22 Nucleaire veiligheid

Aan de orde is het VAO Nucleaire veiligheid (AO d.d. 09/05). 

De voorzitter:

Ik heet welkom de minister van Infrastructuur en Milieu. Als eerste spreker geef ik het woord aan de heer Wassenberg namens de Partij voor de Dieren. 

De heer Wassenberg (PvdD):

Voorzitter. Ik heb twee moties. Zonder inleidende woorden steek ik meteen van wal. 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

constaterende dat de Belgische kerncentrale in Tihange frequent moet worden stilgelegd vanwege veiligheidsproblemen; 

overwegende dat bij de bouw van de kerncentrale in Tihange voorzien was in een fasegewijze sluiting van de verschillende onderdelen, waarbij sluiting zou plaatsvinden in de periode van 2005 tot 2015; 

overwegende dat de oudste onderdelen van de kerncentrale al ruim elf jaar geleden hadden moeten worden gesloten; 

constaterende dat de directeur van het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle (FANC) in brieven d.d. 1 juli 2016 en 1 september 2016 zware kritiek uit op het veiligheidsbeleid in de kerncentrale van Tihange en dat de directeur deze kritiek in november 2016 heeft bevestigd voor diverse Waalse en Vlaamse media; 

overwegende dat bij een kernramp in Tihange Nederland, Duitsland en Luxemburg zwaar worden getroffen; 

overwegende dat Duitsland en Luxemburg de Belgische regering verzocht hebben om de kernreactoren in Tihange om veiligheidsredenen te sluiten; 

verzoekt de Nederlandse regering om zich aan te sluiten bij Duitsland en Luxemburg en de Belgische regering dringend te verzoeken de kerncentrale in Tihange te sluiten, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Wassenberg, Beckerman, Van Tongeren, Dik-Faber en Kuiken. 

Zij krijgt nr. 189 (25422). 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

constaterende dat de verouderde Belgische kerncentrale in Tihange frequent moet worden stilgelegd vanwege veiligheidsproblemen; 

overwegende dat er in de regio grote ongerustheid bestaat over de veiligheid en dat verschillende burgemeesters en gemeenteraden in Limburg hun ernstige zorgen hebben uitgesproken over de nabijheid van een vaak defecte en stilgelegde kerncentrale op slechts 40 kilometer van de grens; 

overwegende dat verschillende gemeenten in Nederland en Duitsland juridische stappen nemen of overwegen om de Belgische regering te dwingen de kerncentrale in Tihange te sluiten; 

verzoekt de Nederlandse regering om de Nederlandse juridische procedures te steunen die erop gericht zijn om de kerncentrale in Tihange om veiligheidsredenen te sluiten, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Wassenberg, Beckerman, Van Tongeren en Dik-Faber. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 190 (25422). 

De heer Remco Dijkstra (VVD):

Voorzitter. We hebben een goed algemeen overleg gehad over nucleaire veiligheid en stralingsbescherming, een onderwerp dat regelmatig terugkeert. Eind januari hebben we behoorlijke stappen gezet en door de minister laten zetten om die veiligheid beter te maken. Ik ben blij met de toezegging van de minister dat zij gaat kijken naar het nucleaire landschap in Nederland, niet alleen als het gaat om veiligheid, maar ook wat betreft leveringszekerheid, transport, opslag en dergelijke. Wij zien de resultaten daarvan graag tegemoet; ik hoop dat die zo snel mogelijk zullen komen. 

In het algemeen overleg heb ik veel aandacht gevraagd voor de beschikbaarheid van met name medische isotopen, nucleair materiaal dat mensen geneest in ziekenhuizen en waardoor mensen van kanker kunnen genezen. Dat vinden wij erg belangrijk. 

Daarom de volgende motie. 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

overwegende dat het radioactief afval niet in Petten kan blijven liggen en op redelijke termijn moet worden afgevoerd naar de COVRA in Vlissingen; 

overwegende dat dit financiële onzekerheid oplevert voor de nucleaire autoriteit NRG en kan zorgen voor een negatief effect op de leveringszekerheid van medische isotopen waar kankerpatiënten van afhankelijk zijn; 

verzoekt de regering, te zoeken naar een duurzame oplossing die ervoor zorgt dat het afval veilig door de NRG kan worden afgevoerd zodat de leveringszekerheid van medische isotopen en de nucleaire veiligheid geborgd zijn, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Remco Dijkstra, Van Eijs en Agnes Mulder. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 191 (25422). 

Mevrouw Van Tongeren (GroenLinks):

Over het algemeen is de VVD erg terughoudend met het verlenen van staatssteun aan particuliere bedrijven. Wat was er de achtergrond van dat die fractie nu zegt dat er voor dit bedrijf toch staatssteun moet komen? Over dit bedrijf heeft ook de minister gezegd: er moet een private investeerder komen, men moet er de eigen broek ophouden en we moeten niet direct de belastingbetaler laten dokken. 

De heer Remco Dijkstra (VVD):

Ik heb zowel zojuist als tijdens het algemeen overleg met geen woord gerept van staatssteun of wat dan ook. Ik weet dat er een lening is verstrekt door Economische Zaken aan NRG, zodat men daar de financiële huishouding beter op orde krijgt. Daarbij gaat het om een lening, die dus moet worden terugbetaald. De VVD vindt met name wat men daar doet erg belangrijk, namelijk het maken van medicijnen voor mensen die kanker hebben. Radioactief materiaal wordt ingebracht en heeft effect, waardoor mensen genezen. Ik vind dat van uitermate groot belang. Dat doen we met die onderzoeksfaciliteit en met dat materiaal in Petten, en dit kan bijna nergens anders op de wereld. Wij hebben daar echt een belangrijke positie in. Ik wil niet dat door financiële problemen of welke problemen dan ook het maken van die medicijnen in gevaar komt. Dan sterven er mensen onnodig, en dat kan ik niet voor mijn rekening nemen. 

Mevrouw Van Tongeren (GroenLinks):

Dan zou je moeten zeggen: zorg voor een oplossing waarbij kankerpatiënten niet zonder medische isotopen komen te zitten. Dat probleem is een heel ander probleem dan het afvalprobleem. Ik begrijp de koppeling daartussen niet. En als er geen steun van de Staat komt, wie zou er dan financieel moeten bijspringen? 

De heer Remco Dijkstra (VVD):

Er is wel een koppeling, want de NRG is zowel verantwoordelijk voor historisch afval uit de jaren zestig tot de jaren negentig dat er is opgeslagen, als voor de nieuwe ontwikkelingen met medicijnen voor kankerpatiënten. Het opruimen, het bergen, het maken van een goede inventarisatie en vervolgens het overbrengen naar de centrale opslag in Vlissingen, zijn uitermate kostbaar; dat weet mevrouw Van Tongeren ook. Ik wil niet dat straks de beschikbaarheid van medische isotopen en het onderzoek naar medische isotopen door de financiële druk op NRG negatief worden beïnvloed. Ook het onderzoek vindt mijn fractie erg belangrijk. 

De voorzitter:

Dank u wel. Het woord is nu aan mevrouw Van Tongeren. 

Mevrouw Van Tongeren (GroenLinks):

Ik ben in elk geval blij, voorzitter, met de ruiterlijke erkenning van de woordvoerder van de VVD dat aspecten van kernenergie uitermate duur kunnen zijn. 

Voorzitter. Ik dien de volgende moties in. 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

overwegend dat er nog steeds grote zorgen zijn met betrekking tot de veiligheidssituatie rondom de kerncentrales in Doel en Tihange; 

verzoekt de regering, in al haar contacten met de Belgische regering aan te dringen om alles op alles te zetten om druk te zetten op de regering van België om de kerncentrales in Doel en Tihange te sluiten, en mocht dat niet lukken, dan de centrales stil te leggen totdat zij helemaal op post-Fukushimaniveau gebracht zijn, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Van Tongeren, Wassenberg en Dik-Faber. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 192 (25422). 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

constaterende dat volgens de Duitse tv-zender Tagesschau verrijkt uranium geleverd door URENCO gebruikt wordt bij de productie van tritium voor het Amerikaanse atoomwapenprogramma; 

constaterende dat URENCO alleen uranium mag leveren voor vreedzame doeleinden; 

constaterende dat de Nederlandse Staat mede-eigenaar is van URENCO; 

verzoekt de regering, deze zaak tot op de bodem uit te zoeken en hierover te rapporteren aan de Kamer, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Van Tongeren en Wassenberg. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 193 (25422). 

Mevrouw Van Eijs (D66):

Voorzitter. We hebben een goed algemeen overleg gehad. Nucleaire veiligheid is een onderwerp waarover altijd veel zorgen bestaan. De minister heeft aangegeven met de door ons ingebrachte punten bezig te zijn, of daarbij actie te ondernemen. Maar er zijn toch nog geen echt harde toezeggingen. Dus hecht ik eraan om die nog even echt scherp te krijgen. Daarom dien ik de volgende moties in. 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

constaterende dat sinds het onderbrengen van de nucleaire veiligheid bij het ministerie van Infrastructuur en Milieu er vragen zijn gerezen over de geschiktheid en beschikbaarheid van verpakkingsmateriaal en de correcte afgifte van vervoersvergunningen; 

van mening dat, zeker waar het gaat om vervoer van nucleair materiaal, het hoogst haalbare veiligheids- en zorgvuldigheidsniveau de norm moet zijn; 

verzoekt de regering, lessen te trekken uit gevallen waarbij de (veiligheids)procedures in twijfel werden getrokken, en de Kamer voor de zomer over de stand van zaken daarvan te informeren, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Van Eijs. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 194 (25422). 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

constaterende dat er signalen zijn die erop wijzen dat de samenwerking tussen de NRG enerzijds en de ANVS en de COVRA anderzijds niet optimaal verloopt, wat niet bevorderlijk is voor een adequate afwikkeling van het historisch afval in Petten; 

verzoekt de regering, deze signalen serieus te onderzoeken en in de komende stand-van-zakenbrief expliciet in te gaan op de vraag hoe deze samenwerking op een duurzame manier verbeterd gaat worden, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Van Eijs. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 195 (25422). 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

constaterende dat extern onderzoek uitwijst dat het verstandig kan zijn om de COVRA regie te geven over het opruimen van het historisch afval in Petten; 

overwegende dat op die manier de operationele activiteiten beter geïntegreerd en geoptimaliseerd kunnen worden, waardoor het afval sneller kan worden afgevoerd; 

verzoekt de regering, in de aanstaande scan van het nucleaire landschap deze optie nader uit te werken en de Kamer te informeren over de voor- en nadelen, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Van Eijs. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 196 (25422). 

Mevrouw Agnes Mulder (CDA):

Voorzitter. Wij hebben de motie over het radioactief afval van Petten mede-ingediend. Dat was een van de onderwerpen die wij met elkaar in de commissie hebben besproken. Daar ga ik hier verder geen woorden meer aan wijden. 

De grootste zorg die wij met z'n allen hebben, is de vraag hoe het nou in de grensstreek gaat en met de inwoners van Limburg en Zeeland, die zich zorgen maken over de toestand van de Belgische kerncentrales. De minister heeft daar al heel wat over gezegd in de commissievergadering. Het doet ons goed dat zij daar met ons bovenop zit, alleen willen wij horen van de minister of zij de toezegging wil doen dat zij ieder halfjaar rapporteert over alles wat er in het laatste halfjaar is gebeurd op het vlak van samenwerking met de Belgen, zodat wij dat verder kunnen communiceren naar de inwoners en iedereen weet dat wij er met elkaar bovenop zitten. 

Soms krijg je de indruk dat er weleens wordt gedacht dat wij er als Kamer niet bovenop zitten, maar ik heb de indruk dat wij daar wel bovenop zitten. De uitdaging voor de minister is om een en ander heel erg duidelijk inzichtelijk te maken voor de Kamer door ieder halfjaar die brief aan de Kamer te sturen, zodat wij er vol bovenop kunnen blijven zitten. Onze aandacht mag niet verslappen. 

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):

Voorzitter. Ik heb twee moties. 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

constaterende dat de tritiumverontreiniging op de onderzoekslocatie Petten (OLP) buiten de grenzen van het terrein komt en dat de concentraties hoger zijn dan verwacht; 

constaterende dat de minister voornemens is een herziene interventiebeschikking vast te stellen, waarbij de norm voor de sanering buiten de onderzoekslocatie Petten met een factor 50 wordt verhoogd, van 100 naar 5000 becquerel per liter (Bq/l); 

overwegende dat de minister op basis van onderzoek van het RIVM weliswaar concludeert dat de radiologische risico's zeer beperkt zijn, maar dat het hanteren van een 50 keer ruimere norm veel vragen oproept, bijvoorbeeld voor de langere termijn; 

verzoekt de regering, nader te onderbouwen waarom een 50 keer ruimere norm ook op langere termijn zeer beperkte risico's voor de volksgezondheid oplevert; 

verzoekt de regering tevens, te onderzoeken welke mogelijkheden er zijn om verdere verspreiding van de tritiumverontreiniging buiten het OLP-terrein te voorkomen, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Dik-Faber en Van Tongeren. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 197 (25422). 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

constaterende dat de Belgische nucleaire toezichthouder FANC geen vergunning heeft gegeven aan Electrabel voor de kerncentrale Doel vanwege aanhoudende gebreken; 

verzoekt de regering, zich aan te sluiten bij de oproep van gemeenten in onder andere de regio West-Brabant om de kerncentrales in Doel te sluiten, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Dik-Faber, Wassenberg en Van Tongeren. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 198 (25422). 

Mevrouw Beckerman (SP):

Voorzitter. Op 25 juni wordt er een kettingreactie gevormd, een menselijke keten van Tihange naar Luik, Maastricht en Aken, 90 kilometer in totaal. De demonstranten willen dat de kerncentrale in Tihange dichtgaat. De SP doet mee. De centrales zijn verouderd en hebben te kampen met een reeks van incidenten. Bij de bouw werd uitgegaan van sluiting in de periode 2005-2015. Duitsland en Luxemburg hebben de Belgische regering verzocht om sluiting, net als verschillende Nederlandse gemeenten. De SP wil dit ook en daarom hebben wij verschillende moties mee ingediend. 

De voorzitter:

Dank u wel. Daarmee zijn we gekomen aan het einde van de eerste termijn van de zijde van de Kamer. 

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst. 

De voorzitter:

Ik deel de Kamer mee dat de motie-Wassenberg c.s. op stuk nr. 189 medeondertekend is door mevrouw Kuiken. 

Ik geef het woord aan de minister voor de beantwoording in eerste termijn. 

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus:

Voorzitter. Het was plezierig om het hier met deze commissie voor de eerste keer over te hebben. Dit onderwerp komt inderdaad vaker aan de orde. We spreken eigenlijk meer over de Belgische dan over de Nederlandse centrales en dat is misschien maar goed ook. Ik zal nu ingaan op de antwoorden die zijn gevraagd, vooral over de Belgische centrales. Er zijn twee algemene vragen gesteld. De VVD verwees naar een onderzoek van de regering naar het gehele nucleaire landschap. Dat klopt. Mijn collega van EZ heeft vorig jaar aangekondigd dat de regering daaraan werkt. Dat onderzoek behelst de vragen hoe het met het afval staat, wat we al dan niet in de toekomst willen met medische isotopen en wat we willen met de reeds gesloten centrales. Het verschaft inzicht in de stand van zaken, zodat een volgende regering daarover weer verstandige dingen kan besluiten. 

Het CDA vroeg of het mogelijk is om een halfjaarlijkse brief te krijgen over de voortgang met betrekking tot de grensregiosamenwerking. Dat is wat mij betreft akkoord. Ik zal bekijken of ik dat deel laat uitmaken van de verzamelbrief die we voor een AO sturen, maar dan wel zodanig gelabeld dat het duidelijk zichtbaar is. 

Ik kom op de motie op stuk nr. 189, die door diverse Kamerleden is ondertekend. 

Mevrouw Agnes Mulder (CDA):

Ik ben heel blij met deze toezegging, niet alleen wat de grensregio's betreft, maar ook specifiek wat de samenwerking met de Belgen betreft, dus wat zij allemaal doen qua veiligheid in hun centrales en wat we over en weer doen met FANC en ANVS. Dat soort zaken hebben we dan helemaal inzichtelijk via een eventuele verzamelbrief. Als dat de toezegging is, staat hier een tevreden Kamerlid. 

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus:

Er staat hier een tevreden Kamerlid, want dat is de toezegging. 

In de motie op stuk nr. 189 wordt de regering gevraagd om zich aan te sluiten bij Duitsland en Luxemburg om de Belgische regering dringend te verzoeken de kerncentrale in Tihange te sluiten. We hebben dit uitgebreid in het AO aan de orde gehad. Ik heb daar gezegd dat ik boven op de gang van zaken rondom Tihange en Doel zit. Via het FANC en internationale instanties wordt de veiligheid gecontroleerd. Onze ANVS kijkt daarbij mee. Als er redenen zijn om tot sluiting over te gaan, zal ik daar zeker op aandringen, maar die zijn er op dit moment niet, ondanks alle onrust die er is over incidenten. Ik zal me daar dus ook niet bij aansluiten, omdat ik dan eigenlijk vraag om de centrale te sluiten, hoewel daar geen juridische redenen voor zijn. Ik ontraad dus de motie op stuk nr. 189. 

Ik ontraad ook de motie op stuk nr. 190. De reden is als volgt. Ik heb maandag net een overleg gehad met de voorzitters van de diverse veiligheidsregio's. Ik ben en blijf graag met hen in gesprek om na te gaan hoe we hen zo goed mogelijk kunnen voeden vanuit ons ministerie. We hebben ook afspraken gemaakt over gezamenlijke communicatie en over de duiding die we kunnen geven aan incidenten, zodat iedereen er op eenzelfde manier op kan reageren. We hebben gesproken over inhoud en over steun vanuit ANVS. Een en ander zal ik in brede zin ook leveren, maar hier wordt mij gevraagd om juridische procedures te steunen, en dan kom ik op hetzelfde als bij de motie op stuk nr. 189: ik vind dat er aantoonbaar sprake moet zijn van misstanden, wil ik een juridische procedure kunnen steunen. Dat geldt ook voor deze motie. 

De heer Wassenberg (PvdD):

We hebben ook gesproken over de brieven van FANC waarin de directeur van FANC echt ongelofelijk zware kritiek uit op de exploitant van de kerncentrales en zelf stelt dat men de veiligheid niet serieus neemt. Ik vind dat het meer is dan alleen incidenten die elk jaar worden opgelost. Uit die brieven — ik heb geprobeerd ze te lezen in het Frans; het ging redelijk — blijkt dat de kritiek structureel is. 

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus:

Het FANC heeft de verantwoordelijkheid — daar wordt internationaal ook op getoetst — om als het niet veilig is, tot sluiting over te gaan. Het is aan een onafhankelijk FANC om de afweging te maken of de Belgische reactoren veilig zijn. Ondanks alle kritiek die men heeft op de veiligheidscultuur, oordeelt het FANC zelf dat de reactoren veilig zijn. Het lijkt me sterk dat als de eigen toezichtsorganisatie, die ook heel kritisch is zoals u zelf zegt, geen reden tot sluiting ziet, dat wij dan vanuit Nederland, omdat wij ons zorgen maken over de centrales in België, kunnen zeggen dat we wel kunnen overgaan tot sluiting. Daar is geen juridische grond voor. Dat is voor mij de reden om dat ook niet te doen. Ik blijf wel boven op de processen zitten. Als er wel een juridische reden is om te sluiten, kunnen we daartoe overgaan. Maar het eigen FANC doet dat dus ook niet. 

De heer Wassenberg (PvdD):

In de brieven van FANC over en aan exploitant Electrabel staat dat men tot mei 2017, nu dus, de kans krijgt om alles structureel te verbeteren. Kan de minister ons toezeggen dat zij er achteraan gaat en dat zij de stukken opvraagt? 

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus:

Wij zien alles wat zij onderling uitwisselen. De ANVS heeft immers een directe relatie met het FANC. Dat hebben we vorig jaar nu juist afgesproken, omdat Nederland iedere keer zei: doen de Belgen het wel goed? Zij geven volledige transparantie aan ons en wij geven volledige transparantie aan hen. Zij zouden zich immers hetzelfde kunnen afvragen over ons Borssele. Wij kunnen dus zien wat er wordt gewisseld. Het is uiteindelijk aan het FANC om te besluiten of iets heropgestart kan worden of dat het gesloten blijft, eventueel voor altijd. Als het FANC een deadline heeft van 17 mei en daarna zegt dat het niet oké is, dan kan het FANC dat besluit nemen, maar dat kunnen niet wij vanuit Nederland doen. Het FANC moet dat doen. Dat is heel kritisch, zoals de heer Wassenberg zelf al zegt. Het feit dat het FANC tot nu toe niet overgaat tot sluiting en aangeeft dat men geen redenen heeft om tot sluiting over te gaan, zegt natuurlijk een hoop. 

De voorzitter:

Mijnheer Wassenberg, u hebt al twee vragen gesteld. U mag nog een heel korte slotopmerking maken. 

De heer Wassenberg (PvdD):

Ik heb een correctie, voorzitter. Ik zei niet "17 mei", maar "mei 2017". Ik weet niet welke datum het precies is, maar het is ergens gedurende deze maand. 

De voorzitter:

Duidelijk. 

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus:

Ik snap de onrust in de Kamer. We hebben het daar steeds over gehad. Ik heb aangegeven dat ik die steun en wat mijn betoog jegens België is geweest, maar ik vind niet dat, als er geen onderliggende grond is, je als land van een ander land kunt eisen dat men overgaat tot sluiting. Dat meen ik oprecht. Ik vind dat een ander land dat ook niet bij ons moet kunnen doen. Dat gaat mij een stap te ver. Het is prima om overal bovenop te zitten en bij alles mee te kijken, maar je moet niet verzoeken om sluiting als hun eigen onafhankelijke organisatie daar niet eens toe overgaat. 

In de motie-Remco Dijkstra c.s. op stuk nr. 191 wordt de regering verzocht om op zoek te gaan naar een duurzame oplossing voor het afval dat nu nog bij NRG ligt. Nucleaire veiligheid en optimale gezondheidszorg — er wordt een koppeling gemaakt met medische isotopen — zijn voor het kabinet van groot belang. Dat is ook de reden waarom er meermalen leningen zijn verstrekt; het zijn geen giften maar leningen. Het principe "de vervuiler betaalt" is ook belangrijk. We vinden dat NRG financieel verantwoordelijk is voor de afvoer van het afval. We brengen op dit moment het nucleair landschap in kaart. Daarin komt deze lastige problematiek aan de orde en wordt alles in perspectief bezien, ook de vraag of het fair is dat het altijd zo bij die organisatie in kaart is gebracht, aangezien we als overheid de spelregels tussentijds veranderd hebben. Maar het principe is in eerste instantie dat de vervuiler betaalt. Het onderzoek is niet klaar. Ik wil daar niet op vooruitlopen, maar ik wil wel de Kamer duidelijk maken dat indien nodig het kabinet zijn verantwoordelijkheid zal nemen. Ik zie de motie als ondersteuning van het beleid. Wij zoeken het dus ook uit wat betreft de problematiek bij NRG. Daarmee zijn de medische isotopen nog niet voor de eeuwigheid gegarandeerd, want we krijgen natuurlijk ook voor de toekomst nog de businesscase met betrekking tot PALLAS. 

De heer Remco Dijkstra (VVD):

Ik ben blij met de waardering die de minister geeft aan de motie. Ik wijs er wel nogmaals op dat NRG nu verantwoordelijk is voor afval dat daar is opgeslagen gedurende de jaren zestig tot en met negentig, toen NRG niet eens actief was. 

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus:

Dat klopt. Daarom zei ik ook in een bijzin dat in principe de vervuiler betaalt, maar in het verleden is natuurlijk nooit bedacht dat het afval ook weer verplaatst moet worden. Op een gegeven moment wordt er nieuw beleid gemaakt en blijft het principe dat de vervuiler betaalt, maar de vraag is dan of dat NRG is of een andere organisatie. Dit vraagstuk is geen onderdeel van mijn portefeuille en ik wil er daarom niet te veel over zeggen. Het onderzoek loopt. Het belangrijkste is dat ik vind dat we als kabinet onze ogen niet moeten sluiten, want er moet wel iets gebeuren met het afval. Het moet gewoon veilig zijn. Het principe dat de vervuiler betaalt, staat gewoon voorop. Mochten er andere redenen zijn om tot andere zaken over te gaan, dan zal dat allemaal boven tafel komen. We kunnen er vervolgens open en transparant over besluiten. 

Ik kom bij de motie-Van Tongeren/Wassenberg op stuk nr. 193. O, wacht, ik vergeet een motie. 

De voorzitter:

Inderdaad. We hebben nog de motie-Van Tongeren c.s. op stuk nr. 192. 

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus:

Ja, ik zie het. In de motie-Van Tongeren c.s. op stuk nr. 192 wordt de regering verzocht om in al haar contacten met de Belgische regering erop aan te dringen om alles op alles te zetten om druk te zetten op de Belgische regering om de kerncentrales in Doel en Tihange te sluiten en als dat niet mocht lukken, haar te verzoeken de centrales stil te leggen totdat ze helemaal op post-Fukushimaniveau gebracht zijn. Ik ontraad deze motie, net als de eerste motie. Er wordt hard gewerkt aan de implementatie van de post-Fukushimamaatregelen. Het werk wordt internationaal gevolgd en gemonitord. De veiligheid wordt door het FANC beoordeeld. Ik spreek regelmatig mijn collega en breng de Nederlandse zorgen over. Ik ga niet de druk zetten op sluiting. Ik vind gewoon dat men moet voldoen aan de voorwaarden. 

Mevrouw Van Tongeren (GroenLinks):

Ik wil de minister wat vragen over dreigingen vanuit het buitenland voor onze eigen bevolking. Bij andere dreigingen zeggen we ook niet: het is een soeverein land, daar gaan zij zelf over en daar bemoeien we ons niet mee. Ik vind de houding van de minister op een heleboel punten volstrekt begrijpelijk en logisch, maar dit begrijp ik niet. De kans op een kernramp is klein, maar als er een plaatsvindt, zijn de gevolgen enorm groot. De rivieren stromen onze kant op. Ik begrijp dus niet dat de minister niet toch druk uitoefent in de diplomatieke en andere contacten, zodat de Belgen in elk geval heel vlot hun post-Fukushimamaatregelen op orde hebben. Dan kan de minister zeggen: in principe zijn de kerncentrales daar veilig. Daarom heb ik ook beide dingen erin gezet. Wij hebben natuurlijk het liefst een sluiting. Als de minister dat niet wil, moet zij er in elk geval voor zorgen dat voor de Nederlandse bevolking gewaarborgd is dat de kerncentrales net over de grens zo veilig mogelijk zijn. 

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus:

Ik moet toezicht houden op de nucleaire veiligheid. Dat doe ik in eigen land en ook over de grens heen. Ik heb dit onderwerp sinds vorig jaar januari in portefeuille. Mevrouw Van Tongeren heeft gezien wat we allemaal al ondernomen hebben sinds die tijd om daarin echt forse stappen te maken. Ik heb zelfs nog bij mijn collega aangedrongen op tijdelijk stilleggen in afwachting van een nieuw rapport over de veiligheidscultuur. Dat ging niet eens om een incident, maar om de veiligheidscultuur. Mijn collega heeft daarop nee geantwoord. 

Mevrouw Van Tongeren vraagt twee dingen in haar motie. Ten eerste vraagt zij mij om erop aan te dringen om de centrales stil te leggen. Ik heb zonet aangegeven waarom ik daar geen voorstander van ben. Ik vind dat er aantoonbaar iets aan de hand moet zijn. Als wij een heleboel discussie vanuit België zouden krijgen over Borssele terwijl wij kunnen aantonen dat de veiligheid niet in het geding is, zouden wij dat ook niet accepteren van ons buurland. Ten tweede wil mevrouw Van Tongeren dat de centrales worden stilgelegd totdat ze helemaal op post-Fukushimaniveau gebracht zijn. Ook dat kunnen wij niet als Nederlandse regering eisen, vind ik. Daarvoor hebben we het FANC en de internationale organisaties. Die moeten dat doen. Ik heb mijn inzet meerdere keren meegegeven en volgens mij gaat die het verst in wat wij kunnen doen op basis van onze juridische mogelijkheden. 

Mevrouw Van Tongeren (GroenLinks):

Ik hoop dat de minister de juiste keuze gemaakt heeft. Ik denk dat wij, als de kerncentrale in Borssele hetzelfde niveau van incidenten had gehad, een enorme druk ervaren hadden van de Belgische regering om ervoor te zorgen dat het hart van hun economie veilig zou zijn. Ik vind dat ook terecht. Ik vind dat buurlanden best heel duidelijk kunnen vragen: zorg er niet alleen voor dat je eigen bevolking veilig is, maar ook de bevolking net over de grens. Ik begrijp dus waar zij vandaan komt, maar ik vind de opstelling van de minister wat formalistisch: wij zijn een soeverein land en wij willen geen gezeur over Borssele, dus wij zeuren ook niet over Doel en Tihange. Gezien de grote hoeveelheid incidenten roep ik de minister toch op om een tandje bij te zetten in de contacten met België. Zij weet dat. 

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus:

Ik weet precies hoe mevrouw Van Tongeren erin zit. Het is voor mij geen formalistische benadering. Het is ook een echt inhoudelijke benadering. Ik heb dat een paar keer geprobeerd duidelijk te maken. Je moet het wel kunnen aantonen. Een discussie kan niet alleen gaan over incidenten die zorgen opleveren. Je moet kunnen aantonen dat er echt sprake is van een onveilige situatie. Incidenten hebben nooit gezorgd voor enig nucleair gevaar; dat heb ik laten zien. De centrale is oud, maar heel veel onderdelen zijn allang vernieuwd en misschien nog wel nieuwer dan die van sommige centrales van later datum. Gezien de vele discussies zitten zowel het FANC als internationale organisaties boven op deze centrales. Zij kijken dus zeer streng toe. Elke keer als er wat is, wordt een centrale gesloten. Ik snap dat dat heel eng voelt, maar tegelijkertijd is het heel goed dat een centrale wordt gesloten als er iets aan de hand is. Met andere woorden: ondanks het feit dat er incidenten en zorgen zijn, leidt de feitelijke inspectie van deze centrales niet tot de conclusie dat er sprake is van een onveilige situatie. En dan is er ook geen reden om tot sluiting over te gaan. 

In de motie op stuk nr. 193 van mevrouw Van Tongeren en de heer Wassenberg wordt de regering gevraagd om na te gaan of klopt wat er door een Duitse tv-zender is beweerd over URENCO. Ik ontraad deze motie. De reden daarvoor is dat ik erop moet vertrouwen dat IAEA Safeguards, de organisatie die hierop toeziet, haar toezichtstaak goed uitoefent. Die organisatie let hier ook op. Verrijkt uranium van URENCO mag alleen gebruikt worden voor burgerdoelen. Ik heb geen indicatie dat hier misbruik van gemaakt wordt. Ik heb dus ook geen behoefte om daar een eigen onderzoek naar te starten, omdat er een organisatie is die dat doet en waar mevrouw Van Tongeren en de heer Wassenberg dus ook gewoon informatie kunnen opvragen, mochten zij daar twijfel over hebben. Als ik naar aanleiding van elke tv-show waarin iets wordt beweerd, zelf een onderzoeksprogramma zou moeten gaan opzetten, lijkt dat mij erg complex. 

Mevrouw Van Tongeren (GroenLinks):

Het is nogal een stevige bewering. Als die klopt, is het behoorlijk dramatisch. Is de minister dan mogelijkerwijs bereid om dit te vragen aan het IAEA? Dan houd ik deze motie aan. 

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus:

Ik begrijp dat wij net contact gehad hebben met Economische Zaken en dat is gebleken dat het inderdaad zo werkt, dus dat het via IAEA loopt. Wij hebben geen indicatie dat hier misbruik van gemaakt wordt. Wat ons betreft is er dus ook geen nader onderzoek nodig. Mocht het helpen, dan kan ik in een volgende brief schrijven dat het wij nog een keer hebben nagevraagd. Ik begrijp dus net dat het al is nagevraagd. Er is een organisatie die toeziet op dit soort dingen. Ik ga eigenlijk ervan uit dat zij op het moment dat die show plaatsvond, onmiddellijk even bekeken heeft wat er aan de hand is. 

De voorzitter:

Betekent dit dat mevrouw Van Tongeren haar motie aanhoudt? 

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus:

Ik zal dit bij de volgende brief naar aanleiding van het AO voegen. 

Mevrouw Van Tongeren (GroenLinks):

Ja, dan houd ik deze motie aan. 

De voorzitter:

Op verzoek van mevrouw Van Tongeren stel ik voor, haar motie (25422, nr. 193) aan te houden. 

Daartoe wordt besloten. 

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus:

De motie op stuk nr. 194 is van mevrouw Van Eijs en gaat over de geschiktheid en beschikbaarheid van verpakkingsmateriaal en de correcte afgifte van vervoersvergunningen. Er werd nog even een link gelegd in die zin dat er sinds het onderbrengen van de nucleaire veiligheid bij ons ministerie vragen zijn gerezen. Ik hoop het niet, want wij zijn er juist mee bezig om dit zo goed mogelijk af te handelen. In deze motie verzoekt mevrouw Van Eijs de regering om lessen te trekken uit gevallen waarbij de (veiligheids)procedures in twijfel werden getrokken. Ik zie de motie als ondersteuning van mijn beleid, want een transportvergunning of toezicht wordt altijd conform de internationale vervoersregelgeving uitgevoerd. Er is ook geen sprake van twijfel omtrent de veiligheidsprocedures. De lessen naar aanleiding van de twee cases die mevrouw Van Eijs aanhaalt, zijn reeds opgepakt. Volgens mij was dat onder andere ook naar aanleiding van vragen van D66 destijds in de Kamer. Enerzijds is de interne procedure aangescherpt. Anderzijds heb ik het Internationale Atoomenergieagentschap gevraagd om in 2018 tijdens de follow-up van de IRRS-missie in Nederland te beoordelen of Nederland het vervoeren op grond van een vergunning onder speciale regeling conform de IAEA-regel- en wetgeving vergunt. Over de uitkomsten zal ik de Kamer te zijner tijd informeren. De motie is dus ondersteuning van beleid. 

In haar motie op stuk nr. 195 verzoekt mevrouw Van Eijs de regering om serieus de signalen te onderzoeken dat er hobbels zijn in de samenwerking tussen NRG enerzijds en ANVS/COVRA anderzijds. Naar aanleiding van deze vraag van mevrouw Van Eijs in de commissie, zei ik dat ik dit niet herken. Ik heb vorige week aan de ANVS gevraagd om na te gaan of de betrokken partijen negatieve ervaringen hebben en zo ja, om te bekijken hoe de samenwerking verbeterd kan worden. Ik heb van de ANVS begrepen dat het overleg over de afvoer van het afval tussen NRG en COVRA de afgelopen maanden inderdaad stug is verlopen. De ANVS zal in overleg treden met de directie van NRG en de directie van COVRA. Als daar aanleiding toe is, zal ik de Kamer daar in de eerstvolgende verzamelbrief nader over informeren. Ik zie de motie dus als ondersteuning van beleid. 

Nu kom ik bij de motie-Van Eijs op stuk nr. 196. In deze motie wordt de regering verzocht om in de aanstaande scan van het nucleaire landschap deze optie nader uit te werken en de Kamer te informeren over de voor- en nadelen. Volgens mij had ik dit al toegezegd in het algemeen overleg. Ik hoorde mevrouw Van Eijs net iets zeggen over harde toezeggingen of niet, maar een toezegging is wat mij betreft een toezegging en zou dus niet meer echt in een motie gegoten hoeven te worden. Maar de motie ligt er nu en dus neem ik die over. De motie zal worden uitgevoerd in de beschrijving van de voor- en nadelen van het nucleaire landschap. 

De voorzitter:

De minister stelt voor om de motie op stuk nr. 196 over te nemen. Ik stel vast dat de Kamer daarmee kan instemmen. 

De motie-Van Eijs (25422, nr. 196) is overgenomen. 

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus:

In de motie op stuk nr. 197 verzoeken mevrouw Dik-Faber en mevrouw Van Tongeren de regering om te onderbouwen waarom de ruimere norm voor tritiumverontreiniging ook op de langere termijn weinig risico's voor de volksgezondheid oplevert. Zij verzoeken de regering ook om te onderzoeken welke mogelijkheden er zijn om verdere verspreiding van de tritiumverontreiniging buiten het terrein te voorkomen. De sanering is een continu proces. Deze is nog niet afgerond. De ANVS houdt toezicht op de sanering en op de naleving van de interventiebeschikking. Onderzoek van het RIVM toont aan dat bij een nieuwe saneringsnorm de risico's voor mens en milieu triviaal of onbeduidend zijn, ook in het geval van zeer onrealistische scenario's. Dat hebben we door het RIVM laten uitzoeken. Het effect van de aanvullende maatregelen op de te verwachten tritiumconcentratie in het grondwater aan de terreingrens blijkt zeer beperkt. Aanvullende maatregelen kunnen wel tot schade leiden aan het duingebied, terwijl de bescherming van mens en milieu niet verbetert. In het RIVM-rapport is dit ook heel goed gemotiveerd, dus ik ontraad deze motie. 

Tot slot de motie op stuk nr. 198, waarin de regering wordt verzocht zich aan te sluiten bij de oproep van gemeenten in de regio West-Brabant om de kerncentrales in Doel te sluiten. Nogmaals, het FANC heeft wel vergunning verleend voor de kerncentrale in Doel en niet ingegrepen. Ik heb al eerder gezegd dat er geen juridische reden is om tot sluiting over te gaan. Ik zal mij dus ook niet aansluiten bij de oproep van de gemeenten. Ik zal ze zo goed mogelijk van informatie voorzien, ook bij de duiding van incidenten, maar niet oproepen tot sluiting, om dezelfde reden als bij de andere moties hierover. 

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):

Ik wil nog even terugkomen op de motie op stuk nr. 197 over tritiumverontreiniging. Het blijft opmerkelijk dat akkoord wordt gegaan met een norm die 50 keer zo hoog is. Ik heb ook gezien dat het RIVM er onderzoek naar heeft gedaan. Is het voldoende onderbouwd? Wat doet het op de langere termijn? Het is een verontreiniging die in de bodem zit. We hebben in het algemeen overleg ook besproken dat saneren ingrijpender kan zijn dan om de verontreiniging te laten zitten, maar die verontreiniging gaat nu door buiten de grenzen van het terrein. Wie weet kunnen we die verontreiniging een halt toeroepen door technische maatregelen te nemen waardoor deze zich niet verder verspreidt, als deze niet wordt gesaneerd. Dat is mijn vraag in de motie. 

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus:

Dat is in het verleden ook allemaal onderzocht en toen is gebleken dat die aanvullende maatregelen om verdere uitstroom tegen te gaan schade aanrichten. Naar aanleiding daarvan is bekeken wat het betekent dat die tritiumverontreiniging hoger is dan 100 becquerel per liter. Dat hebben we aan het RIVM gevraagd. Is er eigenlijk wel een schadelijk effect? Je kunt een stof hebben waar je ongerust over bent en een grens stellen, maar je moet ook kijken of die grens reëel is en of een andere grens ook oké is. Toen hebben ze aangegeven dat er eigenlijk onder die 5.000 geen probleem is voor de gezondheid van de mens, terwijl het ingrijpen en maatregelen nemen juist weer wel problemen gaat veroorzaken. We hebben dus dit afgewogen besluit genomen. Ik snap heel goed dat het gek klinkt dat je de norm aanpast omdat de maatregelen niet mogelijk zijn, maar als je er inhoudelijk naar kijkt, is dat goed te onderbouwen. Dat rapport ligt er. Je kunt dat rapport bekijken en ook of je de onderbouwing goed genoeg vindt. Zo niet, dan komt men er vanzelf wel weer bij mij op terug, maar voor nu ontraad ik de motie, want er ligt gewoon een rapport. 

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):

Dan gaan we dus wel akkoord met een verontreiniging die daar tot in lengte van jaren blijft zitten en die zich ook verder verspreidt in de bodem. Dat vind ik toch wel heel moeilijk te accepteren. De verontreiniging van deze centrale kunnen we niet meer ongedaan maken, maar we kunnen wel proberen om er paal en perk aan te stellen. Dat is wat ik vraag in deze motie. 

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus:

Ik snap heel goed dat u zegt: waar het nog niet zit, zou het mooi zijn als we het konden tegenhouden. Er is gekeken of dat mogelijk is, maar dat leidt tot grote schade aan het duingebied en ook tot andere problemen, zoals ik al heb gezegd. Vervolgens is gekeken of die verontreiniging eigenlijk erg is. En dan zegt het RIVM, als onafhankelijk instituut dat moet toezien op onze gezondheid: nee, het heeft een onbeduidend effect. Op dat moment kun je je afvragen of het een probleem is dat het nog een klein beetje over die grens heengaat. De afweging die wij maken is dat het dan geen probleem is. 

Mevrouw Van Eijs (D66):

Ik wil even terugkomen op de motie op stuk nr. 195. De minister zei dat er inderdaad signalen zijn geweest. Daar is navraag naar gedaan. De minister zegt dat ze erop wil terugkomen als daar aanleiding toe is. Een beetje in de lijn van wat ik eerder vroeg, vraag ik de minister of ze nu kan toezeggen dat ze er in de volgende stand-van-zakenbrief op terugkomt. Dan hoef ik de motie niet in te dienen. 

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus:

Dat zal ik doen. Ik heb al gezegd dat ik de Kamer in de eerstvolgende verzamelbrief erover zal informeren. Dat doe ik graag. 

De voorzitter:

Mevrouw Van Eijs, kan ik dan vaststellen dat u de motie op stuk nr. 195 intrekt? 

Mevrouw Van Eijs (D66):

Ja. 

De voorzitter:

Aangezien de motie-Van Eijs (25422, nr. 195) is ingetrokken, maakt zij geen onderwerp van beraadslaging meer uit. 

Ik heb nog even een vraag aan de minister. U gaf een toelichting op de motie op stuk nr. 198. Kan ik vaststellen dat uw oordeel is: de motie ontraden? 

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus:

Ja, mijn oordeel is ontraden. Verder zijn er geen algemene vragen meer gesteld. 

De beraadslaging wordt gesloten. 

De voorzitter:

Ik dank de minister voor haar komst naar de Kamer. Over de ingediende moties zal volgende week dinsdag worden gestemd. 

Naar boven