Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2018-2019nr. 106, item 25

25 Klimaat en energie

Aan de orde is het VAO Klimaat en energie (AO d.d. 04/09).

De voorzitter:

Aan de orde is het VAO Klimaat en energie. Een hartelijk woord van welkom aan de minister, die na het reces weer gewoon is teruggekeerd. We hebben acht deelnemers van de zijde van de Kamer, waarvan er zeven iets gaan zeggen. Wie gaat er niks zeggen, denk je dan. Dat houden we nog even geheim. De eerste spreker van de zijde van de Kamer is de heer Van der Lee van de fractie van GroenLinks. Hij heeft zoals iedereen twee minuten spreektijd. Het woord is aan hem.

De heer Van der Lee (GroenLinks):

Dank u wel, voorzitter. Ik ga twee moties indienen. De eerste gaat over de kwestie van het tekort aan netcapaciteit in delen van Nederland waardoor hernieuwbare energie niet ontsloten kan worden. Dat is een probleem. Daar hebben we net een nieuwe brief over gekregen. Mijn voorgenomen motie heb ik daarom veranderd. Die luidt als volgt.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

verzoekt de regering ervoor zorg te dragen dat wanneer de ACM een klacht over een negatieve transportindicatie gegrond verklaart, de betrokken SDE+-aanvraag alsnog in dezelfde SDE+-ronde in behandeling wordt genomen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Van der Lee. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 379 (32813).

De heer Van der Lee (GroenLinks):

Naast deze vrij acute kwestie staan we voor de enorme uitdaging om ons elektriciteitsnet te versterken de komende jaren. Minstens 12 miljard euro gaat daaraan besteed worden, zo niet meer. We hebben daarover gesproken en ik maak me toch wat zorgen, ook over de coördinatie en de parlementaire controle daarop. Daarom dien ik de volgende motie in.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat er op dit moment problemen zijn rondom de netcapaciteit van het elektriciteitsnet;

overwegende dat het op peil brengen en houden van de netcapaciteit een complex en langdurig project is waarmee grote investeringen gemoeid zijn;

overwegende dat het wenselijk is dat de Kamer hierbij nauw betrokken wordt;

spreekt uit de infrastructuurprojecten met betrekking tot het elektriciteitsnet aan te wijzen als groot project,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Van der Lee. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 380 (32813).

Er is nog een vraag van de heer Sienot. Eén vraag. Gaat uw gang.

De heer Sienot (D66):

Dat groot project werkte in het verleden heel goed daar waar het Rijk rechtstreeks aan de knoppen zat en ook direct het geld uitgaf. Dat is hier niet zo. We zijn indirect verantwoordelijk en we geven ook niet direct het geld uit; dat doen de lokale overheden. Waarom is dit nou de meest geschikte manier? Kunnen we niet veel beter zorgen dat de minister elk halfjaar over zijn activiteiten en de samenwerking een rapportage stuurt, zodat we daarover kunnen debatteren? Dan hebben we net zo goed controle in de Kamer.

De heer Van der Lee (GroenLinks):

Ik begrijp uw betoog. De essentie is dat het hier een overheidstaak betreft in een hele complexe transitie, waarin een enorme miljardeninvestering zal plaatsvinden. Er zijn echt nog wel vragen of de gekozen systematiek, het werken via Regionale Energiestrategieën, echt gaat werken en of er niet meer coördinatie bovenop moet. Het zijn allemaal publieke bedrijven, netbeheerders, die dit geld gaan investeren. Het gaat om een groot, belangrijk traject, cruciaal voor het halen van onze klimaatdoelen, voor het halen van het Klimaatakkoord en voor het voldoen aan de Klimaatwet. Ik wil geborgd hebben dat we als Kamer veel beter geïnformeerd worden. Dat is in mijn optiek meer dan een halfjaarlijkse brief waarmee we even op de hoogte worden gehouden. We moeten hier ook als Kamer de komende jaren veel actiever kennis over kunnen vergaren en ook controle op uitvoeren.

De voorzitter:

Dank u wel. De volgende spreker is de heer Sienot van de fractie van D66.

De heer Sienot (D66):

Meneer de voorzitter. Het Klimaatakkoord ligt er. Nu snel van papier naar praktijk. Grijze muren slopen die groene doorbraken in de weg staan. Ik heb daartoe twee moties en één vraag.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat er zich blijvende problemen voordoen met gebrekkige netcapaciteit in Nederland, met name in de noordelijke provincies;

overwegende dat Nederland de doelstelling van 16% hernieuwbare-energieopwekking dient te bereiken in 2023 en daarbij aansluiting van duurzame-energieprojecten op het elektriciteitsnet van cruciaal belang is;

verzoekt de regering om spoedig met oplossingen te komen voor de huidige problemen in het Noorden, door naast de optimalisatie van het huidige net via aangepaste wet- en regelgeving ook te kijken naar mogelijke versnelling in opslagtechnieken zoals accu's en groene waterstof;

verzoekt de regering tevens de Kamer daarover begin 2020 te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Sienot, Agnes Mulder, Dik-Faber en Harbers. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 381 (32813).

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat in het Klimaatakkoord is afgesproken dat 1,2 miljoen huishoudens in 2030 aangesloten zullen worden op een warmtenet;

constaterende dat het kabinet heeft gekozen om de gasprijs omhoog te brengen;

constaterende dat door de huidige koppeling tussen gasprijs en warmteprijs met de stijging van de gasprijs ook de prijs van warmtenetten in veel gevallen stijgt;

overwegende dat de regering op verzoek van de motie-Sienot c.s. een onderzoek uitvoert naar geschikte alternatieven voor de warmtetarieven;

verzoekt de regering om de warmteprijs te bevriezen tot de resultaten van dit onderzoek bekend zijn,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Sienot en Agnes Mulder. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 382 (32813).

De heer Sienot (D66):

Meneer de voorzitter. D66 vindt het heel belangrijk dat iedereen mee kan doen en dat iedereen kansen kan omzetten in actie als het gaat om groener leven. De site iedereendoetwat.nl is sinds gisteren online. Daar werd ik heel blij van, want dat is een goeie stap vooruit. Zou de minister de Kamer elk halfjaar willen informeren over de resultaten en of gemeentes met hun wijkplannen zijn aangehaakt bij deze website? Overigens hoeft dat niet elk halfjaar, maar óver een halfjaar.

De voorzitter:

Heel goed. Dank u wel.

De heer Sienot (D66):

Ten slotte sluit ik graag aan bij de groenewaterstofmotie van mevrouw Agnes Mulder ...

De voorzitter:

Prima. Perfect.

De heer Sienot (D66):

... en de motie van mevrouw Dik-Faber.

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel. Dan mevrouw Beckerman van de fractie van de SP.

Mevrouw Beckerman (SP):

Dank u wel, voorzitter. Klimaatbeleid moet rechtvaardig zijn en betaalbaar voor huishoudens. We moeten huishoudens zekerheid geven, maar het gebrek aan zekerheid voor huishoudens is een terugkerend probleem. Mensen weten niet waar ze aan toe zijn. Subsidies worden geschrapt, weer opengesteld, geschrapt, gewijzigd. En als ze alles voor elkaar hebben, dan is er geen plek op het net. Dat zorgt voor onnodige vertraging en laat het draagvlak alleen maar afkalven.

Vandaar de volgende moties. De eerste gaat over isolatiesubsidie met terugwerkende kracht.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de subsidieregeling voor energiebesparende maatregelen SEEH na twee jaar geleden te zijn stopgezet, onlangs weer in ere is hersteld;

overwegende dat dit zwalkend beleid huishoudens die de afgelopen twee jaar toch tot isolatiemaatregelen zijn overgegaan, ernstig heeft benadeeld;

verzoekt de regering de regeling met terugwerkende kracht toe te passen op alle huishoudens die de afgelopen twee jaar aan de criteria voor de SEEH hebben voldaan,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Beckerman en Moorlag. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 383 (32813).

Mevrouw Beckerman (SP):

Voorzitter. Mijn volgende motie gaat over compensatie in het kader van windpark N33.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat zowel omwonenden als lokaal bestuur duidelijk hebben laten weten zeer ontevreden te zijn met de wijze waarop met bezwaren is omgegaan bij de ontwikkeling van windpark N33;

constaterende dat de wijze waarop het gebiedsfonds wordt vormgegeven niet op steun van betrokkenen kan rekenen;

van mening dat een succesvolle energietransitie valt of staat bij voldoende draagvlak;

verzoekt de regering een goede compensatieregeling aan te bieden aan omwonenden van het windpark,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Beckerman en Moorlag. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 384 (32813).

Mevrouw Beckerman (SP):

De laatste halve minuut mag u houden, voorzitter.

De voorzitter:

Ah, heerlijk! Dan de heer Van Raan van de fractie van de Partij voor de Dieren.

De heer Van Raan (PvdD):

Voorzitter, dank u wel. Ik heb een aantal vragen en een motie.

De minister en ik hebben regelmatig discussies over de definitie van "duurzame biomassa". Daar komen wij niet goed uit, dus vandaar dat we maar eens even de diepte in moeten duiken. De minister stelde in het AO letterlijk dat "Nederland zich voor biomassa houdt aan de heersende doctrine die bestaat op Europees beleidsniveau en in de wetenschap". Dat is goed nieuws en roept de volgende vragen op. Naar welke heersende doctrines in de wetenschap verwijst de minister? Waar staat die doctrine of staan die doctrines? In welke wetenschappelijke rapporten kunnen wij die doctrine lezen of de afleiding maken die op Europees niveau gemaakt is? Kortom, naar welke rapporten verwijst de minister? Het moet voor hem toch een koud kunstje zijn om die op een rijtje te zetten en met naam en toenaam ons toe te sturen.

De tweede vraag gaat over het elektriciteitsnet. De minister stelde dat wij daar een punt hadden en dat hij daarop terugkomt in een brief. Dank daarvoor. Is de minister bereid om in diezelfde brief mee te nemen hoe buurlanden die een hoger percentage duurzame energie hebben dan wij zijn omgesprongen met de problematiek van die perverse prikkel? Misschien kunnen we wat leren van de best practices.

Voorzitter. Dan een motie, als het mag.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de motie-Dik-Faber verzoekt nieuwe zonneparken te toetsen aan de zonneladder;

constaterende dat natuurgebieden zich op de bovenste sport van de zonneladder bevinden;

constaterende dat de minister stelt dat vrijwel alle provincies natuurgebieden uitsluiten;

van mening dat het in geen enkele provincie wenselijk is om zonneparken in natuurgebieden aan te leggen;

verzoekt de regering nationaal natuurgebieden uit te sluiten als locatie voor nieuwe zonneparken,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Van Raan. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 385 (32813).

De heer Van Raan (PvdD):

Dan dank ik u, voorzitter. U mag ook van mij de laatste halve minuut houden.

De voorzitter:

Heerlijk. Ik wijs er wel op dat dit een VAO is. U heeft nogal brede vragen gesteld aan de minister. Maar wellicht. Mevrouw Mulder van het CDA.

Mevrouw Agnes Mulder (CDA):

Dank, voorzitter. In het commissiedebat heeft het CDA de wens uitgesproken om het net uit te breiden en ook beter te benutten. Dat heb ik ook al eerder gevraagd, namelijk in een motie in maart. Door deze motie zou de voetbalvereniging in Nieuw Buinen bijvoorbeeld ook toegang moeten kunnen krijgen tot het net. Mijn vraag aan de minister is: wanneer gaat dat gebeuren? Ik heb in maart al specifiek aandacht gevraagd voor de kleinere en coöperatieve duurzame-energieprojecten van groepen inwoners en bedrijven, bijvoorbeeld Nieuw Buinen. Ik zal die duidelijkheid nog een keer geven, in de vorm van de volgende motie.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat kleine en coöperatieve duurzame-energieprojecten bijdragen aan het draagvlak voor de energietransitie;

verzoekt de regering te onderzoeken hoe juridisch vormgegeven kan worden dat kleine en coöperatieve projecten wel kunnen doorgaan in gebieden waar een netcapaciteitstekort dreigt,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Agnes Mulder, Dik-Faber en Van der Lee. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 386 (32813).

Mevrouw Agnes Mulder (CDA):

Voorzitter. Daarnaast wil het CDA dat waterstof een eerlijke kans krijgt in de SDE++-regeling. De minister gaf in het commissiedebat eigenlijk aan dat waterstof nog niks te zoeken heeft in deze regeling. Zo ver is het CDA nog niet. Voor een eerlijke kans zijn randvoorwaarden nodig die meer toegesneden zijn op waterstofprojecten. Daarom de volgende motie.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat het Klimaatakkoord oproept tot een substantieel waterstofprogramma en dat partijen in het Noorden momenteel kansrijke projecten ontwikkelen;

overwegende dat door de gehanteerde randvoorwaarden de emissiefactor voor groene waterstof niet aansluit bij de in voorbereiding zijnde groenewaterstofprojecten;

verzoekt de regering in gesprek te gaan met de industrie en energiesector om te zorgen dat de waterstofambities in het Klimaatakkoord geïnstrumenteerd worden,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Agnes Mulder, Sienot, Dik-Faber, Harbers en Van der Lee.

Zij krijgt nr. 387 (32813).

Dank u wel. Dan de heer Moorlag van de fractie van de Partij van de Arbeid.

De heer Moorlag (PvdA):

Voorzitter. Het gebrek aan netcapaciteit, waardoor voetbalverenigingen, boeren en kleine bedrijven geen aansluiting kunnen krijgen op het net, is voor veel fracties een scherp steentje in de schoen. De PvdA vindt dat daar echt een doorbraak in moet komen, onder het motto "waar een wil is, is een omweg". Daarom de volgende motie.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat kleinschalige duurzame-energieprojecten van verenigingen, scholen, boeren en bedrijven vrijwel geen kans maken in gebieden waar grote ontwikkelaars een enorm beslag op de schaarse netcapaciteit leggen;

overwegende dat dit schadelijk is voor de kleinschalige regionale economie en voor het draagvlak voor de energietransitie, en tegengesteld aan de wens van de Kamer om zo veel mogelijk zonnepanelen op daken te plaatsen in plaats van op agrarische grond;

verzoekt de regering om op grond van het algemene publieke belang kleinschalige initiatieven voorrang te geven bij aansluiting op het elektriciteitsnet,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Moorlag en Beckerman. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 388 (32813).

De heer Moorlag (PvdA):

Voorzitter. De tweede motie ziet op de moeilijke sprong die de energie-intensieve industrie moet maken naar een waterstofgedragen bedrijfsvoering. Er is vanuit het kabinet veel geld beschikbaar voor lastenverlichting voor het bedrijfsleven. Dat wordt als hagelslag uitgestrooid over het bedrijfsleven; neem bijvoorbeeld de verlaging van de vennootschapsbelasting. De PvdA vindt dat dat specifieker moet worden ingezet.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de energie-intensieve industrie, die van grote waarde is voor de Nederlandse economie en werkgelegenheid, bereid en in staat is de omslag te maken van fossiele naar duurzame, waterstofgedragen productie, maar dat dit zeer hoge investeringen vergt;

verzoekt de regering voor de Kamer grondig in beeld te brengen hoe in plaats van generieke lastenverlichting voor het bedrijfsleven, selectieve aanwending van middelen voor innovatie bij energie-intensieve bedrijven beter bijdraagt aan verduurzaming, behoud van werkgelegenheid en versterking van de economische structuur, en de Kamer hierover te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Moorlag en Beckerman. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 389 (32813).

De heer Moorlag (PvdA):

Dank u wel, voorzitter.

De voorzitter:

Dank u wel. De laatste spreker van de zijde van de Kamer is mevrouw Dik-Faber van de fractie van de ChristenUnie.

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):

Dank u wel, voorzitter. Als je dak niet geschikt is om zonnepanelen neer te leggen, is het mooi dat je gebruik kunt maken van de zogenaamde postcoderegeling of de regeling verlaagd tarief, maar door afspraken uit het Klimaatakkoord dreigt de businesscase voor deze initiatieven onbedoeld slechter uit te pakken. Dat kan niet de bedoeling zijn. Daarom heb ik de volgende motie.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat in het Klimaatakkoord als ambitie staat opgenomen dat 50% van de lokale productie uit wind of zon in eigendom moet komen van de lokale omgeving;

overwegende dat er meer dan 480 energiecoöperaties zijn in Nederland en een deel van die coöperaties nu reeds (PV-)opwekinstallaties in eigendom heeft en daarmee invulling geeft aan de ambitie in het Klimaatakkoord;

overwegende dat de inkomsten van deze energiecoöperaties op dit moment grotendeels afhankelijk zijn van de Regeling Verlaagd Tarief;

overwegende dat door de afgesproken verlaging van de energiebelasting op elektriciteit deze coöperaties financieel in de gevarenzone komen;

overwegende dat gewerkt wordt aan een nieuwe, robuuste regeling per 2021;

spreekt uit dat energiecoöperaties met een eigen opwekinstallatie geen negatieve gevolgen mogen ondervinden van de afspraken in het Klimaatakkoord betreffende de verlaging van de energiebelasting op elektriciteit;

verzoekt de regering voor de begroting EZK duidelijkheid te geven over een nieuwe regeling per 2021, inclusief beschikbaar budget;

verzoekt de regering tevens er met een soepele overgang voor te zorgen dat in 2020 geen "stop en go"-moment ontstaat,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Dik-Faber, Agnes Mulder en Sienot. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 390 (32813).

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):

Dank u wel, voorzitter.

De voorzitter:

Dank u wel. Tot zover de termijn van de Kamer.

De heer Van der Lee heeft voor een kleine staatsrechtelijke crisis gezorgd, want hij heeft een motie ingediend waarin hij zegt: plaats dat onder de Regeling Grote Projecten. We zijn even in de paperassen gedoken. Eigenlijk moet de commissie voor Economische Zaken dit doen. We hebben dat erbij gepakt. We kunnen de motie gewoon laten doorgaan, maar het staat enigszins haaks op zoals het staat geformuleerd.

De heer Van der Lee (GroenLinks):

Ik heb zelf ook even gekeken, maar volgens mij wordt in de regelingen die we hebben, gesuggereerd dat we de commissie voor de Rijksuitgaven vragen om advies. Die commissie bestaat niet meer. Die is opgegaan in de commissie voor Financiën. Wat mij betreft kunnen we de commissie voor Financiën om advies vragen, maar het staat iedere commissie zelf vrij om een project van deze omvang voor te dragen als groot project. Volgens mij is er staatsrechtelijk dus niet veel aan de hand.

De voorzitter:

Zeker, maar dat had eigenlijk in de commissie moeten gebeuren. Maar het is prima om het hier nu plenair te doen. We laten de motie gewoon doorgaan en we horen van de minister wel wat hij ervan vindt. Dank u wel.

Ik schors voor zeven minuten.

De vergadering wordt van 17.20 uur tot 17.27 uur geschorst.

De voorzitter:

We gaan luisteren naar de minister. U heeft vorige week al een uitgebreid debat gehad. Ik hoop dus dat we kort en puntig door de moties en de resterende vragen heen kunnen. Het woord is aan de minister.

Minister Wiebes:

Voorzitter. Ik ga eerst door de moties heen. Twaalf zijn het er. Daarnaast zijn er vier vragen gesteld. Ik zal proberen daar heel kort antwoord op te geven.

De eerste motie, op stuk nr. 379, gaat over het alsnog in behandeling nemen van een SDE-aanvraag als de ACM die afkeurt. Dat is dit kalenderjaar nog niet mogelijk. Mag ik het met een bijsluiter doen, namelijk dat het vanaf 2020 wel te regelen is? Als ik de motie zo mag interpreteren, of als ik in elk geval zo kan afspreken met de indiener dat ik dit vanaf 2020 doe, wil ik de motie graag oordeel Kamer gegeven, want ik zie het nut ervan in.

De voorzitter:

De heer Van der Lee knikt. Bescheiden, doch hij knikt.

Minister Wiebes:

Mooi zo.

Dan is er een motie, op stuk nr. 380, die eigenlijk is gericht aan de Kamer zelf, waarin de heer Van der Lee een uitspraak doet. Daar wil ik toch iets over zeggen. Een groot project is een instrument van de Kamer om zicht te houden op de budgettaire voortgang van overheidsprojecten. Maar er is hier geen sprake van overheidsprojecten. De knelpunten zijn vooral ook niet-budgettair. Ik wil dus aanbieden dat ik in de brief in het eerste kwartaal, waarin we over netcapaciteit en -aanleg gaan praten, voldoende inzicht geef in het bouwschema en in de vooruitzichten van de capaciteit. Ook zal ik daarin een voorstel doen hoe ik de Kamer op de hoogte kan houden, ook waar het gaat om de regelgevingsagenda. Dat geeft volgens mij wel het vereiste inzicht, maar ik doe dit op het niveau dat past bij het instrument. Dat zou mijn aanbod zijn. Overigens heb ik mij denk ik niet formeel uit te spreken over deze motie.

De heer Van der Lee (GroenLinks):

Gelet op deze reactie, maar ook uw opmerking, hou ik de motie voor dit moment even aan. Ik wil wel nog een discussie voeren over de vraag in hoeverre het hier gaat over budget. Dat kan ook in een later stadium. Ook wil ik discussiëren over de implicaties voor de portemonnee van de burger. Al die investeringen worden namelijk rechtstreeks vertaald in hogere tarieven. Maar daar gaan we op een ander moment wel over discussiëren.

De voorzitter:

Op verzoek van de heer Van der Lee stel ik voor zijn motie (32813, nr. 380) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

Minister Wiebes:

Dan komen we bij de motie op stuk nr. 381, van de heer Sienot. Die wil ik oordeel Kamer geven. Het lijkt me goed om die breedte te doen.

Dan is er motie op stuk nr. 382 over het bevriezen van de warmteprijs. Ik wil de heer Sienot alvast tegemoetkomen door in elk geval te zeggen dat die gasreferentie niet toekomstbestendig is. Dat gaat veranderen. Op korte termijn biedt de wet mij geen mogelijkheid om hiervan af te wijken. Maar misschien kan ik met enige precisie ... Er zijn kleinere netten en die hebben de tarieven natuurlijk naar beneden moeten bijstellen, ook toen de gasprijs daalde. Een heleboel daarvan zijn eigenlijk nauwelijks of niet rendabel. Daarvoor zou dit juist enige verlichting kunnen geven. Op basis van de gegevens die ik op dit moment heb, lijkt het erop dat er een paar grotere netten zijn, een zeer beperkt aantal, waar al redelijke rendementen worden gehaald. Daarvoor zou het dus niet nodig zijn om een tarief te hanteren dat een maximumtarief is en geen richtprijs. Ik kan het mij dus voorstellen dat ik de warmtenetten met voldoende rendement benader en er met klem op wijs dat dit een maximum is en dat er in deze democratie, maar ook in het kabinet, een grote wens is om niet noodzakelijkerwijs aan het maximum te zitten als het rendement al voldoende is.

Voor de groep waarbij dat niet verstandig is, omdat het warmtenet al niet voldoende rendement maakt, gaan dan inderdaad de tarieven omhoog. Maar ik wijs erop dat deze mensen door de gasreferentie hetzelfde worden behandeld als de mensen die gas hébben, waardoor ook voor hen, dus voor huishoudens met een gemiddeld verbruik op een warmtenet, de rekening naar beneden gaat, of in elk geval de door de overheid veroorzaakte lasten. Juist het feit dat een warmtenetklant hetzelfde wordt behandeld als een gasklant, betekent dat de vooruitgang in de energierekening die door het kabinet is toegezegd aan de gasklant, ook geldt voor de warmtenetklant. Dat betekent dus dat beiden in eenzelfde positie worden gesteld om de belasting op de energierekening te verlagen. Dat is de toezegging van het kabinet, en dat betekent dat er, zelfs als deze tarieven meestijgen maar niet meer dan anders, een tegemoetkoming is voor deze mensen. Daarmee moet ik de motie ontraden, maar zeg ik niet alleen toe dat de gasreferentie eruit gaat, maar ook dat ik de warmtenetten waarvoor een verhoging niet nodig is, benader met dit verzoek.

De voorzitter:

Eén vraag van de heer Sienot.

De heer Sienot (D66):

Dat is een fantastische toezegging. Ik zit eraan te denken om deze motie aan te houden en te kijken of we die kunnen aanscherpen. Waar ik niet helemaal van overtuigd ben, is waarom wij een middel als een stijgende gasprijs moeten aangrijpen om warmtenetten die niet rendabel zijn te laten renderen. Dat vind ik een oneigenlijk gebruik van belastinggeld en van het belastinginstrument. Zou de minister daar nog op willen reflecteren?

Minister Wiebes:

Maar de gasprijsreferentie is helemaal niet bedoeld om warmtenetten te laten renderen. Die is er om de consument niet te veel te laten betalen. Dat doet de consument ook niet, want er zit een cap op. Alleen daar waar de consument niet alleen niet te veel, maar zelfs minder kan betalen, zou dat welkom zijn. Maar daar waar dat gezien de rendementen onverantwoord is, is de regeling niet bedoeld om warmtenetten in het rood te duwen dan wel de consument meer te laten betalen. Dit is juist bedoeld voor de bescherming van de consument, en dat doet deze regeling ook goed.

De voorzitter:

Mevrouw Mulder nog even kort, puntig.

Mevrouw Agnes Mulder (CDA):

Wanneer gaat de minister dit doen en wanneer koppelt hij het terug aan de Kamer?

Minister Wiebes:

Ik ga daar gewoon terstond mee aan de gang. Het gaat ook om een beperkt aantal grotere warmtenetten waarbij dit rendement mogelijkerwijs wel voldoende is, dus ik kijk even naar wat de precieze rendementen zijn. Je moet partijen ook nooit aanspreken op iets onredelijks, maar wel op iets redelijks. En dan zal ik dat verzoek binnenkort de deur uit doen en horen wij het wel van de warmtepartijen.

De voorzitter:

Dank u wel. De heer Sienot zegt dat hij eraan zit te denken om de motie aan te houden. Is dat ei al gelegd? Gaat dat vandaag nog gelegd worden?

De heer Sienot (D66):

Ik ben al heel blij met deze stap vooruit. Ik zie uit naar die gesprekken. Ik hou de motie nu aan en ik kijk even wat we ermee gaan doen.

De voorzitter:

Op verzoek van de heer Sienot stel ik voor zijn motie (32813, nr. 382) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

Minister Wiebes:

Dan kom ik bij de motie op stuk nr. 383 van mevrouw Beckerman. Die gaat om een regeling van BZK. Ik heb begrepen dat er daar geen budget is om dit te doen, en dat het budget gereserveerd moet worden voor de mensen die vanaf nu gaan isoleren. Ik moet deze motie dus namens BZK ontraden.

De voorzitter:

Mevrouw Beckerman, kort, puntig.

Mevrouw Beckerman (SP):

Het draagvlak voor klimaatbeleid is heel broos. Er zijn mensen die het afgelopen jaar het gevoel hebben gehad: ik ben door de overheid aangesproken; we moeten van het gas af; we moeten duurzaam worden. Die hebben geïnvesteerd. Is de minister het dan niet principieel met mij eens dat het dan nogal zuur is dat zij geen recht hebben op deze subsidie, terwijl anderen dat wel hebben, in principe?

Minister Wiebes:

Ik neem aan dat de mensen die geïsoleerd hebben daar op de een of andere manier voor zichzelf een voordeel in zagen. De subsidie helpt om meer mensen in het bakje te krijgen van degenen die er voordeel bij hebben. Ik denk dat het isolatievolume zonder zo'n regeling misschien te laag was, maar het gaat wel om mensen die daar zelf voor hebben gekozen. Ik ben er ook wel van overtuigd dat het wenselijk is om mensen met enige ruggensteun door deze periode te helpen, maar het gaat hier om mensen die dit al zelf hebben besloten. Het is aan BZK om dit budget te reserveren voor de mensen die nu nog aan de beurt komen. Ik kan dus ook niet anders dan die motie nu ontraden.

De gedachtegang van mevrouw Beckerman in de motie op stuk nr. 384 vind ik een logische, alleen zit daar de bevoegdheid net anders. De compensatie aan de omwonenden is strikt aan de regio. Er ligt een toezegging van het Rijk aan de regio om daarbij te helpen, maar het is wel de regio die in de lead is. Het is de regio die de compensatie doet en daar ook middelen voor moet aandragen. Omdat dit een regionale verantwoordelijkheid is, moet ik deze motie om die reden ontraden. Daarbij zeg ik wel dat alleen al het feit dat het Rijk daar wel middelen voor ter beschikking heeft, laat doorschemeren dat het kabinet vindt dat die omwonenden daar op een of andere manier beter iets voor kunnen terugzien.

Dan de motie op stuk nr. 385 van de heer Van Raan over het uitsluiten van natuurparken van zonnepanelen of van zon-PV. Ook dat is eigenlijk aan de regionale overheden. Daarvoor hebben we de RES'en. Zij maken die afweging; dat doen wij hier niet. Dat betekent dus dat de heer Van Raan zich met deze motie zou moeten vervoegen bij de democratieën die hier aan zet zijn. Ik moet haar hier ontraden.

Mevrouw Mulder vraagt om te onderzoeken hoe juridisch vormgegeven kan worden dat kleine en coöperatieve projecten wel kunnen doorgaan. Ja, als dat een oproep is van de Kamer, dan ben ik bereid dat te doen. De motie op stuk nr. 386 laat ik daarom oordeel Kamer.

De motie op stuk nr. 387, ingediend door mevrouw Mulder namens enige anderen, laat ik ook oordeel Kamer.

De motie van de heer Moorlag op stuk nr. 388 is wat ruiger dan die van mevrouw Mulder en zegt zonder meer dat aan kleinschalige initiatieven voorrang moet worden gegeven. Ik wil graag op die kwestie ingaan; dat heb ik ook toegezegd in het eerste kwartaal. Ik ben bereid om het onderzoek waartoe mevrouw Mulder mij oproept ook te doen, maar het is nu, op dit moment, niet aan de netbeheerder om te discrimineren. Ik zeg wel tegen de heer Moorlag, en dit zal hem misschien bevallen, dat bij netten waar een beperkte capaciteit is een kleine leverancier vanwege de inpassingsproblematiek vaak makkelijker automatisch op het net past en dus eerder zal kunnen worden toegelaten dan een grote. Daar waar gebieden vol zijn, zullen kleine initiatieven logischerwijs eerder passen dan grote initiatieven als er ruimte komt in de wachtrij. In de praktijk zullen de kleine projecten vanwege de inpassing sneller aan bod komen, ook al wordt er niet gediscrimineerd. Een ander onderscheid dan dat is op dit moment niet denkbaar. Daarom moet ik deze motie nu ontraden.

De voorzitter:

Eén vraag van de heer Moorlag.

De heer Moorlag (PvdA):

De minister spreekt warme woorden en uit zijn goede wil, maar er zijn al uitzondering gemaakt, bijvoorbeeld voor een groot datacentrum. Waar het eigenlijk om gaat, is dat dit zeer frustrerende zaken zijn voor burgers. Hier gaat het om leden van sportverenigingen, maar we zien dit nu al bij vier moties. Het gaat om mensen aangesloten op warmtenetten die met extra belasting worden geprikkeld om van het aardgas af te gaan, terwijl zij geen aardgas gebruiken. Er is ook een motie over de compensatie voor het windpark N33. Dat is onder rijksregie aangelegd, maar de minister verwijst naar de provincie. Tja, als je draagvlak wilt houden voor de energietransitie dan zullen deze scherpe steentjes toch echt uit de schoen moeten worden gehaald. Hoe gaat de minister dat doen?

Minister Wiebes:

Over die scherpe steentjes liggen verschillende brieven bij de Kamer. Ultiem moeten wij natuurlijk de netten verzwaren en tussentijds kunnen we een heleboel maatregelen nemen om de netcapaciteit te vergroten, bijvoorbeeld door de "N-1"-maatregel, dus door het ter beschikking stellen van de redundantieruimte. Dat gaat schelen. Maar ik heb me in deze rol ook te houden aan Europese regelgeving en ook aan het doel dat we hebben om zo efficiënt mogelijk duurzame energie uit te rollen. Ik ben heel sympathiek over de doelen die de heer Moorlag nastreeft, maar ik kan niet heksen. Op den duur is het natuurlijk de bedoeling om alles toe te laten, maar op dit moment is het al zo dat per saldo alleen al vanuit de aard van de netcapaciteitproblematiek de kleine initiatieven logischerwijs sneller aan bod komen dan de grote. Het is niet zo dat er voor een specifiek project een uitzondering is. Het Amsterdamse voorbeeld slaat op het feit dat daar vooruitgelopen is op N-1. Dat is een andere en meer generieke maatregel geweest.

De voorzitter:

Nee, meneer Moorlag, we gaan door. U mocht één vraag stellen.

Minister Wiebes:

Dan de motie op stuk nr. 389. Ik weet niet of ik de heer Moorlag nu blij of juist verdrietig ga maken. Ik ga zijn motie ontraden, maar ik ga hem daarvoor in de plaats zeggen dat er geen sprake van is dat er in deze kabinetsperiode cumulatief lastenverlichting voor het bedrijfsleven is. Ik zeg dat met verdriet en met spijt, maar dat is gewoon in het regeerakkoord te lezen. Dat is gewoon domweg niet waar. Ik nodig de heer Moorlag uit om de Miljoenennota goed te lezen. Dan ziet hij welke lasteneffecten er zijn voor huishoudens en bedrijven. Er is geen sprake van hagelslag, maar van een slaghagel van lasten voor bedrijven. Dat doet mij diep verdriet, maar we hebben er in deze kabinetsperiode voor gekozen om de lastenverlichting die er is, wel aan de huishoudens te geven.

De voorzitter:

De heer Moorlag, één vraag.

De heer Moorlag (PvdA):

In de gesaldeerde semantiek van de minister lijkt het dat hij gelijk heeft, maar het is toch onmiskenbaar zo dat er lastenverlichtende maatregelen worden genomen voor het bedrijfsleven, bijvoorbeeld in de vorm van de vennootschapsbelasting die een zeer generiek karakter heeft. Mijn pleidooi in de motie is om dat geld wat specifieker in te zetten.

Minister Wiebes:

Wij zien elkaar weer op Prinsjesdag.

De motie op stuk nr. 390 van mevrouw Dik-Faber gaat over de energiecorporaties. Ik ga eens even proberen om niet wijdlopig maar wel precies te zijn. Duidelijkheid over een nieuwe regeling voor de begrotingsbehandeling van EZK lijkt mij haalbaar. Ook gaat de motie over geen "stop en go"-moment. Ik streef natuurlijk naar een regeling waarin niemand die al bezig is met zijn corporatie, een reden heeft om te stoppen en waarin wel velen een go zullen geven. Over wat een soepele overgang is, valt nog een debat te voeren. Dat zullen we zeker doen, maar vooruitlopend op dat debat wilde ik deze motie wel oordeel Kamer geven. We komen nog wel te spreken over wat die soepelheid precies zou moeten inhouden, maar dat voert nu een beetje te ver.

De voorzitter:

Prima. Er zijn nog een paar vraagjes.

Minister Wiebes:

Dan zijn er nog een aantal vragen gesteld. De heer Van Raan wil weten welke heersende doctrines er onder de Europese regels over biomassa liggen. Ik zal proberen om dat voor de begrotingsbehandeling aan hem toe te sturen. Hij vraagt mij om bij de netcapaciteit ook een relatie te leggen met de buurlanden en daarnaar te kijken. Daar zal ik op ingaan in de brief in het eerste kwartaal van 2020.

De heer Sienot vraagt zich af of het nuttig is om ieder halfjaar de resultaten te horen van de campagne iedereendoetwat.nl, als ik het goed begrijp. Ik begrijp het goed, hoor ik. Mijn voorstel zou zijn om daar geen apart circuit voor te maken, maar om dit aan te laten sluiten bij de klimaatnota. Dat is een vehikel in het kader van de Klimaatwet, waar D66 een van de trotse ouders van is. Dat betekent dat we jaarlijks in de gaten houden hoe dit zit, maar dat we dat doen in het kader van het bredere debat dat we sowieso over de klimaatnota hebben. Dat zou mijn voorstel zijn. Als de heer Sienot bereid zou zijn om in te stemmen met die interpretatie, heeft hij deze toezegging van mij.

Mevrouw Mulder heeft gevraagd of wij inmiddels weten wanneer de voetbalvereniging wordt aangesloten. Daar is contact over geweest, maar Enexis kan nog geen uitsluitsel geven wanneer de aansluiting zal plaatshebben. Ik zal kijken of we met het gereedkomen van de brief in Q1 meer kunnen zeggen over de voetbalvereniging, want de voetbalvereniging zal dat inmiddels toch ook wel willen weten. Dat begrijp ik.

De voorzitter:

Q1 is eerste kwartaal in mensentaal.

Minister Wiebes:

Ja, eerste kwartaal.

Mevrouw Agnes Mulder (CDA):

Q1 vind ik een beetje te laat. Ik zou het graag eerder willen weten. Als de minister dit eerder hoort, kan hij bijvoorbeeld bij de begroting terugkoppelen hoe ver het is. Ik wil graag de druk erop houden. Laat de kinderen en al die volwassenen die daar lekker aan het sporten zijn, dat duurzaam doen.

Minister Wiebes:

Duurzaam sporten! Als ik het eerder hoor, zal ik het melden; bij dezen die toezegging.

De voorzitter:

Dank u wel. Ten slotte nog een vraag van de heer Van Raan.

De heer Van Raan (PvdD):

Dank aan de minister voor de toezeggingen. Ik wil even iets verduidelijken. Het gaat niet zozeer om de doctrines. Die kennen we wel. Het gaat juist om de onderliggende wetenschappelijke rapporten die die doctrines gevormd hebben. Met die verduidelijking ben ik heel blij met de toezegging van de minister. Dank u wel.

De voorzitter:

Heel goed. Dank u wel. Tot zover. Dank aan de minister voor zijn aanwezigheid.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:

Dinsdag stemmen wij over de moties. Ik schors tot de klok van 19.30 uur. Dan gaan we debatteren over de Raad van State en digitalisering.

De vergadering wordt van 17.48 uur tot 19.30 uur geschorst.

Voorzitter: Arib