Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2018-201932813 nr. 390

32 813 Kabinetsaanpak Klimaatbeleid

Nr. 390 MOTIE VAN HET LID DIK-FABER

Voorgesteld 10 september 2019

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat in het Klimaatakkoord als ambitie staat opgenomen dat 50% van de lokale productie uit wind of zon in eigendom moet komen van de lokale omgeving;

overwegende dat er meer dan 480 energiecoöperaties zijn in Nederland en een deel van die coöperaties nu reeds (PV-)opwekinstallaties in eigendom heeft en daarmee invulling geeft aan de ambitie in het Klimaatakkoord;

overwegende dat de inkomsten van deze energiecoöperaties op dit moment grotendeels afhankelijk zijn van de Regeling Verlaagd Tarief;

overwegende dat door de afgesproken verlaging van de energiebelasting op elektriciteit deze coöperaties financieel in de gevarenzone komen;

overwegende dat gewerkt wordt aan een nieuwe, robuuste regeling per 2021;

spreekt uit dat energiecoöperaties met een eigen opwekinstallatie geen negatieve gevolgen mogen ondervinden van de afspraken in het Klimaatakkoord betreffende de verlaging van de energiebelasting op elektriciteit;

verzoekt de regering, voor de begroting EZK duidelijkheid te geven over een nieuwe regeling per 2021, inclusief beschikbaar budget;

verzoekt de regering tevens, er met een soepele overgang voor te zorgen dat in 2020 geen «stop en go»-moment ontstaat,

en gaat over tot de orde van de dag.

Dik-Faber

Agnes Mulder

Sienot