Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2017-2018nr. 96, item 8

8 Rapport over risico’s rondom de jaarwisseling

Aan de orde is het debat over het rapport van de Onderzoeksraad voor Veiligheid over de risico’s rondom de jaarwisseling.

De voorzitter:

Aan de orde is het debat over het rapport van de Onderzoeksraad voor Veiligheid over de risico's rondom de jaarwisseling. Ik heet de minister van Justitie en Veiligheid en de staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat van harte welkom. Ik geef de heer Wassenberg als eerste spreker het woord en ik zie dat de heer Van Raak alvast een interruptie heeft, voordat de heer Wassenberg spreekt.

De heer Wassenberg (PvdD):

Dat is spannend, voorzitter.

De voorzitter:

Ja, voor mij ook. De heer Van Raak.

De heer Van Raak (SP):

Nee, ik heb een punt van orde. De Voorzitter heeft namens alle Kamerleden een brief gestuurd naar de minister-president over het lekken van stukken. Stukken, plannen, worden eerst in de media gepresenteerd en wij moeten daar vervolgens op reageren, maar we hebben niks om op te reageren. Op 10 april is er gelekt vanuit het ministerie over dit onderwerp en op 4 juni is er gelekt vanuit het ministerie over dit onderwerp. Telkens werd ons gevraagd naar onze mening. Die konden we niet geven, want die plannen waren nog niet in de Kamer. Ik vind dat het ministerie zich na de brief van de Voorzitter bijzonder slecht heeft opgesteld, want er is meer gelekt dan ooit. Vanochtend is de minister daar ook bij een AO over de politie op aangesproken. Dus ik heb een voorstel. Ik wil dat voordat we de inhoudelijke behandeling gaan doen eerst een ordedebat met deze minister over het lekken en het liegen van zijn ministerie en wat hij daar daartegen gaat doen.

De voorzitter:

Ik zie dat niemand daarop reageert. Of toch, mevrouw Buitenweg.

Mevrouw Buitenweg (GroenLinks):

Als er een verzoek is om dat te steunen, dan steun ik dat van harte als de collega dit aanvraagt.

De heer Arno Rutte (VVD):

Vanochtend bij een algemeen overleg over de politie was er een vergelijkbaar verzoek van de SP. Enerzijds snap ik het wel, maar de heer Van Raak schijnt anderzijds in één keer te weten waar er gelekt wordt en door wie. Dat is ook wat te makkelijk. Dat weten we helaas niet. Lekken is wel strontvervelend en daar wil ik het bij laten op dit moment.

De voorzitter:

Dus geen steun. Dan de heer Van Dam.

De heer Van Dam (CDA):

Meneer Van Raak zou mij ook helpen als hij iets meer inhoud geeft aan de veronderstelling dat er vanuit het ministerie gelekt is. Overigens deel ik de ergernis dat wij uit de krant dingen moeten lezen. Dat is heel vervelend en ik ben ook wel benieuwd naar de reactie van de minister daarop, maar iets meer inhoud aan die leksuggestie zou mij ook wel helpen om het verzoek beter te kunnen beoordelen.

De heer Krol (50PLUS):

Vanochtend kwam een soortgelijke kwestie ter sprake en daar reageerde de minister in mijn ogen keurig op. Misschien dat hij dat vanavond wil herhalen.

Mevrouw Den Boer (D66):

D66 vindt het natuurlijk ook heel vervelend om dingen eerst in de krant te moeten lezen en wij vinden lekkages natuurlijk heel vervelend, maar wij stellen toch voor om dit debat nu door te laten gaan. Dus geen steun.

Mevrouw Kuiken (PvdA):

De VVD lijkt te suggereren dat zij het lek waren. Dat kan ook. Tegelijkertijd komt het oorspronkelijk bij het ministerie vandaan, dus daarom steun ik het verzoek.

Mevrouw Helder (PVV):

Ik zou het verzoek best graag willen steunen, maar ik denk dat met een korte verklaring van de minister de kou misschien uit de lucht kan zijn. Feit is natuurlijk wel dat het vervelend is dat Kamerleden in de media plannen moeten lezen. Maar ook ik kan als jurist niet aantonen waar het lek zit, dus dat is wel een pijnpunt.

De heer Van der Staaij (SGP):

Ik heb er geen bezwaar tegen als dat als prealabel punt eerst aan de orde komt.

De heer Wassenberg (PvdD):

Voorzitter, mag ik ook nog?

De voorzitter:

U mag er ook op reageren. Het gaat niet van uw spreektijd af.

De heer Wassenberg (PvdD):

Dat is fijn, voorzitter. Ik had begrepen dat er vorig jaar, in 2017 — ik doe het uit mijn hoofd — 27 keer gelekt is. Nu is er al drie keer gelekt op één dossier in drie maanden tijd, dus het probleem wordt alleen maar groter. Het lijkt mij dus inderdaad ook nuttig om daar even een ordedebatje aan te wijden.

De voorzitter:

Ja. Er is alleen geen meerderheid voor het houden van een ordedebat, maar het punt dat de heer Van Raak aan de orde stelt is wel een terecht punt. Ik zou eigenlijk willen voorstellen dat de minister even kort daarop reageert. Dan kunnen we verder kijken wat we daarmee kunnen doen.

Minister Grapperhaus:

Voorzitter. Laat ik beginnen te zeggen, net zoals ik vanmorgen tijdens het AO Politie heb gedaan, dat ik het voor het parlement en voor de parlementsleden buitengewoon vervelend vind dat bepaalde informatie, althans iets waarvan gesuggereerd wordt dat het informatie is van het kabinet, in de media verschijnt, nog voordat wij u, als het al echte informatie is, die informatie hebben kunnen toesturen in de vorm van een brief of iets dergelijks. En schijn van informatie is in het algemeen eigenlijk gewoon vervelend, want dat beïnvloedt niet alleen het debat — ik word dan door journalisten over niet bestaande stukken bevraagd — maar schept ook een onaangename stemming, zoals ik vanavond bij de heer Van Raak proef. Er wordt overigens meteen gezegd "het ministerie". Ik vind dat niet aan de orde om de doodeenvoudige reden dat hier al twee ministeries in betrokken zijn, dat is één, en twee dat ik geen aanleiding heb om te veronderstellen dat er door de door mij ingeschakelde ambtenaren "oneigenlijke" contacten zijn geweest met journalisten, wat u ook als lekken mag duiden. Daar is bij mij geen aanwijzing voor, terwijl u van mij mag aannemen dat ik de keren dat ik onaangenaam verrast ben, echt heb gekeken hoe dat gebeurde.

De heer Van Raak verwijst naar een bericht dat op een gegeven moment over dit onderwerp in de krant stond. Dat was een week of drie geleden, denk ik. Op dat moment was er helemaal geen sprake van een stuk. Het heeft dus ook een "Hendrik Haan uit Koog aan de Zaan"-gehalte. Dat neemt niet weg dat ik de ergernis begrijp en ook deel. Laat dat duidelijk zijn. We moeten alleen oppassen dat we niet mensen of een heel ministerie van lekken en liegen beschuldigen zonder dat we dat grondig hebben uitgezocht en daar bewijs voor hebben. Dat neemt niet weg dat dit wel… Ja, ik vind dit ook een heel vervelende gang van zaken, want dit maakt de stemming hier in het debat vanavond van begin af aan onnodig vijandig, niet van mijn kant overigens.

De voorzitter:

Goed. De heer Van Raak, een korte reactie.

De heer Van Raak (SP):

De stukken die in de krant staan komen niet van mij, die kunnen alleen van het ministerie komen. Het begon al met de Voorjaarsnota over het extra geld voor agenten dat helemaal niet kwam. Het komt wel degelijk vanuit het ministerie. Ook lekt vanuit het ministerie de opvatting van voorlichters, de voorlichters van deze minister die de minister nu in bescherming neemt. Die voorlichters zeggen: wij sturen het niet naar de Kamer omdat de media dan minder interesse hebben. Het is dus doelbewust een mediastrategie van de voorlichters van deze minister, die nu niet deugen, die al jarenlang niet deugen en die zeggen: we sturen het naar de media en niet naar de Kamer, want dan krijgen we minder aandacht. Zolang de minister dat niet erkent zal het lekken niet stoppen. Ik zal daarom ook in mijn tweede termijn daarover een motie indienen.

De voorzitter:

Dank u wel. Dan wil ik eigenlijk voorstellen ...

Minister Grapperhaus:

Mevrouw de voorzitter, ik hoop dat u mij nog drie zinnen toestaat, want dit zijn ernstige beschuldigingen die de heer Van Raak uit. Die moet hij ook onderbouwen. Ik heb net zoals vanmorgen te goeder trouw aangegeven hoe ik er zelf in zit en hoe vervelend ik dit ook vind. Als de heer Van Raak vervolgens de grote woorden spreekt dat het wel zo moet zijn dat het mijn ministerie is of mijn ambtenaren zijn, vind ik dat hij dat ook moet onderbouwen, anders wordt het inderdaad echt een verkeerde toonzetting.

De voorzitter:

Mijnheer Van Raak?

De heer Van Raak (SP):

Nu beschuldigt de minister mij van liegen. Dan vind ik dat de minister consistent moet zijn en dat er een onderzoek moet komen. Ik ben graag bereid om aan dat onderzoek mee te doen, maar de minister is te laf om dat onderzoek op zijn eigen ministerie te doen omdat hij dondersgoed weet welke voorlichters het zijn. Dat kunnen wij als Kamer niet accepteren.

De voorzitter:

Mijnheer Van Raak, het was een punt van orde.

Minister Grapperhaus:

Ik heb niet gezegd dat de heer Van Raak liegt. Hij moet zijn beschuldigingen onderbouwen. Dat moet iedereen die iemand anders beschuldigt.

De voorzitter:

U hebt gezegd wat u daarover te zeggen had. Ik stel voor dat we nu gewoon met het debat verdergaan.

Ik geef de heer Wassenberg namens de Partij voor de Dieren het woord.

De heer Wassenberg (PvdD):

Dank u wel. Voorzitter. Afgelopen jaar telde de politie bijna 1.300 branden en ontploffingen. 1.100 mensen moesten behandeld worden in het ziekenhuis of bij de huisarts. We hebben het over afgerukte vingers, brandwonden, mensen die een oog moeten missen. Sommigen blijven de rest van hun leven doof. Niet alle slachtoffers hebben overigens zelf vuurwerk afgestoken. In ongeveer de helft van de gevallen gaat het om mensen die op straat met buren stonden te praten toen ze getroffen werden door een vuurpijl. Er zijn ook indirecte slachtoffers van vuurwerk. Longpatiënten bijvoorbeeld, en mensen met ademhalingsmoeilijkheden. Zij worden gedwongen om binnen te blijven en deuren en ramen letterlijk af te plakken tegen fijnstof van vuurwerk. Voor huisdieren en dieren in het wild zijn de gevolgen ook erg groot. Vuurwerk zorgt voor heel veel ellende, voor vluchtende dieren en extreem gestreste dieren.

Voorzitter. Voor de goede orde: ik heb het nu over legaal vuurwerk. Meer dan drie kwart van alle gewonden viel de afgelopen jaren door gewoon legaal vuurwerk. We kunnen die ellende voorkomen. We weten ook hoe. De politie adviseerde enkele jaren geleden al om knalvuurwerk en vuurpijlen gefaseerd te verbieden. Brandweer, oogartsen, longartsen, patiëntenverenigingen en dierenbeschermers pleitten daar ook voor. Eind 2017 voegde de Onderzoeksraad voor Veiligheid zich in dat rijtje met een lijvig rapport, 148 pagina's, met als eerste en belangrijkste advies aan het kabinet: verbied knalvuurwerk en vuurpijlen. Het kabinet heeft er erg lang op moeten studeren om vervolgens het OVV-rapport en alle gelijkluidende adviezen, onder meer van de nationale politie en artsen, grotendeels te negeren en een aantal halfslachtige maatregelen voor te stellen om de schade door vuurwerk zogenaamd te beperken.

Voorzitter. Het is onbegrijpelijk dat het kabinet het belangrijkste advies van de OVV aan zijn laars lapt. En op basis waarvan? Omdat zogezegd, "grote delen van de bevolking" vast willen houden aan het afsteken van rotjes en vuurpijlen. "Grote delen van de bevolking", maar het kabinet noemt geen onderzoek waar dat uit zou blijken. Sterker nog, uit enquêtes blijkt juist dat een meerderheid van Nederland voor een verbod op vuurwerk is, als dat gekoppeld wordt aan een professionele, door de gemeente georganiseerde vuurwerkshow. Ik wil van de minister weten waarop dit besluit is gebaseerd. Hoe kan het advies van de OVV worden genegeerd, als dat zo in lijn is met het advies van de nationale politie, de politiebonden en artsen, om zelf met een besluit te komen waar vooral de vuurwerklobby enthousiast van kan worden?

Het kabinet peinst nog over de mogelijkheid voor gemeenten om zelf een verbod in te stellen op consumentenvuurwerk, maar dat is precies waar gemeenten niet op zitten te wachten, want zo verplaatsen de problemen zich van de ene naar de andere gemeente. Regel het landelijk. Dat zegt ook de Vereniging Nederlandse Gemeenten.

De maatregelen die wel worden voorgesteld, zijn flutmaatregelen. Een gratis vuurwerkbril bij aankoop van je knalvuurwerk of je pijlen; projectielen, zoals de korpschef van de nationale politiek ze noemde. Maar de helft van de slachtoffers van vuurwerk heeft zelf helemaal niets afgestoken. En wat moeten mensen doen die met oud en nieuw de buren het beste willen toewensen? Moeten die ook allemaal een veiligheidsbril opzetten?

Voorzitter. Het kabinet kán het zelf regelen, het kabinet mág het zelf regelen, maar het kabinet gooit het probleem over de schutting van gemeenten. Nee, er komt geen landelijk beleid, regel het zelf maar. En het kabinet verstopt zich achter Europa. We gaan inzetten om de Pyrorichtlijn aan te scherpen. Toe maar.

Elke jaarwisseling meer dan 1.000 gewonden door vuurwerk. Dat mogen we niet accepteren. Daar moeten we wat tegen doen. Ik vraag het kabinet, de coalitie om echte maatregelen, niet om cosmetische aanpassingen van de huidige regels. Neem het advies van de OVV over. Verbied knalvuurwerk en vuurpijlen.

"Handen af van ons vuurwerk." Op die kreet is het kabinetsbesluit gebaseerd om knalvuurwerk en vuurpijlen toe te blijven staan. Die kreet komt ook voor in een tekening van Ruben Oppenheimer die in december 2016 in de NRC heeft gestaan. Die ingelijste tekening, voorzitter, wil ik aan de minister aanbieden. Dat zal ik via de bode doen.

De voorzitter:

Dank u wel, mijnheer Wassenberg. Dan geef ik nu het woord aan mevrouw Helder namens de PVV.

Mevrouw Helder (PVV):

Dank u wel, voorzitter. De jaarwisseling betekent voor veel Nederlanders ieder jaar weer een feest, maar dat geldt inmiddels voor steeds minder mensen. Het draagvlak neemt dan ook duidelijk af. Uit een peiling in maart van dit jaar bleek dat maar liefst 60% van de ondervraagde PVV-stemmers inmiddels voelt voor een verbod op knalvuurwerk. Volgens de Onderzoeksraad voor Veiligheid (OVV) is de viering van oud en nieuw op veel plaatsen in Nederland het onveiligste feest van het jaar geworden. Bij iedere jaarwisseling vallen honderden gewonden, worden agenten en hulpverleners bestookt met vuurwerk en is sprake van ernstige overlast. Bij de politie geldt de jaarwisseling als een hoogrisico-evenement.

Dat kan bijna niet meer als een feest worden betiteld. De OVV heeft dan ook zeven aanbevelingen gedaan in zijn rapport, waarvan ik er hier drie wil noemen. Ten eerste, verbied vuurwerk dat in de praktijk de grootste inbreuk maakt op de veiligheid doordat het zorgt voor letsel en overlast. Twee, zorg voor meer inzicht in de relatie tussen het type vuurwerk en de omvang en ernst van het letsel, en neem indien noodzakelijk nadere maatregelen. En drie, versterk de opsporing en vervolging van de handel in illegaal vuurwerk.

In eerste instantie lazen wij in de berichten dat er nog dit jaar een landelijk verbod zou worden ingevoerd op de verkoop van rotjes en ander werpbaar knalvuurwerk. Dat is van de baan. Er is nu ruimte voor lokaal maatwerk. Gemeenten mogen zelf soorten vuurwerk verbieden. De minister stelt zich nu op het standpunt dat een vergaande maatregel als een verbod pas in de rede ligt als andere maatregelen niet werken.

Laat ik een paar maatregelen noemen. Ten eerste zal ten aanzien van het legale knalvuurwerk nog nadrukkelijker worden ingezet op gedragsverandering via voorlichting, omdat de oorzaak van gevaarzetting voor een belangrijk deel te wijten is aan gedrag, bijvoorbeeld omdat het vuurwerk naar omstanders wordt gegooid. Mocht dit niet tot de gewenste resultaten leiden, dan wordt een verbod volgens de minister niet uitgesloten. Twee, vanaf komende jaarwisseling mogen alleen vuurpijlen die voorzien zijn van een stabilisatiemechanisme voor het afsteken aan consumenten verkocht worden. Begin volgend jaar zal deze maatregel worden geëvalueerd aan de hand van de letselcijfers. Regelgeving voor een verbod op vuurwerk kan volgens de minister in die periode worden voorbereid. Maar hoe wordt gemeten of een nog nadrukkelijkere inzet op gedragsverandering resultaat heeft gehad? Dat lees ik niet in de brief. En wat wordt er bedoeld met "evaluatie aan de hand van letselcijfers"? Is er een ondergrens in de omvang en de ernst van de letsels? Het is namelijk wel de voorbode van een eventueel verbod op legaal knalvuurwerk. De politie, vuurwerkbranche en burgers willen graag duidelijkheid.

Voor mijn fractie is het kiezen tussen twee kwaden: mensen die de jaarwisseling willen vieren met het afsteken van normaal vuurwerk enerzijds, en de politie, die het steeds zwaarder te verduren krijgt in die nacht anderzijds. De kern is de handhaving: zwaar illegaal vuurwerk opsporen en in beslag nemen, het afsteken van vuurwerk buiten de toegestane tijdspanne tegengaan, en de schade en overlast door vuurwerk tegengaan. Alleen dan blijft het draagvlak behouden. Maar degene die het moet handhaven is nou juist de politie, die zich hier al duidelijk over heeft uitgesproken. Als de jaarwisseling weer een feest voor allen moet gaan worden, waar mijn fractie een groot voorstander van is, dan moet de minister het voortouw nemen. Dus tot slot de vraag: wat gaat hij doen met de andere aanbeveling van de OVV? Dan noem ik meer capaciteit en budget voor de aanpak van illegaal vuurwerk en stevige maatregelen tegen geweldsplegers en criminele organisaties achter illegaal vuurwerk.

Afrondend, de PVV steunt een algeheel verbod op consumentenvuurwerk niet, maar ziet wel graag een deugdelijke landelijke aanpak tegemoet. Alleen dan kan de veiligheid tijdens de jaarwisseling gewaarborgd worden en wordt het weer een feest voor allemaal. Als ik een advies mag geven: ga samen met de politie en de Belangenvereniging Pyrotechniek Nederland aan dat plan werken en houd de Kamer hiervan op de hoogte.

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel, mevrouw Helder. Dan geef ik nu het woord aan de heer Krol namens 50PLUS.

De heer Krol (50PLUS):

Dank u wel, mevrouw de voorzitter. Vanmorgen presenteerde Paul van Buitenen van de Expertgroep Klokkenluiders aan collega Van Raak een review van ruim 800 pagina's over de strafrechtelijke afwikkeling van de vuurwerkramp in Enschede. Het laatste woord hierover is nog lang niet gesproken, ook in de politiek niet. De eerste, voorzichtige conclusie is dat er voorafgaand aan die ramp geen goede, duidelijke en afdoende regelgeving bestond. Bovendien waren er geen lessen getrokken uit de ervaringen met Culemborg. Daardoor werd er tijdens de ramp met water geblust, waardoor zelfs consumentenvuurwerk levensgevaarlijk wordt. Eén zin uit de presentatie van vanmorgen blijft maar doorklinken in mijn hoofd: wat in Enschede gebeurde, kan zo weer gebeuren, bij elke winkel waar vuurwerk ligt opgeslagen in een ruimte zonder plofdak. Afgesloten containers kunnen de gevolgen bij een brand eerder vergroten dan voorkomen. Graag een reactie van de minister.

Dat hoorden we vanmorgen. Eerder al was het de Onderzoeksraad voor Veiligheid die ons probeerde wakker te schudden met een pleidooi voor het verbieden van knal- en siervuurwerk voor particulieren. De raad spreekt zelfs over oudjaar als de gevaarlijkste dag van het jaar. Maar ook de dagen ervoor blijken, met zo veel verkooppunten, soms in of dichtbij woonwijken, nu levensgevaarlijk te zijn. Ook de politie is voor een vuurwerkverbod voor particulieren, net als medisch specialisten en de burgemeesters van grote steden. Zelfs de vuurwerkbranche kan leven met een verbod. Peilingen van EenVandaag en Maurice de Hond bevestigen dat twee derde van de Nederlanders voor een verbod is. De minister stelde op 5 februari dat een gevoel van urgentie en draagvlak nodig is om vooruitgang te boeken en het aantal slachtoffers en ordeverstoringen substantieel te verminderen. Welnu, dat gevoel van urgentie is er, zeker na vanmorgen. En er was al een breed draagvlak.

Het kabinet wil geen verbod. Het argument "traditie" lijkt een gelegenheidsargument. Het afsteken van vuurwerk door particulieren kwam pas in de jaren zeventig op gang. Bij een andere, oudere traditie, een kinderfeest waarbij geen doden vallen en er geen miljoenenschade is, horen we van het kabinet dat tradities moeten meebewegen met ontwikkelingen in de samenleving. Oud en nieuw is bepaald geen feest voor onze kinderen en voor onze kleinkinderen. Bij de vorige jaarwisseling was 33% van de vuurwerkslachtoffers jonger dan 15 jaar. Voor onder andere onze huisdieren en de vogels is het een ramp. En er is een feestelijk alternatief. Beperk het vuurwerk tot gemeentelijke vuurwerkshows. De inwoners komen bij elkaar in een vrolijke sfeer. Het midden- en kleinbedrijf kan warme dranken en hapjes verkopen in gezellige, verlichte kraampjes. Het feest verbroedert. Jong en oud durft naar elkaar toe te gaan en elkaar de hand te schudden. Dat is een mooi begin van het nieuwe jaar. Graag een reactie.

50PLUS pleit voor een vuurwerkverbod voor particulieren. Er is buiten deze Kamer een grote meerderheid voor. 50PLUS hoopt dat het aantal volksvertegenwoordigers in deze zaal groter zal zijn dan het aantal politici. Mocht zo'n verbod ondanks alle signalen die op rood staan niet gedragen worden, dan pleiten we voor een tweede belangrijke aanbeveling van de Onderzoeksraad voor Veiligheid, en vragen we de minister om een verbod op de productie van zwaar knalvuurwerk in EU-verband te bespreken. Dat zware knalvuurwerk heeft inmiddels een kracht die vergelijkbaar is met de kracht van een handgranaat.

Ik dank u.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Krol. Ik geef nu het woord aan mevrouw Dik-Faber namens de ChristenUnie.

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):

Voorzitter. Oud en nieuw moet voor iedereen een feest zijn, maar dat is het niet. Volgens de Onderzoeksraad voor Veiligheid is de viering van oud en nieuw op veel plaatsen in Nederland zelfs het onveiligste feest van het jaar. Een van onze raadsleden zei: dat in die ene nacht per jaar kennelijk alles mag, vind ik eigenlijk heel vreemd. Hulpverleners, zoals politieagenten, waarschuwen voor de grote veiligheidsrisico's rondom oud en nieuw. Burgemeesters vragen om een landelijk verbod op gevaarlijk vuurwerk. Het pleidooi van de oogartsen is zeer indringend. Naast letsel bij afstekers en omstanders zijn er ieder jaar weer miljoenen euro's materiële schade. De ChristenUnie wil de jaarlijkse traditie rondom de jaarwisseling in stand houden. Juist daarom moeten we gevaarlijk vuurwerk tegengaan. Laat het dan een feest zijn voor iedereen.

Voorzitter. Het is goed dat het kabinet meer doet om hulpverleners beter te beschermen. Het is onbestaanbaar dat zij in hun publieke taak worden gehinderd. Het gooien van vuurwerk naar anderen en hulpverleners is onacceptabel. De politie heeft er eerder voor gepleit om dit structureel als poging tot doodslag aan te merken om een duidelijke grens te stellen. Neemt de minister deze suggestie mee in de uitwerking?

Voorzitter. Het is ook goed dat het kabinet de strijd aangaat met illegaal vuurwerk. Bij illegaal vuurwerk zien we de kracht toenemen en zijn er forse verwondingen. Criminele organisaties in het buitenland zitten achter de illegale verkoop en de problemen nemen eerder toe dan af. De OVV meldt dat de intensivering van de aanpak van illegaal vuurwerk tot nu toe niet heeft geleid tot minder illegaal vuurwerk. Is dit wel te handhaven met de huidige capaciteit en kennis en met de voorgenomen plannen, vraag ik aan het kabinet.

Voorzitter. Maar juist legaal vuurwerk levert veel verwondingen en schade op. In 19% van de ongevallen ontplofte het legale vuurwerk te vroeg. Brandwonden werden in 86% van de gevallen veroorzaakt door legaal vuurwerk en oogletsel in 79% van de gevallen. In bijna de helft van de vuurwerkongevallen, 42%, gaat het om letsel bij omstanders. Het kabinet kiest vooralsnog niet voor een landelijk verbod op gevaarlijk vuurwerk maar wil eerst andere maatregelen toepassen en evalueren. Waarom legt het kabinet het OVV-rapport op dit punt naast zich neer? Graag een toelichting.

Voorzitter. Het kabinet zet wel stappen in de goede richting: een stabilisatiemechanisme, gratis vuurwerkbrillen en aansteeklonten worden verplicht bij de verkoop van vuurpijlen. Begin volgend jaar volgt een evaluatie en zal bekeken worden of aanvullende maatregelen nodig zijn. Wat zijn de criteria van deze evaluatie en wanneer is voor het kabinet de maat wel vol? Is dit een laatste kans en overweegt de minister een landelijk verbod op gevaarlijk vuurwerk als er onvoldoende verbetering is? En wanneer is er meer bekend over onderzoek naar de relatie tussen typen vuurwerk en letsel, waardoor we gericht gevaarlijke typen vuurwerk kunnen verbieden?

Voorzitter. Een van de conclusies is ook dat veel legaal vuurwerk niet aan de veiligheidseisen voldoet. Dat heeft te maken met toezicht door de ILT en met het CE-keurmerk. De OVV meldt dat het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en de vuurwerkbranche nauwelijks zicht hebben op tekortkomingen in de productie en het testproces. Hoe wil het kabinet via toezicht en certificering onveilig maar legaal vuurwerk aanpakken?

Voorzitter, tot slot. In veel gemeenten worden al veel vuurwerkvrije zones aangewezen. Wat de ChristenUnie betreft worden de mogelijkheden hiervoor verruimd en moet ook het instellen van een vuurwerkvrije gemeente mogelijk worden. Op dit moment kunnen gemeenten op basis van de autonome verordenende bevoegdheid een vuurwerkvrije zone instellen. Het probleem is dat een uitgebreide motivering nodig is, onder meer aan de hand van de vraag of het in het belang van de openbaar orde is. Mijn vraag aan de minister is of hij bereid is om een expliciete wettelijke bevoegdheid voor een lokaal vuurwerkverbod mogelijk te maken voor gemeenten.

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel. Dan geef ik het woord nu aan de heer Van Dam, namens het CDA.

De heer Van Dam (CDA):

Voorzitter, dank u wel. Vandaag gaat het over de brief van het kabinet over de aanpak van de jaarwisseling. De CDA-fractie heeft kennisgenomen van alle voorstellen en meent dat er sprake is van een verstandig en afgewogen pakket maatregelen. In de brief staan veel belangrijke zaken, maar vanavond zal vooral het al dan niet landelijk verbieden van knalvuurwerk ter discussie staan. Laat ik vooropstellen dat het CDA niet uit overtuiging een voorstander van knalvuurwerk is. Als fractie zien wij de schade die dit vuurwerk oplevert aan jonge mensenlevens, aan letsel aan ogen, handen en ledematen en aan omstanders die zelf helemaal geen vuurwerk afsteken, om maar niet te spreken over het misbruik van vuurwerk tegen hulpverleners en de schade die dit in de openbare ruimte aanricht. We merken dat de houding van Nederland ten aanzien van vuurwerk aan het veranderen is. Vuurwerk hoort bij onze traditie, maar dit soort tradities zijn onderhevig aan verandering en veranderend maatschappelijk draagvlak.

Maar, voorzitter, als CDA-fractie zien wij ook dat het gros van de Nederlanders op een verantwoorde manier vuurwerk afsteekt, ook knalvuurwerk. Ja, er zijn plekken waar het uit de hand loopt, maar op heel veel plekken in Nederland gaat het gepast en goed, binnen de daarvoor gestelde tijden. Wat echt overlast en schade veroorzaakt, is het zware, illegale vuurwerk. Laten we eerlijk zijn: ondanks de intensivering van controles en ondanks de internetaanpak van de politie is het kopen van dit vuurwerk a piece of cake. Vorig jaar heb ik samen met de VVD veel werk gemaakt van de aanpak van dat illegale vuurwerk, door aan te dringen op handhaving en door werkbezoeken af te leggen. Ik heb zelf de hele oudejaarsnacht meegedraaid met de politie om mij persoonlijk te vergewissen van hoe het liep. Overall was het een relatief rustige jaarwisseling, maar het zware, illegale vuurwerk was niet te missen. Zelf ben ik ook gaan kijken op internet. Het zou voor mij geen enkele moeite zijn geweest om dit illegale vuurwerk in huis te halen, zeker als ik tijdig was begonnen. Dat geldt natuurlijk evenzeer voor vuurwerk dat nu nog toegestaan is in Nederland en dat verkocht blijft worden in ons omringende landen.

Voorzitter. Niemand heeft mij antwoord kunnen geven op de vraag hoe een algeheel verbod op knalvuurwerk te handhaven is, met open grenzen, met de geneugten van de koop via internet, met een aanzienlijk deel van de bevolking dat de moeite zal nemen om op die wijze vuurwerk te kopen. Als CDA steunen wij geen wetgeving die niet handhaafbaar is. Draagvlak voor een verbod ontwikkel je niet door in Den Haag een knop om te zetten. Draagvlak creëer je door de maatregelen te nemen die het kabinet in deze brief beschrijft: door door te gaan, inclusief slimmer te worden, met de bestrijding van wat nu al illegaal is, door door te gaan met voorlichting en door in te zetten op overleg met onze buurlanden. Draagvlak ontstaat op lokaal niveau door met elkaar in gesprek te gaan en te bepalen waar wel en waar niet geknald mag worden. Daarom van harte steun voor het aanpassen van de wet om lokale verboden, al is het in een hele gemeente, mogelijk te maken. Ik zeg er wel bij: als al die maatregelen niet leiden tot een verbetering, tot een verandering, dan zijn we als CDA bereid om een volgende stap te overwegen. Zoals het kabinet zegt in de brief, ligt een vergaande maatregel als een landelijk verbod echter pas in de rede als andere maatregelen niet werken. Maar zover zijn we nu niet.

Voorzitter. Ik heb op een ander vlak nog een enkele vraag aan de minister over vuurwerk. Hoe staat het met de voorstellen om andere partijen dan de politie in te schakelen voor het bewaken en het vervoer van in beslag genomen vuurwerk? Dat voorstel werd vorig jaar vlak voor de jaarwisseling gelanceerd. Is realisatie van dit plan dit jaar al te verwachten? En kan de minister melden hoe het staat met de plannen om de kosten die ontstaan door vervoer en vernietiging van vuurwerk te verhalen op verdachten en daders?

Tot slot wil ik weten of de minister bereid is om dit jaar de vervolgingsrichtlijn ten aanzien van het voorhanden hebben van zwaar vuurwerk aan te passen. Een werkstraf past hier niet, maar voorlopige hechtenis, supersnelrecht en gevangenisstraf wel, want de beste plek op oudejaarsavond voor een vuurwerkcrimineel is en blijft de cel.

De heer Wassenberg (PvdD):

De heer Van Dam zegt dat het CDA niet blij is met alle gewonden tijdens oud en nieuw. Dat is heel fijn, want dat delen wij; dat vindt de Partij van de Dieren ook. Vervolgens gaat hij heel uitgebreid in op illegaal uitwerk. Maar is de heer Van Dam ervan op de hoogte dat het grote probleem het legale vuurwerk is? Ik heb hier een rapport van VeiligheidNL, waarin staat dat 78% van de gewonden wordt veroorzaakt door legaal vuurwerk en, tussen aanhalingstekens, "slechts" 22% door illegaal vuurwerk. In de bijlage van het rapport van de Onderzoeksraad voor Veiligheid staan cijfers over oogletsel. Van driekwart weten we de bron. Van een kwart niet. Van de 75% van het oogletsel waarvan we de bron wel weten, is maar 7% illegaal vuurwerk. 93% wordt dus veroorzaakt door legaal vuurwerk. Is de heer Van Dam het met me eens dat legaal vuurwerk, dat je gewoon kunt kopen in Nederland, het grote probleem is?

De heer Van Dam (CDA):

Ik heb het rapport van de OVV heel goed gelezen en weet dat met name vuurpijlen gevaar opleveren, want die staan volgens mij inderdaad op nummer één, vooral voor mensen daaromheen. Daarom vind ik het een heel goed plan, zoals ook in deze brief staat, dat vuurpijlen alleen nog verkocht worden als ze rechtstandig afgeschoten kunnen worden met een soort lanceerinrichting. Ik heb veel aandacht besteed aan illegaal vuurwerk, en vooral de handhaving op dat vlak, vanwege het volgende. Als we het nu nog legale vuurwerk met een landelijk verbod illegaal maken, ontstaat in de handhaving exact hetzelfde probleem, omdat we er nu eigenlijk al niet toe in staat zijn bij het als zodanig illegaal verklaarde vuurwerk. Dat is het punt dat ik wilde maken.

De heer Wassenberg (PvdD):

Ik vind toch dat de focus te veel ligt op legaal vuurwerk. Bovendien, als je dat gaat verbieden, kun je ook de verkoop tegenhouden. Nu kan alles verkocht worden en moet je maar zien hoe het wordt afgestoken. Als je die problemen wilt voorkomen, zul je niet alleen moeten voorkomen dat het wordt afgestoken, maar ook dat het wordt verkocht. Dat is een stuk makkelijker te handhaven. Je moet niet alleen naar het illegale, maar ook naar het legale kijken.

De heer Van Dam (CDA):

Misschien is er hier toch een verschil van idee over wat je met wetgeving wel of niet vermag en in hoeverre wetgeving ook moet drijven op een bepaalde acceptatie onder de bevolking. Ik weet dan alle peilingen die er zijn en maak daar mijn persoonlijke inschatting van. Als wij dit allemaal gaan verbieden, gaan een heleboel mensen toch hun eigen keuze maken, hetzij via postorder, hetzij over de grens. Ik kies daar niet voor.

Mevrouw Buitenweg (GroenLinks):

Ik probeer dit toch te begrijpen. Het CDA heeft veel vertrouwen in het bestrijden van illegaal vuurwerk. Daar moeten we dus hard op inzetten, als ik het CDA goed begrijp. Waarom zou je dan niet de categorie van wat illegaal vuurwerk is uitbreiden en daar hard op inzetten?

De heer Van Dam (CDA):

Ik ben blij dat mevrouw Buitenweg dit vraagt, want zij heeft mij niet goed begrepen. Ik heb helemaal niet zo'n enorm vertrouwen in de huidige aanpak van illegaal vuurwerk. Sterker nog, ik heb het kabinet in de achterliggende periode juist in hoge mate opgeroepen om daar meer aan te doen. Mijn stelling is juist dat dit al een enorme klus is, die slechts met beperkt succes lukt. Er worden wel vorderingen gemaakt. Ik ben een groot voorstander van het politieproject "oorwurm". We staan eigenlijk nog maar aan het begin om dat succesvol aan te pakken. Dit is juist een extra argument voor mij om niet direct heel enthousiast te worden om het verbod maar even ruim uit te breiden. Het is al een enorme klus om te handhaven op dit zware illegale vuurwerk, dat echt levensgevaarlijk is.

Mevrouw Buitenweg (GroenLinks):

We hebben samen geconstateerd dat de meeste gewonden vallen door het legale vuurwerk; daar ligt het grootste probleem. Het CDA zegt dat hier gelukkig maatregelen voor worden genomen, bepaalde buizen bijvoorbeeld zodat de pijlen niet meer alle kanten opgaan. Is het de bedoeling van het CDA dat dat gehandhaafd wordt? Gaat het CDA capaciteit besteden aan het controleren of die voorzorgsmaatregelen worden gebruikt?

De heer Van Dam (CDA):

Ook nu ben ik blij dat mevrouw Buitenweg mij dit uitdrukkelijk vraagt, want ook op dit punt heeft zij mij niet helemaal goed begrepen. Legaal vuurwerk zal zonder meer voor meer letsel zorgen, simpelweg omdat het meer beschikbaar is. Als ik het heb over het gooien van vuurwerk naar politiemensen en het zorgen voor ontploffingen, zit mijn angst veel meer vast aan dat zware illegale vuurwerk. Als ik een mailtje krijg van mensen die zeggen dat er een lawinepijl op mensen wordt afgeschoten, zijn dat de dingen waar we ons zorgen over moeten maken. Dat is het spul dat al dik strafbaar is op dit moment en het kost al heel veel moeite om daarop te handhaven. Meer is niet altijd beter dan het goed in dit verband. We moeten uitkijken dat we onszelf niet overschreeuwen in wat we allemaal strafbaar stellen.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Van Dam. Tot slot, afrondend.

Mevrouw Buitenweg (GroenLinks):

Honderden mensen hebben oogletsel en dat komt niet per se door dat zware illegale vuurwerk. Het komt door vuurwerk wat bijvoorbeeld een verkeerde kant op spuit. Ik heb dat zelf een keer meegemaakt en had gelukkig een vuurwerkbril op, maar velen hebben dat niet. Een van de maatregelen van het kabinet zijn die buizen, zodat de vuurpijlen die worden afgeschoten wat stabieler staan. Ik begrijp niet dat u er enig vertrouwen in heeft dat die maatregel zal leiden tot een vermindering van het aantal gewonden. Denkt u dat die buizen breed gebruikt gaan worden? Gaat daarop ingezet worden door de politie? Zal dat worden gecontroleerd? Denkt u dat dat echt helpt?

De heer Van Dam (CDA):

Ik denk dat vuurwerk bij uitstek een onderwerp is waarbij geldt dat het meekrijgen van de samenleving de enige manier is om echt te handhaven. Ouders die op oudejaarsavond met hun kinderen om tafel gaan zitten, vrouwen met hun man en mannen met hun vrouw, en zeggen: we weten hoe gevaarlijk het is. Hoe ga je daarmee om vanavond? In dat licht gezien denk ik dat het voorstel over de vuurpijlen een volgende stap is. In mijn inbreng heb ik het al aangegeven en zo heeft het kabinet het ook in de brief geschreven: We gaan dit proberen. We gaan kijken of dit werkt. Ik ben er een groot voorstander van dat dit geëvalueerd gaat worden en dat we vervolgens kijken wat het heeft opgeleverd. Maar met de beste wil van de wereld — zo zit ik er echt in — geloof ik niet dat, als we dit landelijk strafbaar stellen, het te handhaven is. Ik geloof het gewoon niet.

De voorzitter:

Dank u wel. Dan geef ik nu het woord aan mevrouw Kuiken namens de PvdA.

Mevrouw Kuiken (PvdA):

Voorzitter. Ik ben in mijn fractie altijd fel gekant geweest tegen een verbod op vuurwerk, in welke vorm dan ook. Dat was niet altijd het standpunt van de hele fractie ... Ik vond het betutteling en het was een traditie en waarom moeten we dat nu doorbreken? Ik zie u glimlachen, voorzitter, want u herkent de discussie waarschijnlijk.

Maar ik moet bekennen dat ik zo stilletjes aan een beetje aan het schuiven ben geraakt. Op een gegeven moment kun je niet meer ontkennen wat het elke oud en nieuw oplevert, niet alleen in materiële schade, niet alleen in financiële schade, niet alleen in lichamelijke schade, maar ook in geweld tegen en gevaar voor onze hulpverleners, onze politieagenten, onze ambulancemedewerkers, onze brandweermensen. Als je ziet dat alle andere maatregelen onvoldoende hebben gewerkt, ook niet de aanpak van illegaal vuurwerk, ook niet de handhaving op zichzelf, dan komt er een moment dat je je moet afvragen of je oude standpunt, dat zo lekker veilig voelde, nog wel zo veilig is. Ik en daarmee ook mijn fractie zijn zo langzamerhand op het punt gekomen dat we denken dat er nadere stappen nodig zijn.

Daarom vonden wij het advies van de OVV evenwichtig: kijk eerst naar dat knalvuurwerk, kijk naar de vuurpijlen en kijk of je daarmee een eerste stap kunt maken in het weer veilig maken van oud en nieuw, in het weer een prettig feest maken voor iedereen die van oud en nieuw wil genieten.

Het kabinet kiest hier niet voor. Dat vind ik jammer, maar mijn oproep aan het kabinet is wel om daar eerlijk over te zijn. Eerlijk gezegd vind ik het nogal een lachertje als je zegt dat je de adviezen van de OVV helemaal overneemt en als je vervolgens komt met een veiligheidsbril en een koker waarin je je vuurpijl kan zetten. Daarmee zou je doen alsof je de aanbevelingen overneemt, terwijl het natuurlijk een wassen neus is. Een veiligheidsbril voorkomt op geen enkele manier afgeschoten vingertjes of kapotte voeten of schade aan huizen of zelfs gaten die in politieautoruiten worden geschoten. Schilden van de ME zijn niet bestand tegen het vuurwerk dat nu in omloop is. Herkent de minister zich in uitspraken van minister De Jonge, die na afloop van de ministerraad zei: met de veiligheidsbril en met de vuurpijlhouder voldoen we aan de vragen die nu voorliggen? Is dat geen lachertje?

Voorzitter. Als je dan kiest voor second best en gemeenten de verantwoordelijkheid geeft om te kiezen of ze wel of niet tot een verbod komen, ga je die gemeenten dan ook helpen om zo'n verbod mogelijk te maken? Komen er extra politieagenten? Ga je bepalen wat je wel of niet verbiedt? Ga je ze helpen bij de handhaving, want dat zal heel hard nodig zijn, zeker als er grote verschillen zijn tussen gemeenten? Gemeentegrenzen zijn maar beperkt. De burgemeestersoproep was niet voor niets om tot een landelijk beleid te komen en het niet afzonderlijk te doen. Als je er dan al voor kiest, is mijn vraag hoe je de gemeenten daarin gaat faciliteren.

Tot slot. Ook de heer Van Dam pleit nu weer voor een harde aanpak van allerlei illegaal vuurwerk, maar daar zit 'm nu net de crux. Dat roepen wij al jaren en het heeft tot op heden niet geholpen. En dat zit 'm ook in een gebrek aan handhaving en capaciteit. Ook daarover herhaal ik mijn vraag aan de minister: wanneer wordt het iets serieus en hebben we er dan ook voldoende capaciteit, mensen en middelen voor over om het een serieuze oplossing te laten zijn?

Dank u wel, voorzitter.

De voorzitter:

Dank u wel, mevrouw Kuiken. Dan geef ik nu het woord aan de heer Arno Rutte namens de VVD.

De heer Arno Rutte (VVD):

Voorzitter. Het debat over vuurwerk is meer en meer een maatschappelijk debat geworden. Dat blijkt ook vandaag weer. Waar vuurwerk twintig jaar geleden nog een onomstreden onderdeel was van de jaarwisselingstraditie in Nederland, is er gaandeweg meer en meer discussie ontstaan: discussie over het letsel dat door vuurwerk kan ontstaan, van blindheid tot verminking of zelfs overlijden, en discussie over de problemen op het gebied van veiligheid en openbare orde die mede door het gebruik van vrij vuurwerk ontstaan. Het is daarom logisch dat de Onderzoeksraad voor Veiligheid onderzoek heeft gedaan naar de veiligheid rond de jaarwisseling en daarbij nadrukkelijk naar de rol van vuurwerk heeft gekeken. Het is ook logisch dat we daarover vandaag het debat voeren.

Natuurlijk maken we ons allemaal zorgen als we rond de jaarwisseling de berichten lezen van ongelukken, verminkingen, soms zelfs doden. Natuurlijk snappen wij dat ouderen of mensen met huisdieren zich kapot schrikken als ze onverwachts een rotje voor hun neus gegooid krijgen. De meest eenvoudige oplossing is dan om vuurwerk, en dan in het bijzonder knalvuurwerk, te verbieden. Toch gaan wij daar niet in mee. Ten eerste vinden wij dat niet iedereen de dupe hoort te zijn van een kleine groep die het voor de rest verpest. Zeer veel mensen genieten enorm van een oudejaarsavond met vrienden of met hun kinderen. Het is een geliefde traditie, met een glas champagne, een oliebol en wat vuurwerk om van te genieten: de opwinding als een grote vuurpijl in een fles gaat en aangestoken wordt, de pijl omhoogschiet, en de oehs en de ahs als de pijl in vele prachtige kleuren uiteenspat; de spanning als je een rotje aansteekt, in afwachting van de knal, die toch altijd net onverwacht komt en net anders klinkt dan je had verwacht; de vreugde als blijkt dat het pakket met vuurpotjes de nacht opfleurt met vuurspuwende fonteinen in allerhande kleuren en vormen. De mensen die op deze manier met hun gezin en hun buren van legaal vuurwerk genieten, veroorzaken geen overlast. Ze maken niemand aan het schrikken, en als ze verstandig met vuurwerk omgaan, zoals door een bril te dragen en het vuurwerk op de juiste manier af te steken, kan het ook zonder gevaar.

De tweede reden waarom we vuurwerk niet willen verbieden, is dat dat de problemen niet oplost. Het meeste letsel, het zwaarste letsel, wordt veroorzaakt door illegaal vuurwerk. Bommen worden op internet besteld of uit het buitenland gehaald. Dat los je niet op met een vuurwerkverbod. Sterker nog, de behoefte om het uit het buitenland te halen zal alleen maar toenemen; de heer Van Dam zei het ook al. Dus moeten we het illegale vuurwerk blijven aanpakken. Daar zit de oplossing. Tegelijkertijd moeten we er natuurlijk voor zorgen dat de overlast wordt beperkt door strak te handhaven wanneer en waar vuurwerk mag worden afgestoken, door ouderen te beschermen, door het instellen van vuurwerkvrije zones, bijvoorbeeld rond verzorgingshuizen, en door die zones daar in te zetten waar de vuurwerkoverlast echt tot veiligheidsproblemen leidt. Gemeenten hebben hiervoor verschillende bestaande middelen, die ze vooral moeten gebruiken en ook moeten durven gebruiken.

Laten we ook positief zijn over de resultaten die de afgelopen jaren zijn geboekt. Het aantal incidenten is de afgelopen jaarwisseling opnieuw fors afgenomen. Het aantal vuurwerkincidenten is in een jaar tijd gedaald van 3.573 naar 2.674. Het aantal vernielingen nam af, van 2.328 naar 1.622. Het aantal brandmeldingen daalde met 13%. Het aantal personen met vuurwerkletsel op de spoedeisende hulp daalde het afgelopen jaar met 8% en gedurende tien jaar werd het meer dan gehalveerd. De cijfers laten een sterk dalende trend zien. Dat is al jaren zo. Het huidige beleid is effectief.

Zorgelijk is wel dat de hoeveelheid geweld tijdens de jaarwisseling niet daalt. Daar valt ook het geweld tegen hulpverleners onder. Dat geweld is wat de VVD betreft onacceptabel. Daarom pleit de VVD — de PVV deed het in het verleden ook al — voor het instellen van een taakstrafverbod voor mensen die veroordeeld worden voor geweld tegen hulpverleners.

Voorzitter. Laten we onze eindejaarstraditie niet laten slopen door de groep die het voor de rest verpest te laten winnen, net zoals we alcohol niet verbieden omdat een kleine groep dronken over straat zwerft en vernielingen aanricht, en zoals we auto's niet verbieden omdat een aantal wegpiraten niet weet hoe ze veilig moeten rijden. Laten we vol inzetten op de middelen die er nu al zijn om met lokaal maatwerk de overlast aan te pakken en het illegale vuurwerk op te sporen en zo veel mogelijk uit te bannen. Zo kunnen we de komende jaren een prachtige jaarwisseling tegemoetzien.

Voorzitter, dank u wel.

De heer Wassenberg (PvdD):

De heer Rutte heeft een prachtig verhaal over de oehs en ahs als je vuurwerk, de vuurpijlen, ziet. Hij raakt daar bijna door ontroerd. Misschien zou hij ook eens moeten luisteren naar het gekreun en gekerm van de patiënten die een oog moeten missen of die een opengereten hand hebben. Misschien zou hij ook eens moeten kijken wat er op de poli's en bij de plastisch chirurg gebeurt, of daar ook zo veel enthousiasme is. Hij zegt feitelijk dat de goeden niet onder de kwaden moeten lijden. Maar denk ook even aan longpatiënten, mensen die ontzettend veel last hebben van het fijnstof dat overal doorheen dringt. Is de VVD ook een partij voor longpatiënten? Mogen ook mensen met longproblemen iets verwachten van de VVD? Want het zijn niet alleen maar de afgerukte vingers, het zijn niet alleen maar de uitgeschoten ogen, het zijn niet alleen maar de gevluchte huisdieren. Het is ook fijnstof, een sluipmoordenaar die duizenden mensen het leven echt volledig zuur kan maken. Dat zijn de onzichtbare patiënten. Denkt de VVD ook daaraan?

De heer Arno Rutte (VVD):

De heer Wassenberg komt met een aantal dingen tegelijkertijd. Afgerukte vingers en ogen: het is echt dramatisch als dat gebeurt. Maar laten we eerlijk zijn en naar de getallen kijken. Ik zei al dat die in tien jaar tijd meer dan gehalveerd zijn. Meer dan gehalveerd; het gaat dus echt heel erg de goede kant op. Ieder oogletsel en ieder handletsel is er één te veel. Maar dan kom je in een wereld terecht waarin je zegt: als je geen autoletsel meer wilt hebben, moet je het autorijden verbieden. Daar zijn wij niet van. Maar je kunt wel op een veilige manier autorijden. Zo kun je ook op een veilige manier met consumentenvuurwerk omgaan. En daar zijn wij voorstander van. Alles maar verbieden past misschien meer bij de wereld van de heer Wassenberg maar wat minder in mijn wereld.

Datzelfde geldt voor longpatiënten. Het is natuurlijk zeker zo dat vuurwerk niet gezond is voor longpatiënten. Overigens is het door de heer Wassenberg gepropageerde, door de gemeente georganiseerde vuurwerk net zo ongezond voor longpatiënten. Daar zit ook kruit in en daarbij is er ook rook. Daar zijn longpatiënten net zo ongelukkig mee als met consumentenvuurwerk. Maar los daarvan is het uiteindelijk in de maatschappij een beetje wikken en wegen. Als wij zouden toestaan dat in heel dit land het hele jaar vuurwerk mag worden afgestoken, zou dat onverantwoord zijn, zeker ook in het kader van wat bijvoorbeeld longpatiënten dan te verduren hebben. Maar als het gaat om een beperkte periode waarin het wel mag, in het kader van een mooie traditie waar ontzettend veel mensen van kunnen genieten als zij er op een fatsoenlijke manier mee omgaan, dan maken wij de weging dat het moet kunnen.

De heer Wassenberg (PvdD):

De heer Rutte kan wel zeggen dat die 1.100 gevallen die naar de arts moeten of zelfs naar het ziekenhuis, want daar hebben we het over, er maar weinig zijn. Maar het zijn er 1.100, dat is natuurlijk veel te veel. Zeker als je ziet dat het in heel korte tijd is. De heer Rutte heeft het erover dat het aantal flink is afgenomen, maar waarom is dat aantal afgenomen? Omdat de afsteektijden flink beperkt zijn. Daar wordt op gehandhaafd. Zou je die afsteektijden niet naar nul terug moeten brengen, omdat je dan echt een significante afname krijgt van het aantal slachtoffers? Dat is mijn eerste vraag: moet je die tijden niet nog verder beperken, liefst tot nul?

Toch nog even over die longpatiënten. Bij vuurwerkshows kun je zelf bekijken op welke plek je die houdt. Maar het afsteken van consumentenvuurwerk is zó diffuus. Overal in de stad gebeurt dat, op een paar zones na. Daar hebben mensen extreem veel last van. Op het moment dat je als gemeente een show organiseert, kun je dat allemaal zelf in de hand houden.

De heer Arno Rutte (VVD):

Ik heb de getallen er toch maar even bij gepakt. Het aantal meldingen met vuurwerkletsel op de spoedeisende hulp was ooit de 1.100 die de heer Wassenberg schetste. Dat was in 2007. Momenteel, tien jaar later, zitten we op minder dan 500. Het is dus gewoon gehalveerd. Dat is nog steeds te veel; ik zou het liefst hebben dat er helemaal geen letsel was. Maar dit zijn wel de getallen die de spoedeisende hulpen zelf bekend hebben gemaakt.

De voorzitter:

Tot slot.

De heer Wassenberg (PvdD):

Eén correctie. Ik had het niet alleen over de spoedeisende hulp, ik had het ook over de 700 gevallen die naar de huisarts moeten om zich daar te laten behandelen. 474 plus ruim 700 is meer dan 1.100. Dat rekensommetje wil ik de heer Rutte toch even meegeven.

De heer Arno Rutte (VVD):

Dat kan ongetwijfeld ook waar zijn, maar dat neemt niet weg dat het aantal meldingen op de spoedeisende hulp is gehalveerd. En er is geen enkele reden om aan te nemen dat het bij de huisartsen tegelijkertijd niet ook is gehalveerd. Uiteindelijk maak je een weging. De heer Wassenberg zou gelijk kunnen hebben als het in de wereld zo was dat op het moment dat wij legaal consumentenvuurwerk verbieden, mensen het vuurwerk niet illegaal gingen halen. Maar hij zou gelijk kunnen hebben dat als we het vuurwerk verbieden, het letsel helemaal verdwenen is. Maar dan kom ik echt op hetzelfde punt dat ik daarnet al noemde: als je auto's verbiedt, is ook het letsel door auto's verdwenen. Dat is toch serieus. Wij proberen uiteindelijk het vervoer zo veilig mogelijk te maken, maar wikken en wegen wel tussen de verschillende belangen. Ik vind dit ook rond vuurwerk van belang. Als wij elke dag vuurwerk zouden afsteken, zou dat idioot zijn, maar als het gedurende een korte tijd, rond Oud en Nieuw, in het kader van een traditie op een zo veilig mogelijke manier kan, dan ben ik daar voorstander van. Ik hoop oprecht dat wij volgend jaar nog betere cijfers hebben over de veiligheid.

De heer Krol (50PLUS):

De VVD noemt een aantal cijfers waaruit je zou kunnen concluderen dat het de goede kant opgaat. Heeft de VVD ook gezien dat het aantal slachtoffers tot 15 jaar— toch een heel kwetsbare groep — juist toeneemt?

De heer Arno Rutte (VVD):

De algemene trend is dalend. Het kan zeker zijn dat het aantal slachtoffers onder bepaalde groepen toeneemt. Ook ik ben daar niet enthousiast over; daar ben ik eerlijk over. Ik vind het van belang dat mensen verantwoordelijk omgaan met vuurwerk. Daarom steun ik ook de maatregelen die het kabinet voorstelt, van vuurwerkbrillen tot en met lanceerinstallaties. Dat zijn maatregelen die er toe doen.

De voorzitter:

Dank u wel. Dan ga ik naar mevrouw Den Boer namens D66.

Mevrouw Den Boer (D66):

Voorzitter. Ieder jaar opnieuw hebben wij rondom de jaarwisseling een debat. Steeds weer gaat het over traditie, feest, de vele slachtoffers en het geweld tegen politie en ambulancemedewerkers. Intussen zijn wij alweer een halfjaar verder. Vandaag debatteren wij over hetzelfde doel: hoe maken wij Oud en Nieuw veiliger en hoe behouden wij dit traditionele feest?

Het rapport van de OVV had een belangrijk aandeel in deze discussie. D66 vindt het goed dat het kabinet nu stappen onderneemt. Zes van de zeven aanbevelingen uit het rapport worden overgenomen. Daarmee neemt het kabinet serieuze maatregelen om de jaarwisseling veiliger te maken. Mijn fractie wenst echter een belangrijke kanttekening te maken. Indien resultaat uitblijft, sluit ook het kabinet een verbod op vuurpijlen en knalvuurwerk niet uit. Ook D66 kiest voor de weg der geleidelijkheid. Terecht put het kabinet allereerst uit andere maatregelen die nu mogelijk zijn of al staan.

Natuurlijk heeft D66 ook vragen en opmerkingen. Allereerst de uitbreiding van de lokale mogelijkheden. De positie van de gemeenten is niet eenduidig. Problemen tijdens de jaarwisseling verschillen tussen steden en platteland. D66 staat daarom ook in deze discussie voor de gemeentelijke vrijheid om zelf beleid te maken, dit in tegenstelling tot een landelijk verbod. Volgens mijn fractie moet het mogelijk zijn om een gemeente geheel vuurwerkvrij te maken. Zijn de minister en de staatssecretaris dit met D66 eens? Ik stel deze vraag aan zowel de minister als de staatssecretaris. Samen met de fractie van de ChristenUnie heb ik op dit punt een motie voorbereid.

Ten tweede een opmerking over de Europese aanpak. Een groot probleem blijft het illegale vuurwerk dat via andere lidstaten Nederland binnenkomt. Dat moet anders, maar het kabinet blijft op dit punt wat vaag. Er zou geen draagvlak zijn voor de aanscherping van de Europese wetgeving. Daar is nu eenmaal veel tijd voor nodig, zegt het kabinet. Maar wat heeft de Nederlandse regering al gedaan om andere lidstaten te overtuigen van een samenhangende aanpak? Welke mogelijkheden ziet het kabinet nog wél voor zich? Ik hoor graag concrete stappen, want de Europese aanpak moet beter.

Vanaf deze plek betuig ik mijn steun en dank aan alle hulpverleners en agenten die zich tijdens de jaarwisseling letterlijk in de vuurlinie begeven. Afgelopen jaar kwam daar nog bij dat de politie zo ongeveer op haar tandvlees liep. Agenten maakten overuren tijdens Oud en Nieuw na een slopende reorganisatie. Het is goed dat het kabinet extra geld uittrekt voor extra agenten. Een aantal is vandaag ook genoemd tijdens het AO, maar ik kijk steeds nadrukkelijker naar de minister van Justitie en Veiligheid. Schat hij de capaciteit en de handhaving voor de komende jaarwisseling wel voldoende in?

Dan de Inspectie Leefomgeving en Transport, die er met de nieuwe maatregelen een flink aantal extra taken bij krijgt, terwijl de capaciteit nu al schaars is. Kan de staatssecretaris toelichten of de ILT de uitvoering van de nieuwe taken werkelijk kan waarmaken?

Ook D66 vindt het onacceptabel dat hulpverleners worden gehinderd en dat er geweld tegen hen wordt gebruikt, maar bij mijn weten is de straf voor het belagen van hulpverleners al flink verzwaard. Deze maatregel mag geen doekje voor het bloeden zijn. Kan de minister de bestaande strafverzwaring toelichten? In hoeverre wordt deze al toegepast? Wat is het effect? Schrikt een strafverzwaring mensen werkelijk af?

Ten slotte. Wij bespreken vandaag een enorm pakket aan maatregelen. Dat is mooi, maar we zijn nergens als we het effect daarvan niet kennen. Graag hoor ik van de minister en de staatssecretaris hoe zij expliciet de effecten zullen meten en of zij zich bepaalde doelen stellen. Graag een reactie.

Dank u wel.

De voorzitter:

Een korte interruptie van de heer Wassenberg.

De heer Wassenberg (PvdD):

Mevrouw Den Boer bedankt de politie en de hulpdiensten. Daar ben ik het helemaal mee eens, maar is mevrouw Den Boer zich wel bewust van het feit dat de politiebonden zich volkomen geschoffeerd voelen doordat het kabinet de belangrijkste aanbeveling van de OVV, namelijk een verbod op vuurpijlen en knalvuurwerk, volkomen negeert?

Mevrouw Den Boer (D66):

Dank u wel voor deze vraag. Ik stel vast dat het kabinet ruim zes van de aanbevelingen van het OVV-rapport overneemt. Dat vind ik een grote stap en ook een realistische stap, zeker gegeven het feit dat al deze maatregelen in hun gezamenlijkheid nog nader moeten worden bekeken. Ik vind het bijvoorbeeld heel erg goed dat we nu gaan kijken naar de mogelijkheid van een lokaal algeheel verbod op vuurwerk, dus een vuurwerkvrije zone die voor de gehele gemeente van toepassing is. Ik vind dat een hele belangrijke stap die zeker zijn effecten zal hebben op de lokale handhaving. Althans, dat hoop ik later uit de evaluatie te leren.

De heer Wassenberg (PvdD):

Ik denk dat ik mijn vraag niet goed had geformuleerd. Mevrouw Den Boer gaf een heel antwoord over wat er allemaal goed was aan het advies, maar ik vroeg of zij weet dat de politiebonden zich volkomen geschoffeerd voelen vanwege het feit dat die eerste belangrijke aanbeveling van de OVV volkomen genegeerd wordt. Ik heb het niet over de zes die zijn overgenomen. Ik heb het over de allerbelangrijkste, namelijk een verbod op vuurpijlen en knalvuurwerk. Is mevrouw Den Boer zich ervan bewust dat de politiebonden zich geschoffeerd voelen door het negeren van die aanbeveling?

Mevrouw Den Boer (D66):

Meneer Wassenberg, ik ga niet helemaal mee met uw taalgebruik. Het woord "geschoffeerd" heb ik niet gezien in social media of in de berichtgeving. Ik heb uiteraard wel gezien dat de politie zich daar zorgen over maakt. De politie wordt versterkt met extra capaciteit en zal veel sterker aanwezig zijn tijdens de komende jaarwisseling dan bij de vorige jaarwisseling. In het regeerakkoord staat dat er middelen en mensen worden vrijgemaakt voor die extra capaciteit, zowel operationeel op straat als opsporingscapaciteit. Dat vind ik al een hele goede eerste stap. Ik hoop dat de politie zich daarmee zal kunnen verenigen.

Mevrouw Helder (PVV):

Nog even over de taakstraffen bij geweld tegen agenten en hulpverleners. Ik hoor mevrouw Den Boer vragen stellen aan de minister. In het verleden, onder Rutte I, is mede namens mijn fractie een taakstrafverbod — artikel 22, lid 3 voor de liefhebber — in de wet opgenomen om voor geweld- en zedenmisdrijven geen taakstraf op te leggen. Dat is geëvalueerd en het blijkt dat de rechters zich daar niet aan houden. Maakt dat het standpunt van collega Den Boer op dit punt anders?

Mevrouw Den Boer (D66):

Ik hoor de vraag van mevrouw Helder. Wij hebben ten eerste onderstreept dat wij geweld tegen hulpverleners en tegen de politie onacceptabel vinden. Dat is heel belangrijk. Ik denk dat wij dat ook samen delen. Wij delen die zorg en wij willen absoluut dat daar wat gedaan wordt. Alleen willen wij wel dat als er een strafverzwaring plaatsvindt, dat ook effecten sorteert. Daar zijn wij heel erg benieuwd naar. Ik heb daar ook vragen over gesteld aan de minister.

Mevrouw Buitenweg (GroenLinks):

Nog even een laatste vraag. Ik was even aan het nadenken, omdat ik D66 hoorde zeggen: laten we nu eerst beginnen met een aantal maatregelen en kijken of dat wel helpt en het is goed dat een flink aantal aanbevelingen van de OVV is overgenomen. Als dat nou niet leidt tot een vermindering van het aantal slachtoffers of niet leidt tot een vermindering van schade, is D66 er dan voorstander van dat die ene maatregel ook nog wordt overgenomen?

Mevrouw Den Boer (D66):

We zien natuurlijk sowieso dat er eigenlijk meer dan die zes aanbevelingen worden overgenomen door het kabinet. Er is ook de stabilisatie van de vuurpijlen, die u net zelf al noemde in een eerdere interruptie. Wat heel belangrijk is, is dat u, als u goed hebt geluisterd, hebt gehoord dat D66 meegaat in de argumentatie van het kabinet, namelijk dat als deze maatregelen niet gaan werken de deur op een kier staat, of misschien wel iets meer dan een kier, voor verbreding van de maatregelen en dat kan een verbod op knalvuurwerk en vuurpijlen inhouden.

Mevrouw Buitenweg (GroenLinks):

Ik vroeg het dus niet aan het kabinet, maar gewoon aan u. Ik dacht dat misschien gewoon een simpel ja of nee zou kunnen volstaan. Want kan het? Ja, er kan van alles. Je kan een voorstel doen en dan kan ik altijd nog over twee jaar bedenken of ik wel of dat ik niet ga zeggen. Eigenlijk is gewoon de vraag of als nu over twee jaar blijkt dat die stabilisatie, die andere zes maatregelen en de hele voorlichtingscampagnes via social media niet het gewenste effect hebben, D66 er dan voor is dat er een verbod komt, zoals voorgesteld door de OVV. Of zegt u: ook dan moeten we het nog maar eens bekijken?

Mevrouw Den Boer (D66):

Ik heb in mijn bijdrage onderstreept, mevrouw Buitenweg — en voorzitter, want ik vergeet u steeds te noemen — dat wij heel veel belang hechten aan de monitoring en de evaluatie van de maatregelen die nu worden genomen. Als daaruit zal blijken dat de genomen maatregelen niet het gewenste effect opbrengen — dat is bijvoorbeeld vermindering van letsel, vermindering van schade en dat soort zaken — gaan wij daar opnieuw naar kijken. Wij delen met het kabinet het pad der geleidelijkheid dat hierbij mogelijk is. Wij zullen dan absoluut opnieuw zeer geïnteresseerd en met belangstelling kijken naar de mogelijkheid om een verbod op knalvuurwerk en vuurpijlen te introduceren.

De voorzitter:

Dank u wel, mevrouw Den Boer. Dan geef ik nu het woord aan de heer Van Raak namens de SP.

De heer Van Raak (SP):

Dank u, voorzitter. Ik moet zeggen dat ik oudejaarsavond een fantastisch feest vind. Koud is het buiten, warm van binnen. Ik kan altijd mijn zonden van het afgelopen jaar overdenken en veel goede voornemens maken voor het nieuwe jaar. Nieuwjaar is een feest van overgang waarop traditioneel met knallen afscheid wordt genomen van het oude jaar en het nieuwe jaar wordt ingeluid. Vanaf de zeventiende eeuw gebeurde dit door vooraanstaande burgers die symbolisch geweerschoten afvuurden voor het huis van de notabelen. Dat dat goed ging, zeg ik maar tegen mevrouw Buitenweg. Vanaf de jaren dertig van de vorige eeuw werd het afsteken van vuurwerk een individuele aangelegenheid. Pas vanaf toen. Vanaf de jaren vijftig kwam er ook meer siervuurwerk, als eerste vanuit de Chinese gemeenschappen.

Ik merk dat oudejaarsavond een mooi feest is voor familie en vrienden, maar ook een moment dat je je buurtgenoten ziet, ook mensen die je misschien op een ander moment probeert te ontlopen. Het heeft iets vormends, het heeft iets gemeenschappelijks. Maar zit er ook een heel zwarte rand aan dat feest en dat is het feit dat er doden vallen, dat er gewonden gevallen, dat er jongeren zijn die verminkt worden voor hun leven en dat de rest van hun leven moeten meedragen. Wat ik ook onverantwoord vind op dit moment, is dat wij onze mensen een onmogelijke taak geven: onze politiemensen die de orde moeten handhaven, onze brandweermensen die moeten blussen en zelfs onze ambulancemedewerkers die mensen het leven moeten redden. Op veel te veel plekken in het land gaat het hartstikke mis. Ik zie ook dat dat heel verschillend is. In sommige buurten gaat het goed en in sommige buurten loopt het mis, structureel. In sommige gemeenten is het gewoon niet meer te doen en in andere gemeenten is het gewoon een feest. In sommige gemeenten worden prachtige gemeentelijke vuurwerkshows gehouden, en dat zou ook kunnen in een buurt of op straatniveau.

De vier grote steden hebben de Onderzoeksraad voor Veiligheid om een onderzoek gevraagd en ik ben blij met dat onderzoek. Daar staan ontzettend veel goede dingen in. Ik merk dat de regering, de minister, daar ook veel van overneemt, maar ook een aantal dingen niet of niet goed genoeg. Als het gaat om de aanpak van illegaal vuurwerk, is de opsporingscapaciteit echt bij lange na nog niet voldoende. Neem nou Den Haag. De politie is er op volle sterkte en heeft de handen vol aan het orde handhaven. Die hebben echt geen tijd om achter die vuurwerkcriminelen aan te gaan. Dat is een illusie. Dat kun je wel beloven, maar dat kun je niet doen. Er staat hier ook dat je oudejaarsavond als een evenement zou moeten aanpakken. Ja, dat is ontzettend goed, want dan kan het goed doordacht worden, maar daar is ook heel erg veel capaciteit voor nodig. En zolang onder deze minister de capaciteit de komende jaren feitelijk zal afnemen in plaats van toenemen, zie ik dat allemaal niet gebeuren. Iets waar politiemensen erg teleurgesteld in zijn is dat het verbod op gevaarlijk vuurwerk niet wordt overgenomen. En toen moest ik even denken aan het lek van 10 april. Toen werd er namelijk in RTL, geloof ik, gelekt dat er een verbod mogelijk zou worden voor gemeenten. Toen dacht ik: misschien is dat nog niet zo'n gek idee. Maar op 4 juni werd er in een ander lek gezegd dat dat niet mocht van de VVD. Nou, de minister moet er maar op antwoorden hoe dat zit. Ik lek zelf niet; ik kan er ook niets aan doen. Dat is allemaal het ministerie.

Ik zie grote problemen met een verbod, waar ik toch al het oordeel van de minister over wil, als we nu al een totaalverbod zouden doen. Je hebt namelijk de grensstreek, dus je fietst zo de grens over of gaat met de auto van alles halen. Dan heb je nog internet. Je kunt het dus bestellen. Ga je dat handhaven? En ja, illegaal vuurwerk bestrijden ... Dat is zo'n ongelooflijk grote criminele organisatie wereldwijd. Daarmee vergeleken staat onze politie echt nog maar in de kinderschoenen. We moeten dus een beetje oppassen met denken dat als we hier een verbod uitvaardigen, het wordt opgelost. Ik denk dat er heel veel geïnvesteerd moet worden in organisatie, capaciteit en alternatieven bieden, ook voor een vuurwerkshow op straat- of wijkniveau. Ik zou de minister dus willen vragen om ... Ik rond af, want ik zie hem al in de min staan, voorzitter.

Ik vind het goed dat de minister zegt dat gemeentes hier eigenlijk maatwerk moeten kunnen leveren. Ik vind dit eigenlijk ook iets wat in gemeentes moet worden geregeld. Gemeenteraden, burgemeesters moeten dit kunnen doen, omdat het op elke plek zo verschrikkelijk anders is.

De voorzitter:

Dank.

De heer Van Raak (SP):

Maar ik wil de minister wel vragen waarom hij geen verbod in gemeentes mogelijk maakt. Ik denk dat het experiment van de komende twee jaar dan kans van slagen heeft.

De voorzitter:

Als u niet meer naar mij kijkt, weet ik dat u niet wilt luisteren.

De heer Van Raak (SP):

Ik dacht dat ik een interruptie had.

De voorzitter:

Nee, nee.

De heer Van Raak (SP):

Excuus, voorzitter!

De voorzitter:

Dan geef ik nu het woord aan mevrouw Buitenweg namens GroenLinks.

Mevrouw Buitenweg (GroenLinks):

Dank u wel, mevrouw de voorzitter. Ik denk dat de collega niet doorhad dat ik een staande ovatie aan hem gaf!

Voorzitter. We hadden vanmorgen een algemeen overleg over de politie. Een aantal mensen hebben daar al aan gerefereerd. De minister benadrukte daarin nog eens hoeveel respect hij wel niet heeft voor de mensen op straat, voor de mannen en vrouwen die over onze veiligheid waken, en hoeveel vertrouwen hij heeft in onze politiekorpschef Erik Akerboom.

Nu is de politie heel erg gediend van een vuurwerkverbod, zoals een aantal collega's ook al zeiden. De heer Akerboom zei nog vóór het OVV-rapport: "Tegen de vernietigende kracht van bepaald vuurwerk kunnen wij onze mensen en dieren eenvoudig niet meer beschermen, net zo min als andere hulpverleners en burgers. Het is echt vijf voor twaalf. Daarom pleiten wij voor een verbod op knalvuurwerk en vuurpijlen." Het OVV-rapport zegt natuurlijk iets soortgelijks. Daarom dacht ik dat zo'n verbod er ook wel zou komen. Dat leek er namelijk ook op als je kijkt naar de verschillende brieven. Eind december schreef de minister in een brief: er zijn stevige maatregelen nodig. In februari onderstreepte hij dat de jaarwisseling een te onveilig evenement is en blijft. Er was een gevoel van urgentie nodig en "één groot pakket". Op mijn verjaardag, 27 maart, las ik inderdaad dat minister Grapperhaus en staatssecretaris Van Veldhoven voorstellen hadden gedaan om de voorstellen van de OVV op te volgen om knalvuurwerk en vuurpijlen te verbieden. In plaats van kruitdampen hing gewoon de geur van verandering in de lucht.

Maar wat is er toen gebeurd? Kan de minister misschien een tipje van de sluier oplichten? Hoe verhoudt het muisjesbesluit dat voorligt zich tot alle stevige olifantenwoorden in de brieven en tot de vraag van de politie om hun te helpen van oud en nieuw een veiliger feest te maken, een feest voor iedereen? Ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat de emotie wel vaak zegeviert in het kabinet. We zien het bij de voorstellen van minister Dekker over voorwaardelijke invrijheidstelling, we zien het bij de voorstellen van staatssecretaris Harbers met betrekking tot bed, bad en brood, en ook hier. Het zijn niet de feiten, maar het is gevoel dat zegeviert.

Voorzitter. Uit de jongste brief van de minister is nog wel een sprankje hoop te peuren, want daarin staat dat als de voorlichtingscampagnes en al die andere maatregelen geen effect sorteren, steviger maatregelen niet uitgesloten worden. Het is een beetje alsof je bij de hoge duikplank staat en zegt dat je de volgende keer écht gaat springen. Ik zou dan wel graag willen weten wanneer de maatregelen volgens de minister geen succes hebben. Is dat als er minder slachtoffers op de spoedeisende hulp zijn, er minder ogen beschadigd raken, er minder autobranden zijn, minder vernielingen, minder openlijke geweldpleging? Kortom, wanneer is er voldoende schade aangericht voor de minister om de beloofde steviger maatregelen te nemen? Wat dat betreft sluit ik me aan bij een aantal andere opmerkingen die gemaakt zijn, dat het nodig is om te weten wat nu ook het niveau is voordat we kunnen weten of een evaluatie ook geslaagd is.

Wat GroenLinks betreft, moet de jaarwisseling voor iedereen een feestje zijn, met prachtig siervuurwerk en door de gemeente georganiseerde vuurwerkshows. Een nacht waar ook de hulpdiensten niet bang voor hoeven te zijn, omdat we er samen voor zorgen dat het veilig is.

Dank u wel.

De heer Van Dam (CDA):

Ik hoor u allemaal dingen zeggen over het proces en over de brief en de muisjes en olifanten. Ik veronderstel dat u voor een algeheel knalverbod bent. Ik had gehoopt dat u zou uitleggen hoe je dat handhaaft. Daar hoor ik u niets over zeggen. Ik wil ik u toch eens bevragen op hoe u dat nou ziet, want daar kan ik dan misschien ook nog wat van leren.

Mevrouw Buitenweg (GroenLinks):

Eigenlijk wil de fractie zich gewoon aansluiten bij het OVV-rapport zoals dat voorligt. Ik ben er dus voor dat de vuurpijlen en het knalvuurwerk verboden worden. We gaan dus niet helemaal groots alles verbieden. Ik vind het voorstel van de SP ook wel heel charmant om te zorgen dat het op gemeentelijk niveau gebeurt. Ik kan me namelijk goed voorstellen dat dit ook iets is wat je gemeentelijk wil gaan bespreken. Ik wacht dus heel graag het antwoord van de minister daarop af. Maar dat is eigenlijk waar de fractie van GroenLinks nu staat.

De heer Van Dam (CDA):

Maar dan weet ik eigenlijk helemaal niet waar u staat. Want of u zegt: ik ben voor een algeheel knalverbod. Of u volgt mijnheer Van Raak, voor wie overigens ook gold dat ik dacht: waar gaat-ie naartoe in zijn hele verhaal, waar eindigt-ie? Maar hij eindigde ook niet bij een landelijk verbod. Dus punt één. Ik wil heel graag weten waar u staat als GroenLinks. En punt twee. Mocht u vinden dat er een landelijk knalverbod moet komen, hoe dan? Hoe handhaaf je dat?

Mevrouw Buitenweg (GroenLinks):

GroenLinks is al heel lang geen voorstander van de enorme vuurwerkkruitdampen zoals nu uitgestoten worden. Dat zult u ook wel weten. Al jaarlijks is er onder leiding van Arno Bonte in Rotterdam een vuurwerkmeldpunt waar mensen overlast kunnen melden. Die meldingen nemen jaar na jaar toe. Je ziet dat steeds meer mensen zich beklagen daarover. Nou heeft GroenLinks vertegenwoordigers op landelijk niveau en op lokaal niveau. Wij zijn er als partij voor dat het niet zo uit de hand loopt zoals nu gebeurt en dat er georganiseerde vuurwerkshows door de gemeenten worden aangeboden. Voor mij kan dat besluit op landelijk niveau of op lokaal niveau worden genomen. Collega Van Raak vroeg: kan het eigenlijk op gemeentelijk niveau? Dat vind ik een heel interessante vraag. U kunt ervan op aan dat zowel op lokaal als op nationaal niveau de vertegenwoordigers van GroenLinks hetzelfde zullen voorstaan, namelijk het hebben van gemeentelijke vuurwerkshows en het heel sterk beperken van consumentenvuurwerk.

De voorzitter:

Tot slot.

De heer Van Dam (CDA):

Ik snap er helemaal niets van.

De voorzitter:

Dank u wel, mevrouw Buitenweg.

Mevrouw Buitenweg (GroenLinks):

Nou ja, dat is dan toch een ... Ik bedoel, het is misschien ook al laat voor de heer Van Dam. Volgens mij ben ik vrij helder geweest. Ik wil het met alle liefde zometeen nog eens een keer uitleggen, maar ik denk dat hij misschien ook een wat opener blik moet hebben, zodat hij ook kan begrijpen wat iemand gaat zeggen. Mijnheer Van Dam, ik heb u net uitgelegd waar ik voor ben. Ik wil u dat met alle liefde zo meteen nog eens een keer in jip-en-janneketaal uitleggen. Ik vrees dat dat nodig is.

De voorzitter:

Dank u wel. Ik geef het woord aan de heer Van der Staaij namens de SGP.

De heer Van der Staaij (SGP):

Mevrouw de voorzitter. Iedereen is het erover eens: er moet een einde komen aan de ongeregeldheden tijdens de jaarwisseling. Dat is een citaat van zo'n tien jaar geleden. Toen hadden we een rapport van de Commissie overlast jaarwisseling en werd er gezegd: het wordt nu echt wel tijd om dat aan te pakken; er moeten echt maatregelen genomen worden! En dat was niet voor het eerst, want er waren al een paar jaar daarvoor rapporten vanuit de politie onder de titel "Hoezo rustig?". Want weet u wat ook een traditie is? Om de ellende die zich voordoet altijd weer ontzettend te relativeren: de zwaargewonden, de enorme schade, het gigantische drankmisbruik en het geweld tegen hulpverleners niet te vergeten. Wat dat betreft is er ook gewoon sprake van een uit de hand gelopen traditie. Dat moeten we niet relativeren. Dat moeten we eerlijk onder ogen zien.

Voorzitter. Wat wel een echte ontwikkeling is in die tien jaar is dat we steeds meer draagvlak zien voor het inperken van consumentenvuurwerk. Dat vind ik trouwens ook wel logisch als je bedenkt dat dat geknal en zo z'n oorsprong had in het verjagen van boze geesten. Nou, als je minder in boze geesten gelooft, dan is het ook logisch dat je de behoefte aan knallen niet meer zozeer ervaart. Dat lijkt me dus ook een doorgaande trend.

Voorzitter. In het licht van die lange geschiedenis vind ik wat er voorligt allemaal wat te traag en te mager. Als dit nou voor het eerst was dat we het erover hebben, dan zou ik me daar iets bij kunnen voorstellen. Maar we praten er al zolang over. En dan kom ik een zinnetje tegen in de brief van vandaag: "Wij constateren dat het maatschappelijk debat volop gaande is, maar dat hieruit nog geen eensluidende vraag aan de overheid voortvloeit." Nee, ja, als we dáárop moeten wachten! U zei ook niet bij de wietexperimenten dat er een eensluidende vraag is aan de overheid vanuit de bevolking, maar er is wel een heel duidelijke beweging. En kijk naar al die rapporten die er liggen. Hoeveel rapporten liggen er nou niet inmiddels die zeggen: zet nou stappen? Dan kunnen we toch niet met wat voorlichting en wat halve maatregelen volstaan?

Ondanks de slogan "Je bent een rund als je met vuurwerk stunt" en andere voorlichting is het nog steeds spitsuur op de Spoedeisende Hulp. Een verplicht stabilisatiemechanisme voor vuurpijlen, prima, maar de cijfers leren dat je dan hoogstens een derde van het vuurpijlletsel kunt voorkomen. Al jaren voldoet ook het vuurwerk dat legaal verkocht wordt niet aan de producteisen. Het kabinet zegt dat er steeds meer overgeschakeld wordt op een risicogestuurde benadering. Ja, dat hoorden we vijf jaar geleden ook. En dan is er nog heel veel onveilig vuurwerk.

Voorzitter. Als we al die feiten op ons laten inwerken, dan zouden wij het een goede zaak vinden om de aanbevelingen van de Onderzoeksraad op te volgen, ook om dat knalvuurwerk en die vuurpijlen te verbieden. Eigenlijk is dat een heel waardevolle goede stap om te zetten. Ik vind de argumenten die daartegen ingebracht worden dan ook niet overtuigend.

Voorzitter. Een terugvaloptie is wat ons betreft ruimte voor een gemeentelijk vuurwerkverbod. Dat geeft juist wel veel meer handhavingsproblemen. Ik denk dat een landelijke benadering, ook uit het oogpunt van handhaving, veel sterker is. En in hoeverre zou een verhoging van de leeftijdsgrens, bijvoorbeeld van 16 naar 18 jaar zoals dat ook bij zwaarder vuurwerk het geval is, een terugvaloptie zijn als vuurpijlen niet worden verboden? In hoeverre heeft het kabinet daar nog over nagedacht? Ziet het daar ook wat in?

Over een vuurwerkheffing, een milieuheffing hebben we het ook vaker gehad. Staat het denken daarover ... Of laat ik het positiever formuleren: is het denken daarover ook nog in beweging? Ik hoorde de staatssecretaris vandaag ook praten over het meer beprijzen van de milieuschade door vuurwerk, dus over het heffen van een belasting op vuurwerk.

Tot slot. Wat het kabinet wel wil is die brilletjes verplicht uitgeven. Moet dat nou echt weer nog een extra jaarwisseling duren? Kom op! Dat kan toch wel een beetje sneller geregeld worden, namelijk bij de komende jaarwisseling?

Dank u wel, voorzitter.

De heer Arno Rutte (VVD):

Dat is een gloedvol betoog van de heer Van der Staaij. Daar hou ik wel van. Daarin greep hij terug naar tien jaar geleden. Vervolgens hield hij een heel betoog waarin hij zei: er is eigenlijk in tien jaar helemaal niks veranderd; het is nog steeds een grote ellende. Hij eindigt bij: dus wij zouden eigenlijk tot een vuurwerkverbod moeten komen. Ik vat het heel snel samen. Maar laten we nu even terugkijken naar tien jaar geleden. Toen was het aantal meldingen van vuurwerkletsel op de spoedeisende hulp 1.100. Dat zit nu ruim onder de 500. In een jaar tijd is het aantal vuurwerkincidenten met bijna 1.000 gedaald, is het aantal vernieuwingen fors afgenomen, met een stuk of 800, en is het aantal brandmeldingen met 13% gedaald. Als je dat concludeert, dan kun je toch niet overeind houden dat er in tien jaar niks is veranderd? Dan is er toch duidelijk sprake van een sterk dalende trend in de ellende, met behoud van vuurwerk?

De heer Van der Staaij (SGP):

Het is soms een wisselend beeld wat betreft plaatsen en jaren; dat ben ik met de heer Rutte eens. Ik ben het ook met hem eens dat er op een aantal punten verbetering te zien is. Maar ik vind nog steeds dat er veel te veel overlast is. Dan verwijs ik simpelweg ook naar de rapporten van de Onderzoeksraad voor Veiligheid die we hebben. Die slaan ook niet die sterk relativerende toon aan die de heer Rutte hier nu hanteert. Het is ook niet voor niks dat zij het bepleiten. Ik verzin het niet. Zij hebben goed gekeken wat er allemaal gebeurt en zeggen: dat zou echt een maatregel zijn. Ik denk dat dat ook echt heel sterk aansluit op het feit — ik hoor dat ook in mijn omgeving en zie dat ook terug in enquêtes — dat steeds meer mensen zeggen dat vooral dat knalvuurwerk, dat soms ook illegaal vuurwerk is en steeds harder en steeds explosiever lijkt te worden, echt enorme overlast veroorzaakt.

De heer Arno Rutte (VVD):

Over de ellende van illegaal vuurwerk kunnen we een heel grote boom opzetten. Dat is al verboden, dus dat kunnen we niet verder verbieden. Dat schiet niet op. Dat de maatschappelijke trend aan het veranderen is, ontken ik ook niet. Dat heb ik net zelf ook verteld. De discussie wordt dus wel gevoerd. Maar het gaat mij erom dat de heer Van der Staaij het beeld schetst dat de feiten gedurende tien jaar niet zijn veranderd en het beeld in tien jaar gelijk is gebleven. Ik schetste een heleboel cijfers waaruit blijkt dat er wel degelijk ook radicaal dingen zijn veranderd, wat je daar verder ook van vindt, of je het nog steeds te veel vindt of te weinig. Erkent de heer Van der Staaij dat dat wel degelijk het geval is?

De heer Van der Staaij (SGP):

Er zijn ook verbeteringen, maar ik vind het niet radicaal veranderd. Voor mij is het een constante dat er gewoon veel te veel overlast, schade en geweld tegen hulpverleners aan de orde is bij de jaarwisseling.

De voorzitter:

Dank u wel.

De heer Van der Staaij (SGP):

Dank u wel.

De voorzitter:

Dat was de eerste termijn van de zijde van de Kamer.

De vergadering wordt van 20.45 uur tot 21.02 uur geschorst.

De voorzitter:

Ik geef de minister van Justitie en Veiligheid het woord.

Minister Grapperhaus:

Voorzitter, dank u wel. Er zijn veel vragen gesteld over onze brief. De staatssecretaris en ik zullen die vragen beantwoorden langs de lijnen van onze portefeuilles. Daarbij zal ik eerst ingaan op de aanpak van handel in illegaal vuurwerk, handhaving en bescherming van hulpverleners. De staatssecretaris zal vervolgens ingaan op de vragen die zijn gesteld over het consumentenvuurwerk en de regulering van het afsteken van vuurwerk.

Voorzitter. We spreken vandaag over het rapport van de Onderzoeksraad voor Veiligheid van 1 december vorig jaar over de veiligheidsrisico's rond de jaarwisseling en over het kabinetsstandpunt ten aanzien van de aanbevelingen die de OVV in dat rapport heeft gericht aan de staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat en mij. Ook de laatste jaarwisseling heeft duidelijk gemaakt dat de bevindingen en conclusies van de OVV, de Onderzoeksraad, moeten leiden tot maatregelen om letsel en verstoringen van de openbare orde tijdens de jaarwisseling te verminderen. We hebben uw Kamer in maart bericht over de laatste jaarwisseling. Het is goed om te kunnen constateren dat er wederom sprake is van een afname van letsel en verstoringen van de openbare orde. De dalende lijn van de afgelopen jaren heeft zich ook tijdens de afgelopen jaarwisseling voortgezet, maar dat is niet genoeg. Er moet meer gebeuren.

Voordat ik daar verder op inga, wil ik benadrukken dat de aanleiding voor het rapport van de Onderzoeksraad niet het feest is dat de jaarwisseling onverkort zou moeten zijn en waar de leden Van Raak en Van der Staaij ook zo mooi aan refereerden, inclusief de traditie van vuurwerk, waarmee we goed willen omgaan. Want helaas moeten we elk jaar constateren dat een kleine groep mensen andere bedoelingen met dit feest heeft. Daarbij zorgen ze voor gevaar voor medeburgers en voor hulpverleners. Dat is onacceptabel, tijdens de jaarwisseling en overigens ook tijdens alle andere evenementen. Dat geldt in het bijzonder voor geweld tegen of het hinderen van politie en andere hulpverleners. Ik vind het onbestaanbaar dat die mensen, hulpverleners, in plaats van medewerking en alle ruimte te krijgen worden gehinderd of, erger, met geweld te maken krijgen. Ik kom daar nog op terug, maar ik illustreer daarmee wel die minder feestelijke kant van de jaarwisseling. Nogmaals, waar het overgrote deel van de mensen zich gewoon normaal en binnen de kaders van het feest gedraagt, wordt die overlast alleen maar veroorzaakt door een kleine groep.

Waar de staatssecretaris en ik uw Kamer al in december konden mededelen dat wij ons achter de conclusies van het rapport van de Onderzoeksraad schaarden, hebben wij sindsdien bezien hoe wij aan de aanbevelingen uitvoering konden geven. Wij vinden dat we met dit pakket maatregelen een grote stap voorwaarts maken waarmee we de ingewikkelde belangen die hierbij spelen, zo veel mogelijk aan alle kanten maar wel in evenwicht hebben meegenomen.

Voorzitter. De jaarwisselingsproblematiek verschilt ook nog eens per gemeente. Dat vereist lokaal maatwerk en geen landelijk verbod. Het NRC Handelsblad van vanavond plaatst interviews met twee burgemeesters van gemeenten. U ziet hoe verschillend die burgemeesters met problematiek te maken hebben. Het vereist lokaal maatwerk, geen landelijk verbod. Het is ook de driehoek die lokaal besluit welke maatregelen nodig zijn en welke maatregelen de driehoek wil toepassen. Op de vragen van onder meer mevrouw Dik — zij was in ieder geval de eerste — wil ik hierbij zeggen dat we samen met de VNG willen onderzoeken hoe een lokaal verbod zou kunnen worden ingericht. Op dit moment is het, volgens een uitspraak van de Raad van State, theoretisch al mogelijk om een vuurwerkvrije zone uit te breiden tot het gehele gebied van een gemeente, maar een wettelijke verankering zou op zichzelf ook mogelijk zijn.

Ik kom op de vragen die verder gesteld zijn. Er is gevraagd om gemeenten de wettelijke bevoegdheid te verlenen om op basis van de openbare orde een afsteekverbod van vuurwerk in te stellen. Ik zei daar al iets over aan de hand van de uitspraak van de Raad van State. Het expliciet opnemen van een dergelijke wettelijke bevoegdheid maakt het gemeenten in het kader van de thans geldende mogelijkheid tot aanwijzing van vuurwerkvrije zones, die dus het hele gemeentelijke gebied zouden kunnen omvatten, gemakkelijker om te beslissen, omdat het besluit dan makkelijker gemotiveerd kan worden.

Er zijn vragen gesteld over de gevaarzetting van vuurwerk voor de politie. Verschillende woordvoerders verbinden aan de gevaarzetting van vuurwerk voor politie en hulpverleners de consequentie dat vuurwerk verboden moet worden. Hoe begrijpelijk ook, richt zo'n verbod zich tot een heel kleine groep mensen. Het treft dan ook de heel grote groep die de jaarwisseling wel traditioneel op een verantwoorde wijze viert. We moeten inderdaad niet vergeten dat de jaarwisseling vooral een feest is dat door mensen thuis en op straat wordt gevierd.

Mevrouw Buitenweg vroeg wat onze criteria worden om te bepalen dat maatregelen wel of niet effectief zijn en wanneer wij, zoals wij in de brief aangeven, met verdergaande maatregelen komen. Welnu, VeiligheidNL onderzoekt elk jaar het letsel als gevolg van vuurwerk. Dat levert meetbare informatie op. In de afgelopen jaren is duidelijk een dalende lijn zichtbaar. Ik zei in mijn inleidende tekst al dat dit op zichzelf goed is maar dat we er nog niet zijn. De OVV heeft het over een "substantiële reductie", zonder die precies te bepalen. Dat doet het kabinet nu ook niet. In ieder geval vinden de staatssecretaris en ik dat de neerwaartse lijn van de afname van letselincidenten moet worden voortgezet. Dat is in ieder geval een criterium in het kader van de toetsing van de effectiviteit.

Dan over de opsporing en vervolging. Dat gaat natuurlijk met name over de illegale handel in vuurwerk. Op dat terrein zijn de uitdagingen groot. Handel is nog nooit zo gemakkelijk geweest, met bestellingen via internet en levering via postpakketten. Het is onnodig te herhalen wat daarvan de gevaren zijn voor postpakketmedewerkers en het publiek. Het kabinet zet dan ook nadrukkelijk in op zowel het tegengaan van aankoop via internet als het opsporen van postpakketten waarmee vuurwerk wordt verstuurd. De heer Van Dam heeft er terecht al aan gerefereerd: vorig jaar heeft het project Oorworm van de politie aangetoond hoe er effectief kan worden opgetreden via internet. Continuering van dit soort acties loont dus. Met technologische innovatie kan vuurwerk in postpakketten beter worden opgespoord. Ik zal mij binnenkort op locatie laten voorlichten over het gebruik van een zogenoemde sniffer, om de aanwezigheid van buskruit in postpakketten vast te stellen. De schier oneindige stroom postpakketten waarmee we te maken krijgen, dwingt ook tot innovatie op andere vlakken, namelijk informatie-uitwisseling en analyse om gericht te kunnen zoeken en samenwerking tussen opsporingsdiensten. Ook daarop zet het kabinet uitdrukkelijk in. Ik heb afgelopen vrijdag in mijn investeringsplannen voor de toekomst bekendgemaakt dat er onder meer 64 miljoen wordt geïnvesteerd in ICT, waaronder geavanceerde opsporings-ICT.

De heer Van Dam vroeg of de minister ervoor kan zorgen dat bezit van illegaal vuurwerk niet met een taakstraf wordt afgedaan. Vooropgesteld: het OM treedt hard op tegen vuurwerkovertredingen en -misdrijven, ook tegen bezit van illegaal vuurwerk. Hierbij wordt natuurlijk, zoals altijd, gekeken naar alle omstandigheden van de zaak. De proportionaliteit speelt daarbij uiteindelijk ook een rol. Met nadruk kan ik u zeggen dat het OM daar het afgelopen jaar een hard vervolgingsbeleid op heeft ingezet.

Mevrouw Helder vroeg naar de verbetering van de opsporing van de handel in illegaal vuurwerk naar aanleiding van wat daarover in de brief staat. Verbetering van de opsporing is niet hetzelfde als het vergroten van de opsporingscapaciteit. Ook zonder uitbreiding van de inzet van politie is het mogelijk om de opsporing te verbeteren. Ik heb u al gewezen, mevrouw de voorzitter, op het beter gebruikmaken van beschikbare informatie bij alle opsporingsdiensten, het investeren in de digitale opsporing en middelen zoals de sniffer. Verder moeten we ons realiseren dat de opsporing van illegaal vuurwerk het hele jaar door continu gebeurt, niet alleen in de feestmaand, hoewel in de laatste zes weken van het jaar de intensiteit toeneemt. Overigens wordt bij de opsporing gericht op criminele organisaties ook het aspect van illegaal vuurwerk meegenomen.

Mevrouw Helder en mevrouw Dik-Faber vroegen wat we in de brief bedoelen met de organisatorische maatregelen in de opsporing. Intensivering van de opsporing vraagt niet alleen om extra capaciteit. Het kan ook bereikt worden door bestaande capaciteit beter in te zetten. Dat heeft vooral te maken met het creëren van meer samenwerkingsverbanden tussen milieuspecialisten en forensische specialisten als het gaat om vuurwerk dat in beslag is genomen.

De heer Wassenberg (PvdD):

Ik kan nog niet echt een duidelijke structuur in de beantwoording van de minister ontdekken. Ik heb een aantal vragen gesteld die nog niet beantwoord zijn. Hij antwoordt niet op volgorde van de woordvoerders en kennelijk ook niet op onderwerp, dus ik probeer het maar even. Op de vragen zal ik dadelijk nog even terugkomen. De minister had het over een dalende lijn in de vuurwerkincidenten en verwijst naar een onderzoek van veiligheid.nl. Ik heb dat onderzoek ook bekeken en kijk dan naar de afgelopen jaren. Ik zie dan dat die daling van het aantal incidenten en het aantal gewonden te danken is aan het terugbrengen van de afsteektijden. Zou het dan geen goed idee zijn om die afsteektijden helemaal tot nul te brengen? Dat is mijn eerste vraag. Je kunt niet zeggen dat dit beleid heel goed is, want het heeft echt te maken met de afsteektijden. Dan kom ik op mijn tweede vraag. De minister zegt dat het per gemeente verschilt, dat het allemaal maatwerk vereist en dat er geen landelijk verbod moet komen. Dat is volstrekt in tegenspraak met wat de OVV zegt. Kan de minister daar toch ook een keer op reageren?

Minister Grapperhaus:

Op het aspect van het verbod op consumentenvuurwerk gaat de staatssecretaris in. Het andere punt dat u noemt — zal het naar nul brengen van de afsteektijden ook het letsel naar nul brengen? — brengt ons naar het punt dat feitelijk volledig wordt verboden dat vuurwerk wordt afgestoken. Daarvan heb ik gezegd dat er een afweging in zit dat een kleine groep mensen die zich onverantwoord gedraagt, het feest onmogelijk maakt voor een hele grote groep mensen die er binnen grenzen van normaliteit mee omgaat. Ik ben gevoelig voor dat argument en zal met mijn eigen kritische oog kijken naar hoe de maatregelen die we nemen begin volgend jaar en dat jaar erna uitpakken.

Mevrouw Buitenweg (GroenLinks):

Het idee dat een kleine groep het voor een grotere groep verpest, heb je heel vaak, inderdaad ook bij het gebruik van softdrugs, waar iemand al op wees. Daar reageren we dan vaak weer anders op, maar goed. Ik wil terugkomen op het punt van de minister over de neerwaartse lijn. Hij zegt dat we elke keer gaan toetsen of er wel een neerwaartse lijn is. Hij wil dat begin volgend jaar doen en aan het begin van het jaar erna. Begrijp ik dan goed dat er elk jaar een datum is waarop de minister of het kabinet gaat toetsen of er sprake is geweest van een neerwaartse lijn? En wordt er overgegaan tot het voorstellen van een verbod als dit niet zo is?

Minister Grapperhaus:

In de brief staat: "Begin volgend jaar zal deze maatregel worden geëvalueerd aan de hand van de letselcijfers en bekeken worden of aanvullende maatregelen met betrekking tot vuurpijlen nodig zijn." Ik denk dat die zin aan duidelijkheid niets te wensen overlaat. Ik pak meteen het misschien niet helemaal als volwaardige vraag geformuleerde punt mee van de heer Van der Staaij. Dan bedoel ik niet zozeer de boze geesten, als wel het punt van de traagheid. De staatssecretaris en ik hebben een pakket maatregelen in werking gezet dat ook echt aansluit bij het rapport van de Onderzoeksraad. Dat moet volgens ons de wending kunnen geven aan de jaarwisselingsproblematiek. Die moet uiteraard een wending ten goede krijgen. Dat staat ook in de brief. Begin volgend jaar zullen wij er zeker naar gaan kijken. Dat gaan we niet elke drie maanden doen; dat heeft geen zin.

Mevrouw Buitenweg (GroenLinks):

Dat verzoek ik ook niet. Ik probeer toch iets meer duidelijkheid te krijgen. De minister zegt: mijn brief is heel erg duidelijk. Ik lees erin: "Mocht dit niet tot het gewenste resultaat leiden, dan sluiten we een verbod niet uit." Maar nu zegt de minister: als de schade en het aantal gewonden niet een dalende lijn laten zien, dan zijn we bereid om over te gaan tot een verbod. Is dat de lijn? Zal er, als er geen sprake is van een daling, een verbod door dit kabinet worden voorgesteld?

Minister Grapperhaus:

Ik kan het citaat weer voorlezen, maar de brief is toch echt vrij helder.

Mevrouw Buitenweg (GroenLinks):

Ik las net ook een citaat voor ...

De voorzitter:

Mevrouw Buitenweg, niet ...

Minister Grapperhaus:

Nee, u las geen citaat voor, u parafraseerde.

Mevrouw Buitenweg (GroenLinks):

Nee.

Minister Grapperhaus:

Misschien kunnen we het tegelijk voorlezen, dan kunnen we zien of het congrueert, maar ik denk van niet.

De voorzitter:

Dat wordt lastig.

Minister Grapperhaus:

Zal ik citaat voorlezen?

De voorzitter:

Ja. Eerst de minister.

Minister Grapperhaus:

Op blz. 4 staat: "Begin volgend jaar zal deze maatregel worden geëvalueerd aan de hand van de letselcijfers en bekeken worden of aanvullende maatregelen met betrekking tot vuurpijlen nodig zijn. Dat laat onverlet dat er ook een verantwoordelijkheid bij de samenleving ligt om veilig met vuurwerk om te gaan. Regelgeving voor een verbod op vuurwerk kan in die periode worden voorbereid." Dat is het citaat.

De voorzitter:

Nou u, mevrouw Buitenweg. Welk citaat heeft u?

Mevrouw Buitenweg (GroenLinks):

Dan kom ik met pag. 3. De minister zegt dat er aanvullende maatregelen kunnen worden voorgesteld. Ik wil weten of die aanvullende maatregelen ook simpelweg een verbod op vuurwerk kunnen zijn. Op pag. 3 staat dat men een gedragsverandering wil. Daarna staat er: "Mocht dit niet tot het gewenste resultaat leiden, dan sluiten we een verbod niet uit." Dat is wat er staat. Bent u bereid om deze zin ook anders te formuleren: "Mocht dit niet tot het gewenste resultaat leiden, dan stellen we een verbod in."?

Minister Grapperhaus:

Ik vind geen aanleiding om een brief die wij samen gecomponeerd hebben, hier ineens anders te gaan formuleren. Ik denk dat er heel helder in staat hoe wij erin zitten. Het is een zin ...

Mevrouw Buitenweg (GroenLinks):

Mag ik een tweede interruptie plaatsen, voorzitter?

De voorzitter:

Ja.

Mevrouw Buitenweg (GroenLinks):

Het is niet hetzelfde. U zegt: we sluiten andere maatregelen niet uit. Die andere maatregelen kunnen van alles zijn. Vuurwerk kan extra duur worden gemaakt. U kunt er nog eens een keer een paar extra verstevigingen in brengen, u kunt er een dubbele bril aan toevoegen. Dat valt allemaal in de categorie "extra maatregelen". Mijn vraag aan u is om deze passage op pag. 3 te verduidelijken. Stel dat er meer slachtoffers zijn of de trend in ieder geval niet omlaaggaat, stel dat er niet minder slachtoffers en minder schade is. Is dan de conclusie van dit kabinet dat het dan nodig is om een verbod in te stellen zoals voorgesteld door de OVV? Is dat een ja of een nee? Het is vrij simpel.

Minister Grapperhaus:

Als de maatregelen die wij in deze brief voorstellen niet tot het gewenste resultaat leiden, dan sluiten we een verbod niet uit.

De voorzitter:

Dit wordt een beetje een herhaling. Mevrouw Dik-Faber.

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):

Ik ga toch door op hetzelfde punt, want ook voor mijn fractie is dit echt cruciaal. De OVV heeft een gewogen advies neergelegd, en het kabinet heeft redenen om te zeggen: wij nemen veel aanbevelingen over, maar één aanbeveling niet. Daar gaat de veronderstelling van uit dat de verwachting is dat met de maatregelen die het kabinet voorstelt, de veiligheid zal toenemen. Mijn vraag is dan deze: als die veiligheid niet toeneemt, en als die lijn bijvoorbeeld maar een klein beetje dalend is, ligt dan het OVV-rapport in de volle breedte weer op tafel?

Minister Grapperhaus:

Dat rapport van de Onderzoeksraad — voor de mensen op de publieke tribune zeg ik het even expliciet, in plaats van de afkorting — ligt op tafel. Het ligt dus ook begin volgend jaar nog steeds bij ons beiden op de tafel als we gaan evalueren.

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):

Het kabinet heeft de verwachting dat met de voorgestelde maatregelen de dalende lijn wordt ingezet. Maar stel dat die lijn nou niet substantieel daalt, maar gewoon een klein beetje? Ik zoek naar de verwachtingen die het kabinet heeft ten aanzien van de maatregelen die het nu voorstelt. Ik kan me namelijk zó goed voorstellen, ook kijkend naar het OVV-rapport, dat we toch tegen de situatie aanlopen dat het niet genoeg is. Zijn we dan ook echt met elkaar bereid om indachtig het advies van de OVV te zeggen: oké, dan gaan we ook die laatste stap zetten, namelijk het uit de handel halen van het meest gevaarlijke vuurwerk?

Minister Grapperhaus:

Dat sluiten we niet uit, heel duidelijk. Dat wil ik duidelijk gezegd hebben. Weet u, zo zeg ik via u, voorzitter, tot mevrouw Dik-Faber, ik formuleer dat zo omdat ik vind dat we die kritische weging — met dat rapport nog steeds begin volgend jaar in de hand — echt moeten kunnen maken. Dat is mijn verantwoordelijkheid. Ik denk dat wij tweeën achteraf niet gelukkig zullen zijn als we ons op een puur getalsmatige formule — x2 + c, en dat zou dan de uitkomst moeten zijn — vastleggen. Ik heb u wel eerder gezegd dat wij vinden — ik moet die tekst wel even goed aan u voorlezen — dat die dalende lijn zich wel zou moeten voortzetten, zoals ik eerder heb gezegd.

De voorzitter:

Meneer Wassenberg, u bent net geweest! De heer Wassenberg.

De heer Wassenberg (PvdD):

Ja, voorzitter, maar ik heb nog steeds geen antwoord gekregen op één vraag, namelijk hoe de minister hierbij komt. We hebben dat rapport van de Onderzoeksraad voor Veiligheid; dat zijn 160 pagina's. We hebben nog een hele serie andere rapporten, die ouder zijn en die er eigenlijk ook gewoon bij aansluiten. Het rapport van de Onderzoeksraad is een heel doorwrocht rapport. Vervolgens schrijft de minister bij de maatregel van aanbeveling 1: "Aan de andere kant zien wij ook dat grote delen van de bevolking willen vasthouden aan het afsteken van vuurpijlen en knalvuurwerk." Ik zie dat niet, want uit de onderzoeken en enquêtes die ik zie, blijkt juist dat een groot deel van de bevolking tegen vuurwerk is en zegt: we hebben liever shows. De laatste jaren is dat een toenemend aantal. Waarop is het gebaseerd? Ik heb namelijk het idee dat dit het enige argument is dat het kabinet aandraagt: er zijn grote delen die het leuk vinden, dus laten we het maar doen. Wat is het onderzoek? Welk onderzoek? Kan de minister mij dat duidelijk maken?

Minister Grapperhaus:

U zegt zelf ook: er zijn allerlei onderzoeken. Vandaag wordt in de NRC ook een onderzoek geciteerd, uitgemeten naar politieke partijen, geloof ik; dat heb ik eerlijk gezegd niet kunnen nagaan, want ik ken dat onderzoek niet. Maar het punt is nog steeds dat wat ik een paar keer als uitgangspunt heb geformuleerd. De jaarwisseling is in Nederland een feest. Zo wordt het door veruit het overgrote deel van de bevolking ervaren. Dit veruit overgrote deel van de bevolking heeft daarbij associaties met oliebollen, een oudejaarsconference, spelletjes én met vuurwerk. In de uitspraak van de Raad van State waar ik het eerder over had, wordt zelfs nog het punt aangehaald van het afsteken van consumentenvuurwerk als immaterieel erfgoed. Dat is in ieder geval iets wat nu eenmaal speelt bij het overgrote deel van de mensen. Ik denk dat ik vandaag in de bijdrage van bijvoorbeeld de heer Van Dam, de heer Van Raak en de heer Van der Staaij en trouwens ook in die van mevrouw Kuiken, die er niet meer is, heel duidelijk heb gehoord dat zij een ontwikkeling zien in hoe we tegen die dingen aankijken en we moeten dat ook kritisch doen.

Dat heeft het kabinet ook gedaan. We hebben zes van de zeven aanbevelingen van de Onderzoeksraad overgenomen. En nee, we gaan niet de afsteektijden tot nul minuten beperken of een volledig verbod instellen. Daar gaat de staatssecretaris straks uitvoerig inhoudelijk op in. Want dan krijg je weer dat doordat een kleine groep met onverantwoord en vaak zelfs roekeloos gedrag de boel versjteert, we het voor het overgrote groep onmogelijk zouden maken. Excuus, mevrouw de voorzitter, ik herhaal mezelf, maar het is toch een belangrijk motto in dit geheel.

De heer Wassenberg (PvdD):

De minister herhaalt zichzelf, maar geeft nog steeds geen antwoord op de vragen die ik stel. Hij heeft het over spelletjes en oliebollen. Ik kan ook zeggen: nattevingerwerk. Want het enige wat ik vraag is op welk onderzoek de uitspraak gebaseerd is dat grote delen van de bevolking het willen. De minister zegt "ik denk", "ik vermoed", "ik vind", "we zien". We hebben nu de rapporten van de Onderzoeksraad voor Veiligheid. We hebben die andere rapporten. De minister noemde er nog een paar waarvan hij meteen zei: ik ken ze niet. We hebben zeven aanbevelingen van de Onderzoeksraad voor Veiligheid. Zes worden overgenomen. De allerbelangrijkste wordt genegeerd. Op welk onderzoek is het gebaseerd?

De voorzitter:

Deze vraag is door verschillende Kamerleden gesteld. Ik neem dus aan dat de minister daarop ingaat.

Minister Grapperhaus:

Er is ook een onderzoek geweest onder gemeenten. Het is een punt dat vandaag nog niet zo besproken is dat uit de VNG duidelijk ook dat geluid komt over die verschillende ervaringen in gemeenten. Er is een groot aantal gemeenten waar die problematiek niet speelt. Dat zijn gemeenten in gebieden waar bijvoorbeeld carbidschieten gecontroleerd plaatsvindt. Maar dat zijn ook gemeenten in de rest van Nederland waar heel gewoon vuurwerk wordt afgestoken.

De voorzitter:

Gaat u verder.

Minister Grapperhaus:

Ik wou nog iets zeggen, mevrouw de voorzitter, via u tot met name de heer Van Dam en mevrouw Dik-Faber over illegaal vuurwerk. Het RIVM-rapport geeft aan dat de Nederlandse regelgeving betreffende de kracht van vuurpijlen in vergelijking met buurlanden al restrictief is. Dat is iets waar we rekening mee moeten houden. Bij een verbod zal zich dus altijd het risico voordoen dat het vuurwerk uit Duitsland en België wordt gehaald. We hebben dat de afgelopen jaren ook zien toenemen toen de klassen vuurwerk in Nederland strenger werden ten opzichte van die andere landen wat betreft het verbod.

Ik was gebleven bij mevrouw Den Boer, die vroeg wat we gaan doen om echt werk te maken van de strafrechtelijke samenwerking met andere landen in Europa. U weet uit de overleggen met mijn ambtsvoorgangers dat strafrechtelijke samenwerking moeizaam verloopt. Oorzaken zijn de andere nationale rechtstelsels, gebrek aan prioriteit en bescherming van de eigen industrie, maar ook heel verschillende niveaus van restricties. Die zijn in België en Duitsland echt veel minder streng. Voor het overige blijft het ook een taaie kwestie. OM en politie gebruiken de informatie goed om in ieder geval die andere landen duidelijk te maken waar het belang zit. Zo is het OM de afgelopen periode in Slowakije geweest en heeft er bilateraal overleg plaatsgevonden met Poolse autoriteiten. Dit zijn landen waar nogal wat vuurwerk wordt geproduceerd.

Dan is er de …

De voorzitter:

Maakt u uw zin eerst af.

Minister Grapperhaus:

Ik ging nog even naar de intensivering van de opsporing van de illegale handel in vuurwerk.

De voorzitter:

Mevrouw Den Boer wil interrumperen.

Mevrouw Den Boer (D66):

D66 vindt samenwerking in Europa van groot belang. De minster spreekt over een strafrechtelijke samenwerking met andere landen, bilateraal. Hij zegt dat dit ingewikkeld is, maar ik kan mij voorstellen dat het bijvoorbeeld via vormen van versterkte samenwerking prima mogelijk is om met andere landen op te trekken. Wat heeft de minister bijvoorbeeld in de Benelux gedaan om samen te werken? Wij zien op social media af en toe mooie foto's van bezoeken van de minister aan Antwerpen — misschien was het een andere plek — om daar de samenwerking goed te onderstrepen. Ik vraag de minister met welke landen hij concreet gesproken heeft over het versterken van de samenwerking.

Minister Grapperhaus:

Om te beginnen merk ik op dat het helaas slechts een loods buiten Antwerpen was waar ik werd rondgeleid om te zien hoe men de ondermijnende criminaliteit aanpakt. Desalniettemin was ik in Antwerpen. Ik kan de Kamer verzekeren dat ik ook op dit onderwerp inzet op internationale bilaterale en multilaterale gesprekken. De staatssecretaris zal straks nog iets zeggen over de ILT in EU-verband.

De voorzitter:

Gaat u verder.

Minister Grapperhaus:

Een belangrijk punt: de kosten van transport en vernietiging. Eerder heb ik aangekondigd dat ik toe wil naar de situatie dat die kosten volledig verhaald kunnen worden op de offender, de overtreder. Dat is een juridisch complexe zaak. Op dit moment loopt er een zaak bij de Hoge Raad. Wij wachten al een tijd op de uitspraak in die zaak. Die zou afgelopen dinsdag zijn gekomen, maar is nog niet gepubliceerd. Het kan zijn dat die zaak is aangehouden. Mocht de Hoge Raad besluiten dat het verhalen van kosten geen nieuwe wettelijke basis vereist, dan kan ik meteen samen met het OM meters gaan maken. Dat zullen wij echt gaan doen, want ook bij allerlei andere vormen van criminaliteit merken wij dat als de overtreder in zijn portemonnee gepakt wordt, dan niet alleen hij, maar ook zijn omgeving een heel hard signaal krijgt.

Ik heb het OM gevraagd om mij op dit punt te adviseren. Als de Hoge Raad geen wettelijke basis ziet, dan kan ik de Kamer aankondigen dat ik zal onderzoeken of dit punt in wetgeving onder te brengen is. In beide gevallen kom ik daar bij uw Kamer op terug; dat zeg ik hierbij toe.

De inzet van opsporingsdiensten wordt aangestuurd vanuit het Openbaar Ministerie. De Kamer is door mijn voorganger al ingelicht over de wijze waarop de Strategische Milieukamer in zijn uitvoeringsagenda aandacht voor het vuurwerk heeft neergelegd. De daaronder ressorterende Milieukamer onder voorzitterschap van het functioneel parket wijst de capaciteit voor de opsporingsonderzoeken toe. De Strategische Milieukamer maakt een inschatting van de benodigde capaciteit van de inzet van opsporingsdiensten en de vervolging door het Openbaar Ministerie.

Mevrouw Den Boer heeft gevraagd of ik bereid ben om meer politie in te zetten voor de handhaving. Het is echt een bevoegdheid van de lokale driehoek om te bepalen hoe groot de inzet is tijdens de jaarwisseling of andere evenementen. Ik moet mij daar niet in gaan mengen. Overigens is de beschikbare capaciteit bij opsporings- en handhavingsinstanties beperkt, dat wil ik mevrouw Den Boer zeker toegeven, ook al investeert het kabinet flink in de politie. De capaciteit moet dan ook efficiënt en effectief worden ingezet.

De heer Van Dam heeft gevraagd of er andere partijen ingeschakeld worden voor het bewaken van in beslag genomen vuurwerk. Hier raakt de heer Van Dam aan een lastig probleem, dat zich niet gemakkelijk laat oplossen. Dat heb ik uw Kamer al eerder moeten toegeven. Overigens kan ik nog geen uitsluitsel geven over de vraag van de heer Van Dam. Op dit moment voeren wij overleg met de betrokken instanties om te kijken hoe wij een oplossing vinden. Ik hoop de Kamer in het najaar uitsluitsel te kunnen geven. Ik zeg hierbij toe om de Kamer hoe dan ook in het najaar nader te berichten, zodat men het ook van mij hoort als ik nog geen uitsluitsel heb.

Ik wil eindigen met het punt van het hinderen van hulpverleners. Ik heb inderdaad ook vanmorgen mijn respect uitgesproken voor de politie. Zoals de Kamer bekend is, heb ik de afgelopen tijd veel werkbezoeken gedaan om te kijken en van de politie zelf te horen hoe bepaalde problematieken spelen, ook deze jaarwisselingsproblematiek en de problematiek van andere evenementen. De politie verdient daarbij mijn volledige steun. Vanuit die verantwoordelijkheid bereid ik nu een wijziging van het Wetboek van Strafrecht voor om het hinderen van hulpverleners zodanig strafbaar te maken dat daar strafrechtelijk nog beter tegen kan worden opgetreden dan nu het geval is.

Dank u wel, mevrouw de voorzitter.

De voorzitter:

Dank u wel. Dan geef ik nu het woord aan de staatssecretaris ... Eerst mevrouw Helder.

Mevrouw Helder (PVV):

Over het laatste punt. Het kan ook bij het VAO Politie. Ik heb de minister vanochtend ook horen zeggen dat hij dit gaat betrekken bij een apart wetsvoorstel tot het wijzigen van het Wetboek van Strafrecht voor het hinderen van hulpverleners. Vanochtend ging het wat mijn fractie betreft voornamelijk om geweld tegen hulpverleners. Er zit toch ruimte tussen hinderen en geweld plegen. Gaat de minister daar ook nader op in?

Minister Grapperhaus:

Zeker. Beide komen aan de orde.

De voorzitter:

Goed. Dan geef ik nu echt het woord aan de staatssecretaris.

Staatssecretaris Van Veldhoven:

Dank u wel, voorzitter. Het is een belangrijk rapport en dus ook een belangrijk debat. De Kamer heeft al over een heel aantal punten met de minister van gedachten gewisseld. Ik zal nog een aantal vragen beantwoorden die gingen over het advies van de OVV om vuurpijlen te verbieden en de reden waarom we een ander voorstel aan de Kamer hebben voorgelegd. Ik zal daarna ingaan op een aantal punten over de evaluatie. Ik zal ook nog iets zeggen over de kwaliteit van legaal vuurwerk en daarna even ingaan op een aantal lossere punten die nog genoemd zijn, zoals de milieuheffing, brillen en een aantal van die zaken.

Ik begin met het advies van de Onderzoeksraad voor Veiligheid over het verbod op vuurpijlen. De insteek van de OVV om die maatregel voor te stellen was het voorkomen van letsel. In het bijzonder vraagt de OVV aandacht voor letsel van omstanders. Daarmee is het verbod voor de OVV geen doel op zich, maar een middel om dat letsel te voorkomen. Wij werken dus aan hetzelfde doel. Het inzetten van dit middel maakt het gebruik van vuurpijlen voor iedereen onmogelijk. De vraag is of dat het enige middel is waarmee we het doel, het reduceren van letsel, kunnen bereiken. Ik heb dus aan het RIVM gevraagd of zij nog andere aanbevelingen hadden. Een op de drie letselslachtoffers door vuurpijlen komt doordat de vuurpijl niet recht de lucht ingaat. Het RIVM-rapport geeft aan dat een groot aantal van deze letsels effectief voorkomen kan worden door maatregelen zoals het dragen van vuurwerkbrillen, het gebruikmaken van veilige aansteeklonten en het gebruiken van lanceerbuizen voor vuurpijlen. Het RIVM geeft ook aan dat bij een verbod op vuurpijlen het risico zich voordoet dat deze uit Duitsland en België zullen worden gehaald en dat er echt een risico is, gezien de handhaving. Met het maatregelenpakket dat we neerleggen, voorkomen we dat risico. Bovendien is het ook nog een pakket dat niet alleen dit letsel door ongelukken met vuurpijlen aanpakt, maar ook met cakeboxen, combiboxen, sierpotten et cetera. Het draagt dus in de breedte bij aan een veiligere jaarwisseling. Dat is natuurlijk de combinatie van dat stabilisatiemechanisme, die brillen en die lonten. Daarmee hopen we een resultaat te bereiken over een bredere groep van vuurwerk dat regelmatig gebruikt wordt dan alleen vuurpijlen, waar de OVV terecht van constateert dat daar natuurlijk ook veel letsel door wordt veroorzaakt, letsel dat we allemaal graag willen verminderen.

Hoe gaan we dan — een aantal van u heeft daar vragen over gesteld: mevrouw Helder, mevrouw Dik-Faber en mevrouw Buitenweg — beoordelen of die maatregelen voldoende effectief zijn? De minister heeft daar ook al wat over gezegd, maar ik vond de combinatie van wat meneer Van Dam zei en wat wij zelf al in de brief hebben geschreven daarin wel een belangrijke. De minister zei dat je er geen wiskundige formule van kan maken, maar de minister en ik vinden het allebei van belang dat we de dalende trend in letsel die we zien, doorzetten. Je moet die natuurlijk in gelijke orde van grootte doorzetten. Dan komt er een weegmoment, na zo'n evaluatie, waarbij natuurlijk ook betrokken wordt dat het maatschappelijke debat, zoals meneer Van Dam zei, aan het schuiven is. We zullen dus de evaluaties doen. In de brief staat helder dat we een verbod niet uitsluiten. Er staat zelfs iets van dat er in de tussentijd wetgeving kan worden voorbereid. We hebben ook al eerder bepaalde maatregelen genomen, bepaalde soorten vuurwerk uitgesloten: babypijltjes en Romeinse kaarsen. Het is dus ook niet een soort van taboe om dat te doen. Je kijkt alleen steeds of het de meest effectieve maatregel is en of het de enige maatregel waarmee dit effect bereikt zou kunnen worden.

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):

De staatssecretaris verwijst ook naar de passages in de brief waarin het gaat over aanvullende maatregelen, waaronder aanbeveling 1 uit het rapport van de Onderzoeksraad voor Veiligheid. Zij geeft aan dat regelgeving kan worden voorbereid. Is de staatssecretaris ook bereid om daar alvast mee te starten, zodat we op het moment dat inderdaad uit de evaluatie blijkt dat er geen daling is ingezet gelijk maatregelen kunnen nemen?

Staatssecretaris Van Veldhoven:

Ik wil aan de ene kant voorkomen dat we capaciteit, wetgevingscapaciteit, inzetten voordat we weten of het nodig is. Aan de andere kant snap ik de vraag van mevrouw Dik-Faber wel, omdat we hier natuurlijk met een cyclus zitten die elke keer van jaar tot jaar gaat, je zo'n verbod, als je ervoor zou kiezen, tijdig moet laten ingaan en regelgeving nogal wat tijd kost. Dus ik kan me die vraag van mevrouw Dik-Faber voorstellen. Misschien parallel aan hoe we dat nu doen in een ander dossier, namelijk statiegeld, zie ik eigenlijk niet in waarom we dat niet zouden doen, dus ik zou daartoe bereid zijn.

De voorzitter:

Gaat u verder.

Staatssecretaris Van Veldhoven:

Mevrouw Dik-Faber vroeg nog naar criteria en zij vroeg wanneer het onderzoek bekend wordt. Direct na de jaarwisseling zal onderzoek worden gedaan naar de gevolgen van letsel door welk type vuurwerk. Dit onderzoek zal gedeeld worden met de Tweede Kamer, net als de afgelopen jaren. Op basis van dit onderzoek zal dan gekeken worden welke typen vuurwerk voor welk letsel zorgen en hoe de maatregelen helpen bij het terugdringen ervan.

Mevrouw Helder had nog specifiek de vraag hoe je gedragsverandering meet. Elke voorlichtingscampagne wordt naderhand gemeten en daarbij wordt gebruikgemaakt van een representatieve groep die aangeeft in hoeverre zij respons hebben gegeven aan de campagne en in hoeverre de boodschap is overgekomen. Het afgelopen jaar is hierop positief gereageerd. Er is een respons gegeven waar het ging om de vuurwerkcampagnes, dus we blijven hierop inzetten.

Mevrouw Kuiken vroeg hoe wordt gehandhaafd op de lanceerbuizen. De ILT test of de vuurpijlen stabiel zijn en test daarnaast of de buizen deugdelijk zijn. Als de pijlen of buizen niet voldoen, keurt de ILT ze af. De importeur moet deze dan op eigen kosten laten vernietigen of zodanig aanpassen dat ze alsnog voldoen.

De heer Van der Staaij refereerde aan de leeftijdsgrens. Ik kan me voorstellen dat we als we na de evaluatie met elkaar constateren dat we vinden dat dit toch nog steeds onvoldoende is, op dat moment het punt van de leeftijd nader wegen.

Dan kom ik bij de kwaliteit van legaal vuurwerk. Ik vind het heel belangrijk dat het het rapport van de OVV ook het belang van het verbeteren van de kwaliteit van legaal vuurwerk nog eens nadrukkelijk naar voren heeft gebracht. Als ik kijk naar de oorzaken van vuurwerkongevallen, zie ik dat het in 30% van de gevallen door het product komt. Ook mijn zoontje mag wat vuurwerk afsteken met nieuwjaar, legaal vuurwerk. Hij doet dat netjes met een bril op en netjes met een lont. En ik ga ervan uit dat we het netjes kopen bij een vuurwerkhandel en dat de kwaliteit ervan dan goed is. Ik denk dat heel veel mensen die zelf afsteken of die hun kinderen het laten afsteken, met dat vertrouwen naar de vuurwerkwinkel gaan. Dan zijn er toch echt aanwijzingen om te kijken wat wij daar nog aan kunnen verbeteren. Er is een aantal vragen gesteld, onder andere over het CE-keurmerk. Dat is een verantwoordelijkheid van importeurs. Zij moeten ervoor zorgen dat het vuurwerk dat zij in de handel brengen, aan de essentiële veiligheidseisen voldoet. Daarnaast, daar bovenop, moet het vuurwerk voldoen aan de veiligheidseisen van het Vuurwerkbesluit, want hier in Nederland hebben we een kop op Europees beleid, zou je kunnen zeggen. Naast de CE-markering hebben wij strengere eisen gesteld, bijvoorbeeld aan de hoeveelheid kruit in vuurwerk. Nederland is dus al strenger dan de landen om hem heen.

De ILT houdt hierop toezicht en treedt handhavend op indien het vuurwerk niet aan de essentiële veiligheidseisen of de Nederlandse regels voldoet. Als dat zo is, krijgen overtreders een dwangsom opgelegd. Zij moeten ook de vernietigingskosten van het afgekeurde vuurwerk betalen — dan zijn ze dus hun inkomsten kwijt — of moeten herstelkosten maken om het vuurwerk alsnog aan de eisen te laten voldoen.

Voorzitter. Gezien toch ook de ernst van dit rapport en de grootte van deze groep, ben ik echt gaan kijken welke zaken we nader kunnen verkennen om te kijken of het toezicht op de kwaliteit van het vuurwerk kan worden aangescherpt. Daarom gaan we nog een aantal zaken doen. De wettelijke mogelijkheden zullen worden verkend of bestuursrechtelijk en strafrechtelijk optreden kan worden gecombineerd en of een bestuurlijke boete kan worden ingevoerd. We gaan dus verkennen wat de wettelijke mogelijkheden zijn om het instrument van de bestuurlijke boete in te voeren.

Een derde punt is dat we zien dat importeurs vuurwerk nu met opzet in kleine batches verpakken. De ILT moet vuurwerk namelijk per batch testen. Als je dus maar een klein stukje laat testen, wordt er ook maar een klein stukje vernietigd als dat getest is. Nu willen we onderzoeken of we importeurs kunnen verplichten om aan te tonen dat de andere batches uit dezelfde partij wel voldoen. Dit moet juridisch nog verkend worden, maar daarmee zouden we onder die handigheid van kleine batches uit kunnen komen.

Verder gaan we in Europees verband nog meer inzetten op de verbetering en werking van het CE-systeem, bijvoorbeeld door informatie over de werking van keuringsinstanties tussen de EU-lidstaten uit te wisselen en in te zetten op een aanscherping van de Pyrorichtlijn.

We gaan ook verkennen wat de mogelijkheden zijn om de bevoegdheden van de ILT uit te breiden, zodat de ILT ook in het buitenland kan inspecteren. Deze mogelijkheid bestaat ook voor het wegvervoer in Benelux-verband. Sanctioneren vindt dan plaats in samenspraak met het land waar wordt gecontroleerd.

Kennisdeling met de omgevingsdiensten. De ILT kan informatie over importeurs die structureel vuurwerk in de handel brengen dat niet voldoet aan de veiligheidseisen gaan delen met de omgevingsdiensten, zodat die diensten, die de vergunning verlengen, deze informatie kunnen betrekken bij hun besluitvorming om importeurs al dan niet een omgevingsvergunning te verlenen voor de opslag van het vuurwerk. Als je niet mag opslaan heeft het ook vrij weinig zin om het naar Nederland te brengen.

Daarnaast is er nog een vraag gesteld over de capaciteit van de ILT. Vandaag, vanochtend heb ik samen met de minister in het debat over de jaarverslagen met de Kamer besproken en haar toegezegd dat wij de ILT zullen vragen of zij vindt dat zij in staat is om al deze taken, inclusief de verkenningen die ik net heb geschetst, met haar huidige capaciteit uit te voeren. We hebben ook al toegezegd daarover bij de Kamer terug te komen.

Dan vroeg mevrouw Den Boer nog iets meer over de acties in EU-verband, gerelateerd aan de ILT. De ILT is actief lid van de Administrative Cooperation Working Group (ADCO) voor pyrotechnische artikelen. De samenwerking in de ADCO is gericht op het toezicht op de productveiligheid van consumenten vuurwerk en op het tegengaan van illegaliteit met zwaar explosief vuurwerk. Met de Duitse toezichthouder is recent samenwerking gezocht om handhaving van vuurwerk wat in Duitsland ligt opgeslagen en ook voor de Nederlandse markt bestemd is, te vergroten. Hiermee wordt het mogelijk om doeltreffender te handhaven en zo ook de kwaliteit van dit vuurwerk te kunnen beoordelen en passende maatregelen te nemen. Recent is er ook met de Deense toezichthouder onderzoek gedaan naar de kwaliteit van vuurwerk. Vanuit België is op deze werkwijze ook positief gereageerd en krijgt het wellicht ook een vervolg. En mensen rijden toch net iets minder makkelijk helemaal naar Frankrijk voor een pakket illegaal vuurwerk. Daarom is het zo belangrijk dat we met de landen om ons heen in ieder geval deze samenwerking hebben. Wanneer het via een postpakketje komt, daar heeft de minister al antwoord op gegeven.

Dan vroeg mijnheer Krol nog waarom geen plofdaken gebruikt worden voor de opslag van vuurwerk. Volgens het Vuurwerkbesluit moet alle opslagplaatsen van vuurwerk voorzien zijn van sprinklerinstallaties. Daarnaast geldt dat de drukontlasting via de deur moet plaatsvinden en niet via het dak. Mijnheer Van Raak heeft hier ook Kamervragen over gesteld. De minister heeft deze reeds beantwoord langs deze lijnen.

Dan vroeg mijnheer Van der Staaij nog waarom de brillen niet al dit jaar verboden kunnen worden. Dat komt omdat hiervoor het Vuurwerkbesluit moet worden aangepast. Of nee. Waarom de verplichting niet al kan worden ingevoerd, dat was de vraag van de heer Van der Staaij. Laten we vooral niet beginnen met vuurwerkbrillen verbieden. Dan gaat de evaluatie niet goed uitpakken.

Minister Grapperhaus:

Boze geesten.

Staatssecretaris Van Veldhoven:

Ja, het was misschien een boze geest die dit heeft opgeschreven. Ik zal de aard van het debat niet veranderen door de heer Van der Staaij te vragen of hij dan niet meer gelooft in boze geesten en dat hij daarom de aanbeveling van de OVV overneemt. Dan krijgen we ander debat met elkaar. Nee, het gaat om de brillen verplichten. Hiervoor moet het Vuurwerkbesluit gewijzigd worden. Dat betekent Raad van State, EU-consultatie, en dat redden we gewoon niet meer. Qua proceduretijd lukt dat niet meer. Het gaat wel klaar zijn volgend jaar. In de tussentijd hebben we afspraken gemaakt met de branche om de brillen op vrijwillige basis ter beschikking te stellen. Dus er wordt in ieder geval wel al grotendeels gevolg aan gegeven. Het stabilisatiemechanisme wordt in de Regeling aanwijzing consumentenvuurwerk opgenomen. Dat is een lagere vorm van regelgeving. Dat kan sneller. Dat kan dus wel al dit jaar. Op het punt van de vuurwerkbril en de lonten doet de sector dus al zo veel mogelijk vrijwillig.

Dan vroeg mijnheer Van der Staaij ook nog waarom ik geen heffing invoer op vuurwerk. Een heffing op vuurwerk maakt het effect niet anders en maakt het relatief aantrekkelijker om illegaal vuurwerk in te kopen. Daarom is niet voor een dergelijke heffing gekozen.

Dan een laatste vraag op het punt van de gemeenten. De minister heeft daar al veel over gezegd. Mevrouw Den Boer vroeg daar ook nog een reactie op. In de brief die de VNG ons heeft gestuurd, zeggen zij ook dat de effectiviteit van lokaal beleid kan worden vergroot door meer beleidsruimte te geven voor gemeenten om in afstemming met politie en hulpdiensten en in samenwerking binnen de regio te bepalen waar vuurwerk wel en niet mag worden afgestoken. Dus het geeft de gemeenten de mogelijkheid om daar waar het een probleem is, het ook effectief aan te pakken, met alle middelen die daarvoor nodig zijn, maar om het in gemeenten waar het heel rustig verloopt en er eigenlijk geen probleem is, niet te verbieden. Dat sluit ook aan bij de diversiteit van situaties in Nederland.

Voorzitter, ik denk dat ik daarmee de vragen van de Kamerleden heb beantwoord.

De voorzitter:

Dank u wel. Dan gaan we nu naar de tweede termijn van de kant van de Kamer. Ik geef de heer Wassenberg het woord.

De heer Wassenberg (PvdD):

Voorzitter. Het zal niemand verbazen. De Partij voor de Dieren wil minder slachtoffers door vuurwerk, minder ellende voor longpatiënten, minder stress en minder paniek bij dieren. Wij willen dat het OVV-rapport onverkort wordt overgenomen, dus met een verbod op knalvuurwerk en vuurpijlen. Daarom de volgende motie.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat er tijdens de jaarwisseling in Nederland ieder jaar honderden slachtoffers vallen door het afsteken van consumentenvuurwerk, met ernstig lichamelijk letsel tot gevolg;

constaterende dat een derde tot de helft van de vuurwerkslachtoffers valt onder omstanders of voorbijgangers die zelf niks afsteken en dat ruim driekwart van het vuurwerkletsel wordt veroorzaakt door legaal vuurwerk;

constaterende dat longpatiënten veel last hebben en ziek worden van vuurwerkdampen en de hoge concentraties ultrafijnstof als gevolg van consumentenvuurwerk rond oud en nieuw;

constaterende dat de Onderzoeksraad voor Veiligheid eind 2017 heeft geadviseerd om vuurwerk te verbieden dat in de praktijk de grootste inbreuk maakt op de veiligheid doordat het zorgt voor letsel (vuurpijlen) en overlast (knalvuurwerk);

constaterende dat de nationale politie, de brandweer, artsen en burgemeesters ook pleiten voor zo'n verbod;

overwegende dat professionele vuurwerkshows een veiliger alternatief kunnen vormen voor het afsteken van vuurwerk door burgers op straat;

verzoekt de regering de adviezen van de OVV onverkort over te nemen en een verbod op de verkoop en het afsteken van knalvuurwerk en vuurpijlen voor te bereiden,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Wassenberg, Van der Staaij, Buitenweg en Krol. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 527 (28684).

De heer Wassenberg (PvdD):

En dan nog een minimotie, voorzitter. Want zolang dat vuurwerkverbod er nog ...

De voorzitter:

Nee, snel naar de motie, want u heeft bijna geen spreektijd meer.

De heer Wassenberg (PvdD):

O, excuus. Heel kort, zolang er nog geen vuurwerkverbod is, willen wij dat gemeenten alle ruimte krijgen om een verbod in te stellen.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

verzoekt de regering, zolang er nog geen landelijk afsteekverbod van knalvuurwerk en vuurpijlen is, gemeenten de bevoegdheid te geven om een gemeentelijk vuurwerkverbod in te stellen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Wassenberg. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 528 (28684).

De heer Wassenberg (PvdD):

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel. Mevrouw Helder. Nee? Dan ga ik naar de heer Krol.

De heer Krol (50PLUS):

Dank u wel, mevrouw de voorzitter. Ik heb twee moties.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat er bij de politie, burgemeesters, medisch specialisten en de Nederlandse bevolking een breed draagvlak bestaat voor een vuurwerkverbod voor particulieren;

overwegende dat vuurwerk afgestoken door particulieren jaarlijks een groot aantal slachtoffers en zeer veel materiële schade veroorzaakt;

overwegende dat er een feestelijk alternatief is in de vorm van gemeentelijke vuurwerkshows;

verzoekt de regering toe te werken naar een vuurwerkverbod voor particulieren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Krol, Wassenberg en Van der Staaij. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 529 (28684).

De heer Krol (50PLUS):

Dan de tweede motie.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de kracht van zwaar knalvuurwerk te vergelijken is met de kracht van een handgranaat;

overwegende dat er nauwelijks een markt is voor zwaar professioneel knalvuurwerk;

overwegende dat zwaar knalvuurwerk voornamelijk in handen komt van amateurs;

verzoekt de regering het advies van de Onderzoeksraad voor Veiligheid over een verbod op de productie van zwaar professioneel knalvuurwerk, in EU-verband aan de orde te stellen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Krol, Van der Staaij en Buitenweg. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 530 (28684).

De heer Krol (50PLUS):

Dank u zeer.

De voorzitter:

Dank u. Dan geef ik nu het woord aan mw Dik-Faber namens de ChristenUnie.

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):

Voorzitter, dank u wel. Ik zie dat de spreektijd beperkt is, dus ik beperk me nu tot het danken van de bewindspersonen voor hun beantwoording en de gedane toezegging. Ik ga over tot het voorlezen van de motie.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat volgens de Onderzoeksraad voor Veiligheid de viering van oud en nieuw op veel plaatsen in Nederland het onveiligste feest van het jaar is en het afsteken van vuurwerk leidt tot letsel, ook bij omstanders en hulpverleners, en tot materiële schade en overlast;

overwegende dat gemeenten vuurwerkvrije zones aanwijzen op basis van de autonome verordende bevoegdheid, maar dat deze bevoegdheid in de praktijk begrensd is en een zware motiveringsplicht kent;

verzoekt de regering een expliciete wettelijke bevoegdheid te creëren om gemeenten geheel vuurwerkvrij te maken;

verzoekt de regering voorts de invoering van deze bevoegdheid gepaard te laten gaan met deskundige monitoring van het effect op letsel en schade, en hierover de Kamer te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Dik-Faber en Den Boer. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 531 (28684).

Dank u wel. Dan ga ik naar de heer Van Dam. Nee? Dan kijk ik naar de heer Arno Rutte. Ja? De heer Arno Rutte namens de VVD.

De heer Arno Rutte (VVD):

Voorzitter. Hoewel ongelukken in het verkeer plaatsvinden verbieden wij autorijden niet. Dat is toch wel een heel belangrijk argument voor de VVD om te blijven hechten aan de vuurwerktraditie. Ontzettend veel mensen genieten enorm van vuurwerk. Ik kan er nu alweer naar uitzien deze jaarwisseling thuis rond de houthaard te zitten, me verheugend om met een oliebolletje en een glaasje champagne in de hand de straat op te gaan om legaal vuurwerk op een fatsoenlijke manier af te steken. Dat moet mogelijk blijven. Ik steun van harte de koers van het kabinet om een aantal maatregelen te nemen om dat legale vuurwerk goed gereguleerd te houden, opdat we de komende jaren een veilige, goede en gezellige jaarwisseling tegemoet kunnen zien.

Voorzitter, dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel. Dan geef ik nu het woord aan mevrouw Den Boer namens D66.

Mevrouw Den Boer (D66):

Voorzitter. Graag wil ik de minister en de staatssecretaris hartelijk danken voor de beantwoording van de vele vragen. We hebben een goed debat gehad over de vele maatregelen die zijn aangekondigd. Ik zal mij beperken tot het voorlezen van de motie.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat naar aanleiding van het onderzoeksrapport van de OVV nieuwe maatregelen worden ingevoerd met als doel de jaarwisseling veiliger te maken;

overwegende dat het maatschappelijk debat over het uit de handel halen van een deel van het legale vuurwerk gaande is;

verzoekt de regering in 2019 een onafhankelijke evaluatie uit te voeren naar de effecten van de nieuw ingevoerde maatregelen, waarbij de adviezen van de OVV, de ervaringen van gemeenten en de politie en de voortgang van het maatschappelijk debat nadrukkelijk worden betrokken,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Den Boer en Dik-Faber. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 532 (28684).

Mevrouw Buitenweg heeft een vraag.

Mevrouw Buitenweg (GroenLinks):

Ik probeer even te begrijpen in hoeverre dat nou anders is dan wat het kabinet voorstelt. Ik meende juist dat daarbij ook het idee was dat na afloop van de komende oud en nieuw ook weer geëvalueerd wordt hoe het allemaal is verlopen.

Mevrouw Den Boer (D66):

Zoals u daarnet heeft gehoord in mijn bijdrage onderstreept D66 het belang van een onafhankelijke evaluatie waarin alle effecten van de maatregelen die zijn aangekondigd worden geëvalueerd. Dat vinden we heel erg belangrijk, want op basis daarvan kunnen we zien of die maatregelen goed uitwerken en hopelijk ook leiden tot minder letsel en minder schade. Daarna kunnen we ons op basis van die nieuwe gegevens beraden op nader te nemen stappen.

Mevrouw Buitenweg (GroenLinks):

Ik wil even de rollen onderscheiden, want dat is het kabinet en dit is de partij. Ik probeer het heel even te begrijpen. Stelt D66 nou iets voor wat nog niet was voorgesteld door het kabinet?

Mevrouw Den Boer (D66):

D66 vindt het heel erg belangrijk dat er tijdig een onafhankelijke evaluatie van alle maatregelen plaatsvindt. We vinden het ook erg belangrijk dat de Kamer hier goed over wordt geïnformeerd en dat wij ons op basis daarvan kunnen beraden op nader te nemen stappen.

De heer Van der Staaij (SGP):

Ik zoek met mevrouw Buitenweg nog even naar de aanscherping ten opzichte van het kabinet, want anders zou het overbodig zijn. Dat zult u niet bedoelen. Wat is nu de meerwaarde van deze motie ten opzichte van wat het kabinet naar voren heeft gebracht? Is het toch wat scherper, namelijk dat er echt een verbod moet komen, zoals door de Onderzoeksraad is bepleit, als de problematiek hetzelfde blijft?

Mevrouw Den Boer (D66):

U kunt de motie beschouwen als een extra zet in de rug voor het kabinet om dit zeer serieus te nemen, om er in de evaluatie echt goed naar te kijken en alle uitkomsten mee te wegen in nader te nemen stappen.

De heer Van der Staaij (SGP):

Maar een evaluatie serieus nemen is zó algemeen; dat geeft zo weinig richting. Dan zegt meneer Rutte weer: er gaan weer tien mensen minder naar de spoedeisende hulp, dus het gaat de goede kant op. Bent u dan ook tevreden? Dus hoe meet je dat dan? Wanneer is nu voor D66 de tijd rijp voor strengere maatregelen? Overigens complimenten dat u nu al de stap heeft gezet naar het gemeentelijk verbod, want daar was D66 altijd tegen. Dat was de oude Partij voor de Dierenmotie, zeg maar, die wij altijd hebben gesteund. Nu doet D66 dat ook; welkom. Maar wat moet er nu meer of anders gebeuren voor een volgende stap?

Mevrouw Den Boer (D66):

D66 vindt het natuurlijk heel erg belangrijk om ook burgemeesters in staat te stellen hun eigen afweging te maken in hun gemeente, want de situatie is overal anders, en zij kunnen dat allemaal meenemen. Wij zijn daar dus altijd heel erg voorstander van geweest. Maar wij willen echt dat alle maatregelen die worden genomen nadrukkelijk ieder voor zich aan een evaluatie worden onderworpen, en dat dat niet op één hoopje wordt gegooid, maar dat er echt per maatregel wordt gekeken naar het effect daarvan.

De heer Van Raak (SP):

Meestal laat ik dit lopen, maar ik wil er toch eens een keer iets van zeggen. De minister en de staatssecretaris doen hier allerlei toezeggingen. Volgens mij is dit gewoon een toezegging. Die staat in de Handelingen. Dan kunnen wij als Kamerleden allemaal al die toezeggingen nog eens over gaan typen en in een motie zetten, en zeggen dat we het ook heel belangrijk vinden, en "wij vinden het nog belangrijker" en "ik vind het écht belangrijk" en "het is een steuntje in de rug", maar het is overbodig. Het is toegezegd. In de motie van D66 staat niks wat niet al toegezegd is. Ik zou dus zeggen: doe het niet, want we houden elkaar anders alleen maar met onzin bezig.

Mevrouw Den Boer (D66):

Ik vind de motie wél belangrijk. Ik hoop ook dat de SP net als D66 het belang van een externe en onafhankelijke evaluatie kan onderstrepen om daarmee een stok achter de deur te hebben.

De heer Van Raak (SP):

Niemand vindt dat dat niet zo is. Niemand is het daar niet mee eens, niemand hier in de zaal, in dit gebouw en zelfs bij de voorlichters van het ministerie. Iedereen is het hiermee eens, ook op de terrasjes buiten en thuis voor de televisie; iedereen! Dan kunnen we hier wel moties voor gaan indienen en we kunnen oneindig veel moties indienen — 10 of 100.000 — maar dat heeft allemaal niet zo veel zin. Het is allemaal zo D66 en dat kost allemaal een hoop tijd.

Mevrouw Den Boer (D66):

Ik dacht juist dat het ook heel erg des SP's was om een goede evaluatie te willen hebben met elkaar, zodat we ook echt een heldere basis hebben waarmee we verder kunnen gaan in de beraadslaging over nader te nemen maatregelen.

Dank u wel, voorzitter.

De voorzitter:

Dank u wel. Dan geef ik het woord nu aan de heer Van Raak. Ja, u bent aan de beurt.

De heer Van Raak (SP):

Voorzitter. Ik ben blij met dit debat. We zijn ergens gekomen, ongeveer bij het lek van, volgens mij, 10 april. Toen werd er gelekt, volgens mij bij RTL, dat gemeentes de mogelijkheid zouden moeten krijgen om gevaarlijk vuurwerk te verbieden. Dat is weer ontkend en we hebben hier in de Kamer een andere brief gekregen, maar ik ben toch blij dat we op dit punt terecht zijn gekomen, omdat ik denk dat dit ook echt een lokale aangelegenheid is: een lokaal besluit van de gemeenteraad, de wethouders en de burgemeester, omdat elke gemeente zo verschrikkelijk anders is. In sommige gemeenten is de situatie onhoudbaar en moet er echt ingegrepen worden. Dan is het pakket van de regering te weinig en dan zou een verbod een heel goed middel zijn, maar in heel veel andere gemeentes is er niet zo veel aan de hand en hoef je dat allemaal niet te gaan verbieden. Ik ben dus blij met de motie van mevrouw Dik-Faber, die ik van harte ga steunen. Wat dat betreft is het fijn dat we zover gekomen zijn.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Van Raak. Mevrouw Buitenweg.

Mevrouw Buitenweg (GroenLinks):

Dank u wel, mevrouw de voorzitter. Met die positieve toon van mijn voorganger wil ik nog even doorgaan. Ik denk dat het heel goed is dat er maatregelen genomen worden. Ik vind het ook goed dat er een brede consensus is dat er echt iets moet veranderen. Ik help het iedereen echt hopen dat de voorgestelde maatregelen ook echt iets veranderen; ik denk het niet, maar ik hoop het natuurlijk wel. GroenLinks is er een voorstander van dat er inderdaad nog wel degelijk een verbod van dat knalvuurwerk en die vuurpijlen is. Dat is nog niet geregeld. Er is wel toegezegd dat er een evaluatie komt; dat is dus al toegezegd. Dat vind ik een heel belangrijk moment. Voor mij blijft wel heel cruciaal hoe we dat meten. Is dat inderdaad zodra er een daling is? En is de conclusie dan dat er dus een verbod zal komen? Dat laatste blijft nog een beetje boven de markt hangen, maar ik zie toch al een grote verschuiving, zeker in vergelijking met de jaren hiervoor. Wat dat betreft tel ik mijn zegeningen en wens ik ons een veilig oud en nieuw.

De voorzitter:

Dank u wel. U bent er wel vroeg bij, mevrouw Buitenweg. Dan ga ik naar de heer Van der Staaij, namens de SGP. Heeft u een motie met iets over boze geesten of ogen?

De heer Van der Staaij (SGP):

Nee, voorzitter, ik geloof niet dat vuurwerk helpt tegen boze geesten. Daar dien ik dus ook geen motie over in. Ik geloof wel in het tellen van je zegeningen, zoals mevrouw Buitenweg ook naar voren heeft gebracht. Als ik de zegeningen zou willen tellen, zou het er daarbij inderdaad om gaan dat ik nu merk dat het aloude idee waarover de Partij voor de Dieren al in 2015 en ook in de jaren daarna moties heeft ingediend om een gemeentelijk verbod mogelijk te maken, is overgenomen door de coalitiepartijen en dat een partij als D66, die daar altijd tegen stemde, daar nu ook voorstander van is. Dat vind ik echt winst, omdat je daarvoor een breder draagvlak ziet. Aan de andere kant moet ik daar wel bij vermelden dat we juist deze dagen van burgemeesters horen dat ze pas echt een handhavingsprobleem hebben als zij het gaan verbieden en als het vuurwerk wel verkocht mag worden in de naburige gemeenten. Het is dus ook weer niet zo dat het de oplossing voor alle kwalen is. Sterker nog, de ontwikkelingen gaan door. Inmiddels is er op basis van het rapport van de Onderzoeksraad niet voor niks steeds meer draagvlak voor verdergaande maatregelen dan de maatregelen die we in 2015 heel geweldig vonden en die nog steeds een extra waardevolle stap zijn. Maar we blijven het wel betreuren dat die verdergaande stappen van de Onderzoeksraad niet gezet worden.

De minister verwees nog even naar het NRC van vandaag. Ik dacht: waarom doet hij dat? Maar ik snap het al: juist de VVD-burgemeester drong aan op een verbod. Het was dus even een boodschap in de richting van de VVD: let op, er zijn ook wel andere, verstandige VVD'ers die zeggen "luister naar de praktijk en de VVD-kiezers, die ook die kant op willen".

Voorzitter, mijn tijd zit erop en ik ga afronden. Ik heb een heel korte motie.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de kosten van vuurwerkoverlast en -schade en van de inzet van publieke diensten de btw-inkomsten ruimschoots overtreffen;

verzoekt de regering de mogelijkheden te onderzoeken voor een heffing op de verkoop van vuurwerk,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Van der Staaij en Krol. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 533 (28684).

Dank u wel, meneer Van der Staaij. Dan geef ik nu het woord aan de minister van Justitie en Veiligheid.

Minister Grapperhaus:

Voorzitter. Ik zal mij richten op de moties op de stukken nrs. 527, 528, 529, 531 en 532. Ik begin gewoon maar met de motie op stuk nr. 527; waarom niet. Deze motie van de heer Wassenberg is gesteund door Van der Staaij, Buitenweg en Krol. Ik ontraad de motie. De motie zegt dat de adviezen van de Onderzoeksraad onverkort moeten worden overgenomen en dat een verbod moet worden voorbereid. Ik heb, denk ik, voldoende uiteengezet waarom het kabinet dat niet voorstaat en heb dat verantwoord. Wij hebben een duidelijke brief geschreven over het rapport van de Onderzoeksraad. Deze motie wordt dus ontraden.

De motie op stuk nr. 528 van de heer Wassenberg ontraad ik eveneens. Die motie stelt dat er een bevoegdheid moet komen voor gemeenten, waarbij overigens de basis voor die bevoegdheid niet helemaal duidelijk is, zolang er nog geen landelijk afsteekverbod van knalvuurwerk is. Dat zou nu al suggereren dat er een tweetrapsraket komt en miskent de door ons aangekondigde evaluaties. Om die reden ontraad ik de motie, waarbij overigens het idee van een landelijk verbod haaks staat op het in de wet opnemen van een lokale bevoegdheid. Ook de motie op stuk nr. 528 wordt dus ontraden.

De motie op stuk nr. 529 van de heer Krol verzoekt de regering toe te werken naar een vuurwerkverbod voor particulieren. Deze motie ontraad ik ook. Ik verwijs voor een verdere toelichting naar de brief van de staatssecretaris en mij.

De motie op stuk nr. 531, van mevrouw Dik-Faber en mevrouw Den Boer, verzoekt de regering om een expliciete wettelijke bevoegdheid te creëren om gemeenten geheel vuurwerkvrij te maken. Als ik het zo mag lezen dat het gaat om een expliciete wettelijke bevoegdheid voor gemeenten of de in de gemeenten bevoegde organen te creëren om gemeenten geheel vuurwerkvrij te maken ... Ik kijk via u, voorzitter, ook even naar mevrouw Dik-Faber: als ik het zo mag begrijpen, is het oordeel Kamer voor deze motie. Ging ik niet te snel?

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):

Dan wordt het dictum dus: "verzoekt de regering een expliciete wettelijke bevoegdheid te creëren voor gemeenten of gemeentelijke organen om gemeenten geheel vuurwerkvrij te maken".

Minister Grapperhaus:

Ja.

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):

Misschien is het goed als ik de motie zo aanpas, want dat is precies de intentie. Dan weten we allemaal waarover we stemmen.

Minister Grapperhaus:

Ja. Oordeel Kamer. Dank.

Voorzitter, dan de motie op stuk nr. 532, ook van mevrouw Den Boer en mevrouw Dik-Faber. Ik denk dat het wel degelijk goed is dat hier een geëxpliciteerde onafhankelijke evaluatie wordt gevraagd, waarbij met name de ervaringen van gemeenten en van politie en nadrukkelijk ook het maatschappelijk debat worden betrokken. Die motie laat ik oordeel Kamer.

Mevrouw Buitenweg (GroenLinks):

Het is niet ondersteuning beleid, dus ik wil dan graag weten wat het precies toevoegt ten opzichte van de brief van de minister.

Minister Grapperhaus:

Deze motie is een explicitering. Ik denk dat het in het kader van dit debat helder is.

De voorzitter:

U heeft het toegezegd, begrijp ik.

Minister Grapperhaus:

Ik heb oordeel Kamer gezegd.

Mevrouw Buitenweg (GroenLinks):

Volgens mij is het algemene punt gemaakt dat we op moeten passen wie nou in welke rol waar zit. Ik begrijp dat hier verder niks wordt toegevoegd aan wat de minister heeft gezegd, behalve dat hij het fijn vindt dat het onderstreept wordt. Waarschijnlijk zullen we het dan voorstellen, maar ik vind het echt niet gepast om het op die manier allemaal te gaan organiseren hier.

Minister Grapperhaus:

Het is de tweede keer vanavond dat ik echt afstand neem van iets wat gezegd wordt. Er is hier helemaal niets georganiseerd. Ik zie deze motie zojuist voor het eerst en ik zie geen aanleiding om daar geen oordeel Kamer aan te geven.

De voorzitter:

Nee, het is een misverstand. Dat is niet wat mevrouw Buitenweg bedoelde. U mag het rechtzetten, mevrouw Buitenweg.

Mevrouw Buitenweg (GroenLinks):

Nee, laat maar zitten.

De voorzitter:

Laat maar, hè? Het is goed. De staatssecretaris.

Staatssecretaris Van Veldhoven:

Voorzitter. Er zijn twee moties waarop ik een reactie zal geven. De eerste gaat over de kracht van zwaar knalvuurwerk en verzoekt de regering een verbod op de productie van zwaar professioneel knalvuurwerk in EU-verband aan de orde te stellen. Aan de orde stellen kan, maar de productie verbieden is waarschijnlijk onhaalbaar, want ik denk dat het meeste geproduceerd wordt buiten Europa. Het zal sowieso lastig zijn om de productie te verbieden, maar verkoop of handel mogelijk wel. Ik moet de motie in deze formulering ontraden. Onder aanbeveling nummer 5 in de brief hebben we geschreven hoe we ons in Nederland hard inzetten om te proberen medestanders te krijgen voor de aanscherping van de Europese regelgeving. Daar zullen we zeker mee doorgaan. Dit wilde ik nog een keer onder uw aandacht brengen. De motie op stuk nr. 530 moet ik in de huidige vorm helaas ontraden.

De heer Krol (50PLUS):

Als ik de woorden "op de productie" zou schrappen, is er geen probleem meer.

Staatssecretaris Van Veldhoven:

Ja, maar dan gaat het over een volledig verbod op zwaar professioneel knalvuurwerk. Het probleem dat we hier met elkaar bespreken, is het gebruik van dat professionele knalvuurwerk door niet-professionals. Als je het allemaal gaat verbieden, verbied je ook de professionele vuurwerkshows. Dat is volgens mij ook niet wat de heer Krol beoogt. Ik zie zijn motie als een aansporing om onze inzet op de Europese regelgeving in ieder geval onverminderd door te zetten. Dat zullen we zeker doen. We zullen elkaar daar dan vinden, al is het niet in de specifieke tekst van deze motie.

Dan is er nog de motie op stuk nr. 533 van de heren Van der Staaij en Krol die toch een heffing willen op de verkoop van vuurwerk. In het debat heb ik al gezegd dat een heffing het effect niet vermindert, maar het alleen aantrekkelijker maakt om illegaal vuurwerk te kopen, omdat dat dan relatief goedkoper is. Daarom moet ik deze motie ontraden.

De heer Van der Staaij (SGP):

Naar aanleiding van wat de minister in eerste termijn antwoordde, heb ik de motie wat voorzichtig gemaakt en gesproken over een onderzoek. Voor zover mij bekend is het best heel lang geleden dat hier echt naar gekeken is. Is elk bedrag wat je aan heffing zou toepassen gelijk een enorme drempelverlager voor illegaal vuurwerk? Zou een kleine heffing niet rechtdoen aan de milieuschade die ontstaat? Past dat niet in modern fiscaal beleid?

Staatssecretaris Van Veldhoven:

Maar dan hebben we het niet over een maatregel die bedoeld is om letsel te verminderen. Een klein beetje heffing zal ook niet heel veel letsel verminderen. De heer Van der Staaij raakt dan aan een andere discussie: wil je de schade aan het milieu op deze manier op de sector verhalen? Dat is een andere discussie dan de vraag of we hier een effectief maatregelenpakket neerleggen dat tot letselvermindering zal leiden. Deze heffing zie ik als een risico voor verdringing naar het illegale vuurwerk. Ik blijf daarom bij mijn oordeel om deze motie te ontraden.

De voorzitter:

Dank u wel. Daarmee zijn we aan het einde gekomen van dit debat.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:

Over de ingediende moties zullen we volgende week dinsdag stemmen.

Ik dank de minister, de staatssecretaris, de Kamerleden, de medewerkers, de mensen die dit debat of vanaf de publieke tribune of via internet hebben gevolgd en de bodes natuurlijk.