzitter:

Bent u aan het einde van uw beantwoording?

Staatssecretaris Eerenberg:

Ik heb nog twee vragen liggen.

De voorzitter:

Ik stel voor dat u die ook nog even beantwoordt.

Staatssecretaris Eerenberg:

De heer Van Dijck had een vraag over kwartaalinzicht in de accijnzen. Het is nog wat beter, want het is zelfs per maand. Dat wordt gepubliceerd op de website van het Rijk. U kunt het dus vinden.

De VVD had een vraag over de SPUK's van medeoverheden. Kortheidshalve zeg ik dat de ambitie van het kabinet blijft staan. Het is soms een beetje ingewikkeld en dan kost het ietsje meer tijd, maar de ambitie blijft staan.

De heer Stultiens (GroenLinks-PvdA):

Dat was inderdaad een heel hoog tempo. Ik probeer toch nog even terug te gaan naar de motie op stuk nr. 5. Daar gaf de staatssecretaris aan: ontraden, want de tijd is te kort. Als wij de deadline schrappen, krijgen we dan wel "oordeel Kamer"?

Staatssecretaris Eerenberg:

Dan ga ik even een close reading doen.

De voorzitter:

"Verzoekt de regering de beschreven beleidsopties om opmerkelijke constructies zo effectief mogelijk tegen te gaan en op te nemen in het Belastingplan 2027".

Staatssecretaris Eerenberg:

Het antwoord is nee. Waarom? Omdat het dan zo is dat voor de dingen die we dan nog niet politiek gewogen hebben … Maar een aantal hebben ook nog geen beleidsopties in de lijst. Ik weet dan eigenlijk ook niet wat uw Kamer besluit, want dan besluit u iets te doen zonder dat u de beleidsoptie weet. Op intentieniveau gesproken zeg ik: ja, we willen die constructies beetpakken; dat heb ik in het debat ook gezegd. Maar ik ben bang dat als we nu de deadline van het Belastingplan schrappen, ik mijzelf een opdracht aandoe die ik niet waar kan maken.

De voorzitter:

Tot slot.

De heer Stultiens (GroenLinks-PvdA):

Jammer. Dan ga ik naar de motie op stuk nr. 4 over de hypotheekrenteaftrek. Daarvan zegt de staatssecretaris: het is gekoppeld en ingewikkeld. Een maand geleden was het antwoord nog dat dit een technische keuze van het CPB was. Nu komt de aap uit de mouw: de keuze is gemaakt. De hypotheekrenteaftrek wordt gewoon met 280 miljoen verruimd, terwijl het een politieke keuze kan zijn om dat te compenseren met de verhoging van het eigenwoningforfait. Dat is zo gedaan, maar de staatssecretaris zegt hier dus dat hij daar niet toe bereid is.

Staatssecretaris Eerenberg:

Het is technisch ingewikkeld om die koppeling aan het tweede tarief zomaar ongedaan te maken. Over de mate waarin het tweede tarief uiteindelijk verhoogd zal worden, waar de minister ook iets over gezegd heeft, zeg ik nog steeds hetzelfde. Dat was toen een aanname om de plaat kloppend te krijgen. Daar maken we in augustus pas de ultieme besluiten over.

De heer Tony van Dijck (PVV):

Ik vind het een beetje simpel van de staatssecretaris om tegen de Kamer te zeggen: kijk maar op de website, want daar staat het. We zien allemaal de files in Duitsland. Bij drogisterijen, benzinestations, alcoholverkopende winkels en sigarettenwinkels staan hele rijen met Nederlanders. Ik wil graag de ontwikkeling zien van de accijns op de verkoop van sigaretten, alcohol, benzine, diesel en cosmeticaproducten van de afgelopen vijf jaar. Ik wil graag zie hoe dat zich ontwikkelt, want wij gooien miljarden naar Duitsland en België. Als u het niet gelooft, moet u maar eens gaan kijken bij de grens. Dat is allemaal geld dat eigenlijk in de Nederlandse schatkist terecht had kunnen komen. Deze staatssecretaris kijkt daarvan weg, dus ik wil graag een mooie brief van hem met de ontwikkeling van de accijnsinkomsten over de afgelopen vijf jaar, zodat we als Kamer een vuist kunnen maken tegen deze … Nou, hoe moet ik het zeggen? Zodat we een vuist kunnen maken tegen deze leegloop van belastinggeld naar de buurlanden.

Staatssecretaris Eerenberg:

Als uw Kamer een informatieverzoek heeft, ben ik de eerste die zegt: dat moeten we honoreren. Als u dat overzicht wilt, dan krijgt u dat. Dat staat buiten kijf. Tegelijkertijd probeer ik het leven soms ook pragmatisch te houden. Als het ergens goed en handzaam op een website staat — we hebben er in deze zaal namelijk ook veel woorden over dat we als overheid toch een beetje efficiënter moeten werken — denk ik dat het soms ook handig is om u naar die website te verwijzen. Als u het als Kamerlid anders wilt — dat is uw recht — dan verstrek ik u dat.

De voorzitter:

Tot slot.

De heer Tony van Dijck (PVV):

Mijn probleem zit 'm erin dat de staatssecretaris het probleem bij de grensstreek probeert te bagatelliseren. Hij komt met een onderzoek van ABN AMRO waaruit zou blijken dat het allemaal wel meevalt, maar het valt niet mee. Wat er in de grensstreek gebeurt en nog staat te gebeuren, valt niet mee. Met andere woorden, wij willen als Kamer dat daarnaar gekeken wordt. Daar hameren we al jaren op: kijk daarnaar, want de weglek van ons accijns- en belastinggeld is gigantisch. De staatssecretaris zou zich dat moeten aantrekken en zou met een alarmerende brief moeten komen dat we daar snel op moeten acteren.

Staatssecretaris Eerenberg:

Ik neem het zeer serieus en daarom heb ik net, bij de motie van de heer Vermeer, gezegd dat we dat onderzoek, waar hij volgens mij al jaren voor pleit, nou eindelijk eens gaan doen. Als we dat niet serieus zouden nemen, zou ik dat ook niet met die woorden zeggen.

De voorzitter:

Ik dank de staatssecretaris voor de beantwoording. Daarmee zijn we aan het einde gekomen van de tweede termijn van de zijde van het kabinet, en daarmee ook aan het einde van het debat over de Voorjaarsnota 2026.

Ik dank de bewindspersonen voor hun aanwezigheid in vak K en ik dank de deelnemende leden voor hun constructieve houding en medewerking, ook namens de leden die hier vanaf 19.15 uur het volgende debat zullen voeren.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:

De stemming over de moties volgt op dinsdag 12 mei en de stemming over de amendementen op de suppletoire begrotingen volgt in beginsel op dinsdag 9 juni, als de behandeling in de commissies is voltooid. Ik schors tot 19.15 uur.

De vergadering wordt van 18.28 uur tot 19.15 uur geschorst.

Naar boven