Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2018-2019nr. 68, item 6

6 Regeling van werkzaamheden

De voorzitter:

Op verzoek van de fractie van de PvdA benoem ik:

  • -in de algemene commissie voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking het lid Kuiken tot plaatsvervangend lid in plaats van het lid Moorlag.

Ik stel voor dinsdag 2 april aanstaande ook te stemmen over:

  • -een brief van het Presidium (32800, nr. 58).

Ik stel voor de volgende wetsvoorstellen toe te voegen aan de agenda van de Kamer:

  • -Wijziging van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg in verband met het opnemen van de klinisch technoloog in de lijst van registerberoepen en het toekennen van bepaalde voorbehouden handelingen aan klinisch technologen (35045);

  • -Regels over de veiligheid en kwaliteit van medische hulpmiddelen (Wet medische hulpmiddelen) (35043).

Op verzoek van het lid Buitenweg stel ik voor haar motie 34997, nr. 13 opnieuw aan te houden.

Ik deel mee dat de volgende aangehouden moties zijn vervallen: 34834-14; 30169-62; 34775-XV-40; 33576-121; 24095-445; 29270-132; 34775-XVII-64; 34231-17; 32545-93; 29689-945; 29893-227; 34864-16; 34997-19; 29628-846; 31936-537; 31936-545; 29544-865; 27925-641; 30079-94; 30079-97; 30079-99.

Ik stel voor de volgende stukken van de stand van werkzaamheden af te voeren: 2019Z04598; 2019Z03776; 35151-3; 35000-IV-45; 34269-4; 29653-47; 29240-88; 31524-393; 29240-83; 29240-85; 29240-89; 32620-224; 2019Z04609; 2019Z05351; 32716-36; 34766-18; 32716-34; 30982-42; 32716-30; 34368-4; 30982-37; 34336-13; 34368-3; 32716-25; 29544-786; 29544-780; 26448-588; 32716-24; 29984-825; 21501-33-752; 21501-33-754; 22112-2777; 2019Z05692; 29826-110; 31066-465; 2019Z05269; 2019Z05075; 2019Z05602; 27924-71; 27924-69; 27924-68; 27924-66; 27924-65; 27924-64; 27924-63; 2014Z21622; 27924-62; 27924-61; 27924-60; 27924-59; 27924-58.

Ik stel voor toe te voegen aan de agenda van de Kamer:

  • -het VAO Arbeidsongeschiktheid, met als eerste spreker de heer Pieter Heerma namens het CDA;

  • -het VAO Sociale veiligheid in het onderwijs, met als eerste spreker de heer Van Meenen namens D66;

  • -het VSO Informele Energieraad, met als eerste spreker de heer Wassenberg namens de Partij voor de Dieren;

  • -het VSO Zienswijze van de Raad voor Dierenaangelegenheden (RDA) betreffende insecten, met als eerste spreker mevrouw Ouwehand namens de Partij voor de Dieren.

Overeenkomstig de voorstellen van de voorzitter wordt besloten.

De voorzitter:

Dan geef ik nu het woord aan mevrouw Kuiken namens de PvdA.

Mevrouw Kuiken (PvdA):

Voorzitter. Ik ben kwaad en ik ben ontdaan nu blijkt dat er fout op fout is gestapeld bij de verdwijning en de dood van Anne Faber. Het lijkt me als ouder een van de verschrikkelijkste dingen die je mee kan maken. Zeker nu we weten dat deze gruwelijke tragedie voorkomen had kunnen worden, vraag ik om een debat met minister Dekker. Deze aanvraag doe ik niet alleen namens mijzelf, maar namens alle fracties hier in de Tweede Kamer, omdat we allemaal voelen hoe vreselijk dit is en vinden dat er antwoorden moeten komen. Daarom vraag ik, via u, voorzitter, ook om dat debat natuurlijk niet vanavond, maar wel volgende week in te plannen, zodat we dat op een goede manier kunnen doen.

De voorzitter:

Oké. En ook dat verzoek wordt door een brede meerderheid gesteund?

Mevrouw Kuiken (PvdA):

Ook dat verzoek doe ik namens alle collega's, want ik heb iedereen gebeld of gesproken.

De voorzitter:

Dan zullen we daar rekening mee houden, mevrouw Kuiken.

Mevrouw Kuiken (PvdA):

Dank u wel, voorzitter.

De voorzitter:

Dank u wel. Dan geef ik nu het woord aan de heer Van Meenen namens D66. Ik weet niet wat u gaat vragen, maar de heer Beertema staat al klaar.

De heer Van Meenen (D66):

Ik wilde op deze manier vragen of de heer Beertema verkering met me wil.

(Hilariteit)

De voorzitter:

Wat is uw antwoord, meneer Beertema?

De heer Beertema (PVV):

Mijn antwoord is: nee.

De voorzitter:

Ah. Hè, dan heeft u weer een blauwtje gelopen, meneer Van Meenen.

De heer Van Meenen (D66):

Ik blijf het proberen.

Voorzitter. Toen ik vanmorgen mijn kleindochter naar school bracht, had ik niet het gevoel dat ik haar bracht bij een bolwerk van linkse indoctrinatie. Ik bracht haar gewoon naar een school, een klaslokaal, waar een geweldige juf haar verder ging brengen in het leven. Zo heb ik me in de 40 jaar dat ik me met het onderwijs mag bezighouden en daar rondgelopen heb, altijd gevoeld. Daar zijn mensen heel erg bezig met de toekomst van onze kinderen.

De voorzitter:

En wat is het verzoek?

De heer Van Meenen (D66):

Dat is één. Twee: in het verkiezingsprogramma van Forum voor Democratie staat dat ...

De voorzitter:

Nee, nee, nee, nee. Nee, meneer Van Meenen.

De heer Van Meenen (D66):

Nou, ik sta hier maar even ...

De voorzitter:

Nee, ik ga erdoorheen praten, want dan kunnen er geen filmpjes worden gemaakt.

De heer Van Meenen (D66):

Voorzitter. Ik wil respect voor leraren ...

De voorzitter:

Ja. U hebt een verzoek ...

De heer Van Meenen (D66):

... zoals ook in het verkiezingsprogramma van Forum voor Democratie staat. Wij zaten als commissie gisteren met een aantal leden te praten over sociale veiligheid, veiligheid van leraren. Deze partij was daar niet bij. Dat vind ik al slecht. Maar sterker nog, ik vind het heel slecht als tegelijkertijd ...

De voorzitter:

Nee, nee, meneer Van Meenen, ik ga u onderbreken. Wat is uw verzoek? Dat van de verkering hebben we al gehoord.

De heer Van Meenen (D66):

Ja, maar dat was buiten de tijd. Dat lokte u zelf uit.

De voorzitter:

Goed. Wat is uw verzoek?

De heer Van Meenen (D66):

Ik wil een debat. Dat kan ik niet anders aanvragen dan met de minister, maar eigenlijk wil ik het met de partij die er gister niet bij was maar die ondertussen een meldpunt heeft ingesteld voor het melden van leraren.

De voorzitter:

Nee, ik ga gewoon naar de heer Beertema.

De heer Van Meenen (D66):

Over dat onderwerp ...

De voorzitter:

Nee, nee, nee, nee. Nee, dat kan niet.

De heer Van Meenen (D66):

Over dat onderwerp wil ik het hebben. Misschien wilt u nog weten waar ik het debat over wil hebben.

De voorzitter:

Dit is de regeling van werkzaamheden.

De heer Van Meenen (D66):

Het gaat over het meldpunt linkse leraren.

De heer Beertema (PVV):

Voorzitter. Meneer Van Meenen en het hele onderwijs zijn ernstig van de kook. Ik denk dat we dat debat van harte moeten steunen om toch weer een beetje rust terug te brengen in het onderwijs. Ik roep al mijn collega's op om dat debat inderdaad te steunen.

De heer Bruins (ChristenUnie):

Voorzitter. Kamerleden hebben veel vrijheid om te zeggen en te doen wat ze willen. Ik zou het een hele rare constructie vinden om een minister ter verantwoording te roepen over iets wat Kamerleden doen.

De voorzitter:

Ja, staatsrechtelijk klopt dat niet. Dat is waar.

De heer Bruins (ChristenUnie):

Dat snap ik staatsrechtelijk niet. Ik steun dit debat dus niet.

De heer Kwint (SP):

We hebben het hier gisteren vier uur over gehad. De mening van de SP mag duidelijk zijn: ik vind het een ranzig klotemeldpunt, dat leraren én leerlingen in gevaar brengt.

De voorzitter:

Nou, het gaat lekker met het taalgebruik.

De heer Kwint (SP):

Excuses, sorry. Ik vind het een weinig welriekend testikelmeldpunt. Maar daar hebben we het gisteren vier uur over gehad. We kennen de mening van de minister en we kennen de mening van de heer Baudet. We hebben allemaal onze mening kunnen geven. Geen enkele behoefte aan een debat.

Mevrouw Van den Hul (PvdA):

Voorzitter. Het genoemde meldpunt leidt tot zeer veel onrust onder leraren. Ik heb een mailbox vol met berichten van leraren die zich hier zeer, zeer zorgen over maken. Ik steun dus het verzoek van de heer Van Meenen voor een debat. We moeten leraren steunen en niet verdacht maken.

De heer Rog (CDA):

Mevrouw de voorzitter. Ik sluit me geheel aan bij de ChristenUnie. Het is een hele vreemde figuur dat we nu de minister gaan vragen om het parlement of acties van parlementsleden te gaan controleren. Dat moeten we niet doen. Ik vind dit overbodige aandacht voor een meldpunt. Volgens mij wil de heer Van Meenen zelf dat helemaal niet. En wij streven dat ook helemaal niet na. Geen steun.

De voorzitter:

Dat was duidelijk.

De heer Rudmer Heerema (VVD):

Voorzitter. Ik sluit me aan bij de woorden van de ChristenUnie.

De heer Bisschop (SGP):

Voorzitter. Zo zie je maar weer hoe snel een precedentwerking kan gaan. Enige tijd geleden was er enige ophef rondom de Nashvilleverklaring. Daarvoor moest eigenlijk fractievoorzitter Kees van der Staaij ter verantwoording geroepen worden. Daarvoor werd deze binnenbocht gebruikt. Nu wordt door D66 deze binnenbocht gebruikt. Wij waren toen tegen en wij zijn nu dus ook tegen een debat over dit onderwerp. Maar misschien kan ook dat debat over de Nashvilleverklaring op dezelfde gronden gecanceld worden.

De heer Baudet (FvD):

Ik denk dat dit een heel belangrijk onderwerp is om over te praten: de linkse indoctrinatie op scholen en universiteiten in Nederland, de vooringenomenheid die aan leerlingen wordt gepresenteerd.

De voorzitter:

Dus u steunt ...

De heer Baudet (FvD):

Maar ik heb een uitweg die de andere fracties misschien kan overreden om het debat toch te steunen. Misschien kunnen we ze dus nog een keer horen als we het iets breder trekken. We hebben inderdaad een uitnodiging aan leerlingen gedaan, niet om met naam en toenaam mensen bekend te maken, maar wel om te inventariseren hoe ernstig de situatie nou eigenlijk is.

De voorzitter:

Dus u steunt het verzoek.

De heer Baudet (FvD):

Nee, wacht even.

De voorzitter:

Nee, niet "wacht even".

De heer Baudet (FvD):

Dat is wel degelijk iets wat ook de minister aangaat. Want als het inderdaad zo is dat we in deze Kamer op basis van feiten en op basis van de informatie die wij toegestuurd krijgen, moeten concluderen dat er in schoolboeken dingen staan die niet politiek neutraal zijn ...

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Baudet. Ik ga ook door u heen praten.

De heer Baudet (FvD):

... dan moet de minister daar ook op reageren. Ik dacht dus dat ook de andere woordvoerders misschien nog eventjes ...

De voorzitter:

Nee, die zijn al geweest.

De heer Baudet (FvD):

Ja, maar misschien naar aanleiding van deze toevoeging.

De voorzitter:

Nee, nee.

De heer Baudet (FvD):

Als de heer Van Meenen hiermee akkoord kan gaan ...

De voorzitter:

Nee, dat gaat niet gebeuren.

De heer Van Meenen (D66):

Ik wel.

De voorzitter:

Hij steunt u. Ik ga daarover.

De heer Van Meenen (D66):

Ik ...

De voorzitter:

Nee, nee, nee, nee. U heeft uw verzoek gedaan. Ik ben nu aan het inventariseren of er steun is. De heer Baudet steunt uw verzoek. Hij doet een toevoeging, een nieuw verzoek, en dat ga ik niet toelaten. Ik ga naar de heer Kuzu.

De heer Kuzu (DENK):

Voorzitter. Het moge duidelijk zijn dat wij als DENK achter de leraren staan die zich onveilig voelen. Ik zou het debat wel willen steunen en ik zou graag de rechtse indoctrinatie willen meenemen van leraren die bijvoorbeeld Forum voor Democratie of de PVV steunen. Die nemen we ook mee.

Mevrouw Westerveld (GroenLinks):

Voorzitter. Wij hebben gisteren vier uur lang een debat gehad over sociale veiligheid in het onderwijs. Daar waren bijna alle onderwijswoordvoerders bij, behalve de heer Baudet. Ik zou heel graag willen dat Forum vaker bij het debat is, maar ik steun deze oproep niet, omdat we dit net hebben besproken in de Kamer.

De voorzitter:

Goed. Er wordt trouwens elke keer gezegd: die was er niet bij. Maar dat is bij alle debatten zo: de ene keer is een Kamerlid aanwezig en de andere keer niet. Dit is nu een paar keer gezegd. Ik verzoek jullie dus om er niet elke keer op terug te komen wie er wel was en wie niet.

De heer Van Meenen (D66):

Nee, voorzitter, maar ik vind ...

De voorzitter:

Die discussie hebben we uitgebreid gehad. Voordat u verder iets zegt, meneer Van Meenen: u heeft geen meerderheid.

De heer Van Meenen (D66):

Nee, zeker. Dat heb ik gezien. Maar ik heb wel gezien dat de heer Baudet bereid is tot een debat. Daar nodig ik hem graag toe uit. We gaan afspreken waar we dat gaan doen en dan nodig ik iedereen uit om daarbij aanwezig te zijn.

De voorzitter:

Dat lijkt me prima. Ik zou zeggen: neem een kopje koffie en spreek het verder met elkaar uit.

De heer Van Meenen (D66):

Gaan we doen.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Van Meenen. De heer Baudet en de heer Van Meenen schudden elkaar nu de hand, zie ik. Dat is mooi om te zien. Zo hoort het ook.

De heer Omtzigt namens het CDA.

De heer Omtzigt (CDA):

Voorzitter. Follow the Money is nog eens gedoken in het model voor de subsidie op elektrische auto's. Daaruit blijkt dat eigenlijk maar één of twee personen dit model kennen en dat de rijksoverheid het niet heeft, en ook dat de regering heeft gezegd dat er een validatie heeft plaatsgevonden door TNO, maar dat TNO nu glashard ontkent dat dit het geval is. Ik vind dat zeer ernstig. Het gaat om 15 miljard subsidie die uitgegeven gaat worden op basis van een model dat niemand kent. Daarom wil ik twee dingen. Ik wil graag voor morgen 12.00 uur een brief waarin staat of het ministerie van Financiën, TNO en het planbureau dit model geschikt vinden voor het doel waarvoor het gebruikt wordt. Ten tweede zou ik graag een interpellatiedebat willen houden. Die aanvraag doe ik namens mevrouw Lodders van de VVD en de heer Bruins van de ChristenUnie.

De voorzitter:

Dus u vraagt om een interpellatiedebat.

De heer Omtzigt (CDA):

En een brief, voor morgen. Dat interpellatiedebat kan over twee weken; dat hoeft iets minder snel.

De voorzitter:

Dat is ook aan de meerderheid.

De heer Laçin (SP):

Ik vind dit ook een zeer ernstige zaak, voorzitter. Ik zou graag in de brief waar de heer Omtzigt om vraagt, ook willen terugzien of de staatssecretaris stappen heeft ondernomen om dit model wel openbaar te krijgen en of er ook andere modellen beschikbaar zijn, zodat we in ieder geval een model kunnen gebruiken dat we kunnen valideren. Dat is niet gebeurd. Ik vind het ontzettend slecht dat we één persoon de macht geven om zowel ons te bedienen als Tesla. Dat is geen goede zaak. Dus alle steun voor dit debat.

De voorzitter:

Het is een interpellatiedebat, hè, en over twee weken. Het zijn eigenlijk twee verzoeken. Steun voor beide dus.

De heer Van der Lee (GroenLinks):

Voorzitter. Steun voor de vraag om een brief en om snelle opheldering. Op zich wil ik een debat wel steunen, maar ik zou toch een regulier meerderheidsdebat willen. Hier valt namelijk heel veel over te zeggen. Ook het geld wordt nog niet allemaal uitgegeven. Daar moeten ook nog politieke besluiten over worden genomen. Maar over de modeldiscussie graag een debat.

De heer Bisschop (SGP):

Voorzitter. Inderdaad, de hele gang van zaken roept buitengewoon veel vragen op. Er is alle reden om gezien het bedrag, de procedure en de urgentie steun te verlenen aan dit debat, ook binnen twee weken.

De voorzitter:

Een debat? Een interpellatiedebat?

De heer Bisschop (SGP):

Een interpellatie, ja. Maar dat is ook een debat, hè.

De voorzitter:

Ja, maar goed, het maakt wel wat uit. Het is niet hetzelfde.

De heer Baudet (FvD):

Steun, en ook lof, voor het aanvragen van een interpellatiedebat, want ten onrechte is deze wonderschone debatvorm wat in onbruik geraakt de laatste tijd.

De voorzitter:

Dat klopt!

De heer Baudet (FvD):

Die kunnen we dus wat gaan revitaliseren.

De voorzitter:

De laatste keer was in 2013. En we hebben vorige week voor het eerst sindsdien weer een interpellatiedebat gehad, op verzoek van de heer Voordewind. Klopt.

De heer Gijs van Dijk (PvdA):

Voorzitter, ook steun voor beide verzoeken.

Mevrouw Van Brenk (50PLUS):

Steun voor beide verzoeken.

De heer Edgar Mulder (PVV):

Tweemaal steun.

De heer Kuzu (DENK):

Steun plus steun, maar liever een regulier meerderheidsdebat.

De voorzitter:

Er is gewoon steun voor uw verzoek, meneer Omtzigt, ook voor het verzoek om dat interpellatiedebat over twee weken te houden.

De heer Omtzigt (CDA):

Dank u wel. Dan zie ik die brief ...

De voorzitter:

Ik stel voor het stenogram van dit deel van de vergadering door te geleiden naar het kabinet. Dank u wel.

De heer Omtzigt (CDA):

Nog twee dingen. Die brief ontvang ik dus graag voor morgen 12.00 uur, over die zeer specifieke vraag.

De voorzitter:

Ja, dat heeft u daarnet gezegd.

De heer Omtzigt (CDA):

Ik sta niet aangemeld voor een tweede punt, voorzitter, maar we hebben over een kwartier een debat. Vóór dat debat zou er een brief binnen zijn, en die brief is niet binnen. Die brief gaat over de keurpunten voor levend vee en het feit dat we geen agrarische export zouden kunnen doen bij een harde brexit, wat buitengewoon link is voor de bv Nederland. Daarom wil ik die brief hier hebben voordat we starten met het brexitdebat.

De voorzitter:

Dat is om 14.00 uur. Ik stel voor het stenogram van dit deel van de vergadering door te geleiden naar het kabinet.

Dan geef ik de heer Van der Lee namens GroenLinks het woord.

De heer Van der Lee (GroenLinks):

Dank u wel, voorzitter. Ik wil graag een brief vragen met het oog op het VAO Mijnbouw dat volgende week op de agenda komt en verband houdt met wat er in Groningen speelt rond aardbevingen. Aan de ene kant wil ik graag een reactie van de minister op het verschenen rapport van de Rijksuniversiteit Groningen over de impact van de bevingen op kinderen en of hier additioneel beleid voor nodig is. Als tweede punt wil ik graag een reactie van de minister op het volgende. Volgens het Dagblad van het Noorden wil het Centrum Veilig Wonen geen openheid geven over de kosten die gemoeid zijn met het beoordelen van de huizen. Dat kan een impact hebben op het capaciteitsprobleem dat nu bestaat rond het beoordelen van die huizen. Ik vind dat de minister dat inzicht moet bieden. Graag die brief volgende week.

De voorzitter:

Ik stel voor het stenogram van dit deel van de vergadering door te geleiden naar het kabinet. Dank u wel.

De heer Van Gerven namens de SP.

De heer Van Gerven (SP):

Voorzitter. Vandaag is een rapport verschenen van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd dat ging over een galwegkankerpatiëntenstudie waarbij veertien proefpersonen zijn overleden. Dat is een buitengewoon tragische gebeurtenis. Er zaten ook andere elementen in, zoals het feit dat het Universitair Medisch Centrum Amsterdam de zaak onder de pet heeft proberen te houden. Dat is buitengewoon kwalijk, want daarbij werd de wet overtreden. Er spelen ook nog andere zaken, dus ik wil daar graag een debat over met de minister van Medische Zaken en Sport om te kijken welke lessen we hieruit moeten en kunnen trekken.

Mevrouw Agema (PVV):

Steun. We willen ook graag binnen een week een brief met de reactie van de minister.

De heer Bisschop (SGP):

Ik sluit me aan bij mevrouw Agema.

De heer Arno Rutte (VVD):

De heer Van Gerven heeft gelijk: het is een heftige zaak. Ik zou er eerst een uitgebreide brief over willen hebben en die eerst bekijken. Daarna beraad ik mij verder.

De voorzitter:

Dus voorlopig geen steun.

De heer Raemakers (D66):

Heel ernstig. Graag snel een brief van de minister, maar nu nog geen steun.

Mevrouw Van den Berg (CDA):

Voorzitter, daar wil ik me graag bij aansluiten.

Mevrouw Ploumen (PvdA):

Ja, voorzitter, steun voor de brief en een debat. Ik zou de heer Van Gerven wel willen vragen om het wat breder te trekken dan alleen maar deze verdrietige casus. Dat lijkt mij belangrijk, want we willen het ook voorkomen. Dus als dat zou kunnen ... Ook met het oog op het perspectief van de brief.

De heer Kuzu (DENK):

Steun, voorzitter.

De heer Renkema (GroenLinks):

Steun, en ik sluit me aan bij mevrouw Ploumen van de PvdA.

De heer Drost (ChristenUnie):

Wij sluiten ons daar ook bij aan. Dank u wel.

De heer Van Gerven (SP):

Ja, voorzitter, geen meerderheid maar wel steun van ten minste 30 leden. Ik zou dat willen noteren, inclusief de uitspraak van mevrouw Ploumen van de Partij van de Arbeid om het debat breder te trekken en de reflectie van de minister daarop te vragen.

De voorzitter:

Ik stel voor het stenogram van dit deel van de vergadering door te geleiden naar het kabinet. We voegen dit debat toe aan de lijst van dertigledendebatten.

De heer Schonis namens D66.

De heer Schonis (D66):

Dank u, voorzitter. Per jaar maken 30.000 fietsers gebruik van de Afsluitdijk, oftewel 100 per dag. Vanaf 1 april — wij dachten eerst dat dat een ongelukkig gekozen datum was voor een andere reden, maar het blijkt toch geen grap te zijn — gaat de Afsluitdijk voor maar liefst drie jaar dicht, en zullen 30.000 fietsers per jaar dus om moeten fietsen of op een andere manier hun ritje langs de Waddenzee moeten doen. Daarover willen wij graag een debat met de minister.

(Hilariteit)

De voorzitter:

Ze moeten omfietsen, begrijp ik. Deze opmerking maakt wat los.

De heer Remco Dijkstra (VVD):

Volgens mij moet je dat aan de staatssecretaris vragen, maar ik weet ook dat uw collega's vragen hebben gesteld. Ik denk dat het belangrijk is dat daar eerst antwoorden op komen. Dus een brief zal ik steunen, maar een debat op dit moment nog niet.

De heer Laçin (SP):

Omfietsen wordt wel een probleem, denk ik. Het is belangrijk om het hierover te hebben en ik zou de brief willen steunen. Ik denk dat het beter en sneller te betrekken is bij een AO Duurzaam vervoer of bij Verkeersveiligheid.

De heer Von Martels (CDA):

Het is een goed punt dat de heer Schonis aansnijdt, maar de timing is hoogst ongelukkig. Het CDA heeft hier twee weken geleden vragen over gesteld. Laten we eerst even de antwoorden op die schriftelijke vragen afwachten. Dan kan er altijd eventueel nog een debat volgen.

De voorzitter:

Dus voorlopig geen steun.

De heer Bisschop (SGP):

Hoe je het ook wendt of keert, je kunt je toch niet aan de indruk onttrekken dat dit een buitengewoon knap doorgezette 1 aprilgrap is. Steun voor de brief. Misschien kan de staatssecretaris uitleggen hoe ze op het idee gekomen is om die grap op deze manier in te richten. Sluiting voor drie jaar is in ieder geval om te lachen inderdaad, ja. Dus geen steun voor het debat, maar wel voor de brief.

De voorzitter:

Dat heb ik begrepen.

De heer Gijs van Dijk (PvdA):

Nee, begrip. Ik woon zelf in die regio. Dus graag een vraag, maar geen debat. We kunnen dat ... Wat is er? Ik ga niet omfietsen, nee, ik ga niet omfietsen. Al is het alleen al voor mijzelf, wil ik wel graag antwoorden van de staatssecretaris krijgen en die dan zo snel mogelijk betrekken bij een AO.

De voorzitter:

Ja, waterfietsen wordt hier voorgesteld. Even kijken. Mevrouw Van Brenk of was het de heer Van der Lee? Ik word een beetje afgeleid. Mevrouw Van Brenk namens 50PLUS.

Mevrouw Van Brenk (50PLUS):

Steun voor de brief, maar nog niet voor het debat.

De heer Van der Lee (GroenLinks):

Als fervent fietser en iemand die als woordvoerder regelmatig Groningen bezoekt steun ik dit debat.

De heer Drost (ChristenUnie):

Geen steun voor een debat, wel voor een brief.

De voorzitter:

Ik ben benieuwd wat u hiervan vindt, meneer Drost, want u bent pas dinsdag beëdigd. Zo gaat het dus.

De heer Drost (ChristenUnie):

Ik geniet nog steeds.

De voorzitter:

Gelukkig. Dank u wel. Meneer Schonis, u heeft geen meerderheid. Dat heeft u kunnen zien.

De heer Schonis (D66):

Ik merk wat tegenwind, ja.

De voorzitter:

Ja, dat is ook zo. Ik stel voor het stenogram van dit deel van de vergadering door te geleiden naar het kabinet. Dank u wel.

Dan ga ik nu naar de heer Geurts namens het CDA.

De heer Geurts (CDA):

Voorzitter. We blijven in de wondere wereld van ons water. We hebben vanmorgen een technische briefing gehad, die deels vertrouwelijk was. We zijn daarbij door de Rekenkamer geïnformeerd over cybersecurity in relatie tot onze vitale waterwerken. Ik constateer dat het zorgelijk is dat hackers onze vitale waterwerken weten binnen te dringen en ICT-koppelingen hebben kunnen maken. Daarom het verzoek om een debat met de minister van Infrastructuur en Waterstaat. Hoe we het openbare deel doen en hoe het vertrouwelijke deel zou ik graag met de griffie willen bespreken.

Mevrouw Van Brenk (50PLUS):

Ik steun dit verzoek, maar zou ook graag een brief willen hebben van de minister waarin zij wat ons betreft ook in zou moeten gaan op het punt dat wij bij de begroting gemaakt hebben over achterstallig onderhoud en de budgetten daarvoor.

De heer Laçin (SP):

Een belangrijk onderwerp. Ik zou ook willen weten wat de minister in de brief die mevrouw Van Brenk heeft gevraagd kan zeggen over in hoeverre we al gevaar lopen. Ik zou dit onderwerp willen betrekken bij het AO Onderhoud wegen en bruggen en hier geen apart debat over willen voeren, want daar kan het goed bij aansluiten.

De heer Van der Lee (GroenLinks):

Ik ben het eens met de heer Laçin, ook omdat er misschien een vertrouwelijk aspect aan vastzit. Het kan beter aan een AO vastgeplakt worden dan dat het plenair wordt behandeld.

De heer Schonis (D66):

Steun voor de brief die mevrouw Van Brenk net heeft gevraagd. Ik denk dat die inderdaad belangrijk is. Ik denk dat het onderwerp ook zo belangrijk is dat een apart debat hierover wel gerechtvaardigd is. Ik was er vanochtend bij en ben ook geschrokken. Ik steun het debat dus wel.

De heer Bisschop (SGP):

Steun voor het debat, voor de brief alsmede voor de verbreding waar mevrouw Van Brenk om heeft gevraagd.

De heer Gijs van Dijk (PvdA):

Vanmorgen was ik ook bij de briefing. Ik ben ook wel echt geschrokken van de conclusie. Die leent zich echt voor een apart debat en moet je niet wegstoppen in een AO.

De heer Kuzu (DENK):

Ik sluit me aan bij de heer Laçin.

De heer Drost (ChristenUnie):

Dit gaat over onze veiligheid. Wij steunen deze debataanvraag.

De heer Geurts (CDA):

Ik wil de heer Laçin en andere collega's die vanmorgen niet bij de technische briefing waren, toch maar even meegeven wat zij ook van andere collega's horen: het is echt behoorlijk schokkend. Ik wilde dat woord niet gebruiken, maar misschien kan ik de heer Laçin overhalen om toch een plenair debat te steunen. Ik denk namelijk dat het de SP-fractie later zal berouwen als dat niet is geweest.

De voorzitter:

Meneer Laçin, ik denk niet dat dit doorslaggevend is, maar u mag zeggen wat u ervan vindt.

De heer Laçin (SP):

Dan vergist u zich, voorzitter.

De voorzitter:

Nou, vertel!

De heer Laçin (SP):

De SP is vaak doorslaggevend, kan ik u melden. Nee, kijk, ik zie andere collega's ook de ernst van deze zaak bevestigen. Een AO is wat mij betreft een volwaardig debat. Laat ik dat gezegd hebben. Maar ik steun het verzoek alsnog, ook omdat ik de collega's die daar bij de paal, bij de kalender, staan dan een gunst bewijs.

De voorzitter:

Dank u wel. Desalniettemin heeft u geen meerderheid, meneer Geurts.

De heer Geurts (CDA):

Ik denk dat ik weer een keer over hetzelfde onderwerp bij u terugkom.

De voorzitter:

Dank u wel. Ik stel voor het stenogram van dit deel van de vergadering door te geleiden naar het kabinet.

Het woord is aan mevrouw Van den Hul, namens de PvdA.

Mevrouw Van den Hul (PvdA):

Voorzitter. Vandaag bleek uit onderzoek van Rutgers en Soa Aids Nederland dat maar liefst een kwart van alle meisjes in het voortgezet speciaal onderwijs wordt gedwongen tot seksuele handelingen. Het gaat hier om kwetsbare meisjes, die zeker moeten zijn van een veilige school. Het is drie keer zo veel als in het regulier onderwijs. Dit vraagt om een debat met de minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs.

De heer Bruins (ChristenUnie):

Ik vind dit een heel ernstig onderwerp en ik vind het goed dat wij hierover gaan praten, maar niet met de minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs. Dit krantenartikel gaat namelijk niet over het speciaal onderwijs; het gaat niet over wat er in het speciaal onderwijs gebeurt. De onderzoekers hebben alleen maar twee categorieën van jeugd geïdentificeerd ...

De voorzitter:

U steunt het verzoek niet.

De heer Bruins (ChristenUnie):

... namelijk kinderen die in het regulier onderwijs zitten en kinderen die in het speciaal onderwijs zitten. Dat zijn alleen maar de twee categorieën in de enquête. Als dus hierover gediscussieerd wordt, zou dat eerder moeten gebeuren met de minister die gaat over jeugdzorg, of met de minister die gaat over veiligheid, of met de minister die gaat over rechtsbescherming. Omdat wordt gevraagd om een debat met de minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs, die met dit onderwerp niets te maken heeft, steun ik de aanvraag voor een debat niet.

De voorzitter:

Oké.

De heer Kuzu (DENK):

Dit is een dermate ernstige situatie dat een volwaardig debat op zijn plaats is, met inderdaad de minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs. Gezien de opmerkingen van de heer Bruins verzoek ik om ook de minister voor Rechtsbescherming te laten aansluiten.

De heer Rudmer Heerema (VVD):

Volgens mij zijn er wat onduidelijkheden over de groep en het zo nadrukkelijk noemen van het onderwijs. Het lijkt mij heel verstandig dat de minister een brief stuurt waarin op deze punten verheldering gegeven wordt. Daarna wellicht een debat, maar eerst een brief. Die brief moet niet komen van de minister van Basis- en Voortgezet Onderwijs, maar van de minister voor jeugdzorg. Dat lijkt mij veel verstandiger om te doen.

De voorzitter:

Dus geen steun.

De heer Kwint (SP):

Je maag draait om als je het verhaal leest. Van harte steun. Ook van harte steun voor de suggestie om ook de minister voor jeugd hierbij te betrekken, maar natuurlijk zijn er, als het gaat om zo'n grote groep binnen het onderwijs, ook implicaties voor het onderwijs.

Mevrouw Westerveld (GroenLinks):

Ik denk dat mevrouw Van den Hul het onderzoek prima heeft gelezen en ook weet waarom deze categorieën zijn onderscheiden. Het onderwijs speelt hierin wel degelijk een rol, want wij weten dat bij deze groep in het onderwijs seksueel misbruik vaak niet wordt herkend.

De voorzitter:

Dus u steunt het verzoek?

Mevrouw Westerveld (GroenLinks):

Dus steun voor het debat. Wij zien graag dat ook de minister van VWS en de minister voor Rechtsbescherming aansluiten, omdat dit een onderwerp is dat die drie ministeries overstijgt.

De heer Beertema (PVV):

Ik sluit mij geheel aan bij de suggesties van GroenLinks.

De heer Bisschop (SGP):

Dat lijkt mij een goede lijn. Eerst een brief en dan bepalen wij of wij een debat voeren. Wat ons betreft is het duidelijk dat er een debat moet komen, met de meerdere genoemde bewindspersonen.

De voorzitter:

Dus u steunt het verzoek.

Mevrouw Van Brenk (50PLUS):

Wij steunen het verzoek.

De heer Raemakers (D66):

Dit is een buitengewoon ernstige zaak, maar laten wij eerst alle feiten helder krijgen. Graag een brief, waarbij ook de minister van VWS betrokken is. Daarna kunnen wij bekijken hoe wij deze zaak het beste verder kunnen oppakken. Vooralsnog dus geen steun voor een debat.

De heer Rog (CDA):

Ik sluit me daarbij aan. Dus een kabinetsreactie van de betrokken ministers en daarna bezien of en met wie wij daarover een debat voeren.

Mevrouw Van den Hul (PvdA):

De feiten in het uitvoerige onderzoek spreken — ik moet zeggen: helaas — voor zich. Ik zie dat er geen meerderheid voor een debat is, maar ik wil het wel laten toevoegen aan de lijst met dertigledendebatten. En inderdaad graag een brief met een kabinetsreactie.

De voorzitter:

Ik stel voor het stenogram van dit deel van de vergadering door te geleiden naar het kabinet. En mevrouw Van den Hul wil dit debat toevoegen aan de lijst met dertigledendebatten. Dat had ik even gemist. Oké, dan doen we dat.

Ik zie de heer Geurts bij de interruptiemicrofoon staan. Meneer Geurts, u bent net geweest.

De heer Geurts (CDA):

Dat klopt. Ik heb zo-even het verzoek gedaan om een plenair debat te mogen voeren over cybersecurity in relatie tot vitale waterwerken. Ik begreep van de VVD-fractie — ze waren nog aan het intekenen op de presentielijst — dat ze wel zo'n beetje ja heeft geknikt, maar dat is niet voldoende voor het verkrijgen van steun voor een debat. Dus als u de heer Remco Dijkstra nog een keer de kans wil geven, dan hebben wij een meerderheid voor een debat.

De voorzitter:

Heeft iemand daar problemen mee? Ik constateer dat dit niet het geval is.

De heer Remco Dijkstra (VVD):

Ik steun het debat en de brief.

De voorzitter:

Oké. Wilt u de volgende keer goed opletten, meneer Dijkstra? Dank u wel.

Mevrouw Van Brenk (50PLUS):

Voorzitter. Wij zouden graag een brief en een debat willen hebben over een artikel uit Binnenlands Bestuur waarin staat dat het breed moratorium schulden een dode letter is. Het breed moratorium is twee jaar geleden ingevoerd, maar tot nu toe zijn alle verzoeken afgewezen.

De voorzitter:

Heel even, mevrouw Van Brenk. Het is erg onrustig in de zaal. Ik zie ineens meneer Verhoeven en ik weet niet of het daarmee verband houdt. Mevrouw Van Brenk, u mag verder.

Mevrouw Van Brenk (50PLUS):

Twee jaar geleden is een breed moratorium ingevoerd, maar tot nu toe zijn alle verzoeken afgewezen. Wat helemaal verschrikkelijk is, is dat ze ook afgewezen zijn omdat de beslagvrije voet te laag was vastgesteld om de vaste lasten te betalen. En daarvoor hebben we het net gedaan. Ik zou dus graag een brief van de staatssecretaris ontvangen, waarin ze aangeeft hoe het nu zit, en dan op korte termijn een debat hierover.

De heer Raemakers (D66):

Voorzitter. Bij het algemeen overleg in februari hebben we heel uitgebreid over het breed moratorium gedebatteerd, alsook over een nieuw plan dat wij toen hebben gelanceerd. De staatssecretaris heeft toen al een brief toegezegd in de richting van de Kamer over het breed moratorium, dus die brief komt er al. Heel goed dat die er komt, en die moet er ook snel komen. Geen steun voor het debat.

De heer Peters (CDA):

De brief komt en we hebben, samen met D66, inderdaad al een motie op dit onderwerp aangenomen gekregen, dus verder ook geen steun.

De heer De Lange (VVD):

Geen steun voor dit debat.

De heer Gijs van Dijk (PvdA):

Voorzitter. Dit is een belangrijk onderwerp. We hebben tien minuten geleden ook schriftelijke vragen gesteld aan de staatssecretaris. Steun voor het debat. Wij krijgen een brief en wij krijgen antwoord op de vragen. Dan kunnen we daar mooi over praten.

De heer Kwint (SP):

Goed idee. Steun.

De heer Bisschop (SGP):

Voorzitter, steun voor de brief. Daarin kan dan misschien ook dit punt meegenomen worden. Vooralsnog geen steun voor een debat.

De heer Kuzu (DENK):

Steun.

De heer Bruins (ChristenUnie):

Geen steun.

De heer Renkema (GroenLinks):

Steun voor een debat, zo snel mogelijk na de aangekondigde brief.

De heer Edgar Mulder (PVV):

Steun.

De voorzitter:

Er is geen meerderheid.

Mevrouw Van Brenk (50PLUS):

Nee, maar dit is een zodanig belangrijk onderwerp dat het op de lijst van dertigledendebatten gezet moet worden. De brief ontvangen we graag zo snel mogelijk. Ik vind het heel erg spijtig, want hierdoor wordt een hele grote groep mensen in Nederland geraakt.

De voorzitter:

Dank u wel. Ik stel voor het stenogram van dit deel van de vergadering door te geleiden naar het kabinet. Ik voeg dit debat toe aan de lijst van dertigledendebatten.

Daarmee zijn we aan het einde gekomen van de regeling van werkzaamheden.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.