2 Landbouw- en Visserijraad d.d. 27 april 2026

Landbouw- en Visserijraad d.d. 27 april 2026

Aan de orde is het tweeminutendebat Landbouw- en Visserijraad d.d. 27 april 2026 (21501-32, nr. 1776).

De voorzitter:

Aan de orde is het tweeminutendebat Landbouw- en Visserijraad van 27 april 2026. Ik heet de staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur van harte welkom. Ik begrijp dat de minister nog onderweg is. Daar wachten we niet op, maar ik ga ervan uit dat hij heel snel in de Kamer aanwezig is, zoals het hoort. Voordat we beginnen, zie ik meneer Boomsma staan.

De heer Boomsma (JA21):

Dank, voorzitter. Ik was helaas iets te laat met het inleveren van de schriftelijke inbreng, maar ik wil desalniettemin graag uw toestemming afsmeken om hier te mogen spreken.

De voorzitter:

Ik kijk even of de leden daarmee kunnen instemmen. Dat is het geval. We zetten u op de lijst. Het woord is aan mevrouw Van der Plas als eerste spreker tijdens dit tweeminutendebat. Gaat uw gang.

Mevrouw Van der Plas (BBB):

Dank u wel. Goedemorgen, allemaal. Gefeliciteerd aan collega Flach. Het is een heugelijke dag.

Voorzitter. Ik heb twee moties.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de sterk gestegen brandstofprijzen de Nederlandse visserijsector hard treffen en ertoe leiden dat veel kotters noodgedwongen in de haven blijven liggen;

constaterende dat de Europese Commissie heeft aangegeven dat noodmaatregelen mogelijk zijn, waaronder de inzet van het Europees Fonds voor Maritieme Zaken, Visserij en Aquacultuur (EMFAF);

overwegende dat andere EU-lidstaten hun vissers al wél ondersteunen met toereikende brandstofkortingen en directe compensatie, en dat Nederland achterblijft;

verzoekt de regering op korte termijn een gerichte en toereikende brandstofcompensatieregeling voor de visserij in te voeren en daarbij maximaal gebruik te maken van Europese middelen en bestaande staatssteunkaders,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Van der Plas.

Zij krijgt nr. 1778 (21501-32).

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de Europese Commissie werkt aan een meststoffenactieplan om de afhankelijkheid van kunstmest te verminderen;

overwegende dat dierlijke mest kan bijdragen aan het vervangen van kunstmest en daarmee aan een meer circulaire landbouw;

overwegende dat nationale stikstofgebruiksnormen ervoor zorgen dat het uitruilen van dierlijke mest voor kunstmest er niet toe leidt dat er meer stikstof wordt aangewend;

overwegende dat het stelsel van fosfaat- en dierrechten ervoor zorgt dat het uitruilen van dierlijke mest voor kunstmest er niet toe zal leiden dat er meer dieren gehouden kunnen worden;

verzoekt de regering om zich tijdens de Landbouw- en Visserijraad in te zetten voor gerichte verruiming van de mogelijkheden om dierlijke mest in te zetten als vervanger van kunstmest,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Van der Plas.

Zij krijgt nr. 1779 (21501-32).

Mevrouw Van der Plas (BBB):

Ik heb nog één vraag. Vanochtend hoorden we dat de Raad van State heeft geoordeeld dat de Staat de pulsvissers moet compenseren voor de geleden schade. Deze mensen zijn onterecht kapotgemaakt en hebben daarna ook nog eens jarenlang in onzekerheid gezeten. Mijn vraag aan de staatssecretaris is om er zo snel mogelijk mee aan de slag te gaan om deze mensen ruimhartig te compenseren. Kan de staatssecretaris alvast een tipje van de sluier oplichten over hoe hij dit gaat doen?

Dank u.

De voorzitter:

Dank u wel, mevrouw Van der Plas. Het woord is aan mevrouw Bromet namens GroenLinks-Partij van de Arbeid.

Mevrouw Bromet (GroenLinks-PvdA):

Voorzitter. Gisteren hadden wij een technische briefing over de wetenschapstoets op de Omnibus over voedsel- en dierveiligheid. Ik ben me eerlijk gezegd kapotgeschrokken. Volgens de wetenschappers is de onderbouwing slecht en wordt geen enkel beoogd doel gehaald. Dit gaat over bestrijdingsmiddelen. Daarom vraag ik een toezegging. Kan de staatssecretaris beloven dat er op tijd een kabinetsreactie komt op de EU-wetenschapstoets van de Kamer, zodat we die kunnen betrekken bij het plenaire debat over de Omnibus? Kan hij daarin ingaan op de observaties en de aanbevelingen van de wetenschappers? En kan hij ook het Ctgb, dat adviseert over landbouwgif, om een reactie vragen?

Voorzitter. Ik heb nog wat vragen over de pijlinktvis. Wanneer zijn de resultaten van het experiment met de bredere visnetten bekend en welke verdere maatregelen zijn er vervolgens om de pijlinktvis beter te beschermen als dat niet genoeg blijkt te zijn? Ik zie mijn collega van de Partij voor de Dieren nog niet, maar zij gaat samen met ons een motie indienen over de pijlinktvis. Ik hoop dus dat ze nog komt.

Voorzitter. Ik heb nog een motie.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de Algemene Rekenkamer in 2025 concludeerde dat de doeltreffendheid en doelmatigheid van Europese subsidies vaak niet duidelijk is;

overwegende dat het subsidiëren van ecosysteemdiensten wél direct en positief bijdraagt aan zowel het verdienmodel van boeren als de doelstellingen voor natuur en klimaat;

verzoekt de regering om in de Landbouw- en Visserijraad te pleiten voor het vergroten van de ruimte binnen het herziene gemeenschappelijk landbouwbeleid voor ecosysteemdiensten en de landbouwtransitie door de bandbreedte voor inkomenssteun stapsgewijs te verlagen;

verzoekt de regering om de Kamer blijvend te informeren over deze inzet via de terugkoppelingen van de Landbouw- en Visserijraad,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Bromet en Podt.

Zij krijgt nr. 1780 (21501-32).

Mevrouw Bromet (GroenLinks-PvdA):

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel. Het woord is aan de heer Koorevaar namens het CDA.

De heer Koorevaar (CDA):

Voorzitter. Graag dien ik een motie in over de beoordeling van eco-regelingen over 2025. Die is wat het CDA betreft relevant omdat er steeds meer signalen komen van boeren die een deels of volledig afgekeurde aanvraag hebben op basis van onterechte waarnemingen, soms veroorzaakt door droogte. Het gevolg is dat we signalen ontvangen dat er aanzienlijk minder bereidheid is om in 2026 deel te nemen aan deze eco-regelingen. Daarom dien ik graag de volgende motie in.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) de definitieve beschikkingen voor de GLB-aanvragen 2025 heeft verstuurd;

constaterende dat een aanzienlijk deel van de aanvragen voor eco-regelingen is afgekeurd;

overwegende dat er in de sector zorgen bestaan over de betrouwbaarheid van controles via het Areaal Monitoring Systeem (AMS), waarbij gebruik wordt gemaakt van satellietbeelden en algoritmes;

overwegende dat deze afkeuringen leiden tot onzekerheid bij boeren en mogelijk de bereidheid tot deelname aan eco-regelingen onder druk zetten, terwijl deze regelingen een belangrijke pijler vormen onder de verduurzaming van de landbouw;

verzoekt de regering te bezien in hoeverre beschikkingen die hebben geleid tot substantiële verlagingen of afkeuringen van vergoedingen binnen de eco-regeling met prioriteit opnieuw kunnen worden beoordeeld, waarbij menselijke beoordeling een zwaardere rol krijgt, in kaart te brengen welke maatregelen nodig zijn om het vertrouwen in de uitvoering van de eco-regeling te herstellen en de deelname in 2026 te bevorderen, en de Kamer hierover te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Koorevaar, Lohman en Meulenkamp.

Zij krijgt nr. 1781 (21501-32).

Er is een interruptie van mevrouw Bromet. We doen maximaal twee interrupties. Gaat uw gang.

Mevrouw Bromet (GroenLinks-PvdA):

Er zitten nogal wat aannames in deze motie, waarvan ik helemaal niet weet of ze kloppen, namelijk de aanname dat er volgend jaar minder bereidheid is om deel te nemen aan de eco-regeling en de aanname dat het systeem waarmee de controles worden uitgevoerd onbetrouwbaar zou zijn. Zou het niet verstandig zijn als het CDA eerst vragen stelt aan het kabinet of dit allemaal wel klopt? Of is het een signaal dat het CDA van de boeren heeft gehad en nu hier een-op-een doorgeeft?

De heer Koorevaar (CDA):

Dank aan mevrouw Bromet voor de vraag. Het klopt dat ik via verschillende kanalen heb gehoord dat er vragen zijn over de eco-regeling. Dat komt van boeren en dat komt ook van adviseurs, die dag in, dag uit bezig zijn om verder te verduurzamen en daar die eco-regeling ook voor inzetten. Neem bijvoorbeeld groene braak, die niet goed zichtbaar was op satellietbeelden. Er is dus bereidheid om aan die eco-regelingen mee te doen. We hebben ook gezien dat die soms worden overtekend, dus er is enthousiasme. Dat wordt bekoeld door deze uitspraak. Dus ja, dat komt uit de sector; ja, dat komt van adviseurs. Het komt van links tot rechts, ook van adviseurs die biologische boeren adviseren. Er is dus echt wel wat aan de hand.

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel. Het woord is aan het lid Kostić namens de Partij voor de Dieren. Gaat uw gang.

Kamerlid Kostić (PvdD):

Ik ben een beetje buiten adem, voorzitter. Ik heb één motie.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de visserij op inktvis de afgelopen jaren fors is toegenomen, maar er nog geen afspraken zijn gemaakt over hoeveel inktvissen mogen worden gevangen;

constaterende dat experts waarschuwen dat het risico bestaat dat we plots te weinig inktvissen overhouden om de populatie in stand te houden;

overwegende dat inktvissen intelligente dieren zijn en hun uitsterving een bedreiging voor de voedselketen en biodiversiteit is, waar we als mens afhankelijk van zijn;

verzoekt de regering om op korte termijn met maatregelen te komen om pijlinktvissen beter te beschermen, en verzoekt de regering om in Europees verband te pleiten voor voorzorgsbeheer, met aandacht voor het verbeteren van de monitoring, het kunnen opleggen van tijdelijke vangstbeperkingen en het behouden van een gezonde pijlinktvispopulatie, en de Kamer hierover te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Kostić en Bromet.

Zij krijgt nr. 1782 (21501-32).

Kamerlid Kostić (PvdD):

Sorry, ik moest even rennen vanuit een ander debat — voordat de mensen thuis denken: wat heeft zij, gaat het wel helemaal goed?

De voorzitter:

Dat snap ik. We hebben de tijd. Rustig aan. Het is pas vroeg.

Kamerlid Kostić (PvdD):

Dank u wel, voorzitter.

De voorzitter:

Dank u wel. Het woord is aan de heer Flach, de jarige. Hij spreekt namens de Staatkundig Gereformeerde Partij.

De heer Flach (SGP):

Voorzitter, dank u wel. Als je jarig bent, mag je ook wat wensen hebben. De eerste is eigenlijk vrijdag al ingevuld. Ik zou heel graag willen dat de pulsvisserij terugkomt. De staatssecretaris heeft toegezegd dat hij zich daar tot het uiterste voor zal inspannen in Brussel. Die incasseer ik met dankbaarheid.

De tweede wens heb ik in de volgende motie vastgelegd. Die lijkt trouwens enigszins op de motie die is ingediend door de heer Koorevaar, maar dat neemt niet weg dat ik 'm toch indien, want er zitten nog wat verschillen tussen.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat er in de akkerbouw grote onrust is ontstaan over de vele afwijzingen voor de eco-regeling 2025 ten aanzien van met name groene braaklegging en groenbedekking in de winter, waardoor telers er voor duizenden euro's bij inschieten, terwijl ze wel kosten gemaakt hebben;

overwegende dat RVO voor het eerst gebruik heeft gemaakt van satellietbeelden en het bijbehorende Areaal Monitoring Systeem, waarbij er verschillende signalen zijn dat het gebruikte algoritme niet goed aansluit op de praktijk, onder meer ten aanzien van doodgevroren groenbedekking;

overwegende dat bij controles inzake de eco-regeling 2024 weinig problemen zijn geconstateerd bij onder meer de groene braaklegging;

overwegende dat bij groene braaklegging deels sprake is van overmacht door het laat opkomen van kruidenmengsels vanwege langdurige droogte in het voorjaar, terwijl onduidelijk was hoe een beroep op overmacht gedaan kon worden;

overwegende dat akkerbouwers vanwege de afwijzingen en onduidelijkheid dreigen af te haken voor de eco-regeling;

verzoekt de regering te voorkomen dat akkerbouwers onnodig afhaken voor de eco-regeling 2026 door op de kortst mogelijke termijn in overleg met de akkerbouwsector te zoeken naar oplossingen voor de ontstane problematiek, recht te doen aan de praktijk, ruimte te geven voor een beroep op overmacht, en binnen twee weken de Kamer hierover te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Flach, Koorevaar, Van der Plas en Grinwis.

Zij krijgt nr. 1783 (21501-32).

Mevrouw Bromet (GroenLinks-PvdA):

Zonder de indruk te willen wekken dat het allemaal niet waar is — want ik ben heel benieuwd naar het oordeel van de minister over deze motie — ben ik toch wel benieuwd hoe dit precies zit. Niet alle aanvragen zijn namelijk afgewezen. Er zijn ook aanvragen toegekend. Daarbij was droogte kennelijk geen probleem. Het tweede is dat mensen gewoon bezwaar kunnen maken als ze met redenen omkleed kunnen aantonen dat het oordeel niet klopt. Hoe kijkt de heer Flach daarnaar?

De heer Flach (SGP):

De signalen zijn in best wel behoorlijke mate binnengekomen. De reden dat het ons en ook het CDA en de twee andere ondertekenaars is opgevallen, is dat het echt afwijkt van 2024. Het is dus niet zo dat dit een patroon is. Dit valt echt op ten opzichte van het voorgaande jaar. Dan ga je toch kijken wat daar de oorzaak van is. Het systeem van satellietwaarneming is daar een mogelijke oorzaak van. Dat wordt ook veel aangewezen als mogelijke oorzaak. Dat gekoppeld aan het droge voorjaar en het feit dat akkerbouwers niet op tijd weten hoe ze een beroep op overmacht kunnen doen, leidt ertoe dat wij deze motie hebben ingediend.

De voorzitter:

Dank u wel. Het woord is aan de heer Chris Jansen van de PVV.

De heer Chris Jansen (PVV):

Dank, voorzitter. Ik heb drie moties.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de Europese Commissie werkt aan een actieplan meststoffen om de afhankelijkheid van kunstmest uit derde landen af te bouwen;

overwegende dat Nederlandse boeren door de huidige stikstofregels en hoge kunstmestprijzen in de knel zitten, terwijl hoogwaardige kunstmestvervangers zoals RENURE aanwezig zijn;

verzoekt de regering om in de Raad onvoorwaardelijk te eisen dat RENURE per direct en zonder aanvullende groene restricties wordt erkend als kunstmestvervanger,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Chris Jansen.

Zij krijgt nr. 1784 (21501-32).

De heer Chris Jansen (PVV):

De tweede motie.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de visserijsector zwaar gebukt gaat onder torenhoge brandstofprijzen en dat de huidige EU-regelgeving innovatie belemmert;

overwegende dat pulsvisserij een bewezen methode is om brandstofverbruik en bijvangst drastisch te verminderen;

verzoekt de regering om de energietransitie in de visserij aan te grijpen om de pulsvisserij opnieuw op de Europese agenda te zetten als essentieel onderdeel van een rendabele en duurzame vloot,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Chris Jansen.

Zij krijgt nr. 1785 (21501-32).

De heer Chris Jansen (PVV):

De laatste motie.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de discussie over het GLB na 2027 steeds meer verschuift naar het belonen van "ecosysteemdiensten" en "publieke diensten" in plaats van voedselproductie;

van mening dat het GLB primair gericht moet zijn op voedselzekerheid en de economische levensvatbaarheid van de sector;

verzoekt de regering om bij de onderhandelingen over het GLB na 2027 elke verdere verschuiving van productieondersteuning naar klimaatideologie te blokkeren en de nationale beleidsvrijheid te waarborgen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Chris Jansen.

Zij krijgt nr. 1786 (21501-32).

De heer Chris Jansen (PVV):

De reden waarom ik deze moties indien en waarom ik hier ook in het schriftelijk overleg aandacht voor heb gevraagd, is heel simpel. Ik vraag specifiek een aantal zaken en ik krijg generieke antwoorden. Ik weet uit ervaring dat als bewindspersonen dingen in Brussel op de agenda willen zetten, het enorm goed helpt als een Kamermeerderheid dat ook ondersteunt.

De voorzitter:

Maximaal twee interrupties.

Mevrouw Van der Plas (BBB):

Prima moties, zeker ook die over pulsvisserij, maar op 16 oktober heb ik een motie ingediend over de pulsvisserij om de regering te verzoeken om zich in Brussel actief in te zetten. Die motie is breed aangenomen. Nu komt er wéér een motie. Op zich mag dat, want iedereen mag moties indienen, maar ik zou liever van de minister horen hoe deze motie is uitgevoerd; dat vraag ik via de heer Jansen. We kunnen elke week moties indienen die al eerder zijn aangenomen, maar we moeten nu gewoon eens echt aan de bak. Dat zou ik dus graag van de minister of de staatssecretaris willen horen.

De voorzitter:

Kunt u die vraag doorgeleiden?

De heer Chris Jansen (PVV):

Ik snap deze opmerking van mevrouw Van der Plas heel goed, maar ik zei ook dat de antwoorden die ik krijg — want ik heb hier ook in het schriftelijk overleg aandacht voor gevraagd — nogal generiek zijn, in de zin van "wij zijn van plan om" en "wij beogen". Ik wil gewoon een keiharde inzet van de bewindspersonen in Brussel. Als ze daarmee recht doen aan de aangenomen Kamermotie en eventueel ook deze motie, als die wordt aangenomen, is dat heel fijn, want dan hebben we met z'n allen uiteindelijk het doel bereikt, namelijk de pulsvisserij weer op een goed voetstuk plaatsen en voor Nederland en ook voor de rest van Europa rendabel maken.

De voorzitter:

Tot slot.

Mevrouw Van der Plas (BBB):

Ik ben het daar op zich hartgrondig mee eens, maar er worden moties met een duidelijke opdracht ingediend en aangenomen en vervolgens horen we niks, gebeurt er niks of krijgen we geen antwoord op vragen. Vandaar deze interruptie om nu gewoon duidelijkheid te krijgen van de minister en de staatssecretaris: wat is er op dat punt nou precies gebeurd of wat gaat er nog gebeuren?

De heer Chris Jansen (PVV):

Dat klopt. Dat is ook precies mijn reden om die motie in te dienen. De kracht zit 'm volgens mij in de herhaling.

De voorzitter:

Dank u wel. Het woord is aan de heer Boomsma namens JA21.

De heer Boomsma (JA21):

Dank u wel, meneer de voorzitter. Dank aan de bewindspersonen voor hun schriftelijke beantwoording. Een van de meest bijzondere, mysterieuze en belangrijke vissen ter wereld is natuurlijk de paling. Die wordt bedreigd. Die situatie is kritiek. Wij vinden dat er nog steeds veel te weinig wordt gedaan om die trend te keren. Voor dat herstel is het absoluut fundamenteel dat wij goed begrijpen wat er gebeurt op de hele migratieroute van de Sargassozee tot onze binnenwateren en dat we weten hoe we ervoor kunnen zorgen dat de glasalen zo goed mogelijk kunnen overleven. Dat weten we nu eigenlijk nog niet. Daarom de volgende motie.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat glasaal wordt uitgezet met als doel het herstel van het Europese aalbestand;

constaterende dat veel landen nog niet voldoen aan de Aalverordening, dat de Kamer vorig jaar de motie-Boomsma heeft aangenomen om knelpunten voor palingmigratie te inventariseren en dat er meer inzet nodig is om de palingstand te herstellen;

constaterende dat onvoldoende is vastgesteld in hoeverre en wanneer het uitzetten van glasaal bijdraagt aan een toename van schieraal die succesvol naar zee migreert;

overwegende dat effectief visserij- en natuurbeleid gebaseerd moet zijn op meetbare resultaten en praktijkgericht onderzoek;

verzoekt de regering in samenwerking met ICES en andere lidstaten en in overleg met visserijorganisaties een nader pilotonderzoek op te zetten naar het migratiegedrag en de overlevingssuccessen van uitgezette glasaal, inclusief zender- en monitoringsonderzoek,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Boomsma en Van der Plas.

Zij krijgt nr. 1787 (21501-32).

De heer Boomsma (JA21):

Dan heb ik nog een vraag. De hoge brandstofprijzen raken de visserijsector natuurlijk in het hart. Wat wordt nou de inzet van het kabinet voordat die energiebesparende maatregelen van kracht worden? Dat is mij nog niet helemaal duidelijk. Het is natuurlijk wel heel urgent nu. Er is al aangegeven dat het nu des te belangrijker wordt om die pulsvisserij weer op de agenda te zetten. Dat is beter voor de zeebodem, de ecologie en de vissers, en er wordt ook veel minder energie en diesel bij gebruikt. Er zijn dus alleen maar winstpunten. Hoe gaat de staatssecretaris dit nou aankaarten? Ik ga niet nog een motie indienen, maar hoe wordt er nou serieus druk achter gezet?

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel. Ik schors tot 10.40 uur voor de beantwoording.

De vergadering wordt van 10.34 uur tot 10.42 uur geschorst.

De voorzitter:

Ik heropen de vergadering. Aan de orde is de beantwoording van de zijde van het kabinet. Het woord is aan de minister.

Minister Van Essen:

Voorzitter. Ik zag net dat de cameraploeg van de SGP hier al klaarstond, mogelijk voor de verjaardag van de heer Flach. Ook namens mij gefeliciteerd.

Ik begin bij de motie op stuk nr. 1779, over dierlijke mest. Die zou ik willen ontraden. De gebruiksnorm van dierlijke mest is EU-breed bepaald op 170 kilo stikstof per hectare. Voor het uitrijden van meer mest is een derogatie nodig. Momenteel wordt er hard gewerkt aan de implementatie van RENURE waardoor dierlijke mest gebruikt kan worden tot 80 kilo per hectare extra.

De voorzitter:

U mag één vervolgvraag per motie stellen. Mevrouw Van der Plas.

Mevrouw Van der Plas (BBB):

Beseffen we in Nederland wel waar we mee bezig zijn? We hebben gewoon dierlijke mest. Er is ook onderzocht dat die beter is voor bijvoorbeeld de waterkwaliteit dan kunstmest. Door onze regels moeten boeren op een bepaald moment overstappen op kunstmest, maar we hebben gewoon dierlijke mest.

De voorzitter:

Uw vraag.

Mevrouw Van der Plas (BBB):

Door het hele gedoe in het Midden-Oosten en door alle geopolitieke ontwikkelingen dreigt er ook een tekort aan kunstmest. We zijn onze hele voedselvoorziening helemaal naar de gallemieze aan het helpen. Is dat besef er überhaupt in dit kabinet?

Minister Van Essen:

Ik heb het filmpje van boer Frans en boer Bram waarin ze dit duidelijk aankaarten ook gezien. Ik snap heel goed dat je, als je hier een dierlijk mestoverschot hebt, kosten moet maken om die mest af te voeren en vervolgens weer kunstmest moet kopen. Ik snap heel goed dat dat heel krom voelt, maar we hebben met elkaar regels afgesproken in het kader van de waterkwaliteit. Dit kabinet, maar ook het voorgaande kabinet, heeft er natuurlijk keihard werk van gemaakt om dierlijke mest circulair te kunnen hergebruiken in Nederland, zodat het geen kostenpost is maar iets wat wat opbrengt.

De voorzitter:

U vervolgt.

Minister Van Essen:

Dan de motie op stuk nr. 1780, van mevrouw Bromet, over het toekomstige GLB. Die zou ik oordeel Kamer willen geven.

De voorzitter:

Oordeel Kamer. Dan de vierde motie.

Minister Van Essen:

Dat is de motie van het CDA over de beschikking voor eco-regelingen.

De voorzitter:

Welk nummer is dat?

Minister Van Essen:

Dat is de motie op stuk nr. 1781. Ik zal die iets uitgebreider beantwoorden. Ik snap de zorgen van boeren als zij een lagere premie krijgen. Ik snap dat je daarvan schrikt. Ik heb zelf die signalen ook gekregen. Maar ik vind het wel belangrijk om te zeggen dat de steekproeven die zijn gehouden in 2023 en 2024 het beeld eigenlijk al bevestigden dat dit zo zou uitpakken. Tegelijkertijd is het een grote ambitie van het kabinet om boeren met die eco-regelingen in de toekomst juist nog beter te gaan belonen voor landschapsonderhoud. Ik wil dus niet dat mensen daarop afhaken, maar ik vertrouw ook op de systemen. Ik ben wel bereid om, juist omdat we die ambitie hebben, de motie oordeel Kamer te geven, en nog een keer te kijken wat hier is gebeurd en wat we er eventueel aan kunnen doen.

De voorzitter:

Eén interruptie, mevrouw Bromet.

Mevrouw Bromet (GroenLinks-PvdA):

Vindt de minister dan dat het AMS-systeem, dat die controles faciliteert, onbetrouwbaar is?

Minister Van Essen:

Nee, ik vertrouw op die systemen. Daarom benadruk ik ook dat de steekproeven die we hiervoor hebben gehouden, dit beeld wel gewoon bevestigden. Tegelijkertijd zie ik hoe belangrijk die eco-regelingen zijn, voor de boeren zelf maar zeker ook voor mensen die van het landschap genieten en die ook willen dat het landschap goed onderhouden wordt. Ik voel me dus aangesproken op mijn ambitie om nu niet … Ik ben heel slecht in gezegden, maar: het kind met het badwater weg te gooien? Zoiets? Ja.

De voorzitter:

Ja, zo luidt het.

Minister Van Essen:

Ik wil dit signaal dus heel serieus nemen, maar ik sta wel voor het systeem.

De voorzitter:

U vervolgt.

Minister Van Essen:

Dan de motie op stuk nr. 1783, van de SGP, die ook gaat over de eco-regeling. Ondanks de verjaardag van de heer Flach zou ik die motie ontijdig willen geven, omdat we een gesprek met de akkerbouwsector hebben staan, dat ik graag zou willen afwachten. Ik wil daarop na het reces terugkomen richting de heer Flach, in de terugkoppeling van de LVR.

De voorzitter:

Is de heer Flach bereid om de motie aan te houden?

De heer Flach (SGP):

Ja, dat wil ik wel doen. Ik zou wel graag de toezegging van de minister krijgen dat hij met iedereen hier in de Kamer, of althans de meesten, denk ik, deelt dat het gewoon goed is als dit helder is en er geen fouten in het systeem zitten. Natuurlijk moeten we vertrouwen op systemen, maar zeker omdat het met AI werkt, zijn het ook lerende systemen. Laten we er dus met elkaar van alles aan doen om te zorgen dat de praktijk en de metingen echt zo veel mogelijk op elkaar aansluiten. Als de minister dat kan toezeggen, hou ik ook die motie nu even aan.

Minister Van Essen:

Dat is altijd de ambitie. Het is wel goed dat die beschikkingen ook gewoon door middel van een menselijke handeling worden verstuurd, dus het AI-systeem helpt. Natuurlijk is het altijd ieders wens om theorie en praktijk zo dicht mogelijk bij elkaar te krijgen.

De voorzitter:

We noteren dit als toezegging.

Op verzoek van de heer Flach stel ik voor zijn motie (21501-32, nr. 1783) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

Minister Van Essen:

De motie op stuk nr. 1784, over de kunstmestprijzen, is overbodig. RENURE wordt sinds het begin van dit jaar al tot 80 kilo per hectare boven op de bestaande gebruiksnorm gebruikt. We doen er alles aan om die opschaling binnen de regels ook zo snel mogelijk te faciliteren.

De motie op stuk nr. 1786 ontraad ik. Het GLB blijft belangrijk. Uw Kamer heeft juist ook moties ingediend over het belonen van ecosysteemdiensten. Die heb ik ook aangehaald tijdens de voorbereiding op de vorige LVR.

De voorzitter:

Bent u daarmee aan het einde gekomen van uw beantwoording?

Minister Van Essen:

Ja.

De voorzitter:

Er is nog één interruptie.

De heer Chris Jansen (PVV):

Die gaat over de motie op stuk nr. 1784. De minister zegt dat die overbodig is, want "we zijn er al mee bezig". Kan de minister misschien even specifiek worden: waar zijn we dan mee bezig? Wat zijn zijn verwachtingen? Welke deadline heeft hij voor ogen? Wanneer is dit gerealiseerd?

Minister Van Essen:

Het ligt momenteel ter notificatie bij de Europese Commissie. Ik verwacht dat we in de zomer een bericht terugkrijgen. Dan zal ik alles op alles zetten om het zo snel mogelijk te implementeren.

De voorzitter:

Ik dank de minister. Het woord is aan de staatssecretaris.

De heer Chris Jansen (PVV):

Mag ik één klein ...

De voorzitter:

We hadden gezegd: één interruptie per motie. De staatssecretaris.

Staatssecretaris Erkens:

Voorzitter. Laat ik beginnen met de moties. De motie op stuk nr. 1778 van mevrouw Van der Plas, over de brandstofprijzen en de visserij, is overbodig, want het kabinet is nu bezig met die EMFAF-gelden. We kijken daarbij ook naar brandstofcompensatie, inkomenssteun en alle andere routes. Ik zal uw Kamer zo snel mogelijk informeren, zodra we duidelijkheid hebben over hoe wij het geld inzetten.

De voorzitter:

De motie op stuk nr. 1782.

Staatssecretaris Erkens:

Voorzitter. De motie op stuk nr. 1782, over de pijlinktvis, geef ik oordeel Kamer, met een interpretatie. In internationaal verband zijn de afgelopen jaren reeds maatregelen genomen ter bescherming van de inktvis, zoals de recente maaswijdteaanpassing. De wetenschappelijke basis om inktvis duurzaam te beheren is nu nog niet volledig, of ontbreekt. Dus als ik eerst mag inzetten op het opbouwen van de wetenschappelijke basis, kan ik de motie oordeel Kamer geven.

De voorzitter:

Mevrouw Bromet knikt, als tweede indiener. Daarmee krijgt zij oordeel Kamer.

Staatssecretaris Erkens:

Fijn, voorzitter. Dan de motie van de heer Jansen op stuk nr. 1785, over inzetten op pulsvisserij. Deze is overbodig, want dat is de inzet van het kabinet en deze staatssecretaris. Maar het staat de Kamer uiteraard vrij om de motie alsnog aan te nemen om mij daarin te ondersteunen.

De voorzitter:

Tot slot, de motie op stuk nr. 1787.

Staatssecretaris Erkens:

De motie op stuk nr. 1787, over een onderzoek naar de uitzet van glasaal. Deze krijgt oordeel Kamer, met een interpretatie. Er lopen op dit moment al analyses en onderzoeken bij WMR en bij ICES. Die wil ik afwachten. Op basis daarvan wil ik een vervolgonderzoek definiëren. Dus als ik 'm zo mag interpreteren, krijgt die oordeel Kamer.

De voorzitter:

Ik kijk naar mevrouw Van der Plas: mag dat?

Staatssecretaris Erkens:

Het is de heer Boomsma, maar hij knikt ook. Fijn.

De voorzitter:

O, de heer Boomsma. Ja, excuus. Meneer Boomsma knikt. Daarmee krijgt zij oordeel Kamer.

Ik dank de staatssecretaris …

Staatssecretaris Erkens:

Ik heb nog een aantal vragen, voorzitter.

De voorzitter:

O, ga uw gang! Met gezwinde spoed, graag.

Staatssecretaris Erkens:

Met gezwinde spoed, voorzitter. Mevrouw Van der Plas had een vraag over de uitspraak van de Raad van State over de pulsvisserij. Die is inderdaad vandaag gekomen. Daar studeren we nu op. Ik kan toezeggen dat ik voor het commissiedebat over de visserij in juni in een brief kom met een eerste reactie. Dat leidt niet tot een vraag?

De voorzitter:

Nee, hoor.

Staatssecretaris Erkens:

Ik dacht dat mevrouw Van der Plas opstond, voorzitter.

De voorzitter:

Ja. Dank u wel, staatssecretaris.

Mevrouw Van der Plas (BBB):

Dat duurt wel een beetje lang. Ik zou de staatssecretaris willen vragen om hier sneller op te reageren, omdat de visserij echt in heel grote nood verkeert. Dat weet de staatssecretaris ook. Overigens complimenten voor de staatssecretaris dat hij veel bezoeken brengt aan de visserij. Hij zet het beleid van de voormalige staatssecretaris mooi voort op dat gebied. Op dat gebied. Dus ik zou wel aan de staatssecretaris willen vragen om dat ruim voor juni te doen.

Staatssecretaris Erkens:

Ik kan kijken of dat ruim voor het debat kan. Ik kan niet toezeggen wanneer dat precies is. Ik zal eerst moeten bezien hoeveel er achter weg komt. Maar ik kan zeggen dat ik me ervoor zal inspannen.

Dan vraag twee. Het lid Bromet heeft gevraagd om op tijd een reactie te geven op de EU-wetenschapstoets. Dat kan ik toezeggen. Dat doen we inderdaad voorafgaand aan het debat. Idem ten aanzien van de observaties en aanbevelingen van de wetenschappers. Ik kan het Ctgb ook vragen om een reactie. Zij gaan daar wel zelf over, maar ik zal het verzoek doorgeleiden. Ik zal altijd blijven zeggen dat we het "gewasbeschermingsmiddelen" noemen en niet "landbouwgif", want we proberen juist om een complex dossier gezamenlijk verder te brengen.

Voorzitter. Dan vraag drie, ook van mevrouw Bromet, over de resultaten van het experiment met de bredere visnetten. In het kader van beter bestandsbeheer voor de inktvis geldt sinds afgelopen najaar een minimale maaswijdte van 80 millimeter. Dat heeft het doel om bijvangst te verminderen, en daarmee te zorgen voor beter bestandsbeheer. Voor het commissiedebat zal ik ook hier uitgebreider op terugkomen ...

De voorzitter:

Ik dank de staatssecretaris ...

Staatssecretaris Erkens:

Tja, het zijn veel vragen, voorzitter. Ik kan er ook niets aan doen.

Welke verdere maatregelen zijn er om de pijlinktvis beter te beschermen? Dat gaat over de maaswijdte-aanpassing. De komende tijd zullen we het in de gaten houden conform de appreciatie van de motie. Ik denk dat we gewoon prima voor het commissiedebat ook daarop uitgebreider terug kunnen komen.

Voorzitter. Afrondend over de pulsvisserij. Ook daarover zal ik het kort houden. Ik zal voor het commissiedebat uitvoerig uit de doeken doen hoe we proberen die weer toe te staan, en wat de Europese inzet daarop is. Ik wil daarbij wel één kanttekening maken: we moeten een meerderheid van de lidstaten overtuigen. Ik ben dus ook echt naar een gerichte aanpak aan het zoeken waarvoor we medestanders gaan vinden. Als Nederland dit heel snel en heel stevig neerzet, dan gaan landen nee zeggen en gaat de deur definitief dicht. Dat verwachtingsmanagement geef ik hierbij. Maar ik deel de intentie van de Kamer uiteraard volledig, want de puls zou een groot deel van de problemen kunnen oplossen die de vissers nu ondervinden.

De voorzitter:

Kort en bondig, mevrouw Van der Plas.

Mevrouw Van der Plas (BBB):

Het vorige kabinet was hier ook al mee aan de gang. Ik zou dus wel graag willen weten welke stappen er toen al zijn gezet en of die ook door dit kabinet allemaal verder worden doorgezet. Wellicht kan de staatssecretaris ons daar ook over informeren.

Staatssecretaris Erkens:

In lijn met de motie van mevrouw Van der Plas en mevrouw Den Hollander heeft het vorige kabinet onder andere gesprekken gevoerd met naburige landen die een soortgelijke visserij hebben. Die gesprekken zetten wij voort. We hebben bij de eerste Europese Landbouw- en Visserijraad ook al bilaterale gesprekken hierover gehad.

De voorzitter:

Ik dank de staatssecretaris en de minister voor de beantwoording.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:

Daarmee zijn wij aan het einde gekomen van dit tweeminutendebat. Over de ingediende moties zal vandaag bij aanvang van de middagvergadering worden gestemd.

Naar boven